A06 01 Bestuursrapportage 2026 VRF - Versie AB
Tekst van het document
kadernota programmabegroting bestuursrapportage jaarstukken Bestuursrapportage 2026 Versie: 2 september 2026 Veiligheidsregio Flevoland 2 van 29 Inhoudsopgave 3.1 | Actuele ontwikkelingen | 15 Bestuurlijke samenvatting | 33.1.1 | Bovenregionale samenwerking | 154.Paragrafen | 24 3.1.2 | Landelijk crisisplan olie | 15 1. | Prestaties in beeld | 53.1.3Natuurbrandbestrijding | 16 | 4.1 | Risico’s | 24 3.1.4 | Veiligheid eigen personeel | 164.2 | Bedrijfsvoering | 24 Inzet Brandweer | 63.1.5 | Lelystad Airport | 16 3.1.6 | Arbeidsveiligheid en -hygiëne (incl. PFAS) | 16 2. | Regionaal Beleidsplan 2025-2028 als basis | 143.2 | Beleidsthema’s 2026 | 165. | Financieel perspectief | 25 3.2.1 | Veilige leefomgeving | 16 3. | Voortgang op de werkzaamheden van onze or- | 3.2.2 | Toekomstbestendige crisisbeheersing | 175.1 | Financieel resultaat | 25 ganisatie15 | 3.2.3 | Toekomstbestendige brandweerzorg | 17 | 5.2 | Reserves en voorzieningen | 27 3.2.4 | Wendbare organisatie | 17 3.3 | Reguliere taken per kolom | 19 3.3.1 | Geneeskundige Hulporganisatie in de Regio (GHOR) | 19 3.3.2Bevolkingszorg | 20 3.3.3Crisisbeheersing | 20 3.3.4Brandweer | 20 3 van 29 Bestuurlijke samenvatting Nu 2026 halverwege is, ontstaat een eerste beeld van de behaalde resultaten en de ontwikkelingen die van invloed zijn op de organisatie.
Deze ontwikkelingen sluiten aan bij het beeld dat in de bestuurlijke samenvatting van de jaarrekening 2025 werd geschetst. Hierin werd -ondanks het positieve resultaat- aangeven: dat het steeds lastiger is om alle taken en ontwikkelingen het hoofd te bieden binnen de bestaande financiële ruimte en dat de begroting (in de komende jaren) verder onder druk komt te staan. Het eerste halfjaar van 2026 was bewogen. In februari kondigde toenmalig | In de jaarstukken 2025 is al aangegeven dat de begroting in toenemende | Haalt de toekomst ons in? Structurele effecten worden zichtbaar algemeen directeur John van der Zwan zijn vertrek aan. Op verzoek van het | mate onder druk komt te staan. In deze bestuursrapportage wordt concreter ministerie van Justitie en Veiligheid is hij gestart als strategisch adviseur | aangegeven op welke inhoudelijke onderdelen deze druk het meest zichtbaar | Het is duidelijk dat de veiligheidsregio financiële krapte kent bij het uitvoeren op Aruba. Na een snel en zorgvuldig traject van werving en selectie is | is. Deze bestuurlijke tussenrapportage laat overduidelijk geen positief financieel | van haar taken. Dit wordt mede veroorzaakt door nieuwe, grotendeels niet JoepRozendal op 2 juli jongstleden geïnstalleerd als algemeen directeur. | beeld zien ten opzichte van de in 2025 vastgestelde programmabegroting | beïnvloedbare ontwikkelingen.
Met het vaststellen van de programmabegroting 2026. Nu, ruim anderhalf jaar later, heeft de geopolitieke situatie directe | 2027 is door het algemeen bestuur onderkend dat dit vraagstuk nadrukkelijk Bovengenoemde leiderswissel vond plaats in een bewogen periode met een | impact op de gehele samenleving en dus ook op onze organisatie. De huidige | onderwerp van gesprek dient te zijn in de voorbereiding op de kader nota 2028. bovengemiddeld aantal grote incidenten waarbij veel inzet is gevraagd van | prognose laat voor 2026 een verwacht negatief resultaat zien van:€1.351.003. | Deze bestuursrapportage maakt inzichtelijk dat de genoemde toekomstige onze brandweermensen en crisisfunctionarissen. De zeer grote brand in het | Dit resultaat vraagt om een inhoudelijke toelichting. Deze wordt gegeven langs | ontwikkelingen voor een deel nu al effect hebben. Hier na worden de grootste datacentrum in Almere en de extreem grote natuurbranden waaronder de | de volgende lijnen: | effecten per onderdeel benoemd. brand op de Veluwe hebben niet alleen van ónze incidentbestrijders langdurige | • Effecten met een onvoorzien, maar naar verwachting structureel karakter inzet gevraagd.
Vanuit meerdere veiligheidsregio’s is bovenregionale inzet | • Effecten met een onvoorzien, maar incidenteel karakter | Autonome stijging exploitatielasten en investeringen gepleegd om deze ongekende incidenten te bestrijden. Alleen door veel inzet, | Wij zien dat beheer- en exploitatielasten voor onderwerpen als huisvesting, betrokkenheid en deskundigheid van meerdere veiligheidsregio’s kon erger | Tot slot wordt ingegaan op de wijze waarop op korte termijn (2026) en langere | energie en investeringen substantieel hoger zijn, of sneller stijgen dan worden voorkomen. | termijn (kader nota 2028) invulling wordt gegeven aan deze financiële opgave. | voorzien. De prijscompensatie die in de afgelopen programmabegrotingen vanuit de gemeenten is ontvangen, dekt de daadwerkelijke prijsstijgingen onvoldoende af. Gemiddelde prijsstijgingen over de afgelopen vijf jaar variëren Bestuurlijke samenvatting 1. Prestaties in beeld 2. Regionaal Beleidsplan 3. Voortgang 4. Paragrafen 5. Financieel perspectief Subkop 1 • Subkop 2 • Subkop 3 Veiligheidsregio Flevoland • Bestuursrapportage 2026 4 van 29 van 30% (onderhoud gebouwen) tot 45% (brandstof) en dragen bij aan de nu geconstateerde overschrijdingen van grote kostendragers binnen onze organisatie. Ook binnen de meerjarenonderhoudsplannen (MJOP) lijken deze kostenstijgingen zichtbaar te worden.
Daarnaast dragen verplichte maatregelen in het kader van verduurzaming in toenemende mate bij aan kostenstijgingen. Ook in het meerjareninvesteringsplan (MJIP) wordt zichtbaar dat geplande investeringen niet meer passend te maken zijn binnen de geoormerkte budgetten. Informatievoorziening Informatievoorziening en informatieveiligheid is een vitaal element binnen de veiligheidsregio. De afgelopen jaren is hier ook nadrukkelijk op ingezet met het programma versterking informatievoorziening. Naast die versterkingsslag nemen ook hier kosten zichtbaar verder toe. Het betreft hoofdzakelijk een toename van (beheer)kosten die niet beoogd was, maar die wel noodzakelijk is en blijft voor een goede en veilige uitvoering van onze taken. Begeleidingskosten personeel (o.a. door PTSS) In de programmabegroting 2027 is aangegeven dat de benoemde begeleidingskosten personeel ook in 2026 tot kosten zouden kunnen leiden. Deze kosten waren niet voorzien in de programmabegroting 2026 en dragen daarmee ook bij aan het geprognosticeerde tekort. Een organisatie ‘in beweging’ leidt tot incidentele kosten Hét grote ‘veranderproces’ van de afgelopen jaren binnen onze veiligheidsregio betreft de doorontwikkeling van de samenwerking tussen de veiligheidsregio’s Flevoland en Gooi en Vechtstreek.
Een efficiënt en effectief samenwerkingsverband dat vanaf 2025 heeft gekozen voor een volgende fase; ‘Harmonisatie van mens en systeem’. Beide organisaties worden ingericht als één eenduidige organisatie waarin arbeidsvoorwaarden, organisatieprocessen en IV-systemen volledig uniform zijn en op elkaar aansluiten. Deze activiteiten vragen niet alleen veel inzet van medewerkers, maar vereisen ook deskundigheid die niet altijd intern aanwezig is. Om de transitie gedegen te kunnen doorlopen wordt hierom projectmatig expertise ingehuurd op verschillende terreinen. Met name de inrichting van het nieuwe personeelsinformatiesysteem, de inrichting van het nieuwe HR21- functiewaarderingssysteem en juridische en fiscale expertise vragen bovengemiddelde inzet. Zoals eerder in deze samenvatting is aangegeven, zijn onze brandweermedewerkers en crisisfunctionarissen in het eerste halfjaar van 2026 veel vaker ingezet bij grote en zeer grote incidenten, zowel binnen als buiten de regio. Voorbeelden zijn de natuurbrand in Gelderland en de brand in het datacentrum in Almere (GRIP2). Het is op deze plek ook passend om hun tomeloze inzet onder de aandacht te brengen. Een grote groep collega’s -waaronder veel vrijwilligers- hebben langdurig en intensief gewerkt tijdens deze incidenten. Beide Incidenten hadden niet effectief bestreden kunnen worden zonder ondersteuning uit andere veiligheidsregio’s.
