D03 00 Eindrapport economisch profiel NOP 240812 def.pdf
Tekst van het document
De vraag is wel of hierdoor de volledige daling van de potentiële beroepsbevolking gecompenseerd kan worden. Het sleutelwoord voor economische groei is daarom innovatie, dat hand in hand gaat met een stijging van de
6
Urk kent een bevolkingssamenstelling die maakt dat de gemeente kan rekenen op een (theoretisch) overschot van 3.262 personen: het gaat hier om ruim 3.000 personen meer die naar verwachting de arbeidsmarkt binnenstromen t.o.v. de uitstroom.
30
arbeidsproductiviteit: de ontwikkeling van vernieuwde producten en productieprocessen, meer doen met minder mensen en slim omgaan met de arbeidskrachten die er nu en in de toekomst zijn. De innovatieve en unieke bedrijven in de stuwende sectoren in de gemeente hebben daarin zeker groeipotentie. Daarvoor is het van belang om slimmer te werken, waardoor er per werknemer meer werk kan worden gedaan en tegelijk het regionaal, landelijk en internationaal concurrerend vermogen kan worden vergroot. Daarnaast kan hierdoor de omzet worden verhoogd. Een dergelijke ontwikkeling gaat echter niet vanzelf. Voor de noodzakelijke innovaties is ieders inzet nodig, zowel van ondernemers, overheden als onderwijsinstellingen. Bij productinnovaties gaat het om nieuwe of sterk verbeterde producten of diensten die in de markt worden gezet en voor extra groei kunnen zorgen. Procesinnovatie betreft het beter en slimmer inrichten van werkprocessen (door ICT-toepassingen, robotisering, een efficiëntere organisatiestructuur etc.), waardoor de productiviteit per werknemer stijgt. In theorie zijn door de stijging van de arbeidsproductiviteit minder werknemers nodig om dezelfde toegevoegde waarde te realiseren.
Bedrijven zijn echter van nature gericht op groei en een bedrijf dat kan groeien door het vermarkten van nieuwe producten of meer winst maakt door betere processen, zal willen uitbreiden om nog meer omzet te kunnen draaien en in potentie nog meer winst. Daar zijn weer extra mensen voor nodig. Daarom is het potentiescenario een samenspel tussen de maximaal te behalen arbeidsproductiviteit binnen een sector en de maximale groei van de bijdrage aan het BRP die in een sector te realiseren is. Groei van de arbeidsproductiviteit vraagt ook iets van de werknemers van een bedrijf of instelling. Om innovaties optimaal te benutten is het zaak dat werknemers kennis bezitten over de nieuwste ontwikkelingen en dit ook kunnen toepassen, daardoor is er sprake van een accelererend effect. Hier is een rol weggelegd voor onderwijsinstellingen. In de eerste plaats gaat het om het klaarstomen van jongeren voor de arbeidsmarkt door ze voor te bereiden op een dynamische werkomgeving. In de tweede plaats gaat het om bijscholing gedurende de loopbaan door middel van samenwerking tussen onderwijsinstellingen, werkgevers en werknemers. Een leven lang leren kan ervoor zorgen dat telkens de juiste mensen op de juiste plaats zitten of terechtkomen en daarmee wordt de basis gelegd om maximale economische groei in de regio na te streven.
Voor opleidingen na het voortgezet onderwijs moeten leerlingen deels naar instellingen buiten de gemeente. Voor om- en bijscholing en een goede aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt is daarom samenwerking met regionale partners van belang. Het belang van een goede match tussen arbeidsmarkt en onderwijs is ook terug te zien in de uitbreidingsvraag tot 2031, die is namelijk een kleine 8.000 banen. 4.3
GROOTSTE GROEI MOGELIJK IN DE STUWENDE CLUSTERS…
In deze paragraaf geven we een korte samenvatting van de groeikansen. Het gaat hierbij steeds om de combinatie van maximale groei in toegevoegde waarde (aandeel van de sector in het BGP) en maximale groei in arbeidsproductiviteit, waarmee
31
uiteindelijk ook een beeld wordt gegeven van het aantal mensen dat de Noordoostpolder (minimaal) nodig heeft om het werk te doen. Kansen en ambities binnen deze sectoren zijn gedefinieerd op basis van kwantitatieve analyses en benchmarks en een interviewronde met vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven, onderwijs en overheid. We vertrekken voor onze analyses telkens op regionaal niveau. Immers, de economie van Noordoostpolder is ingebed in de regionale economie. Zoals eerder al is gesteld, gaat het om een scenario gebaseerd op beredeneerde inschattingen en niet om een prognose. AGROFOOD
“De landbouwondernemers zijn hier heel innovatief. Maar we moeten ervoor zorgen dat we aansluiting houden bij alle toekomstige ontwikkelingen, er komt heel veel op ons af.” (uit een interview)
De Nederlandse export van landbouwgoederen (primaire, onbewerkte goederen en secundaire, bewerkte goederen) is voor 2023 geraamd op 123,8 miljard euro. De Nederlandse agrofoodsector is sterk verweven met de internationale markten en de focus ligt hierbij met bijna 80% van de exportwaarde op de EU plus het VK. De exportcijfers laten zien dat de Nederlandse agrofood-sector een unieke positie bezit, met productie van landbouwgoederen die internationaal kunnen concurreren, met expertise en kennis en met een voordelige logistieke positie. Twee derde van de export zijn producten van Nederlandse makelij en hiermee wordt 90% van de verdiensten aan de export behaald. Deze internationale context is van belang bij het voortzetten van de transitie naar een duurzame landbouw en voor het verdienvermogen van de Nederlandse agrosector, vanwege de sterke verwevenheid met het buitenland, dichterbij en verder weg. Trend naar biologische akkerbouw is ook een risico In de biologische ketens zijn de nettomarges voor sommige boeren en telers verslechterd. De verdeling van risico’s wordt door boeren en tuinders als oneerlijk ervaren. Internationaal zijn er beperkte afzetmogelijkheden van producten met Nederlands keurmerk in het buitenland. Aan de ene kant enorme behoefte om de voedselproductie te verduurzamen, maar de marktgroei stagneert.
