CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

7.1 Bestemmingsplan randweg 9 Emmeloord.pdf

Gemeenteraad 3 april 2023, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 7: Ontwerpbestemmingsplan 'Landelijk gebied, Randweg 9 te Emmeloord'24.207 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

U krijgt vervolgens een overzicht van de gerelateerde randvoorwaarden. Thema Waterveiligheid Het plan ligt niet buitendijks of in een beschermingszone van een waterkering. Op basis van de ingevoerde gegevens over het plangebied zijn er geen uitgangspunten voor het thema veiligheid van toepassing. Thema Voldoende water \Aàteroverlast Streefbeeld Het watersysteem, zowel in landelijk als in stedelijk gebied, is op orde. Het hele beheergebied voldoet aan de vastgestelde normen. Uitgangspunt wateroverlast Het waterschap streeft naar een robuust watersysteem dat de effecten van toekomstige klimaatveranderingen en bodemdaling kan opvangen. De planontwikkeling is gelegen in een watersysteem dat op basis van de toetsing in 2012 voldoet aan de normering voor wateroverlast. Een dergelijk systeem kan het water verwerken tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten. Binnen het plangebied is geen sprake van (grond)wateroverlast. Binnen het plangebied is geen sprake van een toename in verhard oppervlak, of deze is gering (minder dan 750 m2 in stedelijk gebied of minder dan 2.500 m2 in landelijk gebied). Daarom is geen compensatie noodzakelijk voor dit plan. Vul aan met: * *

Het plangebied ligt in -keuze: stedelijk/landelijk- gebied. een beschrijving van de fysieke wijzigingen

*

een kwantificering van de eventuele netto toename in verharding

Goed functionerend watersysteem Streefbeeld 17-01-2022, 09:47

Pagina 9 van 19

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets Het watersysteem zorgt in normale situaties voor een goede doorstroming en afwatering in het beheergebied en maakt het realiseren van het (maatschappelijk) gewenste grond- en oppervlaktewaterwaterregime (GGOR) mogelijk. Waterschap Zuiderzeeland streeft er naar dat de feítelijke situatie van het watersysteem overeenkomt met de legger. Op die manier kan het waterschap weloverwogen anticiperen op en reageren in extreme situaties. Randvoorwaarde(n) goed functionerend watersysteem Het waterschap streeft naar een robuust en klimaatbestendig watersysteem met grote peilvakken. Versnippering van het watersysteem is een ongewenste situatie. Nieuwe ontwikkelingen sluiten aan op bestaande peilvakken en de inrichting wordt afgestemd op de functie van het water. De planontwikkeling leidt niet tot nieuwe peilvakken. De planontwikkeling heeft geen gevolgen voor het streefpeil van het oppervlaktewater in of in de omgeving van het plangebied. Het functioneren van het huidige watersysteem (doorstroming, afwatering, realiseren van het gewenste peil) zal door de planuitvoering niet verslechteren. Optioneel: Nabij watergang Het plangebied bevindt zich binnen tien meter afstand van een bestaande watergang. De watergang wordt ten minste aan één zijde voorzien van een obstakelvrije werkstrook van minimaal 5 meter breed en 4 meter hoog.

Bij een waterbreedte vanaf 12 meter geldt dit aan weerszijden. Bij een talud van 1:4 of flauwer is geen onderhoudsstrook nodig. Optioneel: Woonboten In het plangebied zijn woonboten voorzien. Gezien het waterhuishoudkundige belang geldt er in principe een verbodsbepaling voor de aanleg van woonboten/drijvende woningen in de kernzone van de watergang. Met een watervergunning kan aanleg toegestaan worden. Het is dan onder andere van belang dat de breedte van de watergang voldoende ^10 meter) is en het onderhoud goed geregeld wordt. De criteria zijn te vinden op www.zuiderzeeland.nl (zoek naar Beleidsregel drijvende woningen). Optioneel: Dempen bestaand oppervlaktewater In het plangebied wordt water gedempt. Voordat met enige demping wordt gestart, dient de compensatie van open water (verleggen, verbreden of nieuw aanleggen) te zijn aangelegd. De voor demping van bestaande watergangen gebruikte materialen moeten voldoen aan de eisen uit het Besluit Bodemkwaliteit en /of de waterbodemkwaliteitskaart van waterschap Zuiderzeeland. Optioneel: Graven nieuw oppervlaktewater In het plangebied wordt nieuw water gegraven. Er wordt gestreefd naar aaneengesloten waterelementen met een minimum aantal duikers en/of andere kunstwerken en zonder doodlopende einden.

Aanvullen: Hier worden alle aanpassingen in het watersysteem aangegeven en wordt aangegeven hoe de waterhuishoudkundige zaken bestemd worden. Bijvoorbeeld de aanleg van watergangen, infiltratievoorzieningen. Daarnaast worden hier ook de dimensies van het watersysteem aangegeven of randvoorwaarden voor de aanleg hiervan (voor zover ruimtelijk relevant). Bijvoorbeeld de dieptes van watergangen bij streefpeil, de profielen en randvoorwaarden waaraan het watersysteem zal voldoen. Anticiperen op watertekort 17-01-2022, 09:47

Pagina 10 van 19

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets

Streefbeeld Het waterschap wil een robuust watersysteem dat voorbereid is op de effecten van toekomstige klimaatveranderingen. Tot nu toe ligt de nadruk bij klimaatveranderingen met name op meer extreme neerslag en stijging van de zeespiegel. Ook extreem droge periodes zullen echter vaker voor komen. Het robuuste watersysteem dat het waterschap nastreeft moet hier ook op anticiperen. Optioneel: Graven nieuw oppervlaktewater Uitgangspunt In het hele beheergebied streeft het waterschap na dat de aanwezige functies worden gefaciliteerd door goed en voldoende water. Echter binnen een klimaatbestendig en robuust watersysteem past afhankelijkheid van wateraanvoer niet. Met het oog op toekomstige watertekorten is het wenselijk de hoeveelheid aanvoerwater zoveel mogelijk te beperken. Randvoorwaarden Nieuwe watersystemen worden dusdanig ingericht dat ze zelfvoorzienend zijn. Uitbreiding van wateraanvoer bij de huidige functies is niet wenselijk. De afweging van wateraanvoer vindt plaats op basis van robuustheid, effectiviteit en efficiency. Hierbij geldt als uitgangspunt dat herverdeling van water binnen de polder de voorkeur heeft boven wateraanvoer van buiten de polder.

