CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

8.1 Bijlage 1 Bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, Kleiweg 3-4 te Emmeloord’.pdf

Gemeenteraad 11 oktober 2021, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 8: Bestemmingsplan Landelijk gebied, Kleiweg 3-4 te Emmeloord15.031 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

NL.IMRO.0171.BP00670-ON01 Toelichting

Gemeente Noordoostpolder Landelijk gebied, Kleiweg 3-4 te Emmeloord

Blad 31 van 51 Juni 2021 Versie 01

Het erf zelf heeft ook een aantal kenmerken die bijdragen aan de bijzondere inrichting van de polder. Wat hierin opvalt is de aanwezigheid van een min of meer volwassen erfsingel. Ook deze singel is een basisonderdeel van het ontwerp van de Noordoostpolder. Het kent een vaste maatvoering. Het type beplanting was deels afhankelijk van de ondergrond. Het doel was vooral om beschutting te creëren in het open vlakke polderland en een stukje menselijke maatvoering aan te brengen. De erfsingels zijn daarmee een belangrijk element op het schaalniveau van de polder als geheel. Samen met de omlijsting van de dorpen vormen het groene eilanden in een open agrarische bedrijfsruimte. Meer informatie hierover is terug te vinden in bijlage ‘Historie Erfsingels’. Het perceel is zoals gezegd van origine een agrarisch erf. Er is sprake van een 2 – erven stelsel. Op de volgende figuur is dit 2-erven stelsel weergegeven. De luchtfoto verduidelijkt dit ook nog eens, 2 erven aan weerszijden van de weg. Dit stelsel blijft intact en wordt niet aangetast door voorliggend bestemmingsplan.

Figuur 4.3: Een weergave van het plangebied waaruit zichtbaar het 2-erven stelsel blijkt.

De bestemmingswijziging leidt dan ook niet tot aantasting van eventuele cultuurhistorische waarden. In het plangebied komen geen monumenten voor. Vanuit het oogpunt van cultuurhistorie mag het bestemmingsplan uitvoerbaar worden geacht. In de directe omgeving en in het plangebied zelf komen geen monumenten of cultuurhistorische waarden voor. Met de voorgenomen ontwikkeling geen sprake zijn van onevenredige aantasting van cultuurhistorisch waardevolle elementen.

NL.IMRO.0171.BP00670-ON01 Toelichting

Gemeente Noordoostpolder Landelijk gebied, Kleiweg 3-4 te Emmeloord

Blad 32 van 51 Juni 2021 Versie 01

4.4

Bodem In het bestemmingsplan dient aangegeven te worden wat de kwaliteit van de bodem ter plaatse van het plangebied is. Tevens dient, op basis van de Mor (Ministeriële regeling omgevingsrecht), bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen een rapportage van een recent uitgevoerd verkennend bodemonderzoek toegevoegd te worden. Voor verkennend bodemonderzoek op een locatie wordt de norm NEN 5740 gehanteerd (onderzoeksstrategie voor verkennend bodemonderzoek). Uit de kaarten van het bodemloket blijkt dat beide percelen bekend zijn. Onderstaand een weergave van het bodemloket.

Figuur 4.4: Een weergave van www.bodemloket.nl met het plangebied (blauwe kader).

Voorliggend bestemmingsplan voorziet voornamelijk in de ontwikkeling waarbij de Agrarische bestemming juridisch-planologisch wijzigt naar een bestemming Bedrijf met functieaanduiding agrarische verwerkingsbedrijf. Tevens voorziet het bestemmingsplan in toekomstige bebouwingsmogelijkheden voor het bedrijfspand en de bedrijfswoning. Conclusie Gelet op het gebruik uit het verleden en het huidige gebruik worden geen ernstige verontreinigingen verwacht. Er is geen sprake van een overgang naar gevoelig(-er) gebruik waardoor bodemonderzoek niet noodzakelijk is. Het plan mag, gelet op het voorgaande en huidige gebruik, wat betreft het aspect bodem uitvoerbaar worden verondersteld. Wat betreft een bodemonderzoek en de toekomstige bouwplannen van het bedrijf en de uitbreiding van de bedrijfswoning worden in de aanvraag omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit (artikel 2.1 lid 1 onder a. Wabo) beoordeeld. De verbodsbepaling uit de gemeentelijke bouwverordening, dat het bouwen op verontreinigd grond verboden is, blijft onverkort van toepassing.

4.5

Externe en fysieke veiligheid Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (hierna: het Bevi) richt zich primair op inrichtingen zoals bedoeld in de Wet milieubeheer. In artikel 2, lid 1 van het Bevi staan

NL.IMRO.0171.BP00670-ON01 Toelichting

Gemeente Noordoostpolder Landelijk gebied, Kleiweg 3-4 te Emmeloord

Blad 33 van 51 Juni 2021 Versie 01

de inrichtingen genoemd waarop het Bevi van toepassing is. Deze inrichtingen brengen risico’s met zich mee voor de in de omgeving aanwezige risicogevoelige objecten. Voorliggend bestemmingsplan voorziet voornamelijk in de ontwikkeling waarbij de bestemming juridisch-planologisch wijzigt naar een bestemming Agrarische verwerkingsbedrijf. In het plangebied zijn twee bestaande bedrijfswoningen aanwezig. Het plan voorziet niet in het toevoegen van (beperkt) kwetsbare objecten. Bedrijfsloodsen zijn niet aangemerkt als risico veroorzakende inrichting. Echter, bedrijfsloodsen (waarin mensen verblijven) worden wel aangemerkt als een (beperkt) kwetsbaar object, zodat beoordeeld dient te worden of er in de nabijheid van het terrein eventueel Bevi-inrichtingen zijn die van invloed zijn/kunnen zijn op de uitbreidingsplannen. Hiertoe is een check uitgevoerd aan de risicokaart Flevoland.

Figuur 4.5: Een weergave van www.risicokaart.nl met het plangebied (blauwe kader)

4.5.1

Bevi-inrichtingen binnen en buiten het plangebied Binnen en buiten het plangebied zelf bevinden zich geen Bevi-inrichtingen

4.5.2

Buisleidingen Er bevindt zich in het plangebied een buisleiding (N-500-50). De buisleiding heeft een diameter van 8,36 inch met een maximale werkdruk van 40 bar. Volgens onderstaande tabel heeft een dergelijke buisleiding een inventarisatieafstand 95 meter.

