CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

9.1 Bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Neushoornweg 33 te Kraggenburg'.pdf

Gemeenteraad 31 januari 2022, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 9: Bestemmingsplan Landelijk gebied, Neushoornweg 33 te Kraggenburg25.302 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

3.3

Overige zoogdieren In de omgeving van het plangebied komen diverse beschermde zoogdiersoorten voor zoals bever, bunzing en otter. Van de hermelijn en wezel zijn geen waarnemingen bekend in en rond het plangebied maar worden mogelijk wel verwacht in de omgeving. Daarom worden deze soorten ook meegenomen in deze QuickScan. In het plangebied zijn geen watergangen aanwezig waardoor de aanwezigheid van de bever en de otter op voorhand uitgesloten kan worden.

Datum: 6 april 2021 rapport: R21.052, versie 1.0

blad 12 van 20

RHO Adviseurs QuickScan Kraggenburg, Neushoornweg 33

Hermelijn, wezel en bunzing De hermelijn, wezel en bunzing leven in allerlei verschillende soorten leefgebieden, van open plekken tot in bossen. Belangrijk is dat er voldoende dekking en schuilmogelijkheden aanwezig zijn en dat er voldoende prooidieren in de vorm van (woel)muizen te vinden zijn. Verblijfplaatsen bevinden zich op plaatsen met voldoende dekking, zoals in bosschages, takkenbulten en in holen van muizen, ratten, konijnen, mollen, dassen en vossen (Zoogdiervereniging, z.d.). Mogelijk verblijven van hermelijn, wezel en/of bunzing bevinden zich bij de heggen rond de erfafscheidingen. Daarnaast gebruiken hermelijn, wezel en bunzing delen van het projectgebied mogelijk als foerageergebied. Vanwege de kleine omvang van het projectgebied en de grote hoeveelheid vergelijkbaar foerageergebied in de omgeving, is dit foerageergebied echter niet essentieel. Mogelijke consequenties van de ingreep op verblijfplaatsen van de hermelijn, wezel en bunzing worden behandeld in hoofdstuk 5.

3.4

Overige fauna Overige beschermde diersoorten zoals, amfibieën, reptielen, dagvlinders, libellen, vissen, kreeftachtigen en weekdieren zijn niet bekend in de omgeving van het plangebied en worden ook niet verwacht op basis van de aanwezige habitat en de bekende verspreidingsgegevens.

3.5

Vaatplanten De in Nederland beschermde vaatplanten stellen specifieke eisen aan hun groeiplaats, of komen slechts beperkt voor in Nederland. De meeste soorten groeien op voedselarme bodems en zijn niet te verwachten op stikstofrijke of bemeste bodems zoals landbouwgronden en de meeste wegbermen. Andere beschermde soorten groeien slechts in een specifieke biogeografische regio in Nederland, zoals in het rivierengebied of in het heuvelland van Zuid Limburg. Gezien de aanwezige habitats binnen het plangebied in combinatie met de bekende huidige verspreiding van beschermde plantensoorten, kan uitgesloten worden dat deze soorten aanwezig zijn binnen het plangebied.

Datum: 6 april 2021 rapport: R21.052, versie 1.0

blad 13 van 20

RHO Adviseurs QuickScan Kraggenburg, Neushoornweg 33

4

Effecten en gevolgen

4.1

Overzicht beschermde soorten In dit hoofdstuk wordt de geplande ingreep getoetst aan de aanwezige of verwachte beschermde soorten (zie hoofdstuk 3) binnen het plangebied, en de te verwachten risico’s voor deze soorten, bij uitvoer van de geplande werkzaamheden. In de Wet natuurbescherming zijn vooral vaste verblijfplaatsen (voortplantingslocaties zoals nesten, holen, kraamkolonies etc.) van belang, maar ook de functionele leefomgeving die de vaste verblijfplaatsen in stand houdt. Voor soorten die niet genoemd worden vanuit de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn of Wnb artikel 3.10 geldt de algemene vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen. Zelfs bij negatieve effecten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Ditzelfde geldt voor soorten van Wnb artikel 3.10, waarvoor een Provinciale vrijstelling is uitgegeven. Voor deze soorten geldt wel de zorgplicht, maar ze worden hieronder, ondanks eventueel voorkomen en eventueel te verwachten negatieve effecten, niet meegenomen. Soortgroep Jaarrond beschermde broedvogels

Soort(en) Kerkuil en huismus

Algemene broedvogels Diverse soorten Vleermuizen

Diverse gebouwbewonende vleermuizen (verblijfplaatsen en vliegroutes)

Bescherming

Aanwezig

3.10

Waarschijnlijk

3.10

Potentieel

3.5

Waarschijnlijk

Tabel 4.1. Soort(groep)en van de Wet natuurbescherming waarvoor het effect van de maatregel bepaald moet worden.

4.2

Effecten op de in het plangebied (mogelijk) aanwezige flora en fauna Jaarrond beschermde broedvogels In de schuur hangt een uilenkast die mogelijk dit vogelbroedseizoen weer in gebruikt wordt genomen door de kerkuil. In de te slopen bedrijfswoning is er onder het vogelschroot toegang tot onder de dakpannen voor de huismus, ook zijn er mestsporen van vermoedelijk de huismus aangetroffen. Door het slopen van de bedrijfswoning, kunnen eventuele aanwezige verblijfplaatsen van huismussen verloren gaan. Ook kan er verstoring optreden voor broedgevallen van de kerkuil. Dit is in strijd met de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming, waardoor de werkzaamheden niet uitgevoerd kunnen worden zonder dat de in paragraaf 5.1 genoemde vervolgstappen in acht worden genomen. Algemene broedvogels In het plangebied en binnen de verstoringszone hiervan kunnen meerdere algemene broedvogels tot broeden komen. In dezelfde schuur als waar de uilenkast hangt zijn resten en één intact nest van de boerenzwaluw aangetroffen. In de kapschuur zijn vier nesten aangetroffen van vermoedelijk een duivensoort. Bij de sloop van de bedrijfswoning kan er, wanneer werkzaamheden in de buurt van in gebruik zijnde nesten worden uitgevoerd, verstoring optreden.

Dit is in strijd met de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming, waardoor de werkzaamheden niet uitgevoerd kunnen worden zonder dat de in paragraaf 5.2 genoemde vervolgstappen in acht worden genomen.

