CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

7.1 Ontwerpbestemmingsplan Landelijk gebied Johannes Postweg 7 8 9 Nagele (1).pdf

Gemeenteraad 29 januari 2024, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 7: (Ontwerp)bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Johannes Postweg 7, 8 en 9 te Nagele'28.484 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

5.7.2 Onderzoek De omvang van de voorgenomen ontwikkeling valt ruimschoots binnen de omvang van de categorieën van gevallen zoals opgenomen in het Besluit 'niet in betekenende mate' bijdragen. De voorgenomen ontwikkeling vindt plaats binnen de zone van 300 meter van een snelweg, maar het bestemmingsplan maakt geen nieuwe gevoelige functies mogelijk. 5.7.3 Conclusie Het aspect 'luchtkwaliteit' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

5.8 Water 5.8.1 Beoordelingskader Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is een watertoets uitgevoerd. Als gevolg van het planvoornemen zal het verhard oppervlak wijzigen. Onderzocht is hoe in de toekomstige situatie op een duurzame wijze kan worden omgegaan met hemelwater. Hierbij speelt vasthouden, bergen en afvoeren van water in eigen gebied een belangrijke rol. Wanneer voor bouwplannen een

6 november 2023 | Bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, Johannes Postweg 7, 8 en 9 te Nagele' | Witpaard

23

bestemmingsplanwijziging nodig is, zal als een verplicht onderdeel van een ruimtelijk plan of besluit, een waterparagraaf opgenomen moeten worden. Om invulling te kunnen geven aan de waterparagraaf en de waterbelangen te waarborgen dient in deze situatie de watertoets-procedure te worden doorlopen. De watertoets bevat een onderbouwing voor de waterparagraaf die een onderdeel vormt van de toelichting van het bestemmingsplan. De watertoets is géén aparte procedure, maar is een traject dat geïntegreerd is in de procedure van het ruimtelijk plan of besluit. Uitgangspunt hierbij is dat een ruimtelijk besluit of plan geen slechtere waterhuishoudkundige situatie oplevert dan in het bestaande beleid is vastgelegd. 5.8.2 Onderzoek Als onderdeel van de watertoets is de digitale watertoets van het waterschap doorlopen. Waterschap Zuiderzeeland is via deze weg van de ruimtelijke ontwikkelingen op de hoogte gebracht. De uitkomsten van de digitale watertoets en op welke wijze rekening is gehouden met de waterhuishoudkundige aspecten en het beleid van de waterbeheerders (waterschap Zuiderzeeland en de gemeente Noordoostpolder). Het onderzoeksrapport is als bijlage 4 opgenomen in de bijlagen bij toelichting. Compensatie toename verhard oppervlak en demping sloten Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling neemt het verharde oppervlak toe en worden een aantal sloten gedempt.

In onderstaande tabel is een overzicht van deze oppervlaktes opgenomen. Als gevolg hiervan geldt er voor de gehele ontwikkeling een waterbergingsopgave van circa 1.985 m2. Adrn

Johannes Postweg 7

Huidrg verhard oppervlak (m*) t 2.405

Johann«5 Postweg 8a

Toekomstig verhard oppervlak (m»)

Gedempt oppervlaktewater (m»)

Waterbergingsopgave (m») ±588

i 12 700 i 11.778

±848

Johannes Postweg 9

±2 945

1 10.052

±380

±771

Totaal

±5.350

±34.530

±380

±1.985

Binnen het plangebied is, door de aanwezigheid van storende veen- en kleilagen, geen infiltratie in de bodem mogelijk. Het afstromende schone hemelwater dient in open water te worden opgevangen. Voor deze ontwikkeling geldt dat 1.985 m2 open water moet worden gerealiseerd ter compensatie van het toekomstig verhard oppervlak. De percelen worden omgeven door nieuwe erfsloten. De totale lengte aan erfsloten die rondom het plangebied gerealiseerd kan worden bedraagt 745 m. Op basis van een bovenbreedte, van insteek tot insteek, van de erfsloot van 3,0 m bedraagt de totale waterberging 2.235 m2 (745 m x 3,0 m). Deze nieuwe sloten bieden hiermee voldoende ruimte om in de benodigde compensatie te voorzien. Hemelwater wordt zoveel mogelijk zichtbaar afgevoerd richting de sloten. Daar waar dit niet mogelijk blijkt zal afvoer plaatsvinden door middel van afbuizen. Riolering Het hemelwater en afvalwater dienen gescheiden aangeleverd te worden. Als gevolg van de ontwikkeling zal het aanbod van vuil- en proceswater wijzigen. Het huishoudelijk en bedrijfsafvalwater zal door middel van een septic tank, bezinkput of olie- en benzineafscheider opgevangen en verwerkt worden. In overleg met de gemeente Noordoostpolder zal tijdens de verdere planvorming de mogelijkheden omtrent en de wijze waarop er omgegaan wordt met hemel­ en afvalwater nader besproken moeten worden.

Vergunning Voor alle handelingen aan of in de nabijheid van een watergang zoals: dempen, graven, bouwen, onttrekken, lozen etc. is in het kader van de keur een vergunning van het waterschap benodigd en zal in overleg aangevraagd moeten worden. Daarnaast is een meldplicht in het kader van het Activiteitenbesluit is aan de orde voor wat betreft de (wijziging van de) lozingssituatie.

6 november 2023 | Bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, Johannes Postweg 7, 8 en 9 te Nagele' | Witpaard

24

5.8.3 Conclusie Het aspect 'water' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

5.9 Ecologie 5.9.1 Beoordelingskader 5.9.2 Onderzoek De quickscan Wet natuurbescherming is uitgevoerd in het kader van de sloop van meerde schuren en nieuwbouw. Het onderzoek heeft tot doel om in te schatten of er op de onderzoekslocatie planten­ en diersoorten, gebieden of houtopstanden aanwezig zijn die volgens de Wet natuurbescherming een beschermde status hebben en die mogelijk negatieve gevolgen kunnen ondervinden door de voorgenomen ingreep. Het onderzoeksrapport is als bijlage 5 opgenomen in de bijlagen bij toelichting. Soortenbescherming De aanwezigheid van geschikt habitat op de onderzoekslocatie voor de verschillende soorten en soortgroepen is weergegeven in onderstaande tabel. In de tabel is samengevat of de voorgenomen ingreep mogelijk verstorend kan werken en wat de consequenties zijn voor eventuele vervolgstappen, zoals soortgericht nader onderzoek of vergunningtrajecten. In de tabel is weergegeven of maatregelen noodzakelijk zijn om overtreding van de Wet natuurbescherming voor bepaalde soortgroepen te voorkomen. Geschikt habitat

Ingreep verstorend

Nader onderzoek

Ontheffìngsaanvraag

algemeen

P

ja

nee

nee

jaarrond beschermd

F»

nee

nee

nee

verblijfplaatsen

ía

mogeląk

ja

nee

aanvullend onderzoek rond woonhuis

loerageergebied

beperkt

nee

nee

nee

afhankelijk van aanwezigheid vleermuizen

nee

nee

nee

nee

Soortgrovp

Broedvogels

Bijzonderheden 1 opmerkingen*

het verwijderen van nestgelegenlteden buiten het broedseizoen uitvoeren

Vleermuizen

vliegroutes Grondgebonden zoogdieren

mmmaal

nee

nee

nee

Amftbteen

mmimaal

mogekţk

nee

nee

Reptielen

nee

nee

nee

nee

Vissen

nee

nee

nee

nee

Libellen en vlinders

nee

nee

nee

nee

Ovenge ongewervelden

nee

nee

nee

nee

Vaatplanten

nee

nee

nee

nee

Gebied aanwezig

Ingreep verstorend

Nader onderzoek

Vergunning* plicht

Natura 2000

7 km

nee

nee

nee

Natuumetwerk Nederland

2 km

nee

nee

nee

ia

ja

nee

nee

Gebiedsbescherming

Houtopstanden

aandacht voor zorgplicht ten aanzien van algemene soorten

melden bomenkap en herpUntmgspbcht binnen 3 jaar

Overzicht geschiktheid onderzoekslocatie voor soortgroepen en te nemen vervolgstappen. Aanvullende onderbouwing overige soorten In het kader van de Wet natuurbescherming is een aanvullende onderbouwing over het voorkomen van verschillende soort(groepen) binnen het plangebied opgesteld. Het onderzoeksrapport is als bijlage 6 opgenomen in de bijlagen bij toelichting. Huismus Het plangebied wordt ongeschikt geacht als nestlocatie door het ontbreken van geschikte bebouwing en voldoende voedselaanbod. Om deze reden is er geen nader onderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van de huismus.