NL.IMRO.0171.BP00670-ON01 Toelichting

Gemeente Noordoostpolder Landelijk gebied, Kleiweg 3-4 te Emmeloord

Blad 34 van 51 Juni 2021 Versie 01

Aanwezige bedrijfsbebouwing en twee bestaande bedrijfswoningen zijn reeds gelegen binnen de genoemde inventarisatieafstand. Voorliggend bestemmingsplan voorziet voornamelijk in de ontwikkeling waarbij de Agrarische bestemming juridischplanologisch wijzigt naar een bestemming Bedrijf met functieaanduiding agrarische verwerkingsbedrijf. Tevens voorziet het bestemmingsplan in toekomstige bebouwingsmogelijkheden voor het bedrijfspand en de bedrijfswoning. In het bestemmingsplan worden bebouwingsmogelijkheden opgenomen ten behoeve van een uitbreiding van het bedrijfsbebouwing (Kleiweg 3), evenals uitbreidingsmogelijkheden voor de bestaande bedrijfswoning op het perceel Kleiweg 4. Uitbreiding bedrijfsbebouwing Kleiweg 3 De gewenste uitbreiding van het bedrijf is gewenst op de locatie waar nu de bedrijfswoning (Kleiweg 3) staat. Deze bestaande bedrijfswoning zal – op termijn - bij de uitvoering van de bouwplannen ten behoeve van de bedrijfsuitbreiding worden gesloopt. De bedrijfsuitbreiding zal in zuidelijke richting, in de richting van de buisleiding, worden gebouwd.

NL.IMRO.0171.BP00670-ON01 Toelichting

Gemeente Noordoostpolder

Blad 35 van 51

Landelijk gebied, Kleiweg 3-4 te Emmeloord

Juni 2021 Versie 01

Opgemerkt wordt dat de bestaande gevrijwaarde bebouwingszone van 6 meter gerespecteerd worden. De beoogde bedrijfsuitbreiding voorziet voornamelijk in extra vierkante meters ten behoeve van de opslag en/of productiecapaciteit met een ondergeschikte nieuwe kantoorfunctie. Het bestaande aantal (15) medewerkers zal voor de uitbreiding niet toenemen. Hierdoor zal de groepsrisico ten opzichte van de bestaande situatie per saldo niet toenemen. De groepsrisico wijzigt echter niet. Uitbreiding bedrijfswoning Kleiweg 4 Ter plaatse is sprake van een bestaande bedrijfswoning. De aanwezige gasleiding heeft geen nadelig effect op de gewenste uitbreiding van de bedrijfswoning. Opgemerkt wordt dat de bestaande gevrijwaarde bebouwingszone van 6 meter gerespecteerd worden. Dubbelbestemming Leiding - Gas Om de gevrijwaarde bebouwingszone conform de feitelijke situatie te borgen in voorliggend bestemmingsplan is op de verbeelding een dubbelbestemming opgenomen met een aanduiding ‘Leiding – Gas’. In de regels is gebord dat op de gronden geen bouwwerken mogen worden gebouwd. Op 22 januari 2021 is contact geweest met de Gasunie over het voorliggend bestemmingsplan. De Gasunie voorziet geen problemen betreffende het sloop en het bouwen in het plangebied zolang deze aan de VELIN-graafvoorwaarden2 voldoen.

Ook dient de grondroerder minimaal 3 werkdagen voor aanvang van de werkzaamheden een KLIC-graafmelding te doen en daarbij contact op te nemen met de Gasunie. 4.5.3

Route gevaarlijke stoffen De naastgelegen Rijksweg A6 heeft geen plaatsgebonden risico (PR) en geen plasaandachtsgebied. Er zijn geen routes waarover het transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt gelegen in de nabijheid.

4.5.4

Hoogspanningsleidingen Ten noorden van het plangebied is een hoogspanning tracé gelegen. Dit tracé is niet nadelig van invloed op het plangebied en de voorgenomen ontwikkelingen in het plangebied.

4.5.5

Conclusie Vanuit het aspect fysieke en externe veiligheid is er geen belemmering.

4.6

Ecologie De Wet natuurbescherming (Wnb) is in werking getreden op 1 januari 2017. Deze wet vervangt de volgende drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming), de Flora- en faunawet (soortenbescherming) en de Boswet (houtopstanden). De provincie is bij de Wnb het bevoegd gezag voor de toetsing van werkzaamheden en handelingen bij Natura 2000-gebieden en dier- en plantensoorten. Het Rijk blijft bevoegd gezag bij ruimtelijke ingrepen met grote nationale belangen. Voor gemeenten geldt dat zij het bevoegd gezag zijn voor omgevingsvergunningen.

2.

2 VELIN Richtlijn © nr. 2017/6 Algemene VELIN-voorwaarden voor grondroer- en overige activiteiten

NL.IMRO.0171.BP00670-ON01 Toelichting

Gemeente Noordoostpolder Landelijk gebied, Kleiweg 3-4 te Emmeloord

Blad 36 van 51 Juni 2021 Versie 01

Er dient rekening te worden gehouden met Europese en nationale wetgeving en beleid ten aanzien van de natuurbescherming. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen gebiedsbescherming en soortenbescherming. Gebiedsbescherming In de Wnb is de bescherming van specifieke natuurgebieden geregeld. Het betreft de Natura 2000-gebieden, die een internationale bescherming genieten. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen voor soorten en vegetatietypen opgesteld. Natura 2000 De onderzochte locatie ligt ruim 10 kilometer afstand van de dichtstbijzijnde grens van het dichtstbijzijnde N2000 gebied. (Ramsgeul/-diep). De voorgenomen bestemmingsplanwijziging zijn echter van dien aard dat naar verwachting geen stikstofdepositie significant zal toenemen en de grenswaarde van 0,00 mol/ha/jr. zal worden overschreden.

Figuur 4.6: Een weergave van het plangebied t.o.v. nabijgelegen Natura 2000-gebieden.

Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) - voorheen Ecologische Hoofdstructuur - is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland en vormt de basis voor het natuurbeleid. Ten aanzien van ontwikkelingen binnen het NNN geldt het 'nee, tenzij-principe'. Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing, ontwikkeling en bescherming van het NNN. De onderzochte locatie ligt niet binnen het NNN. De dichtstbijzijnde grens van NNN ligt op ca. 700 meter ten noorden van het plangebied. De voorgenomen bestemmingsplanwijziging zijn echter van dien aard dat het uitgesloten is de kernwaarden van het NNN zullen worden aangetast.

NL.IMRO.0171.BP00670-ON01 Toelichting

Gemeente Noordoostpolder Landelijk gebied, Kleiweg 3-4 te Emmeloord

Blad 37 van 51 Juni 2021 Versie 01

Figuur 4.7: Een weergave van het plangebied t.o.v. nabijgelegen NNN-gebieden.

Soortenbescherming Het uitgangspunt van de Wnb is dat er geen (opzettelijke) schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. De soortenbescherming binnen de Wnb is daarbij opgedeeld in drie beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten. Bij beoordeling van de toelaatbaarheid van bouwwerken en/of andere activiteiten moet rekening worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van te beschermen dier- en plantensoorten. Er dient een ontheffing op grond van artikel 3.3, 3.8 en/of 3.10 Wnb te worden aangevraagd voor een (bouw)werkzaamheid of activiteit indien het volgende van toepassing is: • uit gegevens of onderzoek blijkt dat er sprake is van verstoring of doden van (een) beschermde soort(en); • het bouwwerk en/of de activiteit veroorzaakt beschadiging of vernieling van voortplanting- of rustplaatsen van dieren, dan wel ontworteling of vernieling van plantensoorten; • er kan geen gebruik gemaakt worden van een vrijstelling op grond van de Wet natuurbescherming; • er kan niet gewerkt worden volgens een goedgekeurde gedragscode. Van belang is om na te gaan of één of meerdere van de genoemde ‘verboden’ ten behoeve van voorliggend initiatief aan de orde is of kan zijn.

Voorliggend bestemmingsplan voorziet voornamelijk in de ontwikkeling waarbij de Agrarische bestemming juridisch-planologisch wijzigt naar een bestemming Bedrijf met functieaanduiding agrarische verwerkingsbedrijf. Tevens voorziet het bestemmingsplan in toekomstige bebouwingsmogelijkheden voor het bedrijfspand en de bedrijfswoning. Onderstaand een weergave van de bestaande bedrijfslocatie. De locatie voorziet in veel verharding in de zin van aanwezige bebouwing en erfverharding. De groenelementen met enkele houtopstanden staan in de tuinen van beide bedrijfswoningen.

NL.IMRO.0171.BP00670-ON01 Toelichting

Gemeente Noordoostpolder Landelijk gebied, Kleiweg 3-4 te Emmeloord

Blad 38 van 51 Juni 2021 Versie 01

Figuur 4.8: Een weergave van het plangebied waaruit blijkt het overwegend verharding ten aanzien van bestrating, erfpleinen en bebouwing.

Gezien de ligging van het plangebied alsmede het intensief huidig gebruik van gronden is naar verwachting geen sprake van een significante ecologische aantasting (soortenbescherming). 4.7

Geluid(hinder) De Wet geluidhinder (Wgh) heeft tot doel de mensen te beschermen tegen geluidsoverlast. Op basis van deze wet dient bij het opstellen van een bestemmingsplan of andere ruimtelijke plannen aandacht te worden besteed aan het aspect 'geluid'. In de Wet geluidhinder is een zonering van industrieterreinen, wegen en spoorwegen geregeld. Enerzijds betekent dit dat (geluids)eisen worden gesteld aan de milieubelastende functies, anderzijds betekent dit dat beperkingen worden opgelegd aan milieugevoelige functies. In deze paragraaf wordt ingegaan op de geluidsaspecten met betrekking tot wegverkeerslawaai. Industrielawaai en/of spoorweglawaai is voor dit plan niet relevant. Wegverkeerlawaai Volgens de Wet geluidhinder (Wgh) heeft in beginsel iedere weg een geluidszone. Een dergelijke zone geldt niet voor wegen die gelegen zijn binnen een als woonerf aangewezen gebied of wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt. Het voorliggende plan voorziet niet in het toevoegen van een nieuw geluidgevoelig objecten. Een akoestisch onderzoek (Wgh) is niet vereist. Het aspect geluid (Wgh) vormt geen belemmering voor het voorliggende plan. Railverkeer- of industrielawaai Er zijn geen overige geluidbronnen, zoals railverkeer of industrielawaai die van invloed zijn op het plangebied.

De nabijgelegen bedrijven en instellingen met bijhorende geluidsnormen geven tevens geen belemmering.

NL.IMRO.0171.BP00670-ON01 Toelichting

Gemeente Noordoostpolder Landelijk gebied, Kleiweg 3-4 te Emmeloord

Blad 39 van 51 Juni 2021 Versie 01

4.8

Milieuhinder Nieuwe functies kunnen milieuhinderlijk zijn voor omringende woningen dan wel bedrijven. Er dient een beoordeling plaats te vinden of de nieuwe functie wel milieu hygiënisch inpasbaar is. Er dient daarom beoordeeld te worden of in de omgeving van het plangebied functies voorkomen die gehinderd kunnen worden door onderhavig project of waarvan het project juist hinder ondervindt. De (indicatieve) lijst “Bedrijven en Milieuzonering 2009”, uitgegeven door de Vereniging van Nederlandse gemeenten, geeft weer wat de richtafstanden zijn voor milieubelastende activiteiten. In deze publicatie worden de indicatieve richtafstanden gegeven voor de vier ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De gegeven richtafstanden zijn in het algemeen richtafstanden en geen harde afstandseisen. Ze moeten daarom gemotiveerd worden toegepast. Dit betekent dat geringe afwijkingen in de lokale situatie mogelijk zijn. Het is aan te bevelen deze afwijkingen te benoemen en te motiveren indien aan de orde. Milieuzonering beperkt zich tot milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie: geluid, geur, gevaar en stof. Om milieuzonering hanteerbaar te maken wordt gebruik gemaakt van de VNG publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' (uitgave 2009).

