8.1 Bijlage 1 Bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, Kleiweg 3-4 te Emmeloord’.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Kleiweg 3-4, Emmeloord Ontwerp
Opdrachtgever: Rapportnummer: Datum vrijgave: Opsteller: Goedkeuring:
T. van der Linde Beheer B.V RB 50.027 Juni 2021 Dhr. H. de Roo Dhr. M. Beek
Gemeente Noordoostpolder Landelijk gebied, Kleiweg 3-4 te Emmeloord
Blad 2 van 51 Juni 2021 Versie 01
Inhoudsopgave .......................................................................................................................................... 1 1 1.1 1.1 1.2 1.3
HOOFDSTUK 1 INLEIDEND HOOFDSTUK .......................................................... 4 Algemeen................................................................................................................ 4 Planologisch kader ................................................................................................. 5 Bij het plan behorende stukken .............................................................................. 5 Verantwoording ...................................................................................................... 6
2 2.1
2.4
HOOFDSTUK 2 BELEIDSKADER EN ONDERZOEK ........................................... 7 Rijksbeleid .............................................................................................................. 7 2.1.1 Ruimtelijk - Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte .................................... 7 2.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking ........................................................ 8 Provinciaal beleid ................................................................................................. 10 2.2.1 Omgevingsprogramma Provincie Flevoland ............................................. 10 2.2.2 RO Visie Werklocaties Flevoland .............................................................. 11 2.2.3 Beleidsregel Kleinschalige ontwikkelingen in het landelijk gebied 2008... 12 2.2.4 Structuurvisie werklocaties (2011) ............................................................ 13 Gemeentelijk beleid .............................................................................................. 14 2.3.1 Structuurvisie Noordoostpolder 2025 ........................................................ 14 2.3.2 Visie Werklocaties Noordelijk Flevoland ................................................... 16 2.3.3 Welstandsnota gemeente Noordoostpolder (2013) ..................................
17 Conclusie .............................................................................................................. 17
3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
HOOFDSTUK 3 GEBIEDS- EN PLANBESCHRIJVING ...................................... 18 Ligging en historie ................................................................................................ 18 Het perceel in zijn directe omgeving .................................................................... 19 Huidige situatie ..................................................................................................... 20 Het gewenste plan ................................................................................................ 23 Landschappelijk inpassing .................................................................................... 25
2.2
2.3
4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5
HOOFDSTUK 4 OMGEVINGSFACTOREN ......................................................... 28 Algemeen.............................................................................................................. 28 Archeologie ........................................................................................................... 28 Cultuurhistorie....................................................................................................... 29 Bodem .................................................................................................................. 32 Externe en fysieke veiligheid ................................................................................ 32 4.5.1 Bevi-inrichtingen binnen en buiten het plangebied ................................... 33 4.5.2 Buisleidingen ............................................................................................. 33 4.5.3 Route gevaarlijke stoffen ........................................................................... 35 4.5.4 Hoogspanningsleidingen ........................................................................... 35 4.5.5 Conclusie ................................................................................................... 35 4.6 Ecologie ................................................................................................................
35 4.7 Geluid(hinder) ....................................................................................................... 38 4.8 Milieuhinder .......................................................................................................... 39 4.9 Verkeer en parkeren ............................................................................................. 40 4.10 Luchtkwaliteit ........................................................................................................ 42 4.11 Water(toets) .......................................................................................................... 42 4.12 M.e.r.-beoordeling ................................................................................................ 45 5 5.1 5.2
HOOFDSTUK 5 JURIDISCHE TOELICHTING .................................................... 47 Algemeen.............................................................................................................. 47 Toelichting op de Toelichting ................................................................................ 47
NL.IMRO.0171.BP00670-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder Landelijk gebied, Kleiweg 3-4 te Emmeloord
Blad 3 van 51 Juni 2021 Versie 01
5.3 5.4
De regels .............................................................................................................. 48 Nadere toelichting op de bestemmingen .............................................................. 48
6 6.1 6.2
HOOFDSTUK 6 UITVOERBAARHEID ................................................................ 50 Economische uitvoerbaarheid .............................................................................. 50 Inspraak en overleg .............................................................................................. 50
NL.IMRO.0171.BP00670-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder Landelijk gebied, Kleiweg 3-4 te Emmeloord
Blad 4 van 51 Juni 2021 Versie 01
1
Hoofdstuk 1 Inleidend hoofdstuk
1.1
Algemeen In het voorliggende geval is sprake van een agrarisch verwerkingsbedrijf en daarmee een verlenging van de agrarische activiteiten, namelijk de directe vervolgstap op het verbouwen en rooien van het gewas. In het voorliggende bestemmingsplan is sprake van ketenverlenging, namelijk de verwerking en bewerking van agrarische gewassen. Het gaat hierbij om een hoofdactiviteit, aangezien op het perceel geen activiteiten meer plaatsvinden die direct betrekking hebben op de teelt van gewassen. Ter plaatse van het perceel Kleiweg 3 en 4 te Emmeloord exploiteert de initiatiefnemer een bedrijf. Het betreft het bedrijf T. van der Linde Beheer B.V. Dit familiebedrijf is sinds 1959 actief in de aardappelhandel. Het bedrijf is gespecialiseerd in de handel, opslag en verwerking van aardappelen en winterpeen (Van der linde exploitatie B.V. & Van der Linde Trade & Processing B.V.) Tevens heeft de onderneming een bedrijf een verpakkingsgroothandel voor o.a. agrarische producten ( Van der Linde Trade company B.V. /Bigbagstore.nl) De winterpeen wordt bij Van der Linde Trade & Processing B.V. opgeslagen. en heeft daar de beschikking over +/- 20.000 m3 mechanisch gekoelde ruimten. In paragraaf 3.3 volgt een uitvoerige beschrijving van het bedrijf en werkzaamheden.
Figuur 1.1: Een weergave van het plangebied gezien in noordoostelijke richting, met links de A6.
Voor de toekomst is het belangrijk dat het bedrijf de positie op de (wereld)markt versterkt. Hiervoor dient het productaanbod vergroot te worden, zodat zij een nog betere aansluiting vinden bij hun klanten. Ook zijn er plannen om de bedrijfswoning te vergroten1 en de andere bedrijfswoning op termijn te slopen om ruimte mogelijk te maken voor een bedrijfsuitbreiding. Genoemde ontwikkelingen passen niet binnen de geldende planologische kaders. Hiertoe dient het bestemmingsplan voor deze bedrijfslocatie te worden gewijzigd.
1.
1 Een vooroverleg ten behoeve van de vergroten is beoordeeld. Uit het vooroverleg blijkt dat het (bouw)plan in
strijd is met het bestemmingsplan (hoogte en gebruik). Zie kenmerk WABO-VO 2020-0663.
NL.IMRO.0171.BP00670-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder Landelijk gebied, Kleiweg 3-4 te Emmeloord
Blad 5 van 51 Juni 2021 Versie 01
1.1
Planologisch kader Het perceel is planologisch gezien opgenomen in de beheersverordening ‘Landelijk Gebied’. Deze beheersverordening heeft het bestemmingsplan ‘Landelijk Gebied 2004’ van toepassing verklaard. Hierin is het perceel Kleiweg 3 bestemd als ‘Bedrijf (B16)” en het perceel Kleiweg 4 bestemd als een ‘Agrarische gebied (met openheid van het landschap, Ao)’ met een bouwvlak (zie figuur 1.3). Het perceel kent in het vigerende bestemmingsplan de bestemming: ‘Bedrijf’. De B16 staat voor het nummer van het bedrijf. Op het perceel Kleiweg 3 en ter hoogte van de (Klei)weg is een gastransportleiding gelegen.
Figuur 1.2: Uitsnede van de verbeelding (plankaart) met het plangebied (rode aanduiding) en betreffende agrarische bestemming en bedrijvenbestemming B 16.
