D04 01 Bijlage bij Nota - Gebiedsvisie Waterloopbos eo.pdf
Tekst van het document
Gebiedsvisie
Waterloopbos en omgeving Fase 1 & 2
C
C N O
T P E
colofon concept 20 september 2022
Opdrachtgever
Gemeente Noordoostpolder Contactpersoon Jos Dijcker (projectleider)
Opdrachtnemer
Vista Landschapsarchitecten BV Nieuwendammerkade 28C-10 1022 AB Amsterdam Bij het proces betrokken partijen Provincie Flevoland Waterschap Zuiderzeeland Natuurmonumenten Zweefvliegclub Noordoostpolder Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum (NLR) Agrico Recreatiepark Netl Recreatiepark De Voorst Particuliere grondeigenaren Omwonenden
Gebiedsvisie
Waterloopbos en omgeving Fase 1 & 2
Kopergroen licht
0
Index SAMENVATTING 1. INLEIDING
13
Waarom een Gebiedsvisie? Waterloopbos en omgeving Proces en participatie
13 15 15
Dyntes Tech Park Zonneweiden Zonering Bereikbaarheid en entrees
77 78 78 78
FASE 2
FASE 1
6. OPBOUW VISIE
85
2. GEBIEDSBESCHRIJVING
21
Ontstaan van het landschap Herkenbaarheid occupatiegeschiedenis Noordoostpolder Bosgebied van 1000ha Landbouwgebied Waterloopbos
21
Oogst gebiedsproces Ordeningsprincipes Opbouw visie
85 87 87
23 23 23 23
7. ZONERING OP HOOFDLIJNEN
89
8. NETWERKEN
95
3. BELEIDSKADERS
41
Wegverbindingen en entrees Fiets- en wandelnetwerk
95 103
Water(verbindingen)
115
Bestemmingsplan Waterloopbos e.o. (2002) Bestemmingsplan landelijk gebied (2004)
47 48
9. INRICHTINGSOPGAVEN
117
Waterloopbos Entree bezoekerscentrum Romp Waterloopbos Oeverzone en inlaatwerken Vollenhoverkanaal Terrein Oosterscheldehal Dyntes Tech park en Lab32 MITC
117 119 121 125 135 141 145
Referenties Bijlage Resultaten SWOT analyse
155 156
4. RUIMTELIJKE KWALITEITEN
59
Gebieden en sferen Entree's, knooppunten en landmarks De lange lijnen - wegen De lange lijnen - waterwegen Randen Zichtlijnen
61 63 65 67 69 71
5. RUIMTELIJKE BOUWSTENEN
75
Waterloopbos Recreatie, bossen en natuur MITC
76 76 77
SAMENVATTING
INLEIDING
WAAROM EEN GEBIEDSVISIE? Er spelen allerlei private initiatieven en voornemens in het het gebied 'Waterloopbos en omgeving', uiteenlopend van grote ingrijpende ontwikkelingsplannen, als kleinere uitbreidin gen en herbestemmingen. Tegelijkertijd zijn er verschillende beleidsvoornemens bij provincie en gemeente die mede betrekking hebben op dit plangebied. Al de verschillende plannen, ambities en kansen en bedreigingen moeten in samenhang worden bekeken en tegen elkaar worden afgewogen om uiteindelijk beslissingen te kunnen nemen. Voorkomen moet worden dat de diverse ruimtelijke ontwikkelingen onderling of met andere belangen in het gebied conflic teren. Tegelijkertijd moeten zo veel mogelijk kansen die alle beweging in het gebied met zich meebrengt, worden benut. Een gebiedsvisie is een duidelijke ontwikkelingsrichting voor een langere periode (5 -10 jaar). Door die visie op te stellen met alle belanghebbenden wordt de mogelijkheid van draagvlak, samenhang en samenwerking zo groot mogelijk. De gebiedsvisie Waterloopbos is ook de basis voor de omgevingsvisie voor dit gebied. Met name voor de gebiedsgerichte keuzes die worden gemaakt ten aanzien van landschap, recreatie, natuur en water. De volgende ontwikkelingen zijn hierin belangrijk: • De (landschappelijke) versterking van het Waterloopbos als Rijksmonument.
Zo komt er een nieuw bezoekerscentrum met hore ca, een OERRR-speelplaats, er worden modelplaatsen gerestaureerd. Men verwacht meer dan een verdubbeling van het aantal bezoekers tot jaarlijks 200.000. • De ontwikkeling van het Multimodaal Infrastructuur Testcentrum (MITC). Dit is een samenwerking en bundeling van krachten tussen overheid, het bedrijfsle ven en onderwijs- en kennisinstellingen. Het geheel zal bestaan uit een campus en
•
•
testbanen ingebed in het groen. Doel is de ontwikkeling van een innovatief cluster dat de volledige keten van testen, certifice ren, beproeven en valideren aanbiedt op het gebied van mobiliteit en infrastructuur. Verder zijn er plannen voor de ontwikke ling van een zonneweide, het Dyntes Tech Park (voormalig kantoor Waterloopkundig Laboratorium) krijgt een functie als hotel. Het versterken van het recreatief netwerk van wandel- en fietspaden en met name ook de verbindingen over en langs het water.
Om deze ontwikkelingen in goede banen te leiden heeft de gemeente Noordoostpolder een integrale gebiedsvisie opgsteld. Dit is een overkoepelend beeld dat samenhang cre eert in de verschillende ontwikkelingen. De gebiedsvisie is een kader is voor huidige en toekomstige ontwikkelingen. WATERLOOPBOS EN OMGEVING Het projectgebied ligt tussen de kernen Marknesse, Vollenhove en Kraggenburg. Het is grotendeels gelegen op een uitloper van de stuwwal, waarop Vollenhove en 'Kaap De Voorst’ gelegen zijn.. De bodem bestaat uit zand en keileem en werd destijds minder geschikt geacht voor landbouw. Om die reden werd dit gebied na het gereedkomen van de polder met bomen beplant. De volledig op de tekentafel ontworpen Noordoostpolder is uniek in de wereld. In het agrarische landschap vormen de polderbossen een bijzonder accent. Deze omgeving bleek een grote aantrekkingskracht te hebben als vestigingsplaats voor onderzoek en innovatie. In 1951 werd hier het laboratorium “De Voorst’ opgericht als nevenvestiging van het Waterloopkundig Laboratorium te Delft. Het is nu bekend onder de naam Waterloopbos. Het Waterloopbos is sinds 2016 een Rijksmonument. Niet veel later kwam daar ook een vestiging van het Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum
(NLR) en de DNW (Duits Nederlandse Windtunnel). Met de komst van de RDW, de politie en de plannen voor het MITC wordt techfunctie enorm uitgebreid. In het projectgebied liggen meerdere bos sen (Wendelbos, Voorsterbos, Waterloopbos, Kadoelerbos). Het Waterloopbos is een Rijksmonument. Karakteristiek voor het Waterloopbos is de stevige bosstructuur die zorgt voor samenhang in het gebied, met hoge natuur- en recreatieve waarden. In het bos lig gen boskamers (open ruimten omsloten door bos) die ruimte bieden aan diverse hoogwaardige functies. Het bos zorgt voor contrast met het omringende agrarische landschap. Op basis van deze gebiedskwaliteiten schet sen we opgaven en denkrichtingen voor de Gebiedsvisie. OOGST GEBIEDSPROCES In 2020 en 2021 zijn verschillende ronden bijeenkomsten georganiseerd waarin afwisselend met omwonenden en overheden/bedrijven is gesproken over het gebied. Als methode zijn hiervoor SWOT- analyses gebruikt. Dit betekent zoveel als het benoemen van zwakke en sterke punten van het gebied in de huidige situatie, alsmede het benoemen van kansen en bedreigingen van ruimtelijke ontwikkelingen in de toekomst. Ook zijn er, waar nodig, bilaterale gesprekken gevoerd over specifieke onderwerpen. De uitkomsten van dit proces heb ben in belangrijke mate bijgedragen aan de Gebiedsvisie. Deze uitkomsten vormen de ruim telijke bouwstenen voor de visie.
