CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

D03 01 Bijlage bij Nota - Werkagenda Onderwijsachterstandenbeleid 2023-2026.pdf

Gemeenteraad 29 januari 2024, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 4: Lijst ingekomen stukken11.985 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Werkagenda Onderwijsachterstandenbeleid 2023-2026

1

Hoofdstuk 1 – Inleiding en kaders Gemeenten, kinderopvangorganisaties en scholen werken samen aan het verminderen van onderwijsachterstanden. Gemeenten en basisscholen hebben hetzelfde doel en dezelfde doelgroep: het bieden van kansen voor kinderen die vanwege hun achtergrond minder goed ‘presteren’ dan zij in gunstiger omstandigheden zouden doen. Het onderwijsachterstandenbeleid (OAB) kan gemeente breed versterkt worden als scholen, voorscholen en andere relevante maatschappelijke partners met elkaar samenwerken. In 2023 start de nieuwe beleidsperiode OAB 2023-2026. Het is nu een goed moment om naar de lopende afspraken vanuit de resultaatafspraken en de lokaal educatieve agenda (LEA) te kijken. Het kabinet zet vanuit het nieuwe regeerakkoord ook extra in om de kansengelijkheid te stimuleren. Vanuit het regeerakkoord wordt de focus de komende jaren gelegd op de deelname van kinderen aan de voor- en vroegschoolse educatie (vve). Daarnaast is het versterken van de kwaliteit van de relatie tussen opvang en onderwijs een belangrijk thema. Vanuit onze wettelijke regierol op het onderwijsachterstandenbeleid hebben wij als gemeente hier een grote rol in.

Kaders Landelijk kader Artikel 160 van de Wet op Primair Onderwijs (WPO) lid 1b stelt dat Burgemeester en wethouders minstens een keer per jaar overleg voeren en zorg dragen voor het maken van afspraken over de resultaten van vroegschoolse educatie. Artikel 160 artikel 2 lid b zegt dat Burgemeester en Wethouders deze afspraken moeten maken met de besturen van scholen. Verder staat dat alle partijen meewerken aan de totstandkoming van de afspraken. Daarnaast zijn scholen primair verantwoordelijk voor het onderwijsachterstandenbeleid in het basisonderwijs en krijgen de OAB-middelen in de lumpsum. Gemeenten zijn primair verantwoordelijk voor de voorschoolse educatie1 en krijgen de middelen als geoormerkte subsidie waarover ze apart moeten verantwoorden. Volgens artikel 167 van de WPO moeten gemeenten en het bevoegd gezag van scholen en kinderopvang tenminste jaarlijks overleggen over:  De doorgaande lijn VVE  Resultaatafspraken VVE  Bestrijden van segregatie In de memorie van toelichting staat dat de Resultaatafspraken op het gebied van vroegschoolse educatie2 over de resultaten gaan die scholen bereiken op het terrein van vroegschoolse educatie. Afspraken over resultaten zijn verplicht; afspraken over het “hoe” niet, hier zijn scholen zelf voor aan zet.

Gemeenten en scholen blijven altijd vrij om alsnog afspraken te maken over het ‘hoe’, zoals het soort vve-programma of het aantal leerkrachten voor de groep of de organisatie van ouderbetrokkenheid. Daarnaast hebben gemeenten de ruimte om scholen bij deze afspraken te ondersteunen met het geld dat zij ter beschikking hebben voor het onderwijsachterstandenbeleid. Lokaal kader Dit plan is een uitvoering van het bestaande en geldende beleid binnen verschillende beleidskaders. De beleidskaders die binnen onze gemeente betrekking hebben op onderwijskansen zijn de volgende: - Deelplan Jeugd - Taalbeleid - Deelplan Participatie In deze beleidsplannen staan onder andere doelen beschreven die bijdragen aan het vergroten van het bereik van kinderen naar voorschools aanbod3, het bestrijden van segregatie, het bevorderen van integratie en het vergroten van gelijke kansen. Samenwerkingspartners De volgende partijen dragen bij of participeren mee in het verminderen van onderwijsachterstanden. Vanuit bestuurlijk tot en met uitvoeringsniveau vinden gesprekken plaats met deze partners over de onderwerpen die in dit plan terugkomen. 1

Onder voorschoolse educatie verstaan we aanbod aan doelgroeppeuters van 2 tot 4 jaar Onder vroegschoolse educatie verstaan we het aanbod aan doelgroepkinderen in groep 1 en 2 van het basisonderwijs. 3 Onder voorschools aanbod verstaan we zowel reguliere peuteropvang als voorschoolse educatie en andere activiteiten die in de voorschoolse periode worden aangeboden. 2

2

Partners: - Stichting Kinderopvang Noordoostpolder (en Startpunt) - Stichting Kinderopvang Flevoland - Kinderopvang Alles Kids - Boerderij De Zonnestraal (kinderopvang) - Aves (basisonderwijs) - De Planthof (basisschool) - Eben Haëzerschool (basisschool) - Zonnebloemschool (speciaal basisonderwijs) - Eduvier onderwijsgroep (speciaal basisonderwijs) - Het Samenwerkingsverband Passend Onderwijs NOP-Urk - Vereniging reformatorisch passend onderwijs voor primair en speciaal onderwijs h.o. Berséba - Carrefour (welzijn) - Zorggroep Oude en Nieuwe Land (jeugdgezondheidszorg 0-4 jaar) - GGD Flevoland (jeugdgezondheidszorg 4-18 jaar) - FlevoMeer Bibliotheek

3

Hoofdstuk 2 – Wat willen we bereiken? Hieronder worden een aantal doelen beschreven die moeten bijdragen aan ons overkoepelende doel en dat is de onderwijskansen bij alle kinderen in de Noordoostpolder vergroten. De doelen die hieronder beschreven staan, worden vanuit gemeentelijk perspectief weergegeven. De doelen zijn in overeenstemming met de samenwerkingspartners opgesteld en komen voort uit de Evaluatie OAB 2019-2022. Voor het uitvoeren van een aantal doelen hebben we ook onze samenwerkingspartners nodig. We vragen dan ook van hen een bijdrage te leveren in het bereiken van deze doelen. Dit doen we door middel van subsidie of prestatieafspraken met alle samenwerkingspartners.

Doel 1: Het aantal kinderen dat gebruik maakt van voorschools aanbod vergoot Vanwege het ontwikkelrecht voor alle kinderen, zouden alle kinderen in onze gemeente de kans moeten krijgen om van hetzelfde aanbod gebruik te kunnen maken om zich zo te kunnen ontwikkelen tot het maximale van het eigen kunnen. We zouden daarom geen onderscheid moeten maken in kinderen met wel of geen risico op achterstanden, wel of geen toeslagregeling. Alle peuters zouden naar eenzelfde voorziening moeten kunnen van dezelfde kwaliteit en met hetzelfde aanbod in gemengde groepen. Daarnaast zouden kinderen die extra aandacht nodig hebben, dit ook moeten kunnen krijgen. Om onderwijskansen voor kinderen in de Noordoostpolder te vergroten is het daarom belangrijk dat zo veel mogelijk kinderen gebruik kunnen maken van voorschools aanbod (zie bijlage 1 voor de Toeleidingscriteria vve). Om het aanbod voor ouders en peuters zo laagdrempelig mogelijk te houden is het belangrijk dat het aanbod voldoende en voldoende verspreid is over de gemeente. Een zo hoog mogelijk bereik is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de gemeente en de vve aanbieders.

Wat gaan we hiervoor doen? - We werken toe naar een grotere bekendheid van de mogelijkheden rondom peuteropvang en streven naar een bereik van 80% in 2026; - We werken toe naar een grotere bekendheid van de mogelijkheden en effecten van vve en streven naar een bereik van 85% vve in 2026; - Om meer bekendheid te aan het voorschoolse aanbod te geven, continueren we het (vertaalde) folder materiaal en stellen we meer (vertaalde) digitale informatie beschikbaar. Daarnaast ontwikkelen we een routekaart die vereenvoudigd de wijze van subsidiestromen weergeeft; - Om het voorschoolse aanbod nog toegankelijker te maken, proberen we de administratieve lasten rondom subsidies te verlagen voor organisaties en ouders. Dit betekent dat de subsidieregeling aangepast moet worden; Alle doelgroeppeuters kunnen terecht bij een kinderopvangorganisatie in de buurt Ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag kunnen zonder financiële belemmeringen gebruik maken van peuteropvang en/of voorschoolse educatie tegen een inkomensafhankelijke eigen bijdrage.

