7.1 Bestemmingsplan randweg 9 Emmeloord.pdf
Tekst van het document
5.1.2
Over bestemmen en aanduiden
Op de verbeelding wordt aangegeven welke bestemming gronden hebben. Dit gebeurt via een bestemmingsvlak. Voor het op de verbeelding aangegeven bestemmingsvlak gelden de gebruiksmogelijkheden zoals die in de regels zijn opgenomen. De toegekende gebruiksmogelijkheden kunnen met behulp van een aanduiding nader worden ingevuld. Een aanduiding is een teken op de verbeelding. Dat teken kan bestaan uit een lijn, een figuur of een lettercode et cetera. Via een aanduiding wordt in de regels 'iets' geregeld. Dat 'iets' kan betrekking hebben op extra mogelijkheden of extra beperkingen voor het gebruik en/of de bebouwing en/of het aanleggen van werken. Aanduidingen kunnen voorkomen in een bestemmingsregel, in meerdere bestemmingsregels en kunnen ook een eigen regel hebben.
29 | 35
Witteveen + Bos | 128786/23-000.161 | Definitief 02
5.1.3
Hoofdstukopbouw van de regels
De regels zijn verdeeld in vier hoofdstukken: 1 inleidende regels. In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de regels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de regels te waarborgen. Ook is bepaald de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels (artikel 2); 2 bestemmingsregels. In dit tweede hoofdstuk zijn de bepalingen van de bestemmingen opgenomen. Dit gebeurt in alfabetische volgorde. Per bestemming is het toegestane gebruik geregeld en zijn bouwregels en gebruiksregels opgenomen. Als er dubbelbestemmingen zijn, dan worden deze ook in dit hoofdstuk opgenomen. Die komen, ook in alfabetische volgorde, achter de bestemmingsbepalingen. leder artikel kent een vaste opzet. Eerst wordt het toegestane gebruik geformuleerd in de bestemmingsomschrijving. Vervolgens zijn bouwregels en gebruiksregels opgenomen die specifieker ingaan op bijvoorbeeld de bouwhoogte, situering van gebouwen en de toegestane functies. Aansluitend worden afwijkingsbevoegdheden met betrekking tot bouw- en/of gebruiksregels opgenomen. In een enkel geval worden ruimere mogelijkheden geboden door het toepassen van een wijzigingsbevoegdheid. Belangrijk om te vermelden is dat naast de bestemmingsplanbepalingen ook in andere artikelen relevante informatie staat die mede gelezen en geïnterpreteerd moet worden.
Alleen zo ontstaat een volledig beeld van hetgeen is geregeld; 3 algemene regels. In de laatste twee hoofdstukken zijn bepalingen opgenomen met een algemeen karakter. Deze bepalingen hebben betrekking op het gehele plan. Het betreffen achtereenvolgens algemene regels, zoals een anti-dubbeltelregel, algemene gebruiksregels, algemene aanduidingsregels, algemene afwijkingsregels en algemene wijzigingsregels; 4 overgangs- en slotregels. In het laatste hoofdstuk zijn respectievelijk het overgangsrecht en een slotregel opgenomen. Hoewel het hier in wezen ook algemene regels betreft, zijn deze vanwege hun meer bijzondere karakter in een apart hoofdstuk opgenomen.
5.2
Dit bestemmingsplan
Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en regels vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. Een toelichting op de bestemmingen is hierna opgenomen. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. De regels in dit bestemmingsplan zijn opgezet aan de hand van hetgeen hierboven is beschreven. Tevens is aangesloten bij de meest actuele landelijke standaarden voor de regels en de verbeelding, te weten de SVBP2012 (Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012) en IMRO2012 (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening 2012). Qua ínhoud en opzet is aangesloten bij recente en vergelijkbare bestemmingsplannen van de gemeente.
5.3
Toelichting op de regels
5.3.1
Inleidende regels
Begrippen die in de regels worden gebruikt en die uitleg behoeven, worden in het eerste artikel van het bestemmingsplan uitgelegd. Vervolgens bevat het tweede artikel technische regelingen om onder andere oppervlaktes, hoogtes, dieptes en breedtes te kunnen bepalen.
