CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

7.1 Ontwerpbestemmingsplan Landelijk gebied Johannes Postweg 7 8 9 Nagele (1).pdf

Gemeenteraad 29 januari 2024, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 7: (Ontwerp)bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Johannes Postweg 7, 8 en 9 te Nagele'28.484 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Johannes Postweg 7, 8a en 9 te Nagele (kenmerk: 210199)

Pagina 4 van 30

1. INLEIDING Door Eco Reest BV is een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de locatie Johannes Postweg 7, 8a en 9 te Nagele. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de aanleiding en de doelstelling van het onderzoek, en de wijze van kwaliteitsborging van de verschillende onderzoekstappen.

1.1

Aanleiding en doelstelling

Aanleiding tot het verkennend bodemonderzoek is de geplande uitbreiding van de bebouwing van de huidige gewasveredelingsbedrijven ter plaatse van de te onderzoeken locaties. Doel van het onderzoek is een indruk te verkrijgen omtrent de eventuele aanwezigheid van verontreinigingen in de grond en in het grondwater van het onderzoeksterrein. Dit gebeurt teneinde te bepalen of er vanuit milieuhygiënisch oogpunt belemmeringen bestaan voor het toekomstige gebruik van de locaties (bebouwing en verharding).

1.2 Kwaliteitsborging algemeen Eco Reest BV streeft naar een zo hoog mogelijk kwaliteit van onderzoek te leveren: Eco Reest Holding BV is gecertificeerd volgens "NEN-EN-ISO 9001:2015", voor het geven van milieukundig advies in relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen en gebouwen met inbegrip van de uitvoering van gerelateerde onderzoeksactiviteiten op het gebied van bodemonderzoek en -sanering, ecologie, asbestinventarisaties, sloopbegeleiding, bouwkundige opnames en energieprestatie advies. Eco Reest BV is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). Als aangesloten adviesbureau zorgen we samen met de andere leden voor een betere borging van kwaliteit in de uitvoering van (water)bodemonderzoek en -saneringen.

Naast kwaliteit is onafhankelijkheid van groot belang om onze opdrachtgever van dienst te zijn met het beste advies voor zijn vraagstuk. Wij merken dan ook op dat er geen functionele relatie bestaat tussen opdrachtgever en Eco Reest BV, hetgeen betekent dat het advies van Eco Reest onafhankelijk is van de belangen van de opdrachtgever en derden. Conform de eisen uit onze ethische code houdt Eco Reest alle gegevens geheim, waarvan wij kennisnemen als gevolg van de uitvoering van de werkzaamheden, behoudens in geval van wettelijke verplichtingen.

1.3 Kwaliteitsborging onderzoek De bodemonderzoeksstrategie is opgesteld conform de geldende NEN normen en protocollen. De veldwerkzaamheden en laboratorium werkzaamheden zijn uitgevoerd volgens de actuele beoordelingsrichtlijn en accreditatieschema. In de volgende paragrafen worden de normen, beoordelingsrichtlijnen toegelicht.

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Johannes Postweg 7, 8a en 9 te Nagele (kenmerk: 210199)

Pagina 5 van 30

1.3.1 Normen onderzoeksstrategie In tabel 1.1 zijn de kwaliteitsnormen opgenomen, die zijn toegepast voor de bepaling van de bodemonderzoeksstrategieën. Tabel 1.1 Toegepaste onderzoeksnormen Aspect onderzoek

Toegepaste norm

Strategie voor uitvoeren van milieu hygiënisch vooronderzoek

NEN 5725:2017

Strategie voor uitvoeren van verkennend (chemisch) onderzoek

NEN 5740:2009 + A1:2016

Eventuele afwijkingen op de normen, die tijdens de uitvoering naar voren zijn gekomen, zijn beschreven in respectievelijk Ş 2.6 "Afwijkingen vooronderzoek" en Ş 3.6 "Afwijkingen strategie(ën)". 1.3.2 Veldwerkzaamheden Het onderzoek heeft plaatsgevonden onder procescertificaat op grond van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek", waarvoor Eco Reest BV Zuidwolde is gecertificeerd en erkend door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Het certificaatnummer is K96988/01, en de certificerende instelling is KIWA te Rijswijk. Het veldwerk heeft plaats gevonden conform SIKB protocol 2001 "Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen" en SIKB protocol 2002 "Het nemen van grondwatermonsters". De werkzaamheden zijn uitgevoerd door gecertificeerde en erkende veldmedewerkers, zoals weergegeven in het titelblad. Eventuele afwijkingen op de normen en protocollen, die tijdens de uitvoering naar voren zijn gekomen zijn weergegeven in Ş 3.5 "Afwijkingen protocollen".

De bedrijf- en persoonserkenningen en het certificaatnummer zijn te verifiëren op de volgende website: https://www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu/ 1.3.3 Laboratoriumwerkzaamheden De chemische analyses zijn uitgevoerd conform de AS 3000 "Laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek", waarvoor Eurofins Analytico B.V. is geaccrediteerd en erkend door het ministerie van I en W. Eurofins Analytico B.V. is een NEN-EN-ISO/IEC 17025 geaccrediteerd laboratorium, met certificaatnummer L010. Het certificaat is bijgevoegd in bijlage 6. De monsterconservering is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 "Conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters". Eventuele afwijkingen op de normen, die tijdens de uitvoering van de analyses naar voren zijn gekomen, zijn beschreven in Ş 4.2 "Afwijkingen laboratoriumwerkzaamheden".

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Johannes Postweg 7, 8a en 9 te Nagele (kenmerk: 210199)

Pagina 6 van 30

1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 is de basisinformatie weergegeven van het onderzoeksgebied en wordt een samenvatting van de relevante informatie uit het vooronderzoek beschreven. In hoofdstuk 3 zijn de veldwerkzaamheden en waarnemingen tijdens het onderzoek beschreven, gevolgd door de toetsing van de analyseresultaten in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 tenslotte is een samenvatting opgenomen en zijn de conclusies en aanbevelingen weergegeven.

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Johannes Postweg 7, 8a en 9 te Nagele (kenmerk: 210199)

Pagina 7 van 30

2. VOORONDERZOEK (NEN 5725:2017) Het vooronderzoek is de basis voor werkzaamheden die een uitspraak vereisen over de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. Het doel van het vooronderzoek is inzicht te verkrijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie zelf, alsmede eventuele beïnvloeding(en) vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd, zoals hierna weergegeven.

2.1 Systematiek milieuhygiënisch vooronderzoek Het vooronderzoek is onderverdeeld in twee stappen. In stap 1 wordt de aanleiding voor het vooronderzoek bepaald. De mogelijke aanleidingen (A t/m G) zijn weergegeven in bijlage 2. Voor de in bijlage 2 weergegeven mogelijke aanleidingen zijn in de NEN 5725:2017 diverse onderzoeksvragen geformuleerd. In stap 2 van het vooronderzoek moet antwoord verkregen worden op een deze onderzoeksvragen. Indien naar deskundigheid van de onderzoeker alle (verplichte) onderzoeksaspecten zijn behandeld en de onderzoeksvragen (zie bijlage 2) in voldoende mate zijn beantwoord, is het vooronderzoek afgerond en worden conclusies getrokken en een hypothese opgesteld.

2.2 Stap 1; aanleiding vooronderzoek De eerste stap in het vooronderzoek is het vaststellen van de aanleiding voor vooronderzoek (zie ook bijlage 2). In het onderhavige geval is aanleiding A geselecteerd, die onderstaand is weergegeven. - A. opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek volgens 6.2.1

2.3 Stap 2; onderzoeksvragen Uit de geselecteerde aanleiding (A) voor het vooronderzoek volgt een aantal onderzoeksvragen die zijn weergegeven in bijlage 2. Op basis van het totaal aan informatie uit het vooronderzoek moeten de onderzoeksvragen worden beantwoord, waarna een hypothese voor bodemonderzoek wordt opgesteld. In tabel 2.1 zijn de onderzoeksaspecten weergegeven, waarover bij het vooronderzoek informatie moet worden verzameld. Tabel 2.1 Onderzoeksaspecten en te verzamelen informatie

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Johannes Postweg 7, 8a en 9 te Nagele (kenmerk: 210199)

Pagina 8 van 30

Onderzoeksaspecten

Aarileidingen tot voo ronderzoek S

S

Geohydrologie

S

S

Geval van ernstige

S

Antropogene lagen in de

S

S

S

S

S

S

S

S

S

S

S

bodem Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit

bodemverontreiniging? Kwaliteit o.b.v. BKK

S

O.b.v. uitgevoerde

S

0 S

S

S

S

S

S

S

S S

bodemonderzoeken Voormalig

S

verdachte situatie, activiteiten, ongewoon

Huidig

S

voorval

Toekomst

Gebruik en beïnvloeding van de locatie,

Asbestverdacht?

0 S

S

S

S

S

S

S

S

0 S

S

S S

S

S

S

Terreinverkenning S Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel

De verzamelde informatie benoemd in tabel 2.1 met antwoorden is weergegeven in bijlage 2. In Ş 2.4 (samenvatting vooronderzoek) is een beschrijving van de te onderzoeken (delen van de) locatie weergegeven met antwoorden, op basis van de antwoorden op de onderzoeksvragen weergegeven in bijlage 2.

