9.1 Deelplan Schulddienstverlening 2026-2029.pdf
Tekst van het document
Voorwoord In Noordoostpolder willen we dat iedereen mee kan doen. Dat klinkt eenvoudig, maar voor mensen met geldproblemen of schulden is dat vaak moeilijk. Schulden hebben grote invloed op iemands leven. Ze zorgen voor stress, schaamte en eenzaamheid. Soms leiden geldzorgen zelfs tot gezondheidsproblemen. En kinderen groeien op in een omgeving waarin meedoen niet altijd mogelijk is. Dat raakt mij, als bestuurder én als mens. Het doel van dit beleidsplan Schulddienstverlening 2026–2029 is om (nog) meer inwoners met financiële problemen te bereiken. We bouwen voort op de koers die we in 2020 hebben ingezet: van schuldhulpverlening naar schulddienstverlening. Daarbij geldt ‘voorkomen is beter dan genezen’. We willen niet alleen helpen als het misgaat, maar juist eerder in beeld zijn. Door te investeren in preventie, vroegsignalering en nazorg, en door nog meer samen te werken met onze maatschappelijke partners, kunnen we inwoners eerder bereiken en beter ondersteunen. We verleggen de focus de komende periode van zelfredzaamheid naar samenredzaamheid. Veel inwoners met financiële problemen kunnen zelf de weg naar hulp niet vinden. Zij hebben ondersteuning nodig om hun geldzorgen blijvend op te lossen. Daarom zetten we in op begeleiding, op het verlagen van drempels en op wijkgericht werken. We willen de hulp naar de mensen toe brengen, letterlijk en figuurlijk.
Dat doen we niet alleen als gemeente, maar samen met vrijwilligers, professionals, kerken, scholen en andere betrokkenen. Daarbij hebben we ook aandacht voor andere problemen. Want schulden zijn nooit alleen een financieel probleem. Ze hangen samen met levensgebeurtenissen, met gezondheid, met opvoeding, met werk. Daarom is het belangrijk dat we goed samen werken binnen het sociaal domein. Samen maken we dan ook het verschil. Ik ben trots op de inzet van onze medewerkers, op de samenwerking met onze partners en op de betrokkenheid van onze inwoners. Dit beleidsplan is geen eindpunt, maar een uitnodiging om samen verder te bouwen aan een gemeente waarin bestaanszekerheid geen ideaal is, maar een realiteit. Waar we oog hebben voor elkaar, en waar niemand er alleen voor staat.
René van Amersfoort Wethouder
2
Inhoudsopgave Voorwoord ........................................................................................................................................... 2 Samenvatting ....................................................................................................................................... 4 1.
Inleiding ...................................................................................................................................... 5 1.1
Doel van dit plan .................................................................................................................... 5
1.2
Wettelijk kader ........................................................................................................................ 5
1.3
Landelijke ontwikkelingen ...................................................................................................... 5
1.4
Samenhang andere beleidsterreinen / gemeentelijk kader ................................................... 6
1.5
Leeswijzer .............................................................................................................................. 6
2.
Visie op schulddienstverlening ................................................................................................... 7
3.
Wat willen we bereiken? ............................................................................................................. 8 3.1
Inleiding .................................................................................................................................. 8
3.2
Preventie ................................................................................................................................ 8
3.3
Vroegsignalering .................................................................................................................. 12
3.4
Schuldhulpverlening ............................................................................................................. 15
3.5
Nazorg .................................................................................................................................. 19
4.
Wat gaan we nog meer doen? ................................................................................................. 20 4.1
Budgetbeheer ....................................................................................................................... 20
4.2
Bewindvoering ...................................................................................................................... 20
4.3
Ondersteuning bij complexe financiële problematiek .......................................................... 21
4.4
Schuldenfunctionaris rechtbank ........................................................................................... 21
4.5
Voorkomen huisuitzettingen ................................................................................................. 22
4.6
Specifieke doelgroepen ........................................................................................................ 22
5.
Financiën .................................................................................................................................. 23
6.
Monitoring ................................................................................................................................. 25
Bijlage 1
Productomschrijvingen Schuldhulpverleningstraject ....................................................... 26
3
Samenvatting Ongeveer 8,2% van de huishoudens in Noordoostpolder heeft te maken met problematische schulden, en bijna de helft van de inwoners is financieel kwetsbaar. Geldzorgen grijpen diep in op het dagelijks leven van mensen. Ze veroorzaken stress, schaamte, sociale isolatie en kunnen leiden tot relationele spanningen en psychische klachten. Kinderen kunnen door financiële problemen in het huishouden niet altijd meedoen. De gemeente erkent en herkent deze problematiek en geeft met dit plan invulling aan haar verantwoordelijkheid om inwoners te ondersteunen bij het voorkomen en oplossen van schulden. Het beleidsplan Schulddienstverlening 2026–2029 bouwt voort op de koerswijziging die in 2020 is ingezet: van traditionele schuldhulpverlening naar een bredere, integrale schulddienstverlening. De nadruk ligt op preventie, vroegsignalering, schuldhulpverlening en nazorg. Daarbij wordt afscheid genomen van het idee dat inwoners altijd volledig zelfredzaam moeten zijn of worden. In plaats daarvan kiezen we voor het principe van samenredzaamheid: hulp en ondersteuning vanuit de omgeving, vrijwilligers en professionals, afgestemd op wat de inwoner nodig heeft. Preventie vormt een belangrijk fundament van het beleid. Inwoners moeten op tijd bereikt worden, voordat schulden problematisch worden. Daarom zetten we in op een nog betere toegankelijkheid en een brede, integrale intake.
In de preventieve dienstverlening speelt ondersteuning vanuit vrijwilligersorganisaties zoals Humanitas een belangrijke rol, door hulp te bieden bij de administratie. Daarnaast bieden we budgettrainingen, communicatie over financiële risico’s bij life-events, en het gebruik van digitale hulpmiddelen zoals ‘datgeldtvoormij.nl’. In kwetsbare wijken zoals Revelsant-Zuid gaan we gebiedsgericht werken om de hulp dichter bij de inwoners te brengen. Vroegsignalering is sinds 2021 een wettelijke taak van gemeenten. Noordoostpolder ontvangt meldingen van betalingsachterstanden bij vaste lasten zoals huur, energie en zorg. Deze signalen worden zorgvuldig opgevolgd, waarbij de ernst van de situatie bepaalt of er schriftelijk, telefonisch of door middel van een huisbezoek een hulpaanbod wordt gedaan. We zien dat vroegsignalering steeds vaker leidt tot daadwerkelijke hulpverlening. De komende jaren gaan we waar mogelijk andere signalen toevoegen en de effectiviteit van vroegsignalering vergroten. Als schulden eenmaal problematisch zijn, biedt de gemeente schuldhulpverlening aan via de Kredietbank Nederland. Inwoners worden begeleid in een traject dat begint met stabilisatie van hun financiële situatie, gevolgd door een schuldregeling via schuldbemiddeling of een saneringskrediet. We zien dat veel inwoners in de beginfase van het traject uitvallen, omdat dit veel vraagt van de inwoners.
Daarom wordt de basisdienstverlening ingevoerd, waarbij inwoners vanaf het begin intensief worden begeleid en ondersteund. Dit moet leiden tot minder uitval en meer succesvolle schuldregelingen. Nazorg is een essentieel onderdeel van het beleid, maar werd in het verleden te weinig ingezet. De gemeente wil hier verandering in brengen door begeleiding los te koppelen van de duur van het schuldentraject. Inwoners krijgen ondersteuning zolang dat nodig is, ook na afloop van hun schuldregeling. Naast deze kernonderdelen bevat het beleidsplan ook aandacht voor aanvullende maatregelen. Zo wordt budgetbeheer niet alleen ingezet tijdens schuldregelingen, maar ook preventief en als nazorg. De samenwerking met bewindvoerders is versterkt en er wordt gewerkt aan uitstroom uit bewind. Voor inwoners met complexe financiële problematiek, zoals statushouders en migranten, is intensieve ondersteuning beschikbaar via een gespecialiseerde medewerker Monitoring vindt plaats via het dashboard sociaal domein en aansluiting bij het landelijke DDASproject, zodat de voortgang en effectiviteit van het beleid goed gevolgd kunnen worden. Met dit plan wil de gemeente Noordoostpolder haar inwoners perspectief bieden op een schuldenvrije toekomst, waarin niemand er alleen voor staat.
