CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

7.2 Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp-Omgevingsvisie Noordoostpolder.pdf

Commissie Woonomgeving 16 september 2024, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 7: Omgevingsvisie23.394 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Het uitvoeringsprogramma maakt overigens integraal onderdeel uit van het Mobiliteitsplan 2030. Er is op dit punt geen verschil tussen vigerend en nieuw beleid. De opmerking van indiener over de ligging van de rondweg rondom Urk berust op een misverstand. In de tekst van het Omgevingseffectrapport staat dat de betreffende weg wordt aangelegd door de provincie Flevoland en valt daarmee buiten de verantwoordelijkheid van de gemeente, niet buiten het grondgebied. 23. Innovatiecluster Noordoostpolder

32

23.1 Onderwijs Indiener mist in de ontwerp-Omgevingsvisie focus op de ontwikkeling van het onderwijs in Noordoostpolder, in het bijzonder technisch onderwijs en LLO-onderwijs voor werknemers en inwoners op het gebied van digitalisering en AI. Reactie De ontwikkeling van het onderwijs komt ten dele terug in kernopgave 1 (groei en bloei van dorpen en wijken). Hierin wordt het belang van goed onderwijs beschreven in relatie tot de groei van het aantal inwoners en het voorzieningenniveau. Het onderwijs wordt eveneens in kernopgave 3 (aantrekkelijke regio) benoemd bij deelopgave 11). Hierbij wordt de balans van onderwijs, economie en voorzieningen benoemd, maar ook het belang van gevarieerde werkgelegenheid voor verschillende opleidingsniveaus. In die zin is de ontwikkeling van het onderwijs meegenomen in de ontwerpOmgevingsvisie. Om de door indiener gevraagde focus extra te benadrukken, neemt de gemeenteraad twee aanvullende formuleringen op. Ten eerste op pagina 25 bij deelopgave 11: ‘E.

Samen met het bedrijfsleven en de onderwijsinstellingen werken we aan een toekomstbestendige aansluiting tussen het regionale onderwijsaanbod en de (toekomstige) vraag van het bedrijfsleven.’ En ten tweede op pagina 35, in de uitvoeringsagenda onder 11 (wat gaan we doen): ‘Samen met het bedrijfsleven en de onderwijsinstellingen werken we aan een toekomstbestendige aansluiting tussen het regionale onderwijsaanbod en de (toekomstige) vraag van het bedrijfsleven.’ 23.2 Technologische innovatie Volgens indiener ontbreekt aandacht voor de technologische innovatie door polderbedrijven in de ontwerp-Omgevingsvisie, waaronder automatisering, digitalisering, robotisering en toepassing van AI. Indiener wil dat de gemeente ruimte maakt technologische innovatie. Reactie In de inleiding van kernopgave 3 (pagina 21) wordt benoemd dat sterke sectoren zoals agrofood, maakindustrie en hoogwaardige innovatie (MITC) zich verder kunnen ontwikkelen. In deelopgave 11 wordt dit nog eens benadrukt met de formulering ‘We versterken (innovatief) ondernemerschap’. Vanwege het abstractieniveau is innovatie niet nader gedefinieerd in bijvoorbeeld sociale of technologische innovatie of ontwikkelingen op gebied van automatisering, digitalisering robotisering en toepassing van AI. Dit kan in de uitwerking van de deelopgave alsnog meegenomen worden.

De gemeenteraad neemt onder deelopgave 11 (pagina 25) extra op: ‘B. Verder ontwikkelen van onze sterke sectoren zoals agrofood en maakindustrie, via het stimuleren van hoogwaardige innovatie (bijvoorbeeld door het MITC).’ 23.3 Profileren nieuwe bedrijventerreinen Indiener stelt voor om nieuwe bedrijventerreinen duidelijk te profileren door de gewenste typen bedrijvigheid te concretiseren en randvoorwaarden te formuleren ten aanzien van ruimtevraag en infrastructuur op het elektriciteitsnetwerk. De innovatieve landbouwsector en innovatieve maakindustrie gaan volgens indiener al decennia hand-in-hand Reactie In de Ontwerp-Omgevingsvisie wordt in deelopgave 11 op hoofdlijnen aandacht besteed aan fysieke en planologische ruimte voor de vestiging van bedrijven. Het onderliggend beleid inzake bedrijventerreinen in gemeente Noordoostpolder is op dit moment vastgelegd in de Visie op werklocaties Noordelijk Flevoland. De gemeenteraad zal naar verwachting in september 2024 een nieuwe actuele visie vaststellen, het Ontwikkelperspectief bedrijventerreinen gemeente Noordoostpolder. Hierin wordt duidelijk gemaakt hoe omgaan wordt met bedrijfslocaties. Het geeft inzicht in de ontwikkeling van bedrijventerreinen in de Noordoostpolder. Via selectiecriteria bij de uitgifte van bedrijfskavels geeft de gemeente sturing aan het wel of niet toelaten van bedrijven op een bedrijventerrein.

Er wordt getoetst aan ruimtelijke en sociaal economische criteria. Bij het evalueren en herijken van de selectiecriteria kunnen actuele thema’s, zoals de gevolgen van bedrijfsprocessen voor de netcapaciteit en aansluiting op nutsvoorzieningen meegenomen worden. De gemeenteraad ziet geen aanleiding om de Omgevingsvisie op dit punt aan te passen. 24. PSP’92 24.1 Procedure Indiener heeft, in het kader van de NRD-procedure, deelgenomen door de notitie ‘Ruimte voor Noordoostpolder!?’ op te stellen. Hierbij is gevraagd om geïnformeerd te worden over vervolgstappen.