Door stagnerende marktvraag schakelen steeds minder boeren om naar biologisch. Deze internationale context is van belang bij het voortzetten van de transitie naar een duurzame landbouw en voor het verdienvermogen van de Nederlandse agrosector, vanwege de sterke verwevenheid met het buitenland, dichterbij en verder weg. Maar er liggen ook kansen
32
Voor individuele boeren en telers zijn er vijf transitiepaden die helpen een strategische keuze te maken: innoveren, verplaatsen, extensiveren, omschakelen en stoppen. In de Noordoostpolder is er nog vooral sprake van schaalvergroting (en daarmee een efficiëntieslag = hogere arbeidsproductiviteit). Ook is de ketensamenwerking in de regio erg goed, o.a. door initiatieven zoals de Agrofoodcluster NOP, het initiatief van de gemeente om een sectortafel in te richten en de nabijheid van gerelateerde bedrijvigheid zoals logistieke ondernemers, verwerkingsbedrijven of dienstverlening rondom en productie van landbouwmachines. Het cluster lijkt daarmee voldoende stabiel en toegerust om vanuit de sterke marktpositie verder te groeien. Initiatieven als de Innovatiehub dienen dan ook maximaal gesteund te worden. MARITIEM
“In de drie sectoren metaaltechniek, zorg en het maritieme cluster lukt het goed om samen met bedrijven op de ontwikkelingen in te spelen in NOP als onderwijs zijnde.” (uit een interview)
Door de ligging van Noordoostpolder en het ruimtelijke onderdeel dat Urk hiervan uitmaakt (bestuurlijke grenzen daargelaten) is expliciet gekeken naar het maritieme cluster Urk. Veel mensen uit Noordoostpolder werken hier, maar er zijn ook veel bedrijven die onderdeel uitmaken van dit cluster. De sector begon als een van de toonaangevende visserslocaties van Nederland, maar intussen is het cluster gegroeid tot echt maritieme cluster met handel, verwerking, doorvoer, waardecreatie op het bredere palet van maritieme bedrijvigheid, waaronder ook scheepsbouw en aanverwante dienstverlening horen. Veel minder dan het vissen zelf is Urk inmiddels een van de belangrijkste vishandelsplaatsen van Nederland. Een ontwikkeling die nog door kan gaan. De Nederlandse export van vis-, schaal- en schelpdieren groeide tijdens de onzekere coronajaren naar historische hoogte. Nederlandse visverwerkers selecteerden zeer succesvol verhandelbare vissoorten uit de juiste regio’s en vonden de juiste afzetmarkten. Op de lange termijn hangt hun succes af van hun vermogen om zich te onderscheiden van lagekostenlanden. Na de pandemie profiteerde de Nederlandse zalmverwerkingsindustrie van de groeiende vraag vanuit de detailhandel in WestEuropa en de Verenigde Staten (VS). Vanaf 2022 levert zalm de grootste bijdrage aan de Nederlandse netto handelswaarde van vis en zeevruchten.
Omdat de eigen Nederlandse visvangst blijft afnemen, verwachten we dat de sector zich steeds meer toelegt op de verwerking van hoogwaardige geïmporteerde soorten zoals zalm. De invoer vanuit Noord-Europa neemt toe. Tegelijkertijd is de invoer vanuit West-Europa geleidelijk aan het afnemen. = Innovatie, clustervorming en talentontwikkeling zijn voor het Cluster Urk Maritime noodzakelijke randvoorwaarden voor een duurzaam bestaan. De nieuwe
33
servicehaven en het bedrijventerrein bieden de noodzakelijke ruimte voor de groeiende vraag naar maritieme diensten en producten. Hierbij horen activiteiten zoals het (af)bouwen van jachten, onderhoudswerkzaamheden aan jachten en vissersboten, dienstverlening bij offshore-activiteiten en onderwateronderzoek.7 MAAKINDUSTRIE
“De kansen in NOP zijn redelijk divers, het is een landschap dat heel gemêleerd is, ontstaan vanuit landbouw en techniek.” (uit een interview)
De maakindustrie (en dan vooral de techniek) vindt zichzelf, zo blijkt uit de interviews, een redelijk divers cluster waarin echte samenwerking dan ook niet direct vanzelfsprekend is. Wel worden deelproducten zoals halffabricaten of diensten vaak regionaal ingekocht en verkocht, maar de focus van de aanwezige bedrijven ligt vooral in het maken van producten die op nationaal en Europees schaalniveau worden verkocht. Toch is er sprake van samenwerking, zoals in het kader van de sectortafel Maakindustrie onder leiding van de gemeente, in het Innovatiecluster of in de TechnohubNOP.8 Grote uitdagingen voor de sector worden door respondenten aangegeven op het gebied van jong talent, netcongestie en wet- en regelgeving vanuit de overheid. Ondernemers vragen om ruimte om te mogen experimenteren (bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid en duurzame technologische installaties). De komst van het MITC biedt kansen om innovaties door middel van cross-overs met andere sectoren te ontwikkelen en te testen. Op deze manier kan niet alleen belangrijke kennis en expertise naar de regio worden gehaald, maar kan de regio zich ook profileren als vooruitstrevende, toekomstgerichte en vooral innovatie broedplaats. De R&D-intensiteit van de Nederlandse maakindustrie is hoog vergeleken met andere bedrijfstakken.
Ook kent de sector een hoge arbeidsproductiviteit en heeft de maakindustrie een sterke positie in de wereldeconomie. Nederland loopt door stevige internationale concurrentie echter risico terrein te verliezen. 9 Robotisering en automatisering kunnen de arbeidsproductiviteit laten stijgen en bieden mogelijk een oplossing voor dit tekort. Uit een analyse van de Rabobank blijkt dat de arbeidsmarktkrapte van de Nederlandse maakindustrie relatief hoog is en sterker toeneemt dan in omringende landen. Het aantal vacatures voor technische beroepen 7
Zie ook: Regio Deal Regio Zwolle “In de regio Noordoostpolder, is in samenwerking met het Innovatiecluster, Agrofoodcluster, regionale bedrijven en onderwijsinstanties de Technohub Noordoostpolder ontstaan. Bedrijven uit de Metaal- en agrarische sector hebben samen met de onderwijsinstellingen uit de regio de handen ineen geslagen om deze Technohub te realiseren. De doelstelling van deze Technohub is dat medewerkers uit deze sectoren zich gedurende hun loopbaan bij kunnen laten scholen in het kader van Leven Lang Ontwikkelen.” Via https://technohubnop.nl/ 9 Zie TNO.nl 8
34
bedraagt momenteel meer dan 80.000 (voor geheel Nederland). Waarbij het aantal studenten in technische richtingen afneemt, terwijl het elders in de wereld sterk groeit. Dit vormt een mogelijke rem op noodzakelijke economische groei. Het vraagt om verdere digitalisering van sectoren om hiermee een stijging van de arbeidsproductiviteit van de Nederlandse maakindustrie in de toekomst door te zetten. Tevens trekt een verdere intensivering van R&D (inter)nationaal talent aan. Juist ‘innovatie hotspots’ hebben, naast een prettige woon- en leefomgeving, een belangrijke aantrekkingskracht.
35
5.
Wat betekent dat voor de vraag naar werknemers? 5.1
TOENEMENDE VERVANGINGSVRAAG?
Om de maximale potentie van de economie in de Noordoostpolder te kunnen realiseren, is niet alleen een schaalsprong op het gebied van arbeidsproductiviteit (= innovatie) nodig, zal het werk ook toenemen waardoor nieuwe werknemers nodig zijn. In het maximale scenario is een toename van werkgelegenheid te zien in de stuwende clusters, maar ook in de verzorgende en overige sectoren. Zoals in hoofdstuk 4 uitgelegd staat de beroepsbevolking in Noordoostpolder voor een matige vervangingsvraag. Op basis van bevolkingsprognoses en de huidige samenstelling van de beroepsbevolking op basis van leeftijd zullen in de komende tien jaar ruim 1.100 werknemers de arbeidsmarkt verlaten. Deze banen moeten daarna weer worden ingevuld. Voor de vervangingsvraag is het van belang om ook te kijken naar de situatie op Urk: voor een deel kan rekening worden gehouden met arbeidsmobiliteit tussen die twee gemeenten. De demografische ontwikkeling zorgt er in dit geval voor dat er in totaal meer werknemers beschikbaar komen voor de arbeidsmarkt, waarbij de ontwikkeling op Urk positief en in de Noordoostpolder negatief is. Uiteraard kan dit niet zomaar tegen elkaar worden weggestreept (meer mensen op de arbeidsmarkt op Urk, minder in de Noordoostpolder).