30 | 35
Witteveen + Bos | 128786/23-000.161 | Definitief 02
5.3.2
Bestemmingsregels
De regels hebben voor elke bestemming dezelfde opbouw met achtereenvolgens, voor zover aanwezig, de volgende leden: bestemmingsomschrijving; bouwregels; nadere eisen (indien aanwezig); afwijken van de bouwregels (indien aanwezig); specifieke gebruiksregels (indien aanwezig); afwijken van de gebruiksregels (indien aanwezig); omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (indien aanwezig); wijzigingsbevoegdheid (indien aanwezig). Centraal staat de bestemmingsomschrijving. Daarin worden limitatief de functies en waarden genoemd, die binnen de bestemming zijn toegestaan respectievelijk worden beschermd. In een aantal gevallen geeft de bestemmingsomschrijving daarbij nog een nadere beperking in de vorm van een bestemmingscategorie of bijvoorbeeld een gebiedsbegrenzing, een maximale oppervlakte- of inhoudsmaat dan wel een beperking tot de bestaande bebouwing. De bouwregels zijn direct aan de bestemmingsomschrijving gerelateerd. Ook de gebruiksregels zijn gerelateerd aan de bestemmingsomschrijving, zij het dat deze regels zijn opgenomen in de algemene gebruiksregels in hoofdstuk 3. Hierin is bepaald dat het verboden is de onbebouwde grond en/of de daarop aanwezige bouwwerken te gebruiken op een wijze of tot een doel in strijd met het in het plan bepaalde. Bedoeld wordt een gebruik in strijd met de bestemmingsomschrijving.
De afwijkings- en wijzigingsregels geven het bevoegd gezag bevoegdheden om onder voorwaarden af te wijken van een regel of onder voorwaarden het plan te wijzigen. Enkelbestemmingen
Het bestemmingsplan kent één enkelbestemming. Hieronder wordt ingegaan op waar de bestemming voor bedoeld is en welke voorzieningen binnen deze bestemming toegestaan zijn. Artikel 3 Bedrijf Deze bestemming staat bedrijven met een milieucategorie 1 en 2 bij recht toe. De effecten van het verhuisbedrijf zijn qua aard en omvang gelijk te stellen aan een milieucategorie 1 of 2. Voor een verhuisbedrijf his een specifieke aanduiding opgenomen in de verbeelding behorende bij het bestemmingsplan. Om de kleinschaligheid van het verhuisbedrijf te borgen, is uitbreiding van het aantal bedrijfswagens niet mogelijk. Dit is geborgd in artikel 3.3 van de planregels. In afstemming met de gemeente is het bouwvlak bepaald op 12 meter gemeten van het hart van de oorspronkelijke erfsloot. Daarnaast wordt de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - 'agrarisch' toegekend aan het kadastrale perceel met nummer 2978 van de naastgelegen bewoner van de Randweg 9. In de richtafstandentabel van de VNG zijn de bedrijfsgebouwen van een akkerbouw bedrijf opgenomen als een activiteit met milieucategorie 2. De huidige activiteiten van de naastgelegen bewoner op het perceel voldoen aan de regels van voorliggend bestemmingsplan.
5.3.3
Algemene regels
Hoofdstuk 3 van het bestemmingsplan bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied van het bestemmingsplan. Hieronder worden de algemene regels van dit bestemmingsplan toegelicht.
31 | 35
Witteveen + Bos | 128786/23-000.161 | Definitief 02
Artikel 4 Anti-dubbeltelbepaling
Deze regel bepaalt dat er niet twee keer voor eenzelfde locatie een bouwplan kan worden ingediend. Artikel 5 Overige regels
In de overige regels zijn bepalingen ten aanzien van het thema parkeren opgenomen. Deze regels sluiten aan bij het huidige parkeerbeleid van de gemeente Noordoostpolder.
5.3.4
Overgangs- en slotregels
Conform het Bro (artikel 3.2.1 en 3.2.2) zijn standaardregels opgenomen met betrekking tot het overgangsrecht voor bouwwerken en gebruik. Hierin is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregel wordt aangegeven op welke wijze de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald.
32 | 35
Witteveen + Bos | 128786/23-000.161 | Definitief 02
6 UITVOERBAARHEID In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de maatschappelijke uitvoerbaarheid en economische uitvoerbaarheid van het plan.