4
1.
Inleiding
Financiële problemen en problematische schulden zijn een bron van zorg voor veel mensen. Volgens het CBS heeft 8,9 procent van de huishoudens in Nederland1 te maken met problematische schulden2. Voor Noordoostpolder ligt dit percentage op 8,2 procent, ofwel 1.750 huishoudens. Een groot deel van de inwoners is daarnaast financieel kwetsbaar. Uit onderzoek van Deloitte blijkt dat dit geldt voor 47 procent van alle Nederlanders 3. Niet alleen zorgen geldproblemen voor veel stress bij inwoners die hiermee te maken hebben, het leidt ook tot maatschappelijke problemen zoals sociale isolatie en eenzaamheid. Niet zelden gaan schulden gepaard met spanningen in de relatie en hebben kinderen hieronder te lijden. Helaas ligt er nog steeds een groot taboe op deze problematiek, waardoor inwoners vaak (veel te) lang wachten met het zoeken naar hulp. Als gemeente hebben we een belangrijke taak in het voorkomen van schuldenproblematiek en in het ondersteunen van inwoners bij het oplossen ervan.
1.1
Doel van dit plan
In dit plan beschrijven we hoe we als gemeente vormgeven aan onze wettelijke en maatschappelijke taken om schulden te voorkomen en te verhelpen. We bouwen voort op de vorige nota ‘Voorkomen staat voorop! Van schuldhulpverlening naar schulddienstverlening’, die in 2020 van kracht is geworden. Voor die nota is uitgebreid onderzoek gedaan en zijn veel betrokken partners geraadpleegd. Het resultaat daarvan heeft geleid tot een nieuwe koers. Wij zetten met dit plan die koers voort. Waar nodig actualiseren we deze en brengen we nieuwe accenten aan.
1.2
Wettelijk kader
Met het beleidsplan schulddienstverlening geven we invulling aan artikel 2 van de Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening (hierna: Wgs), die de gemeenten verplicht om minimaal een keer per vier jaar een beleidsplan vast te stellen.
1.3
Landelijke ontwikkelingen
Vroegsignalering In 2021 is Vroegsignalering als extra taak voor het college aan de Wgs toegevoegd. Verhuurders, zorgverzekeraars, energieleveranciers en waterbedrijven geven signalen af over betalingsachterstanden van een inwoner. Een betalingsachterstand kan een indicatie zijn van meer schulden. Daarom is het de taak van het college om de inwoner een gesprek aan te bieden om hierover te praten en samen te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om het op te lossen. Nationaal Programma Armoede en Schulden In het Nationaal Programma Armoede en Schulden zijn tal van maatregelen opgenomen die ertoe moeten bijdragen dat minder huishoudens in de problematische schulden komen. Dit programma is in juni 2025 door het demissionaire kabinet Schoof naar de Tweede Kamer gestuurd. In dit programma wordt voortgebouwd op de Aanpak Geldzorgen, Armoede en Schulden van 2022-2025. Enkele maatregelen zijn bijvoorbeeld de Wet Kwaliteit Incassodienstverlening die recent in werking is getreden, de actualisering Rijksincassovisie en de ontwikkeling van richtlijnen voor Buy Now Pay Later. Basisdienstverlening Eind 2023 heeft de Tweede Kamer het verbeterplan voor de kwaliteit en bereik van de gemeentelijke schuldhulpverlening ontvangen. Dit plan bestaat uit basisdienstverlening voor schuldhulpverlening.
1 Dashboards.CBS.nl, januari 2024 2 Definitie problematische schulden: Schulden zijn problematisch wanneer te voorzien is dat een natuurlijke persoon de
schulden niet zal kunnen blijven afbetalen of is gestopt met afbetalen. 3 Deloitte, Financiële gezondheid, maart 2025
5
Het doel van de basisdienstverlening is dat meer mensen met schulden eerder en nog betere schuldhulpverlening ontvangen en dat gemeenten in dat kader de dienstverlening gelijktrekken. In 2024 hebben Divosa, de NVVK, de VNG en het kabinet bestuurlijke afspraken gemaakt over de basisdienstverlening. Hiermee committeren partijen zich om hun leden/opdrachtgevers te stimuleren om de basisdienstverlening in te voeren. Ook onze gemeente wil komende jaren de basisdienstverlening verder uitrollen.
1.4
Samenhang andere beleidsterreinen / gemeentelijk kader
Binnen het sociaal domein werken we onder de paraplu van het overkoepelende beleidsplan ‘Krachtig Noordoostpolder 2.0, doen wat werkt!’, vastgesteld in 2021. De richtinggevende doelen binnen dit plan staan nog steeds overeind: • Iedereen doet mee • Voorkomen staat voorop • Passende ondersteuning voor wie dat nodig heeft • Financieel houdbaar stelsel • Een eenvoudige toegang tot ondersteuning Samen en gezond Bestaanszekerheid is een van de pijlers van de programmalijn Samen en Gezond, die in 2025 is ingezet. We willen bestaanszekerheid bieden onder meer door armoede te verminderen en de schuldenproblematiek te verkleinen. Hiervoor zetten we in op het vergroten van de effectiviteit van Vroegsignalering en op nog meer outreachend werken. Minimabeleid Het minimabeleid van de gemeente is een van de onderdelen van het sociale beleid. In 2023/2024 heeft de rekenkamer onderzoek gedaan naar de effectiviteit en efficiëntie van het gemeentelijk minimabeleid. De aanbevelingen van de rekenkamer zijn uitgewerkt in een Plan van Aanpak om dit beleid te verbeteren. Er is een grote mate van overlap in de doelgroep van ons minimabeleid en de doelgroep van schulddienstverlening. Toch leidt armoede niet altijd tot schulden en andersom komt schuldenproblematiek niet alleen maar voor bij inwoners met een minimuminkomen. Het hebben van schulden leidt echter wel tot een lager besteedbaar inkomen.
Waar nodig en mogelijk verbinden we deze terreinen met elkaar in dit plan en in het beleidsplan Minima. Overige beleidsterreinen Schuldenproblematiek is vaak een oorzaak van andere problemen. Zo draagt het bij aan kansenongelijkheid van kinderen, doordat zij om financiële redenen niet altijd kunnen meedoen (denk aan buitenschoolse activiteiten, kinderfeestjes, etc). Maar ook leidt financiële stress soms tot relationele en opvoedkundige problemen, psychische problemen, sociaal isolement en eenzaamheid. Andersom kunnen andere problemen juist de oorzaak zijn van financiële problemen. Hierbij valt te we denken aan life-events (levensgebeurtenissen) zoals het overlijden van een partner, echtscheiding of het verlies van werk. Maar ook verslaving en psychische problemen liggen vaak ten grondslag aan het ontstaan van schulden. Het is dan ook van belang dat we elkaar binnen het sociaal domein goed te weten te vinden, zodat zowel oorzaken als gevolgen van financiële problemen kunnen worden aangepakt.
1.5
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 beschrijven we de visie op schulddienstverlening binnen Noordoostpolder. In hoofdstuk 3 komt aan de orde wat we de komende periode willen bereiken aan de hand van de vier hoofdbestanddelen van schulddienstverlening: preventie, vroegsignalering, schuldhulpverlening en nazorg. Per onderdeel blikken we ook terug naar de afgelopen periode. In hoofdstuk 4 beschrijven we wat we nog meer gaan doen. Hoofdstuk 5 bevat de financiële gevolgen en in hoofdstuk 6 geven we weer hoe we de prestaties gaan monitoren.
