D05 02 Bijlage 2 bij Nota - Rapport Nagele in Balans van idee via pilot naar heroriëntatie.pdf
Tekst van het document
•
In de dagbuffer trad geen stratificatie op waardoor de installatie niet optimaal werkte en het rendement van het systeem lager was dan was voorzien. • Tijdens het ontwerpproces werd het berekende rendement te hoog ingeschat. Onder andere door de vlakke opstelling van de heatpipes werd aan het eind van de winter minder warmte opgevangen dan voorzien, waardoor de warmtepomp tot begin mei werd ingezet, terwijl in het ontwerp was voorzien dat eerder in het jaar al voldoende warmte beschikbaar zou zijn om passief te verwarmen. • De geleverde warmtepomp sloot niet aan bij het ontwerp voor het temperatuurtraject van de verdamper waardoor het rendement niet optimaal was en de warmtepomp in storing viel als de temperatuur in de seizoensbuffer lager was dan 15-20°C Celsius. Na de zomer van 2023 is een onderzoek gestart in opdracht van RVO en in samenwerking met TU Delft naar de energieprestatie van het systeem tijdens het stookseizoen 2023/2024 en naar de mogelijkheden om de energieprestaties te verbeteren.
Leerpunt In de communicatie binnen en rond het project is onvoldoende benadrukt dat het ging om de implementatie van een innovatief energieconcept dat nog niet in de praktijk was getest. Geïnterviewden merken op dat het concept (te) snel is verkocht als “de oplossing”/”het ei van Columbus”, terwijl de uitstraling veel meer had moeten zijn “we zijn bezig met een experiment, want we zitten in een proeftuin en als je proeven aan het doen bent dan kunnen deze anders uitpakken dan was bedoeld”.
Leerpunt Op het moment van implementatie was het totale technische concept nog onvoldoende getest en gevalideerd en nog niet beheersbaar, waardoor het geïmplementeerde systeem nog “kinderziektes” heeft en niet de afgesproken prestaties kan leveren. Minder sterke punten volgens de geïnterviewden: •
Het concept is inhoudelijk onvoldoende getest en onafhankelijk gevalideerd voor de schaal waarop het daadwerkelijke werd geïmplementeerd. In het project ontbrak het aan een onafhankelijke “meekijker” die alle veronderstellingen die ten grondslag liggen aan afgesproken technische en energetische prestaties van het systeem vooraf heeft geverifieerd.
•
Op het moment dat de oplossing werd geïmplementeerd was het concept nog niet beheersbaar en ook tijdens de implementatie bleef de uitvoerde partij “door innoveren”. Er had beter nagedacht moeten worden over hoe je een opschalingsslag binnen het project slim kunt toetsen.
Kanttekeningen volgens de geïnterviewden: •
Enkele geïnterviewden merken op dat er veel tijdsdruk zat op de opschaling en er niet genoeg flexibiliteit was in de planning. Het werken met een innovatief systeem is omgeven met veel onzekerheden en er is tijd nodig om te experimenteren en “kinderziektes” op te sporen alvorens op te schalen. Dit botste met de tijdsdruk die stond op de planning van Mercatus voor de renovatie van de woningen in Nagele. Aan de andere kant heeft Mercatus renovaties enkele jaren uitgesteld om ruimte te bieden voor experimenteren.
•
Enkele respondenten geven aan dat zij mede gestuurd hebben op het ‘bevriezen’ van innovaties in het concept, zodat dit verder geoptimaliseerd in plaats van aangepast kon worden. Verdere innovaties zouden dan in de opschalingsfase meegenomen kunnen worden.
•
Mercatus geeft aan dat zij als woningbouwcorporatie voor een Plan B klaar hadden moeten hebben, zodat op het moment dat het innovatieve concept niet uitpakt zoals beoogd een alternatief is onderzocht en doorgerekend.
23
2.3. Dorpsbreed warmtenet Zoeken naar een nieuwe balans Na de evaluatie van de uitrol van de pilot met de eerste woningen en De Acht, werd nagedacht over de opschaling voor een dorpsbrede aanpak. Vanuit de pilot werd namelijk geconstateerd dat een verdere uitrol van dit systeemontwerp complex en duur zou zijn. In iedere hof zou een buffer komen, met het nodige graafwerk, grondtransport, vergunningen, flora/fauna en alle beschikbare dakoppervlak zou nodig zijn voor de collectoren. Voor dit laatste zouden veel particuliere bewoners nog moeten investeren in het opknappen van hun dak en lang niet iedereen kon dat financieel bolwerken. Verder is het concept met de collectieve installatie over het dak eigenlijk alleen toepasbaar bij een woningblok met 100% deelname. Bij minder dan 100% deelname (bijvoorbeeld bij gespikkeld bezit) moeten extra technische en juridische maatregelen
genomen worden bij de woningen die niet deelnemen aan het systeem. HoCoSto heeft toen gekeken naar een grootschalige centrale opwek met een seizoensbuffer voor het hele dorp. Hierbij werd onderzocht of de buffer van het pilotproject kon worden geïntegreerd in het dorpsbrede systeem, als piekbuffer. Een voor de hand liggende locatie zou de ijsbaan zijn die gelegen is naast het dorp. De ijsbaan ligt net naast het dorp bij de sportvelden ten westen en de grond is in eigendom van de gemeente. Het binnenterrein van de ijsbaan wordt nu niet benut, en is een interessante locatie voor een zonneveld. Er werden planologische schetsen opgesteld om de ruimtelijke inpassing te visualiseren. Het concept was een ondergrondse (HoCoSto-) opslag waarboven zonnecollectoren zouden worden geplaatst. Het schetsontwerp van de opwek van de installaties verzorgde HoCoSto .
Figuur 10: Schetsontwerp van grootschalige opweklocatie op het terrein van de ijsbaan. Het schetsontwerp van het bijbehorende leidingdistributienet werd door Ede-Wageningen Engineering opgesteld. Dit bestond uit een backbone die van de ijsbaan naar de huidige buffer zou lopen, en van daaruit door naar de verschillende hofjes. Op het middenterrein zou een leiding lopen die de utiliteitsgebouwen zou aansluiten. Het leidingnet werd beoogd in single-pipe Staal-PUR-PE. Dimensionering schetsontwerp In verband met de voortgang van het project, na het faillissement van HoCoSto, werd de dimensionering van 24
de opweklocatie verder uitgewerkt door Ede-Wageningen Engineering. Voor het concept van de dorpsbrede warmteopwek werd uitgegaan van de basisingrediënten zoals deze ook in de Kernvariant waren toegepast: zonnecollectoren, (seizoens) buffering, warmtepompen. Een belangrijk verschil met de buffering zoals deze in de Kernvariant was toegepast, was dat we uitgingen van een gestratificeerde buffer. In deze buffer zou het temperatuurverschil tussen de boven- en onderkant veel groter zijn dan in de buffer
die in de Kernvariant is toegepast. Deze stratificatie is belangrijk voor een goede werking van de warmtepomp. Voor de warmtevraag van Nagele werd op basis van het gasverbruik een gebruiksprofiel opgesteld. Aanvullend werden de warmteverliezen in het warmtenet vastgesteld en meegerekend.
2. Zonthermische collectoren in een veldopstelling met
Op basis van de afname het gebruiksprofiel werd door EdeWageningen Engineering een simulatiemodel opgesteld. Dit model werd gedurende de ontwerpfase opgebouwd in complexiteit, er kwam steeds meer relevante informatie beschikbaar aan de hand waarvan het model verfijnd kon worden. De volgende varianten werden uiteindelijk in dit simulatiemodel opgenomen:
gebruikt voor een MT-water/water warmtepomp.
1. Zonthermische collectoren in een veldopstelling met (gestratificeerde) buffer van waaruit passief3 wordt geleverd.
(gestratificeerde) buffer van waaruit passief wordt geleverd, en bij lagere temperaturen in de buffer ‘actief’ wordt opgewaardeerd met een MT-luchtwarmtepomp. 3. Zonthermische collectoren in een veldopstelling met (gestratificeerde) buffer die als warmtebron wordt 4. Zonthermische collectoren in een veldopstelling met (gestratificeerde) buffer die als warmtebron wordt gebruikt voor een MT-water/water warmtepomp, gecomplementeerd met een WKO-bron voor de koude/ donkere periode. Voor de opbrengst van de zonnecollectoren werd gebruik gemaakt van weersprofielen zoals geregistreerd door het KNMI (station Markenesse).