6.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Een bestemmingsplan dient maatschappelijk uitvoerbaar te zijn. Dat wil zeggen dat de voorgenomen ontwikkelingen die mogelijk worden gemaakt in het bestemmingsplan zijn besproken met belanghebbenden. De belanghebbende overheden -het waterschap Zuiderzeeland en de provincie Flevoland - zijn bestuurlijk akkoord. Daarnaast zijn de omwonenden ruim van de te voren van de voorgenomen ontwikkeling op de hoogte gebracht. Het voorontwerp bestemmingsplan is voorgelegd aan het waterschap Zuiderzeeland en de provincie Flevoland. Verder kan een ieder in het kader van de bestemmingsplanprocedure een zienswijze indienen en kunnen belanghebbenden beroep in stellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
6.2
Economische uitvoerbaarheid
In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) zijn in afdeling 6.4 grondexploitatie bepalingen opgenomen gericht op het verhalen van kosten door de overheid op particuliere initiatiefnemers. Hierdoor is het voor de overheid mogelijk om afspraken over kostenverhaal af te dwingen binnen de limitatieve bepalingen van de kostensoortenlijst (artikel 6.2.3 tot en met 6.2.6 Bro) zoals opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De vrijwillige overeenkomst (anterieure overeenkomst) staat in de wet voorop. De kosten voor de realisatie van het plan zijn voor Amri Beheer B.V. Eventuele planschade komt tevens voor rekening van de initiatiefnemer. Hiervoor sluit de gemeente Noordoostpolder een planschadeovereenkomst met de initiatiefnemer. Hiermee is de economische haalbaarheid voldoende gewaarborgd en uitvoerbaar geacht.
33 | 35
Witteveen + Bos | 128786/23-000.161 | Definitief 02
7 PROCEDURE
7.1
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt de procedure van het plan beschreven. Achtereenvolgens wordt ingegaan op de voorontwerpfase, de ontwerpfase en de vaststellingsfase van het plan.
7.2
Ontwerpfase
7.2.1
Vooroverleg
Artikel 3.1.1, eerste lid, van het Besluit ruimtelijke ordening bepaalt dat het gemeentebestuur bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg moet plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Voor dit bestuurlijk vooroverleg heeft de gemeente Noordoospolder het ontwerpbestemmingsplan digitaal beschikbaar gesteld aan het waterschap Zuiderzeeland en de provincie Flevoland.
7.2.2
Zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan
Het ontwerpbestemmingsplan ligt zes weken ter inzage. Eenieder heeft de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen.
7.3
Vaststellingsfase
Deze fase gaat over de vaststelling van het bestemmingsplan. Indien de commentaren uit de ontwerpfase van het bestemmingsplan daar aanleiding toe geven, passen burgemeester en wethouders het bestemmingsplan aan. Dat kunnen zij overigens ook uit eigen beweging doen. Na afloop van de termijn van de terinzagelegging stellen burgemeester en wethouders het raadsvoorstel op. Daarin gaan zij onder meer in op de eventuele zienswijzen. Uiteindelijk beslist de raad over de vaststelling van het bestemmingsplan. De raad kan op dat moment ook besluiten om het bestemmingsplan niet, dan wel gewijzigd vast te stellen. De indieners van de zienswijzen hoeven niet te worden gehoord. Desgewenst kunnen zij gebruik maken van het spreekrecht.
7.4
Beroepsfase
Het vaststellingsbesluit wordt samen met het vastgestelde bestemmingsplan na de vaststelling gedurende zes weken ter inzage gelegd. Degenen die eerder een zienswijze naar voren hebben gebracht of die hiertoe redelijkerwijs niet in staat zijn geweest, kunnen in deze periode tegen het besluit tot vaststellen van het bestemmingsplan beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tegen de
34 | 35
Witteveen + Bos | 128786/23-000.161 | Definitief 02
wijzigingen ten opzichte van het ontwerp bestemmingsplan kan een ieder beroep instellen. Wanneer geen beroep wordt ingesteld, is het bestemmingsplan na die zes weken onherroepelijk. Het bestemmingsplan treedt in werking op de dag dat de beroepstermijn is afgelopen en er geen schorsingsverzoek (voorlopige voorziening) is ingediend. Het bestemmingsplan is onherroepelijk als er door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State een uitspraak is gedaan over het ingestelde beroep.
