CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

A06 02 Een kwetsbaar ambt - over ondermijning en oneigenlijke druk op decentrale volksvertegenwoordigers - 2024.pdf

Gemeenteraad 27 januari 2025, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 4: Lijst ingekomen stukken26.906 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Om van weten, via willen naar doen te gaan moet aan drie randvoorwaarden worden voldaan (Renes 2021). 1) Capaciteit: weten wat er speelt en wat je geacht wordt te doen, en de vaardigheden om dat daadwerkelijk uit te kunnen voeren; 2) Motivatie: de wil om te veranderen, die vaak sterk afhangt van het gevoel van nut en urgentie, maar ook van identiteit (hoe je jezelf wil zien) en emoties als angst, zorgen of trots; 3) Gelegenheid: de omstandigheden om het gedrag te kunnen uitvoeren. Hier spelen onder meer

36

de sociale context (hoe kijkt men tegen het gedrag aan) en regelgeving een rol. Om daadwerkelijk gedragsverandering te bewerkstelligen kan het dus van belang zijn om het affectief denkvermogen van onze decentrale volksvertegenwoordigers aan te spreken. Men moet niet alleen de kennis hebben om een schending op het gebied van integriteit of ondermijning te melden (capaciteit) maar men moet ook overtuigd zijn van het nut (motivatie) en over de middelen beschikken om dit te doen, bijvoorbeeld dankzij een laagdrempelig en anoniem meldpunt (gelegenheid). Dit vraagt om maatwerk en nader onderzoek naar de psychologische factoren die mensen belemmeren om in relatie tot schendingen op het gebied van integriteit en ondermijning gewenst gedrag te vertonen.

37

6

Aanbevelingen van de respondenten In onze interviews vroegen we onze respondenten wat in het algemeen goed en minder goed gaat in de aanpak van mogelijke ondermijning en grove integriteitsschendingen van decentrale volksvertegenwoordigers, zowel preventief als repressief, en vooral wat de belangrijkste aandachtspunten en aanbevelingen zijn om de aanpak te verbeteren. In dit hoofdstuk clusteren we de belangrijkste punten.

6.1

Verlaag en verwijder barrières die tot handelingsverlegenheid leiden Op de vraag ‘wat gaat er goed in de aanpak’ wordt de term bewustwording veelvuldig genoemd. Er worden in gemeenten, provincies en waterschappen bewustwordingssessies georganiseerd, meestal over het thema integriteit, steeds vaker ook over ondermijning. Toch is het eveneens opvallend dat bewustwording ook geregeld wordt genoemd als zwakte voor een adequate aanpak. Bewustwording is niet overal even ver gevorderd. En op sommige plaatsen en met name, zo lijkt het, in sommige gemeenten en in de waterschappen, is er nog veel te winnen. Het is overigens nog wel de vraag of de decentrale aandacht zich voldoende richt op het thema ondermijning en oneigenlijke druk op decentrale volksvertegenwoordigers. Het lijkt erop dat in gemeenten, provincies en waterschappen waar het wordt behandeld, het vaak een onderwerp is dat binnen het thema integriteit of weerbaarheid wordt behandeld en weinig zelfstandige aandacht krijgt. In sommige andere overheden krijgt zelfs dat overkoepelende thema nog niet voldoende aandacht, onder meer omdat men denkt dat het met name met ondermijning ‘hier wel meevalt’.

Een belangrijke vraag bij al deze aandacht die er decentraal desalniettemin is, is: leidt de bewustwording tot handelen? Want zelfs als gemeenten, provincies en waterschappen zich voldoende richten op (de mogelijkheid van) ondermijning en oneigenlijke druk op volksvertegenwoordigers gaat het uiteindelijk om de vraag of dergelijke bewustwording effect heeft en volksvertegenwoordigers nu kunnen en durven handelen op basis van wat ze zien en ervaren. In ons onderzoek zien we daar twee mogelijke barrières voor. De eerste is dat oneigenlijke druk geregeld een achtergrond kent in sluimerende processen in de directe omgeving van de volksvertegenwoordiger. Druk wordt langzaam of plotseling opgevoerd en heeft een achtergrond in al langer gevestigde relaties. Dat maakt het lastig voor de volksvertegenwoordiger om het aan te kaarten. Vanuit het Rijk wordt altijd gezegd: ‘u moet aangifte doen’ en dan wordt er opgetreden. Maar [decentrale volksvertegenwoordigers] gaven aan dat het doen van aangifte in zo’n kleine gemeente de boel kan verslechteren, omdat je gewoon aangifte doet tegen de vader of moeder van het kind wat bij jou op de basisschool in dezelfde klas zit als je eigen kind. Het is allemaal veel minder anoniem. Veel kleinschaliger. Lastiger.

(Belangenvereniging – Interview 12) Voor veel volksvertegenwoordigers maken deze vormen van oneigenlijke druk – uit je directe omgeving – het veel moeilijker om je ertegen uit te spreken, laat staan aangifte doen of er met een autoriteit over te praten, zoals een burgemeester of commissaris. De mogelijke consequenties voor je eigen positie in dat netwerk zijn groot. Dat geldt ook als de aangifte door een ander gedaan wordt, bijvoorbeeld door een burgemeester. In het verlengde daarvan speelt een tweede barrière en dat is dat de professionele omgeving om te melden veilig moet zijn. Burgemeesters, commissarissen, dijkgraven of griffiers kunnen hun deur openzetten, maar dat betekent niet dat daar ook altijd doorheen gelopen wordt. Een open houding van burgemeester, commissaris, dijkgraaf, maar ook griffier en secretaris is een belangrijke voorwaarde, maar op zichzelf nog niet voldoende. Er moet aandacht zijn om de belemmeringen van de volksvertegenwoordiger om deze kanalen ook daadwerkelijk te gebruiken weg te nemen.

38

Wat we nu veel doen, we geven een training aan de groep. En een training is dan feitelijk, een slide of een verhaal over dilemma’s over: dit zijn risico's en dit is waar je terecht kunt. Het richt zich dus op het individu dat zich beseft dat er kennelijk ergens een risico is op een gegeven moment en die moet daar dan iets mee doen. Terwijl wat het niet meeneemt is in hoeverre staat de groepsdynamiek ook toe dat je er iets mee doet. In hoeverre heb je ruimte om bij bijvoorbeeld je fractievoorzitter dat ook bespreekbaar te maken. In hoeverre voel je de ruimte om naar de griffie toe te stappen als daar allerlei onderlinge verhoudingen achter zitten. Dus daar wordt nog heel weinig mee gedaan in mijn optiek. Het is heel erg vanuit een soort rationeel idee van als je eenmaal weet hebt dat je mogelijk onder druk bent gezet, dan moet je naar voren stappen. En dan wordt vervolgens de verantwoordelijkheid bij dat individu gelegd om dat dan te doen. En dat is een wat rationalistisch optimistisch perspectief van hoe de mens werkt en hoe groepen werken. Het vertrekt bijvoorbeeld nog niet vanuit wat kunnen we nou doen om die raad als geheel een veilige omgeving te maken, zodat als je iets meemaakt, dat het ook een goede omgeving is om dit soort dingen in te benoemen.

(Expert/onderzoeker - Interview 9) Het is dus kortom belangrijk om te blijven investeren in de risico’s die decentrale volksvertegenwoordigers lopen voor met name oneigenlijke druk. Die aandacht moet op decentraal niveau blijvend plaatsvinden – om de vier jaar zitten er immers weer veel nieuwe volksvertegenwoordigers. Protocollen en handreikingen zijn goede instrumenten om dat gesprek te faciliteren en die aandacht te blijven houden, maar dat betekent niet dat volksvertegenwoordigers ook zullen handelen wanneer gevallen van oneigenlijke druk, met name uit de eigen omgeving, spelen. De consequenties voor rol en positie in het eigen netwerk alsmede de soms niet veilig voelende politieke omgeving vormen barrières om problemen te melden en aan te kaarten. Het is belangrijk dat in de toekomst voor die problematiek en de aanpak daaromtrent meer aandacht komt. Samenvattend: •

•

•

6.2

Zorg dat volksvertegenwoordigingen gezamenlijk en volksvertegenwoordigers individueel zich voldoende toegerust voelen om sluimerende processen van oneigenlijke druk in hun omgeving te weerstaan. Protocollen en handreikingen kunnen dat proces en die bereidheid ondersteunen, maar zijn op zichzelf niet voldoende. Organiseer continu het gesprek binnen volksvertegenwoordigingen en richt je daarbij op het slechten van de drempels die de handelingsbereidheid van volksvertegenwoordigers belemmeren. Dat gaat dan met name om de belemmering die decentrale volksvertegenwoordigers bij de aanpak van oneigenlijk druk ervaren doordat deze uit hun eigen persoonlijke of professionele netwerken afkomstig is. Blijf die aandacht en het voeren van gesprekken vasthouden, mede in het besef dat elke vier jaar weer veel nieuwe volksvertegenwoordigers starten.