2.4 Samenvatting vooronderzoek Na het raadplegen van de verschillende bronnen zijn er voldoende gegevens bekend om antwoord te geven op de geformuleerde onderzoeksvragen (bijlage 2). De onderzoekslocatie ligt aan de Johannes Postweg 7, 8a en 9 te Nagele en is kadastraal bekend als gemeente Noordoostpolder, sectie D, nrs. 1622, 2132, 2133 en 2260 (deels). De regionale ligging van de locatie is weergegeven in bijlage 1.1. De te onderzoeken (delen van de) locatie zijn weergegeven in bijlage 1.2.1 t/m 1.2.3. Op de locatie Johannes Postweg nr. 7 is een bedrijfswoning (gebouwd in 1951; informatie BAGviewer) met omliggende tuin aanwezig. Ten oosten van de woning ligt een met beton, asfalt en tegels verhard erf (oppervlakte circa 3.000 m2) met een schuur (gebouwd in 1952; informatie BAGviewer). Uit informatie van de gemeente Noordoostpolder blijkt, dat in 1953 een bovengrondse petroleumtank is geplaatst aan de zuidoostzijde van het erf. De opdrachtgever is voornemens om het bedrijfsterrein met circa 7.000 m2 uit te breiden ter plaatse van het aangrenzende bouwland. De locatie Johannes Postweg nr. 8a is tot dusver onbebouwd en onverhard en in gebruik als bouwland. In 2011 is bij bodemonderzoek op de aangrenzende locatie Johannes Postweg 8 een bodemverontreiniging met minerale olie aangetoond (Foppen Advies, rapport nr. 1319-1101-001 1319-1101-002, d.d. 6-12-2011; zie ook bijlage 2.1).

De verontreiniging is in 2012 gesaneerd, waarbij circa 90 ton met minerale olie verontreinigde grond is verwijderd. Hierbij is geen restverontreiniging in de bodem achtergebleven. De gemeente Noordoostpolder heeft vervolgens ingestemd met het saneringsresultaat.

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Johannes Postweg 7, 8a en 9 te Nagele (kenmerk: 210199)

Pagina 9 van 30

Op de locatie Johannes Postweg nr. 9 is een bedrijfswoning (gebouwd in 1953; informatie BAGviewer) met omliggende tuin aanwezig. Ten oosten van de woning ligt een met beton, stelconplaten en tegels verhard erf (oppervlakte circa 3.600 m2) met schuren (gebouwd in 1952, 1971 en 1982; informatie BAG-viewer). Uit informatie van de gemeente Noordoostpolder blijkt het volgende. Rond 1986 zijn aan de noordoostzijde van het erf 3 bovengrondse gasolie- en benzinetanks aanwezig (geweest). In de huidige situatie is hier één bovengrondse dieseltank aanwezig. Daarnaast zijn rond 1986 bovengrondse petroleum- of gasolietanks aanwezig (geweest) ten zuiden van de schuren. Ten zuidwesten van de woning (buiten de begrenzing van het huidige onderzoeks­ terrein) is een wasplaats aanwezig en is eveneens een bovengrondse dieseltank aanwezig (geweest). Daarnaast blijkt uit informatie van de gemeente, dat in de werktuigenberging aan de westzijde van het erf sprake is (geweest) van een werkplaats (met klinkerverharding) met een voormalige opslag van bestrijdingsmiddelen. Uit de terreininspectie is daarnaast naar voren gekomen, dat aan de zuidzijde van de werktuigenberging olieproducten boven een lekbak, alsmede gewasbeschermings­ middelen (hierna: GBM) zijn opgeslagen, op een betonvloer.

De opdrachtgever is voornemens om het bedrijfsterrein met circa 6.300 m2 uit te breiden ter plaatse van het aangrenzende bouwland. Hierbij wordt de sloot aan de oost- en zuidzijde van de locatie gedempt. Deze sloot is op basis van de beschikbare informatie aangemerkt als een diffuus belaste, lintvormige watergang in een landelijke omgeving. Op de bodemkwaliteitskaart (provincie Flevoland) is aan de bodem van de locatie de klasse landbouw/natuur toegekend. De bodem van de locatie bestaat tot circa 1,9 m-mv uit zavel, gevolgd door veen tot circa 3,5 m-mv. De stroming van het grondwater is ter plaatse globaal noordelijk gericht. Ter plaatse is op basis van het vooronderzoek geen sprake van bodemvreemde lagen. Op basis van het totaal aan resultaten van het vooronderzoek (met inbegrip van de terreininspectie) worden de te onderzoeken terreindelen aangemerkt als asbest onverdacht.

2.5 Volledigheid en betrouwbaarheid vooronderzoek Het vooronderzoek beschouwen wij als volledig in relatie tot het doel van het onderzoek, aangezien er voldoende relevante gegevens aanwezig zijn en er in afdoende mate antwoord kan worden gegeven op de onderzoeksvragen. Gezien het feit dat de gegevens, verstrekt door de verscheidene bronnen, in voldoende mate overeenkomen met elkaar en met de aangetroffen situatie ten tijde van de terreininspectie, achten wij het vooronderzoek tevens betrouwbaar. 2.6 Afwijkingen vooronderzoek Er zijn bij de uitvoering van het vooronderzoek geen relevante afwijkingen ten opzichte van de NEN 5725:2017 naar voren gekomen.

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Johannes Postweg 7, 8a en 9 te Nagele (kenmerk: 210199)

Pagina 10 van 30

2.7 Onderzoekshypothese (NEN5725) en -strategie (NEN5740) Op basis van de informatie uit het vooronderzoek is ter plaatse van (delen van) de in het vooronderzoek beschouwde locatie bodemonderzoek noodzakelijk. In de tabel 2.2 is per te onderzoeken terrein(deel) de onderzoeksstrategie weergegeven. Tabel 2.2 Onderzoekshypothese(n) per terrein(deel) (Deel)locatie Oppervlakte (m2)

Verontreinigde stof 4 diepte van voorkomen

Grond | Deellocatie A; Johannes Postweg 7

Grondwater

A1: Voormalige

Minerale olie, BTEXN

Oorzaak/Motivatie

Onderzoeks­ strategie

Bovengrondse opslag

NEN 5740:

bovengrondse

olieproducten in het

2009, Ş 5.3

petroleumtank

verleden

Minerale olie

Circa 10 A2; Huidig verhard

Zware metalen,

Zware metalen,

erf circa 3000

PAK, minerale olie

minerale olie, BTEXN

A3; uitbreiding erf

Geen

Geen

t.p.v. vm. bouwland Circa 7.000

Gebruik als boerenerf

NEN 5740: 2009, Ş 5.6

Geen

NEN 5740:

bodembedreigende activiteiten tot dusver

2009, Ş 5.1

Geen bodem-

NEN 5740:

bedreigende

2009, Ş 5.1

Deellocatie B; Johannes Postweg 8a B: huidig bouwland,

Geen

Geen

circa 1,5 ha

activiteiten tot dusver

Deellocatie C; Johannes Postweg 9 C1; voormalige en huidige boven­

Minerale olie

Minerale olie, BTEXN

Bovengrondse opslag olieproducten in het

grondse tanks,

verleden en in de

circa 30 C2; voormalige

NEN 5740: 2009, Ş 5.3

huidige situatie Minerale olie

Minerale olie, BTEXN

bovengrondse petroleumtank,

Bovengrondse opslag

NEN 5740:

olieproducten in het

2009, Ş 5.3

verleden

zuidzijde oostelijke schuur, circa 10 C3; voormalige bovengrondse

Minerale olie, OCB

Minerale olie, BTEXN

Bovengrondse opslag olieproducten in het

petroleumtank,

verleden, huidige

zuidzijde werktuigen­

opslag olieproducten

berging en opslag

en GBM

NEN 5740: 2009, Ş 5.3

olie en GBM, circa 30 C4; huidige

Zware metalen,

Zware metalen,

Opslag GBM in het

NEN 5740:

werkplaats met

PAK, minerale olie,

minerale olie, BTEXN

verleden, werkplaats­

2009, Ş 5.3

voormalige opslag

OCB

activiteiten

GBM, circa 100 C5; Huidig verhard

Zware metalen,

Zware metalen,

erf, circa 3.600

PAK, minerale olie

minerale olie, BTEXN

C6; uitbreiding erf

Geen

Geen

t.p.v. vm. bouwland,

circa 180 meter

2001-2002

NEN 5740: 2009, Ş 5.6

Geen

NEN 5740:

bodembedreigende

2009, Ş 5.1

activiteiten tot dusver

circa 6.300 C7; te dempen sloot,

Gebruik als boerenerf

OCB

Mogelijk belast met bestrijdingsmiddelen

NEN 5720: 2017, Ş

aangrenzend bouwland

5.1.10

Verkennend bodemonderzoek Johannes Postweg 7, 8a en 9 te Nagele (kenmerk: 210199)

Pagina 11 van 30

Op basis van de informatie uit het vooronderzoek is het onderzoek met betrekking tot de te ontwikkelen delen bouwland (deellocaties A3, B en C6) uitgevoerd conform de richtlijnen zoals deze zijn vastgesteld in de NEN 5740:2009, Ş 5.1, zoals weergegeven in tabel 2.2. De betreffende terreindelen zijn beschouwd als onverdachte locaties. Wij merken hierbij op dat, gelet op het gebruik van de betreffende terreindelen als bouwland, de bovengrond aanvullend is geanalyseerd op organochloor-bestrijdingsmiddelen (OCB). Op basis van de informatie uit het vooronderzoek is het onderzoek met betrekking tot de voormalige en huidige opslaglocaties van olie en bestrijdingsmiddelen, alsmede de werkplaats op nr. 9 (deellocaties A1 en C1 t/m C4) uitgevoerd conform de richtlijnen zoals deze zijn vastgesteld in de NEN 5740:2009, Ş 5.3, zoals weergegeven in tabel 2.2. De betreffende delen van het onderzoeksterrein zijn beschouwd als verdachte locaties met een plaatselijke bodembelasting en een duidelijke verontreinigingskern. Op basis van de informatie uit het vooronderzoek is het onderzoek met betrekking tot de huidige verharde ervan van de locaties Johannes Postweg nrs. 7 en 9 (deellocaties A2 en C5) uitgevoerd conform de richtlijnen zoals deze zijn vastgesteld in de NEN 5740:2009, Ş 5.6, zoals weergegeven in tabel 2.2.

