7.2 Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp-Omgevingsvisie Noordoostpolder.pdf
Tekst van het document
17
Omgevingsvisie, zoals onder meer op pagina 32. De gemeenteraad ziet daarom geen aanleiding om de Omgevingsvisie op dit punt aan te passen. 10.4 Natuur en waterkwaliteit als voorwaarde meenemen bij ruimtelijke opgaven Indiener ziet graag dat ruimtelijke ontwikkelingen zo worden ontworpen en ingepast dat ze een plus opleveren voor natuur en water (kwalitatief en kwantitatief). Het gaat dan om ruimtelijke ontwikkelingen zoals de N50, Lelylijn, nieuwe woonwijken en nieuwe bedrijventerreinen. Reactie De gemeenteraad zet in om meer uit te gaan van water- en bodemsturen en ook om de natuur te versterken. Maar op dit moment is er niet genoeg informatie over de haalbaarheid om als doel te stellen dat iedere grote ontwikkeling (zoals: N50, Lelylijn, nieuwe woonwijken en bedrijventerreinen) een verbetering van de natuur moet opleveren. Uiteraard wordt hier wel verder onderzoek naar gedaan. Daarnaast gelden voor alle ontwikkelingen de landelijke regels en (Europese) doelen voor water- en natuurkwaliteit. De gemeenteraad ziet daarom geen aanleiding om de Omgevingsvisie op dit punt aan te passen. 10.5 Natuur Netwerk Nederland (NNN) opnemen Indiener signaleert dat het Natuur Netwerk Nederland (verder: NNN) niet is genoemd in de Omgevingsvisie en wil dit graag wel opgenomen zien als essentieel netwerk voor de natuur(ontwikkeling) in Flevoland en Noordoostpolder.
Reactie De gemeenteraad houdt rekening met het Natuur Netwerk Nederland, maar het NNN is vastgesteld door de provincie en daarom geen gemeentelijk beleid of een gemeentelijke keuze wat wel en niet onder het NNN valt. Om deze reden is NNN niet opgenomen in de Omgevingsvisie. 10.6 Flevolands Programma Landelijk Gebied (FPLG) Indiener signaleert dat in de Omgevingsvisie geen verwijzing naar het Flevolands Programma Landelijk Gebied (FPLG) staat en wil dit graag opgenomen zien. Het FPLG voorziet in processen en projecten om het landelijk gebied, de natuur en het platteland vitaler te maken. Reactie Het Flevolands Programma Landelijk Gebied (FPLG) heeft als doel om de natuur- en waterkwaliteit te verbeteren. Initiatieven in de gemeente kunnen gebruik maken van de (financiële) mogelijkheden die het programma biedt. Daarmee is het FPLG een hulpmiddel dat aansluit bij de deelopgave 9 (We versterken de natuur). Het college van BW zal ‘Meedoen aan het Flevolands Programma Landelijk Gebied’ toevoegen aan de deelopgave 8 op pagina 32. 11. Inwoner zienswijze 11 11.1 Behoud Indiener ziet mogelijke ontwikkelingen in het zuidoostelijk deel van de gemeente, zoals woningbouw, bedrijvigheid en de Lelylijn als ongewenst. Dergelijke ontwikkelingen hebben een negatieve impact op de woon- en leefomgeving. Indiener bepleit vooral het behouden van wat er nu al is.
Reactie De gemeenteraad heeft in de Omgevingsvisie een evenwicht gebracht tussen ruimte voor ontwikkeling en behoud en versterking van kwaliteiten. Het op slot zetten van delen van de gemeente draagt niet bij aan de kwaliteit en maatschappelijke behoeften. De gemeenteraad ziet daarom geen aanleiding om de Omgevingsvisie op dit punt aan te passen. 12. Gemeente Urk 12.1 Raakvlakken en botsende belangen Indiener stelt dat er veel interactie is tussen de gemeenten Urk en Noordoostpolder met veel gezamenlijke belangen. Hier vindt al samenwerking op plaats. Indiener stelt het op prijs om deze samenwerking een plek te geven inde Omgevingsvisie, bij voorbeeld onder kernopgave 1 (groei en bloei van dorpen en wijken) en 3 (aantrekkelijke regio).
18
Reactie De gemeenteraad onderschrijft de raakvlakken tussen beiden gemeenten en heeft daarom de samenwerking met buurgemeenten in de Omgevingsvisie opgenomen. Wat de samenwerking tussen Urk en Noordoostpolder betreft, gaat het bijvoorbeeld om het proces in het kader van het recent verschenen gezamenlijke rapport Contouren samenwerkingsagenda Noordoostpolder-Urk 2050. De gemeenteraad gaat ervan uit dat in deze samenwerking ook oplossingen gevonden worden bij, zoals indiener dit noemt, botsende belangen. Om blijk van waardering te geven aan de samenwerking, expliciteert de gemeenteraad deze ook nog in de deelopgaven 5, 6 en 12 van de uitvoeringsagenda. 12.2 Regionale afspraken Indiener verwijst naar afspraken die in regionaal verband gemaakt zijn en worden, zoals het Ruimtelijk voorstel Flevoland, de Strategische agenda Flevoland, de Verstedelijkingsstrategie Regio Zwolle en de Ruimtelijk Economische Bouwsteen 2040 van de Regio Zwolle. In deze regionale beleidsnota’s worden ook deels ruimtelijke keuzes gemaakt voor wonen en werklocaties. Indiener vraagt hoe de gemeente Noordoostpolder hiermee omgaat. Reactie De gemeenteraad heeft drie kernopgaven gesteld. De eerste twee focussen op de lokale opgaven en kansen, de derde kernopgave (aantrekkelijke regio) is nadrukkelijk geplaatst in een regionale context.
Een goed voorbeeld van regionale samenwerking en afstemming is de Strategische Agenda Flevoland (SAF); de kernopgaven uit de Omgevingsvisie passen goed aan op de prioriteiten van de SAF. Ook in het lopende traject van het Ruimtelijk Arrangement zien we de Omgevingsvisie voor wat betreft de lokale en regionale positionering van Noordoostpolder als richtinggevend. De gemeenteraad ziet daarom geen aanleiding om de Omgevingsvisie op dit punt aan te passen. 12.3 Menselijke maat Indiener vraagt hoe omgegaan wordt met enerzijds grote ontwikkelingen en opgaven (zoals de Lelylijn en de hieraan verbonden aanvullende woningbouwopgave) en anderzijds het principe ‘menselijke maat’. Reactie De gemeenteraad heeft in de Omgevingsvisie gesteld dat er, wat de woningbouw betreft, sprake is van een autonome groei en een aanvullende groei. Aan de aanvullende groei zijn voorwaarden gesteld, waaronder in het bijzonder de komst van de Lelylijn. De wijze waarop de woningbouw gerealiseerd gaat worden, moet passen bij de kenmerkende landschappelijke en stedenbouwkundige structuur van Noordoostpolder en deze is, in beginsel, vooral gericht op de menselijke maat. Dat wil zeggen: buurten waar inwoners zich mee kunnen identificeren. Dit kwam bijvoorbeeld ook terug in de participatie. Groei en menselijke maat zijn, zoals in het verleden gebleken is, te verenigen.
In de Omgevingsvisie zijn hier richtingen voor aangegeven. De gemeenteraad ziet daarom geen aanleiding om de Omgevingsvisie op dit punt aan te passen. 12.4 Woningbouw op kaart deelopgave 1 Indiener vraagt om de woningbouwlocaties die opgenomen zijn op de kaart bij deelopgave 1 uitdrukking geven aan de autonome ontwikkeling of de aanvullende ontwikkeling? Reactie De gemeenteraad heeft de woningbouw in het kader van autonome groei op de kaart bij deelopgave 1 geplaatst. Aanvullende woningbouw zal, bij perspectief op gestelde randvoorwaarden en in lijn met de uitgangspunten zoals gesteld in de Omgevingsvisie, nader uitgewerkt worden. De gemeenteraad ziet daarom geen aanleiding om de Omgevingsvisie op dit punt aan te passen. 12.5 Urk – Tollebeek Indiener geeft aan dat het Urkedwarspad aan de oostgrens de gemeentegrens vormt tussen Urk en Noordoostpolder. Met de komst van de Spuiweg is er een mogelijkheid voor het realiseren van een groene, natuurlijke afscheiding die als buffer dient tussen Urk en Tollebeek. Indiener vraagt om deze mogelijkheid op te nemen in de Omgevingsvisie. Reactie De gemeenteraad wil, evenals de gemeente Urk en de provincie Flevoland, voorkomen dat bij verdere woningbouwontwikkeling van Urk en Tollebeek dit een aaneengesloten gebied wordt. De gemeenteraad zal dit opnemen in de Omgevingsvisie.
