7.1 Ontwerpbestemmingsplan Landelijk gebied Johannes Postweg 7 8 9 Nagele (4).pdf
Tekst van het document
De betreffende terreindelen zijn beschouwd als verdachte locaties, met diffuse bodembelasting en heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming. Op basis van de informatie uit het vooronderzoek is het onderzoek met betrekking tot de te demp[en sloot op de locatie Johannes Postweg nr. 9 (deellocatie C7) uitgevoerd conform de richtlijnen zoals deze zijn vastgesteld in de NEN 5720:2017, Ş 5.1.10 zoals weergegeven in tabel 2.2. De betreffende sloot is beschouwd als een lintvormige watergang, met diffuse belasting, gelegen in landelijk gebied.
2001-2002
Verkennend bodemonderzoek Johannes Postweg 7, 8a en 9 te Nagele (kenmerk: 210199)
Pagina 12 van 30
3. VELDWERKZAAMHEDEN In dit hoofdstuk is de uitvoering van de veldwerkzaamheden beschreven, met eventuele afwijkingen op de veldwerkzaamheden en/of onderzoeksstrategie.
3.1 Uitvoering werkzaamheden (bemonstering grond en plaatsen peilbuizen) De uitvoering van het veldwerk heeft plaatsgevonden op 17 en 18 februari en 10 en 22 maart 2021 en het grondwater is bemonsterd op 10 en 22 maart 2021. Tabel 3.1 Uitgevoerde werkzaamheden Boringen nrs. Deellocatie (diepte; m-mv) Oppervlakte (m2) Deellocatie A; Johannes Postweg 7
Peilbuizen nrs. (filterstelling en GWS; m-mv)
A1: Voormalige bovengrondse
53, 54 (1,0)
52 (1,5-2,5 m-mv; 1,0 m-mv)
58, 61 (1,0)
55 (2,0-3,0 m-mv; 1,5 m-mv)
petroleumtank, circa 10 A2; Huidig verhard erf circa 3000
59 (0,65) 80, 81 (0,6) 82, 83, 85, 86 (0,58) 87 (0,5) 84 (0,8) 57 (2,0) 61 (2,1) A3; uitbreiding erf t.p.v. vm.
89 t/m 100 (0,5)
bouwland, circa 7.000
63, 67 t/m 69 (2,0)
56 (1,5-2,5 m-mv; 1,0 m-mv)
Deellocatie B; Johannes Postweg 8a B: huidig bouwland, circa 1,5 ha
10 t/m 30
1 (1,5-2,5 m-mv; 1,0 m-mv)
4 t/m 9 (2,0)
2 (1,5-2,5 m-mv; 1,0 m-mv) 3 (2,0-3,0 m-mv; 1,0 m-mv)
Deellocatie C; Johannes Postweg 9 C1; voormalige en huidige
32 t/m 35, 37, 38 (1,0)
31 (2,8-3,8 m-mv; 2,0 m-mv)
41, 42 (1,0)
40 (1,5-2,5 m-mv; 1,0 m-mv)
C3; voormalige bovengrondse
74, 75 (1,15)
47 (1,5-2,5 m-mv; 1,0 m-mv)
petroleumtank, zuidzijde
88 (0,54)
36 (2,5-3,5 m-mv; 2,0 m-mv)
bovengrondse tanks, circa 30 C2; voormalige bovengrondse petroleumtank, zuidzijde oostelijke schuur, circa 10
werktuigen-berging en opslag olie en GBM, circa 30 C4; huidige werkplaats met
71 (0,85)
voormalige opslag GBM, circa
72, 73 (0,54)
39 (1,7-2,7 m-mv; 1,3 m-mv)
100 C5; Huidig verhard erf, circa
79 (0,5)
Grondwateronderzoek gecombineerd
3.600
44 (0,58)
met deellocatie C4
70 (0,6) 45, 46, 50, 51 76 t/m 78 (0,65) 43, 49 (2,0) 48 (2,15) C6; uitbreiding erf t.p.v. vm.
101 t/m 112 (0,5)
bouwland, circa 6.300
64, 65, 66 (2,0)
C7; te dempen sloot, circa 180 meter
Slibsteken 113 t/m 122
2001-2002
62 (2,3-3,3 m-mv; 1.5 m-mv) NVT
Verkennend bodemonderzoek Johannes Postweg 7, 8a en 9 te Nagele (kenmerk: 210199)
Pagina 13 van 30
Van het opgeboorde materiaal zijn per 50 cm, of per afwijkende bodemlaag representatieve monsters genomen, die zijn beschreven qua textuur, geur en kleur. In bijlage 1.2 zijn situatieschetsen van de onderzochte locaties opgenomen met daarop aangegeven de ligging van de monsterpunten.
3.2 Uitvoering werkzaamheden (bemonstering grondwater) Op basis van de NEN 5744 zijn bij de monstername van grondwater de volgende metingen uitgevoerd: * Geleidingsvermogen (EGV of Ec); bij monstername mag dit maximaal 10 % afwijken van de voorlaatste meting; * Indien het geleidingsvermogen (zie bovenstaand) constant is, is een NTU-waarde (troebelheid) van 0 tot 10 gewenst. Indien hier niet aan wordt voldaan moet bij de beoordeling van de analyseresultaten worden bekeken of dit van invloed is; * De zuurgraad (pH) wordt eveneens beoordeeld, de NEN5744 heeft hier echter geen normen of eisen aan verbonden. Voor de resultaten van de bij de monstername in het veld uitgevoerde grondwatermetingen wordt verwezen naar bijlage 3.2. Op basis van tabel 3.1 blijkt het geleidingsvermogen voldoende constant te zijn om over te gaan tot bemonstering. Het grondwater is echter beschouwd als troebel, bij de beoordeling van de analyses dient te worden vastgesteld of dit van invloed is geweest op het resultaat.
3.3 Bodemopbouw De bodemopbouw van de locatie is samengevat in tabel 3.2. Tabel 3.2 Bodemopbouw onderzoekslocatie
Het grondwaterniveau is tijdens de monstername van het grondwater vastgesteld op dieptes tussen 0,9 en 2,0 m-mv.
3.4 Zintuiglijke waarnemingen Het terrein en het opgeboorde materiaal zijn in het veld zintuiglijk beoordeeld op bijzonderheden, zoals weergegeven in tabel 3.3.
2001-2002
Verkennend bodemonderzoek Johannes Postweg 7, 8a en 9 te Nagele (kenmerk: 210199)
Pagina 14 van 30
Tabel 3.3 Zintuiglijke waarnemingen onderzoekslocatie Deellocatie Meetpunt Diepte (m-mv) Einddiepte boring (m-mv)
Zintuiglijke waarneming
A1
A2
C5
52
0,1-0,5
2,5
Volledig metselpuin
54
0,1-0,5
1,0
Volledig metselpuin
57
0,1-0,5
2,0
Volledig metselpuin
58
0,1-0,5
1,0
Volledig metselpuin
61
0,1-0,5
1,0
Volledig metselpuin
43
0,5-1,0
2,3
Resten hout
44
0,08-0,58
0,58
Brokken baksteen
46
0,15-0,65
0,65
Sporen baksteen
48
0,15-0,65
1,15
Sterk baksteen
50
0,15-0,65
0,65
Sporen baksteen
79
0,0-0,5
0,5
Sporen baksteen
Sporen/resten/brokjes/laagjes (bijmenging S/7/8/9): < ^ Sterk (bijmenging 3):
15-50%
Volledig (bijmenging 5):
>80%
Op basis van tabel 3.3 blijkt, dat aan de zuidzijde van het verharde erf van de locatie Johannes Postweg nr. 7 (deellocatie A2), alsmede ter plaatse van de voormalige bovengrondse petroleumtank (deellocatie A1) een laag metselpuin onder de asfalt- en betonverharding is waargenomen. Daarnaast blijkt, dat ter plaatse van het verharde erf van de locatie Johannes Postweg nr. 9 (deellocatie C5) plaatselijk lichte tot sterke bijmengingen met baksteen in de bovengrond zijn waargenomen. Bij de beoordeling van het terrein en het opgeboorde materiaal is ook speciaal gelet op asbest(houdende) materialen. Deze zijn zintuiglijk niet op de bodem en in het opgeboorde materiaal ter plaatse van het onderzoeksterrein waargenomen. De ter plaatse van het verharde erf van de locatie Johannes Postweg nr. 9 (deellocatie C5) in de bovengrond waargenomen bijmengingen met baksteen zijn conform bijlage A4 van de NEN5725:2017 beoordeeld als homogeen en derhalve niet asbestverdacht. De ter plaatse van het verharde erf van nr. 7 (deellocatie A2) en de voormalige bovengrondse petroleumtank (deellocatie A1) onder de verharding waargenomen puinlaag is op basis van de beoordeling conform bijlage A4 van de NEN5725:2017 aan te merken als asbestverdacht.
3.5 Afwijkingen protocollen Er zijn bij de uitvoering van het onderzoek geen relevante afwijkingen ten opzichte van de geldende SIKB protocollen 2001 en 2002 naar voren gekomen. 3.6 Afwijkingen strategie(ën) Er zijn bij de uitvoering van het onderzoek geen relevante afwijkingen ten opzichte van de NEN 5740:2009M1: 2016 naar voren gekomen.
2001-2002
Verkennend bodemonderzoek Johannes Postweg 7, 8a en 9 te Nagele (kenmerk: 210199)
Pagina 15 van 30
4. ANALYSERESULTATEN EN BESPREKING Na bemonstering van grond en grondwater zijn de monsters gekoeld opgeslagen, en ter analyse aangeboden aan het laboratorium. Alle geanalyseerde monsters zijn in het laboratorium voorbehandeld conform de eisen, opgesteld in het AS 3000 (Laboratoriumanalyses voor grond-, waterbodem- en grondwateronderzoek).