Datum: 6 april 2021 rapport: R21.052, versie 1.0

blad 14 van 20

RHO Adviseurs QuickScan Kraggenburg, Neushoornweg 33

Vleermuizen Op de zolder van de te slopen bedrijfswoning bevinden zich mogelijk kraam-, zomer-, en paarverblijfplaatsen van één of meerdere soorten gebouwbewonende vleermuizen. De bomenlaan aan de Neushoornweg dient mogelijk als essentiële vliegroute voor vleermuizen. Ten behoeve van de werkzaamheden zullen er geen bomen verwijderd worden, hierdoor zal de functionaliteit van deze vliegroute niet verloren gaan. Wel kan er door het gebruik van bouwverlichting, lichtverstoring optreden. Het slopen van de bedrijfswoning kan tot gevolg hebben dat eventuele verblijfplaatsen van vleermuizen verdwijnen. Dit is in strijd met de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming, waardoor de werkzaamheden niet uitgevoerd kunnen worden zonder dat de in paragraaf 5.3 genoemde vervolgstappen in acht worden genomen.

Datum: 6 april 2021 rapport: R21.052, versie 1.0

blad 15 van 20

RHO Adviseurs QuickScan Kraggenburg, Neushoornweg 33

5

Mitigerende maatregelen In dit hoofdstuk worden de vervolgmaatregelen beschreven voor de soorten waarvan in hoofdstuk 4 is bepaald dat deze mogelijk een effect bemerken van de geplande ingreep. Deze vervolgmaatregel kan bestaan uit het uitvoeren van nader onderzoek om de aanwezigheid te bevestigen of uit te sluiten. Maar de vervolgmaatregel kan ook aangeven dat er een aanvraag voor een ontheffing op de verbodsbepalingen in de Wet natuurbescherming benodigd is. Er kan ook een lijst met mitigerende maatregelen staan aangegeven, waarbij de ingreep uitgevoerd kan worden zonder een ontheffing. Indien de ingreep zonder enig nader onderzoek, mitigatie of ontheffingsaanvraag uitgevoerd kan worden, wordt dat in dit hoofdstuk vermeld. Soortgroep

Soort(en)

Bescherming

Aanwezig

Vervolgactie

Jaarrond beschermde broedvogels

Kerkuil en huismus

3.10

Potentieel

Algemene broedvogels

Diverse soorten

3.10

Waarschijnlijk Mitigatie

Vleermuizen

Diverse gebouwbewonende soorten (verblijfplaatsen en vliegroutes)

3.5

Waarschijnlijk Mitigatie + nader onderzoek

Mitigatie + nader onderzoek

Tabel 5.1. Soort(groep)en van de Wet natuurbescherming waarvoor een vervolgactie benodigd is.

5.1

Jaarrond beschermde broedvogels; mitigatie en nader onderzoek Kerkuil In de schuur hangt een uilenkast die mogelijk in gebruik is door de kerkuil. Door de sloopwerkzaamheden kan er verstoring van broedgevallen optreden. Dit is in strijd met de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming. De bedrijfswoning dient daarom gesloopt te worden buiten het broedseizoen van de kerkuil, of er dient voor de aanvang van de werkzaamheden gecontroleerd te worden door een ter zake kundige ecoloog of de nestkast daadwerkelijk in gebruik is. De broedperiode van de kerkuil loopt doorgaans van februari tot en met augustus maar kan in muizenrijke jaren doorlopen tot december. Huismus In het dak van de te slopen bedrijfswoning bevinden zich mogelijk jaarrond beschermde nesten van de huismus. Het verwijderen, ontoegankelijk of ongeschikt maken van deze potentiële nestplaatsen is in strijd met de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming. Daarom moet, voordat de werkzaamheden van start kunnen gaan, eerst nader onderzoek worden uitgevoerd om de aanwezigheid van nestplaatsen te bevestigen dan wel uit te sluiten. Het nader onderzoek naar huismus bestaat uit minstens 2 veldbezoeken die overdag worden afgelegd in de periode van 1 april tot 15 mei, met een tussenpose van minstens 10 dagen tussen de veldbezoeken.

Een bezoek heeft een lengte van een half uur en dient plaats te vinden onder geschikte omstandigheden. Indien uit het nader onderzoek blijkt dat er geen nesten van huismus aanwezig zijn, is er geen belemmering meer vanuit de Wet natuurbescherming voor wat betreft de bescherming van jaarrond beschermde vogelnesten. Indien er echter nesten van de huismus worden aangetroffen, dient er eerst Datum: 6 april 2021 rapport: R21.052, versie 1.0

blad 16 van 20

RHO Adviseurs QuickScan Kraggenburg, Neushoornweg 33

een ontheffing op de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd bij de Provincie. Om deze ontheffing te verkrijgen, moeten er mitigerende maatregelen worden genomen door bijvoorbeeld het aanbieden van alternatieve nestgelegenheden in de omgeving.

5.2

Algemene broedvogels; mitigatie Algemene broedvogels Alle inheemse broedvogels zijn tijdens het broeden wettelijk beschermd volgens de Vogelrichtlijn. Als er ten tijde van de beoogde start van de werkzaamheden vogels in, of binnen de verstoringszone van het plangebied broeden, kunnen de werkzaamheden ter plaatse geen doorgang vinden totdat de jongen zijn uitgevlogen. Het is niet mogelijk om een ontheffing te verkrijgen voor het verstoren en verjagen van broedende vogels. Het verdient daarom de aanbeveling om de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Een wettelijk vastgestelde periode voor het broedseizoen bestaat niet, bepalend is of broedgevallen aanwezig zijn. Indicatieve datumgrenzen zijn 15 maart tot 15 juli, maar er bestaan, afhankelijk van het weer en de vogelsoort, vele uitzonderingen op deze regel. Indien de werkzaamheden starten aan het begin van het broedseizoen: Broedgevallen binnen het plan- en verstoringsgebied van de werkzaamheden moeten voorkomen worden. Het ongeschikt maken kan preventief gedaan worden door ruim voor het vogelbroedseizoen het gebied te ontdoen van geschikte nestgelegenheden. Dit kan op verschillende manieren. • Door het van te voren ontoegankelijk maken van de kapschuur kunnen broedgevallen in de kapschuur voorkomen worden. Het ontoegankelijk maken van jaarrond beschermde nesten is niet toegestaan.

De uilenkast en de bedrijfswoning mogen dus niet ontoegankelijk worden gemaakt. Indien de werkzaamheden starten te midden van het broedseizoen: • Het plan- en verstoringsgebied dient eerst door een ter zake kundige ecoloog gecontroleerd te worden op aanwezigheid van broedvogels; • Indien vastgesteld wordt dat sprake is van actuele broedgevallen binnen het plan- of verstoringsgebied, worden door de ter zake kundige ecoloog specifieke maatregelen voorgesteld en/of wordt (een deel van) het plangebied niet vrijgegeven en dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden tot alle nesten, vanuit eigen beweging van de vogels, niet meer in gebruik zijn.