19
12.6 Spuiweg Indiener verwijst naar de kaart bij deelopgave 3, waar de Spuiweg maar gedeeltelijk is opgenomen en vraagt om deze geheel (tot en met de Staartweg) op de kaart op te nemen en deze te duiden als indicatief tracé. Reactie De gemeenteraad herziet de kaart bij deelopgave 3 door de Spuiweg geheel op te nemen (tot en met de Staartweg) met als duiding ‘indicatief tracé’. 12.7 Tracé Lelylijn Indiener verwijst naar de kaart bij deelopgave 3 en vraagt om het tracé van de Lelylijn te duiden als ‘indicatief’. Reactie De gemeenteraad heeft in de legenda van kaart 3 bij deelopgave 3 reeds ‘indicatief’ opgenomen. De gemeenteraad ziet daarom geen aanleiding om de Omgevingsvisie op dit punt aan te passen. 12.8 Indiener verwijst naar de kaart bij deelopgave 3 waar een deel van de Zeelheldenwijk en ten zuidoosten van Urk een gebied aangeduid wordt als vrijetijdseconomie. Indiener vraagt zich af wat hiermee bedoeld wordt en ziet dit als een voorbeeld van een raakvlak zoals omschreven onder 12.1. Reactie De gemeenteraad heeft op de kaarten indicatieve aanduidingen gegeven aan kansrijke ontwikkelingen. Zo staat dit ook omschreven in de disclaimer bij de kaarten. Met deze aanduiding wordt richting gegeven aan meer verbinding tussen toeristisch- en/of recreatieve kansen in de westoostelijke erfgoedzone Urk-Nagele-Schokland-Oud Kraggenburg-Waterloopbos.
De gemeenteraad neemt dit graag, als raakvlak, mee in de verdere samenwerking met de gemeente Urk. Om misverstanden te voorkomen, zal kaart 3 – voor wat betreft arcering op het grondgebied van de gemeente Urk – aangepast worden. 13. Vereniging Zonnepark Schokland 13.1 Ruimte voor zonne-energie Indieners vragen om ruimte voor zonne-energie in het gebied tussen Emmeloord en Schokland. Indieners geven aan hier sinds 2007 door bodemdaling en vernatting schade te ondervinden aan gewassen. Hierdoor is er volgens indieners minder opbrengst en staan verdienmodellen onder druk. Tevens stellen indieners dat er door vernatting geen sprake meer is van goede landbouwgrond. Daarom pleiten zij voor tijdelijke zonnevelden als tijdelijke oplossing en vragen overheden hieraan prioriteit te geven. Reactie De gemeenteraad herkent dat vernatting van invloed is op het verdienmodel van agrarische ondernemers. Daarom wordt er gezocht naar passende en toekomstbestendige vervolgfuncties, die aansluiten op het principe water en bodemsturen en waarbij rekening gehouden wordt met de capaciteit van het netwerk, de kernkwaliteiten van het landschap en de nabijheid van werelderfgoed Schokland. Voor vervolgfuncties is medewerking van de provincie Flevoland nodig.
De gemeenteraad heeft in de Omgevingsvisie richting gegeven aan de toekomst van de bodemdalingsgebieden, maar onderkent ook dat nog nader onderzoek nodig is en dat de gebiedsprocessen uitkomst zullen bieden. Indieners geven aan dat het niet mogelijk is om de wateroverlast te beperken tegen ‘maatschappelijk aanvaardbare kosten’. Externe factoren maken onderdeel uit van het ondernemersrisico. Wij zijn graag bereid om mee te denken naar passende en toekomstbestendige vervolgfuncties volgens het principe ‘water en bodem sturend’. De vervolgfuncties moeten wel wenselijk en uitvoerbaar zijn. Hierbij zijn in ieder geval de capaciteit van het netwerk, de kernkwaliteiten van het landschap en de nabijheid van werelderfgoed Schokland van belang. Voor zonneparken is ook medewerking van de provincie nodig (gebiedsproces). Het provinciale beleid staat in beginsel geen zonneparken op landbouwgrond toe. De gemeenteraad ziet daarom geen aanleiding om de Omgevingsvisie op dit punt aan te passen.
20
13.2 Grondwaterpeil Indieners stellen dat de vernatting vooral komt door het hoge grondwaterpeil op Schokland (vanwege archeologie). Indieners geven aan in het gebied ten noordwesten van Schokland te maken te hebben met drie problemen. Ten eerste: kwelwater, omdat Schokland hoger ligt dan het omliggende land, ontstaan drukverschillen in grondwater, die het grondwater in het landbouwgebied omhoog stuwen. Ten tweede: het overschot aan water in het gebied moet door het bodemdalingsgebied zélf worden afgevoerd. Dat vergroot de druk op het onvolkomen watersysteem. En ten derde: door inklinking van het veen in de ondergrond van het gebied, zakt het gebied ook nog 1 tot 2 centimeter per jaar harder dan in de rest van de polder (bodemdaling). Reactie De gemeenteraad verwijst naar onderzoek uitgevoerd door Waterschap Zuiderzeeland dat aantoont dat bewijsvoering ontbreekt waar het gaat om wateroverlast veroorzaakt door de uitgevoerde peilopzet bij Schokland. De overige in zienswijze aangevoerde problemen, herkent de gemeenteraad: vernatting in het gebied ten noordwesten van Schokland is aanzienlijk en van invloed op de bedrijfsvoering van agrarische ondernemers.
13.3 Bodemdalingsgebieden op kaarten bij kernopgaven 1 en 2 Indieners geven aan dat op de kaarten bij de kernpopgaven 1 en 2 het gebied ten noordwesten van Schokland ontbreekt, terwijl daar de vernattingsproblematiek het grootst is. Reactie De gemeenteraad stelt vast dat een exacte arcering, ook indicatief, van bodemwaterdalingsgebieden nog niet vast te stellen is. Er lopen immers nog onderzoeken, waaronder een recent onderzoek van Deltares dat – in lijn met de zienswijze van indieners – ook werelderfgoed Schokland en het gebied hieromheen aanwijst als bodemdalingsgebied. Tegelijkertijd laten (lopende) onderzoeken zien dat waar de bodem daalt dit niet per se de gebieden zijn waar de vernattingsproblematiek het grootst is. Daarom stelt de gemeenteraad voor om de arcering van bodemdalingsgebieden van de kaarten bij kernopgaven 1 en 2 te halen en dit uitkomst te laten worden van gebiedsprocessen en nader onderzoek. 13.4 Prioriteit en ontzien van verbod van zon op landbouwgrond Indieners wijzen erop dat Waterschap Zuiderzeeland op 31 mei 2023 aan Gedeputeerde Staten van Flevoland kenbaar gemaakt heeft niet in staat te zijn om in het gebied de wateroverlast te beperken tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten. Voor indieners leidt dit tot de conclusie dat realisatie van zonne-energie voor de korte termijn de enige oplossing biedt voor het gebied tussen Emmeloord en Schokland.
Voor de uitwerking hiervoor is de Vereniging Zonnepark Schokland opgericht. Gevraagd wordt de beperkingen hiervoor uit de Omgevingsvisie te halen, opdat ruimte gegeven kan worden aan zonne-energie in het bodemdalings- en vernattingsgebied tussen Emmeloord en Schokland. Reactie De gemeenteraad herkent de situatie zoals geschetst door indieners en heeft in de Omgevingsvisie richting gegeven aan oplossingen. Tegelijkertijd onderkent de gemeenteraad dat hiervoor, op kortere termijn, het gebiedsproces onder regie van de Provincie Flevoland, de meest geëigende weg is. De gemeenteraad ziet daarom geen aanleiding om de Omgevingsvisie op dit punt aan te passen. 14. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 14.1 Windmolens en werelderfgoed Indiener verwijst naar deelopgave 7B op pagina 17 van de ontwerp-Omgevingsvisie (deelopgave 7B), waar ruimte geboden wordt aan duurzame energieopwekking met o.a. boerderijwindmolens met een tiphoogte van 20-30 meter. Dit voornemen raakt direct aan de kernkwaliteiten van het werelderfgoed en de beleving van de site in de directe omgeving, aldus indiener. Het kan daarmee de visuele integriteit van de Outstanding Universal Values aantasten. Om dit te voorkomen is het van belang de mogelijke impact van de boerderijwindmolens op de werelderfgoedsite eerst nader te onderzoeken.
