D05 01 Uitvoeringsagenda Strategische uitvoeringsagenda Flevoland 2026-2027.pdf
Tekst van het document
• In het regeerakkoord stond dat het Rijk in 2025 een besluit zou nemen over de opening van Lelystad Airport voor burgerluchtvaart. Voordat Lelystad Airport daadwerkelijk geopend kan worden, moet aan twee voorwaarden worden voldaan: (1.) Lelystad Airport moet een natuur vergunning hebben en (2.) er moet een oplossing komen voor de naderingsroute bij Lemelerveld. De huidige stand van zaken op deze twee onderwerpen is dat (1.) door Lelystad Airport afgelopen periode gewerkt is aan de natuurvergunning maar dat deze nog niet is verstrek in verband met twijfels over de additionaliteit van de genomen stikstofmaatregelen door Schiphol Group/Lelystad Airport en (2.) door Luchtverkeersleiding Nederland een advies is ingediend bij I&W met een oplossing voor het level vliegen op de naderingsroute bij Lemelerveld (UA SAF 2023) waarbij geen gebruik meer gemaakt zal worden van de vliegroute over het Lemerveld. Op basis van besluitvorming door het kabinet gaan Rijk en regio verder in overleg over het effect en de uitvoering. • Verplaatsen van bestaande of vestigen van grootschalige (nationale) voorzieningen en nieuwe Rijksinstellingen - niet zijnde een kazerne - passend bij het profiel van Flevoland.
Vanwege de inzet van Flevoland voor het oplossen van de nationale woningbouwschaarste dient tegelijkertijd de woon werkbalans verbeterd te worden, door een substantiële bijdrage te leveren aan de werkgelegenheid. (BOL/MIRT 2022). Dit wordt door BZK/VRO en regio in 2026 geconcretiseerd. • Almere wordt binnen het programma “Ruimtelijk Programmeren voor de Nederlandse kennisindustrie” van het ministerie van Economische Zaken beschouwd als een toekomstig hightech brandpunt en zal meedraaien binnen dit programma. Horizon Flevoland zal hierin een belangrijke rol spelen (BO MIRT 2024). • Uitvoering Ruimtelijk Economische Aanpak Almere/Oostflank MRA zoals afgesproken bij het BOL NW (2022), de REA bestaat uit 3 onderdelen: a. Triple helix samenwerking op innovatie ecosysteem Tech & Transitie5 t.b.v. 5 Tech & Transitie omvat Bouw, Energie, Voedsel, Mobiliteit (incl. hoogwaardige logistiek en duurzame luchtvaart) en ICT & Tech (w.o. semiconducters)
specialisatie en groei stuwende werkgelegenheid, met de Groeiagenda Nieuw Land als inhoudelijke basis en versterken van de kennisinfrastructuur als prioritaire opgave. De Regio Deal Nieuw Land is hierbij een 1e stap. b. Bedrijventerreinen: zowel revitalisatie bestaand als nieuwe bedrijventer reinen (de regio gaat de verkenning locaties voor 80ha in zuidelijk Flevoland uitvoeren). Onder andere is met de gemeente Lelystad de afspraak gemaakt over de ontwikkeling van Lelystad Airport Businesspark fase 2, een bovenregionaal bedrijventerrein, gericht op het versterken van de economische structuur en brede welvaart voor Lelystad en de regio. c. Rijksinstellingen: Oostflank van de MRA nadrukkelijk in beeld bij afweging bij (her)huisvesting van rijksinstellingen. (Zie afspraak 6 – verplaatsen rijkinstellingen).
Nieuwe afspraken:
• Provincie Flevoland ontwikkelt samen met het Rijk (EZ en Defensie), gemeenten, het waterschap, de regionale ontwikkelmaatschappij Horizon en de Economic Board Flevoland voor heel Flevoland voortbouwend op de Regio Deal Noordelijk Flevoland & Nieuw Land het economisch profiel van de regio. Op basis van dit profiel wordt in 2026 en 2027 de verdere inzet van Rijk en regio voor de ontwikkeling van de Flevolandse economie bepaald. Centraal daarin is een uitvoering van de inzet op nationale transities op het gebied van klimaat & energie, circulair bouwen, circulaire economie (grondstofposities clusters), digitalisering & sleuteltechnologieën en duurzame voedselvoorziening en de rol van de verschillende economische clusters in de regio. Hierbij is ook aandacht voor mogelijk nieuwe clusters zoals defensie hightech. De relatie met bodem, water en biodiversiteit (zie pijler 3 Robuust natuurlijk fundament) moet hierin belicht worden. • Het maken van keuzes in clusterontwikkeling volgt op de conclusies over het economisch profiel. Op basis hiervan zullen Regio en Rijk nauw samenwerken om juiste vervolgstappen te zetten om deze kansrijke clusters te ontwikkelen. Hier worden nadere afspraken met elkaar over gemaakt in 2026. Waar nodig en mogelijk wordt het ministerie van EZ betrokken.
In het Programma Ruimte voor Economie van EZ worden pilots uitgevoerd met het oog op het Samen op weg naar Flevoland in Balans. Strategische uitvoeringsagenda rijk regio Flevoland 2026-2027 | 23
toekomstbestendig maken van bedrijventerreinen (één pilot per provincie). Een aanvraag zal in het kader hiervan door de provincie Flevoland in 2026 gedaan worden. • Om het effect van de toegekende Regiodeals verder te bestendigen, wil provincie Flevoland samen met Rijk (primair SZW), gemeenten, werkgeversen werknemersorganisaties het arbeidsmobiliteitsconcept Arbeidsmarkt 2.0 ontwikkelen. Onderzocht wordt hoe dit nieuwe arbeidsmobiliteitsconceptvraag en aanbod beter te laten aansluiten met als doelstelling om een leven lang werken en ontwikkelen voor Flevolanders in de regio te ontwikkelen en het personeelstekort op de arbeidsmarkt, de arbeidsproductiviteit en de scheve arbeidspendel aan te pakken. • Participeren in EZ-meerjarenprogramma ”Bouwstenen voor bovenregionale samenwerking tussen hightech brandpunten” met het oog op het ontwikkelen van de regio Almere als toekomstig brandpunt voor de hightech sector.
AFSPRAAK 7: Versterken van de kenniseconomie Feiten en cijfers: onderwijs
In 2022 wonen er relatief veel mensen met een middelbaar onderwijsniveau (46%) in Flevoland ten opzichte van het landelijk gemiddelde (42%) en relatief weinig mensen met een hoog onderwijsniveau (27% om 32%). Het relatieve aantal mensen met een laag onderwijsniveau is ongeveer gelijk in Flevoland (27%) en Nederland (26%). In 2022 kende Flevoland 15.694 studenten (52%) in het middelbaar beroepsonderwijs, 11.231 (37%) in het hoger beroepsonderwijs en 3.325 (11%) in het wetenschappelijk onderwijs. Gemiddeld in Nederland zijn de percentages meer verdeeld over de drie onderwijsrichtingen (37% middelbaar beroepsonderwijs, 37% hoger beroepsonderwijs en 26% wetenschappelijk onderwijs).
Om de regionale economie verder te versterken en naast bevolkingsvolgende werkgelegenheid nog meer stuwende werkgelegenheid te kunnen ontwikkelen, zetten Rijk en regio in op het versterken van (technisch) onderwijs op MBO, HBO en universitair niveau in de regio.
(Aangepaste) lopende afspraken:
• Rijk en regio werken samen in het NOVEX-gebied MRA aan een ruimtelijk-economische aanpak voor de oostflank van de MRA. Hiervoor wordt onder andere ingezet op het versterken van het kennisprofiel van Almere en Lelystad en het vergroten van de werkgelegenheid in de regio. De gemeenten Almere en Lelystad en regio hebben de Groeiagenda Nieuw Land ontwikkeld, waarin voor het MRA-gebied van Flevoland een duidelijk profiel op Tech & Transitie is uitgewerkt. Voor de Regiodeal Nieuw Land is afgesproken dat gemeente Almere samen met alle betrokken partijen de uitvoering en werking van de Regio Deal Nieuw Land evalueert binnen twee maanden na afronding van deze Regio Deal. Gemeente Almere maakt een eindevaluatie op en legt deze uiterlijk in september 2029 voor aan het Rijk-Regio-overleg. Rijk en regio werken in de Regio Deal Nieuw Land samen tot en met 2028 om: • Een sterke impuls te geven aan het technische onderwijs op MBO, HBO en universitair niveau in de regio Almere-Lelystad zodat er meer goed geschoold talent beschikbaar komt voor Tech & Transitie bedrijven in de regio. • Innovatiehubs te creëren voor: – Elektrificatie, met name gericht op technologische ontwikkelingen om de energietransitie te versnellen. – De volgende generatie chiptechnologie, met name gericht op technologische ontwikkelingen die bijdragen aan de energietransitie.