In het rapport Gebiedsvisie Waterloopbos Fase 1 zijn deze vastgelegd. Dit rapport is gedeeld en vastge steld door de gemeenteraad. De belangrijkste punten die het gebiedsproces naar voren zijn gekomen zijn: • Eenieder is zich bewust van de bijzonde re historie (Rijksmonument Waterloopbos) en groene kwaliteiten van het gebied. Daarom geven we in de Gebiedsvisie duidelijk aan wat deze kwaliteiten zijn en
•
•
•
•
•
welke ontwikkelingen wel en niet gewenst zijn. Nieuwe ontwikkelingen dienen het karakter en het profiel van het gebied verder te versterken. De ontwikkeling van het MITC wordt gezien als een versterking en verbre ding van de economie en werkgelegen heid in de Noordoostpolder. Een robuuste landschappelijke inpassing wordt wel als noodzakelijk gezien. De voorgenomen verplaatsing van de hoofdentree naar de Repelweg ontlast de Voorsterweg. De omwonenden maken zich zorgen over het toenemend aantal bezoekers van het Waterloopbos. Dit betekent dat de toe stroom van verkeer (en mogelijk parkeren) in goede banen moet worden geleid (via Repelweg) en dat de verkeerssituatie op de Voorsterweg wat betreft drukte en verkeersveiligheid moet worden verbeterd. Het merendeel van de betrokken partijen wenst een betere spreiding van recrean ten over het gebied. Er ligt een prach tig netwerk voor wandelaars en fietsers, maar de Zwolse Vaart en Leemvaart vormen nu niet over te steken barrières. Er ligt een nieuwe trekpont iets ten noordwes ten van de t - splitsing van Zwolse Vaart en Leemvaart. Deze zorgt al voor een betere verknoping van het netwerk. Gasten van Camping De Voorst en NETL kunnen dan ook het Waterloopbos en omgeving bereiken. Meer trekpontjes zouden het netwerk nog sterker kunnen maken. De oevers van het Vollenhoverkanaal worden als zeer aantrekkelijk gezien.
Ze bie den een panoramisch zicht op het ‘oude land’ en het weidse water. Hier liggen ook het inlaatpunt van het Waterloopbos, het Rijksmonument Gemaal de Smeenge en de Voorstersluis. De omwonenden zou den graag dat deze kwaliteiten beter benut kunnen worden. Het gebied is slecht toegankelijk. De plannen voor een hotel in het voormalige kantoor van het Waterloopkundig Laboratorium, thans Dyntes Tech Park,
•
•
worden als een positieve ontwikkeling gezien. Het hotel kan zowel een plek bie den aan toeristen als zakelijke bezoekers van het MITC. Hoewel passend in het huidige beleid van de gemeente, is in de SWOT- analyses naar voren gekomen dat de plannen voor een grote zonneweide op het voormalige terrein van de Oosterscheldehal voor de toekomstige ontwikkeling van het gebied, door het merendeel van de betrokkenen als niet passend worden gezien. Marknesse zou op korte termijn beter recreatief verbonden kunnen worden met het bosgebied.
ORDENINGSPRINCIPES De Gebiedsvisie is erop gericht de kwaliteiten van het gebied te duiden en optimaal door te ontwikkelen. Daarvoor zijn volgende orde ningsprincipes opgesteld: • Het bosrijke karakter, met z’n verschillen de boskamers, willen we zoveel mogelijk handhaven en verder versterken. • Het bijzondere watersysteem, met stro mend water, is een ‘unique selling point’. Dit willen we maar mogelijk op een duurzame manier inzetten. • Het onderliggende polderlandschap is uniek in de wereld. Dit willen we zo goed mogelijk zichtbaar houden en gebruiken. • Functioneel zijn er twee dominante ruimte lijke functies: dit zijn enerzijds bos, natuur en recreatie en anderzijds hoogwaardige onderzoeks- en ontwikkeldoeleinden. Deze functies willen we in onderlinge samenhang en qua zonering versterken. Nieuwe functies en ontwikkelingsmoge lijkheden in het huidige bestemmingsplan, die dit profiel niet verder versterken, zijn niet gewenst. Een belangrijke uitkomst van de visie is dat de Voorsterweg de scheiding wordt tussen “techbedrijven” in het bosgebied aan de noordzijde en natuur en recreatie als dominante functies in het bosgebied aan de zuidzijde.
•
De kwaliteiten van het gebied kunnen nog beter herkenbaar en vindbaar worden gemaakt. Duidelijke en fraai vormgegeven entrees aan de Repelweg voor zowel het Waterloopbos als het MITC spelen daarin een belangrijke rol. Dit is ook de basis voor goede en herkenbare verbindingen voor auto’s (parkeerplaatsen), maar ook wandelaars en fietsers.
De gebiedsvisie is verder uitgewerkt op drie niveaus: 1.
2.
3.
De zonering geeft aan wat een passende invulling is van deze zone op basis van de ordeningsprincipes in deze Gebiedsvisie. Netwerken geeft aan welke verbindingen voor auto, fiets- en wandelaars belangrijk zijn in het gebied en laat zien welke verbeteringen en aanvullingen gewenst zijn. Inrichtingsopgaven geven voor een bepaald aantal zones verdere uitwerking aan de visie, met concrete maar vanzelfsprekend nu nog indicatieve ontwerpvoorstellen.
ZONERING OP HOOFDLIJNEN Het Waterloopbos en Omgeving bestaat uit verschillende deelgebieden met elk een eigen karakter. Meer dan 1000 ha bos vormt de rug gengraat van het gebied. 1. Het Rijksmonument Waterloopbos heeft daarin een bijzondere positie met het stromende water en de waterloop kundige modellen. De bijzondere cul tuurhistorie trekt in toenemende mate bezoekers naar het gebied. Een nieuw bezoekerscentrum en een natuurspeel plaats OERRR spelen daarop in. Sturend in dit gebied is de Ontwikkelagenda Waardevol Waterloopbos 2016 -2026 van Natuurmonumenten. 2. De locatie van de voormalige Oosterscheldehal is historisch verbonden met de geschiedenis van de Nederlandse waterbouw. Het terrein is in private
3.
4.
INLEIDING
5.
6.
7.
8.
handen. In principe is op deze locatie een zonneweide tijdelijk mogelijk (Zon in de Polder, Gemeente Noorsoostpolder, 2019). Wenselijk is een meer natuurlijke en recreatieve invulling van deze locatie. Dyntus Techpark/LAB 32. Deze loca tie krijgt een horeca bestemming. Het Dyntes gebouw wordt verbouwd tot hotel. Hiermee kan de bestemming hoogwaardige onderzoeks- en ontwikkeldoeleinden’ komen te vervallen. Dit geldt ook voor de kavel aan de westzijde van dit gebied. Landbouwproefvelden. Dit terrein is in gebruik door en in eigendom van Agrico. Voor dit terrein is het voortzetten van een natuurlijke invulling en/of agrarisch gebruik (ook) passend. Het gebied dat ligt ten noordoosten van het bosgebied is het ontwikkelingsge bied voor het MITC. Het Multimodaal Infrastructuur Testcentrum heeft een duidelijk functieprofiel. De toekomstige uitbreiding van het gebied wordt land schappelijk robuust begrensd en ingepast. Oever Vollenhoverkanaal. Dit deel van het Waterloopbos is afgesneden van de rest van het Waterloopbos door de Repelweg en mede daardoor slecht toegankelijk. In deze Gebiedsvisie stellen we voor om dit gebied beter in te richten als recrea tie- en natuurzone. Het inlaatpunt van het Waterloopbos maken we op deze manier toegankelijk en beleefbaar. Ook is het gewenst de oevers van het kanaal recrea tief beter in te richten en te benutten.
Het grootste deel van het totale bosge bied heeft een natuurlijk en rustig karakter en kent een extensief recreatief gebruik, door met name wandelaars. Ten noorden van de Zwolse Vaart heeft dit gebied, net als het Waterloopbos, stromend water. Dit geeft het gebied extra ecologische beteke nis en belevingswaarde. Ten noorden van Kraggenburg liggen tus sen de Leemringweg en de Zwolse Vaart recreatiegebied NETL en het Vakantiepark De Voorst. Hier ligt het accent op recreatie
en is het gebruik intensiever. Nieuwe recreatieve functies zijn in deze zone in principe mogelijk. 9. Het gebied tussen Marknesse en het Wendelbos zien we als een zone waarin de recreatieve samenhang kan worden versterkt. Hierbij sluiten we aan bij de Structuurvisie Noordoostpolder 2025 die het gebied heeft aangeduid als recreatief ontwikkelingsgebied. Landbouw blijft in dit deel de hoofdfunctie. 10. Zweefvliegveld. Deze functie blijft in de Gebiedsvisie ongewijzigd. NETWERKEN De N352 is de zuidelijke rondweg van de Noordoostpolder en belangrijkste ontsluitings weg voor het Waterloopbos en Omgeving. Aan het deel van de N352 dat bekend staat als de Repelweg liggen het Waterloopbos en het MITC. Beide belangrijke functies die nu onzichtbaar zijn. Het is gewenst hier duidelijke entrees te creëren, die zowel verkeersveilig zijn, als bijdragen aan de herkenbaarheid en ruimtelijke kwaliteit. Ook de bushaltes verdie nen een betere situering en bereikbaarheid. Vanuit een breder perspectief is het belangrijk om deze weg niet alleen vanuit een verkeers technisch oogpunt te bekijken, maar ook vanuit de beleving van de bijzondere cultuurhistorische (zoals het Rijksmonument Waterloopbos en kenmerkende polderdorpen als het moderne Nagele en het traditionele Ens en Kraggenburg) en aardkundige attracties (voormalige eilanden Urk en Schokland en de Kaap De Voorst/Vollenhove).