De betreffende terreindelen zijn beschouwd als verdachte locaties, met diffuse bodembelasting en heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming. Op basis van de informatie uit het vooronderzoek is het onderzoek met betrekking tot de te demp[en sloot op de locatie Johannes Postweg nr. 9 (deellocatie C7) uitgevoerd conform de richtlijnen zoals deze zijn vastgesteld in de NEN 5720:2017, Ş 5.1.10 zoals weergegeven in tabel 2.2. De betreffende sloot is beschouwd als een lintvormige watergang, met diffuse belasting, gelegen in landelijk gebied.

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Johannes Postweg 7, 8a en 9 te Nagele (kenmerk: 210199)

Pagina 12 van 30

3. VELDWERKZAAMHEDEN In dit hoofdstuk is de uitvoering van de veldwerkzaamheden beschreven, met eventuele afwijkingen op de veldwerkzaamheden en/of onderzoeksstrategie.

3.1 Uitvoering werkzaamheden (bemonstering grond en plaatsen peilbuizen) De uitvoering van het veldwerk heeft plaatsgevonden op 17 en 18 februari en 10 en 22 maart 2021 en het grondwater is bemonsterd op 10 en 22 maart 2021. Tabel 3.1 Uitgevoerde werkzaamheden Boringen nrs. Deellocatie (diepte; m-mv) Oppervlakte (m2) Deellocatie A; Johannes Postweg 7

Peilbuizen nrs. (filterstelling en GWS; m-mv)

A1: Voormalige bovengrondse

53, 54 (1,0)

52 (1,5-2,5 m-mv; 1,0 m-mv)

58, 61 (1,0)

55 (2,0-3,0 m-mv; 1,5 m-mv)

petroleumtank, circa 10 A2; Huidig verhard erf circa 3000

59 (0,65) 80, 81 (0,6) 82, 83, 85, 86 (0,58) 87 (0,5) 84 (0,8) 57 (2,0) 61 (2,1) A3; uitbreiding erf t.p.v. vm.

89 t/m 100 (0,5)

bouwland, circa 7.000

63, 67 t/m 69 (2,0)

56 (1,5-2,5 m-mv; 1,0 m-mv)

Deellocatie B; Johannes Postweg 8a B: huidig bouwland, circa 1,5 ha

10 t/m 30

1 (1,5-2,5 m-mv; 1,0 m-mv)

4 t/m 9 (2,0)

2 (1,5-2,5 m-mv; 1,0 m-mv) 3 (2,0-3,0 m-mv; 1,0 m-mv)

Deellocatie C; Johannes Postweg 9 C1; voormalige en huidige

32 t/m 35, 37, 38 (1,0)

31 (2,8-3,8 m-mv; 2,0 m-mv)

41, 42 (1,0)

40 (1,5-2,5 m-mv; 1,0 m-mv)

C3; voormalige bovengrondse

74, 75 (1,15)

47 (1,5-2,5 m-mv; 1,0 m-mv)

petroleumtank, zuidzijde

88 (0,54)

36 (2,5-3,5 m-mv; 2,0 m-mv)

bovengrondse tanks, circa 30 C2; voormalige bovengrondse petroleumtank, zuidzijde oostelijke schuur, circa 10

werktuigen-berging en opslag olie en GBM, circa 30 C4; huidige werkplaats met

71 (0,85)

voormalige opslag GBM, circa

72, 73 (0,54)

39 (1,7-2,7 m-mv; 1,3 m-mv)

100 C5; Huidig verhard erf, circa

79 (0,5)

Grondwateronderzoek gecombineerd

3.600

44 (0,58)

met deellocatie C4

70 (0,6) 45, 46, 50, 51 76 t/m 78 (0,65) 43, 49 (2,0) 48 (2,15) C6; uitbreiding erf t.p.v. vm.

101 t/m 112 (0,5)

bouwland, circa 6.300

64, 65, 66 (2,0)

C7; te dempen sloot, circa 180 meter

Slibsteken 113 t/m 122

2001-2002

62 (2,3-3,3 m-mv; 1.5 m-mv) NVT

Verkennend bodemonderzoek Johannes Postweg 7, 8a en 9 te Nagele (kenmerk: 210199)

Pagina 13 van 30

Van het opgeboorde materiaal zijn per 50 cm, of per afwijkende bodemlaag representatieve monsters genomen, die zijn beschreven qua textuur, geur en kleur. In bijlage 1.2 zijn situatieschetsen van de onderzochte locaties opgenomen met daarop aangegeven de ligging van de monsterpunten.

3.2 Uitvoering werkzaamheden (bemonstering grondwater) Op basis van de NEN 5744 zijn bij de monstername van grondwater de volgende metingen uitgevoerd: * Geleidingsvermogen (EGV of Ec); bij monstername mag dit maximaal 10 % afwijken van de voorlaatste meting; * Indien het geleidingsvermogen (zie bovenstaand) constant is, is een NTU-waarde (troebelheid) van 0 tot 10 gewenst. Indien hier niet aan wordt voldaan moet bij de beoordeling van de analyseresultaten worden bekeken of dit van invloed is; * De zuurgraad (pH) wordt eveneens beoordeeld, de NEN5744 heeft hier echter geen normen of eisen aan verbonden. Voor de resultaten van de bij de monstername in het veld uitgevoerde grondwatermetingen wordt verwezen naar bijlage 3.2. Op basis van tabel 3.1 blijkt het geleidingsvermogen voldoende constant te zijn om over te gaan tot bemonstering. Het grondwater is echter beschouwd als troebel, bij de beoordeling van de analyses dient te worden vastgesteld of dit van invloed is geweest op het resultaat.

3.3 Bodemopbouw De bodemopbouw van de locatie is samengevat in tabel 3.2. Tabel 3.2 Bodemopbouw onderzoekslocatie

Het grondwaterniveau is tijdens de monstername van het grondwater vastgesteld op dieptes tussen 0,9 en 2,0 m-mv.

3.4 Zintuiglijke waarnemingen Het terrein en het opgeboorde materiaal zijn in het veld zintuiglijk beoordeeld op bijzonderheden, zoals weergegeven in tabel 3.3.

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Johannes Postweg 7, 8a en 9 te Nagele (kenmerk: 210199)

Pagina 14 van 30

Tabel 3.3 Zintuiglijke waarnemingen onderzoekslocatie Deellocatie Meetpunt Diepte (m-mv) Einddiepte boring (m-mv)

Zintuiglijke waarneming

A1

A2

C5

52

0,1-0,5

2,5

Volledig metselpuin

54

0,1-0,5

1,0

Volledig metselpuin

57

0,1-0,5

2,0

Volledig metselpuin

58

0,1-0,5

1,0

Volledig metselpuin

61

0,1-0,5

1,0

Volledig metselpuin

43

0,5-1,0

2,3

Resten hout

44

0,08-0,58

0,58

Brokken baksteen

46

0,15-0,65

0,65

Sporen baksteen

48

0,15-0,65

1,15

Sterk baksteen

50

0,15-0,65

0,65

Sporen baksteen

79

0,0-0,5

0,5

Sporen baksteen

Sporen/resten/brokjes/laagjes (bijmenging S/7/8/9): < ^ Sterk (bijmenging 3):

15-50%

Volledig (bijmenging 5):

>80%

Op basis van tabel 3.3 blijkt, dat aan de zuidzijde van het verharde erf van de locatie Johannes Postweg nr. 7 (deellocatie A2), alsmede ter plaatse van de voormalige bovengrondse petroleumtank (deellocatie A1) een laag metselpuin onder de asfalt- en betonverharding is waargenomen. Daarnaast blijkt, dat ter plaatse van het verharde erf van de locatie Johannes Postweg nr. 9 (deellocatie C5) plaatselijk lichte tot sterke bijmengingen met baksteen in de bovengrond zijn waargenomen. Bij de beoordeling van het terrein en het opgeboorde materiaal is ook speciaal gelet op asbest(houdende) materialen. Deze zijn zintuiglijk niet op de bodem en in het opgeboorde materiaal ter plaatse van het onderzoeksterrein waargenomen. De ter plaatse van het verharde erf van de locatie Johannes Postweg nr. 9 (deellocatie C5) in de bovengrond waargenomen bijmengingen met baksteen zijn conform bijlage A4 van de NEN5725:2017 beoordeeld als homogeen en derhalve niet asbestverdacht. De ter plaatse van het verharde erf van nr. 7 (deellocatie A2) en de voormalige bovengrondse petroleumtank (deellocatie A1) onder de verharding waargenomen puinlaag is op basis van de beoordeling conform bijlage A4 van de NEN5725:2017 aan te merken als asbestverdacht.