Wel staan de gemeenten en het regionale bedrijfsleven voor deze transitie van de arbeidsmarkt goed te begeleiden en ervoor te zorgen dat de juiste mensen bij de juiste bedrijven op het juiste niveau aan de slag kunnen. De vergrijzing neemt naar verwachting toe in de komende jaren. Ook speelt het feit dat er geen hoger beroepsonderwijs wordt aangeboden een rol. Jongeren verlaten veelal op jonge leeftijd de gemeente om een opleiding te volgen. Niet al deze jongeren verlaten ook daadwerkelijk de gemeente door naar een andere plek te verhuizen, maar de kans is zeker aanwezig dat jongeren verder weg zullen trekken voor het vervolgonderwijs of een (eerste) baan. Dit draagt bij aan de ontgroening van de lokale beroepsbevolking.
36
Agrofood Maritiem Toerisme en recreatie Bouw Maakindustrie overig Totaal uitbreidingsvraag Vervangingsvraag Totaal
5.2
Aantal FTE 2021
Arbeidsproductiviteit per fte 2021
Arbeidsprod. 2031
Opgave FTE 2031
3.626 2.450 800
€ 100.629 € 89.906 € 30.625
€ 125.000 € 111.000 € 38.000
1.228 830 271
2.730 2.257
€ 62.271 € 78.846
€ 77.000 € 98.000
925 764 6.719 10.737
31.700
€ 76.561
+1.153 11.890
WAAR KOMEN NIEUWE WERKNEMERS VANDAAN?
Noordoostpolder is een relatief vergrijsde gemeente – maar heeft met Urk een ‘jonge’ buurgemeente om dit deels te compenseren. Door de situatie in het onderwijs verlaten jongeren de regio om te studeren of in een grotere stad te wonen. Om aan de grote uitbreidingsvraag op de arbeidsmarkt in de komende jaren te kunnen voldoen zal echter op verschillende manieren werk moeten worden gemaakt van het aantrekken, behouden en activeren van mensen. Tijdens de interviews is vaak genoemd dat het vooral een opgave is om jongeren terug te laten komen naar de polder, maar ook om te kijken naar mogelijkheden om meer mensen van buiten de gemeente aan te trekken. Hier is men het trouwens niet over eens – sommige respondenten stellen dat nieuwe aanwas van buiten niet per se nodig en misschien ook niet wenselijk is, gezien de druk op voorzieningen dan zal toenemen en nu nog beschikbare ruimte schaarser zal worden. Belangrijke randvoorwaarde om het werk te verrichten en tegelijkertijd de toestroom van mensen te beperken zijn (zoals eerder genoemd) een versterkte focus op innovatiekracht, robotisering, automatisering etc. Anderzijds kan de inkomende dagelijkse pendel worden verhoogd, waardoor mensen buiten de gemeente (blijven) wonen maar er wel dagelijks naartoe gaan om te werken.
Vooral met blik op jongere werknemers die eventueel nog niet over een auto of rijbewijs beschikken, ligt hier een grote opgave om de bereikbaarheid niet alleen per auto, maar ook per OV te versterken. De aansluiting aan het spoornet met een station zou hierin een cruciale schakel zijn. In de Nationale woningbouwkaart10 wordt uitgegaan van een plancapaciteit voor nieuwe woningen in de orde van grootte van 500-2.500 voor zowel Urk als Noordoostpolder (dus max. 5.000 nieuwe woningen).
10
https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kaarten/2021/06/09/nationale-woningbouwkaart
37
Door het voorkomen dat inwoners de gemeente verlaten (talent behouden) kunnen max. 6.000 werknemers worden behouden voor de eigen arbeidsmarkt. Het gaat hierbij vooral om praktisch opgeleiden (mbo 1/2 en 3/4), maar ook om een bescheiden aantal meer theoretisch opgeleiden. Dat betekent wel dat het talent aan de gemeente gebonden moet worden door middel van een aantrekkelijke werkgelegenheid en een aantrekkelijk woon- en leefklimaat. Om de benodigde 11.890 fte op de arbeidsmarkt tot en met 2031 te kunnen invullen, moet echter breder worden ingezet. Een gedeelte van de opgave voor de gemeente kan ingevuld worden wanneer de arbeidsparticipatie 11 constant hoog blijft. De huidige participatiegraad (het deel van de potentiële beroepsbevolking dat daadwerkelijk deelneemt of deel wil nemen aan het arbeidsproces) is al hoger dan het Nederlandse gemiddelde. Wanneer dit percentage gelijk blijft (ondanks de vergrijzende bevolking), dan komen er door de groei van het totaal aantal inwoners meer dan 1000 mensen voor de arbeidsmarkt beschikbaar (zij-instroom). Het aantrekken van praktisch opgeleid personeel uit de rest van Nederland is minder kansrijk, omdat de verhuis- en pendelbereidheid onder deze groep relatief laag is. Eerder kan het pendelsaldo worden beïnvloed door mensen die nu in Noordoostpolder wonen en buiten de gemeente werken, zien te winnen voor de lokale arbeidsmarkt.
In de situatie van Noordoostpolder gaat het om een aanzienlijk aantal inwoners dat buiten de gemeente werkzaam is. Er zijn circa 12.100 werknemers die dagelijks de gemeente voor hun werk verlaten. Aanvullend onderzoek is nodig om meer zicht te krijgen op de samenstelling, achtergrond en motivaties van de bewoners die naar een andere gemeente pendelen om te werken. Wellicht betreft het pendelaars die ook een arbeidsplaats in de Noordoostpolder zouden kunnen vervullen. Hiervoor is het wel van belang dat de inwoners bekend zijn met de mogelijkheden en kansen die het lokale bedrijfsleven te bieden heeft. Het overige deel van de nieuwe arbeidskrachten zal van buitenaf moeten worden aangetrokken. Voor het aantrekken van mensen van buiten wordt voor de hbo- en woopgeleiden (en in bescheiden mate mbo 3/4 opgeleid) deels uitgegaan van een mondiale arbeidsmarkt. Dat wil zeggen dat de arbeidsmarkt voor dit personeel in principe de gehele wereld is en bedrijven zich ook inzetten om bepaalde specifieke talenten hun kant op te halen. Voor mbo 1/2 opgeleid personeel is dat slechts beperkt het geval. Verder is de EU een belangrijke regio om werknemers te rekruteren, denk aan België en Duitsland in de directe omgeving en aan arbeidsmigranten van verder weg (MOE-landen).
11
Het verhogen van het aantal mensen dat deelneemt aan het werkproces: bijvoorbeeld mensen die op dit moment niet werken omdat de partner genoeg verdient, mensen die geen werk (meer) zoeken omdat ze al langer werkloos zijn en het hebben opgegeven, of mensen die parttime werken maar wel fulltime zouden kunnen (en willen) werken.