Thema Schoon Water Optioneel: Graven nieuw water/aanpassing watersysteem Goede structuurdiversiteit Streefbeeld Het waterschap streeft naar goede leef, verblijf- en voortplantingsmogelijkheden voor de aquatische flora en fauna in het beheergebied. Uitgangspunt Bij de inrichting van het watersysteem wordt gestreefd naar het realiseren van een ecologisch gezond watersysteem. Oevers worden bij voorkeur duurzaam en indien passend bij de functie natuurvriendelijk ingericht. Bij de dimensionering van het watersysteem wordt rekening gehouden met de te verwachten waterkwaliteit. Goede oppervlaktewaterkwaliteit Streefbeeld Het grond- en oppervlaktewater biedt leef-, verblijf-, en voortplantingsmogelijkheden voor de (aquatische) flora en fauna in het beheergebied. De chemische toestand van deze wateren vormt hier geen belemmering voor. Optioneel: Wijziging lozing(en) Uitgangspunten In het ontwerp van het watersysteem wordt uitgegaan van het principe 'schoon houden, scheiden, zuiveren'. Verontreinigingen worden voorkomen of aangepakt bij de bron. Randvoorwaarde(n) Conform de Wöterwet (WW) is het verboden om zonder vergunning afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen in welke vorm dan ook te brengen in 17-01-2022, 09:47

Pagina 11 van 19

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets oppervlaktewateren. Schoon regenwater mag zonder waterstaatswerk direct geloosd worden op oppervlaktewater. Indien hiervoor een voorziening zoals een drain of buis wordt aangebracht is hiervoor een vergunning nodig. Optioneel: Uitlogende materialen Lozingen op oppervlaktewater als gevolg van uitlogende materialen verwerkt in bouwwerken (bijvoorbeeld zinken of koperen daken) zijn meldingsplichtig. Voor lozingen in kwetsbaar water van alle typen oppervlakken gemaakt van uitlogende materialen worden voorwaarden gesteld door het waterschap. Optioneel: Dempen oppervlaktewater De voor demping van bestaande watergangen gebruikte materialen moeten voldoen aan de eisen uit het "Besluit bodemkwaliteit (BBK)" en/of de V\àterbodemkwaliteitskaart van waterschap Zuiderzeeland. Optioneel: Materialen inrichting watersysteem Bij de inrichting van het watersysteem zijn alleen milieuvriendelijke, niet-uitlogende en gecertificeerde materialen toegestaan. Voor beschoeiing geldt aanvullend dat de materialen niet-oxydeerbaar zijn. Goed omgaan met afvalwater Streefbeeld Veel menselijke activiteiten hebben een negatief effect op de kwaliteit van het oppervlaktewater doordat ze water verontreinigen. Het waterschap zorgt met de regulering of behandeling van afvalwater dat zo veel mogelijk van deze effecten teniet worden gedaan.

Uitgangspunten Voor nieuw te ontwikkelen terreinen geldt dat het hemelwater niet naar een centrale rioolwaterzuivering wordt afgevoerd maar in of in de nabijheid van het plangebied wordt verwerkt. Voor bestaande gebieden wordt gestreefd naar het afkoppelen van verhard oppervlak. Het ombouwen van bestaande stelsels naar gescheiden stelsels heeft een sterke voorkeur.Afstromend regenwater van vervuilde oppervlakken wordt gezuiverd. Verontreinigingen door afvalwater (huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater) worden voorkomen. Randvoorwaarden Bij nieuwbouwgebieden is de aanleg van een gescheiden rioolstelsel een voorwaarde. In bestaand gebied wordt ernaar gestreefd om schoon regenwater af te koppelen van het rioolstelsel. Onder schoon hemelwater wordt verstaan: m m

Hemelwater van verhardingen met een verkeersintensiteit lager dan 1000 voertuigen per dag; Hemelwater vanaf parkeerplaatsen met minder dan 50 plaatsen; Hemelwater van daken/woningen waarbij geen voor het watersysteem;

* «

schadelijke uitloogbare stoffen zijn gebruikt; Hemelwater van onverhard terrein;

*

Hemelwater van centrumgebieden (met uitzondering van marktterreinen).

Waar moet ik op letten? 17-01-2022, 09:47

Pagina 12 van 19

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets Het (concept)wateradvies is geen aanvraag voor een (water)vergunning. U dient zelf na te gaan welke meldingen en vergunningen nodig zijn om het plan te realiseren. Of u meldingen en/of een vergunningaanvraag moet indienen bij het waterschap kunt u nagaan op onze website of via een vergunningcheck: Vergunningen | \Aàterschap Zuiderzeeland

Achtergrondinformatie Voor meer informatie over het watersysteem in uw plangebied kunt u terecht op: https://aeo-zzl.opendata.arcais.com/. U vindt hier datasets, services en kaarten die vrij te gebruiken zijn. Zoals informatie over het oppervlaktewatersysteem met kunstwerken, de peilgebieden, de ligging van waterkeringen en de afvalwaterketen. Heeft u vragen of suggesties over deze Digitale \Aàtertoets? Laat het ons weten per e-mail: watertoets@zuiderzeeland.nl of telefonisch: 0320-274 911. Waterschap Zuiderzeeland, Postbus 229, 8200 AE Lelystad https://www.zuiderzeeland.nl

17-01-2022, 09:47

Pagina 13 van 19

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets DETAILS 2.

