CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

D03 01 Bijlage bij Nota - Regionale Samenwerking Public Affairs.pdf

Gemeenteraad 6 maart 2023, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 4: Lijst ingekomen stukken9.575 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Regionale samenwerking en Public Affairs

Over hoe we via regionale samenwerking en public affairs de opgaven van de gemeente Noordoostpolder oppakken.

Gemeente Noordoostpolder 2 januari 2023

Voorwoord Met het oog op de afgelopen verkiezingen van de Tweede Kamer, het formatieproces en het regeerakkoord werkt de gemeente Noordoostpolder aan strategische doelen over o.a. de woonopgave en mobiliteit & infrastructuur in onze regio. We zetten public affairs en lobby in als instrument en hebben nauwe samenhang met regionale partners. Deze instrumenten komen voort uit de maatschappelijke opgaven. Wij stelden een document op en werkten een proces uit om zaken te combineren en te communiceren.

Deze nota is bedoeld om onze kijk als college van burgemeester en wethouders te geven op hoe we met de maatschappelijke opgaven omgaan. Regionale samenwerking, public affairs en lobby zijn belangrijk om te zien hoe wij onze maatschappelijke opgaven oppakken en realiseren. We willen onze kijk graag delen met de gemeenteraad en andere relaties, om samen aan de maatschappelijke opgaven te werken. We schetsen eerst kort wat de opgaven zijn (o.a. uit het coalitieakkoord, Krachtig Noordoostpolder 2.0, Strategische Opgaven Omgevingsvisie en Flevoland Bouwt aan Nederland) en staan vooral stil hoe we daaraan werken. Hierbij is er een grote rol voor regionale samenwerking en lobby. Deze nota is als een handboek die gebruikt kan worden om strategische doelen te behalen. Om ons heen zien we snelle ontwikkelingen op allerlei terreinen. Daar zijn ook ontwikkelingen bij die vragen om een actie of reactie vanuit de lokale overheid. Waar krijgen de inwoners, ondernemers en organisaties in Noordoostpolder de komende jaren mee te maken waarbij de gemeente ook een rol speelt of kan gaan spelen? Hierin is het belangrijk om te kijken hoe we activiteiten kunnen inzetten om het beleidsproces en eigen maatschappelijke positie te beïnvloeden. Dus ene kant denken aan het effectief te doen, maar andere kant samen met andere regionale partners.

Maar wat kunnen deze regionale partners voor ons betekenen? Hoe kan VNG voor ons het voorbeeld maken? Wat kan Samen Maken We Flevoland en de regio Zwolle voor ons betekenen in ons lobby? Waar kan de provincie Flevoland en de regio Zwolle ons verder mee helpen? Waar kunnen provinciegrens-overschrijdende samenwerkingen ons verder mee helpen? Het uiteindelijk doel van deze nota is om focus aan te brengen en te kijken waar we effectief op kunnen inzetten. We schetsen eerst kort wat de opgaven zijn (o.a. Krachtig Noordoostpolder 2.0, Strategische Opgaven Omgevingsvisie en Flevoland bouwt aan Nederland) en staan vooral stil bij hoe we daaraan werken met grote rol voor regionale samenwerking. Om ons heen zien we snelle ontwikkelingen op allerlei terreinen. Daar zijn ook ontwikkelingen bij die vragen om een actie of reactie vanuit de lokale overheid. Waar krijgen de inwoners, ondernemers en organisaties in Noordoostpolder de komende jaren mee te maken waarbij de gemeente ook een rol speelt of kan gaan spelen.

2

Inhoud

Voorwoord.............................................................................................................................................. 2 1.

2.

Wat is public affairs?....................................................................................................................... 3 1.1.

Wat is het verschil tussen lobby, public affairs en regionale samenwerking?.....................4

1.2.

Redenen hoe public affairs de belangen kan helpen behartigen........................................5

1.3.

De verschillende stappen van public affairs........................................................................5

1.4.

Hoe zet Noordoostpolder lobby in?.....................................................................................5

1.5.

Implicaties voor een lobbyregisseur binnen het publieke domein.......................................6

1.6.

Maatschappelijk verantwoordelijkheid van een lobbyregisseur...........................................6

1.7.

Randvoorwaarden voor succes via regionale samenwerking.............................................7

1.8.

Welke dossiers lenen zich mogelijk voor een regio of lobby aanpak?................................7

1.9.

Welke randvoorwaarden zijn er voor succesvol lobby?......................................................7

Aan welke lobbydossiers werken we?............................................................................................. 8 2.1.

Economie............................................................................................................................ 8

2.2.

Op sociaal terrein................................................................................................................ 8

2.3.

Voorzieningen..................................................................................................................... 9

2.4.

Wonen: nieuwe verwachtingen........................................................................................... 9

2.5.

Uitvoeringslasten warmtetransitie.....................................................................................10

3.

Werken aan de Strategische Koers Omgevingsvisie op verschillende manieren..........................10

4.

Welke (bruikbare) samenwerkingsverbanden zijn er?...................................................................11

5.

4.1.

Samen voor de klant: arbeidsmarkt regio Flevoland.........................................................11

4.2.

Horizon: ruimte voor ondernemen in Flevoland................................................................11

4.3.

Provincie Flevoland: Samen Maken We Flevoland...........................................................11

4.4.

Regio Zwolle naar 4e economische topregio....................................................................12

4.5.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG)..............................................................13

4.6.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), afdeling Flevoland...............................14

4.7.

M50 Middelgrote Gemeenten........................................................................................... 14

4.8.

Branchegroep VNO-NCW Flevoland................................................................................16

4.9.

Belangenbehartiging LTO Noord......................................................................................17

4.10. Innovatiecluster Noordoostpolder………………………………………………………………18 4.11. Mobiliteit en Infrastructuur Test Centrum (MITC)………………………………………………..18 Wat zijn de financiële en maatschappelijke baten van public affairs tot dusver?...........................18 5.1.

Lobby Afdoende Financiële Middelen...............................................................................18

5.2.

Lobby RegioDeal.............................................................................................................. 19

5.3.

Lobby Mobiliteit................................................................................................................. 19

6.

Op welke dossiers zijn we als gemeente nu actief?......................................................................20

7.

Bijlagen......................................................................................................................................... 21 3

Bijlage 1: Format Lobbyplan:............................................................................................................ 21 Bijlage 2: Voorbeeld van een factsheet Omgevingswet....................................................................22

1. Wat is public affairs? Public affairs is het repertoire aan activiteiten dat wordt ingezet om het beleidsproces en de eigen maatschappelijke positie te beïnvloeden. Het kan gezien worden als een mix van belangenbehartiging, stakeholder- en reputatiemanagement. De public affairs binnen een organisatie zorgt voor het versterken en verbeteren van de eigen positie. Iedereen is (bewust of onbewust) bij public affairs betrokken. Er wordt namelijk altijd vanuit een hoek een formeel doel geformuleerd, situatie ingeschat en een aanspreekpunt gekozen om de boodschap over te brengen. De hulpbronnen die hiervoor worden ingezet zijn o.a.: geld, legitimiteit, informatie en netwerk. Het is een strategisch middel waarmee organisaties inspelen op ontwikkelingen, kansen en bedreigingen die voortkomen uit politiek-maatschappelijke veranderingen, publieke meningsvorming en politieke besluitvorming. Voor de duidelijkheid: Public affairs heeft niks van doen met het ‘kopen van invloed’. Het werk van een public affairs-specialist is het bouwen aan relaties tussen jouw organisatie en beleidsmakers. Hét instrument dat een public affairs-specialist in handen heeft, is het verstrekken van informatie en invalshoeken aan politici en beleidsmakers: op het juiste moment de juiste mensen van de juiste informatie voorzien.

Dit proces helpt een organisatie om effectief te kunnen presteren in haar bedrijfskundig en maatschappelijke omgeving.

1.1.

Wat is het verschil tussen lobby, public affairs en regionale samenwerking?