(zie verderop voor het beoogde kennisinstituut IAMM in Almere). – Bouw en innovatie, met name gericht energiebesparing, hernieuwbare energie en CO2-reductie, klimaatadaptatie, en versnelling en verduurzaming van de woningbouw.
Samen op weg naar Flevoland in Balans. Strategische uitvoeringsagenda rijk regio Flevoland 2026-2027 | 24
Nieuwe afspraken:
• Rijk en regio werken gezamenlijk aan het nader verkennen van de totstandkoming van een hightech kennisinstituut in Almere (werktitel IAMM – Institute for Advanced Materials & Metrology). Met dit instituut wordt invulling gegeven aan de beoogde innovatiehub op het gebied van hightech chips die in Almere binnen de Regio Deal Nieuw Land wordt ontwikkeld. In het kader van deze nadere verkenning wordt een businessplan door TNO opgesteld, in samenwerking met een aantal partijen zoals gemeente Almere, provincie Flevoland, EZ, UT, TU/e en een aantal bedrijven (onder meer ASM). Afhankelijk van de uitkomsten van dit plan worden vervolgstappen bepaald. Rijk (IenW) en regio werken samen aan het creëren van een Nationaal Brandpunt voor Smart Mobility. Dit brandpunt is van nationaal belang en bouwt voort op het MITC en de samenwerking met NLR, TU Delft, TU Eindhoven, RDW, Schiphol Group (Lelystad Airport) en HBO en MBO-instellingen. De focus komt te liggen op drones, verduurzaming wegverkeer (verduurzaming/ elektrificatie /waterstof bij logistiek transport en personenauto’s), toepassing van digitalisering (o.a. AI-toepassingen in alle vormen van mobiliteit) en verduurzaming luchtvaart (elektrificatie en waterstof). Het MITC wordt hiermee een hightech innovatiecluster op het gebied van Smart Mobility. De verbinding met mogelijkheden voor toepassingen (o.a.
drones en Ai) voor landbouwtechniek, maritieme mobiliteit (samenwerking met Campus Urk) worden hierbij gelegd.
• OCW en Regio starten een verkenning over beleid groeiregio’s samen met MBO raad en vereniging Hogescholen. Voor krimpregio’s neemt OCW een speciale rol in. Flevoland is een jonge en diverse groeiregio. Het huidige OCW-beleid is niet ingericht op groei en nieuwe arbeidsmarktontwikkelingen. De opbouw van kennisinfrastructuur in groeiregio’s blijft (voor)investeringen vragen. Hiervoor is een beleidswijziging nodig. Om zo in de regio de ontwikkeling van hoger onderwijs te stimuleren. • Regio Deals, een instrument van VRO (en voorheen van BZK), en eenmalige investeringen zijn incidenteel van aard, terwijl de benodigde investeringen en inzet voor de kennis economische structuur van structurele aard is. De regio investeert in goede aansluiting van beroepsonderwijs op de economische clusters via de Regionale InvesteringsFonds (Publiek Private Samenwerking) en het provinciale human capital programma. Rijk en regio verkennen – na afloop van de evaluatie van de huidige regiodeals - op welke wijze de noodzakelijke structurele inzet en investeringen die ook ná een Regio Deals nodig zijn tot stand komen ten behoeve van een goede organisatie, inzet en investeringen in de regio op dit gebied. Waar wenselijk en mogelijk worden onderwijsbudgetten met een structureel karakter opgenomen in de begroting van OCW.
Samen op weg naar Flevoland in Balans. Strategische uitvoeringsagenda rijk regio Flevoland 2026-2027 | 25
AFSPRAAK 8: Krachtige en innovatieve voedselsector stimuleren
Feiten en cijfers: Landbouwgrond
In 2023 beslaat het areaal landbouwgrond in Flevoland ruim 88.872 ha (63% landoppervlak Flevoland). Van het areaal landbouwgrond is 69% akkerbouw. Landelijk is dit 30% waaruit blijkt dat Flevoland m.n. een sterke akkerbouwprovincie is. Ten opzichte van 2000 is het totale areaal cultuurgrond met 3,2% afgenomen, landelijk bedroeg deze afname 8,7%. Het areaal akkerbouw is afgenomen (-12,1% in Flevoland), terwijl het areaal tuinbouw (zowel in open grond als onder glas) tussen 2000 en 2023 is toegenomen. Het Rijksvastgoedbedrijf is eigenaar-verpachter van ongeveer 22% van de grondoppervlakte van Flevoland (31.000 hectare).
Flevoland is aangelegd op de voormalige bodem van de Zuiderzee. Flevoland heeft de meest vruchtbare landbouwgrond van Europa maar kampt ook met bodemdaling en verzilting (zie pijler 3). Flevoland kent meer akkerbouw dan veeteelt vergeleken met de rest van Nederland en heeft veel jonge agrariërs die ontvankelijk zijn voor het toepassen van nieuwe ontwikkelingen. Er heerst een innovatief ondernemersklimaat dat open staat voor pilots en experimenteren. Flevoland wil hiermee graag een koploperspositie in Nederland innemen. Het is zowel vanuit een nationaal als internationaal perspectief van belang dat de landbouwsector in Flevoland ook in de toekomst veerkrachtig en vitaal blijft. Regio en Rijk steunen het versterken van de innovatie van de krachtige landbouw in Flevoland om de landbouw op termijn toekomstbestendig, duurzamer en economisch vitaal te laten blijven. De relatie met kennisontwikkeling is daarbij van belang. Het versterken van het voedselcluster met de Flevocampus/Aeres & Boerderij van de Toekomst draagt mede bij aan de koploperspositie van Flevoland. De regio zet waar mogelijk ook in op het verkorten van ketens en versterken van clusters. De inzet op productie en verwerking in de agro- en vissector is van (inter)nationaal belang en versterkt ook de economische ontwikkeling in de regio.
Samen op weg naar Flevoland in Balans. Strategische uitvoeringsagenda rijk regio Flevoland 2026-2027 | 26
Figuur 9: Flevoland ook groot in biologische landbouw
(Aangepaste) lopende afspraken:
• De regio zet samen met het ministerie van LVVN in op de mogelijkheden voor een Collectief Teeltplan Flevoland. Het gaat om een teeltplan voor 6000 ha waarmee een forse reductie van broeikasgas, pesticiden, kunstmest en nutriënten mogelijk is. Het maatregelpakket dat hiervoor is ingediend is door het Rijk gehonoreerd en wordt komende periode uitgevoerd, in samenwerking met agrariërs en ketenpartners. • Voor de realisatie van fieldlabs werken de provincie Flevoland, het waterschap, gemeenten en het ministerie van LVVN samen. De fieldlabs: “kennis vouchers Boerderij van de Toekomst” en “nieuwe verdienmodellen” zijn koplopermaatregelpakketten voor de transitie in het landelijk gebied waarvan de uitvoering in de opstartfase zit. Subsidie is toegekend door LVVN.