6
2.
Visie op schulddienstverlening
Met dit beleidsplan bouwen we voort op het vorige plan ‘Voorkomen staat voorop! Van schuldhulpverlening naar schulddienstverlening’. Daarmee geven we er uitdrukking aan dat preventie een belangrijk onderdeel is van ons beleid. Dit sluit aan bij het overkoepelende beleidsplan ‘Krachtig Noordoostpolder 2.0, doen wat werkt’ en bij het coalitieakkoord, waarin preventie eveneens een belangrijke plek heeft. Daarnaast is het uitgangspunt dat we passende ondersteuning bieden voor wie dat nodig heeft. Visieontwikkeling De afgelopen jaren heeft, zowel landelijk als lokaal, de nadruk gelegen op het versterken van de eigen verantwoordelijkheid en de zelfredzaamheid van inwoners. Ook op het gebied van hulp bij schulden werd een grote mate van zelfredzaamheid verwacht van inwoners. Inmiddels blijkt uit steeds meer onderzoek dat veel mensen met schulden maar beperkt zelfredzaam zijn en dat we van hen te veel verwachten bij het oplossen van hun schulden. Een groot van hen heeft veel moeite om zich van dag tot dag staande te houden. De financiële zorgen geven zoveel stress dat het hen niet op eigen kracht lukt om hulp te zoeken, of om de taken te volbrengen die van hen verwacht worden wanneer zij wel de stap naar hulp zetten. Daarom is het in onze visie nodig om meer werk te maken van samenredzaamheid, zoals ook verwoord in het programma Samen en Gezond.
Uit het programma Samen en Gezond: ‘In deze tijd van individualisering is het belangrijk om samen sterk te staan. Mensen voelen zich sterker als ze niet alleen zijn in de uitdagingen van deze tijd. Gezien, gehoord en begrepen worden is belangrijk om weer mee te kunnen doen in de samenleving. Samenredzaamheid betekent dat je op anderen kunt rekenen in moeilijke tijden.
Voor de schulddienstverlening betekent dit, dat we meer moeten inzetten op ondersteuning en begeleiding. We willen meer outreachend werken. Daarvoor onderzoeken we hoe we de hulp naar de inwoners (wijken en dorpen) toe kunnen brengen, samen met onze maatschappelijke partners. Zodat we eerder in beeld zijn bij de inwoner, maar ook beter ondersteuning kunnen bieden bij het oplossen van zijn problemen. Dit resulteert in de volgende visie: ‘Zelfredzaam waar het kan, samenredzaam waar dit nodig is. Deze samenredzaamheid kan zowel uit de eigen omgeving van de inwoner komen, als van een vrijwilliger of professional.’
7
3.
Wat willen we bereiken?
3.1
Inleiding
In 2020 is de koerswijziging ingezet van schuldhulpverlening naar schulddienstverlening, waarbij we beogen integrale hulp te bieden aan de inwoner. Dat wil zeggen dat we ook andere vormen van hulpverlening inzetten om onderliggende problematiek aan te pakken. De wettelijke taken van de gemeente op het gebied van schuldhulpverlening zijn vastgelegd in de Wgs. Deze taken betreffen het voorkomen van financiële problemen (preventie), het signaleren van schulden en doorverwijzen naar de juiste hulp (vroegsignalering), het bemiddelen bij problematische schulden (schuldhulpverlening) en het voorkomen van nieuwe financiële problemen (nazorg). We sluiten aan bij de doelen die zijn opgenomen in het Nationaal Programma Armoede en Schulden. Doel van dit programma is de bestaanszekerheid te vergroten door armoede terug te dringen en het aantal huishoudens met problematische schulden te verminderen. Dit kunnen we bereiken door actief te werken aan alle onderdelen van de schulddienstverlening. De afgelopen jaren hebben we hierin al de nodige stappen gezet. In dit hoofdstuk beschrijven we wat we de komende jaren willen bereiken op de onderdelen preventie, vroegsignalering, schuldhulpverlening en nazorg. Per onderdeel komt aan de orde wat het doel is, wat we de afgelopen periode hebben gedaan en wat we de komende periode gaan doen.
3.2
Preventie
‘Voorkomen is beter dan genezen’ is het uitgangspunt bij preventie. We realiseren ons dat schuldpreventie een volwaardig onderdeel is van integrale schulddienstverlening. Door te investeren in bewustwording, vaardigheden en wilskracht bij inwoners om de eigen financiën op orde te hebben en houden, kunnen problematische schuldsituaties voorkomen worden. Het voorkomen van schulden vraagt een nauwe samenwerking met partners binnen en buiten de gemeente. De afgelopen jaren hebben we, samen met onze ketenpartners, hierop veel inzet gepleegd. Doel Het doel van preventie is te voorkomen dat inwoners in een problematische schuldsituatie belanden. Wat hebben we gedaan? De toegang Sinds 2020 kunnen inwoners met alle hulpvragen, ook financiële, terecht bij het sociaal loket. Het sociaal loket is daarmee binnen de gemeente de toegang van het sociaal domein. Het loket doet een integrale intake, waarbij naar alle leefgebieden gevraagd wordt. Zo kunnen we vanaf de start van de hulpvraag inzetten op integrale hulpverlening. Als er sprake is van problemen met financiën verwijst het sociaal loket de inwoner door naar hulp in het voorveld bij lichte problemen en naar het financieel loket bij zwaardere problematiek. Ondersteuning bij administratie door vrijwilligers We ondersteunden inwoners bij het op orde krijgen van hun administratie en het invullen van formulieren.
Het aantal inwoners dat we daarmee hebben geholpen is in de afgelopen vier jaar toegenomen. Hiervoor maken we met name gebruik van de Thuisadministratie van Humanitas. We zien vooral een toename bij de formuliereninloop. In mindere mate geldt dit ook voor de thuisadministratie. In het kader van het voorkomen van financiële problemen is de formuliereninloop van grote waarde. In een vroegtijdig stadium worden inwoners geholpen met het op orde houden van hun inkomen. Dit gebeurt zowel bij de inloop, waar inwoners geholpen worden met het aanvragen van inkomensondersteunende regelingen of kwijtschelding van belastingen, als bij de thuisadministratie. Daar leren inwoners van vrijwilligers om zelf hun administratie en budget op orde te krijgen en te houden.
8
Figuur 3.1 Hulp van Humanitas 2021-2024
Humanitas 400 350 300 250 200 150 100 50 0
361 319 270 159 68
88
90
84
Thuisadministratie 2021
2022
Formulieren 2023
2024
Budgettrainingen Maatschappelijk werk (ZONL) gaf cursussen in budgetteren. De cursus is een groepstraining gericht op het aanleren van budgetteringsvaardigheden. In 2021 en 2022 heeft de cursus een keer per jaar plaatsgevonden, in 2023 en 2024 twee keer. Het aantal deelnemers was gemiddeld ongeveer acht per jaar. Vanaf 2025 worden deze cursussen nog steeds verzorgd door het Maatschappelijk Werk, nu als onderdeel van Carrefour. Communicatie life-events Van 2021 t/m 2024 hebben we tien keer per jaar een artikel geplaatst op de gemeentepagina van De Noordoostpolder over life-events die van invloed kunnen zijn op de financiële situatie van inwoners. Hiervoor hebben we jaarlijks een communicatiekalender opgesteld. Waar mogelijk sluiten we aan bij landelijke themadagen, zoals de Pensioen-3-daagse. In de artikelen geven we aan op welke wijze inwoners zich kunnen voorbereiden op de gevolgen van deze life-events en waar zij nadere informatie kunnen vinden. Ook wordt deze informatie op onze social media geplaatst. In alle gevallen wijzen we erop dat inwoners bij het sociaal loket terecht kunnen voor hulp en vragen. De Voorzieningenwijzer / datgeldtvoormij.nl Sinds 2019 maken we in samenwerking met Mercatus gebruik van De Voorzieningenwijzer. De eerste jaren konden inwoners deze stand-alone applicatie alleen invullen met hulp van een daarvoor getrainde vrijwilliger van Humanitas.