3.5 Afwijkingen protocollen Er zijn bij de uitvoering van het onderzoek geen relevante afwijkingen ten opzichte van de geldende SIKB protocollen 2001 en 2002 naar voren gekomen. 3.6 Afwijkingen strategie(ën) Er zijn bij de uitvoering van het onderzoek geen relevante afwijkingen ten opzichte van de NEN 5740:2009M1: 2016 naar voren gekomen.

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Johannes Postweg 7, 8a en 9 te Nagele (kenmerk: 210199)

Pagina 15 van 30

4. ANALYSERESULTATEN EN BESPREKING Na bemonstering van grond en grondwater zijn de monsters gekoeld opgeslagen, en ter analyse aangeboden aan het laboratorium. Alle geanalyseerde monsters zijn in het laboratorium voorbehandeld conform de eisen, opgesteld in het AS 3000 (Laboratoriumanalyses voor grond-, waterbodem- en grondwateronderzoek).

4.1 Analysemonsters In tabel 4.1 zijn de geanalyseerde grond- en grondwatermonsters weergegeven. Tabel 4.1 Analysemonsters grond en grondwater Monster Diepte/filter Deellocatie grond/grond­ Motivatie (m-mv) water Deellocatie A; Johannes Postweg 7 A1: Voormalige bovengrondse petroleumtank, circa 10

Mp. 53

0,1-0,5

Bovengrond vm.

Analyse

Minerale olie

tank Pb. 52

1,5-2,5

Grondwater vm.

Minerale olie, BTEXN

tank A2; Huidig verhard erf

Mp. 52, 54, 57,

circa 3000

61 Mp. 55, 56, 59

Mp. 55

0,5-1,0

Bovengrond

Standaardpakket bodem

onder puinlaag 0,05-0,55/

Bovengrond,

0,0-0,5/

geen afwijkende

0,15-0,65

waarnemingen

0,05-0,55

Bovengrond

Standaardpakket bodem

Standaardpakket bodem, pH

t.p.v. lage zuurgraad Mp. 80, 84, 85,

04-0,6/0,3­

Bovengrond,

87

0,8, 0,08­ 0,58/0,0-0,5

geen afwijkende waarnemingen

Pb. 55

2,0-3,0

Grondwater

Standaardpakket grondwater

A3; uitbreiding erf t.p.v.

Mp. 89 t/m 94

0,0-0,5

Bovengrond

Standaardpakket bodem + OCB

vm. bouwland, circa

Mp. 95 t/m 100 0,0-0,5

Bovengrond

Standaardpakket bodem + OCB

Mp. 63+67

0,5-2,0

Ondergrond

Standaardpakket bodem

Mp. 68+69

0,5-2,0

Ondergrond

Standaardpakket bodem

Pb. 56

1,5-2,5

Grondwater

Standaardpakket grondwater

0,0-0,5

Bovengrond

Standaardpakket bodem + OCB

0,0-0,5

Bovengrond

Standaardpakket bodem + OCB

0,0-0,5

Bovengrond

Standaardpakket bodem + OCB

0,0-0,5

Bovengrond

Standaardpakket bodem + OCB

7.000

Standaardpakket bodem + OCB

Deellocatie B; Johannes Postweg 8a B: huidig bouwland,

Mp. 4, 5, 10

circa 1,5 ha

t/m 12, 14, 16 Mp. 3, 6, 13 t/m 15, 17, 18 Mp. 1, 7, 19 t/m 23 Mp. 2, 8, 9, 24 t/m 30

Bij de geanalyseerde monsters van deellocatie A2 (huidig verhard erf nr. 7) merken wij het volgende op. Bij de monstername van het grondwater uit peilbuis nr. 55 is in het veld een relatief zeer lage zuurgraad (pH) gemeten van 1,9. Naar aanleiding hiervan is in overleg met de opdrachtgever

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Johannes Postweg 7, 8a en 9 te Nagele (kenmerk: 210199)

Pagina 16 van 30

aanvullend de bovengrond van mp. 55 geanalyseerd op het standaardpakket bodem + pH en is tevens aanvullend de zuurgraad van het grondwater uit peilbuis nr. 55 in het laboratorium gemeten. Vervolg tabel 4.1 Analysemonsters grond en grondwater

DeeNocatie

Diepte/ filter (m-mv)

Motivatie

Analyse

B: huidig bouwland, circa

Mp. 3+4+5

0,5-2,0

Ondergrond

Standaardpakket bodem

1,5 ha

Mp. 1+6+7

0,5-2,0

Ondergrond

Standaardpakket bodem

Mp. 2+8+9

0,5-2,0

Ondergrond

Standaardpakket bodem

Pb. 1

1,5-2,5

Grondwater

Standaardpakket grondwater

Pb. 2

1,5-2,5

Grondwater

Standaardpakket grondwater

Pb. 3

2,0-3,0

Grondwater

Standaardpakket grondwater

Mp. 32, 33

0,05-0,3

Bovengrond huidige tank, geen afwijkende

Minerale olie

Mp. 34

0,1-0,3

Deellocatie C; Johannes Postweg 9 C1; voormalige en huidige bovengrondse

waarnemingen

tanks, circa 30

Bovengrond voormalige

Minerale olie, BTEXN

tanks, geen afwijkende waarnemingen Pb. 31

2,8-3,8

Grondwater huidige

Minerale olie, BTEXN

tank Pb. 36

2,5-3,5

Grondwater vm. tanks

Minerale olie, BTEXN

C2; voormalige

Mp. 40 t/m

0,0-0,5

42

Bovengrond voormalige tank, geen afwijkende

Minerale olie

bovengrondse petroleumtank, zuidzijde oostelijke schuur, circa 10

Pb. 40

1,5-2,5

C3; voormalige

Mp. 74, 75

0,15-0,65

waarnemingen

bovengrondse petroleumtank, zuidzijde

Mp. 88

0,04-0,54

Pb. 47

Minerale olie

Bovengrond huidige

OCB

1,5-2,5

Grondwater vm. tank

Minerale olie, BTEXN

en huidige olieopslag Mp. 71, 72

0,35-0,85/ 0,04-0,54

Mp. 39

0,2-0,7

met voormalige opslag GBM, circa 100

Bovengrond huidige

opslag GBM

30 C4; huidige werkplaats

Minerale olie, BTEXN

olieopslag

werktuigen-berging en opslag olie en GBM, circa

Grondwater vm. tank

Bovengrond werkplaats

Standaardpakket bodem

Bovengrond voormalige

OCB

opslag GBM Pb. 39

1,7-2,7

Grondwater huidige

Standaardpakket grondwater

werkplaats en verhard erf C5

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Johannes Postweg 7, 8a en 9 te Nagele (kenmerk: 210199)

Pagina 17 van 30

Vervolg tabel 4.1 Analysemonsters grond en grondwater Monster Diepte/filter Deellocatie grond/grond­ Motivatie (m-mv) water C5; Huidig verhard erf,

Mp. 46, 50

0,15-0,65

Bovengrond,

Analyse Standaardpakket bodem

sporen baksteen

circa 3.600 Mp. 44, 48

Mp. 76, 77, 78

0,08­

Bovengrond,

0,58/0,15­

brokken/sterk

0,65

baksteen

0,15-0,65

Bovengrond,

Standaardpakket bodem

Standaardpakket bodem

geen afwijkende waarnemingen C6; uitbreiding erf t.p.v.

Mp. 101 t/m

vm. bouwland, circa

106

6.300

Mp. 107 t/m

0,0-0,5

Bovengrond

Standaardpakket bodem + OCB

0,0-0,5

Bovengrond

Standaardpakket bodem + OCB

Mp. 62+64

0,5-2,0

Ondergrond

Standaardpakket bodem

Mp. 65+66

0,5-2,0

Ondergrond

Standaardpakket bodem

Pb. 62

2,3-3,3

Grondwater

Standaardpakket grondwater

C7; te dempen sloot,

Mp. 113 t/m

0,0-0,1

Waterbodem

Standaardpakket waterbodem +

circa 180 meter

122

112

OCB

Het analysepakket "standaardpakket bodem" genoemd in tabel 4.1 bestaat uit de paramaters droge stof, lutum en organische stof, zware metalen (barium, cadmium, kwik, kobalt, koper, molybdeen, nikkel, lood en zink), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK), polychloorbifenylen (PCB) en minerale olie GC (C10-C40). Het analysepakket "standaardpakket water" bestaat uit de paramaters zware metalen (barium, cadmium, kwik, kobalt, koper, molybdeen, nikkel, lood en zink), vluchtige aromatische koolwaterstoffen (BTEXN), vluchtige organische chloorhoudende oplosmiddelen (VoCl) en minerale olie GC (C10-C40). De zuurgraad (pH) en geleidbaarheid (EGV) zijn in het veld bepaald bij monsterneming. Het standaardpakket waterbodem (A); waterbodem en baggerspecie uit regionaal water bestaat uit de parameters droge stof, lutum en organische stof (gloeiverlies), zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie GC (C10-C40), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK 10 VROM) en polychloorbifenylen (PCB's).