4.1 Analysemonsters In tabel 4.1 zijn de geanalyseerde grond- en grondwatermonsters weergegeven. Tabel 4.1 Analysemonsters grond en grondwater Monster Diepte/filter Deellocatie grond/grond Motivatie (m-mv) water Deellocatie A; Johannes Postweg 7 A1: Voormalige bovengrondse petroleumtank, circa 10
Mp. 53
0,1-0,5
Bovengrond vm.
Analyse
Minerale olie
tank Pb. 52
1,5-2,5
Grondwater vm.
Minerale olie, BTEXN
tank A2; Huidig verhard erf
Mp. 52, 54, 57,
circa 3000
61 Mp. 55, 56, 59
Mp. 55
0,5-1,0
Bovengrond
Standaardpakket bodem
onder puinlaag 0,05-0,55/
Bovengrond,
0,0-0,5/
geen afwijkende
0,15-0,65
waarnemingen
0,05-0,55
Bovengrond
Standaardpakket bodem
Standaardpakket bodem, pH
t.p.v. lage zuurgraad Mp. 80, 84, 85,
04-0,6/0,3
Bovengrond,
87
0,8, 0,08 0,58/0,0-0,5
geen afwijkende waarnemingen
Pb. 55
2,0-3,0
Grondwater
Standaardpakket grondwater
A3; uitbreiding erf t.p.v.
Mp. 89 t/m 94
0,0-0,5
Bovengrond
Standaardpakket bodem + OCB
vm. bouwland, circa
Mp. 95 t/m 100 0,0-0,5
Bovengrond
Standaardpakket bodem + OCB
Mp. 63+67
0,5-2,0
Ondergrond
Standaardpakket bodem
Mp. 68+69
0,5-2,0
Ondergrond
Standaardpakket bodem
Pb. 56
1,5-2,5
Grondwater
Standaardpakket grondwater
0,0-0,5
Bovengrond
Standaardpakket bodem + OCB
0,0-0,5
Bovengrond
Standaardpakket bodem + OCB
0,0-0,5
Bovengrond
Standaardpakket bodem + OCB
0,0-0,5
Bovengrond
Standaardpakket bodem + OCB
7.000
Standaardpakket bodem + OCB
Deellocatie B; Johannes Postweg 8a B: huidig bouwland,
Mp. 4, 5, 10
circa 1,5 ha
t/m 12, 14, 16 Mp. 3, 6, 13 t/m 15, 17, 18 Mp. 1, 7, 19 t/m 23 Mp. 2, 8, 9, 24 t/m 30
Bij de geanalyseerde monsters van deellocatie A2 (huidig verhard erf nr. 7) merken wij het volgende op. Bij de monstername van het grondwater uit peilbuis nr. 55 is in het veld een relatief zeer lage zuurgraad (pH) gemeten van 1,9. Naar aanleiding hiervan is in overleg met de opdrachtgever
2001-2002
Verkennend bodemonderzoek Johannes Postweg 7, 8a en 9 te Nagele (kenmerk: 210199)
Pagina 16 van 30
aanvullend de bovengrond van mp. 55 geanalyseerd op het standaardpakket bodem + pH en is tevens aanvullend de zuurgraad van het grondwater uit peilbuis nr. 55 in het laboratorium gemeten. Vervolg tabel 4.1 Analysemonsters grond en grondwater
DeeNocatie
Diepte/ filter (m-mv)
Motivatie
Analyse
B: huidig bouwland, circa
Mp. 3+4+5
0,5-2,0
Ondergrond
Standaardpakket bodem
1,5 ha
Mp. 1+6+7
0,5-2,0
Ondergrond
Standaardpakket bodem
Mp. 2+8+9
0,5-2,0
Ondergrond
Standaardpakket bodem
Pb. 1
1,5-2,5
Grondwater
Standaardpakket grondwater
Pb. 2
1,5-2,5
Grondwater
Standaardpakket grondwater
Pb. 3
2,0-3,0
Grondwater
Standaardpakket grondwater
Mp. 32, 33
0,05-0,3
Bovengrond huidige tank, geen afwijkende
Minerale olie
Mp. 34
0,1-0,3
Deellocatie C; Johannes Postweg 9 C1; voormalige en huidige bovengrondse
waarnemingen
tanks, circa 30
Bovengrond voormalige
Minerale olie, BTEXN
tanks, geen afwijkende waarnemingen Pb. 31
2,8-3,8
Grondwater huidige
Minerale olie, BTEXN
tank Pb. 36
2,5-3,5
Grondwater vm. tanks
Minerale olie, BTEXN
C2; voormalige
Mp. 40 t/m
0,0-0,5
42
Bovengrond voormalige tank, geen afwijkende
Minerale olie
bovengrondse petroleumtank, zuidzijde oostelijke schuur, circa 10
Pb. 40
1,5-2,5
C3; voormalige
Mp. 74, 75
0,15-0,65
waarnemingen
bovengrondse petroleumtank, zuidzijde
Mp. 88
0,04-0,54
Pb. 47
Minerale olie
Bovengrond huidige
OCB
1,5-2,5
Grondwater vm. tank
Minerale olie, BTEXN
en huidige olieopslag Mp. 71, 72
0,35-0,85/ 0,04-0,54
Mp. 39
0,2-0,7
met voormalige opslag GBM, circa 100
Bovengrond huidige
opslag GBM
30 C4; huidige werkplaats
Minerale olie, BTEXN
olieopslag
werktuigen-berging en opslag olie en GBM, circa
Grondwater vm. tank
Bovengrond werkplaats
Standaardpakket bodem
Bovengrond voormalige
OCB
opslag GBM Pb. 39
1,7-2,7
Grondwater huidige
Standaardpakket grondwater
werkplaats en verhard erf C5
2001-2002
Verkennend bodemonderzoek Johannes Postweg 7, 8a en 9 te Nagele (kenmerk: 210199)
Pagina 17 van 30
Vervolg tabel 4.1 Analysemonsters grond en grondwater Monster Diepte/filter Deellocatie grond/grond Motivatie (m-mv) water C5; Huidig verhard erf,
Mp. 46, 50
0,15-0,65
Bovengrond,
Analyse Standaardpakket bodem
sporen baksteen
circa 3.600 Mp. 44, 48
Mp. 76, 77, 78
0,08
Bovengrond,
0,58/0,15
brokken/sterk
0,65
baksteen
0,15-0,65
Bovengrond,
Standaardpakket bodem
Standaardpakket bodem
geen afwijkende waarnemingen C6; uitbreiding erf t.p.v.
Mp. 101 t/m
vm. bouwland, circa
106
6.300
Mp. 107 t/m
0,0-0,5
Bovengrond
Standaardpakket bodem + OCB
0,0-0,5
Bovengrond
Standaardpakket bodem + OCB
Mp. 62+64
0,5-2,0
Ondergrond
Standaardpakket bodem
Mp. 65+66
0,5-2,0
Ondergrond
Standaardpakket bodem
Pb. 62
2,3-3,3
Grondwater
Standaardpakket grondwater
C7; te dempen sloot,
Mp. 113 t/m
0,0-0,1
Waterbodem
Standaardpakket waterbodem +
circa 180 meter
122
112
OCB
Het analysepakket "standaardpakket bodem" genoemd in tabel 4.1 bestaat uit de paramaters droge stof, lutum en organische stof, zware metalen (barium, cadmium, kwik, kobalt, koper, molybdeen, nikkel, lood en zink), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK), polychloorbifenylen (PCB) en minerale olie GC (C10-C40). Het analysepakket "standaardpakket water" bestaat uit de paramaters zware metalen (barium, cadmium, kwik, kobalt, koper, molybdeen, nikkel, lood en zink), vluchtige aromatische koolwaterstoffen (BTEXN), vluchtige organische chloorhoudende oplosmiddelen (VoCl) en minerale olie GC (C10-C40). De zuurgraad (pH) en geleidbaarheid (EGV) zijn in het veld bepaald bij monsterneming. Het standaardpakket waterbodem (A); waterbodem en baggerspecie uit regionaal water bestaat uit de parameters droge stof, lutum en organische stof (gloeiverlies), zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie GC (C10-C40), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK 10 VROM) en polychloorbifenylen (PCB's).
4.2 Afwijkingen laboratoriumwerkzaamheden Er zijn geen afwijkingen naar voren gekomen bij de uitvoering van de laboratoriumwerkzaamheden ten opzichte van de AS 3000 en/of analysemethoden van de individuele parameters. 4.3 Toetsing analyseresultaten Landbodem (grond en grondwater) De toetsing van de analyseresultaten vindt plaats conform de Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa), waarbij de toetsmodules T12 en T13 zijn gehanteerd. Bij de interpretatie van de analyseresultaten is gebruik gemaakt van de toetsingstabel uit de Circulaire bodemsanering 2013. Hierin zijn voor de meeste gangbare parameters verwaarloosbare risiconiveaus (achtergrondwaarden, en voor grondwater streefwaarden) en maximaal toelaatbare
2001-2002
Verkennend bodemonderzoek Johannes Postweg 7, 8a en 9 te Nagele (kenmerk: 210199)
Pagina 18 van 30
risiconiveaus (interventiewaarden) weergegeven. Deze verwaarloosbare en maximaal toelaatbare risiconiveaus (Achtergrond- of Streefwaarden, respectievelijk Interventiewaarden) zijn berekend met behulp van onder meer (eco)toxicologische gegevens, en hebben betrekking op de vastgestelde Nederlandse Standaardbodem, met een organische stofgehalte van 10% en een lutumgehalte van 25 %. De toetsing van gehalten aan onder andere PAK, minerale olie en zware metalen in grond is afhankelijk gesteld van de gemeten organische stof- en/of lutumgehalten, die meestal afwijken van de gehalten in de vastgestelde Standaardbodem. Bij de BoToVa-toetsing wordt daarom, per stof, het gemeten gehalte omgerekend naar een gestandaardiseerd gehalte. Deze gestandaardiseerde gehalten worden vervolgens getoetst aan de standaard toetsingswaarden, die in bijlage 5 zijn weergegeven. De getoetste analyseresultaten van de grond en het grondwater zijn weergegeven in de tabellen in de navolgende paragrafen. Onder de tabellen wordt de interpretatie van de toets-uitslag besproken. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. De betekenis van de toetsingswaarden en de wijze van weergave staan vermeld in tabel 4.2. Tabel 4.2 Betekenis van de toetsingswaarden Weergave tabellen
Weergave bijlage 5
Concentratieniveau
Betekenis
ś AW-waarde of S-waarde
Geen verhoging t.o.v. achtergrondwaarde
(of < detectiegrens)
of streefwaarde gemeten
> AW-waarde of S-waarde
Lichte verhoging gemeten
*
> I-waarde
Sterke verhoging gemeten
***
| Verhoogde rapportagegrens (meetwaarde is vermenigvuldigd met factor 0,7)
-
(v)
Tabel 4.2 is de legenda voor de interpretatie van de geanalyseerde grond- en grondwatermonsters, zoals weergegeven in tabellen 4.4 t/m 4.9.