33

Dit is gebeurd door verwijzing naar de website en niet, zoals verwacht, door een mailbericht of brief. Ook is de inbreng van indiener niet expliciet benoemd onder de paragraaf participatie van de ontwerpOmgevingsvisie. Reactie In de fase van het opstellen van de ontwerp-Omgevingsvisie als ook bij de start van de zienswijzeperiode is gecommuniceerd via de website, sociale media en lokale media, onder meer over de participatiegesprekken op locaties (in de dorpen, op de weekmarkt en tijdens het Pieperfestival). Een verwijzing naar de website is overigens ook opgenomen in de gemeentelijke reactie op de zienswijze van indiener op de NRD. Specifieke inbreng is, in het belang van een korte, krachtige en leesbare Omgevingsvisie, niet als zodanig benoemd. 24.2 Geamendeerde versie Indiener geeft aan dat de ontwerp-Omgevingsvisie is geamendeerd is door de gemeenteraad. Gevraagd wordt of deze geamendeerde versie ter inzage is gelegd voor zienswijzen. Reactie Op 26 februari 2024 is de ontwerp-Omgevingsvisie door de gemeenteraad geamendeerd vrij gegeven voor zienswijzen. In de versie die vanaf 4 maart 2024 is vrijgegeven, zijn de aangenomen amendementen verwerkt. 24.3 Onderbouwing bij woningbouwaantallen Indiener vraagt een bijlage bij de Omgevingsvisie waar de genoemde woningbouwaantallen, i.c. 3.300 voor autonome groei en 5.000 bij perspectief op Lelylijn, onderbouwd wordt.

Reactie De gemeenteraad heeft gekozen voor een compacte en toegankelijke Omgevingsvisie, in de verwachting hiermee beter inwoners, ondernemers en andere belangstellenden te bereiken. Bijlagen zijn daarom ook tot een minimum beperkt. De gemeenteraad wil dit vasthouden. Wat betreft de woningbouwaantallen kan verwezen worden naar het onderzoek ‘Verkenning impact en (koppel)kansen woningbouwopgave Noordoostpolder’ van Ruimtevolk, in opdracht van de gemeente Noordoostpolder. De gemeenteraad ziet geen aanleiding om de Omgevingsvisie op dit punt aan te passen. 24.4 Kwetsbare wijken Indiener verwijst naar de ontwerp-Omgevingsvisie, waar gesproken wordt over kwetsbare wijken en vraagt om informatie hierover. Tevens beveelt indiener aan om hierover nadere informatie te verwerven bij de 20 zogenoemde Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheids-gemeenten in Nederland. Reactie In het kader van de 20 NPLV-gebieden zijn indicatoren ontwikkeld op basis waarvan gebieden als kwetsbaar worden beschouwd. Het gaat hierbij om een combinatie van factoren, zoals objectieve en subjectieve veiligheid, leefbaarheid, participatie, (energie)armoede, woonbeleving, woonomgeving en leefsituatie. Deze zijn voor de 20 NPLV-gebieden, mede in het kader van substantiële middelen vanuit het rijk, behoorlijk specifiek uitgewerkt.

Voor Emmeloord is dit niet het geval, maar geven ontwikkelingen op zowel sociaal als fysiek gebied aanleiding om te spreken over kwetsbare wijken die extra (preventieve) aandacht behoeven. 24.5 Monitoring Indiener verwijst naar deelopgaven, waaronder 7, 8 en 9 – en later in de zienswijze specifiek benoemd – 10 tot en met 14 (met een voorbehoud bij 13A/inpassing Lelylijn), en stelt dat deze deelopgaven om monitoring vragen.

Reactie De gemeenteraad onderschrijft het belang van het volgen/monitoren. Daarom is een uitvoeringsagenda opgesteld met nader uitgewerkte acties/maatregelen, waarmee meer specifiek richting gegeven wordt aan monitoring. 24.6 Perspectiefnota en begroting

34

Indiener bepleit om de 14 agendapunten uit de uitvoeringsagenda terug te laten komen in de perspectiefnota en begroting. Reactie De gemeenteraad heeft gekozen voor een Omgevingsvisie voor de langere termijn en een uitvoeringsagenda voor de kortere termijn. Het is aan de gemeenteraad om (onderdelen) van de Omgevingsvisie en/of uitvoeringsagenda terug te laten komen in een voorstel voor de perspectiefnota en begroting. 24.7 Programma’s Indiener verwijst naar de programma’s ‘Leefbaarheid en wonen’, ‘Voorzien in vastgoed’ en ‘Samen en gezond’ en vraagt hierover nader geïnformeerd te blijven. Reactie De genoemde programma’s zijn onderdeel van de interne werkwijze van de ambtelijke organisatie. Het is niet gebruikelijk dat inwoners geïnformeerd worden over de voortgang daarvan, anders dan via de algemeen toegankelijke kanalen en procedures van de bestuurlijke besluitvorming. 24.8 Keuzes Indiener geeft aan dat het belangrijk is keuzes te maken, onder verwijzing naar minder intensieve veehouderij, minder grootschalige uitbreiding van glastuinbouw en minder zonnepanelen op landbouwgrond. In dit verband vraagt indiener om deze keuzes meegenomen zijn in het traject van het NPLG en het Flevolands PPLG. Reactie De Omgevingsvisie is, na accordering door de gemeenteraad, beleid van de gemeente Noordoostpolder voor wat betreft de leefomgeving.

Dit beleid wordt alsdan meegenomen in trajecten als NPLF en Flevolands PPLG. 24.9 Visit Flevoland Indiener verwijst naar Visit Flevoland; een enthousiaste organisatie die de kwaliteiten op het gebied van recreatie en toerisme van Flevoland naar buiten kan brengen. Een nieuwe visie zal in 2024 verschijnen. Indiener acht het benoemen van de hoofdlijnen van deze visie in de Omgevingsvisie zinvol. Reactie De gemeenteraad besteedt in de Omgevingsvisie aandacht voor de aantrekkelijkheid van Noordoostpolder, met bijzondere aandacht voor recreatie en toerisme. Hiermee verwacht het voldoende aanknopingspunten te hebben voor nadere samenwerking en verbindingen met aanpalende trajecten, zoals Visit Flevoland. 24.10 Duurzame energie Indiener geeft, onder verwijzing naar deelopgave 14, aan dat het niet duidelijk is hoe de RES geïmplementeerd is. Tevens stelt indiener voor onder deelopgave 14 de provincie en de RES-Regio op te nemen. Reactie Gemeente Noordoostpolder werkt, samen met de vijf overige gemeenten, Waterschap Zuiderzeeland en de provincie Flevoland aan de uitwerking en uitvoering van de RES. Tweejaarlijks wordt een rapportage uitgebracht over de voortgang. De gemeenteraad verwijst indiener naar deze rapportage. 24.11 15-minutenstad Indiener adviseert om het concept van de 15-minutenstad, in relatie tot de Christallertheorie, mee te nemen in de Omgevingsvisie.