38
Theoretisch geschoold (hbo/wo) Praktisch geschoold (mbo 3/4) Praktisch geschoold (mbo 1/2) Totaal 5.3
Zijinstroom
Talent behouden
Overig NL
Pendel
Overig EU
Mondiaal
Totaal
310
849
424
707
566
283
3.139
509
2786
464
464
696
232
5.152
355
2432
162
649
1.174
4.220
928
1.329
618
3.599 358
11.890
BEROEPS- EN OPLEIDINGSNIVEAU
Noordoostpolder heeft relatief gezien een bevolking die én meer praktsisch is opgeleid én meer theoretisch dan het gemiddelde in Flevoland. Dit lijkt tegenstrijdig, maar zegt vooral dat het aandeel mbo 3/4 opgeleiden (theoretisch beroepsgebonden) in de provincie hoger is. Deze verdeling is mogelijk te verklaren door een aandeel gespecialiseerd werk (waarvoor hbo/wo opgeleiden nodig zijn) en daaronder een groter aandeel aan werkzaamheden waarvoor een meer praktische opleiding nodig is. Het beeld spreekt voor een bepaalde mate aan specialisatie, o.a. in de maakindustrie. In vergelijking met Nederland is de bevolking in de Noordoostpolder juist wél meer praktisch en meer niveau mbo 3/4 opgeleid. Landelijk is er sprake van relatief meer hbo/wo opgeleiden. Het opleidingsniveau past in de gemeente wel goed bij de vraag op de arbeidsmarkt: het niveau van banen (beroepsniveau) is voor een overgroot aandeel niveau 1 en 2 (samen 50%), dit percentage ligt in Flevoland (47%) en Nederland (36%) lager. Het aandeel hbo/wo banen is dan ook kleiner dan in de provincie of landelijk (NOP: 27%, Flevoland 33%, Nederland 35%).
39
Voor de toekomstige vraag naar werknemers is er een lichte verschuiving naar meer theoretisch opgeleid te verwachten – de vraag naar zowel hbo/wo opgeleide werknemers zal toenemen (steeds meer specialisatie die nodig is voor een toename in de arbeidsproductiviteit), maar ook zal de vraag naar praktisch (vooral toerisme, deels landbouw, visserij) en mbo 3/4 niveau opgeleide werknemers (o.a. zorg, maakindustrie) blijven bestaan. Er vindt dus degelijk een innovatiesprong plaats, waardoor ook meer banen voor meer theoretisch opgeleiden ontstaan, een groep die op dit moment minder groot vertegenwoordigd is in de gemeente. Vooral bij de mbo 1/2 en lager opgeleide werknemers is de vraag in hoeverre deze zal worden ingevuld door internationale werknemers (arbeidsmigranten). In heel Nederland worden deze banen steeds vaker ingevuld door werknemers die uit (qua BBP) armere landen in Europa of daarbuiten komen. Uit ervaring blijkt dat rond 25% van deze arbeidsmigranten langdurig in Nederland verblijven. Dit biedt dan ook een kans ten aanzien van de verwachte ontgroening, vergrijzing en krimpende bevolking.
40
6. 6.1
Waar kan gas gegeven worden?
ACCELERATIE-EFFECTEN
Ondanks de aangegeven positieve ontwikkelingen en kansen, zal nog een grote sprong gemaakt moeten worden om de economische potentie ten volle te benutten. In veel sectoren liggen kansen, maar de vraag is in hoeverre de Noordoostpolder voldoende toegerust is om al deze mogelijkheden ook te verzilveren. Binnen de ene sector kan snel geoogst worden, terwijl binnen de andere sector het behalen van economische groei weerbarstiger kan zijn. Om in hetzelfde (enorme) tempo van de afgelopen periode verder te kunnen groeien zijn uiteraard investeringen en de gezamenlijke inzet van alle partners nodig, maar dit is niet de enige optie. Er is onderzoek gedaan naar de randvoorwaarden om het potentiële rendement op iedere investering in de versterking van de lokale economie te verhogen: acceleratieeffecten. Dat wil dus zeggen dat de acceleratie-effecten zorgen voor een extra rendement bovenop wat er gewoonlijk verwacht mag worden na een zekere investering. Dit extra rendement kan bijvoorbeeld gerealiseerd worden door het verbeteren van de samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven en onderwijs, het lerend effect van de investeringen die gedaan worden (ervaring opdoen!) en het versterken van de crossovers tussen de verschillende sectoren.
Ook kunnen woon- en leefklimaat, marketing en uiteraard het doorzetten van economisch herstel een positieve invloed hebben op de economische ontwikkeling van de Noordoostpolder. Dit leidt tot de onderscheiden acceleratie-effecten. De mate waarin de partijen in staat zijn de acceleratie te realiseren, bepaalt mede hoe snel de economische groei gerealiseerd kan worden. Wellicht is het niet mogelijk om op alle acceleratie-effecten tegelijk in te zetten of vraagt het een om een langere aanloopperiode dan het ander. In de volgende paragrafen worden de verschillende acceleratie-effecten verder uitgewerkt. Maatregelen zijn er vooral op gericht om de groei in het bestaande bedrijfsleven te realiseren samen met onderwijs. Een langdurig commitment van partijen aan elkaar, de regio en de gemeente is dus van groot belang. Daarbij is het belangrijk om te realiseren dat Noordoostpolder onderdeel van een sterke regio is: in de regio Zwolle wordt niet alleen hard gewerkt aan de samenwerking (bijvoorbeeld in de vorm van de Regiodeals), maar er zijn ook sterke verbindingen op het gebied van wonen, onderwijs, werken en bedrijvigheid. De dagelijkse pendel van en naar Zwolle is groot. Ook de economie is nauw met elkaar verbonden: zo is het agrofoodcluster sterk in Flevoland (en delen van Gelderland) met onder andere veel bedrijvigheid in Dronten en Almere.
41
De acceleratie-factoren zoals hier weergegeven zijn gericht op de nodige en mogelijke activiteiten met betrekking tot het maximale groeiscenario. De gezamenlijke ambitie wordt echter bepaald door de samenwerkende partijen zelf, waarbij zeker voor de uitvoering van activiteiten sprake moet zijn van een gecombineerde inzet. Zo is het bedrijfsleven in de lead waar het gaat om investeringen in innovaties, en is het onderwijs gevraagd bij de inrichting van nieuwe leerlijnen en het enthousiasmeren voor bestaande vakken en opleidingen. 6.2
SAMENWERKING DRIE O’S
Overheden, onderzoeks- en onderwijsinstellingen, grootbedrijf en MKB dragen allen bij aan de economische ontwikkeling van de Noordoostpolder. Samen vormen zij de drie O’s. De samenwerking tussen de drie O’s (ook triple helix genoemd) kan weergegeven worden in drie stadia. Het eerste stadium is het ‘Statesman model’, binnen dit model is er sprake van een relatief sterke overheidssturing op tactisch, strategisch en soms op operationeel niveau. Binnen dit model is de overheid leidend: zij bepalen de doelen en verbinden daar middelen aan. Het tweede stadium is het ‘Laissez Faire model’, in dit model is er een gezamenlijke doelstelling. Elke partij werkt vanuit zijn eigen sterke punten en wordt bij de invulling van de gezamenlijke doelstelling verder vrijgelaten. Het laatste stadium is het ‘Increased Innovation model’. Binnen dit model streven de partners hetzelfde doel na, stellen daar een gezamenlijk programma voor op en verbinden hier middelen aan. Ook herkennen zij elkaars sterke punten en weten op welke punten zij elkaar kunnen versterken, maar weten ook wanneer zij los moeten laten. De partners binnen dit model dragen gezamenlijk de verantwoordelijkheid voor het nastreven van dit doel. Een verder geïntegreerde triple helix sluit ook aan bij de ontwikkelingen en aanbevelingen zoals die in het rapport ‘Maak verschil’ worden geformuleerd. 12
12
Studiegroep Openbaar Bestuur (2016) ‘Maak Verschil-Krachtig inspelen op regionaal-economische opgaven’
42
Om de maximale potentie te kunnen realiseren zal de gemeente Noordoostpolder sterker moeten inzetten op afstemming en samenwerking van de economische ‘stip op de horizon’, in samenspraak met het bedrijfsleven. Ook het (voortgezet) onderwijs is in de gemeente vertegenwoordigd en zal hierbij moeten worden betrokken. Hierbij is aandacht nodig voor keuzes in het curriculum – niet alle opleidingen kunnen in de gemeente worden aangeboden. De gemeente is, samen met maatschappelijke partners, aan zet bij het realiseren van een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor bedrijven en werknemers, zodat groei optimaal gefaciliteerd kan worden. Dit is mogelijk door te blijven investeren in de woon- en leefomgeving, met de toekomstige bevolkingssamenstelling in het achterhoofd. Dat betekent kwalitatief goede voorzieningen en de juiste woonmilieus kunnen bieden voor de toekomstige arbeidskrachten. Onderwijsinstellingen dragen uiteraard ook in belangrijke mate bij aan het realiseren van het maximale ontwikkelingspotentieel. Het gaat daarbij om de startkwalificaties van schoolverlaters, de her- en bijscholing van zij-instromers (herintreders op de arbeidsmarkt) en de permanente kennisontwikkeling van werknemers. De onderwijsinstellingen die hier iets in betekenen liggen deels buiten de gemeente, het MBO is wel aanwezig in de gemeente.