4.4 Toetsing analyseresultaten Waterbodem (sliblaag) De toetsing van de analyseresultaten vindt plaats conform de Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa), waarbij de toetsmodules T1, T3 en T5 zijn gehanteerd. Voor de toepassing op landbodem en toepassing in oppervlaktewater is gebruik gemaakt van de BoToVa toetsen T1 (beoordeling kwaliteit grond of bagger bij toepassing op of in de bodem) en T3 (beoordeling kwaliteit van bagger en ontvangende bodem bij toepassing in een oppervlaktewaterlichaam. Voor de toetsing ten behoeve van verspreiding op aangrenzende percelen is gebruik gemaakt van de BoToVa toets T5 (beoordeling kwaliteit van bagger bij verspreiden op aangrenzend perceel). In de betreffende tabel in paragraaf 4.7 zijn de analyseresultaten van de onderzochte waterbodem (slib) geïnterpreteerd aan de hand van de normen uit het generieke kader van het Besluit Bodemkwaliteit (Regeling bodemkwaliteit). Onder de betreffende tabel wordt de toetsuitslag besproken.
2001-2002
Verkennend bodemonderzoek Johannes Postweg 7, 8a en 9 te Nagele (kenmerk: 210199)
Pagina 19 van 30
Het analysecertificaat is opgenomen in bijlage 4. In de tabellen in bijlage 5 zijn de analyseresultaten beoordeeld aan de hand van de toetsingswaarden. De betekenis van de toetsingswaarden en de wijze van weergave staan vermeld in tabel 4.3. Tabel 4.3 Legenda toetsing slibkwaliteit Klasse t.b.v. Toepassing op landbodem (BoToVa T1)
Toepasbaarheid in oppervlaktewater (BoToVa T3)
Landbouw/natuur
Vrij toepasbaar
Wonen
Klasse A
Industrie
Klasse B
Niet toepasbaar
Niet
2001-2002
Verspreidbaarheid op aangrenzend perceel (BoToVa T5) Verspreidbaar Niet Verspreidbaar
Verkennend bodemonderzoek Johannes Postweg 7, 8a en 9 te Nagele (kenmerk: 210199)
Pagina 20 van 30
4.5 Milieuhygiënische bodemkwaliteit locatie A; Johannes Postweg 7 In tabel 4.4 en 4.5 zijn de geanalyseerde grond- en grondwatermonsters van locatie A weergegeven, met toetsing conform tabel 4.2. Tabel 4.4 Geanalyseerde grondmonsters Locatie A met toetsing Diepte Grondmonster Deellocatie Motivatie (m-mv)
Gehalte in mg/kg d.s. en toetsing
Mp. 53
0,1-0,5
Bovengrond vm. tank
Minerale olie^
A2; Huidig
Mp. 52, 54,
0,5-1,0
Bovengrond onder puinlaag
-
verhard erf
57, 61 0,05-0,55/
Bovengrond, geen
-
0,0-0,5/0,15-0,65
afwijkende waarnemingen
A1: Voormalige bovengrondse petroleumtank
Mp. 55, 56, 59 Mp. 55
0,05-0,55
Bovengrond t.p.v. lage
Lood; 40, zink; 120
zuurgraad
A3; uitbreiding erf t.p.v. vm. bouwland
Mp. 80, 84,
04-0,6/0,3-0,8, 0,08-0,58/0,0-0,5
Bovengrond, geen afwijkende waarnemingen
Zink; 97
85, 87 Mp. 89 t/m 94
0,0-0,5
Bovengrond
Drins (som); 0,011
Mp. 95 t/m
0,0-0,5
Bovengrond
Drins (som); 0,014
Mp. 63+67
0,5-2,0
Ondergrond
-
Mp. 68+69
0,5-2,0
Ondergrond
Kobalt; 8,3, nikkel; 22
100
Uit tabel 4.4 blijkt het volgende.
Deellocatie A1; Voormalige bovengrondse petroleumtank In de zintuiglijk niet oliehoudende bovengrond van meetpunt 53 is geen verhoogd gehalte aan minerale olie gemeten boven de achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen.
Deellocatie A2; Huidig verhard erf In de geanalyseerde mengmonsters van de zintuiglijk niet verontreinigde bovengrond van de meetpunten 52, 54, 57 en 61 en 55, 56 en 59 (laag onder puinverharding) zijn geen gehalten aan de onderzochte parameters gemeten boven de achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen. In de zintuiglijk niet verontreinigde bovengrond van meetpunt 55 (ter plaatse van de lage pH-waarde in het grondwater) en het mengmonster van de bovengrond van de meetpunten 80, 84, 85 en 87 overschrijden de gehalten aan zink en/of lood de achtergrondwaarden. Wij merken hierbij op, dat ter plaatse van meetpunt 55 geen afwijkende zuurgraad in de bovengrond is gemeten (pH; 7,7).
Deellocatie A3; uitbreiding erf t.p.v. vm. bouwland In de geanalyseerde mengmonsters van de bovengrond van de meetpunten 89 t/m 94 en 95 t/m 100 overschrijden de gehalten aan (som) drins de achtergrondwaarden. In het geanalyseerde mengmonster van de ondergrond van de meetpunten 68 en 69 overschrijden de gehalten aan koper en nikkel de achtergrondwaarden. In het geanalyseerde mengmonster van de ondergrond van de meetpunten 63 en 67 zijn geen gehalten aan de onderzochte parameters gemeten boven de achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen.
2001-2002
Verkennend bodemonderzoek Johannes Postweg 7, 8a en 9 te Nagele (kenmerk: 210199)
Pagina 21 van 30
Tabel 4.5 Geanalyseerde grondwatermonsters locatie A met toetsing Deellocatie
Grondwater- Filterstelling Motivatie monster (m-mv)
A1: Voormalige bovengrondse
Pb. 52
1,5-2,5
petroleumtank
Gehalte in ^g/l en toetsing
Grondwater
Minerale olie ^
vm. tank
BTEXN^
A2; Huidig verhard erf
Pb. 55
2,0-3,0
Grondwater
Barium; 220, zink; 67
A3; uitbreiding erf t.p.v. vm.
Pb. 56
1,5-2,5
Grondwater
Barium; 150
bouwland
Uit tabel 4.5 blijkt het volgende.
Deellocatie A1; Voormalige bovengrondse petroleumtank In het grondwater uit peilbuis 52 zijn geen verhoogde gehalten aan minerale olie en/of vluchtige aromaten gemeten boven de streefwaarden en/of detectiegrenzen.
Deellocatie A2; Huidig verhard erf In het grondwater uit peilbuis 55 overschrijden de gehalten aan barium en zink de streefwaarden. Wij merken hierbij op, dat in het grondwater uit peilbuis 55 in het laboratorium geen afwijkende zuurgraad is gemeten (pH; 7,0).
Deellocatie A3; uitbreiding erf t.p.v. vm. bouwland In het grondwater uit peilbuis 56 overschrijdt het gehalte aan barium de streefwaarde. De gemeten gehalten aan barium en zink zijn waarschijnlijk een gevolg van (fluctuerende) van nature verhoogde achtergrondconcentraties, die vaker voorkomen in de regio. Gelet op de hoogte van de gemeten gehalten aan organische parameters achten wij het niet aannemelijk dat de betreffende resultaten negatief zijn beïnvloed door de troebelheid van de grondwatermonsters.