Doel 2: We zien toe op een goede en betekenisvolle overstap van voorschools aanbod naar het basisonderwijs Om de ontwikkeling van onze kinderen zo optimaal te stimuleren is het van belang dat kinderen gebruik kunnen maken van aanbod dat goed op elkaar is afgestemd en dat professionals goed weten wat voor kind ze voor zich hebben met welke behoefte. Om dit voor elkaar te krijgen is samenwerking tussen de onderwijsprofessionals en kinderopvang professionals van groot belang. Ook de samenwerking met zorgpartners speelt hierbij een belangrijke rol. Wat gaan we hiervoor doen? Kinderopvangpartijen en het onderwijs maken concrete afspraken over de doorgaande leerlijn vanuit kinderopvang naar het basisonderwijs; Er is een warme overdracht van kinderopvang naar het basisonderwijs voor peuters (in ieder geval die met een vve indicatie). Hiervoor gaan we nog beter invulling geven aan bestaande afspraken; 4

-

-

Er is een warme overdracht (met benoeming van reden voor indicatie) vanuit de jeugdgezondheidszorg van ZONL naar de jeugdgezondheidszorg van de GGD, wanneer er sprake is van kinderen met een vve indicatie. Hiervoor worden concrete afspraken op papier gezet; We hanteren een plaatsingsbeleid voor wat betreft nieuwkomers om integratie te bevorderen.

Doel 3: het voor en vroegschools aanbod is van hoge pedagogische kwaliteit Om de kwaliteit van het voorschoolse aanbod nog meer te verhogen is het belangrijk dat met de samenwerkingspartners onder andere duidelijke resultaatafspraken gemaakt worden. Ook zouden we toe moeten naar een kader en samen met de aanbieders de taken en inzet van de pedagogisch beleidsmedewerker vve kunnen omschrijven. Een hoge pedagogische kwaliteit zorgt voor betere resultaten bij kinderen, dus het is van belang dat hier aandacht voor is. Wat gaan we hiervoor doen? - Scholen werken met een methode/programma Vroegschoolse educatie - Er worden samen met de kinderopvangaanbieders kaders opgesteld voor de inzet van de pedagogische beleidsmedewerker in de voorscholen (wettelijke verplichting). - We werken toe naar het behalen van onze Resultaatafspraken vve: o De voorschoolse sector: Indien een (doelgroep)peuter instroomt met een ontwikkelingsachterstand, bijvoorbeeld op taal (t.o.v. het landelijk gemiddelde niveau/de normering van het systeem), is bij uitstroom uit de voorschool deze achterstand daadwerkelijk verminderd (volgens het eigen volgsysteem wordt weergegeven of: vooruitgang geboekt is, achteruitgang, ontwikkeling stabiel is beleven).

o De vroegschoolse sector: Het aantal doelgroep kinderen dat ondersteuning nodig heeft bij de start op het basisonderwijs, neemt aanzienlijk af bij de overgang van groep 2 naar groep 3. - Om de kwaliteit van het vve aanbod te vergroten zijn er verschillende beïnvloedbare werkzame factoren wordt er meer aandacht besteed aan de volgende onderwerpen:  Ouderbetrokkenheid: Dit onderwerp wordt met duidelijke afspraken meegenomen in schoolplannen en de pedagogisch beleidsplannen van de kinderopvangorganisaties. Er worden daarbij huisbezoeken afgelegd en/of er wordt ingezet op het aanbieden van thuisprogramma’s.  Professionalisering: Het opleidingsniveau van medewerkers en taal- en interactievermogen wordt verhoogt We werken toe naar gemengde peutergroepen op alle locaties, waarin zowel peuters met en zonder vve indicatie aanbod krijgen We werken toe naar het gebruik van ouderstimuleringsprogramma’s om de ouderbetrokkenheid binnen de voorschoolse partijen als het onderwijs te vergroten. Doel 4: We stimuleren de beheersing van de Nederlandse taal in andere activiteiten om onderwijsachterstanden te voorkomen. Om onderwijskansen voor kinderen in de Noordoostpolder te vergroten is het belangrijk dat zo veel mogelijk kinderen gebruik kunnen maken van voorschools aanbod, maar ook andere ondersteuning die helpt bij het beheersen van de Nederlandse taal.

Het is hierbij belangrijk om specifiek aandacht te hebben voor niet-Nederlandstalige kinderen en ouders, waaronder kinderen van statushouders. Onderwijskansen worden vergroot als kinderen (en hun ouders) goed mee kunnen komen in het Nederlandse onderwijssysteem. De Nederlandse taal machtig zijn is een belangrijke voorwaarde hiervoor. Wat gaan we hiervoor doen? Door middel van de volgende inzet/programma’s worden kinderen geholpen bij de beheersing van de Nederlandse taal. Een uitgebreide uitwerking van deze inzet staat omschreven in hoofdstuk 4. o BoekenPret o Opstap/Opstapje o Samen voor Lezen Daar waar de partner zelf ook middelen krijgt voor onderwijsachterstanden, wordt er een cofinanciering vanuit deze partner gedaan. Dit geldt onder andere voor de onderwijspartijen. 5

Hoofdstuk 3 – Hoe ziet het aanbod er uit? Activiteiten binnen de voorscholen Binnen het voorschoolse aanbod vinden verschillende activiteiten plaats die bijdragen aan het behalen van eerder genoemde doelen. In het voorschoolse aanbod voor peuters zien we vier tredes: Trede 1 Peuteropvang en VE Trede 2

VE+

Trede 3

KBC: Perspectief onderwijs

Trede 4

KBC: Perspectief WLZ

Reguliere voorziening Jeugdhulpvoorziening: begeleiding groep specialistisch

Peuteropvang en Voorschoolse Educatie (VE) Peuteropvang is voor peuters van 2 tot 4 jaar oud. We zien dit als voorschools aanbod, omdat het een goede voorbereiding is op de basisschool. In een groep van maximaal 16 kinderen leren de peuters om samen te spelen, te delen en om te gaan met andere leeftijdsgenoten. Binnen de peuteropvang kan Voorschoolse Educatie worden geboden. Dit is een programma dat erop gericht is om onderwijsof ontwikkelingsachterstand bij jonge kinderen te verminderen, zodat ze een betere start kunnen maken op de basisschool. Het is bijvoorbeeld bedoeld voor kinderen met een taalachterstand, omdat er thuis geen Nederlands wordt gesproken. Maar het geldt ook voor peuters die op een ander gebied een beetje achter blijven. Het VE-programma richt zich op: - Taalontwikkeling: woordenschat opdoen en het stimuleren van boekjes lezen. - Beginnende rekenvaardigheid: leren tellen en meten. - Motorische ontwikkeling: stimuleren van de grove en fijne motoriek. - Sociaal-emotionele ontwikkeling: stimuleren van zelfstandigheid, zelfvertrouwen en samen spelen. Op het Asielzoekerscentrum (AZC) in Luttelgeest is een aparte peutergroepen voor peuters die daar wonen. Op deze voorschoolse groep staan twee pedagogische medewerkers van een kinderopvangaanbieder.

Het Centraal Orgaan Asielzoekers (COA) zorgt voor een beschikbare ruimte en doet een cofinanciering in het realiseren van het aanbod. VE+ Een VE+ is een kleine VE groep voor peuters met specifieke zorgbehoeften of hulpvragen. Op de ‘+’ groep besteden pedagogische medewerkers met affiniteit voor deze doelgroep extra aandacht aan peuters met extra hulpvragen. Hierdoor zijn peuters goed voorbereid op het (reguliere) basisonderwijs. KBC: Perspectief onderwijs Het kinderbehandelcentrum (KBC) is voor kinderen tussen de 2 en 5 jaar die achter zijn geraakt in hun ontwikkeling. Naast een ontwikkelingsachterstand kan er ook sprake zijn van een spraak/taalachterstand en gedragsproblematieken, denk aan ADHD, ASS of een problematische gehechtheid. Binnen deze groep kinderen ligt de zorgzwaarte uiteen.