Deze bovenregionale samenwerking blijft essentieel om complexe en grootschalige incidenten het hoofd te kunnen bieden. Tegelijkertijd laten dergelijke omvangrijke en langdurige incidenten zich niet begroten, waardoor de uitgaven voor de inzet van vrijwillige brandweermensen in 2026 hoger uitvallen dan gepland. Ook de potentiële impact van grootschalig optreden en bovenregionale samenwerking zijn onderwerp van gesprek in aanloop naar de kadernota 2028. Conclusie Met deze eerste bestuurlijke ‘tussenstand’ van 2026 wordt op pijnlijke wijze zichtbaar dat een tot voor kort toekomstig vraagstuk rond het kunnen handhaven van het voorzieningenniveau nu al tot acute spanning op de begroting leidt. Het gesprek hierover in aanloop naar de kadernota 2028 werd al voorbereid, maar de snelheid waarmee deze ontwikkeling zich manifesteert, vergroot de urgentie hiervan. Deze bestuursrapportage maakt duidelijk dat onze organisatie, maar vooral ook onze omgeving volop in beweging is. Hierdoor komen veel nieuwe en complexe vraagstukken op ons af. Duidelijk is dat de uitvoering van zowel bestaande als nieuwe taken niet meer direct passend is binnen de beschikbare middelen. Voor de organisatie ligt daarom de opgave om de geprognosticeerde tekorten tot een absoluut minimum te beperken en kritisch te zijn op het besteden van de beschikbaar gestelde middelen.
Hiertoe beoordeelt de directie de geplande activiteiten, inclusief bijbehorende uitgaven, extra kritisch op noodzaak en urgentie. Daarnaast kan het zo zijn dat vrijgevallen functies niet direct worden ingevuld zodat de daarmee vrijvallende loonkosten het tekort helpen dempen. Indien hiervoor wordt gekozen, wordt ook inzichtelijk gemaakt welke gevolgen dat met zich meebrengt voor de dienstverlening. Alles overziend is duidelijk dat de organisatie, mede door de toenemende complexiteit van haar opgaven en de beschikbare financiële ruimte, in toenemende mate onder druk staat 5 van 29 1. | Prestaties in beeld 6 | 245.683 | Noordoostpolder | GRIP1 (9) GRIP2 (-) | 112 1 Urk | GRIP | 1.805 | 1 | 4 | 218 | 48 | 3.400 meldingen | incident | opgeleide personen | adviezen | voorlichtingen | volgers COPI (1) | Meldkamer | evaluaties | Vakbekwaam Worden | Risicobeheersing | Brandveilig Leven | Facebook ROT (-) | Brandweer Bijscholingen (7) 13 | Bestuurlijke Lelystad | crisisorganisatie | oefeningen (4) Dronten | Oefeningen | Systeemoefening (1) Almere Zeewolde | Adviezen | Incidentbestrijdings- | 910 | 8 | 364 | 175 | 189 | 4.628 evenementen | plannen | incidenten | brand | personen geoefend | toezicht | adviezen | volgers (nieuw & geactualiseerd) | met inzet | onderzoeken | Vakbekwaam Blijven | Risicobeheersing | Brandveilig Leven | X 510 | 12 | 1 | 16 | 3 6 van 29 Inzet Brandweer De
rapportage inzet brandweer is aangepast aan de opzet van het dekkingsplan. De kwaliteit van de repressieve brandweerzorg wordt daarbij gemeten aan de hand van vier factoren: snelheid, capaciteit, paraatheid en werkdruk. Voor de beoordeling van de snelheid wordt gebruik gemaakt van het Beoor- delingskader Gebiedsgerichte Opkomsttijden. 500 Incidentbestrijding | en Urk (4%) kwamen de minste incidenten voor. Het aantal incidenten per 400 | gemeente verhoudt zich daarmee tot het inwoneraantal per gemeente. Incidenten met brandweerinzet In de eerste helft van 2026 zijn bij de meldkamer brandweer 3055 incidenten | 300 gemeld in de regio Flevoland. Bij 1572 incidenten (51,5%) heeft dit geleid tot een alarmering en uitruk van brandweereenheden. De andere incidenten | 200 konden door de meldkamer zelf worden afgehandeld. 100 Het gemiddelde aantal incidenten nam de eerste helft van 2026 licht toe. Dit werd mede veroorzaakt door de water- en weeroverlast die in mei en | 2023 | 2024 | 2025 | 2026 juni ontstond tijdens de onweersbuien.
Het daadwerkelijk aantal incidenten | Figuur 1 – Ontwikkeling aantal incidenten met brandweerinzet 2023-t/m juni 2026 is daarbij hoger aangezien bij een grote drukte, vanwege bijvoorbeeld de jaarwisseling of weersomstandigheden, niet alle incidenten in het Geïntegreerd | Incidenten per gemeente Meldkamer Systeem (GMS) worden geregistreerd, maar hiervoor een ander | De meeste incidenten waarvoor de brandweer wordt gealarmeerd vinden systeem wordt gebruikt. Dit om de continuïteit van de hulpverlening te | plaats in de gemeente Almere (43%). Daar na volgen Lelystad (25%), waarborgen en de meldkamer te ontlasten. | Noordoostpolder (14%) en Dronten (8%). In de gemeenten Zeewolde (6%) 7 van 29 600 | Basisbrandweerzorg - gebouwbrand | Snelheid Bij gebouwbranden is de brandweer over het algemeen in 7:55 minuten1 ter In de eerste helft van 2026 is 169 keer uitgerukt voor een gebouwbrand. Ten | plaatse, gerekend vanaf de binnenkomst van de melding op de meldkamer. De 400 | opzichte van voorgaande jaren is sprake van een lichte stijging van het aantal | mediaan alarmeringstijd van de meldkamer is bij deze gebouwbranden 01:09. 683 | incidenten. Waar in de afgelopen jaren gemiddeld 25 à 26 gebouwbranden per maand werden geregistreerd, ligt dit gemiddelde in de eerste helft van 2026 | Mediaan opkomsttijd: 07:55 | Mediaan alarmeringstijd: 01:09 200 | 395 | op28.
215 | 25 125 | 66 | 88De meeste gebouwbranden deden zich voor in januari, met 39 incidenten. 0 | Almere | Dronten | Lelystad | Noordoostpolder | Urk | Zeewolde | 20 Deze piek hangt mogelijk samen met de jaarwisseling en de verhoogde kans Figuur 2 - Verdeling aantal incidenten naar gemeente | op brandincidenten in deze periode. Hoewel de stijging beperkt is, vraagt | 15 deze ontwikkeling om blijvende aandacht voor brandveiligheid en preventieve | 24 | 22 | 23 | 23 maatregelen. | 10 | 17 5% | 5% | Almere | 5 | 10 | 11 | 8 45 | 1 | 4 | 1575 10% | Lelystad | 0 | 2 40 Noordoostpolder | 35 30 | 18+ min 11% | 50% | 25 | 02 - 03 min03 - 04 min04 - 05 min05 - 06 min06 - 07 min07 - 08 min08 - 09 min09 - 10 min10 - 11 min11 - 12 min12 - 13 min13 - 14 min16 - 17 min17 - 18 min Dronten | Figuur 5 – Opkomsttijden 1e tankautospuit van de brandweer bij gebouwbranden 20 Zeewolde | 15 19% | 10 | In de eerste helft van 2026 is de brandweer 167 keer daadwerkelijk Urk | 5 | ingezet bij een gebouwbrand. Het merendeel van deze incidenten vond 0 | plaats in de avond-, nacht- en weekenduren (64%) en had betrekking op Figuur 3 – Verdeling inwoners VRF naar gemeente | gebouwen met een woonfunctie (73%).