De feitelijke bedrijfsvoering is niet passend binnen de Agrarische bestemming. Ook de verbouwplannen van de bedrijfswoning op Kleiweg 4 zijn in strijd met het planologisch kader. Mede gelet op de toekomstige uitbreiding van het bedrijf op de bedrijfslocatie B16 die ook in strijd zijn met het planologisch kader is besloten op het bestemmingsplan voor de gehele bedrijfslocatie te wijzigen. Om medewerking te kunnen verlenen aan de plannen is een aanpassing van het bestemmingsplan nodig. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de gevraagde aanpassing van het geldende planologisch kader. 1.2
Bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan 'Landelijk Gebied, Kleiweg 3 en 4 Emmeloord' bestaat uit de volgende stukken: - verbeelding NL.IMRO.0171.BP00670-ON01 met legenda; - regels; - voorliggende toelichting.
NL.IMRO.0171.BP00670-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder Landelijk gebied, Kleiweg 3-4 te Emmeloord
Blad 6 van 51 Juni 2021 Versie 01
Met de verbeelding is de bestemming van de in het plan begrepen gronden en opstallen aangegeven. De bijbehorende legenda legt een verbinding tussen de bestemming en de regels. In de regels zijn de bepalingen opgenomen teneinde de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van deze toelichting, waarin de aan het plan ten grondslag liggende gedachten, de uitkomsten van onderzoeken en de beschrijving van het plan zijn weergegeven. 1.3
Verantwoording Bij het opstellen van voorliggend bestemmingsplan is gebruik gemaakt van diverse (beleids)documenten en websites. Sommige (beleids)documenten en beeldbeschrijvende documenten zijn in voorkomende gevallen integraal overgenomen om de inhoud zoveel mogelijk te waarborgen. Daar waar bronnen zijn gebruikt is dat in de tekst weergegeven.
NL.IMRO.0171.BP00670-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder Landelijk gebied, Kleiweg 3-4 te Emmeloord
Blad 7 van 51 Juni 2021 Versie 01
2
Hoofdstuk 2 Beleidskader en onderzoek Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening geeft aan welke onderwerpen tenminste in de toelichting bij het bestemmingsplan aan de orde moeten komen. Hieronder en in de hoofdstukken 3, 4 en 5 worden deze onderwerpen behandeld. Het bevat de resultaten van onderzoek naar de bestaande toestand en naar de mogelijke en wenselijke ontwikkeling van het gebied.
2.1
Rijksbeleid
2.1.1
Ruimtelijk - Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is op 13 maart 2012 vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft een totaalbeeld van het ruimtelijken mobiliteitsbeleid op rijksniveau en vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. Tevens vervangt het een aantal ruimtelijke doelen en uitspraken in onder andere de Agenda Landschap en de Agenda Vitaal Platteland. Daarmee wordt de SVIR het kader voor thematische of gebiedsgerichte uitwerkingen van rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. In de SVIR heeft het Rijk drie rijksdoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): • Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; • Het verbeteren, instandhouden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; • Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Voor de drie rijksdoelen worden de 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd. Hiermee geeft het Rijk aan waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken.
Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. De drie hoofddoelen van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid kennen nationale opgaven die regionaal neerslaan. Voor het juridisch borgen van de nationale belangen uit deze Structuurvisie heeft het Rijk op basis van de Wet ruimtelijke ordening, twee besluiten waarmee dat mogelijk is. Deze twee besluiten zijn verschillend van elkaar in aard (beleidsmatig versus procesmatig): • Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Dit geeft de juridische kaders die nodig zijn om het vigerend ruimtelijk beleid te borgen. • Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Bro stelt vanuit de rijksverantwoordelijkheid voor een goed systeem van ruimtelijke ordening juridische kaders aan de processen van ruimtelijke belangenafweging en besluitvorming bij verschillende overheden. Mede gelet op de ligging van het plangebied, zijn er geen directe raakvlakken met de hiervoor beschreven Nationale belangen.
NL.IMRO.0171.BP00670-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder Landelijk gebied, Kleiweg 3-4 te Emmeloord
Blad 8 van 51 Juni 2021 Versie 01
Conclusie Voorliggend bestemmingsplan heeft geen raakvlakken met de nationale belangen zoals deze benoemd zijn in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Derhalve wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid. 2.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking Bij besluit van 28 augustus 2012 is de Ladder voor duurzame verstedelijking toegevoegd aan artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening. De inwerkingtreding was op 1 oktober 2012. Op 1 juli 2017 is de gewijzigde (nieuwe) Ladder inwerking getreden. Het doel van de Ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De Ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal ruimtelijk belang gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten. Beschrijving ‘Ladder’ De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Om dit te onderbouwen dienen de volgende stappen te worden doorlopen: 1. Beoordeling door betrokken overheden of beoogde ontwikkeling voorziet in een behoefte voor bedrijventerreinen, kantoren, woningbouwlocaties, detailhandel en andere stedelijke voorzieningen; 2.
indien er een vraag is aangetoond, beoordeling door betrokken overheden of deze binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd door locaties voor herstructurering of transformatie te benutten. De ladder voor duurzame verstedelijking is alleen van toepassing wanneer sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Volgens artikel 1.1.1 lid 1, aanhef en onder i Bro is een stedelijke ontwikkeling een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Initiatief in relatie tot de ‘Ladder’ Hierna wordt achtereenvolgens ingegaan op de vragen of sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, in hoeverre wordt voorzien in een behoefte en in hoeverre vestiging op bestaande bedrijventerreinen respectievelijk binnen bestaand stedelijk gebied wenselijk en mogelijk is. Nieuwe stedelijke ontwikkeling Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Voorziet het plan in de toevoeging van een gebouw, dan ligt de ondergrens 'in beginsel' bij een bruto-vloeroppervlakte van minder dan 500 m2. Voor ontwikkelingen in de vorm van een terrein is 'in beginsel' geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als het ruimtebeslag minder dan 500 m2 bedraagt.
NL.IMRO.0171.BP00670-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder Landelijk gebied, Kleiweg 3-4 te Emmeloord
Blad 9 van 51 Juni 2021 Versie 01
De Laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet dan worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. Daarnaast volgt uit jurisprudentie dat wanneer het om een functiewijziging gaat, moet worden beoordeeld of er sprake is van een naar aard en omvang zodanige functiewijziging, dat desalniettemin gesproken kan worden van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Daarbij moet ook het ruimtebeslag betrokken worden. Het initiatief dient te worden beschouwd als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Er is namelijk géén sprake van vestiging of uitbreiding van een bestaand agrarisch bedrijf. Het plan maakt de realisatie van niet-agrarische bedrijvigheid mogelijk. Voorts ziet het plan op de realisatie van meer dan 500 m2 (extra) bebouwing en/of meer dan 500 m2 gebruikswijziging van gronden. Behoefte Bij het bepalen van de behoefte kan gebruik gemaakt worden van lange termijn prognoses over bedrijventerreinen voor het betreffende verzorgingsgebied in de komende 10 jaar. Alle ontwikkelingen van bedrijventerreinen in bestaande plancapaciteit die in de behoefte voorzien moeten worden meegewogen.