• Boerderij van de toekomst is belangrijk voor het versterken van de koploperpositie van Flevoland én Nederland. Rijk en regio overleggen met elkaar op welke wijze de continuïteit van Boerderij van de toekomst kan worden gewaarborgd. • LVVN en regio verkennen de mogelijkheden voor het opzetten van een project ‘Van Land Tot Pand’. In dit project worden agrarisch ondernemers ondersteund om (1) in korte ketens het telen van vezels tot stand te brengen, (2) de lokale productie van bouwmaterialen te stimuleren en (3) deze in de bouw van woningen in Flevoland deze toe te passen in de realisatie van biobased nieuwbouw, passend bij de Flevolandse situatie (zie ook pijler 1, afspraak 3 Toekomstbestendig bouwen). Hierbij onderzoeken we de mogelijkheden in Flevoland in relatie tot die gebieden waar de hoogwaardige akkerbouw onder druk staat door bijvoorbeeld bodemdaling. Samen op weg naar Flevoland in Balans. Strategische uitvoeringsagenda rijk regio Flevoland 2026-2027 | 27
Nieuwe afspraken:
• LVVN (Kennis & Innovatie) en regio spreken af hun krachten te blijven bundelen om kennisontwikkeling en kennisverspreiding in de landbouw te ondersteunen en te borgen, en deze sterke relatie voort te zetten. Het doel hiervan is inzichten en innovaties voor het duurzame voedselsysteem van de toekomst te ontwikkelen en vanuit Flevoland (inter)nationaal te verspreiden. • Provincie Flevoland en LVVN en regionale partners werken aan een toekomstbestendig teeltsysteem voor agrariërs (Teeltplan van de Toekomst), met doelsturing als uitgangspunt. Landelijk wordt ingezet op doelsturing. In een 3-jarige gebiedspilot wordt de KPI-systematiek voor Kringlooplandbouw Flevoland getest en verder ontwikkeld. Dit traject richt zich op het bepalen van passende normen en streefwaarden voor de regio, en het ontwikkelen van een beloningssysteem op basis van behaalde KPI’s. Verschillende ketenpartijen zijn hierbij betrokken, en uiteindelijk zal de keten de beloning voor de behaalde resultaten verzorgen. De pilot wordt uitgevoerd en draagt bij aan het verbeteren van klimaat, waterkwaliteit en biodiversiteit, en bevordert samenwerking tussen agrariërs binnen en tussen sectoren (akkerbouwers en vee telers samen). Voor de Flevolandse situatie wordt onderzocht of meerdere bedrijven in één gebied samen kunnen werken aan een collectief teeltplan. Hiervoor zijn middelen toegekend om dit uit te voeren.
• De Staat zal als bezitter van grote delen grond in Flevoland actieve betrokkenheid tonen bij ruimtelijke ontwikkelingen gericht op vernieuwing van landbouw, verduurzamen en onderzoeken om het landgebruik toekomstbestendig te laten aansluiten bij de mogelijkheden die bodem, water en biodiversiteit bieden, rekening houdend met de specifieke situatie in Flevolandland. VRO, LVVN, RUO’s (Rijksuitvoeringsorganisaties, waaronder het RVB) en de regio verkennen in een gezamenlijk werkgroep de flexibiliteit van de grondportefeuille (zoals benoemd bij pijler 1 grootschalig woning bouwen. • In PAVEx 2022-2025 is geëxperimenteerd met samenwerken onder één mestnummer, waarbij deelnemende bedrijven op basis van een onderzoeksontheffing de verantwoordelijkheid aan zijn gegaan van een gezamenlijke mestboekhouding, maar overige aspecten van de bedrijfsvoering gescheiden blijven. Deze aanpak, waarbij op basis van een onderzoeksontheffing door twee
bedrijven gezamenlijk een mestboekhouding gevoerd wordt, blijkt voor nu niet mogelijk te zijn. Tegelijkertijd blijft het van belang voor Flevoland om de benutting van meststoffen te verbeteren, hierbij dierlijke mest vooral aan te wenden in gewassen met een hoge benutting, verliezen van nitraat te beperken en in algemene zin de doelen voor het landelijk gebied te halen. Rijk en regio verkennen daarom hoe een vervolgtraject op een andere wijze kan worden vormgegeven. Hierin worden de noodzakelijke voorwaarden en stappen benoemd en wordt duidelijk op welke wijze Rijk en regio dit mogelijk kunnen maken. Daarnaast is de inzet dat het vervolgtraject aansluit bij het bij de eisen in de Meststoffenwet. • Op Urk is veel bedrijvigheid, vooral in de visserij, scheepsbouw, visverwerking en maritieme dienstverlening. Gemeente, provincie, Firda en bedrijven willen deze sectoren versterken door samenwerking en een maritieme campus, genaamd het Urk Business & Innovation Eduction Campus (UBIEC). Het doel daarvan is samenwerking te bevorderen tussen bedrijven, onderwijs- en kennisinstellingen en regionale overheidspartners. Dit stimuleert economie, innovatie en kennisdeling. De provincie Flevoland ondersteunt dit via beleidsplannen, met als doel Urks concurrentiepositie in de blauwe economie te versterken.
AFSPRAAK 9: Werken aan het energiesysteem van de toekomst Feiten en cijfers: Energie
Energie Aandeel hernieuwbare energie (2023): 62% (Nederland: 14%) Opwerk hernieuwbare energie (2023): 6,04 TWh (Bron: feitelijkflevoland.nl)
Flevoland produceert door decennialange goede samenwerking tussen agrarische ondernemers(collectieven), regionale en rijksoverheid de meeste Samen op weg naar Flevoland in Balans. Strategische uitvoeringsagenda rijk regio Flevoland 2026-2027 | 28
duurzame energie van heel Nederland op land. De regio wil samen met het Rijk werken aan het versterken van het lokaal benutten van energie om daarmee ook de belasting van het nationale net te beperken. Flevoland wil de innovatieve werkwijze op het gebied van (duurzame) energie met het Rijk voortzetten. Stimuleren van innovatie, benutten en geven van experimenteerruimte en vanuit een langtermijnperspectief onnodig beperkende regels verminderen zijn daarbij het uitgangspunt. Voldoende capaciteit van de energie-infrastructuur is een randvoorwaarde voor de gezonde groei van het snelgroeiend aantal inwoners en de daarbij horende extra (stuwende) werkgelegenheid en economie om aan een evenwichtige samenleving te bouwen. Op de korte termijn is er tot 2033-2035 geen zicht op het verkrijgen van nieuwe of uitbreiding op bestaande grootverbruik voor bedrijven of maatschappelijke functies. Ook aansluitingen voor kleinverbruik kunnen in gevaar komen waardoor de woningbouwproductie geremd kan worden. Betrokken partijen (Rijk, provincie, gemeenten en netbeheerders) zijn volop in gesprek om te werken aan maatregelen om een stop op kleinverbruikers te voorkomen.
Vanuit de regio zijn er twee actieplannen om congestie op kleinverbruik te voorkomen en er wordt gewerkt aan perspectief voor grootgebruikers, waarin wordt bekeken hoe je slim om kunt gaan met energielandschappen, lokale opslag en andere energiebronnen om problemen te minimaliseren en te anticiperen op de toekomst. In het Energieperspectief Flevoland 2050 staan de leidende principes voor het energiesysteem in Flevoland. Er wordt ingezet op een robuust, toegankelijk energiesysteem, wat gebruik maakt van duurzame energie. Er wordt gestuurd op het flexibel en slim organiseren van zowel aanbod als vraag naar energie. Flevoland zet slim in op energiebesparing. Energie wordt aan de voorkant van de ruimtelijke inrichting van Flevoland meegewogen. Flevoland als pionier in energie: we geven ruimte aan experimenten en vernieuwing. Flevoland geeft ruimte aan decentrale oplossingen wat aansluit op het Nederlandse energiesysteem.
Flevoland is koploper in de energietransitie en wekt de meeste hernieuwbare energie op van Nederland. Dit succes zorgt ervoor dat de regio ook als eerste de uitdagingen van netcongestie en decentrale opwek ervaart. Daarom wil Flevoland fungeren als proeftuin voor Nederland: een Living Lab voor innovatieve, decentrale en slimme energieoplossingen. Flevoland heeft robuuste middenspanningsnetten, een hoge mate van duurzame opwek en daarbij staat zij voor de urgente ruimtelijk-economische opgaven zoals woningbouw en hightechontwikkeling. Daarnaast levert Flevoland een sterke bijdrage in het faciliteren van regelbare opwek (het op afroep leveren van extra elektriciteit), waar het gehele Flevoland Gelderland Utrecht gebied (FGU) van profiteert. Met de grote hoeveelheid energie die er in Flevoland opgewekt wordt en door het aanpassen en herinrichten van bestaande energie-infrastructuur, kunnen slimme nieuwe energiesystemen worden opgezet. Voorbeelden zijn energiehubs, smart grids en een directe inkoppeling van wind & zon en andere innovatieve oplossingen voor het energiesysteem van de toekomst. Hiermee kan Flevoland niet alleen zichzelf ontwikkelen, maar ook de rest van Nederland faciliteren. Zo geeft Flevoland richting aan hoe een toekomstig energiesysteem er in Nederland uit kan zien.
Met deze inzet kan Flevoland laten zien hoe decentrale en slimme oplossingen bijdragen aan het behalen van nationale doelen zoals woningbouw, zero-emissie mobiliteit en strategische autonomie. De regio heeft door haar grote productie van duurzame energie (zon en wind) en de toenemende netcongestie een unieke positie om een groene waterstof keten te ontwikkelen. Waterstof biedt een oplossing om overtollige stroom op te slaan en later te gebruiken. De provincie faciliteert deze transitie actief via FLHY (Flevolandse Hydrogen Valley), door samenwerking tussen partijen te stimule ren en initiatieven te ondersteunen. Flevoland heeft een aanvraag ingediend bij Europa om de status van Hydrogen Valley te verkrijgen voor FLHY.