Op de Voorsterweg is de maximum snelheid inmiddels teruggebracht naar 60km per uur. De Voorsterweg vormt met zijn aanliggen de erven en complexen de ritssluiting in het gebied tussen de techbedrijven en natuur en recreatie. De inrichting van de weg en directe omgeving moet ervoor zorgen dat alle zones in goede samenhang met elkaar functioneren.
Voorwaarde is dat de weg niet langer als (kort ste) doorgaande route vanuit Marknesse wordt gebruikt. Wel voor fietsverkeer uiteraard. Er ligt een mogelijkheid om de dorpen Marknesse, Kraggenburg en Vollenhove beter met het bos en recreatief met elkaar te verbin den. We zien het toevoegen/complementeren van een drietal fiets- en wandelverbindingen als noodzakelijk: 1. Langs de Zwolse Vaart tussen Marknesse en het bosgebied; 2. Langs de Leemvaart tussen Kraggenburg en bezoekerscentrum Natuurmonumenten en Voorsterweg via het trekpontje; 3. Langs de dijk van het Vollenhoverkanaal. Door het recreatief ontsluiten van de Vollenhoverkanaaldijk benadruk je deze belangrijke plek, als overgang tussen het ‘Oude’ en het Nieuwe Land. De Zwolse Vaart en de Leemvaart vormen een belangrijke structuren in het Waterloopbos.. Tegelijkertijd zijn de vaarten ook barrières. Voor het recreatief gebruik van de bossen zijn verbindingen over het water van groot belang. Bij het Waterloopbos is de eerste trekpont gerealiseerd. Maar meer verbindingen zijn gewenst. INRICHTINGSOPGAVEN Waterloopbos
Het voormalig Waterloopkundig Laboratorium in het bos, met het bijzondere watersysteem en deels nog herkenbare schaalmodellen van waterwerken, is heel bepalend voor de identiteit van het gebied. Natuurmonumenten streeft naar 200.000 bezoekers in het jaar 2026. In het Waterloopbos liggen verschillende kansen om de cultuurhistorische betekenis van het bos te versterken en om deze bezoekersstroom in goede banen te leiden. In het Waterloopbos ontwikkelt Natuurmonumenten een nieuw bezoekerscentrum bij de Deltagoot. Dit wordt de
hoofd - entree van het Waterloopbos met de Deltagoot als bijzonder element. De entree bij het kunstwerk is tevens de start van verschil lende routes door het Waterloopbos. Bij het bezoekerscentrum wil Natuurmonumenten een OERRR- natuurspeelplaats realiseren.
het benutten van bestaande landschappelijke kwaliteiten, draagt deze ontwikkeling bij aan de uitbreiding van het recreatieve netwerk en spreiding van bezoekers, waardoor de druk op het kwetsbare deel van het Waterloopbos niet verder toeneemt.
Om het verhaal van het Waterloopbos van het begin tot het einde te kunnen begrijpen zijn de inlaatwerken van Waterloopbos een essentieel onderdeel. Dit deel van het Rijksmonument is nu moeilijk toegankelijk, waardoor veel bezoekers dit deel overslaan. De Repelweg vormt bovendien een barrière. Het is een optie om juist hier een extra entree voor het Waterloopbos te realiseren met parkeerplaats en een veilige oversteek. Dit draagt niet alleen bij aan de parkeercapaciteit, maar ook aan de spreiding van bezoekers over een groter deel van het Waterloopbos. Voor een veilige oversteek denken we aan een tussenberm (zie ook Schokland) en/of een voetgangersbrug. Deze zou tevens kunnen gaan werken als een poort/ icoon bij het Waterloopbos.
Voormalige locatie van de Oosterscheldehal
Oeverzone Vollenhoverkanaal
Het inlaatpunt van het Waterloopbos sluit aan bij de dijk langs het Vollenhoverkanaal. Dit is een zone waar de omwonenden graag meer van zouden willen genieten. Deze overgang van de nieuwe polder naar het oude land is landschappelijke fraai. Het idee is om hier een recreatieve zone van te maken. Dit betekent ook dat verdere uitbreiding van de huisvesting van arbeidsmigranten aan de Repelweg onge wenst is. We stellen voor om te verkennen of het mogelijk is een fietspad op de dijk aan te leggen. Er ontstaat op die wijze een prachtige fietsroute tussen het Gemaal De Smeenge en de brug over het kanaal bij Vollenhove. Het talud van de dijk kan dienen als ligweide. De aanleg van een vlonder in het water zou het mogelijk maken om hier te zwemmen, een boot aan te leggen of te vissen. Recreanten zouden gebruik kunnen maken van de parkeerplaats aan de andere zijde van de dijk, die daardoor een dubbelfunctie krijgt. Behalve
De locatie van de Oosterscheldehal is als histo risch element onlosmakelijk verbonden met de geschiedenis van de Nederlandse waterbouw. De geschiedenis van deze bijzondere plek is helaas volledig uitgewist. Het terrein is in private handen en de eigenaar is voornemens hier een zonneweide te realiseren. Dit past in het beleid van de gemeente, maar de heersen de opvatting in de gebiedsateliers is dat een zonneweide als bestemming niet past in het bos- en natuurgebied. De afgelopen periode is met de initiatiefnemer gezocht naar een alternatieve invulling, passend bij het gebied. Dit heeft uiteindelijk niet tot een passend alterna tief geleid waarna initiatiefnemer heeft beslo ten de vergunningsprocedure voor de aanleg van een zonneweide voort te zetten. In deze Gebiedsvisie adviseren we deze zonneweide zorgvuldig, hoogwaardig landschappelijk in te passen en bovenal tijdelijk te vergunnen zodat na de exploitatieduur een meer passende func tie kan worden gerealiseerd. Dyntes Tech Park
Het gebouw van Dyntes Tech Park was het hoofdkantoor van het Waterloopkundig Laboratorium. Het plan om het gebouw te bestemmen als hotel is inmiddels vergund. Het hotel gaat een brede doelgroep bedie nen, zowel zakelijk (bijvoorbeeld gasten van het MITC) als recreatief (toeristen en natuurliefhebbers). Het is waardevol dat het gebouw behouden blijft als levende herinnering aan het voormalige lab. We zien het hotel in de toekomst als een belangrijke schakel tus sen het Waterloopbos en het MITC. Het is wenselijk dat LAB 32 en Dyntes Tech Park als één samenhangend ensemble ontwikkeld worden en op een vergelijkbare manier
landschappelijk worden ingebed. In verband met de nieuwe horecafunctie, kan de bestem ming ‘hoogwaardige onderzoeks- en ontwikkeldoeleinden’ komen te vervallen. Ter plaatse kan het geheel sterker omzoomd worden met bos (als boskamer). Voor de aangrenzende particuliere kavel geldt ook dat de bestemming ‘hoogwaardige onderzoeks- en ontwikkeldoel einden’ kan komen te vervallen. Hieraan wordt immers lange tijd geen invulling meer gegeven. Mogelijk kunnen in dit kader enkele woningen worden ontwikkeld als compensatie. Ook hier is landschappelijke inbedding belangrijk. MITC
MITC Marknesse is een kans voor Noordelijk Flevoland om een nieuw innovatief cluster te ontwikkelen, dat als vliegwiel dient om de economie in de regio te versterken. De ont wikkelingen rond het MITC vragen om een zorgvuldige landschappelijke inpassing. Het landschapsplan sluit aan bij de inrichtings principes van de Noordoostpolder. Het MITC wordt volledig geïntegreerd in de bosrijke omgeving. Hiermee worden ook de ecolo gische verbindingen van het Natuurnetwerk Nederland geborgd. Op het MITC komen de hoogwaardige functies in boskamers te lig gen waarmee het plan goed aansluit bij de kenmerken van het gebied. De opzet van het MITC creëert nog een viertal restkavels. Door deze kavels te bebossen kan het MITC zowel robuuster ingebed worden in het bos als in het polderstramien. Over de bebossing van de restkavels is nog geen besluit genomen. In het kader van de (provinciale) bossenstrate gie zou er in de toekomst bos geplant kunnen worden. In de ontwikkeling van het MITC is dat niet voorzien. Verder zien we kansen voor een natuurinclusieve inrichting van het MITC en de daar te ontwikkelen campus. Dit draagt zowel bij aan de kwaliteit en beleving van het terrein zelf als aan de inbedding in de natuurlijk omgeving. Het MITC krijgt een nieuwe ont sluiting aan de Repelweg ter hoogte van de Voorstertocht.