Ondersteun en stimuleer decentrale actoren Vrijwel alle respondenten benadrukken dat het signaleren en aanpakken van signalen over ondermijning en decentrale volksvertegenwoordigers op het decentrale niveau plaatsvindt en ook daar plaats moet vinden. In de gemeenten, provincies en waterschappen. Al vrij snel in het onderzoek werd duidelijk hoe belangrijk de rol van burgemeester, commissaris en dijkgraaf is in zowel het organiseren van die lokale aandacht als het zorgen voor een adequate opvolging van signalen die mogelijk op een geval van oneigenlijke druk wijzen. Volgens respondenten is het dan ook cruciaal dat de burgemeester, commissaris of dijkgraaf het belang van het thema ziet en ondersteunt en dat hij of zij vervolgens ook de capaciteiten heeft ermee aan de slag te gaan. Tussen (met name) gemeenten, maar ook tussen provincies en waterschappen, zien respondenten nog grote verschillen in de aandacht die verschillende bestuurders daarvoor hebben, in woorden, maar vooral in daden.

39

De gewenste situatie is dat burgemeesters, commissarissen en dijkgraven 1) initiatief nemen in het continu voeren van gesprekken met volksvertegenwoordigers over de risico’s, met name in de ‘koude fase’. Ze sturen aan op regels en protocollen en, belangrijker nog, faciliteren het integreren ervan in de hoofden van ‘hun’ volksvertegenwoordigers. 2) initiatief nemen om met politieke partijen in gesprek te gaan over de samenstelling van hun kandidatenlijsten (zie ook verderop). 3) in gesprek gaan met (individuele) volksvertegenwoordigers, zodra zij signalen ontvangen over mogelijke misstanden zoals oneigenlijke druk. De uitvoering hiervan kent ook enkele belemmeringen. Verschillende burgemeesters benoemen bijvoorbeeld het dilemma dat zij raadsleden kunnen aanspreken op integriteit, maar door diezelfde raadsleden beoordeeld worden om voor herbenoeming voorgedragen te worden. Bestuurders pleiten daarom voor meer steun en middelen. Wat dat moet zijn, wordt meestal niet duidelijk. Eén respondent pleit voor eigen en persoonlijk onderzoeksbudget zodat hij of zij in bepaalde situaties een ‘pre toets’ kan doen om te bepalen wat er aan de hand is. Een andere respondent pleit voor nieuwe publieke instanties die dergelijke (onderzoeks)ondersteuning bieden.

Deze respondent geeft namelijk aan dat hij nu of naar de Rijksrecherche kan gaan, maar dat dit voor veel ogenschijnlijk ‘lichtere’ problematiek een te grote stap is. Een alternatief is het inschakelen van een commercieel bureau, maar deze respondent zou liever zien dat een publieke organisatie dat gat opvult. Het ultieme middel, een raadslid wegsturen of een kandidaat-raadslid van de lijst weren, wordt in ieder geval door geen enkele bestuurder waar het ter sprake komt als wenselijk instrument beschouwd. Daar ben ik gewoon te veel democraat voor … Op het moment dat een raadslid criminele activiteiten ontplooit, kan hij daarvoor worden vervolgd … Maar mensen moeten altijd gekozen kunnen worden … Het is niet aan mij om raadsleden weg te sturen of … Dat moet blijven liggen waar het ligt: bij de inwoners. (Burgemeester – Interview 3) De rol van de direct betrokken bestuurders - burgemeester, commissaris en dijkgraaf - is dus een belangrijke voorwaarde van een goede aanpak van oneigenlijke druk. Naast dat zij zelf de capaciteiten hiervoor moeten hebben, moeten ze ondersteund worden. Dat vereist investeren in de capaciteit en alertheid van de decentrale organisatie.

In de interviews passeren verschillende rollen de revue, zoals van de griffier en de gemeentesecretaris, maar ook van de wethouders/Gedeputeerden/DB-leden en de vicevoorzitter van de volksvertegenwoordiging en de dienst Openbare Orde en Veiligheid. Het gaat erom dat er binnen de decentrale overheidsorganisatie tijd is voor het oppakken van meldingen en het in kaart brengen van risico’s. Een enkeling spreekt ook de wens uit dat decentraal ook schotten worden doorbroken; hij ziet veel aandacht voor het afzonderlijk trainen en weerbaar maken van dagelijks bestuurders, volksvertegenwoordigers en ambtenaren, met voor iedere groep afzonderlijke trainingen en protocollen. In de verwachting dat een kwaadwillende wellicht alle drie min of meer tegelijkertijd benadert, bepleit hij aan de preventiekant voor meer gezamenlijkheid De meeste respondenten vinden het een taak van de landelijke overheid, de ministeries, met name BZK en J&V, en politie en OM, lokale bestuurders en volksvertegenwoordigers in dit alles te steunen. De meeste respondenten die we hierover spreken, beginnen vooral met de rol van politie en OM. De geluiden daarover zijn zowel positief als kritisch. Er zijn van die eenduidige landelijke afspraken gemaakt ooit met OM politie en BZK: ‘publieke ambtsdragers voorrang, hup, erin vliegen’.

Nou in het ene pakket zegt men: ‘doen ze goed’, maar er zijn er ook genoeg waar een burgemeester zegt van: ‘nou ik ben diep, diep, diep teleurgesteld door de manier waarop ik ondersteund ben door de officier justitie en door de districtchef’. (Expert/adviseur - Interview 4) Uit onze interviews, ook met vertegenwoordigers van OM, politie en Rijksrecherche zelf, blijkt dat zij doorgaans pas aan het eind van het proces mogelijk in beeld komen (zie hoofdstuk vijf). Het zou volgens meerdere respondenten goed zijn als dat vaker eerder in het proces was.

40

Wetboek van strafrecht en strafvordering: dat waren zogezegd het oude en het nieuwe testament. Maar als je vanuit daar redeneert kun je alleen strafzaken oppakken. Ik denk dat je aan de voorkant moet proberen de angel eruit te halen, een signaal afgeven. Hoe kun je het strafrecht gebruiken voor de veiligheid. In [gemeentenaam] is destijds preventief iemand binnengehaald, een wapenhandelaar. Je hebt dan misschien geen strafzaak maar wel iemand even uit de anonimiteit gehaald en signaal afgegeven. Maar bij gemeente is vaak het beleid: ‘wegkijken bij de eerste intimidatie’. (Openbaar Ministerie – Interview 7) Waar het ministerie van BZK en met name de minister daarnaast op aangesproken wordt, aldus enkele respondenten, is de rol richting de commissarissen, dijkgraven en vervolgens de burgemeesters. Het belang van het wegnemen van oneigenlijke druk en de aanpak van ondermijning moet van bovenaf via de minister richting commissarissen en vervolgens burgemeesters in gesprekken maar ook in functioneringsgesprekken meer aandacht krijgen. En vrijwel alle respondenten die naar de rol van de landelijke overheid worden gevraagd, spreken de hoop uit dat de aandacht voor al dit soort onderwerpen niet tijdelijk is. Tenslotte, als het gaat om de ondersteuning en versterking van lokale actoren benoemen enkele respondenten specifiek de kwetsbaarheid van politieke partijen.

Respondenten van politieke partijen geven aan dat ze streng zijn in de beoordeling van kandidaten, maar ook in die partijen zit op zijn minst een spanning tussen de behoefte aan voldoende of meer kandidaten en het weigeren van kandidaten vanwege mogelijke risico’s. Niet altijd leidt dat tot de meest stevige selectieprocedures. Veel respondenten benoemen de noodzaak aan blijvende gesprekken, trainingen en richtlijnen richting politieke partijen. En naast goede gesprekken pleiten sommige respondenten ook voor meer hardere eisen, zoals het eisen van een Verklaring omtrent Gedrag (VOG). Eén respondent stelt zelfs voor dat door de gemeente/provincie/waterschap te laten betalen. Samenvattend: •

•

• •

6.3

Ondersteun vanuit de decentrale en landelijke overheid (inclusief politie en OM) de burgemeester, commissaris en dijkgraaf. Zij zijn spil in het organiseren van bewustwording bij decentrale volksvertegenwoordigers en het signaleren en opvolgen van gevallen van ondermijning. De minister dient commissarissen en dijkgraven te wijzen op deze rol en ze te ondersteunen in hun aanpak van oneigenlijke druk op volksvertegenwoordigers. Voor de commissaris geldt hetzelfde richting de burgemeesters. Zorg decentraal voor voldoende organisatiecapaciteit van ambtenaren en griffie, waaronder tijd maken voor meldingen, onderzoek en het in kaart brengen van risico’s. Het is belangrijk om met politieke partijen in gesprek te gaan over de risico’s en het aanbieden van opleidingen, mogelijk in combinatie met hardere eisen, zoals een VOG.