6 november 2023 | Bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, Johannes Postweg 7, 8 en 9 te Nagele' | Witpaard

25

Kleine marterachtigen De windsingels/bomenrijen op de onderzoekslocatie zijn ongeschikt als leefgebied en verblijfplaats voor kleine marterachtigen, gezien het ontbreken van ondergroei. In het gehele plangebied ontbreekt het aan landschappelijke elementen die geschikt zijn voor kleine marterachtigen. De geschikte groenstroken die benoemt worden in de quickscan betreft de bermen langs de Johannes Postweg. Deze vallen buiten de planlocatie en blijven ongemoeid tijdens de werkzaamheden. Daarnaast worden deze bermen regelmatig gemaaid, waardoor deze stroken grote delen van het jaar ongeschikt zijn als leefgebied/verbinding voor kleine marterachtigen. Gezien het ontbreken van geschikt habitat voor kleine marterachtigen waar werkzaamheden zullen plaatsvinden, zijn negatieve gevolgen voor deze soortgroep uitgesloten. Rugstreeppad Op de locaties waar werkzaamheden zullen plaatsvinden is geen geschikte overwinteringshabitat aanwezig voor de soort. Negatieve gevolgen voor de rugstreeppad zijn om die reden uit te sluiten. Gebiedsbescherming Natura 2000 De onderzoekslocatie ligt niet binnen de grenzen, of in de directe nabijheid van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, IJsselmeer, bevindt zich op circa 7 kilometer afstand ten zuidenwesten van de onderzoekslocatie.

Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect, zoals toenamen van geluid, trilling, licht of depositie van stikstof. Externe effecten als gevolg van de voorgenomen plannen op de onderzoekslocatie zijn, gezien de afstand (± 7 km) tot de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden in combinatie met de aard van de plannen (sloop en nieuwbouw) niet te verwachten. Vervolgonderzoek in het kader van de gebiedsbeschermingsparagrafen uit de Wet natuurbescherming wordt niet noodzakelijk geacht. AERIUS-berekening Een mogelijk substantieel negatief effect van de voorgenomen ontwikkeling op de stikstofemissie en daarmee op Natura 2000-gebieden is door middel van een AERIUS-berekening nader onderzocht. Uit deze berekening blijkt dat bij de aanlegfase en de toekomstige gebruiksfase de stikstofdepositie niet hoger is dan 0,00 mol/ha/j op Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied. Daarmee kunnen op voorhand negatieve effecten op deze Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie uitgesloten worden. De AERIUS-berekening is als bijlage 7 opgenomen in de bijlagen bij toelichting. Natuurnetwerk Nederland De onderzoekslocatie maakt geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De onderzoekslocatie ligt ook niet in de nabijheid van een gebied, behorend tot het NNN.

Het meest nabijgelegen gebied bevindt zich circa 2 kilometer ten noordwesten van de onderzoekslocatie. Gezien de aard van de ingreep (sloop en nieuwbouw) en de afstand tot het NNN is van significante aantasting van de natuur in het NNN geen sprake. Houtopstanden De te kappen windsingels/bomenrijen vallen onder beschermde houtopstanden. Dit betekent dat voor het kappen van de bomen een meldingsplicht geldt bij de provincie Flevoland. Ook dient binnen 3 jaar herplant plaats te vinden, waardoor een ontheffing voor het kappen van beschermde houtopstanden niet noodzakelijk is. Ten behoeve van het bestemmingsplan is een inrichtingsplan opgesteld. In het inrichtingsplan is aangegeven op welke wijze de verplichte herplant van de te kappen singels plaatsvindt. 5.9.3 Vervolgonderzoek Vleermuizen In de quickscan Wet natuurbescherming is geconcludeerd dat een vervolgonderzoek naar het voorkomen van vleermuizen moet worden uitgevoerd rondom de te slopen voormalige

6 november 2023 | Bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, Johannes Postweg 7, 8 en 9 te Nagele' | Witpaard

26

bedrijfswoning op het perceel Johannes Postweg 9. Het onderzoeksrapport is als bijlage 8 opgenomen in de bijlagen bij toelichting. Uit het verrichte onderzoek naar gebouwbewonende vleermuizen is gebleken dat er geen beschermde functies voor deze soorten aanwezig zijn op de onderzoekslocatie. Conclusie en aanbevelingen Gezien het ontbreken van beschermde functies voor gebouwbewonende vleermuizen op de onderzoekslocatie, kan gesteld worden dat er geen aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn en dat er geen sprake is van een overtreding op de Wet natuurbescherming ten aanzien van deze soortgroep. 5.9.4 Conclusie Het aspect 'ecologie' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. 5.10 Archeologie en cultuurhistorie 5.10.1 Archeologie 5.10.1.1 Beoordelingskader Op 1 juli 2016 is de nieuwe Erfgoedwet in werking getreden. Deze wet vervangt onder meer de Monumentenwet 1988. In artikel 9.1 van de Erfgoedwet is echter bepaald dat tot het tijdstip waarop de nieuwe Omgevingswet in werking is getreden de bepalingen uit de Monumentenwet 1988 met betrekking tot archeologie van toepassing blijven. In het kader van een ruimtelijk plan is het noodzakelijk te onderzoeken in hoeverre de betreffende gronden van archeologische waarde kunnen zijn. De uitkomsten hiervan worden door het bevoegde gezag meegenomen in de belangenafweging.

5.10.1.2 Onderzoek Doel van het bureauonderzoek is een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is. Het inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) heeft tot doel de in het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting aan te vullen en te toetsen door middel van boringen. Het onderzoeksrapport is als bijlage 9 opgenomen in de bijlagen bij toelichting. Gespecificeerde archeologische verwachting bureauonderzoek Binnen het plangebied is sprake van drie mogelijke archeologische niveaus. In de top van het rivierduinzand, vanaf 1,5 m -mv (-6 tot -7 m NAP) kunnen resten voorkomen uit vooral de periode Laat-Paleolithicum - Vroeg-Neolithicum. Voor resten uit het Paleo- en Mesolithicum betreffen dit resten van jagers-verzamelaars. Deze resten zullen hoofdzakelijk bestaan uit vuursteenstrooiingen. Er kan sprake zijn van basiskampen, extractiekampen, depots en/of begravingen. Vanaf het Neolithicum ging men op vaste locaties wonen en werd landbouw toegepast. Uit het VroegNeolithicum kunnen zowel resten van jagers-verzamelaars als resten van landbouwers voorkomen. De resten uit deze periode bestaan overwegend uit vondststrooiingen van aardewerk en vuursteen, aangevuld met grondsporen. De archeologische resten uit deze perioden worden verwacht in de top van het duinzand.