Advies geen primaire waterkeringen Geen primaire waterkering geraakt.

Wat moet ik doen? Onderstaande tekst neemt u op in de waterparagraaf. Dit in aanvulling op het algemene deel van de waterparagraaf. Thema Waterveiligheid Het plangebied ligt niet in een beschermingszone van een primaire waterkering. Voor het onderdeel primaire waterkering zijn geen uitgangspunten voor het thema veiligheid van toepassing.

Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie

17-01-2022, 09:47

Pagina 14 van 19

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets DETAILS 3.

Advies kwelwaterkwaliteit Aandachtspunten ligging in gebied met slechte kwel.

Wat moet ik doen? Als u een nieuw watersysteem wilt aanleggen vragen wij u om contact op te nemen met het waterschap via watertoets@zuiderzeeland.nl. Onderstaande tekst neemt u op in de waterparagraaf als deze van toepassing is, na afstemming met het waterschap. Dit in aanvulling op het algemene deel van de concept waterparagraaf. Thema Schoon water Slechte kwaliteit kwelwater: Bij het ontwerp van een nieuw watersysteem moet rekening gehouden worden met de hoeveelheid kwel en de kwelwaterkwaliteit. Het plangebied is (gedeeltelijk) gelegen in een gebied met kwel van matige tot slechte kwaliteit. Het waterschap wordt vroegtijdig betrokken voor advies over het ontwerp van het nieuwe watersysteem. Vul aan: uitkomst van het overleg met het waterschap

Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie

17-01-2022, 09:47

Pagina 15 van 19

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets DETAILS

4. Advies watersysteem Aandachtspunten bij gevolgen voor het bestaande watersysteem.

Wat moet ik doen? Van onderstaande tekst neemt u de relevante delen op in de waterparagraaf. Dit in aanvulling op het algemene deel van de concept waterparagraaf. In de loop van 2021 wordt dit adviesonderdeel nader uitgewerkt. Over beoogde wijzigingen dient mogelijk eerst overeenstemming te zijn met het waterschap voordat een positief wateradvies gegeven kan worden. Wij vragen u om contact op te nemen met het waterschap via watertoets@zuiderzeeland.nl Thema Voldoende Water Goed functionerend watersysteem Streefbeeld Het watersysteem zorgt in normale situaties voor een goede doorstroming en afwatering in het beheergebied en maakt het realiseren van het (maatschappelijk) gewenste grond- en oppervlaktewaterwaterregime (GGOR) mogelijk. Waterschap Zuiderzeeland streeft er naar dat de feítelijke situatie van het watersysteem overeenkomt met de legger. Op die manier kan het waterschap weloverwogen anticiperen op en reageren in extreme situaties. Randvoorwaarden goed functionerend watersysteem Het waterschap streeft naar een robuust en klimaatbestendig watersysteem met grote peilvakken. Versnippering van het watersysteem is een ongewenste situatie. Nieuwe ontwikkelingen sluiten aan op bestaande peilvakken en de inrichting wordt afgestemd op de functie van het water.

In nieuwe watersystemen wordt gestreefd naar aaneengesloten waterelementen met een minimum aantal duikers en/of andere kunstwerken en zonder doodlopende einden. Het watersysteem wordt dusdanig ingericht dat het goed controleerbaar en beheersbaar is. Optioneel: Dempen bestaand oppervlaktewater In het plangebied wordt water gedempt. Voordat met enige demping wordt gestart, dient de compensatie van open water (verleggen, verbreden of nieuw aanleggen) te zijn aangelegd. De voor demping van bestaande watergangen gebruikte materialen moeten voldoen aan de eisen uit het Besluit Bodemkwaliteit en /of de waterbodemkwaliteitskaart van waterschap Zuiderzeeland. Vul aan: beschrijf de eventueel beoogde wijzigingen in en/of gevolgen voor het bestaande watersysteem, eventueel na afstemming met het waterschap.

Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie

17-01-2022, 09:47

Pagina 16 van 19

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets DETAILS 5.

Advies geen regionale waterkeringen Geen regionale waterkering geraakt.

Wat moet ik doen? Onderstaande tekst neemt u op in de waterparagraaf. Dit in aanvulling op het algemene deel van de concept waterparagraaf. Thema Waterveiligheid: Het plangebied ligt niet buitendijks. Voor het onderdeel regionale waterkeringen zijn geen uitgangspunten voor het thema veiligheid van toepassing.

Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie

17-01-2022, 09:47

Pagina 17 van 19

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets DETAILS

e. Advies geen overige kering Geen overige waterkering geraakt.

Wat moet ik doen? Onderstaande tekst neemt u op in de waterparagraaf. Dit in aanvulling op het algemene deel van de concept waterparagraaf. Thema Waterveiligheid Het plangebied ligt niet in een beschermingszone van een overige waterkering. Voor het onderdeel regionale waterkering zijn geen uitgangspunten voor het thema veiligheid van toepassing.

Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie

17-01-2022, 09:47

Pagina 18 van 19

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets DETAILS 7.

Advies wateroverlast toename verharding zonder compensatie Geen compensatie voor eventuele toename in verharding.