Samen op weg naar Flevoland in Balans. Strategische uitvoeringsagenda rijk regio Flevoland 2026-2027 | 29
(Aangepaste) lopende afspraken:
• KGG en regio zijn, samen met TenneT, voornemens om de 380 kV-infrastructuur uit te breiden met een extra verbinding tussen Diemen en Ens (inclusief nieuwe hoogspanningsstations in Almere en Lelystad) en een nieuwe verbinding tussen Ens en Vierverlaten. Het Rijk (KGG) is bevoegd gezag voor deze twee projectprocedures. Bij de keuze van het tracé gaan Rijk en regio in gesprek over het behoud van landschappelijke waarde en toekomstige stedelijke ontwikkeling, zorgvuldig omgaan met Unesco Werelderfgoed Schokland, ruimte voor de Lelylijn en zo min mogelijk doorkruisen van waterkeringen. Keuze voor het tracé voor Vierverlaten – Ens wordt in het voorjaar van 2026 verwacht, voor Diemen – Ens rond de zomer van 2026. • Net als in grote delen van Nederland is er in Flevoland sprake van een netcapaciteitsprobleem. Netbeheerders zetten, samen met het Rijk en andere overheden en partijen, alles op alles om de gevolgen van netcongestie op de korte en lange termijn zoveel mogelijk te beperken. Een belangrijk onderdeel van deze aanpak is het vervangen van de transformatoren in de onderstations van het Flevolands energienet. De afgekondigde maatregelen netcongestie Flevopolder, Gelderland en Utrecht hebben onder andere als doel om een stop op het aansluiten van kleinverbruikers te voorkomen, vanwege het belang voor de groei van de economie en de verduurzamings- en woningbouwopgave.
Vanuit het Rijk wordt hier regie op gevoerd door het mogelijk maken van de maatregelen uit het Landelijk Actieprogramma Netcongestie. Het Rijk kijkt waar actief barrières, ook voor de uitwerking van energy hubs, kunnen worden weggenomen om zo snel mogelijk tot uitvoering van de maatregelen te komen. Flevoland en het Rijk gaan in gesprek over de volgende stappen die nodig zijn bij de uitwerking van de netbewuste woningbouw naar het voorbeeld van Balanswijk in Almere (BO Leefomgeving november 2024).
Nieuwe Afspraken:
• Regio en KGG zetten in op het verkennen van mogelijkheden om te experimenteren met congestiestrategie (energie, drink- en proceswater voor de industrie en afvalwater) en realisatie van collectieve wijkvoorzieningen (vanuit realisatie woondeals). Bij netcongestie kan op een andere manier worden
samengewerkt in de vorm van proeftuinen.. Om een toekomstig energiesysteem te realiseren maken Flevoland en het rijk samen plannen om het volgende mogelijk te maken: – Investeringssteun voor innovatieve regionale projecten – Experimenteerruimte binnen wet- en regelgeving – Structurele samenwerking met medeoverheden, netbeheerders en Defensie • Net als in grote delen van Nederland is er in Flevoland sprake van een netcapaciteitsprobleem. Netbeheerders zetten, samen met het Rijk en andere De regio gaat in beeld brengen hoe de waterstofketen er in Flevoland uitziet, om bedrijven te kunnen voorzien van Waterstof in hun bedrijfsprocessen. Op basis hiervan gaat de regio met KGG en de netbeheerder (Gasunie) in gesprek of die waterstofvraag een regionale ontsluiting van de landelijke H2 backbone rechtvaardigt. • De Maxima-centrale is gereed voor waterstof en belangrijk voor het energiesysteem in Nederland. Een inventarisatie met de Gasunie loopt momenteel. De regio gaat op basis hiervan met KGG en de netbeheerder (Gasunie) in gesprek om de Maxima centrale te ontsluiten via de backbone, wat er voor zou zorgen dat de grootste CO2 uitstoter van Flevoland teruggedrongen wordt.
AFSPRAAK 10: Defensie Defensie is in Nederland op zoek naar ruimte. De voorkeursalternatieven van deze ruimtebehoefte zijn opgenomen in het Ontwerp Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (NPRD) dat op 23 mei 2025 is vastgesteld in de minsterraad. De volgende behoeften in Flevoland zijn onderzocht en in het NPRD opgenomen: • Laagvlieggebied voor helikopters (Dronten/Noordoostpolder) • Routes voor drones • Ruimte voor jachtvliegtuigen in Lelystad Airport • Centrale kazerne voor ondersteunende diensten en een oefenterrein in Zeewolde (Spiekweg). In het kader van het NPRD worden afspraken gemaakt. Samen op weg naar Flevoland in Balans. Strategische uitvoeringsagenda rijk regio Flevoland 2026-2027 | 30
(Aangepaste) lopende afspraken:
• Flevoland is bereid haar verantwoordelijkheid te nemen in een bijdrage aan de nationale veiligheidsopgave én tegelijkertijd te bouwen aan een innovatieve, veerkrachtige regio voor inwoners, ondernemers en natuur. Daarvoor moeten de randvoorwaarden op orde zijn, denk aan netcongestie, water en bereikbaarheid. Daarnaast moet er gekeken worden naar koppelkansen voor andere maatschappelijke opgaven, zoals leefbaarheid, recreatie, werkgelegenheid, huisvesting en voorzieningen (voor personeel), onderwijs/opleiding en (verdere) innovatie en technologieontwikkeling. Al deze opgaven moeten in samenhang bekeken worden. De regio wil een volwaardige partner zijn in de uitwerking van de defensie opgave, bij het vormgeven van vervolgonderzoeken en bij de bijbehorende gebiedsprocessen. Daarvoor zijn in de zienswijzen verschillende gespreks onderwerpen benoemd. Op basis van besluitvorming door het kabinet gaan Rijk en regio verder in overleg over het effect en de uitvoering.
AFSPRAAK 11: Recreatie en Toerisme doorontwikkelen Feiten en cijfers: Recreatie en toerisme
De toerisme en recreatiesector in Flevoland groeit snel. Flevoland heeft in 2023 831.000 recreatieve bezoekers (die ten minste één nacht overnachten) ontvangen. In 2035 zal dit verder stijgen met 15% naar 956.000 (NBTC Forecast 2035). Het aantal gasten en het aantal banen is tussen 2014 en 2023 met ca. 30% gegroeid.
De regio staat voor een grote woningbouwopgave. De komende jaren wordt fors gebouwd, waardoor de vraag naar een aantrekkelijke en toegankelijke recreatieve omgeving alleen maar toeneemt. Voor het woongeluk van nieuwe en bestaande inwoners is het essentieel dat wonen, werken en recreëren in
samenhang worden ontwikkeld. Ook groeit het toerisme landelijk en regionaal, met kansen voor economie, gezondheid en brede welvaart. Hoewel Flevoland veel groen kent zal bij een bevolkingstoename met +50% de druk op groengebieden toenemen en de recreatieve kwaliteit daarmee drastisch afnemen. De hoeveelheid groen per m2 daalt in Flevoland met ruim −130 m2 p.p. (Bureau voor Ruimte & Vrije Tijd, 2023) het hardst van heel Nederland. De grootste stijging van bezoekers wordt verwacht in de provincie Flevoland (28%) en daarmee tot een sterke toename van de bezoekersbelasting. Met het Rijk wil de regio vanwege deze specifieke regionale ontwikkeling in gesprek over gezamenlijke inzet bij het goed inpassen van groene en recreatieve ontwikkelingen in de regio. Het is van belang dat Rijksinvesteringen in wonen en werken ook leiden tot investeringen in maatschappelijke en recreatieve voorzieningen en infrastructuur. Flevolandse gemeenteraden hebben uitgesproken zich te willen inzetten op de ontwikkeling van recreatie en toerisme in de regio. Zo beoogd de gemeente Noordoostpolder zich verder te ontwikkelen in de oostrand van de Noordoostpolder. Het betreft een natuurlijke overgang en meer wisselwerking tussen recreatie & toerisme in verzadigde gebieden zoals het Friese Merengebied en Nationaal Park Weerribben-Wieden.