Is er een kwantitatief overaanbod dan kan een planologische toevoeging om kwalitatieve redenen toch nodig worden geacht. Dat vergt wel een aanvullende motivering. Hoe meer de kwalitatieve aspecten publiekrechtelijk geborgd zijn, des te makkelijker de motivering. Kwalitatieve redenen kunnen bijvoorbeeld zijn: • Het aanbieden van grote kavels die binnen de bestaande harde plancapaciteit niet realiseerbaar zijn. • Hogere milieucategorieën dan mogelijk binnen de bestaande harde plancapaciteit. Voor zover er leegstand is van bestaande bedrijfsgebouwen, moet onderzocht worden of de leegstand geen optie biedt voor de nieuwe stedelijke ontwikkeling. Verder dient gemotiveerd te worden, dat de planologische toevoeging geen onaanvaardbare extra leegstand tot gevolg heeft. De behoefte aan bedrijfspercelen voor agrarische verwerkingsbedrijven vloeit voort uit de trend van grootschaliger agrarische bedrijven en specialisatie in de landbouw. Door deze schaalvergroting en specialisatie ontstaat een ‘knip’ in de keten tussen productie (agrarische bedrijven) en verwerking (agrarische verwerkingsbedrijven). Waar vroeger de boer zijn eigen producten (bijvoorbeeld) sorteerde, waste en verpakte, gebeurt dit meer en meer door daartoe gespecialiseerde bedrijven. Er is voorts een logische behoefte aan mogelijkheden om producten in de directe nabijheid van de agrarische bedrijven te (laten) verwerken.
Denk daarbij bijvoorbeeld aan de wijze van transport van de producten direct vanaf het land met grote landbouwvoertuigen (langzaam verkeer). Mogelijkheid voor vestiging op bestaande bedrijventerreinen De in de gemeente Noordoostpolder aanwezige bestaande bedrijventerreinen zijn minder (lees: grotendeels niet) geschikt voor de vestiging van agrarische verwerkingsbedrijven. Dit heeft vooral te maken met het ruimtebeslag van de bedrijven, de aard en ruimtelijke uitstraling van de bedrijvigheid, de aard van de transportbewegingen van en naar het bedrijf etc.
NL.IMRO.0171.BP00670-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder Landelijk gebied, Kleiweg 3-4 te Emmeloord
Blad 10 van 51 Juni 2021 Versie 01
De gemeente Noordoostpolder beschikt niet of nauwelijks over bedrijfsgronden binnen bestaand stedelijk geschikt, die geschikt zijn om plaats te bieden aan agrarische verwerkingsbedrijven. Conclusie De vestiging van agrarische verwerkingsbedrijven op voormalige agrarische bedrijfspercelen in het landelijk gebied kan beschouwd worden als een gewenste ontwikkeling, waaraan de Ladder voor duurzame verstedelijking niet in de weg staat. Met de vestiging van deze bedrijven in het landelijk gebied is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik. Vrijkomende agrarische bedrijfspercelen krijgen een nieuwe functie, waarmee leegstand wordt voorkomen. De bedrijvigheid heeft een sterke binding met het landelijk gebied (transport van producten met landbouwvoertuigen over een korte afstand). Voorts is de aard en omvang van de aanwezige bebouwing minder geschikt voor plaatsing binnen het bestaand stedelijk gebied. Naar hun aard, omvang en uitstraling passen agrarische verwerkingsbedrijven niet goed op bestaande bedrijventerreinen. Het bedrijf is van oorsprong gevestigd op het perceel Kleiweg 3. In 2004 is de locatie aan de overkant van de Kleiweg, nummer 4, dat van oorsprong een agrarisch erf met aanwezige bebouwing aangekocht vanwege de uitbreiding van de bestaande bedrijfsactiviteiten. Beide percelen hebben een functionele en bedrijfsmatige relatie.
In 2011 is een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een bewaarloods is op het perceel Kleiweg 4 ten behoeve van de bedrijfsvoering van het bedrijf. Inmiddels staan op beide locatie ca. 15.700 m2 aan bebouwing. Het bedrijf is op de huidige locatie volledig gesetteld en van verhuizing of verplaatsing is absoluut geen sprake. Vanuit het oogpunt van de bedrijfsvoering (ketenverlenging tussen beide locatie), noch ruimtelijk, noch financieel is verhuizing of verplaatsing redelijkerwijs niet mogelijk. De Ladder voor duurzame verstedelijking staat niet in de weg aan vaststelling van het bestemmingsplan. 2.2
Provinciaal beleid
2.2.1
Omgevingsprogramma Provincie Flevoland Op 27 februari 2019 is het Omgevingsprogramma Flevoland vastgesteld. Het Omgevingsprogramma is een verdere uitwerking van wat de provincie belangrijk vindt en wil doen om te zorgen voor een goede leefomgeving. Hierin staat beschreven wat het te voeren beleid is en welke maatregelen of acties worden ondernomen om de doelstellingen te kunnen bereiken. Dit kan gaan over bijvoorbeeld de ontwikkeling, het gebruik en beheer van onder andere wegen, natuur en bodem: de ‘fysieke leefomgeving’. Beschrijving beleid De provincie Flevoland heeft behoefte aan meer mogelijkheden voor be-/verwerking van agrarische producten op of aansluitend aan het agrarisch erf. In principe zijn deze verwerkende activiteiten ook als agrarisch te beschouwen, totdat wordt overgegaan tot de vervaardiging van een product waarvoor de agrarische producten als grondstof dienen. Deze activiteiten horen niet meer thuis in het buitengebied. Het belangrijkste criterium voor de situering in het buitengebied is dan ook of de verwerkende
NL.IMRO.0171.BP00670-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Blad 11 van 51
Landelijk gebied, Kleiweg 3-4 te Emmeloord
Juni 2021 Versie 01
bedrijfsactiviteiten in het kader van een goede ruimtelijke ordening kunnen worden geschaard onder een direct verlengstuk van de agrarische activiteiten. Bij de beleidsontwikkeling voor grootschalige verwerking/ketenverlenging wordt onderscheid gemaakt in activiteiten die nog als agrarisch zijn te bestempelen en activiteiten die naar aard en omvang thuishoren op een bedrijventerrein, zoals een agrobusinesspark. Daarbij wordt gekeken of het zwaartepunt van de dominante bedrijfsactiviteiten ligt aan de agrarische kant van het productieproces (binding met het land) of aan de bedrijfsmatige bewerkingskant van het productieproces (zoals verpakken). Initiatief in relatie tot het beleid In het voorliggende geval is sprake van een agrarisch verwerkingsbedrijf en daarmee een verlenging van de agrarische activiteiten, namelijk de directe vervolgstap op het verbouwen en rooien van het gewas. In paragraaf 4.3 een uitvoerige beschrijving van het bedrijf en werkzaamheden. In het voorliggende bestemmingsplan is sprake van ketenverlenging, namelijk de verwerking en bewerking van agrarische gewassen. Het gaat hierbij om een hoofdactiviteit, aangezien op het perceel geen activiteiten meer plaatsvinden die direct betrekking hebben op de teelt van gewassen. Verder vormt een essentieel onderdeel van het bedrijf de handel in Big bags.
Het grootste deel van de big bags die bigbagstore levert zijn big bags voor de agrarische industrie, voor onder andere aardappelen, uien en winterpeen. Tevens komen de gebruikte pootgoed big bags van de agrariërs weer retour naar de bigbagstore. Deze big bags worden bij bigbagstore weer gesorteerd, verpakt en in balen geperst en voor export gereed gemaakt. De bigbagstore betreft een agrarisch aanverwante bedrijfsvoering die is voortgekomen uit het agrarisch verwerkingsbedrijf voor het opslaan van de aardappelen en penen. Gelet op de aard van de werkzaamheden is het van belang dat het bedrijf een goede verbinding houdt met het land en is gekozen voor een vestiging in het landelijke gebied in plaats van op een bedrijventerrein. Hieruit kan geconcludeerd worden dat de uitbreiding van het agrarisch verwerkingsbedrijf aansluit bij het Omgevingsprogramma Provincie Flevoland. 2.2.2
RO Visie Werklocaties Flevoland In de RO Visie Werklocaties, die 28 juni 2016 is vastgesteld, staat beschreven wat nodig is om te komen tot sterke werklocaties met toekomstwaarde in de provincie Flevoland. Belangrijkste reden voor deze visie is, dat er sprake is van een nieuwe realiteit: de afgelopen decennia is Flevoland sterk gegroeid. In de toekomst is de vraag echter minder groot dan in de vorige Visie Werklocaties Flevoland werd verwacht. Daarnaast is er sprake van een kwalitatief andere vraag. Hierdoor beantwoordt het aanbod van nu regelmatig niet meer aan de vraag van vandaag en morgen. Met de Visie Werklocaties Flevoland wordt ingespeeld op deze nieuwe realiteit. Beschrijving beleid Het agrarisch landschap van Flevoland staat de komende jaren onder druk. Er komt namelijk een flink aantal agrarische bedrijfslocaties vrij.