Wat moet ik doen? Onderstaande tekst neemt u op in de waterparagraaf. Dit in aanvulling op het algemene deel van de concept waterparagraaf. Thema Voldoende Water Wateroverlast Streefbeeld: Het watersysteem, zowel in landelijk als in stedelijk gebied, is op orde. Het hele beheergebied voldoet aan de vastgestelde normen. Uitgangspunt wateroverlast: Het waterschap streeft naar een robuust watersysteem dat de effecten van toekomstige klimaatveranderingen en bodemdaling kan opvangen. De planontwikkeling is gelegen in een watersysteem dat op basis van de toetsing in 2012 voldoet aan de normering voor wateroverlast. Een dergelijk systeem kan het water verwerken tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten. De beleidsregel 'Compensatie toename verhard oppervlak en versnelde afvoeŕ is begin 2013 door het waterschap vastgesteld. Vanaf het moment van vaststelling van de beleidsregel is de situatie van het beheergebied op dat moment het referentiekader geworden, oftewel de nulsituatie. De compensatieplicht geldt zodanig voor de netto toename van het verhard oppervlak voor een bouwvlak sinds begin 2013. Binnen het plangebied is geen sprake van een toename in verhard oppervlak, of deze is gering (minder dan 750 m2 in stedelijk gebied of minder dan 2.500 m2 in landelijk gebied). Daarom is geen compensatie noodzakelijk voor dit plan.

«cVul aan met: * Het plangebied ligt in [keuze: stedelijk/landelijk] gebied. * m

een beschrijving van de fysieke wijzigingen een kwantificering van de eventuele netto toename in verharding>

Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie

17-01-2022, 09:47

Pagina 19 van 19

https://dewatertoets.nl

V BIJLAGE: M.E.R.-AANMELDNOTITIE

Witteveen + Bos | 128786/23-000.161 | Bijlage IV | Definitief 02

IWUÜUJJ.ľ

NOTITIE

Onderwerp Project Opdrachtgever Projectcode Status Datum Referentie Auteur(s)

Gecontroleerd door Goedgekeurd door

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Bestemmingsplan Randweg 9 te Emmeloord Amri Beheer B.V. 128786 Definitief 02 6 januari 2023 128786/23-000.162 W. Claus MSc Mr. EJ. Overbosch-de Graaf I AC. Al MSc

Paraaf

Bĩjlage(n)

1

AANLEIDING

De milieueffectrapportage (hierna: m.e.r.) is bedoeld om vooraf de mogelijke milieueffecten van plannen en besluiten in beeld te brengen en deze een volwaardige rol te laten spelen bij de besluitvorming over plannen en besluiten. Het maken van een milieueffectrapport (m.e.r.) of m.e.r.- beoordeling is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid over initiatieven en activiteiten van publieke en private partijen die (aanzienlijke) nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. Dit betekent dat de plannen of activiteiten ook een bepaalde omvang moeten hebben om m.e.r.-(beoordelings)plichtig te zijn. Aan de hand van de in het besluit milieueffectrapportage omschreven m.e.r.-plichtige activiteiten met de bijbehorende drempelwaarden, kan worden bepaald of een project m.e.r.-plichtig (C-lijst) dan wel m.e.r.-beoordelingsplichtig (D-lijst) is. Voor elk besluit dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst van het besluit milieueffectrapportage die onder de drempelwaarden vallen moet een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. De vormvrije m.e.r.-beoordeling is het gevolg van de uitspraak van het Europese hof over de manier waarop de EU-richtlijn in de Nederlandse regelgeving was geïmplementeerd.

De essentie van die uitspraak is dat altijd m.e.r. noodzakelijk is als belangrijke nadelige milieugevolgen niet kunnen worden uitgesloten. De drempelwaarden in het besluit m.e.r. (kolom 2 'gevallen' in de D-lijst) zijn gebaseerd op algemene kenmerken van een activiteit en een globale aanname dat bij gevallen onder de drempelwaarde geen belangrijke nadelige milieugevolgen zullen optreden.

Witteveen + Bos Raadgevende ingenieurs B.V. | Deventer

Koningin Julianaplein 10, 12e etage | Postbus 85948 | 2508 CP Den Haag | +31 (0)70 370 07 00 | www,witteveenbos.com | KvK 38020751

Dat hoeft echter niet altijd het geval te zijn. In bepaalde gevallen kan een activiteit met een kleinere omvang wel degelijk belangrijke nadelige milieugevolgen hebben. De vormvrije m.e.r.-beoordeling is daarom bedoeld als waarborg dat in dergelijke gevallen de m.e.r.(-beoordelingsplicht) niet over het hoofd wordt gezien. Het ten onrechte niet doorlopen van een m.e.r. doet immers geen recht aan de bedoeling van m.e.r. en is een risico in de procedure. Amri Beheer B.V. is voornemens om een verhuisbedrijf te vestigen aan de Randweg 9 te Emmeloord. Dit betreft een activiteit als bedoeld in onderdeel D11.3 van de bijlage bij het besluit m.e.r.

Tabel 1.1 D-lijst van besluit milieueffectenrapportage

D11.3

Activiteiten

Gevallen

Plannen

Besluiten

de aanleg, wijziging of

in gevallen waarin de activiteit

de vaststelling van het

uitbreiding van een

betrekking heeft op een

industrieterrein

oppervlakte van 75 ha of meer

de structuurvisie, bedoeld in de artikelen 2.1, 2.2 en 2.3 van de Wet ruimtelijke ordening, en het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet

plan, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet ruimtelijke ordening dan wel bij het ontbreken daarvan van het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet

De beoogde ontwikkeling is een activiteit uit kolom 1 (de aanleg, wijziging of uitbreiding van een industrieterrein). Er wordt niet voldaan aan de gegeven drempelwaarden van kolom 2 van een oppervlakte van 75 ha of meer. Er kan daarmee worden afgezien van een m.e.r.(-beoordeling) en volstaan kan worden met een vormvrije m.e.r.-beoordeling. In de voorliggende aanmeldnotitie komen de volgende aspecten, zoals opgenomen in bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn1 terug, welke afzonderlijk van elkaar worden behandeld: 1 plaats van de activiteit; 2 kenmerken van de activiteit; 3 potentiële milieugevolgen van de activiteit.