Eind 2022 heeft De Voorzieningenwijzer een webversie gelanceerd, onder de naam ‘datgeldtvoormij.nl’. Inwoners kunnen deze zelf invullen, vanaf hun eigen laptop of telefoon. Dit is een stuk laagdrempeliger. De informatie is hetzelfde als die van de standalone versie van De Voorzieningenwijzer. Als inwoners hulp nodig hebben bij het invullen, kunnen ze alsnog gebruik maken van een vrijwilliger. Het gebruik van stand-alone versie lag in 2021 en 2022 gemiddeld op 40 personen per jaar. Vanaf 2023 zijn deze aantallen lager (ongeveer 10), maar we zien in die jaren een flinke toename van het gebruik van de webversie ‘datgeldtvoormij.nl’. In 2023 hadden 82 inwoners daar één of meer modules afgerond en in 2024 waren dit er 209. In 2024 heeft een presentatie plaatsgevonden voor interne medewerkers binnen het sociaal domein en een aantal externe ketenpartners om ‘datgeldtvoormij.nl’ onder de aandacht te brengen. In 2025 is deze presentatie nogmaals gegeven binnen het ketenpartneroverleg Armoede en Schulden. Doel van de presentaties is om de tool zoveel mogelijk bekendheid te geven. Ook op onze gemeentelijke website is op diverse plekken een link te vinden en in onze communicatie in De Noordoostpolder en op de social media besteden we er regelmatig aandacht aan.
Vanaf 2025 hebben we het contract met De Voorzieningenwijzer na evaluatie, samen met Mercatus, voor twee jaar verlengd, waarbij we alleen nog de webversie afnemen.
9
Informatie over geldzaken Informatie over hulp bij schulden maar ook over minimaregelingen van de gemeente stond verspreid op de gemeentelijke website. Hierdoor was het voor inwoners en hulpverleners lastig de informatie te vinden. In 2023 hebben we daarom de website aangepast. Alle informatie is nu overzichtelijk op de pagina Geldzaken te vinden. Ook hebben we een pagina ontwikkeld gericht op jongeren die 18 worden. Hier kunnen ze terecht voor informatie over financiële en administratieve zaken waarvoor ze vanaf die leeftijd zelf verantwoordelijk zijn. Deze jongeren krijgen sinds begin 2024 ook een verjaardagskaart van de gemeente, waarin daarop gewezen wordt. Wat gaan we doen? De toegang We werken aan de verbetering van de toegang van het sociaal domein. Voor onze financiële dienstverlening betekent dit dat we ook een integrale intake gaan doen bij inwoners die niet via het sociaal loket zijn ‘binnengekomen’ in het financieel loket, maar via vroegsignalering of ketenpartners. Ook bij deze inwoners willen we in een eerder stadium zicht krijgen op onderliggende problematiek. Denk hierbij aan verslaving of psychische problemen. Het is van belang om ook deze onderliggende problematiek te adresseren, omdat deze in de weg staat aan een succesvol schuldhulptraject.
Uitbreiding ondersteuning bij administratie door vrijwilligers We zetten de ondersteuning van Humanitas Thuisadministratie voort. Daarnaast willen we inzetten op uitbreiding van deze vorm van ondersteuning door een andere organisatie, Schuldhulpmaatje. Schuldhulpmaatje is een landelijke organisatie met afdelingen in 160 gemeenten. Schuldhulpmaatje is voortgekomen uit de kerken en heeft een groot netwerk vanuit de verschillende kerkgemeenschappen in Noordoostpolder. Met de wetenschap dat in 1.750 huishoudens sprake is van problematische schulden en bij nog een keer zoveel geldzorgen zijn, kunnen we als gemeente alle (preventieve) hulp op dit gebied gebruiken. Schuldhulpmaatje biedt hulp bij de administratie voor inwoners die nog geen of beginnende schulden hebben. Daarnaast bieden zij ondersteuning bij inwoners met problematische schulden en blijven bij deze inwoners betrokken zolang het traject schuldhulpverlening loopt. Begeleiding tijdens en na een traject schuldhulpverlening is een van de speerpunten van de basisdienstverlening (zie paragraaf 3.4). Ook ziet Schuldhulpmaatje mogelijkheden om specifiek getrainde vrijwilligers voor jongeren en voor zelfstandigen in te zetten. Deze doelgroepen zijn moeilijk te bereiken en vragen een eigen aanpak en vorm van ondersteuning. Schuldhulpmaatje heeft, vanwege de nauwe band met de kerken, op een andere manier ingangen bij inwoners.
Inwoners die eerder hulp aanvaarden wanneer het vanuit de kerk komt. Schuldhulpmaatje staat echter open voor alle inwoners. We willen de komende twee jaar een pilot starten met het financieel ondersteunen van Schuldhulpmaatje. Na twee jaar evalueren we deze pilot en bij succes zetten we mogelijk in op structurele subsidie. Budgettrainingen / communicatie life-events / datgeldtvoormij.nl Gezien het beperkte gebruik van de budgettrainingen, gaan we samen met Carrefour onderzoeken hoe dit kan en hoe we dit kunnen verbeteren. Ook blijven we aandacht houden voor life-events, al kiezen we mogelijk voor een andere vorm. Daarnaast gaan we door met het gebruik van ‘datgeldtvoormij.nl’. In 2026 beoordelen we opnieuw de meerwaarde van de tool. Gebiedsgericht werken De stap naar ‘de gemeente’ is in sommige gevallen te groot. We willen deze drempel verlagen door te onderzoeken of we de hulp naar de inwoner toe kunnen brengen. Revelsant is aangewezen als een van de twee bloeizones in het programma Samen en Gezond. Samen met de andere partners van het Manifest gaan we in Revelsant-Zuid (Sterrenbuurt) aan de slag met het verbeteren van de leefbaarheid. Onderdeel daarvan is het aanpakken van het buurthuis en het werken aan meer inwonersparticipatie in de buurt. In Revelsant is sprake van oververtegenwoordiging van huishoudens dat met armoede- of schuldenproblematiek.
We gaan onderzoeken of we in deze buurt meer inwoners kunnen bereiken die hiermee te maken hebben, door actief in de buurt aanwezig te zijn met hulp.
10
Hierbij gaan we onderzoeken of we gebruik kunnen maken van ervaringsdeskundigen. Hiervoor hebben we in het Plan van Aanpak Armoede middelen gereserveerd. Structureel ketenpartneroverleg Samenwerking met alle maatschappelijke partners die betrokken zijn bij inwoners met armoede en schuldenproblematiek is essentieel. Onze maatschappelijke partners zijn onze ogen en oren en bieden zelf op allerlei manieren hulp aan de doelgroep. Uit het rekenkameronderzoek naar het gemeentelijk armoedebeleid is gebleken dat onze ketenpartners behoefte hebben aan regelmatig overleg, waarbij de gemeente het voortouw neemt. In dat kader is gestart met een driemaandelijks ketenpartneroverleg met een breed spectrum aan maatschappelijke partners. In dit overleg wisselen we ervaringen uit, informeren we elkaar over actualiteiten en leren we over elkaars dienstverlening en activiteiten. Het is een open overleg, voor alle betrokken ketenpartners met als doel de samenwerking te verbeteren. Op dit moment nemen onder meer deel: GGD (jeugdgezondheidszorg), Vluchtelingenwerk, Carrefour (brugfunctionaris, maatschappelijk werk, onafhankelijk cliëntondersteuner), Humanitas, Voedselbanken, Vrouwencentrum, Stichting Leergeld, Raad van Kerken, Schuldhulpmaatje, AVES, St. ABS-NOP, Emmausparochie (maatjesproject nieuwkomers), Leger des Heils. Hoe gaan we dit monitoren? • • • •
We houden bij hoeveel inwoners ondersteuning krijgen bij de administratie We houden bij hoeveel hulpvragen worden afgehandeld bij het invullen van formulieren We houden de gebruikersaantallen bij van de website van ‘datgeldtvoormij.nl’ We houden bij hoeveel inwoners gebruik maken van budgettrainingen
11
3.3
Vroegsignalering
In 2021 is de Wgs op een belangrijk onderdeel gewijzigd. Vroegsignalering is met die wijziging een wettelijke taak geworden voor gemeenten. Vroegsignalering houdt in, dat gemeenten meldingen ontvangen van betalingsachterstanden bij een aantal vaste lasten partners. Dit zijn verhuurders, energiemaatschappijen, zorgverzekeraars en waterbedrijven. De gemeente moet naar aanleiding van deze meldingen een hulpaanbod doen aan inwoners. Uitvoering van de Vroegsignalering is ondergebracht in het financieel loket. Met de inzet van Vroegsignalering willen we bereiken dat inwoners met financiële zorgen eerder hulp zoeken, liefst voordat er sprake is van problematische schulden. Door vroegtijdig hulp te aanvaarden, kunnen zwaardere trajecten zoals schuldsanering voorkomen worden.
