CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

9.3 Bestemmingsplan Emmeloord Dokter Jansenpark 13022023 VA_Deel3.pdf

Commissie Woonomgeving 20 maart 2023, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 9: Bestemmingsplan ‘Emmeloord, Dokter Jansenpark’23.124 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Projectcode: GNO00520 Versie: Concept, 0.1

Pagina 9 van 13

Dr. H. Jansencentrum, Urkerweg 1 te Emmeloord Inventariserend veldonderzoek (IVO-O)

4 Inventariserend veldonderzoek Het inventariserend veldonderzoek heeft bestaan uit een verkennend booronderzoek. De toegepaste onderzoeksmethode voor het veldwerk is gebaseerd op de resultaten van het reeds uitgevoerde bureauonderzoek1, KNA protocol 4003 Inventariserend veldonderzoek (landbodems)4 en de KNA-Leidraad IVO Karterend Booronderzoek versie 2.05. Greenhouse Advies beschikt over een certificaat voor het uitvoeren van deze werkzaamheden. Voor aanvang van het veldonderzoek is een Plan van Aanpak opgesteld waarin onderzoeksopzet en veiligheidsaspecten aan de orde komen.2

4.1

Werkwijze

Voor aanvang van de veldwerkzaamheden is een boorplan opgesteld. De boringen zijn daarbij regelmatig verdeeld over het terrein in een verspringend grid, waarbij rekening is gehouden met bestaande bebouwing, bestrating en aanwezige kabels en leidingen. Er is geboord met een dichtheid van 3 boringen per hectare, conform de eisen van het bevoegd gezag. In totaal zijn twaalf (12) boringen uitgevoerd. Het booronderzoek is uitgevoerd op 21 augustus 2020 door een senior KNA prospector, geassisteerd door een bodemkundig karteerder. Er is geboord met een Edelmanboor met een diameter van 8 cm. De boringen zijn uitgevoerd tot minimaal 25 cm in de C-horizont van het dekzand. De locaties van de uitgevoerde boringen zijn ingemeten met behulp van GPS. Van alle boorlocaties is de hoogte van het maaiveld bepaald aan de hand van het AHN3.6 De opgeboorde grond is beoordeeld op bodemopbouw en mate van eventuele bodemverstoring om daarmee de archeologische potentie van de ondergrond van het plangebied in kaart te brengen. Verder is het opgeboorde materiaal onderzocht op de aanwezigheid van archeologische indicatoren en is gekeken naar bodemverkleuringen die zouden kunnen wijzen op mogelijke vegetatie- en/of cultuurlagen. Relevante lagen zijn gezeefd op een 4 mm zeef.

De boringen zijn lithologisch beschreven conform de Archeologische Standaard Boorbeschrijving (ASB) versie 5.2.7 Een kaart met de locaties van de uitgevoerde boringen is opgenomen in Bijlage 2: Locatie boringen. De bijbehorende boorstaten zijn weergegeven in Bijlage 3: Boorstaten.

4.2

Bodemopbouw

De bodemopbouw in het plangebied is overwegend gelijk. De in deze paragraaf genoemde grote verschillen in dieptes ten opzichte van het maaiveld kunnen worden verklaard door het ten behoeve van het ziekenhuis aangebrachte reliëf (zie ook § 4.3). In elke boring is een ophoogpakket aanwezig bestaande uit matig fijn, matig stevig, siltig tot kleiig geel/bruin zand. In enkele boringen is hieronder tevens een pakket opgebrachte klei aanwezig. Deze (sub)recente, onnatuurlijke lagen van zand en/of klei zijn minstens 1,2 meter dik maar kan ook dikker zijn dan 3,7 meter, zoals genoemd afhankelijk van het (onnatuurlijke) reliëf. Hieronder is op gemiddeld 1,5 meter beneden maaiveld de natuurlijke Holocene ondergrond aanwezig. Deze bestaat uit matig slappe, stevige tot sterke en sterk tot uiterst siltige klei waarin schelpresten voorkomen. Het gaat hier om mariene afzettingen. Onder deze zeeklei is matig stevig veen aanwezig waarin plantenresten kunnen voorkomen. Dit pakket bevindt zich vanaf 1,6 – 3,5 meter beneden maaiveld en is tussen de 0,6 en 1 meter dik. Het gaat hier om afzettingen die zijn gevormd tijdens de opwarming van het klimaat vanaf het vroeg-Holoceen. Alle hierboven genoemde afzettingen waren ongunstig voor (oude) bewoning waardoor de kans op archeologische resten hier laag is.

4

SIKB 2018. Tol et al. 2012. 6 Het AHN geeft de gemiddelde hoogte van het maaiveld weer met een nauwkeurigheid van 50 bij 50 cm per gridcel in horizontale zin en een afwijking van maximaal 10 cm in verticale zin (+/- 5 cm standaardafwijking en +/- 5 cm systematische afwijking). 7 Bosch 2008. 5

Projectcode: GNO00520 Versie: Concept, 0.1

Pagina 10 van 13

Dr. H. Jansencentrum, Urkerweg 1 te Emmeloord Inventariserend veldonderzoek (IVO-O)

Tot slot is hieronder het dekzand uit het Pleistoceen aanwezig, welke is aangetroffen in negen boringen. Deze komt in het plangebied voor op een diepte tussen de 2,1 en dieper dan 3,7 meter beneden maaiveld. Dit komt overeen met de archeologische verwachting. Het dekzand bestaat uit matig fijn, zwak siltig, zwak humeus grijs of bruin zand. In één boring (boring 2) is sprake van (een restant van) een podzolprofiel in het dekzand, in de overige boringen is deze geheel afwezig. Hieruit kan worden geconcludeerd dat de top van het dekzand (grotendeels) is verspoeld c.q. geërodeerd in het Holoceen. Hierdoor is ook in deze laag de kans op het aantreffen van een archeologische vindplaats klein.