2

ALGEMEEN

2.1

Beschrijving van de activiteit

Amri Beheer B.V. is voornemens om aan de Randweg 9 te Emmeloord een verhuisbedrijf te vestigen. Het verhuisbedrijf is kleinschalig van aard. Het bedrijf kent vijf medewerkers. De medewerkers gebruiken een tweetal vrachtwagens en een tweetal kleinere busjes. Het erf zal worden gebruikt voor de stalling van deze bedrijfswagens. Voor het vestigen van het verhuisbedrijf zal niet gebouwd worden, want er wordt gebruik gemaakt van de bestaande bebouwing. Met de beoogde ontwikkeling wordt een nieuwe functie mogelijk gemaakt. Op het gehele erf zal de vigerende agrarische bestemming gewijzigd worden naar een bedrijfsbestemming, zodat het exploiteren van het verhuisbedrijf is toegestaan.

1

Richtlijn 2011/92/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten (PbEU 2012, L 26).

2 |9

Witteveen + Bos | 128786/23-000.162 | Definitief 02

2.2

Plaats van de activiteit

Het plangebied van het verhuisbedrijf is zuidwestelijk gelegen ten opzichte van de dorpskern van Emmeloord. Het plangebied bevindt zich in een landelijk gebied. Afbeelding 2.1 geeft de ligging van het plangebied weer.

Afbeelding 2.1 Ligging plangebied

Het plangebied ligt aan de Randweg 9 te Emmeloord, gemeente Noordoostpolder. Het plangebied aan de Randweg 9 te Emmeloord bevat de gehele percelen behorend bij de kadastrale nummers 2976 en 2977. Daarnaast bevat het plangebied een klein gedeelte van de grond behorend bij het kadastrale nummer 2978. De grond van het kadastrale perceel 2978 is niet in eigendom van de initiatiefnemer. Dit perceel is in eigendom van de naastgelegen bewoner en wordt gebruikt voor agrarische bedrijfsvoering. Het plangebied wordt begrensd door een erfsingel. Op afbeelding 2.2 is de erfsingel door middel van een groene stippellijn weergegeven. De erfbegrenzing is tevens de begrenzing van het plangebied.

3 |9

Witteveen + Bos | 128786/23-000.162 | Definitief 02

Afbeelding 2.2 Begrenzing plangebied door erfsingel

\

2978

2971

.

J5 2976

Legenda: Erf

Natuurlijke hulpbronnen van het gebied

Het plangebied heeft geen rijkdom aan natuurlijke hulpbronnen. Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu

Het plangebied maakt geen onderdeel uit van wetlands, kust- of berggebieden, reservaten, natuurpark, Natura 2000-gebied, het Natuurnetwerk Nederland (NNN) of andere beschermde en/of kwetsbare gebieden. Het dichtstbijzijnde Natura2000-gebied is het Ketelmeer 8í Vossemeer. Dit gebied ligt op circa 9 km ten zuiden van het plangebied en is aangewezen als Vogelrichtlijngebied. Daarnaast liggen er nog een drietal andere Natura 2000-gebieden in de omgeving: De Wieden, Zwarte Meer en IJsselmeer. De potentiële milieugevolgen van de activiteit worden in het navolgende hoofdstuk toegelicht.

3

KENMERKEN VAN DE ACTIVITEIT

3.1

Aard en omvang van de activiteit

Het planvoornemen behelst een functiewijziging. Op het gehele erf zal de vigerende agrarische bestemming gewijzigd worden naar een bedrijfsbestemming, zodat het exploiteren van het verhuisbedrijf is toegestaan. Het verhuisbedrijf wordt mogelijk gemaakt door gebruik te maken van de bestaande bebouwing.

4 |9

Witteveen + Bos | 128786/23-000.162 | Definitief 02

3.2

Cumulatie met andere projecten

Het project is een opzichzelfstaande ontwikkeling. Er is geen relatie met andere ontwikkelingen. In de omgeving zijn, voor zover bekend, geen andere ontwikkelingen. Derhalve hoeft geen cumulatie met andere projecten toegepast te worden.

3.3

Materialen, afvalstoffen en hulpbronnen

Het verhuisbedrijf wordt mogelijk gemaakt door gebruik te maken van de bestaande bebouwing. Dit betekent dat geen sprake is van materialen, afvalstoffen en hulpbronnen om het verhuisbedrijf mogelijk te maken. De activiteiten van het verhuisbedrijf bestaan hoofdzakelijk uit het stallen en vervoeren van inboedel. Voor vrijkomend afval tijdens het exploiteren van het verhuisbedrijf gelden algemene voorschriften voor type A- en B-inrichtingen uit het Activiteitenbesluit milieubeheer.

3.4

Verontreiniging en hinder

De beoogde ontwikkeling maakt geen activiteiten mogelijk die hinder of verontreiniging veroorzaken.

4

POTENTIËLE MILIEUEFFECTEN VAN DE ACTIVITEIT

Om de potentiële milieueffecten van de activiteit in beeld te brengen worden in dit hoofdstuk de relevante milieu- en omgevingsaspecten behandeld. Hiermee kan een gewogen besluit genomen worden op de potentiële milieueffecten van de voorgenomen activiteit. Ter onderbouwing van de milieueffecten zijn er verschillende milieu- en omgevingsonderzoeken uitgevoerd. Deze onderzoeken zijn verwerkt in de toelichting van het bestemmingsplan (128786/22-014.233, d.d. 6 oktober 2022). Navolgend worden de belangrijkste resultaten van de relevante milieuaspecten uiteengezet.

4.1

Luchtkwaliteit

De ontwikkeling heeft slechts een zeer beperkte verkeersaantrekkende werking. Het dagelijks aan- en afrijden van de vijf medewerkers en het aan- en afrijden van de bedrijfswagens leidt tot extra verkeersbewegingen. De berekening is gebaseerd op 5 werkdagen. Zie afbeelding 4.1 voor een worst-case berekening aan de hand van de NIBM-tool.