Daarnaast zijn er mogelijkheden om het Schokkerstrand tot vertrekpunt voor allerlei vormen van recreatie te benutten of nieuwe recreatiemogelijkheden te ontwikkelen bij recreatiegebied Wellerwaard en de kuststrook. De gemeente Zeewolde stelt een kustvisie op voor de zuidelijke randmeren. De gemeente Lelystad werkt aan een nieuwe toegangspoort voor het Nationaal Park Nieuwland, Poort Lelystad en versterkt de vrijetijdseconomie met haar uitvoeringsprogramma Vrijetijdseconomie. Ook de gemeente Almere werkt aan het entreegebied naar het Nationaal Park Nieuw Land door versterking van de ontvangstgebieden naar de Oostvaardersplassen en de Lepelaarplassen. Daarnaast zet Almere in op de versterking van gebieden en thema’s die zijn benoemd in Het Perspectief Bestemming Flevoland 2030. Samen op weg naar Flevoland in Balans. Strategische uitvoeringsagenda rijk regio Flevoland 2026-2027 | 31
De recreatie en toerisme sector biedt goede kansen in Flevoland voor meer werkgelegenheid. Dit is in verband met de sterke groei van het aantal inwoners en beperken uitgaande pendel van belang. Recreatie & Toerisme biedt veel voordelen op de lange termijn vanuit sociaal maatschappelijk oogpunt en ook uit oogpunt van gezondheid (groen nodigt uit tot BOSS (bewegen, ontmoeten, sporten en spelen). Inwoners hebben ook profijt van toeristische ontwikkelingen. Tegelijkertijd legt recreatie en toerisme ook druk op de ruimte en dient inpassing van activiteiten in recreatiegebieden, bosgebieden en (beschermde) natuurgebieden zorgvuldig te gebeuren. De druk op uitloopgebieden in Flevoland zal door de sterke bevolkingstoename nog sterker dan elders in Nederland toenemen (meer inwoners, meer vrijetijdsbesteding). Door de historische ontwikkeling is in Flevoland de overgang tussen stad/dorp en landelijk gebied bij een aantal kernen relatief hard. Je komt meteen in een grootschalig agrarisch gebied en niet bijvoorbeeld in een historisch coulissen landschap dat geleidelijk is ontstaan. Het is gewenst om dit waar mogelijk met meer geleidelijke overgangen in te richten. Door groenblauwe dooradering zou een betere overgang gemaakt kunnen worden, zoals bijvoorbeeld bij het Voorsterbos en bij het Kuinderbos.
Het Nationaal Park Nieuw land is een goed voorbeeld van hoe groen beleefbaar gemaakt kan worden in en om de stad. Door overgangsgebieden in te richten voor recreatie kan de toenemende recreatiedruk op natuurgebieden worden verminderd.
Nieuwe afspraken:
• Om Flevolandse onderwerpen te kunnen agenderen en signaleren tussen de regio en het ministerie van Economische Zaken, wordt de regio ambassadeur Noordwest EZ een keer per jaar uitgenodigd voor het Bestuurlijk Overleg Recreatie & Toerisme Flevoland, waar de Flevolandse gemeenten, de provincie en andere belanghebbenden in samenwerken. • Het groot onderhoud en de vervanging recreatieve voorzieningen (o.a. fiets- en wandelpaden) op de voor recreatie geschikte terreinen moet de komende jaren gefinancierd worden. Doordat alle recreatieve gebieden ongeveer even oud zijn komt dit onderhoud als een boeggolf in Flevoland. Rijk, provincie, gemeenten, waterschap, en de Terrein Beherende Organisaties (TBO’s), Rijkswaterstaat en Staatsbosbeheer onderzoeken of voor recreatie geschikte terreinen optimaal kunnen worden vormgegeven door bij ruimtelijke vraagstukken, zoals mobiliteit, woningbouw, natuur- en landschapsontwikkeling recreatief medegebruik onderdeel van de integrale ruimtelijke planning te maken. Dit biedt kansen voor meervoudig ruimtegebruik, waarbij recreatie en toerisme optimaal worden geïntegreerd met andere functies. Hierbij wordt werk met werk gemaakt door werkzaamheden van verschillende partijen op elkaar aan te laten sluiten of te combineren. Voor deze opgave is geen of beperkt financiering beschikbaar met als risico het afsluiten van fietspaden.
Hiermee neemt de recreatieruimte verder af en worden groengebieden ontoegankelijk.
Samen op weg naar Flevoland in Balans. Strategische uitvoeringsagenda rijk regio Flevoland 2026-2027 | 32
ONTWIKKELPIJLER 3
Robuust natuurlijk fundament Rijk en regio werken de komende jaren samen aan het verbeteren van de klimaatrobuustheid, de bodemkwaliteit, waterkwaliteit, waterveiligheid en biodiversiteit in Flevoland. Deze elementen zijn het fundament van de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving en moeten toekomstbestendig blijven of gemaakt worden zodat Flevoland een mooie, veilige en prettige omgeving blijft om te leven. Dat vraagt om duurzaam gebruik en inrichting van stad, land en water.
Feiten en cijfers: groen-blauwe dooradering
Opgave Flevoland Natuur Netwerk Nederland: 105 hectare NNN (inrichting). Het betreft het realiseren van een compensatieopgave. Groen-blauwe dooradering: Noordoostpolder 6,3%, Oostelijk Flevoland 4,9%, Zuidelijk Flevoland 4,9%. Figuur 10: Schetsmatig toekomstbeeld van Flevolands Robuust Natuurlijk Fundament
Flevoland heeft een unieke ontstaansgeschiedenis. Het is aangelegd op de bodem van de zee. Kenmerkend voor de polders is de goede grond (zeeklei), het robuust watersysteem, en de specifieke verkaveling, waarbij de functies grotendeels gescheiden zijn. Dit alles om de polders optimaal in te kunnen zetten voor voedselzekerheid, woningbouw en natuurontwikkeling.
Echter, dit natuurlijk fundament staat onder druk door onder meer klimaatverandering en bodemdaling. Hevige neerslag of juist droge perioden nemen toe en treffen ook Flevoland. Bodemdaling is door de aanwezige veenlagen grillig en trekt een wissel op de functies. De biodiversiteit neemt af. Een Robuust Natuurlijk Fundament is de basisvoorwaarde voor een goed leefklimaat voor mens, dier en plant. Samen op weg naar Flevoland in Balans. Strategische uitvoeringsagenda rijk regio Flevoland 2026-2027 | 33
A FSPRAAK 12: Ruimtelijke keuzes op basis van water, bodem en biodiversiteit In Flevoland zijn nog steeds grootschalige ontwikkelingen aan de orde, zoals woningbouw, bedrijvigheid en ontwikkelingen in de landbouw en natuur (zie pijler 1 en 2). Soms zijn locaties daarbij al decennialang in beeld, andere ontwikkelingen en locaties zijn nieuw. De keuzes voor zowel locatie als inrichting van woonwijken, bedrijventerreinen, landbouw en natuur dienen vanuit een lange termijn (bodem, water, ecologie, etc.) beschouwd te worden. Om deze complexe keuzes te onderbouwen, willen Rijk en regio werken aan regio specifieke hulpmiddelen, om zo deze complexe keuzes met oog voor het natuurlijk fundament goed te onderbouwen en het gesprek hierover te versterken. Een goede afweging dient te gebeuren, vanuit de specifieke situatie in Flevoland. Juist de jonge ontstaansgeschiedenis van Flevoland, ontworpen op een tekentafel, geeft specifieke uitdagingen voor dit gebied. Deze moeten worden betrokken bij het bepalen welke functie en bijbehorende inrichting vanuit het water- en bodemsysteem en vanuit biodiversiteit geredeneerd toekomstbestendig is. Dit is nodig voor zowel stedelijke ontwikkeling als voor ontwikkelingen in het landelijk gebied. In stedelijke ontwikkeling is van belang dat locatiekeuze en inrichting nu en in de toekomst leefbaar en betaalbaar blijven.