Lobby heeft veel overeenkomsten met regionale samenwerking. Het verschil is dat lobby een concreet afgebakend resultaat als doel heeft, en meer een ad hoc karakter heeft. Terwijl regionale samenwerking en public affairs meerdere doelen kunnen dienen en structureler zijn qua opzet. Een gezamenlijke lobby kan een onderdeel zijn van de regionale samenwerking en de strategie van public affairs

4

1.2.       

1.3.

Redenen hoe public affairs de belangen kan helpen behartigen Invloed op beleid; Financiële ondersteuning door de overheid; Gunning van een bepaald (publiek) project; Verbetering van de eigen positie en reputatie; Goed gevoel ontwikkelen om politiek succes te boeken; Meegaan met actieve concurrentie; Noodzaak van integratie van commerciële en politieke strategie voor succes.

De verschillende stappen van public affairs

• Monitoring van relevante informatie Hier gaat het om het (intern) ontvangen van de signalen uit de eigen organisatie en (extern) informatie ophalen uit de omgeving over issues en stakeholders, en beleidsinitiatieven in beeld brengen. De vraag luidt of er signalen zijn uit de buitenwereld die de doelen van de organisatie kunnen raken? Hiervoor is het van belang om te weten hoe de politieke, maatschappelijke en bedrijfsmatige trends zich ontwikkelen vanuit Den Haag en Brussel? Dit gaat om anticiperen, kennis hebben van de spelregels afhankelijkheden. • Analyse en strategievorming In dit geval gaat het over herkennen, bijstellen en afstemmen van belangen en issues van de eigen organisatie. Aan de hand daarvan kan er korte- en lange termijnstappen bepaald worden met public affairs-activiteiten rond issues. Dit gaat over het kiezen van de route (direct of door een omweg via de publieke opinie). Hieruit moet vastgesteld worden in welke fase een issue zich bevindt op de beleidscyclus en wat het allemaal heeft opgeleverd. • Lobbyen en management van de maatschappelijke positie Uiteindelijk is het van belang om (intern) het public affairs-mandaat in de eigen organisatie zeker te stellen. N.a.v. de strategie kunnen activiteiten verricht wordt die gericht zijn op invloed van beleidsprocessen.

Bij monitoring en strategievorming is het meer huiswerk doen en hier draait het meer om (extern) veldwerk en concreet handelen.

1.4.

Hoe zet Noordoostpolder lobby in?

Noordoostpolder maakt gebruik van een beproefde lobbymethodiek, ‘De negen stappen van succesvol lobby’ van Annemarie Gehrels. Deze negen stappen leiden de lobbyist op een gestructureerde manier door alle elementen van lobby heen. Het proces begint met analyses: van de eigen organisatie, van de lobbydoelstelling en doelgroep. Gehrels geeft duidelijke aanwijzingen over samenwerken. Deze methodiek gaat over transparante, samenwerkende lobby. Het is van belang om de focus te bepalen, netwerk op orde te zetten en een stevige interne organisatie te hebben (met bijvoorbeeld bestuurlijke en ambtelijke kerngroepen). Het gaat om de volgende negen stappen:  Stap 1: Focus binnen je organisatie; Zorgt voor positie en dit geeft lobbyresultaat  Stap 2: Bepaal je lobbydoelstelling; Wat wil je veranderen? Voor wie? Door wie? Hoe ‘groot’ moet de verandering zijn en wanneer moet dit plaatsvinden? 5

      

Stap 3: Ken je doelgroep: Strategische keuze die je neemt Stap 4: Ken je doelwit: Stakeholdermanagement met terugkerende spelers en smaakmakers en zorg voor een koppeling tussen belang van het Noorden en belang bewindspersonen. Stap 5: ken je eigen organisatie Stap 6: Ken je vrienden en vijanden Stap 7: Zo ga je het doen: je lobby-plan Stap 8: Weet of je goed bezig bent: Monitoring Stap 9: Klaar: Evalueren maar!

Deze samenwerkende manier van lobby voeren, heeft Noordoostpolder al de nodige resultaten gebracht, zie verderop. Binnen deze lobbymethodiek gaan we eerst een analyse maken van de stand van zaken en inschatting maken waar kansen voor beïnvloeding liggen. Daarna kan er een plan gemaakt worden om de handen ineen te slaan. Tot slot kan er d.m.v. een procesevaluatie getoetst worden of er voldoende is gebruikgemaakt van netwerk en de juiste route is gekozen? Is het überhaupt gelukt om op de agenda van de gemeenteraad te komen? Is de boodschap wel overgekomen en hebben we de doelgroep bereikt? Hebben we de opinie in gunstig zin beïnvloed en zijn de beslissingen eindelijk in ons voordeel gegaan? Op grond van evaluatie kan de cyclus opnieuw worden doorlopen. Dit helpt om meer inzicht te krijgen en te voorkomen dat er verwachtingen ontstaan. Waarden, macht, ethiek en mentaliteit van evaluatie is van grote betekenis voor de professionele rol en opvatting in public affairs. Dit zijn de competenties waarover een lobbyregisseur moet beschikken binnen lobbydossiers. De lobbyregisseur helpt de eerste twee bij het lobbywerk. Dat lobbywerk is niet zelf veel uren doorbrengen in bijvoorbeeld Den Haag en Brussel, maar helpen om doelgericht de juiste mensen op het juiste moment op de juiste manier met de juiste focus en de juiste boodschap met anderen te laten contacten.

Echter heeft een lobbydossier niet alleen een lobbyregisseur, maar ook een ambtelijk eigenaar. De ambtelijk eigenaar onderhoudt de contacten in het specifieke lobbynetwerk, de lobbyregisseur in het algemene lobbynetwerk (bijv. Regio Zwolle, provincie Flevoland (Samen Maken We Flevoland), VNG, Horizon, M50 en brancheverenigingen). Volgens Annemarie Gehrels is ook van groot belang om trends waar te nemen binnen lobbynetwerken. Trends volgens Gehrels zijn o.a.:  Ministeries proces- en niet resultaatgericht;  Incidenteel i.p.v. structureel geld (en voor afgebakend doel);  Van decentralisatie naar centralisatie;  Politieke versnippering, rol Kamer in gedrang.

1.5.

Implicaties voor een lobbyregisseur binnen het publieke domein

Public affairs speelt zich steeds meer af binnen het publieke domein. De lobby verloopt ook beter als de organisatie over een sterke maatschappelijke positie beschikt. Steeds meer organisaties en instanties binnen de overheid onderkennen deze ontwikkeling en sturen hun public affairs aan vanuit een bredere stakeholdersbenadering. Hiervoor is maatschappelijk verantwoord ondernemen en maatschappelijk besturen van belang. Een lobbyregisseur moet de maatschappelijke ontwikkelingen goed in de gaten houden. Belangenbehartiging wordt namelijk steeds meer in het openbaar uitgevoerd. De handelingen van lobbyisten worden zichtbaar, informatie wordt gewogen en eventueel onterechte/onjuiste beïnvloeding wordt aan de kaak gesteld. Elke organisatie maakt daarmee hun eigen positie en eventuele problemen zichtbaar. Deze mogelijkheid heeft als vertrekpunt dan het beleidsproces en invloed op maatschappelijk positie met elkaar in verband staat. Focus is dus een kwestie van weloverwogen strategische of tactische keuzes die van geval op geval kunnen verschillen.

1.6.

Maatschappelijk verantwoordelijkheid van een lobbyregisseur

Door de snelle ontwikkeling in de samenleving zijn overheden zich steeds meer bewust geworden van hun omgeving en houden ze rekening mee dat ze verantwoording moeten afleggen over hun 6

activiteiten. Naast het streven naar eigen doelen dient een lobbyregisseur voortdurend rekening te houden met de mogelijke en gebleken effecten op de maatschappij en deze direct betrekken in de koers en activiteiten van de organisatie. Belangrijke kenmerken hiervoor zijn:

• Brede verantwoording Publieke organisaties worden aangesproken door de samenleving en daarom is het noodzakelijk om verantwoording af te leggen om maatschappelijke positie niet op het spel te zetten. • Formeel en informeel verslaglegging met overleg Op de overheidssites is het voor de burger vaak complexer dan het is. Daarom is het belangrijk om te streven naar een leesbaar verslaglegging met volledigheid en toegankelijkheid. Om uit te kijken voor veroordelingen en niet negatief in de media te voorschijnen is dit uitermate van belang.