Reactie Amendement 2024-02-12h is ingediend en aangenomen naar aanleiding van deelopgave 7 van de ontwerp-Omgevingsvisie. Deze deelopgave richt zich op het bieden van perspectief voor agrarisch ondernemen. Dat betekent dat bedoeld wordt dat het gaat om windmolens voor duurzame energieopwek, nabij het vastgoed van agrarische ondernemingen, ten behoeve van agrarische
21
ondernemingen, met een tiphoogte van maximaal 30 meter. De gemeenteraad zal in de Omgevingsvisie deze tekst verduidelijken. De gemeenteraad stelt tevens vast dat verruiming van lokaal beleid voor het plaatsen van boerderijwindmolens, ook bij de beschikbaarheid van een afwegingskader, vooralsnog is strijd is met het provinciaal beleid. Daarom gaat gemeente Noordoostpolder met de provincie Flevoland verder in gesprek om te verkennen of en hoe hier tot nadere afspraken te komen is. Uiteraard zullen de kernkwaliteiten van het werelderfgoed en de beleving van de site in de directe omgeving als ook de visuele integriteit van de Outstanding Universal Values behouden en beschermd blijven. 14.2 Windmolens en wederopbouwgebied: Indiener stelt dat de ontwerp-Omgevingsvisie niet duidelijk maakt hoe de boerderijwindmolens zich verhouden tot de kernkwaliteiten van het wederopbouwgebied Noordoostpolder. Indiener vraagt daarom ook dit aspect nader te bekijken en vervolgens kaders hiervoor te ontwikkelen in de definitieve versie van de Omgevingsvisie. Reactie De gemeenteraad acht, evenals in haar reactie onder zienswijze 14.1, van belang dat ook onderzoek gedaan is naar de impact van boerderijwindmolens op het wederopbouwgebied Noordoostpolder.
Hieraan geeft de gemeenteraad invulling door onder omschrijving 7B op pagina 17 toe te voegen: ‘mede op basis van de uitkomsten uit onderzoek naar de impact van ontwikkelingen op werelderfgoed en het wederopbouwgebied’. 14.3 Ontbreken van kernkwaliteiten wederopbouwgebied Indiener verwijst naar een uitwerking van de diverse landschappelijke kernkwaliteiten in de ontwerpOmgevingsvisie. Daarbij mist indiener twee kernkwaliteiten die onder druk staan, maar in hoge mate medebepalend zijn voor het bijzondere karakter van de Noordoostpolder; de dorpssingels (die ontbreken rond veel dorpen en Emmeloord, bijvoorbeeld bij recente uitbreidingen) en de kenmerkende agrarische bebouwing, bestaande uit wederopbouw-boerderijen en -montageschuren. Indiener vraagt deze twee ontbrekende omschrijvingen toe te voegen in de definitieve versie van de Omgevingsvisie. Reactie De gemeenteraad onderschrijft dat de twee hiervoor benoemde kernkwaliteiten onderdeel vormen van het verhaal van Noordoostpolder en medebepalend zijn voor het bijzondere karakter van de Noordoostpolder. Tegelijkertijd hanteert gemeente Noordoostpolder in het landelijk gebied geen welstandseisen en hebben de meeste wederopbouwboerderijen geen monumentale status. Daarom vult de gemeenteraad in de Omgevingsvisie de landschappelijke kernkwaliteiten op pagina 16 aan met dorpssingels. 15. Lavendel B.V.
15.1 Evenementen Indiener exploiteert recreatieterrein Netl en constateert dat de functie van (verblijfs-)recreatie voor het gebied waarin Netl is gelegen, in de ontwerp-Omgevingsvisie is vastgelegd door daaraan de functie van zone voor vrijetijdseconomie te geven. Lavendel vindt het daarnaast belangrijk dat ook de functie die zij vervult voor evenementen wordt beschreven in de Omgevingsvisie. Indiener vraagt daarom bij deelopgave 12A, zowel in de toelichting als in de uitvoeringsagenda, ook ‘evenementen’ te benoemen. Tevens vraagt het om in de analyse, op pagina 39, onder de paragraaf Economie en recreatie Netl te benoemen. Reactie De gemeenteraad ziet dat Netl en camping Kallumaan in de afgelopen jaren uitgegroeid zijn tot belangrijke toeristische trekkers voor dag- en verblijfsrecreatie, onder meer door het organiseren van evenementen. Evenementen dragen bij aan de, in de Omgevingsvisie, gewenste sociale cohesie, aan het welbevinden van inwoners en bezoekers en aan een bruisend Noordoostpolder. Zowel in het centrum, in de dorp als in het landelijk gebied. De gemeenteraad zal dit tot uitdrukking brengen door dit in de Omgevingsvisie op pagina 25 een deelopgave 12F toe te voegen met: ‘We bieden ruimte voor passende evenementen’ en als ook op pagina 36. In de analyse, op pagina’s 38 tot en met 41, worden zeer beknopte beschrijvingen gegeven. De gemeenteraad wil dit zo houden.
22
15.2 NLR Indiener is van mening dat de (verblijfs-)recreatieve mogelijkheden in het gebied niet strijdig zijn met de belangen van NLR. Reactie De gemeenteraad heeft in de ontwerp-Omgevingsvisie het gebied rondom het NLR aangeduid als zone voor vrijetijdseconomie. In deze zone wordt ingezet op het actief uitbreiden van recreatie en toerisme. In de omschrijving van deelopgave 12 wordt de oostrand hiervoor eveneens aangeduid. In die zin zijn de voorgenomen activiteiten van indiener goed geborgd in de Omgevingsvisie. De gemeenteraad ziet de Omgevingsvisie als instrument om voornoemde functies goed samen te laten gaan met andere functies, waaronder het NLR. De gemeenteraad ziet daarom geen aanleiding om de Omgevingsvisie op dit punt aan te passen. 16. Het Flevo-landschap 16.1 Fietspaden Indiener verwijst naar de kaart bij kernopgave 1 (groei en bloei van dorpen en wijken), waar een fietspad ingetekend is van Nagele naar Schokland en van noord naar zoek op Schokland. Hierover is nog overleg gaande. Indiener vraagt daarom om de fietspaden van de kaart te halen. Reactie De fietspadenstructuur op de kaart bij kernopgave 1 is opgenomen ter illustratie van deelopgave 2A (voldoende aanbod voor sport en bewegen). Als onderlegger is het bestaande fietsknooppuntennetwerk gebruikt. Dit zijn bestaande fietsverbindingen, waaronder Oud Emmeloorderweg.
Er staan geen nog niet gerealiseerde fietspaden op deze kaart. In het Mobiliteitsplan 2030 zijn (indicatief) ook de geprojecteerde recreatieve fietsverbindingen weergegeven. De exacte trajecten van de nieuwe fietsverbindingen zijn nog niet definitief bepaald, omdat dit onderdeel wordt van verdere planuitwerking. Hiervoor is in ieder geval instemming van de grondeigenaren (waaronder Flevolandschap) en overleg met de omgeving nodig. De gemeenteraad ziet daarom geen aanleiding om de Omgevingsvisie op dit punt aan te passen. 16.2 Schokland Indiener verwijst naar de algemene omschrijving in de ontwerp-Omgevingsvisie over bodemdalingsgebieden, waar gesteld wordt dat onderzoek wordt gedaan naar passende en toekomstbestendige functies, waaronder kleine, nieuwe woonmilieus. Indiener geeft aan dat kleine, nieuwe woonmilieus zich slecht verenigen met de Unesco Werelderfgoedstatus van Schokland, zeker daar waar natuur en natuurvriendelijke landbouw de archeologie beschermen en gezien de te beschermen en behouden natuurwaarden. Indiener zet vraagtekens bij deze inkleuring van Schokland op de kaart van ‘bodemdalingsgebied’. Reactie De gemeenteraad heeft in de Omgevingsvisie expliciete aandacht gevraagd voor de bodemdalingsgebieden, met bijzondere aandacht voor bestaande en mogelijk ook nieuwe functies.