Resultaten fase 1 Uit eerste simulatieberekeningen werd al snel duidelijk dat een seizoensopslag waarbij het water op 70ºC + wordt opgeslagen en benut een zeer beperkte bijdrage zou kunnen leveren aan de warmtevraag jaarrond. In Figuur 11 is zichtbaar dat enkel in variant 3 (met een buffer van 2000m3) er slechts een paar weken in het jaar zijn waarin volledig passief geleverd kan worden.
In de overige weken is er minimaal een aantal uur waarin de temperatuur in de buffer onder de 70°C zakt en waardoor dus niet voldaan zou kunnen worden aan de vraag4. Het verder vergroten van de buffer leverde relatief weinig verbetering op zolang het zonneveld niet meeschaalde (de buffer moet immers worden geladen op de periodes waarin 70°C + wordt opgewekt).
Groen: er kan 100% passief geleverd worden; Rood: er kan niet (volledig) passief geleverd worden. Figuur 11: Weken waarin volledig passief geleverd kan worden op 70ºC Resultaten fase 2 Om de zonnewarmte ook te kunnen benutten wanneer de opbrengst onder de 70°C zakt, is de toepassing van warmtepompen een logische keuze. Wanneer de voorraad met water van 70°C+ te klein wordt, wordt het water onder
uit de buffer (circa 40°C) opgewaardeerd naar 70°C middels de inzet van warmtepompen. De achterliggende gedachte is dat op strategische momenten de buffer kan worden bijgeladen, bijvoorbeeld wanneer de stroom duurzaam wordt opgewekt. Dit vereist een betrouwbare prognose van het weer, zodat de buffer tijdig is bijgeladen.
Passief wil zeggen: de verkregen warmte kan rechtstreeks worden gebruikt in de woningen. Er hoeft geen aanvullende energie worden gebruikt voor naverwarming/boostering. 3
Hierbij wordt opgemerkt dat het model een sterk vereenvoudigde weergave is van de werkelijkheid. Door de keuze van het type zonnecollector en optimalisaties in de regeltechniek kan de termijn waarin passief wordt geleverd, worden opgerekt. Ook zou de bufferafmeting nog verder kunnen worden vergroot, waarin de hoeveelheid zonthermische collectoren in een veldopstelling meeschaalt. De algemene conclusie dat de zonnecollectoren slechts een klein deel van de jaarlijkse warmtevraag passief kunnen leveren blijft echter onveranderd. 4
25
Ter illustratie is Figuur 12 weergegeven. Hierin is te zien hoe het systeem zou presteren met een buffervat van 2000m3, uitgaande van een week in april waarbij de buffer volledig gevuld is bij aanvang.
Zichtbaar is hoe middels de inzet van een warmtepomp de buffer op temperatuur zou worden gehouden. Het elektraverbruik is hier (bij een Coëfficiënt of Performance (COP) van 3,5) ingeschat op circa 17MWh, met een warmtepomp met een vermogen van 500kWth
1/4 - 7/4 - Zonder WP
1/4 - 7/4 - Met WP
Bufferlagen
Bufferlagen
70
70
60
60
Inzet WP
50
50 90gr 70gr 45gr
40 30
30
20
20
10
10
0
90gr 70gr 45gr
40
Passief laden
0 0
25
50
75
100
125
150
175
0
25
50
Zontemperatuur
75
100
125
150
175
125
150
175
Zontemperatuur
70
70
60
60
50
50
40
40
30
30
20
20
10
10 0
0 0
25
50
75
100
125
150
175
0
25
50
75
100
Figuur 12: Voorbeeld weekverloop buffer met inzet van warmtepomp Met een dergelijk systeem kan een aanzienlijk groter deel van het jaar worden voorzien in warmte. In Figuur 13 wordt dit geïllustreerd. In de koudere maanden blijft echter de issue dat er nauwelijks warmte van 70°C beschikbaar komt
Figuur 13: Jaarrond warmtelevering met inzet van warmtepomp
26
vanuit de zonthermische collectoren in een veldopstelling, en dat er feitelijk enkel met warmtepomp(en) warmte wordt toegevoegd aan het systeem.
Resultaten fase 3 Omdat er ook in de lente en herfst nog aanzienlijke hoeveelheden warm water geoogst zouden kunnen worden uit het zonneveld, werd de opzet van het systeem aangepast. In de vorige opzet werd namelijk enkel water geoogst wanneer dit >70°C was. Hiermee werd alle opgewekte energie onder de 70°C weggegooid, wat een enorme hoeveelheid is. Er wordt onderscheid gemaakt tussen een midden temperatuur (MT) buffer voor een vaste leveringstemperatuur van 70°C en een buffer met een variabele temperatuur (VT). De MT-buffer kent een stratificatie of temperatuurgelaagdheid, deze stratificatie is uitgelegd op pagina 29. Het water (boven)in de MT-buffer wordt op 70°C gehouden. In de zomerperiode kan dit passief vanuit het zonneveld. In de overige perioden van het jaar wordt deze MT-buffer op warmte gehouden door warmte uit de VT-buffer te benutten als bron voor water/water warmtepompen. Het water in de VT-buffer wordt geoogst uit de zonthermische collectoren in een veldopstelling. In de zomer zal deze warmte >70°C+ zijn. In de lente/herfst en zelfs delen van de winter zal de temperatuur op zonnige dagen alsnog aanzienlijk zijn, waardoor de VT-buffer zo lang mogelijk op een hoge brontemperatuur wordt gehouden. Dit zorgt voor een hoog rendement van de warmtepompen. De configuratie met een MT- en VT-buffer geeft een verbeterslag ten opzichte van de eerdere modellen.
De uitdaging blijft echter om de VT-buffer op temperatuur te houden. In de koudere delen van het jaar zou de temperatuur van de VT-buffer alsnog onder de 10°C zakken. De opbrengsten uit de zonthermische collectoren in een veldopstelling zouden niet voldoende zijn om de VT-buffer
op temperatuur te houden (tenzij zonneveld en/of buffer zeer sterk worden opgeschaald). Ter illustratie: Bij zonthermische collectoren in een veldopstelling van 10.000m2 en een buffer van 5.000m3 zou het temperatuurverloop in de VT-buffer conform Figuur 14 zijn (startend op 1 september). Hier is te zien dat er vanaf medio november geen beschikbare bronwarmte meer zou zijn. De in de zomer/herfst verzamelde energie is opgebruikt en de instroom van nieuwe warmte uit de zonnecollectoren zou te klein zijn. Resultaten fase 4 Zoals in fase 3 is geconstateerd, zou de temperatuur in de VT-voorraadbuffer in de winter onder de nog bruikbare temperaturen zakken. Het gebied waar Nagele is gelegen, kent een goede watervoerende bodemlaag. Uit bureaustudies wordt ingeschat dat debieten tot 200 à 250m3 per uur kunnen worden onttrokken op een diepte van 40-50 meter. In de periodes dat de brontemperatuur in de VT-buffer onder de circa. 10°C dreigt te zakken, zou worden overgegaan op een warmte koudeopslag (WKO) als bron voor de warmtepompen. De temperaturen die op deze laag kunnen worden onttrokken, zijn vanaf een bepaald moment hoger dan de temperatuur in de VT-voorraadbuffer, waardoor een hoger rendement kan worden gehaald op de warmtepompen.
De combinatie van zonthermie en WKO lijkt voor de hand liggend: in de zomer is er doorgaans een groot overschot aan warmte: de capaciteit van de zonthermische collectoren in een veldopstelling is in de zomer zo groot dat als de buffers volledig zijn geladen, er nog een ruim overschot aan warmte zou moeten zijn. Deze warmte kan worden benut om de WKO te regenereren zodat inzet van dry-coolers of iets dergelijks niet nodig is.
Tempratuur LT Buffer 120 100 80 60 40 20
1 167 333 499 666 881 997 1163 1329 1495 1661 1827 1993 2159 2325 2491 2657 2823 2989 3155 3321 3487 3653 3819 3985 4151 4317 4483 4649 4815 4981 5147 5313 5479 5645 5811 5977 6143 6309 6475 6641 6807 6973 7139 7305 7471 7637 7803 7969 8135 8301 8467 8633
0
Figuur 14: Temperatuurverloop in VT-buffer van 5.000m3 bij een zonneveld van 10.000m2. De x-as toont uren en start op 1 september, de y-as graden Celsius. 3
Uitgegaan is van vlakke plaat collector type ‘GreenOneTec GK3003’
4
Debiet is de hoeveelheid water per tijdseenheid.