1.7.

Randvoorwaarden voor succes via regionale samenwerking

Deze regionale samenwerking gaat voor de inwoners en ondernemers van Noordoostpolder alleen renderen bij een actieve houding en betrokkenheid van de gemeente bij deze verbanden. Het rendement van de regionale samenwerking wordt bepaald door drie factoren: • Commitment en betrokkenheid van het bestuur (gaan we ervoor en tonen we dat ook); • Middelen (financiële en ambtelijke capaciteit); • Het ambtelijk-bestuurlijk samenspel. Alle drie zijn van cruciaal belang. Als één van de drie niet goed op orde is, leidt dit tot rendementsverlies of zelfs geen enkel rendement. Binnen de regionale agenda’s ontstaan de voor Noordoostpolder relevante projecten en programma’s niet vanzelf. Noordoostpolder werkt daar zelf actief aan mee en betaalt ook mee. Want geen geld en geen capaciteit, dan geen projecten.

1.8.

Welke dossiers lenen zich mogelijk voor een regio of lobby aanpak?

Rond mobiliteit, wonen en werken liggen grote maatschappelijke opgaven voor de Noordoostpolder. Met name speelt de vraag hoe we kunnen bijdragen aan en profiteren van de economische groei en de woonopgave van Flevoland en de regio Zwolle. Rond Innovatiecluster Noordoostpolder speelt de vraag hoe we de kracht van de maakindustrie kunnen versterken. Hoe we dat gaan aanpakken, zelfstandig of via regionale samenwerking en/of lobby bijvoorbeeld, zullen we de komende tijd afwegen. https://icnop.nl/

1.9.

Welke randvoorwaarden zijn er voor succesvol lobby?

Onze methodiek van lobby voor de belangen van de gemeente Noordoostpolder gaat alleen renderen als we focus houden. Hoe meer lobbydossiers, hoe meer versnipperd de aandacht en hoe groter de druk op capaciteit. Daarnaast speelt timing een belangrijke rol. Soms is het beter dossiers te volgen en niet actief op te pakken omdat ze pas later actueel worden. De volgende fasen van issues en aandacht-bereik kan ontstaan:  Begin van probleemerkenning Hier gaat het om issue identificatie met herkennen en erkennen van het probleem en de wijze waarop dit vervolgens als belangrijk en urgent onderwerp aangemerkt wordt. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van framing om meer passend definitie te vinden.  Opkomst met kansen en risico’s Er wordt een belangenafweging gemaakt waar voor- en tegenstanders kunnen ontstaan. Men moet dan het issue omarmen en het gevoel hebben dat het relevant is voor de samenleving (of de politiek). 7

Groei van issue is daarnaast ook een belangrijke punt waar bijvoorbeeld een hype onder de aandacht komt en mensen worden gemobiliseerd.  Druk op beleidsvorming Issue wordt openbaar, veel gecommuniceerd en er ontstaat grote maatschappelijke druk om maatregelen te nemen. In dit geval worden voorstellen opgesteld door maatschappelijke organisaties en er worden ideeën in breder kader gedeeld. Daarnaast worden er o.b.v. verschillende visies (individueel of maatschappelijk) besluiten genomen.  Nasleep en verschuiving naar de achtergrond Aandacht gericht op uitvoering en beheer is in dit geval in een vaarwater zijn terecht gekomen met implementatie. Een onderwerp kan door een groot aantal mensen zijn gedeeld of uitgevoerd. Hieruit ontstaat consolidatie waarbij het geaccepteerd is of juist een issue langzaam kan wegzakken in de aandacht.

2. Aan welke lobbydossiers werken we? De volgende lobbydossiers trekt een andere partij aan de kar en kunnen we als gemeente deelnemen: - VNG: macrobudget jeugdhulp: deze lobby vanuit de VNG ondersteunt de lobby vanuit de sector om een verruiming van het rijksbudget voor met name zware jeugdhulp. - Regio Zwolle: lobby voor een bijdrage uit het Groeifonds voor icoonprojecten in de regio (met mogelijk een spin-off voor Noordoostpolder) - Regiodeal (Samen Maken We) Flevoland en Regio Zwolle: lobby richting het Rijk voor een (vervolg)bijdrage en goede deal.

2.1.

Economie

Rond bedrijvigheid en werkgelegenheid is samenwerking in partnerschap nodig. Zo kunnen we met heel Noordoostpolder (Gemaakt in de Noordoostpolder!), de regio Zwolle en de provincie Flevoland ons verder ontwikkelen. Ondernemers ondernemen, de gemeente ondersteunt voor een goed ondernemersklimaat. In het algemeen letten we hierbij op een blijvend goede bereikbaarheid van Noordoostpolder, aantrekkelijke voorzieningen in de kern Emmeloord en voldoende goed toegeruste bedrijvenlocaties. Specifiek trekken we met ondernemers op rond de volgende actuele aandachtsgebieden: • Antwoord bieden op de (nasleep van de) coronacrisis en ontstane situatie door de Oekraïneoorlog; • Aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt; • Voldoen aan de behoefte van goed opgeleid en gemotiveerd personeel in specifieke sectoren; • Zorgen dat Noordoostpolder bijdraagt aan en profiteert van de economische groei rondom Flevoland en de regio Zwolle en de daaraan gekoppelde woonopgave; • Versterking van het ondernemersklimaat door positie te kiezen als schakel tussen de Randstad, Regio Zwolle en Noord-Nederland (corridor Flevoland). • Antwoord bieden op de vragen: wat voor nieuwe bedrijven zijn hier welkom? Wat moeten ze toevoegen aan de economie? Of richten we ons alleen op onze eigen, lokaal gewortelde bedrijven? • Bedrijventerreinen in samenhang met de omgeving visie.

Samenhang met optie- en uitgiftebeleid, meer aandacht en dus ook middelen voor samenwerking op bedrijventerreinen om bijvoorbeeld duurzaamheidambities te realiseren. Maar vooral ook als gemeente in control te blijven over wat soort bedrijven je wel en niet wilt aantrekken. • Midden in de Noordoostpolder ligt het voormalige eiland Schokland. Een archeologisch monument vol bijzondere bodemschatten. Een plek tussen land en water, waar eeuwenlang mensen woonden. Altijd strijdend met de elementen. Ontdek het verborgen verleden van Werelderfgoed Schokland en het prachtige natuurgebied dat het nu is. Geen wonder dat UNESCO in 1995 besloot om Schokland en omgeving de status van werelderfgoed te geven. Dit onder andere door samenwerking op toerisme met Giethoorn en Urk. Hierdoor en door 8

logische combinaties met Nagele (Nieuwe Bouwen), Orchideeënhoeve, Tulpenroute en Waterloopbos, meer toeristen naar onze regio krijgen en vasthouden. • De Noordoostpolder is hoofdzakelijk een agrarische gemeente met veel akkerbouw. Tevens één van de grootste in Nederland. Dit willen we zo houden, maar we kijken ook naar verdere innovatie en winmodellen voor een robuuste duurzame toekomst. Tevens zal de economische ontwikkeling moeten aansluiten zoals het beschreven staat in de perspectiefnota 2023-2025. Er zijn veel mogelijkheden om antwoord te bieden op de nasleep van de coronacrisis en de huidige oorlog in de Oekraïne. Deze hebben namelijk o.a. gezorgd voor: Rentewijziging, bezuinigingen, andere manier van werken en vertragingen van projecten. Als gemeente is het van belang om intern signalen uit de eigen organisatie op te vangen en extern dit in beeld te brengen. Dus intern het eigen mandaat zeker stellen in de organisatie, maar extern activiteiten uitvoeren gericht op maatschappelijk partnerschap. Binnen public affairs draait het namelijk vaak om concreet handelen. We gaan zorgdragen dat Noordoostpolder goed op de hoogte is van de mogelijkheden van beschikbare subsidies vanuit het Rijk en de EU Dit kunnen we doen door zelf een beleidsadviseur subsidie aan te nemen.