Reactie De 15-minutenstad is een planologisch concept bedacht door de Colombiaans-Franse bouwkundige Carlos Moreno. Volgens het concept zou iedere stedeling toegang moeten hebben tot winkels, werkgelegenheid, onderwijs, zorg, groen, sport- en cultuurfaciliteiten op maximaal vijftien minuten fiets- of wandelafstand. De gemeenteraad werkt dit in de ontwerp-Omgevingsvisie uit onder punt 5 en 6 van de uitvoeringsagenda.

35

24.12 Eerdere beoordeling Indiener verwijst naar een eerder ingediende zienswijze bij de Nota Reikwijdte en Detailniveau en heeft deze als bijlage bij de zienswijze bij de ontwerp-Omgevingsvisie nogmaals bijgevoegd. Gevraagd wordt de beoordeling van deze eerder ingediende zienswijze in onderhavige Nota van Beantwoording al dan niet te bevestigen. Reactie In de zienswijze bij de Nota Reikwijdte en Detailniveau heeft indiener aandacht gevraagd voor een groot aantal aspecten. In de reactie op de zienwijzen bij de NRD zijn deze een voor een beantwoord. Wanneer deze gelegd worden naast de ontwerp-Omgevingsvisie, dan kan gesteld worden dat aan een groot aantal zienswijzen van indiener tegemoet gekomen is. Zo is de ontwerp-Omgevingsvisie breed ingestoken, met nadrukkelijk aandacht voor de sociaalmaatschappelijke situatie en opgaven van Noordoostpolder. De strategische opgaven zijn eveneens terug te vinden onder de drie kernopgaven. Er vindt overleg plaats met de buurgemeenten, bij voorbeeld in het kader van de woningbouwopgaven. Het behoud en versterken van de leefbaarheid van de dorpen is zelfs tot een van de drie kernopgaven van de ontwerp-Omgevingsvisie benoemd.

Ook onderwerpen als water, waterveiligheid, waterkwaliteit, biodiversiteit, de bereikbaarheid van voorzieningen (voor zover dit een ruimtelijk aspect heeft) en de kenmerkende landschappelijke structuur zijn terug te vinden in de ontwerp-Omgevingsvisie. In de zienswijze van indiener op de NRD wordt gesteld dat de autowegen als adequaat beschouwd worden. In de reactie op deze zienswijze is reeds gesteld dat een adequaat wegenstelsel nu, niets zegt over een wegenstelsel in 2040 of nog later. Om deze reden is de bereikbaarheid – van hov, ov, auto, fiets tot voetganger – nadrukkelijk meegenomen in de ontwerp-Omgevingsvisie. De gemeenteraad ziet het van groot belang dat ruimtelijke ontwikkelingen, zoals de beoogde woningbouw, hand in hand gaan met het borgen van een goede bereikbaarheid. De gemeenraad is tevens van mening dat de Lelylijn zo’n strategische impact heeft op de toekomst van NOP en ruimtelijke ontwikkelingen, dat deze wel in de ontwerp-Omgevingsvisie is meegenomen. Bij amendement heeft de gemeenteraad, voorafgaand aan het vrijgeven van de ontwerpOmgevingsvisie, dit nog eens extra benadrukt. Het voorgaande overziende, ziet de gemeenteraad geen aanleiding om de ontwerp-Omgevingsvisie aan te passen. 24.13 Lelylijn Indiener stelt dat de komst en ligging van de Lelylijn, in een eerdere beantwoording, buiten de invloed van de Omgevingsvisie zouden blijven.

Terwijl in de ontwerp-Omgevingsvisie de Lelylijn wel meermaals worden benoemd. Reactie De Lelylijn is van strategische waarde, niet alleen voor het aanzienlijk verbeteren van de bereikbaarheid, maar ook bijvoorbeeld ook als randvoorwaarde voor de aanvullende woningbouw. Gezien deze strategische waarde, met een grote impact ook op de ruimtelijke inrichting van Noordoostpolder, heeft de gemeenteraad – mede ook op basis van bespreking van de ontwerpOmgevingsvisie in de gemeenteraad, ervoor gekozen de Lelylijn onderdeel te maken van de Omgevingsvisie. 24.14 Urk Indiener vraagt of de Omgevingsvisie van de gemeente Urk betrokken is bij het opstellen van de ontwerp-Omgevingsvisie Noordoostpolder en of deze past.

Reactie In het participatieproces, in het kader van de ontwerp-Omgevingsvisie, is de gemeente Urk betrokken geweest. Ook heeft de gemeente Urk via een zienswijze (zie zienswijze 12) gereageerd op de ontwerp-Omgevingsvisie. In onderhavige Nota van Beantwoording is aangegeven hoe met deze reacties is omgegaan, naast het gegeven – zoals ook in de Omgevingsvisie aangegeven, dat gemeente Noordoostpolder de samenwerking in de regio van grote waarde vindt.