27
Conclusie Het systeem kent een aantal duidelijke voor- en nadelen, die staan weergegeven in Tabel 1. Vanwege het (nog) niet rondkomen van de businesscase, werd medio 2023 besloten om de dorpsbrede oplossing vooralsnog te pauzeren. Hierover meer in hoofdstuk 3. Tabel 1: Voor- en nadelen van systeemopzet Voordelen van systeemopzet
Nadelen van systeemopzet
De energieopbrengst van de zonthermische collectoren in een veldopstelling wordt langdurig uitgenut: ook in de lente en herfst wordt er bruikbare energie geoogst uit het systeem
Het ruimtebeslag van het totale systeem is aanzienlijk. In het uiteindelijke systeemontwerp is gerekend met de volgende afmetingen:
De warmtepompen die worden ingezet om de MT-buffer te vullen kunnen flexibel worden ingezet: door de buffer en de warmtepompen juist te dimensioneren kunnen er strategische momenten worden gekozen om de buffer te verwarmen, bijvoorbeeld wanneer de elektriciteit CO2-vrij wordt opgewekt en/of de tarieven laag zijn.
•
Collectorveld: 10.000m2 (apertuuroppervlakte 7.500m2)
•
LT-buffertank:1.500m3
•
HT-buffertank: 1.500m3
•
Warmtepomp: 1,5MW
De investeringskosten zijn relatief hoog, aangezien aanvullend op het relatief kostbare veld met zonthermische collectoren ook een WKO-doublet moet worden aangebracht.
Het WKO-systeem is complementair aan de zonthermische collectoren in een veldopstelling. De WKO-bron kan in de koude periodes een brontemperatuur leveren die hoger is dan de VT-voorraadbuffer. In de zomerperiode kan de WKO-bron worden geregenereerd vanuit de zonthermische collectoren. De WKO gebruikt dezelfde warmtepompen die toch al benodigd zijn voor het zonthermiesysteem. De extra investering is hiermee beperkt. Het systeem kent geen piek-backup voorzieningen middels gasgestookte ketels. De gekozen warmtepompen in combinatie met de bufferafmetingen en WKO-bron zijn voldoende om ook langere periodes van koud weer te overbruggen.
Toepasbaarheid In veel situaties zal vanwege het ruimtebeslag dit systeem niet eenvoudig inpasbaar zijn. In het geval van Nagele zou dit wel een reële optie zijn vanwege de aanwezigheid van de ijsbaan in de nabijheid van het dorp. Deze locatie biedt de benodigde ruimte om een voldoende groot veld met zonthermische collectoren te kunnen aanleggen.
28
De toepasbaarheid van dit systeem is dus vooral op locaties waar voldoende ruimte beschikbaar is met de juiste bestemming, in de nabijheid van de woningen. Deze nabijheid is nodig om de investeringskosten van het warmtenet te beperken. Te denken valt aan dorpen met een vergelijkbare karakteristiek als Nagele, waarbij een ijsbaan in potentie de juiste afmetingen heeft om een systeem voor circa 400 à 500 weq te kunnen huisvesten.
Stratificatie in een warmtebuffer Voor opslag van warmte worden vaak warmtebuffers gebruikt die zijn gevuld met water en waarin sprake is van stratificatie. Stratificatie betekent dat er gelaagdheid van warmte ontstaat in een buffervat. Warm water is lichter dan koud water en warm water kan daardoor blijven drijven op koud water, zonder dat er menging ontstaat. De overgangszone wordt wel thermocline genoemd. Als voorbeeld zien we hier een buffervat met 70°C water ten behoeve van een warmtenet. Als er water van 70°C uit het buffervat wordt onttrokken voor warmtelevering dan wordt het buffervat van onderaf gevuld met water met een lagere retourtemperatuur uit het warmtenet. In het buffervat ontstaan dan twee temperatuurzones, boven in het vat in dit voorbeeld 70°C en onder in het vat 40°C graden. De overgangszone (thermocline) schuift naar boven als de buffer wordt ontladen zodra warmte wordt geleverd aan het warmtenet en deze schuift naar beneden als de buffer weer wordt geladen met warmte. Bij een goed ontworpen buffervat ontstaat geringe menging tussen warm en koud water. Een belangrijke voorwaarde voor een goed werkende gestratificeerde buffer is dat de in- en uitstroom van water erg beheerst gaat om turbulente stroming in het vat te voorkomen.
Als er ongewenste stromingen in het buffervat optreden, bijvoorbeeld door grote stroomsnelheid van de watertoevoer, dan raakt de thermocline verstoord en zal in het vat een mengtemperatuur ontstaan.
1
T1
T1
T1
T1
T2
T2
T2
T2
2
3
4
Figuur 15: Illustratie van stratificatie
29
3. Financiële oplossingsrichtingen en bevindingen 3.1 Uitgangspunten Bij de start van het project was de gedachte dat de kosten voor het warmtesysteem in de toekomst terugverdiend moesten worden via de periodieke tarieven die bewoners betalen voor het gebruik van de producten en diensten van het warmtenet. Initieel uitgangspunt dat naar de bewoners was gecommuniceerd, was ‘Niet meer dan nu’. Oftewel: bewoners zouden niet meer betalen voor de warmteoplossing dan dat ze voor hun toenmalige gasaansluiting en -verbruik betaalden. Dit werd door een deel van de bewoners uitgelegd als ‘ook in de toekomst betalen we niet meer dan dat we bij de start van het project aan gas betaalden’. In de vervolgcommunicatie werd daarom meer uitgegaan van het uitgangspunt dat het kostenniveau ‘niet meer dan anders’ was in vergelijking met het toenmalige kostenniveau. Daarbij werd aangegeven dat er binnen de kaders van de Autoriteit Consument &
30
Markt (ACM) wordt gewerkt en dat het streven was om substantieel onder de ACM-tarieven te blijven. Een ander belangrijk uitgangspunt was dat het pilotproject Kernvariant uitdrukkelijk niet bedoeld was als een project waarvan de investeringen terugverdiend konden worden zolang dit een op zichzelf staand project bleef. Het idee is altijd geweest dat de investeringen in de Kernvariant terugverdiend zouden kunnen worden als onderdeel van een dorpsbrede uitrol. Wel was het van meet af aan de bedoeling dat de operationele kosten voor de Kernvariant met de operationele inkomsten in balans zouden moeten zijn na de inregelperiode van 2 jaar.
3.2 Financiële inschattingen bij de start van het project Hieronder staan de initiële indicaties van kosten en investeringen voor het project zoals deze destijds werden ingediend bij PAW voor de toekenning van de decentralisatie uitkering. Alle bedragen zijn gemiddeld per woning en exclusief btw.
Tabel 2: Overzicht initieel ingediende investeringen Nagele in Balans Onderdeel
Per woning
Totaal
Investeringen bouwkundig
€ 8.000
€ 4.000.000
Investeringen warmtebuffer en installaties
€ 28.000
€ 14.000.000
Engineeringskosten
€
€
Bijkomende bouwkosten
€ 2.000
€ 1.000.000
Advies en begeleiding
€ 1.000
€
Totaal indicatie investeringen en kosten
€ 39.500
€ 19.750.000
De gevraagde en toegekende totale rijksbijdrage vanuit het Programma Aardgasvrije Wijken was € 4.224.500, - voor 497 woningen, initieel te verdelen over de verschillende fases/projecten. In de beschikking was opgenomen dat de decentralisatie-uitkering werd verminderd met
500
250.000
500.000
teruggevorderde btw, dit betekende dat een bedrag van € 3.491.322 exclusief btw beschikbaar was. Bij verdere uitwerking van de plannen leidde dit tot de volgende begroting, waarbij ook de overkoepelende projectactiviteiten werden meegenomen.
Tabel 3: Overzicht aangepaste projectbegroting Nagele in Balans Algemene kosten
Per woning
Totaal
Projectmanagement 2019-2029
€ 1.000
€ 500.000
Engineering en advisering 2019-2020
€
€ 250.000
Projectontwikkeling 2018
PM
PM
Totaal algemene kosten
€ 1.500
€ 750.000
Voorstel benutting BZK decentralisatieuitkering
Per hofje
Totaal 10 hofjes
500
Algemene kosten Bijdrage per hofje
€ € 274.132
Totaal
750.000
€ 2.741.322 € 3.491.322
Raming kosten volledige uitvoering project
Per woning
Totaal 10 hofjes
Kosten per woning
€ 36.160
€ 18.080.000
Bijdrage BZK decentralisatieuitkering
€ 2.741.322
Totale bruto investering
€ 15.338.678
In bovenstaande projectbegroting zijn bijdragen door andere partijen en eventuele aanvullende subsidies nog niet meegenomen.