2001-2002
Verkennend bodemonderzoek Johannes Postweg 7, 8a en 9 te Nagele (kenmerk: 210199)
Pagina 22 van 30
4.6 Milieuhygiënische bodemkwaliteit locatie B; Johannes Postweg 8a In tabel 4.6 en 4.7 zijn de geanalyseerde grond- en grondwatermonsters van locatie B weergegeven, met toetsing conform tabel 4.2. Tabel 4.6 Geanalyseerde grondmonsters locatie B met toetsing Diepte Grondmonster Deellocatie (m-mv)
Motivatie
Gehalte in mg/kg d.s. en toetsing
B: huidig
Mp. 4, 5, 10 t/m 12, 14, 16
0,0-0,5
Bovengrond
Drins (som); 0,015
bouwland,
Mp. 3, 6, 13 t/m 15, 17, 18
0,0-0,5
Bovengrond
Drins (som); 0,012
Mp. 1, 7, 19 t/m 23
0,0-0,5
Bovengrond
Drins (som); 0,011, kwik; 0,15
Mp. 2, 8, 9, 24 t/m 30
0,0-0,5
Bovengrond
Drins (som); 0,011, kwik; 0,16
Mp. 3+4+5
0,5-2,0
Ondergrond
-
Mp. 1+6+7
0,5-2,0
Ondergrond
-
Mp. 2+8+9
0,5-2,0
Ondergrond
-
circa 1,5 ha
Uit tabel 4.6 blijkt het volgende. In de geanalyseerde mengmonsters van de bovengrond van de meetpunten 4, 5, 10 t/m 12, 14, 16, mp. 3, 6, 13 t/m 15, 17, 18, mp. 1, 7, 19 t/m 23 en mp. 2, 8, 9, 24 t/m 30 overschrijden de gehalten aan (som) drins en/of kwik de achtergrondwaarden. In de geanalyseerde mengmonsters van de ondergrond van de meetpunten 3, 4 en 5, 1, 6 en 7 en 2, 8 en 9 zijn geen gehalten aan de onderzochte parameters gemeten boven de achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen. Tabel 4.7 Geanalyseerde grondwatermonsters locatie B met toetsing GrondwaterFilterstelling Deellocatie Motivatie monster (m-mv)
Gehalte in ^g/l en toetsing
B: huidig
Pb. 1
1,5-2,5
Grondwater
Barium; 280, zink; 150
bouwland,
Pb. 2
1,5-2,5
Grondwater
Barium; 250, zink; 72
Pb. 3
2,0-3,0
Grondwater
Barium; 460
circa 1,5 ha
Uit tabel 4.7 blijkt het volgende. In het grondwater uit de peilbuizen 1, 2 en 3 overschrijden de gehalten aan barium en/of zink de streefwaarden. De gemeten gehalten aan barium en zink zijn waarschijnlijk een gevolg van (fluctuerende) van nature verhoogde achtergrondconcentraties, die vaker voorkomen in de regio. Gelet op de hoogte van de gemeten gehalten aan organische parameters achten wij het niet aannemelijk dat de betreffende resultaten negatief zijn beïnvloed door de troebelheid van de grondwatermonsters.
2001-2002
Verkennend bodemonderzoek Johannes Postweg 7, 8a en 9 te Nagele (kenmerk: 210199)
Pagina 23 van 30
4.7 Milieuhygiënische bodemkwaliteit locatie C; Johannes Postweg 9 In tabel 4.8 en 4.9 zijn de geanalyseerde grond- en grondwatermonsters van locatie C weergegeven, met toetsing conform tabel 4.2. Tabel 4.8 Geanalyseerde grondmonsters locatie C met toetsing Grond Diepte Deellocatie Motivatie (m-mv) monster C1; voormalige en
Mp. 32, 33
0,05-0,3
Minerale olie^
afwijkende waarnemingen
huidige bovengrondse tanks
Bovengrond huidige tank, geen
Analyseresultaten
Mp. 34
C2; voormalige
Mp. 40 t/m
bovengrondse
42
0,1-0,3
Bovengrond voormalige tanks,
Minerale
geen afwijkende waarnemingen
olie; 55
0,0-0,5
Bovengrond voormalige tank, geen afwijkende waarnemingen
Minerale olie^
BTEX^d
petroleumtank C3; voormalige
Mp. 74, 75
0,15-0,65
Bovengrond huidige olieopslag
Minerale olie^
bovengrondse
Mp. 88
0,04-0,54
Bovengrond huidige opslag GBM
OCB (som) ^
Mp. 71, 72
0,35-0,85/
Bovengrond werkplaats
Kobalt; 8,1
petroleumtank, en opslag olie en GBM C4; huidige werkplaats met voormalige opslag
0,04-0,54 Mp. 39
0,2-0,7
Bovengrond voormalige opslag GBM
Gamma HCH; 0,0089
Mp. 46, 50
0,15-0,65
Bovengrond, sporen baksteen
-
Mp. 44, 48
0,08-0,58/
Bovengrond, brokken/sterk
-
0,15-0,65
baksteen
0,15-0,65
Bovengrond, geen afwijkende
GBM C5; Huidig verhard erf
Mp. 76, 77, C6; uitbreiding erf
Mp. 101
t.p.v. vm. bouwland
t/m 106
-
waarnemingen
78 0,0-0,5
Bovengrond
Drins (som); 0,012
0,0-0,5
Bovengrond
Drins (som); 0,018
Mp. 62+64
0,5-2,0
Ondergrond
Kobalt; 8,9, nikkel; 23
Mp. 65+66
0,5-2,0
Ondergrond
Nikkel; 23
Mp. 107 t/m 112
Uit tabel 4.8 blijkt het volgende.
Deellocatie C1; voormalige en huidige bovengrondse tanks In het mengmonster van de zintuiglijk niet oliehoudende bovengrond van de meetpunten 32 en 33 bij de huidige bovengrondse tank is geen verhoogd gehalte aan minerale olie gemeten boven de achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen. In de zintuiglijk niet oliehoudende bovengrond van meetpunt 34, ter plaatse van de voormalige bovengrondse tanks overschrijdt het gehalte aan minerale olie de achtergrondwaarde. Vluchtige aromaten (BTEXN) zijn niet verhoogd gemeten boven de achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen. De ketenlengteverdeling van de aangetoonde minerale olie (met name middel zware oliefracties) duidt op een dieselachtig olieproduct.
2001-2002
Verkennend bodemonderzoek Johannes Postweg 7, 8a en 9 te Nagele (kenmerk: 210199)
Pagina 24 van 30
Deellocatie C2; voormalige bovengrondse petroleumtank In het mengmonster van de zintuiglijk niet oliehoudende bovengrond van de meetpunten 40 t/m 42 is geen verhoogd gehalte aan minerale olie gemeten boven de achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen.
Deellocatie C3; voormalige bovengrondse petroleumtank, en opslag olie en GBM In het mengmonster van de zintuiglijk niet oliehoudende bovengrond van de meetpunten 74 en 75 bij de huidige bovengrondse olieopslag is geen verhoogd gehalte aan minerale olie gemeten boven de achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen. In de bovengrond van meetpunt 88 bij de huidige opslag van gewasbeschermingsmiddelen zijn geen verhoogde gehalten aan OCB gemeten boven de achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen.
Deellocatie C4; huidige werkplaats met voormalige opslag GBM In het mengmonster van de zintuiglijk niet verontreinigde bovengrond van de meetpunten 71 en 72 ter plaatse van de werkplaats overschrijdt het gehalte aan kobalt de achtergrondwaarde. In de zintuiglijk niet oliehoudende verontreinigde bovengrond van meetpunt 88, ter plaatse van de voormalige opslag van gewasbeschermingsmiddelen overschrijdt het gehalte aan gamma-HCH de achtergrondwaarde.
Deellocatie C5; Huidig verhard erf In de geanalyseerde mengmonsters van de zintuiglijk baksteen houdende delen van de bovengrond van de meetpunten 46 en 50 en 44 en 48, alsmede de zintuiglijk niet verontreinigde bovengrond van de meetpunten 76, 77 en 78 zijn geen gehalten aan de onderzochte parameters gemeten boven de achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen.
Deellocatie C6; uitbreiding erf t.p.v. vm. bouwland In de geanalyseerde mengmonsters van de bovengrond van de meetpunten 101 t/m 106 en 107 t/m 112 overschrijden de gehalten aan (som) drins de achtergrondwaarden. In de geanalyseerde mengmonsters van de ondergrond van de meetpunten 62 en 64 en 65 en 66 overschrijden de gehalten aan kobalt en/of nikkel de achtergrondwaarden. Tabel 4.9 Geanalyseerde grondwatermonsters locatie C met toetsing Grondwater- Filterstelling Deellocatie Motivatie monster (m-mv) C1; voormalige en huidige
Pb. 31
2,8-3,8
bovengrondse tanks Pb. 36
2,5-3,5
Analyseresultaten
Grondwater huidige
Minerale olie ^
tank
BTEXN ^
Grondwater vm. tanks
Minerale olie ^ BTEXN ^
C2; voormalige bovengrondse petroleumtank, zuidzijde
Pb. 40
1,5-2,5
Grondwater vm. tank
Minerale olie ^ BTEXN ^
Pb. 47
1,5-2,5
Grondwater vm. tank en huidige olieopslag
Minerale olie ^ BTEXN ^
Grondwater werk
-
oostelijke schuur C3; voormalige bovengrondse petroleumtank en opslag olie en GBM C4; huidige werkplaats met voor
Pb. 39
1,7-2,7
malige opslag GBM, tevens C5 C6; uitbreiding erf t.p.v. vm.
plaats en verhard erf Pb. 62
2,3-3,3
Grondwater
Barium; 110
bouwland
2001-2002
Verkennend bodemonderzoek Johannes Postweg 7, 8a en 9 te Nagele (kenmerk: 210199)
Pagina 25 van 30
Uit tabel 4.9 blijkt het volgende.
Deellocatie C1; voormalige en huidige bovengrondse tanks In het grondwater uit de peilbuizen 31, bij de huidige bovengrondse tank en 36, ter plaatse van de voormalige bovengrondse tanks zijn geen gehalten aan minerale olie en/of vluchtige aromaten gemeten boven de streefwaarden en/of detectiegrenzen.
Deellocatie C2; voormalige bovengrondse petroleumtank, zuidzijde oostelijke schuur In het grondwater uit peilbuis 40 zijn geen gehalten aan minerale olie en/of vluchtige aromaten gemeten boven de streefwaarden en/of detectiegrenzen.
Deellocatie C3; voormalige bovengrondse petroleumtank en opslag olie en GBM In het grondwater uit peilbuis 40 zijn geen gehalten aan minerale olie en/of vluchtige aromaten gemeten boven de streefwaarden en/of detectiegrenzen.