Bij 12 van deze gebouwbranden is 2023 | 2024 | 2025 | 2026aanvullend brandonderzoek uitgevoerd om inzicht te krijgen in de oorzaak Figuur 4 - Ontwikkeling gebouwbranden 2023-t/m juni 2026 | van het incident. Hieruit blijkt dat branden met name zijn ontstaan door schoorsteenbranden, bakken en braden en problemen met elektriciteit of elektrische apparatuur. 1 | Dit betreft de mediaantijd. De mediaantijd geeft de middelste waarde van het aantal metingen. 8 van 29 voorzien. In 14,4% oftewel bij 22 incidenten was de brandweer langzamer dan | (bandbreedte) niet werd gehaald. In onderstaande kaart zijn de incidenten voorzien. | weergegeven waarbij zowel de normtijd als de prognose binnen de desbetreffende categorie is overschreden. 80% | 70,6% | 108 100 60% 40% 50 20% | 15% | 14,4% | 2322 80 | 73 | 0% | 0 sneller | binnen | langzamer | sneller | binnen | langzamer prognose | prognose 60 | 27 Figuur 7 - Gerealiseerde opkomsttijden versus theoretische berekening 40 | 39 13 | De afwijkingen ten opzichte van de prognose kunnen voor namelijk worden 46 | 21 | verklaard door een langere verwerkingstijd op de meldkamer.
Dit was 20 | 14 | 10 | 12 26 | 8 | onder meer het gevolg van de noodzakelijke uitvraag om het incident te 10 | 11 | 68verduidelijken of situaties waarbij pas op een later moment duidelijk werd dat 0 | Almere | Dronten | Lelystad | Noordoostpolder | Urk | Zeewolde inzet van de brandweer noodzakelijk was. Ook het verifiëren van automatische | Figuur 8 – Incidenten met overschrijding normtijd en prognose in buurtcategorie dag | anw | brandmeldingen (OMS) heeft in een aantal gevallen geleid tot extra Figuur 6 – Gebouwbranden per gemeente | verwerkingstijd. Voor de beoordeling van snelheid wordt in het nieuwe dekkingsplan gebruik | Daar naast was bij enkele incidenten sprake van een langere rijtijd dan voorzien. gemaakt van het beoordelingskader gebiedsgerichte opkomsttijden. Aan | De sneeuwval in januari heeft hierbij incidenteel invloed gehad op zowel de de hand van dit beoordelingskader is in het dekkingsplan een theoretische | uitruktijd als de rijtijd. Ook kwam het voor dat de personele beschikbaarheid berekening gemaakt van de operationele prestaties. De gerealiseerde | onder druk stond, waardoor de uitruktijd toenam. operationele prestaties komen voor 70,6% overeen met de prognose in het dekkingsplan. In 15% van de incidenten was de brandweer sneller dan | Bij acht incidenten werd de opkomsttijd van 18 minuten overschreden.
Voor dertien incidenten gold daar naast ook dat de vastgestelde normtijd 9 van 29 Tabel 1 - Het beschikbaarheidspercentage van de 1e tankautospuiten eerste helft 2026 Slagkracht | Paraatheid | Post | 1e Tankautospuit In de eerste helft van 2026 is er 19 keer bij een gebouwbrand opgeschaald | De beschikbaarheid van de brandweer wordt uitgedrukt als het percentage | Almere Buiten | 100% naar middelbrand, vier keer naar een grote brand en drie keer naar een | van de tijd waarin de eerste tankautospuit paraat is ten opzichte van de totale zeer grote brand. Daar naast werd drie keer voor andere vormen van brand | tijdsduur van de totale periode. Hierbij wordt vooralsnog uitsluitend gekeken | Almere Poort | 100% Almere Veluwsekant | 100% (wegvervoer, natuurbrand, buitenbrand) en tweemaal voor een ongeval | naar de personele beschikbaarheid. | Biddinghuizen | 96,27% (wegvervoer en waterongeval) opgeschaald naar een middelincident. Ook | Creil | 99,78% werd een keer bij een waterongeval opgeschaald naar een groot incident. | In de eerste helft van 2026 waren de eerste tankautospuiten op de | Dronten | 99,77% De benodigde slagkracht was in lijn met de prognose, doorgaans binnen 15 | continuïteitsposten Almere Poort, Almere Veluwsekant, Almere Buiten, | Emmeloord | 100% minuten aanwezig.
Bij vier opschalingen naar middelbrand was daarbij de | Lelystad, Dronten, Emmeloord, Urk en Zeewolde nagenoeg altijd | Ens | 96,72% tweede Tankautospuit niet binnen 15 minuten ter plaatse. Verder is, zoals de | beschikbaar. Van de overige vrijwilligersposten realiseerden twee posten het | Lelystad | 100% prognose ook aangeeft, voor het ter plaatse komen van de derde en vierde | streefpercentage van 98% beschikbaarheid, terwijl de beschikbaarheid op de | Marknesse | 96,83% tankautospuit vaak meer tijd nodig. | posten Biddinghuizen, Ens, Marknesse, Nagele en Swifterbant, achterbleef bij | Nagele | 97,86% deze norm. | Rutten | 98,88% Ten opzichte van voorgaande jaren zien we dat het aantal opschalingen in de | Swifterbant | 90,50% regio Flevoland over het algemeen stabiel blijft. | De inzet van zowel beroepsmedewerkers als vrijwilligers blijft van grote | Urk | 99,75% waarde voor een betrouwbare brandweerzorg in Flevoland. Tegelijkertijd | Zeewolde | 99,79% Regio | 98,7% 54 | laten de resultaten zien dat blijvende aandacht nodig is voor het versterken 50 | 50 | van de personele bezetting op een aantal posten.
Door te investeren in het | Werkdruk 45 | op orde brengen van de bezetting op vrijwilligersposten en door het inzetten zeer groot | Werkdruk is gedefinieerd als het gemiddeld aantal alarmeringen (voor alle 40 | van dagdienstondersteuning op de vrijwillige continuïteitsposten, wordt de groot | incidenttypen) van een brandweereenheid per jaar. In onderstaande figuur 30 | komende jaren gewerkt aan het verder verbeteren van de paraatheid. middel | wordt de alarmeringsfrequentie per post weergegeven. Hierin zijn alle 24 | eenheden op een post meegenomen. De alarmeringsfrequentie is in lijn 20 | met voorgaande jaren en sluit daarmee aan bij de organisatievorm van de 13 10 | 9 | 6 | 6 | bezettingen. De werkdrukcijfers worden enkel over het hele jaar gerapporteerd, 4 | 4 | 5 | 3 0 | daarom lopen de gegevens tot en met 2025. Bij de jaarstukken 2026 volgt de 2023 | 2024 | 2025 | 2026 | volgende update. middel | groot | zeer groot Figuur 9 – Ontwikkeling aantal opschalingen 2023-t/m juni 2026 10 van 29 Het totaal aantal adviezen brandveiligheid is in de eerste helft van 2026 Almere Buiten | Risicobeheersing 2025 | toegenomen ten opzichte van 2025. De stijging is vooral te zien bij het Almere Poort | Het totaal aantal adviezen Risicobeheersing dat door de brandweer | aantal adviezen voor (nieuw)bouwen.
Ondanks de van kracht zijnde Wet Almere Veluwsekant | aan de gemeenten is gegeven, heeft betrekking op aanvragen voor | Kwaliteitsborging voor het bouwen en het daarmee wegvallen van de omgevingsvergunningen en/of meldingen voor bouwen, brandveilig 2024 | categorie 1-objecten, blijft de brandweer een robuuste partner en betrokken bij Biddinghuizen Creil | gebruik (gebouwen en evenementen), omgevingsveiligheid en milieu. | (nieuwe) bouwaanvragen. Wel zien we een toename van aanvragen waarvan Dronten | Daar naast verzorgt de brandweer het toezicht op de naleving van 2023 | de inhoudelijke complexiteit en samenhang van nieuwe thema’s rondom Emmeloord | brandveiligheidsvoorschriften. Het totaal aantal controles is voor het grootste | brandveiligheid zoals biobased en duurzaam bouwen, toenemen. In het Ens | deel periodiek toezicht op brandveiligheid van bestaande gebouwen; de 2022 | overzicht zijn bij de adviezen omgevingsveiligheid ook de adviezen opgenomen rest betreft controles van nieuwbouw en, zo nodig, (ondersteuning bij) | die zijn gegeven op nieuwe gemeentelijke beleidsdocumenten, die gekoppeld Lelystad | milieucontroles, maar deze laatste zijn in de eerste helft 2026 zeer beperkt | zijn aan de introductie van de Omgevingswet (zoals Omgevingsvisie, Marknesse | gedaan.
| Omgevingsplan, Bruidsschat en Programma´s of Wkb-beleid), maar ook Nagele | thema’s die te maken hebben met de energietransitie zoals opslag van Rutten | nieuwe energiedragers en verduurzaming. Deze vragen relatief veel tijd2 en Swifterbant | afstemming van-, en tussen, specialistische medewerkers. Deverdeling van de Urk | 18% | 21% | verschillende soorten adviezen per gemeente is te zien in figuur 12. Zeewolde 0 | 450 | 900 | 1350 | 180043% Advies | Toezicht 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | 39% Figuur 10 - Ontwikkeling werkdruk (alarmeringsfrequentie) per post 2022-2025 | 78% Bouwen | Gebruik | Evenementen | Omgevingsveiligheid inc. milieu Figuur 11 - Aantal adviezen en objectcontroles onderverdeeld naar soort 2 | Zie hiervoor ook de uitkomsten van het rondetafelgesprek bouwregelgeving Tweede Kamer 28-5-2026 en de motie Lid Beckerman 28 325 Nr. 327 11 van 29 Voor het toezicht op brandveilig gebruik van bouwwerken is dit jaar het | die hun opleiding hebben afgerond. Voor de tweede helft van het jaar wordt Advies | verdiepen van de risicogerichte werkwijze voortgezet. Hiermee wordt beter | dan ook verwacht dat het aantal gebruikscontroles min of meer volgens Almere | op de plekken gecontroleerd, waar het er echt toe doet. Als basis voor | planning kan worden gerealiseerd.