INLEIDING
10
Boskamer: open ruimte in het bos
INLEIDING
11
INLEIDING
12
Er spelen allerlei private initiatieven en voornemens in het het gebied 'Waterloopbos en omgeving', uiteenlopend van grote ingrijpende ontwikkelingsplannen, als kleinere uitbreidingen en herbestemmingen. Tegelijkertijd zijn er verschillende beleidsvoornemens bij provincie en gemeente die mede betrekking hebben op dit plangebied. Al de verschillende plannen, ambities en kansen en bedreigingen moeten in samenhang worden bekeken en tegen elkaar worden afgewogen om uiteindelijk beslissingen te kunnen nemen. Voorkomen moet worden dat de diverse ruimtelijke ontwikkelingen onderling of met andere belangen in het gebied conflicteren. Tegelijkertijd moeten zo veel mogelijk kansen die alle beweging in het gebied met zich meebrengt, worden benut. Een gebiedsvisie is een duidelijke ontwikkelingsrichting voor de lange termijn. Door die visie op te stellen met alle belanghebbenden wordt de mogelijkheid van draagvlak, samenhang en samenwerking zo groot mogelijk. De gebiedsvisie Waterloopbos is ook de basis voor de omgevingsvisie voor dit gebied. Met name voor de
13 INLEIDING
1
Inleiding
INLEIDING
14
Het projectgebied
De volgende ontwikkelingen zijn hierin belangrijk: • De (landschappelijke) versterking van het Waterloopbos als Rijksmonument. Zo komt er een nieuw bezoekerscentrum met horeca, een OERRR-speelplaats, er worden modelplaatsen gerestaureerd. Natuurmonumenten streeft naar 200.000 bezoekers in het jaar 2026. • De ontwikkeling van het Multimodaal Infrastructuur Testcentrum (MITC). Dit is een samenwerking en bundeling van krachten tussen overheid, het bedrijfsleven en onderwijs- en kennisinstellingen. Het geheel zal bestaan uit een campus en testbanen ingebed in het groen. Doel is de ontwikkeling van een innovatief cluster dat de volledige keten van testen, certificeren, beproeven en valideren aanbiedt op het gebied van mobiliteit en infrastructuur. • Verder zijn er plannen voor de ontwikkeling van een zonneweide, het Dyntes Tech Park (voormalig kantoor Waterloopkundig Laboratorium) krijgt een functie als hotel. • Het versterken van het recreatief netwerk van wandel- en fietspaden en met name ook de verbindingen over en langs het water. Om deze ontwikkelingen in goede banen te leiden heeft de gemeente Noordoostpolder een integrale gebiedsvisie opgsteld. Dit is een overkoepelend beeld dat samenhang creeert in de verschillende ontwikkelingen.
De gebiedsvisie is een kader is voor huidige en toekomstige ontwikkelingen, WATERLOOPBOS EN OMGEVING Het projectgebied ligt tussen de kernen Marknesse, Vollenhove en Kraggenburg. Het is grotendeels gelegen op een uitloper van de stuwwal, waarop Vollenhove en 'Kaap
De Voorst’ gelegen zijn.. De bodem bestaat uit zand en keileem en werd destijds minder geschikt geacht voor landbouw. Om die reden werd dit gebied na het gereedkomen van de polder met bomen beplant. De volledig op de tekentafel ontworpen Noordoostpolder is uniek in de wereld. In het agrarische landschap vormen de polderbossen een bijzonder accent. Deze omgeving bleek een grote aantrekkingskracht te hebben als vestigingsplaats voor onderzoek en innovatie. In 1951 werd hier het laboratorium “De Voorst’ opgericht als nevenvestiging van het Waterloopkundig Laboratorium te Delft. Het is nu bekend onder de naam Waterloopbos. Het Waterloopbos is sinds 2016 een Rijksmonument. Niet veel later kwam daar ook een vestiging van het Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum (NLR) en de DNW (Duits Nederlandse Windtunnel). Met de komst van de RDW, de politie en de plannen voor het MITC wordt techfunctie enorm uitgebreid. In het projectgebied liggen meerdere bossen (Wendelbos, Voorsterbos, Waterloopbos, Kadoelerbos). Het Waterloopbos is een Rijksmonument. Karakteristiek voor het Waterloopbos is de stevige bosstructuur die zorgt voor samenhang in het gebied, met hoge natuur- en recreatieve waarden. In het bos liggen boskamers (open ruimten omsloten door bos) die ruimte bieden aan diverse hoogwaardige functies. Het bos zorgt voor contrast met het omringende agrarische landschap.
Op basis van deze gebiedskwaliteiten schetsen we opgaven en denkrichtingen voor de Gebiedsvisie. PROCES EN PARTICIPATIE Het participatieproces heeft ervoor gezorgd dat de creativiteit, ideeën en wensen van belanghebbenden herkenbaar zijn in de gebiedsvisie. Hiervoor zijn verschillende bijeenkomsten met stakeholders en omwonenden georganiseerd: de zogenaamde
gebiedsateliers. Ook zijn er meerdere bilaterale gesprekken gevoerd met belanghebbenden en organisaties. De gebiedsvisie is in 2 fasen tot stand gekomen: • In fase 1 van dit project zijn de belangrijkste gebiedskwaliteiten en de ruimtelijke kaders in kaart gebracht. In de gebiedsateliers is met behulp van SWOT-analyses toegewerkt naar ruimtelijke bouwstenen. Zij zijn beschouwd als richtinggevende uitgangspunten voor de gebiedsvisie. Fase 1 is vastgesteld door de B&W en de gemeenteraad van Noordoostpolder. • In fase 2 is de visie opgesteld. In dit deel is de visie opgesteld op basis van de oogst uit het gebiedsproces. Er is een zonering op hoofdlijnen gegeven, een visie op de netwerken en is voor zover mogelijk inhoud gegeven aan de inrichtingsopgaven. In meerdere gebiedsateliers is deze visie getoetst en bijgesteld.
15 INLEIDING
gebiedsgerichte keuzes die worden gemaakt ten aanzien van landschap, recreatie, natuur en water.
INLEIDING
16
In het gebied doet de NLR tests met drones
INLEIDING
17
18
Gebiedsvisie
Waterloopbos en omgeving Fase 1
19
GEBIEDSBESCHRIJVING
20
In dit hoofdstuk laten we aan de hand van kaarten zien hoe het gebied in elkaar steekt. ONTSTAAN VAN HET LANDSCHAP De kaartenreeks op de volgende bladzijde laat zien hoe het gebied zich historisch heeft ontwikkeld. Het gebied Waterloopbos en Omgeving is in een relatief ‘korte tijd’ ontstaan: 1. De periode Zuiderzee/IJsselmeer: voor de drooglegging van de Noordoostpolder maakte het gebied deel uit van de Zuiderzee. Na de aanleg van de Afsluitdijk werd dat het IJsselmeer. Plaatsen als Vollenhove en Blokzijl lagen toen nog aan het grote open water. 2. De drooglegging en inrichting vond min of meer plaats in WO II. Op de kaart van 1950 (situatie 1944) is de polderinrichting al goed te zien. 3. Op de kaart van 1951 zien we het beeld van de volledig ingerichte polder en is het Voorsterbos met het Waterloopbos al goed te zien. 4. Op de kaart van 2019 zien we hoe het Voorsterbos flink is uitgebreid. Het op de tekentafel ontworpen landschap is uniek in de wereld. De polderbossen vormen een bijzonder accent in dit landschap. Naast het Waterloopbos zelf bestaat het gebied uit het Voorsterbos, het Wendelbos, het
Kadoelerbos en de natuurontwikkelingsgebieden Voorsterveld, Kadoelerveld en vogelgebied de Zwarte Hoek. De bebossing in het gebied was onderdeel van het oorspronkelijke Landschapsplan Noordoostpolder (1947). Het Waterloopbos en omgeving is gelegen op een uitstekende kaap in de oorspronkelijke kustlijn van de Zuiderzee in Overijssel. Tijdens de IJstijd lag hier een eindmorene van een gletsjer. Een eindmorene is een wal van puin aan de onderste rand, het eind, van een gletsjer. Ze markeert de maximale uitloop van de gletsjer. De bodem bestaat als gevolg hiervan uit zand en keileem en werd minder geschikt geacht voor het bedrijven van landbouw. Om die reden werd het gebied met bomen beplant. Het bos weerspiegelt op deze wijze de afwijkende bodemsamenstelling in het gebied. De bodem vormde tevens een zeer geschikte fundering voor de modellen van het Waterloopkundige Laboratorium. Met het bos kregen de onderzoekers bovendien de door hen gewenste beschutting tegen wind. Tenslotte was ook de voor de modellen benodigde water aan- en afvoer goed geregeld. (zie ook beschrijving Abe Hoekstra op https://www.waterloopbos. net).