35 | 35
Witteveen + Bos | 128786/23-000.161 | Definitief 02
Bÿlage(n)
BIJLAGE: INRICHTINGSTEKENING ERFSINGELS
Witteveen + Bos | 128786/23-000.161 | Bijlage I | Definitief 02
Eindbeeld erfinrichting, Randweg 9 Emmeloord
Westzijde bij uitval haagbeuke door het verbranden van de bast, vervangen door natuurlijke aanwas
Algemeen: erfsingel aanwezig met o.a. eik, haagbeu tamme kastanje, es, meidoorn, kornoelje struiklaag aanvullen met rode kornoelje, gele kornoelje, hazelaar en kardinaalsmuts
BIJLAGE: STIKSTOFDEPOSITIEBEREKENING
Witteveen + Bos | 128786/23-000.161 | Bijlage II | Definitief 02
IWUÜUJJ.ľ
NOTITIE
Onderwerp Project Opdrachtgever Projectcode Status Datum Referentie Auteur(s)
Gecontroleerd door Goedgekeurd door
Stikstofdepositieonderzoek Bestemmingsplan Amri Beheer B.V. Amri Beheer B.V. 128786 Definitief 21 september 2022 128786/22-013.463 Ing. D.R. van Eijk Ir. B.A. Jimmink I.A.C. Al MSc
Paraaf
Bĩjlage(n)
Aan
1
AE Rl U S - p roj ecteffeet
Amri Beheer B.V.
H. Driesen
INLEIDING EN SAMENVATTING
Amri Beheer B.V. is voornemens een verhuisbedrijf te vestigen aan de Randweg 9 te Emmeloord. Dit voornemen past niet binnen het huidige planologische regime. Om dit planologisch mogelijk te maken, dient het bestemmingsplan gewijzigd te worden door de bestemming 'agrarisch' om te zetten naar de bestemming 'bedrijf. Het vigerende bestemmingsplan dient om deze reden herzien te worden. In het kader daarvan heeft Witteveen +Bos een stikstofdepositieonderzoek uitgevoerd. Gedurende de aanleg- en gebruiksfase van het verhuisbedrijf komen stikstofemissies vrij, die kunnen leiden tot stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden. Witteveen + Bos heeft, in opdracht van Amri Beheer B.V., een stikstofdepositieonderzoek uitgevoerd naar de aanleg- en gebruiksfase van het verhuisbedrijf. Onderhavige notitie geeft verslag van de uitgangspunten en de resultaten van dit onderzoek. Uit het onderzoek blijkt dat er geen sprake is van stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden in de aanleg- en gebruiksfase. Daarmee geldt er geen vergunningplicht in het kader van de Wet natuurbescherming voor de aanleg- en gebruiksfase. In afbeelding 1.1 is de globale ligging van de projectlocatie weergegeven en in afbeelding 1.2 is een luchtfoto van de bestaande situatie opgenomen.
Witteveen + Bos Raadgevende ingenieurs B.V.
Leeuwenbrug 8 | Postbus 233 | 7400 AE Deventer | +31 (0)570 69 79 11 | www,witteveenbos.com | KvK 38020751
Afbeelding 1.1 Globale ligging projectlocatie
i
O
Afbeelding 1.2 Luchtfoto bestaande situatie projectlocatie
2 |7
2 Witteveen + Bos | 130117/22-013.463 | Definitief
2
WETGEVING MET BETREKKING TOT STIKSTOF
Op grond van artikel 2.7 lid 2 Wet natuurbescherming is een vergunning vereist voor het realiseren van projecten waarbij op voorhand significante negatieve gevolgen op Natura 2000-gebieden niet zijn uit te sluiten. Specifiek voor het aspect stikstof geldt dat sinds de rechterlijke uitspraak van de Raad van State van 29 mei 20191 de ecologische gevolgen van iedere berekende depositietoename van meer dan 0,005 mol N/ha/jr beoordeeld moet worden. De berekening moet uitgevoerd worden met de meest actuele versie van het rekeninstrument AERIUS Calculator. Kader vergunningverlening stikstof
Momenteel geldt het volgende kader voor de vergunningverlening voor projecten: op basis van de Wet natuurbescherming is een vergunning vereist voor projecten die een significant gevolg kunnen hebben voor een Natura 2000-gebied1 2. Dit is dus niet het geval indien significante gevolgen op voorhand zijn uit te sluiten. Dit is voor stikstof bijvoorbeeld het geval indien er volgens de stikstofberekeningen geen toename van stikstofdepositie plaatsvindt naar aanleiding van het te realiseren project, of indien significante gevolgen kunnen worden uitgesloten in de Voortoets (bijvoorbeeld door interne saldering); indien niet op voorhand kan worden uitgesloten dat significante gevolgen optreden, dient een Passende Beoordeling te worden opgesteld om in beeld te brengen of er daadwerkelijk significante gevolgen aan de orde zijn. In een Passende Beoordeling mogen ook mitigerende maatregelen (zoals externe saldering) betrokken worden.