5|9

Witteveen + Bos | 128786/23-000.162 | Definitief 02

Afbeelding 4.1 Uitkomst worst-case berekening NIBM-tool

Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit Jaar van planrealisatie

2022

Extra verkeer als gevolg van het plan Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde)

100

Aandeel vrachtverkeer

Wo

N02 in gg/m3

0,12 0,02

Maximale bijdrage extra verkeer

PM10 in gg/m3 Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in gg/m3

1,2

Conclusie De bijdrage van het extra verkeer is niet in betekenende mate; geen nader onderzoek nodig

Het voorgenomen plan draagt dan ook niet in betekende mate bij aan luchtverontreiniging. Vanuit het oogpunt luchtkwaliteit kunnen belangrijke milieueffecten uitgesloten worden.

4.2

Geluidhinder

Het bestemmingsplan voorziet niet in het toevoegen van geluidsgevoelige objecten. Als gevolg van het plan zullen er wel meer verkeersbewegingen ontstaan die mogelijk extra geluid veroorzaken. De geluidhinder als gevolg van het extra wegverkeer is echter dusdanig gering, dat dit geen verslechtering van het aanvaardbaar woon- en leefklimaat tot gevolg heeft. Het verhuisbedrijf moet voldoen aan de geluidsnormen die zijn opgenomen in het Activiteitenbesluit. Vanuit het oogpunt geluidhinder kunnen belangrijke milieueffecten uitgesloten worden.

4.3

Water

Ten behoeve van het bestemmingsplan is een watertoets uitgevoerd waarin de effecten van het project op de waterhuishouding beschouwd zijn. Op basis van inhoudelijke beoordeling van de ontwikkeling is de korte procedure van toepassing voor de watertoets. Er zijn beperkte effecten op het watersysteem, namelijk een beperkte toename van huishoudelijk afvalwater. Een aandachtspunt is het afvalwater. In de nabijheid van de ontwikkeling is momenteel geen openbaar rioolsysteem aanwezig. De lozingsroute van het huishoudelijk afvalwater na de IBA is onbekend. Het effect van het huidige planvoornemen op het volume afvalwater is marginaal. Dit komt doordat er geen fysieke uitbreiding of nieuwbouw plaatsvindt en door de beperkte schaal van het verhuisbedrijf. Er is geen watervergunning vereist voor waterschap Zuiderzeeland en er worden geen meldingsplichtige activiteiten ondernomen, mits uit het doorlopen van de AIM-module blijkt dat het een type A inrichting betreft. Vanuit het oogpunt waterhuishouding kunnen belangrijke milieueffecten uitgesloten worden.

4.4

Ecologie

Soortenbescherming

De functies worden mogelijk gemaakt door gebruik te maken van de bestaande bebouwing. Tevens hoeven er geen bomen gekapt te worden of andere werkzaamheden verricht te worden. Derhalve vinden er geen

6 |9

Witteveen + Bos | 128786/23-000.162 | Definitief 02

fysieke ingrepen plaats in het plangebied of in de directe omgeving van het plangebied. Om deze redenen zijn er geen negatieve effecten op flora en fauna te verwachten. Vanuit het oogpunt soortenbescherming kunnen belangrijke milieueffecten uitgesloten worden. Gebiedsbescherming

Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is het Ketelmeer 8i Vossemeer. Dit gebied ligt op circa 9 km ten zuiden van het plangebied en is aangewezen als Vogelrichtlijngebied. Omdat het plangebied dusdanig ver verwijderd is van het Ketelmeer 8i Vossemeer, is ruimtebeslag niet aan de orde. Overige directe effecten van voorgenomen plan op het Natura 2000-gebied zijn ook uitgesloten: geluid, licht en trillingen dragen minder ver dan de genoemde 9 km. Daarnaast liggen er nog een drietal andere Natura 2000-gebieden in de verdere omgeving: De Wieden, Zwarte Meer, Weerribben en IJsselmeer. Deze Natura 2000-gebieden liggen op een afstand van meer dan 9 km van het plangebied. In het kader van voorgenomen ontwikkeling is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd voor de verandering in het aantal vervoersbewegingen. Uit de uitgevoerde stikstofdepositieberekening blijkt dat het gebruik van het verhuisbedrijf na realisatie niet leidt tot depositietoenames op nabijgelegen Natura 2000gebieden van 0,005 mol/ha/jr of meer. Daarmee kunnen significante negatieve effecten door stikstofdepositie op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden tijdens de gebruiksfase worden uitgesloten. Vervolgstappen in het kader van de Wnb, onderdeel Natura 2000, zijn niet noodzakelijk.

Overige directe effecten van voorgenomen plan op het Natura 2000-gebied zijn ook uitgesloten: geluid, licht en trillingen dragen minder ver dan de genoemde 9 km. Het plangebied ligt buiten het NNN-gebied. Directe effecten zoals ruimtebeslag en versnippering zijn daarom uitgesloten. Van directe effecten is zodoende geen sprake. Gezien de afstand van het plangebied tot het NNN-gebied (ongeveer 800 m) en het gegeven dat het om een enkele functiewijziging gaat, zijn eventuele negatieve effecten van geluid, licht en trilling tevens uitgesloten binnen het NNN-gebied. Verdere maatregelen in het kader van NNN zijn niet nodig. Vanuit het oogpunt gebiedsbescherming kunnen belangrijke milieueffecten uitgesloten worden.

4.5

Bodemkwaliteit

Het bestemmingsplan behelst enkel een functiewijziging van de reeds aanwezige bebouwing. Er zullen geen bouwwerkzaamheden verricht worden. Hierdoor hoeven er geen grondroerende werkzaamheden plaats te vinden (er is dus niet voorzien in een uitvoeringsfase). Tijdens het exploiteren van het verhuisbedrijf worden geen bodem bedreigende stoffen gebruikt. De bodemkwaliteit zal derhalve niet verslechteren. Vanuit het oogpunt bodemkwaliteit kunnen belangrijke milieueffecten uitgesloten worden.