2026 is gebruik gemaakt van de beschikbare databronnen, waaronder het Dronten | gebruik van de Ker nregistratie Objecten (KRO), als uitgangspunt voor de | Een belangrijke kwalitatieve indicator voor de brandveiligheid is het selectie van gebouwen. Ook zijn de uitkomsten van het naleefgedrag vanuit | naleefgedrag, dat werd geconstateerd bij het uitgevoerde toezicht op Lelystad | de vorige uitvoeringscyclus meegenomen. Dit zijn o.a. woongebouwen en | brandveilig gebruik. Het gemiddelde resultaat over alle toezicht toonde industriepanden met een verhoogd risico; vluchtelingenopvang, grote panden | aan dat sprake was van voldoende naleefgedrag. Dat wil zeggen geen NOP | met veel maatschappelijke impact bij brand en aandachtsobjecten, die door | tekortkomingen, of beperkte afwijkingen die geen hercontrole verlangen. Bij de gemeenten zijn aangedragen. De komende tijd worden meer criteria | 20% van de controles was aandacht nodig; dat wil zeggen dat een hercontrole Urk | toegevoegd, om de methodiek van risicogericht werken verder te ontwikkelen. | werd gedaan om te bepalen of de afwijkingen waren opgelost.
Bij een aantal Zeewolde | Zo werken we aan het ontwikkelen van een dynamisch brandrisicoprofiel met | gevallen was sprake van slecht naleefgedrag en was handhavend optreden in geografische weergave en brengen we de uitkomsten van de verschillende | samenwerking met de gemeente noodzakelijk, om er nstige overtredingen op 0 | 50 | 100 | 150 | 200 | 250risicoprofielen meer in lijn met het uitvoeringskader om risico’s te beïnvloeden te lossen. Dit jaar is het door middel van onze dashboards ook mogelijk om de Bouwen | Gebruik | Evenementen | Omgevingsveiligheid inc. milieu | waar ze er echt toe doen. Hieronder wordt de uitvoering van de verschillende | meest gemaakte overtredingen inzichtelijk te maken. De top drie hiervan is: vormen van toezicht nader beschreven. Het merendeel van het toezicht betreft | 1. Zorgplicht en aantoonbaar onderhoud van brandveiligheidsinstallaties; zoals gebruikelijk het planmatig toezicht op brandveilig gebruik van bestaande | 2. Brandveiligheid van inrichting en inventaris; objecten. | 3. Het vrijhouden van vluchtwegen en uitgangen. Bouwen (227) | 6 | 20 | 107 | 40 | 21 | 33 | Het aantal controles bij nieuwbouw was de eerste helft van dit jaar 57 stuks. | Er is de afgelopen periode slechts drie keer milieutoezicht uitgevoerd door de Gebruik (71) | 0 | 13 | 28 | 14 | 3 | 8 | Dit is het aantal keren toezicht bij bouwkundige activiteiten.
Deze controles zijn | brandweer. Dit gebeurt op verzoek, ter ondersteuning van de Omgevingsdienst Evenementen 173 | 0 | 51 | 42 | 47 | 2 | 31 | noodzakelijk om te toetsen of bouwkundige preventieve voorzieningen goed | Flevoland en Gooi en Vechtstreek (OFGV). Het is mogelijk dat er wel bij een Omgevingsveiligheid | 14 | 27 | 48 | 47 | 4 | 14 | en adequaat en conform afspraken uit de vergunning zijn aangebracht. Vaak | aantal milieucontroles geassisteerd is, maar als de OFGV-toezichthouder het inc.Milieu (154) | worden we als brandweer gevraagd om aan te sluiten bij een gemeentelijke | controlerapport opmaakt, dan wordt dit niet bij de brandweer geregistreerd. inspectie. Wanneer de brandweer bij een controle gevraagd wordt om | Een overzicht van de uitgevoerde controles per gemeente is te zien in Figuur 12 - Aantal en soort adviezen per gemeente | ondersteunend aan een bouwinspecteur van de gemeente mee te gaan, wordt | figuur13. vastgelegd dat toezicht heeft plaatsgevonden. Het aantal controles op brandveilig gebruik dat is uitgevoerd, ligt relatief op schema. Dit komt doordat de beschikbare capaciteit bij afdeling Risicobeheersing is toegenomen, door invulling van vacatures en medewerkers 12 van 29 Toezicht | Brandveilig Leven Almere | De onderstaande figuren tonen de regionale voorlichtingsactiviteiten van Brandveilig Leven en van de Wijkbrandweer in alle gemeenten.
Er zijn de afgelopen periode 29 algemene voorlichtingen verzorgd voor groepen | 39% Dronten | Voorlichting | 61% mensen, vaak uit specifieke doelgroepen (zoals verminderd zelfredzame Lelystad | ouderen). Verder zijn er 46brandveiligheidslessen op basisscholen gegeven voor leerlingen uit de groepen 4. Tijdens deze lessen zijn ook formulieren aan NOP | leerlingen uitgedeeld om zelf thuis (met ouders) een woningcheck uit te voeren. Urk | Almere Zeewolde | Dronten 0 | 20 | 40 | 60 | 80 | 100 | 120Lelystad Bouwen | Gebruik | Evenementen | Omgevingsveiligheid inc. milieu | NOP Urk Zeewolde 0 | 5 | 10 | 15 | 20 | 25 Bouwen (57) | 0 | 2 | 46 | 0 | 0 | 9 | Voorlichting algemeen (19) | Voorlichting scholen (30) Gebruik (207) | 0 | 41 | 56 | 63 | 13 | 34 Evenementen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 Milieu (3) | 1 | 0 | 1 | 1 | 0 | 0 Figuur 13 - Aantal en soort objectcontroles per gemeente | Voorlichting algemeen (29) | 0 | 6 | 19 | 1 | 1 | 2 Voorlichting scholen (46) | 12 | 11 | 4 | 11 | 6 | 2 Figuur 14 - Aantal en soort voorlichtingen Brandveilig Leven 13 van 29 De advisering over brandveiligheid wordt voor een belangrijk deel door de | Een overzicht van alle adviesproducten en de verdeling per gemeente is te zien Wijkbrandweer verzorgd. Er zijn 110 spreekuren verzorgd, waarbij op reguliere | in figuur 15. momenten op publiekstoegankelijke plaatsen voorlichting is gegeven.
Verder zijn 11 adviezen aan particulieren gegeven; dit zijn voor tweederde huisbezoeken, waarbij al dan niet ook rookmelders worden geplaatst. Naast | 8% deze gerapporteerde producten, is er ingezet op brandveiligheidsvoorlichting | 8% via sociale media-activiteiten, het verder uitbouwen van een lokaal netwerk en afstemming met landelijke netwerken. | Advies Een andere ontwikkeling is de nieuwe Samen Brandveilig-website | 84% (www.samenbrandveilig.nl), diein juni 2025 in gebruik is genomen. In beide regio’s bestond grote behoefte aan een centrale en toegankelijke informatievoorziening voor netwerkpartners. Na een uitgebreide inventarisatie | Almere en gesprekken met betrokkenen, is in 2023 gestart met de ontwikkeling van dit | Dronten platform. De website biedt praktische informatie over brandveiligheid en vormt | Lelystad een centraal communicatiekanaal voor netwerkpartners in Flevoland en Gooi- & Vechtstreek. Een waardevolle toevoeging is het onderdeel e-lear ning, dat | NOP ontwikkeld is voor professionals en vrijwilligers, die achter de voordeur komen | Urk bij kwetsbare inwoners. De training bestaat uit zes korte modules en biedt laagdrempelige basiskennis over brandveiligheid in en om de woning.