De vergunning kan worden verleend indien (eventueel met toepassing van deze mitigerende maatregelen) de voorgenomen activiteit de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet zal aantasten3; als uit de Passende Beoordeling blijkt dat significante gevolgen niet kunnen worden uitgesloten, kan een vergunning enkel worden verleend indien de ADC-toets succesvol wordt doorlopen: A: er zijn geen alternatieve oplossingen; D: het project is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang; C: door middel van compenserende maatregelen wordt gewaarborgd dat de algehele samenhang van Natura 2000 bewaard blijft4.
3
UITGANGSPUNTEN
In onderstaande paragrafen worden de uitgangspunten van het stikstofdepositieonderzoek toegelicht, waarbij voor de gebruiksfase stikstofdepositieberekeningen zijn uitgevoerd. Daarbij wordt vermeld dat de input voor de berekeningen is aangeleverd door en afgestemd met de opdrachtgever.
3.1
Aanlegfase
Tijdens de uitvoering kan er door de inzet van materieel in de aanlegfase negatieve effecten (door stikstofdepositie) optreden op nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Voor onderhavige locatie worden er geen bouw- of aanlegactiviteiten uitgevoerd. De bedrijfsvoering vindt plaats in de bestaande bebouwing. Aangezien er geen bouw- of aanlegactiviteiten worden uitgevoerd is er geen sprake van stikstofdepositie in de aanlegfase.
1 ABRvS 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1603. 2 Artikel 2.7 lid 2 Wet natuurbescherming. 3 Artikel 2.7 lid 3 jo. Artikel 2.8 lid 3 Wet natuurbescherming. 4 Artikel 2.8 lid 2 Wet natuurbescherming.
3 |7
Witteveen + Bos | 130117/22-013.463 | Definitief
3
3.2
Gebruiksfase
Gedurende 2022 is de aanlegfase van het project afgerond, daarmee is 2023 het eerste volledige jaar van de gebruiksfase van het project. Om die reden is voor de berekeningen 2023 als rekenjaar gehanteerd.
3.2.1
Beoogde situatie
Stookinstallaties
Tijdens de beoogde situatie is 1 ketel in de gebouwen op de projectlocatie aanwezig. De schuren zelf zijn niet verwarmd. Het toekomstig gebruik, en dus verbruik van de ketel, is onbekend. Het verbruik van de ketel is echter afhankelijk van een aantal factoren, zoals het stookseizoen, de grootte van de ruimte die de ketel verwarmt, het vermogen van de ketel, de benuttingsgraad van de ketel en de aanwezige isolatie. Op basis van de publicatie 'Cijfers en tabellen 2007'1, waarin kengetallen en energieverbruik getallen zijn opgenomen, is een inschatting gemaakt van het te verwachten gebruik van de ketels. In de publicatie wordt verwezen naar een artikel van Meijer E&M (2005), waarin het aantal vollasturen van diverse gebouwfuncties wordt gegeven. Vollasturen zijn de uren waarin de ketel op het volle vermogen (100 96) draait. Voor woningen is dit in dit artikel bepaald op 1.200 tot 1.500 vollasturen per jaar. Dit resulteert in een capaciteitsfactor (het percentage per jaar wat de ketel op vol vermogen draait) van ongeveer 13,7 tot 17,1 96. Voor dit onderzoek is worstcase een percentage van 2 5 96 gehanteerd, hetgeen neerkomt op ongeveer 2.200 uur per jaar met een belasting van 100 96. Het werkelijke gebruik en verbruik van de ketels is zeer waarschijnlijk lager. Met behulp van 'CalComEmis'1 2 is de stikstofemissie berekend.