4.6

Ontplofbare Oorlogsresten

Het oostelijk deel van Flevoland is tussen 1950 en 1957 aangelegd, dus na de Tweede Wereldoorlog, en was voordien nog water. Om deze reden bestaat er geen concrete verwachting voor de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten. Desondanks kan het altijd voorkomen dat er ontplofbare oorlogsresten in de bodem aanwezig zijn. In het kader van het planvoornemen worden er geen bodemroerende werkzaamheden uitgevoerd. Vanuit het oogpunt ontplofbare oorlogsresten kunnen belangrijke milieueffecten uitgesloten worden.

7|9

Witteveen + Bos | 128786/23-000.162 | Definitief 02

4.7

Archeologie

Het plangebied heeft een lage archeologische verwachtingswaarde. Daarnaast worden er geen bodemroerende werkzaamheden uitgevoerd. Vanuit het oogpunt archeologie kunnen belangrijke milieueffecten uitgesloten worden.

4.8

Cultuurhistorie en landschap

Op of in de directe nabijheid van het plangebied zijn geen monumenten of andere cultuurhistorische waarden aanwezig zijn. Het plan voorziet niet in het wijzigen of aantasten van monumenten. In het kader van de landschappelijke inpassing wordt opgemerkt dat de volwaardige erfsingel rond het perceel in stand wordt gelaten. Vanuit het oogpunt cultuurhistorie en landschap kunnen belangrijke milieueffecten uitgesloten worden.

4.9

Externe veiligheid

Aan de noordzijde en de zuidzijde van het plangebied lopen aardgasleidingen (blijkt uit Signaleringskaart). Uit de Signaleringskaart blijkt ook dat op het plangebied een inrichting is gesitueerd, niet zijnde een BEVI of BRZO inrichting, waar propaan wordt opgeslagen. Deze inrichting is niet meer aanwezig. Plaatsgebonden risico

Het plaatsgebonden risico van de gasleidingen liggen niet in het plangebied en leiden daarom niet tot een belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Groepsrisico

Beide gasleidingen hebben een 100 96 letaliteitsgrens en de 1 96 letaliteitsgrens. De 100 96 of 1 96 letaliteitsgrens is de afstand waarbij, in geval van het optreden van een groot ongeluk, 100 96 respectievelijk 1 96 van de in het invloedsgebied aanwezige onbeschermde personen komt te overlijden. Ingevolge artikel 12 lid 3 sub b Bevb is een verantwoording niet nodig, indien de toename van het groepsrisico niet hoger is dan een bij regeling van Onze Minister gestelde waarde. Ingevolge artikel 8 lid 2 van de Regeling externe veiligheid buisleidingen is deze waarde 'een toename van het groepsrisico van minder dan 10 96'. Met het bestemmingsplan worden geen nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten toegestaan. De binnen het plangebied aanwezige woning zal ook in de toekomst als woning worden gebruikt. Het verhuisbedrijf kent vijf medewerkers. Gelet op de aard van het bedrijf (een verhuisbedrijf), zullen naar verwachting geen personen langdurig op de locatie aanwezig in het kader van de werkzaamheden voor het verhuisbedrijf. Er is daarom geen sprake van een verandering in het groepsrisico. Het groepsrisico is reeds afgewogen in het vigerende bestemmingsplan. De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot de realisatie van een nieuwe risicobron in het plangebied en vormt daarmee ten aanzien van externe veiligheid geen nieuw risico voor de omgeving.

Vanuit het oogpunt externe veiligheid kunnen belangrijke milieueffecten uitgesloten worden.

8 |9

Witteveen + Bos | 128786/23-000.162 | Definitief 02

5

CONCLUSIE

Op basis van deze aanmeldnotitie bestaat er geen noodzaak voor het starten van een m.e.r.- procedure. De ontwikkeling leidt niet tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Dit blijkt uit tabel 5.1.

Tabel 5.1 Potentiële effecten Kenmerken van het potentiële effect

bereik van het effect

de voorgenomen ontwikkeling levert geen significante milieueffecten op

grensoverschrijdend karakter

de voorgenomen ontwikkeling levert geen significante negatieve gevolgen op voor de in de nabijheid gelegen beschermde of kwetsbare gebieden. Er is geen sprake van een grensoverschrijdend karakter

orde van grootte en complexiteit project

de optredende effecten zijn lokaal van aard

waarschijnlijkheid effect

het optreden van de effecten is niet waarschijnlijk

de cumulatie van het effect

de beoogde ontwikkeling is een op zichzelf staand project. Er is geen sprake van een cumulatief effect

duur, frequentie en omkeerbaarheid effect

de mogelijke effecten zijn permanent. Gezien de omvang van de ontwikkeling wordt geen hinder verwacht

Op basis van de kenmerken van het project, de plaats van het project en de potentiële effecten van het project, worden geen belangrijke nadelige effecten verwacht van het project. Ook de aard, de plaats, de potentiële effecten en de cumulatieve effecten in samenhang beschouwend zijn er geen belangrijke nadelige effecten te verwachten. Daarnaast voldoet het plan aan de op dit moment geldende wet- en regelgeving ten aanzien van de relevante milieukundige uitvoeringsaspecten en de ruimtelijke ordening. Hierdoor wordt het doorlopen van een procedure voor milieueffectrapportage niet noodzakelijk geacht.

9 |9

Witteveen + Bos | 128786/23-000.162 | Definitief 02

www.witteveenbos.com

Bestemmingsplan Randweg 9 te Emmeloord Planregels

Amri Beheer B.V. 25 januari 2023

Project Opdrachtgever

Document Status Datum Referentie

Projectcode Projectleider Projectdirecteur

Auteur(s) Gecontroleerd door Goedgekeurd door

Bestemmingsplan Randweg 9 te Emmeloord Amri Beheer B.V.