5.3

Vleermuizen; nader onderzoek en mitigatie De zolder van de te slopen bedrijfswoning dient mogelijk als kraam-, zomer- of paarverblijfplaats voor vleermuizen. Het verwijderen, ontoegankelijk maken of verstoren van dergelijke verblijfplaatsen is een overtreding van de verbodsartikelen in de Wet natuurbescherming. Er dient doormiddel van nader onderzoek te worden uitgezocht of vleermuizen daadwerkelijk verblijven op de zolder van de bedrijfswoning. Daarnaast vormt de bomenlaan aan de Neushoornweg een mogelijke essentiële vliegroute. Het verstoren van essentiële vliegroutes is een overtreding van de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming. Daarom dienen onderstaande mitigerende maatregelen in acht worden genomen. Nader onderzoek verblijven Het nader onderzoek naar kraam-, zomer- en paarverblijven van vleermuizen bestaat uit vijf veldbezoeken. Drie van deze bezoeken moeten plaatsvinden tussen 15 mei en 15 juli, met tussenposes van minstens 20 dagen tussen de bezoeken. Minstens één van de drie bezoeken moet ’s ochtends voor zonsopkomst worden uitgevoerd, de overige bezoeken worden ’s avonds na zonsondergang uitgevoerd. In het najaar, tussen 15 augustus en 1 oktober, moeten nog twee bezoeken worden uitgevoerd, rond middernacht. Tussen deze bezoeken moet minstens 20 dagen zitten.

De bezoeken mogen alleen uitgevoerd worden als de weersomstandigheden binnen de grenzen van het vleermuisprotocol vallen.

Datum: 6 april 2021 rapport: R21.052, versie 1.0

blad 17 van 20

RHO Adviseurs QuickScan Kraggenburg, Neushoornweg 33

Daarnaast dient er, door de geschiktheid van het dak voor de grootoorvleermuis, extra vleermuisonderzoek uitgevoerd te worden. Dit omdat de grootoorvleermuis overal in het dak tussen het riet kunnen zitten in combinatie met de geringe trefkans met gewone batdetectors. Er wordt aangeraden om voor de detectie van de grootoorvleermuis te werken met batloggers. Deze batloggers worden in de kraamperiode op de zolder van de bedrijfswoning geplaatst voor enkele dagen, waarna er gekeken wordt of er fragmenten van echolocatie van de grootoorvleermuis opgenomen zijn. Mitigatie vliegroute De omgeving van de werkzaamheden kan door vleermuizen in gebruik zijn als vliegroute. Er moet tijdens de werkzaamheden rekening gehouden worden met het vermijden van extra lichtoverlast op potentiële vliegroutes. Indien er licht gevoerd wordt na zonsondergang en voor zonsopkomst, dan dienen onderstaande mitigerende maatregelen opgevolgd te worden. Mitigerende maatregelen: • Extra lichtoverlast tijdens de werkzaamheden moet worden voorkomen door het licht weg te draaien van bebouwing en bomen; • Indien verlichting gevoerd moet worden dient er gekozen te worden voor amberkleurige verlichting.

Datum: 6 april 2021 rapport: R21.052, versie 1.0

blad 18 van 20

RHO Adviseurs QuickScan Kraggenburg, Neushoornweg 33

6

Conclusie In opdracht van RHO adviseurs heeft ecologisch adviesbureau JM ecologie b.v. een QuickScan uitgevoerd aan de Neushoornweg 33 te Kraggenburg, gemeente Noordoostpolder, provincie Flevoland. De opdrachtgever is voornemens de huidige bedrijfswoning te slopen en hiervoor een nieuwe bedrijfswoning te bouwen. Uit de QuickScan is gebleken dat er mogelijk jaarrond beschermde nesten van de huismus en verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen aanwezig zijn in de te slopen bedrijfswoning. Om aan- of afwezigheid van deze soorten aan te tonen dient er nader onderzoek uitgevoerd te worden. Daarnaast dienen er mitigerende maatregelen genomen te worden ten aanzien van lichtverstoring op mogelijk essentiële vliegroutes voor vleermuizen. Daarnaast hangt er een uilenkast in de grote schuur, die wanneer in gebruik is door een kerkuil, onder het beschermingsregime van een jaarrond nest valt. Hiervoor dient buiten het broedseizoen van de kerkuil gewerkt te worden of er dient een ter zake kundige ecoloog voorafgaand op de werkzaamheden te controleren of de kast ook daadwerkelijk in gebruik is. Ook voor algemene broedvogels dienen er mitigerende maatregelen genomen worden wanneer er niet buiten het broedseizoen wordt gewerkt. Indien de werkzaamheden starten aan het begin van het broedseizoen kan het plangebied preventief broedvogelvrij gehouden worden.

Deze preventieve maatregelen mogen niet genomen worden voor jaarrond beschermde nesten (huismusnesten en de uilenkast). De werking van de preventieve maatregelen dient gecontroleerd te worden door een ter zake kundig ecoloog. Indien gestart wordt te midden van het broedseizoen dient door een ter zake kundig ecoloog het plangebied, voorafgaand aan de werkzaamheden, gecontroleerd te worden op actieve broedgevallen.

Gorredijk, april 2021 JM ecologie b.v.

Datum: 6 april 2021 rapport: R21.052, versie 1.0

blad 19 van 20

RHO Adviseurs QuickScan Kraggenburg, Neushoornweg 33

Geraadpleegde bronnen • • • • •

Nationale Database Flora- en Fauna (NDFF), geraadpleegd op 18 maart 2021. BIJ12, 2017. Kennisdocumenten. SOVON Vogelonderzoek Nederland 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000. Netwerk Groene Bureaus & Zoogdiervereniging, 2021. Vleermuisprotocol 2021. Zoogdiervereniging (z.d.). Informatiepagina soorten. Geraadpleegd van https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten

Datum: 6 april 2021 rapport: R21.052, versie 1.0

blad 20 van 20

bestemmingsplan Landelijk gebied, Neushoornweg 33 te Kraggenburg

76

bestemmingsplan (ontwerp)

bestemmingsplan Landelijk gebied, Neushoornweg 33 te Kraggenburg

Regels

bestemmingsplan (ontwerp)

77

bestemmingsplan Landelijk gebied, Neushoornweg 33 te Kraggenburg

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 1.1

Begrippen

plan:

het bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Neushoornweg 33 te Kraggenburg' met identificatienummer NL.IMRO.0171.BP00684-ON01 van de gemeente Noordoostpolder; 1.2

bestemmingsplan:

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3

aan huis verbonden bedrijf:

de in bijlage 2 genoemde bedrijvigheid, dan wel naar de aard en de invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen bedrijvigheid, die door zijn beperkte omvang in of bij een woonhuis met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend; 1.4

aan huis verbonden beroep:

de uitoefening van een beroep (dan wel het verlenen van diensten) op administratief, maatschappelijk, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig of een daarmee gelijk te stellen gebied, dat in of bij een woonhuis wordt uitgeoefend, waarbij in overwegende mate de woonfunctie blijft behouden en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.5

aanduiding:

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.6

aanduidingsgrens:

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.7

ander bouwwerk:

een bouwwerk, geen gebouw zijnde; 1.8

arbeidsmigranten

arbeidskrachten uit binnen- en buitenland die gedurende een bepaalde periode werkzaam zijn op een bedrijf; 1.9

bebouwing:

één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.10

bebouwingspercentage:

de oppervlakte van gebouwen uitgedrukt in procenten van de nader aangegeven gronden; 1.11

bedrijf:

een onderneming waarbij het accent ligt op het vervaardigen, bewerken, installeren, inzamelen en verhandelen van goederen, waarbij eventueel detailhandel uitsluitend plaatsvindt als ondergeschikt onderdeel van de onderneming in de vorm van verkoop dan wel levering van ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen dan wel goederen die in rechtstreeks verband staan met de uitgeoefende handelingen;

78

bestemmingsplan (ontwerp)

bestemmingsplan Landelijk gebied, Neushoornweg 33 te Kraggenburg

1.12

bedrijfsgebouw:

een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf; 1.13

bedrijfswoning:

een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is; 1.14

bestemmingsgrens:

de grens van een bestemmingsvlak; 1.15

bestemmingsvlak:

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.16

bijbehorend bouwwerk:

functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd, op de grond staand gebouw of ander bouwwerk met een dak, waaronder in ieder geval wordt verstaan een aanbouw, uitbouw, bijgebouw, serre en/of erker; 1.17

bouwen:

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten; 1.18

bouwgrens:

de grens van een bouwvlak; 1.19

bouwperceel:

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.20

bouwperceelgrens:

de grens van een bouwperceel; 1.21

bouwwerk:

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.22

detailhandel:

het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), het verkopen en/of leveren van goederen, geen motorbrandstoffen zijnde, aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.23

erfsloot:

sloot welke vanuit de oorspronkelijke inrichting van het erf altijd direct ligt of heeft gelegen langs de zij- en achterkant van het erf; 1.24

gebouw:

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

bestemmingsplan (ontwerp)

79

bestemmingsplan Landelijk gebied, Neushoornweg 33 te Kraggenburg

1.25

nadere eis:

een nadere eis als bedoeld in artikel 3.6, lid 1, onder d van de Wet ruimtelijke ordening; 1.26

nutsvoorzieningen:

voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen en apparatuur voor telecommunicatie; 1.27

omgevingsvergunning:

vergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; 1.28

peil:

a. voor een bouwwerk op een perceel waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan een weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdingang; b. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het afgewerkte terrein; 1.29 prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.30

risicovolle inrichting:

een inrichting, bij welke ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde, een richtwaarde voor het risico c.q. een risico-afstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten; 1.31

seksinrichting:

een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang als zij het bedrijfsmatig, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotische- of pornografische aard plaatsvinden. Hieronder wordt tevens verstaan een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, parenclub, (raam)prostitutiebedrijf en een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.32

verkoopvloeroppervlakte:

de voor het publiek zichtbare en toegankelijke (besloten) winkelruimte ten behoeve van de detailhandel; 1.33

voorgevel:

de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien een perceel met meerdere zijden aan een weg grenst, de als zodanig door burgemeester en wethouders aan te wijzen gevel; 1.34

woning:

Een gebouw of een gedeelte van een gebouw, krachtens aard en indeling geschikt en bestemd voor de huisvesting van één huishouden. 1.35

woonhuis:

een gebouw dat één woning omvat.

80

bestemmingsplan (ontwerp)

bestemmingsplan Landelijk gebied, Neushoornweg 33 te Kraggenburg

Artikel 2 2.1

Wijze van meten

goothoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.2

inhoud van een bouwwerk:

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.3

bouwhoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.4

oppervlakte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het object.

bestemmingsplan (ontwerp)

81

bestemmingsplan Landelijk gebied, Neushoornweg 33 te Kraggenburg

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 3.1

Agrarisch

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. agrarische bedrijvigheid in de vorm van een grondgebonden agrarisch bedrijf; b. de waterhuishouding; c. extensieve openluchtrecreatie, zoals fiets- en voetpaden; d. sloten en watergangen; e. kavelpaden; met daarbijbehorende: f. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; g. andere-werken; h. ontsluitingswegen en paden; i. watergangen en waterhuishoudkundige voorzieningen; j. groenvoorzieningen; k. nutsvoorzieningen. De gronden dienen niet als erf te worden beschouwd in de zin van artikel 1 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor).

3.2

Bouwregels

Op en in de gronden als bedoeld in lid 3.1 mogen uitsluitend bouwwerken geen gebouw zijnde ten dienste van de bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen. 3.2.1

Bouwwerken geen gebouw zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouw zijnde gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag ten hoogste 1,0 meter bedragen met dien verstande dat deze wordt uitgevoerd in de vorm van palen met draad; b. overige andere bouwwerken zijn uitgesloten.

82

bestemmingsplan (ontwerp)

bestemmingsplan Landelijk gebied, Neushoornweg 33 te Kraggenburg

Artikel 4 4.1

Bedrijf

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijven die in de van deze regels deel uitmakende Bijlage 1 zijn aangeduid als categorie 1 en 2; b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf – loonbedrijf', ook een loonbedrijf; met daaraan ondergeschikt: c. een bed & breakfast met een oppervlakte van maximaal 100 m² met daarbij behorende: d. gebouwen en bijbehorende bouwwerken; e. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; f. andere werken; g. tuinen, erven en paden; h. waterhuishoudkundige voorzieningen; i. parkeervoorzieningen; j. nutsvoorzieningen. 4.2

Bouwregels

4.2.1

Toegestane bebouwing

Op en in de gronden als bedoeld in 4.1 mogen uitsluitend gebouwd worden: a. bedrijfsgebouwen; b. bedrijfswoningen; c. bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen; d. bouwwerken, geen gebouw zijnde. 4.2.2