Voer het gesprek over screening en de gevolgen Screening is een onderwerp dat gevraagd en ongevraagd in veel gesprekken terugkomt als het gaat om een verbeterde aanpak van ondermijning en oneigenlijke druk. Respondenten geven aan dat er weinig (verplichte) screening is en tussen gemeenten (en provincies en waterschappen) en tussen politieke partijen veel verschillen bestaan in de praktijk van screening.12 Verschillende respondenten pleiten voor meer en betere screening van (kandidaat12 Dit blijkt ook uit andere onderzoeken. Zo bleek in het meest recente onderzoek naar

rekrutering van raadsleden dat 66% van de partijen op lokaal niveau kandidaat-raadsleden op integriteitsrisico’s screenen. Dat screenen betekent het vragen om een VOG (ongeveer 40%),

41

)raadsleden. Ze zien screening vervallen in een soort test van ‘kom ik erdoor of niet', terwijl het vooral moet gaan om het in kaart brengen van risico’s. Er is verder geen overeenstemming tussen onze respondenten hoe die meer en betere screening eruit moet komen te zien. Een grotere rol van de overheid (deels ten koste van commerciële bureaus) en een verplichte VOG voor (kandidaat-)volksvertegenwoordigers worden desalniettemin door enkele respondenten verstandig gevonden. Het lijkt mij goed dat de dienst Justis van J&V zijn activiteiten ook uitbreidt … in plaats van al die bureaus die zich hierop storten. En wel vijf BV's van een ondernemende wethouder een probleem vinden en een kwetsbaarheid, maar geen enkele informatie hebben over dat de wethouders wellicht ook nog een crimineel verleden hebben. Ja, daar hebben ze geen toegang toe. Dus dan worden ineens de verkeerde dingen een probleem, terwijl die dienst Justis daar wel de beschikking over heeft. (Expert/onderzoeker - Interview 2) Dat neemt niet weg dat een controle en screening met betrekking tot de financiële belangen ook belangrijk wordt geacht. Dat wordt weer door een andere respondent als volgt verwoord. Je moet ook kijken wat is iemands financiële positie. Want daar gaat het toch ook vaak om. Dat mensen vanuit geld gedreven toch de fout ingaan. En dat hoeft geen beletsel te zijn om raadslid te worden.

Als je het niet zo breed hebt. Maar dan kun je van daaruit wel het gesprek aangaan met iemand. (Expert/onderzoeker - Interview 5) Kortom, over welke vormen van screening wenselijk zijn, door wie ze moeten worden uitgevoerd en in hoeverre dat verplicht of vrijwillig moet, verschillen de meningen tussen onze respondenten. Dit vraagt om een bredere gedachtenwisseling. Het onderwerp wordt in veel van onze interviews benoemd. Het is goed daar een nadere verdieping en specifieke uitvraag over te oden, inclusief nadenken over de gevolgen van screening. Immers, de screening kan worden uitgebreid en verplicht, maar dat beantwoordt nog niet de vraag wat er met de kandidaat in kwestie moet gebeuren als daaruit grote risico’s blijken. Samenvattend: • Het is verstandig aan nader onderzoek te doen naar de rol en vorm van screening voor decentrale volksvertegenwoordigers. Het onderwerp wordt in veel interviews genoemd als een kans om de kwetsbaarheid van decentrale volksvertegenwoordigers te verkleinen, al blijkt nog geen eenduidigheid over hoe dat er precies uit zou moeten zien.

het afnemen van een integriteitsvragenlijst (ongeveer 50%), het uitvoeren van een antecedentencheck (ongeveer 25%) of ‘anders’ (ongeveer 33%) (Boogers & Voerman 2018; zie ook Wagenaar en Van Ostaaijen 2018; Van Ostaaijen 2022).

42

7

Conclusies en aanbevelingen In ons onderzoek zijn we op zoek gegaan naar de relatie tussen (georganiseerde) criminaliteit en decentrale volksvertegenwoordigers en het bredere vraagstuk van oneigenlijke druk op decentrale volksvertegenwoordigers. Respectievelijk stelden we ons hierbij drie vragen: Wat voor signalen bereiken betrokken personen en organisaties hierover? Welk beeld bestaat er bij deze betrokkenen over de risicofactoren en kwetsbaarheden van decentrale volksvertegenwoordigers voor ondermijning? En welke aanbevelingen hebben de betrokken personen en organisaties voor de aanpak van ondermijning van en oneigenlijke druk op decentrale volksvertegenwoordigers?

7.1

Aandacht voor de kwetsbaarheid van volksvertegenwoordigers Als antwoord op de eerste onderzoeksvraag, over het type signalen dat betrokken personen en organisaties bereiken, kunnen we stellen dat de signalen rondom mogelijke ondermijning en oneigenlijke druk met name decentraal binnenkomen, bij de burgemeesters, commissarissen, dijkgraven, griffiers en (overige) decentrale ambtenaren. Zij zijn met name alert op wat zij beschouwen als opvallendheden of veranderingen in het gedrag van ‘hun’ decentrale volksvertegenwoordigers, zoals veel vragen stellen over zeer specifieke onderwerpen of uitingen die afwijken van eerdere uitspraken of partijprogramma’s. Daarnaast en in combinatie daarmee zijn ze alert op zaken die samenhangen met het ‘verleden, belangen en relaties’ van de volksvertegenwoordigers: overtredingen of strafbare feiten, (economische) belangen in de gemeente/provincie/waterschap van henzelf of gezinsleden en relaties met personen die mogelijk verdacht of veroordeeld zijn. Over in hoeverre deze signalen ook duiden op daadwerkelijke vormen van oneigenlijke druk en/of een rol van de georganiseerde criminaliteit, kunnen onze respondenten doorgaans niet veel zeggen of – in het geval van oneigenlijke druk – lopen schattingen daarover teveel uiteen. Respondenten zien opvallend gedrag, maar kunnen dit gedrag door een gebrek aan zicht op de motieven moeilijk duiden.

Het is dus zeker niet zo dat deze gedragingen of kenmerken op zichzelf problematisch hoeven te zijn voor het goed kunnen functioneren als volksvertegenwoordiger. De tweede onderzoeksvraag betreft het beeld dat betrokken personen en organisaties hebben van de risicofactoren en kwetsbaarheden van decentrale volksvertegenwoordigers voor pogingen tot ondermijning. Onze respondenten zien de volgende kwetsbaarheden: decentrale volksvertegenwoordigers vormen een ingang naar bestuurders en ambtenaren en kunnen derden daartoe toegang verschaffen; decentrale volksvertegenwoordigers hebben toegang tot informatie die niet voor iedereen toegankelijk is, bijvoorbeeld fractievoorzitters die in het presidium zitten of inzage in stukken waar geheimhouding op zit; en decentrale volksvertegenwoordigers komen op termijn mogelijk op interessante(re) posities terecht, zoals lid van het dagelijks bestuur. Bij het bespreken van deze kwetsbaarheden moeten we wel opmerken dat er binnen onze groep respondenten verschil is in zij die zien dat criminelen ook van deze kwetsbaarheden gebruik zullen maken en zij die dat risico in enige mate nuanceren. De meeste respondenten zien decentrale volksvertegenwoordigers niet als de grootste risicogroep. Zij waarschuwen vooral voor ondermijning van en oneigenlijke druk op ambtenaren en leden van het dagelijks bestuur, zoals wethouders.

Bestuurders beschikken over meer (vertrouwelijke) informatie en kunnen zelfstandig of via het college of dagelijks bestuur op voor criminelen relevante terreinen beslissingen nemen. Ambtenaren kunnen juist weer in een belangrijk voorstadium van die beslissingen invloed uitoefenen. Vrijwel al onze respondenten geven aan dat hier (nog) veel (meer) aandacht voor moet komen, zowel vanuit de landelijke als de decentrale overheden. Waakzaamheid is echter ook voor decentrale volksvertegenwoordigers geboden. Het zijn immers niet alleen criminelen die van de kwetsbaarheden van deze groep voor oneigenlijk belang gebruik kunnen maken. Paragraaf 7.2 gaat verder in op oneigenlijke druk en de risico’s die hiermee voor decentrale volksvertegenwoordigers gepaard gaan.