Onderkend wordt dat de verkenning naar de ontwikkelingsmogelijkheden nu nog in de kinderschoenen staat. Juist daarom is in de Omgevingsvisie, gezien de langere tijdshorizon, geagendeerd dat alle mogelijkheden onderwerp van verder onderzoek in het kader van de gebiedsprocessen waard zijn. De gemeenteraad gaat ervan uit dat de uitkomsten van gebiedsprocessen bepalend zijn voor de toekomstige inrichting en bestemming van de bodemdalingsgebieden. Daarom zal in de Omgevingsvisie hier niet op vooruit gelopen worden en wordt de suggestie van kleine nieuwe woonmilieus geschrapt. 16.3 Rijk Voorland Indiener verwijst naar de visie Rijk Voorland van de drie Flevolandse terreinbeherende organisaties, waar staat aangegeven waar in Noordoostpolder meer verbindingen mogelijk zijn, bijvoorbeeld door boomgroepen inplanten, door voedselbossen en/of door agroforestry. In dit verband stelt indiener voor om in de Omgevingsvisie op te nemen dat in het oosten natte graslanden, beeksystemen en nattere bos ontwikkelen via het vasthouden van kwelwater uit de Weerribben-Wieden. Reactie De gemeenteraad ziet in de uitvoeringsagenda van de ontwerp-Omgevingsvisie voldoende aanknopingspunten om de genoemde verbindingen mogelijk te maken. Daarnaast geeft de ontwerp-
23
Omgevingsvisie richting aan het ondersteunen van agrofestry, voedselbossen, versterken van het natuur-, water- en bodemsysteem. De gemeenteraad ziet daarom geen aanleiding om de Omgevingsvisie op dit punt aan te passen. 16.4 Beschermen, benutten en beleefbaar maken van erfgoed Indiener verwijst naar deelopgave 10, waar het gaat om het beschermen, benutten en beleefbaar maken van erfgoed. Eén van de belangrijke locaties hiervoor is Unesco Werelderfgoed Schokland, waarvan indiener de belangrijkste eigenaar/beheerder is. Indiener vraagt om als belangrijke partner benoemd te worden. Reactie De gemeenteraad erkent dat het Flevo-landschap een belangrijke partner is voor het behoud van erfgoed in het algemeen en voor het werelderfgoed Schokland in het bijzonder. Het Flevo-landschap wordt daarom expliciet benoemd in de uitvoeringsagenda van deelopgave 10. 17. Stichting NieuwLand Glastuinbouw 17.1 Participatie Indiener stelt, namens de glastuinbouw ondernemers gevestigd in de glastuinbouwgebieden Marknesse, Luttelgeest en Ens, dat in gesprekken in aanloop naar de ontwerp-Omgevingsvisie voorgenomen gebiedsbeperkingen als onomkeerbaar zijn gepresenteerd. Geen enkele input van de sector is meegenomen in het voortraject. Besluiten waren al genomen. Beperkingen zijn niet of onvoldoende gebaseerd op feitelijk onderzoek, aldus indiener.
Reactie De gemeenteraad is van mening dat een intensief participatieproces doorlopen is met gebiedssessies, een denktank, een expertgroep, enquêtes, een ronde langs de dorpen, keukentafelgesprekken, een professionalsbijeenkomst en een informatiebijeenkomst ten tijde van de zienswijzeperiode. In deze participatie ging het om hoor- en wederhoor. Van reeds genomen besluiten is geen sprake. Wel zijn bepaalde voorgenomen keuzes tijdig onderdeel van gesprek gemaakt. Ook is de voorgenomen keuze ten aanzien van glastuinbouw gedeeltelijk aangepast op basis van gesprekken. De gemeenteraad herkent zich dan ook niet in dit deel van de zienswijze. 17.2 Beperkende maatregelen voor uitbreiding Indiener verwijst naar de ontwerp-Omgevingsvisie waar het gaat om: (a) het wegbestemmen van de zuidwestelijke kant van de Oosterringweg (het zogenoemde ‘open gebied’); (b) het ontbreken van de ontwikkelgebieden op de kaart bij kernopgave 2; (c) het schrappen van de tussenzone opgenomen in de Structuurvisie 2025 gelegen ten noorden van Luttelgeest, ten oosten van de Oosterringweg tot de Marknessertocht; en (d) het inperken van de uitbreidingsmogelijkheden van het glastuinbouwgebied Ens door de ontwikkelruimte aan de oostkant van de Drietorensweg (tevens opgenomen in de Structuurvisie 2025) te laten vervallen.
Volgens indiener betekenen voornoemde beperkingen dat de glastuinbouwgebieden in Noordoostpolder ‘op slot’ worden gezet, hetgeen desastreus is voor de glastuinbouwsector gezien min of meer vergelijkbare situaties elders in Nederland. Reactie Kernopgave 2 gaat over de balans tussen (agrarisch) ondernemen, natuur en landschap in het landelijk gebied. Deze balans vraagt om keuzes, omdat de ruimte schaars is, er fundamentele opgaven als bodemdaling, stikstof en duurzame energieopwekking spelen en de Omgevingsvisie ruimtelijke ontwikkelingen in verband brengt met een bijdrage aan brede welvaart en leefbaarheid. De gemeenteraad wil geen grootschalige uitbreiding van de glastuinbouw. De gemeenteraad behoudt de ruimte die planologisch-juridisch is vastgelegd. Tevens verwacht de gemeenteraad dat met maatwerk, intensief ruimtegebruik en ondernemerschap binnen de planologische ruimte meer mogelijk is. De overwegingen die hieraan ten grondslag liggen zijn de volgende. Ten eerste draagt het bij aan het behouden van het kenmerkende open landschap. Ten tweede doet (vooralsnog) de glastuinbouw een grote aanspraak op energie, terwijl sprake is van toenemende energiecongestie. Ten derde is de glastuinbouw (vooralsnog) sterk afhankelijk van tijdelijke arbeidskrachten, terwijl de Omgevingsvisie nadrukkelijk inzet op een duurzame economie met een hoge toegevoegde (maatschappelijke) waarde.
En ten vierde is de verwachting dat met maatwerk, intensief ruimtegebruik en ondernemerschap binnen de planologische ruimte meer mogelijk is. De gemeenteraad vindt dat glastuinbouw niet positief bijdraagt aan deze overwegingen. Dit zal in kernopgave 2 (pagina 17) als volgt worden
24
vermeld: We willen geen grootschalige uitbreiding van de glastuinbouw. We behouden de ruimte die planologisch-juridisch is vastgelegd. Tevens verwachten we dat met maatwerk, intensief ruimtegebruik en ondernemerschap binnen de planologische ruimte meer mogelijk is. 18. Ekwadraat bv namens een aantal ondernemers 18.1 Energiebehoefte Indiener vraagt – in opdracht van A. Bernard B.V. (namens Stichting NieuwLand) en namens Kwekerij Bernhard BV, Voorn Rozen VOF, Tesselaar Alstroemeria BV, Kwekerij Wouters BV en A. Bos Potplantenkwekerij BV – om het onderschrijving van de omvang en de complexiteit van de uitdaging van tuinders als het gaat om het voorzien in en verduurzamen van hun energiebehoefte Reactie De gemeenteraad heeft de uitdagingen die er op het gebied van het energiegebruik en de energietransitie liggen op hoofdlijnen in de ontwerp-Omgevingsvisie benoemd. Het voert te ver om in de Omgevingsvisie nader op elke sector in te gaan. Dit wordt uitgewerkt in de Energievisie. De gemeenteraad ziet daarom geen aanleiding om de Omgevingsvisie op dit punt aan te passen. 18.2 Integrale benadering Indiener stelt dat de Omgevingsvisie ervoor kiest om de energietransitie ‘vooruit te schuiven’ naar een nog te ontwikkelen Energievisie, waardoor er geen sprake meer is van integraliteit.
Daarnaast is het voor indiener niet logisch om in de Omgevingsvisie te spreken over behoud van en ontwikkelruimte voor glastuinbouwgebieden, zonder hierbij de vraag te beantwoorden hoe duurzaam kan worden voorzien in de energiebehoefte van de glastuinbouwgebieden. Reactie De gemeenteraad heeft in de Omgevingsvisie op hoofdlijnen en zo integraal mogelijk richting gegeven aan ruimtelijke, maatschappelijke, economische en energetische ontwikkelingen de Noordoostpolder. In de uitvoeringsagenda is een eerste uitwerking gegeven, waaronder verwijzing naar nadere uitwerkingen zoals de Energievisie. De gemeenteraad ziet daarom geen aanleiding om de Omgevingsvisie op dit punt aan te passen. 18.3 Verkennen van mogelijkheden voor windenergie in en nabij glastuinbouwgebieden Indiener constateert dat de Omgevingsvisie mogelijkheden beschrijft voor energieopwekking (windenergie en geothermie) langs de dijken en in gebieden met bodemdaling, bij de maakindustrie en in of bij dorpen, maar niet in en nabij glastuinbouwgebieden. Een eerste stap is om de behoefte van bedrijven en de door hun voorgestelde oplossingsrichting als wenselijk te benoemen in de Omgevingsvisie en hiervoor ook bij de provincie Flevoland ondersteuning te vinden.