4.3

Reliëf

De dieptes van de onverstoorde bodem ten opzichte van het huidige maaiveld zijn sterk afhankelijk van het aangebrachte reliëf rond het ziekenhuis. Ten opzichte van NAP is de top van het (verspoelde) Pleistocene dekzand echter nagenoeg gelijk door het hele plangebied. In de negen boringen waarin het dekzand is bereikt ligt deze tussen de 6,1 en 6,9 meter –NAP. In de hogere delen van het (huidige) landschap, daar waar de opgebrachte laag het dikst is (boringen 4 en 8) is slechts geboord tot een diepte van respectievelijk 4,8 en 3,7 meter –NAP. Vanzelfsprekend ligt het dekzand hier dus dieper (ten opzichte van het huidige maaiveld).

4.4

Archeologie

Er zijn tijdens het veldonderzoek geen archeologische indicatoren en/of vondsten waargenomen. De eventuele aanwezigheid van scheeps- of vliegtuigwrakken kan met de gekozen onderzoeksmethode niet worden aangetoond of uitgesloten.

Projectcode: GNO00520 Versie: Concept, 0.1

Pagina 11 van 13

Dr. H. Jansencentrum, Urkerweg 1 te Emmeloord Inventariserend veldonderzoek (IVO-O)

5 Evaluatie en advies 5.1

Conclusie en samenvatting

In opdracht van Gemeente Noordoostpolder is door Greenhouse Advies B.V. voorliggend archeologisch onderzoek opgesteld voor het plangebied Dr. J.H. Jansencentrum aan Urkerweg 1 te Emmeloord. Het onderzoek heeft bestaan uit een inventariserend veldonderzoek. Aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen herontwikkeling tot woonlocatie. Het plangebied en de directe omgeving bestaan uit zeekleigronden. In de ondergrond komt onder een veenpakket dekzand voor. Op basis van het reeds uitgevoerde bureauonderzoek geldt voor het plangebied een lage archeologische verwachting, met uitzondering van intact dekzand. Hierin kunnen steentijdresten verwacht worden. Het veldonderzoek heeft uitgewezen dat in nagenoeg het hele plangebied (onder een pakket opgebrachte grond, zeeklei en veen) het Pleistocene dekzand is aangetroffen. Deze ligt op een diepte tussen de 6,1 en 6,9 meter –NAP. De top hiervan is echter nagenoeg overal verspoeld c.q. geërodeerd. Hierdoor is de kans op het aantreffen van een archeologische vindplaats klein.

5.2

Beantwoording onderzoeksvragen

Op basis van de resultaten van het onderzoek kunnen de onderzoeksvragen als volgt beantwoord worden: 1

Wat is de natuurlijke bodemopbouw van het plangebied?

In het plangebied is zeeklei en veen aanwezig waaronder zich Pleistoceen dekzand bevindt. De top van dit dekzand is (grotendeels) verspoeld c.q. geërodeerd. Hierdoor is de kans op het aantreffen van een archeologische vindplaats klein. 2

In hoeverre is er sprake van antropogene lagen in het plangebied?

Door het hele plangebied is een pakket opgebrachte grond aanwezig. De dikte hiervan is afhankelijk van het ten behoeve van het ziekenhuis aangebrachte reliëf. 3

Is binnen het plangebied sprake van verstoringen? Zo ja, wat is de aard en omvang hiervan?

De natuurlijke bodem lijkt niet verstoord. Er is grond opgebracht (zie antwoord vorige vraag) waardoor de natuurlijke bodem dieper ten opzichte van het huidige maaiveld is komen te liggen. 4

Wat is de aard en omvang van archeologische resten die tijdens het veldonderzoek zijn aangetroffen?

Archeologische resten zijn tijdens het onderzoek niet aangetroffen.

5.3

Advies

Op basis van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek is vervolgonderzoek niet noodzakelijk. De kans op het aantreffen van (onverstoorde) archeologische resten wordt klein geacht. De voorgenomen ingrepen kunnen ons inziens zonder archeologisch voorbehoud worden uitgevoerd. Indien tijdens de uitvoering alsnog onverwachte archeologische resten worden aangetroffen, dient hiervan direct melding gemaakt te worden bij het bevoegd gezag in het kader van de wettelijke meldingsplicht conform de Erfgoedwet. Procedure Bovenstaand advies dient ter beoordeling voorgelegd te worden aan het bevoegd gezag, de gemeente Noordoostpolder. Het bevoegd gezag beslist over de aard en invulling van eventueel vervolgonderzoek. In afwachting van dat selectiebesluit kan men nog niet starten met de bodemverstorende activiteiten.

Projectcode: GNO00520 Versie: Concept, 0.1

Pagina 12 van 13

Dr. H. Jansencentrum, Urkerweg 1 te Emmeloord Inventariserend veldonderzoek (IVO-O)

Literatuur Bosch, J..H.A., 2008. Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1; Op basis van de Standaard Boor Beschrijvingsmethode versie 5.2. Deltares-rapport 2008-U-R0881/A. Deltares, Utrecht. Centraal College van Deskundigen, 2018. BRL SIKB 4000 Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1. SIKB, Gouda. Osinga, M., 2020a. Archeologisch onderzoek Dr. J.H. Jansencentrum, Urkerweg 1 te Emmeloord; Bureauonderzoek; GRA-rapport 2020.15. Greenhouse Advies bv, Huissen. Osinga, M., 2020b. Archeologisch onderzoek Dr. J.H. Jansencentrum, Urkerweg 1 te Emmeloord; Plan van Aanpak ten behoeve van Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O). Greenhouse Advies bv, Huissen. Tol, A.J., J.W.H.P. Verhagen, M. Verbruggen, 2012. Leidraad inventariserend veldonderzoek; Deel: karterend booronderzoek, versie 2.0. SIKB, Gouda.