Bedrijfsgebouwen

Voor bedrijfsgebouwen gelden de volgende regels: a. een bedrijfsgebouw mag uitsluitend gebouwd worden binnen een bouwvlak; b. het bebouwingspercentage van het bestemmingsvlak mag voor bedrijven ten hoogste 20% bedragen; c. de goothoogte van een bedrijfsgebouw mag niet meer bedragen dan 8,5 m; d. de bouwhoogte van een bedrijfsgebouw mag niet meer bedragen dan 11 m. 4.2.3

Bedrijfswoning

Voor bedrijfswoningen gelden de volgende regels: a. een bedrijfswoning mag uitsluitend gebouwd worden binnen de aanduiding 'bedrijfswoning'; b. per aanduiding 'bedrijfswoning' mag niet meer dan één bedrijfswoning gebouwd worden; c. de inhoud van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 1200 m³; d. de dakhelling van een bedrijfswoning mag niet minder dan 30° en niet meer dan 60° bedragen; e. de goothoogte van een bedrijfswoning mag niet meer dan 3 m bedragen; f. de bouwhoogte van een bedrijfswoning mag niet meer dan 10 m bedragen.

bestemmingsplan (ontwerp)

83

bestemmingsplan Landelijk gebied, Neushoornweg 33 te Kraggenburg

4.2.4

Bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen

Voor bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen gelden de volgende regels: a. een bijbehorend bouwwerk mag uitsluitend gebouwd worden binnen een bouwvlak; b. een bijbehorend bouwwerk mag uitsluitend worden gebouwd 1 m achter het verlengde van de naar de weg gekeerde gevel van de betreffende bedrijfswoning; c. de oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken per bedrijfswoning mag niet meer dan 150 m² bedragen; d. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 3 m; e. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 6 m; f. in afwijking van het bepaalde onder a., b., c., d. en e. gelden voor de herbouw van bestaande bijbehorende bouwwerken de bestaande maten, afmetingen, situering en omvang van de bebouwde oppervlakte van een gebouw als maximum. 4.2.5

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- of terreinafscheidingen bedraagt maximaal 2,5 m; b. de bouwhoogte van licht- en vlaggenmasten bedraagt maximaal 12 m; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 4 m. 4.3

Specifieke gebruiksregels

4.3.1

Voorwaardelijke verplichting erfsingel

Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken overeenkomstig de in lid 4.1 opgenomen bestemmingsomschrijving, zonder de aanplant en instandhouding van een erfsingel conform het in bijlage 3 opgenomen inrichtingstekening met bijbehorend beplantingsplan.

4.3.2

Strijdig gebruik

Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden als staanplaats voor onderkomens en als opslag-, stort- of bergplaats van al dan niet afgedankte voorwerpen, stoffen, materialen en producten, tenzij dit noodzakelijk is in verband met de ter plaatse gevestigde bedrijvigheid of het normale beheer en onderhoud van de gronden en gebouwen; b. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken (met uitzondering van bedrijfswoningen) als zelfstandige woonruimte; c. het gebruik van gebouwen ten behoeve van een seksinrichting. 4.3.3

Geoorloofd gebruik

Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval niet gerekend een aan huis verbonden beroep of een aan huis verbonden bedrijfsactiviteit, mits: a. ten hoogste 30% van de oppervlakte van een woonhuis of de woning binnen een woongebouw en ten hoogste 60% van de toegelaten oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken mag worden gebruikt ten behoeve van het aan huis verbonden beroep; b. de uitstraling van de woning intact blijft; c. het gebruik geen onevenredig nadelige gevolgen heeft voor het woon- en leefmilieu; d. het gebruik geen onevenredig nadelige gevolgen heeft op de normale afwikkeling van het verkeer; e. het parkeren ten behoeve van het gebruik binnen het bestemmingsvlak op eigen terrein plaatsvindt;

84

bestemmingsplan (ontwerp)

bestemmingsplan Landelijk gebied, Neushoornweg 33 te Kraggenburg f. geen detailhandel wordt uitgeoefend; g. de activiteit in ieder geval door de bewoner(s) wordt uitgeoefend; h. in geval van een aan huis verbonden bedrijfsactiviteit, het een activiteit betreft die genoemd is in bijlage 2 Aan huis verbonden bedrijfsactiviteiten 4.4

Afwijken van regels

4.4.1

Afwijken specifieke gebruiksregels

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 4.3.1, indien de aanplant en instandhouding van een erfsingel op een andere gelijkwaardige wijze wordt aangeplant en in stand wordt gehouden dan is bepaald in de inrichtringstekening met bijbehorend beplantingsplan, zoals opgenomen in de betreffende bijlage 3 van de regels, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van landschap en beeldkwaliteit.

bestemmingsplan (ontwerp)

85

bestemmingsplan Landelijk gebied, Neushoornweg 33 te Kraggenburg

Artikel 5 5.1

Waarde - Archeologische verwachtingswaarde WA-8

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde WA-8' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van de aldaar in of op de grond aanwezige archeologische verwachtingswaarden. 5.2

Bouwregels

5.2.1

Omgevingsvergunning voor het bouwen

Voor bouwwerken, waarvoor bodemingrepen nodig zijn met een oppervlakte groter dan 10.000 m² en dieper dan 100 cm, moet alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk wordt verleend, door de aanvrager een rapport worden overgelegd waarin, naar het oordeel van burgemeester en wethouders: de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld; en a. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd. 5.2.2 Voorwaarden omgevingsvergunning voor het bouwen Indien uit het in 5.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen worden verstoord, kunnen burgemeester en wethouders één of meer van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.

5.2.3 Advies Indien burgemeester en wethouders voornemens zijn om aan de vergunning voorwaarden te verbinden als bedoeld in 5.2.2, wordt een archeologisch deskundige om advies gevraagd. 5.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.3.1

Verbod

Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op de gronden van toepassing zijnde bestemmingen een omgevingsvergunning vereist, met dien verstande dat het werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden betreft met een oppervlakte groter dan 10.000 m² en dieper dan 100 cm: a. het ontgronden, afgraven, egaliseren, mengen, diepploegen en ontginnen van gronden; b. het graven van watergangen; c. het graven van sleuven breder dan 50 cm ten behoeve van het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatieleidingen, drainage en funderingen en daarmee verband houdende constructies, installaties en/of apparatuur; d. het permanent verlagen van het waterpeil.