| Zeewolde 0 | 10 | 20 | 30 | 40 | 50 | 60 | 70 | 80 Aanvullend op de website en de e-lear ning, is dit voorjaar gestart met een | Advies particulieren (9) | Wijkbrandweer (187) | Campagne roze wolk (10) maandelijkse nieuwsbrief“De vrienden van Samen Brandveilig”. In deze nieuwsbrief informeren we onze netwerkpartners over actuele ontwikkelingen op het gebied van brandveiligheid, lichten we nieuwe campagnes en voorlichtingsmaterialen toe en delen we inspirerende praktijkverhalen en samenwerkingen uit de regio. | Advies particulieren (11) | 0 | 0 | 3 | 0 | 0 | 8 Wijkbrandweer (110) | 0 | 0 | 62 | 0 | 14 | 34 Figuur 15 - Aantal en soort adviezen Bestuurlijke samenvatting 1. Prestaties in beeld 2. Regionaal Beleidsplan 3. Voortgang 4. Paragrafen 5. Financieel perspectief Subkop 1 • Subkop 2 • Subkop 3 Veiligheidsregio Flevoland • Bestuursrapportage 2026 14 van 29 2. Regionaal Beleidsplan 2025-2028 als basis In dit hoofdstuk gaan we in op de relatie tussen het uitvoeringsprogramma van het beleidsplan, de programmabegroting 2026 en deze bestuursrapportage. In de Programmabegroting 2026 hebben wij onze beleidsvoornemens voor dit jaar gepresenteerd, gebaseerd op het Regionaal Beleidsplan Flevoland & Gooi en Vechtstreek 2025-2028. Dit meerjarenbeleidsplan is eind 2024 door de beide algemeen besturen vastgesteld.
We slaan daarbij geen radicaal andere koers in, maar we verleggen de accenten naar aanleiding van landelijke en maatschappelijke ontwikkelingen waarover we in deze bestuursrapportage rapporteren. In het beleidsplan is de focus gelegd op centrale thema’s. Deze thema’s uit het beleidsplan zijn geconcretiseerd naar beleidsvoornemens voor 2026 die in de kadernota- en programmabegroting 2026 zijn uitgewerkt. De kernboodschap van het regionaal beleidsplan is: ‘Wij versterken veiligheid, samen, elke dag, steeds beter.’ De vier centrale thema’s die hieruit voortvloeien zijn: • Veilige leefomgeving • Toekomstbestendige crisisbeheersing • Toekomstbestendige brandweerzorg • Wendbare organisatie • In deze rapportage geven wij aan op welke wijze we werken aan deze thema’s. Bestuurlijke samenvatting 1. Prestaties in beeld 2. Regionaal Beleidsplan 3. Voortgang 4. Paragrafen 5. Financieel perspectief Subkop 1 • Subkop 2 • Subkop 3 Veiligheidsregio Flevoland • Bestuursrapportage 2026 15 van 29 3. Voortgang op de werkzaamheden van onze organisatie In dit hoofdstuk doen we verslag van de voortgang op de actuele ontwikkelingen (3.1), de beleids- thema’s 2025 (3.2) en de reguliere werkzaamheden van iedere kolom (3.3).
In 3.1 gaan we in op het onderwerpen die ten tijde van het opstellen van de programmabegroting 2026 nog niet zo’n prominen- te rol speelde als nu en daardoor niet zijn opgenomen als thema in de programmabegroting. Inmiddels raken deze onderwerpen de veiligheidsregio dermate dat er in de bestuursrapportage wel over gerap- porteerd wordt. In 3.2 zijn korte beschrijvingen opgenomen over de stand van zaken van de beleidsthema’s die we destijds wel in de programmabegroting 2026 hebben aangekondigd. Voor wat betreft de voortgang op de reguliere werkzaamheden (paragraaf 3.3) rapporteren we op hoofdlijnen en alleen als er fundamentele afwijkingen zijn op dat wat in de programmabegroting is toegezegd. 3.1 Actuele ontwikkelingen 3.1.1 Bovenregionale samenwerking De landelijke ontwikkelingen laten zien dat de aard en omvang van incidenten toenemen, waardoor crises vaker langdurig, regiogrensoverschrijdend en complexer zijn. Dit vraagt om versterking van bovenregionale samenwerking en landelijke slagkracht. Landelijk wordt ingezet op gezamenlijke thema’s, meer bindende afspraken en het organiseren van (bestuurlijke) doorzettingsmacht en inzicht in beschikbare capaciteit.
Voor de regio’s Gooi en Vechtstreek en Flevoland betekent dit dat zij hun brandweerzorg niet langer uitsluitend regionaal kunnen organiseren, maar ook moeten bezien hoe wij actief kunnen bijdragen aan landelijke voorzieningen, standaardisering en gezamenlijke inzet, met als effect een sterkere, maar ook meer onderling afhankelijke organisatie. Keuzes over capaciteit, inzet en prioriteiten zijn daarbij nodig. Het bijdragen aan bovenregionale samenwerking betekent niet dat je als regio werk voor anderen gaat doen. Het gaat om actieve deelname aan een landelijk netwerk van wederkerige dienstverlening. Als in onze regio een grootschalig of langdurig incident plaatsvindt, kunnen wij deze ook alleen succesvol bestrijden met de bovenregionale hulp van andere veiligheidsregio’s. 3.1.2 Landelijk crisisplan olie Maandag 20 april jl. heeft het kabinet het Landelijk Crisisplan Olie (LCP- olie) geactiveerd. Als gevolg hiervan is er binnen onze regio’s een crisisteam geformeerd op basis van ons Regionaal Crisisplan 2026-2029. Dit plan voorziet in een structuur voor dreigende en langdurige crises. Het Crisisteam draagt zorg voor de voorbereiding, uitwerking en monitoring van opgaven die voor veiligheidsregio’s voortkomen uit het LCP-olie. Deze opgave betreft het in stand houden van brandweerzorg, geneeskundige zorg, bevolkingszorg en crisisbeheersing.
In de eerste fase vindt een analyse van de impact van een oplopend olietekort op de hulpdiensten plaats. In de volgende fasen worden mogelijke maatregelen en handelingsperspectieven uitgewerkt. Fase 1 heeft geresulteerd in een impactanalyse, eerste uitwerkingen van scenario’s en maatregelen gericht op extra brandstofvoorraad. De stap naar fase 2 wordt landelijk nog niet genomen. Het crisisteam is daarom stand- by. De ontwikkelingen worden gemonitord, indien nodig kunnen we het weer oppakken als landelijk de stap naar fase 2 wordt gezet. Bestuurlijke samenvatting 1. Prestaties in beeld 2. Regionaal Beleidsplan 3. Voortgang 4. Paragrafen 5. Financieel perspectief Subkop 1 • Subkop 2 • Subkop 3 Veiligheidsregio Flevoland • Bestuursrapportage 2026 16 van 29 3.1.3 Natuurbrandbestrijding De natuurbranden in het voorjaar van 2026, mede als gevolg van aanhoudende droogte, hebben opnieuw laten zien dat de opgave rond natuurbrandbeheersing en -bestrijding toeneemt en een groot beroep doet op de inzet van mensen en middelen binnen en buiten de regio. Landelijk is zelfs een beroep gedaan op buurlanden voor ondersteuning. Dat maakt duidelijk dat op landelijk niveau de grenzen worden bereikt.
Tegelijkertijd is er grote waardering en een gevoel van trots voor de wijze waarop onze medewerkers – zowel het repressieve team als de ondersteuning - in nauwe, bovenregionale samenwerking, hebben geopereerd. De ervaringen bevestigen dat bestrijding alleen succesvol kan zijn wanneer natuurbrandbeheersing aan de voorkant beter is ingericht, in samenwerking met partners en met gerichte maatregelen om risico’s te beperken. Tevens maken deze intensieve inzetten duidelijk dat de rek op onderdelen uit de organisatie raakt. Dit onderstreept de noodzaak om te investeren in de structurele versterking van voorbereiding, capaciteit en een samenhangende aanpak waarin beheersing en bestrijding beter op elkaar aansluiten. Daarom voeren we in Flevoland en Gooi en Vechtstreek gesprekken met terreinbeherende organisaties en ondersteunen de provincies Noord-Holland en Flevoland actief bij het inrichten van natuurbrandbeheersplannen. 3.1.4 Veiligheid eigen personeel De veiligheid van ons eigen personeel staat in toenemende mate onder druk door de verharding van de samenleving en incidenten waarbij sprake is van agressie en geweld. Als organisatie accepteren wij geen agressie richting onze medewerkers en zijn wij op grond van wet- en regelgeving verplicht om deze risico’s actief te voorkomen dan wel te beperken.