Projectcode: GNO00520 Versie: Concept, 0.1

Pagina 13 van 13

Dr. H. Jansencentrum, Urkerweg 1 te Emmeloord Inventariserend veldonderzoek (IVO-O)

Bijlage 1: Overzicht archeologische perioden (deel-/sub)Periode Nieuwe Tijd

Afkorting

Alternatieve naam

Begin

Eind

Nieuwe Tijd C Nieuwe Tijd B

NTC NTB

Late Nieuwe Tijd Midden-Nieuwe Tijd

1850 n.Chr. 1650 n.Chr.

heden 1850 n.Chr.

Nieuwe Tijd A Middeleeuwen

NTA

Vroege Nieuwe Tijd

1500 n.Chr.

1650 n.Chr.

Late Middeleeuwen B Late Middeleeuwen A

LMEB LMEA

Late Middeleeuwen Volle Middeleeuwen

1250 n.Chr. 1050 n.Chr.

1500 n.Chr. 1250 n.Chr.

Vroege Middeleeuwen D VMED Vroege Middeleeuwen C VMEC

Ottoonse Tijd Karolingische Tijd

900 n.Chr. 725 n.Chr.

1050 n.Chr. 900 n.Chr.

Vroege Middeleeuwen B VMEB Vroege Middeleeuwen A VMEA Romeinse Tijd

Merovingische Tijd Merovingische Tijd

525 n.Chr. 450 n.Chr.

725 n.Chr. 525 n.Chr.

Laat-Romeinse Tijd B

ROMLB

350 n.Chr.

450 n.Chr.

Laat-Romeinse Tijd A ROMLA Midden-Romeinse Tijd B ROMMB

270 n.Chr. 150 n.Chr.

350 n.Chr. 270 n.Chr.

Midden-Romeinse Tijd A ROMMA Vroeg-Romeinse Tijd B ROMVB

70 n.Chr. 25 n.Chr.

150 n.Chr. 70 n.Chr.

Vroeg-Romeinse Tijd A IJzertijd

ROMVA

12 v.Chr.

25 n.Chr.

Late IJzertijd Midden-IJzertijd

IJZL IJZM

250 v.Chr. 500 v.Chr.

12 v.Chr. 250 v.Chr.

Vroege IJzertijd Bronstijd

IJZV

800 v.Chr.

500 v.Chr.

Late Bronstijd Midden-Bronstijd B

BRONSL BRONSMB

1100 v.Chr. 1500 v.Chr.

800 v.Chr. 1100 v.Chr.

Midden-Bronstijd A Vroege Bronstijd Neolithicum

BRONSMA BRONSV

1800 v.Chr. 2000 v.Chr.

1500 v.Chr. 1800 v.Chr.

Laat-Neolithicum B

NEOLB

2450 v.Chr.

2000 v.Chr.

Laat-Neolithicum A Midden-Neolithicum B

NEOLA NEOMB

2850 v.Chr. 3400 v.Chr.

2450 v.Chr. 2850 v.Chr.

Midden-Neolithicum A Vroeg-Neolithicum B

NEOMA NEOVB

4200 v.Chr. 4900 v.Chr.

3400 v.Chr. 4200 v.Chr.

Vroeg-Neolithicum A Mesolithicum

NEOVA

5300 v.Chr.

4900 v.Chr.

Laat-Mesolithicum Midden-Mesolithicum

MESOL MESOM

6450 v.Chr. 7100 v.Chr.

4900 v.Chr. 6450 v.Chr.

Vroeg-Mesolithicum Paleolithicum

MESOV

8800 v.Chr.

7100 v.Chr.

Laat-Paleolithicum B Laat-Paleolithicum A

PALEOLB PALEOLA

18.000 BP 35.000 BP

8.800 v.Chr. 18.000 BP

Midden-Paleolithicum Vroeg-Paleolithicum

PALEOM PALEOV

300.000 BP -

35.000 BP 300.000 BP

Projectcode: GNO00520 Versie: Concept, 0.1

Dr. H. Jansencentrum, Urkerweg 1 te Emmeloord Inventariserend veldonderzoek (IVO-O)

Bijlage 2: Locatie boringen

Projectcode: GNO00520 Versie: Concept, 0.1

179200

524400

524600

179000

Legenda Plangebied Boorpunt (NAP-hoogte in meters)

Project: Dokter H. Jansencentrum Emmeloord Onderdeel: Boorpuntenkaart IVO-O Projectcode: GNO00520 4881663100 Zaak-ID: 07-09-2020 Datum: Schaal: MR Getekend: Goedgekeurd: PF Bron: Top10 Topografische Dienst/Kadaster; PDOK

Greenhouse Advies is onderdeel van www.dagnl.nl

Huismanstraat 6 6851 GT Huissen The Netherlands

Tel +31(0)26 202 06 06 algemeen@greenhouse-advies.nl www.greenhouse-advies.nl

Dr. H. Jansencentrum, Urkerweg 1 te Emmeloord Inventariserend veldonderzoek (IVO-O)

Bijlage 3: Boorstaten

Projectcode: GNO00520 Versie: Concept, 0.1

Bestemmingsplan “Emmeloord, Dokter Jansenpark” Vastgesteld

Bijlage 13

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

76

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

Dokter Jansenpark, Emmeloord

September 2022

Status: Definitief

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Dokter Jansenpark, Emmeloord’

AANMELDNOTITIE VORMVRIJE M.E.R.-BEOORDELING ‘DOKTER JANSENPARK, EMMELOORD’

Naam:

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Dokter Jansenpark, Emmeloord’

Datum:

September 2022

Versie:

Definitief

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

1

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Dokter Jansenpark, Emmeloord’

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING .................................................................................... 3 HOOFDSTUK 2 KENMERKEN VAN HET VOORNEMEN ................................................... 5 HOOFDSTUK 3 BESCHRIJVING VAN DE MILIEUEFFECTEN ............................................ 11 HOOFDSTUK 4 CONCLUSIE ................................................................................ 19