Activiteiten binnen het basisonderwijs Binnen het basisonderwijs vinden verschillende activiteiten plaats die bijdragen aan het behalen van eerder genoemde doelen. Vroegschoolse Educatie Vroegschoolse educatie is vergelijkbaar met voorschoolse educatie, maar dan voor kinderen uit groep 1 en 2 van de basisschool. Ook vroegschoolse educatie is bedoeld voor kinderen met een ontwikkelingsachterstand of een risico daarop. In een speciaal programma waar kinderen tijdens schooltijd aan meedoen, ontwikkelen zij door te spelen allerlei vaardigheden op het gebied van taal, rekenen, motoriek en met elkaar omgaan. Scholen zijn verantwoordelijk voor de vroegschoolse educatie.

6

Schakelvoorziening De Schakelvoorziening in Emmeloord is een onderwijsvoorziening voor kinderen van arbeidsmigranten, statushouders of kinderen die om welke reden dan ook de Nederlandse taal nog niet spreken. De Schakelvoorziening is onderdeel van Stichting Aves en een dislocatie van AZS De Wissel. Leerlingen van alle schoolbesturen binnen het basisonderwijs in de gemeente Noordoostpolder maken van deze voorziening gebruik. Intercultureel schoolmaatschappelijk werk in het basisonderwijs Gezinnen met een andere culturele achtergrond worden ondersteund in de verbinding met het Nederlandse onderwijs en bij (vermoedens van) een disbalans in de/problematische thuissituaties. De doelgroep voor deze inzet zijn ouders en kinderen met een niet-Nederlandse achtergrond, woonachtig in de gemeente Noordoostpolder. De vindplek/signalering vindt plaats op de scholen voor (speciaal) basisonderwijs en de schakelvoorziening. Het betreft niet de gezinnen die woonachtig zijn op het AZC. De toeleiding verloopt via de NT2-coördinator die in dienst is bij Aves. Intern begeleiders/leerkrachten kunnen via de NT2-coördinator een gezin met een ondersteuningsvraag aanmelden. Er zijn voor twee maatschappelijk werkers, één met een Poolse en één met een Arabische achtergrond beschikbaar (of eventueel een andere achtergrond naar behoefte).

Ouderconsulent/brugfunctionaris Gelijke Kansen De ouderconsulent vervult op scholen een belangrijke rol n de driehoek “ouder- kind- school” waarbij vooral ouders door middel van persoonlijk contact professioneel ondersteund worden. Door de inzet van de ouderconsulent kunnen (zorg) signalen sneller opgepakt worden of vragen (rondom financiële regelingen, gemeentelijke ondersteuning, voorliggende voorzieningen) sneller beantwoord. Hierin ligt ook een link met het sociaal loket van de gemeente. Zo ontlast de ouderconsulent de leerkrachten en directeur van de school en draagt bij aan een positief leef-, leer- en werkklimaat op onze scholen. Dit vergroot ook de ouderbetrokkenheid in de school. De ouderconsulent/ brugfunctionaris is actief op drie basisscholen in Emmeloord. Er wordt nader onderzocht hoe deze inzet doorontwikkeld kan worden. Overige activiteiten Naast de activiteiten in de voorscholen en het basisonderwijs vinden er nog meer activiteiten plaats die de onderwijskansen voor kinderen vergroten. Opstap(je) Opstapje is een programma dat Carrefour biedt aan gezinnen met kinderen (tussen 2 tot 4 jaar) waarbij er net iets extra ondersteuning nodig is. Ze bieden een leer- en speel programma in de thuissituatie op het gebied van taal, ontwikkeling en opvoeding, waardoor het kind voorbereid naar de basisschool kan gaan.

Ook zijn er groepsbijeenkomsten waar ouders kunnen aansluiten. De toeleiding loopt voornamelijk via de jeugdgezondheidszorg of via de kinderopvang. Bijna alle kinderen die in het Opstapje programma zitten, hebben een vve indicatie. Er zijn over het algemeen korte lijnen tussen de voorschoolse partijen en de medewerkers van Carrefour, die het Opstapje programma uitvoeren. Voor kinderen van 4 tot 7 jaar is het Opstap programma. Carrefour begeleid ook gezinnen met kinderen in deze leeftijd, zodat ze goed voorbereid raken voor het werk wat hen te wachten staat wanneer ze naar groep 3 van de basschool gaan. Het is ook belangrijk dat er tussen de Opstap medewerkers en het basisonderwijs een goede samenwerkingsrelatie is. BoekenPret BoekenPret richt zich op gezinnen met kinderen tussen 0 en 6 jaar (ouders en kinderen) en de professionals om hen heen. De aanpak en materialen zijn specifiek ontwikkeld voor gezinnen zonder voorleestraditie. Door de inzet van het (landelijke) programma BoekenPret bij instellingen voor vooren vroegschoolse educatie wordt de taalontwikkeling gestimuleerd, komt de peuter met grote regelmaat in aanraking met boeken, voorlezen en (gesproken) taal en worden ouders geënthousiasmeerd om voor te lezen. Dit alles om een kind een goede start te geven. Tevens geeft BoekenPret een doorgaande leerlijn met betrekking tot taal en (voor)lezen.

Alle peutergroepen in Noordoostpolder van Startpunt, SKN, Alles Kids en De Zonnestraal doen mee met BoekenPret.

7

Samen voor Lezen (Bibliotheek op school) Een goede schoolbibliotheek is de basis voor leesonderwijs en voor leesplezier. FlevoMeer Bibliotheek (FMB) wil in iedere school in de Noordoostpolder een goede schoolbibliotheek opzetten en onderhouden. Onder ‘een goede schoolbibliotheek’ verstaan wij een centraal geplaatste collectie kinderboeken die minimaal 8 boeken per leerling omvat die niet ouder zijn dan 10 jaar. De collectie is evenwichtig opgebouwd en bevat voor elk kind geschikte boeken. Om de tevredenheid van de leerlingen te meten zetten wordt het meetinstrument ‘Monitor Bibliotheek op school’ ingezet. Naast de aankoop en de sanering van de boeken kan elke school gebruikmaken van de dienstverlening van FMB voor de uitvoering van diverse activiteiten Daarnaast verzorgt FMB een ‘basisscholing jeugdliteratuur’ voor elk team op basisscholen. Deze cursus wordt gedurende het project aan ieder team aangeboden en elke school bepaalt zelf wanneer de cursus wordt afgenomen. Verder organiseert FMB jaarlijks een ‘inspiratiebijeenkomst jeugdliteratuur’ voor belangstellende leerkrachten. De scholing gebeurt op basis van de cursus ‘Open Boek’. Dit is een landelijke scholing tot leescoördinator die is geregistreerd in het Lerarenregister (Stichting Lezen) die door FMB uitgevoerd wordt.

8

Hoofdstuk 4 - Wat kost het? Hieronder volgt een meerjarenbegroting waarin de verschillende inzet en activiteiten verwerkt zijn. Er wordt een inschatting gemaakt van de uitgaven en inkomsten in de volgende jaren, omdat daar nog geen zekerheid over te geven valt. Inkomsten 2023 OAB-middelen Asscher middelen Subtotaal

Peuteropvang Voorschoolse educatie* Peuteropvang op het AZC Subsidies voor pedagogisch beleidsmedewerkers* Subsidie voor opleiding/kwaliteitsbevordering BoekenPret Opstapje/Opstap Schakelvoorziening en Intercultureel school maatschappelijk werk Onderwijs voorbereidende groep KBC VE+ Peutermonitor Nog nader in te zetten voor onder andere: - Ouderconsulent/Brugfunctionaris - Samen voor Lezen - Ouderstimuleringsprogramma’s - Overige uitgaven/activiteiten Coördinatie uren Subtotaal

€ 1.953.078 € 89.875 € 2.043.053 Beoogde 2023 € 50.000 € 710.000 € 105.779 € 40.600

Verwachte inkomsten 2024 € 1.984.054 € 89.875 € 2.073.929 Beoogde 2024 € 60.000 € 750.000 € 110.000 € 100.000

Verwachte inkomsten 2025 € 1.984.054 € 89.875 € 2.073.929 Beoogde 2025 p.m. p.m. p.m. p.m.

Verwachte inkomsten 2026 € 1.984.054 € 89.875 € 2.073.929 Beoogde 2026 p.m. p.m. p.m. p.m.

€ 3.500

€ 75.000**

p.m.

p.m.

€ 25.816 € 276.920 € 80.000

€ 30.000 € 280.000 € 80.000

p.m. p.m. p.m.

p.m. p.m. p.m.

€275.000 € 100.000 € 30.000 € 245.438

€275.000 € 100.000 € 30.000 € 53.053

p.m. p.m. p.m. p.m.

p.m. p.m. p.m. p.m.