Figuur 3.2 Schematische weergave Vroegsignalering (bron: leidraad Vroegsignalering VNG)
Doel Het doel van Vroegsignalering is het tijdig herkennen van signalen die kunnen wijzen op beginnende financiële problemen bij inwoners. Door in een vroeg stadium in contact te treden en passende ondersteuning aan te bieden voorkomen we dat schulden verder oplopen en problematisch worden. Wat hebben we gedaan? Invoering vroegsignalering In 2022 is een stappenplan Vroegsignalering voor de uitvoering opgesteld, waarin is opgenomen volgens welke criteria opvolging wordt gegeven aan de signalen. Deze criteria zijn de afgelopen jaren aangepast en verfijnd. De hoofdprincipes zijn hierbij echter nog steeds van kracht: Bij lage bedragen (< € 400,-) en enkelvoudige meldingen (van één vaste lastenpartner) sturen we een e-mail of een kaartje waarin we wijzen op het bestaan van het financieel loket voor hulp bij geldzaken. Bij hogere bedragen (> € 400,-), of als er sprake is van oplopende achterstand in achtereenvolgende maanden bij dezelfde vaste lastenpartner, of als er sprake is van meerdere 12
-
-
achterstanden bij verschillende vaste lastenpartners, nemen we persoonlijk contact op. De aanwezigheid van minderjarige kinderen op een adres weegt ook mee in de wijze waarop we een melding afhandelen. In eerste instantie zoeken we telefonisch contact of sturen we een bericht 4. Dit laatste werkt goed bij jongeren en bij inwoners met een niet-Nederlandse achtergrond die de taal niet goed machtig zijn. Krijgen we geen contact met deze inwoners, dan gaan we in sommige gevallen over op een huisbezoek. Hiervoor is de aard en de hoogte van de achterstand(en) van belang maar ook de aanwezigheid van kinderen in het huishouden.
Alle signalen moeten binnen 30 dagen worden afgehandeld. Dit betekent dat er soms keuzes moeten worden gemaakt, afhankelijk van het aantal meldingen en de aanwezige capaciteit. Hierbij geven we voorrang aan de zwaarste achterstanden en aan huishoudens met minderjarige kinderen. Monitoring resultaten We hebben een dashboard Vroegsignalering ingericht. Met dit dashboard monitoren we de aantallen en de resultaten. In 2024 hebben we een flinke toename gezien van het aantal signalen. Hierbij moet worden opgemerkt dat het waterbedrijf in 2024 is overgestapt van kwartaalrekeningen naar maandrekeningen, waardoor er vaker achterstandsmeldingen kwamen. Niet alle signalen leiden tot opvolging (dossier), dit geldt met name bij hele lage bedragen. Als er meerdere signalen zijn op één adres van één persoon, worden deze opgepakt als één dossier. Zowel het aantal signalen als het aantal dossiers is toegenomen. In 2024 hebben we relatief iets minder vaak contact gekregen met inwoners dan in 2023 (18% versus 23%). Daarentegen is het aantal inwoners dat hulp accepteert nadat er contact is geweest, wel flink toegenomen (32% versus 19%). Tabel 3.1 Signalen en opvolging Vroegsignalering (bron: dashboard Vroegsignalering)
2023 2024
signalen
dossiers
contact
hulp
1.730 3.090
1.335 1.780
315 (23%) 338 (18%)
61 (19%) 108 (32%)
De geboden hulp kan bestaan uit een eenmalige, korte interventie om de inwoner te helpen met een betalingsregeling (een quick fix). Of de inwoner wordt verwezen naar andere vormen van hulp in het voorveld, zoals de thuisadministratie of maatschappelijk werk. Maar het kan ook zijn dat er sprake is van problematische schulden. Dan melden we de inwoner – als hij daarvoor openstaat – aan voor schuldhulpverlening. De achterstand in de betaling van de vaste lasten blijkt soms het topje van de ijsberg te zijn. Naast de vier vaste lasten waarvan we de achterstanden via vroegsignalering kennen, zijn er namelijk vele andere rekeningen te betalen. De meest voorkomende schuldeisers bij inwoners met problematische schulden zijn volgens de jaarcijfers van de NVVK 5 (de overkoepelende organisatie van kredietbanken en schuldhulpverleners) de belastingdienst, de zorgverzekeraars, het CJIB en gemeenten. Zodoende is vroegsignalering niet alleen een instrument ter voorkoming van schulden, maar ook een belangrijke toeleider naar schuldhulpverlening. Dit zien we terug in een toename van het aantal aanmeldingen bij schuldhulpverlening (zie paragraaf 3.4). De contacten die we leggen vanuit de vroegsignalering hebben als doel de inwoner een hulpaanbod te doen. Het is aan de inwoner of hij daar gebruik van wil maken.
Het komt regelmatig voor dat de inwoner niet direct openstaat voor hulp, hij geeft vaak aan het zelf te kunnen of willen oplossen. Door
4
Volgens de geldende richtlijnen van Vroegsignalering. Dit houdt in dat er geen privacygevoelige informatie wordt gedeeld in een bericht, zoals bedragen van achterstanden. 5 Jaarverslag NVVK 2024, https://www.nvvk.nl/over-nvvk/jaarverslagen
13
dit eerste contact raakt de inwoner wel bekend met de mogelijkheid van hulp bij schulden. We planten daarmee een zaadje en soms leidt dit ertoe dat de inwoner een tijd later alsnog hulp zoekt. Wat gaan we doen? Vroegsignalering 2026-2029 De komende jaren blijven we de vroegsignalering van schulden verbeteren en waar mogelijk uitbreiden. Recent heeft een aantal gemeenten geëxperimenteerd met het toevoegen van signalen van betalingsachterstanden bij de eigen gemeentelijke invordering van belastingen6. Dit experiment biedt aanknopingspunten maar er zijn ook knelpunten uit naar voren gekomen. Verwacht wordt dat de landelijke evaluatie van de Wgs uit zal wijzen of deze bron door alle gemeenten mag worden gebruikt als vroegsignaleringssignaal. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om gebruik te maken van de zogenaamde CAK-meldingen van betalingsachterstanden bij zorgverzekeraars. Samenwerking met Invordering Een van de aanbevelingen uit de ‘Evaluatie gemeentebelastingen als signaalpartner bij Vroegsignalering’ is om de samenwerking te verbeteren tussen Gemeentebelastingen en Vroegsignalering. Dit sluit aan bij de reactie van het college op motie 2024-07-13k en dit is inmiddels in gang gezet. Inwoners worden nu in schriftelijke communicatie (aanslagen, herinneringen, aanmaningen) gewezen op de mogelijkheid van hulp door het financieel loket bij betalingsproblemen.