Deze zal dan als brug moeten fungeren tussen gemeente Noordoostpolder, Rijk, Provincie Flevoland, Regio Zwolle, DUN, EU en andere stake-holders.

2.2.

Op sociaal terrein

Noordoostpolder heeft in landelijk perspectief rond het gemiddelde met onderwijsachterstanden en sociaaleconomische problematiek te maken. In Noordoostpolder werken we al jaren met partners samen aan jeugd goed voorbereid op de toekomst; o.a. door te investeren in een Onderwijs Expertise Centrum voor het jonge kind en de VO-Campus. Oftewel een brede lokale samenwerking die door partners enthousiast wordt omarmd. En we hebben een lobby gaande met andere partijen in het land op meer investeringen van het Rijk voor duurzaam en innovatieve onderwijshuisvesting. Voor onderwijshuisvesting is het bedrag niet meer up-todate voor de huidige situatie. Er moet meer geld komen voor de extra energiekosten en duurzaamheidsvereisten (Bijna Energieneutrale Gebouwen is de nieuwe norm, maar nog niet in de rijksfinanciering). De werkzaamheden op sociaal terrein zijn binnen de gemeente Noordoostpolder vooral gericht op het uitvoeren van het huidige vastgestelde beleid. We zien hierdoor dat we tegen toenemende zorgvragen en een tekort aan financiële middelen aanlopen. Public affairs kan dan de belangen van ons organisatie helpen behartigen d.m.v. financiële ondersteuning door het Rijk.

Voor public affairs is het belangrijk om na te denken hoe we invulling willen geven aan de leidende principes in het sociaal domein? Wat is er al besloten op beleidsniveau en welke keuzes moeten er nog gemaakt worden? Hier gaat het ook om in te kunnen schatten van kansen en risico’s om succesvol te kunnen lobbyen (strategisch management). Het gaat dus om kunnen inspelen op politieke besluitvorming op veranderingen in de maatschappij. De situatie heeft ook een weerslag op het gebruik en de kosten van Wmo en jeugdhulp en bijstand. Andere gemeentes hebben hier ook mee te maken, mede daarom werken we regionaal samen rond inkoop jeugdhulp, rond Wmo en in de arbeidsmarktregio. We zijn lokaal bezig met een programma om meer grip te krijgen op het Sociaal Domein op effecten en kosten. En we doen mee aan een lobby van de VNG en P10 om het rijksbudget voor jeugdhulp en onderwijshuisvesting te verruimen.

2.3.

Voorzieningen

Op het gebied van voorzieningen hebben we een uitdaging. Voor ondernemers in de gemeente (met name de winkels en horeca in Emmeloord) en de wijk- en dorpscentra, is het een zeer moeilijke tijd. De leegstand is een probleem. De culturele voorzieningen staan onder druk. Vandaar ook een lobby gericht op vitale kernen in de regio.

2.4.

Wonen: nieuwe verwachtingen

Door diverse ontwikkelingen, zoals corona, het nieuwe (thuis)werken en de stijging van de huizenprijzen, zien we een toenemende druk op wonen in de regio’s. Ook in Flevoland en de Regio Zwolle is deze druk merkbaar. We zullen als Noordoostpolder moeten bepalen hoe hiermee om te 9

gaan, waar liggen kansen en risico’s. Binnen de samenwerking van de Regio Zwolle en provincie Flevoland pakken we de woonopgave op. Dit is hard nodig, omdat er een oneerlijk speelveld is tussen grote en iets kleinere gemeenten als het gaat om de financiering van de woningbouwopgaven. De woningbouwopgave is nog niet in de Perspectiefnota 2023-2026 verwerkt, maar staat voor de komende jaren wel op de agenda voor de raad (3500 woningen extra en bij de komst van de Lelylijn nog eens 5000 woningen extra). Echter hebben keuzes die we als gemeente gaan maken op dit vlak een langdurig effect, omdat woningbouw een traag ‘product’ is. Vanwege de grote complexiteit en traag bewegende processen wordt het een opgave voor de gemeente om aan het management of achterban te laten zien ‘hoe’ we het verschil kunnen maken. Op strategisch niveau moeten we kijken waar we onze ruimte voor gebruiken? Waar ontwikkelen we woningbouw op de langere termijn? Voldoet de woningbouw aan duurzaamheid? Hoeveel willen we bouwen? Wat is de impact van meer woningen en de keuze soort bouw op onze samenleving? We willen in ieder geval een bijdrage leveren aan de landelijk en regionale woningbouwopgave in samenhang met transitieopgaven, met oog voor de identiteit en de daadkracht van Noordoostpolder en een betere bereikbaarheid.

Ook ons zorgaanbod kan en mag niet verder verschalen, zeker niet met verdere groei van het aantal inwoners én het stijgende aantal extra huishoudingen in de polder. Deze bijdrage leveren we vanwege maatschappelijke druk om maatregelen te nemen. Als gemeente moeten we daarom ons meer op public affairs richten vanwege ons verantwoordelijkheden en (publieke) bevoegdheden betreft de woningbouwopgave. Dit gaat gepaard met druk door aandacht in de media en mobilisatie van maatschappelijke steun. In zo een situatie wordt er actie verwacht en vraag naar directe oplossing. Een strategische aanpak is om dit te doen met een grote groep aan stakeholders om o.a. te voorkomen van reputatieschade en ten gunstige van je maatschappelijke positionering als organisatie. Samenwerking met andere partijen (buurgemeenten) kan daarom van belang zijn bij o.a. het realiseren van de woningbouwopgave en voorkoming van verdere verschraling van de zorg. Denk hierbij aan de Regio Zwolle, Provincie Flevoland, Urk en Dronten. Aansluitend op de perspectiefnota 2022-2025 zal er gekeken moeten worden naar de woningmarkt, bouwprojecten die plaatsvinden, prijsstijging en hoe we als public affairs een stuurkracht willen hebben op deze opgaven.

Welke doelen hebben we, en welke resultaten willen we behalen op dit gebied? Wat zijn de politieke, maatschappelijke en bedrijfsmatige trends op dit gebied? Welke signalen krijgen we binnen uit ons eigen organisatie en extern? Daarop moeten we weer kunnen anticiperen, kennis hebben van spelregels en kijken naar afhankelijkheden (bij wie we uiteindelijk moeten zijn).

2.5.

Uitvoeringslasten warmtetransitie

In het Klimaatakkoord is vastgelegd dat de CO2-uitstoot in Nederland verlaagd wordt. Vanaf 2050 verwarmen we hierom gebouwen niet meer met aardgas. De gemeenten zijn regisseur van de warmtetransitie. Zij stellen hiervoor een Transitievisie Warmte (TVW) op waarin de weg naar aardgasvrij wordt aangegeven. Er is nog veel onduidelijk over de kosten van de warmtetransitie. Woningeigenaren maken zich grote zorgen om de betaalbaarheid. De gemeente ziet hier een faciliterende rol voor zichzelf. Uiteindelijk is de uitvoering de verantwoordelijkheid van de gebouweigenaar. De gemeente kan hier een rol van betekenis spelen. De raad nam in november 2022 nog een motie aan om te ijveren voor een waterstoffabriek in onze polder. Door de juiste duurzaam materialen toe te passen en in te zetten op een duurzame(re) economie dragen we ons steentje bij! Door lagere energielasten zal een fors deel van de transitie worden terugverdiend. Het is daarmee vooral een financieringsprobleem. Blijft een forse groep over die geen middelen heeft om hun woning of bedrijf aan te pakken. Energiearmoede ligt hier op de loer. Onderzoek wijst uit dat ook slechts het faciliteren van de warmtetransitie met forse uitvoeringslasten voor gemeenten gepaard gaan. Hiervoor hebben wij geen middelen.