Deze publicatie bevat onder meer lijsten met richtafstanden van diverse milieuhinderlijke activiteiten en stappenplannen voor concrete situaties. Gezien de aard van de omgeving kan gesteld worden het landelijk gebied onder ‘gemengd gebied’ valt. Er is sprake van functiemenging in plaats van functiescheiding. Hierdoor kan de minimale richtafstand met één afstandsstap worden verkleind. Voorliggend bestemmingsplan voorziet voornamelijk in de ontwikkeling waarbij de Agrarische bestemming juridisch-planologisch wijzigt naar een bestemming Bedrijf met functieaanduiding agrarische verwerkingsbedrijf. In het voorliggende geval is sprake van een agrarisch verwerkingsbedrijf en daarmee een verlenging van de agrarische activiteiten, namelijk de directe vervolgstap op het verbouwen en rooien van het gewas. In het voorliggende bestemmingsplan is sprake van ketenverlenging, namelijk de verwerking en bewerking van agrarische gewassen. Het gaat hierbij om een hoofdactiviteit, aangezien op het perceel geen activiteiten meer plaatsvinden die direct betrekking hebben op de teelt van gewassen. De huidige bedrijfsvoering is lastig te categoriseren vanuit de VNG handreiking Bedrijven en milieuzonering. Er is geen sprake van ‘Akkerbouw en fruitteelt (bedrijfsgebouwen)’ of categorie ‘Groente- en conservenfabriek’.

Uitgaande van een milieucategorie 3.1 in een categorie ‘Groothandel in akkerbouwprodukten en veevoeders’ of ‘Distributiecentra, pak- en koelhuizen’ kan redelijkerwijs in acht genomen worden. Bij een milieucategorie 3.1 gelden normafstanden van ten minste 100 meter, voor het aspect geluid. Vanwege het gemende gebied kan de minimale richtafstand met één afstandsstap worden verkleind naar 50 meter.

NL.IMRO.0171.BP00670-ON01 Toelichting

Gemeente Noordoostpolder

Blad 40 van 51

Landelijk gebied, Kleiweg 3-4 te Emmeloord

Juni 2021 Versie 01

Conclusie Het plangebied ligt solitair in het landelijk gebied, direct aan de Rijksweg A6. In oostelijke richting zijn op ruim 350 meter twee (woon)percelen gelegen en een woonbestemming. Het aspect milieuhinder vormt geen belemmering voor het voorliggende plan. 4.9

Verkeer en parkeren Nieuwe functies betekenen meestal ook dat er sprake is of zal zijn van een toename van verkeersbewegingen, alsmede ontstaat er een parkeerbehoefte. Uitgangspunt is dat nieuwe functies geen onevenredige extra hinder veroorzaken voor reeds aanwezige functies in de omgeving. (Toename) verkeersintensiteit en parkeerbehoefte Voorliggend bestemmingsplan voorziet voornamelijk in de ontwikkeling waarbij de Agrarische bestemming juridisch-planologisch wijzigt naar een bestemming Bedrijf. Op beide percelen is voldoende gelegenheid op te parkeren op eigen perceel alsmede het laden en lossen. Voorliggend bestemmingsplan voorziet voornamelijk in de ontwikkeling waarbij de Agrarische bestemming juridisch-planologisch wijzigt naar een bestemming Bedrijf met functieaanduiding agrarische verwerkingsbedrijf. Tevens voorziet het bestemmingsplan in toekomstige bebouwingsmogelijkheden voor het bedrijfspand en de bedrijfswoning. Relatie met het project Het plangebied voorziet in bestaande bedrijfsbebouwing en twee bedrijfswoningen. Op de beide percelen bedraagt de totale bebouwing van ca. 15.721 m2. Het betreft bestaande bedrijfsbebouwing zoals dat na de omgevingsvergunning in 2011 is gerealiseerd. Het aantal medewerkers in het bedrijf bedraagt 15 personen.

Met voorliggend bestemmingsplan wordt onder andere toekomstige uitbreiding van bedrijfsbebouwing en de bedrijfswoning mogelijk gemaakt. De toename van BVO van de bedrijfsbebouwing op het perceel Kleiweg 3 zal ca. 900 m2 bedragen. De auto’s van medewerker en de vrachtwagens (voor het laden en lossen) maken gebruik van de Kleiweg. Het parkeren van de auto’s en het laden en lossen vindt plaats op de bestaande verkeerspleinen, gelegen voor de bedrijfsbebouwing, direct grenzend aan de Kleiweg in‐ en uitrit. Voor de beoordeling van het aantal parkeerplaatsen voor de nieuwbouw is uitgegaan van de Nota Parkeernormen Noordoostpolder 2016.

NL.IMRO.0171.BP00670-ON01 Toelichting

Gemeente Noordoostpolder Landelijk gebied, Kleiweg 3-4 te Emmeloord

Blad 41 van 51 Juni 2021 Versie 01

Voorgenomen plannen hebben geen significant effect op de feitelijke bedrijfsvoering alsmede een verandering van het aantal verkeersbewegingen. Met de toekomstige uitbreiding van de bedrijfsbebouwing zal het aantal medewerkers (15) niet toenemen. De bedrijfslocatie is in het buitengebied gelegen. Voor bedrijven arbeidsextensief / bezoekers extensief geldt een parkeernorm van 1,1 parkeerplaats per BVO 100m2. Bij een toekomstige uitbreiding van het bedrijf van ca. 900 m2 dient minimaal 10 parkeerplaatsen worden toegevoegd. Op eigen terrein is ruimschoots voldoende ruimte voor het parkeren, zowel bestaand als nieuw. Conclusie Het bestemmingsplan voorziet niet in een significante uitbreiding of wijziging van de bedrijfsactiviteiten. Het aantal transportbewegingen gaat niet significant toenemen. Ook het aantal medewerkers niet. In het plangebied is meer dan voldoende gelegenheid voor parkeren op eigen terrein. Hierdoor vormt het aspect verkeer en vervoer geen belemmering bij het bestemmingsplan. Onderstaande situatietekening laat een inrichtingstekening waaruit blijkt dat er 52 parkeerplaatsen zijn ingetekend.

Figuur 4.8: Een weergave van het plangebied met de ingetekende parkeerplaatsen.