NL.IMRO.0171.BP00670-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder Landelijk gebied, Kleiweg 3-4 te Emmeloord
Blad 12 van 51 Juni 2021 Versie 01
Dit wordt onder andere veroorzaakt door bedrijfsbeëindigers die geen opvolger hebben en door schaalvergroting. Bij de schaalvergroting blijft het gebruikte areaal gelijk, maar krimpt het aantal agrarische bedrijven. Het probleem speelt voornamelijk in de gemeente Noordoostpolder, waar tot 2020 ruim 90 hectare agrarische bestemming leeg komt te staan. Een oplossing voor de vrijkomende erven is bijvoorbeeld hergebruik of transformatie. Initiatief in relatie tot het beleid In het onderhavige geval is sprake van een vrijkomende agrarische bedrijfslocatie. Vestiging van een agrarisch verwerkingsbedrijf wordt beschouwd als een passende nieuwe invulling van dergelijke locaties. Dit gelet op de binding van het bedrijf met het agrarisch gebied. 2.2.3
Beleidsregel Kleinschalige ontwikkelingen in het landelijk gebied 2008 De Beleidsregel Kleinschalige ontwikkelingen in het landelijk gebied 2008 is door Gedeputeerde Staten van Flevoland vastgesteld op 27 juni 2008. In deze beleidsregel worden de criteria aangegeven wanneer Gedeputeerde Staten zienswijzen zullen indienen en voorts wanneer Gedeputeerde Staten voornemens zijn van deze bevoegdheden gebruik te maken. Beschrijving beleid Ontwikkelingen in de landbouwsector maken het wenselijk meer ruimte te bieden aan kleinschalige niet-agrarische of agrarisch aanverwante functies en het vergroten van (voormalig) agrarische bouwpercelen. Hierbij kunnen de bestaande activiteiten en functies niet gehinderd worden, het landelijk gebied niet verstedelijkt worden en moet het landschappelijk, milieutechnisch en verkeerskundig goed worden ingepast. Daarbij dienen de ontwikkelingsmogelijkheden van de landbouw behouden te blijven of verder versterkt te worden. Er is een aantal voorwaarden waaraan voldaan moet worden bij de vergroting van (voormalig) agrarische bouwpercelen en de ontwikkeling van niet agrarische en/of agrarisch aanverwante activiteiten. Het gaat om de volgende voorwaarden: • Bij niet-agrarische en/of agrarisch aanverwante activiteiten moet de erfsingel behouden blijven of hersteld worden.
• De vergroting van het (voormalig) agrarische bouwperceel wordt landschappelijk ingepast, door middel van het herstellen of opnieuw aanplanten van de erfsingel. • De vorm van het (voormalig) agrarische bouwperceel dient te passen in het aanwezige landschap. Ook moet er rekening gehouden worden met de verkeerskundige inpassing. Hierbij geldt dat: • Voorzien moet worden in voldoende manoeuvreerruimte op het eigen (voormalig) agrarische bouwperceel • Er is bij voorkeur geen sprake van meer dan één uitrit • Parkeren vindt plaats op het eigen (voormalig) agrarische bouwperceel • De activiteiten zijn afgestemd op de aard en capaciteit van de weg waaraan het betreffende bouwperceel is gelegen. Initiatief in relatie tot het beleid
NL.IMRO.0171.BP00670-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder Landelijk gebied, Kleiweg 3-4 te Emmeloord
Blad 13 van 51 Juni 2021 Versie 01
In het onderhavige geval is sprake van een agrarisch aanverwante activiteit. Door middel van het opnemen van een voorwaardelijke verplichting in de planregels wordt geborgd dat de erfsingel wordt aangelegd/hersteld en behouden blijft. In paragraaf 4.5 wordt nader ingegaan op de landschappelijke inpassing. Het bestaande (voormalig agrarisch) perceel heeft een bestaande inpassing. Ten behoeve van voorliggend bestemmingsplan dient een volwaardige inpassing uitgevoerd te worden. Paragraaf 3.5 gaat hier nader op in. Het plan wordt voorzien in een volwaardige erfsingel (zowel onder begroeiing als hoog opgaande beplanting). De landschappelijke inpassing van de beide percelen (incl. verbeelding en beplantingsplan) laten zien dat de percelen nagenoeg geheel zijn of worden omzoomd met een groensingel, behoudens het ‘verkeersplein’ gelegen aan de Kleiweg. De erfsingel wordt conform het beplantingsplan uitgevoerd. In de regels is hiervoor een voorwaardelijke verplichting opgenomen tot het realiseren van een erfsingel waarbij verwezen wordt naar de bijlage. Ten aanzien van de vorm van het agrarisch bouwperceel kan worden vastgesteld dat deze niet afwijkt van wat gebruikelijk is in de Noordoostpolder. Voor wat betreft de aspecten verkeer en parkeren wordt verwezen naar paragraaf 5.9 van deze toelichting.
De ontwikkeling levert geen strijd op met de beleidsnotitie ‘Kleinschalige ontwikkelingen in het landelijk gebied’. 2.2.4
Structuurvisie werklocaties (2011) De Structuurvisie werklocaties is een nadere concretisering van het Omgevingsplan 2006. Aangezien het Omgevingsplan is opgegaan in het Omgevingsprogramma, is het de vraag in hoeverre aan de Structuurvisie werklocaties uit 2011 nog zelfstandige betekenis moet worden toegekend. Desalniettemin wordt hierna kort ingegaan op de Structuurvisie. Beschrijving beleid In de Structuurvisie biedt de provincie de gemeenten een meer vastomlijnd kader voor een Gemeentelijke Visie op de Vestigings-locaties (GVV). 1. Dit houdt het volgende in. • Er wordt inzicht verlangd in de bestaande en geplande omvang van bedrijvigheid. Per locatie dient aangegeven te worden welke locatietype(n) het betreft en welke typen bedrijven zich kunnen vestigen. Hierover dient afstemming tussen de gemeenten plaats te vinden; • Voor het aanwijzen van vestigingslocaties moet de Ladder (eerst intensiveren en herstructureren, dan pas nieuwe locaties ontwikkelen) worden toegepast. Voor elke vestigingslocatie moet de ligging, omvang en categorie worden aangegeven. • Daarnaast worden de gemeenten nadrukkelijk gevraagd te overwegen om een herstructureringsfonds en parkmanagement op nieuwe - en zo mogelijk op bestaande- bedrijventerreinen in te stellen. Eveneens wordt de gemeenten verzocht om het opstellen van een visie op zorgvuldig ruimtegebruik en ruimtelijke kwaliteit te overwegen;
NL.IMRO.0171.BP00670-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder Landelijk gebied, Kleiweg 3-4 te Emmeloord
Blad 14 van 51 Juni 2021 Versie 01
•
De gemeenten wordt aanbevolen om in de Gemeentelijke Visie op de Vestigingslocaties (GVV) grondbeleid en beleid voor het ontwikkelen van duurzame bedrijventerreinen op te nemen. • Het verdient het de voorkeur om de GVV in een structuurvisie neer te leggen. 2. Zowel overschotten als tekorten aan bedrijventerreinen moet worden voorkomen. Hiervoor worden, rekening houdende met de afweging in het kader van de Ladder, in samenwerking met de gemeenten afspraken gemaakt over de omvang van nieuw aan te leggen bedrijventerreinen en kantoorlocaties (formele werklocaties) afgezet tegen de marktvraag. Dit is voor de komende tijd neergelegd in de provinciale Visie werklocaties Flevoland 2030+ waarmee de gemeenten akkoord zijn gegaan. 3. Naast de formele werklocaties zijn de informele werklocaties van belang. De provincie wil dat daar ruimte aan geboden blijft worden. Voor een eventuele provinciale rol bij informele werklocaties is meer inzicht nodig. Het gaat daarbij om onderzoek naar de ontwikkeling van informele werklocaties. 4. De provincie hecht nadrukkelijker aan (bestuurlijke) afstemming op bovengemeentelijke schaal. Voor afstemming wordt het Portefeuillehoudersberaad Economische Zaken benut waarin de portefeuillehouders Ruimte (kunnen) participeren als ruimtelijk-economische onderwerpen geagendeerd worden.