36

24.15 Strategische opgaven met ambities Indiener vraagt of de 6 strategische opgaven met 5 ambities uit de Strategische Koers 2050 meegenomen zijn in het Omgevingseffectrapport, omdat deze niet prominent terug gezien worden. Reactie De gemeenteraad heeft gekozen om drie kernopgaven leidend te laten zijn in de Omgevingsvisie. In deze drie kernopgaven zijn de strategische opgaven en ambities uit de Strategische Koers 2050 verwerkt. 24.16 Aanbevelingen uit Omgevingseffectrapport Indiener verwijst naar de aanbevelingen onder 3.4 van het Omgevingseffectrapport en wenst deze in het raadsvoorstel of onderhavige Nota van Beantwoording belicht en behandeld te zien. Reactie Gemeente Noordoostpolder heeft Arcadis, gelijktijdig met het opstellen van de OntwerpOmgevingsvisie, gevraagd een Omgevingseffectrapport op te stellen. De aanbevelingen uit dit rapport, opgesteld door Arcadis, zijn ofwel al verwerkt in de Ontwerp-Omgevingsvisie, ofwel niet verwerkt. Daar waar de aanbevelingen niet verwerkt zijn, gaat het om aanbevelingen die niet passen bij het abstractieniveau van de Omgevingsvisie. Deze worden dan ter harte genomen bij andere beleidstrajecten. Aanvullend op voornoemde rapport, komt ook nog een advies van de Commissie mer.

24.17 Verstedelijingsstrategie en NOVEX-ontwikkelperspectief Indiener mist de Verstedelijkingsstrategie van de Regio Zwolle ‘Warme Harten in een Klimaatadaptieve Delta’ en het daarop gebaseerde NOVEX-ontwikkelperspectief als benoemd in de Omgevingsvisie, vanuit de wens om de regionale samenwerking van de Regio Zwolle ook in de provincie Flevoland te laten landen. Reactie De gemeenteraad heeft drie kernopgaven gesteld. De eerste twee focussen op de lokale opgaven en kansen, de derde kernopgave (aantrekkelijke regio) is nadrukkelijk geplaatst in een regionale context. Een goed voorbeeld van regionale samenwerking en afstemming is de Strategische Agenda Flevoland (SAF); de kernopgaven uit de Omgevingsvisie passen goed aan op de prioriteiten van de SAF. Ook in het lopende traject van het Ruimtelijk Arrangement zien we de Omgevingsvisie voor wat betreft de lokale en regionale positionering van Noordoostpolder als richtinggevend. De gemeenteraad ziet daarom geen aanleiding om de Omgevingsvisie op dit punt aan te passen. D. Voorgestelde wijzigingen voor definitieve Omgevingsvisie In paragraaf C zijn alle zienswijzen samengevat en van een reactie voorzien. De gemeenteraad heeft reacties die aanleiding geven voor wijziging verwerkt in de versie van de Omgevingsvisie waarover op 30 september 2024 besloten wordt.

Dit zijn: 1.2 Amendement 2024-02-12h is ingediend en aangenomen naar aanleiding van deelopgave 7 van de ontwerp-Omgevingsvisie. Deze deelopgave richt zich op het bieden van perspectief voor agrarisch ondernemen. Dat betekent dat bedoeld wordt dat het gaat om windmolens voor duurzame energieopwek, nabij het vastgoed van agrarische ondernemingen, ten behoeve van agrarische ondernemingen, met een tiphoogte van maximaal 30 meter. De gemeenteraad zal in de Omgevingsvisie deze tekst verduidelijken. De gemeenteraad stelt tevens vast dat verruiming van lokaal beleid voor het plaatsen van boerderijwindmolens, ook bij de beschikbaarheid van een afwegingskader, vooralsnog is strijd is met het provinciaal beleid. Daarom gaat gemeente Noordoostpolder met de provincie Flevoland verder in gesprek om te verkennen of en hoe hier tot nadere afspraken te komen is. 1.3 De gemeenteraad wil, evenals indiener van de zienswijze, zorgen voor een goede balans tussen de kwaliteit van het landschap, verduurzaming van energie en een op de toekomstgericht ondernemersklimaat. In een Omgevingsvisie wordt daarom beschreven wat en hoe het gemeentestuur hier, in samenhang en met een langetermijnperspectief, richting en uitwerking aan wil

37

geven. Daarom stelt de gemeenteraad voor om in de uitvoeringsagenda toe te voegen de opdracht tot het opstellen van een afwegingskader op basis waarvan de plaatsing van boerderijwindmolens, met oog op een goede inpassing in het landschap en ruimtelijke ordening, mede afgewogen kan worden. Onderdeel van dit afwegingskader is mede een voorstel voor communicatie en participatie. De gemeenteraad stelt tevens vast dat verruiming van lokaal beleid voor het plaatsen van boerderijwindmolens, ook bij de beschikbaarheid van een afwegingskader, vooralsnog is strijd is met het provinciaal beleid. 1.6 De gemeenteraad onderschrijft het belang om tot een zorgvuldige afweging te komen bij mogelijke vergunningverlening voor onder andere boerderijwindmolens, zeker gezien de ruimtelijke impact ervan op het kenmerkende en waardevolle landschap van Noordoostpolder. Daarom zal het in het onderzoek en de belangenafweging zorgvuldig oog hebben voor de verschillende belangengroepen en belangen. Dit zal onderdeel zijn van het voorgesteld afwegingskader, zoals benoemd in de reactie onder 1.3. 2.1 De gemeenteraad wil, evenals indiener van de zienswijze, zorgen voor een goede balans tussen de kwaliteit van het landschap, verduurzaming van energie en een op de toekomstgericht ondernemersklimaat.

In een Omgevingsvisie wordt daarom beschreven wat en hoe het gemeentestuur hier, in samenhang en met een langetermijnperspectief, richting en uitwerking aan wil geven. Daarom stelt de gemeenteraad voor om in de uitvoeringsagenda toe te voegen de opdracht tot het opstellen van een afwegingskader op basis waarvan de plaatsing van boerderijwindmolens, met oog op een goede inpassing in het landschap en ruimtelijke ordening, mede afgewogen kan worden. Onderdeel van dit afwegingskader is mede een voorstel voor communicatie en participatie. De gemeenteraad stelt tevens vast dat verruiming van lokaal beleid voor het plaatsen van boerderijwindmolens, ook bij de beschikbaarheid van een afwegingskader, vooralsnog niet aansluit op provinciaal en rijksbeleid. 4.1 De gemeenteraad onderschrijft het belang om enerzijds recht te doen aan de groeiambities van Tollebeek en Urk, anderzijds recht te doen aan de landschappelijke kwaliteiten en het voorkomen van aaneengroei. De gemeenteraad stelt voor om deze opgave over te nemen in de Omgevingsvisie als ook om hiervoor in gezamenlijkheid (provincie, gemeente Urk en gemeente Noordoostpolder) de juiste voorwaarden te gaan formuleren. 4.2 De gemeenteraad realiseert zich dat aanvullende woningbouw op vrijkomende erven grote zorgvuldigheid en maatwerk behoeft.