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

2

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Dokter Jansenpark, Emmeloord’

HOOFDSTUK 1

INLEIDING

Voorliggende aanmeldnotitie heeft betrekking op het Dokter Jansencentrum aan de Urkerweg 1 en Kometenlaan 1 in Emmeloord (hierna: projectgebied). De gemeente Noordoostpolder is voornemens om het terrein te herontwikkelen tot een woonbuurt met een mix van grondgebonden woningen en appartementen. Daarnaast wordt er ruimte geboden voor maatschappelijke functies zoals bijvoorbeeld een buurthuis. Het voornemen is om binnen het projectgebied maximaal 293 woningen en circa 714 m2 bvo maatschappelijke functies mogelijk te maken. De woningen zijn primair bedoeld voor starters en senioren, waar in de gemeente Noordoostpolder een grote behoefte aan is. De voorgenomen ontwikkeling is niet in overeenstemming met het ter plaatse geldende bestemmingsplan “Emmeloord-West”. Vanuit het ruimtelijke spoor is een vormvrije toets aan het Besluit Milieueffectrapportage noodzakelijk. In dit document worden de milieueffecten van deze ontwikkeling beschouwd. Hierna wordt een nadere toelichting op de m.e.r.-beoordeling gegeven. M.e.r.-beoordeling De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in de integrale ruimtelijke afweging te geven.

Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: • Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. • Op basis van het Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). • Op basis van het Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten). In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd.

Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van ‘kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen dan voldoet het aan de definitie van het besluit. In voorliggend geval gaat het om directe eindbestemmingen en is sprake van een besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r.. is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.beoordeling gehanteerd. Voorliggende ontwikkeling is niet als activiteit opgenomen in de C-lijst van het Besluit MER. In de D-lijst de volgende activiteit opgenomen: ‘De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. De voorgenomen ontwikkeling is als een stedelijk ontwikkelingsproject aan te merken, waardoor toetsing aan de drempelwaarden dient plaats te vinden.

De drempelwaarden zijn ten aanzien van de hiervoor genoemde activiteit als volgt: 1. 2. 3.

een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Dokter Jansenpark, Emmeloord’

In voorliggend geval wordt de drempelwaarde niet overschreden of benaderd. Van een directe m.e.r.-plicht is dan ook geen sprake. Desalniettemin dient, gelet op de aard en omvang van het project, wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd. Voorliggende aanmeldnotitie voorziet hierin. Inhoud en doel van de vormvrije m.e.r.-beoordeling Inhoudelijk gaat de vormvrije m.e.r.-beoordeling in op de mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu als gevolg van het initiatief. Deze belangrijke nadelige gevolgen worden beoordeeld aan de hand van de selectiecriteria opgesomd in Bijlage III van de EEG-richtlijn Milieueffectbeoordeling, die drie hoofdthema’s noemt: • • •

De kenmerken van de activiteit; De plaats van de activiteit (ligging en samenhang met andere activiteiten (cumulatie)); De kenmerken van de belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu die de activiteit kan hebben.

Het doel van de notitie is om op objectieve wijze informatie over mogelijke, relevante milieugevolgen van het project te verzamelen en te presenteren. Betrokken partijen Bij de ontwikkeling zijn de grondeigenaren en de gemeente Noordoostpolder betrokken. Voor het vaststellen van het bestemmingsplan is de gemeenteraad van Noordoostpolder het bevoegd gezag. Daarnaast worden de provincie Flevoland, het waterschap Zuiderzeeland en eventueel andere vooroverlegpartners gedurende het proces bij het project betrokken en zal het bestemmingsplan in het kader van het wettelijk vooroverleg (artikel 3.1.1. Bro) naar deze partijen worden toegezonden. Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het voornemen beschreven. Daarbij komen aanleiding, achtergronden en uitgangspunten aan bod. Hoofdstuk 3 gaat in op de mogelijke milieueffecten van het project. In hoofdstuk 4 wordt bij wijze van samenvatting de beoordeling gedaan van de omstandigheden van het voornemen. Hierin wordt tevens de conclusie van de vormvrije m.e.r.-beoordeling beschreven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Dokter Jansenpark, Emmeloord’

HOOFDSTUK 2

KENMERKEN VAN HET VOORNEMEN

Dit hoofdstuk gaat in op de voorgenomen ontwikkeling, het projectgebied en eventuele (samenhangende) ontwikkelingen in de omgeving waarmee rekening dient te worden gehouden. Voorgenomen ontwikkeling De gemeente Noordoostpolder is voornemens om het Dokter Jansenterrein te herontwikkelen tot een woonbuurt met een mix van grondgebonden woningen en appartementen. Daarnaast wordt er ruimte geboden voor maatschappelijke functies zoals bijvoorbeeld een buurthuis. Het projectgebied ligt tussen het ‘nieuwe’ en het ‘oude’ Emmeloord, een zogenaamde blauwe stadspoort. De voorgenomen herontwikkeling biedt mogelijkheid om de poortfunctie te versterken, waarbij tevens een belangrijke bijdrage kan worden geleverd aan de woningbouwbehoefte in de gemeente Noordoostpolder. De ontwikkeling van het gebied geeft hernieuwde betekenis aan deze groenblauwe poort. De nabijheid van het centrum, de bestaande groene kwaliteiten en de Espelervaart bieden de kans om als pioniers de stad van de toekomst vorm te geven. Een toekomstbestendige wijk met stedelijke woonsfeer, gebouwd op de fundaties van de Groene Mantel en ter inspiratie voor volgende ontwikkelingen. De opzet van het plan bestaat uit een parkachtige basis met daarin 5 vrijliggende clusters van bebouwing met collectieve binnentuinen. De clusters hebben een geknikte structuur en vormen als ensemble de wanden van het park.