Reactie De gemeenteraad heeft in de Omgevingsvisie op hoofdlijnen en zo integraal mogelijk richting gegeven aan ruimtelijke, maatschappelijke, economische en energetische ontwikkelingen de Noordoostpolder. In de uitvoeringsagenda is een eerste uitwerking gegeven, waaronder verwijzing naar nadere uitwerkingen zoals de Energievisie. In deze Energievisie wordt duidelijk hoe het toekomstig energiesysteem eruit ziet en welke rol windenergie daarin gaat spelen. Vervolgens moet bepaald worden wat dit ruimtelijk voor impact heeft, binnen de richting die al in de Omgevingsvisie is geschetst. De gemeenteraad ziet daarom geen aanleiding om de Omgevingsvisie op dit punt aan te passen. 18.4 Betrek tuinders bij Energievisie Indiener vraagt om, bij de separaat op te stellen Energievisie, de tuinders nadrukkelijk bij de totstandkoming te betrekken. Reactie De gemeenteraad heeft in de Omgevingsvisie nadrukkelijk gesteld dat ruimtelijke afwegingen, met respect voor ieders specifieke belang en verantwoordelijkheden, met betrokken en verantwoordelijke partijen gemaakt moeten worden. Het ligt dan ook zeker voor de hand dat de tuinbouwsector betrokken wordt bij de Energievisie. 18.5 Verruim glastuinbouwgebied
25
Indiener verwijst naar de kaart bij kernopgave 2 en vraagt om in overweging te nemen de bestaande planologische ruimte voor glastuinbouw zoals die thans ten zuiden van de Oosterringweg bestaat (op grond van de Beheersverordening) in te vullen ten noorden van de Oosterringweg, tussen de bestaande glastuinbouwgebieden en de Marknessertocht. Reactie Kernopgave 2 gaat over de balans tussen (agrarisch) ondernemen, natuur en landschap in het landelijk gebied. Deze balans vraagt om keuzes, omdat de ruimte schaars is, er fundamentele opgaven als bodemdaling, stikstof en duurzame energieopwekking spelen en de Omgevingsvisie ruimtelijke ontwikkelingen in verband brengt met een bijdrage aan brede welvaart en leefbaarheid. De gemeenteraad wil geen grootschalige uitbreiding van de glastuinbouw. De gemeenteraad behoudt de ruimte die planologisch-juridisch is vastgelegd. Tevens verwacht de gemeenteraad dat met maatwerk, intensief ruimtegebruik en ondernemerschap binnen de planologische ruimte meer mogelijk is. De overwegingen die hieraan ten grondslag liggen zijn de volgende. Ten eerste draagt het bij aan het behouden van het kenmerkende open landschap. Ten tweede doet (vooralsnog) de glastuinbouw een grote aanspraak op energie, terwijl sprake is van toenemende energiecongestie.
Ten derde is de glastuinbouw (vooralsnog) sterk afhankelijk van tijdelijke arbeidskrachten, terwijl de Omgevingsvisie nadrukkelijk inzet op een duurzame economie met een hoge toegevoegde (maatschappelijke) waarde. En ten vierde is de verwachting dat met maatwerk, intensief ruimtegebruik en ondernemerschap binnen de planologische ruimte meer mogelijk is. De gemeenteraad vindt dat glastuinbouw niet positief bijdraagt aan deze overwegingen. Dit zal in kernopgave 2 (pagina 17) als volgt worden vermeld: We willen geen grootschalige uitbreiding van de glastuinbouw. We behouden de ruimte die planologisch-juridisch is vastgelegd. Tevens verwachten we dat met maatwerk, intensief ruimtegebruik en ondernemerschap binnen de planologische ruimte meer mogelijk is. 19. Veiligheidsregio Flevoland 19.1 Integraliteit Indiener stelt dat veiligheid niet als integraal onderwerp in de ontwerp-Omgevingsvisie beschreven is, maar beschreven is per kernopgave en dan voornamelijk in termen van verkeersveiligheid en sociale veiligheid. Indiener stelt voor om een algemene tekst op te nemen en doet hierin de zienswijze een concreet tekstvoorstel voor: ‘Binnen de fysieke leefomgeving raakt veiligheid meerdere aspecten van de Omgevingsvisie en vormt daarom een integraal onderdeel hiervan.
Dat geldt voor alle nieuwe ontwikkelingen, waarvan de risico’s of de impact die ze hebben op de fysieke leefomgeving nog niet (volledig) bekend zijn.’ Reactie De gemeenteraad heeft de Omgevingsvisie opgebouwd aan de hand van drie kernopgaven, om zo ruimtelijke en organisatorische focus te bieden. Tegelijkertijd is er, zoals ook gesteld in de inleiding van de Omgevingsvisie, sprake van een wisselwerking tussen de drie kernopgaven. Deze opbouw wilt de gemeenteraad, mede gezien de algemene reacties op de ontwerp-Omgevingsvisie, vasthouden. Om het belang van veiligheid, in de brede betekenis van het woord, te benadrukken, zal de voorgestelde tekst worden opgenomen onder kernopgave 3 (aantrekkelijke regio) op pagina 24 Deze kernopgave plaatst de opgave immers in een lokaal en regionaal perspectief. Deze luidt: ‘Veiligheid. Binnen de fysieke leefomgeving raakt veiligheid meerdere aspecten van de Omgevingsvisie en vormt daarom een integraal onderdeel hiervan.
Dat geldt voor alle nieuwe ontwikkelingen, waarvan de risico’s of de impact die ze hebben op de fysieke leefomgeving nog niet (volledig) bekend zijn.’ 19.2 Vergrijzing Indiener vraagt binnen kernopgave 1 (groei en bloei van dorpen en wijken) extra aandacht voor vergrijzing met toenemend risico op (brand)veiligheidsvoorzieningen, versterking van het netwerk in de buurt (hulp buurtbewoners) en het borgen van een veilige woonsituatie in samenspel van verschillende partijen. Reactie De gemeenteraad onderschrijft de extra aandacht voor veiligheid in een vergrijzende samenleving. Dit zal in de uitvoeringsagenda, onder deelopgave 2 (pagina 28) en 4 (pagina 29), worden toegevoegd. 19.3 Klimaatverandering
26
Indiener vraagt binnen kernopgave 2 (vitaal landelijk gebied) extra aandacht voor de gevolgen van klimaatverandering op onbeheersbare natuurbranden en ruimtelijke ordening van (kwetsbare) bebouwing. Reactie De gemeenteraad onderschrijft de extra aandacht voor veiligheid ten gevolge van klimaatverandering. Dit zal in de uitvoeringsagenda, onder deelopgave 8 (pagina 34), worden toegevoegd. 19.4 Externe veiligheid Indiener vraagt binnen kernopgave 3 (aantrekkelijke regio) extra aandacht voor externe veiligheid bij onder meer de Lelylijn, energietransitie, circulaire economie. Reactie De gemeenteraad onderschrijft de extra aandacht voor externe veiligheid als gevolg van grotere ruimtelijke ontwikkelingen. Dit zal in de uitvoeringsagenda, onder deelopgave 11 (pagina 35), 13 (pagina 37) en 14 (pagina 37, worden toegevoegd. 20. TenneT 20.1 Belang vitale infrastructuur Indiener is als netbeheerder verantwoordelijk voor de ongestoorde werking van het Nederlandse hoogspanningsnet. Aanleg, beheer en onderhoud van deze vitale infrastructuur gedurende de gehele levensfase is een kerntaak van indiener. Om dit te realiseren is het van belang dat deze op passende wijze bescherming verkrijgt en behoudt in ruimtelijke ontwikkelingen. In de zienswijze is een overzicht opgenomen van de verschillende boven- en ondergrondse hoogspanningsverbindingen en -stations van TenneT.