MBOs en HBO’s spelen een belangrijke rol als het gaat om kennisontwikkeling bij zowel bedrijven als werknemers. Noordoostpolder heeft op regionaal Werk aan een verbindend thema, niveau geen triple helix organisatie bijvoorbeeld: “Digitalisering in het MKB” die hiermee bezig is. Op lokaal Omschrijving: Een opgave waar de hele niveau is het zaak dat lokale regio en elk bedrijf in Noordoostpolder voor bedrijven, de gemeente en staat – de vraag naar digitalisering van onderwijs (primair onderwijs, maar processen, automatisering of zelfs ook andere onderwijsinstellingen in robotisering. Maar niet iedereen heeft het de regio) elkaar vinden. Deze is al investerend vermogen om hier zelf actie op opgezet en vormgegeven door o.a. te ondernemen. de Regiegroep REO (en onderhangende sectortafels). Toch vinden respondenten dat deze samenwerking geïntensiveerd kan worden. Zo blijkt uit enkele interviews en uit de enquête dat de respondenten vinden dat de economische groei gestimuleerd moet worden door ‘het verbeteren van de samenwerking van overheid, bedrijfsleven en onderwijs’. Voor de lokale economie zal het erg goed zijn als deze samenwerking zich verder ontwikkelt. Het samenwerken van de ondernemersvereniging(en) is daarin wellicht een eerste stap.
Een gezamenlijk thema, een gezamenlijke stip op de horizon om als drie o’s de schouders onder te zetten, kan de samenwerking naar het ‘increased innovation model’ brengen. Als de drie o’s een concreet doel voor ogen hebben, zoals een duurzame of zelfs energieneutrale gemeente of economie, kunnen de partijen daar concrete acties aan verbinden. Bedrijfsleven en overheid werken samen om de
43
ontwikkeling te bevorderen. Samen wordt dan de verantwoordelijkheid gedragen om dit doel te bereiken. Gedeelde verantwoordelijkheid betekent dan vaak ook gedeelde financiering. Alle drie de o’s zullen investeringsmiddelen (tijd, geld) beschikbaar moeten stellen. Voor de gemeente zou dit de nodige verandering in interne processen en borging betekenen. Het model is dan ook een meertrapsraket. Duurzaamheid als thema biedt diverse aanknopingspunten: het grote aantal logistieke bedrijven staat voor een verduurzamingsopgave, de haven op Urk kan investeren in meer duurzame voorzieningen en op de polder wordt al op grote schaal hernieuwbare energie gewonnen. De ontwikkelingen rondom het MITC bieden kansen om nieuwe technologieën te testen. Essentie is, dat overheden, kennisinstellingen en bedrijven in een triple helix verband samen beleid en activiteiten ontwikkelen, doordat er interactie plaatsvindt. Partijen werken samen om een infrastructuur te ontwikkelen waarin alle partijen (inclusief werkgevers en werknemers) op optimale manier kennis kunnen ontwikkelen; om een optimaal ondernemersklimaat te scheppen met ruimte voor innovatie en om kennisuitwisseling tussen bedrijfsleven en onderwijs op te zetten (valorisatie van kennis). Daarnaast is het gezamenlijk eenvoudiger om een geschikt vestigingsklimaat te creëren.
Gezamenlijk is men beter op de hoogte van de wens van (toekomstige) ondernemers en inwoners en kan men meer bereiken. Ook kunnen er gemeenschappelijk doelen opgesteld worden. Zo kan er gezamenlijk ingezet worden op het behoud van voorzieningen in de dorpen of de bouw van voldoende woningen voor de juiste doelgroepen. Als triple helix organisatie zal de gemeente ook meer lobbykracht hebben om bijvoorbeeld te pleiten voor investeringen in (de digitalisering of verduurzaming van) bedrijventerreinen bij de provincie. Op deze manier profiteert ook het vestigingsklimaat van een goede triple helix samenwerking. Ook tijdens de interactieve sessie, de kansenversneller, is het onderwerp samenwerking tussen de drie o’s uitvoerig aan bod gekomen. Vooral vanuit het bedrijfsleven is de wens uitgesproken om structureel overleg met de gemeente te voeren om beleid beter aan te laten sluiten bij de daadwerkelijke behoefte en plannen van de ondernemers. Dit vraagt echter maatwerk. Zo kan bijvoorbeeld naast een gemeentelijke economic board aangesloten worden bij concrete gebiedsontwikkelingen. Voor de gemeente zou deze werkwijze de nodige verandering in interne processen en borging betekenen. In de afgelopen periode is met de sectortafels (en bovenhangende Regiegroep) al invulling gegeven aan de wens om meer afstemming tussen bedrijfsleven en gemeente.
44
6.3
MARKETING
Marketing is van groot belang om zowel bedrijven als de benodigde arbeidskrachten aan te trekken. In de Noordoostpolder speelt op dit moment maar beperkt de vraag naar ruimte om nieuwe bedrijven te kunnen accommoderen, ook is de instroom van mensen in de afgelopen periode positief geweest. De polder wordt steeds bekender als gemeente waar het goed wonen en leven is; het vestigingssaldo is positief. In 2023 is door ondernemers, gemeente en andere partners een stichting in het leven geroepen om de gemeente te promoten: “Gemaakt in de Noordoostpolder”. Met een grote uitbreidingsvraag op komst in de komende 10 jaar, een gemiddeld oudere bevolking en krimp (plus ontgroening en vergrijzing) op de loer, wordt de urgentie op de arbeidsmarkt wel groter. Voor Flevoland geldt dat de regio tussen Randstad, Fryslân, de Veluwe en de grensregio nog meer bekendheid en vooral een positiever imago kan krijgen. De agrofoodsector in Noordoostpolder zet zichzelf op dit moment neer als World Potato City, een branding die volgens deelnemers aan de interactieve sessie en interviewpartners de potentie en kracht van de cluster tekort doet. De economie van Noordoostpolder kan dan ook profiteren van betere regiomarketing, maar dit zal gerichter en specifieker moeten gebeuren.