NL.IMRO.0171.BP00670-ON01 Toelichting

Gemeente Noordoostpolder Landelijk gebied, Kleiweg 3-4 te Emmeloord

Blad 42 van 51 Juni 2021 Versie 01

4.10

Luchtkwaliteit Projecten die ‘niet in betekende mate’ (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer getoetst te worden aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. In de AMvB-nibm zijn de criteria vastgelegd om te kunnen beoordelen of voor een project sprake is van nibm. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een juridisch-planologisch wijziging van een bestemming Agrarisch naar Bedrijf. Het plan maakt een toekomstige uitbreiding van het bedrijf mogelijk. Met de inwerkingtreding van de NSL op 1 augustus 2009 geldt de volgende bovengrens om als NIBM-project te worden aangemerkt: De realisatie van een kantoorgebouw van minder dan 100.000 m2 bruto vloeroppervlakte aan één ontsluitingsweg. Op de beide percelen bedraagt de totale bebouwing ca. 15.300 m2. De toekomstige uitbreiding zal maximaal 20% bedragen. Voorliggend plan is qua omvang en verkeersaantrekkende werking veel kleinschaliger dan de bouw van een kantoorruimte van 100.000m2 bruto vloeroppervlakte. Het project kan derhalve worden beschouwd als een nibm-project. Nader onderzoek naar de luchtkwaliteit is niet nodig. Omdat ook verder geen significante ontwikkelingen rondom het plangebied gepland zijn, zal de concentratie van de NOX en fijnstof niet veranderen. Hierdoor betekent de luchtkwaliteit geen belemmering voor het vaststellen van het bestemmingsplan.

4.11

Water(toets) Sinds 1 november 2003 is de toepassing van de watertoets wettelijk verplicht door de verankering in het Besluit op de ruimtelijke ordening. Op grond van artikel 3.1.6 Bro dient in de toelichting op ruimtelijke plannen een waterparagraaf te worden opgenomen van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie. In die paragraaf dient uiteengezet te worden of en in welke mate er gevolgen zijn voor de waterhuishouding, dat wil zeggen het grondwater en het oppervlaktewater. Het is de schriftelijke weerslag van de zogenaamde watertoets. Het doel hiervan is het waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Door middel van de watertoets wordt in een vroegtijdig stadium aandacht besteed aan het wateraspect. Het Waterschap Zuiderzeeland hanteert drie thema's voor de watertoets: 'Veiligheid, Voldoende Water en Schoon Water'. Op basis van inhoudelijke beoordeling van de ontwikkeling is de korte procedure van toepassing voor de watertoets. Relatie met project Voorliggend bestemmingsplan voorziet voornamelijk in de ontwikkeling waarbij de Agrarische bestemming juridisch-planologisch wijzigt naar een bestemming Bedrijf met

NL.IMRO.0171.BP00670-ON01 Toelichting

Gemeente Noordoostpolder Landelijk gebied, Kleiweg 3-4 te Emmeloord

Blad 43 van 51 Juni 2021 Versie 01

functieaanduiding agrarische verwerkingsbedrijf. Tevens voorziet het bestemmingsplan in toekomstige bebouwingsmogelijkheden voor het bedrijfspand en de bedrijfswoning. Met het bestemmingsplan wordt tevens ruimte (bouwmogelijkheden) geboden voor bouwactiviteiten, een toekomstige uitbreiding van de loods / het kantoor op de plek waar nu de bedrijfswoning (Kleiweg 3) staat. Op korte termijn spelen die ontwikkelingen niet. Het bedrijfspand kan worden uitgebreid. Bij toekomstige uitbreiding van de bedrijfsbebouwing kan dit gevolgen hebben voor de hoeveelheid bedrijfsafvalwater dat vrijkomt en in de samenstelling van het bedrijfsafvalwater. Bij toename of wijziging samenstelling van dit water wordt de behandeling en lozingsroute benoemt. Het bedrijfsafvalwater in huidige situatie wordt behandeld in een IBA IIIa. Als de lozingssituatie wijzigt is een melding in het kader van het Activiteitenbesluit nodig en zal bij lozing via deze IBA moeten worden aangetoond dat deze huidige voorziening toereikend is d.m.v. de ontwerpuitgangspunten (o.a. capaciteit IBA) hiervan en kwantificering van de wijziging van de lozing. Ter plaatse zal maximaal 2200 m2 aan verharding worden gerealiseerd ten opzichte van de groen / tuin die ter plaatse aanwezig is. De overige uitbreidingen zal plaatsvinden op plekken waar nu al (erf)verharding aanwezig. Naast het perceel is een bestaande sloot aanwezig.

Hemelwater van de bebouwing wordt hierop geloosd. Bij toekomstige uitbreiding zal het hemelwater op deze sloot worden aangesloten. Toetsing Op 19 juni 2020 is de digitale watertoets uitgevoerd ten behoeve van het voorliggende bestemmingsplan. Op basis van de toets wordt de normale procedure gevolgd. De samenvatting van de ingevulde gegevens en het resultaat van de watertoets is als bijlage opgenomen. Aanvullend is 25 januari 2021 contact geweest met het Waterschap. Vanuit dat overleg zijn enkele aanvullingen op de standaard watertoets opgenomen in de waterparagraaf. Tijdens het voorontwerp van het bestemmingsplan heeft de Waterschap d.d. 2 april 2021 gereageerd met “positief wateradvies na aanpassing”. Deze brief (met kenmerk WPAD-181991612-19) is dan een positief wateradvies. De gewenste ontwikkeling heeft beperkte gevolgen voor de waterhuishouding en waterstaatswerken. In onderstaande waterparagraaf zijn de relevante streefbeelden, uitgangspunten en randvoorwaarden verwerkt, aangevuld met een concrete uitwerking van de gevolgen voor de waterhuishouding. Thema veiligheid Het plan ligt niet buitendijks of in de beschermingszone van een waterkering.

Op basis van de ingevoerde gegevens over het plangebied zijn er geen uitgangspunten voor het thema veiligheid van toepassing Thema Voldoende Water Het waterschap streeft naar een robuust watersysteem dat de effecten van toekomstige klimaatveranderingen en bodemdaling kan opvangen. De planontwikkeling is gelegen in een watersysteem dat op basis van de toetsing in 2012 voldoet aan de normering voor wateroverlast. Een dergelijk systeem kan het water verwerken tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten.