Omdat niet al deze verbindingen en stations verwoord of verbeeld zijn in de ontwerpOmgevingsvisie verzoekt indiener op passende wijze rekening te (blijven) houden met de vitale infrastructuur. Reactie Het college B&W onderschrijft het belang van vitale infrastructuur, zoals de cruciale rol die hoogspanningsstation Ens speelt in het (inter)nationale energienetwerk. Echter, bij ruimtelijke afwegingen spelen ook andere belangen en ontwikkelingen. Daarom is de Omgevingsvisie opgesteld: een kader dat richting geeft aan een integraal toekomstbeeld van Noordoostpolder. De gemeenteraad ziet daarom geen aanleiding om de Omgevingsvisie op dit punt aan te passen. 20.2 Vitale infrastructuur in tekst of beeld van Omgevingsvisie Indiener vraagt om de zeven hoogspanningsverbindingen (110 kV en hoger) en de vijf hoogspanningsstations (110 kV en hoger) op te nemen in Omgevingsvisie. Reactie De gemeenteraad verbeeldt in de Omgevingsvisie de kernopgaven en samenhang hiertussen. De visie heeft, met oog op de toekomst, een bepaald abstractieniveau. Hierdoor verwoordt en verbeeldt het niet alle belangen en kan, door het gekozen abstractieniveau, ook ingespeeld worden op nu nog onvoorziene kennis en ontwikkelingen. In de energievisie, aangekondigd in de Omgevingsvisie, komt het beter tot recht om in te gaan op hoogspanningsverbindingen en hoogspanningsstations.
20.3 Vroegtijdige betrokkenheid Indiener vraagt bij voorgenomen ontwikkelingen TenneT zo vroeg mogelijk in processen van onderzoek, planvorming en besluitvorming te betrekken. Reactie De gemeenteraad is van mening dat op een constructieve manier samengewerkt wordt om bestaande en nieuwe assets in Noordoostpolder onderdeel te maken van ruimtelijke ontwikkelingen. De gemeenteraad gaat ervan uit dat deze constructieve manier wordt voorgezet. De gemeenteraad ziet daarom geen aanleiding om de Omgevingsvisie op dit punt aan te passen.
20.4 Omgevingsplan
27
Indiener vraagt TenneT te betrekken bij het Omgevingsplan, waarbij mede gebruik gemaakt kan worden van de in de zienswijze toegevoegde Staalkaart ‘Elektriciteit en gas in het Omgevingsplan. Reactie De gemeenteraad betrekt de staalkaart bij het opstellen van het Omgevingsplan bij het formuleren van regels voor de passende bescherming van bestaande en nieuwe assets van TenneT. De gemeenteraad acht dit onderdeel van de uitwerking van de Omgevingsvisie en ziet daarom geen aanleiding om de Omgevingsvisie op dit punt aan te passen. 21. Craeft namens meerdere cliënten 21.1 Reactie op zienswijze ontwerp-bestemmingsplan Indiener geeft aan op 28 december 2022 namens cliënten een zienswijze ingediend te hebben. Indiener geeft aan dat dit plan nadien nog niet aan de raad voorgelegd is ter vaststelling of weigering. Indiener geeft aan dat dit op grond van artikel 3.8, lid 1, sub d Wet ruimtelijke ordening (Wro) wel had gemoeten. Reactie Naar aanleiding van de zienswijze van indiener heeft initiatiefnemer aanpassingen door moeten voeren ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. Dit heeft tijd gekost, mede vanwege nadere onderzoeken. De aanpassingen worden doorgevoerd om de belangen van de cliënten van indiener beter te borgen. De termijn uit artikel 3.8, lid 1, sub d Wro is een ‘termijn van orde’. De gemeenteraad blijft bevoegd tot het vaststellen van het bestemmingsplan.
De gemeenteraad ziet geen aanleiding om de Omgevingsvisie op dit punt aan te passen. 21.2 Ruimte binnen ontwerp-bestemmingsplan Indiener verwijst naar een mail van 1 februari 2024 waarin de gemeente ambtelijk zou hebben laten weten dat het ontwerp-bestemmingsplan gewijzigd is en mogelijkerwijs opnieuw zal worden voorgelegd ter behandeling/vaststelling. Indiener geeft aan dat zijn cliënten dat af zullen moeten wachten, maar van de initiatiefnemer begrepen hebben dat er feitelijk qua omvang niets gewijzigd zou zijn aan het plan. Reactie De gemeenteraad kan melden dat er op 1 februari 2024 geen mail verzonden is. In een mail verzonden op 7 februari 2024 wordt aangegeven dat twee weken voordien een aangepaste versie van het plan te hebben ontvangen en dat de aanpassingen voornamelijk zijn ingegeven door de zienswijze van indiener. Een opmerking over ‘mogelijkerwijs opnieuw voorleggen ter behandeling/vaststelling’ staat niet in die mail. Het plan is nog niet eerder ter vaststelling aan de gemeenteraad aangeboden. Er is dus geen sprake van ‘opnieuw’. Er wordt in de mail verwezen naar de gangbare procedure van raadsbehandeling. Het bestemmingsplan volgt haar eigen procedure in de besluitvorming en wordt getoetst aan het dan geldend beleid. Het klopt dat het feitelijke plan nagenoeg gelijk blijft ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan.
De aanpassingen in het bestemmingsplan betreffen vooral de maximale planologische invulling. Ten opzichte van het ontwerp-bestemmingsplan wordt de maximale ruimte die het plan biedt teruggebracht tot de ruimte die initiatiefnemer nodig heeft om zijn eindbeeld te realiseren. In de fase vooruitlopend op het ontwerp-bestemmingsplan zijn gesprekken gevoerd met cliënten van indiener, die hebben geleid tot planaanpassing. De gemeenteraad ziet geen aanleiding om de Omgevingsvisie op dit punt aan te passen. 21.3 Erf Indiener geeft aan dat een onderdeel van de zienswijze gaat over het volgens indiener onrechtmatig vergroten van een nader in de zienswijze benoemd erf in Nagele tot 6 hectare, hetgeen naar het oordeel van cliënten in strijd is met de Structuurvisie Noordoostpolder 2025. Het gewijzigde plan zou dat oordeel niet veranderen. Reactie Als een gemeenteraad een structuurvisie voor haar grondgebied heeft opgesteld, kan zij hier niet ongemotiveerd van afwijken. Hiervoor is dan een onderbouwing nodig. Bijvoorbeeld in het bestemmingsplan waar de gemeenteraad een ontwikkeling mogelijk maakt die in strijd is met de structuurvisie. Zie bijvoorbeeld ook rechtsoverweging 8 van [ECLI:NL:RVS:2022:2145]. In de
28
toelichting en in de nota van beantwoording zienswijzen bij het betreffende bestemmingsplan is dit afdoende gebeurd. De gemeenteraad verwijst voor de onderbouwing. Maatwerk is in dit geval gerechtvaardigd. De gemeenteraad ziet geen aanleiding om de Omgevingsvisie op dit punt aan te passen. 21.4 Rechtmatigheid Indiener geeft aan dat de ontwerp-Omgevingsvisie de beleidsmatige toets uit de Structuurvisie Noordoostpolder 2025 lijkt te versoepelen door ruimte te bieden aan be- en verwerkingscapaciteit en het opdikken van agrarische erven. Indiener stelt dat de tekst op pagina 31 van de ontwerpOmgevingsvisie uitsluitend toegeschreven lijkt te zijn naar het plan aan de Zuidwesterringweg 10 te Nagele. Indiener geeft aan dat door de Omgevingsvisie vooreerst vast te stellen, hiermee een beleidsdrager 'onder het oude bestemmingsplan zou kunnen worden geschoven'. Indiener geeft daarbij aan dat dit op zichzelf niet onrechtmatig is, maar dat het vaststellen van een Omgevingsvisie voor slechts een concreet project een concretiserend besluit van algemene strekking is dat rechtsbescherming behoeft, hetgeen wat naar het wezenskenmerk van een Omgevingsvisie in de onderhavige procedure niet geboden wordt. Dit is volgens indiener daarom onrechtmatig. Reactie Het bestemmingsplan is geagendeerd voor besluitvorming in Q4 2024. De Omgevingsvisie is dan, naar verwachting, al goedgekeurd.
Besluitvorming over deze visie is voorzien op 30 september 2024. De door indiener gesuggereerde opzet dat de Omgevingsvisie uitsluitend is toegeschreven naar het specifieke plan, dient ontkracht te worden. Er is geen sprake van een ‘concretiserend besluit van algemene strekking’ dat ziet op slechts één project. Tegen de vaststelling van het bestemmingsplan staat beroep open. Er wordt op dit punt niet onrechtmatig gehandeld. De gemeenteraad ziet geen aanleiding om de Omgevingsvisie op dit punt aan te passen. 21.5 Uitbreidingsmogelijkheden agrarische erven Indiener geeft aan dat op pagina 31 van de Omgevingsvisie het 'omklappen' van het erf wordt toegestaan. Indiener verwijst vervolgens naar paragraaf 5.6.2 van de Structuurvisie Noordoostpolder 2025, waarin de uitbreidingsmogelijkheden van agrarische erven worden omschreven. Volgens indiener komt dit op het volgende neer: Erven mogen in de toekomst tot 3,0 ha bruto worden uitgebreid, waarbij de breedte maximaal 150 meter mag zijn en de diepte maximaal 200 meter.