4.2 Afwijkingen laboratoriumwerkzaamheden Er zijn geen afwijkingen naar voren gekomen bij de uitvoering van de laboratoriumwerkzaamheden ten opzichte van de AS 3000 en/of analysemethoden van de individuele parameters. 4.3 Toetsing analyseresultaten Landbodem (grond en grondwater) De toetsing van de analyseresultaten vindt plaats conform de Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa), waarbij de toetsmodules T12 en T13 zijn gehanteerd. Bij de interpretatie van de analyseresultaten is gebruik gemaakt van de toetsingstabel uit de Circulaire bodemsanering 2013. Hierin zijn voor de meeste gangbare parameters verwaarloosbare risiconiveaus (achtergrondwaarden, en voor grondwater streefwaarden) en maximaal toelaatbare

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Johannes Postweg 7, 8a en 9 te Nagele (kenmerk: 210199)

Pagina 18 van 30

risiconiveaus (interventiewaarden) weergegeven. Deze verwaarloosbare en maximaal toelaatbare risiconiveaus (Achtergrond- of Streefwaarden, respectievelijk Interventiewaarden) zijn berekend met behulp van onder meer (eco)toxicologische gegevens, en hebben betrekking op de vastgestelde Nederlandse Standaardbodem, met een organische stofgehalte van 10% en een lutumgehalte van 25 %. De toetsing van gehalten aan onder andere PAK, minerale olie en zware metalen in grond is afhankelijk gesteld van de gemeten organische stof- en/of lutumgehalten, die meestal afwijken van de gehalten in de vastgestelde Standaardbodem. Bij de BoToVa-toetsing wordt daarom, per stof, het gemeten gehalte omgerekend naar een gestandaardiseerd gehalte. Deze gestandaardiseerde gehalten worden vervolgens getoetst aan de standaard toetsingswaarden, die in bijlage 5 zijn weergegeven. De getoetste analyseresultaten van de grond en het grondwater zijn weergegeven in de tabellen in de navolgende paragrafen. Onder de tabellen wordt de interpretatie van de toets-uitslag besproken. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. De betekenis van de toetsingswaarden en de wijze van weergave staan vermeld in tabel 4.2. Tabel 4.2 Betekenis van de toetsingswaarden Weergave tabellen

Weergave bijlage 5

Concentratieniveau

Betekenis

ś AW-waarde of S-waarde

Geen verhoging t.o.v. achtergrondwaarde

(of < detectiegrens)

of streefwaarde gemeten

> AW-waarde of S-waarde

Lichte verhoging gemeten

*

> I-waarde

Sterke verhoging gemeten

***

| Verhoogde rapportagegrens (meetwaarde is vermenigvuldigd met factor 0,7)

-

(v)

Tabel 4.2 is de legenda voor de interpretatie van de geanalyseerde grond- en grondwatermonsters, zoals weergegeven in tabellen 4.4 t/m 4.9.

4.4 Toetsing analyseresultaten Waterbodem (sliblaag) De toetsing van de analyseresultaten vindt plaats conform de Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa), waarbij de toetsmodules T1, T3 en T5 zijn gehanteerd. Voor de toepassing op landbodem en toepassing in oppervlaktewater is gebruik gemaakt van de BoToVa toetsen T1 (beoordeling kwaliteit grond of bagger bij toepassing op of in de bodem) en T3 (beoordeling kwaliteit van bagger en ontvangende bodem bij toepassing in een oppervlaktewaterlichaam. Voor de toetsing ten behoeve van verspreiding op aangrenzende percelen is gebruik gemaakt van de BoToVa toets T5 (beoordeling kwaliteit van bagger bij verspreiden op aangrenzend perceel). In de betreffende tabel in paragraaf 4.7 zijn de analyseresultaten van de onderzochte waterbodem (slib) geïnterpreteerd aan de hand van de normen uit het generieke kader van het Besluit Bodemkwaliteit (Regeling bodemkwaliteit). Onder de betreffende tabel wordt de toetsuitslag besproken.

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Johannes Postweg 7, 8a en 9 te Nagele (kenmerk: 210199)

Pagina 19 van 30

Het analysecertificaat is opgenomen in bijlage 4. In de tabellen in bijlage 5 zijn de analyseresultaten beoordeeld aan de hand van de toetsingswaarden. De betekenis van de toetsingswaarden en de wijze van weergave staan vermeld in tabel 4.3. Tabel 4.3 Legenda toetsing slibkwaliteit Klasse t.b.v. Toepassing op landbodem (BoToVa T1)

Toepasbaarheid in oppervlaktewater (BoToVa T3)

Landbouw/natuur

Vrij toepasbaar

Wonen

Klasse A

Industrie

Klasse B

Niet toepasbaar

Niet

2001-2002

Verspreidbaarheid op aangrenzend perceel (BoToVa T5) Verspreidbaar Niet Verspreidbaar

Verkennend bodemonderzoek Johannes Postweg 7, 8a en 9 te Nagele (kenmerk: 210199)

Pagina 20 van 30

4.5 Milieuhygiënische bodemkwaliteit locatie A; Johannes Postweg 7 In tabel 4.4 en 4.5 zijn de geanalyseerde grond- en grondwatermonsters van locatie A weergegeven, met toetsing conform tabel 4.2. Tabel 4.4 Geanalyseerde grondmonsters Locatie A met toetsing Diepte Grondmonster Deellocatie Motivatie (m-mv)

Gehalte in mg/kg d.s. en toetsing

Mp. 53

0,1-0,5

Bovengrond vm. tank

Minerale olie^

A2; Huidig

Mp. 52, 54,

0,5-1,0

Bovengrond onder puinlaag

-

verhard erf

57, 61 0,05-0,55/

Bovengrond, geen

-

0,0-0,5/0,15-0,65

afwijkende waarnemingen

A1: Voormalige bovengrondse petroleumtank

Mp. 55, 56, 59 Mp. 55

0,05-0,55

Bovengrond t.p.v. lage

Lood; 40, zink; 120

zuurgraad

A3; uitbreiding erf t.p.v. vm. bouwland

Mp. 80, 84,

04-0,6/0,3-0,8, 0,08-0,58/0,0-0,5

Bovengrond, geen afwijkende waarnemingen

Zink; 97

85, 87 Mp. 89 t/m 94

0,0-0,5

Bovengrond

Drins (som); 0,011

Mp. 95 t/m

0,0-0,5

Bovengrond

Drins (som); 0,014

Mp. 63+67

0,5-2,0

Ondergrond

-

Mp. 68+69

0,5-2,0

Ondergrond

Kobalt; 8,3, nikkel; 22

100

Uit tabel 4.4 blijkt het volgende.

Deellocatie A1; Voormalige bovengrondse petroleumtank In de zintuiglijk niet oliehoudende bovengrond van meetpunt 53 is geen verhoogd gehalte aan minerale olie gemeten boven de achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen.

Deellocatie A2; Huidig verhard erf In de geanalyseerde mengmonsters van de zintuiglijk niet verontreinigde bovengrond van de meetpunten 52, 54, 57 en 61 en 55, 56 en 59 (laag onder puinverharding) zijn geen gehalten aan de onderzochte parameters gemeten boven de achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen. In de zintuiglijk niet verontreinigde bovengrond van meetpunt 55 (ter plaatse van de lage pH-waarde in het grondwater) en het mengmonster van de bovengrond van de meetpunten 80, 84, 85 en 87 overschrijden de gehalten aan zink en/of lood de achtergrondwaarden. Wij merken hierbij op, dat ter plaatse van meetpunt 55 geen afwijkende zuurgraad in de bovengrond is gemeten (pH; 7,7).

Deellocatie A3; uitbreiding erf t.p.v. vm. bouwland In de geanalyseerde mengmonsters van de bovengrond van de meetpunten 89 t/m 94 en 95 t/m 100 overschrijden de gehalten aan (som) drins de achtergrondwaarden. In het geanalyseerde mengmonster van de ondergrond van de meetpunten 68 en 69 overschrijden de gehalten aan koper en nikkel de achtergrondwaarden. In het geanalyseerde mengmonster van de ondergrond van de meetpunten 63 en 67 zijn geen gehalten aan de onderzochte parameters gemeten boven de achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen.

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Johannes Postweg 7, 8a en 9 te Nagele (kenmerk: 210199)

Pagina 21 van 30

Tabel 4.5 Geanalyseerde grondwatermonsters locatie A met toetsing Deellocatie

Grondwater- Filterstelling Motivatie monster (m-mv)

A1: Voormalige bovengrondse

Pb. 52

1,5-2,5

petroleumtank

Gehalte in ^g/l en toetsing

Grondwater

Minerale olie ^

vm. tank

BTEXN^

A2; Huidig verhard erf

Pb. 55

2,0-3,0

Grondwater

Barium; 220, zink; 67

A3; uitbreiding erf t.p.v. vm.