De bebouwing heeft een stedelijk karakter zonder privé-tuinen maar met een buitenruimte aan het park, als onderdeel van de architectuur. Bewoners en bezoekers parkeren onder de clusters en deze parkeervoorzieningen zijn bereikbaar via twee ontsluitingswegen aan de rand van het plan. Het middengebied – het park – blijft op deze wijze autovrij met ruimte voor voetgangers, fietsers en heeft meerdere functies: verblijf, spelen, waterberging, natuur. De bebouwingsclusters kennen elk eenzelfde soort opbouw van 3 tot 4 lagen met een binnenruimte, geknikte zijden, een aantal openingen en een hoogteaccent (woongebouw met 5 tot 9 bouwlagen). De omgeving van het cluster geeft een nuance mee aan het karakter van de bebouwing: Stedelijk langs de Urkerweg, menselijke maat aan het park. De woonbuurt biedt ruimte voor maximaal 293 woningen en circa 714 m2 aan maatschappelijke voorzieningen. In afbeelding 1 is de stedenbouwkundige opzet weergeven met de beoogde 5 clusters. In afbeelding 2 en 3 is het stedenbouwkundig plan weergegeven. Daarnaast is in afbeelding 4 het programma weergegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Dokter Jansenpark, Emmeloord’

Afbeelding 1:

Stedenbouwkundige opzet (Bron: IMOSS)

Afbeelding 2:

Vogelvlucht beoogde situatie (Bron: IMOSS)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

6

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Dokter Jansenpark, Emmeloord’

Afbeelding 3:

Programma Dokter Jansenterrein (Bron: IMOSS)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

7

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Dokter Jansenpark, Emmeloord’

Locatiekenmerken Het projectgebied ligt aan de Urkerweg en Kometenlaan in Emmeloord. De locatie van het Dokter Jansenpark is duidelijk verankerd in de oorspronkelijke ontwerpgedachten van Emmeloord en neemt nog steeds een belangrijke plek binnen het stedelijk weefsel in. De plek ligt aan de westelijke ‘blauwe’ entree van het oude centrum, waar de Urkerweg de Espelervaart kruist. Het is een opvallend gebied met een lommerijke uitstraling, en heeft gediend als groen voorportaal van de blauwe stadspoort. De groene omgeving was onderdeel van de eerste Groene Mantel die ontworpen was voor Emmeloord (zie ook afbeelding 4, projectgebied is indicatief aangeduid met rode kleur).

Afbeelding 4:

Visie Emmeloord (Bron: IMOSS)

De Urkerweg is een van de belangrijkste toegangen tot het centrum van Emmeloord. De weg kenmerkt zich door een breed profiel met aan weerszijde bomenrijen. Het profiel wordt geflankeerd door een aantal accenten, zoals het Potlood, de drie gebouwen aan de Jura en de Poldertoren. Aan deze structuur vormt het huidige ziekenhuis een herkenbaar punt. De ruimtelijke structuur van de omgeving wordt voornamelijk bepaald door woonpercelen en maatschappelijke voorzieningen. Op enige afstand ten oosten en zuiden van het projectgebied is bedrijvigheid aanwezig. Centraal binnen het projectgebied is bebouwing aanwezig behorend bij het Dokter Jansencentrum. In het noodwesten is bebouwing aanwezig waar Stichting Zorggroep Oude en Nieuwe Land momenteel is gevestigd. Voor het overige is het projectgebied deels verhard, ingericht als parkeerterrein of onbebouwd en parkachtig ingericht. In afbeelding 5 is een luchtfoto opgenomen van de huidige situatie van het projectgebied. De rode contour betreft een indicatieve weergave van het projectgebied. Daarnaast is in afbeelding 6 is een vogelvluchtfoto weergegeven van de huidige situatie van het projectgebied. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

8

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Dokter Jansenpark, Emmeloord’

Afbeelding 5:

Huidige situatie projectgebied (Bron: PDOK)

Afbeelding 6:

Vogelvlucht huidige situatie projectgebied (Bron: IMOSS)

Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen en productie van afvalstoffen De ontwikkeling van de voorziene activiteiten legt geen bijzonder beslag op natuurlijke hulpbronnen. Tijdens het slopen en bouw- en woonrijp maken is grondverzet nodig. Tijdens de gebruiksfase zal elektriciteit en water nodig zijn. De woningen zullen gasloos gebouwd worden, conform de Wet Voortgang Energietransitie.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

9

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Dokter Jansenpark, Emmeloord’

De productie van afvalstoffen betreffen voor de beoogde woningen uitsluitend de huishoudelijke/reguliere afvalstoffen. Deze worden zoveel mogelijk gescheiden om nuttige afvalstoffen op eenvoudige wijze te kunnen inzamelen en vervolgens verwerken/recyclen. Er is geen sprake van de productie van gevaarlijk afval. Verontreiniging en hinder In de aanlegfase kan sprake zijn van tijdelijke verkeers- en geluidhinder van bouwverkeer en bouwwerkzaamheden op locatie. Het gaat dan om geluid en stof vanuit de bouwplaats en bouwverkeer van en naar het projectgebied. Vanwege de ligging, de omvang van de ontwikkeling en de geschatte tijdsduur, is er geen noodzaak om verkeer tijdelijk om te leiden, met de daarbij behorende effecten. Na afronding van de bouwwerkzaamheden zal de genoemde tijdelijke hinder volledig vervallen. Het aspect tijdelijke hinder leidt niet tot mogelijk belangrijke milieugevolgen. In de gebruiksfase zullen ten gevolge van de woningen geen nadelige effecten op het milieu en de omgeving plaatsvinden. Woningen worden namelijk niet gezien als milieubelastende functies. Ten aanzien van de commerciële ruimte wordt geconstateerd dat deze op dit moment reeds maatschappelijke functies aanwezig en toegestaan zijn. De voorliggende ontwikkeling voorziet niet in het toevoegen van functies met een hogere milieubelasting dan reeds is toegestaan.