De meeste vondsten zijn te verwachten in de intacte podzolbodem. Archeologische sporen worden verwacht direct onder de podzolbodem en tot ongeveer 25 cm in de top van de C-horizont. In het veen rondom de duinopduikingen kunnen bovendien afvallagen aanwezig zijn, op een vergelijkbare diepte. Wat betreft de archeologische indicatoren kan opgemerkt worden dat er sterke verschillen zijn in de waarde hiervan. Bewerkt vuursteen, aardewerk, verbrand bot en verbrande hazelnoten vormen sterke aanwijzingen voor een archeologische vindplaats. Onverbrand bot kan echter ook een natuurlijke oorsprong hebben. Ook houtskool kan een natuurlijke oorsprong hebben. Tijdens

6 november 2023 | Bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, Johannes Postweg 7, 8 en 9 te Nagele' | Witpaard

27

booronderzoek in het kader van de Hanzelijn is vastgesteld dat sprake is van een soort ‘houtskooldeken’ die over het landschap ligt. Mogelijk werden in het Mesolithicum bewust bosbranden gesticht om het landschap aantrekkelijk te maken voor dieren. Ook kan houtskool door de wind aangevoerd zijn. Van kampementen, nederzettingen en huisplaatsen is bekend dat deze zich vaak op de overgang van nat naar droog bevinden, dus zandopduikingen grenzend aan laagten. Depots en afvaldumps komen vooral in de lage delen voor. Archeologische resten worden vooral verwacht in de zones waar de bodem in het rivierduin nog intact is, dus waar een intact podzolprofiel aanwezig is. Hierbij dient echter opgemerkt te worden dat in de zones waar alleen een C-horizont aanwezig is, mogelijk nooit bodemvorming heeft plaatsgevonden. Dit is met name het geval in de laaggelegen delen van het pleistocene landschap. Naast aan- of afwezigheid van het podzolprofiel kan de mate van intactheid ook bepaald worden aan de hand van aanwijzingen over erosie van het zand. Dergelijke aanwijzingen betreffen bijvoorbeeld het aantreffen van verspoeld pleistoceen zand of zandigheid van de afdekkende veenlaag. In oeverafzettingen van het Wormer Laagpakket kunnen resten voorkomen uit het Neolithicum.

Mogelijk zijn dergelijke oeverafzettingen in het plangebied aanwezig, maar dit kan op basis van het bureauonderzoek niet met zekerheid bepaald worden. Indien aanwezig worden binnen deze afzettingen vooral resten uit het Midden-Neolithicum en mogelijk het Laat-Neolithicum verwacht. Gedurende het Laat-Neolithicum raakte het plangebied met veen bedekt. Vanaf de Laat-Romeinse tijd of Vroege-Middeleeuwen lag het plangebied in een meer. Vandaar dat geen resten uit deze perioden verwacht worden. In de bovenste meters kunnen in alle locaties resten van vliegtuigwrakken uit de Tweede Wereldoorlog en scheepswrakken uit de Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd voorkomen. Het gaat hierbij echter om toevalsvondsten die niet door middel van prospectief onderzoek opgespoord kunnen worden. Resultaten inventariserend veldonderzoek In de meeste boringen zijn geen rivierduinafzettingen binnen de maximale boordiepte van 2 à 4 m mv aangetroffen. In vier boringen is het rivierduin aangeboord. Het rivierduin is het hoogst gelegen in de meest zuidoostelijke boring 11, waar het duinzand op 1,8 m -mv (-6,3 m NAP) gelegen was. In de boringen ten noorden en zuidwesten hiervan, boring 12 en 10, ligt het duinzand op 2,2 à 2,9 m -mv (­ 6,9 à 7,5 m NAP). In de noordelijke boring 18 is duinzand op 2,8 m -mv (-7,3 m NAP) aangetroffen. In de top van het rivierduin is een grotendeels intacte podzolbodem aanwezig.

In de top van het rivierduin kunnen archeologische resten uit de prehistorie verwacht worden. Het uiterste oosten van het plangebied bevindt zich binnen een AMK-terrein waarbinnen zich een rivierduincomplex met bewoningsresten vanaf het Mesolithicum voorkomt. Uit het booronderzoek blijkt dat het rivierduin in de meest westelijke boring relatief hoog ligt, op 1,8 m -mv (-6,3 m NAP). In de overige boringen ligt het duinzand dieper dan 2 m -mv. Het Wormer Laagpakket is in één boring (boring 1) aangetroffen, op 3,5 m -mv (-8,2 m NAP). Het betreft hier echter geen oeverafzettingen, maar ongerijpte klei, die geïnterpreteerd is als lagunaire of komafzettingen met ongunstige bewoningsomstandigheden. Boven deze afzettingen is achtereenvolgens mineraalarm tot zwak kleiig bos- en rietveen (Hollandveen Laagpakket), sterk kleiig, amorf veen (Flevomeer Laag), uiterst siltige, sterk humeuze klei met zandlagen (Almere Laag) en uiterst fijn, sterk siltig zand met kleilagen (Zuiderzee Laag) aanwezig, hoewel niet alle lagen in elke boring zijn waargenomen. De bovenste 30 cm bestaat uit een bouwvoor van uiterst siltige klei. Dit betreft een vermenging van de IJsselmeer Laag met de Zuiderzee Laag. In enkele boringen is de bodem dieper verstoord, tot maximaal 1,7 m -mv. Deze verstoring is het sterkst ter plaatse van het erf van de Johannes Postweg 9.

Advies Ter plaatse van de geplande bouwblokken is tot 2 m -mv geboord en ter plaatse van de sloten tot 3 m -mv (en in boring 1 tot 4 m -mv). Over het algemeen wordt een bufferzone van 30 cm gehanteerd boven mogelijk aanwezige vindplaatsen. Vandaar dat geadviseerd wordt om in de zones waar geen rivierduin is aangetroffen niet dieper te verstoren dan 30 cm boven de maximale boordiepte (dus

6 november 2023 | Bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, Johannes Postweg 7, 8 en 9 te Nagele’ | Witpaard

28

maximaal 1,7 m -mv in de bouwblokken en 2,7 m -mv voor de sloten. In de zones waar het rivierduin wel is aangetroffen wordt aanbevolen om niet dieper dan 30 cm boven het rivierduin te graven. Bovendien wordt voor de fundering geadviseerd om gebruik te maken van een archeologievriendelijk bouwplan, waarbij het totale oppervlak van de heipalen minder dan 2% van het totale bouwvlak omvat en de onderlinge afstand tussen de palen minstens 4 m. Op basis van de huidige bouwplannen zal aan deze voorwaarden voldaan worden. Indien in de toekomst toch dieper gegraven zal worden, dient een vervolgonderzoek uitgevoerd te worden. Het vervolgonderzoek kan het beste worden uitgevoerd in de vorm van een inventariserend veldonderzoek, karterend booronderzoek, om de toppen van de rivierduinen systematisch te onderzoeken op het voorkomen van archeologische waarden. De resultaten van onderhavig onderzoek dienen te worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Noordoostpolder). De bevoegde overheid neemt vervolgens een besluit. Mochten tijdens de graafwerkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed).

5.10.1.3 Conclusie Het aspect 'archeologie' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. 5.10.2 Cultuurhistorie 5.10.2.1 Beoordelingskader Volgens artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moeten naast de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten ook cultuurhistorische waarden worden meegewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen. Dat betekent dat gemeenten een analyse moeten verrichten van de cultuurhistorische waarden in de ontwikkelingslocatie en moeten aangeven welke conclusies ze daar aan verbinden en op welke wijze ze deze waarden borgen in het bestemmingsplan. 5.10.2.2 Onderzoek Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een beschermd dorps- of stadsgezicht. De in het plangebied aanwezige bebouwing is niet aangewezen als een rijks- of gemeentelijk monument. In de directe omgeving van het plangebied komen geen aangewezen rijks- of gemeentelijke monumenten voor. De in het plangebied aanwezige bebouwing heeft geen bijzondere cultuurhistorische of architectonische waarde, die behouden dient te worden. De erfomvang en inrichting van de percelen aan de Johannes Postweg 7 en 9 zijn karakteristiek voor de oorspronkelijke verkaveling van de Noordoostpolder. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkelingen gaat deze karakteristiek verloren.