Niet voor niets is hiervoor reeds een experimentenkader en wordt de afgelopen praktijk geëvalueerd. De gemeenteraad waardeert het aanbod van de provincie om hierover in gezamenlijkheid nadere kaders op te gaan stellen, onder meer ook op basis van de evaluatie van het experimentenkader. De gemeenteraad neemt hiervoor de volgende formulering op in de Omgevingsvisie: de gemeente en de provincie verkennen gezamenlijk onder welke voorwaarden transformatie van vrijkomende erven van een agrarische functie naar een andere functie mogelijk is. Uit deze verkenning komen nadere voorwaarden, waarbij onder meer gedacht moet worden aan: (a) een bijdrage aan de doelstellingen voor het landelijk gebied ten aanzien van klimaat, natuur en biodiversiteit, (b) geen onevenredige beperkende effecten voor de agrarische sector en (c) passend binnen de kenmerkende landschappelijke en stedenbouwkundige structuur van Noordoostpolder. 4.3 De gemeenteraad heeft in de Omgevingsvisie expliciete aandacht gevraagd voor de bodemdalingsgebieden, met bijzondere aandacht voor bestaande en mogelijk ook nieuwe functies. Onderkend wordt dat de verkenning naar de ontwikkelingsmogelijkheden nu nog in de kinderschoenen staat. Juist daarom is in de Omgevingsvisie, gezien de langere tijdshorizon, geagendeerd dat alle mogelijkheden onderwerp van verder onderzoek in het kader van de gebiedsprocessen waard zijn.

De gemeenteraad gaat ervan uit dat de uitkomsten van gebiedsprocessen bepalend zijn voor de toekomstige inrichting en bestemming van de bodemdalingsgebieden. Daarom zal in de Omgevingsvisie hier niet op vooruit gelopen worden en wordt de suggestie van kleine nieuwe woonmilieus geschrapt.

38

4.4 De gemeenteraad onderschrijft de aandacht voor netcongestie/schaarste. Dit wordt dan ook in de Omgevingsvisie specifieker verwoord. 4.9 De gemeenteraad onderkent een strijdigheid tussen de Omgevingsvisie en de vigerende provinciale omgevingsverordening, zoals ook omschreven in haar reactie onder 1.3. Daarom gaat het met de provincie Flevoland verder in gesprek om te verkennen of en hoe hier tot nadere afspraken te komen is. 4.10 De gemeenteraad schrapt in de Omgevingsvisie de verkenning naar mogelijkheden van windenergie in bodemdalingsgebieden. 4.11 De gemeenteraad voegt aan de Omgevingsvisie toe dat het met betrokken en verantwoordelijke partijen zal werken aan een zonering/luchtruimtetoedeling die zowel de (toekomst van) het MITC borgt als overige (recreatieve) voorzieningen. 4.12 De gemeenteraad zal de samenwerking in het onderzoek als onderdeel van deelopgave 13 expliciteren. 4.13 De gemeenteraad expliciteert in deelopgave 11 van de uitvoeringsagenda het belang van voornoemde economische sectoren en het borgen en bieden van ruimte hiervoor. 4.14 De gemeenteraad bedoelt: het zal inzetten op, door de jaren heen, voldoende aanbod van bedrijfslocaties, passend bij de in de Omgevingsvisie omschreven sectoren. Deze redactionele aanscherping wordt gemaakt in de Omgevingsvisie.

4.18 De gemeenteraad neemt dit aanbod graag aan, in ieder geval voor de onderwerpen die door indiener zijn benoemd in de zienswijze. Tevens zullen de feitelijke CBS-gegevens over de huidige situatie gecheckt worden. 6.10 De gemeenteraad anticipeert bij ruimtelijke plannen voor zowel herinrichting als uitbreiding op klimaatadaptatie, onder meer in het kader van de Klimaat in de straat-samenwerking. Zo heeft de gemeenteraad onder meer op 13 november 2023 de Visie Klimaatadaptatie vastgesteld en is inmiddels ook ingestemd met de Regionale Adaptie Strategie. Dit sluit aan bij de onderkenning van de gemeenteraad dat klimaatadaptie een brede impact heeft. De gemeenteraad zal dit laatste opnemen in de Omgevingsvisie. 8.2 De gemeenteraad waardeert het aanbod om een bredere adviesrol te vervullen in de uitvoeringsagenda en specificeert de rol van het Waterschap verwerkt in de uitvoeringsagenda onder deelopgaven 4, 7, 8, 11 en 12. In de uitoefening van deze rol zal, naar verwachting, het Waterschap de redeneerlijnen uit de zienswijze betrekken. De meest recente bodemdalingskaarten zijn benut voor het opstellen van de ontwerp-Omgevingsvisie.