€ 100.000 € 2.043.053

€ 100.000 € 2.073.929

€ 100.000

€ 100.000

*Deze uitgaven zijn de uitgaven die we binnen onze wettelijke taak moeten doen. De overige activiteiten zijn vrij beleid. ** De subsidie voor kwaliteitsbevordering is vanaf 2024 opgenomen in de subsidieregeling Peuteropvang en voorschoolse educatie. Alle organisaties kunnen hiervoor subsidie aanvragen. Er is hiervoor maximaal €75.000 gereserveerd op basis van de gestelde eisen uit de regeling.

9

Ondertekening Samen met alle partners die betrokken zijn bij de totstandkoming van dit plan, verklaren wij ons te committeren aan de doelen en de uitvoering daarvan, namens Gemeente Noordoostpolder Naam

Handtekening

Stichting Kinderopvang Noordoostpolder (en Startpunt) Naam Handtekening

Stichting Kinderopvang Flevoland Naam

Handtekening

Kinderopvang Alles Kids Naam

Handtekening

Boerderij De Zonnestraal (kinderopvang) Naam

Handtekening

Aves (basisonderwijs) Naam

Handtekening

De Planthof (basisschool) Naam

Handtekening

Het Samenwerkingsverband Passend Onderwijs NOP-Urk Naam Handtekening

Carrefour (welzijn) Naam

Handtekening

10

Zorggroep Oude en Nieuwe Land (jeugdgezondheidszorg 0-4 jaar) Naam Handtekening

GGD Flevoland (jeugdgezondheidszorg 4-18 jaar) Naam Handtekening

FlevoMeer Bibliotheek Naam

Handtekening

11

Bijlagen

12

Bijlage 1 - Toeleidingscriteria vve gemeente Noordoostpolder In de gemeente Noordoostpolder hanteren we de volgende criteria voor het afgeven van een vve indicatie voor- en vroegschoolse educatie (vve). De jeugdgezondheidszorg (JGZ) geeft deze indicatie af. Met deze indicatie kunnen kinderen gebruik maken van voor- en vroegschoolse educatie. Een kind komt in aanmerking voor een vve indicatie als het voldoet aan één of meerdere van onderstaande criteria. Toeleidingscriteria 1. Er is sprake van een (dreigende) taal/spraak achterstand 2. De opvoeder(s) hebben Nederlands niet als moedertaal/eerste taal (NT2) 3. Er is sprake van een (dreigende) achterstand in de ontwikkeling vanwege bepaalde kind eigenschappen, namelijk: a. risico’s in motorische ontwikkeling b. risico’s in sociaal emotionele ontwikkeling 4. Er is sprake van een (dreigende) achterstand in de ontwikkeling vanwege de sociale leefomgeving van het kind, factoren die hier aan bijdragen zijn: a. opleidingsniveau van ouders (maximaal genoten opleiding is basisonderwijs of vmbo basis/kader/mbo niveau 1) b. armoede (ouders zitten in schuldsaneringstraject) c. een disbalans in de draagkracht/draaglast van het gezin Toeleiding naar VVE De jeugdgezondheidszorg van Zorg Groep Oude en Nieuwe land (ZONL) stelt op basis van de gehanteerde criteria vast of een kind tot de doelgroep behoort.

Nadat de informatie is besproken met ouder(s) en deze toestemming hebben gegeven om gegevens te delen, wordt de informatie doorgegeven aan de voorschoolse voorziening waar het kind aangemeld is/wordt. De JGZ deelt hierin alleen gegevens die noodzakelijk zijn voor de voorschoolse aanbieders. De voorschoolse voorziening hanteert een kind volgsysteem waarmee de ontwikkeling van het kind gevolgd wordt. Indien de ontwikkeling bij een niet-doelgroepkind daartoe aanleiding geeft vraagt de voorschoolse organisatie alsnog een vve indicatie aan bij de JGZ. Als het kind 4 jaar is draagt de JGZ vanuit ZONL de gegevens over aan de JGZ van de GGD. Als een kind vve heeft gehad en zich voldoende heeft ontwikkeld, dan wordt dit schriftelijk overgedragen en worden de kinderen gezien tijdens de reguliere consulten. Sommige doelgroep kinderen worden, naast de kinderen met extra zorg, warm overgedragen. Kinderen worden warm overgedragen wanneer de GGD naast het reguliere aanbod actie moet ondernemen bij het kind. Hier wordt een mondeling overdrachtsmoment voor georganiseerd.

13

Bijlage 2 Evaluatie Gemeentelijk Onderwijs Achterstanden Beleid (GOAB) 2019-2022

Evaluatie Gemeentelijk Onderwijs Achterstanden Beleid (GOAB) 2019-2022

Mei 2023 M. Ruitenberg, gemeente Noordoostpolder

14

Inhoud Inhoud .................................................................................................................................................... 15 Hoofdstuk 1 – Inleiding .......................................................................................................................... 16 1.1 Wat is het OAB? .......................................................................................................................... 16 1.2 Waarom deze evaluatie? ............................................................................................................. 16 1.3 Wat zijn de beleidskaders? .......................................................................................................... 16 1.4 Wat zijn de budgetten? ................................................................................................................ 18 Hoofdstuk 2 – Evaluatie ......................................................................................................................... 19 2.1 Waren de doelen en afspraken duidelijk beschreven? ................................................................ 19 2.2 Hoe verliep de uitvoering van vve? ..............................................................................................

19 2.3 Hoe verliep de uitvoering van andere OAB-activiteiten? ............................................................. 22 Hoofdstuk 3 - Conclusies en aanbevelingen ......................................................................................... 25 3.1 Conclusie doel 1: Vergroten van het bereik van doelgroep peuters ............................................ 25 3.2 Conclusies doel2 :De voorzieningen zijn van hoge pedagogische kwaliteit ................................ 26 3.3 Conclusies doel 3: Alle 2 tot en met 14-jarigen in de Noordoostpolder kunnen (voorbereidend) onderwijs volgen binnen een Kindcentrum ........................................................................................ 27 3.4 Conclusies andere OAB-activiteiten ............................................................................................ 28 3.5 Vervolg ......................................................................................................................................... 28 Bijlage 1: Tussentijdse Evaluatie uitvoeringsplan Resultaatafspraken vve gemeente Noordoostpolder 2019-2020..............................................................................................................................................

30 Bijlage 2: Afbeeldingen .......................................................................................................................... 34

15

Hoofdstuk 1 – Inleiding 1.1 Wat is het OAB? Het Onderwijs Achterstandenbeleid (OAB) is opgezet om de onderwijsachterstanden van doelgroepen te verminderen. De gemeenten zelf zijn verantwoordelijk voor het monitoren en evalueren van het beleid. De gemeente heeft een wettelijke verplichting en aanzien van OAB. Het Rijk stelt geld beschikbaar via specifieke uitkeringen waarvan ook specifieke taken verwacht worden van gemeenten. De wettelijke grondslagen die achter het OAB zitten zijn de Wet Ontwikkelkansen door Kwaliteit en Educatie (OKE) en de Wet op het Primair Onderwijs (Wpo). De taken die hierin omschreven staan, kunnen niet alleen door gemeenten gedaan worden, maar samen met het veld van maatschappelijke partners.

1.2 Waarom deze evaluatie? Het is het einde van de Gemeentelijke Onderwijs Achterstanden Beleid periode 2019-2022. Aan het einde van deze periode willen we kijken naar het beleid en de resultaatafspraken, wat deze voor effecten hebben gehad en waar knelpunten liggen. Daarnaast doen we deze evaluatie om nieuw beleid en afspraken beter onderbouwd en beredeneerd te formuleren. Afgelopen beleidsperiode zijn er verschillende (wets-)wijzigingen die nog niet zijn meegenomen in de huidige afspraken. Deze hebben invloed op de nieuw te formuleren afspraken en worden daar dan ook in meegenomen. Deze gegevens die in deze evaluatie zijn weergegeven komen uit verschillende bronnen. De kwantitatieve data komt voornamelijk vanuit gegevens van de Jeugdgezondheidszorg, de Peutermonitor en het Landelijk Register Kinderopvang (LRK). De kwalitatieve data komt vanuit de ‘Tussentijdse evaluatie Resultaatafspraken vve 2019-2020’ (zij bijlage 1) en verschillende interviews met: - Kinderopvangaanbieders Stichting Kinderopvang Noordoostpolder (SKN) - Stichting kinderopvang en kenniscentrum - Kinderopvang Alles Kids - Kinderopvang Boerderij De Zonnestraal - Jeugdgezondheidszorg van Zorggroep Oude en Nieuwe Land - Jeugdgezondheidzorg van GGD Flevoland - Carrefour - Stichting Aves

1.3 Wat zijn de beleidskaders? Er zijn verschillende uitgangspunten waarop deze evaluatie is gebouwd. Als we kijken naar de beleidsplannen dan komt het OAB zowel in het Deelplan Jeugd als in het Taalbeleid van de gemeente Noordoostpolder terug. Daarnaast zijn er met de samenwerkingspartners Resultaatafspraken gemaakt. Deze afspraken vormen de basis van de evaluatie. De uitgangspunten uit de eerder genoemde beleidsplannen komen hier namelijk ook in terug.