Het plan voor de landschappelijke inpassing voorziet echter in de aanleg van een groensingel rondom het nieuwe erf en de groenzone langs de weg wordt in stand gehouden. zodat wordt voldaan aan de eisen die hieraan gesteld worden in de structuurvisie (zie paragraaf 4.4.1). Op beide erven staat tevens een Schokbetonschuur. Deze schuren zijn karakteristiek voor de oorspronkelijke schurenbouw van de Noordoostpolder. Omdat de schuren qua omvang, bouwtechnische staat en aan de mogelijkheden voor het beoogde gebruik niet voldoen aan de eisen worden deze schuren gesloopt. In het plan voor de landschappelijke inpassing wordt de hoofdvorm en de nokrichting van de oorspronkelijke schuur overgenomen. 5.10.2.3 Conclusie Het aspect 'cultuurhistorie' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

6 november 2023 | Bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, Johannes Postweg 7, 8 en 9 te Nagele' | Witpaard

29

5.11 Besluit milieueffectrapportage 5.11.1 Beoordelingskader De voorgenomen ontwikkeling past niet binnen de geldende beheersverordening ‘Landelijk gebied’. Om de voorgenomen ontwikkelingen mogelijk te kunnen maken is een besluit in het kader van artikel 3.1, lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) noodzakelijk, in casu een bestemmingsplan. Op dergelijke besluiten is het Besluit milieueffectenrapportage (Besluit m.e.r.) van toepassing. Op 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. De wijziging van het Besluit m.e.r. volgt uit de implementatie van artikel 1, vierde lid, onder a en b, van Richtlijn 2014/52/EU van de Europese Unie. De artikelen 7.16 tot en met 7.20a van de Wet milieubeheer (Wm) zijn in de nieuwe wetgeving voor alle in het Besluit m.e.r. genoemde activiteiten van de D-lijst van toepassing, waarbij het niet uitmaakt of het een activiteit betreft boven of onder de D-drempel. 5.11.2 Onderzoek Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkelingen is een Aanmeldnotitie Besluit m.e.r. opgesteld. In de Aanmeldnotitie zijn de belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu beschreven, waarbij is ingegaan op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten.

De Aanmeldnotitie wordt gelijktijdig met het ontwerpbestemmingsplan voorgelegd aan het college van burgemeester en wethouders met het verzoek te besluiten geen milieueffectrapportage op te laten stellen. De Aanmeldnotitie is als bijlage 10 opgenomen in de bijlagen bij toelichting. Het besluit tot het vaststellen van het bestemmingsplan heeft geen betrekking op activiteiten die voorkomen op de D-lijst uit de bijlage van het Besluit m.e.r. Om die reden is het opstellen van een (vormvrije) mer-beoordeling niet noodzakelijk. 5.11.3 Conclusie De bepalingen uit het Besluit m.e.r. vormen geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. 5.12 Conclusie milieu en omgevingsaspecten De relevante milieu- en omgevingsaspecten vormen geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

6 november 2023 | Bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, Johannes Postweg 7, 8 en 9 te Nagele’ | Witpaard

30

6. Toelichting op de regels

6.1 Inleiding In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op de bestaande situatie, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het opstellen van het bestemmingsplan: de verbeelding (plankaart) en de regels. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de opzet van dit bestemmingsplan. Daarnaast worden de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels verantwoord. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom bepaalde bestemmingen zijn aangewezen en waarom bepaalde bebouwing acceptabel is. Het bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, regels en een verbeelding. De regels en de verbeelding vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan en dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. De toelichting vormt de verantwoording voor de gemaakte keuzen voor de inrichting van het plangebied en de toekenning van de bestemmingen. Met het bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Johannes Postweg 7, 8 en 9 te Nagele' worden de huidige bestemmingen gewijzigd, zodat de uitbreiding van de agrarische bedrijfspercelen met de daarbijbehorende voorzieningen mogelijk worden gemaakt. Dit bestemmingsplan is opgesteld aan de hand van de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen SVBP2012, zoals vastgelegd in de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012.

De regels zijn voor zover nodig op hun beurt weer aangepast aan specifieke situaties in het plangebied. De regels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende hoofdstukken: ^ ^ ^ ^

Hoofdstuk 1 Inleidende regels; Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels; Hoofdstuk 3 Algemene regels; Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels.

6.2 Opzet van de regels In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De Standaard voor vergelijkbare bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012) is verplicht. De Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 maakt het mogelijk bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op een zelfde manier worden verbeeld. Vergelijkbare bestemmingsplannen leiden tot een betere dienstverlening en tot een effectievere en efficiëntere overheid. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. 6.2.1 Inleidende regels In hoofdstuk 1 zijn regels opgenomen die gelden voor het gehele plangebied. Het hoofdstuk bevat de volgende artikelen: ^ ^

artikel 1 (Begrippen): In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen, voor een eenduidige interpretatie van deze begrippen. artikel 2 (Wijze van meten): Dit artikel geeft onder meer bepalingen waar mag worden gebouwd en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden.

6 november 2023 | Bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, Johannes Postweg 7, 8 en 9 te Nagele' | Witpaard

31

6.2.2 Bestemmingsregels In hoofdstuk 2 zijn de verschillende bestemmingen die voorkomen in het plangebied vertaald in juridische regels. Voor ieder gebied op de verbeelding is de bestemming aangegeven. De regels zijn per bestemming onderverdeeld in onder meer: ^ ^ ^ ^

Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan (wonen, bedrijvigheid etc.); Bouwregels: ruimtelijke bouwregels waaraan de bebouwing moet voldoen (bebouwingshoogte, bebouwingspercentage etc.); Gebruiksregels: regels ten aanzien van het toegestane gebruik van gronden en bouwwerken; Afwijken van de gebruiks- en bouwregels: regels voor gevallen waarin kan worden afgeweken en onder welke voorwaarden van bouw- en gebruiksregels.

In paragraaf 6.3 van de toelichting worden de verschillende bestemmingen nader toegelicht. 6.2.3 Overige regels In hoofdstuk 3 zijn algemene regels opgenomen. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: ^

^

^

^

artikel 6 (Anti-dubbeltelregel): deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te kunnen voorkomen. Dit kan zich met name voordoen, indien een deel van een bouwperceel, dat reeds bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage was betrokken, wederom - nu ten behoeve van de berekening van het maximale bebouwingspercentage van een ander bouwperceel - wordt betrokken; artikel 7 (Algemene gebruiksregels): in de algemene gebruiksregels zijn een aantal functies opgenomen die in elk geval in strijd met het bestemmingsplan. Tevens zijn in dit artikel regels opgenomen ten aanzien van het realiseren van voldoende parkeerplaatsen indien sprake is van een verwachte parkeerbehoefte als gevolg van het gebruik van gronden en/of gebouwen; artikel 8 (Algemene afwijkingsregels): op basis van de algemene afwijkingsregels kunnen Burgemeester en wethouders omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van onderdelen van bestemmingsregels, mocht dat in die regels zelf niet geregeld zijn. Bedoeld worden onder meer geringe afwijkingen van bouw- of bestemmingsgrenzen; artikel 9 (Overige regels): in dit artikel zijn regels opgenomen voor vergunningplichtige werken, geen bouwwerk zijnde en werkzaamheden. Daarnaast zijn er regels opgenomen om voldoende parkeerruimte en laad- en losruimte te garanderen.