Denk hierbij aan het voorkomen van wateroverlast, hittestress, overstromingen of droogte. Maar ook aan beschikbaarheid van schoon (zwem)water en drinkwater. Zie hiervoor onder meer de afspraak in pijler 1 ‘Toekomstbestendige woningbouw’. Voor het landelijk gebied is behoud van een krachtige akkerbouw en tuinbouw van belang, een functie die bij uitstek afhankelijk is van de condities van het natuurlijk fundament, en onder druk staat door onder meer bodemdaling, verzilting, droogte en wateroverlast. Figuur 11: Natuurgebieden in Flevoland. Samen op weg naar Flevoland in Balans. Strategische uitvoeringsagenda rijk regio Flevoland 2026-2027 | 34
(Aangepaste) lopende afspraken:
Figuur 12: Kaartbeeld bodemdaling Flevoland
• In 2025 is verkend hoe het normenkader natuurlijk fundament kan worden vormgegeven. In 2026 geven we invulling aan de geformuleerde vervolgstappen, die op basis van deze verkenning zijn opgesteld. De provincie Flevoland en het waterschap nemen hierin het voortouw, in samenwerking met de gemeenten, ministeries van IenW, LVVN, VRO en EZ. Een eerste versie – een basis – wordt in 2026 opgeleverd en vanaf dat moment gehanteerd. Dit normenkader is aanvullend op het afwegingsmechanisme (zie hieronder) voor de ruimtelijke keuzes op basis van bodem, water en biodiversiteit en bevat ten minste invulling voor de thema’s klimaatadaptiviteit, waterkwaliteit, bodemgebruik, natuurinclusiviteit, biodiversiteit, energiegebruik, circulariteit en watersysteem. Er wordt onder meer geput uit lopende trajecten, zoals die voor klimaatbestendige nieuwbouw uit de MRA, het traject Regionale Adapatiestrategie, de landelijke maatlat voor een groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving en het Convenant Toekomstbestendig Bouwen. In de jaren daarop werken Rijk en regio periodiek samen aan het normenkader met aandacht voor een verdere aanscherping van de huidige normering, gezien de verschillende ontwikkelingen, zoals klimaatontwikkeling.
Vanwege het integrale karakter met onder meer toekomstbestendige woningbouw, en ontwikkelingen landelijk gebied wordt hier gezamenlijk in opgetrokken met de gemeenten en provincie. • In 2026 en verder, werken Rijk en regio aan het Flevolands afwegingsmechanisme voor ruimtelijke keuzes op basis van bodem, water en biodiversiteit, zoals in de afgelopen periode door provincie Flevoland en Waterschap Zuiderzeeland is ontwikkeld. Het beoogde doel van het afwegingsmechanisme is het structureren en ontsluiten van informatie voor medeoverheden en derden. Het afwegingsmechanisme is zowel voor ruimtelijke keuzes als voor gebiedsinrichting geschikt voor de specifieke situatie van Flevoland. Het is voorwaarde scheppend instrument voor de andere pijlers. Hierbij blijft het uitganspunt dat het afwegingsmechanisme aantoont wat er juist wel mogelijk is. Hierdoor ontstaat een gezamenlijke werkwijze om bij ruimtelijke ontwikkelingen op het juiste moment de goede afwegingen te kunnen maken, gebaseerd op feitelijke kennis. Samen op weg naar Flevoland in Balans. Strategische uitvoeringsagenda rijk regio Flevoland 2026-2027 | 35
Hieraan is voorafgegaan dat het afwegingsmechanisme in 2025 met gemeenten en Rijk is afgestemd. Afwegingskader landbouwgrond, welke in de Voorontwerp Nota Ruimte is gepubliceerd, is hierbij betrokken. De werkwijze is hierbij getest met behulp van praktijksituaties (vanuit de functies: woningbouw, industrie, landbouw en natuurontwikkeling). Op basis van de verkenning in 2025 wordt biodiversiteit toegevoegd aan het afwegingmechanisme, naast bodem en water. De verkenning heeft plaats gevonden aan de hand van de volgende 3 fasen: (1). Casestudie om aan de hand van een casus inzichtelijk te maken hoe biodiversiteit een medebepalende rol kan spelen in zowel locatiekeuze als inrichting; (2). Inventarisatie relevante beleid en regelgeving op het gebied van biodiversiteit; (3). Brede ‘botsproef’ op het gebied van bodem, water en biodiversiteit. Op basis hier van wordt door LVVN, provincie Flevoland, Waterschap Zuiderzeeland en gemeenten gekeken hoe biodiversiteit een effectieve aanvulling kan zijn binnen het afwegingsmechanisme.
AFSPRAAK 13: Aanpassen ruimtegebruik in lijn met water, bodem en biodiversiteit Feiten en cijfers: groen blauwe dooradering
Groen-blauwe dooradering: Noordoostpolder 6,27%, Oostelijk Flevoland 4,91%, Zuidelijk Flevoland 4,88%. Opgave Flevoland Natuur Netwerk Nederland: 105 hectare NNN (inrichting). Het betreft het realiseren van een compensatieopgave.
De veranderende omstandigheden vanuit klimaat, biodiversiteit en bodem daling vragen om een adaptieve manier van omgaan met de ruimte in Flevoland. Voor sommige gebieden betekent dit een verandering in landgebruik of
misschien zelfs (uiteindelijk) in functie. Het vraagt ook om goed beheer van de gronden, om de goede uitgangssituatie zo veel mogelijk te behouden of te versterken. Denk hierbij aan het behoud van bodemkwaliteit en bodemleven.
(Aangepaste) lopende afspraken:
• Provincie Flevoland, Waterschap Zuiderzeeland, gemeenten, LVVN, en VRO brengen in kaart in welke gebieden een samenhangende sturing nodig is vanuit water, bodem en biodiversiteit. Denk hierbij bijvoorbeeld aan gebieden met sterke bodemdaling, verzilting of achteruitgang van natuur. Het (prototype van het) afwegingsmechanisme wordt hiervoor ingezet, bijvoorbeeld voor het casusgebied Ossenkampweg of de Zuidlob in Zeewolde. Op basis van deze verkenning worden vervolgestappen in samenhang geformuleerd en aangeboden aan het BO Rijk regio. • Hierbij is in ieder geval ingezet op zachte overgangsgebieden. Rijk, provincie Flevoland en betrokken regionale overheden verkennen waar en hoe zachte overgangsgebieden ingericht kunnen worden in Flevoland en hoe de groenblauwe dooradering van de regio gerealiseerd kan worden. De provincie en het waterschap bouwen voort op eerste verkenningen van mogelijkheden in het kader van het Provinciale Programma Landelijk Gebied. Daarna wordt samen met het ministerie van LVVN gekeken naar het realiseren ervan. Hierbij worden de implicaties van de Natuurherstelverordening meegenomen. • De provincie Flevoland, de gemeente Noordoostpolder, de gemeente Zeewolde, waterschap Zuiderzeeland, LTO Noord en het Rijksvastgoedbedrijf werken aan het gebiedsproces bodemdaling Flevoland.
Doelstelling is het verder ontwikkelen van haalbare en kansrijke strategieën voor het grondgebruik in gebieden met bodemdaling. Het gaat om gebieden die door voortgaande bodemdaling nu en in de toekomst vernatten, waardoor voortzetting van het huidige agrarische grondgebruik onder gelijkblijvende condities aldaar niet meer mogelijk is. Het gebiedsproces richt zich primair op het verkrijgen van kennis en strategieën hoe om te gaan met de optredende vernatting. Het gebiedsproces wordt in de komende drie jaar voortgezet, waarbij de nadruk zal liggen op diverse praktijkproeven en toekomstscenario’s van de bodemdalingsgebieden in Flevoland. Samen op weg naar Flevoland in Balans. Strategische uitvoeringsagenda rijk regio Flevoland 2026-2027 | 36
Nieuwe afspraken:
• LVVN en provincie Flevoland verkennen in 2026 de implicaties en kansen van de Natuurherstelverordening specifiek voor Flevoland en vertalen deze naar de opgaven in het gebied. • VRO, LVVN, Rijksuitvoeringsorganisaties (waaronder het RVB en SBB) en de regio verkennen in een gezamenlijk werkgroep de flexibiliteit van de grondportefeuille (zoals benoemd bij pijler 1 grootschalig woning bouwen, waarbij dit ook de breedte van pijler 3 beslaat).