Resultaatafspraken vve 2019 Volgens de Wet Ontwikkelkansen door Kwaliteit en Educatie (Wet OKE) en de Wet op het Primair Onderwijs (Wet Wpo) dienen de gemeente en de partners van voor- en vroegschoolse (vve) resultaatafspraken te maken over een dekkend en kwalitatief volwaardig vve aanbod. De resultaatafspraken geven input om de kwaliteit van de vve te monitoren en verder te ontwikkelen en samen vast te stellen wat alle inspanning op zou moeten leveren. De resultaatafspraken vve zijn gezamenlijke afspraken die bedoeld zijn om bij te dragen aan het kwaliteitsbewustzijn en aan de doelgerichtheid van vve. De resultaatafspraken hebben betrekking op de periode 2019-2022 en alle ketenpartners (die tekenden) maakten deel uit van de afspraken. De volgende partijen hebben zich geconformeerd aan de Resultaatafspraken vve Gemeente Noordoostpolder 2019-2022:  Gemeente Noordoostpolder  Stichting Aves 16

 Stichting kinderopvang en kenniscentrum Startpunt  Basisschool De Planthof  Stichting Kinderopvang Noordoostpolder  Kinderopvang Alles Kids  Boerderij De Zonnestraal  GGD Flevoland  Carrefour In dit convenant staat omschreven wat er verwacht wordt van de verschillende partijen en welke afspraken en acties er uitgevoerd moeten worden om de resultaten te behalen. We formuleerden drie doelen, waaronder we afspraken hingen. Hieronder volgen de drie doelen, met daarbij een figuur (zie figuur 1.) waarin de concrete afspraken per doel omschreven staat. - Doel 1: Vergroten van het bereik van doelgroep peuters Vanwege het ontwikkelrecht voor alle kinderen, zouden alle kinderen in onze gemeente de kans moeten krijgen om van hetzelfde aanbod gebruik te kunnen maken om zich zo te kunnen ontwikkelen tot het maximale van het eigen kunnen. We zouden daarom geen onderscheid moeten maken in kinderen met wel of geen risico op achterstanden, wel of geen toeslagregeling. Alle peuters zouden naar eenzelfde voorziening moeten kunnen van dezelfde kwaliteit en met hetzelfde aanbod in gemengde groepen. Daarnaast zouden kinderen die extra aandacht nodig hebben, dit ook moeten kunnen krijgen. Een zo hoog mogelijk bereik is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de gemeente en de vve aanbieders.

- Doel 2: De voorzieningen zijn van hoge pedagogische kwaliteit Door middel van monitoring is de kwaliteit van het aanbod goed te meten. Dit helpt om de kwaliteit van het aanbod te kunnen verbeteren. Een hoge pedagogische kwaliteit zorgt voor betere resultaten bij kinderen, dus het is van belang dat hier aandacht voor is. - Doel 3: Alle 2 tot en met 14-jarigen in de Noordoostpolder kunnen (voorbereidend) onderwijs volgen binnen een Kindcentrum Om de ontwikkeling van onze kinderen zo optimaal te stimuleren is het van belang dat kinderen gebruik kunnen maken van aanbod dat goed op elkaar is afgestemd en dat professionals goed weten wat voor kind ze voor zich hebben met welke behoefte. Om dit voor elkaar te krijgen is samenwerking tussen de onderwijsprofessionals en kinderopvang professionals van groot belang. Een goede manier om deze professionals dicht bij elkaar te brengen is het vormen van integrale kindcentra, waarbij je één team vormt met één pedagogische visie. Daarnaast zorgt een integraal kindcentra voor het makkelijker aanbieden van een doorgaande leerlijn. Ook de samenwerking met zorgpartners speelt hierbij een belangrijke rol.

17

Figuur 1. Resultaatafspraken vve

Vergroten van het bereik van peuters

•Een bereik van 80% van de reguliere peuters in 2022 door een grotere bekendheid van de mogelijkheden voor peuteropvang; •Een bereik van 80% doelgroeppeuters in 2022 door grotere bekendheid van de mogelijkheden voor vve; •Alle doelgroeppeuters kunnen terecht bij een kinderopvangorganisatie in de buurt; •Ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag kunnen zonder financiële belemmeringen gebruik maken van peuteropvang of vve; •Doelgroeppeuters maken gebruik van het aanbod Opstapje van Carrefour; •Vanaf 2020 kan elke doelgroep peuter 16 uur vve aanbod afnemen.

•We meten behaalde effecten van het aanbod vve; •Ouderbetrokkenheid wordt meegenomen in schoolplannen en pedagogische beleidsplannen; •We werken toe naar gemengde peutergroepen op alle locaties, waarin zowel peuters met en zonder vve indicatie aanbod krijgen; Toewerken naar hoge •Alle voorscholen kunnen gebruik maken van de kennis en expertise van een hbo-geschoolde collega; •Jaarlijks worden de vastgestelde resultaatafspraken geëvalueerd en zo nodig bijgesteld om hogere pedagogische pedagogische kwaliteit te behalen; kwaliteit

Kindcentra voor alle 2-14 jarigen in de Noordoostpolder

•Kinderopvangorganisaties en het onderwijs zoeken (binnen het kindcentra) naar gezamenlijk afstemming op thema’s als: •Ouderbetrokkenheid; •Scholing en professionalisering professionals; •Jeugdhulp op school; •Er is een doorgaande leerlijn vanuit kinderopvang naar het basisonderwijs; •Er is een warme overdracht van kinderopvang naar het basisonderwijs voor peuters (in ieder geval die met een vve indicatie); •Er is een warme overdracht vanuit ZONL naar de GGD wanneer er sprake is van kinderen met een vve indicatie.

1.4 Wat zijn de budgetten? In onderstaande tabel zijn globaal de inkomsten en uitgaven weergegeven binnen de middelen voor het Onderwijsachterstandenbeleid. De gemeente Noordoostpolder ontvangt via een specifieke uitkering middelen vanuit het Rijk voor het verminderen van onderwijsachterstanden bij kinderen. Hieronder zijn de inkomsten en globale uitgaven per jaar weergeven op dit budget. OAB-middelen Peuteropvang en voorschoolse educatie Boekenpret Opstap(je) Schakelvoorziening Kwaliteisbevordering vve Overige subsidies/opdrachten OAB en vrije ruimte Coördinatie uren

Inkomsten 2019 Inkomsten 2020 Inkomsten 2021 Inkomsten 2022 € 1.483.500,00 € 1.647.959,00 € 1.716.949,00 € 1.817.565,75 Uitgaven 2019 Uitgaven 2020 Uitgaven 2021 Uitgaven 2022 € 445.940,00 € 621.745,00 € 710.819,00 € 805.463,00 € 15.872,00 € 15.563,00 € 15.860,00 € 24.151,00 € 168.960,00 € 172.466,00 € 259.450,00 € 263.407,00 € 40.000,00 € 40.000,00 € 45.000,00 € 80.000,00 € 45.919,00 € 33.748,00 € 193.593,00 € 167.093,00 € 535.806,00 € 480.109,00 € 100.000,00 € 100.000,00 € 125.000,00 € 125.000,00

18

Hoofdstuk 2 – Evaluatie Hieronder volgen verschillende deelvragen met antwoorden voor wat betreft de evaluatie van het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid. De input voor deze deelvragen komen uit verschillende bronnen zoals in hoofdstuk 1 beschreven.