31
3.3 Financiële realisatie pilot Kernvariant Initieel was het de bedoeling om een pilot te realiseren met 51 woningen in de Karwijhof, gevolgd door een tweede pilot in een nader te bepalen hof. De uiteindelijke pilot werd gerealiseerd aan de Ring met 8 woningen en een multifunctioneel (voormalig school)gebouw met 8-10
woningequivalenten (weq). Voorafgaand aan de pilot was een begroting opgesteld. In deze begroting was echter niet of nauwelijks rekening gehouden met ‘aanloopkosten’. Denk aan kosten voor projectbegeleiding, vergunningaanvraag, en meer. De volgende tabel laat de begrote en gerealiseerde investering zien.
Tabel 4: Begrote versus gerealiseerde investering in de Kernvariant Onderdeel
Begroting
Realisatie
Initiatiefase
€ 100.000,00
€ 80.257,50
Definitiefase (VO/DO)
€ 250.000,00
€ 249.880,00
Realisatie/uitvoering
€ 687.735,00
€ 687.735,00
€0
€ 159.655,60
€ 1.037.735,35
€ 1.197.390,60
Onvoorzien/extra kosten Totaal
Naast de initiële investering (Capital Expenditures, CAPEX), werden ook de operationele kosten (Operational Expenditures, OPEX) begroot. Kosten voor service en onderhoud vielen de eerste twee jaren nog binnen de inregelperiode en voor de periode daarna waren er afspraken met HoCoSto gemaakt in het Design Build Maintain en Operate (DBMO) contract. Voor bemetering en rapportages ten behoeve van eigen verbruik, verbruiksoverzichten en de SDE+-subsidie waren afspraken gemaakt met INNAX en Flamco. Uiteraard waren posten voor onder andere hulpenergie, verzekering en begeleiding begroot. Echter, deze vielen aanmerkelijk hoger uit dan verwacht. Redenen hiervoor waren onder andere: •
32
Het technisch rendement van de installatie bleek minder goed te zijn dan verwacht.
•
Tegelijkertijd waren elektriciteitsprijzen extreem hoog gedurende de COVID pandemie.
•
Het vinden van een verzekeraar voor het systeem bleek veel lastiger dan verwacht; onbekendheid met het systeem en het feit dat delen van het systeem ondergronds waren gebouwd, maakten dat partijen huiverig waren om een offerte uit te brengen. Uiteindelijk lukte het om via een herverzekeraar het hele systeem verzekerd te krijgen. Echter, de drempelbedragen van verzekeringen liggen bij herverzekeraars hoger dan bij directe verzekeraars, wat resulteerde in hogere verzekeringspremies dan verwacht en begroot.
•
Tenslotte zorgden al deze zaken ervoor dat begeleiding beduidend meer tijd en energie vroeg dan vooraf was begroot, dus ook de kosten voor deze post waren hoger dan verwacht.
3.4 Financiële inschattingen dorpsbreed warmtenet Het uiteindelijke gekozen systeemontwerp betreft een zonneveld waarmee warm water wordt geoogst dat in een grote buffer wordt opgeslagen. In de periodes dat het geoogste water onder de 70°C ligt, wordt dit water gebruikt als bron voor het vullen van een MT-buffer, van waaruit Nagele wordt gevoed. Voor de langdurige koude periode
(winter) wordt het systeem aangevuld met een WKO-bron. De investeringskosten voor het gekozen ontwerp waren als volgt begroot, waarbij het belangrijk is om aan te geven dat dit eerste grove inschattingen betroffen waarbij er nog veel onzekerheden waren en zijn. Let op: hierbij zijn kosten voor huisaansluitingen, de diverse ontwerpfasen, vergunningstrajecten, traject bewonersdeelname en pr en technische ruimte(n) nog niet meegenomen.
Tabel 5: Begrote investering dorpsbreed warmtenet Onderdeel
Kosten
Buffers (3.000m3)
€
Zonneveld (10.000m2)
€ 2.138.000,00
Installaties
€
885.000,00
Wko
€
500.000,00
Leidingwerk (intern)
€
300.000,00
Transport- en distributienet
€ 7.395.000,00
Totaal
€ 11.743.000,00
3.5 Subsidies Naast de decentralisatieuitkering uit de deelname uit het PAW, werd in het project Nagele in Balans ook gekeken naar andere subsidies. Provincie en EEF Voor het project werd gebruik gemaakt van een bijdrage van de provincie en een bijdrage van EEF (Energie Expertisecentrum Flevoland). Beide voor € 25.000,-. SDE+ De Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie (SDE+) voor zonthermie is een perceelgebonden subsidie met een minimaal apertuuroppervlak van 200 m2 voor ieder perceel. Dat zou een aparte subsidieaanvraag betekenen voor iedere woning in ons project, maar eigenlijk beschikte alleen De Acht over die 200 m2. Dat vonden wij vreemd; grote windmolenparken worden immers ook gebouwd op verschillende percelen. En die worden als een geheel gezien, omdat alle opgewekte stroom samenkomt in een transformatorhuisje. Voor ons project geldt ook dat de warmte wordt opgewekt op verschillende percelen en samenkomt in ons ‘transformatorhuisje’; de seizoensopslag. Dat is dan toch ook een systeem? Na intensief contact met RVO lukte het om toch in aanmerking te komen voor SDE+ subsidie. Voor 2022 werd deze vanwege de hoge energieprijzen uiteindelijk vastgesteld op €1.108,78. In de oorspronkelijke SDE+ beschikking stond een bedrag van
525.000,00
€ 219.765,00 voor een periode van 15 jaar. Dit komt neer op, € 14.651,00 per jaar, wat een substantieel verschil is met het uiteindelijk vastgestelde bedrag in 2022. SAH en RVV-V De Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen (SAH) is bedoeld voor verhuurders die investeren in het aardgasvrij maken van huurwoningen. In dit geval kon woningcorporatie Mercatus een beroep doen op deze regeling. Onder deze regeling werd van 2020 tot en met 2023 maximaal 40% tot € 1.200,- van de kosten voor inpandige aanpassingen en maximaal 30% tot € 3.800, - van de kosten voor aansluiting op een warmtenet vergoed. Bij de start van het project was de Regeling Vermindering Verhuurderheffing Verduurzaming (RVV-V) nog beschikbaar. Onder deze regeling konden verhuurders die hun woningen met tenminste drie labelstappen verbeterden tot minimaal label B in aanmerking komen voor een vermindering op de verhuurderheffing. Aanvankelijk mocht het warmtesysteem meetellen voor het energielabel, dit verviel met de invoering van NTA8800. De RVV-V regeling is in 2023 vervallen.
33
ISDE Door de particuliere woningeigenaar in het pilotproject is gebruik gemaakt van de Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE). Voor aansluiting op een warmtenet werd van 2020 tot en met 2023 een bedrag van € 3.325, - vergoed. RCE De Rijksdienst Cultureel Erfgoed heeft € 400.000,- bijgedragen om de warmtetransitie in wederopbouwgebieden te stimuleren. De warmte-opgave is hier ingewikkeld, zeker als het gaat om (rijks-)monumenten.
EFRO, WIS, DEI+ en/of LiFE? Gedurende het proces hebben we nog gekeken of het zinvol was om een Demonstratie Energie- en Klimaatinnovatie (DEI+)-subsidie aan te vragen. Voor deze subsidie waren de deadlines voor indiening heel krap en de kans dat deze toegewezen zou worden, achtten we beperkt, dus we hebben uiteindelijk afgezien van indiening. Vervolgens hebben we nog gekeken naar het Europese LIFE-programma voor natuur-, milieu- en klimaatprojecten. Aandachtspunt hierbij was dat het niet helemaal zeker was of deze subsidie te combineren viel met een andere subsidie waarnaar we keken, uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO). Aanvragen voor EFRO-subsidies lopen via deelnemende overheden, in ons geval provincie Flevoland. Bij het uitwerken van de plannen is deze subsidie uitdrukkelijk in beeld gebleven. De vooraanvraag is gedaan, maar de definitieve aanvraag is op het moment van schrijven (nog) niet gedaan.
We hebben ook nog onderzocht of de Warmte Infrastructuur Subsidie (WIS) voor ons bruikbaar zou zijn. Dit bleek helaas in 2023 niet het geval te zijn, onder andere omdat een van de voorwaarden in die ronde was dat er geen eerdere subsidie verleend mocht zijn. Daarnaast was onduidelijk of het dorpsbrede warmtenet tijdig gestart zou kunnen worden en voldoende aansluitingen zou kennen om aan de vereisten van de WIS te voldoen.