Deellocatie C4; huidige werkplaats met voormalige opslag GBM, tevens C5 In het grondwater uit peilbuis 39 zijn geen gehalten aan de geanalyseerde parameters gemeten boven de streefwaarden en/of detectiegrenzen.
Deellocatie C6; uitbreiding erf t.p.v. vm. bouwland In het grondwater uit peilbuis 62 overschrijdt het gehalte aan barium de streefwaarde. Dit gehalte is waarschijnlijk een gevolg van (fluctuerende) van nature verhoogde achtergrondconcentraties, die vaker voorkomen in de regio. Gelet op de hoogte van de gemeten gehalten aan organische parameters achten wij het niet aannemelijk dat de betreffende resultaten negatief zijn beïnvloed door de troebelheid van de grondwatermonsters.
2001-2002
Verkennend bodemonderzoek Johannes Postweg 7, 8a en 9 te Nagele (kenmerk: 210199)
Pagina 26 van 30
4.8 Milieuhygiënische kwaliteit waterbodem In tabel 4.10 is het geanalyseerde waterbodemmonster weergegeven, met de toetsing conform tabel 4.3. Tabel 4.10 Toetsing resultaten slib watergang Monster Land Locatie Para bodem; meters) Klasse C7; te dempen
Mp. 113
sloot
t/m 122
Industrie
Minerale olie
Opper vlakte water Klasse A
Para meters) Zink, minerale olie
Aangren zend perceel
Para meter^)
Verspreidbaar
-
Uit tabel 4.10 blijkt het volgende.
Deellocatie C7; Te dempen sloot Bij toetsing van de resultaten (van de standaardparameters) ten behoeve van toepassing op landbodem voldoet het slib ter plaatse van de te dempen sloot aan de normen voor de klasse Industrie, op basis van het gemeten gehalte aan minerale olie. Bij toetsing van de resultaten (van de standaardparameters) ten behoeve van toepassing in oppervlaktewater is het slib ter plaatse van de te dempen sloot aangemerkt als klasse A, op basis van de gemeten gehalten aan minerale olie en zink. Het slib voldoet op basis van de toetsing van de resultaten van de standaardparameters aan de normen voor verspreidbaarheid op aangrenzende percelen.
2001-2002
Verkennend bodemonderzoek Johannes Postweg 7, 8a en 9 te Nagele (kenmerk: 210199)
Pagina 27 van 30
5. SAMENVATTING EN CONCLUSIES De doelstelling van het bodemonderzoek is bereikt. In dit hoofdstuk vindt u de samenvatting van de onderzoeksresultaten, en de conclusies en aanbevelingen die daaruit voortvloeien.
5.1 Samenvatting Door Eco Reest BV is een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de locatie Johannes Postweg 7, 8a en 9 te Nagele. Aanleiding tot het verkennend bodemonderzoek is de geplande uitbreiding van de bebouwing van de huidige gewasveredelingsbedrijven ter plaatse van de te onderzoeken locaties. Doel van het onderzoek is een indruk te verkrijgen omtrent de eventuele aanwezigheid van verontreinigingen in de grond en in het grondwater van het onderzoeksterrein. Dit gebeurt teneinde te bepalen of er vanuit milieuhygiënisch oogpunt belemmeringen bestaan voor het toekomstige gebruik van de locaties (bebouwing en verharding). Vooronderzoek
De onderzoekslocatie is kadastraal bekend als gemeente Noordoostpolder, sectie D, nrs. 1622, 2132, 2133 en 2260 (deels). Op de locatie Johannes Postweg nr. 7 is een bedrijfswoning met tuin aanwezig. Ten oosten van de woning ligt een met beton, asfalt en tegels verhard erf van circa 3.000 m2 met een schuur. Ter plaatse is in 1953 een bovengrondse petroleumtank geplaatst. De opdrachtgever is voornemens om het bedrijfsterrein met circa 7.000 m2 uit te breiden ter plaatse van het aangrenzende bouwland. De locatie Johannes Postweg nr. 8a is tot dusver onbebouwd en onverhard en in gebruik als bouwland. Op de locatie Johannes Postweg nr. 9 is een bedrijfswoning met aanwezig. Ten oosten van de woning ligt een met beton, stelconplaten en tegels verhard erf van circa 3.600 m2 met schuren. Aan de noordoostzijde van het erf zijn 3 bovengrondse gasolie- en benzinetanks aanwezig geweest. In de huidige situatie is hier één bovengrondse dieseltank aanwezig. Daarnaast zijn bovengrondse petroleum- of gasolietanks aanwezig geweest ten zuiden van de schuren. Inpandig is in de werktuigenberging sprake van een werkplaats met een voormalige opslag van gewasbeschermings middelen (GBM) en huidige opslagen van gewasbeschermingsmiddelen en olieproducten. De opdrachtgever is voornemens om het bedrijfsterrein met circa 6.300 m2 uit te breiden ter plaatse van het aangrenzende bouwland.
Hierbij wordt de sloot aan de oost- en zuidzijde van de locatie gedempt. Veldwerkzaamheden
Uit de veldwerkzaamheden blijkt dat de bodem van de onderzochte locatie tot circa 2,0 m-mv opgebouwd is uit zandige klei, gevolgd door veen tot circa 3,8 m-mv. Het grondwaterniveau is tijdens het onderzoek vastgesteld op dieptes tussen 0,9 en 2,0 m-mv. Tijdens het veldwerk is geconstateerd, dat aan de zuidzijde van het erf van J. Postweg nr. 7 een laag menggranulaat onder de verharding aanwezig is. Ter plaatse van het verharde erf van nr. 9 zijn plaatselijk lichte tot sterke bijmengingen met (homogene) baksteen in de bovengrond waargenomen.
2001-2002
Verkennend bodemonderzoek Johannes Postweg 7, 8a en 9 te Nagele (kenmerk: 210199)
Pagina 28 van 30
Bij de beoordeling van het terrein en het opgeboorde materiaal is ook speciaal gelet op asbest(houdende) materialen. Deze zijn zintuiglijk niet op de bodem en in het opgeboorde materiaal ter plaatse van het onderzoeksterrein waargenomen. Uit de chemische analyses is het volgende naar voren gekomen:
Deellocatie A1; Voormalige bovengrondse petroleumtank Johannes Postweg 7 In de bovengrond (mp. 53) is geen verhoogd gehalte aan minerale olie gemeten boven de achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen. In het grondwater uit peilbuis 52 zijn geen verhoogde gehalten aan minerale olie en/of vluchtige aromaten gemeten boven de streefwaarden en/of detectiegrenzen.
Deellocatie A2; Huidig verhard erf Johannes Postweg 7 In de bovengrond (mp. 52, 54, 57 en 61 en mp. 55, 56 en 59) zijn geen gehalten aan de onderzochte parameters gemeten boven de achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen. In de bovengrond (mp. 55 en mp. 80, 84, 85 en 87) overschrijden de gehalten aan zink en/of lood de achtergrondwaarden. In het grondwater uit peilbuis 55 overschrijden de gehalten aan barium en zink de streefwaarden. Ter plaatse van mp. 55 is in zowel de bovengrond als het grondwater geen afwijkende zuurgraad gemeten.
Deellocatie A3; uitbreiding erf t.p.v. vm. bouwland Johannes Postweg 7 In de bovengrond (mp. 89 t/m 94 en mp. 95 t/m 100) overschrijden de gehalten aan (som) drins de achtergrondwaarden. In de ondergrond (mp. 68 en 69) overschrijden de gehalten aan koper en nikkel de achtergrondwaarden. In de ondergrond van mp. 63 en 67 zijn geen gehalten aan de onderzochte parameters gemeten boven de achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen. In het grondwater uit peilbuis 56 overschrijdt het gehalte aan barium de streefwaarde.
Deellocatie B; Johannes Postweg 8a In de bovengrond (mp. 4, 5, 10 t/m 12, 14, 16, mp. 3, 6, 13 t/m 15, 17, 18, mp. 1, 7, 19 t/m 23 en mp. 2, 8, 9, 24 t/m 30) overschrijden de gehalten aan (som) drins en/of kwik de achtergrondwaarden. In de ondergrond (mp. 3, 4 en 5, mp. 1, 6 en 7 en mp. 2, 8 en 9) zijn geen gehalten aan de onder zochte parameters gemeten boven de achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen. In het grondwater uit de peilbuizen 1, 2 en 3 overschrijden de gehalten aan barium en/of zink de streefwaarden.
Deellocatie C1; voormalige en huidige bovengrondse tanks Johannes Postweg 9 In de bovengrond van mp. 32 en 33 bij de huidige tank is geen verhoogd gehalte aan minerale olie gemeten boven de achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen. In de bovengrond van mp. 34, ter plaatse van de voormalige bovengrondse tanks overschrijdt het gehalte aan minerale olie de achtergrondwaarde. Vluchtige aromaten (BTEXN) zijn niet verhoogd gemeten. In het grondwater uit de peilbuizen 31 en 36 zijn geen gehalten aan minerale olie en/of vluchtige aromaten gemeten boven de streefwaarden en/of detectiegrenzen.
Deellocatie C2; voormalige bovengrondse petroleumtank Johannes Postweg 9 In de bovengrond van mp. 40 t/m 42 is geen verhoogd gehalte aan minerale olie gemeten boven de achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen. In het grondwater uit peilbuis 40 zijn geen gehalten aan minerale olie en/of vluchtige aromaten gemeten boven de streefwaarden en/of detectiegrenzen.
2001-2002
Verkennend bodemonderzoek Johannes Postweg 7, 8a en 9 te Nagele (kenmerk: 210199)
Pagina 29 van 30
Deellocatie C3; voormalige bovengrondse petroleumtank, en opslag olie en GBM J. Postweg 9 In de bovengrond van mp. 74 en 75 bij de huidige olieopslag is geen verhoogd gehalte aan minerale olie gemeten boven de achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen. In de bovengrond van mp. 88 bij de huidige opslag van GBM zijn geen verhoogde gehalten aan organochloor-bestrijdingsmiddelen gemeten boven de achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen.