Een bekend voorbeeld is uit Zuid-Limburg (overigens op een grotere schaal dan voor Noordoostpolder haalbaar is) is de campagne ‘The Bright site of Life’, die Zuid-Limburg sinds 2008 heeft ingezet. In de eerste jaren werd met ‘je zal er maar wonen’ de regio breed onder de aandacht gebracht als een vitale en aantrekkelijke regio. Deze campagne naar buiten toe is gepaard gegaan met een “internal branding”-traject waarmee relevante stakeholders (instellingen, bedrijven, overheden en individuen) zich steeds meer als ambassadeurs van Zuid-Limburg zijn gaan profileren. Dit gezamenlijke verhaal van Zuid-Limburg heeft voor veel meer samenhang en samenwerking in de regio gezorgd. Nieuw aan de campagne eind 2014 waren de vervolgspotjes waarin bedrijven uit de regio hun bedrijf en vacatures onder de aandacht brachten met ‘je zal er maar werken’. Hiermee wordt de nadruk minder gelegd op Zuid-Limburg als aantrekkelijke woonregio, maar ook als plek om te werken.
45
Elke gemeente heeft in een regio zijn economische functie en profiel. Samen vormen de gemeenten het regionale profiel. Een goede profilering van een gemeente ondersteunt dan ook de regionale profilering. Zorg dat Noordoostpolder zich profileert als een aantrekkelijke woon- en werkgemeente voor jonge starters, waarbij vooral hbo en wo-opgeleiden een kans krijgen om zich te ontwikkelen. Een gemeente met voorzieningen en kwalitatief goede werkgelegenheid. Het voorbeeld van GoereeOverflakkee laat zien dat het lokale niveau effectief is voor marketingactiviteiten. Goeree-Overflakkee houdt zich bezig met een actieve marketingcampagne. De gemeente heeft hier in combinatie met ondernemers, maatschappelijke organisaties, inwoners en overige overheden een campagne opgezet waarbij het eiland neergezet wordt als een fijn eiland met fijne voorzieningen om te wonen en te recreëren. Dit wordt onder andere geuit in reclamespotjes op de landelijke tv-zenders, waardoor het kan rekenen op een grotere bekendheid. Om het voor iedereen mogelijk te maken mee te doen aan deze marketing is er een campagnestijl ontwikkeld. Ondernemers kunnen dit logo gebruiken voor hun marketing- en promotieactiviteiten en op hun bedrijfskleding. Er is zelfs een webshop opgericht waar relatiegeschenken en cadeaus met het logo te koop zijn.
Dat dit een succesvolle campagne is werd in 2016 bevestigd door het winnen van de Netwerk Citymarketing Award 2016.
Voor de Noordoostpolder ligt voor de hand dat er minder in marketingtermen moet worden gedacht en meer vanuit de echte kernwaarden en de identiteit van het gebied en de inwoners. Het is duidelijk dat er één thema centraal staat: Op de polder is iedereen thuis die wil pionieren en die de handen uit de mouwen steekt. Samen slimmer zou wel het inofficiële motto kunnen zijn. Waar de saamhorigheid op basis van het geloof aan het afnemen is, blijft de gemeenschapszin bestaan (dit toont zich onder andere in lagere scores op eenzaamheid, en een actief verenigingsleven met voldoende aanwas jong en oud). Dat regiobranding-campagnes werken, laat ook onderzoek in de landbouwsector in de regio Brandenburg. Hier is een omzetstijging van 18% in 2 jaar tijd gerealiseerd, vooral doordat de bekendheid van de regio voor potentiële afnemers is gegroeid door een campagne.13 Aantekening is wel dat deze 18% een groei van de omzet is en niet per se van de toegevoegde waarde en het om een relatief kleine steekproef gaat. 6.4
ACQUISITIE EN BEDRIJVENTERREINENBELEID
Economische groei en innovatie hoeft niet alleen van onderop uit de eigen gemeente te komen. Stuwende kracht van buiten kan ook een impuls geven aan de gemeente. De bedrijventerreinen bieden hier ook nog ruimte voor, zij het voor uitbreiding of nieuwe vestigers. Qua ruimte kan het dus, maar de drempel ligt in andere randvoorwaarden. Op korte termijn al kunnen geen bedrijven meer worden aangesloten op het stroomnet, omdat de capaciteit van het net beperkt is (netcongestie). Onder andere door de sterke elektrificering in het kader van de verduurzaming, maar ook door een toenemende complexiteit in het spel van vraag en 13
Ossietzky, C. von: ‘Local-motion: Using regional brands as engine for sustainable regional development’ 2014
46
aanbod (decentrale opwek en gebruik, slechtere planbaarheid door afhankelijkheid van zon, water, wind, …) is er op dit moment zo goed als geen ruimte om nieuwe bedrijven de passende voorzieningen te kunnen bieden. De grootste uitdaging wordt echter niet in de kwantiteit, maar in de kwaliteit gezien: voor de verduurzaming (in de enquête niet verder gespecificeerd) van bedrijventerreinen spreken zich 25 van de respondenten uit en 23 zijn voor een betere digitale bereikbaarheid van de terreinen (21 neutraal, 6).
Door inspanningen die gedaan zijn door ‘Impuls Zeeland’, de regionale ontwikkelingsmaatschappij aldaar, is in 2015 19% van de totale economische groei in Zeeland gerealiseerd door acquisitie (van bedrijven). Noordoostpolder kan individueel geen grote verandering teweegbrengen, maar zal dit vooral op regionaal niveau moeten doen. Acquisitie op regionaal niveau betekent tegelijk dat potentiële bedrijven ook kunnen kiezen voor locaties buiten de gemeente. Deze ‘concurrentie’ maakt dat inspanningen op dit gebied niet alleen neerkomen bij Noordoostpolder. Ook zijn er ruimtelijke belemmeringen door gebrek aan geschikte locaties (vooral door problemen met netcongestie). 6.5
BEREIKBAARHEID EN WOON- EN LEEFKLIMAAT
Zowel de fysieke als de digitale bereikbaarheid is van groot belang om de economische ambitie te realiseren. Noordoostpolder wordt vooral gezien als een heel prettige woongemeente, die echter wel vrij onbekend is in de rest van Nederland (of een eerder slecht imago heeft) en die slecht bereikbaar is met het ov. Per auto wordt de bereikbaarheid als goed ervaren – door de ligging aan de A6/N50 is de infrastructuur voor logistiek vervoer op orde. Ook de nabijheid van Duitsland en de
47
relatief centrale ligging in Nederland worden als voordeel ervaren, omdat men hier direct toegang heeft tot grote (afzet)markten. In de dorpen en kernen van de Noordoostpolder, inclusief Emmeloord, ontbreekt een treinverbinding. Vooral met het oog op aantrekkelijkheid voor jongeren, talenten en eventuele terugkomers is de niet-auto gebonden bereikbaarheid een belangrijke factor. Maar ook het aanbod aan beschikbare woonruimte is essentieel. Op dit moment zijn er onvoldoende betaalbare woningen voor starters. Dit is mede een reden dat vooral ouderen naar de gemeente verhuizen, het is er heel goed wonen in een hoger segment. Naast het beschikbare woningaanbod zal de gemeente samen met haar partners moeten inzetten op vitaliteit en bruisende kernen. De hele regio moet aantrekkelijk blijven, daar hoort goed onderwijs bij, voldoende voorzieningen, een leuk winkelaanbod en goede banen. Vooral in de kleinere kernen dreigt het aanbod te verdwijnen wanneer de demografische ontwikkelingen de gemeente raakt. Noordoostpolder heeft een aantal bedrijven die (tijdelijke) werknemers uit het buitenland halen, als seizoenskrachten of als kenniswerkers. Een deel van deze werknemers is in de gemeente gehuisvest, maar een niet nader te specificeren deel zal ook over de gemeentegrens in Flevoland of de overige omliggende regio gehuisvest zijn. 6.6
ONDERWIJS EN ARBEIDSMARKT
Een van de grootste uitdagingen voor de arbeidsmarkt is de komende jaren voldoende personeel te vinden, op alle niveaus, zo is de ervaring bij ondernemers in de gemeente. Verder wordt een tekort in technisch opgeleid personeel op vrijwel alle niveaus verwacht. Ondernemers zien dat er in de volle breedte onvoldoende werknemers en talenten zijn. De Regiodeal (Zwolle) heeft het thema arbeidsmarktoptimalisatie als een van de speerpunten benoemd en werkt in tal van projecten om het onderwijs beter aan te laten sluiten op de arbeidsmarkt. De inspanningen komen deels ten goede van de Noordoostpolder.