Willen we de ambitie van het Klimaatakkoord waarmaken, dan zullen er meer middelen beschikbaar moeten komen.De raad (november 2022) heeft in meerderheid besloten dat we ons sterk gaan maken voor een waterstoffabriek in de Noordoostpolder.

10

3. Werken aan de Strategische Koers Omgevingsvisie op verschillende manieren Met onze opgaven zijn we als gemeente aan de slag gegaan met o.a.: de inwoners, denktank, experts, raadswerkgroep & commissies, stuurgroep, het onderwijs en ondernemers. Tegelijkertijd kunnen we veel van onze opgaven niet in ons eentje realiseren of alleen lokaal realiseren. We hebben vaak ook de hulp van anderen hard nodig (en omgekeerd). En ook anderen hebben dezelfde opgaven dan wij, bijvoorbeeld energietransitie, bereikbaarheid, of omgevingsvisie. We kunnen dus veel efficiënter werken als we samenwerken. Op die manier kunnen we ook kijken hoe we bijvoorbeeld zorgen voor een sterke, slimme en duurzaam (regionale) bereikbaarheid en verbinding van Noordoostpolder. Aan de andere kant kunnen alle partijen ook helpen meedenken aan de aantrekkingskracht van het woon- en werkklimaat in Noordoostpolder. We kijken ook mee bij andere gemeentes of samenwerkingsverbanden. Hoe hebben zij die effectiviteit en duurzaamheid opgepakt en uitgevoerd? We gaan het wiel niet opnieuw uitvinden! Sterker nog, de trend is dat steeds meer landelijk en Europese ondersteuning alleen wordt toegekend bij een regionale samenwerking met ruimte voor iedereen. Vanuit onze Strategische Koers Omgevingsvisie kiezen we daarom ook voor meer diversiteit in doelgroepen, rekening houdende met de huidige opgaven, zoals de Woningbouw.

Het Rijk stuurt sterk op regionale samenwerking om efficiënter Rijksprogramma’s uit te werken. Desalniettemin werken we met het liefst een zo beperkte hoeveelheden Verbonden Partijen en blijft het motto: “Lokaal wat kan, centraal wat moet.” Op die manier proberen we ook de verbinding te leggen met de nieuwe polderbewoners. De Gemeenteraad stelde hiertoe in de raad van 7 juni 2021 de Nota Verbonden Partijen vast. Daarnaast zetten we ook steeds meer in op regionale samenwerking, public affairs en lobby. Vanuit public affairs zetten we in voor betere samenwerking met de regio Zwolle en provincie Flevoland. Om het imago van de Noordoostpolder te versterken worden lobbyvaardigheden toegepast. Een belangrijke opgave is om Noordoostpolder met haar omgeving optimaal te verbinden. Mensen moeten in staat zijn om graag in de polder te willen werken, wonen of op bezoek kunnen komen.

4. Welke (bruikbare) samenwerkingsverbanden zijn er? We zien regionale samenwerking dus als een belangrijk middel om de opgaven van Noordoostpolder te realiseren. Samen is men sterker in het verkrijgen van ondersteuning en middelen van het Rijk, de EU en anderen voor (gezamenlijke) opgaven. Noordoostpolder is daarom stevig ingebed in diverse regio’s en werkt daar intensief mee samen. In deals, in concrete projecten, in gezamenlijke programmering.

4.1.

Samen voor de klant: arbeidsmarkt regio Flevoland

Op initiatief van het Rijk gevormd om slagvaardig arbeidsmarktbeleid te kunnen uitrollen in het land. We doen verplicht mee in dit grotere verband, als individuele gemeente hebben we een beperkte 11

invloed. Daarnaast doen wij als gemeente nog veel meer, zoals bijvoorbeeld binnen de Human Capital Agenda van de Regio Zwolle, Kennispoort en Horizon (wordt hieronder verder uitgewerkt). Uitvoerende werkzaamheden hebben wij vooral belegd bij GR Ijsselmeergroep/Social Firm, Concern voor Werk en de WerkCorporatie. Bronnen: De pagina waar u naar op zoek was is niet gevonden | Samen voor de klant Programma Human Capital Agenda (HCA) - Regio Zwolle Voor ondernemers die willen groeien | Kennispoort (kennispoortregiozwolle.nl)

4.2.

Horizon: ruimte voor ondernemen in Flevoland

Belangrijke partij voor het binnenhalen van landelijk en Europese subsidies. We hebben hierin een stem via de Provincie Flevoland. We zoomen in op twee specifieke samenwerkingsverbanden: Provincie Flevoland en Regio Zwolle. Bron: https://www.horizonflevoland.nl.

4.3.

Provincie Flevoland: Samen Maken We Flevoland

In 2030 en verder is Flevoland de kroon op de Nederlandse poldertraditie. Het toont waar Nederland groot in is: land maken uit water en hierin een samenleving tot bloei laten komen. Bij nieuwe ontwikkelingen is er evenwichtige aandacht voor fysieke, sociale en economische aspecten. We durven hierbij te vernieuwen. Omdat we ervan overtuigd zijn, dat op basis van eigentijdse inzichten betere oplossingen mogelijk zijn. Gelijktijdig koesteren we de eigenzinnige schoonheid van de oorspronkelijke opzet van de polders (Het Verhaal van Flevoland). En benutten we het in Flevoland aanwezige talent en ook de potenties, kracht en ondernemerschap van de samenleving (Krachtige Samenleving). Binnen Samen Maken We Flevoland zijn zes thema’s geformuleerd: Flevoland bouwt aan Nederland, over de woonopgave; Flevoland verbindt, onze centrale strategische ligging en unieke verbindende positie; Flevoland innoveert de voedselvoorziening; over de transitie in de landbouw en het belang van veilig voedsel; Flevoland pakt aan en pakt door; over onze oplossingsgerichtheid, praktische aanpak, innovatief, experimenteel, circulair; Flevoland als de duurzame-energieproducent van Nederland. Kernboodschap: Wij zijn Flevoland en trots op wat we in Flevoland in korte tijd hebben bereikt! Flevoland wil (verder) bouwen aan onze samenleving door grote aantallen woningen te bouwen.

We zien Flevoland als een proeftuin:  Voor stikstofvrij, CO2-neutraal en circulair bouwen;  Grote opgaven als energietransitie, klimaatextremen en bodemdaling koppelen we mee;  Verschillende vormen van een nieuw Rijksontwikkelbedrijf kunnen worden geprobeerd;  De transitie van de landbouw voor voldoende en veilig voedsel. 12

Flevoland ligt centraal en verbindt belangrijke economische regio’s. Een aantrekkelijk leefklimaat, werkgelegenheid en maatschappelijke voorzieningen (gezondheidszorg, onderwijs) en bereikbaarheid (IJmeerlijn, Lelylijn en N50) zijn randvoorwaarden om een kwalitatieve ontwikkeling van de Flevolands samenleving mogelijk te maken. Samen met de inwoners en ondernemers bouwen we aan een volwaardige, leefbare, duurzaam en circulaire gebiedsontwikkeling. De provincie is zodoende op een aantal fronten een relevante regio voor de ondernemers en inwoners in de gemeente Noordoostpolder. Het is voor de provincie relevant om na te gaan wat er speelt en of de inspanning de gewenste effecten hebben. Dat geeft inzicht in de toegevoegde waarde van de provincie en waaraan moet worden gewerkt. Verbindingen leggen: De provincie zorgt dat elk initiatief de ‘positieve eigenwijsheid’ deelt met anderen, met als doel om te groeien. Voor Noordoostpolder zijn de ontwikkelingen rondom de Lelylijn en N50/A50 het meest relevant. Daarnaast zijn er nog vele andere projecten waar ondernemers uit Noordoostpolder in kunnen participeren. Rol in Regiodeal: De provincie Flevoland gaat een belangrijke rol spelen in de totstandkoming van een Regiodeal en is nu aanjager van de pijler de ‘Strategische Agenda Flevoland’.