6.2.4 Overgangs- en slotregels In hoofdstuk 4 staan de overgangs- en slotbepalingen. In artikel 10 (Overgangsrecht) is het overgangsrecht beschreven. Hierin wordt aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. De inhoud van deze regels is overgenomen uit de standaardregels uit het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In artikel 11 (Slotregel) is de officiële benaming van dit bestemmingsplan weergegeven en de datum van vaststelling door de gemeenteraad. 6.3 Nadere toelichting op de regels Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing opgericht mag worden. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar mogelijk worden gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied.

6 november 2023 | Bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, Johannes Postweg 7, 8 en 9 te Nagele' | Witpaard

32

Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de keuzes die zijn gemaakt nader onderbouwd. Hierbij zullen de bestemmingen in dezelfde volgorde als in de regels worden behandeld. In dit bestemmingsplan zijn de bestemmingen 'Agrarisch - Agrarisch onderzoeksbedrijf', 'Groen Erfsingel', en 'Verkeer' opgenomen. De regels voor deze bestemmingen zijn gebaseerd op diverse bestemmingsplannen die van kracht zijn in het landelijk gebied van de van de gemeente en, voor zover noodzakelijk, passend gemaakt om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken. De bestemming 'Agrarisch - Agrarisch onderzoeksbedrijf' is opgenomen om de bedrijfsvoering van KWS Benelux mogelijk te maken. De bestemming is toegekend aan de percelen Johannes Postweg 7, 8 en 9 en het perceel ten zuiden van de bestaande bedrijfslocatie. Deze bestemming maakt naast de bedrijfsmatige functie tevens een kantoor en de tijdelijke huisvesting van personeel mogelijk. In de regels is opgenomen dat het in strijd is met de bestemming om meer dan 20 personeelsleden tijdelijk te huisvesten. Het realiseren van bebouwing is uitsluitend mogelijk binnen een bouwvlak of een gebied dat specifiek voor bebouwing is aangeduid.

In de regels van de bestemming is de maatvoering van de toekomstige bebouwing opgenomen. In de begrippen is een definitie opgenomen van een agrarisch onderzoeksbedrijf. De bestemming 'Groen - Erfsingel' is opgenomen ten behoeve van het behoud en de aanleg van een erfsingel rondom de bedrijfspercelen ten behoeve van de landschappelijke inpassing van de nieuwe bebouwing. De bestemming 'Verkeer' is opgenomen ten behoeve van de ontsluiting van het plangebied over de Johannes Postweg.

6 november 2023 | Bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, Johannes Postweg 7, 8 en 9 te Nagele' | Witpaard

33

7. Financiële uitvoerbaarheid

7.1 Inleiding In dit hoofdstuk worden de exploitatie van het plan en de eventueel daaruit voortvloeiende planschade besproken. 7.2 Exploitatie De Grondexploitatiewet (afdeling 6.4 Wet ruimtelijke ordening) gaat ervan uit dat bij het bestemmingsplan een exploitatieplan wordt vastgesteld tenzij het kostenverhaal anders verzekerd is. De voor dit bouwplan en bestemmingsplan te maken kosten, waaronder eventuele tegemoetkoming in schade, zijn voor rekening van de betrokken initiatiefnemer. Met hem zijn hierover bindende afspraken gemaakt, die zijn vastgelegd in een anterieure overeenkomst. Om die reden maakt een exploitatieplan geen deel uit van dit bestemmingsplan.

6 november 2023 | Bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, Johannes Postweg 7, 8 en 9 te Nagele' | Witpaard

34

8. Maatschappelijke uitvoerbaarheid

8.1 Inleiding De procedure voor vaststelling van een bestemmingsplan is geregeld in de Wet ruimtelijke ordening. Aangegeven is dat tussen de gemeente en verschillende instanties waar nodig overleg over het plan moet worden gevoerd, voordat een ontwerpbestemmingsplan ter visie kan worden gelegd. Bovendien is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing verklaard (zienswijzenprocedure). 8.2 Overleg Het concept ontwerpbestemmingsplan is voorgelegd aan de provincie Flevoland. De provincie is in hoofdlijnen akkoord met de voorgestelde wijziging van het bestemmingsplan. Ten aanzien van de onderwerpen stikstof, ecologie en landschap is een aantal opmerkingen gemaakt. Van deze opmerkingen is kennisgenomen en zijn grotendeels verwerkt in het definitieve ontwerpbestemmingsplan. 8.3 Zienswijzen Het ontwerp van dit bestemmingsplan zal te zijner tijd worden gepubliceerd, zodat belanghebbenden een zienswijze kunnen indienen. Deze zienswijzen worden in deze paragraaf opgenomen en beantwoord.

6 november 2023 | Bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, Johannes Postweg 7, 8 en 9 te Nagele' | Witpaard

35

WTPAARD GEBIEDSONT WIKKELING

BESTEMMINGSPLAN ‘Landelijk gebied, Johannes Postweg 7, 8 en 9 te Nagele’

Planstatus: ontwerp Datum: 2023-11-06 IMRO code: NL.İMRQ.0171.BP00731-QN01

BIJLAGEN BIJ TOELICHTING

Inhoudsopgave Bijlage 1: Omgevingsvergunning Bijlage 2: Landschappelijk inpassingsplan Bijlage 3: Bodemonderzoek Bijlage 4: Watertoets Bijlage 5: Quickscan ecologie Bijlage 6: Aanvullende onderbouwing quickscan ecologie Bijlage 7: AERIUS berekening Bijlage 8: Vervolgonderzoek vleermuizen Bijlage 9: Archeologisch onderzoek Bijlage 10: Aanmeldnotitie Besluit m.e.r.

Concept gemeente Noordoostpolder Afschrift aan: BEL, Groothuis Bouwgroep, W. Groothuis en Zn. Beheer BV, t.a.v. de heer F.J. Lammers, Postbus 64, 8280 AB Genemuiden

Nr. HZ_WABO 2012-0107

omgevingsvergunning (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) Voor de activiteiten bouw, reclame, inrit/uitweg en ro (afwijken van de bestemming) Burgemeester en wethouders van de gemeente Noordoostpolder, besluiten op de aanvraag van: KWS POTATO B.V. t.a.v. de heer G.A.M. Boveé Postbus 1049 8300 BA EMMELOORD De aanvraag is ingediend op 2 maart 2012, onder nr. HZ_WABO 2012-0107, waarbij vergunning wordt gevraagd voor de volgende activiteiten: -

het bouwen van een bouwwerk (bouwen); een uitweg te maken, te hebben of te veranderen of het gebruik daarvan te veranderen (uitrit); het gebruik van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan (afwijken van het bestemmingsplan);

Locatie Het gaat hierbij om het bouwen van een kantoor en bedrijfshal, het plaatsen van een handelsreclame en erfafscheiding en het aanleggen van een uitrit, op het perceel kadastraal bekend gemeente Noordoostpolder, sectie D, nr. 709. Aan het pand/verblijfsobject waarvoor bij deze een vergunning wordt verleend, is het volgende adres toegekend Johannes Postweg 8, 8308 PB te Nagele. Procedure De besluitvormingsprocedure is uitgevoerd overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.7 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna:Wabo) (reguliere procedure). De aanvraag is getoetst aan de Wabo en de bouwverordening. Ook is de aanvraag getoetst aan het Besluit omgevingsrecht en de Ministeriële regeling omgevingsrecht (hierna:Mor). Artikel 2.8 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) biedt de grondslag voor de indieningsvereisten. Dit betreft de gegevens en bescheiden die bij een aanvraag om een omgevingsvergunning moeten worden ingediend om tot een ontvankelijke aanvraag te komen. De regeling is uitgewerkt in paragraaf 4.2 van het Bor, met een nadere uitwerking in de Mor.