In tabel 3.1 is het overzicht van de stookinstallaties en de bijbehorende emissies tijdens de beoogde situatie weergegeven.
1 SenterNovem, Cijfers en tabellen 2007, d.d. 2007. 2 Rijkswaterstaat, CalComEmis, d.d. 2020. Opgevraagd via https://www.infomil.nl/onderwerpen/lucht water/stookinstallaties/berekening/.
4 |7
Witteveen + Bos | 130117/22-013.463 | Definitief
4
Tabel 3.1 Emissieberekening stookinstallaties - beoogde situatie
Type
Locatie
Stuks
Normaal thermisch ingangsvermogen
Bedrijfstijd
Gemiddelde belasting
(uur/jaar)
ra
(kWth)
woongebouw
Nefit Trendline HRC25
1
25
totale emissie
5|7
2200
100
Gemiddelde rookgas temperatuur CC)
100
Uitstoot oppervlak (m2)
0,05
Actuele zuurstof concentratie in droog rookgas
NOxconcentratie (als NO2) in droog rookgas
(vol X)
(mg/Nm3)
3
70
Droog rookgasdebiet
Warmte emissie
Uittreedhoogte
(MW)
(m)
0,00
6
(Nm3 /uur)
25,5
NOxvracht (no2 kg/jaar per ketel)
Totale NOxvracht (no2 kg/jaar)
3,93
3,93
3,93
Witteveen + Bos | 130117/22-013.463 | Definitief
Vervoersbewegingen beoogde situatie
Tijdens de beoogde situatie vinden stikstofemissies plaats door verkeersbewegingen van en naar het verhuisbedrijf. In tabel 3.2 is het aantal vervoersbewegingen weergegeven. Deze vervoersbewegingen zijn gebaseerd op het gebruik van de locatie en afgestemd met de opdrachtgever. Er is uitgegaan van licht verkeer (personenauto's) en middelzwaar verkeer (busjes/ kleine verhuiswagens). Grote vrachtwagens zijn niet van toepassing op onderhavige locatie.
Tabel 3.2 Vervoersbewegingen - beoogde situatie Categorie
Aantal voertuigen/jaar
licht verkeer
1460
middelzwaar verkeer
5840
zwaar vrachtverkeer
0
totale emissie
Emissie NOx (kg/jaar)
Emissie NH3 (kg/jaar)
19,7
0,4
De verkeersbewegingen zijn in AERIUS Calculator gemodelleerd als lijnbron 'wegverkeer - buiten de bebouwde kom'. Aangenomen is dat al het verkeer van en naar de locatie de kortste route naar de dichtstbijzijnde hoofdweg (provinciale weg of Rijksweg) neemt, waar het verkeer conform de Instructie gegevensinvoer AERIUS1 opgaat in het heersende verkeersbeeld. AERIUS Calculator berekent aan de hand van de ingevoerde intensiteiten en af te leggen afstand automatisch de bijbehorende emissies.
3.3
Rekenmodel
De stikstofdepositieberekeningen zijn met het wettelijke rekeninstrument AERIUS Calculator versie 2021.1.1 uitgevoerd. De rekenmethode is in beheer van het RIVM. De bijdrage aan de stikstofdepositie (in mol/ha/jr) wordt door AERIUS automatisch berekend op alle stikstofgevoelige habitattypen binnen Natura 2000gebieden. Stikstofgevoelige habitattypen waar sprake is van een depositiebijdrage van 0,005 mol/ha/jr of hoger worden in AERIUS weergegeven. Bij het beoordelen van een stikstofdepositieonderzoek gaat het bevoegd gezag uit van de meest recente versie van AERIUS, zoals beschikbaar op www.aerius.nl. Versie 2021 van AERIUS is op het moment van schrijven van dit rapport de meest actuele versie.
4
RESULTAAT
Op grond van de in hoofdstuk 3 beschreven uitgangspunten zijn er met de AERIUS Calculator stikstofdepositieberekeningen uitgevoerd, een projecteffect-berekening (bijlage I). Hieruit blijken geen stikstofdepositietoenames van 0,005 mol/ha/jaar of meer op omliggende Natura 2000-gebieden.