Voor Noordoostpolder richten wij ons op evenwichtige woningbouw waarin we werken aan een nieuwe samenleving met behoud van onze -pioniers-identiteit. Een gemeente waar het heerlijk wonen, werken en recreëren is met ruimte voor technologisch hoogstaande en innovatieve landbouw. Verder is het dé toegang tot Noord-Nederland (Korridor). De ‘Flevo-8’ (Provincie Flevoland, de 6 Flevolands gemeenten en Waterschap Zuiderzeeland) zijn met verschillende ministeries in gesprek over een regio-deal wat vorm zou moeten krijgen in het voorjaar van 2023.

4.4.

Regio Zwolle naar 4e economische topregio

De Regio Zwolle wil in 2030 de vierde economische topregio van Nederland zijn. Regio Zwolle heeft op meerdere vlakken een meerwaarde voor Noordoostpolder: • Regio Zwolle zet in op een kwalitatief hoogwaardige maakindustrie, vrijetijdseconomie en agri-business en daarmee sluit de regio met haar inzet goed aan op de kracht van Noordoostpolder. • Hogeschool Windesheim heeft een relevante kennispositie, bijvoorbeeld waar het gaat om familiebedrijven (komen veel voor in Noordoostpolder). Aeres Hogeschool speelt natuurlijk ook een belangrijke rol. • Met Kennispoort Zwolle beschikt de regio over een stevige organisatie gericht op versterking van ondernemerschap, innovatie en internationalisering met focus op agri-business en maakindustrie. We kunnen onze ondernemers goed doorverwijzen naar gespecialiseerde adviseurs van de Regio Zwolle. • De regio Zwolle heeft een voor Noordoostpolder aantrekkelijke profilering en een natuurlijke aanzuigende werking op bezoekers, bewoners en bedrijven. Deelname aan deze regio straalt positief af op Noordoostpolder en vergroot de kans op het aantrekken van talent en bedrijven en nieuwe inwoners. En ook als talent en bedrijven zich niet in Noordoostpolder maar in de regio vestigen, hebben onze inwoners en ondernemers er veel aan (zij trekken zich weinig aan van gemeentegrenzen).

• Regio Zwolle is gestart met een professionalisering van public affairs (inclusief lobby) en Noordoostpolder kan daar goed op aansluiten. Voorbeelden zijn goede contacten met Den Haag en Brussel en een scan in 2021 van relevante EU subsidies en programma’s.

13

4.5.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG)

De gemeenten dienen te worden ondersteund in hun ambities om zich verder te ontwikkelen als lokale overheid. Hierbij worden de gemeenten gesteund door de VNG, die als public affairs professional voor de verantwoording naar binnen toe zorgt. Een organisatie als VNG doet aan public affairs door het beleidsproces te beïnvloeden. Een ander belangrijk aspect is dat de VNG door public affairs ervoor kan zorgen dat er financiële ondersteuning komt vanuit de overheid. Het gaat om het inschatten van kansen en risico’s door het samen met andere gemeenten te doen. Binnen de VNG is er een macrobudget jeugdhulp. Dit houdt in dat vanuit de VNG er ondersteuning is voor een verruiming van het rijksbudget voor jeugdhulp. De VNG drukt een stevig stempel op de inhoud van het beleid en op de totstandkoming ervan. De VNG maakt op deze manier een issue en de belangenbehartiger zichtbaar waardoor een sterke maatschappelijke positie ontstaat. Een andere kracht van de VNG is dat zij de positie aannemen om gemeentelijke belangen op internationaal en Europees niveau te behartigen samen met internationale organisaties en netwerken. Dit zorgt voor meer actieve verantwoordelijkheid en betrokkenheid. Hierbij creëert de VNG-daadkracht in de maatschappij en laten ze zien welke organisaties bij het probleem aanzet zijn.

Naast onze afstemming over opgaven met de Provincie Flevoland, zijn we actief in de Vereniging Nederlandse Gemeenten Flevoland. Dit is een lobby platform richting Den Haag die zich nog beperkt als spreekbuis voor de samenwerkende gemeenten. De VNG heeft op meerdere vlakken een meerwaarde voor Noordoostpolder: gemeentefinanciën  Invoering omgevingswet; De gemeenten te consulteren over de financiële effecten van de Omgevingswet op de belangrijke momenten in het interbestuurlijke financiële proces tot 2027.  Bekostiging onderwijshuisvesting; Hoge prioriteit te geven aan de lobby voor de benodigde financiële middelen om te kunnen voldoen aan wettelijke eisen, verbetering van binnenmilieu en verduurzaming van onderwijsgebouwen. Hiertoe in gesprek te gaan met het kabinet en parlement met als inzet een toezegging voor het beschikbaar stellen van deze financiële middelen. De VNG is er ook om er voor te waken dat deze noodzakelijke extra financiering niet ten koste gaat van andere onderdelen van de algemene uitkering.  Bekostiging migranten; De verantwoordelijkheid van het organiseren van opvang en verblijf binnen de gemeente Noordoostpolder heeft financiële consequenties.

Heeft de gemeente de financiële middelen om te kunnen voldoen aan wettelijk eisen, onderwijs en milieu? Doen alle gemeenten evenveel als onze gemeente?  Tekorten jeugdzorg; De verantwoordelijkheid van het organiseren van toegang tot o.a. jeugdhulp valt onder de gemeenten. Daarbij behoort ook bijvoorbeeld het sluiten van contracten met aanbieders die jeugdreclassering en jeugdhulp aanbieden. De taak van de VNG is om de gemeenten hierbij te ondersteunen. De VNG komt ook op voor de belangen en de rechten van de jeugdigen en inwoners die in aanmerking komen voor hulpverlening binnen de jeugdzorg en GGD. VNG: Voor de jeugdzorg is budget leidend, maar hiervoor moeten gemeenten echter wel de ruimte hebben om de Jeugdwet zelf af te bakenen. Daarnaast moeten conform artikel 2 Verhoudingswet 14

afdoende gefinancieerd worden voor uitvoering van hun taken, vooral voor financiering van de zware jeugdzorg heeft de VNG hier vraagtekens bij. 

Financiële consequenties klimaatakkoord;

 Herijking gemeentefonds Een netwerk binnen de leden van VNG is het platform M50 Middelgrote Gemeenten. De M50 is een groeiend netwerk met op dit moment 41 leden. Dit zijn gemeenten met 30.000 tot 80.000 inwoners. Deze middelgrote gemeenten hebben een centrumfunctie in de regio, kennen een zekere mate van stedelijke problematiek of zijn juist samengesteld uit meerdere kleine kernen. Het netwerk heeft als doelstelling belangenbehartiging, inspireren, elkaar versterken en delen van onderlinge successen.

4.6.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), afdeling Flevoland

Dat de provinciale afdeling van Flevoland net zoals de Provincie de jongste afdeling is behoeft geen uitleg, op 2 juni 1986 zag de afdeling Flevoland van de Vereniging Nederlandse gemeenten het levenslicht. De afdeling Flevoland bestaat in 2016 dus, net als de provincie, 30 jaar want de instelling als Provincie werd bij wet besloten op 27 juni 1985, en uitgevoerd op 1 januari 1986. Doel van de afdeling is het versterking van de informatievoorziening, de platform- en overlegfunctie, en de belangenbehartiging. Deze drie kerntaken zijn nauw met elkaar verbonden. Uit de platformfunctie komen onderwerpen voort waarop de afdeling zich richt als belangenbehartiger. Voor beide taken is kennis en informatie, afkomstig van de afzonderlijke leden, onontbeerlijk. Een goede platformfunctie, waarin leden en afdeling elkaar ontmoeten, dialoog met elkaar voeren en informatie uitwisselen, en optimale communicatie tussen afdeling en leden zijn daarbij noodzakelijk. Alleen in die situatie kan worden vastgesteld of de afdeling voldoende draagvlak heeft voor haar rol als belangenbehartiger.  De afdeling wil op de eerste plaats de interne informatie en kennisuitwisseling verbeteren. Dat gebeurt door meer gebruik te maken internet en e-mail.  De afdeling wil daarnaast zichzelf en haar leden beter profileren.