Naast voor het 'opdikken' van het erf kan een agrariër - afhankelijk van de situatie en van de grondposities - kiezen voor het 'verdubbelen' van het erf over de kavelsloot heen: daar waar een ondernemer twee erven aan weerszijden van de kavelsloot kan samenvoegen, kan een agrarisch bedrijf doorgroeien tot een maat van (bruto) maximaal 6,0 aaneengesloten hectaren wanneer de twee samen te voegen erven beide tot 3,0 hectare zijn/worden uitgebreid. Volgens indiener voldoet het voorgelegde plan (300m x 200m) niet aan de beoogde maatvoering. Indiener meent verder dat er op basis van de Structuurvisie Noordoostpolder 2025 geen sprake is van een erf dat verdubbeld kan worden omdat er geen tweede erf is. Volgens indiener zou een verdubbeling leiden van 1,5 tot 3 hectare of maximaal van 2 tot 4 hectare, maar niet van 1,5 tot 6 hectare Dit laatste is volgens indiener een verviervoudiging. Reactie De Structuurvisie Noordoostpolder 2025 geeft voor erfuitbreidingen ruimte tot maximaal 3 hectare bruto. Waar gespiegeld kan worden over de kavelsloot, kan ‘verdubbeld’ worden tot maximaal 6 hectare. Dit impliceert dat er ook ‘verdubbeld’ kan worden voor erven die vergroot zijn of worden. Bij een oorspronkelijke erfoppervlakte van maximaal circa 1 ha zou anders immers nooit tot de als maximum genoemde maatvoering van 6,0 ha gekomen kunnen worden.
Indiener leest het begrip ‘verdubbelen’ enger dan bedoeld. Er hoeft bij verdubbelen geen sprake te zijn van een al bestaand erf, zoals afdoende blijkt uit de illustraties in de betreffende paragraaf. Het betreffende bestemmingsplan wijkt overigens af van de Structuurvisie Noordoostpolder 2025, omdat bij het spiegelen één van de delen van het ‘verdubbelde’ erf in de nieuwe situatie in plaats van 150m ongeveer 200m breed wordt. In reactie 21.3 is uitgelegd dat bij het vaststellen van bestemmingsplannen gemotiveerd kan worden afgeweken van de in de Structuurvisie Noordoostpolder 2025 gestelde kaders. In de besluitvorming over het bestemmingsplan is dit maatwerk nader gemotiveerd. De gemeenteraad ziet geen aanleiding om de Omgevingsvisie op dit punt aan te passen.
29
21. 6 Verruiming Indiener meent dat met de Omgevingsvisie (uitvoeringsagenda deelopgave 7, tweede tot en met vierde bullet) verruiming geregeld wordt, door te benoemen dat agrarische be- en verwerkingsbedrijven gevestigd en uitgebreid mogen worden en 'over de sloot heen' mogen worden uitgebreid. Indiener stelt dat het betreffende plan thuishoort op een industrieterrein. Reactie De Structuurvisie Noordoostpolder 2025 geeft aan dat agrariërs hun bedrijfsvoering onder andere rendabel kunnen houden door werkzaamheden op te pakken die in het verlengde daarvan liggen (ketenverlenging). Voorbeelden hiervan zijn de opslag en/of het schonen en verwerken van agrarische producten van de betreffende agrariër zelf maar ook van producten van andere, nabijgelegen agrarische bedrijven. In de Structuurvisie Noordoostpolder 2025 is aangegeven dat bij ketenverlenging uitbreiding kan tot maximaal 3 hectare of tot maximaal 6 hectare als twee erven kunnen worden samengevoegd. De Structuurvisie Noordoostpolder 2025 geeft verder aan dat als bedrijven vérder door willen groeien, dit kan op de gemengde bedrijventerreinen bij Emmeloord. Het betreffende plan groeit niet verder door dan de gestelde kaders (maximaal. 6 hectare). De gemeenteraad is daarom niet van mening dat het plan thuishoort op een bedrijventerrein.
De benoemde kaders van de Structuurvisie Noordoostpolder 2025 zijn verder uitgewerkt in de Visie werklocaties Noordelijk Flevoland, vastgesteld door de gemeenteraad op 19 februari 2018. Hierin is opgenomen dat agrariërs ketenverlenging kunnen toepassen, als nevenactiviteit of als hoofdactiviteit. Gedacht wordt hierbij aan opslag en/of het schonen en verwerken van agrarische producten van de betreffende agrariër zelf of aan producten van andere agrarische bedrijven. Deze activiteiten zijn zo verbonden met de agrarische keten, dat vestiging op een regulier bedrijventerrein onlogisch is. Ook in het Ontwikkelperspectief bedrijventerreinen gemeente Noordoostpolder – dat ter besluitvorming geagendeerd is in dezelfde raadsvergadering als besluitvorming over de Omgevingsvisie – worden bedrijven wat betreft uitbreidingsmogelijkheden gelijkgesteld aan volwaardige agrarische bedrijven. Dat betekent dat een erf kan uitbreiden tot 3 hectare en afhankelijk van de ruimtelijk ligging kan verdubbelen tot 6 hectare bij het samenvoegen van twee erven. De gemeenteraad ziet daarom geen aanleiding om de Omgevingsvisie op dit punt aan te passen. 21.7 Omgevingseffectrapport Indiener geeft aan dat omdat er in de Omgevingsvisie nieuwe mogelijkheden geboden worden, daar in het Omgevingseffectrapport, nader op in gegaan zou moet worden.
Volgens indiener moeten de milieugevolgen van deze uitbreidingsmogelijkheden (bijvoorbeeld door aan- en afvoer vrachtverkeer, effect op het landschap, etc.) gewogen worden. Door dit niet te doen is het Omgevingseffectrapport in strijd met de Omgevingsvisie als zodanig en ontbreekt volgens indiener een goede beoordeling van de milieueffecten zoals bedoeld in de M.e.r.-richtlijn en SMB-richtlijn. Reactie Onder reactie 21.6 is reeds toegelicht dat in de Omgevingsvisie geen extra ruimte wordt geboden ten opzichte van vigerend beleid. Daarnaast richt het Omgevingseffectrapport zich op de hoofdlijnen van de Omgevingsvisie. De gemeenteraad ziet geen aanleiding om de Omgevingsvisie op dit punt aan te passen. 22. Craeft namens meerdere cliënten 22.1 Afsluiten Karel Doormanweg Indiener geeft aan namens cliënten een zienswijze ingediend te hebben tegen het vaststellingsbesluit van GS d.d. 13 juni 2023, houdende de notitie Reikwijdte en Detailniveau, Uitgangspuntennotitie en het Participatieplan ten behoeve van de Ontsluitingsweg Urk. Volgens indiener heeft een onderdeel van deze kwestie betrekking op een kennelijk door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noordoostpolder, in de toekomst, te nemen besluit, om de Karel Doormanweg ter plaatse van de brug over de Nagelervaart af te sluiten.
Indiener is van oordeel dat het Mobiliteitsplan Noordoostpolder en de bestuursovereenkomst met betrekking tot de ontsluitingsweg hier reeds op voorgesorteerd hebben en de voorgenomen maatregelen derhalve beschouwd moet worden als onderdeel van dat project.
30
Reeds hierom dient dit volgens indiener te worden meegewogen in het m.e.r.-traject van GS. Uit de reactie in de beantwoordingsnota op de voormelde zienswijze blijkt volgens indiener niet een eenduidig antwoord. In de beantwoordingsnota is enerzijds te lezen dat de beoogde afsluiting als onderdeel van de verdere uitwerking wordt onderzocht, terwijl anderzijds wordt gesteld dat dit een gemeentelijk besluit betreft. Op een ander vlak maakt dat besluit alsdan onderdeel uit van procesafspraken in de bestuursovereenkomst, welke aangaande dat project is gesloten. Dit is aldus indiener niet alleen verwarrend, maar ook inconsistent. Indiener verwijst naar een gesprek met gemeente en provincie over dit onderwerp. Uit dit gesprek is volgens indiener naar voren gekomen dat de gemeenteraad eerst het gehele traject met de rondweg wil afwachten en pas na realisatie wil komen met nader onderzoek over het al dan niet afsluiten van de Karel Doormanweg. Dit standpunt zou de gemeenteraad in een brief bevestigen. Indiener geeft aan dat zijn cliënten deze brief op 5 april jl. ontvangen hebben. Volgens indiener is in deze brief niet de besproken volgordelijkheid vastgelegd, waardoor er naar de mening van indiener ruimte bestaat voor het realiseren van de afsluiting van de Karel Doormanweg, hangende het ontwikkelingstraject van de nieuwe rondweg Urk.