Ontvankelijkheid Na ontvangst van de aanvraag heb ik deze aan de hand van de Bor en Mor getoetst op ontvankelijkheid. Daarbij is gebleken dat een aantal gegevens ontbraken. De aanvrager is hierop in de gelegenheid gesteld aanvullende gegevens aan te leveren. Ik heb de aanvullende gegevens ontvangen op 5 april 2012. Ik ben van oordeel dat

1

de aanvraag alsmede de latere aanvulling daarop voldoende informatie bevat voor een goede beoordeling. De aanvraag is dan ook ontvankelijk en in behandeling genomen.

Bevoegd gezag Gelet op bovenstaande projectbeschrijving, alsmede op het bepaalde in hoofdstuk 3 van het Bor en de daarbij horende bijlage is het college van burgemeester en wethouders van Noordoostpolder het bevoegd gezag om de omgevingsvergunning te verlenen of (gedeeltelijk) te weigeren.

Onlosmakeliikheid Met toepassing van artikel 2.7 van de Wabo is beoordeeld of de aangevraagde activiteiten onlosmakelijk zijn verbonden met andere activiteiten als bedoeld in artikel 2.1 en 2.2 van de Wabo. Als dat het geval is en onderhavige aanvraag slechts betrekking zou hebben op een van de onlosmakelijke activiteiten dan leidt dit tot buiten behandeling laten van de aanvraag als die activiteiten niet alsnog deel uitmaken van de aanvraag. Overwegingen Het bouwen van een bouwwerk (bouwen); In artikel 2.1, eerste lid onder a van de Wabo is bepaald dat een vergunning nodig is voor het bouwen van een bouwwerk. In artikel 2.10 van de Wabo wordt aangegeven waar een aanvraag om omgevingsvergunning voor de activiteit bouw aan getoetst moet worden. De aanvraag om omgevingsvergunning is getoetst aan het Bouwbesluit 2003, de bouwverordening, en het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Landelijk gebied 2004" en de redelijke eisen van welstand. De aanvraag is in strijd met het bestemmingsplan "Landelijk gebied 2004". Het bouwplan is in strijd met artikel 5 lid 5 waarin is bepaald dat bebouwing alleen mag plaatsvinden binnen het bebouwingsvlak. De bouw van de bedrijfshal vindt gedeeltelijk plaats buiten het bebouwingsvlak.

De welstandscommissie heeft conform artikel 6.2 van de Bor, met inachtname van de criteria zoals deze door de gemeenteraad zijn vastgelegd in de gemeentelijke welstandsnota, op 24 april 2012 een positief advies uitgebracht.

Een uitweg te maken, te hebben of te veranderen of het gebruik daarvan te veranderen (uitrit); In artikel 2.2, eerste lid onder e van de Wabo is bepaald dat een vergunning nodig is voor een uitweg te maken, te hebben of te veranderen of het gebruik daarvan te veranderen (uitrit) indien dit in een gemeentelijke verordening is bepaald. De gemeente Noordoostpolder heeft in de "Algemene Plaatselijke Verordening Noordoostpolder" bepalingen opgenomen omtrent het maken, veranderen van een uitweg. In artikel 2.18 van de Wabo wordt aangegeven dat wanneer een aanvraag betrekking heeft op een gemeentelijke verordening, de vergunning slechts verleend of geweigerd kan worden op de gronden die zijn aangegeven in de betrokken verordening.

2

De aanvraag is beoordeeld op grond van artikel 2.12, van de Algemene Plaatselijke Verordening Noordoostpolder en is hiermee in overeenstemming. De aanvraag is getoetst aan het gemeentelijk beleid: Het college van burgemeester en wethouders staat - in het kader van het bevorderen van de verkeersveiligheid - per agrarisch bedrijf één uitweg toe; dit is de uitweg van het erf naar de weg. Een tweede uitweg is alleen toegestaan: a. als regelmatig met grote voertuigen achteruit de rijweg of het erf opgereden moet worden; dan is namelijk de verkeersveiligheid in het geding; b. in het geval een kavel wordt toegevoegd aan een kavel van het bedrijf, maar deze kavels niet direct aan elkaar grenzen; hier is het belang van bedrijfsvoering van doorslaggevende aard.

Het gebruik van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan; In artikel 2.1, lid 1, onder c van de Wabo is bepaald dat het verboden is gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan te gebruiken. Op grond van artikel 2.10 lid 2 Wabo wordt een aanvraag om omgevingsvergunning welke in strijd is met het geldende bestemmingsplan mede aangemerkt als een verzoek om afwijking van het bestemmingsplan. Er kan medewerking worden verleend middels een afwijking van het bestemmingsplan op grond van artikel 2.12 lid 1 onder a sub 1 (binnenplanse afwijking). Het college is bevoegd met een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid op grond van artikel 2.12 lid 1 onder a sub 1 Wabo mee te werken aan de aanvraag omdat er in artikel 5 lid 11 van het bestemmingsplan "Landelijk Gebied 2004" een afwijkingsmogelijkheid is opgenomen voor overschrijding van de grens van het bebouwingsvlak. De aanvraag voldoet aan de voorwaarden als genoemd in het bestemmingsplan.

Besluit Gebleken is dat uw aanvraag voldoet en daarom besluiten burgemeester en wethouders, gelet op artikel 2.1, 2.2 en paragraaf 2.3 van de Wabo, de omgevingsvergunning te verlenen. De omgevingsvergunning wordt verleend onder de bepaling dat de gewaarmerkte stukken en bijlagen en de navolgende voorschriften deel uitmaken van de vergunning. Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na verzending. Emmeloord, 7 mei 2012 Verz. namens het college van burgemeester en wethouders,

de heer O.W.M. Storms manager Vergunningen

3

e

2.005.000,00

Bouwactiviteiten Advies Welstands-commissie Binnenplanse afwijking 3.6 WRO Uitweg Z inrit Bouwkundige brandpreventieve voorzieningen

e e e e e

32.125,00 6.015,00 575,00 154,75 154,75

Totaal omgevingsvergunning

e

39.024,50

Begroting der bouwkosten

Legeskosten omgevingsvergunning

Een legesnota wordt u binnenkort separaat toegezonden.

Voorschriften Voor de activiteit bouwen: 1. Het bouwtoezicht dient tenminste twee dagen van te voren door middel van bijgevoegd kaartje in kennis te worden gesteld van de aanvang der werkzaamheden, ontgravingswerkzaamheden daaronder inbegrepen. 2. De aanvang van heiwerkzaamheden, indien van toepassing, dient tenminste één dag voor aanvang gemeld te worden. Uiterlijk twee dagen na het gereed komen van de werkzaamheden dient er een kalenderstaat te worden overlegd. 3. Tenminste twee dagen van tevoren dient het bouwtoezicht gelegenheid te krijgen om: de wapening te controleren alvorens beton wordt gestort, uit het zicht komende (staal-)constructies te controleren en uit het zicht komende riolering te controleren. 4. Uiterlijk op de dag van beëindiging dient de voltooiing van het gebouw door middel van bijgevoegd kaartje gemeld te worden. 5. KANTOOR De constructietekeningen 4482-K - P1, B1, B1W, G1 (d.d. 29-02-2012) met bijbehorende berekening zijn beoordeeld en akkoord bevonden. Van de volgende constructieonderdelen dienen, tenminste drie weken voor het aanbrengen van het betreffende onderdeel, nog tekeningen en berekeningen in tweevoud te worden ingediend: 1. paalspecificatie; 2. begane grond- en verdiepingsvloer (kanaalplaat); 3. overzichtstekeningen van de staalconstructie (leverancier) met ankerplan en bijbehorende detailberekeningen; 4. dakplaten en stalen gordingen; 5.

stalen trappen, bordessen, leuningen en balusters; 6. betonlateien. 6. BEDRIJFSHAL De constructietekeningen 4482 - P1, B1, B1W, S1 en S2 (revisie A, d.d. 29-02-2012) met bijbehorende berekening zijn beoordeeld en akkoord bevonden. Van de volgende constructieonderdelen dienen, tenminste drie weken voor het aanbrengen van het betreffende onderdeel, nog tekeningen en berekeningen in tweevoud te worden ingediend: 1. paalspecificatie; 2. verdiepingsvloer (200mm kanaalplaat);