Met de Visie op werklocaties Noordelijk Flevoland hebben de gemeenten Urk en Noordoostpolder in gezamenlijkheid een GVV vastgesteld. Met deze GVV is volgens de provinciale kaders inzicht geboden in de ontwikkelingen van bedrijvigheid binnen de gemeente Noordoostpolder. In de Visie op werklocaties (paragraaf 2.2.2) wordt ingegaan op de wenselijkheid en mogelijkheid van realisatie van agrarische verwerkingsbedrijven in het landelijk gebied. De Visie sluit aan op de provinciale RO Visie Werklocaties Flevoland. Daarbij geldt dat in de Visie de Ladder voor duurzame verstedelijking is verankerd en dat de gemaakte beleidskeuzes hierop zijn gebaseerd. Initiatief in relatie tot het beleid Nu het onderhavige initiatief past binnen de Visie op werklocaties Noordelijk Flevoland, is daarmee tevens gezegd dat de Structuurvisie werklocaties (2011) niet in de weg staat aan het verlenen van planologische medewerking. Het initiatief is in overeenstemming met de, gelet op het initiatief relevante, provinciale beleidskaders. 2.3
Gemeentelijk beleid
2.3.1
Structuurvisie Noordoostpolder 2025 De Structuurvisie Noordoostpolder 2025 is in december 2013 vastgesteld door de gemeenteraad. De Structuurvisie is een integrale ruimtelijke visie, die de huidige en gewenste waarden en kwaliteiten beschrijft. De visie heeft als doel de verschillende belangen, zoals voor het landschap, de kernen en de gemeenschap, zorgvuldig af te wegen en hieruit een integrale ontwikkelingsrichting te bepalen voor de periode tot 2025. De Structuurvisie Noordoostpolder 2025 is vooral gericht op behoud en verbetering van de bestaande ruimtelijke, economische en sociale kwaliteiten en daarmee op het versterken van het landschap en de leefbaarheid in de gemeente Noordoostpolder.
NL.IMRO.0171.BP00670-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder Landelijk gebied, Kleiweg 3-4 te Emmeloord
Blad 15 van 51 Juni 2021 Versie 01
Beschrijving beleid In de gemeente Noordoostpolder is in grote mate sprake van schaalvergroting. Van de oorspronkelijke 1.600 agrarische erven in de Noordoostpolder zijn er door de schaalvergroting nog geen 1.000 over. Dat aantal daalt nog verder. Tot nu toe zijn vooral oorspronkelijke erven vrijgekomen met weinig extra bebouwing, maar dat gaat de komende jaren veranderen wanneer ook erven vrijkomen die al eens zijn uitgebreid en waarvan de erfsingel vaak ontbreekt. Het herstellen van de oorspronkelijke kwaliteit van deze vrijkomende agrarische bedrijfskavels (vab’s) blijkt een grote uitdaging. De meeste vab’s zijn uitermate geschikt voor de uitoefening van niet-agrarische bedrijfsactiviteiten in de lichte milieucategorieën, kleinschalige voorzieningen, recreatie en alternatieve woonvormen zoals ‘rood voor rood’. Hieraan worden wel voorwaarden gesteld om negatieve effecten te vermijden met betrekking tot de (ontwikkeling van de) kernen en de mogelijk negatieve effecten op omliggende bedrijven. De uitvoering van het beleid zal nadrukkelijk worden gemonitord en indien nodig zal het beleid worden bijgesteld. Agrariërs kunnen hun bedrijfsvoering onder andere rendabel houden door werkzaamheden op te pakken die in het verlengde daarvan liggen: er is dan sprake van ‘ketenverlenging’.
Te denken valt aan de opslag en/of het schonen en verwerken van agrarische producten van de betreffende agrariër zelf maar ook van producten van andere, nabijgelegen agrarische bedrijven. Daarom wordt ruimte geboden aan ketenverlenging op agrarische erven. Daaraan wordt een aantal randvoorwaarden gesteld: • Aansluiting bij de karakteristiek van de polder: landschappelijke inpassing door behoud dan wel (bij erfuitbreiding) opnieuw aanplanten van erfsingels en aandacht voor kleur van gebouwen; • Uitbreiding kan tot maximaal 3,0 hectare (bruto) of tot maximaal 6,0 hectare als twee erven kunnen worden samengevoegd (zie onder ‘Verruimen van agrarische erven’). Als bedrijven verder door willen groeien kan dit op de gemengde bedrijventerreinen bij Emmeloord. De grote maat van dergelijke bedrijven maakt vestiging op de lokale bedrijventerreinen bij de dorpen ongewenst, omdat ze landschappelijk gezien in geen verhouding staan tot de geringe afmetingen van de dorpen; • Geen belemmeringen voor bewoners: maximaal categorie 3.1. en zo nodig maatregelen om hinder te beperken; • Een geringe verkeersaantrekkende werking of garanties van een goede ontsluiting/bereikbaarheid. Initiatief in relatie tot het beleid De ontwikkeling heeft geen betrekking op de realisatie van een bedrijf van meer dan 3,0 hectare (bruto).
Gelet op de binding met het landelijk gebied, ligt verplaatsing naar een bedrijventerrein niet voor de hand. Door middel van het opnemen van een voorwaardelijke verplichting in de planregels wordt geborgd dat de erfsingel wordt aangelegd/hersteld en behouden blijft. In paragraaf 4.5 wordt nader ingegaan op de landschappelijke inpassing. Het bestaande (voormalig agrarisch) perceel heeft een bestaande en volwaardige inpassing. Ten aanzien van de vorm van het agrarisch bouwperceel kan worden vastgesteld dat deze niet afwijkt van wat gebruikelijk is in de Noordoostpolder. De ter plaatse toegestane activiteiten zijn te beschouwen als activiteiten die naar aard en invloed op de omgeving passend zijn in het landelijk gebied en verenigbaar zijn met woonfuncties in de omgeving van het projectgebied.