48
Het tekort aan technisch personeel Inspelen op nieuwe vormen van heeft ook landelijk de aandacht. Dit lesgeven, zoals op locatie bij bedrijven. wordt onder andere gedaan middels Omschrijving: Bedrijven zetten steeds het techniekpact, bedoeld om het meer in op een leven lang leren en hier onderwijs en de arbeidsmarkt voor liggen kansen voor onderwijsinstellingen technisch opgeleid personeel beter op met teruglopende leerlingenaantallen. In elkaar aan te laten sluiten. De ambitie de toekomst (over drie á vier jaar) gaan vanuit het landelijke techniekpact is om docenten niet alleen op scholen lesgeven, een groei van de keuze voor maar gaan zij ook langs bij bedrijven om technische profielen in havo en vwo daar lessen te verzorgen. Hierbij is van 55% te realiseren. Talentbehoud samenwerking tussen onderwijs, voor de techniek begint volgens velen ondernemers en overheid belangrijk. al in het (basis)onderwijs. Op het niveau van de Noordoostpolder bestaan er diverse initiatieven die hier ook mee bezig zijn. Sterk Techniekonderwijs Noordoostpolder (intussen nieuwe naam: STO Noordelijk Flevoland) heeft als doel het verhogen van de instroom binnen het technisch onderwijs op alle niveaus, om dit technisch onderwijs te kunnen blijven aanbieden in de regio en daarmee de regionale arbeidsmarkt te kunnen blijven bedienen.
De resultaten zijn al zeer positief, bijvoorbeeld de inzet van ‘onder meer speeddates, waarbij zo’n 600 derdeklassers van het vmbo in carrouselvorm in contact komen met verschillende beroepen.’14 De triple helix partners geven aan dat Noordoostpolder zich verder kan ontwikkelen en zich kan onderscheiden in de link tussen de agrofoodsector, de maritieme maaksector en het onderwijs. Grote kansen liggen er in het beter met elkaar koppelen van onderwijs en praktijk – het bedrijfsleven in de maritieme cluster staat klaar om praktijklessen aan te bieden, voor stageplekken te zorgen of om leerlingen te ontvangen en in een bijbaan mee te laten werken. Ook in het primaire onderwijs kunnen bijvoorbeeld bedrijfsbezoeken aan industriële ondernemers een prominentere plek krijgen. Belangrijk is dat de gemeente niet alleen kijkt naar de nieuwe instromers op de arbeidsmarkt, maar ook naar mensen die reeds actief zijn en middels scholing wellicht een stap willen maken of mensen die geen baan hebben, maar wel willen werken. De grote uitbreidingsvraag die op komst is, veroorzaakt de komende jaren een forse vraag naar nieuw personeel in de gemeente. Dit kan gedeeltelijk opgevangen worden met nieuwe uitstromers vanuit het onderwijs, maar ook door het om-, her- of bijscholen van personen die al actief zijn (geweest) op de arbeidsmarkt.
Als de arbeidsparticipatie bij 75% blijft of nog toeneemt, dan betekent dat er meer mensen uit de gemeente die nu niet werkzaam zijn de arbeidsmarkt instromen. Meer passende arbeidsplaatsen voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt moeten dan gecreëerd worden, maar zeker in de toerismesector of in de zorg zijn er kansen. 14
https://www.sterktechniekonderwijs.nl/regio/noordelijkflevoland/nieuws/sto-noordelijk-flevoland-zorgt-voorverbinding-en-zichtbaarheid/
49
Daarnaast is er veel te winnen door de arbeidspendel de gemeente uit af te vlakken: als meer mensen binnen de eigen gemeente passend werk vinden, kan dit een boost geven aan de lokale economie. Daarvoor dient het aanbod bij de vraag aan te sluiten en er voldoende bekendheid te zijn met de lokale bedrijven. Ook uit de enquête blijkt dat het merendeel van de respondenten vindt dat om de tekorten op de arbeidsmarkt op te lossen, men vooral moet gaan inzetten op een betere aansluiting van onderwijs en arbeidsmarkt. Een concreet idee dat genoemd werd tijdens de interviews is het opzetten van stageafspraken. Bedrijven kunnen samenwerken om jonge talenten met elkaar te delen (en ze ervaring op te laten doen bij verschillende bedrijven in de regio). Ook kunnen afspraken gemaakt worden met onderwijspartijen van buiten de regio voor het aanbieden van praktijkleerplaatsen en stageplekken. Belangrijke randvoorwaarde hierbij is wederom een goede bereikbaarheid (of passende tijdelijke huisvesting). Dit geldt ook voor arbeidsmigranten. Van arbeidsmigranten zijn landelijke cijfers bekend dat circa 25% van de mensen die tijdelijk naar Nederland komen langdurig blijven.
Na een periode van 3 à 5 jaar oriënteren deze voormalige arbeidsmigranten zich op de lokale woningmarkt, de bredere arbeidsmarkt en maken zij gebruik van het onderwijsaanbod (voor om-, her- en bijscholing, voor taalcursussen of voor de kinderen). Trajecten voor om-, her- en bijscholing kunnen in samenwerking met onderwijsinstellingen worden aangeboden. Samenwerking met regionaal mbo is van belang. Tegelijkertijd dient er dan wel voldoende vraag te zijn vanuit het bedrijfsleven en/of de overheid (in het geval van toeleiding naar werk). Om de mobiliteit van de beroepsbevolking te verhogen zou een arbeidspool tussen bedrijven met vergelijkbare productieprocessen een mogelijkheid zijn. Dit vraagt zeer goede samenwerking op regionaal niveau, en ook een goede afstemming en duidelijke afspraken. Het effect van de aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt op het maximale groeiscenario is hoog ingeschat, omdat hier nog veel rendement te halen valt ten opzichte van de status quo. Wel betekent nú opleiden dat de arbeidsmarkt pas op een later moment echt profiteert van deze maatregel. 6.7
VERSTERKEN INNOVATIEF VERMOGEN EN KETENDICHTHEID
Het innovatief vermogen is het lerende effect dat Research & Development in zich heeft en het durven delen van ideeën, ook wel open innovatie genoemd. Met ketendichtheid worden de (nauwe) relaties (m.n. als toeleveranciers en afnemers) tussen het MKB met grote bedrijven, kennisinstellingen en met andere MKB. Het doel van het versterken van het innovatief vermogen en de ketendichtheid is om te komen tot een sluitende keten in de regio die van kennis, naar kunde, naar kassa leidt.