21 GEBI EDSBESCH RIJVING
2
Gebiedsbeschrijving
GEBIEDSBESCHRIJVING
22
De goede waterkwaliteit in het Waterloopbos zorgt voor waterplanten zoals Pijlkruid
Het op de tekentafel ontworpen landschap van de Noordoostpolder is uniek in de wereld. In de Landschapsvisie Noordoostpolder; Landschap van Rust en Regelmaat (Feddes Olthof Landschapsarchitecten, 2012) zijn de bijzondere kwaliteiten van dit ‘man made polderlandschap’ uitvoerig beschreven. Bij de inrichting van de polder ging men uit van 4 inrichtingsprincipes: • Het landschap werd gebaseerd modulair verkavelingssysteem op basis van de meest rationele agrarische kavelmaat (300 langs de weg en 800 meter in de diepte); • Functies werden afgestemd op de bodem. De beste landbouwgronden werden bestemd voor akkerbouwbedrijven en groente en fruitteeltbedrijven. Daar waar de klei minder geschikt was ontstonden veeteeltbedrijven. Op de zandige grond langs de rand met het ‘oude land’ (het Kuinderbos en het Voorsterbos) en op het keileem (Urkerbos en Schokkerbos) kwam bos. • De toen geldende maatschappelijke opvattingen over het belang van het smeden van sterke sociale verbanden werden vertaald in een concentrische opbouw. Emmeloord werd centraal in de polder gesitueerd met een ring van dorpen eromheen. De agrarische erven werden geclusterd in groepen en ook de bijbehorende arbeiderswoningen werden aan deze erven gekoppeld. • De hoofdwegenstructuur werd hiërarchisch opgebouwd in de vorm van een assenkruis met Emmeloord in het hart.
Dit principe maakte een goede oriëntatie binnen de polder mogelijk. In het Waterloopbos en omgeving zijn deze principes duidelijk terug te vinden. In de indeling van het gebied is het ritme van de polder nog goed herkenbaar. Bijvoorbeeld in de gelijke afstanden van 800m tussen
Vollenhoverweg-Vorstertocht-VoorsterwegZwolse Vaart enzovoorts. Langs de Voorsterweg ligt nog een kleine landbouwenclave (ter hoogte van de W.A. Albertshoeve). Ook hier is de specifieke opbouw van de Noordoostpolder, de verkaveling gebaseerd op percelen van 800m bij 300m, goed ervaarbaar. Het is mooi om dat principe in de met groen omgeven ruimtes te kunnen beleven. In de bossen zijn de oorspronkelijke kavels nog te herkennen aan de kavelsloten met tussenruimte van 300m. De vaarten verbinden polder en bos. BOSGEBIED VAN 1000HA Naast het Waterloopbos bestaat het gebied uit het Voorsterbos, het Wendelbos, het Kadoelerbos en de natuurontwikkelingsgebieden Voorsterveld, Kadoelerveld en vogelgebied de Zwarte Hoek. Het gebied heeft hoge recreatieve en toeristische kwaliteiten. Langs de Leemringweg ligt Vakantiepark de Voorst en het avontuurlijk recreatiegebied Netl. Het Zweefvliegveld is een bijzondere voorziening in het Wendelbos. De (voormalige) boerenerven benadrukken het Noordoostpolder gevoel in het bos. Aan weerzijden van de Voorsterweg, ter hoogte van de proefboerderij Ir W.A. Bosmahoeve liggen nog enkele landbouw proefvelden. In het Waterloopbos hebben grote hallen gestaan waarbinnen testen werden uitgevoerd. Deze hallen zijn gesloopt. Op het braakliggende terrein is nu een plan voor een zonneweide ontwikkeld.
De verschillende delen van het gebied zijn niet goed met elkaar verbonden. Dit komt door het ontbreken van verbindingen over de vaarten die door het bos lopen. Aan de Zwolse Vaart en de Leemringvaart liggen jachthavens. Het bosgebied grenst aan de oostzijde aan het Vollenhoverkanaal en Kadoelermeer, maar deze ruimtelijke relatie is niet sterk ontwikkeld. Dat geldt ook voor de relatie met de dorpen Marknesse en Vollenhoven.
LANDBOUWGEBIED Ten westen en ten noorden van het Voorsterbos ligt een gebied dat hoofdzakelijk wordt gebruikt voor akkerbouw. Door de vestiging van hoogwaardige bedrijven in het bos komt er ook steeds meer aandacht voor deze landbouwgebieden. Zo ligt er bijvoorbeeld een plan om de RDW-testbaan de verplaatsen naar de percelen ten zuiden van de Vollenhoverweg. WATERLOOPBOS Het Waterloopbos is door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed bestempeld tot Rijksmonument. Dit voormalig waterloopkundig laboratorium in het bos, met het bijzondere watersysteem en deels nog herkenbare schaalmodellen van waterwerken, is heel bepalend voor de identiteit voor het gebied en heeft inmiddels de veel bekendheid gekregen en trekt daardoor een groeiend aantal bezoekers. De biodiversiteit van het Waterloopbos is zeer hoog. In het bos zijn zeer veel verschillende boomsoorten geplant. Dit werd gedaan omdat men nog weinig ervaring had met het aanleggen van bos op de voormalige zeebodem. Maar de resultaten waren zeer goed. Het bos heeft zich in de afgelopen 70 jaar zeer goed ontwikkeld. De aanvoer van duinzand voor de schaalmodellen heeft positieve invloed gehad op flora. Ook het stromende water in het Waterloopbos heeft bijgedragen aan de biodiversiteit. Zo komen er in het Waterloopbos bijzondere libellensoorten voor.
Natuurmonumenten ontwikkelt een nieuw bezoekerscentrum waarin zowel de bijzonder natuur als de cultuurhistorische betekenis van het Waterloopbos centraal staan. Op moment trekt het gebied ongeveer 70.000 bezoekers per jaar. De verwachting is dat dit de komende jaren zal toenemen naar zo’n 150.000 bezoekers per jaar.
23 GEBIEDSBESCHRIJVING
HERKENBAARHEID OCCUPATIEGESCHIEDENIS NOORDOOSTPOLDER
De Noordoostpolder behoorde tot de Zuiderzee. De kaart van 1850 toont de voormalige kustlijn. Ten zuiden van Vollenhove ligt het eilandje Kraggenburg.
GEBIEDSBESCHRIJVING
24
1850
Omstreeks 1944 was de polder volledig verkaveld en begon men met het inrichten ervan. Steden, wegen en boerderijen werden gebouwd.
1944
Het Waterloopbos ligt in het polderpatroon. De origenele verkavaling is goed zichtbaar in het bos.
1951
GEBIEDSBESCHRIJVING
In 2019 is het Waterloopbos uitgebreid. Er zijn grote bosgebieden aangelegd ten noorden van bos (Wendelbos) en bij het Kadoelerbos.
25
2019
In het Waterloopbos deed het Waterbouwkundig laboratorium proeven voor Nederlandse waterbouwwerken. In het bos liggen nog veel restanten van voormalige modellen. Ook het watersysteem dat is aangelegd is nog zichtbaar in het bos. De plattegrond hiernaast toont het watersysteem en de ligging van alle waterbouwkundige modellen. Het water kan worden ingelaten uit het Vollenhoverkanaal en stroomt via een stelsel van wateren richting de Zwolse Vaart.