2.1 Waren de doelen en afspraken duidelijk beschreven? De doelen die omschreven zijn in de resultaatafspraken zijn voldoende duidelijk. Ze boden een houvast om ergens naar toe te werken. Door de jaren heen is er gewerkt aan de te behalen resultaten die we aan de doelen hadden gekoppeld. Samen me de partijen die zich conformeerden aan de resultaatafspraken (zie hoofdstuk 1), voerden we één- of tweejaarlijks overleg over de uitvoering van de resultaatafspraken. Zij waren bij zowel de tussentijdse als de eindevaluatie betrokken. Tussentijds was er ook veel afstemming tussen partijen onderling. Daarnaast is de Subsidieregeling voor peuteropvang gemeente Noordoostpolder 4 vastgesteld in 2019. Hierin staan ook resultaatafspraken beschreven waaraan voorschoolse partijen zich moeten houden om aanspraak te kunnen maken op subsidie. Ook deze afspraken zijn helder omschreven. Echter de praktische uitvoerbaarheid van deze subsidieregeling kost voor zowel de gemeente als de kinderopvangorganisaties veel tijd en papierwerk.

2.2 Hoe verliep de uitvoering van vve? In deze paragraaf gaan we op een aantal onderwerpen wat dieper in met verschillende sub vragen. De onderwerpen die aan bod komen zijn: Toeleiding vve, bereik vve, uitvoering van voorschoolse educatie, uitvoering van vroegschoolse educatie, doorgaande lijn, pedagogische kwaliteit en ouderbetrokkenheid.

Toeleiding vve  Heeft de Jeugdgezondheidszorg (JGZ) alle kinderen in beeld? De JGZ heeft nagenoeg alle kinderen tussen de 0-4 jaar in beeld (gemiddeld 99%)5. Gezinnen die mogelijk voor vve in aanmerking komen werden extra in de gaten houden.  Was er bruikbare info over Voorschoolse Educatie (VE)6 beschikbaar op de vindplaatsen? Er zijn folders (digitaal) beschikbaar in verschillende talen beschikbaar. Deze liggen op verschillende vindplaatsen, maar met name bij de JGZ, het welzijnswerk en de voorschoolse partijen. Op de website van de gemeente Noordoostpolder wordt ook bruikbare informatie weergegeven.  Zijn ouders begeleid naar VE? Alle ouders die geïndiceerd zijn, werden doorverwezen naar VE. Als ouders moeite hebben met een aanmeldformulier dan worden er lijnen gelegd met Opstapje. Er loopt een goed contact tussen de Opstapje medewerkers, de JGZ en de voorschoolse partijen. Het knelpunt zit hem met name in het feit dat er ouders zijn 5 dagen in de week kinderopvang willen afnemen voor lange dagen. De organisaties die VE aanbieden, kunnen dit niet altijd bieden. Je ziet dat deze ouders kiezen voor een andere soort opvang. Daarnaast is het voor sommige ouders ook niet duidelijke genoeg wat het VE aanbod hun kind kan brengen. Meer voorlichting zou wellicht wenselijk zijn.

 Was de VE-aanbieder goed bereikbaar en voldoende plekken? De JGZ geeft aan dat de VE plekken goed bereikbaar zijn en dat er ook voldoende plek lijkt. In sommige dorpen is er nog geen aanbod, dus daar is nog geen plaatsing mogelijk. De kinderopvangorganisaties geven zelf aan dat ze niet altijd voldoende plek hebben. Er zijn op enkele locaties wachtlijsten. Vaak kunnen kinderen al wel een deel van de tijd gebruik maken van het aanbod. Kinderen kunnen al wel starten met het aanbod, maar moeten wachten op een uitbreiding van het aanbod.

4

Subsidieregeling peuteropvang gemeente Noordoostpolder | Lokale wet- en regelgeving (overheid.nl) Verantwoording Jeugdgezondheidszorg 0-4 jaar en Algemeen Maatschappelijk Werk Gemeente Noordoostpolder Jaar 2022 6 Voorschoolse Educatie is het aanbod dat een kinderopvangorganisatie kan aanbieden aanpeuters tussen 2 en 4 jaar.

5

19

Bereik vve 

Doen de VE-aanbieders terugkoppelingen naar JGZ over plaatsingen? Weet de VEaanbieder dat er een kind aan komt? Heeft de JGZ teruggekoppeld aan gemeente over plaatsingen? Is de keten gesloten? Op al deze vragen kan positief geantwoord worden. De kinderopvangorganisaties geven de JGZ altijd een terugkoppeling van een plaatsing. Zo blijft er inzicht in welke kinderen wel of niet zijn aangekomen op een VE locatie. De JGZ informeert of ouders zich aangemeld hebben en waar. Vervolgens neemt de JGZ ook contact op met een kinderopvangorganisatie. Zo is de keten gesloten. Per kwartaal dienen de gemeente, de VE aanbieders, en de JGZ lijsten in de Peutermonitor7. Deze monitort het bereik van de peuters.  Wat was het bereik? En wat was het reden voor non bereik? Zie voor het bereik van voorschoolse educatie onderstaande tabel. De cijfers van 2022 zijn nog niet volledig bekend, in verband met een probleem in het monitoringssysteem.

aantal kinderen met indicatie aantal kinderen maken gebruik van vve bereik

2019 179 122 68%

2020 196 143 73%

2021 171 137 80%

2022 190 146 77%

De reden voor het non bereik zit hem met name in dat er veel arbeidsmigranten in de polder wonen. Deze ouders hebben vaak een grote opvangvraag. Deze ouders kiezen veelal voor reguliere kinderopvang. Niet alle reguliere kinderopvangpartijen en gastouders (kunnen) voorschoolse educatie bieden. Daarnaast zit er een grote verscheidenheid in de redenen waarom kinderen niet bereikt worden. Het gaat bij elke reden om enkelingen. Hier volgen de overige redenen: Afstand, financieel, geen belangstelling, kind nog te jong, praktische redenen, verhuizing of reden onbekend.

Uitvoering van Voorschoolse Educatie (VE)  Kan er 960 uur VE aanbod geboden worden per doelgroeppeuter? 8 De 960 uur kan door alle VE organisaties geboden worden Over het algemeen zien we dat dit ook wordt afgenomen door ouders/kinderen. Dit zegt niet dat alle ouders ervoor kiezen om ook volledig 960 uur af te nemen. Er zijn een aantal ouders die dit te veel vinden en minder uur afnemen.  Zijn er meer of andere locaties wenselijk? In totaal zijn 16 locaties met voorschools aanbod verspreid over de hele Noordoostpolder. Deze locaties hebben samen 421 kindplaatsen (op 31 december 2022). Dit zijn kindplaatsen voor zowel reguliere als doelgroeppeuters. Uitgaande van gemiddeld 200 doelgroeppeuters per jaar zou er in theorie voldoende plek zijn. Aangezien groepen ook worden gevuld met peuters die niet tot de doelgroep behoren, kan het voorkomen dat er soms geen plek is op een groep. We streven zoveel mogelijk naar heterogene groepen, dus een goede mix tussen reguliere en doelgroeppeuters is belangrijk. In de praktijk betekent dit dat groepen wel vol zitten. Met name in de een aantal dorpen en op sommige locaties in Emmeloord ligt de druk hoog. Hier zijn voor sommige dagen wachtlijsten. Zie bijlage 2 voor afbeeldingen voor wat betreft de spreiding van locaties.

 Is de afgesproken VE inhoud uitgevoerd? Is er een VE programma gevolgd? Wordt er gebruik gemaakt van een kind volgsysteem juist? In de gemeente Noordoostpolder werken alle VE organisaties met de methode Startblokken. De organisaties geven allemaal aan dat ze dit een mooie methode vinden. Het werkt erg prettig en er binnen de methode veel ruimte om aan te sluiten bij de behoeften van de kinderen. Ook alle VE organisaties werken met een kind volgsysteem. Volgens de subsidieregeling is zowel de methode Startblokken als het hebben van een kind volgsysteem. De organisaties kan geen aanspraak doen op subsidies als er niet aan deze voorwaarden wordt voldaan. Via die weg wordt dit dus ook getoetst.  Is de inzet van de Pedagogische beleidsmedewerker gelukt?

7

De Peutermonitor is een monitoringssysteem waarin zowel het bereik, de spreiding als de financiële verantwoording voor peuters met en zonder vve indicatie wordt weergegeven. Deze gegevens zijn gebaseerd op data vanuit de kinderopvangorganisaties, de JGZ en de gemeente. Zie achter deze link meer informatie. 8 Tussen de 2,5 en 4 jaar moet een peuter met een indicatie 960 uur VE aanbod kunnen ontvangen. Dit is een wettelijke verplichting, zie hier.