Pb. 56

1,5-2,5

Grondwater

Barium; 150

bouwland

Uit tabel 4.5 blijkt het volgende.

Deellocatie A1; Voormalige bovengrondse petroleumtank In het grondwater uit peilbuis 52 zijn geen verhoogde gehalten aan minerale olie en/of vluchtige aromaten gemeten boven de streefwaarden en/of detectiegrenzen.

Deellocatie A2; Huidig verhard erf In het grondwater uit peilbuis 55 overschrijden de gehalten aan barium en zink de streefwaarden. Wij merken hierbij op, dat in het grondwater uit peilbuis 55 in het laboratorium geen afwijkende zuurgraad is gemeten (pH; 7,0).

Deellocatie A3; uitbreiding erf t.p.v. vm. bouwland In het grondwater uit peilbuis 56 overschrijdt het gehalte aan barium de streefwaarde. De gemeten gehalten aan barium en zink zijn waarschijnlijk een gevolg van (fluctuerende) van nature verhoogde achtergrondconcentraties, die vaker voorkomen in de regio. Gelet op de hoogte van de gemeten gehalten aan organische parameters achten wij het niet aannemelijk dat de betreffende resultaten negatief zijn beïnvloed door de troebelheid van de grondwatermonsters.

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Johannes Postweg 7, 8a en 9 te Nagele (kenmerk: 210199)

Pagina 22 van 30

4.6 Milieuhygiënische bodemkwaliteit locatie B; Johannes Postweg 8a In tabel 4.6 en 4.7 zijn de geanalyseerde grond- en grondwatermonsters van locatie B weergegeven, met toetsing conform tabel 4.2. Tabel 4.6 Geanalyseerde grondmonsters locatie B met toetsing Diepte Grondmonster Deellocatie (m-mv)

Motivatie

Gehalte in mg/kg d.s. en toetsing

B: huidig

Mp. 4, 5, 10 t/m 12, 14, 16

0,0-0,5

Bovengrond

Drins (som); 0,015

bouwland,

Mp. 3, 6, 13 t/m 15, 17, 18

0,0-0,5

Bovengrond

Drins (som); 0,012

Mp. 1, 7, 19 t/m 23

0,0-0,5

Bovengrond

Drins (som); 0,011, kwik; 0,15

Mp. 2, 8, 9, 24 t/m 30

0,0-0,5

Bovengrond

Drins (som); 0,011, kwik; 0,16

Mp. 3+4+5

0,5-2,0

Ondergrond

-

Mp. 1+6+7

0,5-2,0

Ondergrond

-

Mp. 2+8+9

0,5-2,0

Ondergrond

-

circa 1,5 ha

Uit tabel 4.6 blijkt het volgende. In de geanalyseerde mengmonsters van de bovengrond van de meetpunten 4, 5, 10 t/m 12, 14, 16, mp. 3, 6, 13 t/m 15, 17, 18, mp. 1, 7, 19 t/m 23 en mp. 2, 8, 9, 24 t/m 30 overschrijden de gehalten aan (som) drins en/of kwik de achtergrondwaarden. In de geanalyseerde mengmonsters van de ondergrond van de meetpunten 3, 4 en 5, 1, 6 en 7 en 2, 8 en 9 zijn geen gehalten aan de onderzochte parameters gemeten boven de achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen. Tabel 4.7 Geanalyseerde grondwatermonsters locatie B met toetsing GrondwaterFilterstelling Deellocatie Motivatie monster (m-mv)

Gehalte in ^g/l en toetsing

B: huidig

Pb. 1

1,5-2,5

Grondwater

Barium; 280, zink; 150

bouwland,

Pb. 2

1,5-2,5

Grondwater

Barium; 250, zink; 72

Pb. 3

2,0-3,0

Grondwater

Barium; 460

circa 1,5 ha

Uit tabel 4.7 blijkt het volgende. In het grondwater uit de peilbuizen 1, 2 en 3 overschrijden de gehalten aan barium en/of zink de streefwaarden. De gemeten gehalten aan barium en zink zijn waarschijnlijk een gevolg van (fluctuerende) van nature verhoogde achtergrondconcentraties, die vaker voorkomen in de regio. Gelet op de hoogte van de gemeten gehalten aan organische parameters achten wij het niet aannemelijk dat de betreffende resultaten negatief zijn beïnvloed door de troebelheid van de grondwatermonsters.

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Johannes Postweg 7, 8a en 9 te Nagele (kenmerk: 210199)

Pagina 23 van 30

4.7 Milieuhygiënische bodemkwaliteit locatie C; Johannes Postweg 9 In tabel 4.8 en 4.9 zijn de geanalyseerde grond- en grondwatermonsters van locatie C weergegeven, met toetsing conform tabel 4.2. Tabel 4.8 Geanalyseerde grondmonsters locatie C met toetsing Grond­ Diepte Deellocatie Motivatie (m-mv) monster C1; voormalige en

Mp. 32, 33

0,05-0,3

Minerale olie^

afwijkende waarnemingen

huidige bovengrondse tanks

Bovengrond huidige tank, geen

Analyseresultaten

Mp. 34

C2; voormalige

Mp. 40 t/m

bovengrondse

42

0,1-0,3

Bovengrond voormalige tanks,

Minerale

geen afwijkende waarnemingen

olie; 55

0,0-0,5

Bovengrond voormalige tank, geen afwijkende waarnemingen

Minerale olie^

BTEX^d

petroleumtank C3; voormalige

Mp. 74, 75

0,15-0,65

Bovengrond huidige olieopslag

Minerale olie^

bovengrondse

Mp. 88

0,04-0,54

Bovengrond huidige opslag GBM

OCB (som) ^

Mp. 71, 72

0,35-0,85/

Bovengrond werkplaats

Kobalt; 8,1

petroleumtank, en opslag olie en GBM C4; huidige werkplaats met voormalige opslag

0,04-0,54 Mp. 39

0,2-0,7

Bovengrond voormalige opslag GBM

Gamma HCH; 0,0089

Mp. 46, 50

0,15-0,65

Bovengrond, sporen baksteen

-

Mp. 44, 48

0,08-0,58/

Bovengrond, brokken/sterk

-

0,15-0,65

baksteen

0,15-0,65

Bovengrond, geen afwijkende

GBM C5; Huidig verhard erf

Mp. 76, 77, C6; uitbreiding erf

Mp. 101

t.p.v. vm. bouwland

t/m 106

-

waarnemingen

78 0,0-0,5

Bovengrond

Drins (som); 0,012

0,0-0,5

Bovengrond

Drins (som); 0,018

Mp. 62+64

0,5-2,0

Ondergrond

Kobalt; 8,9, nikkel; 23

Mp. 65+66

0,5-2,0

Ondergrond

Nikkel; 23

Mp. 107 t/m 112

Uit tabel 4.8 blijkt het volgende.

Deellocatie C1; voormalige en huidige bovengrondse tanks In het mengmonster van de zintuiglijk niet oliehoudende bovengrond van de meetpunten 32 en 33 bij de huidige bovengrondse tank is geen verhoogd gehalte aan minerale olie gemeten boven de achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen. In de zintuiglijk niet oliehoudende bovengrond van meetpunt 34, ter plaatse van de voormalige bovengrondse tanks overschrijdt het gehalte aan minerale olie de achtergrondwaarde. Vluchtige aromaten (BTEXN) zijn niet verhoogd gemeten boven de achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen. De ketenlengteverdeling van de aangetoonde minerale olie (met name middel­ zware oliefracties) duidt op een dieselachtig olieproduct.

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Johannes Postweg 7, 8a en 9 te Nagele (kenmerk: 210199)

Pagina 24 van 30

Deellocatie C2; voormalige bovengrondse petroleumtank In het mengmonster van de zintuiglijk niet oliehoudende bovengrond van de meetpunten 40 t/m 42 is geen verhoogd gehalte aan minerale olie gemeten boven de achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen.

Deellocatie C3; voormalige bovengrondse petroleumtank, en opslag olie en GBM In het mengmonster van de zintuiglijk niet oliehoudende bovengrond van de meetpunten 74 en 75 bij de huidige bovengrondse olieopslag is geen verhoogd gehalte aan minerale olie gemeten boven de achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen. In de bovengrond van meetpunt 88 bij de huidige opslag van gewasbeschermingsmiddelen zijn geen verhoogde gehalten aan OCB gemeten boven de achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen.

Deellocatie C4; huidige werkplaats met voormalige opslag GBM In het mengmonster van de zintuiglijk niet verontreinigde bovengrond van de meetpunten 71 en 72 ter plaatse van de werkplaats overschrijdt het gehalte aan kobalt de achtergrondwaarde. In de zintuiglijk niet oliehoudende verontreinigde bovengrond van meetpunt 88, ter plaatse van de voormalige opslag van gewasbeschermingsmiddelen overschrijdt het gehalte aan gamma-HCH de achtergrondwaarde.

Deellocatie C5; Huidig verhard erf In de geanalyseerde mengmonsters van de zintuiglijk baksteen houdende delen van de bovengrond van de meetpunten 46 en 50 en 44 en 48, alsmede de zintuiglijk niet verontreinigde bovengrond van de meetpunten 76, 77 en 78 zijn geen gehalten aan de onderzochte parameters gemeten boven de achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen.