3.6 Financiering Voor de financiering van het project Kernvariant werd zoveel mogelijk gebruik gemaakt van de bijdrage PAW voor de aanleg van het systeem. Daarnaast werd de BAK die woningcorporatie Mercatus heeft betaald gebruikt voor de financiering van het systeem. Voor het project Dorpsbrede aanpak werd ervan uitgegaan dat de volgende financiële middelen gebruikt zouden worden: het restant van de PAW-subsidie, eventuele aanvullende subsidies vanuit EFRO/Kansen voor West 2 of LIFE, DEI+, en dergelijke. Deze middelen zouden gecombineerd worden met financiering deels via vreemd vermogen door een bank (Rabobank of Triodos Bank) eventueel in combinatie met Invest-NL/ Waterschapsbank/BNG en deels via eigen vermogen van risicodragende partijen. In aanvulling daarop zou Mercatus eventuele regelingen (SAH) gebruiken en particuliere woningeigenaren zouden de ISDE-regeling gebruiken en een eventuele lokale activiteitensubsidie. We keken ook nog naar gebruik van de zogeheten GROWE-methodiek. Deze regeling gaat uit van het aantrekken van een financiering bij BNG via de gemeente. Voordelen hiervan zouden dan zijn lage rentelasten en beschikbaarheid van een kleine subsidie op ontwikkelkosten (circa € 20k). Deze methode is niet gebruikt in het project.
NTA8800 Een van de zaken waar we tegenaan liepen tijdens de ontwikkeling van ons project, is een wijziging in de waardering van aansluiting op een warmtenet onder de NTA8800, de methode die wordt gebruikt om de energieprestatie van gebouwen te beoordelen. Bij de start van ons project, was aansluiting op het warmtenet goed voor een ‘labelsprong’ oftewel een beter energielabel van de woning. Een beter energielabel vertaalt zich naar een gunstigere woningwaarde. Dit was het uitgangspunt waarmee we ons project startten en onze verwachting was dat dit een goed argument zou zijn voor particuliere woningbezitters om aansluiting op het warmtenet te overwegen, of hun bank te overtuigen een lening voor te maken kosten te verstrekken. Voor de bij de Kernvariant betrokken bewoner bleek dit ook een belangrijk argument te zijn. Helaas wijzigde gedurende de aanleg van de Kernvariant de regelgeving, als gevolg waarvan aansluiting op een warmtenet minder gunstig werd gewaardeerd dan voorheen het geval was. We hebben dit uitgebreid ter sprake gebracht bij beleidsmakers, wat helaas destijds niet tot veranderingen leidde. Op het moment van schrijven van dit rapport, is de waarde die wordt toegekend aan een aansluiting op het warmtenet opnieuw onderwerp van gesprek. We zijn benieuwd naar de uitkomst!
34
35
4. Governance 4.1 Overzicht betrokken partijen en wijze van aanpak Door de tijd heen werden verschillende partijen op verschillende momenten betrokken bij het initiatief Nagele in Balans. Hieronder staat een tijdlijn weergegeven waarin dit zichtbaar wordt:
Dorpsbelang en CoConsortium INNAX, Gemeente, Mercatus, en öperatie Energiek Nagele Sacon, Architecten Energiek Nagele schrijven U.A. realiseren PVe project Bureau Boom, HoCoSto i.s.m. INNAX projectplan op sporthal/ dorpshuis wint prijsvraag en accorderen dit
2016
2017
2018
Architectuur Lokaal, Gemeente, Waterschap, Belanghebbende partijen uit Nagele, Verenining Hendrik de Keyser, RCE organiseren prijsvraag
Gemeente, Provincie en Enegriek Nagele krijgen PAW bijdrage
Figuur 16: Betrokken partijen door de tijd heen
36
Olenz Notarissen richt Nagele Noord Warmte B.V. op als werkmaatschappij
2021
Olenz Notarissen richt de stichting Energie Collectief Nagele en Nagele Warmte B.V. op
2022
Planvorming dorpsbrede aanpak door Nagele Warmte B.V., Gemeente, Mercatus, INNAX, Ede-Wageningen Engineering
2023
Gesprekken met Rabobank en Triodos Bank over financiering
Kernvariant besproken met KWR, TU Delft, All Energy, ToTec, Innoforte
4.2 Prijsvraag Nagele in Balans (2016 – 2018) Na het besluit van onder meer Dorpsbelang dat de windgelden voor driekwart ten goede zouden komen aan duurzame energie voor Nagele, werd in 2016 de Coöperatie Energiek Nagele U.A. opgericht. Door de coöperatie werd het dorpshuis in 2016 voorzien van zonnepanelen. Vervolgens werd het ‘Energielab Nagele’ opgezet met de daaraan verbonden prijsvraag. Architectuur Lokaal, die gespecialiseerd is in dit soort prijsvragen, begeleidde ons. Meer partijen waren betrokken: Gemeente Noordoostpolder, Waterschap Zuiderzeeland, Dorpsbelang Nagele, de ondernemersvereniging, het museum, woningcorporatie Mercatus, erfgoedorganisatie Vereniging Hendrick de Keyser en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). De jury van de prijsvraag bestond uit voorzitter Dirk Sijmons (landschapsarchitect en voormalig Rijksadviseur voor het landschap), Pi de Bruijn (partner de Architekten Cie), Stefan Davids (ondernemer in Nagele), Kees Duijvestein (emeritushoogleraar duurzame ontwikkeling in de gebouwde omgeving aan de TU Delft), Leen Verbeek (voormalig commissaris van de Koning van de provincie Flevoland) en Anneke Keur (geboren en getogen in Nagele). Er werd gebruik gemaakt van de door VNG, Rijksbouwmeester en brancheorganisaties door Architectuur Lokaal ontwikkelde methode van de Kompas Light Prijsvraag.
Deze methode zorgt ervoor dat de kosten voor uitschrijvers en inzenders beperkt blijven en dat de procedure als
een aanbestedingsmethode kan worden aangemerkt. De ontwikkeling van de prijsvraag duurde ongeveer zes maanden, vervolgens verliep de prijsvraag digitaal. In de eerste ronde werden -op anonieme basis- visies op de opgave gevraagd. Naar aanleiding daarvan werden vier partijen voor de tweede ronde geselecteerd. Deze partijen werkten een plan uit en kregen hiervoor een vergoeding; de winnende partij ontving € 16.000, de andere drie teams kregen een vergoeding van € 8.000. Het winnende plan was ‘Nagele in Balans’ ingediend door een consortium van de partijen Sacon (architecten), BOOMHoogers (Milieukundig Onderzoek- en Ontwerpbureau), HoCoSto (warmteopslag) en INNAX (ingenieursbureau). Voorwaarden die bij de beoordeling van de inzendingen voor de prijsvraag werden gebruikt, waren: •
Passendheid bij het sociale en architectonische karakter van Nagele.
•
Technische haalbaarheid.
•
Mate waarin het ontwerp vernieuwend en experimenteel was.
Vlak nadat het winnende ontwerp van de prijsvraag unaniem was geselecteerd, startte het PAW. De Gemeente Noordoostpolder heeft toen namens Energiek Nagele het idee ingezonden als beoogde proeftuin om zo financiële middelen te verzamelen.
Leerpunt Een goede samenwerking, gedeelde visie, oplossingsgerichte houding en commitment van de gemeente, de woningbouwcorporatie en de energiecoöperatie waren de sleutel in de realisatie van het project. Sterke punten volgens de geïnterviewden: •
Alle partijen die voorwaarden moesten scheppen om het project te laten slagen waren aan boord, en nauw betrokken. Partijen hadden vanaf de start van het project een duidelijke rol, werkten constructief samen, waren sterk oplossingsgericht en hadden het mandaat om besluiten te nemen.
•
Betrokken partijen hadden een gedeelde visie en zagen dit project als een mogelijkheid om Nagele weer op de kaart te zetten (“Nagele als experimenteerdorp”).
•
Bestuurders hebben expliciet commitment getoond door hun handtekeningen te zetten onder het projectplan.
Kanttekeningen volgens de geïnterviewden: •
Geïnterviewden beschouwen de oplossingsgerichtheid van alle partijen als een positief punt, omdat voor alle problemen werd gekeken “hoe kan het wel”. Dit heeft er onder andere toe geleid dat het oorspronkelijke plan om 50 woningen met de oplossing uit te rusten wat niet haalbaar bleek, terug te schalen naar een realiseerbaar project.