Planregels Definitief 03 25 januari 2023 128786/23-001.719

128786 I AC. Al MSc Drs. MJ. Schilt

W. Claus MSc Mr. EJ. Overbosch-de Graaf I AC. Al MSc

Paraaf

Adres

Witteveen + Bos Raadgevende ingenieurs B.V. | Deventer Koningin Julianaplein 10, 12e etage Postbus 85948 2508 CP Den Haag +31 (0)70 370 07 00 www.witteveenbos.com KvK 38020751

Het kwaliteitsmanagementsysteem van Witteveen + Bos is gecertificeerd op basis van ISO 9001, © Witteveen + Bos Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt in enige vorm zonder voorafgaande schríftelijke toestemming van Witteveen + Bos noch mag het zonder dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd, behoudens schríftelijk anders overeengekomen, Witteveen + Bos aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enigerlei schade die voortvloeit uit of verband houdt met het wijzigen van de ínhoud van het door Witteveen + Bos geleverde document,

INHOUDSOPGAVE

1

INLEIDENDE REGELS

4

Artikel 1 Begrippen

4

Artikel 2 Wijze van meten

6

2

BESTEMMINGSREGELS

Artikel 3 Bedrijf

3

ALGEMENE REGELS

8 8

11

Artikel 4 Anti-dubbeltelbepaling

11

Artikel 5 Overige regels

11

4

OVERGANGS- EN SLOTREGELS

13

Artikel 6 Overgangsregels

13

Artikel 7 Slotregel

13

Laatste pagina

Bijlage(n)

13 Aantal pagina's

I

Staat van Bedrijfsactiviteiten

13

II

'Nota Parkeernormen Noordoostpolder 2016'

18

III

Inrichtingstekening

1

IV

Aan huis verbonden bedrijfsactiviteiten

1

INLEIDENDE REGELS

Artikel 1 Begrippen In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 Plan

Het bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Randweg 9 te Emmeloorď met identificatienummer NL.IMR0.0171.BP00702 van de gemeente Noordoostpolder. 1.2 Bestemmingsplan

De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3 Aanduiding

Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4 Aanduidingsgrens

De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5 Aan huis verbonden bedrijf

De in bijlage IV Lijst van aan huis verbonden bedrijfsactiviteiten genoemde bedrijvigheid, dan wel naar de aard en de invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen bedrijvigheid, die door zijn beperkte omvang in of bij een woonhuis met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend. 1.6 Aan huis verbonden beroep

De uitoefening van een beroep (dan wel het verlenen van diensten) op administratief, maatschappelijk, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig of een daarmee gelijk te stellen gebied, dat in of bij een woonhuis wordt uitgeoefend, waarbij in overwegende mate de woonfunctie blijft behouden en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. 1.7 Bebouwing

Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.8 Bedrijfsgebouw

Een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf. 1.9 Bedrijf

Een onderneming waarbij het accent ligt op het vervaardigen, bewerken, installeren, inzamelen en verhandelen van goederen. 1.10 Bedrijfswoning

Een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is.

4 | 13

Witteveen + Bos | 128786/23-001.719 | Definitief 03

1.11 Bestemmingsgrens

De grens van een bestemmingsvlak. 1.12 Bestemmingsvlak

Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.13 Bijbehorend bouwwerk

Uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak. 1.14 Bouwen

Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.15 Bouwgrens

De grens van een bouwvlak. 1.16 Bouwperceel

Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.17 Bouwperceelgrens

De grens van een bouwperceel. 1.18 Bouwvlak

Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.19 Bouwwerk

Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.20 Dak

Iedere bovenbeëindiging van een gebouw of bijbehorend bouwwerk. 1.21 Erf

Al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feítelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw en, voor zover een bestemmingsplan van toepassing is, deze die inrichting niet verbiedt. 1.22 Gebouw

Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.23 Gemeentelijke nota parkeernormen

De parkeernormen zoals opgenomen in 'Nota Parkeernormen Noordoostpolder 2016', die als bijlage II bij deze regels is gevoegd, dan wel, indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, de wijziging hiervan. 1.24 Grondgebonden akkerbouwbedrijf

Een agrarische bedrijfsvoering die geheel dan wel grotendeels afhankelijk is van de groeikracht van de bodem waarop het bedrijf wordt uitgeoefend, niet zijnde een veehouderij. 1.25 Hoofdgebouw

Een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is.

5 | 13

Witteveen + Bos | 128786/23-001.719 | Definitief 03

1.26 Nutsvoorzieningen

Een voorziening ten dienste van een bedrijf, zoals een gas- en elektriciteitsbedrijf, dat opereert in een sector die beschouwd wordt van openbaar nut te zijn omdat het belangrijke producten of diensten ten nutte van het publiek levert. 1.27 Overig bouwwerk

Een bouwkundige constructie van enige omvang, geen gebouw zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.28 Seksinrichting

de voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.29 Verbeelding

De digitale verbeelding van het bestemmingsplan of de analoge verbeelding van het bestemmingsplan (plankaart). 1.30 Woning

Een gebouw of een gedeelte van een gebouw, krachtens aard en indeling geschikt en bestemd voor de huisvesting van één huishouden. 1.31 woonhuis

Een gebouw, hetzij vrijstaand, hetzij aaneengebouwd, dat slechts één woning omvat.

Artikel 2 Wijze van meten Bij de toepassing van de regels wordt als volgt gemeten. 2.1 Bebouwingspercentage

Het deel van het bouwvlak uitgedrukt in procenten dat bebouwd mag worden. 2.2 Bouwhoogte van een bouwwerk

Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijkte stellen bouwonderdelen. 2.3 Dakhelling

Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.4 Goothoogte van een bouwwerk

Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.5 ínhoud van een bouwwerk

Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.6 Oppervlakte van een bouwwerk

Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

6 | 13

Witteveen + Bos | 128786/23-001.719 | Definitief 03

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2008/documents/33875