AFSPRAAK 14: Creëren van robuuste ecosystemen en natuurinclusiviteit Naast het voorkomen van verslechtering is de inzet op het versterken van robuuste ecosystemen en het realiseren van natuurinclusiviteit. Vanuit de Europese VHR-richtlijn en de Europese Natuurherstelverordening heeft ook Flevoland opgaven in zowel stedelijk als landelijk gebied. Hierbij wordt ingezet op natuurinclusiviteit en robuuste ecosystemen. De Natuurherstelverordening is sinds 18 augustus 2024 van kracht en wordt uitgewerkt in het nationaal natuurherstelplan, welke voor 1 september 2026 ingediend wordt bij de Europese Commissie. Deze wet heeft tot doel om het verlies aan biodiversiteit te stoppen en de biodiversiteit te herstellen en zal naar verwachting ook effect hebben op keuzes in Flevoland. Groenblauwe dooradering en het inzetten van zachte overgangsgebieden is nationaal en regionaal vanuit het belang van biodiversiteit en landschap een belangrijk thema. Dooraderingsgebieden zijn een verzameling van ‘groene’ en ‘blauwe’ landschapselementen in het agrarisch cultuurlandschap zoals houtwallen, losse bomen, singels, heggen, kruidachtige vegetatie en bosjes. Overgangsgebieden zijn gebieden die een zachte overgang vormen tussen woon-, werk- of landbouwfuncties en de natuur. Of gebieden die een zachte overgang vormen tussen water en land. In dergelijke overgangszones is meer ruimte voor water
en natuur in de vorm van recreatie en extensieve, natuur-inclusieve landbouw. Het streven is om in 2050 10% van het landelijk gebied groenblauw te dooraderen. Dit is exclusief het Natuur Netwerk Nederland (NNN). Voor 2030 is de inzet om de helft van de opgave te realiseren. Bij in- en uitbreiding van stedelijk gebied is een groenblauwe dooradering van het te verstedelijken gebied ook een belangrijk thema. Bijvoorbeeld bij het nieuw te ontwikkelen stadsdeel Lelystad Zuiderhage (ca. 14.000 woningen): hier wordt woningbouw gecombineerd met een hoge natuurambitie die Lelystad samen met Rijksvastgoedbedrijf en Staatsbosbeheer uitwerkt. Hiermee kan ook stevig bijgedragen worden aan de Flevolandse bossenstrategie. Flevoland bouwt daarmee voort op haar moderne stedenbouw waarin al veel groen in de steden en dorpen is ontwikkeld (‘groene tuinsteden’). In veel nieuw te ontwikkelen gebieden is al in de vorige eeuw een groen casco gerealiseerd. Daarbij is echter niet met de nu voorziene hogere aantallen inwoners gerekend. Door de inbreiding en woningbouwopgave staat deze groenstructuur onder druk.
(Aangepaste) lopende afspraken:
• Rijk en regio hebben in 2020 een gezamenlijke bossenstrategie vastgesteld met de ambitie het Nederlandse bos met al zijn functies goed door te geven aan toekomstige generaties. De provincie Flevoland heeft voor de provinciale uitwerking van deze strategie het doel gesteld 1700 hectare extra bos aan te leggen tot 2050. De ambitie is om 1200 hectare daarvan al in de periode tot 2030 aan te leggen. Hierbij wordt aanleg van landschapselementen meegeteld, conform bestaande kaders. Onderdelen van de bossenstrategie zijn o.a. de combinatie van bos met woningbouw en grootschalige ruimtelijke ontwikkelingen, agroforestry en het actief inzetten op de revitalisatie van het huidige areaal bos. Eerste stappen worden gezet in het project Droge dooradering. Structurele financiering is onderwerp van gesprek tussen rijk en regio. • Rijk en regio werken in de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW) aan het verbeteren van de ecologische waterkwaliteit en het versterken van de Samen op weg naar Flevoland in Balans. Strategische uitvoeringsagenda rijk regio Flevoland 2026-2027 | 37
natuur, waarbij de PAGW een directe uitwerking van de TBES opgave, zoals opgenomen in RRAAM, is. Het PAGW project Oostvaardersoevers verbindt het Markermeer, de Oostvaardersplassen en de Lepelaarplassen tot een toekomstbestendig zoetwaterecosysteem. Waarbij de tweede doelstelling is om met innovatieve waterbouw een aantrekkelijker, meer beleefbaar en veilig merengebied te realiseren. Er wordt eveneens ingezet op het traject rondom de Ketelmeerdelta. In het kader van het landelijke hoogwaterbeschermingsprogramma (HWPB) krijgt de dijkversterking IJsselmeerdijk een vooroever met een significante impuls op de ecologie. • Rijk en regio werken rondom de Marker Wadden samen aan onderzoek en monitoring van de effecten op het ecosysteem alsmede het beheer. Als opvolging van het project Marker Wadden (1e fase) is het project Doorontwikkeling Marker Wadden ingediend6. Dit project is opgenomen in categorie C PAGW 3e Tranche; “Nu niet honoreren, mogelijk in een volgende tranche”. Inmiddels wordt het vervolg van PAGW bepaald, waarbij er wordt nagedacht over een invulling met systeemmaatregelen. Gezien de eerdere besluitvorming en de doelstellingen van de verschillende systeemmaatregelen is Marker Wad den fase 2 passend binnen het PAGW-streefbeeld 2050. Daarbij heeft een private initiatiefnemer plannen ingediend voor een aan vulling op fase 1; Marker Wadden Plus.
Dit initiatief is niet gelijk aan Marker Wadden fase 2. De formele ruimtelijke procedure voor Marker Wadden Plus zal begin 2026 starten met de terinzagelegging van het ontwerp-omgevingsplan.
Nieuwe afspraken:
Agrarisch Natuurbeheer is voor Flevoland dé manier om doelstellingen herstel biodiversiteit en de VHR-instandhoudingsdoelen in het agrarische gebied van Flevoland te bereiken. In Flevoland is de inzet op akkervogels gericht om bij te dragen aan het versterken van de biodiversiteit in het landelijk gebied. In de landelijke verdelingsdiscussies over bestaande middelen en uitbreiding middelen agrarisch natuurbeheer is de inzet nog steeds voornamelijk gericht op weidevogels, melkveehouderij en veeteelt. Vanwege de efficiënte uitgifte van gronden, is in de Flevolandse situatie inzet op agrarisch natuurbeheer vaak de enige mogelijkheid om deze doelstellingen in het agrarisch gebied te bereiken. In tegenstelling tot het eerdere transitiefonds, zijn de middelen uit de ANB en ANLb juist inzetbaar op beheer. • Bij de aanpak van het landelijk gebied dient rekening gehouden te worden met bovenstaande Flevolandse situatie In 2025 is gestart met inzetten van de beschikbaar gestelde middelen uit de regeling Provinciale Maatregelen Landelijk gebied (RPML), deelmaatregel agrarisch natuurbeheer. Daarnaast lopen twee koploperprojecten voor de realisatie van de 10% Groen- blauwe dooradering. Dit wordt in 2026 voortgezet. Rijk en regio blijven met elkaar in gesprek over de inzet voor het vervolg.
6 D.w.z. het Noordelijk Deel van het vervolg op Marker Wadden incl. het zogenaamde Schiereiland. Samen op weg naar Flevoland in Balans. Strategische uitvoeringsagenda rijk regio Flevoland 2026-2027 | 38
AFSPRAAK 15: Omgaan met (drink)waterschaarste De beschikbaarheid van drinkwater en oppervlaktewater staat steeds meer onder druk door klimaatverandering en stijgende vraag naar water. Flevoland groeit. Om bij te dragen aan de nationale woningbouwopgave is voorgenomen ca. 100.000 woningen in Flevoland te bouwen tot 2050. Ook de bedrijvigheid in Flevoland neemt toe. Daarnaast draagt Flevoland in hoge mate bij aan voedselzekerheid door het grote landbouwareaal en heeft het een sterk ontwikkelde voedselverwerkende industrie. Dit is mede te danken aan de goede uitgangssituatie van het water- en bodemsysteem in Flevoland. Kortom, dit vraagstuk gaat over thema’s als ruimte, woningbouw, vestigingsklimaat, volksgezondheid en toekomstbestendigheid in relatie tot klimaatverandering, waarbij waterschaarste direct raakt aan de vitaliteit van Flevoland, nu en in de toekomst. De tijd dat er praktisch altijd voldoende water beschikbaar was, is in Flevoland voorbij. De situatie is per deelgebied en type bron (IJsselmeer, diep grondwater) verschillend. Daarom wordt hier onderscheid gemaakt in de situatie van drinkwater en oppervlaktewater. Beide thema’s zijn echter sterk met elkaar verbonden. Bovendien hangen keuzes samen met bovenregionale processen, zoals de Nota Ruimte, de Deltaprogramma’s en de herziening waterverdeling regio IJsselmeergebied en programma drinkwaterbesparing.