•
Geïnterviewden geven ook aan dat deze oplossingsgerichtheid ook een valkuil is, omdat betrokkenen vergeten te reflecteren op het project: is het nog logisch wat we aan het doen zijn? Past dit nog bij onze oorspronkelijke doelstellingen?
37
4.3 Pilot Kernvariant (2018-2021) In oktober 2018 werd bekend dat Nagele in Balans was geselecteerd als proeftuin door het PAW. Het idee werd vervolgens tot een volwaardig projectplan uitgewerkt met de hulp van INNAX. We hadden immers wel een idee geselecteerd, maar we hadden nog geen idee hoe dit te realiseren. Medio 2019 was het projectplan afgerond en zetten alle betrokken partijen -Gemeente Noordoostpolder, woningcorporatie Mercatus en Energiek Nagele- als Regiegroep hun handtekening onder het definitieve projectmanagementplan. Dit was het moment waarop het bestuur van Coöperatie Energiek Nagele besloot dat het meer inhoudelijke kennis en expertise nodig had om het nu uitgewerkte projectplan te kunnen realiseren. Er werd in de zomer van 2019 een Comité van Advies opgericht, met daarin de volgende leden: •
Minister van Staat Sybilla Dekker (complexe bestuurlijke processen en burgerparticipatie);
•
Laetitia Ouillet (strategie in de energiemarkt);
•
Jacco Karens (juridische zaken, met name bouwrecht).
De leden van dit comité dachten actief mee over belangrijke zaken, die eerst aan hen werden voorgelegd, voordat ze in de Regiegroep werden ingebracht. In de Regiegroep zijn Gemeente Noordoostpolder (wethouder), woningcorporatie Mercatus (directeur) en Energiek Nagele (bestuur) als ondertekenaars van het projectplan verenigd. Deze Regiegroep is in 2019 opgericht en neemt uiteindelijk de belangrijkste beslissingen. Parallel hieraan werd de bewonersadviescommissie (BAC) opgericht. Deze BAC bestaat uit ongeveer acht inwoners uit verschillende woonhoven die 3 à 4 keer per jaar bijeenkomen om mee te denken over onze plannen. Zij zijn ook ambassadeurs van het project. Ook besloten we destijds om een lokale projectleider in te huren voor zo’n 25 à 30 uur per week, omdat dit project te omvangrijk was om dit door vrijwilligers te laten sturen.
Leerpunt Goede communicatie vanuit de projectleiding richting bewoners heeft gezorgd voor draagvlak en het over de streep trekken van bewoners. Sterke punten volgens de geïnterviewden: •
De geïnterviewde bewoners zijn positief over de goede communicatie vanuit de projectleiding. Bewoners zijn van mening dat Energiek Nagele (uiteindelijk) een goed verhaal had richting bewoners en dat ze voldoende tijd hebben genomen om iedereen mee te krijgen.
•
De communicatie in het voortraject en na oplevering wordt ook als positief ervaren door bewoners. Bewoners worden goed op de hoogte gehouden en bij storingen wordt meteen actie ondernomen.
Kanttekening volgens een geïnterviewde: Mercatus geeft aan dat zij van mening zijn dat ze te laat en te weinig hebben gecommuniceerd met de bewoners. Een belangrijk leerpunt voor hen is dat ook bij gebrek aan voortgang het belangrijk is dit te communiceren zodat bewoners weten waarom er niets gebeurt. Noot: Deze conclusie is gebaseerd op interviews met 2 bewoners (1 huurder en 1 eigenaar-bewoner). Dat aantal is te klein om te kunnen zeggen of deze observatie breed gedeeld wordt door andere bewoners in Nagele.
38
De plannen werden gedeeld tijdens bewonersbijeenkomsten en er werden voorovereenkomsten getekend met de betrokken particuliere bewoner, Mercatus als eigenaar van de huurwoningen en de gemeente als eigenaar van het multifunctionele gebouw De Acht. In 2021 werden uiteindelijk voorovereenkomsten, leverings- en exploitatieovereenkomsten en overeenkomsten voor Recht van Opstal getekend met alle betrokkenen. In april werd er een Design Build Maintain and Operate (DBMO)
contract gesloten met HoCoSto, het bedrijf dat het systeem zou ontwikkelen, realiseren en onderhouden. Met woningcorporatie Mercatus, de gemeente Noordoostpolder en de particuliere bewoner werden voorovereenkomsten gesloten. Bij het opstellen en sluiten van de overeenkomsten werd gebruik gemaakt van de adviezen van Olenz Notarissen uit Veenendaal. Onderstaande figuur laat zien welke organisatiestructuur was opgezet.
Regiegroep •
Gemeente
•
Mercatus
Convenant
Bestuurlijke intentie-
•
Energiek Nagele
Gemeente / Energiek
verklaring
-
Convenant
Nagele
Agendalid •
Initiatief Nagele in Balans
Projectgroep •
Energiek Nagele
Werkgroep Communicatie
•
Gemeente
•
Energiek Nagele
•
Gemeente
•
Mercatus
-
Agendalid •
Mercatus (1x /md)
•
Ext. adviseurs
Doelgroepen:
•
Initiatief Nagele in Balans
•
Eigenaar/bewoner dorp
•
Rijksdienst Cultureel Erfgoed
•
Gemeente/regio
•
BZK
•
Landelijk
•
Vakgebied
•
Lokale initiatieven
Werkgroep Techniek/Engineering
Werkgroep Juridisch/Financieel
•
Energiek Nagele
•
Energiek Nagele
•
Initiatief Nagele in Balans
•
Gemeente
•
Gemeente
-
-
Agendalid
Agendalid •
Initiatief Nagele in Balans
•
Mercatus
•
Mercatus
•
Ext. adviseurs
•
Ext. adviseurs
Figuur 17: Organogram Kernvariant 39
INNAX keek vanaf de start van het project vanuit het ‘vier ogen principe’ namens Energiek Nagele en later Nagele Warmte B.V. mee naar de ontwerpkeuzes van HoCoSto en dacht in bredere zin mee over het project. De businesscase voor de Kernvariant is ook door INNAX opgesteld. Daarbij werd ook het vier ogen principe toegepast door deze te laten toetsen door eRisk Group. Aangezien er vanaf medio 2021 nog veel geregeld moest worden op organisatorisch
en administratief vlak, besloot Nagele Warmte B.V. het ondersteuningsteam verder uit te breiden; naast INNAX voor met name technische en organisatorische aspecten, werd DubbelDwars Advies ingehuurd voor met name juridische, administratieve en organisatorische aspecten. De ondersteunende adviseurs werden voor een beperkt deel van hun tijd ingehuurd.
Leerpunt Een projectteam en regiegroep met de juiste mix van mensen, die tijdig externe deskundigen inschakelden om problemen op te lossen, waren belangrijke sleutels voor het “op koers houden” van het project. Sterke punten volgens de geïnterviewden: •
In het projectteam en de regiegroep zat de juiste mix van mensen. Alle “rollen” waren vertegenwoordigd: van enthousiaste en idealistische oplossers tot “tegenduwers”, die kritische vragen stelden bij voorstellen.
•
Het projectteam was zich bewust van zijn eigen beperkingen en schakelde tijdig externe expertise in.
Kanttekeningen volgens de geïnterviewden: •
Een groot aantal geïnterviewden is van mening dat het operationele projectteam te klein was. De projectleider kreeg te veel zaken op zijn bord om op te lossen, maar had mogelijk ook eerder kunnen opschalen bij bepaalde problemen.
In december 2021 werden alle conceptovereenkomsten die naar definitieve overeenkomsten waren vertaald, getekend en werd het warmtesysteem in werking gesteld. Na oplevering van het systeem werd het Comité van Advies opgeheven en werd er een Raad van Toezicht (RvT) geformeerd. Deze RvT bestaat uit de heer Gerrit Willem
Kamp (voorzitter), mevrouw Laetitia Ouillet en de heer Andries Poppe. Initieel was het de bedoeling om vertegenwoordigers vanuit Mercatus en de gemeente onderdeel te laten zijn van de RvT. Aangezien woningcorporaties aan strenge regels moeten voldoen en de gemeente een dubbelrol zou krijgen als subsidieverstrekker en lid van de RvT, werd voor een andere invulling van de RvT gekozen. Parallel aan de realisatie van de pilot werden ook al gesprekken gevoerd met mogelijke financiers voor het vervolg van het project. Er waren gesprekken met Rabobank, Triodos Bank en de provincie Flevoland. Ook werd na intensief overleg met RVO SDE+ toegekend aan het warmtesysteem.