NL.IMRO.0171.BP00670-ON01 Toelichting

Gemeente Noordoostpolder

Blad 44 van 51

Landelijk gebied, Kleiweg 3-4 te Emmeloord

Juni 2021 Versie 01

Het watersysteem, zowel in landelijk als in stedelijk gebied, is op orde. Het hele beheergebied voldoet aan de vastgestelde normen. Het verharden van grond met bebouwing of bestrating leidt tot een versnelling van de afvoer van neerslag naar het watersysteem. Waar het verharde oppervlak als gevolg van een ruimtelijke ontwikkeling toeneemt, dienen compenserende maatregelen te worden genomen om piekafvoeren te verwerken. Het plangebied is gelegen in het landelijk gebied. Indien de toename van verharding groter of gelijk is aan 2.500 m2 dan is compensatie noodzakelijk. Het verhard oppervlak neemt als gevolg van de ontwikkeling netto met 2200 m2 toe en watercompensatie is daarom niet aan de orde. Thema Schoon Water Het grond- en oppervlaktewater biedt leef-, verblijf-, en voortplantingsmogelijkheden voor de (aquatische) flora en fauna in het beheergebied. De chemische toestand van deze wateren vormt hier geen belemmering voor. Conform de Waterwet (Ww) is het verboden om zonder vergunning afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen in welke vorm dan ook te brengen in oppervlaktewateren. Schoon regenwater mag zonder waterstaatswerk direct geloosd worden op oppervlaktewater. Indien hiervoor een voorziening zoals een drain of buis wordt aangebracht is hiervoor een vergunning nodig.

Het hemelwater afkomstig van schone oppervlakken wordt geïnfiltreerd of direct afgevoerd naar open water. Er wordt geen gebruik gemaakt van uitlogende bouwmaterialen. Goed omgaan met afvalwater Veel menselijke activiteiten hebben een negatief effect op de kwaliteit van het oppervlaktewater doordat ze water verontreinigen. Het waterschap zorgt met de regulering of behandeling van afvalwater dat zo veel mogelijk van deze effecten teniet worden gedaan. In de nabijheid van de ontwikkeling momenteel geen openbaar rioolsysteem aanwezig is. De Waterschap attendeert initiatiefnemer dat voor de planontwikkeling diverse meldings- en/of vergunningplichten bestaan voor handelingen in of nabij het watersysteem. Voor de benodigde ‘meldingen en/of vergunningen t.b.v. de uitbreiding bedrijf en wijzigingen bedrijfswoningen de Kleiweg 3 en 4 te Emmeloord heeft het Waterschap een bijlage bij de vooroverlegreactie (mee)gegeven d.d. 06-04-2021. Initiatienemer dient bij de bouwplannen alsmede in gebruik name van bedrijfsactiviteiten rekening houden met deze meldingen en/of vergunningplichten. Ten tijde van de planvoornemen zal hiervoor separaat een melding en/of vergunning bij het Waterschap worden ingediend. Op basis van het advies van het Waterschap Zuiderzeeland mag verondersteld worden dat het planvoornemen wat betreft het omgevingsaspect water uitvoerbaar is.

NL.IMRO.0171.BP00670-ON01 Toelichting

Gemeente Noordoostpolder Landelijk gebied, Kleiweg 3-4 te Emmeloord

Blad 45 van 51 Juni 2021 Versie 01

4.12

M.e.r.-beoordeling De milieueffectrapportage is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. De m.e.r.-procedure is gekoppeld aan de 'moederprocedure'. Dit is de procedure op grond waarvan de besluitvorming plaatsvindt, bijvoorbeeld de bestemmingsplanprocedure, of een milieuvergunningsprocedure. In het Besluit m.e.r., bijlage D, onder artikel 11 (Woningbouw, Stedelijke ontwikkeling, Industrieterreinen) staat onder artikel 11.2 genoemd dat een m.e.r-beoordeling moet plaatsvinden in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject (met inbegrip van winkelcentra of parkeerterreinen, waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Qua aard, omvang en ligging is het bouwplan niet gelijk te stellen aan de betreffende en omschreven activiteit zoals bedoeld in het Besluit m.e.r. Op 1 april 2011 heeft echter een wijziging van het Besluit m.e.r. plaatsgevonden. Daardoor is nu een beoordeling van een activiteit zoals die voorkomt op lijst D noodzakelijk, zelfs al is de omvang van de activiteit ver onder de drempelwaarde gelegen.

Voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst en die beneden de drempelwaarden vallen moet een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Deze vormvrije m.e.r.beoordeling kan tot twee uitkomsten leiden: • Belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.beoordeling noodzakelijk; • Belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een m.e.r. De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te geschieden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. In deze bijlage staan drie hoofdcriteria centraal: 1. de kenmerken van het project; 2. de plaats van het project; 3. de kenmerken van de potentiële effecten.

NL.IMRO.0171.BP00670-ON01 Toelichting

Gemeente Noordoostpolder

Blad 46 van 51

Landelijk gebied, Kleiweg 3-4 te Emmeloord

Juni 2021 Versie 01

In de volgende tabel is opgesomd of er sprake is van significante nadelige invloed op het milieu. Archeologie

Er is sprake is van functiewijziging van agrarische naar bedrijfsgronden en de beoogde toekomstige uitbreiding van een opslagloods in een gebied dat geen beleidscategorie ‘archeologische waarde’ heeft, waardoor geen nader onderzoek is vereist.

Bodem

Er is sprake is van functiewijziging van agrarische naar bedrijfsgronden en de beoogde toekomstige uitbreiding van een opslagloods. Gelet op het gebruik uit het verleden en het huidige gebruik worden geen ernstige verontreinigingen verwacht. Er is geen sprake van een overgang naar gevoelig(er) gebruik waardoor bodemonderzoek niet noodzakelijk is. Er is geen verkennend bodemonderzoek nodig.

Externe veiligheid

Er is geen beperking vanuit het aspect externe veiligheid.

Ecologie

Gezien de ligging van het plangebied alsmede het intensief huidig gebruik van gronden is naar verwachting geen sprake van een significante ecologische aantasting.

Geluid

Er is geen belemmering vanuit de Wet geluidhinder op het gebied van (spoor)wegverkeer- en industrielawaai aangezien er sprake is van een bestaand geluidgevoelig object. De beoogde toekomstige uitbreiding van een opslagloods is geen geluidgevoelig object.