Waterloopbos plattegrond 1957
GEBIEDSBESCHRIJVING
26
Luchtfoto 1969
Maatsysteem
Watercircuit
GEBIEDSBESCHRIJVING
27
Proeven in het Waterloopbos met scheepsmodellen
Bodem Veen Zand Lichte zavel Zware zavel Keileem Water Bebouwing
GEBIEDSBESCHRIJVING
28 Geomorfologie Stuwwal Abrasievlakte Strandwal Zeestrandglooiing Ingesloten strandvlakte Aanwasvlakte Vlakte van getij-afzettingen Laagte ontstaan door afgraving
Grondwatertrappen II = H <40 L 50-80 III = H <40 L 80-120 IV = H >40 L 80-120 V = H <40 L >120 VI = H 40-80 L >120 VII = H 80-140 L >120
Archeologie (Structuurvisie 2025) Archeologische waarde Hoge archeologische verwachting Gematigde archeologische verwachting Lage archeologische verwachting Gebied zonder archeologische verwachting Vrije ligging Oud-Kraggenburg
GEBIEDSBESCHRIJVING
29
Watersysteem Afwatering Hoogwater Waterloopbos Regelbare stuw Vaste stuw Gemaal Smeenge Waterinlaat Waterloopbos
GEBIEDSBESCHRIJVING
30 Kabels en leidingen Gasleiding Hoogspanningskabels Hoogspanningsmasten
Peilvakken GEBIEDSBESCHRIJVING
Hoogte
31
GEBIEDSBESCHRIJVING
32
Wegen Lokale weg max. 80 Lokale weg max. 60 Provinciale weg met fietspad Provinciale weg met fietspad Vrijliggend fietspad Wandelpad
GEBIEDSBESCHRIJVING
33
Wandel- / fietsroutes Knooppuntennetwerk LF fietsroute Wandelroute Trage Tocht Marknesse Ruiterpad
GEBIEDSBESCHRIJVING
34
Recreatie Wandelgebied
Verblijfsaccommodatie
Recreatie locatie
Camping
Informatiecentrum
Haven
Horeca
GEBIEDSBESCHRIJVING
35
Bedrijven Bedrijventerrein Bedrijf: Landbouwontwikkeling Bedrijf: Recreatie Hoogwaardige onderzoeks- en ontwikkelingsdoeleinden *uitbreiding gepland (MITC) Jachtwerf
Kaart vernieuwen..
GEBIEDSBESCHRIJVING
36
Groengebieden Voosterbos
Netl
Waterloopbos
Kadoelerveld
Wendelbos
Natte natuur
Kadoelerbos
Weidevogelgebied
GEBIEDSBESCHRIJVING
37
Verspreid in het Waterloopbos liggen relicten van modellen van waterwerken
GEBIEDSBESCHRIJVING
38
Kunstwerk Deltagoot in het Waterloopbos
GEBIEDSBESCHRIJVING
39
BELEIDSKADERS
40
In het grootste deel van het onderzoeksgebied geldt de Beheerverordening landelijk gebied (vastgesteld 2016). De beheersverordening verklaart de bestemmingsplannen Waterloopbos e.o. (2002) en Landelijk Gebied (2004) van toepassing, met uitzondering van flexibilieitsbepalingen, zoals wijzigings- en uitwerkingsbevoegdheden. Daarnaast zijn er voor een aantal specifieke percelen andere onderliggende 'bestemmingsplannetjes' van toepassing verklaart (zoals bestemmingsplan 'Landelijk gebied, omzetting agrarisch gebied naar natuur' en 'Landelijk gebied 2004, Vollenhoverweg 22 Marknesse'). Ook zijn er een aantal postzegelbestemmingsplannen vastgesteld ter vervanging van de beheersverordening (zoals 'Landelijk gebied, Leemringweg 27 te Kraggenburg'). Op een aantal locaties zijn projectbesluiten en omgevingsvergunningen verleend waarmee mag worden afgeweken van de beheersverordening (zoals de zonnenvelden van NLR, de arbeidsmigranten aan de Repelweg en recreatie in het Voorsterbos). Voor de duiding van het gebied zijn de bestemmingsplannen Landelijk gebied 2004 en Waterloopbos e.o. de belangrijkste
plannen. Hierbij wordt dus opgemerkt de daadwerkelijke planologische situatie op delen hiervan kan afwijken. Voor een volledig en actueel overzicht wordt verwezen naar www. ruimtelijkeplannen.nl. De twee belangrijkste plannen worden toegelicht op pagina's 46-49. Momenteel wordt gewerkt aan een bestemmingsplan MITC. Het geheel wordt ingepast in een robuuste beplantingssingel, die deels ook compensatie is voor de NNN.
41 BELEIDSKAD ERS
3
Beleidskaders
BELEIDSKADERS
42
Structuurvisie 2025
In de Structuurvisie Noordoostpolder 2025 maakt het Waterloopbos en Omgeving, net als het Kuinderbos, deel uit van de Oostelijke zone van de Noordoostpolder dat gezien wordt als een recreatief ontwikkelingsgebied met plaatselijk ruimte voor recreatieve dagattracties. Zon in de Polder, het beleidskader zonneweiden, biedt ruimte voor zonneweiden binnen de bestemmingen ‘hoogwaardige onderzoeks- en ontwikkelingsdoeleinden’. Dus ook in de delen die nu niet als zodanig functioneren. Tot slot is het Waterloopbos en Omgeving een belangrijke schakel in het Natuurnetwerk Nederland (NNN).
Kansenkaart, Zon in de Polder. Bron: Rho adviseurs voor leefruimte (2019). Zon in de Polder; gebiedsgericht beleidskader voor zonneweiden. Gemeente Noordoostpolder.
BELEIDSKADERS
43
BELEIDSKADERS
44
NNN regionaal NNN
BELEIDSKADERS
45
Routes regionaal Fietsknooppunten Lange afstand wandelroutes (LAW)
BELEIDSKADERS
46
Bestemmingsplan Waterloopbos e.o. (2002)
Bestemmingsplan landelijk gebied (2004)
Woonhuizen Bestemd voor woonhuizen, met daarbij behorende gebouwen, andere bouwwerken, tuinen en erven.
bestemmingen en aan de volgende voorschriften voldoen: • Het bebouwingspercentage van het bouwperceel bedraagt ten hoogste 80% • De hoogte bedraagt ten hoogste 15m • De afstand tot de zijdelingse perceelgrenzen ten minste bedraagt 5m
Tuinen Gronden op de kaart aangewezen voor “tuinen” zijn bestemd voor tuinen en erven met daarbij behorende andere-bouwwerken.
Agrarisch gebied Bestemd voor de uitoefening van het agrarisch bedrijf met daarbij behorende andere bouwwerken.
Hoogwaardige onderzoek- en ontwikkelingsdoeleinden Bestemd voor waterloopkundig, lucht- en ruimtevaartlaboratoria, alsmede voor hoogwaardige bedrijven gericht op onderzoek, speur- en ontwikkeling(swerk) en computerservice- en informatietechnologiebedrijven, met daarbij behorende gebouwen, andere bouwwerken, erven, wegen en groenvoorzieningen.
Bouwwerken ten dienste van de bestemming, met maximale hoogte van 1,50 m. Het is verboden om: • gronden te gebruiken als staan- of ligplaats voor onderkomens • gronden te gebruiken voor opslag van voer- en vaartuigen • gronden te gebruiken als stort- en opslagplaats
In aanvulling daarvan tevens bestemd voor een helikopterlandingsplaats, indien de gronden op de kaart zijn aangeduid met “landingsplaats helikopter” en voorzieningen ten behoeve van het transport van elektriciteit, indien de gronden op de kaart zijn aangeduid met “hoogspanningsleiding”.
Bos/natuurgebied Gronden op de kaart aangewezen voor “bos/ natuurgebied” zijn bestemd voor: • bos en afschermende groenvoorzieningen; • het behoud en de ontwikkeling van natuurlijke en landschappelijk • waarden als onderdeel van de ecologische hoofdstructuur; • extensief dagrecreatief medegebruik; • een informatiecentrum en/of bezoekersruimte; • voorzieningen ten behoeve van het transport van elektriciteit, indien de gronden op de kaart zijn aangeduid met “hoogspanningsleiding”; • de waterhuishouding, uitsluitend voor de sloten en andere-watergangen, zoals die bestonden op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpplan;
Niet toegestaan zijn bedrijven als bedoeld in artikel 41 van de Wetgeluidhinder met uitzondering van de gronden die zijn gelegen binnen de op de kaart aangegeven “zone als bedoeld in art. 41 Wgh”, waarbinnen deze bedrijfsactiviteiten wel zijn toegestaan. Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan het gebruik van opstallen voor zelfstandige kantoorvestigingen. Kantoren ondergeschikt aan de in lid A bedoelde bedrijfsdoeleinden zijn toegestaan, met dien verstande dat ten hoogste 30 % van de aanwezige bedrijfsvloeroppervlakte tot een maximum van 2000 m2 per bedrijf hiervoor mag worden aangewend. De gebouwen moeten ten dienste zijn van de
Met de daarbij behorende gebouwen, zijnde een informatiecentrum en/of een bezoekersruimte, andere-bouwwerken, voorzieningen en
paden. Gebouwen mogen samen maximaal 250 m2 bedragen, en op zijn hoogst 6m zijn. Andere bouwwerken mogen maximaal 2,50 m zijn. Het is verboden om: • recreatieve voet-, fiets- en/of ruiterpaden te verharden van en andere oppervlakteverhardingen aan te brengen • gronden af te graven, op te hogen of te egaliseren • houtopstanden te vellen, rooien of te beschadigen • ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur aan te brengen met uitzondering van het aanbrengen van leidingen, uitsluitend ten behoeve van de aansluiting van gebouwen op het openbare voorzieningennet; • watergangen en poelen te graven, vergraven, te verbreden of te dempen • oeverbeschoeiingen, kaden, dijken, dammen en vlonders aan te brengen Water Gronden op de kaart aangewezen voor “water” zijn bestemd voor watergangen, oevers en bermen, alsmede voor voorzieningen ten behoeve van het beheer van oevers, bermen en waterhuishouding met daarbij behorende andere bouwwerken. Verkeersdoeleinden Gronden op de kaart aangewezen voor “verkeersdoeleinden” zijn bestemd voor wegen met een (inter-)lokale verbindingsfunctie met daarbij behorende voet- en fietspaden, bermen, sloten en andere-bouwwerken.