43

7.2

Het belang van het wegnemen van oneigenlijke druk Onze respondenten maken zich zorgen over het opkomen voor andere belangen dan het algemeen belang en oneigenlijke druk die op volksvertegenwoordigers wordt uitgeoefend. Deze kwetsbaarheden lijken zich vooral dichtbij huis te uiten. Het beeld van ondermijning valt voor veel mensen vermoedelijk samen met beelden van drugstransporten of omvangrijke criminele netwerken. Het gevaar is dat de risico’s in de eigen sociale en professionele netwerken worden onderschat. Het gaat dan om contacten in de wijk, het verenigingsleven of met lokale ondernemers. De oneigenlijke druk die daar plaats kan vinden, is volgens onze respondenten een groot risico. Deze spanning raakt de kern van het zijn van volksvertegenwoordiger. Juist door hun open houding richting de samenleving maken decentrale volksvertegenwoordigers zich kwetsbaar voor oneigenlijke druk en beïnvloeding. Geen enkele respondent heeft aangegeven dat volksvertegenwoordigers daarom minder contact met die samenleving zouden moeten onderhouden, maar ze geven wel aan te waken voor naïviteit in die contacten. Veel volksvertegenwoordigers hebben geen of te weinig oog voor deze risico’s, ze halen er voordeel uit (bijvoorbeeld het succes van de plaatselijke voetbalclub) of vinden het lastig deze druk aan te kaarten, omdat dit gevolgen voor hun eigen positie binnen die gemeenschap kan hebben.

Ze kunnen ook te maken krijgen met vormen van intimidatie of agressie. Het zijn de verwevenheid met het eigen netwerk en het sluimerende proces waarop beïnvloeding vaak plaatsvindt die een oplossing doorgaans moeilijk maken. Van een bedreiging uit onbekende hoek kan aangifte worden gedaan of het is op een andere manier aan te kaarten, ook binnen de lokale politiek, maar als je eigen achterban die druk zet, is een dergelijke stap vaak veel moeilijker. Toch moet juist het probleem van oneigenlijke druk op decentrale volksvertegenwoordigers worden aangepakt en zoveel mogelijk worden weggenomen. Het toegeven daaraan heeft namelijk ernstige gevolgen voor (de kwaliteit van) het decentraal bestuur. Het kan leiden tot een daling van de effectiviteit, efficiëntie en legitimiteit van het lokaal bestuur, een verminderde kwaliteit van checks and balances en het vertrouwen in het bestuur wordt aangetast met mogelijk een afname om te participeren en een afschrikkende werking om zelf volksvertegenwoordiger te worden tot gevolg.

7.3

Aanbevelingen van onze respondenten De derde onderzoeksvraag gaat over de aanbevelingen die onze respondenten zelf aandragen voor de in dit onderzoek geschetste ontwikkelingen. Het probleem met betrekking tot oneigenlijke druk op decentrale volksvertegenwoordigers is niet eenvoudig op te lossen. Uit de interviews categoriseren we de volgende aanbevelingen. Verlaag en verwijder barrières die tot handelingsverlegenheid leiden • Zorg dat volksvertegenwoordigingen gezamenlijk en volksvertegenwoordigers individueel zich voldoende toegerust voelen om sluimerende processen van oneigenlijke druk in hun omgeving te weerstaan. Protocollen en handreikingen kunnen dat proces en die bereidheid ondersteunen, maar zijn op zichzelf niet voldoende. • Organiseer continu het gesprek binnen volksvertegenwoordigingen en richt je daarbij op het slechten van de drempels die de handelingsbereidheid van volksvertegenwoordigers belemmeren. Dat gaat dan met name om de belemmering die decentrale volksvertegenwoordigers bij de aanpak van oneigenlijk druk ervaren doordat deze uit hun eigen persoonlijke of professionele netwerken afkomstig is. • Blijf die aandacht en het voeren van gesprekken vasthouden, mede in het besef dat elke vier jaar weer veel nieuwe volksvertegenwoordigers starten.

Ondersteun en stimuleer decentrale actoren • Ondersteun vanuit de decentrale en landelijke overheid (inclusief politie en OM) de burgemeester, commissaris en dijkgraaf. Zij zijn spil in het organiseren van

44

•

• •

bewustwording bij decentrale volksvertegenwoordigers en het signaleren en opvolgen van gevallen van ondermijning. De minister dient commissarissen en dijkgraven te wijzen op deze rol en ze te ondersteunen in hun aanpak van oneigenlijke druk op volksvertegenwoordigers. De commissaris hoort hetzelfde te doen richting burgemeesters. Zorg decentraal voor voldoende organisatiecapaciteit van ambtenaren en griffie, waaronder tijd maken voor meldingen, onderzoek en het in kaart brengen van risico’s. Het is belangrijk om met politieke partijen in gesprek te gaan en blijven over de risico’s en het aanbieden van opleidingen, mogelijk in combinatie met hardere eisen, zoals een VOG.

Voer het gesprek over screening en de gevolgen • Het is verstandig aan nader onderzoek te doen naar de rol en vorm van screening voor decentrale volksvertegenwoordigers. Het onderwerp wordt in veel interviews genoemd als een kans om de kwetsbaarheid van decentrale volksvertegenwoordigers te verkleinen, al blijkt nog geen eenduidigheid over hoe dat er precies uit zou moeten zien.

7.4

Reflectie op basis van eerder onderzoek Een van de opvallendste verschillen tussen onze bevindingen en het eerder aangehaalde Pro Facto rapport uit 2017 zijn de verschillen in infiltratie, oftewel “alle manieren … om te participeren in het lokale openbaar bestuur, waarbij het doel is om met een crimineel oogmerk lokale processen en besluitvorming te kunnen beïnvloeden” (Winter et al. 2017: 15). In 2017 gaf 39% van de respondenten aan dat ze vermoeden of zeker weten dat een raadslid is geïnfiltreerd, meer nog dan het percentage voor wethouders (22%) en burgemeesters (6%). Hoewel onze respondenten in ons onderzoek een slag om de arm houden, geven ze aan zelf geen gevallen te kennen waarbij de georganiseerde criminaliteit de volksvertegenwoordiging geïnfiltreerd is. Dat lijkt een groot verschil met de Pro Facto resultaten. Hiervoor zijn verschillende verklaringen denkbaar.13 Een eerste verklaring is dat het gaat om interpretatie van de vraag. Het is niet uit te sluiten dat casussen die in ons onderzoek buiten infiltratie vallen wel zijn ‘meegeteld’ door de respondenten in het Pro Facto onderzoek.

Het gaat dan met name om casussen die raakvlakken lijken te suggereren met georganiseerde criminaliteit, zoals een raadslid dat veroordeeld is voor het bezit van een hennepkwekerij of een lijsttrekker van een nieuwe partij die eerder veroordeeld is voor drugssmokkel (zie ook de media analyse in hoofdstuk twee). Een tweede verklaring is dat het onderzoek uit 2017 over perceptie ging. Een deel van de vraag luidde of respondenten een ‘vermoeden’ hadden van infiltratie. Het is natuurlijk maar de vraag of dat vermoeden klopt. En een laatste verklaring hangt deels samen met de methodiek van ons onderzoek. Hoewel we een brede invalshoek hanteerden bij het selecteren van respondenten, houden we de mogelijkheid open dat onze respondenten een (te) selectief en positief beeld schetsen van de huidige problematiek (zie ook paragraaf 1.3 voor nadere reflectie op de door ons gebruikte methodologie).

7.5

Tot besluit: een kwetsbaar ambt In onze gesprekken hoorden we enkele keren een verwijzing naar ‘Italiaanse toestanden'. Een enkeling deed dat als alarmering voor waar het (mogelijk) met Nederland naartoe zou gaan. De meeste gebruikten het echter om ermee aan te geven dat we in Nederland nog ver verwijderd zijn van een vergaande infiltratie van de georganiseerde criminaliteit in het werk van decentrale volksvertegenwoordigers. Datgene met wat men doorgaans bedoelt met ‘Italiaanse toestanden’ lijkt in Nederland dus (nog) niet het geval. Maar wat is er dan wel aan de hand? Veel van onze 13 En dan laten we de verschillende meetpunten (2017 versus 2024) buiten beschouwing. Het

lijkt ons immers onwaarschijnlijk dat het in zeven jaar tijd van omvangrijk naar nagenoeg verdwenen is gegaan.