Ook gaan de invorderingsmedewerkers proactief telefonisch contact opnemen met een deel van de inwoners7, om hen te wijzen op hulp van het financieel loket. Tot slot gaat de gemeentelijke deurwaarder inwoners actief verwijzen naar het financieel loket door middel van een warme overdracht. Hiermee zijn we in de zomer van 2025 gestart. CAK- meldingen Inwoners die een achterstand hebben van 6 maanden worden op grond van de regeling betalingsachterstand zorgpremie8 aangemeld bij het Centraal Administratiekantoor (CAK). Het CAK neemt de inning van de zorgpremie over van de zorgverzekeraar. Hierbij gaat het CAK de premie (met een opslag) rechtstreeks inhouden op het salaris of de uitkering van de inwoner (bronheffing). Dit blijft doorlopen tot de inwoner de achterstand bij de zorgverzekeraar heeft ingelopen of als hij daarvoor een betalingsregeling treft met de verzekeraar. Het is mogelijk om een overzicht te ontvangen van inwoners die bij het CAK zijn aangemeld en deze te gebruiken als signaal van betalingsproblemen. Het is ons streven om in de komende periode deze CAK-meldingen te gaan toevoegen aan de Vroegsignalering als extra signaal. Dit zal vragen om extra inspanning, omdat dit leidt tot meer signalen en dossiers die we moeten afhandelen.
Hoe gaan we dit monitoren? • • • •
We houden bij hoeveel signalen we ontvangen vanuit vroegsignalering We houden bij hoeveel inwoners we bereiken We houden bij hoeveel inwoners hulp accepteren We houden bij welke hulp inwoners ontvangen
6 Zie: Evaluatie gemeentebelastingen als signaalpartner bij Vroegsignalering VNG, januari 2025 7 Dit gaat om inwoners die kwijtschelding hebben gekregen van de gemeentelijke heffingen, maar ook een aanslag voor de
containerledigingen die niet in aanmerking komen voor kwijtschelding. Een deel van deze inwoners heeft betalingsachterstanden op deze aanslag. 8 Dit is sinds 1 januari 2025 de nieuwe naam van deze regeling, die voorheen bekend stond als de wanbetalersregeling.
14
3.4
Schuldhulpverlening
Preventie en vroegsignalering zijn gericht op het voorkomen van (problematische) schulden. Als inwoners in een situatie zijn gekomen dat er problematische schulden zijn ontstaan, kunnen zij gebruik maken van schuldhulpverlening. Hiervoor heeft in 2019 een aanbestedingstraject gelopen. Vanaf 2020 wordt dit in Noordoostpolder uitgevoerd door de Kredietbank Nederland (KBNL). KBNL is lid van de NVVK9 en werkt volgens de door de NVVK opgestelde richtlijnen (NVVK-normen). Het contract met KBNL loopt tot 2028. Dit betekent dat we in 2027 de schuldhulpverlening opnieuw moeten aanbesteden. Als er sprake is van problematische schulden, meldt het financieel loket de inwoner aan bij KBNL. In het geval van een uiterst acute noodsituatie zetten we in voorkomende gevallen het maatwerkbudget in, om huisuitzetting of afsluiting van energie te voorkomen. Na een intake volgt een Plan van aanpak. Over het algemeen volgt eerst een periode van stabilisatie, die maximaal acht maanden kan duren. Tijdens de stabilisatie wordt vaak budgetbeheer en budgetcoaching ingezet. In sommige gevallen is het beter als de inwoner onder bewind komt (zie paragraaf 4.2). Andere vormen van flankerende hulp kunnen ook in deze fase worden opgestart. Daarnaast wordt gestart met de inventarisatie van de schulden. Na de stabilisatiefase volgt de fase van schuldregelen.
Het einddoel is een oplossing van de schulden, door middel van een schuldbemiddeling of een saneringskrediet. Dit zijn alle oplossingen waarbij het gaat om een minnelijke schuldregeling – dat wil zeggen in overleg met en met instemming van de betrokken schuldeisers. Als een of meer schuldeisers niet willen meewerken aan een minnelijke regeling, is de laatste mogelijkheid om via de rechter een schuldsanering af te dwingen, door een aanvraag op grond van de WSNP10. Zie Bijlage 1 voor een uitgebreide beschrijving van alle onderdelen van het proces. Figuur 3.3 Schematische weergave schuldhulpverlening (bron: NVVK)
9 NVVK: Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet. De brancheorganisatie voor schuldhulpverlening sociale
kredietverlening. 10 WSNP: Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen.
15
Doel Het doel van schuldhulpverlening is, inwoners een schuldenvrije toekomst te bieden.
Wat hebben we gedaan? Monitoring resultaten Sinds 2020 zijn 316 inwoners aangemeld voor een schuldregeling bij KBNL. Dit heeft voor 142 inwoners geleid tot het opstarten van een schuldregeling11. Hiervan hebben 55 inwoners (huishoudens) een oplossing voor hun schulden gekregen via een schuldbemiddeling en 55 met behulp van een saneringskrediet. Voor 32 huishoudens is er (nog) geen oplossing gerealiseerd, deze trajecten lopen nog. In een enkel geval is (zijn) de inwoner(s) alsnog uitgevallen of is het niet mogelijk gebleken een schuldregeling te realiseren. Tabel 3.2 Aantallen schuldhulpverlening (bron: KBNL)
aanmelding intake schuldregeling schuldbemiddeling saneringskrediet
2020 53 54 15 0 8
2021 51 48 38 19 13
2022 50 51 27 17 12
2023 72 74 30 10 5
2024 TOTAAL 90 316 92 319 32 142 9 55 17 55
In 2023 en 2024 is het aantal inwoners dat is aangemeld voor een traject schuldhulpverlening fors toegenomen. Met name in 2024 zien we hierin het effect van Vroegsignalering. Ongeveer de helft van de aanmeldingen betreft inwoners die als gevolg van Vroegsignalering in contact zijn gekomen met het financieel loket. Vooral in de eerste fase van het traject is er sprake van uitval, tussen intake en schuldregeling. In deze fase wordt veel van inwoners verwacht. Er moet veel informatie worden aangeleverd. Ook moet vaak een deel van het inkomen worden gerepareerd (toeslagen of uitkeringen aangevraagd). Veelal is het noodzakelijk dat voor de inwoner budgetbeheer wordt opgestart. Ook hiervoor is veel informatie nodig. In veel gevallen is er niet alleen sprake van financiële problemen, maar ook van psychische problematiek, verslaving of problemen in de relationele sfeer. We zien een toename van de uitval in 2023 en 2024. Het tegengaan van uitval is een belangrijk onderdeel van de basisdienstverlening (zie hieronder). Termijnen Voordat kan worden overgegaan tot een schuldregeling, is meestal sprake van een periode van stabilisatie. In deze periode wordt het inkomen geoptimaliseerd, budgetbeheer opgestart en waar nodig ondersteunende hulp opgestart voor andere problematiek.
Vanaf de aanmelding tot het daadwerkelijk opstarten duurt het over het algemeen bijna een jaar totdat gestart kan worden met de schuldregeling. De periode van schuldregelen mag maximaal 120 dagen duren. Een schuldregeling resulteert, als alle schuldeisers meewerken, in een schuldbemiddeling of een saneringskrediet. Sinds 1 juli 2023 is de looptijd daarvan verkort van 36 maanden naar 18 maanden 12.
11 Noot: Voor inwoners die in 2024 een intake hebben gehad, kan de schuldregeling in 2025 starten. 12 De aanloop naar een definitieve oplossing voor de schulden is lang. De inwoner leeft al die tijd van een laag inkomen en daarna volgde nog een drie jaar durend traject van aflossing van de schulden. Dit werd gezien als een zeer zware belasting voor schuldenaren en werkte mogelijk als belemmering om een schuldhulptraject aan te gaan. Per 1 juli 2023 is daarom de duur van de schuldregeling verkort van 36 maanden naar 18 maanden. De verwachting daarbij is dat hierdoor meer mensen gebruik maken van schuldhulpverlening.