Deellocatie C4; huidige werkplaats met voormalige opslag GBM Johannes Postweg 9 In de bovengrond van mp. 71 en 72 ter plaatse van de werkplaats overschrijdt het gehalte aan kobalt de achtergrondwaarde. In de bovengrond van mp. 88, ter plaatse van de voormalige opslag van gewasbeschermingsmiddelen overschrijdt het gehalte aan gamma-HCH de achtergrondwaarde. In het grondwater uit peilbuis 39 zijn geen gehalten aan de geanalyseerde parameters gemeten boven de streefwaarden en/of detectiegrenzen.
Deellocatie C5; Huidig verhard erf Johannes Postweg 9 In de bovengrond van mp. 46 en 50, mp. 44 en 48 en mp. 76, 77 en 78 zijn geen gehalten aan de onderzochte parameters gemeten boven de achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen.
Deellocatie C6; uitbreiding erf t.p.v. vm. bouwland Johannes Postweg 9 In de bovengrond van mp. 101 t/m 106 en 107 t/m 112 overschrijden de gehalten aan (som) drins de achtergrondwaarden. In de ondergrond van mp. 62 en 64 en mp. 65 en 66 overschrijden de gehalten aan kobalt en/of nikkel de achtergrondwaarden. In het grondwater uit peilbuis 62 overschrijdt het gehalte aan barium de streefwaarden.
Deellocatie C7; Te dempen sloot Johannes Postweg 9 Voor toepassing op landbodem voldoet het slib aan de normen voor de klasse Industrie, op basis van het gemeten gehalte aan minerale olie. Ten behoeve van toepassing in oppervlaktewater is het slib aangemerkt als klasse A, op basis van de gemeten gehalten aan minerale olie en zink. Het slib voldoet aan de normen voor verspreidbaarheid op aangrenzende percelen.
5.2 Conclusies en aanbevelingen Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat in de boven- en ondergrond en in het grondwater overschrijdingen van de achtergrond- en streefwaarden zijn aangetoond. De in de grond gemeten verhoogde gehalten houden verband met het agrarische terreingebruik ter plaatse van de erven, alsmede het toepassen van GBM ter plaatse van het bouwland. Met betrekking tot de uitbreidingen van de erven van de nrs. 7 en 9 (deellocaties A3 en C6), alsmede de bouwlocatie nr. 8a (deellocatie B) is de onderzoekshypothese, zijnde onverdachte locaties, hiermee derhalve verworpen. De onderzoekshypothese met betrekking tot het huidige verharde erf van nr. 7 (deellocatie A2), de voormalige en huidige tanks op nr. 9 (deellocatie C1) en de werkplaats op nr. 9 (deellocatie C4), zijnde verdachte locaties, is hiermee derhalve bevestigd. Met betrekking tot de deellocaties A1 (voormalige bovengrondse tank op nr. 7), en C2, C3 en C5 (respectievelijk voormalige bovengrondse petroleumtank, voormalige tank en huidige opslag olie en GBM en huidig verhard erf nr. 9) is de onderzoekshypothese, zijnde voor minerale olie, vluchtige aromaten en plaatselijk OCB verdachte locaties verworpen, gelet op het niet aantonen van verhogingen aan de verdachte parameters.
2001-2002
Verkennend bodemonderzoek Johannes Postweg 7, 8a en 9 te Nagele (kenmerk: 210199)
Pagina 30 van 30
Gezien de aard en de concentraties van de aangetoonde parameters in relatie tot de bestemming van het terrein, concluderen wij dat verhoogde risico's voor de volksgezondheid en/of het milieu op basis van de aangetoonde chemische milieuhygiënische bodemkwaliteit, niet te verwachten zijn. De resultaten van het onderzoek vormen dan ook geen aanleiding tot nader onderzoek en zijn geen milieuhygiënische belemmering in relatie tot de huidige en toekomstige agrarische bedrijfsbestemming van het terrein. Het plan om bagger te verwerken moet ten minste vijf werkdagen van te voren worden gemeld bij https://www.meldpuntbodemkwaliteit.nl De meldingsplicht geldt voor alle toepassingen van grond en baggerspecie, met uitzondering van: » de toepassing van grond of baggerspecie door particulieren; » het toepassen van grond of baggerspecie binnen een landbouwbedrijf indien de grond of baggerspecie afkomstig is van een tot dat landbouwbedrijf behorend perceel grond waarop een vergelijkbaar gewas wordt geteeld als op het perceel grond waar de grond of baggerspecie wordt toegepast; * het verspreiden van baggerspecie uit een watergang over de aan de watergang grenzende percelen; * het toepassen van schone grond en baggerspecie in hoeveelheden kleiner dan 50 m3. Voor het toepassen van schone grond en baggerspecie in hoeveelheden vanaf 50 m3 moet eenmalig de toepassingslocatie worden gemeld.
Voor de verwerking van de onderhoudsspecie die voldoet aan de maximale waarden voor verspreiding over het aangrenzend perceel geldt in het kader van het Besluit Bodemkwaliteit (Regeling bodemkwaliteit) dat: - Vrijkomende specie tot aan de perceelsgrens mag worden verspreid. Hiervoor geldt een ontvangstplicht t.a.v. het aangrenzende perceel. Er hoeft niet getoetst te worden aan de kwaliteit van de ontvangende bodem. De verspreiding over aangrenzende percelen hoeft niet te worden gemeld. Op basis van het huidige totaal aan resultaten adviseren wij, om in het kader van de voorgenomen ontwikkeling de puinlaag onder de verharding aan de zuidzijde van het erf van Johannes Postweg nr. 7 op asbest te onderzoeken. Als er vragen zijn naar aanleiding van het onderzoek, kunt u contact opnemen met ons bureau. Eco Reest BV ing. M. van den Broek
2001-2002
Verkennend bodemonderzoek Johannes Postweg 7, 8a en 9 te Nagele (kenmerk: 210199)
BIJLAGE 1
Behoort bij rapport: Johannes Postweg 7, 8a en 9 Te Nagele Project 210199
Regionale ligging en luchtfoto
Bijlage 1.1
Luttelgeest ē läiic
Espelervaart Emmeioord Revelsaat ņe2uider
Kieitochi
KieíJocht
yjlten ïove N712
;Ürkerbos
Johannes Postweg 7, 8308 PB Nagele
r
Kraggenburg
Nagele Ketel hoek
Schokland
Middelbuurt
m Ramsĩūchl
■.Şchpķkerhayęn
foto 1
f
\f4 f1
\
7
f3
V' c 2Í\
30
©9
foto 2
01 028
yįļ
0 24 023
025 17
foto 3
018
27
26
07
\
016
08
019
@3
022
yi 015
020 4
C 21 06 0 14
\
\
013
C 10
\
\ \ \ \
05 012
011
10
Legenda O Boring 0 Diepe boring 0 Peilbuis ™ Onderzoeksterrein Overig terrein
\
15
20m
OPDRACHTGEVER
Witpaard B.V.
MILIEU
ONDERZOEKSLOCATIE
Johannes Postweg 8a Nagele TEKENAAR
pkd AUTHORISATOR
MvdB WERKNUMMER
210199
SCHAAL
\
AC■KIESBUREAU
I Eco [Reest
1: 500
t
FORMAAT
A3 BIJLAGE
1.2.2
DATUM
16-04-2021
1 vestigingen in:Zuidwolde Appingedam AÌmere W1JZ.NR
CO
R:\1. Projecten\2021\Nagele.210199.vo\5. Tekeningen\Nogde 210199.dwg
foto 2
foto 8
foto 3
foto 9 Huidige bovengrondse tank
foto 4
Asbestverdacht dak met goot
İ6 + 7 foto 5
foto 20
foto 6
foto 21 Legenda Boring Diepe boring Peilbuis Onderzoeksterrein Slibsteken Te dempen sloot Voormalige en huidige bovengrondse tanks Voormalige bovengrondse petroleumtank Huidige opslag GBM, bovengrondse olieopslag en voormalige bovengrondse petroleumtank Voormalige opslag GBM en werkplaats Huidig verhard erf Uitbreiding erf t.p.v. vm bouwland Te dempen sloot
OPDRACHTGEVER
Witpaard B.V. ONDERZOEKSLOCATIE
Johannes Postweg 9 Nagele TEKENAAR
SCHAAL
1: 500 AUTHORISATOR
vestigingen in:Zuidwolde Appingedam Almere
FORMAAT
MvdB WERKNUMMER
210199
BIJLAGE
1.2.3
DATUM
WIJZ.NR
16-04-2021 R:\1- Projecten\2021\Nagele.210199.vo\5. Tekeningen\Nogele 210199.dwg
BIJLAGE 2
Behoort bij rapport: Johannes Postweg 7, 8a en 9 Te Nagele Project 210199
VOORONDERZOEK NEN 5725:2017
Bijlage 2
Stap 1
Aanleiding voor het vooronderzoek
Bepaal de aanleiding voor het vooronderzoek
A. opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek volgens paragraaf 6.2.1
Stap 2; te behandelen onderzoeks-aspecten per aanleiding
Locatiegegevens Bodemopbouw en geohydrologie
Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit
Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval
Eigendomssituatie Hoogteligging Bodemopbouw Antropogene lagen in de bodem Geohydrologie Geval van ernstige bodemverontreiniging? Kwaliteit o.b.v. BKK O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken Voormalig Huidig Toekomst Asbestverdacht?