45

respondenten waarschuwen voor gevallen van oneigenlijke druk op volksvertegenwoordigers. De belangen die daarachter zitten, kunnen particulier, privaat, maar ook crimineel zijn. Zij geven aan dat het van belang is om niet (alleen) te kijken naar de relatie tussen (georganiseerde) criminaliteit en decentrale volksvertegenwoordigers, maar naar het bredere vraagstuk van oneigenlijke druk en te zorgen dat decentrale volksvertegenwoordigers zonder dergelijke invloed van derden hun werk kunnen doen. We spreken in dit onderzoek over ‘een kwetsbaar ambt' en doelen dan op die risico’s van oneigenlijke druk en de eerder benoemde kwetsbaarheden van decentrale volksvertegenwoordigers daarvoor, maar eveneens over de onduidelijkheid daarvan in termen van omvang en in hoeveel gevallen hier nu ook druk vanuit criminelen achter zit. Een vergelijking met andere landen kan relativeren of alarmeren. Het gaat er echter om dat waar we nu staan vooral een Nederlandse problematiek is.

Dat geldt zowel voor de groei van (drugs)criminaliteit, maar ook de manier waarop we ons land bestuurlijk hebben georganiseerd, met veel overleg, gericht op compromis en met een bijzondere rol en aanstelling van bestuurders - de burgemeesters, commissarissen en dijkgraven (met in hun kielzog directe medewerkers of betrokkenen) - die een spil zijn in het signaleren en aanpakken van oneigenlijke druk bij volksvertegenwoordigers, maar ook in de strijd tegen (georganiseerde) criminaliteit. Als volksvertegenwoordigers onder oneigenlijke druk van derden besluiten nemen, staat het functioneren van de hele lokale democratie onder druk. Het kan leiden tot een daling van de effectiviteit, efficiëntie en legitimiteit van het lokaal bestuur, het vertrouwen in het bestuur wordt aangetast met mogelijk een afname om te participeren en een afschrikkende werking om zelf volksvertegenwoordiger te worden tot gevolg. Het belang van de aanpak van oneigenlijke druk en ondermijning is daarom niet te verwaarlozen groot.

46

8

Referenties

8.1

Algemeen A&O -fonds Waterschappen. (2020). Handreiking voor de inventarisatie van kwetsbare functies en processen. Geraadpleegd op 22 december 2023 via Toolbox Integriteit | A&O fonds Waterschappen (aenowaterschappen.nl) Behavioural Insights Netwerk Nederland. (2019). Rijk aan gedragsinzichten. Editie 2019. (Publicatienr. 0919-105). Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Den Haag. Blatter, I., & Spapens, A. (2023). Ondermijning op het platteland: Problemen en aanpak. Boom Criminologie. Boeije, H. R. (2016). Analyseren in kwalitatief onderzoek: denken en doen (Tweede druk). Boom Uitgevers. Boogers, M. G., & Voerman, G. (2018). Rekrutering en selectie van kandidaten voor de gemeenteraadsverkiezingen in 2018: ontwikkelingen vanaf 2006 geduid. Universiteit Twente/ Rijksuniversiteit Groningen Boutellier, H., Steden, R., Eski, Y., & Boelens, M. (2020). Een einde aan ondermijning. Boom Uitgevers. doi:10.5553/tvv/187279482020019001001 Broekhuizen, J., De Wildt, R., & Boutellier, H. (2020). Lokale weerbaarheid: Concrete handreikingen vanuit gemeenten. Bureau Broekhuizen. Bruinsma, M. Y., Ceulen, R., & Spapens, A. (2019). Ook criminelen houden van voetbal. Bureau Bruinsma/ Tilburg University. Bunskoek J., & Voskuil, K. (2023, 27 november). Criminelen infiltreren gemeentehuis tientallen keren per jaar. RTL Nieuws.

Geraadpleegd op 22 december 2023 via Criminelen infiltreren gemeentehuis tientallen keren per jaar | RTL Nieuws Coster van Voorhout, J., & De Meijer, M. (2019). Wie nog niet sterk genoeg is, moet slim zijn. Christen Democratische Verkenningen, 2019 (4), 80-86. De Graaf, G., & Huberts L. W. J. C. (2011). Integriteit in het Nederlands openbaar bestuur. In R. Andeweg & J. Thomassen (Eds.), Democratie doorgelicht: Het functioneren van de Nederlandse democratie (pp. 477-497). Leiden University Press/Amsterdam University Press. Heres, L. (2023). Collectief moreel vakmanschap. Erasmus School of Social and Behavioural Sciences (ESSB). Hermsen, S., & Renes, R. J. (2020). Draaiboek gedragsverandering. De psychologie van beïnvloeding begrijpen en gebruiken. (8e druk) Business Contact. Hoekstra, A. (z.d.). Integriteitsmanagement: een methode voor het doormeten en verbeteren van uw beleid – Alain Hoekstra. https://alainhoekstra.nl/publicaties/integriteitsmanagement-een-methode-voorhet-doormeten-en-verbeteren-van-uw-beleid/ Huberts, L. W. J. C. (2015). Integriteit anno 2015: Pijnpunten op de agenda. In J. Talsma & E. Karssing (Eds.), Jaarboek Integriteit 2015 (pp. 12-21). BIOS. Huberts, L. W. J. C., & Van Montfort, A. J. G. M. (2021). Ethics, corruption, and integrity of governance: What it is and what helps. In W. R.

Thompson (Ed.), Oxford Research Encyclopedia of Politics (Oxford Research Encyclopedias). Oxford University Press. Huberts, L., Kaptein, M., & De Koning, B. (2022). Integrity scandals of politicians: A political integrity index. Informa UK Limited. doi:10.1080/10999922.2021.1940778 Kerkhoff, T., & Overeem, P. (2018). In opspraak: Leren van integriteitskwesties. Publicatiereeks Overheid & Arbeid, Vol. 2018, No. 48. CAOP.

47

Klein Kranenburg, L., Brookman, S., Van Miltenburg, C., Bouwmeester, J., Weijkamp, E., & De Jong, B. (2022). Monitor integriteit en veiligheid 2022. I&O Research. Korsten, A. F. A., & Janssen, J. I. H. (2002). Integriteit van ambtenaren. In A. Bestebreur (Ed.), Management in overheidsorganisaties (pp. 1-46). Kluwer. Kossow, N. (2019). Populism and corruption. Transparency International Anti-Corruption Helpdesk. https://knowledgehub.transparency.org/assets/uploads/helpdesk/populism-and-corruption-2019final.pdf Kranenburg, L. K., Brookman, S., Van Miltenburg, C., Bouwmeester, J., Weijkamp, E., & De Jong, B. (2022). Monitor Integriteit en Veiligheid 2022. I&O Research & Bureau BING i.o.v. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Kuipers, G., Geertjes, G. J., Samwel, J., Van der Kaaij, C., Van der Wal, R., Slingerland, W., & Van der Steen, M. (2024). Bedreiging en bescherming: Tussenevaluatie van de netwerkaanpak van het netwerk weerbaar bestuur. Nederlandse School voor Openbaar Bestuur. https://www.nsob.nl/denktank/overzicht-van-publicaties/bedreiging-en%20%20%20bescherming#:~:text=Het%20NWB%20beschermt%20tegen%20regenachtige,de%2 0bescherming%20van%20het%20Netwerk Mein, A. G., & Van de Bunt, H. G. (2010). Bestuurlijke rapportage overtredende overheden. Verwey-Jonker Instituut/Erasmus Universiteit Rotterdam.

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. (1999). Integriteit van het openbaar bestuur: Deel 3 in de reeks ‘Vertrouwen in verantwoordelijkheid’. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. (2021). Handreiking integriteit van politieke ambtsdragers bij provincies, gemeenten en waterschappen: Met modelgedragscodes integriteit voor volksvertegenwoordigers en voor (dagelijkse) bestuurders (Vierde gewijzigde druk). Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Geraadpleegd op 22 december 2023 via Handreiking integriteit van politieke ambtsdragers bij provincies, gemeenten en waterschappen (vng.nl) Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. (2023). Staat van het bestuur 2022: Openbaar bestuur in crisistijd. Geraadpleegd via https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2023/03/20/staat-van-het-bestuur-2022 Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. (2023). Handboek integriteit voor politieke ambtsdragers van decentrale overheden. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Geraadpleegd op 22 december 2023 via Handboek Integriteit voor politieke ambtsdragers van decentrale overheden | Rapport | Kennisbank Openbaar Bestuur (kennisopenbaarbestuur.nl) Nee, C., & Taylor, M. (2019). The psychology of the corrupt: Some preliminary findings.