Uitdagingen drinkwater
Huishoudelijk gebruik: • Door de forse woningbouwopgave in Flevoland en het nog steeds toenemende drinkwatergebruik per huishouden, neemt de vraag naar drinkwater voor huishoudelijk gebruik toe. • Er is nu nog geen sprake van drinkwatertekort voor huisaansluitingen. Dit staat in Noordelijk Flevoland wel onder druk. • De in Flevoland gelegen winningen, nu enkel in Zuidelijk en Oostelijk Flevoland, leveren drinkwater aan Flevoland, Gelderland en Utrecht. Er is nog maar
beperkte vergunningsruimte in deze winningen. Naast inzet op waterbesparing in de gebouwde omgeving is het daarom ook noodzakelijk om de productiecapaciteit van drinkwater te vergroten voor 2035. • Dit leidt ook tot ruimtelijke druk: Het uitbreiden van de productiecapaciteit vereist fysieke ruimte, waarbij de ruimtelijke inpasbaarheid een steeds belangrijkere en beperkende factor wordt. Industrieel gebruik: • In Noordelijk Flevoland worden geen vergunningen voor bedrijfsaansluitingen meer afgegeven door een tekort aan drinkwater in het voorzieningengebied Overijssel-Noord, waar Flevoland afhankelijk van is. Vitens levert drinkwater en heeft geen vergunningscapaciteit meer om te leveren aan bedrijven in Noordelijk Flevoland. • Het tekort aan beschikbaarheid van drinkwater leidt tot behoefte aan andere bronnen. Voor de visverwerkende industrie moet dit water van drinkwaterkwaliteit zijn. Andere bronnen aanwenden klinkt logisch, maar de praktijk is weerbarstig. Dit komt door de hoge eisen die gesteld worden door NVWA en ILT (voedselveiligheid, certificering, etc.), zodat er in Nederland vrijwel altijd met drinkwater wordt gewerkt door de voedselverwerkende industrie. • Dit heeft directe gevolgen voor de economische ontwikkelingen in Noordelijk Flevoland, met name voor de visverwerkende industrie op Urk.
Er zijn inmiddels bedrijven die hun uitbreidingsbehoefte niet meer op Urk realiseren, maar elders in Europa. Dit terwijl deze bedrijven het liefst op Urk zouden willen uitbreiden. Deze industrie is namelijk afhankelijk van drinkwaterkwaliteit voor haar productieproces. • Dit betekent onzekerheid en een ernstige belemmering in de bedrijfsvoering voor deze bedrijven. Als gevolg hiervan staat bijvoorbeeld de ontwikkeling van het nieuwe bedrijventerrein “Port of Urk” zo goed als stil. Een complicerende factor hierbij is dat er, vanwege de vroegere Zuiderzee, nog altijd in grote delen van het gebied een hoog zoutgehalte in de ondergrond aanwezig is. Hierdoor zijn ook grote delen van het grondwater brak en ongeschikt. Alleen het zeer diepe grondwater is in sommige delen van goede drinkwaterkwaliteit. Samen op weg naar Flevoland in Balans. Strategische uitvoeringsagenda rijk regio Flevoland 2026-2027 | 39
Beperkte beschikbaarheid van drinkwater speelt zich niet alleen af in een regionaal Flevolands speelveld. Het haakt in op bovenregionale vraagstukken en ontwikkelingen. In deze bredere context heeft Flevoland zijn positie en opgaven. Het vraagt nu keuzes en onderzoek om in de toekomst lock-ins te voorkomen. Waterbesparing is hierbij, naast uitbreiding van de productiecapaciteit, een belangrijke ambitie. Rijk, provincies, drinkwaterbedrijven en andere stakeholders werken in een tweesporenbeleid aan het uitbreiden van de productiecapaciteit én aan het besparen van het gebruik van drinkwater. Specifiek in Flevoland lopen initiatieven voor besparing of uitbreiding: er wordt inzet gepleegd op initiatieven als (1) Platform Waterlab, waarin via innovaties en pilots wordt gewerkt aan het (drink)watersysteem van de toekomst: slim, lokaal en flexibel, en passend water voor passend gebruik, (2) het gebiedsproces toekomstbestendig (drink)watersysteem Noordelijk Flevoland, waarin een toekomstbestendige watervoorziening van drinkwaterkwaliteit voor de voedselverwerkende industrie wordt onderzocht, (3) inzet op waterbesparing in de woningbouw, zoals in Almere Pampus, (4) nieuwe verkenning drinkwaterlocatie Zuidelijk Flevoland (5 mm3/ jaar) en verkenning oppervlaktewaterwinning Ketelmeer en Waag en (5) Strategische verkenning naar de drinkwatervoorziening op de lange termijn (2040 en verder)
voor zowel Noordelijk Flevoland (reeds gestart) en Zuidelijk Flevoland (moet nog starten).
Uitdagingen oppervlaktewater:
• Flevoland bevindt zich in een bevoorrechte positie, omringd door water. Er is op jaarbasis genoeg oppervlaktewater, maar niet altijd en overal of van de juiste kwaliteit. • In het oppervlaktewatersysteem in de Flevolandse polders neemt de kans op watertekort, waarbij de verdringingsreeks in werking treedt, toe – en die kans lijkt groter dan tot nu toe is aangenomen. De verwachting dat er rond 2050 gemiddeld eens in de 20 jaar een tekort aan oppervlaktewater is, lijkt inmiddels te rooskleurig. Nieuwe prognoses gaan uit van een watertekort in het
IJsselmeer die eens in de vijf jaar voorkomt. Dit terwijl de vraag naar water voor hoogwaardige landbouw en voor natuur toeneemt. Dit komt onder meer vanwege hogere verdamping en voor verlagen van het zoutgehalte afkomstig uit de ondergrond, dit laatste als gevolg van de vroegere Zuiderzee. Voor oppervlaktewaterbeschikbaarheid wordt ingezet op water besparen, vasthouden, anders verdelen en aanpassen van het gebruik. De problematiek als geheel vraagt om een integrale, hybride aanpak: vasthouden van water binnen het beheergebied, besparen van water, gebruik van grondwater, benutten van water uit het IJsselmeergebied én inzet van bronnen als regenwater en effluent om tot een nieuw evenwicht te komen.
(Aangepaste) lopende afspraken:
Rijk en regio werken in het Platform IJsselmeergebied en het Deltaprogramma Zoetwater gezamenlijk aan een goede balans tussen een robuust watersysteem en de verschillende gebruiksfuncties van het IJsselmeergebied en de zoetwatervoorziening. Flevoland is, net als de rest van Noordelijk Nederland, afhankelijk van water uit het IJsselmeer. Voor de zoetwatervoorraad is borging van de wateraanvoer vanuit de IJssel en Amsterdam-Rijnkanaal noodzakelijk. Daarnaast speelt de buffercapaciteit van het IJsselmeergebied een rol.
Nieuwe afspraken:
Afspraken drinkwater: • Rijk en regio verkennen in 2026 of, en zo ja welke, aanvullende stappen nodig zijn om de complexe vraagstukken rondom het Flevolandse drinkwater verder te brengen. Hierbij worden lopende trajecten, zoals platform Waterlab, gebiedsproces Noordelijk Flevoland en Almere Pampus, en het bovenregionale vraagstuk in hun onderlinge samenhang betrokken. Naast het uitbreiden van de productiecapaciteit is drinkwaterbesparing een essentieel onderdeel om de toenemende drinkwatervraag terug te dringen en Samen op weg naar Flevoland in Balans. Strategische uitvoeringsagenda rijk regio Flevoland 2026-2027 | 40
zo de toenemende knelpunten/onbalans in vraag- en aanbod te voorkomen of uit te stellen. Hierbij wordt onder meer betrokken: – Inzet op Toekomstbestendig bouwen door onder meer te kijken naar mogelijkheden als normstelling, besparingsmaatregelen, opvangen en gebruik van regenwater en scheiding hoog/laagwaardig gebruik; – Ruimte voor nieuwe oplossingen, zoals onderzoek naar circulariteit en bronnendiversificatie door gebruik van oppervlaktewater, regenwater of effluent. En daaraan gekoppeld het opheffen van belemmerende (vaak juridische) aspecten in hergebruik van proces of afvalwater, daar waar nodig en mogelijk. Daarbij kijken we naar het systeem (inclusief de consequenties van ingrijpen) als geheel. – Hierbij onderzoeken Rijk en regio wat de beste aanpak – en rolverdeling – is om waterbesparing in de gebouwde omgeving en bij grootverbruikers zoals de visverwerkende industrie te realiseren.