4

3. overzichtstekeningen van de staalconstructie (leverancier) met ankerplan en bijbehorende detailberekeningen; 4. tekeningen van de stalen dakplaten en berekeningen van de bevestiging (kipstabiliteit liggers). Er mag pas worden gestart met het betreffende onderdeel, als deze voorwaarden zijn goedgekeurd door de constructeur van het cluster Vergunningen. Voor de activiteit uitrit buiten de bebouwde kom 1. De kosten van de aanleg van de uitweg zijn geheel voor uw rekening. 2. De constructie van de uitweg moet als volgt zijn (zie tekening BV 00A 5 april 2012): a) de breedte van de dam in de kruin is maximaal 7,50 m; b) de dam moet worden voorzien van een verharding breed maximaal 3,50 m; c) de verharding kan bestaan uit heidekleurige betonklinkers van 0,08 m in keperverband of uit een asfaltverharding dik tenminste 0,12 m op een fundering van zand 0,30 m en puin 0,25 m. In het laatste geval moet u rekening houden met de aanleg van mantelbuizen voor kabels en leidingen; d) om schade aan de berm te voorkomen moet er tegenover de uitweg een verbreding van grasbetontegels worden toegepast. 3. Op de kavel moet een verharding (klinkers, beton of asfalt) worden aangebracht van minimaal 20 m lang, om te voorkomen dat grond vanaf de kavel op de openbare weg terecht komt. 4.

De constructie van de uitweg en de te gebruiken materialen moeten worden gekeurd door of namens de manager van het ingenieursbureau. 5. Ook moet rekening worden gehouden met eventuele eisen die ter plaatse door de nutsbedrijven worden gesteld. 6. Voor de juiste ligging van kabels en leidingen moet u drie werkdagen voor het graven contact opnemen met KLIC (Kabels en Leidingen Informatie Centrum), telefoon: 0800 - 00 80. 7. De aan te brengen duiker moet zijn goedgekeurd door het Waterschap Zuiderzeeland, telefoon: (0527) 63 05 60. Voor de toestemming van het Waterschap Zuiderzeeland moet een verzoek worden ingediend bij het Waterschap Zuiderzeeland, Regio Noord, t.a.v. de heer A.D. v.d. Molen, Postbus 229, 8200 AE Lelystad. Een afschrift van deze brief zal ter informatie aan het waterschap worden toegezonden. 8. Uiterlijk drie dagen voordat de werkzaamheden starten moet u contact opnemen met genoemde toezichthouder. Ter informatie voor u als vergunninghouder: Op basis van het burgerlijk wetboek art. 6:174 het eerste lid, is een vergunninghouder aansprakelijk voor elke schade door eigen gebruik dan wel door gebruik van derden en moet deze als goed beheerder de nodige maatregelen treffen om te voorkomen dat derden schade ondervinden. Dit betreft de gehele inritconstructie inclusief de kolken tot aan de kant weg. Bijlage: Principe aanlegtekening inrit buiten de bebouwde kom.

5

Datum

Omschrijving

nummer:

noordoostpolder

postbus 155

3 30 12-5 -

830Ũ AD Emmebard

tel. f0527) 633911

-

b adnr:

fax f0527) 617020

e-mail:

plaats:

PRÍNCIPE DETAIL UITWEGCONSTRUCTIE

du stercivlel technfek@noordoostpotder.nl

bestek: N.V.T.

eenheid:

dat: 07-06-2005

realisatie en beheer

get: J.A.V

geï:

onderwerp:

cluster:

uifcwegconstructie buíten de bebouwde kom

civiele techniek

schaal1:200

Formaat

van de aanvrager

uítwegconstructie; betonkhnkers heidekleur dik 0,08 m zandbed dik 0,70 m. of asfalt dik min. 0,12 m. op puingronuloat dik 0,25 m en zandbed dik mm. 0,30 m.

duiker aanbrengen materiaal, lengte, hoogte en dmm. wordt bepaald door het Waterschap

talud sloot min. 1:1,5 bestaande sooi

sloot dempen: vergunning via het Waterschap

8.00

10.00

8.00

10.00

oestaonae weg

5.00

constructie verbreding: grasbetontegels 400x400x120 mm op zandbed dik 0,70 m

6

Algemene informatie 1. Op de bouwlocatie dienen te allen tijde aanwezig te zijn: de omgevingsvergunning, andere vergunningen en ontheffingen, het bouwveiligheidsplan en eventuele aanschrijvingen volgens de Wabo. Deze gegevens dienen ook aan de ambtenaren van het cluster Handhaving ter beschikking te worden gesteld. 2. De omgevingsvergunning kan worden ingetrokken, indien: binnen 26 weken na het onherroepelijk worden van de vergunning geen aanvang met de werkzaamheden is gemaakt of de werkzaamheden zich hebben beperkt tot loopings- en grondwerken of tot werkzaamheden van voorbereidende aard, de werkzaamheden gedurende 26 weken zijn gestaakt en niet zijn hervat en indien blijkt, dat de vergunning is verleend op grond van onjuiste of onvolledige opgave van de aanvrager of zijn gemachtigde. 3. Het is verboden een nieuw of geheel vernieuwd gebouw of gedeelte daarvan in gebruik te geven of te nemen indien één van de volgende omstandigheden zich voordoet: het bouwwerk is niet gereed gemeld bij het cluster Handhaving; er is niet gebouwd overeenkomstig de omgevingsvergunning. MOGELIJKHEID TOT HET INDIENEN VAN BEZWAREN Volgens de Algemene wet bestuursrecht kunnen al diegenen van wie het belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken daartegen bezwaar aantekenen.

Dat kan door binnen zes weken na de datum van bekendmaking van dit besluit een bezwaarschrift in te dienen bij het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen. In het bezwaarschrift moet in ieder geval het volgende vermeld worden: » de naam en het adres van de indiener; » de datum van het bezwaarschrift (dagtekening); » een omschrijving van het besluit waartegen bezwaar wordt gemaakt; » de reden(en) waarom bezwaar wordt gemaakt; » een handtekening. Wanneer iemand een bezwaarschrift heeft ingediend, kan hij daarnaast de Voorzieningenrechter van de rechtbank Zwolle-Lelystad, sector bestuursrecht (Postbus 10067, 8000 GB Zwolle) vragen een voorlopige voorziening te treffen, indien de onmiddellijke uitvoering van het besluit onherstelbare gevolgen met zich meebrengt. Het indienen van een bezwaarschrift schorst namelijk niet automatisch de geldigheid van het besluit. Aan de indiening van een verzoek om voorlopige voorziening zijn kosten verbonden. Nadere informatie over de behandeling van bezwaarschriften kan worden verkregen bij het cluster Advies, tel. 63 35 12/63 33 66.

7

t Haag Doorontwikkelen bestaande erf singel Vizier naar buitengebied (geen onderbeplanting aanbrengen)

Q

C

O

0o0o

# o 0 o ^o0o0 ^voVoVoVoVoVoVoVoVoVoVoVoVoVoVoVoVoVoVoVoVo u o u o o

o

0*0*0*p*0*u* of )o( )o( )o( )o( )o( O'O'O^ÖXyO VvmfvV

o

—1 oVoVoVoVqVo

O

o

75.00

•Jv •Jv

-P ------ 4---------P

0V0V0 •Vi .nVo.

-p -------4--

9.80

-P ------ 4---------P

Parkeerplaatsen

w TO

w w

•Jv

0V0V0

4-

•V* •0*0-

í

w

•Sŵ w w

•Jv

oVoVo •V* VoVoV

Zone voor eventuele nieuwbouw

w w w

:V* lí í

TO

(Sier)tuin

_______________________________ 4-

I---------------------------------------------------------------

Haag

-0

vľ IQ L Oi U U U Li U fc' Mogelijkheid voor tweede doorgang

t

1

~

.