Journal of Financial Crime, 26(1), 1-15. Openbaar Ministerie. (2023). Jaarbericht 2022. Openbaar Ministerie. Geraadpleegd op 22 december 2023 via OM Jaarbericht 2022 | Jaarverslag | Openbaar Ministerie Pardal, M., Eekelschot, L., Hoorens, S., Blondes, E., & Europe, R. (2022). Inzichten in de effectiviteit van preventieve instrumenten in de strijd tegen georganiseerde criminaliteit. Renes, R. J. (2021). De Klimaatspagaat. Over de psychologische uitdagingen van duurzaam gedrag (Lectorale rede). Geraadpleegd van https://youtu.be/zXe9oF8fYoU Rijksrecherche. (2022). Signalenkaart betrouwbare overheid. Sheeran, P. & Webb, T.L. (2016). The intention-behavioural gap. Social and Personality Psychology Compass. 10(9), 503-518. Geraadpleegd via https://doi.org/10.1111/spc3.12265 Smits, J., Struiksma, N., Diekema, M., & Venrooij, B. (2022). Monitor bestuurlijke aanpak van georganiseerde criminaliteit: De stand van zaken in 2022. Arena Consulting/Pro Facto. Spapens, A., Kolthoff, E. W., & Stol, W. (2016). Georganiseerde misdaad in de 21e eeuw. Tijdschrift voor Criminologie, 58(2), 3-18. Strauss, A. (1987). Qualitative analysis for social scientists. Cambridge University Press.

48

Tops, P., & Van der Torre, E. (2024). Ondermijning - over de praktische betekenis van een analytisch begrip (1st ed.). Boom. Van Ostaaijen, J. J. C. (2022). Lokale democratie doorgelicht: Het functioneren van een onbegrepen bestuur. Boom Bestuurskunde. Van Ruitenbeek, P., Vrolijk-Gevaert, J., Oostdijk, B. & Scherpenzeel, H. (2018). De rol van griffier bij een vermeende integriteitsschending: Van melding tot onderzoek. Vereniging van Griffiers. Geraadpleegd op 22 december 2023 via De rol van de griffier bij een vermeende integriteitsschending (griffiers.nl) Vereniging van Nederlandse Gemeenten, Politie, Unie van Waterschappen, Inter Provinciaal Overleg, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. (2015). Modelaanpak basisnormen integriteit openbaar bestuur en politie. Geraadpleegd op 22 december 2023 via 20150402modelaanpak-basisnormen-integriteit.pdf (vng.nl) Wagenaar, C. C. L., & Van Ostaaijen, J. J. C. (2018). Achter de schermen bij de lokale verkiezingen van 2018. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. (2017). Weten is nog geen doen. Een realistisch perspectief op redzaamheid. Den Haag. Wethoudersvereniging. (2021). Integriteit aan de collegetafel: Handreikingen voor een doorlopend gesprek. Wethoudersvereniging.

Geraadpleegd op 22 december 2023 via Integriteit-aan-de-collegetafelHandreiking.pdf (wethoudersvereniging.nl) Winter, H., Woestenburg, N., Struiksma, N., Akerboom, C. & Boxum, C. (2017). Criminele beïnvloeding van het lokale openbaar bestuur. Rijksuniversiteit Groningen – Pro Facto.

8.2

Media analyse Bartels, V., & Van Wely, M. (2023, 11 februari). Zorgelijk aantal veroordeelde raadsleden en verdachte wethouders zet lokale politiek in kwaad daglicht: Minister doet op grote schaal onderzoek. De Telegraaf.nl. https://advance-lexiscom.avans.idm.oclc.org/api/document?collection=news&id=urn:contentItem:67HR-N2Y1-JBNJ23YG-00000-00&context=1516831 Bartels, V. & Van, Wely, M. (2023, 11 februari). Hoe betrouwbaar zijn onze lokale bestuurders? 'Kijk naar de casus van Jos van Rey. Ik vind dat verbijsterend'. De Limburger.nl. https://advance-lexiscom.avans.idm.oclc.org/api/document?collection=news&id=urn:contentItem:67HP-XSN1-F0BS11WS-00000-00&context=1516831 Bartels, V. (2023, 11 februari). Grote zorg over integriteit raadsleden. De Limburger. https://advance-lexiscom.avans.idm.oclc.org/api/document?collection=news&id=urn:contentItem:67HN-Y841-F0BS10XT-00000-00&context=1516831 Bosch, H. (2024, 27 januari). Voormalig Knoalster raadslid Anton Reinders lekte tóch geen geheime informatie aan ondernemer. RTV1. https://rtveen.nl/2024/01/27/voormalig-knoalster-raadslidanton-reinders-lekte-toch-geen-geheime-informatie-aan-ondernemer/ Bos, I. (2022, 14 februari). Integriteitsschending in Laren: raadslid neemt betaald werk aan van wethouder: Dit is bij wet verboden: ’We waren ons van geen kwaad bewust’. De Gooi- en Eemlander.nl.

https://advance-lexiscom.avans.idm.oclc.org/api/document?collection=news&id=urn:contentItem:64SK-8J71-JBNJ24D5-00000-00&context=1516831 Bots, P., & Doesborgh, S. (2021, 27 november). Een veroordeelde drugssmokkelaar richtte politieke partij Roerdalen op: 'Sterk voorbeeld van mogelijke ondermijning'. De Limburger.nl. https://advancelexis-com.avans.idm.oclc.org/api/document?collection=news&id=urn:contentItem:645P-43S1JCWP-941D-00000-00&context=1516831 Bots, P., & Doesborgh, S. (2021, 28 november). Iedereen kende crimineel 'gerucht' over partij Roerdalen, maar niemand greep in. de limburger.nl. https://advance-lexiscom.avans.idm.oclc.org/api/document?collection=news&id=urn:contentItem:645R-DYW1-F0BS110D-00000-00&context=1516831 Bots, P., & Sniekers, T. (2022, 16 februari). De zes 'plagen' die het waterschap geselen. De Limburger. https://advance-lexis-

49

com.avans.idm.oclc.org/api/document?collection=news&id=urn:contentItem:64SX-FDG1-JCWP93XH-00000-00&context=1516831 Brandriet, F. (2019, 12 november). Jan Polinder (SGP) uit Doornspijk wekte schijn van belangenverstrengeling, maar overtrad de wet niet. De Stentor.nl. https://advance-lexiscom.avans.idm.oclc.org/api/document?collection=news&id=urn:contentItem:5XGM-YNV1-JBHVK3MC-00000-00&context=1516831 Cazander, R. (2024, 10 april). Beschuldigd raadslid wil meer dan alleen 'sorry'. AD/Groene Hart. https://advance-lexiscom.avans.idm.oclc.org/api/document?collection=news&id=urn:contentItem:6BS3-KCK1-DYRYX100-00000-00&context=1516831 Dagblad van het Noorden.nl. (2022, 23 februari). Burgemeester Klaas Sloots van Stadskanaal doet aangifte tegen raadslid Anton Reinders. Hij zou geheime informatie over drugscontroles hebben gelekt. Dagblad van het Noorden.nl. https://advance-lexiscom.avans.idm.oclc.org/api/document?collection=news&id=urn:contentItem:64VG-CCR1-DYP3332B-00000-00&context=1516831 De Koning, B. (2024, 26 maart). VVD opnieuw op de kop met de meeste affaires, blijkt uit de Politieke Integriteitsindex 2023. Follow the Money. http://www.ftm.nl/artikelen/politieke-integriteits-index2023 De Limburger. (2023, 6 oktober). Onderzoeksbureau: Zwijnenberg hield te weinig afstand van besluitvorming. De Limburger.nl.

https://advance-lexiscom.avans.idm.oclc.org/api/document?collection=news&id=urn:contentItem:69B7-VS21-JCWP900B-00000-00&context=1516831 De Vries, T. (2021, 5 november). Geen schending integriteit in gemeenteraad Weesp; politiek Burgemeester Van Bochove is blij dat er geen belangenverstrengeling is gevonden. De Gooi- en Eemlander. Https://advance-lexiscom.avans.idm.oclc.org/api/document?collection=news&id=urn:contentItem:640Y-XCJ1-JBNC71B1-00000-00&context=1516831 Dirks, B. (2019, 2 oktober). Corruptieonderzoek stort Den Haag in diepe crisis. De Volkskrant.nl. https://advance-lexiscom.avans.idm.oclc.org/api/document?collection=news&id=urn:contentItem:5X5P-TPF1-DY0X903J-00000-00&context=1516831 Dorenbos, M. (2023, 28 april). Strengere integriteitsregels voor bestuurders op komst. Trouw. https://advance-lexiscom.avans.idm.oclc.org/api/document?collection=news&id=urn:contentItem:683S-YXP1-JC8X6532-00000-00&context=1516831 DSP-groep. (2023, 20 oktober). Ambtelijk-bestuurlijke integriteit in Caribisch Nederland. DSPgroep. https://www.dsp-groep.nl/wp-content/uploads/11on-Ambtelijk-bestuurlijke-integriteitCaribisch-Nederland-DSP-2023.pdf Heller, A. (2024, 15 mei). Onderzoek naar Statenlid (GroenLinks) na arrestatie bij studentenprotest in Amsterdam. De Stentor.nl.