86

bestemmingsplan (ontwerp)

bestemmingsplan Landelijk gebied, Neushoornweg 33 te Kraggenburg

5.3.2

Uitzondering

Het bepaalde in 5.3.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die: a. het normale onderhoud en het normale agrarische gebruik betreffen; b. reeds in uitvoering zijn ten tijde van het van kracht worden van het plan; c. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; d. aanvaardbaar zijn op basis van een eerder onderzoek waaruit is gebleken dat ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn. 5.3.3 Afwegingskader De in 5.3.1 genoemde omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien: a. op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe bevoegde instantie is aangetoond dat geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, of; b. op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe bevoegde instantie is aangetoond dat de archeologische waarden door de werken en/of werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad, of; c. één of meer van de volgende voorwaarden in acht genomen wordt: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, of; 2. een verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek door middel van opgravingen, of; 3. een verplichting de werken en/of werkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.

5.3.4 Advies Indien burgemeester en wethouders voornemens zijn om aan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden voorwaarden te verbinden wordt een professioneel archeoloog om advies gevraagd. 5.4

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen door de bestemming 'Waarde Archeologische verwachtingswaarde WA-8' geheel of gedeeltelijk te verwijderen indien op basis van archeologisch onderzoek door een archeologisch deskundige is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.

bestemmingsplan (ontwerp)

87

bestemmingsplan Landelijk gebied, Neushoornweg 33 te Kraggenburg

Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 6

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

88

bestemmingsplan (ontwerp)

bestemmingsplan Landelijk gebied, Neushoornweg 33 te Kraggenburg

Artikel 7 7.1

Algemene gebruiksregels

Gebruik

Het parkeren ten behoeve van de bestemming dient te allen tijde plaats te vinden binnen het betreffende bestemmingsvlak. 7.2

Strijdig gebruik

Tot een gebruik, strijdig met de in het plan aan de grond gegeven bestemming, wordt in ieder geval gerekend, het gebruiken of laten gebruiken van gronden: a. als seksinrichting; b. als standplaats; c. als ligplaats voor woonboten of -schepen, drijvende recreatiewoningen en andere drijvende woongelegenheden; d. als stand- of ligplaats van kampeermiddelen, demonteerbare of verplaatsbare inrichtingen voor detailhandel in etenswaren en/of dranken, en andere onderkomens; e. als opslag-, stort- of bergplaats van machines, voer- en vaartuigen en andere al of niet afgedankte stoffen, voorwerpen en producten; f. voor het beproeven van voertuigen, voor het racen of crossen met motorvoertuigen of bromfietsen en voor het beoefenen van de modelvliegtuigsport; g. voor militaire oefeningen met rups- en andere zware voertuigen; h. voor het ophogen van gronden buiten het erf ten behoeve van permanente bollenteelt. Een en ander tenzij dit gebruik verband houdt met het op de bestemming gerichte beheer van de gronden of het gebruik uitdrukkelijk is toegestaan. 7.3

Toegestaan gebruik

Onder een gebruik strijdig met de bestemming wordt in ieder geval niet gerekend, het gebruiken of laten gebruiken van gronden ten behoeve van: Kabels en leidingen, niet zijnde hoofd(transport)leidingen.

bestemmingsplan (ontwerp)

89

bestemmingsplan Landelijk gebied, Neushoornweg 33 te Kraggenburg

Artikel 8 8.1

Overige regels

Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden

8.1.1 Voldoende parkeergelegenheid a. De in het plangebied aanwezige gronden mogen slechts worden bebouwd en/of in gebruik worden genomen en/of het gebruik van deze gronden mag enkel worden gewijzigd onder de voorwaarde dat voldoende parkeergelegenheid bij, op of onder het gebouw dan wel bij, op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw hoort worden gerealiseerd. b. Gerealiseerde voorzieningen als bedoeld in sub a, dienen na realisering in stand te worden gehouden voor het gebruik waar de betreffende voorzieningen voor nodig zijn. 8.1.2

Voldoende laad- en losruimte

Indien het beoogde gebruik van een bouwwerk aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, wordt een omgevingsvergunning voor het bouwen uitsluitend verleend indien aan of in dat bouwwerk dan wel op het onbebouwde terrein bij het bouwwerk wordt voorzien in die ruimte. Deze bepaling geldt niet: a. voor bestaand gebruik, waarbij de herbouw van een bouwwerk zonder functiewijziging wordt beschouwd als bestaand gebruik; b. voor zover op andere wijze in de nodige laad- of losruimte wordt voorzien. 8.1.3

Beleidsregels

Bij verlenen omgevingsvergunning voor de in lid 8.1.1 sub a genoemde gronden, past het bevoegd gezag de beleidsregels van de 'Nota Parkeernormen' toe met inbegrip van eventuele wijzigingen van deze beleidsregels zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning.

8.1.4

Afwijken

a Afwijken parkeergelegenheid Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 8.1.1 sub a overeenkomstig de afwijkingsmogelijkheden die vastliggen in de beleidsregels als bedoeld in lid 8.1.3 b Afwijken laad- en losruimte Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 8.1.2 en worden toegestaan dat in minder dan voldoende laad- en losgelegenheid wordt voorzien indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit.

8.1.5

Nadere eis

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de situering van parkeergelegenheid en laad- en losruimte, als dit noodzakelijk is om een goede verkeersstructuur en/of bereikbaarheid voor een pand, perceel, straat (of deel daarvan) dan wel een andere ruimtelijke functionele structuur te waarborgen.

90

bestemmingsplan (ontwerp)

bestemmingsplan Landelijk gebied, Neushoornweg 33 te Kraggenburg

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 9 9.1

Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken

a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in sublid a. een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het sublid a. met maximaal 10%. c. Sublid a. is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 9.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b.

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in sublid a., te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in sublid a., na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Sublid a. is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

bestemmingsplan (ontwerp)

91

bestemmingsplan Landelijk gebied, Neushoornweg 33 te Kraggenburg

Artikel 10 Slotregel

Deze regels worden aangehaald als:

Regels van het bestemmingsplan "Landelijk gebied, Neushoornweg 33 te Kraggenburg" van de gemeente Noordoostpolder.

Behorend bij besluit van ........................

92

bestemmingsplan (ontwerp)

bestemmingsplan Landelijk gebied, Neushoornweg 33 te Kraggenburg

Bijlagen regels

bestemmingsplan (ontwerp)

93

bestemmingsplan Landelijk gebied, Neushoornweg 33 te Kraggenburg

Bijlage 1

94

Staat van Bedrijfsactiviteiten

bestemmingsplan (ontwerp)

BIJLAGE 1: MOGELIJKHEDEN NIEUWE BEDRIJFSFUNCTIES IN VRIJKOMENDE (AGRARISCHE) GEBOUWEN

stof

geluid

gevaar

verkeer

visueel

grootste afstand

categorie

opmerking

Indices

geur

Afstanden

014

Dienstverlening t.b.v. de landbouw

30

10

50

10

2

1

50

3

D

0141.1

hoveniersbedrijven

10

10

10

10

1

1

10

1

10

10

50

0

1

1

50

3

10

0

30

0

1

1

30

2

30

30

0

1

1

30

2

SBI-Code

01

02 020 15 1593 t/m 1595 20 205 22

OMSCHRIJVING

LANDBOUW EN DIENSTVERLENING T.B.V. DE LANDBOUW

BOSBOUW EN DIENSTVERLENING T.B.V. BOSBOUW Bosbouwbedrijven VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN Vervaardiging van wijn, cider e.d.