Zoals in hoofdstuk 3 en 4 wordt geconstateerd is er geen sprake van een onevenredige aantasting van beschermende natuurgebieden en/of het woon- en leefklimaat ter plaatse. Risico op ongevallen, specifiek met gevaarlijke stoffen of technologieën De beoogde ontwikkeling zorgt niet voor een toename van risico’s voor de omgeving. Er worden geen gevaarlijke stoffen geproduceerd, opgeslagen of vervoerd.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

10

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Dokter Jansenpark, Emmeloord’

HOOFDSTUK 3

BESCHRIJVING VAN DE MILIEUEFFECTEN

Voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling zijn de mogelijk negatieve milieueffecten van het voornemen relevant. Relevante milieuaspecten zijn verkeer, geluid, luchtkwaliteit, milieuzonering, geur, ecologie, externe veiligheid en water. In dit hoofdstuk worden de te verwachten (tijdelijke) effecten per aspect beschreven. Verder wordt ingegaan op tijdelijke hinder als gevolg van de ontwikkeling. Voor een aantal van deze aspecten is door diverse (externe) bureaus onderzoeken uitgevoerd. De conclusies van deze onderzoeken zijn samengevat in onderstaande alinea’s. Verkeer Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de verkeersgeneratie die ontstaat als gevolg van de nieuwe ontwikkeling. Ten behoeve van het voornemen is door Roelofs Groep een verkeersonderzoek uitgevoerd in het kader van de verkeerseffecten 1. Hierna wordt nader ingegaan op de resultaten van het verkeersonderzoek. Verkeersontsluiting Het gemotoriseerde verkeer ontsluit via twee aansluitingen op de Kometenlaan. Nagenoeg al dit verkeer ontsluit via een enkelstrooksrotonde op de Urkerweg. Tevens is er ter hoogte van de Balkanlaan een calamiteitenontsluiting voor onder andere de hulpdiensten voorzien.

Voor het langzaam verkeer (fietsers en voetgangers) is er in het projectgebied tussen de bouwblokken sprake van een fijnmazige structuur, die in alle windrichtingen ontsluit op de aanwezige fiets- en voetgangersvoorzieningen rondom het projectgebied. Ook de mogelijkheden met het openbaar vervoer aan de Urkerweg zijn goed te bereiken. De verbindingen bestaan uit primaire hoofdroutes ter ontsluiting van het projectgebied, secundaire routes tussen de clusters en tertiaire routes die de hoofdroutes informeel verbinden. Met de voorgenomen ontsluitingsmogelijkheden wordt het projectgebied goed ontsloten voor alle modaliteiten. Verkeersgeneratie De hiernavolgende tabel toont de te verwachten verkeersgeneratie van het planinitiatief. De gehanteerde kencijfers zijn afkomstig uit CROW publicatie 381, waarbij is aangesloten op de gebiedstypologie zoals ook toegepast bij de parkeerberekeningen (centrum & matig stedelijk). Ook is overeenkomstig met de parkeernormering uitgegaan van het gemiddelde CROW kencijfer. Uitgangspunt is dat het buurthuis geen eigen verkeersgeneratie met zich mee brengt. De verkeersgeneratie van de woningen voor de gemiddelde weekdag is met de omrekenfactor van 1,11 (bron: CROW) omgerekend naar de gemiddelde werkdag. Uit de berekening volgt een verkeersgeneratie van afgerond circa 1.650 voertuigbewegingen per gemiddelde werkdag.

Om het planeffect te bepalen is op basis van de ‘oude’ parkeerbehoefte een globale inschatting gemaakt van de verkeersgeneratie, voor de situatie toen het ziekenhuis en de andere aanwezige functies allemaal nog in

1

Verkeerstoets Dr. Jansenterren Emmeloord (Documentnummer: N01-D01-21116213-sws2, Status: definitief/01 20 april 2022)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

11

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Dokter Jansenpark, Emmeloord’

bedrijf waren. Uitgaande van de 250 parkeerplaatsen op het terrein, een gemiddelde turnover van 4 en het feit dat al deze voertuigen arriveren en vertrekken, volgt een verkeersgeneratie van circa 2.000 mvt/werkdag. Dit betekent dat de plansituatie leidt tot een afname van de hoeveelheid verkeer met circa 350 mvt/werkdag. Verkeersafwikkeling Wat betreft de verkeersafwikkeling in de plansituatie is de rotonde Urkerweg - Kometenlaan maatgevend in het ontsluitende wegennet. Op wegvakniveau zijn er op de Urkerweg, Kometenlaan, Scandinaviëslaan en Balkanweg geen capaciteitsproblemen te verwachten. Omdat het projectgebied bijna volledig ontsluit op de rotonde zijn met behulp van de Meerstrooksrotondeverkenner capaciteitsberekeningen uitgevoerd voor deze rotonde. Vanuit worst-case benadering is er vanuit gegaan dat al het verkeer van/naar het projectgebied gebruik maakt van de rotonde. Het verkeer dat via de Kometenlaan en de Saturnusstraat, Pallasstraat of Capellastraat de achterliggende wijk inrijdt, is buiten beschouwing gelaten. Om inzicht te krijgen in de huidige verkeerstromen op de rotonde zijn op 7 september 2021 tijdens de ochtend en avondspits verkeerstellingen uitgevoerd. Dit is de situatie waarbij het voormalig ziekenhuis reeds gesloten was en dit verkeer dus niet in de resultaten verdisconteert zit.

Afbeelding 7 toont de verkeerstromen op de rotonde tijdens het drukste ochtend- en avondspitsuur.