Milieuhinder

Het plangebied ligt solitair in het landelijk gebied, direct aan de Rijksweg A6. In oostelijke richting zijn op ruim 350 meter twee (woon)percelen gelegen en een woonbestemming. Het aspect milieuhinder vormt geen belemmering voor het voorliggende plan

Luchtkwaliteit

Het project is aan te merken als Nibm, hetgeen betekent dat er geen nadelige invloed is op de luchtkwaliteit.

Water

Voor het plan geldt de normale procedure. Op basis van het advies van het Waterschap Zuiderzeeland mag verondersteld worden dat het planvoornemen wat betreft het omgevingsaspect water uitvoerbaar is.

Op basis van de uitkomsten in dit hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten is inzichtelijk gemaakt dat er geen belangrijk nadelige gevolgen zijn voor de omgeving en het milieu. Verder hebben de locatie en de omgeving geen bijzondere kenmerken die geschaad worden door het initiatief. Gezien de aard van de ingrepen zijn verder geen negatieve effecten te verwachten, zodat op basis hiervan verder kan worden afgezien van het verrichten van een verdergaande (vorm)vrije m.e.r.-beoordeling.

NL.IMRO.0171.BP00670-ON01 Toelichting

Gemeente Noordoostpolder Landelijk gebied, Kleiweg 3-4 te Emmeloord

Blad 47 van 51 Juni 2021 Versie 01

5

Hoofdstuk 5 Juridische toelichting

5.1

Algemeen Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden binnen het plangebied. De wijze waarop deze regeling juridisch kan worden vormgegeven, wordt in grote lijnen bepaald door de op 1 juli 2008 in werking getreden Wet ruimtelijke ordening, en door het daarbij behorende Besluit ruimtelijke ordening en de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012, zoals deze per 1 oktober 2012 in werking is getreden. De verbeelding dient in samenhang met de planregels te worden gelezen. In de Wet ruimtelijke ordening (hierna Wro) met bijbehorend Besluit ruimtelijke ordening (hierna Bro) heeft het bestemmingsplan een belangrijke rol als normstellend instrument voor het ruimtelijk beleid van gemeenten, provincies en het rijk. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening (hierna Rsro) is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (hierna SVBP2012) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP2012 zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening (hierna IMRO2012) en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten (hierna STRI2012) normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. Conform Wro en Bro wordt een bestemmingsplan met de daarbij behorende toelichting in digitale geautoriseerde bronbestanden vastgelegd en in die vorm vastgesteld.

Daarnaast kent de Wro een papieren versie van (hetzelfde) bestemmingsplan. Indien de inhoud van digitale stukken tot een andere uitleg leidt dan de stukken op papier, dan is de digitale inhoud beslissend. Het bestemmingsplan is daarmee een digitaal juridisch authentiek document. De informatie die is vastgelegd in het plan moet in elektronische vorm volledig toegankelijk en raadpleegbaar zijn. Dit wordt de digitale verbeelding genoemd. De SVBP2012 geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. De standaard heeft geen betrekking op de toelichting van het bestemmingsplan. Er worden geen normen gesteld omtrent de vormgeving en inrichting van de analoge weergave van het bestemmingsplan. De SVBP2012 heeft ook geen betrekking op de totstandkoming van de inhoud van een bestemmingsplan. Dit is de verantwoordelijkheid van het bevoegde gezag. In de SVBP2012 is wel aangegeven hoe de inhoud van een bestemmingsplan digitaal moet worden weergegeven. De SVBP2012 geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan. De verbeelding en planregels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld conform deze standaarden.

5.2

Toelichting op de Toelichting De informatie die is vastgelegd in het plan moet in elektronische vorm volledig toegankelijk en raadpleegbaar zijn. Dit wordt de digitale verbeelding genoemd. De digitale verbeelding is de verbeelding van het bestemmingsplan in een interactieve raadpleegomgeving, waarin alle relevante bestemmingsplaninformatie wordt getoond: de combinatie van verbeelding en regels met de toelichting.

NL.IMRO.0171.BP00670-ON01 Toelichting

Gemeente Noordoostpolder

Blad 48 van 51

Landelijk gebied, Kleiweg 3-4 te Emmeloord

Juni 2021 Versie 01

Een raadpleger van het bestemmingsplan moet alle relevante bestemmingsplaninformatie op eenvoudige wijze voor ogen kunnen krijgen. De relevante bestemmingsplaninformatie heeft betrekking op de bestemmingen, dubbelbestemmingen en aanduidingen met bijbehorende regels in het bestemmingsplan. Voor zowel bestemmingen als aanduidingen geldt, dat deze zonder interactie zichtbaar moeten zijn in de digitale verbeelding. Uit interactie met de digitale verbeelding blijkt dan de inhoud van de bestemming en/of aanduiding. 5.3

De regels De regels geven inhoud aan de op de verbeelding aangegeven bestemming(en). Ze geven aan waarvoor de gronden en opstallen als dan niet gebruikt mogen worden en wat en hoe er gebouwd mag worden. De bij dit plan behorende regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken, te weten: 1. Inleidende regels; 2. Bestemmingsregels; 3. Algemene regels; 4. Overgangs- en slotregels. In hoofdstuk 1 verklaard de begrippen die in de regels worden gebruikt. Het betreft begrippen die op meerdere wijze kunnen worden uitgelegd. Door de begrippen te verklaren, kunnen interpretatieverschillen worden voorkomen. Daarnaast wordt aangegeven welke wijze bepaalde afmetingen moeten worden gemeten. In hoofdstuk 2 wordt de op de verbeelding aangegeven bestemming omschreven en wordt bepaald op welke wijze de gronden en opstallen gebruikt mogen worden. Tevens worden de bebouwingsmogelijkheden vermeldt. Hoofdstuk 3 bevat de bepalingen die in het algemeen van toepassing zijn. In hoofdstuk 4 komen het overgangsrecht en de slotregel aan de orde.