16
Termijnen Intakegesprek: binnen 4 weken na aanmelding, of in geval van acceptatie van een hulpaanbod op grond van vroegsignalering binnen 4 weken na ontvangst van het achterstandssignaal. In geval van een bedreigende situatie (crisis) vindt de intake binnen 3 dagen plaats. Beschikking: binnen 8 weken na het (eerste) intakegesprek. De beschikking bestaat bij toekenning uit een plan van aanpak.
Wat gaan we doen? Voortzetten huidig beleid De komende periode gaan we door met het huidige beleid. In de uitvoering gaan we aan de slag met het terugdringen van uitval. Dit doen we onder meer door onderdelen van de basisdienstverlening in te voeren, samen met onze partner KBNL. Basisdienstverlening Uit verschillende onderzoeken van de laatste jaren is gebleken dat de toegang, het bereik en de resultaten van schuldhulpverlening per gemeente aanzienlijk kunnen verschillen13. Onderdeel van de Nationaal Programma Armoede en Schulden is dan ook het verbeteren en gelijktrekken van de toegang tot schuldhulpverlening in Nederland. Hiervoor heeft het ministerie van SZW samen met de VNG, NVVK en Divosa gewerkt aan een verbeterplan om de kwaliteit van de schuldhulpverlening per gemeente te waarborgen. Dit verbeterplan is geconcretiseerd in het beschrijven van de basisdienstverlening, die voor alle gemeenten in Nederland gelijk moet zijn. De dienstverlening moet zo worden ingericht dat onder meer: - de drempels zo laag mogelijk worden om hulp te zoeken - de inwoner wordt begeleid vanaf de start, om uitval te voorkomen - er een duidelijk plan van aanpak én een begeleidingsplan is - de inwoner wordt ontzorgd bij het leveren van gegevens - zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van een saneringskrediet in plaats van schuldbemiddeling - er nazorg plaatsvindt tot 12 maanden na afloop.
Door de verschillende onderdelen van de basisdienstverlening in te voeren, is de verwachting dat inwoners beter kunnen worden ondersteund bij een schuldhulptraject, wat zorgt voor een verbetering van de effectiviteit. Een belangrijk onderdeel van de basisdienstverlening is het bieden van begeleiding en ondersteuning vanaf de start. Dit zorgt ervoor dat inwoners beter betrokken blijven bij hun traject. Inwoners hebben echter zelf ook een zekere inspanningsverplichting. Met een duidelijk Plan van aanpak en begeleidingsplan weet de inwoner wat er van hem of haar zelf wordt verwacht. Dit draagt bij aan de effectiviteit van het traject. Doel van alle onderdelen van de basisdienstverlening is het voorkomen van uitval en recidive. Zoals tabel 2 aangeeft, is de uitval aan het begin van het traject ook in Noordoostpolder hoog. Daarom gaan we de komende jaren aan de slag met het invoeren van de verschillende onderdelen van de basisdienstverlening, met name de begeleiding. Dit doen we in samenwerking met KBNL, maar ook met onze maatschappelijke partners. Dit vraagt om extra inspanning, waarvoor het Rijk structureel 40 miljoen per jaar beschikbaar heeft gesteld.
13 ‘Een open deur?’ Ombudsman, 2018; Uitvoering Schuldhulpverlening nader bekeken, Inspectie SZW, 2020
17
Figuur 3.4 Elementen basisdienstverlening (bron: VNG)
Hoe gaan we dit monitoren? • • • • • •
We houden bij hoeveel huishoudens problematische schulden hebben We houden bij hoeveel huishoudens we aanmelden voor schuldhulpverlening We houden bij hoeveel huishoudens worden toegelaten We houden bij hoelang de doorlooptijden zijn We houden bij hoeveel inwoners een schuldregeling krijgen en welke (schuldbemiddeling / saneringskrediet) We houden de aantallen en de redenen van uitval bij
18
3.5
Nazorg
Een belangrijk onderdeel van schuldhulpverlening is de nazorg. Contact houden met de inwoner na afloop van een schuldentraject is van belang om terugval te voorkomen. Tijdens een nazorgtraject wordt gewerkt aan het versterken van de financiële (zelf)redzaamheid en kan ondersteuning worden geboden bij veranderingen in het leven van de inwoner die risico’s vormen voor nieuwe schulden. Nazorg is in 2020 ingekocht als onderdeel van de schuldhulpverlening door KBNL. Doel Het doel van nazorg is, te voorkomen dat inwoners opnieuw in de schulden belanden. Wat hebben we gedaan? In de afgelopen periode is nazorg (te) weinig ingezet. Tijdens het traject is er vaak sprake van budgetbeheer (zie ook paragraaf 4.1). Als de schuldregeling is afgelopen, leert de ervaring dat een deel van de inwoners zo snel mogelijk weer de zelf de beschikking wil hebben over hun eigen inkomen. Het budgetbeheer stopt dan en de inwoner staat vaak niet open voor verdere begeleiding. Een ander deel van de inwoners blijft in budgetbeheer. In beide gevallen is wenselijk om meer begeleiding in te zetten. Nazorg is in onze ogen een vorm van begeleiding. Wat gaan we doen? In het kader van de basisdienstverlening wordt begeleiding losgekoppeld van de duur van het schuldentraject. Begeleiding loopt dus door zolang dit nodig is, ook als de schulden zijn afgelost. Dan is er sprake van nazorg.
We gaan in 2026 samen met onze partners een plan maken voor de uitvoering van begeleiding en coaching tijdens en na het schuldhulptraject. Er zijn verschillende mogelijkheden om dit vorm te geven. Inzet van vrijwilligers en/of ervaringsdeskundigen is een optie maar ook kan gedacht worden aan professionele budgetcoaches of schuldhulpverleners. Hiervoor maken we gebruik van de leidraad ‘Het begeleiden van inwoners vanuit de elementen basisdienstverlening’ van de VNG. Hoe gaan we dit monitoren? • We houden bij hoe vaak begeleiding wordt ingezet tijdens het traject schuldhulpverlening • We houden bij hoe vaak inwoners begeleiding krijgen na afloop van het traject • We houden bij hoe vaak inwoners zich opnieuw melden voor hulp (recidive)
19
4.
Wat gaan we nog meer doen?
4.1
Budgetbeheer
Budgetbeheer is een veel gebruikt onderdeel van schuldhulpverlening. Inwoners die zich melden voor schuldhulpverlening hebben vaak veel problemen met het betalen van hun vaste lasten en hebben daar niet zelden ook achterstanden in. Voordat gestart kan worden met het treffen van een schuldregeling, is het verkrijgen van stabiliteit in de inkomsten en uitgaven een vereiste. Er mogen immers tijdens de schuldregeling geen nieuwe schulden ontstaan. En schuldeisers stellen vaak als voorwaarde voor instemming met het kwijtschelden van een deel van de schulden, dat de lopende lasten worden betaald. Met budgetbeheer neemt de kredietbank het beheer van inkomsten en uitgaven over. Zolang de schuldregeling loopt, is het budgetbeheer onderdeel van dit traject. In de praktijk zien we, dat een deel van de inwoners ook nádat het schuldentraject is afgerond, graag in budgetbeheer willen blijven. Er is vaak grote angst om zelf weer verantwoordelijk te worden voor de eigen financiën, bang als men is dat het opnieuw fout gaat. Om die reden is begeleiding en coaching als onderdeel van het traject erg belangrijk. Tijdens of ook na de schuldregeling wordt daarmee gewerkt aan het verbeteren van de kennis en vaardigheden, maar ook aan motivatie en gedragsverandering. Het uiteindelijke doel is dat de inwoner voldoende financieel redzaam is.