Aanleidingen tot vooronderzoek
A 0
B 0
S S S S S S S S S
C
D
E
F
G
S S S
S
S S
S S S
S S
S
0 S
S S S S
S S S S S
S S S S S
S
0 S
0 S S
S
S S
S S S S
S S
S
Terreinverkenning S Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel Voor de bovenstaand vermelde mogelijke aanleidingen voor het vooronderzoek zijn onderzoeksvragen opgesteld, die gemotiveerd moeten worden beantwoord op basis van de resultaten van het vooronderzoek. Op basis van de antwoorden op de onderzoeksvragen kan vervolgens de onderzoekshypothese en -strategie worden bepaald. In de navolgende tabel zijn de onderzoeksvragen weergegeven voor Aanleiding A (opstellen onderzoekshypothese voor bodemonderzoek). De verplichte onderzoeksvragen zijn vetgedrukt weergegeven.
Pagina 2 van 5
Onderzoeksvraag (aanleiding A)
Antwoord en motivatie
Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en
Adres (x/y-coördinaten):
Johannes Postweg 7, 8a en 9 te Nagele
is deze voldoende?
(x/y 177.575-520.408) Kadastrale aanduiding:
Gemeente Noordoostpolder, sectie D, nrs. 1622, 2132, 2133 en 2260 (deels)
Te onderzoeken terreindeel (info opdrachtgever):
Huidige erven en geplande uitbreiding van de bebouwing op de nrs. 7 en 9, gehele perceel nr. 8a
Eigendomssituatie
Begrenzing onderzoekslocatie aangegeven op:
Bijlage 1.2
Afbakening onderzoekslocatie voldoende?
Ja
Perceel 1622, 2133: KWS Benelux B.V.; Perceel 2132: Mevrouw Ina Maria van Zijl (1/2 eigendom) De heer Johan Adrianus Barendregt (1/2 eigendom); Perceel 2260: De Staat Rijksvastgoedbedrijf (Eigendom) KWS Benelux B.V. (Recht van Erfpacht)
Rechthebbenden
-
Publiekrechtelijke beperkingen
Er zijn geen beperkingen bekend in de gemeentelijke en kadastrale registratie.
Bouwjaar bebouwing op locatie
Johannes Postweg 7: 1951, Johannes Postweg 9: 1953.
Historie o.b.v. oude kaarten (Topotijdreis)
Tot 1954 is er geen relevant kaartmateriaal beschikbaar tot de drooglegging van de Noordoostpolder. Vanaf 1954 zijn de wegen nabij de onderzoekslocatie(s) zichtbaar. Vanaf 1962 is de huidige bebouwing op de onderzoekslocatie(s) Johannes Postweg 7 en 9 op de kaart aangegeven. De locatie Johannes Postweg 8a is tot dusver onbebouwd.
Gemeente Noordoostpolder
Hinderwet/Milieudossier Johannes Postweg nr. 7; tractorpetroleumtank zuidoostzijde erf; Hinderwet/Milieudossier Johannes Postweg nr. 9; voormalige bovengrondse benzine- en dieseltanks noordwestzijde erf, voormalige bovengrondse dieseltanks ten zuiden van bebouwing, voormalige bovengrondse dieseltank en huidige wasplaats ten zuidwesten van de woning (buiten begrenzing huidig onderzoeksterrein), voormalige opslag bestrijdingsmiddelen in werkplaats. Verkennend & nader bodemonderzoek Johannes Postweg 8 te Nagele, Foppen Advies, rapport nr. 1319 1101-001 1319-1101-002, d.d. 6-12-2011. Brief gemeente NOP nr. 2012008982-VERG-u, d.d. 4-6-2012; instemming met resultaat uitgevoerde bodemsanering olieverontreiniging Johannes Postweg 8 te Nagele (geen restverontreiniging in de bodem achtergebleven).
Omgevingsrapportage Flevoland
Johannes Postweg 9: benzinetank (bovengronds) 1986-, dieseltank (bovengronds) 1986-, petroleum- of kerosinetank (bovengronds) 1986Johannes Postweg 8: tractorpetroleumpompinstallatie (carburine) 1953-.
Johannes Postweg 7, 8a en 9 te Nagele, projectnr. 210199
Pagina 3 van 5
Terreininspectie
Nr. 7; erf met bebouwing en verharding van beton, asfalt en tegels, en omliggend bouwland. Bovengrondse tank niet aangetroffen. Nr. 8a; bouwland; Nr. 9; erf met bebouwing verharding van beton, stelconplaten en tegels, en omliggend bouwland. Huidige bovengrondse tank aan noordwestzijde erf. Werkplaats met klinkerverharding en huidige opslag olieproducten en GBM in loods met betonvloer aan de zuidzijde van het erf. Wasplaats zuidoostzijde erf valt buiten huidig onderzoeksterrein.
Is er sprake van potentiële bronnen van
nrs. 7 en 9; ja, nr. 8a; nee
bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden
Informatiebron
als het heden?
Locatie en verdacht aspect
Verdachte parameter
Terreingebruiker
Verhard terrein nr. 7, gebruik als boerenerf
Zware metalen, PAK, minerale olie
Gemeente
Voormalige bovengrondse petroleumtank nr. 7
Minerale olie
Terreingebruiker
Verhard terrein nr. 9, gebruik als boerenerf
Zware metalen, PAK, minerale olie
Huidige bovengrondse dieseltank
Minerale olie
Gemeente
Voormalige bovengrondse benzine-, diesel en
Minerale olie
petroleumtanks nr. 9; noordwestzijde erf en ten zuidoosten van bebouwing Terreininspectie
Werkplaats met voormalige opslag GBM
Zware metalen, PAK, minerale olie, OCB
Huidige opslag olieproducten en GBM Is de bodem asbestverdacht?
Minerale olie, OCB
Nee, er is geen informatie bekend die asbest in de bodem doet vermoeden. Bebouwing op nrs. 7 en 9 is voorzien van goten. Nr. 8a is tot dusver onbebouwd.
Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem
De bodemfunctieklasse is Landbouw/Natuur, ontgraving boven- en ondergrond is Landbouw/Natuur.
in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden?________________________
Johannes Postweg 7, 8a en 9 te Nagele, projectnr. 210199
Pagina 4 van 5
Onderzoeksvraag (aanleiding A)
Antwoord en motivatie
Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er
Bodemopbouw (Dinoloket Boring BHR100152):
binnen het onderzoeksgebied sprake van
0,00 - 0,35 m-mv; zware zavel, humeus; 0,35 - 0,75 m-mv; zeer lichte zavel, zwak humeus; 0,75 - 1,10 m
verschillende fysische kwaliteiten en/of
mv; zware zavel, sterk humeus; 1,10 - 1,90 m-mv; matig lichte zavel, sterk humeus; 1,90 - 2,75 m-mv;
bodemvreemde lagen?
Kleiig veen; 2,75 - 3,50 m-mv; rietzeggeveen. Richting grondwaterstroming, te verwachten grondwaterstand (Grondwatertools, voorgaand onderzoek); De stroming van het grondwater in het eerste Watervoerend Pakket is globaal noordelijk tot noordwestelijk gericht (radiaal richting het centrum van de polder). Op lokaal niveau is de stroming van het freatisch grondwater globaal noordwestelijk gericht, naar de Urkervaart. De grondwaterspiegel wordt verwacht rond 1,2 m-mv op basis van voorgaand onderzoek. Fysisch afwijkende/bodemvreemde lagen: Nee
Is ter plaatse sprake van een Grondwater-
Nee (bron Atlasleefomgeving)
beschermings- of -onttrekkingsgebied, Waterberging? Is er sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving
Nee
van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Wordt op de locatie of een deel daarvan (een
Vermoeden bodemverontreiniging op de locatie; nrs. 7 en 9; ja, nr. 8a; nee
geval van ernstige) bodemverontreiniging vermoed? Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem
Er is geen recent bodemonderzoek conform NEN5740 van de locatie bekend. In het kader van de
afdoende bekend of is bodemonderzoek
voorgenomen ontwikkeling is het noodzakelijk een dergelijk onderzoek uit te voeren.
noodzakelijk? Welke hypothese en strategie zijn van toepassing
Zie paragraaf 2.8
bij de uitvoering van bodemonderzoek?
Johannes Postweg 7, 8a en 9 te Nagele, projectnr. 210199
Pagina 5 van 5
De voor het vooronderzoek relevante bronnen zijn in de onderstaande tabel weergegeven: BRON VOORONDERZOEK
SPECIFICATIE VAN DE BRON
BRON
DATUM
INFORMATIE
GERAADPLEEGD
RAADPLEGEN BRON
BESCHIKBAAR
Opdrachtgever
Witpaard B.V.