8.5 De gemeenteraad neemt benoemde onderwerpen (wateroverlast, watertekort en verzilting, wijzend op het bereiken van de grenzen van het watersysteem) op bij kernopgave 2, pagina 18 en 19. 9.1

39

De gemeenteraad is het met indiener eens dat ‘agrarische productie’ een juistere omschrijving is, maar bedoelt eigenlijk: de agrarische sector. In de Omgevingsvisie is dit laatste doorgevoerd. 9999 9.2 De gemeenteraad kan zich vinden in de voorgestelde wijziging en zal het begrip ‘overstap’ wijzigen in ‘verdere ontwikkeling’ in de Omgevingsvisie. 9.3 De gemeenteraad is trots op het feit dat Noordoostpolder koploper is in de landbouw en wil deze positie, zoals reeds omschreven in de Omgevingsvisie, behouden. Dat dit misschien te ambitieus is als het gaat om koploper in de combinatie landbouw – natuurbehoud, deelt de gemeenteraad. Dit laatste zal worden aangepast in de Omgevingsvisie. 10.1 De gemeenteraad onderschrijft, zoals indiener stelt, het belang van het Waterloopbos en zal dit in de eerste alinea van pagina 21 als volgt toevoegen: “We hebben hierbij aandacht voor het oorspronkelijke ontwerp van de Noordoostpolder, archeologie en monumenten, waaronder Schokland als Werelderfgoed, bijzonder dorp Nagele, het Waterloopbos en het wederopbouwgebied Noordoostpolder” 10.6 Het Flevolands Programma Landelijk Gebied (FPLG) heeft als doel om de natuur- en waterkwaliteit te verbeteren. Initiatieven in de gemeente kunnen gebruik maken van de (financiële) mogelijkheden die het programma biedt. Daarmee is het FPLG een hulpmiddel dat aansluit bij de deelopgave 9 (We versterken de natuur).

De gemeente Noordoostpolder zal ‘Meedoen aan het Flevolands Programma Landelijk Gebied’ toevoegen aan de deelopgave 9 op pagina 32. 12.1 Om blijk van waardering te geven aan de samenwerking met de gemeente Urk, expliciteert de gemeenteraad deze ook nog in de deelopgaven 5, 6 en 12 van de uitvoeringsagenda. 12.5 De gemeenteraad wil, evenals de gemeente Urk en de provincie Flevoland, voorkomen dat bij verdere woningbouwontwikkeling van Urk en Tollebeek dit een aaneengesloten gebied wordt. Een natuurlijke afscheiding is hier een garantie voor. De gemeenteraad zal dit opnemen in de Omgevingsvisie. 12.6 De gemeenteraad herziet de kaart bij deelopgave 3 door de Spuiweg geheel op te nemen (tot en met de Staartweg) met als duiding ‘indicatief tracé’. 12.8 De gemeenteraad heeft op de kaarten indicatieve aanduidingen gegeven aan kansrijke ontwikkelingen. Zo staat dit ook omschreven in de disclaimer bij de kaarten. Met deze aanduiding wordt richting gegeven aan meer verbinding tussen toeristisch- en/of recreatieve kansen in de westoostelijke erfgoedzone Urk-Nagele-Schokland-Oud Kraggenburg-Waterloopbos. De gemeenteraad neemt dit graag, als raakvlak, mee in de verdere samenwerking met de gemeente Urk. Om misverstanden te voorkomen, zal kaart 3 – voor wat betreft arcering op het grondgebied van de gemeente Urk – aangepast worden.

13.3 De gemeenteraad stelt vast dat een exacte arcering, ook indicatief, van bodemwaterdalingsgebieden nog niet vast te stellen is. Er lopen immers nog onderzoeken, waaronder een recent onderzoek van Deltares dat – in lijn met de zienswijze van indieners – ook werelderfgoed Schokland en het gebied hieromheen aanwijst als bodemdalingsgebied. Tegelijkertijd laten (lopende) onderzoeken zien dat waar de bodem daalt dit niet per se de gebieden zijn waar de vernattingsproblematiek het grootst is. Daarom stelt de gemeenteraad voor om de arcering van bodemdalingsgebieden van de kaarten bij kernopgaven 1 en 2 te halen en dit uitkomst te laten worden van gebiedsprocessen en nader onderzoek. De verwachting is dat daaruit beter te bepalen is waar vernattingsproblematiek evident en urgent is. 14.1

40

Amendement 2024-02-12h is ingediend en aangenomen naar aanleiding van deelopgave 7 van de ontwerp-Omgevingsvisie. Deze deelopgave richt zich op het bieden van perspectief voor agrarisch ondernemen. Dat betekent dat bedoeld wordt dat het gaat om windmolens voor duurzame energieopwek, nabij het vastgoed van agrarische ondernemingen, ten behoeve van agrarische ondernemingen, met een tiphoogte van maximaal 30 meter. De gemeenteraad zal in de Omgevingsvisie deze tekst verduidelijken. De gemeenteraad stelt tevens vast dat verruiming van lokaal beleid voor het plaatsen van boerderijwindmolens, ook bij de beschikbaarheid van een afwegingskader, vooralsnog is strijd is met het provinciaal beleid. Daarom gaat gemeente Noordoostpolder met de provincie Flevoland verder in gesprek om te verkennen of en hoe hier tot nadere afspraken te komen is. Uiteraard zullen de kernkwaliteiten van het werelderfgoed en de beleving van de site in de directe omgeving als ook de visuele integriteit van de Outstanding Universal Values behouden en beschermd blijven. 14.2 De gemeenteraad acht, evenals in haar reactie onder zienswijze 14.1, van belang dat ook onderzoek gedaan is naar de impact van boerderijwindmolens op het wederopbouwgebied Noordoostpolder.

Hieraan geeft de gemeenteraad invulling door onder omschrijving 7B op pagina 17 toe te voegen: ‘mede op basis van de uitkomsten uit onderzoek naar de impact van ontwikkelingen op werelderfgoed en het wederopbouwgebied’. 14.3 De gemeenteraad onderschrijft dat de twee hiervoor benoemde kernkwaliteiten onderdeel vormen van het verhaal van Noordoostpolder en medebepalend zijn voor het bijzondere karakter van de Noordoostpolder. Tegelijkertijd hanteert gemeente Noordoostpolder in het landelijk gebied geen welstandseisen en hebben de meeste wederopbouwboerderijen geen monumentale status. Daarom vult de gemeenteraad in de Omgevingsvisie de landschappelijke kernkwaliteiten op pagina 16 aan met dorpssingels. 15.1 De gemeenteraad ziet dat Netl en camping Kallumaan in de afgelopen jaren uitgegroeid zijn tot belangrijke toeristische trekkers voor dag- en verblijfsrecreatie, onder meer door het organiseren van evenementen. Evenementen dragen bij aan de, in de Omgevingsvisie, gewenste sociale cohesie, aan het welbevinden van inwoners en bezoekers en aan een bruisend Noordoostpolder. Zowel in het centrum, in de dorp als in het landelijk gebied. De gemeenteraad zal dit tot uitdrukking brengen door dit in de Omgevingsvisie op pagina 23 een deelopgave 12F toe te voegen met: ‘We bieden ruimte voor passende evenementen’ en als ook op pagina 34.