Afbeelding 7:

Telresultaten rotonde Urkerweg – Kometenlaan (Bron: Roelofs)

Op basis van expert-judgement is het verkeer van/naar het projectgebied toegedeeld op de afslagrichtingen op de rotonde. De standaard vuistregel is dat 10% van het verkeersaanbod tijdens de drukste spitsuren aanwezig is. Het initiatief kent vooral woningen, waarbij het gebruikelijk is dat in de ochtend meer vertrekkend verkeer aanwezig is en in de avondspits juist meer verkeer arriveert. Vanuit robuustheid is daarom het uitgangspunt gehanteerd dat in de ochtendspits 10% extra verkeer vertrekt en in de avondspits 10% extra verkeer arriveert. Dit komt dan voor de ochtendspits neer op 180 vertrekkende voertuigen en 90 arriverende voertuigen en in de avondspits dan 90 vertrekkende voertuigen en 180 arriverende voertuigen. Hieruit is op de rotonde de volgende toedeling toegepast: • • •

50% van/naar de Urkerweg (oost) -> 900 voertuigen per werkdag 40% van/naar de Urkerweg (west) -> 720 voertuigen per werkdag 10% van/naar Scandinaviëlaan -> 180 voertuigen per werkdag

Onderstaande tabel toont de belangrijkste resultaten van de capaciteitsberekeningen voor het peiljaar 2040 voor de rotonde Urkerweg - Kometenlaan - Scandinaviëlaan. Naast een omrekening van motorvoertuigen (mvt) naar personenautoequivalenten (pae), zijn de telresultaten met een autonoom groeipercentage van 1% per jaar omgerekend naar peiljaar. In de bijlage zijn de uitgebreide resultaten opgenomen. Conclusie is dat de huidige enkelstrooksrotonde het verkeer in de plansituatie op een acceptabele wijze kan afwikkelen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

12

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Dokter Jansenpark, Emmeloord’

De maximaal wenselijke verzadigingsgraad van 0,80 wordt in het peiljaar 2040 niet benaderd en ook de maatgevende wachttijden en wachtrijen zijn ruim acceptabel. Vanuit robuustheid is er ruim voldoende restcapaciteit beschikbaar.

Verkeersveiligheid Wat betreft de verkeersveiligheid voorziet het planvoornemen voor het Dokter Jansenterrein in een verkeersstructuur waarbij de hoofdverbindingen van de fietsers/voetgangers gescheiden zijn van het gemotoriseerde verkeer. Dit komt de verkeersveiligheid ten goede. Dit geldt ook voor het parkeren binnen de bebouwde clusters, waar het (half)verdiept parkeren gescheiden is van de fietsers/voetgangers die in het gebied verblijven. Aandachtspunt voor de nadere uitwerking zijn de locaties waar de fiets-/voetpaden de wegen voor gemotoriseerd verkeer in het projectgebied kruisen. Het initiatief ontsluit op twee locaties op de Kometenlaan. Ter plaatse van de noordelijke aansluiting kent de Kometenlaan nog een maximum snelheid van 50 km/uur. De zuidelijke ontsluiting ligt wel in de 30 km/uur zone. Vanuit verkeersveiligheid en bestaande weginrichting wordt aanbevolen om de zonegrens van de 30 km/u zone in noordelijke richting op te schuiven richting rotonde. Op de locaties waar het projectgebied aansluit op de Kometenlaan worden attentie verhogende verkeersmaatregelen aanbevolen, waarbij rekening gehouden moet worden met de afstand tot het kruispuntplateau met de Saturnusstraat en de fietsoversteek. De bestaande hoofdontsluiting van het projectgebied ontsluit op de Urkerweg, die als hoofdontsluitingsweg voor Emmeloord fungeert.

Het opheffen van deze aansluiting komt de verkeersveiligheid in algemene zin ten goede. Aandachtspunt is dat de voorgenomen calamiteitenontsluiting dusdanig wordt ingericht, dat deze niet gebruikt wordt door onbestemd verkeer. Binnen het projectgebied kennen de wegen voor gemotoriseerd verkeer een breedte van 4,5 meter. Gezien de ontsluitende functie van de wegen is dit voldoende. Voor de nadere uitwerking van het initiatief volgt het advies om voldoende rekening te houden met de toegankelijkheidseisen van mindervaliden. Wanneer voorzieningen zoals voldoende brede trottoirs, oversteekvoorzieningen en geleiding ontbreken, vergroot dit ook de kans op onveilige situaties. Resumerend voorziet het planvoornemen in een verkeersveilige inrichting, waarbij wel een aantal aandachtspunten zijn voor de nadere uitwerking. Conclusie Het effect van de voorgenomen ontwikkeling op de verkeerssituatie wordt ingeschaald op positief. Dit omdat er sprake is van een afname van de verkeersgeneratie en het toekomstige verkeer op veilige wijze ontsloten kan worden. Geluid De beoogde toe te voegen woningen worden niet aangemerkt als geluidsbelastende functies. Voor wat betreft de commerciële ruimte wordt opgemerkt dat er reeds commerciële ruimte aanwezig is. Dit gebouw wordt gesloopt en op dezelfde locatie wordt nieuwe commerciële ruimte gerealiseerd.

Hiermee is dan ook geen sprake van een verslechtering van het woon- en leefklimaat ten aanzien van de in de omgeving aanwezige milieugevoelige functies. De beoogde maatschappelijke functie ligt centraal in het projectgebied en is beoogd in één van de geplande woontorens op de begane grond. Dergelijke maatschappelijke functies worden aangemerkt als milieucategorie 1 of 2 functies. Hiervoor geldt een grootste richtafstand van 10 meter. Ten aanzien van de in de omgeving (buiten het projectgebied) voorkomende milieugevoelige functies, wordt aan de richtafstand van 10 meter voldaan. Binnen het projectgebied kan niet in alle gevallen aan de voorgenoemde richtafstand worden voldaan. Dit omdat de maatschappelijke functie inpandig in één van de geplande woontorens is beoogd. Gelet op het