JA
29 januari 2021
JA
Eigenaar
Via opdrachtgever
NEE
-
NEE
Gemeente
Noordoostpolder
JA
8 februari 2021
JA
Terreininspectie
Veldwerk
JA
17 februari 2021
JA
Kadaster
http://www.kadaster.nl/
JA
5 februari 2021
JA
Kadaster BAG viewer
http://www.kadaster.nl/bag/bagviewer/
JA
5 februari 2021
JA
Google Maps
http://maps.google.nl/
JA
5 februari 2021
JA
Bodemkwaliteitskaart
Bodemkwaliteitskaart provincie Flevoland
JA
5 februari 2021
JA
Bodeminformatie provincie
https://flevoland.omgevingsrapportage.nl/
JA
5 februari 2021
JA
Bodemopbouw
http://www.dinoloket.nl
JA
9 februari 2021
JA
Grondwater
http://www.grondwatertools.nl/isohypsen
JA
9 februari 2021
JA
Grondwater (drinkwater)
http://www.atlasleefomgeving.nl/kaarten
JA
5 februari 2021
JA
Historie van de locatie
http://www.topotijdreis.nl
JA
5 februari 2021
JA
KLIC
http://www.klic.nl
JA
5 februari 2021
JA
(stromingsrichting)
Johannes Postweg 7, 8a en 9 te Nagele, projectnr. 210199
210199 Omgevingsrapportage
2188
2811
2214
2552
AA017100029 AA017100923
2566 2081
Bodem EĴ Onbekend Qĵ In Procedure [ĵ Gesaneerd Q Geen vervolgactie bekend
n Bodemonderzoek uitgevoerd. Geen vervolg nodig Ondergrond X Kadastraal perceel topografie l~~l Selectie
Pagina 1 van 30
05-02-2021
01,7400924
Inhoudsopgave Voorblad Inhoudsopgave Inleiding HBB: JOHANNES POSTWEG 9 HBB: JOHANNES POSTWEG 8 Kaarten Disclaimer Toelichting
Pagina 2 van 30
05-02-2021
Leeswijzer In Flevoland worden regelmatig verontreinigingen in de bodem aangetroffen. In het kader van de Wet Bodembescherming (WBB) heeft de provincie Flevoland een aantal wettelijke taken. De provincieverkrijgt in het kader van deze wettelijke taken bodemgegevens. Deze administratieve gegevens worden opgeslagen in een bodeminformatiesysteem. Bij het plannen en uitoefenen van werkzaamheden is het van belang dat men al vroegtijdig rekening houdt met de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging. In dit document wordt een overzicht gegeven van locaties binnen het geselecteerde gebied, waarover bij de provincie Flevoland bodeminformatie bekend is. De informatie in dit document is verdeeld over twee delen: 1. Algemene informatie: Het geselecteerde gebied, Bodemverontreiniginglocaties en Potentieel bodemverontreinigende activiteiten 2. Detailinformatie (per locatie): Algemene gegevens, Afgegeven beschikking(en), Historische bedrijfsactiviteit(en), Uitgevoerde bodemonderzoek(en), Aangetroffen verontreinigingen, Uitgevoerde saneringen en Restverontreiniging 3. Overige informatìe: Topografie, Luchtfotos en Asbest Het kan voorkomen dat bepaalde informatìe niet beschikbaar is. In dat geval wordt daar melding van gemaakt. Als u vragen heeft over de geleverde bodeminformatìe, kunt u emailen naar info@ofgv.nl of bellen naar 088-6333000.
Pagina 3 van 30
05-02-2021
Locatie: HBB: JOHANNES POSTWEG 9
Locatie Adres
Johannes Postweg 9 8308PB Nagele
Locatiecode
AA017101657
Locatienaam
HBB: JOHANNES POSTWEG 9
Plaats
Noordoostpolder
Locatiecode bevoegd gezag WBB
FL017101651
Status Vervolg WBB
Beoordeling
Status rapporten
Beschikking
Status besluiten
Status asbest
Is van voor 1987
Eigenaar
Flevoland
Uitgevoerde onderzoeken Geen gegevens beschikbaar
Verontreinigende activiteiten Activiteit
Start
Einde
Vervallen
Benoemd
Verontreinigd
Spoed
benzinetank (bovengronds)
1986
9999
Nee
Nee
Nee
dieseltank (bovengronds)
1986
9999
Nee
Nee
Nee
petroleum- of kerosinetank (bovengronds)
1986
9999
Nee
Nee
Nee
Geconstateerde verontreinigingen Geen gegevens beschikbaar
Besluiten Geen gegevens beschikbaar
Sanering Saneringsoort Zorgstatus Uiterste start Werkelijke start Werkelijke einddatum
Saneringscontouren Geen gegevens beschikbaar
Zorgmaatregelen Geen gegevens beschikbaar
Pagina 4 van 30
05-02-2021
Locatie: HBB: JOHANNES POSTWEG 8
Locatie Adres
Johannes Postweg 8 8308PB Nagele
Locatiecode
AA017102432
Locatienaam
HBB: JOHANNES POSTWEG 8
Plaats
Noordoostpolder
Locatiecode bevoegd gezag WBB
FL017102429
Status Vervolg WBB
Beoordeling
Status rapporten
Beschikking
Status besluiten
Status asbest
Is van voor 1987
Eigenaar
Flevoland
Uitgevoerde onderzoeken Geen gegevens beschikbaar
Verontreinigende activiteiten Activiteit tractorpetroleumpompinstallatie (carburine)
Start
Einde
1953
9999
Vervallen
Benoemd
Nee
Nee
Geconstateerde verontreinigingen Geen gegevens beschikbaar
Besluiten Geen gegevens beschikbaar
Sanering Saneringsoort Zorgstatus Uiterste start Werkelijke start Werkelijke einddatum
Saneringscontouren Geen gegevens beschikbaar
Zorgmaatregelen Geen gegevens beschikbaar
Pagina 5 van 30
05-02-2021
Verontreinigd
Spoed Nee
Asbest locaties
s
Pagina 6 van 30
05-02-2021
Provincie Flevolan D
Pagina 7 van 30
05-02-2021
Pagina 8 van 30
05-02-2021
Luchtfoto 1960
Pagina 9 van 30
05-02-2021
Luchtfoto 1971
Pagina 10 van 30
05-02-2021
Luchtfoto 1981
Pagina 11 van 30
05-02-2021
Luchtfoto 1989
Pagina 12 van 30
05-02-2021
Provincie Flevolan D
Luchtfoto 2000
Pagina 13 van 30
05-02-2021
Luchtfoto 2003
Pagina 14 van 30
05-02-2021
Luchtfoto 2006
Pagina 15 van 30
05-02-2021
Provincie Flevolan D
Pagina 16 van 30
05-02-2021
Provincie Flevolan D
Luchtfoto 2009
Pagina 17 van 30
05-02-2021
Provincie Flevolan D
Pagina 18 van 30
05-02-2021
Pagina 19 van 30
05-02-2021
Pagina 20 van 30
05-02-2021
Luchtfoto 2013
Pagina 21 van 30
05-02-2021
Provincie Flevolan D
Pagina 22 van 30
05-02-2021
Luchtfoto 2015
Pagina 23 van 30
05-02-2021
Provincie Flevolan D
Pagina 24 van 30
05-02-2021
Luchtfoto 2017
Pagina 25 van 30
05-02-2021
Luchtfoto 2018
Pagina 26 van 30
05-02-2021
De bodeminformatie is met de grootste zorg ingevoerd. Toch kan het voorkomen dat deze informatie verouderd is, onvolledig is of onjuistheden bevat. De provincie Flevoland acht zich niet aansprakelijk voor enigerlei schade die het directe of indirecte gevolg is van of in verband staat met het gebruik van deze informatie. U helpt de provincie door eventuele geconstateerde fouten of gebreken te melden. Per 1 januari 2013 wordt, in opdracht van de provincie Flevoland, de bodeminformati'e bijgehouden door de omgevingsdienst Flevoland, Gooi en Vechtstreek.
Pagina 27 van 30
05-02-2021
Toelichting Toelichting op overzicht historisch bodembestand (HBB) Tussen 2005 en 2007 heeft de provincie Flevoland een inventarisatie laten uitvoeren van potentieel verontreinigde voormalige bedrijfsterreinen. Voor de inventarisatie is gebruik gemaakt van twee archieforonnen, te weten: 1. Het archief van de Kamers van Koophandel in de provincie. 2. De op grond van de Hinderwet aan bedrijven verleende vergunningen. Met beide bronnen wordt ruwweg de tijdsperiode 1950 tot 2000 gedekt. Uit de enorme hoeveelheid informatie die in de genoemde bronnen ligt opgeslagen, is een selectie gemaakt. Met deze inventarisatie kan worden bekeken of er in het verleden bodembedreigende bedrijfsactiviteiten op een perceel hebben plaatsgevonden. Naast informatie over potentieel verontreinigde voormalige bedrijfsterreinen is bij de Provincie Flevoland ook andere informatie bekend over het (historische) bodemgebruik. Het betreft de: » De historische luchtfoto's van Flevoland (http://historische-luchtfoto.flevoland.nl); » De asbestverdenkingenkaart (http://kaart.flevoland.nl/asbestverdenkingen/).
Toelichting op de Historische luchtfoto's In het verleden kan door bedrijfsactiviteiten de bodem verontreinigd zijn. Hoe de bodem in het verleden gebruikt is, is terug te zien op de historische luchtfoto's.
Toelichting op de Asbestverdenkingenkaart De provincie Flevoland heeft in verband met mogelijke bodemverontreiniging in 2004 archiefonderzoek laten verrichten naar het (mogelijk) voorkomen van asbest in gebouwen en/of in de bodem. De doelstellingen van dit onderzoek waren: » Inzichttekrijgen in de omvang van asbestverontreinigingin gebouwen en de bodem; » De ligging van asbestverdachte locaties te bepalen. De locaties staan weergegeven op de provinciale website en zijn direct opvraagbaar via de link http://kaart.flevoland.nl/asbestverdenkingen/. Het bijbehorende rapport "Asbestonderzoek Flevoland" is op deze pagina te raadplegen onder kopje "Achtergrondinformatie". De asbestverdenkingenkaart is te gebruiken om te bepalen of er een kans bestaat dat asbest aanwezig is in gebouwen en/of in de bodem. Vooral bij de uitvoering van Historisch onderzoek, bijvoorbeeld in het kader van bodemonderzoek of gebiedsontwikkeling is deze informatie van belang. Op de kaart zijn asbestverdachte locaties of gebieden weergegeven. In de kaart worden de volgende categorieën onderscheiden: » (Woning-)Bouwperiode » Agrarische gebouwen » Hinderwetvergunningen » Historische bedrijfsactiviteiten Vervolgonderzoek moet uitwijzen of daadwerkelijk asbest in gebouwen en/of in de bodem aanwezig is. Aanbevelingen voor verder onderzoek zijn: » raadpleeg bouwvergunningen.