Dat moet gebeuren door versterking van de onderlinge contacten, uitwisseling van informatie over beleidsonderwerpen en het laten doorklinken van signalen over onderwerpen van regio of provincie.  Tot slot wil de afdeling de relatie met de raadsleden versterken en uitbouwen. Dat vindt onder meer plaats door themabijeenkomsten over actuele ontwikkelingen.

4.7.

M50 Middelgrote Gemeenten

De aangesloten gemeenten worden ondersteund bij de voor hun schaalniveau en context specifieke opgaven, uitdagingen en vraagstukken. De activiteiten van M50 is vooral gericht op het ontwikkelen en delen van kennis die kenmerkend is voor middelgrote gemeenten. Daarnaast richt de M50 zich op het nog beter oppakken van vraagstukken en specifieke kennisbehoefte van middelgrote gemeenten en op het nog beter benutten van het M50-netwerk. Zodat gezamenlijke kennisagenda en werkprogramma grote impact hebben voor de middelgrote gemeenten die zijn 15

aangesloten aan het platform. Stedelijk netwerken spelen een steeds belangrijkere rol over de regio’s heen: om kennis uit te wisselen, schaalvoordelen te ontwikkelen en te lobbyen voor hun belangen. Middelgrote gemeenten missen de capaciteit en soms ook de status om hierin een rol te spelen. Waar het zijn van een stad kansen biedt door schaalvoordelen, kan bij middelgrote steden juist een druk vormen. Het middelgrote schaalniveau kan bijvoorbeeld soms achterblijven in diversiteit met o.a. horeca-aanbod, ziekenhuis, bedrijventerreinen, et cetera. In ieder van deze sectoren is een autonome ontwikkeling naar schaalvergroting zichtbaar door economische en technologische ontwikkelingen. Grote steden blijken hier voordeel bij te hebben, terwijl middelgrote gemeenten juist moeten opboksen tegen deze ontwikkelingen. Een gemeente met een beperkt aantal inwoners heeft in de huidige financiële systematiek minder middelen om bijvoorbeeld een bruisende binnenstad. Daarnaast missen middelgrote gemeenten het strategische vermogen, de capaciteit en het geld om een overtuigende voorstrekkersrol neer te zetten. Een samenwerkingsverband als M50 biedt platform om verbinding te maken, kennis te delen en belangen te behartigen. Het M50 platform heeft een inhoudelijke onderverdeling met vier pijlers: 1. Bestuur; 2. Financiën; 3. Samenleving; 4. Economie & Fysieke Leefomgeving.

4.8.

Branchegroep VNO-NCW MIDDEN (Flevoland, Gelderland, Overijssel en Utrecht).

VNO-NCW is een ondernemersvereniging, met brancheorganisaties en bedrijven als lid. In samenwerking met overheden en andere maatschappelijke partijen streeft VNO-NCW naar een inclusief en duurzaam Nederland, waar iedereen profiteert van toenemende welvaart. De voornaamste doelstelling van de organisatie is het behartigen van de gemeenschappelijke belangen van het Nederlandse bedrijfsleven op zowel nationaal als op internationaal niveau. Een duurzaam economische groei en een goed ondernemingsklimaat is nodig om dit mogelijk te maken. VNO-NCW MIDDEN (Flevoland) 16

Flevoland zorgt samen met de provincie Gelderland, Overijssel en Utrecht ervoor dat de stem van ondernemers te horen is in de regionale economie. Leden van VNO-NCW Flevoland ontmoeten elkaar maandelijks tijdens bedrijfsbezoeken of themabijeenkomsten. De leden van VNO-NVW kunnen via het bestuur en de regiomanager direct invloed uitoefenen op de lobby. Ondernemers uit de regio ontmoeten elkaar en staan aan de basis van veel projecten voor nieuw en duurzaam ondernemerschap. Het bestuur brengt samen met de leden prioriteiten in lobbydoelen aan en stelt het jaarlijkse regionale bijeenkomstenprogramma samen. Voor een effectieve, regionale lobby werkt VNO-NCW Flevoland samen met lokale ondernemersverenigingen, brancheverenigingen en andere belanghebbenden. Door de verbondenheid klinkt het geluid uit de regio ook door in landelijk en Europees beleid. Enkele voorbeelden van lobbyspeerpunten VNO-NCW MIDDEN (Flevoland)  Opening Lelystad Airport; • Lelylijn; • Verbeteren infrastructuur (o.a. verbreden sluizen Kornwerderzand, aanleggen buitendijkse haven Urk, betere ontsluiting Almere en Flevokust en opwaarderen N50); • Programma’s opzetten voor internationalisering; • Inzetten op innovatie en innovatiemakelaar aanstellen; • Uitwerken energieakkoord in de provincie Flevoland; • Voldoende beschikbaarheid van bedrijfskavels.

4.9.

Belangenbehartiging LTO Noord

LTO Noord is de belangenvereniging van boeren tuinders. Deze belangenvereniging laten boeren en tuinders horen en nemen het voortouw in de ontwikkeling van de sector. Ook vormen zij de schakel tussen de leden, overheid, maatschappij en het bedrijfsleven. Binnen LTO Noord hoort Flevoland onder Regio West. In Flevoland zijn er ruim 1700 agrarische bedrijven actief in diverse sectoren en met veel verschillende uitdagingen. Met vier afdelingen behartigt LTO Noord Regio West de belangen van de leden in Flevoland. In Flevoland worden boeren en tuinders geholpen met ondernemerschap, innovatie en duurzaamheid. Daarnaast zorgt LTO Noord Regio West ervoor dat hun stem wordt gehoord in Den Haag. De lobbydossiers worden ingezet via commissies, besturen en studiegroepen. Om lobby en belangenbehartiging maximaal in te zetten worden activiteiten van zowel projecten als belangenbehartiging onder één dak gebracht. Om de beeldvorming over boeren en tuinders terug in balans te brengen worden o.a. ingezet op:  Proactief versturen van persberichten over actuele thema’s gericht aan de samenleving;  Opleiden en inzetten van mediaboeren;  Organiseren van publiekacties die inspelen op de actualiteit;  Servicepunt voor afdelingen en initiatieven voor ondersteuning en kennisuitwisseling t.b.v.

verbindende activiteiten;  Werken aan samenwerkingsverbanden van initiatieven en organisaties die samen optrekken in het organiseren van betere dialoog. In de vorm van projecten en beleidsbeïnvloeding probeert LTO Noord de focussen op de volgende gebieden: • Bewust omgaan met biodiversiteit, energie en kringlopen; • Meer verbinding tussen boer, tuinder en samenleving; 17

• •

Toekomstgericht ondernemerschap; Water en bodem in balans. Boeren en tuinders in Flevoland willen ruimte om toekomstbestendig te kunnen ondernemen. De belangenbehartiging van LTO Noord regio West maakt dat op regionaal, provinciaal en lokaal niveau mede mogelijk door een verbinding te zoeken met burgers, de politiek en lokale partners.

4.10.INNOVATIECLUSTER NOORDOOSTPOLDER

Innovatieve bedrijven in de Noordoostpolder: Het Innovatiecluster Noordoostpolder zijn negen bedrijven, die de handen ineen hebben geslagen om samen te leren en te innoveren. Hun doel is dat meer scholieren en studenten kiezen voor techniek omdat ze dat gaaf vinden. Zij willen dat de huidige medewerkers zich continu ontwikkelen en blijven leren. Samendoen ze kennis op rondom Smart Industry ontwikkelingen en ze implementeren deze in hun bedrijven. Laten zien dat de Noordoostpolder een innovatieve regio is, is het motto! “Samen staan we sterk, we kunnen deze doelen alleen bereiken door als clusterleden hierin samen te werken, met onze omgeving.” Om deze missie concreet te maken organiseren ze activiteiten via vier programmalijnen:  Interesseren;  Ontplooien;  Regiobranding;  Innoveren.