Recente ervaringen laten zien dat bestaande maatregelen, zoals werkinstructies en inzet van persoonlijke beschermingsmiddelen, nog onvoldoende zijn verankerd in de praktijk en niet altijd aansluiten bij de huidige aard en intensiteit van incidenten. Daarom wordt ingezet op een samenhangend pakket van maatregelen, waaronder: • het herijken en uitbreiden van persoonlijke beschermingsmiddelen; • het versterken van voorlichting, training en handelingsperspectief; • het verbeteren van meld-, aangifte- en nazorgprocessen en; • het intensiveren van samenwerking met gemeenten en politie in het kader van de Veilige Publieke Taak (VPT). Deze inzet is helaas noodzakelijk om onze mensen veilig hun werk te laten doen en om de veerkracht van de medewerkers structureel te versterken. 3.1.5 Lelystad Airport De ontwikkeling van Lelystad Airport bevindt zich vanwege de internationale dreigingen en de defensieontwikkeling in een nieuwe fase na het kabinetsbesluit in april 2026. Dit besluit voorziet in civiele ontwikkeling naar circa 10.000 vliegbewegingen per jaar en een operationele gereedheid uiterlijk 1 oktober 2027. Daarnaast wordt de gefaseerde ingroei van defensieactiviteiten voorbereid. De planning hiervan is nog onduidelijk.
Deze ontwikkeling betekent een verandering in het risicobeeld van Flevoland waarbij een groot luchtvaartincident een scenario is waar we ons nadrukkelijk op moeten voorbereiden. Dit betekent een herijking van het risicoprofiel, het aanpassen van het rampbestrijdingsplan en het inzetten op vakbekwaamheid (van zowel brandweer als multidisciplinair). 3.1.6 Arbeidsveiligheid en -hygiëne (incl. PFAS) Landelijk is er veel aandacht voor ontwikkelingen rondom arbeidshygiëne en de toepassing van PFAS in materialen en beschermingsmiddelen. Deze ontwikkelingen hebben gevolgen voor verschillende sectoren, waaronder veiligheidsregio’s. Op nationaal niveau wordt gewerkt aan onderzoek, normstelling en mogelijke alternatieven voor bestaande toepassingen. De veiligheidsregio volgt deze ontwikkelingen actief en sluit aan bij landelijke trajecten waar dat nodig is. Vanuit onze verantwoordelijkheid voor een veilige en gezonde werkomgeving blijven wij aandacht houden voor arbeidshygiëne en de bescherming van onze medewerkers. 3.2 Beleidsthema’s 2026 Hieronder volgt een beknopte weergave van de stand van zaken op de beleidsthema’s die zijn opgenomen in de Programmabegroting 2026. Een aantal beleidsthema’s in deze programmabegroting is niet nieuw, maar betreft meerjarige trajecten.
Deze staan in 2026 -opnieuw of nog steeds- hoog op de bestuurlijke, strategische agenda of de focus is anders dan in een voorgaand jaar. De beleidsthema’s komen voort uit de vier opgaven vanuit ons Beleidsplan 2025-2028: • Veilige leefomgeving • Toekomstbestendige crisisbeheersing • Toekomstbestendige brandweerzorg • Wendbare organisatie 3.2.1 Veilige leefomgeving 3.2.1.1 Maatschappelijke weerbaarheid De veiligheidsregio heeft als doel om de weerbaarheid en veerkracht van de samenleving te versterken. Dit betekent dat wij de maatschappelijke ontwrichting als gevolg van grootschalige en/of langdurige verstoringen zoveel mogelijk beperken door mensen, bedrijven en organisaties daarop voor te bereiden. Hiervoor zetten we in op drie sporen: Bestuurlijke samenvatting 1. Prestaties in beeld 2. Regionaal Beleidsplan 3. Voortgang 4. Paragrafen 5. Financieel perspectief Subkop 1 • Subkop 2 • Subkop 3 Veiligheidsregio Flevoland • Bestuursrapportage 2026 17 van 29 1. Netwerksamenwerking: het versterken van de samenwerking tussen overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en burgers in preparatie op dreigingsscenario’s. 2. Risicocommunicatie: Om bewustwording en zelf-en samenredzaamheid van burgers, bedrijven en bezoekers in crisissituaties te versterken is het van belang hen te informeren over hun eigen handelingsperspectief.
Hoe kunnen zij zich voorbereiden op crises en hoe moeten zij handelen als een crisis zich voordoet. Samen met gemeenten en netwerkpartners wordt gewerkt aan een gezamenlijke strategie voor risicocommunicatie; 3. Noodsteunpunten: we onderzoeken landelijke kaders voor de inrichting van noodsteun- en coördinatiepunten en vertalen deze naar onze regionale praktijk. Onder andere door het uitvoeren van meerdere pilots in 2026. In samenwerking met gemeenten werken we zo toe naar de inrichting van een regionaal dekkend netwerk van noodsteun- en coördinatiepunten. Maatschappelijke weerbaarheid is een breed vraagstuk dat ook breder wordt opgepakt. Binnen brandweerzorg wordt ook uitvoering gegeven aan het versterken van de maatschappelijke weerbaarheid, bijvoorbeeld via risicobeheersing en brandveilig leven. Bedrijfsvoering houdt zich bezig met de continuïteit van de eigen organisatie bij een langdurige verstoring. Ten aanzien van risicocommunicatie wordt binnen brandweerzorg ook invulling gegeven aan zelfredzaamheid op het specifieke domein van brandveiligheid. Met Brandveilig Leven stimuleren we inwoners, beheerders, exploitanten en eigenaren om zelf verantwoordelijkheid te nemen en passende maatregelen te treffen voor een brandveilige woon-, werk- en leefomgeving.
Hiervoor zijn diverse voorlichtings- en communicatiemiddelen ontwikkeld, waaronder een gratis e-learning-module die breed ingezet kan worden. De nadruk ligt daarbij niet uitsluitend op het vergroten van de bewustwording rondom brandveiligheid, maar vooral op het bieden van een concreet handelingsperspectief aan de betreffende doelgroep. 3.2.2 Toekomstbestendige crisisbeheersing 3.2.2.1 Versterking Crisisbeheersing Veiligheidsregio’s hebben vanuit het Rijk een opdracht en bijbehorende middelen gekregen om in 2030 te voldoen aan de Landelijke Agenda Crisisbeheersing. Hier werken we aan sinds 2023. In 2026 hebben we ons vanwege de maatschappelijke en geopolitieke ontwikkelingen met name gericht op het onderdeel weerbaarheid. Voor een uitgebreidere toelichting op de voortgang zie 3.2.1.1. Ook wordt gewerkt aan het versterken van voorbereiding en paraatheid. In 2024 heeft het Rijk bekendgemaakt dat er vanaf 2026 een korting van 10% wordt doorgevoerd op de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR). Dit betekent ook een 10% korting op de middelen die bedoeld waren voor bovengenoemde opgave. Als gevolg hiervan hebben we keuzes moeten maken in de prioritering van de doelen.
3.2.3 Toekomstbestendige brandweerzorg 3.2.3.1 Bekwaam in energietransitie Samenwerken in kennisdeling en vakbekwaamheid In het eerste halfjaar van 2026 is ingezet op het versterken van kennis en vakbekwaamheid met betrekking tot nieuwe risico’s die voortvloeien uit de energietransitie. Door actief deel te nemen in regionale en landelijke netwerken waar informatie wordt gedeeld en gezamenlijk wordt gewerkt aan uniforme werkwijzen versterken we de kennis van zowel eigen medewerkers als ketenpartners. Dit is onder meer vormgegeven door het organiseren van kennissessies gericht op nieuwe energiedragers en bijbehorende risico’s. Denk hierbij aan waterstof, energieopslagsystemen (EOS), zonneparken en biogas. Advisering richting gemeenten Samen met andere veiligheidsregio’s is gewerkt aan handreikingen en beleidsafspraken. Dit draagt bij aan een meer eenduidige en consistente aanpak van advisering rondom de energietransitie. Die advisering vindt met name plaats richting gemeenten bij vraagstukken ten aanzien van ruimtelijke ontwikkeling en vergunningverlening. 3.2.4 Wendbare organisatie 3.2.4.1 Versterking Informatievoorziening De veiligheidsregio werkt onverminderd aan het structureel versterken van de informatievoorziening, met als doel bestuur, management en operatie te ondersteunen met actuele, betrouwbare en bruikbare informatie.