47 BELEIDSKADERS
BESTEMMINGSPLAN WATERLOOPBOS E.O. (2002)
BESTEMMINGSPLAN LANDELIJK GEBIED (2004)
BELEIDSKADERS
48
Agrarisch gebied De op de plankaart als “Agrarisch gebied” aangewezen gronden, zijn bestemd voor: • agrarische bedrijvigheid: in de vorm van een grondgebonden agrarisch bedrijf of in de vorm van een intensieve veehouderij, uitsluitend binnen bebouwingsvlakken waarin op de plankaart de aanduiding “intensieve veehouderij toegestaan” voorkomt, en elders uitsluitend als tweede tak, • instandhouding van de openheid van het landschap, voorzover de gronden op de plankaart als ”openheid van het landschap” zijn aangeduid, • instandhouding van en onderzoek naar ter plaatse voorkomende, uit archeologisch en cultuurhistorisch oogpunt waardevolle objecten, voor zover de gronden op de plankaart als “gebied met archeologische waarde of verwachtingswaarde” zijn aangeduid, • instandhouding van het aanwezige cultuurhistorisch waardevolle verkavelings-patroon, • instandhouding en ontwikkeling van de afschermende erfbeplanting, met daarbij behorende erfsloot, direct aansluitend aan de zijgrenzen en de achtergrens van het bebouwingsvlak, met uitzondering van gronden binnen de op de plankaart voorkomende aanduiding “staand glas toegestaan”, • extensieve openluchtrecreatie, zoals kavelpaden • sloten en andere watergangen.
Natuurgebied De op de plankaart als “Natuurgebied” aangewezen gronden zijn bestemd voor: • instandhouding en ontwikkeling van ter plaatse voorkomende danwel daaraan eigen landschaps- en natuurwaarden in en langs watergangen, sloten en andere waterpartijen, zodanig dat voor flora en
•
•
•
•
•
fauna verbindingen ontstaan tussen natuuren/of natuurontwikkelingsgebieden, instandhouding van aldaar voorkomende watergangen, sloten en andere waterpartijen, extensieve openluchtrecreatie, voor zover de onder a en b bedoelde waarden niet onevenredig worden aangetast, extensief agrarisch gebruik in de vorm van beweiding met vee, voor zover de onder a en b bedoelde waarden niet onevenredig worden aangetast, instandhouding van en onderzoek naar ter plaatse voorkomende, uit archeologisch en cultuurhistorisch oogpunt waardevolle objecten, voor zover de gronden op de plankaart als “gebied met archeologische waarde of verwachtingswaarde” zijn aangeduid, openheid van het landschap ter plaatse van de op de plankaart voorkomende aanduiding “openheid van het landschap”.
Bosgebied De op de plankaart als “Bosgebied” aangewezen gronden zijn bestemd voor: • instandhouding en ontwikkeling van bos ten behoeve van aldaar voorkomende danwel daaraan eigen natuur- en landschapswaarden, • bosbouw, voor zover de onder a bedoelde waarden niet onevenredig worden aangetast, • extensieve openluchtrecreatie, voor zover de onder a bedoelde waarden niet onevenredig worden aangetast, • instandhouding van aldaar voorkomende watergangen, sloten en andere waterpartijen, • instandhouding van en onderzoek naar ter plaatse voorkomende, uit archeologisch en cultuurhistorisch oogpunt waardevolle objecten, voor zover de gronden op de plankaart als “gebied met archeologische waarde of verwachtingswaarde” zijn aangeduid,
•
•
natuurkampeerterrein, ter plaatse van de op de plankaart voorkomende aanduiding “natuurkampeerterrein”, en ambulancestandplaats, ter plaatse van de op de plankaart voorkomende aanduiding “ambulancestandplaats”.
Water De op de plankaart als “Water” aangewezen gronden zijn bestemd voor: • watergangen, waterpartijen, oevers en taluds, • waterhuishouding, • instandhouding en ontwikkeling van ter plaatse voorkomende dan wel daaraan eigen natuurwaarden, • behoud en herstel van leefgebieden van vogels ter plaatse van de op de plankaart voorkomende aanduiding “vogelrichtlijngebied”, • waterwegen ten dienste van het verkeer te water, waarbij in geval van de op de plankaart voorkomende aanduidingen:“vogelrichtlijngebied”, en“habitatrichtlijngebied”, de onder c en d bedoelde waarden niet onevenredig worden aangetast, • extensieve openluchtrecreatie, voorzover de waterhuishouding en de onder c en d bedoelde waarden niet onevenredig worden aangetast, en • behoud, herstel en beheersing van de functie water, alsmede verkeer te water zoals lichtbakens, • botenloods, ter hoogte van de op de plankaart voorkomende aanduiding “botenloods toegestaan” Waterkering De op de plankaart als “Waterkering” aangewezen gronden zijn bestemd voor: • waterkering en daarbij behorende voorzieningen, • wegen, inspectiepaden, fiets- en voetpaden, bermen, sloten; • instandhouding en ontwikkeling van ter
• •
•
•
Wegen De op de plankaart als “Wegen” aangewezen gronden zijn bestemd voor: •
• •
verkeersdoeleinden, die hierna zijn vermeld bij de categorie waarmee het betreffende bestemmingsvlak op de plankaart is aangeduid, een en ander met inachtneming van het op de plankaart weergegeven dwarsprofiel: stroomwegen, met bijbehorende parkeerplaatsen, op en afritten, bermen en bermsloten, doorgaande gebiedsontsluitingswegen met bijbehorende parkeerstroken, opstelstroken, fiets- en voetpaden, bermen en bermsloten, erftoegangswegen met bijbehorende fiets- en voetpaden, bermen en bermsloten wegbeplantingen en singels, en op- en overslag, ter hoogte van de op de plankaart voorkomende aanduiding “loswal”.
Wonen De op de plankaart als “Wonen” aangewezen gronden zijn bestemd voor: • wonen • instandhouding en ontwikkeling van de afschermende erfbeplanting, met daarbij behorende sloot, aan de zijgrenzen en de achtergrens van het bestemmingsvlak, • kleinschalige agrarische activiteiten op voormalige agrarische erven zoals het kweken van fruit, groente, (sier)heesters en het houden van dieren.erbindingsfunctie met daarbij behorende voet- en fietspaden, bermen, sloten en andere-bouwwerken. Bedrijven De op de plankaart als “Bedrijven” aangewezen gronden zijn bestemd voor: • bedrijven, met de nadere bestemming die hierna is vermeld bij de • code, waarmee het desbetreffende bestemmingsvlak op de plankaart is aangeduid, • daarbij behorende voorzieningen, waaronder begrepen groenvoorzieningen, parkeerplaatsen en tuinen, • instandhouding en ontwikkeling van de afschermende erfbeplanting, met daarbij behorende sloot, aan de zijgrenzen en de achtergrens van het bestemmingsvlak, • kleinschalige agrarische activiteiten zoals het kweken van fruit, groente, (sier)heesters en het houden van dieren.
Nutsvoorzieningen De op de plankaart als “Nutsvoorzieningen” aangewezen gronden zijn bestemd voor: • nutsvoorzieningen, met de nadere bestemming die hierna is vermeld bij de code, waarmee het desbetreffende bestemmingsvlak op de plankaart is aangeduid, • daarbij behorende voorzieningen, waaronder begrepen groenvoorzieningen, parkeerplaatsen en tuinen.
Recreatieve voorzieningen De op de plankaart als “Recreatieve voorzieningen” aangewezen gronden zijn bestemd voor: • recreatieve voorzieningen, met de nadere bestemming die hierna is vermeld bij de code, waarmee het desbetreffende bestemmingsvlak op de plankaart is aangeduid, en • daarbij behorende voorzieningen, waaronder begrepen groenvoorzieningen, parkeerplaatsen en tuinen, met dien verstande dat de gronden ter hoogte van de op de plankaart voorkomende aanduiding “afschermend groen” uitsluitend mogen worden gebruikt voor afschermende groenvoorzieningen en instandhouding daarvan.