20

Ja, dit is bij alle organisaties gelukt. Aangezien dit een wettelijke verplichting is sinds 2022, hebben alle organisaties op tijd ervoor gezorgd dat er een pedagogische beleidsmedewerker aanwezig is voor voldoende uur.  Is er zicht op de kwaliteit van VE (ook gegevens uit toezicht GGD) Ja, hier is zicht op. Jaarlijks worden alle VE locaties geïnspecteerd door toezicht kinderopvang van GGD Flevoland. De kwaliteit van de organisaties is voldoende op orde. Wanneer dit niet zo is, herstellen de organisaties zich vaak binnen de hersteltermijn en hoeft er niet worden gehandhaafd. In bijlage 2 is een afbeelding opgenomen over de toezicht op de kinderopvang.

Uitvoering van Vroegschoolse educatie 

Is bekend of een leerling een vve indicatie heeft en zo ja, ontvangt een vve leerling een passend aanbod? Tussen de JGZ 0-4 jaar (ZONL) en JGZ 4-18 jaar (GGD) wordt een overdracht van dossiers gedaan waarbij wordt aangegeven of er een vve indicatie is of niet. Kinderopvangorganisaties met VE zorgen ook voor een (warme) overdracht van kinderen die naar het basisonderwijs gaan (mits er toestemming is van ouders). Toch is er in het basisonderwijs niet altijd bekend welke leerling een indicatie heeft of niet. De uitwisseling van gegevens/afstemming hierover is nog niet goed genoeg.  Is er een warme overdracht voor kinderen met een vve indicatie? De GGD (4-18 jaar) krijgt de dossiers koud overgedragen vanuit ZONL (0-4 jaar) wanneer er geen toelichting nodig is bij een peuter met een vve indicatie. Zijn er extra zorgen rondom een kind, dan worden dossiers warm overgedragen. Het streven is dan ook om ouders aan te haken. De leidsters van een voorschoolse groep of de pedagogisch coaches doen ook overdrachten richting de intern begeleiders of leerkrachten van de basisscholen. Vanuit de voorscholen wordt er een uitgebreid overdrachtsdocument per peuter overhandigd. De warme overdrachten van kinderen blijven een aandachtspunt. Er is toestemming van ouders nodig om warm over te kunnen dragen. Eigenlijk zou het streven moeten zijn om ook hier de gesprekken in gezamenlijkheid te doen.

Dit gebeurt niet. Daarnaast is de vraag in hoeverre het onderwijs de ondersteuning oppakt of op kan pakken die in de overdracht wordt meegegeven.  Werkt de school met een programma Vroegschoolse educatie of beredeneerd aanbod? Nee, het onderwijs werkt niet met aparte programma’s en hebben voor leerlingen met een vve indicatie geen ander aanbod dan voor reguliere leerlingen. Wel is er een NT2-begeleider binnen Aves, die kinderen in het regulier onderwijs verder kan begeleiden.

Doorgaande lijn  Is er sprake van inhoudelijke doorgaande lijn? In de Noordoostpolder zijn er een aantal kindcentra, waarbij een kinderopvangpartij samenwerkt met een school. Tot en met 2021 waren er 9 kindcentra (sommigen met meer dan 1 school binnen een kindcentrum) gestart of actief en nog 2 in ontwikkeling naar een kindcentrum. De andere scholen werken op activiteiten soms wel samen met de kinderopvangpartij of nog niet. Het verschilt per partij hoe de samenwerking wordt ervaren. In de meeste dorpen wordt er een prettige samenwerking met de scholen ervaren. Er is laagdrempelig contact, veel afstemming tussen personeel en samenwerking op thema’s.

Pedagogische kwaliteit  Is de pedagogische kwaliteit op orde? De pedagogische kwaliteit is bij alle voorschoolse partijen goed op orde. Alle partijen voldoen aan de wettelijke eisen voor het aanbieden van voorschoolse educatie. Dit wordt jaarlijks door de GGD Flevoland gecontroleerd binnen het kader van Toezicht en Handhaving Kinderopvang. Eén van de kwaliteitseisen is het in dienst hebben van een pedagogisch beleidsmedewerker/coach. Een pedagogisch beleidsmedewerker/coach is verantwoordelijk voor het pedagogische beleid binnen een kinderopvangorganisatie. Ook coacht en stimuleert zij pedagogisch medewerkers. Alle organisaties voldoen hier aan. Ook kunnen organisaties gebruiken maken van financiële ondersteuning voor kwaliteitsbevordering in 2020 en 2022 is hier door de organisaties ook gebruik van gemaakt. Dit resulteerde in meer voorschools aanbod en meer opgeleide pedagogisch medewerkers, wat de kwaliteit van het aanbod heeft bevorderd.

21

De voorschoolse partijen werken met het programma Startblokken. Dit is een vve programma wat volgens het NJI een ‘Goed Onderbouwd’ programma is.9 De organisaties vinden het een intensief programma, maar ook een heel goed programma. Er is binnen dit programma veel ruimte voor eigen invulling, maar biedt wel een hele goede basis.

Ouderbetrokkenheid  Hoe verloopt de ouderbetrokkenheid? Over het algemeen merken de kinderopvangorganisaties op dat het contact met ouders goed is. Er is genoeg contact bij de haal en breng momenten van de kinderen, mits ouders Nederlands of Engels praten. De taalbarrière blijft wel een ingewikkeld punt. Anderstalige ouders die ook geen Engels kunnen is lastig mee te communiceren, ook bij de haal en breng momenten. De organisaties zijn nog wel zoekende naar hoe er nu invulling gegeven moet gaan worden aan ouderavonden. Deze lagen tijdens de coronaperiode namelijk stil. Sommige zaken nemen een digitale vorm aan, wat ook passend kan zijn. Echt het meedraaien op groepen door ouders gebeurt niet meer. Ook wordt er vaker gekeken om zaken samen met de scholen op te pakken. Er worden door de organisaties geen ouderprogramma’s aangeboden om thuis verder te werken aan de ontwikkeling van de kinderen. Binnen het vroegschoolse aanbod is er naast de reguliere contactmomenten met ouders, geen apart ouderprogramma voor kinderen met een vve indicatie.

2.3 Hoe verliep de uitvoering van andere OAB-activiteiten? In deze paragraaf gaan we door middel van verschillende sub vragen in op de uitvoering van andere activiteiten die binnen het kader van het Onderwijsachterstandbeleid uitgevoerd en bekostigd worden. Dit zijn: Opstap(je), BoekenPret, Schakelvoorziening en Intercultureel schoolmaatschappelijk werk.

Opstap(je)

 Hoe verliep de uitvoering? Opstapje is een programma dat Carrefour biedt aan gezinnen met kinderen (tussen 2 tot 4 jaar) waarbij er net iets extra ondersteuning nodig is. Ze bieden een leer- en speel programma in de thuissituatie op het gebied van taal, ontwikkeling en opvoeding, waardoor het kind voorbereid naar de basisschool kan gaan. Ook zijn er groepsbijeenkomsten waar ouders kunnen aansluiten. De toeleiding loopt voornamelijk via de jeugdgezondheidszorg of via de kinderopvang. Bijna alle kinderen die in het Opstapje programma zitten, hebben een vve indicatie. Er zijn over het algemeen korte lijnen tussen de voorschoolse partijen en de medewerkers van Carrefour, die het Opstapje programma uitvoeren. Voor kinderen van 4 tot 7 jaar is het Opstap programma. Carrefour begeleid ook gezinnen met kinderen in deze leeftijd, zodat ze goed voorbereid raken voor het werk wat hen te wachten staat wanneer ze naar groep 3 van de basschool gaan. Gemiddeld zijn er per jaar 90 gezinnen die worden geholpen vanuit het Opstap(je) programma.  Heeft de activiteit bijgedragen aan het voorkomen/inlopen van onderwijsachterstanden? Het succes in het Opstapje programma zit hem met name in twee factoren. De Opstapje medewerker fungeert als een voorbeeldfunctie voor ouders.

Ouders zien hoe een medewerker speelt of leest met een kind, ze rijken handvatten aan ouders wat passend gedrag en reactie is in de ontwikkelingsfase van het kind. Daarnaast werken ze veel aan interactie stimuleren tussen de ouders en kinderen. Opstap(je) wordt door het Nederlands Jeugd Instituut erkend als een Goed Onderbouwde interventie.10 In de Noordoostpolder wordt de inzet naar tevredenheid gedaan van alle organisaties die de kinderen zien. Hoe meer ouders en kinderen in aanraking komen met Nederlandse contacten en ontwikkelstimulerende programma’s, hoe meer invloed dit zal hebben op de (taal)ontwikkeling van een kind en de onderwijskansen die dit kind krijgt.