40
Leerpunt Een goede governance structuur met een duidelijke rol- en taakverdeling en mogelijkheid voor opschalen bij problemen zijn goede basis voor besturing en uitvoering van het project. Sterke punten volgens de geïnterviewden: •
De governance voor het project is goed ingericht met een betaalde projectleider, een projectgroep, een regiegroep, en een Raad van Advies/Raad van Toezicht. Er is een duidelijke verdeling van taken en rollen en de mogelijkheid om op te schalen bij problemen als dit nodig is.
•
Een sterke RvA/RvT met ervaren bestuurders en deskundigen uit de energiewereld die vertrouwen uitstralen, back-up verlenen aan de projectleider, tijdig ingrijpen en bijsturen, en hun netwerk (bij ministeries, RVO, et cetera) inzetten om problemen op te lossen of aan te kaarten.
Kanttekeningen volgens de geïnterviewden: •
Een deel van de geïnterviewden brengt als positief punt naar voren dat er weinig wisselingen zijn geweest in de bemensing van het project, waardoor kennis werd opgebouwd en behouden. Een ander deel van de geïnterviewden heeft het beeld dat personeelswisselingen hebben geleid tot vertragingen in het project.
4.4 Dorpsbreed warmtenet (2022 – 2023) Nadat de Kernvariant was opgeleverd, zijn we gaan kijken naar het vervolg. We hebben een evaluatie gedaan van de pilotfase en kwamen tot de conclusie dat deze veel meer tijd, energie en geld had gekost dan we op voorhand hadden ingeschat. Initieel was het idee om heel Nagele aardgasvrij te maken door in ieder hof een ondergrondse seizoensbuffer te realiseren zoals die in lijn lag met de Kernvariant. Met de ervaring van de pilot leek ons dit geen goed plan. Er is toen gekeken naar een alternatieve aanpak waarbij we uitgingen van een centrale opwek en opslag ten behoeve van het hele dorp: een groot centraal zonthermieveld met daaronder een seizoensbuffer op en onder de ijsbaan aan de rand van het dorp. De warmte zou vanuit de centrale opslag via een warmtenet door het dorp heen gevoerd worden. Dit idee werd naar tekeningen vertaald door Sacon, het werd voorgelegd aan de RvT en de Regiegroep en het werd getoetst bij bewoners tijdens een informatieavond, waar de reacties (zeer) positief waren.
Besloten werd om een partij te vinden met expertise op het gebied van ontwerp van warmtenetten, aangezien geen van de tot dat moment aangesloten partijen -INNAX, HoCoSto, Mercatus, gemeente, Nagele Warmte B.V.- deze expertise in huis had. Rondvragen leidden ons naar Ede-Wageningen Engineering als partij die met ons mee wilde en kon denken. Er zijn gesprekken geweest tussen de betrokken partijen om de oplossing zo goed mogelijk uit te werken en parallel daaraan werden gesprekken gevoerd met mogelijke financiers en subsidieverleners over de mogelijkheden om de oplossing te bekostigen. Aangezien duidelijk werd dat het om substantiële investeringen zou gaan en mogelijke financiers en wijzelf graag een gedegen businesscase wilden zien, werd contact gezocht met Rebel Group voor het maken van een businesscase.
41
Tussentijds plan Gerstehof - Lucernehof (2022) In de zomer van 2022 werd duidelijk dat Mercatus in 2024 al 2 hoven -Gerstehof en Lucernehof- zou gaan renoveren en van het gas af zou halen. Deze planning zou niet direct te combineren zijn met de planning voor de dorpsbrede aanpak. Naast het uitwerken van de dorpsbrede oplossing, werd toen gekeken of er voor deze hoven een variant gevonden kon worden die ook door Nagele Warmte geëxploiteerd kon gaan worden. Het idee was dat HoCoSto daar een systeem met zonthermie en een buffer zou realiseren, vergelijkbaar met de Kernvariant. Dit systeem zou dan in een later stadium alsnog gekoppeld kunnen worden aan de dorpsbrede oplossing. Rebel Group werd gevraagd om op korte termijn de businesscase voor de Gerstehof-Lucernehof op te leveren, zodat er binnen enkele maanden een zowel technisch als financieel onderbouwde oplossing zou liggen. In de loop van 2022 werd echter ook duidelijk dat de Kernvariant veel meer hulpenergie nodig had en dus energetisch niet zo goed presteerde, als van tevoren was voorzien. Er moest nagedacht worden over oplossingen om het rendement te verbeteren en tegelijkertijd moesten er gezien de lange levertermijnen al bestellingen geplaatst worden voor een soortgelijke oplossing voor de Gerstehof-Lucernehof. Uiteindelijk is besloten om niet verder te gaan met de ontwikkelde oplossing voor Gerstehof-Lucernehof.
Dit vanwege het feit dat de financiële risico’s te groot waren en er nog onvoldoende zicht was op hoe de oplossing hetzij veel goedkoper, hetzij veel efficiënter zou worden dan hetgeen in de Kernvariant was toegepast.
In december 2022 ging HoCoSto failliet (het bedrijf heeft inmiddels een doorstart gemaakt). Voor Nagele Warmte lag vanaf dat moment de focus op het in stand houden van de warmtelevering voor de op de Kernvariant aangesloten woningen. Parallel hieraan ging Mercatus naar een alternatief kijken voor de woningen aan de GerstehofLucernehof. Aangezien ook Nagele Warmte moest kijken naar alternatieve oplossingen voor de dorpsbrede aanpak, werd besloten om alle kennis en belangen te bundelen. Betrokkenen vanuit Mercatus, de gemeente, EdeWageningen Engineering, INNAX en Nagele Warmte gingen samen andere scenario’s voor warmtelevering uitwerken. De scenario’s leidden tot nieuwe inzichten. Naast zonthermie en opslag, werden ook een warmtepomp(en) en WKO toegevoegd. Een belangrijk vraagpunt in de beoogde oplossing was wat de optimale balans was tussen de omvang van de benodigde hoeveelheid zonthermie en opslag en de inkoop van hulpelektriciteit ten behoeve van de WKO en warmtepomp(en). In Nederland wordt nog weinig op grote schaal gebruik gemaakt van zonthermie in combinatie met warmteopslag, wat maakt dat hiervoor nog weinig kengetallen in de markt beschikbaar waren die ons konden helpen om dit punt op te lossen. Er werd daarom gekeken naar informatie uit Denemarken en Duitsland, waar zonthermie al wel grootschaliger wordt toegepast.
Ook spraken we met CE Delft en met KWR, organisaties die in Nederland onderzoek hebben gedaan naar de combinatie van zonthermie en warmteopslag. Verder werd later in het proces ook informatie ingewonnen bij Innoforte, dat net een onderzoek 42
naar oplossingen met zonthermie en warmteopslag in Denemarken en Duitsland had uitgevoerd. Terwijl de technische oplossingen werden uitgewerkt, werden ook alle belanghebbenden -RvT, Regiegroep, mogelijke financiers, provincie, PAW, en anderen – meegenomen in het proces. Vanuit de provincie werd hulp aangeboden in de vorm van ondersteuning door Fakton. Zij dachten mee over, en werkten mee aan, het voorbereiden van een subsidieaanvraag in het kader van EFRO/Kansen voor West 2. Ook hielpen ze bij het uitwerken van een businesscase voor deze oplossingsrichting. Voor de verdere dorpsbrede uitrol was een wat andere projectorganisatie bedacht. Hierbij werd onderscheid gemaakt naar ontwikkelings- en realisatiefases en -teams. We keken hierbij uitdrukkelijk ook naar projectorganisaties zoals deze gebruikelijk zijn in de bouwwereld. Voor de ontwikkelingsfase werd de in Figuur 18 weergegeven projectorganisatie met de genoemde taken en verantwoordelijkheden voorgesteld. De gedachte was dat in de realisatiefase de kolom financieel ontwerp kon verdwijnen. Belangrijk is dat de interactie tussen de teams voldoende zou worden gewaarborgd via de planning, te behalen resultaten (elkaars output en input) en overleg.