In de afgelopen periode zijn hierin zichtbare stappen gezet. De ontwikkeling naar informatiegericht werken krijgt steeds meer vorm, onder andere door de beschikbaarheid van dashboards voor stuurinformatie, zoals bij Toezicht Brandveiligheid. Prestaties, risico’s en operationele gegevens zijn in toenemende mate digitaal en actueel beschikbaar, wat bijdraagt aan beter onderbouwde en snellere besluitvorming. Tegelijkertijd zijn de randvoorwaarden voor samenwerking en continuïteit versterkt. De digitale werkomgeving wordt breed benut, wat het delen van informatie en de samenwerking binnen en buiten de organisatie vergemakkelijkt. Ook op het gebied van digitale weerbaarheid zijn stappen gezet, met aandacht voor bewustwording, beveiligingsmaatregelen en de inrichting van beheer en processen. Hiermee wordt gewerkt aan een robuuste informatievoorziening waarin rollen, verantwoordelijkheden en ondersteunende structuren steeds verder worden uitgewerkt. Deze ontwikkeling krijgt vorm binnen het programma Versterking Informatievoorziening, waarin langs de thema’s informatiegericht werken, Bestuurlijke samenvatting 1. Prestaties in beeld 2. Regionaal Beleidsplan 3. Voortgang 4. Paragrafen 5. Financieel perspectief Subkop 1 • Subkop 2 • Subkop 3 Veiligheidsregio Flevoland • Bestuursrapportage 2026 18 van 29 samenwerken, veilig werken en robuust organiseren wordt gewerkt.
De nadruk ligt de komende periode op het afronden van lopende trajecten en het duurzaam borgen van gerealiseerde verbeteringen, onder andere via de doorontwikkeling van de dataorganisatie, functioneel beheer en informatiebeheer. De verdere versterking van de informatievoorziening vindt plaats in een complexe en dynamische context. Er is sprake van samenloop met andere strategische opgaven, zoals de harmonisatie tussen beide regio’s en bredere organisatieontwikkelingen. Dit vraagt om continue afstemming op prioriteit en capaciteit. Daarnaast is de ontwikkeling nauw verbonden met landelijke kaders, samenwerkingen en maatschappelijke en technologische ontwikkelingen, die mede de richting en het tempo bepalen. 3.2.4.2 Doorontwikkeling samenwerkende veiligheidsregio’s In 2024 hebben de beide algemeen besturen besloten een verdergaande verankering van de samenwerking tussen Veiligheidsregio Flevoland en -Gooi en Vechtstreek te willen vormgeven aan de hand van de harmonisatie van mens en systemen. Harmonisatie systemen Door het harmoniseren van systemen zorgen we voor één en dezelfde (gelijkwerkende) werkomgeving voor beide veiligheidsregio’s. Dit betekent één inlogportal, één systeem, één werkomgeving, die allemaal op dezelfde manier zijn ingericht/werken voor beide regio’s.
Dit zorgt voor meer efficiëntie, een verhoogde weerbaarheid door onderlinge vervanging, een kleinere kans op fouten en een financiële besparing op het aantal systemen en licenties.Voor de realisatie van deze harmonisatieslag zijn we gebonden aan juridische kaders, zodat het eigenaarschap en het uitwisselen van zowel systemen als data juridisch geborgd is. Maar ook functionaliteiten als archivering en informatiebeveiliging juist zijn ingericht. Dit juridische kader moeten we met elkaar vaststellen. Dit proces kent meerdere ingewikkelde en omvangrijke stappen. De totale doorlooptijd wordt daarmee geschat op enkele jaren. In 2025 is een belangrijke aanzet gemaakt voor de organisatie-inrichting en planvorming. 2026 Staat in het teken van daadwerkelijke resultaten. Zo is de inrichting van de uitvoeringsorganisatie bestuurlijk vastgesteld in een organisatieplan en zijn de arbeidsvoorwaarden geharmoniseerd en voor beide organisaties van toepassing. In aansluiting op de vaststelling van deze organisatiedocumenten is ook gestart met de realisatie van een geharmoniseerd functieboek. Dit intensieve proces neemt de rest van 2026 in beslag en wordt naar verwachting met ingang van 2027 ingevoerd. De verdergaande samenwerking vraagt ook om actualisatie van de huidige samenwerkingsovereenkomst (SOK) tussen de beide veiligheidsregio’s.
De verwachting is dat bestuurlijke besluitvorming hierover eind 2026 of begin 2027 plaatsvindt. De grootste inspanningen rond de doorontwikkeling van de samenwerking zitten in de harmonisatie van systemen. Hiertoe dienen alle organisatieprocessen die in beide veiligheidsregio’s van toepassing zijn te worden geharmoniseerd. Op basis van dat traject worden de grote bedrijfssystemen eenduidig ingericht. Een proces waarbij veel van de capaciteit van de organisatie gevraagd wordt naast de reguliere taken die uiteraard ook uitgevoerd moeten blijven worden. Een belangrijke succesfactor en eerste stap betreft de migratie naar één geharmoniseerd email-adres. Dit is nodig om systemen ook geharmoniseerd in te kunnen richten. Medio 2026 kan worden gesteld dat vrijwel alle medewerkers een @vrfgv.nl mailadres hebben. De volgende stap is de implementatie van een nieuw HR-systeem. Dit proces wordt naar verwachting eind 2026 afgerond. De verwachting is dat de harmonisatie van systemen zeker nog doorloopt in 2027. Zoals gezegd is de uitvoering van de doorontwikkeling een capaciteitsintensief proces. Daarnaast vraagt het met regelmaat om expertise die niet binnen de organisatie beschikbaar is. Om tot goede producten te komen en de harmonisatieopgave te kunnen realiseren wordt, daar waar nodig, daarom externe expertise ingezet.
De doorontwikkeling van de samenwerking wordt gerealiseerd binnen de in 2024 bestuurlijk vastgestelde kaders. Dat betekent dat altijd gekeken wordt naar 3K’s: het versterken van de kwaliteit, het verkleinen van de kwetsbaarheid en de hele harmonisatieopgave dient uitgevoerd te worden zonder dat dit leidt tot extra kosten die gekoppeld zijn aan de samenwerking. Bestuurlijke samenvatting 1. Prestaties in beeld 2. Regionaal Beleidsplan 3. Voortgang 4. Paragrafen 5. Financieel perspectief Subkop 1 • Subkop 2 • Subkop 3 Veiligheidsregio Flevoland • Bestuursrapportage 2026 19 van 29 3.2.4.3 Goed werkgeverschap Het jaar 2026 staat op het gebied van Goed Werkgeverschap vooral in het teken van de harmonisering van arbeidsvoorwaarden (zie ook 3.2.4.2.) en het zijn van een betrokken en betrouwbare werkgever. In maart 2026 is het organisatieplan vastgesteld. Hierin zijn belangrijke elementen opgenomen over de organisatie die wij willen zijn, zoals onze kernwaarden Betrokken, Betrouwbaar en Daadkracht. In maart zijn ook de geharmoniseerde arbeidsvoorwaarden die met tijd en geld te maken hebben vastgesteld, na een intensief voortraject met de vakbonden in het Georganiseerd Overleg. De rest van het jaar staat in het teken van de implementatie van het organisatieplan en de geharmoniseerde arbeidsvoorwaarden.
Naast de harmonisering van arbeidsvoorwaarden, wordt ook het functieboek geharmoniseerd. In 2025 is besloten om HR21 te hanteren als methodiek hiervoor. De implementatie loopt en de verwachting is dat de harmonisatie van het functieboek in het eerste kwartaal van 2027 voor bestuurlijke besluitvorming wordt voorgelegd. De harmonisatie voor het onderdeel Mens is vooral gedreven vanuit het zijn van een betrouwbare werkgever, gelijkwaardigheid en het neerzetten van een gezond en positief werkklimaat. De lokale arbeidsvoorwaarden zijn een aanvulling op landelijke arbeidsvoorwaarden in de CAR(-Uwo). Deze zijn in maart 2026 met terugwerkende kracht per 1 augustus 2025 herzien. Ook duurzame inzetbaarheid en vitaliteit zijn belangrijke elementen van Goed Werkgeverschap die in 2026 aandacht krijgen. We hebben daarbij oog voor het belang van de fysieke en mentale gezondheid van medewerkers. We werken -zoals opgenomen in de CAR(-Uwo)- aan het opstellen van integraal beleid en een toolbox. Gegevens uit landelijke onderzoeken, HR-kengetallen, data over ons verzuim en informatie uit de interne organisatie, vormen belangrijke input hiervoor. Als gevolg van het (mentaal) heftige werk dat onze repressieve medewerkers verrichten kan uitval of mentale problematiek niet volledig worden uitgesloten. Dit aspect is nu ook landelijk erkend.