—

Mogelijkheid voor tweede doorgang

O

i—s

o o o o o o

o

o

s

:'ò!òWò!aiò!^Mĩ:iŵ:o:o:o:ó:o:ò:1

.

~

__ ^

Grens tweede fase (ontwikkeling n.t.b.)

Samenstelling Erf singel soortenljst Boombeplanting (50%) Haagbeuk 55Ž 105ž Winterlinde 105ž Eik Veldesdoorn 55Ž 105ž Els 10% Gewone esdoorn

Opdrachtgever:

KWS BENELUX # Struiken (50%) Rode kornoelje 55Ž Gele kornoelje 55Ž Gewone liguster 5% 10% Hazelaar Vogelkers 5% Kardinaalmuts 5% Hondsroos 5% Gelderse roos 5% Wegedoorn 5%

T

Project:

Nagele, J. Postweg Onderwerp:

WITPAARD

Landschappelijk inpassingsplan 2e fase (eindbeeld) Getekend:

GW

IE

Datum:

27-10-2023

Goedgekeurd:

-

Datum:

-

Schaal:

1:500

Status:

Definitief

Formaat:

A1

Versie:

V4

Projectcode:

P01238

Soort document:

TEKENING

Dorpsweg 103 8271 BL IJsselmuiden

N

IKKELING

Telefoon (088) 600 67 20 info@witpaard.nl www.witpaard.nl

Tekeningnummer:

P01238Vk04

...jecten\P01238\—Q-CAD\ST PLANKAART\0NTWERP\STBKontwerp\271016 P01238—VK04.dwg

Handhaven bestaande erf singel

MILIEU

ADVIESBUREAU

Ec

projectnummer

210199

Pagina 2 van 30

TITELBLAD RAPPORT Type onderzoek Locatie onderzoek Projectnummer Versie rapportage Auteur Controle en vrijgave Paraaf vrijgave

Datum OPDRACHTGEVER Naam Contactpersoon Adres UITGEVOERD DOOR Monsterneming grond

Verkennend bodemonderzoek Johannes Postweg 7, 8a en 9 te Nagele 210199 1.0 Ing. M. van den Broek J.R.W. Staal

20 april 2021 Witpaard B.V. Dhr. A.J. Beens Dorpsweg 103, 8271 BL IJSSELMUIDEN SIKB protocol 2001

Dhr. W.B. Aasman Dhr. J. Kemper Dhr. T. Bonkes en Dhr. W. Westbroek

Monsterneming grondwater Monsterneming waterbodem UITGEVOERD DOOR

SIKB protocol 2002

Dhr. W. Westbroek

SIKB protocol 2003

Dhr. J. Kemper

info@ecoreest.nl www.ecoreest.nl Kantoor Zuidwolde

Kantoor Appingedam

Kantoor Almere

Industrieweg 20

Opwierderweg 160

Transistorstraat 91-34

7921 JP Zuidwolde

9902 RH Appingedam

1322 CL Almere

Tel: 0528 373 982

Tel: 0596 633 355

036 82 00 397

Eco Reest Holding BV is gecertificeerd volgens "NEN-EN-ISO 9001:2015", voor het geven van milieukundig advies in relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen en gebouwen met inbegrip van de uitvoering van gerelateerde onderzoeksactiviteiten op het gebied van bodemonderzoek en -sanering, ecologie, asbestinventarisaties, sloopbegeleiding, bouwkundige opnames en energieprestatie advies. Eco Reest BV is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). Als aangesloten adviesbureau zorgen we samen met de andere leden voor een betere borging van kwaliteit in de uitvoering van (water)bodemonderzoek en -saneringen. Dit onderzoek en advies is tot stand gekomen onafhankelijk van de belangen van de opdrachtgever en derden.

DISCLAIMER Dit rapport is het resultaat van een verkennend bodemonderzoek dat is uitgevoerd ter plaatse van Johannes Postweg 7, 8a en 9 te Nagele. Ten behoeve van de juiste interpretatie van dit rapport is het noodzakelijk te beschikken over de gehele rapportage, inclusief bijlagen. Het rapport is ongeschikt voor toepassing in een juridische context indien de paginanummering van het rapport onjuist of onvolledig is, de bijlagen genoemd in de inhoudsopgave (deels) ontbreken en het projectnummer in het rapport en op de bijlage niet overeenkomt. © 2020 Eco Reest BV. Gebruik en overname van gegevens alleen toegestaan met volledige bronvermelding. Wijze van citeren: Eco Reest 2021 Nage^210199Johannes Postweg 7, 8a en 9^O We stellen dit rapport alleen ter beschikking aan derden in geval van schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Johannes Postweg 7, 8a en 9 te Nagele (kenmerk: 210199)

Pagina 3 van 30

INHOUD 1.

INLEIDING........................................................................................................................ 4

1.1 1.2 1.3

Aanleiding en doelstelling........................................................................................................................4 Kwaliteitsborging algemeen.....................................................................................................................4 Kwaliteitsborging onderzoek................................................................................................................... 4

1.3.1

Normen onderzoeksstrategie............................................................................................. 5

1.3.2

Veldwerkzaamheden.........................................................................................................5

1.3.3

Laboratoriumwerkzaamheden........................................................................................... 5

1.4

Leeswijzer.................................................................................................................................................. 6

2.

VOORONDERZOEK (NEN 5725:2017)................................................................................ 7

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7

Systematiek milieuhygiënisch vooronderzoek....................................................................................... 7 Stap 1; aanleiding vooronderzoek...........................................................................................................7 Stap 2; onderzoeksvragen........................................................................................................................ 7 Samenvatting vooronderzoek................................................................................................................. 8 Volledigheid en betrouwbaarheid vooronderzoek............................................................................... 9 Afwijkingen vooronderzoek.....................................................................................................................9 Onderzoekshypothese (NEN5725) en -strategie (NEN5740)............................................................... 10

3.

VELDWERKZAAMHEDEN................................................................................................12

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6

Uitvoering werkzaamheden (bemonstering grond en plaatsen peilbuizen).....................................12 Uitvoering werkzaamheden (bemonstering grondwater).................................................................. 13 Bodemopbouw.........................................................................................................................................13 Zintuiglijke waarnemingen.....................................................................................................................13 Afwijkingen protocollen ........................................................................................................................ 14 Afwijkingen strategie(ën) ...................................................................................................................... 14

4.

ANALYSERESULTATEN EN BESPREKING.......................................................................... 15

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8

Analysemonsters..................................................................................................................................... 15 Afwijkingen laboratoriumwerkzaamheden ........................................................................................ 17 Toetsing analyseresultaten Landbodem (grond en grondwater)...................................................... 17 Toetsing analyseresultaten Waterbodem (sliblaag)............................................................................ 18 Milieuhygiënische bodemkwaliteit locatie A; Johannes Postweg 7..................................................20 Milieuhygiënische bodemkwaliteit locatie B; Johannes Postweg 8a.................................................22 Milieuhygiënische bodemkwaliteit locatie C; Johannes Postweg 9...................................................23 Milieuhygiënische kwaliteit waterbodem .......................................................................................... 26

5.

SAMENVATTING EN CONCLUSIES.................................................................................. 27

5.1 5.2

Samenvatting...........................................................................................................................................27 Conclusies en aanbevelingen..................................................................................................................29

BIJLAGEN 1.1 1.2 2 3 4 5 6

Regionale ligging Situatieschetsen onderzoekslocatie met boorpunten Resultaten vooronderzoek Boorprofielen Analyseresultaten Toetsingswaarden Analysemethoden

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2116/documents/37110