C

HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK E.D. Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken

10

UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUKTIE VAN OPGENOMEN MEDIA

2222.6

Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen

10

0

30

0

1

1

30

2

2223

Grafische afwerking

10

0

10

0

1

1

10

1

2223

Binderijen

30

0

30

0

2

1

30

2

2224

Grafische reproduktie en zetten

30

0

10

10

2

1

30

2

B

2225

Overige grafische aktiviteiten

30

0

30

10

2

1

30

2

B D

223

Reproduktiebedrijven opgenomen media

10

0

10

0

1

1

10

1

26

VERVAARDIGING VAN GLAS, AARDEWERK, CEMENT-, KALK- EN GIPSPRODUKTEN

2615

Glasbewerkingsbedrijven

262, 263

Aardewerkfabrieken:

262, 263 33

* vermogen elektrische ovens totaal < 40 kW

10

50

50

30

1

1

50

3

10

50

30

10

1

1

50

3

Bedrijven voor medische en optische apparaten en instrumenten e.d.

36

VERVAARDIGING VAN MEUBELS EN OVERIGE GOEDEREN N.E.G.

30

0

30

0

1

1

30

2

362

Fabricage van munten, sieraden e.d.

30

10

10

10

1

1

30

2

363

Muziekinstrumentenfabrieken

30

10

30

10

2

2

30

2

10

30

50

10

1

1

50

3

45 51

Bouwbedrijven en aannemersbedrijven met werkplaats Handelsbemiddeling (kantoren)

0

0

10

0

1

1

10

1

Grth in akkerbouwprodukten en veevoeders

30

30

30

30

2

2

30

2

5122

Grth in bloemen en planten

10

10

30

0

2

1

30

2

5124

Grth in huiden, vellen en leder

50

0

30

0

2

1

50

3

5125, 5131

Grth in ruwe tabak, groenten, fruit en consumptie-aardappelen

30

30

30

30

2

1

30

2

5132, 5133

Grth in vlees, vleeswaren, zuivelprodukten, eieren, spijsoliën en -vetten

10

0

30

30

2

1

30

2

5134

Grth in dranken

0

0

30

0

2

1

30

2

5135

Grth in tabaksprodukten

10

0

30

0

2

1

30

2

5136

Grth in suiker, chocolade en suikerwerk

10

10

30

0

2

1

30

2

5137

Grth in koffie, thee, cacao en specerijen

30

10

30

0

2

1

30

2

5138, 5139

Grth in overige voedings- en genotmiddelen

10

10

30

30

2

1

30

2

5153

Grth in hout en bouwmaterialen

0

10

50

10

2

2

50

3

517

Overige grth (bedrijfsmeubels, emballage, vakbenodigheden, e.d.)

0

0

30

0

2

2

30

2

10

0

10

10

1

1

10

1

30

0

10

10

1

1

30

2

DETAILHANDEL EN REPARATIE T.B.V. PARTICULIEREN

527

Reparatie t.b.v. particulieren (excl. auto's en motorfietsen)

55

LOGIES-, MAALTIJDEN- EN DRANKENVERSTREKKING

64

Cateringbedrijven

C

POST EN TELECOMMUNICATIE

641

Post- en koeriersdiensten

0

0

30

C

0

2

1

30

2

642

Telecommunicatiebedrijven

0

0

10

C

0

1

1

10

1

0

0

10

0

1

1

10

1

70 70 71

B D

GROOTHANDEL EN HANDELSBEMIDDELING

5121

5552

B

BOUWNIJVERHEID

511

52

L

VERVAARDIGING VAN MEDISCHE EN OPTISCHE APPARATEN EN INSTRUMENTEN

33

45

B

VERHUUR VAN EN HANDEL IN ONROEREND GOED Verhuur van en handel in onroerend goed

VERHUUR VAN TRANSPORTMIDDELEN, MACHINES, ANDERE ROERENDE GOEDEREN

713

Verhuurbedrijven voor machines en werktuigen

10

0

50

10

2

1

50

3

B D

714

Verhuurbedrijven voor roerende goederen n.e.g.

10

10

30

10

2

2

30

2

D

72

COMPUTERSERVICE- EN INFORMATIETECHNOLOGIE

bestemmingsplan landelijk gebied 2004

voorschriften

gevaar

verkeer

visueel

grootste afstand

categorie

Computerservice- en informatietechnologie-bureau's e.d.

0

0

10

0

1

1

10

1

SPEUR- EN ONTWIKKELINGSWERK

731

Natuurwetenschappelijk speur- en ontwikkelingswerk

30

10

30

30

1

1

30

2

732

Maatschappij- en geesteswetenschappelijk onderzoek

0

0

10

0

1

1

10

1

0

0

10

0

1

1

10

1

74 74 85

OVERIGE ZAKELIJKE DIENSTVERLENING Overige zakelijke dienstverlening: kantoren (Dieren-)artsenpraktijken, klinieken en dagverblijven

10

0

10

0

2

1

10

1

8514, 8515

Consultatiebureaus

0

0

10

0

1

1

0

1

Verpleeghuizen kleinschalig

10

0

30

C

0

1

1

30

2

0

0

30

C

30

2

1

30

2

853

D

GEZONDHEIDS- EN WELZIJNSZORG

8512, 8513

92

opmerking

geluid

72 73

OMSCHRIJVING geur

SBI-Code

Indices

stof

Afstanden

CULTUUR, SPORT EN RECREATIE

921, 922

Studio's (film, TV, radio, geluid)

9262

Schietinrichtingen:

9262

* binnenbanen: boogbanen

0

0

10

C

10

1

1

10

1

9262

Sportscholen, fitness centra

0

0

30

C

0

2

1

30

2

93

OVERIGE DIENSTVERLENING

9304

Badhuizen en sauna-baden

10

0

30

C

0

1

1

30

2

9305

Dierenasiels en -pensions

30

0

100

C

0

1

1

100

3

9305

Persoonlijke dienstverlening n.e.g.