4.11. Mobiliteit en Infrastructuur Test Centrum (MITC)

In Marknesse wordt door NLR (Koninklijke Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum), DNW (DuitsNederlandse Windtunnels) en RDW (Rijksdienst voor Wegverkeer) samen met diverse andere (kennis)partners (ROC Friese Poort en Hogeschool Windesheim) het kennis- en testcentrum op het gebied van slimme mobiliteit ontwikkeld. In dit kennis- en testcentrum worden voertuigen en voertuigonderdelen getest of ze tot de openbare weg kunnen worden toegelaten. De ontwikkeling van het centrum is essentieel voor het realiseren van nieuwe generaties ‘slimme’ voer- vaar- en vliegtuigen, onderdelen daarvoor en mobiliteitstoepassingen in Nederland en Europa. Samen met de Noordoostpolder heeft de provincie een aanvraag ingediend bij het Rijk voor financiële steun aan het noordelijke deel van de provincie Flevoland. De Regio Deal moet zorgen voor evenwichtige economische groei, welvaart en welzijn van inwoners in de polder. Het MITC is één van de pijlers onder de Flevolands aanvraag, samen met Maritiem Cluster op Urk. Het MITC sluit aan bij de ambitie van de regio om proeftuin te zijn voor innovatie. Bovendien is het goed voor de werkgelegenheid, omdat het extra honderden banen kan gaan opleveren.

18

5. Wat zijn de financiële en maatschappelijke baten van public affairs tot dusver? Hieronder een kort overzicht van de financiële en maatschappelijke baten door de inzet van lobby tot dusver.

5.1.

Lobby Afdoende Financiële Middelen

• Herijking Gemeentefonds: Uitkomst ROB-onderzoek wordt juni 2021 meegewogen bij besluit Ministerie BiZa. Vooralsnog kan de gemeente Noordoo

• stpolder structureel ca. €1,6 miljoen minder uit het gemeentefonds krijgen. Het risico schuilt in o.a. de invoeringsdatum en de actualisatie naar die peildatum van 1-1-2023.

• Jeugdzorg incidenteel ca. € 2,9 miljoen van het Rijk voor 2022, structurele oplossing aan nieuwe regering

• Uitstel Omgevingswet, nog geen duidelijkheid over ‘implementatiefonds/noodfonds invoering

Omgevingswet’. Ook hier de structurele lasten c.q. lagere inkomsten leges bij betrekken (p.a. WKB). • Financiële consequenties Klimaatakkoord op overheidsvastgoed en onderwijshuisvesting: IBOonderzoek wordt meegenomen bij vorming nieuwe regering. • Eerste Regio Deal Noordelijk Flevoland in vorming van een MITC (Smart Multimodaal Infrastructuur Test en Certificatie Centrum) is een gerealiseerd concreet resultaat. Met de Regio Deal gaan de ministeries van I&W, EZK, LNV, BZK, J&V en de Regio (provincie Flevoland, gemeente Noordoostpolder en Urk) een duurzaam partnerschap aan waarbij de ondertekening van de Regio Deal slechts het begin is van een samenwerking om de gezamenlijke doelstellingen en beoogde resultaten van de Regio Deal te behalen.

5.2.

Lobby RegioDeal

• Zowel via provincie Flevoland (Samen Maken We Flevoland) als Regio Zwolle wordt vol ingezet

op een goede deal met het Rijk. Investeren in de samenleving staat centraal. Inzet op ca. 9.500 extra woningen in de Noordoostpolder op de middellange termijn (randvoorwaarde is goede infrastructuur zoals o.a.: prima algemene voorzieningen, goede stroomvoorziening, een Lelylijn en digitale ontsluiting). Evenwichtige verdeling in samenleving waar oog is voor de noden van de vergrijzende samenleving en ruimte is voor innovatieve pionierende bedrijven. Recente ontwikkelingen rond de NOVI-gebieden worden proactief gevolgd via en met samenwerkingsverbanden. https://www.denationaleomgevingsvisie.nl/samenwerking+en+uitvoering/novi+gebieden/ default.aspx

5.3.

Lobby Mobiliteit

• De polder kiest voor optimale aansluiting op de rest van Nederland. Belangrijke randvoorwaarde voor de groei van het aantal inwoners van de regio is namelijk een goede bereikbaarheid. Flevoland blijft nu en in de toekomst goed bereikbaar. Zowel de verbindingen in de regio als met andere regio’s zijn berekend op de toenemende capaciteit ten gevolge van de groeiende inwonersaantallen. De stedelijke druk van elders wordt gehonoreerd en ingezet om de kwaliteit van de polder als woon- en werkmilieu te verbeteren. De Intercity-halte Emmeloord aan de Lelylijn en de aansluiting op de A6 en de A50 zijn de motoren achter aangesloten. • De Provincie Flevoland ijvert voor uitvoering via Deltaplan Noord Nederland. https://www.provinciegroningen.nl/fileadmin/user_upload/Documenten/Downloads/ Downloads_2021/Bouwstenen_voor_het_Deltaplan.pdf De mogelijke komst van de Lelylijn met een halte in Emmeloord is er één. Bij verbeteringen van de bereikbaarheid wordt voornamelijk gericht op verbeteringen van het openbaar vervoer. Het zou een stimulans voor de ontwikkeling van de polder betekenen. Niet alleen de aanleg van het spoor zelf vraagt om een doordacht ontwerp. Emmeloord zou uit kunnen groeien tot een echte

19

kleine stad met een breed pakket aan voorzieningen. De locatie Emmeloord-Oost komt dan in beeld. De oplossing van het watervraagstuk brengt een andere grote ruimtelijke opgave met zich mee.

6. Op welke dossiers zijn we als gemeente nu actief? Op welke public affairs dossiers zijn we actief? Het zijn er vijf. Wat zijn de doelen die we daarbij beogen? Mobiliteit: In de vorige paragraaf bespraken we onze inzet rond de Lelylijn en de A50. De polder op de vervoerslijn van West naar Noord-Nederland en Oost-Nederland (Regio Zwolle). De infrastructuur is drager van ontwikkelingen in de huizenmarkt. Het lobbydoel is om verder te kijken hoe de komende periode de Lelylijn in het kader van het Deltaplan voor het Noorden kan bijdragen aan versterking van de economie, de ontsluiting van nieuw te ontwikkelingen woningbouwgebieden en betere internationale treinverbindingen met het noorden van Duitsland. Een oplossing voor de krappe en overspannen woningmarkt in de randstad in de Lelylijn die grote flexibiliteit biedt binnen de dienstregeling op het spoor. Op deze manier gaat reizen naar het werk of studie veel minder tijd kosten en zorgt ervoor dat de trein daarmee een echt alternatief is voor de auto. Concurrentiepositie noordelijke bedrijven worden verbeterd, evenals de werkgelegenheid. Klimaatneutraal: De gemeente heeft de ambitie om in 2030 energieneutraal te zijn. Uit het klimaatbeleid wordt de uitvoeringskracht versterkt vanuit het Rijk en de medeoverheden om de transitie te kunnen uitvoeren. Daarnaast conformeren we ons aan het Klimaatakkoord.

In de Transitievisie Warmte wordt onderschreven om de gebouwde omgeving aardgasvrij te maken, om bij te dragen aan de doelen van 49% CO2 besparing in 2030 en 95% CO2 besparing in 2050. Op het gebied van elektrische opwek doen we het heel goed: door het windpark en zon op dak zitten we nu al op 320% opwek. Hier komen nog 200ha aan zonneparken bij. Echter, op het gebied van warmtetransitie hebben we nog een forse uitdaging. We hebben de landelijk proeftuin om Nagele aardgasvrij te maken. Van onderop wordt hier een dorp aangepakt, precies zoals wij de transitie voor ons zien. De ervaring met deze proeftuin is dat er redelijk wat ambtelijke capaciteit nodig is om dit project te ondersteunen. Van N50 naar A50: We willen samen met partners verder verkennen hoe we de verbinding van Noordelijk Flevoland kunnen versterken. Hierbij is de Lelylijn een opwaardering van de N50 naar een A50 van groot belang. Dit geeft ook comfort aan de Noordelijk Flevoland om naar rato bij te kunnen dragen aan de woningbouw.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2006/documents/33489