In de analyse, op pagina’s 38 tot en met 41, worden zeer beknopte beschrijvingen gegeven. De gemeenteraad wil dit zo houden. 16.2 De gemeenteraad heeft in de Omgevingsvisie expliciete aandacht gevraagd voor de bodemdalingsgebieden, met bijzondere aandacht voor bestaande en mogelijk ook nieuwe functies. Onderkend wordt dat de verkenning naar de ontwikkelingsmogelijkheden nu nog in de kinderschoenen staat. Juist daarom is in de Omgevingsvisie, gezien de langere tijdshorizon, geagendeerd dat alle mogelijkheden onderwerp van verder onderzoek in het kader van de gebiedsprocessen waard zijn. De gemeenteraad gaat ervan uit dat de uitkomsten van gebiedsprocessen bepalend zijn voor de toekomstige inrichting en bestemming van de bodemdalingsgebieden. Daarom zal in de Omgevingsvisie hier niet op vooruit gelopen worden en wordt de suggestie van kleine nieuwe woonmilieus geschrapt. 17.2 Kernopgave 2 gaat over de balans tussen (agrarisch) ondernemen, natuur en landschap in het landelijk gebied. Deze balans vraagt om keuzes, omdat de ruimte schaars is, er fundamentele opgaven als bodemdaling, stikstof en duurzame energieopwekking spelen en de Omgevingsvisie ruimtelijke ontwikkelingen in verband brengt met een bijdrage aan brede welvaart en leefbaarheid. De gemeenteraad wil geen grootschalige uitbreiding van de glastuinbouw.

De gemeenteraad behoudt de ruimte die planologisch-juridisch is vastgelegd. Tevens verwacht de gemeenteraad dat met maatwerk, intensief ruimtegebruik en ondernemerschap binnen de planologische ruimte meer mogelijk is. De overwegingen die hieraan ten grondslag liggen zijn de volgende. Ten eerste draagt het bij aan het behouden van het kenmerkende open landschap. Ten tweede doet (vooralsnog) de glastuinbouw

41

een grote aanspraak op energie, terwijl sprake is van toenemende energiecongestie. Ten derde is de glastuinbouw (vooralsnog) sterk afhankelijk van tijdelijke arbeidskrachten, terwijl de Omgevingsvisie nadrukkelijk inzet op een duurzame economie met een hoge toegevoegde (maatschappelijke) waarde. En ten vierde is de verwachting dat met maatwerk, intensief ruimtegebruik en ondernemerschap binnen de planologische ruimte meer mogelijk is. De gemeenteraad vindt dat glastuinbouw niet positief bijdraagt aan deze overwegingen. Dit zal in kernopgave 2 (pagina 17) als volgt worden vermeld: We willen geen grootschalige uitbreiding van de glastuinbouw. We behouden de ruimte die planologisch-juridisch is vastgelegd. Tevens verwachten we dat met maatwerk, intensief ruimtegebruik en ondernemerschap binnen de planologische ruimte meer mogelijk is. 18.5 Kernopgave 2 gaat over de balans tussen (agrarisch) ondernemen, natuur en landschap in het landelijk gebied. Deze balans vraagt om keuzes, omdat de ruimte schaars is, er fundamentele opgaven als bodemdaling, stikstof en duurzame energieopwekking spelen en de Omgevingsvisie ruimtelijke ontwikkelingen in verband brengt met een bijdrage aan brede welvaart en leefbaarheid. De gemeenteraad wil geen grootschalige uitbreiding van de glastuinbouw. De gemeenteraad behoudt de ruimte die planologisch-juridisch is vastgelegd.

Tevens verwacht de gemeenteraad dat met maatwerk, intensief ruimtegebruik en ondernemerschap binnen de planologische ruimte meer mogelijk is. De overwegingen die hieraan ten grondslag liggen zijn de volgende. Ten eerste draagt het bij aan het behouden van het kenmerkende open landschap. Ten tweede doet (vooralsnog) de glastuinbouw een grote aanspraak op energie, terwijl sprake is van toenemende energiecongestie. Ten derde is de glastuinbouw (vooralsnog) sterk afhankelijk van tijdelijke arbeidskrachten, terwijl de Omgevingsvisie nadrukkelijk inzet op een duurzame economie met een hoge toegevoegde (maatschappelijke) waarde. En ten vierde is de verwachting dat met maatwerk, intensief ruimtegebruik en ondernemerschap binnen de planologische ruimte meer mogelijk is. De gemeenteraad vindt dat glastuinbouw niet positief bijdraagt aan deze overwegingen. Dit zal in kernopgave 2 (pagina 17) als volgt worden vermeld: We willen geen grootschalige uitbreiding van de glastuinbouw. We behouden de ruimte die planologisch-juridisch is vastgelegd. Tevens verwachten we dat met maatwerk, intensief ruimtegebruik en ondernemerschap binnen de planologische ruimte meer mogelijk is. 19.1 De gemeenteraad erkent dat het Flevo-landschap een belangrijke partner is voor het behoud van erfgoed in het algemeen en voor het werelderfgoed Schokland in het bijzonder.