49 BELEIDSKADERS
•
plaatse voorkomende dan wel daaraan eigen natuurwaarden, extensief agrarisch medegebruik in de vorm van beweiding met vee; extensieve openlucht recreatie; op- en overslag, ter plaatse van de op de plankaart voorkomende aanduiding “loswal”, en ter hoogte van de op de plankaart voorkomende aanduiding “bedrijven en bedrijven t.b.v. scheepvaart en waterrecreatie toegestaan”: scheepsbouw- en reparatiebedrijven ten behoeve van waterrecreatie en de scheepvaart, die in de van deze voorschriften deel uitmakende bijlage 3 “scheepsbouw- en reparatiebedrijven”, zijn vermeld als categorie 1, 2 en 3, en bedrijven, die in de van deze voorschriften deel uitmakende bijlage 4 “bedrijven”, zijn vermeld als categorie 1 en 2, uitsluitend botenopslag, ter plaatse van de op de plankaart voorkomende aanduiding “botenopslag toegestaan”
Beleidstekst: Visie Werklocaties Noordelijke Flevoland, Gemeente Noordoostpolder & Gemeente Urk (2017).
BELEIDSKADERS
50
Bijzonder cluster bedrijven en kennisinstellingen Voorsterweg In de gemeente Noordoostpolder bevindt zich aan de Voorsterweg bij Marknesse een bijzonder cluster, bestaande uit bedrijven en kennisinstellingen. Aan de Voorsterweg zijn het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium (NLR), de Duits Nederlandse Windtunnel en Dyntes Tech Park te vinden. Dit beleidsdocument onderstreept de sterke propositie van Noordelijk Flevoland met het specifiek cluster rondom het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium (NLR) en composietenontwikkeling. Het Dyntes Tech Park (DTP is gevestigd in het voormalig waterloopkundig laboratorium. Het cluster bestaat uit (inter)nationale bedrijven en instellingen die zich richten op omgevingsinformatie: ‘geomatica’. Deze bedrijven en instellingen zijn onder meer bezig zijn met de ontwikkeling van nieuwe materialen en technieken, zoals sensortechnologie, composiettechnologie, robottechnologie en remote sensing. Op het DTP zijn een kleine tiental bedrijven gevestigd die zich in gezamenlijkheid in deze markt begeven, onderling kennis uitwisselen en samen (grotendeels) onder één dak werken aan innovatieve oplossingen. Er zijn momenteel volop ontwikkelingen om het cluster te versterken met nieuwe bedrijven en instellingen. Mede op initiatief van de gemeente Noordoostpolder en de provincie Flevoland is de overkoepelende stichting CompoWorld opgericht.
CompoWorld stimuleert en ontwikkelt composiettoepassingen van idee tot product. De stichting stimuleert ook een klimaat in de regio waardoor innovaties in de Noordoostpolder kunnen doorgroeien naar concrete ontwikkelingsprogramma’s. Composiet kan ook worden gebruikt als onderdeel van grotere machines met als doel om
deze machines lichter te maken. Hierdoor wordt de productiecapaciteit van de machine vergroot en het energieverbruik verminderd. Ook CompoWorld is te vinden op het Dyntes Tech Park. Een sterke propositie op de bestaande locatie Groei in de geomatica- en hightechmarkt vindt grotendeels plaats via introductie van nieuwe, innovatieve producten en diensten, meestal gebaseerd op resultaten van onderzoek. Een belangrijke voorwaarde om hierin te slagen is vroegtijdige deelname aan multidisciplinaire innovatieprogramma’s. Het kenniscluster aan de Voorsterweg biedt deze omgeving door de aanwezigheid van toonaangevende spelers in de markt en de beschikbaarheid van gezamenlijke faciliteiten en aanwezige netwerken. Binnen het DTP bevinden zich de koplopers van de geomaticasector. Deze bedrijven en instellingen vertegenwoordigen een schat aan kennis, innovatievermogen en inzicht in (internationale) marktsegmenten. Het delen van deze kennis en netwerken – en zo van elkaars directe nabijheid te profiteren – is een van de aspecten die het DTP aantrekkelijk maken voor organisaties en mensen om zich aan het centrum te verbinden. De bedrijven zijn (grotendeels) gevestigd onder één dak.
Clustervorming gaat op het DTP dan ook over het delen van de gemeenschappelijke ruimtes, de representatieve entree en het multifunctionele auditorium: alle betreffen hoogwaardige faciliteiten die de kerntaken van de bedrijven en instellingen ondersteunen. Bovenal hebben bedrijven er toegang tot de faciliteiten van onder meer het NLR, dat aanvullende technische faciliteiten, kennis, mensen en geschikte infrastructuur voor allerlei soorten onderzoek biedt, en de Duits Nederlandse Windtunnel, één van de grootste windtunnels voor de luchtvaartindustrie. Beide aspecten maken dat directe nabijheid van dergelijke bedrijven ten opzichte van elkaar een relevant gegeven is. Voor de propositie van Noordelijk Flevoland (specifiek:
in Noordoostpolder) is de mogelijkheid van deze bedrijven om zich op één locatie te kunnen concentreren van belang. Het gaat bovendien vaak om bedrijvigheid met een specifieke ruimtevraag voor testcentra, die, naast bovenstaande punten, op zichzelf niet of zeer lastig/ beperkend op een bedrijventerrein gerealiseerd kunnen worden. Het cluster en de hierop geënte bedrijvigheid concurreert dan ook niet zozeer met andere, lokale bedrijventerreinen, maar op een meer (inter)nationaal schaalniveau. Positieve vooruitzichten: geomatica en composiet steeds relevanter Op het terrein van het NLR zijn plannen voor een testfaciliteit die het ondernemers mogelijk maakt innovatieve productontwikkelingen in composiet op kleine schaal te ontwikkelen en te testen. In 2015 openden Fokker en het NLR op hetzelfde terrein aan de Voorsterweg al een fabriek voor de vervaardiging van composiet vliegtuigonderdelen. Andere hightechbedrijven die composieten ontwikkelen, kunnen bij de fabriek terecht om deze materialen te laten testen en de productie te automatiseren. In de pilot plant staat een van de grootste gerobotiseerde vlechtmachines voor composietvezels van Europa. Overheden en bedrijfsleven gebruiken geomatica steeds vaker om de ruimte hoogwaardig te beheren en oplossingen te vinden voor maatschappelijke vraagstukken.
Daarnaast speelt geomatica onder meer een belangrijke rol op de traditionele domeinen van de overheid, zoals kust-, water- en bodembeheer, luchtkwaliteit, ecologie en beheer van (vitale) civiele infrastructuur. Ook kent de geomatica ook steeds meer zakelijke toepassingen, zoals precisielandbouw, efficiënter transport over zee en de weg, veiligere scheepvaartroutes of effectieve olie-exploratie. De bedrijven in het kenniscluster opereren in een innovatiemarkt. Er bestaat in de wereld een toenemende behoefte aan
Niche-locatie: ruimte bieden voor bedrijven die het cluster versterken en verstevigen. In deze Visie Werklocaties staat de kwaliteit van bedrijfslocaties centraal. De visie onderscheidt vijf terreintypen, die samen het bedrijventerrein-‘ecosysteem’ van de regio vormen. Het zijn terreintypen met ieder een eigen doelgroep, aantrekkingskracht en te volgen strategie. Het bedrijvencluster bij het Waterloopbos is getypeerd als een nichelocatie. Niche-locaties zijn plekken waar een zeer specifiek soort bedrijvigheid de doelgroep is. Vaak zijn dat bedrijven met een zeer eigen profiel (campussen) en die niet of lastig kunnen opereren in nabijheid van niet-soortgenoten, bijvoorbeeld vanwege de aard van hun activiteiten. Een voorbeeld van een dergelijke plek is de Voorsterweg bij Marknesse, waar onder meer het Dyntes Tech Park (DTP), het Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum (NLR)en de Duits-Nederlandse Windtunnel (DNW) te vinden zijn. Deze locatie huisvest hele andere bedrijvigheid dan op andere locaties en ‘concurreert’ dan ook niet met andere plekken. Niche-locaties mogen op hun bestaande locatie in uitbreiding van bedrijfsactiviteiten voorzien, mits vastgehouden wordt aan het bestaande profiel en de locaties daarmee ook daadwerkelijk hun meerwaarde blijven behouden ten opzichte van de overige bedrijventerreinen.