0

0

10

C

0

1

1

10

1

D

AmerAdviseurs bv R.O. Amersfoort

bestemmingsplan landelijk gebied 2004

voorschriften

bestemmingsplan Landelijk gebied, Neushoornweg 33 te Kraggenburg

Bijlage 2 lijst van aan huis verbonden bedrijfsactiviteiten

bestemmingsplan (ontwerp)

97

s

s

XY

]

]

X

]

Y

[

Y

Z

g ]

Y

Y

]

a

a

[

g

Y

W

Q `

W

P

)

\

V

w

W

)

o

W c

D

I

J

R

B

D

c

c c c

Y

g

m

`

Y

[

m

Y

X

a

]

a

h

Y

Y

`

o

[

] a

]

Y

Y

h

Z

[

Y

[

g

Y

W

W

W

u

)

c

U

c

c

U

c

c

l

y

n

V

w

i

V

f

V

V

)

I

F

H

R

q

R

M

r

u

I

G

I

F

G

S

T

K

R

}

M

F

M

I

I

u

F

J

K

I

{

K

I

G

E

Q

T

R

u

Y

a

X

]

Y

[

Y

[

a

]

]a

Y

]

`

]

Y

]

Z `

[

m

m

[

Y

c

U

c

c

U

c

c

S

U

U U U

U

Q

U

Q

U

s

)

)

m k

S

D

z

J

)

l

l

V

w

l

i

i

D

z

U N

U

U

P

K

I



{

H

M

F

q

I

P

P

F



G

M

R

M

I

K

E

o

a

N

U

Q

Q

U

Q

B

)

I

Q

{

B

e

c

p

e

c

p

U

)

B

z

B

B

z

p

p

U

_

l

_

\

V

w

i

\

V

i

T

B

p

d

p

U

U

U

Q

U

U

c

c c c

O

U

U U U

O

c

c c c

u

U

U U U

W

W

c

Y

|

a

[

Y

]

a

Y

k

k

`

h

g ]

Y

Y

j

Y

g

Y

g

Y

]X

Y

k

W

c

)

k

`

h

g

`

`

B

c

H

M

F

M

I

q

K

I

J

G

{

M

I

F

O

I

P

L

F

q

I

P

e

p

d

p

U

p

v

z

B

c

_

~

S

o

W

d

p

c

W

V

w

V

l

_

\

V

w

I

H

N

N

N

N

z

c

]

[

a]

`

€

]

X

]

Y

[

Y

Z

g ]

Y

Y

Y

| `

Y

V

H

M

F

M

I

q

K

I

J

G

{

M

I

F

O

I

H

_

e

p

d

p

U

p

D

p

F

N

N

o

N

p

K

V

R

B

N

v

z

N

F

S

c

D

D

W

d

p

K

Y

[

]

W

W

V

l

V

i

i

\

V

l

n

Y

X

Y

m

g ]

g

Y

]

a

a

h

g

]

Y

]

Y

Z

[

Y

[

g

Y

I

Z

W

N

z

B

d

p

c

V

w

V

l

_

k

J

R

o

D

p

p

p

e

p

c

t

k

c

c

B

z

z

z

v

v

v

v

N

e

d

c

N

p

v

d

c

B

v

d

C

v

O

I

R

H

O

M

I

K

I

R

K

M

R

M

F

q

I

O

M

S

r

M

I

M

S

J

K

E

E

r

K

I

J

N

N

N

N

N

N

]

Y

|

[

Y

m

]

Y

Z

[

Y

g

]

X

[

Y

Y

|

[

Y

Z

]

Y

]

`

t

)

g

Y

Y

g

`

g

]

`

[

X

a

W

c

U

c

c

U

c

c

U

Q

U

Q

U

M

I

~

I



{

H

M

F

K

I

P

I

~

K

I

J

M

I

M

I

H

M

F

q

q

I

G

{

M

F

I

q

I

F

u

M

S

M

F

}

U

v

U

z

z

C

z

e

U

n

\

V

l

n

V

_

_

N

N

p

d

d

z

U

c

U

c

u

c

U

c

c

S

z

z

C

z

e

z

p

p

z

z

z

z

C

z

z

N

N

z

z

C

z

V

V

V

K

s

s

s

s

N )

)

]

Y

k

Y

h

Y

g

Y

|

Z

]

Y

Z

[

Y

X

`

[

g

Y

Z

]a

Y

g

a

`

`

W

c

U

e

B

B

C

U

U

U

d

z

i

n

\

V

l

n

w

w

l

q

s

s

s

)

B

C

d

z

K

I

R

J

K

I

J

G

I

r

J

t

G

H

M

F

M

I

q

K

I

J

G

{

M

I

F

O

s

s

s

s

c

V

s

Y

`[

]

Y

g

Y

[

a

o

a

]

Y

g

a

m

`

h

x

Y

]

Y

[

Y

h

m

[

`

k

Z

Y

W

W

W

W

W

U

Q

U

U

c

U

c

U

c

U

c

V

f

y

w

^

V

w

V

n

s

s

q

F

S

M

I

K

I

F

q

E

u

F

G

K

S

Q

J

t

G

I

F

G

S

K

S

Q

I

K

M

I

q

I

O

M

S

r

`

Y

o

]

Y

o

]

a

Y

k

X

] a

Y

Z

[

Y

Y

m

[

k

G

I

O

a

)

`

W

K

p

e

B

C

k

Y

B

C

v

p

B

C

W

U

H

U

U

c

U

c

c

U

c

c

B

D

U

d

B

B

V

l

\

V

l

n

V

_

l

K

]

X

[

Y

j

`

Y

h

g

`[

U

H

U

U

c

U

c

c

U

c

c

S

e

U

D

U

d

B

B

B

V

_

f

i

V

f

H

]

Y

[

a]

`

]

Y

[

Y

Z

Y

X

W

W

U

Q

U

U

c

U

c

c

U

c

c

U

D

C

U

B

B

b

_

^

\

V

V

E

N

)

D

C

B

B

S

F

O

I

T

M

I

T

R

M

I

H

Q

R

M

S

J

I

F

G

P

E

O

R

K

Q

I

K

M

I

M

I

L

F

K

I

P

P

E

K

O

M

I

L

F

K

I

J

I

H

G

F

E

7

*

)

)

?

:

:

=

;

/

/

/

3

/

8

+

4

6

1

0

5

;

2

0

0

0

3

7

5

4

=

2

3

,

:

1

9

5

1

4

6

1

A

>

0

;

2

0

5

,

8

0

;

4

/

0

;

-

4

0

9

@

.

<

0

5

7

2

3

9

2

4

2

8

0

0





(



'

"





(

( &



"



"

(

'

"

$

&

%

$

























"



!





















#







































































De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/1884/documents/29436