Het Flevo-landschap wordt daarom expliciet benoemd in de uitvoeringsagenda van deelopgave 10. De gemeenteraad heeft de Omgevingsvisie opgebouwd aan de hand van drie kernopgaven, om zo ruimtelijke en organisatorische focus te bieden. Tegelijkertijd is er, zoals ook gesteld in de inleiding van de Omgevingsvisie, sprake van een wisselwerking tussen de drie kernopgaven. Deze opbouw wilt de gemeenteraad, mede gezien de algemene reacties op de ontwerp-Omgevingsvisie, vasthouden. Om het belang van veiligheid, in de brede betekenis van het woord, te benadrukken, zal de voorgestelde tekst worden opgenomen onder kernopgave 3 (aantrekkelijke regio) op pagina 21. Deze kernopgave plaatst de opgave immers in een lokaal en regionaal perspectief. Deze luidt: ‘Veiligheid. Binnen de fysieke leefomgeving raakt veiligheid meerdere aspecten van de Omgevingsvisie en vormt daarom een integraal onderdeel hiervan. Dat geldt voor alle nieuwe ontwikkelingen, waarvan de risico’s of de impact die ze hebben op de fysieke leefomgeving nog niet (volledig) bekend zijn.’ 19.2 De gemeenteraad onderschrijft de extra aandacht voor veiligheid in een vergrijzende samenleving. Dit zal in de uitvoeringsagenda, onder deelopgave 2 (pagina 28) en 4 (pagina 29), worden toegevoegd. 19.3 De gemeenteraad onderschrijft de extra aandacht voor veiligheid ten gevolge van klimaatverandering.

Dit zal in de uitvoeringsagenda, onder deelopgave 8 (pagina 34), worden toegevoegd. 19.4 De gemeenteraad onderschrijft de extra aandacht voor externe veiligheid als gevolg van grotere ruimtelijke ontwikkelingen. Dit zal in de uitvoeringsagenda, onder deelopgave 11 (pagina 33), 13 (pagina 35) en 14 (pagina 35), worden toegevoegd. 22.2

42

Op de kaart bij kernopgave 3 is met een dikke rode pijl indicatief aangegeven waar ingezet wordt op het verbeteren van de bereikbaarheid. Hoe het tracé precies gaat lopen is onderdeel van het proces dat door de provincie Flevoland wordt doorlopen in het kader van het projectbesluit. De indicatieve pijl zegt niets over het uiteindelijke ontwerp van de weg. Of de in het Mobiliteitsplan 2030 aangekondigde maatregelen (waaronder ‘de knip’) ook daadwerkelijk uitgevoerd worden, is afhankelijk van nadere besluitvorming. Deze nadere besluitvorming wordt gedaan na participatie en nader onderzoek naar de verkeerseffecten. De gemeenteraad zal in de Omgevingsvisie de pijl aangeven conform het voorkeursalternatief. 22.3 Het Omgevingseffectrapport adviseert om in de Omgevingsvisie in het kader van bereikbaarheid een verwijzing op te nemen naar het Mobiliteitsplan 2030. In deelopgave 13 van de uitvoeringsagenda van de omgevingsvisie wordt al verwezen naar het Mobiliteitsplan 2030 in het kader van het vergroten van de verkeersveiligheid. De gemeenteraad zal in deze deelopgave 13 een verwijzing naar het Mobiliteitsplan 2030 toevoegen. 23.1 De ontwikkeling van het onderwijs komt ten dele terug in kernopgave 1 (groei en bloei van dorpen en wijken). Hierin wordt het belang van goed onderwijs beschreven in relatie tot de groei van het aantal inwoners en het voorzieningenniveau.

Het onderwijs wordt eveneens in kernopgave 3 (aantrekkelijke regio) benoemd bij deelopgave 11). Hierbij wordt de balans van onderwijs, economie en voorzieningen benoemd, maar ook het belang van gevarieerde werkgelegenheid voor verschillende opleidingsniveaus. In die zin is de ontwikkeling van het onderwijs meegenomen in de ontwerpOmgevingsvisie. Om de door indiener gevraagde focus extra te benadrukken, neemt de gemeenteraad twee aanvullende formuleringen op. Ten eerste op pagina 23, bij deelopgave 11: ‘E. Samen met het bedrijfsleven en de onderwijsinstellingen werken we aan een toekomstbestendige aansluiting tussen het regionale onderwijsaanbod en de (toekomstige) vraag van het bedrijfsleven.’ En ten tweede op pagina 33, in de uitvoeringsagenda onder 11 (wat gaan we doen): ‘Samen met het bedrijfsleven en de onderwijsinstellingen werken we aan een toekomstbestendige aansluiting tussen het regionale onderwijsaanbod en de (toekomstige) vraag van het bedrijfsleven.’ 23.2 In de inleiding van kernopgave 3 (pagina 21) wordt benoemd dat sterke sectoren zoals agrofood, maakindustrie en hoogwaardige innovatie (MITC) zich verder kunnen ontwikkelen. In deelopgave 11 wordt dit nog eens benadrukt met de formulering ‘We versterken (innovatief) ondernemerschap’.

Vanwege het abstractieniveau is innovatie niet nader gedefinieerd in bijvoorbeeld sociale of technologische innovatie of ontwikkelingen op gebied van automatisering, digitalisering robotisering en toepassing van AI. Dit kan in de uitwerking van de deelopgave alsnog meegenomen worden. De gemeenteraad neemt onder deelopgave 11 (pagina 23) extra op: ‘B. Verder ontwikkelen van onze sterke sectoren zoals agrofood en maakindustrie, via het stimuleren van clustervorming en hoogwaardige innovatie (bijvoorbeeld door het MITC).’ Ambtshalve wijziging In de Omgevingsvisie waarover de gemeenteraad besluit zijn tevens de volgende ambtshalve wijzigingen opgenomen: Aanvulling op deelopgave 12, p. 36 Omgevingsvisie (wat gaan we doen): Ruimte bieden aan erfuitbreiding en het samenvoegen van twee erven voor dag- en verblijfsrecreatie, zoals bij erfuitbreiding ten behoeve van agrarische bedrijven. Aanpassing kaart kernopgave 2: arcering toevoegen onder de Oosterringweg. Aanpassing kaart kernopgave 3: schrappen van paarse pijlen bij werkgebieden.

43

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2167/documents/39199