Deellocatie C6; uitbreiding erf t.p.v. vm. bouwland In de geanalyseerde mengmonsters van de bovengrond van de meetpunten 101 t/m 106 en 107 t/m 112 overschrijden de gehalten aan (som) drins de achtergrondwaarden. In de geanalyseerde mengmonsters van de ondergrond van de meetpunten 62 en 64 en 65 en 66 overschrijden de gehalten aan kobalt en/of nikkel de achtergrondwaarden. Tabel 4.9 Geanalyseerde grondwatermonsters locatie C met toetsing Grondwater- Filterstelling Deellocatie Motivatie monster (m-mv) C1; voormalige en huidige

Pb. 31

2,8-3,8

bovengrondse tanks Pb. 36

2,5-3,5

Analyseresultaten

Grondwater huidige

Minerale olie ^

tank

BTEXN ^

Grondwater vm. tanks

Minerale olie ^ BTEXN ^

C2; voormalige bovengrondse petroleumtank, zuidzijde

Pb. 40

1,5-2,5

Grondwater vm. tank

Minerale olie ^ BTEXN ^

Pb. 47

1,5-2,5

Grondwater vm. tank en huidige olieopslag

Minerale olie ^ BTEXN ^

Grondwater werk­

-

oostelijke schuur C3; voormalige bovengrondse petroleumtank en opslag olie en GBM C4; huidige werkplaats met voor­

Pb. 39

1,7-2,7

malige opslag GBM, tevens C5 C6; uitbreiding erf t.p.v. vm.

plaats en verhard erf Pb. 62

2,3-3,3

Grondwater

Barium; 110

bouwland

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Johannes Postweg 7, 8a en 9 te Nagele (kenmerk: 210199)

Pagina 25 van 30

Uit tabel 4.9 blijkt het volgende.

Deellocatie C1; voormalige en huidige bovengrondse tanks In het grondwater uit de peilbuizen 31, bij de huidige bovengrondse tank en 36, ter plaatse van de voormalige bovengrondse tanks zijn geen gehalten aan minerale olie en/of vluchtige aromaten gemeten boven de streefwaarden en/of detectiegrenzen.

Deellocatie C2; voormalige bovengrondse petroleumtank, zuidzijde oostelijke schuur In het grondwater uit peilbuis 40 zijn geen gehalten aan minerale olie en/of vluchtige aromaten gemeten boven de streefwaarden en/of detectiegrenzen.

Deellocatie C3; voormalige bovengrondse petroleumtank en opslag olie en GBM In het grondwater uit peilbuis 40 zijn geen gehalten aan minerale olie en/of vluchtige aromaten gemeten boven de streefwaarden en/of detectiegrenzen.

Deellocatie C4; huidige werkplaats met voormalige opslag GBM, tevens C5 In het grondwater uit peilbuis 39 zijn geen gehalten aan de geanalyseerde parameters gemeten boven de streefwaarden en/of detectiegrenzen.

Deellocatie C6; uitbreiding erf t.p.v. vm. bouwland In het grondwater uit peilbuis 62 overschrijdt het gehalte aan barium de streefwaarde. Dit gehalte is waarschijnlijk een gevolg van (fluctuerende) van nature verhoogde achtergrondconcentraties, die vaker voorkomen in de regio. Gelet op de hoogte van de gemeten gehalten aan organische parameters achten wij het niet aannemelijk dat de betreffende resultaten negatief zijn beïnvloed door de troebelheid van de grondwatermonsters.

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Johannes Postweg 7, 8a en 9 te Nagele (kenmerk: 210199)

Pagina 26 van 30

4.8 Milieuhygiënische kwaliteit waterbodem In tabel 4.10 is het geanalyseerde waterbodemmonster weergegeven, met de toetsing conform tabel 4.3. Tabel 4.10 Toetsing resultaten slib watergang Monster Land­ Locatie Para­ bodem; meters) Klasse C7; te dempen

Mp. 113

sloot

t/m 122

Industrie

Minerale olie

Opper­ vlakte­ water Klasse A

Para­ meters) Zink, minerale olie

Aangren­ zend perceel

Para­ meter^)

Verspreidbaar

-

Uit tabel 4.10 blijkt het volgende.

Deellocatie C7; Te dempen sloot Bij toetsing van de resultaten (van de standaardparameters) ten behoeve van toepassing op landbodem voldoet het slib ter plaatse van de te dempen sloot aan de normen voor de klasse Industrie, op basis van het gemeten gehalte aan minerale olie. Bij toetsing van de resultaten (van de standaardparameters) ten behoeve van toepassing in oppervlaktewater is het slib ter plaatse van de te dempen sloot aangemerkt als klasse A, op basis van de gemeten gehalten aan minerale olie en zink. Het slib voldoet op basis van de toetsing van de resultaten van de standaardparameters aan de normen voor verspreidbaarheid op aangrenzende percelen.

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Johannes Postweg 7, 8a en 9 te Nagele (kenmerk: 210199)

Pagina 27 van 30

5. SAMENVATTING EN CONCLUSIES De doelstelling van het bodemonderzoek is bereikt. In dit hoofdstuk vindt u de samenvatting van de onderzoeksresultaten, en de conclusies en aanbevelingen die daaruit voortvloeien.

5.1 Samenvatting Door Eco Reest BV is een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de locatie Johannes Postweg 7, 8a en 9 te Nagele. Aanleiding tot het verkennend bodemonderzoek is de geplande uitbreiding van de bebouwing van de huidige gewasveredelingsbedrijven ter plaatse van de te onderzoeken locaties. Doel van het onderzoek is een indruk te verkrijgen omtrent de eventuele aanwezigheid van verontreinigingen in de grond en in het grondwater van het onderzoeksterrein. Dit gebeurt teneinde te bepalen of er vanuit milieuhygiënisch oogpunt belemmeringen bestaan voor het toekomstige gebruik van de locaties (bebouwing en verharding). Vooronderzoek

De onderzoekslocatie is kadastraal bekend als gemeente Noordoostpolder, sectie D, nrs. 1622, 2132, 2133 en 2260 (deels). Op de locatie Johannes Postweg nr. 7 is een bedrijfswoning met tuin aanwezig. Ten oosten van de woning ligt een met beton, asfalt en tegels verhard erf van circa 3.000 m2 met een schuur. Ter plaatse is in 1953 een bovengrondse petroleumtank geplaatst. De opdrachtgever is voornemens om het bedrijfsterrein met circa 7.000 m2 uit te breiden ter plaatse van het aangrenzende bouwland. De locatie Johannes Postweg nr. 8a is tot dusver onbebouwd en onverhard en in gebruik als bouwland. Op de locatie Johannes Postweg nr. 9 is een bedrijfswoning met aanwezig. Ten oosten van de woning ligt een met beton, stelconplaten en tegels verhard erf van circa 3.600 m2 met schuren. Aan de noordoostzijde van het erf zijn 3 bovengrondse gasolie- en benzinetanks aanwezig geweest. In de huidige situatie is hier één bovengrondse dieseltank aanwezig. Daarnaast zijn bovengrondse petroleum- of gasolietanks aanwezig geweest ten zuiden van de schuren. Inpandig is in de werktuigenberging sprake van een werkplaats met een voormalige opslag van gewasbeschermings­ middelen (GBM) en huidige opslagen van gewasbeschermingsmiddelen en olieproducten. De opdrachtgever is voornemens om het bedrijfsterrein met circa 6.300 m2 uit te breiden ter plaatse van het aangrenzende bouwland.

Hierbij wordt de sloot aan de oost- en zuidzijde van de locatie gedempt. Veldwerkzaamheden

Uit de veldwerkzaamheden blijkt dat de bodem van de onderzochte locatie tot circa 2,0 m-mv opgebouwd is uit zandige klei, gevolgd door veen tot circa 3,8 m-mv. Het grondwaterniveau is tijdens het onderzoek vastgesteld op dieptes tussen 0,9 en 2,0 m-mv. Tijdens het veldwerk is geconstateerd, dat aan de zuidzijde van het erf van J. Postweg nr. 7 een laag menggranulaat onder de verharding aanwezig is. Ter plaatse van het verharde erf van nr. 9 zijn plaatselijk lichte tot sterke bijmengingen met (homogene) baksteen in de bovengrond waargenomen.

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Johannes Postweg 7, 8a en 9 te Nagele (kenmerk: 210199)

Pagina 28 van 30

Bij de beoordeling van het terrein en het opgeboorde materiaal is ook speciaal gelet op asbest(houdende) materialen. Deze zijn zintuiglijk niet op de bodem en in het opgeboorde materiaal ter plaatse van het onderzoeksterrein waargenomen. Uit de chemische analyses is het volgende naar voren gekomen:

Deellocatie A1; Voormalige bovengrondse petroleumtank Johannes Postweg 7 In de bovengrond (mp. 53) is geen verhoogd gehalte aan minerale olie gemeten boven de achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen. In het grondwater uit peilbuis 52 zijn geen verhoogde gehalten aan minerale olie en/of vluchtige aromaten gemeten boven de streefwaarden en/of detectiegrenzen.