Reactie Indiener gaat uitvoerig in op het besluit van GS van de provincie Flevoland over de notitie Reikwijdte en Detailniveau, Uitgangspuntennotitie en het Participatieplan ten behoeve van de Ontsluitingsweg Urk. De ingediende zienswijze is echter ingediend op een andere procedure (Omgevingsvisie,) bij een ander bestuursorgaan (gemeenteraad Noordoostpolder). De gemeenteraad kan niet spreken voor Gedeputeerde Staten van de provincie Flevoland. In het Mobiliteitsplan 2030 wordt aangegeven dat voorkomen moet worden dat de Karel Doormanweg via de nieuwe weg een sluiproute wordt. Dit laatste heeft expliciet aandacht in de planuitwerking van de nieuwe weg en wordt in het Mobiliteitsplan 2030 nadrukkelijk buiten beschouwing gelaten. Na realisatie van de nieuwe weg wordt met het oog op sluipverkeer ingezet om de brug over de Nagelervaart alleen toegankelijk te maken voor fietsverkeer. Ook deze oplossing wordt in het Mobiliteitsplan 2030 nadrukkelijk afhankelijk gemaakt van uitkomst van de nog te maken keuzes over de nieuwe weg. In de brief van 5 april 2024 geeft de gemeenteraad aan pas een beslissing over een eventuele ‘knip’ te nemen na effectenstudie en participatie met de omgeving.
In het gesprek en de brief is uitgelegd dat de gemeente Noordoostpolder de effecten van de Spuiweg op de Karel Doormanweg eerst wil onderzoeken als onderdeel van de bestuursovereenkomst tussen de provincie en de gemeenten Urk en Noordoostpolder. Momenteel is door de provincie Flevoland gestart met de procedure om te komen tot een projectbesluit. Onderdeel hiervan is het inzichtelijk maken van de verkeerseffecten op het onderliggend wegennet waaronder de Karel Doormanweg. Daarnaast moet de ligging van de nieuwe weg nog definitief vastgelegd worden. Onderdeel van het proces om te komen tot een projectbesluit is dat er een participatietraject moet worden doorlopen door de provincie. In afstemming met de provincie zal de gemeente een participatieproces met de omgeving doorlopen nadat duidelijk is wat de effecten zijn van de Spuiweg op de Karel Doormanweg en de te nemen maatregelen zoals een mogelijke ‘knip’ in de Karel Doormanweg. De gemeenteraad zal uiteindelijk een besluit nemen over de te nemen maatregelen. De gemeenteraad heeft verder aangegeven het Mobiliteitsplan 2030 uit te voeren. Ten behoeve van de verkeersveiligheid voert de gemeente, naar verwachting in 2026-2027 al een aantal maatregelen uit. De gemeente volgt een participatietraject waarin met aanwonenden naar verschillende maatregelen wordt gekeken om de veiligheid op de weg te vergroten.
Hierover worden de aanwonenden van de Karel Doormanweg tijdig betrokken en geïnformeerd. Met deze reactie is voldoende ingegaan op de volgorde der dingen voor zover dit bij de gemeente ligt. Voor de besluitvorming van de provincie kan indiener zich wenden tot de provincie. De gemeenteraad ziet geen aanleiding om de Omgevingsvisie op dit punt aan te passen.
22.2 Verdere voorbereiding afsluiten Karel Doormanweg Indiener geeft aan dat zijn cliënten in de ontwerp-Omgevingsvisie een verdere voorbereiding zien van de afsluiting van de Karel Doormanweg ter plaatse van de Nagelervaart. Indiener wijst daarbij op de volgende onderdelen van de omgevingsvisie. Ten eerste: op de kaart is het voorkeurstracé van de
31
rondweg neergelegd (pagina 24/25). Door de wijze van weergeven, wordt volgens indiener de suggestie van een doorgaande weg gewekt, welke niet onderbroken wordt. Ten tweede: in de uitvoeringsagenda onder deelopgave 13 wordt gesteld dat ingezet wordt op het vergroten van de verkeersveiligheid, onder uitvoering van het uitvoeringsprogramma van het Mobiliteitsplan 2030. Indiener geeft aan dat in het uitvoeringsprogramma van het Mobiliteitsplan 2030 de afsluiting benoemd staat. Volgens indiener is dat - in tegenstelling tot wat de gemeenteraad volgens indiener stelt - niet uitsluitend beperkt tot het doen van onderzoek. Reactie Op de kaart bij kernopgave 3 is met een dikke rode pijl indicatief aangegeven waar ingezet wordt op het verbeteren van de bereikbaarheid. Hoe het tracé precies gaat lopen is onderdeel van het proces dat door de provincie Flevoland wordt doorlopen in het kader van het projectbesluit. De indicatieve pijl zegt niets over het uiteindelijke ontwerp van de weg. Of de in het Mobiliteitsplan 2030 aangekondigde maatregelen (waaronder ‘de knip’) ook daadwerkelijk uitgevoerd worden, is afhankelijk van nadere besluitvorming. Deze nadere besluitvorming wordt gedaan na participatie en nader onderzoek naar de verkeerseffecten. De gemeenteraad zal in de Omgevingsvisie de pijl aangeven conform het voorkeursalternatief.
22.3 Omgevingseffectrapport Indiener verwijst naar twee passages in het Omgevingseffectrapport. Ten eerste: ‘De provincie gaat een nieuwe ontsluitingsweg naar Urk aanleggen tussen de Staartweg en Domineesweg. Voor Noordoostpolder is dit een kans doordat de dorpen Tollebeek, Espel en Creil een betere verbinding krijgen naar de A6. Ook zal klimaatverandering effect hebben op de infrastructuur. Door de vaker voorkomende laagwaterstanden droogt de veenlaag onder wegen uit waardoor deze lokaal kunnen verzakken. Daardoor zal op meer wegen onderhoud gepleegd moeten worden en zijn deze wegen daardoor periodes buitengebruik hetgeen druk zet op de bereikbaarheid’ (pagina 48) En ten tweede: ‘Het doel met betrekking tot het beleidsveld bereikbaarheid is ongewijzigd. In de conceptOmgevingsvisie waren nog geen maatregelen opgenomen. In de ontwerp-Omgevingsvisie zijn meerdere maatregelen opgenomen gericht op bereikbaarheid en tegengaan van congestie in Noordoostpolder. Deze maatregelen liggen echter voornamelijk buiten de verantwoordelijkheid van de gemeente. De provincie legt een ontsluitingsweg aan voor auto's tussen de Domineesweg en de Staartweg. Daarnaast wordt de N50 door de provincie verbreed. De gemeente zet zich in om het tracé buiten de gemeentegrenzen te plaatsen.’ (pagina 82) Hieruit volgt volgens indiener dat het Omgevingseffectrapport niet aansluit bij de ontwerpOmgevingsvisie.
Volgens indiener zijn de doelen uit het 'beleidsveld bereikbaarheid' wel degelijk gewijzigd en er zijn concrete maatregelen opgenomen, namelijk die uit het uitvoeringsprogramma van het beleidsplan. Volgens indiener ligt de rondweg rondom Urk wel degelijk binnen de gemeentegrenzen, althans de voorkeursvariant zoals die door het college is voorgestaan bij de ondertekening van de bestuursovereenkomst. Volgens indiener had hier in het Omgevingseffectrapport nader op in moeten worden gegaan en hadden daarom de milieugevolgen van deze maatregelen (bijvoorbeeld het omrijden voor cliënten, effect op milieu, natuur en het landschap, etc.) gewogen moeten worden. Indiener stelt dat door dit niet te doen het Omgevingseffectrapport in strijd is met de ontwerp-Omgevingsvisie. Volgens indiener ontbreekt een goede beoordeling van de milieueffecten zoals bedoeld in de M.e.r.-richtlijn en SMB-richtlijn. Reactie Het Omgevingseffectrapport adviseert om in de Omgevingsvisie in het kader van bereikbaarheid een verwijzing op te nemen naar het Mobiliteitsplan 2030. In deelopgave 13 van de uitvoeringsagenda van de Omgevingsvisie wordt al verwezen naar het Mobiliteitsplan 2030 in het kader van het vergroten van de verkeersveiligheid. De gemeenteraad zal in deze deelopgave 13 een verwijzing naar het Mobiliteitsplan 2030 toevoegen.