https://advance-lexiscom.avans.idm.oclc.org/api/document?collection=news&id=urn:contentItem:6C1M-1S71-DY0X91M0-00000-00&context=1516831 Heres, L., & Bovens, C. (2020). Spanningen in het grijs. Over de conceptualisering en operationalisering van oneigenlijke druk in de politiek-ambtelijk omgeving. Universiteit Utrecht. Huberts, L. W. J. (2005). Integriteit en integritisme in bestuur en samenleving: Wie de schoen past..... FSW, VU Amsterdam. I&O/Ipsos (2024). Monitor Integriteit en Veiligheid 2024. Ipsos/I&O i.o.v. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Ketelaar, T. (2022, 11 maart). ‘Niet naïef zijn over criminele infiltratie van de raad’. NRC.nl. https://advance-lexiscom.avans.idm.oclc.org/api/document?collection=news&id=urn:contentItem:64YY-CHW1-DY4K852H-00000-00&context=1516831 Klok, P. (2023, 17 september). Melding van een integriteitsschending kan een integriteitsschending op zich zijn. De Volkskrant.nl. https://advance-lexis-

50

com.avans.idm.oclc.org/api/document?collection=news&id=urn:contentItem:6972-8M61-JBHVK07S-00000-00&context=1516831 Kruisselbrink, E. (2024, 7 december). Rolf Woolderink (BBB) gedwongen op te stappen als bestuurder Vechtstromen. Vee-en-Gewas.nl. https://advance-lexiscom.avans.idm.oclc.org/api/document?collection=news&id=urn:contentItem:69TN-GM71-DY4CS18J-00000-00&context=1516831 Leeuwarder Courant. (2022, 10 november). D66-raadslid Erwin Duursma uit Tytsjerksteradiel wordt niet bestraft in drugszaak. Leeuwarder Courant.nl. https://advance-lexiscom.avans.idm.oclc.org/api/document?collection=news&id=urn:contentItem:66TX-T2J1-DYP331W1-00000-00&context=1516831 Liebrand, A. (2018, 8 maart). Onderzoek naar raadslid Van Dijk gestart. Eindhovens Dagblad. https://advance-lexiscom.avans.idm.oclc.org/api/document?collection=news&id=urn:contentItem:5RTN-2X81-DYRYX51C-00000-00&context=1516831 Maes, J. (2022, 1 maart). Woerden maakt serieus werk lek; Onderzoek naar schending geheimhouding. De Telegraaf. https://advance-lexiscom.avans.idm.oclc.org/api/document?collection=news&id=urn:contentItem:64WP-6C51-JBNC703T-00000-00&context=1516831 Marcelissen, S. (2022, 22 maart). Extra aandacht voor integriteit in Oosterhoutse politiek: ‘Een beetje integer bestaat niet’. BN De Stem.nl.

https://advance-lexiscom.avans.idm.oclc.org/api/document?collection=news&id=urn:contentItem:6526-CBG1-DY0X950X-00000-00&context=1516831 Mekking, W. (2024, 13 juni). Haarlemmermeers BVNL-raadslid Paul Meijer berecht voor misbruik van overheidsgeld: ’Geld van Forza aangewend voor huur woning, betalingen aan slijterijen en reparaties auto’. Noordhollands Dagblad.nl. https://advance-lexiscom.avans.idm.oclc.org/api/document?collection=news&id=urn:contentItem:6C7V-7VH1-DY4KS17G-00000-00&context=1516831 Rengers, M., & Dohmen, J. (2023, 20 januari). In zaak-De Mos staat zijn ‘ombudspolitiek’ voor de rechter. NRC.nl. https://advance-lexiscom.avans.idm.oclc.org/api/document?collection=news&id=urn:contentItem:67C4-0BF1-JBNHJ52F-00000-00&context=1516831 Moes, J. (2023, 19 december). André Schomakers stapt uit fractie WaterlandNatuurlijk. Noordhollands Dagblad. https://advance-lexiscom.avans.idm.oclc.org/api/document?collection=news&id=urn:contentItem:69X1-D371-DY4DY40F-00000-00&context=1516831 NOS. (2023, 21 april). Haagse oud-wethouder De Mos vrijgesproken van corruptie. NOS. https://nos.nl/artikel/2472264-haagse-oud-wethouder-de-mos-vrijgesproken-vancorruptie Polder, M., & Van Steijn, N. (2021, 11 december). ’Zoon Italiaans maffiakopstuk runt bedrijf samen met Amstelveens raadslid. NH Nieuws.

https://www.nhnieuws.nl/nieuws/296093/zoon-italiaansmaffiakopstuk-runt-bedrijf-samen-met-amstelveens-raadslid RTL Nieuws. (2024, januari). Meer dan 100 burgemeesters, wethouders en raadsleden in opspraak: “Integriteit is een black box.” RTL Nieuws. https://www.rtl.nl/nieuws/onderzoek/artikel/5414003/burgemeesters-wethouders-en-raadsledenopspraak-integriteit-een Santema, P. A. (2018, 22 november). Raadslid in cel om drugsverdenking. Leeuwarder Courant. https://advance-lexiscom.avans.idm.oclc.org/api/document?collection=news&id=urn:contentItem:5TSW-MW31-DYTVD06X-00000-00&context=1516831 Schapendonk, N. (2023, 7 december). Vertrek raadslid Bart Lauwen is 'persoonlijk drama'. BN/DeStem. https://advance-lexiscom.avans.idm.oclc.org/api/document?collection=news&id=urn:contentItem:69TF-GXY1-DYRYX1D2-00000-00&context=1516831 Scholten, K. (2024, 16 april). Deal over bedrijfsunits 'not done'. De Gelderlander.

51

Spanjers, K. (2023, 20 oktober). Geheim rapport na een half jaar openbaar: een reconstructie van de ‘Diessense gronddeal’. Eindhovens Dagblad.nl. https://advance-lexiscom.avans.idm.oclc.org/api/document?collection=news&id=urn:contentItem:69F7-XSV1-DY0X903Y-00000-00&context=1516831 Stoker, E., & Verwiel, E. (2023, 16 september). Burgemeesters in Nederland bezorgd: integriteitskaart wordt snel gespeeld. De Volkskrant. https://advance-lexiscom.avans.idm.oclc.org/api/document?collection=news&id=urn:contentItem:695W-H0G1-DYRYX0RT-00000-00&context=1516831 Tacken, T. (2023, 11 oktober). D66 verwijt raadslid De Rooij in Goirle zijn eigen boerenbelang te verdedigen. Eindhovens Dagblad.nl. https://advance-lexiscom.avans.idm.oclc.org/api/document?collection=news&id=urn:contentItem:69CB-YWB1-DY0X94R4-00000-00&context=1516831 Trouw. (2024, 3 februari). Wie durft in Noordwijk nog te praten?. Trouw. https://advance-lexiscom.avans.idm.oclc.org/api/document?collection=news&id=urn:contentItem:6B7P-VMS1-JC8X6011-00000-00&context=1516831 Linders, T. (2019, 23 maart). De risico's van ons-kent-ons. Brabants Dagblad. https://advance-lexiscom.avans.idm.oclc.org/api/document?collection=news&id=urn:contentItem:5VPN-PVV1-DYRYX4TT-00000-00&context=1516831 Van Gelder, H. (2022, 5 maart). Gemeenten: Onderwereld oefent geen invloed uit. De Gelderlander.

https://advance-lexiscom.avans.idm.oclc.org/api/document?collection=news&id=urn:contentItem:64XJ-7R41-DYRYX2D9-00000-00&context=1516831 Van Gelder, H. (2018, 28 februari). Infiltratie in gemeenten ontkend. De Stentor. https://advance-lexiscom.avans.idm.oclc.org/api/document?collection=news&id=urn:contentItem:5RRY-97W1-JC8X6557-00000-00&context=1516831 Van Oirschot, C. (2021, 15 maart). ‘Geen bewijs banden tussen Urker politicus en criminele bende’. De Stentor.nl. https://advance-lexiscom.avans.idm.oclc.org/api/document?collection=news&id=urn:contentItem:626W-CD21-DY0X94BJ-00000-00&context=1516831 Wegman, W. (2024, 24 mei). VVD eist dat de burgemeester aangifte doet tegen TuineXtra-lek: ’Dit ambtsmisdrijf heeft de belangen en het imago van Noordwijk ernstig geschaad’. Leidsch Dagblad.nl. https://advance-lexiscom.avans.idm.oclc.org/api/document?collection=news&id=urn:contentItem:6C3J-95M1-DY4KS0GT-00000-00&context=1516831 Wijdeven, M. (2020, 1 mei). Rel over integriteit GroenLinks Nuenen loopt met een sisser af. Eindhovens Dagblad.nl. https://advance-lexiscom.avans.idm.oclc.org/api/document?collection=news&id=urn:contentItem:5YT3-M5D1-JBHVK2CR-00000-00&context=1516831 Wijdeven, M. (2024, 15 februari). De relatie van het gemeenteraadslid met een drugscrimineel: een lastig dilemma. Eindhovens Dagblad.