NL.IMRO.0171.BP00670-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder Landelijk gebied, Kleiweg 3-4 te Emmeloord
Blad 16 van 51 Juni 2021 Versie 01
Het bestemmingsplan kent geen beperking ten aanzien van de ter plaatse toegestane categorieën van bedrijvigheid. In de begripsomschrijvingen (planregels) zijn de activiteiten echter dermate afgekaderd, dat geen vanuit milieuhygiënisch oogpunt sterk belastende activiteiten mogelijk worden gemaakt. Voor een nadere motivering wordt verwezen naar paragraaf 5.8 (Milieuhygiëne). Voor wat betreft de aspecten verkeer en parkeren wordt verwezen naar paragraaf 5.9 van deze toelichting. Het initiatief is passend binnen de uitgangspunten van de Structuurvisie. 2.3.2
Visie Werklocaties Noordelijk Flevoland Noordelijk Flevoland zit post-crisis economisch weer in de lift. Bedrijven groeien en investeren, de werkgelegenheid stijgt en het algehele ondernemerssentiment is positief. In de visie wordt aangegeven dat agrariërs hun bedrijfsvoering onder andere rendabel kunnen houden door werkzaamheden op te pakken die in het verlengde daarvan liggen: er is dan sprake van ketenverlenging. Dit kan zowel als nevenactiviteit of als hoofdactiviteit. Te denken valt aan opslag, en/of het schonen en verwerken van agrarische producten van de betreffende agrariër zelf of van producten van andere agrarische bedrijven. Deze activiteiten zijn zo verbonden met de agrarische keten, dat vestiging op een regulier bedrijventerrein onlogisch is. Deze bedrijven worden wat betreft uitbreidingsmogelijkheden gelijk gesteld aan volwaardige agrarische bedrijven. Dat betekent dat een erf kan uitbreiden tot 3 hectare (bruto) en afhankelijk van de ruimtelijk ligging kan verdubbelen tot 6 hectare, wanneer twee erven samengevoegd kunnen worden. Ketenverlenging Het plan richt zich op bedrijvigheid in het buitengebied. In het voorliggende bestemmingsplan is sprake van ketenverlenging, namelijk de verwerking en bewerking van agrarische gewassen.
Het gaat hierbij om een hoofdactiviteit, aangezien op het perceel geen activiteiten meer plaatsvinden die direct betrekking hebben op de teelt van gewassen.. Deze activiteiten zijn zo verbonden met de agrarische keten, dat vestiging op een regulier bedrijventerrein onlogisch is. Opgemerkt wordt dat in het plan geen sprake is van nieuwvestiging van een bedrijf. Het bedrijf is van oorsprong gevestigd op het perceel Kleiweg 3. In 2004 is de locatie aan de overkant van de Kleiweg, nummer 4, dat van oorsprong een agrarisch erf met aanwezige bebouwing aangekocht vanwege de uitbreiding van de bestaande bedrijfsactiviteiten. Beide percelen hebben sindsdien een functionele en bedrijfsmatige relatie met elkaar. Voorliggend bestemmingsplan voorziet voornamelijk in de ontwikkeling waarbij de bestemming juridisch-planologisch wijzigt naar een bestemming Agrarische verwerkingsbedrijf. De ontwikkeling past daarmee binnen de Visie op werklocaties.
NL.IMRO.0171.BP00670-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder Landelijk gebied, Kleiweg 3-4 te Emmeloord
Blad 17 van 51 Juni 2021 Versie 01
2.3.3
Welstandsnota gemeente Noordoostpolder (2013) Het plangebied valt in de welstandsnota onder de gebiedscriteria ‘landelijk gebied’. Het landelijk gebied omvat het grondgebied van de gehele gemeente Noordoostpolder, met uitzondering van de bebouwde kommen van Emmeloord, de dorpen en Schokland en het IJsselmeergebied . In deze welstandsnota zijn uitgangspunten vertaald naar welstandscriteria voor het buitengebied. Naast welstandscriteria voor de oorspronkelijke bebouwing bevat deze nota welstandscriteria voor nieuw te bouwen woningen en bedrijfshallen in het buitengebied. Criteria die enerzijds vernieuwing mogelijk maken en anderzijds een verbinding te leggen met de historie van het betreffende erf. Toekomstige bouwplannen worden bij aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen getoetst worden aan de van toepassing zijnde welstandscriteria.
2.4
Conclusie Het initiatief is in overeenstemming met de, gelet op het initiatief relevante, Rijks, Provinciaal en gemeentelijke beleidskaders.
NL.IMRO.0171.BP00670-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Blad 18 van 51
Landelijk gebied, Kleiweg 3-4 te Emmeloord
Juni 2021 Versie 01
3
Hoofdstuk 3 Gebieds- en planbeschrijving
3.1
Ligging en historie Het perceel Kleiweg 3 en 4 te Emmeloord ligt in de gemeente Noordoostpolder. Hieronder is de ligging van Emmeloord vanuit een hoger perspectief weergegeven.
Figuur 3.1: Nederland, provincie Flevoland, gemeente Noordoostpolder en de ligging van Emmeloord in één oogopslag.
Emmeloord ontleent zijn naam aan het dorpje Emmeloord op noordpunt van het voormalige eiland Schokland, wat lag in de Zuiderzee. In 1936 werd begonnen met het aanleggen van de dijken om de Noordoostpolder die in 1940 klaar waren. Daarna begon het droogmalen van het gebied dat in 1942 droogviel. Er werd ruim 50.000 hectare land ontgonnen uit de IJsselmeer. Op 15 december 1943 werd het eerste huis van Dorp A betrokken. De werknaam is later vervangen door Emmeloord. Vanwege de ontginning gedurende de Tweede Wereldoorlog was de Noordoostpolder een dorado voor onderduikers.
NL.IMRO.0171.BP00670-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder Landelijk gebied, Kleiweg 3-4 te Emmeloord
Blad 19 van 51 Juni 2021 Versie 01
Het plangebied zelf valt niet binnen de kern van de stad Emmeloord. Het is ten zuidoosten van de stad gelegen. Hieronder een weergave van Emmeloord (blauwe cirkel) ten opzichte van het plangebied (oranje cirkel).
Figuur 3.2: Een weergave van het plangebied (gele cirkel) ten opzichte van de kern Emmeloord.
3.2
Het perceel in zijn directe omgeving Het bedrijf bevindt zich aan de Kleiweg 3 en 4 te Emmeloord. De Kleiweg is haaks gelegen op en direct naast de Rijksweg A6. Het plangebied is ten noorden van de afslag Emmeloord van de A6. De omgeving rondom het plangebied kenmerkt zich voornamelijk door uitgestrekte agrarische landerijen. Daarnaast bevinden zich in oostelijke richting twee (woon)percelen. In de andere richting, aan de andere kant van de A6 is een woonwijk De Zuidert gelegen. Hieronder een weergave van het plangebied in zijn directe omgeving.
Figuur 3.2: Een weergave van de bestaande bedrijfslocatie gelegen naast de A6. In noordwestelijke richting een woonwijk van de kern Emmeloord.
NL.IMRO.0171.BP00670-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder Landelijk gebied, Kleiweg 3-4 te Emmeloord
Blad 20 van 51 Juni 2021 Versie 01
3.3
Huidige situatie Voorgeschiedenis Het oorspronkelijk bedrijf is gevestigd op het perceel Kleiweg 3. In 2004 is vanwege de uitbreiding van bestaande bedrijfsactiviteiten, alsmede een ketenverlenging in de bedrijfsvoering, het agrarische bedrijfsperceel en bebouwing, tegenover het bedrijf (Kleiweg 4) aangekocht. Beide percelen hebben sindsdien een functionele, financiële en bedrijfsmatige relatie. In 2011 is een omgevingsvergunning verleend (bekend onder nummer HZ_WABO 2011-0312) voor het bouwen van een bewaarloods is op het perceel Kleiweg 4 ten behoeve van de huidige bedrijfsvoering van het bedrijf. In figuur 3.6 is een fragment uit de vergunde situatietekening. Ten tijde van de vergunningaanvraag en besluitvorming zijn door het bevoegd gezag geen opmerkingen gemaakt over planologische (strijdige) gebruiksactiviteiten. Na realisatie van de verleende omgevingsvergunning staat inmiddels op beide locatie ca. 15.700 m2 aan bebouwing ten behoeve van het bedrijf.
Figuur 3.3: Een fragment van de situatietekening van de verleende omgevingsvergunning (2011) waaruit blijkt de bestaande en gewenste / vergunde uitbreiding van de bebouwing op het perceel Kleiweg 4.