Dit kan ook inhouden dat de inwoner weet waar hij terecht kan voor incidentele hulp, zoals bij informele hulp in de eigen omgeving of hulp van een vrijwilligersorganisatie. Blijvend in budgetbeheer als vorm van nazorg Toch leert de ervaring dat een deel van de inwoners niet voldoende redzaam te maken is. Voor deze inwoners willen wij de mogelijkheid openhouden om langer gebruik te kunnen maken van budgetbeheer. Hiermee voorkomen we dat de inwoner opnieuw in de schulden komt, waarmee we het instrument inzetten als preventie. Zo voorkomen we ook dat de inwoner uiteindelijk kiest voor bewindvoering, waarvan de kosten aanzienlijk hoger zijn. Wel maken we afspraken om op regelmatige basis opnieuw te onderzoeken of de situatie van de inwoner is gewijzigd waardoor deze wel in staat is om toe te werken naar (zelf)redzaamheid of om de kosten zelf te dragen. Preventief in budgetbeheer ter voorkoming van schulden Ook maken we het voor inwoners mogelijk om preventief gebruik te maken van budgetbeheer, zelfs als er nog geen schulden zijn. Hierbij onderzoeken we eerst of de inwoner met andere vormen van financiële hulp ondersteund kan worden in zijn (zelf)redzaamheid, bijvoorbeeld door inzet van ondersteuning door een vrijwilliger bij de administratie of budgetcoaching door de kredietbank.
Vergoeding van de kosten Als de inwoner over voldoende inkomen beschikt om het budgetbeheer zelf te kunnen betalen, kan deze op eigen kosten onder budgetbeheer blijven of komen. Dit is niet aan de orde tijdens een schuldregelingstraject, maar wel bij preventief budgetbeheer of budgetbeheer als vorm van nazorg. We onderzoeken welke inkomensgrens hiervoor het meest passend is. Beleidsregels Om bovenstaande mogelijk te maken passen we de beleidsregels schuldhulpverlening aan en werken we dit uit in werkafspraken met KBNL.
4.2
Bewindvoering
In 2024 zijn we in gesprek gegaan met een aantal bewindvoerders in de gemeente om te komen tot samenwerkingsafspraken. Deze zijn vastgelegd in een convenant. Doel van de samenwerking is om inwoners met problematische schulden, die al onder bewind staan of die dit nodig hebben, sneller schuldenvrij te maken. Ook zijn afspraken gemaakt over de inzet van andere ondersteuning binnen het sociaal domein die daarbij soms nodig is en over het toewerken naar (zelf)redzaamheid.
20
Uitstroom uit bewind bevorderen met Plinkr Voor dit laatste willen we in 2026 een pilot starten met Plinkr. De Plinkr-methode is ontwikkeld voor mensen die onder beschermingsbewind staan en er klaar voor zijn om hun geldzaken weer zelfstandig te regelen. Onder begeleiding van een coach leren ze in een traject van 6 maanden om financieel op eigen benen te staan. De Plinkr-methode verlicht de taak van (vaak overbelaste) bewindvoerders en biedt mensen concrete hulp op weg naar financiële zelfstandigheid. Met de methodiek wordt in de eerste plaats duidelijk of iemand klaar is om zelf weer zijn financiën te doen. Met de methodiek wordt iemand daarop voorbereid. Ook biedt de methodiek een onderbouwing voor de rechtbank om het bewind te verlengen, als blijkt dat iemand (nog) niet voldoende (zelf)redzaam is. Wettelijk moet de bewindvoerder de uitstroom begeleiden. In de praktijk hebben zij daar onvoldoende tijd (lees: middelen) voor. De vergoeding voor bewindvoering staat al jaren onder druk. De casussen worden complexer, met name als er sprake is van schuldenproblematiek. Bovendien is bewindvoeren iets anders dan coachen. Niet iedere bewindvoerder is een goede coach. Steeds meer gemeenten zetten Plinkr in om de inwoner samen met de bewindvoerder en een coach te begeleiden.
De VNG heeft vanuit het Programma Verbinden Schulden Domein de methode omarmd en een handreiking opgesteld voor implementatie ervan. Voor de gemeente heeft het stimuleren van uitstroom uit bewind meerdere voordelen. Ten eerste is het voor de inwoner zelf belangrijk om weer zelfstandig zijn financiën te kunnen beheren. Dit draagt bij aan het zelfvertrouwen, het gevoel van regie op het eigen leven en de eigenwaarde van de inwoner. Ten tweede worden de kosten van bewindvoering in grote mate door de gemeente gedragen. Inwoners met een laag inkomen krijgen de kosten vergoed uit de bijzondere bijstand. De uitgaven hiervoor zijn gestegen van € 467.000 in 2020 tot € 591.000 in 2024. Volgens onderzoek van Deloitte14 kan de Plinkr methode zorgen voor uitstroom van ongeveer 20 procent van de onder bewind gestelden. Dit betekent een aanzienlijke kostenbesparing, waarmee de methodiek zichzelf minimaal terugverdient. Een pilot moet uitwijzen hoe dit uitpakt in Noordoostpolder.
4.3
Ondersteuning bij complexe financiële problematiek
We zien een toename van inwoners met een niet-Nederlandse achtergrond, die zich melden bij het financieel loket of bij onze partners, waarbij sprake is van grote financiële problemen. De combinatie van een taalbarrière, onvoldoende begrip van de Nederlandse regelgeving en in sommige gevallen wantrouwen tegen de overheid speelt deze inwoners parten. Veelal komen zij veel te laat in beeld en is de hulpvraag groot. Het is op dat moment alle hens aan dek en er is intensieve ondersteuning nodig op het financieel administratieve vlak. Meestal is inzet van een tolk noodzakelijk. Deze doelgroep kan niet terecht bij onze partners in het voorveld. Daarom hebben we de afgelopen twee jaar een pilot gedraaid in het financieel loket met een medewerker complexe casussen. Deze medewerker kan snel inspringen bij deze inwoners en heeft de mogelijkheid om intensief, soms meerdere malen in een week, contact te hebben met de inwoners. De medewerker laat de inwoner pas los op het moment dat het inkomen geregeld is en de schuldhulpverlening op gang is gebracht. In veel gevallen wordt budgetbeheer of zelfs bewindvoering ingezet. Voor de jaren 2026-2027 is in de Perspectiefnota ruimte gemaakt om door te gaan met de ondersteuning van deze inwoners.
In die periode gaan we de samenwerking met het maatschappelijk werk en de vrijwilligersorganisaties intensiveren, om waar mogelijk een deel van deze begeleiding in het voorveld te beleggen.
4.4
Schuldenfunctionaris rechtbank
In april 2024 is de rechtbank Midden-Nederland het project ‘schuldenfunctionaris’ gestart, in navolging van succesvolle ervaring hiermee bij andere rechtbanken. De schuldenfunctionarissen zijn medewerkers van de rechtbank die aanwezig zijn, dan wel op afroep beschikbaar zijn, bij alle soorten zittingen. Als de rechter of griffier constateert dat een rechtzoekende problematische schulden heeft 14
https://www.schuldenlab.nl/sites/default/files/files/Impactmeting_Plinker_Nazorg_2023_01062024.pdf
21
en open staat voor hulp, dan brengt de rechter de rechtzoekende in contact met een schuldenfunctionaris. De schuldenfunctionaris gaat direct na de zitting in gesprek met de rechtzoekende. Vervolgens legt de schuldenfunctionaris contact met de schuldhulpverlening van de gemeente in kwestie. Het is de bedoeling dat daarna zo snel mogelijk een afspraak plaatsvindt tussen betrokkene en de schuldhulpverlening. Het financieel loket van de gemeente is aanspreekpunt voor de schuldenfunctionarissen.
4.5
Voorkomen huisuitzettingen
In het kader van het voorkomen van huisuitzettingen als gevolg van huurachterstanden werken we nauw samen met Mercatus, maatschappelijk werk en Vangnet en Advies van de GGD. Er is gezamenlijk een werkproces opgesteld waarin afspraken zijn gemaakt op wie wat doet en wanneer. Zeker in het geval er minderjarige kinderen betrokken zijn, zetten we alles op alles om ervoor te zorgen dat een ontruiming voorkomen kan worden. Door de nauwe samenwerking lukt het in de meeste gevallen om de inwoner naar schuldhulpverlening en/of bewindvoering te begeleiden.