5.4

Nadere toelichting op de bestemmingen Artikel 3: Bedrijf – agrarisch verwerkingsbedrijf Onder deze bestemming zijn de regels opgenomen binnen welke een agrarisch verwerkingsbedrijf ter plaatse mag functioneren en bouwen. De systematiek van de SVBP laat niet toe dat een bestemming wordt opgenomen ten behoeve van een functie die wordt geschaard onder een andere hoofdgroep van bestemmingen. Aangezien een agrarisch verwerkingsbedrijf niet voorkomt op de functielijst bij de SVBP2012 is, overeenkomstig de systematiek van de SVBP, aansluiting gezocht bij de hoofdgroep die het meest van toepassing is. Onder de hoofdgroep 'Agrarisch' dienen bedrijven te worden geschaard die zijn gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren. Agrarische verwerkingsbedrijven (zoals gedefinieerd in de planregels) houden zich niet bezig met het telen van gewassen en/of het houden van dieren. Gelet hierop is aansluiting gezocht bij de hoofdgroep 'Bedrijf'. Artikel 4 Leiding – Gas De ondergrondse (hoofd)aardgastransportleidingen met belemmeringsstroken vallen onder de dubbelbestemming "Leiding - Gas". De dubbelbestemming ligt op een strook aan weerszijden van de (hoofd)gastransportleiding. De regeling voorziet in de

NL.IMRO.0171.BP00670-ON01 Toelichting

Gemeente Noordoostpolder Landelijk gebied, Kleiweg 3-4 te Emmeloord

Blad 49 van 51 Juni 2021 Versie 01

aanwezigheid van de leidingen en in de bescherming ervan. Binnen de in de planregels aangegeven strook mogen geen gebouwen en bouwwerken worden gebouwd, anders dan ten behoeve van de leidingen. Voor werkzaamheden die schadelijk kunnen zijn voor de leidingen is een omgevingsvergunningstelsel voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden opgenomen. In de specifieke gebruiksregels is verder een regeling getroffen vanwege de uitkomsten van het akoestisch onderzoek. Middels de aanduiding "specifieke vorm van bedrijf tweede ontsluitingsweg" wordt er op toegezien dat het gebruik van de tweede ontsluitingsweg ten behoeve van de aan- en afvoer met vrachtwagens of tractoren uitsluitend kan plaatsvinden in de dagperiode van 07:00 tot 19:00 uur. Anti-dubbeltelbepaling Deze bepaling is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze zou zich kunnen voordoen indien een deel van een bouwperceel dat reeds bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage was betrokken wederom bij een dergelijke berekening, doch nu ten behoeve van een ander bouwperceel wordt betrokken. Algemene gebruiksregels In het Besluit ruimtelijke ordening is een gebruiksverbod opgenomen. Deze gaat uit van de gedachte dat het gebruik uitsluitend mag plaatsvinden in overeenstemming met de bestemming.

Dit maakt het noodzakelijk, dat de bestemmingsomschrijving voldoende duidelijk is. Algemene afwijkingsregels In dit artikel is een aantal regels opgenomen, om het mogelijk te maken dat het plan op ondergeschikte punten wordt aangepast. Dit evenwel met het voorbehoud dat de belangen van derden in redelijkheid niet mogen worden aangetast. Ook kleine afwijkingen (maximaal 10%) van de in de regels opgenomen, dan wel op de kaart aangegeven maten, kunnen volgens dit artikel mogelijk worden gemaakt. Omdat een en ander zich niet beperkt tot één bestemming maar bij diverse bestemmingen gewenst of noodzakelijk kan blijken, zijn deze regels in beginsel op alle bestemmingen van toepassing. Het verlenen van een afwijking mag geen automatisme zijn. Burgemeester en wethouders zullen het verlenen van een afwijking zorgvuldig moeten afwegen en motiveren conform het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht. Overgangsregels Bebouwing die niet voldoet aan de bepalingen van dit bestemmingsplan is onder het overgangsrecht gebracht. Een geringe uitbreiding van de bebouwing wordt mogelijk gemaakt. Indien de onder het overgangsrecht gebrachte bebouwing door een calamiteit verloren gaat is volledige herbouw toegestaan. Het gebruik van gronden en opstallen dat in strijd is met dit bestemmingsplan op het tijdstip van inwerkingtreding, mag in beginsel worden voortgezet.

Wijziging van dit strijdige gebruik is verboden, indien de afwijking van het plan wordt vergroot.

NL.IMRO.0171.BP00670-ON01 Toelichting

Gemeente Noordoostpolder Landelijk gebied, Kleiweg 3-4 te Emmeloord

Blad 50 van 51 Juni 2021 Versie 01

6

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid

6.1

Economische uitvoerbaarheid Het voorliggende bestemmingsplan is opgesteld naar aanleiding van het voornemen om de bestemming op het perceel Kleiweg 3 en 4 te Emmeloord te wijzigen naar een bestemming Bedrijf – Agrarisch verwerkingsbedrijf. De kosten hiervoor alsook de kosten voor de noodzakelijk onderzoeken voor het voorliggende bestemmingsplan zullen door de initiatiefnemer worden gedragen. De kosten voor de planbegeleiding wordt voorzien door middel van het heffen van leges. Door de herziening van het voor de betreffende gronden geldende bestemmingsplan is er de kans dat door eigenaren van gronden in de directe omgeving van het plangebied bij de gemeente op grond van artikel 6.1 van de Wro een verzoek tot tegemoetkoming in de planschade wordt ingediend. De mogelijke kosten die samenhangen met deze tegemoetkoming in de planschade zullen door initiatiefnemer worden gedragen. Op basis van deze overweging moet het voorliggende bestemmingsplan economisch uitvoerbaar worden geacht.

6.2

Inspraak en overleg Ontwerpbestemmingsplan ter inzage Het ontwerpbestemmingsplan heeft van xxx tot en met xxx gedurende zes weken ter inzage gelegen. Er zijn wel / geen zienswijzen ingediend.

NL.IMRO.0171.BP00670-ON01 Toelichting

Gemeente Noordoostpolder

Blad 51 van 51

Landelijk gebied, Kleiweg 3-4 te Emmeloord

Juni 2021 Versie 01

Projectgegevens Project Projectnummer IMRO Versie Datum

: Landelijk gebied, Kleiweg 3-4 te Emmeloord : RB 20.166 : NL.IMRO.0171.BP00670-ON01 : 01 : Juni 2021

RooBeek Advies Nautilusstraat 7b 7821 AG Emmen www.roobeek-advies.nl

NL.IMRO.0171.BP00670-ON01 Toelichting

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/1849/documents/28066