NL.IMRO.0171.BP00670-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Blad 21 van 51
Landelijk gebied, Kleiweg 3-4 te Emmeloord
Juni 2021 Versie 01
Het plangebied voorziet op de bestaande bedrijfsvoering op de percelen Kleiweg 3 en 4 te Emmeloord. Kleiweg 3 heeft een perceelsgrootte van 15849 m². Kadastraal: gemeente Emmeloord, sectie A, perceelnummer: 1429, 1508 en 1788. Kleiweg 4 heeft een perceelsgrootte van 16.059 m². Kadastraal: gemeente Emmeloord, Emmeloord, sectie A, perceelnummer: 2298, 2299 en 2426. In totaal bedraagt de omvang van beide percelen 31908 m².
Kleiweg 3
Kleiweg 4
Figuur 3.4: Een weergave van de huidige bedrijfslocatie gelegen op de 2 percelen.
NL.IMRO.0171.BP00670-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder Landelijk gebied, Kleiweg 3-4 te Emmeloord
Blad 22 van 51 Juni 2021 Versie 01
Op de huidige bedrijfslocatie (Kleiweg 3) staan 2 bedrijfsgebouwen van ca. 6667 en 1267 m2. Met een bedrijfswoning en bijbehorend bouwwerk van 196 m2. Op het andere perceel (Kleiweg 4) staat een bedrijfsgebouw van ca. 7464 m2 en een bedrijfswoning van 127 m2. Op de beide percelen bedraagt de totale bebouwing ca. 15.721 m2.
Figuur 3.5: Een weergave op de bedrijfslocatie, gezien in oostelijke richting, met links de bebouwing op Kleiweg 3 en rechts het perceel en de bedrijfswoning Kleiweg 4.
Bedrijfsbeschrijving In het voorliggende bestemmingsplan is sprake van ketenverlenging, namelijk de verwerking en bewerking van agrarische gewassen. Het gaat hierbij om een hoofdactiviteit, aangezien op het perceel geen activiteiten meer plaatsvinden die direct betrekking hebben op de teelt van gewassen. Van der Linde beheer B.V. is een familiebedrijf dat sinds 1959 actief is in de aardappelhandel. Begin jaren negentig is het bedrijf gestart met de handel in peen. Alle producten komen voor 95% uit de kwalitatief hoogwaardige polders, en exporteren deze over de hele wereld. Het bedrijf is gespecialiseerd in de handel, opslag en verwerking van aardappelen en peen. De peen wordt bij Van der Linde koel- en vriesbedrijf B.V. opgeslagen. Hiertoe heeft het bedrijf de beschikking over +/- 20.000m3 mechanisch gekoelde ruimten. Voor de aardappelen en de winterpeen heeft het bedrijf nieuwe en hypermoderne verwerkingslijnen laten ontwikkelen. De aanvoer van deze producten wordt met eigen vrachtwagens uitgevoerd. Tot de afnemers behoren o.a. kleinverpakkers en de verwerkende industrie in zowel binnenals buitenland. Het bedrijf bevoorraad verschillende afzetkanalen in binnen- en buitenland, zoals de frites-, tafel- en exportmarkt. Export wordt in eigen huis verpakt. De aardappelen kunnen geleverd worden in bulk, big bags, jute- en netzakken (5-25 Kg) gepalletiseerd en gewikkeld.
De peen worden in kisten, big bags, polyzakken en folieverpakkingen van 5 en 10 kg opgeslagen en verpakt.
NL.IMRO.0171.BP00670-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder Landelijk gebied, Kleiweg 3-4 te Emmeloord
Blad 23 van 51 Juni 2021 Versie 01
Big bags Het grootste deel van de big bags die bigbagstore levert zijn big bags voor de agrarische industrie, voor onder andere aardappelen, uien en winterpeen. Tevens komen de gebruikte pootgoed big bags van de agrariërs weer retour naar de bigbagstore. Deze big bags worden bij bigbagstore weer gesorteerd, verpakt en in balen geperst en voor export gereed gemaakt. De bigbagstore betreft een agrarisch aanverwante bedrijfsvoering. De bigbagstore is een ondergeschikte bedrijfstak van deze bedrijfslocatie. Circa 1000 m2 van de totale en huidige 15.721 m2 aan bedrijfsbebouwing. Deze bedrijfstak is al jaren op dit perceel gevestigd. Voorliggend bestemmingsplan voorziet naast een passende gebruiksbestemming ook in uitbreidingsmogelijkheden van het bedrijf, echter de bigbagstore activiteiten zullen echter niet toegaan nemen. Daarmee blijft deze bedrijfstak ondergeschikt aan de bestemming ‘Bedrijf – verwerkingsbedrijf’.
Figuur 3.6: Een weergave op de bedrijfsbebouwing op het perceel Kleiweg 3.
Figuur 3.7: Een weergave op de bedrijfsbebouwing en de bedrijfswoning op het perceel Kleiweg 4.
3.4
Het gewenste plan Voorliggend bestemmingsplan voorziet voornamelijk in de ontwikkeling waarbij de Agrarische bestemming juridisch-planologisch wijzigt naar een bestemming Bedrijf met functieaanduiding agrarische verwerkingsbedrijf, waarbij sprake is van een ketenverlenging in de bedrijfsvoering. Tevens voorziet het bestemmingsplan in toekomstige bebouwingsmogelijkheden voor het bedrijfspand en de bedrijfswoning. In het voorliggende bestemmingsplan is sprake van ketenverlenging, namelijk de verwerking en bewerking van agrarische gewassen. Het gaat hierbij om een hoofdactiviteit, aangezien op het perceel geen activiteiten meer plaatsvinden die direct betrekking hebben op de teelt van gewassen.
NL.IMRO.0171.BP00670-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder Landelijk gebied, Kleiweg 3-4 te Emmeloord
Blad 24 van 51 Juni 2021 Versie 01
Ook voorziet het bestemmingsplan in toekomstige uitbreidingsmogelijkheden, zoals de uitbreiding van het bedrijfspand (Kleiweg 3) als een uitbreiding van de bedrijfswoning (Kleiweg 4). Toekomstige uitbreiding bedrijfspand Het bedrijf heeft dringend behoefte om op termijn uit te bouwen op de bestaande bedrijfslocatie (Kleiweg 3), waar op basis van het geldende bestemmingsplan geen bouwmogelijkheden voor toekomstige uitbreiding liggen. De toekomstige uitbreiding voorziet in een gewenste uitbreiding van bedrijfsbebouwing (kantoor en loods). Ter plaatse worden de bedrijfswoning en bijbehorend bouwwerk op het perceel Kleiweg 3 gesloopt.
Figuur 3.8: Een weergave van beide percelen waaruit blijkt de planologische bouwmogelijkheden.
Figuur 3.9: Een weergave van de doorsnede waaruit blijkt het profiel en bouwhoogte ten opzichte van de bestaande bedrijfsbebouwing.
NL.IMRO.0171.BP00670-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder Landelijk gebied, Kleiweg 3-4 te Emmeloord
Blad 25 van 51 Juni 2021 Versie 01
Figuur 3.10: Een weergave van de gewenste plattegrondindeling van de bedrijfsuitbreiding.
Figuur 3.11: Een weergave van de gewenste bedrijfsuitbreiding, gezien van de Kleiweg.
3.5
Landschappelijk inpassing Alle erven in het landschap van de Noordoostpolder zijn omzoomd door groene singels. De singels zijn dichte bomengroepen met struikgewas. In de toekomstige situatie wordt er gebruik gemaakt van de huidige erfsingel. Deze bestaande erfsingel staat rond beide percelen. Het behoud van de erfsingel is essentieel, want deze sluit aan op de Landschapsvisie van de gemeente Noordoostpolder. Onderstaand nog een weergave van het terrein van de huidige situatie waarbij zichtbaar is dat de bestaande erfsingels met een verbeelding van de nieuwe aanplant langs de bebouwing van het perceel Kleiweg 3.