https://www.ed.nl/eindhoven/de-relatie-van-het-gemeenteraadslidmet-een-drugscrimineel-een-lastigdilemma~a9e3ba51/#:~:text=EINDHOVEN%20%2D%20De%20aanhouding%20van%20gemeente raadslid,riep%20al%20eerder%20vragen%20op

52

Bijlage 1: Respondentenlijst Interviewnummer

Organisatie/functie

1 2

Adviseur belangenvereniging Expert/onderzoeker

3

Burgemeester

4

Expert belangenvereniging

5

Expert/onderzoeker

6

Adviseur Belangenvereniging

7

Officier van justitie, Openbaar Ministerie

8

Adviseur Belangenvereniging

9

Expert/onderzoeker

10

Belangenvereniging (twee bestuursleden)

11

Kabinetschef Commissaris van de Koning

12

Adviseur Belangenvereniging

13

RIEC

14

Belangenvereniging (bestuurslid en beleidsadviseur)

15

Rijksrecherche

16

Gemeentegriffier

17

RIEC (drie medewerkers)

18

Officier van justitie, Openbaar Ministerie

19

Partijvoorzitter politieke partij (lokaal)

20

Gemeentegriffier

21

Provinciegriffier en beleidsadviseur provincie

22

Partijvoorzitter politieke partij (lokaal)

23

Gemeentegriffier

24

Officier van Justitie (Openbaar Ministerie)

25

Partijvoorzitter politieke partij (lokaal)

26

Dijkgraaf-watergraaf

27

Partijvoorzitter politieke partij (lokaal)

28

Dijkgraaf-watergraaf

29

Commissaris van de Koning

30

Burgemeester

31

Dijkgraaf-watergraaf

32

Partijvoorzitter politieke partij (lokaal)

33

Interview op verzoek respondent niet doorgegaan

34

Commissaris van de Koning

35

Burgemeester

53

36

Politieke partij (landelijk) (twee medewerkers)

37

Partijvoorzitter politieke partij (landelijk)

38

Expert/journalist

39

Burgemeester

40

Politie (twee medewerkers)

54

Bijlage 2: Over de auteurs Dit onderzoek is uitgevoerd binnen het Centre of Expertise Veiligheid & Veerkracht (CoEV&V). Het CoE V&V is een van de vier Centres of Expertise van Avans Hogeschool. Het CoE verbindt onderzoek met het onderwijs en het werkveld om complexe vraagstukken aan te pakken. Het CoE V&V richt zich met tien lectoraten op drie thema’s: Veilige Samenleving, Veerkrachtige Burger en Stad, Technologie voor Veiligheid en Veerkracht. In het CoE wordt kennis van veiligheid, bestuurskunde, rechten, sociale wetenschappen, welzijn, gebiedsontwikkeling, ICT en toegepaste technologie samengebracht. Onderstaande auteurs behoren tot de volgende lectoraten binnen het CoE V&V. Lectoraat Recht & Veiligheid Het lectoraat Recht & Veiligheid wil bijdragen aan (beter) behoorlijk bestuur in Nederland. Het lectoraat streeft naar een samenleving waar inwoners, professionals, ambtenaren en bestuurders weerbaar en veerkrachtig zijn en garant staan voor een rechtvaardige en democratische rechtsstaat. De focus ligt daarbij op het decentrale niveau en de spanning tussen waarden als prestatiegerichtheid, responsiviteit en behoorlijkheid. Lectoraat Ondermijning De aanpak van georganiseerde criminaliteit en ondermijning staat nadrukkelijk op de maatschappelijke agenda.

Het lectoraat Ondermijning doet praktijkgericht onderzoek naar (de aanpak van) georganiseerde criminaliteit met oog voor de effecten van deze vormen van criminaliteit op de samenleving én de effecten van de barrières die hiertegen worden opgeworpen. Dr. Julien van Ostaaijen is lector Recht & Veiligheid bij het Centre of Expertise Veiligheid & Veerkracht van Avans Hogeschool. Daarnaast is hij universitair docent (lokale) Bestuurskunde aan de vakgroep Public Law & Governance van Tilburg University. Zijn onderzoek richt zich op lokaal en regionaal bestuur. Van Ostaaijen heeft onder meer onderzoek gedaan naar het functioneren van gemeenteraden en de relatie tussen samenleving en lokaal bestuur. In 2022 verscheen zijn recente boek ‘Lokale democratie doorgelicht. Het functioneren van een onbegrepen bestuur’, waarin hij de prestaties, responsiviteit en behoorlijkheid van het lokaal bestuur analyseert. Van Ostaaijen doet daarnaast onder meer onderzoek en schrijft over integriteit, behoorlijk bestuur en lokaal veiligheidsbeleid. In het verleden heeft hij bij meerdere gemeenten gewerkt, onder andere in de rol van plaatsvervangend griffier en voorzitter van een rekenkamercommissie. Meijze Sweere, MSc, is onderzoeker aan het Center of Expertise Veiligheid & Veerkracht van Avans Hogeschool, bij het lectoraat Ondermijning.

Hiervoor was ze werkzaam in verschillende functies bij de gemeente Nijmegen. Ze is afgestudeerd als criminologe aan de Vrije Universiteit Amsterdam op een onderzoek naar de gevolgen en beleving van strafrechtspleging door vervolgden van witteboordencriminaliteit. Daarvoor deed ze de bachelor Sociologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Meijze beheerst zowel kwalitatieve als kwantitatieve onderzoeksmethoden, met de meeste ervaring in het afnemen van interviews. Dr. Diana Marijnissen is senior onderzoeker bij het lectoraat Recht & Veiligheid en het lectoraat Ondermijning van het Centre of Expertise Veiligheid en Veerkracht (CoE V&V). Daarnaast is zij docent bij de opleiding Bestuurskunde van Avans Hogeschool. Bij het CoE is zij als onderzoeker en/of projectleider betrokken bij diverse onderzoeken op het terrein van bedreigingen, criminele uitbuiting, meldingsbereidheid en burgerparticipatie en maatschappelijke onrust. Zij is gespecialiseerd in kwalitatief onderzoek. Zij promoveerde in 2019 aan de faculteit Cultuur- en rechtswetenschappen van de Open Universiteit te Heerlen op een onderzoek naar de aard en invloed van bedreigingen tegen lokale politici. In het verleden heeft zij bij meerdere gemeenten gewerkt als adviseur communicatie en woordvoerder van het college van B&W en heeft dus ervaring met politiek bestuurlijke sensitiviteit in zowel onderzoek als praktijk.

55

Dr. Kim Geurtjens is senior onderzoeker bij het lectoraat Recht & Veiligheid en het lectoraat Ondermijning van het Centre of Expertise Veiligheid en Veerkracht (CoE V&V) van Avans Hogeschool. In 2022 is zij aan de Universiteit Maastricht gepromoveerd op het onderwerp Outlaw Motorcycle Gangs en de transnationale aanpak daarvan in de Euregio Maas-Rijn. Daarnaast heeft zij meegewerkt aan onderzoeken op het gebied van ondermijning, zoals o.a. het onderzoek ‘Koers Bepalen: Over de lessen van de versterking aanpak georganiseerde drugscriminaliteit’. Zij heeft ruime ervaring met kwalitatieve onderzoeksmethoden. Bij het CoE V&V is zij betrokken bij onderzoeken naar (de aanpak van) ondermijnende criminaliteit en andere thema’s zoals maatschappelijke onrust. Geurtjens is daarnaast werkzaam geweest als onderzoeker/analist bij het team Openbare Orde & Veiligheid van de gemeente Sittard-Geleen en heeft in die hoedanigheid praktische ervaring opgedaan met de bestuurlijke aanpak van ondermijning en (het verbeteren van) de informatiepositie van gemeenten. Dr. Teun van Ruitenburg is Lector ondermijning bij het Centre of Expertise Veiligheid & Veerkracht van Avans Hogeschool.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2196/documents/40472