Zo is per februari 2026 de landelijk regeling erkenning PTSS als beroepsziekte ingevoerd. Hierdoor krijgen brandweermedewerkers in heel Nederland eenduidige zorg in het geval van PTSS. Op het gebied van goed werkgeverschap wordt landelijk op meer vlakken samengewerkt tussen veiligheidsregio’s. Als onderdeel van de Vier Grote Werken werken wij in samenwerking aan gezondheidsmonitoring, arbeidsvoorwaarden, een campagne voor arbeidsmarktcommunicatie en het tweedeloopbaanbeleid. 3.3 Reguliere taken per kolom In deze paragraaf gaat het over de reguliere taken en dan specifiek de speerpunten van iedere kolom alsook de kosten die daarmee naar verwachting gemoeid zijn. Om te zijner tijd verantwoording te kunnen afleggen is ook aangegeven hoe de (voortgang of) resultaten worden gemeten. Dat kan zijn in ‘harde getallen’ of middels een kwalitatieve beschrijving (prestatieverantwoording). 3.3.1 Geneeskundige Hulporganisatie in de Regio (GHOR) De Directeur Publieke Gezondheid (DPG), ondersteunt door de Geneeskundige Hulporganisatie in de Regio (GHOR), legt verbindingen tussen gezondheidszorgorganisaties, het veiligheidsdomein en het openbaar bestuur. De DPG is actief binnen het stelsel van de Wet publieke gezondheid en het stelsel van crisisbeheersing onder de Wet veiligheidsregio’s.
Het doel van de GHOR is om onder leiding van het openbaar bestuur de gezondheidszorg efficiënt op te schalen van reguliere naar grootschalige hulpverlening. Hierbij functioneren betrokken zorgorganisaties als een geïntegreerde keten. Dit garandeert dat slachtoffers van rampen en crises de best mogelijke zorg ontvangen. Zorgen voor een goede voorbereiding van zorgorganisaties op mogelijke rampen en crises. Vorig jaar hebben zorgorganisaties individueel gewerkt aan het versterken van hun crisis- en continuïteitsplannen (fase 1), met als doel beter voorbereid te zijn op scenario’s met langdurige uitval, schaarste en verstoringen. Dit jaar is gestart met het identificeren van knelpunten die een ketenbrede aanpak vereisen (fase 2). Een belangrijk aandachtspunt hierbij is de impact van langdurige stroomuitval op mensen die medisch afhankelijk zijn van elektriciteit. In dat kader wordt ingezet op het ontwikkelen van een actueel regionaal overzicht van (zorg)locaties met noodstroomvoorzieningen en het in beeld brengen van eventuele ‘witte vlekken’ in de regio. Bestuurlijke samenvatting 1. Prestaties in beeld 2. Regionaal Beleidsplan 3. Voortgang 4. Paragrafen 5.
Financieel perspectief Subkop 1 • Subkop 2 • Subkop 3 Veiligheidsregio Flevoland • Bestuursrapportage 2026 20 van 29 Daarnaast wordt samen met zorgpartners gewerkt aan het vastleggen van duidelijke ketenbrede afspraken over de borging van zorgcontinuïteit, de opschalingsstructuur en onderlinge communicatie. Hiermee wordt beoogd de regionale weerbaarheid verder te versterken en de continuïteit van zorg, ook onder crisisomstandigheden, beter te waarborgen. 3.3.2 Bevolkingszorg Bevolkingszorg is een verlengstuk van de gemeentelijke crisisbeheersing. Het omvat de werkzaamheden die georganiseerd zijn binnen de hoofdstructuur van rampenbestrijding en crisisbeheersing, zoals beschreven in het besluit veiligheidsregio’s. De taken van Bevolkingszorg zijn het verzorgen van crisiscommunicatie, de opvang en verzorging van de bevolking, het informeren van verwanten van slachtoffers, het coördineren van registratie van schade en getroffenen en het voorbereiden van de nafase ten behoeve van de getroffen gemeente(n). Bij grote ongelukken, rampen en crises vormt bevolkingszorg de verbindende schakel tussen de hulpverleningsketens en de gemeentelijke diensten. Dit betreft onder andere de omgevingszorg voor milieu en infrastructuur. Uniform Kwaliteitsniveau Bevolkingszorg (UKB) Landelijk wordt ingezet op uniformering, kwaliteitsborging en –verhoging van bevolkingszorg en crisiscommunicatie.
Het doel is om bevolkingszorg steviger te verankeren in de Wet veiligheidsregio’s en het bredere werkveld. De samenwerking tussen gemeenten en veiligheidsregio’s is daarbij een kernpunt. Het landelijke programma Uniform Kwaliteitsniveau Bevolkingszorg (UKB) wordt stapsgewijs ontwikkeld en volgend hierop implementeren we de resultaten binnen onze regio’s. In 2026 betreft dit de invoering van de landelijk vastgestelde kernfuncties en bijbehorende kwalificatiedossiers; de positionering en mandaten van crisiscommunicatie; en een landelijke benchmark bevolkingszorg. Regionale ontwikkelingen De regionale bevolkingszorgtaken zijn in 2026 geïntegreerd binnen de directie Crisisbeheersing. Hierdoor worden mono- en multitaken bij de voorbereiding op grotere incidenten en crises optimaal op elkaar kunnen afgestemd. Het stelt Bevolkingszorg daardoor beter in staat om goed deel te nemen en mede invulling te gaan geven aan onze nieuwe brede opgaven, zoals weerbaarheid, Lelystad Airport, versterking crisisbeheersing, enzovoort. In deze optelsom van ontwikkelingen komt er veel op Bevolkingszorg af. Dat geeft ook aanleiding om de gezamenlijke operationele organisatie van bevolkingszorg met de gemeenten, waarover de afspraken dateren van 2014, kritisch tegen het licht te houden.
De vraag daarbij is of die organisatie nog goed staat, voldoende gefocust is, en of deze aansluit bij de nieuwe opgaven. Vanuit deze achtergronden wordt in 2026 onder meer ingezet op de bezetting van de kernfuncties, de (bedrijfs)continuïteit van bevolkingszorg, het verstevigen van risico- en crisiscommunicatie en het versterken van weerbaarheid. Om samen met de gemeenten de noodzakelijke operationele prestaties te kunnen (blijven) leveren, is ook oog voor het actualiseren van de aansturing, afsprakenkaders, werkprocessen en de inzet van interne en externe capaciteit. 3.3.3 Crisisbeheersing Crisisbeheersing is een hoofdtaak van veiligheidsregio’s. Crisisbeheersing is gericht op het voorkomen, beperken en bestrijden van (de effecten van) crises in Gooi en Vechtstreek en Flevoland. We werken daarbij samen met de kernpartners -brandweer, GHOR, bevolkingszorg- én gezamenlijk met crisispartners als politie, Defensie, Rijkswaterstaat, waterschappen en de bedrijven in de vitale infrastructuur (zoals drinkwater-, gas- en elektraleveranciers) aan crisisbeheersing. Sinds 2026 werken we met een vernieuwd Regionaal Crisisplan. Door de activering van het Landelijk Crisisplan Olie doen we ervaring op met de nieuwe structuur voor dreigende en langdurige crises. Daarnaast is er gewerkt aan de doorontwikkeling van onze planvorming om onze crisisfunctionarissen te ondersteunen.
Andere belangrijke speerpunten voor crisisbeheersing zijn het voldoen aan de Landelijke Agenda Crisisbeheersing en het uitvoeren van het programma weerbaarheid en veerkracht. 3.3.4 Brandweer De brandweer vormt de grootste kolom van de veiligheidsregio en is de professionele partner in het voorkomen en bestrijden van brand, ongevallen en crises en draagt zo bij aan een veilige leefomgeving. De brandweer heeft haar werkzaamheden georganiseerd in vijf taakvelden, te weten: risicobeheersing, incidentbestrijding, vakbekwaamheid, operationele voorbereiding en techniek & logistiek. Bestuurlijke samenvatting 1. Prestaties in beeld 2. Regionaal Beleidsplan 3. Voortgang 4. Paragrafen 5. Financieel perspectief Subkop 1 • Subkop 2 • Subkop 3 Veiligheidsregio Flevoland • Bestuursrapportage 2026 21 van 29 Toekomstbestendige brandweerzorg De brandweer prepareert zich op veranderende risico’s en hulpvragen, zodat zij ook in de toekomst de gevraagde brandweerzorg kan blijven leveren. Dit vraagt om aanpassing van tactiek, techniek en training, het vergroten van de veerkracht van de organisatie, het beter benutten van actuele informatie en intensieve samenwerking met partners. In de eerste helft van 2026 zijn hierin belangrijke stappen gezet, maar tegelijkertijd worden kwetsbaarheden en knelpunten zichtbaarder.