NL.IMRO.0171.BP00670-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder Landelijk gebied, Kleiweg 3-4 te Emmeloord
Blad 26 van 51 Juni 2021 Versie 01
Figuur 3.12: Een weergave op de bestaande aangeplante erfsingel aan de oostzijde van het perceel Kleiweg 3.
Figuur 3.13: Een weergave op de bestaande erfsingel aan de oostzijde van het perceel Kleiweg 4.
Het perceel krijgt een volledige bedrijfsbestemming. Het plan wordt voorzien in een volwaardige erfsingel (zowel onder begroeiing als hoog opgaande beplanting). De erfsingel wordt conform het beplantingsplan uitgevoerd. In de regels is hiervoor een voorwaardelijke verplichting opgenomen tot het realiseren van een erfsingel waarbij verwezen wordt naar bijlage 1 van de regels, alsmede de voorwaardelijke verplichting.
Figuur 3.14: Een weergave op de nieuwe erfsingel aan de oostzijde van het perceel Kleiweg 3.
NL.IMRO.0171.BP00670-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder Landelijk gebied, Kleiweg 3-4 te Emmeloord
Blad 27 van 51 Juni 2021 Versie 01
Figuur 3.15: Een weergave op de nieuwe erfsingel rondom het perceel Kleiweg 3.
Figuur 3.16: Een weergave op de nieuwe erfsingel rondom het perceel Kleiweg 4.
NL.IMRO.0171.BP00670-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Blad 28 van 51
Landelijk gebied, Kleiweg 3-4 te Emmeloord
Juni 2021 Versie 01
4
Hoofdstuk 4 Omgevingsfactoren
4.1
Algemeen Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving staan van het verrichte onderzoek naar de voor het plan relevante feiten en de af te wegen belangen (Algemene wet bestuursrecht, artikel 3.2). In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de geldende wet- en regelgeving die op voorliggend plan en plangebied van toepassing zijn. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden daarom de resultaten van het onderzoek naar o.a. de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema's archeologie & cultuurhistorie, bodem, ecologie, externe veiligheid, geluid, milieuzonering, verkeer, water en luchtkwaliteit.
4.2
Archeologie In de toelichting moet worden aangegeven hoe het cultureel erfgoed wordt beschermd in relatie tot de wettelijke bepalingen (Erfgoedwet) en hoe met het oog op het noodzakelijk onderzoek met het aspect archeologie is omgegaan. Eventuele onderzoeksrapporten moeten als bijlage bij de toelichting worden gevoegd. Op basis van de archeologische beleidskaart van de gemeente Noordoostpolder ligt het perceel in een gebied dat geen beleidscategorie heeft. Voor deze gebieden geldt geen onderzoeksplicht naar archeologie.
Figuur 4.1: Een weergave van de archeologisch beleidskaart ter plaatse van het plangebied.
Op de verbeelding van voorliggend bestemmingsplan is derhalve geen dubbelbestemming ‘Archeologie verwachtingswaarde’ worden geprojecteerd.
NL.IMRO.0171.BP00670-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder Landelijk gebied, Kleiweg 3-4 te Emmeloord
Blad 29 van 51 Juni 2021 Versie 01
Zorgplicht Indien bij toekomstige graaf- en/of bouwwerkzaamheden onverhoopt toch archeologische grondsporen worden aangetroffen en/of vondsten worden gedaan, dan dient hiervan direct melding te worden gemaakt, conform de Erfgoedwet, bij de gemeente Noordoostpolder en bij de provinciaal archeoloog. 4.3
Cultuurhistorie Per 1 januari 2012 is de wijziging van het Bro in werking getreden die een verplichting inhoudt om in de toelichting van het bestemmingsplan een beschrijving op te nemen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Cultuurhistorie en beleid Beleidsmatig is de cultuurhistorie van Noordoostpolder vastgelegd en toegelicht in diverse documenten zoals ‘Kwaliteitskaart Noordoostpolder Urk – Deel 1’ (H+N+S landschapsarchitecten en Beek@ Kooiman Cultuurhistorie, 2004), ‘Landschapsvisie Noordoostpolder, landschap van rust en regelmaat’ (Feddes/Olthof Landschapsarchitecten, 2012), ‘Structuurvisie Noordoostpolder 2025’, (Kuiper compagnons/Gemeente Noordoostpolder, 2013) en de ‘Erfgoednota’, (Gemeente Noordoostpolder, 2013). Al deze documenten nemen bij vernieuwing en ontwikkeling het bijzonder ontworpen landschap van de Noordoostpolder als vertrekpunt. Het credo van eertijds de Nota Belvédère behoud door ontwikkeling, geldt nog altijd en klinkt ook door in de aanwijzing van de Nooroostpolder als Nationaal Wederopbouwgebied in de beleidsnota ‘Visie Erfgoed en Ruimte, Kiezen voor Karakter’ van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE, 2016).
De gemeente Noordoostpolder is een duidelijk voorbeeld van een rationeel landschap uit de 20e eeuw (rond 1940 drooggelegd), waarin de twee voormalige eilanden Urk en Schokland als zelfstandige elementen zijn opgenomen. Dit rationeel vormgegeven landschap is niet alleen ontworpen vanuit het oogpunt van optimale landbouwkundige productie, maar ook als wetenschappelijke, esthetische en intellectuele uitdaging. Onderdelen van de inrichting van de gemeente Noordoostpolder die kenmerkend zijn voor het gebied zijn: • de kavelmaat; • de erven met bijbehorende erfsingels; • de diverse typen boerderijen; • de arbeiderswoningen; • de kavel- en erfsloten; • het grondgebruik. Relatie tot het plan Het cultuurhistorisch erfgoed van Nederland bestaat uit monumentale panden, historische zichtlijnen, kenmerkende landschappen en waardevolle lijn- en/of vlakelementen. Het cultuurhistorisch erfgoed geeft een beeld van de geschiedenis van het landschap. Daarom is bescherming van deze elementen van belang.
NL.IMRO.0171.BP00670-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder Landelijk gebied, Kleiweg 3-4 te Emmeloord
Blad 30 van 51 Juni 2021 Versie 01
Het perceel aan de Kleiweg 3 en 4 en de directe omgeving kent een aantal karakteristieken die kenmerkend zijn voor de Noordoostpolder. Door die kenmerken, en de zichtbaarheid daarvan, draagt het perceel bij aan de herkenbaarheid van de Noordoostpolder en daarmee haar bijzondere identiteit.
Figuur 4.2: Een weergave van de cultuurhistorische beleidskaart.
De ligging van het erf geeft uitdrukking aan het modulaire systeem van verkaveling van de polder. Een regelmatig raster dat gebaseerd is op de in die tijd meest rationele agrarische verkaveling; een kavelmaat van 300 langs de weg en 800 meter in de diepte. Die verkaveling leidde tot agrarische bedrijven van 12 tot 48 hectare, dus variërend van een halve tot 2 kavels. De kavels zijn aan de achterzijde begrensd door een tocht. De grootte van het erf zegt verder iets over de grootte van het bedrijf. De Bedrijven met minder dan 24 hectare kregen een boerenerf van 0,7 tot 0,8 hectare. Voor bedrijven van 24 hectare en groter werden erven van 0,9 tot 1,0 hectare ingepland. Dit was bovendien gebaseerd op een functionele analyse van de inrichting van het boerenerf door landschapsarchitect Bijhouwer. Kortom de grootte van het erf zegt iets over de oorspronkelijke omvang/uitgifte van het bedrijf. Zowel het erf aan de Kleiweg 3 en 4 zijn groter dan 1 hectare, zodat hier sprake was van grotere bedrijven.