BoekenPret

 Hoe verliep de uitvoering? BoekenPret richt zich op gezinnen met kinderen tussen 0 en 6 jaar (ouders en kinderen) en de professionals om hen heen. De aanpak en materialen zijn specifiek ontwikkeld voor gezinnen zonder voorleestraditie. Door de inzet van het (landelijke) programma BoekenPret bij instellingen voor voor9 Startblokken en Basisontwikkeling | Nederlands Jeugdinstituut (nji.nl) 10

Opstapje | Nederlands Jeugdinstituut (nji.nl)

22

en vroegschoolse educatie wordt de taalontwikkeling gestimuleerd, komt de peuter met grote regelmaat in aanraking met boeken, voorlezen en (gesproken) taal en worden ouders geënthousiasmeerd om voor te lezen. Dit alles om een kind een goede start te geven. Tevens geeft BoekenPret een doorgaande leerlijn met betrekking tot taal en (voor)lezen. Alle peutergroepen in Noordoostpolder van Startpunt, SKN, Alles Kids en De Zonnestraal doen mee met BoekenPret. Activiteiten die zijn uitgevoerd in de periode van 2019 tot en met 2022 in het kader van BoekenPret: - BoekenPret wordt uitgevoerd bij de peuterspeelzalen en alle VE-groepen in de kinderopvang, in totaal 19 groepen in Noordoostpolder (in 2022). Iedere week krijgen alle kinderen een prentenboek mee naar huis dat zo mogelijk past bij het thema waaraan de groep werkt. - De activiteiten van BoekenPret zijn vooral gericht op ouderbetrokkenheid. De activiteiten zijn volgens het plan uitgevoerd voor alle peuters die de peuterspeelzalen bezoeken: 400 kinderen van 19 peuterspeelzalen (in 2022) - Wekelijkse Boekenuitleen voor alle kinderen, georganiseerd door moeders of pedagogisch medewerkers. Op deze manier versterken het lezen thuis en op de groep elkaar.

In de NOP zijn er 110 themacollecties geleend uit de webshop van FlevoMeer bibliotheek - Speelontdekboeken stimuleren het voorlezen in de kindercentra en het voorlezen thuis Op de peuterspeelzaal wordt binnen een door henzelf gekozen thema, gedurende 4-6 weken met het thema gewerkt waarbij het prentenboek centraal staat. Alle peuters krijgen een speciaal BoekenPret tasje met een exemplaar van het prentenboek en een ‘werkschrift’ (voorleestips en werkbladen) mee naar huis. - Nationale Voorleesdagen: Alle locaties ontvingen een lespakket met daarin het boek dat centraal staat tijdens de Nationale Voorleesdagen. Daarnaast ook een lesbrief, vertelplaat, posters en de vertaalde mini boekjes in het Pools, Arabisch en Turks.  Heeft de activiteit bijgedragen aan het voorkomen/inlopen van onderwijsachterstanden? BoekenPret wordt door het Nederlands Jeugd Instituut erkend als een Goed Onderbouwde interventie.11 In onderzoeken naar BoekenPret zijn positieve effecten gevonden op onder andere de materiële leesomgeving van de gezinnen, het interactief voorlezen en het voorleesgedrag van ouders. Ook in onderzoek naar vve-programma’s wordt het effect gezien van BoekenPret.

Schakelklassen

 Hoe verliep de uitvoering? De Schakelvoorziening in Emmeloord is een onderwijsvoorziening voor kinderen van arbeidsmigranten, statushouders of kinderen die om welke reden dan ook de Nederlandse taal nog niet spreken. De Schakelvoorziening is onderdeel van Stichting Aves en een dislocatie van AZS De Wissel. Leerlingen van alle schoolbesturen in de gemeente Noordoostpolder maken van deze voorziening gebruik. Vanaf schooljaar 2018-2019 worden binnen de schakelvoorziening leerlingen opgevangen vanaf groep 2 van het basisonderwijs. De kinderen die in groep 1 instromen worden door de basisscholen zelf opgevangen. Voor de Oekraïense leerlingen van 4 jaar is een uitzondering gemaakt, zij worden ook op De Schakelvoorziening opgevangen. De leerlingen kunnen maximaal twee jaar deelnemen aan het onderwijs op de Schakelvoorziening. In de periode van 2019 tot en met 2022 zit de instroom van leerlingen in de Schakelvoorziening tussen de 33 en 55. De nieuwkomers blijven maximaal twee jaar op de Schakelvoorziening voordat ze doorstromen naar het regulier onderwijs of VO. Vanaf 2022 is er vanuit de subsidie voor de Schakelvoorziening ook inzet van intercultureel School Maatschappelijk werk beschikbaar voor de scholen voor basisonderwijs.

Gezinnen met een andere culturele achtergrond werden ondersteund in de verbinding met het Nederlandse onderwijs en bij (vermoedens van) een disbalans in de/problematische thuissituaties. De doelgroep voor deze inzet zijn ouders en kinderen met een niet-Nederlandse achtergrond, woonachtig in de gemeente Noordoostpolder. De vindplek/signalering vond plaats op de scholen voor (speciaal) basisonderwijs en de schakelvoorziening. Het betrof niet de gezinnen die woonachtig zijn op het AZC. De toeleiding verliep via de NT2-coördinator die in dienst is bij Aves. Intern begeleiders/leerkrachten konden via de NT2-coördinator een gezin met een ondersteuningsvraag aanmelden. Er was voor 2 dagdelen in de week (8 uur per week over +/- 40 schoolweken twee maatschappelijk werkers, één met een Poolse en één met een Arabische achtergrond beschikbaar.  Heeft de activiteit bijgedragen aan het voorkomen/inlopen van onderwijsachterstanden?

11

BoekStart/BoekenPret | Nederlands Jeugdinstituut (nji.nl)

23

Elke tien weken worden de vorderingen geëvalueerd. Als norm voor doorstroming naar het regulier onderwijs worden de NIN leerlijn (Nieuwkomers In Noord) en de score op de TAK-toets (Taaltoets Alle Kinderen) aangehouden. Ervaring en de advisering vanuit LOWAN leert ons dat de leerlingen in de bovenbouw op de TAK-toets minimaal 60 moeten scoren (beheersing van 4000 woorden) en leerlingen in de middenbouw op de TAK-toets minimaal 40 moeten scoren (beheersing van 2650 woorden) om een goede start te kunnen maken in het reguliere basisonderwijs. Leerlingen die naar het ZZC afdeling ISK/Caleido en naar Aeres PRO zijn gegaan, zijn daar middels een zorgvuldig proces geplaatst. Met Caleido /ISK is een warme overdracht geweest met de mentor. Er is een werkgroep actief met als doel de doorstroom en aansluiting te verbeteren. De leerlingen hebben onder andere een ochtend meegedraaid op Caleido/ISK en zijn getoetst om het niveau zo goed mogelijk te bepalen. Alle leerlingen maken daarvoor de TOA toets. Algemeen kan gezegd worden dat de leerlingen een voldoende/goed niveau hebben bij doorstroming, maar dat er meer tijd nodig is om op voldoende niveau te komen m et betrekking tot de doorstroming regulier voortgezet onderwijs. Het contact met de reguliere basisscholen is goed. De ouders en leerlingen worden begeleid door de coördinator zorg, m.b.t. de inschrijving op de basisschool.

De NT2- coördinator ondersteunt de basisscholen bij het opzetten van een goede doorlopende leerlijn. Bij alle leerlingen is er overdracht met de groepsleerkrachten en intern begeleiders. Bij leerlingen met extra onderwijsbehoeften is er contact tussen de intern begeleider van de Schakelvoorziening en de intern begeleider van de ontvangende basisschool. Indien nodig is er ondersteuning voor de leerkracht van de ontvangende school door de NT2- coördinator. De inzet van het intercultureel schoolmaatschappelijk werd droeg bij aan het verbeteren van onderwijsresultaten bij kinderen, doordat ouders en kinderen meer in verbinding stonden met het onderwijs, men elkaar beter begreep en problematische thuissituaties minder invloed kregen op de leerprestaties van kinderen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2116/documents/37176