Regiegroep
Wethouder gemeente, Directeur Mercatus Directeur Stichting Energiecollectief t.b.v. PAW-gelden
Stuurgroep • •
Directeuren/bestuurders van de belangrijkste stakeholders Stuurt op een correcte en verantwoorde bestdeingh van PAW-gelden
Communicatie
• •
Website Perskit
Technisch ontwerp
Alle technische partijen
Resultaten: • Warmteopwek-/opslag • Transportnet • Distributienet • Woningaansluitingen • Overdrachtsdocument • Onderhoudscontract
Projectdirecteur
Bewonersparticipatie en inventarisatie Mercatus, Nagele Warmte, Gemeente
Resultaten: • >x% deelname bewoners • Organisatie en uitvoering participatie-activiteiten • Inventarisatie benodigde aanpassingen -> input voor detailontwerp techniek • Ontzorging bewoners
Financieel ontwerp Fakton, Nagele Warmte
Resultaten: • Businesscase sluitend • Aanvullende subsidies geregeld • Fiinanciering geregeld
• • •
PMO
Projectadministratie Rapportages Facturering
Administratief en juridisch ontwerp Olenz, Nagele Warmte Resultaten: • Leveringsvergunning • Aansluit- en leveringscontracten • Klantenservice • Backoffice geregeld • Juridisch ontwerp organisatie geregeld • Onderhoudscontract
Figuur 18: Beoogde projectorganisatie dorpsbrede uitrol In juni 2023 bleek dat er nog een aantal onzekerheden waren zoals de leveringsprijs voor de warmte, het wel/niet verkrijgen van subsidies, volloop etcetera. Het beeld was ongunstig. Zelfs bij 400 aansluitingen -wat waarschijnlijk nog aan de optimistische kant is- kon de business case niet uit zonder nog heel veel extra subsidies. Bovendien bleek toen dat de planning van Mercatus voor renovatie en verduurzaming niet te verenigen was met de planning voor de dorpsbrede oplossing.Het mogelijk wegvallen van een deel van de woningen door verschil in
timing, maakte dat de businesscase voor een dorpsbreed warmtenet die al wankel was, niet haalbaar zou worden. Door de Regiegroep werd daarom besloten om geen energie meer te stoppen in het uitwerken van een oplossing voor Nagele die gebaseerd is op een dorpsbreed warmtenet. Op het moment van schrijven van dit rapport wordt dus nagedacht over oplossingen om alsnog op een duurzame, zo efficiënt en effectieve mogelijke wijze bewoners die dat willen van een warmteoplossing te voorzien.
43
4.5 Juridische en administratieve keuzes
winnende prijsvraag ontwerp, wat mogelijk was, omdat de prijsvraag een rechtsgeldige vorm van aanbesteding bleek te betreffen. De gemeente verstrekte de subsidiegelden aan Stichting Energiecollectief Nagele, die deze op haar beurt aan Nagele Warmte B.V. verstrekte. Deze constructie kan alleen gebruikt worden als de gemeente geen regierol heeft, wat in Nagele ook niet het geval is.
4.5.1 Juridische structuur Als indiener van het PAW-project had Gemeente Noordoostpolder ruim € 4,2 miljoen euro toegewezen gekregen vanuit het PAW. Als een gemeente dergelijke bedragen uitgeeft, moet er aanbesteed worden. Alle betrokkenen wilden werken met de partijen van het
benoemt
Coöperatie Energiek Nagele
Raad van toezicht
benoemt
Stichting Energiecollectief Nagele
100% aandeelhouder Nagele Warmte BV
Nagele Noordwarmte BV
Werkmaatschappij nieuwe projecten
Kernvariant
Warmtebedrijf
Figuur 19: Juridische structuur entiteiten Nagele Warmte B.V. werd in 2021 opgericht ten behoeve van de Kernvariant en is 100% eigendom van Stichting Energiecollectief Nagele. Het stichtingsbestuur bestaat op het moment van schrijven uit een bestuurder en zal bij opschaling versterkt worden met vertegenwoordigers van de coöperatie Energiek Nagele. Nagele Warmte B.V. is 100% eigenaar van de installatie en is exploitant van de Kernvariant. Nagele Warmte B.V. is ook contractpartij richting de afnemers. Het voorstel voor deze inrichting kwam van Olenz Notarissen. Hierbij waren de volgende overwegingen van belang: •
Leden van de coöperatie Energiek Nagele en andere belanghebbenden hebben via de stichting invloed op Nagele Warmte, omdat de stichting 100% eigenaar is van Nagele Warmte en de coöperatie minstens een lid aan het stichtingsbestuur levert.
•
Mochten er andere belanghebbenden in beeld komen, dan kan overwogen worden om hen een bestuursfunctie toe te kennen en dan kunnen zij via een bestuurder van de stichting invloed uitoefenen.
•
Een stichting hoeft geen vennootschapsbelasting te betalen als die geen onderneming in stand houdt. Als in de statuten van de stichting staat dat eventuele
44
opbrengsten worden aangewend voor verduurzaming van de gemeente die de PAW-subsidie verstrekt, is er dus geen vennootschapsbelasting verschuldigd. •
Doordat bewoners niet direct (via coöperatie) eigenaar zijn van Nagele Warmte, wordt voorkomen dat de bewoners na realisatie van het warmtenet de warmte B.V. kunnen verkopen en de winst over de dan aanwezige bewoners verdelen. In dat geval zou de PAWsubsidie direct ten goede komen aan de bewoners van de wijk op dat moment, in plaats van over de bewoners van de wijk over een langere looptijd.
•
Mocht het wenselijk zijn om het te realiseren warmtenet uiteindelijk onderdeel te laten zijn van een groter geheel, dan kan een B.V. verkocht worden. Dit geldt niet voor een coöperatie of stichting.
Verder werd ten behoeve van de dorpsbrede aanpak een nieuwe B.V. opgericht, namelijk Nagele Noordwarmte B.V. De achterliggende gedachte hierbij was dat het belangrijk was om risico’s en eventuele middelen tijdens de realisatie van de dorpsbrede aanpak, juridisch gezien te kunnen scheiden van die van de Kernvariant. In een later stadium, zo was de gedachte, kon er altijd nog voor gekozen worden om de B.V.s te laten samengaan.
4.5.2. Demarcatie van eigendom De vraag wat nu van wie is, was bij de Kernvariant best een puzzel. De thermische collectoren liggen op de daken van de woningen en het multifunctionele gebouw, net als een stuk van het warmtenet dat bovendien langs de kopgevel omhoogloopt. De buffer, kabels en leidingen liggen in gemeentegrond. Tegelijkertijd was het de bedoeling om het hele systeem in eigendom van Nagele Warmte B.V. te hebben. Op deze manier konden we garanderen dat het hele systeem goed onderhouden zou worden en dat we er bij storingen goed bij zouden kunnen. Ook zou er geen misverstand kunnen ontstaan over het eigendom van de geproduceerde warmte; deze is eigendom van Nagele Warmte B.V. Uiteindelijk werd de scheidslijn of demarcatie van eigendom van de systeemonderdelen van het warmtesysteem in het project Kernvariant als volgt gedefinieerd: Nagele Warmte B.V. is eigenaar van alle toestellen c.q. apparatuur voor de productie, distributie en levering van warmte voor ruimteverwarming en voor verwarming van tapwater en alle daarbij behorende hulptoestellen met uitzondering van de binneninstallatie. De binneninstallatie is eigendom van de gebouweigenaar. Gebouweigenaren verlenen een recht van opstal aan Nagele Warmte B.V. voor die onderdelen van het warmtesysteem die op/aan hun woningen zijn geplaatst.
Het recht van opstal is woninggebonden, wat wil zeggen dat het warmtenet ook bij verkoop van een woning of gebouw eigendom blijft van Nagele Warmte B.V. Deze eigendomsconstructie is geregeld via een opstalakte bij notariskantoor Olenz. Voor de dorpsbrede uitrol van het systeem met een centrale bron en warmtenet zouden er aanmerkelijk minder opstalovereenkomsten nodig zijn geweest. Daarbij was immers de gedachte dat de zonnecollectoren niet op de individuele woningen en gebouwen zouden liggen, maar dat deze op één locatie – de ijsbaan- zouden worden gelegd. 4.5.3 Overeenkomsten met afnemers Voor de overeenkomst met Mercatus over de aansluiting van de huurwoningen in de Kernvariant, werd gebruik gemaakt van het Startmotorkader dat door Aedes is ontwikkeld. Olenz Notarissen heeft daarnaast de opstalovereenkomsten met bewoners en gebouweigenaren vormgegeven, zowel de voorovereenkomsten als de definitieve versies. De voorovereenkomsten zijn tot stand gekomen na diverse iteraties, onder andere met de particuliere eigenaren van een van de woningen.