Deellocatie A2; Huidig verhard erf Johannes Postweg 7 In de bovengrond (mp. 52, 54, 57 en 61 en mp. 55, 56 en 59) zijn geen gehalten aan de onderzochte parameters gemeten boven de achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen. In de bovengrond (mp. 55 en mp. 80, 84, 85 en 87) overschrijden de gehalten aan zink en/of lood de achtergrondwaarden. In het grondwater uit peilbuis 55 overschrijden de gehalten aan barium en zink de streefwaarden. Ter plaatse van mp. 55 is in zowel de bovengrond als het grondwater geen afwijkende zuurgraad gemeten.

Deellocatie A3; uitbreiding erf t.p.v. vm. bouwland Johannes Postweg 7 In de bovengrond (mp. 89 t/m 94 en mp. 95 t/m 100) overschrijden de gehalten aan (som) drins de achtergrondwaarden. In de ondergrond (mp. 68 en 69) overschrijden de gehalten aan koper en nikkel de achtergrondwaarden. In de ondergrond van mp. 63 en 67 zijn geen gehalten aan de onderzochte parameters gemeten boven de achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen. In het grondwater uit peilbuis 56 overschrijdt het gehalte aan barium de streefwaarde.

Deellocatie B; Johannes Postweg 8a In de bovengrond (mp. 4, 5, 10 t/m 12, 14, 16, mp. 3, 6, 13 t/m 15, 17, 18, mp. 1, 7, 19 t/m 23 en mp. 2, 8, 9, 24 t/m 30) overschrijden de gehalten aan (som) drins en/of kwik de achtergrondwaarden. In de ondergrond (mp. 3, 4 en 5, mp. 1, 6 en 7 en mp. 2, 8 en 9) zijn geen gehalten aan de onder­ zochte parameters gemeten boven de achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen. In het grondwater uit de peilbuizen 1, 2 en 3 overschrijden de gehalten aan barium en/of zink de streefwaarden.

Deellocatie C1; voormalige en huidige bovengrondse tanks Johannes Postweg 9 In de bovengrond van mp. 32 en 33 bij de huidige tank is geen verhoogd gehalte aan minerale olie gemeten boven de achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen. In de bovengrond van mp. 34, ter plaatse van de voormalige bovengrondse tanks overschrijdt het gehalte aan minerale olie de achtergrondwaarde. Vluchtige aromaten (BTEXN) zijn niet verhoogd gemeten. In het grondwater uit de peilbuizen 31 en 36 zijn geen gehalten aan minerale olie en/of vluchtige aromaten gemeten boven de streefwaarden en/of detectiegrenzen.

Deellocatie C2; voormalige bovengrondse petroleumtank Johannes Postweg 9 In de bovengrond van mp. 40 t/m 42 is geen verhoogd gehalte aan minerale olie gemeten boven de achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen. In het grondwater uit peilbuis 40 zijn geen gehalten aan minerale olie en/of vluchtige aromaten gemeten boven de streefwaarden en/of detectiegrenzen.

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Johannes Postweg 7, 8a en 9 te Nagele (kenmerk: 210199)

Pagina 29 van 30

Deellocatie C3; voormalige bovengrondse petroleumtank, en opslag olie en GBM J. Postweg 9 In de bovengrond van mp. 74 en 75 bij de huidige olieopslag is geen verhoogd gehalte aan minerale olie gemeten boven de achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen. In de bovengrond van mp. 88 bij de huidige opslag van GBM zijn geen verhoogde gehalten aan organochloor-bestrijdingsmiddelen gemeten boven de achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen.

Deellocatie C4; huidige werkplaats met voormalige opslag GBM Johannes Postweg 9 In de bovengrond van mp. 71 en 72 ter plaatse van de werkplaats overschrijdt het gehalte aan kobalt de achtergrondwaarde. In de bovengrond van mp. 88, ter plaatse van de voormalige opslag van gewasbeschermingsmiddelen overschrijdt het gehalte aan gamma-HCH de achtergrondwaarde. In het grondwater uit peilbuis 39 zijn geen gehalten aan de geanalyseerde parameters gemeten boven de streefwaarden en/of detectiegrenzen.

Deellocatie C5; Huidig verhard erf Johannes Postweg 9 In de bovengrond van mp. 46 en 50, mp. 44 en 48 en mp. 76, 77 en 78 zijn geen gehalten aan de onderzochte parameters gemeten boven de achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen.

Deellocatie C6; uitbreiding erf t.p.v. vm. bouwland Johannes Postweg 9 In de bovengrond van mp. 101 t/m 106 en 107 t/m 112 overschrijden de gehalten aan (som) drins de achtergrondwaarden. In de ondergrond van mp. 62 en 64 en mp. 65 en 66 overschrijden de gehalten aan kobalt en/of nikkel de achtergrondwaarden. In het grondwater uit peilbuis 62 overschrijdt het gehalte aan barium de streefwaarden.

Deellocatie C7; Te dempen sloot Johannes Postweg 9 Voor toepassing op landbodem voldoet het slib aan de normen voor de klasse Industrie, op basis van het gemeten gehalte aan minerale olie. Ten behoeve van toepassing in oppervlaktewater is het slib aangemerkt als klasse A, op basis van de gemeten gehalten aan minerale olie en zink. Het slib voldoet aan de normen voor verspreidbaarheid op aangrenzende percelen.

5.2 Conclusies en aanbevelingen Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat in de boven- en ondergrond en in het grondwater overschrijdingen van de achtergrond- en streefwaarden zijn aangetoond. De in de grond gemeten verhoogde gehalten houden verband met het agrarische terreingebruik ter plaatse van de erven, alsmede het toepassen van GBM ter plaatse van het bouwland. Met betrekking tot de uitbreidingen van de erven van de nrs. 7 en 9 (deellocaties A3 en C6), alsmede de bouwlocatie nr. 8a (deellocatie B) is de onderzoekshypothese, zijnde onverdachte locaties, hiermee derhalve verworpen. De onderzoekshypothese met betrekking tot het huidige verharde erf van nr. 7 (deellocatie A2), de voormalige en huidige tanks op nr. 9 (deellocatie C1) en de werkplaats op nr. 9 (deellocatie C4), zijnde verdachte locaties, is hiermee derhalve bevestigd. Met betrekking tot de deellocaties A1 (voormalige bovengrondse tank op nr. 7), en C2, C3 en C5 (respectievelijk voormalige bovengrondse petroleumtank, voormalige tank en huidige opslag olie en GBM en huidig verhard erf nr. 9) is de onderzoekshypothese, zijnde voor minerale olie, vluchtige aromaten en plaatselijk OCB verdachte locaties verworpen, gelet op het niet aantonen van verhogingen aan de verdachte parameters.

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Johannes Postweg 7, 8a en 9 te Nagele (kenmerk: 210199)

Pagina 30 van 30

Gezien de aard en de concentraties van de aangetoonde parameters in relatie tot de bestemming van het terrein, concluderen wij dat verhoogde risico's voor de volksgezondheid en/of het milieu op basis van de aangetoonde chemische milieuhygiënische bodemkwaliteit, niet te verwachten zijn. De resultaten van het onderzoek vormen dan ook geen aanleiding tot nader onderzoek en zijn geen milieuhygiënische belemmering in relatie tot de huidige en toekomstige agrarische bedrijfsbestemming van het terrein. Het plan om bagger te verwerken moet ten minste vijf werkdagen van te voren worden gemeld bij https://www.meldpuntbodemkwaliteit.nl De meldingsplicht geldt voor alle toepassingen van grond en baggerspecie, met uitzondering van: » de toepassing van grond of baggerspecie door particulieren; » het toepassen van grond of baggerspecie binnen een landbouwbedrijf indien de grond of baggerspecie afkomstig is van een tot dat landbouwbedrijf behorend perceel grond waarop een vergelijkbaar gewas wordt geteeld als op het perceel grond waar de grond of baggerspecie wordt toegepast; * het verspreiden van baggerspecie uit een watergang over de aan de watergang grenzende percelen; * het toepassen van schone grond en baggerspecie in hoeveelheden kleiner dan 50 m3. Voor het toepassen van schone grond en baggerspecie in hoeveelheden vanaf 50 m3 moet eenmalig de toepassingslocatie worden gemeld.

Voor de verwerking van de onderhoudsspecie die voldoet aan de maximale waarden voor verspreiding over het aangrenzend perceel geldt in het kader van het Besluit Bodemkwaliteit (Regeling bodemkwaliteit) dat: - Vrijkomende specie tot aan de perceelsgrens mag worden verspreid. Hiervoor geldt een ontvangstplicht t.a.v. het aangrenzende perceel. Er hoeft niet getoetst te worden aan de kwaliteit van de ontvangende bodem. De verspreiding over aangrenzende percelen hoeft niet te worden gemeld. Op basis van het huidige totaal aan resultaten adviseren wij, om in het kader van de voorgenomen ontwikkeling de puinlaag onder de verharding aan de zuidzijde van het erf van Johannes Postweg nr. 7 op asbest te onderzoeken. Als er vragen zijn naar aanleiding van het onderzoek, kunt u contact opnemen met ons bureau. Eco Reest BV ing. M. van den Broek

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2116/documents/37110