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

13

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Dokter Jansenpark, Emmeloord’

vorenstaande kan voor dit deel van het projectgebied uit worden gegaan van de gebiedstype ‘functiemengingsgebied’. Zoals in de VNG-publicatie is aangegeven kan, vanwege de bijzondere kenmerken van gebieden met enige vorm van functiemenging, niet worden gewerkt met een systematiek van richtafstanden en afstandsstappen: vanwege de zeer korte afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies is een dergelijke systematiek niet geschikt voor functiemengingsgebieden. De ‘Staat van Bedrijven (SvB) - functiemenging’ bevat geen richtafstanden, maar categorieën A, B en C, die aangeven onder welke omstandigheden activiteiten inpasbaar zijn. De toelaatbaarheid van milieubelastende functies in gebieden met functiemenging wordt beoordeeld aan de hand van de volgende drie ruimtelijke relevante milieucategorieën: •

•

•

Categorie A: Activiteiten die zodanig weinig milieubelastend voor hun omgeving zijn, dat deze inpandig aan woningen kunnen worden uitgevoerd. De eisen uit het Bouwbesluit voor scheiding tussen wonen en bedrijven zijn daarbij toereikend. Categorie B: Activiteiten die in gemengd gebied kunnen worden uitgeoefend, echter met een zodanige milieubelasting voor hun omgeving dat zij bouwkundig afgescheiden van woningen en andere gevoelige functies dienen plaats te vinden. Categorie C: De activiteiten zoals genoemd onder B, waarbij vanwege de relatief grote verkeersaantrekkende werking een ontsluiting op de hoofdinfrastructuur is aangewezen.

De beoogde maatschappelijke functie betreft een categorie B activiteit. Deze functies dienen bouwkundig afgescheiden te zijn van woningen of andere gevoelige functies. Hier dient in voorliggend geval aan te worden voldaan. Zolang er sprake is van een bouwkundige scheiding tussen de maatschappelijke functie en de beoogde woningen in de directe nabijheid zal er sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Gelet op het vorenstaande wordt het effect van de voorgenomen ontwikkeling op de geluidsituatie ingeschaald op neutraal. Luchtkwaliteit Het plan heeft zoals geconstateerd bij het onderdeel verkeer ten opzichte van de huidige situatie geen extra verkeersbewegingen tot gevolg. Voorliggend plan draagt daarom niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. Vervolgonderzoek naar effecten op de luchtkwaliteit is niet noodzakelijk. Omdat er sprake is van aan afname van het aantal verkeersbewegingen wordt het effect van de voorgenomen ontwikkeling ten aanzien van luchtkwaliteit ingeschaald op licht positief.

Geur De beoogde woningen en maatschappelijke functie(s) betreffen geen geurbelastende objecten. Het effect van de beoogde woningen ten aanzien van geur wordt ingeschaald op neutraal.

Ecologie Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met de Wet Natuurbescherming en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet Natuurbescherming. Gebiedsbescherming Natura 2000: Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet Natuurbescherming beschermd.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

14

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Dokter Jansenpark, Emmeloord’

Het projectgebied ligt niet binnen of nabij een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ligt op circa 13,4 kilometer afstand van het projectgebied. Voor elk Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd voor alle beschermde soorten en habitats die daar aanwezig zijn. Per soort of habitat is aangegeven of behoud van de huidige aantallen/arealen voldoende is, danwel of uitbreiding of een verbetering nodig is. Niet alleen activiteiten binnen een Natura 2000-gebied maar ook activiteiten buiten een Natura 2000-gebied kunnen de instandhoudingsdoelstellingen in gevaar brengen. Dit wordt externe werking genoemd. Gezien de mogelijke externe werking van de beoogde ontwikkeling op het nabijgelegen Natura 2000-gebied, is het van belang om te toetsen of de realisatie van de beoogde ontwikkeling conflicteert met de waarden waarvoor dit gebied is aangewezen. Hiervoor is in elk geval een toetsing aan de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Gelet op de onderlinge afstand is directe hinder (bijv. geluid, verstrooiing van licht etc.) niet aan de orde. Naast directe hinder dient tevens te worden gekeken naar de mogelijke toename van stikstofdepositie op kwetsbare habitattypen binnen Natura 2000-gebieden. Om dit te beoordelen is er een zogenaamde AERIUS-berekening uitgevoerd2.

Uit de berekeningen wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstelling van Natura 2000-gebieden. Het project is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningsplichtig. Natuurnetwerk Nederland: Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. Het NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In het NNN geldt het ‘nee, tenzij’- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Het projectgebied ligt niet binnen het concreet begrensde NNN. Het projectgebied ligt op ten minste 200 meter van het NNN. Gezien de ruime afstand tot het NNN en de aard van de ontwikkeling wordt geconcludeerd dat er geen aantasting plaatsvindt van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN. Soortenbescherming Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden. Als hiervan sprake is, moet ontheffing of vrijstelling worden aangevraagd. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is in 20203 en 20214 een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd.

Hierna wordt ingegaan op de belangrijkste resultaten en conclusies. Quickscan 2020 Vogels: •

• •

Nader onderzoek dient uitsluitsel te geven over de aanwezigheid van jaarrond beschermde nestplaatsen van Gierzwaluw tenzij is uit te sluiten dat de handeling de mogelijke nestplaatsen kan aantasten. Nader onderzoek naar nestplaatsen van roofvogels (Sperwer, Boomvalk, Havik) is noodzakelijk omdat er in een bepaalde straal rondom nesten van deze vogels geen verstoring mag optreden. Indien het buitengebied en met name het westelijke bosperceel wordt aangetast of geamoveerd dan is een ontheffing noodzakelijk voor een nestplaats van Ransuil.

Vleermuizen en overige zoogdieren:

2

AERIUS Berekening Dokter Jansenterrein, Emmeloord (Projectnummer: 2021-315, Status: definitief, september 2022)

3

Quickscan Wet natuurbescherming Dokter J.H. Jansencentrum, Emmeloord (Projectnummer: 20127, Status: eindrapport, 8 juli 2020)

4

Quickscan Zorggebouw Emmeloord en Bosschages (Rapportnummer: LBF-2021-067, december 2021)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2015/documents/33650