50
Als het gaat om het versterken van de ketendichtheid, dan heeft het verbeteren van de relatie tussen MKB en grootbedrijf (eventueel gevestigd buiten de regio) een positief effect op zowel MKB (meer toegang tot innovatie, leidt ook tot managementen organisatieverandering, efficiëntieverbetering) als op het grootbedrijf (bijvoorbeeld door de afhankelijkheid van één aanleverende partij te verminderen). Ook het verbeteren van de toegang van MKB-bedrijven tot kennis is erg belangrijk in het innovatieproces. De toegang tot kennis is op zichzelf al een leerproces: door de kennis die individuele medewerkers opdoen zal het leer- en absorptieproces ervoor zorgen dat R&D meer opbrengt. Wanneer er sprake is van een nauwere keten, kunnen Mkb’ers hun innovaties ook weer makkelijker vermarkten, ze kennen immers hun potentiële klanten. Dat is uiteindelijk de laatste stap naar ‘kassa’. De grootste winst is wellicht te halen in samenwerking en een open innovatiesysteem tussen Mkb’ers onderling. Omdat Noordoostpolder zelf geen kennisinstellingen (HBO/WO) heeft, moet het voor het verbinden van kennis aan kunde en kassa zich op regionaal niveau begeven. Op regionaal en landelijk niveau zijn er veel kennisinstellingen waar het bedrijfsleven structureel op kan aansluiten, zoals Wageningen Universiteit, Universiteit Twente, HAS, Aeres Hogeschool Dronten en anderen.
Voor maximale innovatie zal er (dus) niet alleen binnen de gemeente moeten worden gekeken, maar is minstens het niveau van Flevoland en de Regio Zwolle nodig. Wanneer bedrijven meer met elkaar in contact komen en samenwerken, biedt dit kansen voor groei. Samenwerken, in de vorm van een door de overheid en universiteit gestart programma voor MKB, heeft voor 114 op hun potentie geselecteerde bedrijven een extra groei van 19 procentpunt per jaar gebracht in vergelijking met bedrijven die niet deelnamen15. Een ander onderzoek heeft aangetoond dat het functioneren in een collectieve samenwerking van 200 kleine bedrijven voor 70% van de bedrijven zorgt voor een extra groei in termen van omzet en omvang 16. In de Brainport regio heeft een uitgave van 2% van het totale BRP aan R&D geleid tot een omzet van 23% in vernieuwende producten. In de Noordoostpolder is sinds het begin van de coronacrisis gesignaleerd dat er een beweging ontstaat richting meer en sterkere korte ketens. Omdat de internationale handel getroffen werd door logistieke problemen, zijn regionale waardeketens ontstaan die in de komende periode verder kunnen worden uitgebreid.
15 16
Gallup, 2013, How large corporation scan spur small-business growth Centre for an Urban Future, 2011, Giving small firms the business
51
6.8
VERBINDING VAN SECTOREN: CROSS-OVERS
Cross-overs zijn een belangrijk Toeristische (verblijfs-)bestemmingen acceleratie-effect. Dit heeft twee van leegstaande agrarische gebouwen. redenen. De eerste is een heel direct Omschrijving: In de toekomst komen meer effect: wanneer sectoren als de agrarische gebouwen leeg te staan, onder maakindustrie of agribusiness goed andere door demografische renderen, heeft dat direct een positief ontwikkelingen en innovatie. Dit vormt effect op de logistieksector. Ook het kansen voor de toeristische sector, omdat aantal zakelijke overnachtingen neemt lege boerderijen vrijetijdsvoorzieningen wellicht toe en dat is weer positief voor kunnen worden en andere panden weer toerisme en recreatie. Belangrijker nog, interessante toeristische bestemmingen. is dat echte innovatie zich vaak voordoet Er liggen ook kansen voor de zorgsector: op het snijvlak van twee sectoren. Voor zorgboerderijen. dit acceleratie-effect is daarom voornamelijk gekeken naar de effecten van clustering van bedrijven in dezelfde én gerelateerde industrieën. Zo blijkt uit een onderzoek naar de innovatieve sector schone energie, dat ‘geclusterde’ groepen bedrijven ca. 1,4% per jaar harder groeiden dan niet-geclusterde bedrijven.17 De voordelen van clustering voor bedrijven in de Noordoostpolder zijn lokaal, maar ook op regionaal niveau te vinden.
Regionaal belangrijk is vooral de agribusiness, dit is sterk in omliggende gemeenten, maar strekt zich uit tot de greenports in NoordHolland Noord (pootaardappelen en Seed Valley) en in Gelderland. Op lokaal niveau past het meer om een gezamenlijk thema te kiezen om bedrijven op te laten samenwerken en de gemeente zich mee te laten profileren. Het thema agrien maritiem gerelateerde maak (technisch) ligt dan voor de Noordoostpolder voor de hand, maar er zijn bijvoorbeeld ook concrete cross-overs denkbaar tussen de aanwezige grote zorgsector, het toeristische aanbod en kleine, eventueel leegstaande agrarische gebouwen. Zo zou een nieuw aanbod kunnen ontstaan dat maatwerk biedt op het gebied van zorgtoerisme, bijvoorbeeld vergelijkbaar met het Duitse concept Kurort waarin ontspanning, zorg en rehabilitatie bij elkaar komen. Hierbij wordt mensen die rehabiliterende zorg nodig hebben een aanbod van gemiddeld 6 à 8 weken gedaan: verblijf in een hotelachtige omgeving met dagelijkse zorg en begeleiding, aangevuld met cursussen, sport en beweging. Volgens een onderzoek voor het economisch programma van de Zuidvleugel is het mogelijk om in 10 jaar tijd 38% extra toegevoegde waarde te genereren door de inzet op kruisverbanden binnen en tussen stuwende sectoren. 18
17 18
Brookings Institute, 2011, Sizing the clean economy. Zuidvleugel, 2010, Zuidvleugel. De topregio van Nederland
52
Bijlage 1: Respondentenlijst interviews en kansenversneller Interviews Naam
Organisatie
Anne Dijk Jeannette Buikema Jorik Kuiken Marga Sijbom Anneke Oosterhuis Gerard Berends Linda Verduin Marijn Lokhorst Robert Zuidema Sherida Arron Theo en Peter van Meijel Rein Brands
Aeres Buikema Techniek
Kansenversneller Naam Auke Sjoerd Tolsma Willem Schra Jan Sipke Huizinga Carla Goossens Gerard Berends Carole Vroegop Annemieke Doornbos Bauke Wielinga Linda Verduin Henk Romkes Robert Zuidema
SMT Emelwerda College Firda Zuyderzee Lyceum Gemeente Noordoostpolder Gemeente Noordoostpolder Gemeente Noordoostpolder BVN
Van Meijel automatisering Urk Maritime
Organisatie Polderstaal IC NOP Logistiek NOP Firda Vario onderwijs BVN Medrie Stichting Nieuwland Gemeente Noordoostpolder Gemeente Noordoostpolder Gemeente Noordoostpolder
53
Bijlage 2: Enquêteresultaten (volgt)
54