5
CONCLUSIE
Amri Beheer B.V. gaat aan de Randweg 9 een verhuisbedrijf vestigen. Hiervoor wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Witteveen + Bos heeft in het kader van de wijziging van het bestemmingsplan, in opdracht van het Amri Beheer B.V., een stikstofdepositieonderzoek uitgevoerd naar de aanlegfase en gebruiksfase van het verhuisbedrijf.
1
Expertiseteam Stikstof en Natura 2000, Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2020, d.d. januari 2021, versie 3.0.
6 |7
Witteveen + Bos | 130117/22-013.463 | Definitief
6
Op basis van het voorliggend onderzoek blijkt dat: voor onderhavige locatie worden er geen bouw- of aanlegactiviteiten uitgevoerd. De bedrijfsvoering vindt plaats in de bestaande bebouwing. Aangezien er geen bouw- of aanlegactiviteiten worden uitgevoerd is er geen sprake van stikstofdepositie in de aanlegfase. het gebruik van het verhuisbedrijf na realisatie niet leidt tot depositietoenames op nabijgelegen Natura 2000-gebieden van 0,005 mol/ha/jr of meer: daarmee kunnen significante negatieve effecten door stikstofdepositie op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden tijdens de gebruiksfase worden uitgesloten. Op grond van bovenstaande resultaten zijn significante negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden op voorhand uit te sluiten. Hiermee wordt geconcludeerd dat voor de beoogde aanleg en gebruik van de gebouwen geen vergunningplicht geldt in het kader van de Wet natuurbescherming.
7| 7
Witteveen + Bos | 130117/22-013.463 | Definitief
BIJLAGE: AERIUS-PROJECTEFFECT
Witteveen + Bos | 128786/22-013.463 | Bijlage I | Definitief
AERIUS
Projectberekening
CALCULATOR
Dit document geeft een overzicht van de invoeren rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
" « « «
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Détailgegevens per emissiebron
Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden In een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie Is te raadplegen vla: www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
A
Projectberekening
AERIUS CALCULATOR
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Amri beheer bv Randweg 9, - Emmeloord
Activiteit Omschrijving Toelichting
Projecteffect gebruiksfase
Berekening AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RNvqHXA6Yo7R 22 septem ber 2022,08:56 Wnb-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NH3
Emissie NO*
Situatie 1 - Beoogd
2023
0,5 kg/j
21,9 kg/j
Resultaten
Hoogste depositie
Hexagon
Gebied
Situatie 1 - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename van depositie Grootste afname van depositie
RNvqHXA6Yo7R (22 september 2022)
2/6
A
Projectberekening
AERIUS CALCULATOR
Situatie 1 (Beoogd), rekenjaar2023
Emissiebronnen ^9
Wonen en Werken | Woningen | Bron 1
^ Verkeersnetwerk
RNvqHXA6Yo7R (22 september 2022)
Emissie NH3
Emissie NO*
-
3,9 kg/j
0,5 kg/j
18,0 kg/j
3/6
A
Projectberekening
AERIUS CALCULATOR
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
I
I Habitatrichtlijn
I
I Vogelrichtlijn
I
I Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn
I
I Niet bepaald
(^)
Grootste afname van depositie
(^)
Grootste toename van depositie
Hoogste totale depositie
De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie.
RNvqHXA6Yo7R (22 september 2022)
4/6
Projectberekening
AERIUS CALCULATOR
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Situatie 1" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie
Berekend (ha
Hoogste totale
Met toename (ha Grootste toenameMet afname (ha
gekarteerd)
depositie (mol
gekarteerd)
(mol N/ha/jr)
gekarteerd)
Grootste afname (mol N/ha/jr)
N/ha/jr) Totaal
RNvqHXA6Yo7R (22 september 2022)
-
-
-
-
-
-
5/6
A
Projectberekening
AERIUS CALCULATOR
Situatie 1, Rekenjaar 2023 ^9 Wonen en Werken ļ Woningen Naam
Bronl
Uittreedhoogte
6,0 m
Locatie
178873,522917
Warmteinhoud
0.000 MW
NOx
3,9 kg/j
Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie
Wegverkeer | Weg Naam
Bron 2
Wegtype
Buitenweg
Type scherm
NŨ2
1,4 kg/j
Rijrichting
Beide richtingen
Hoogte
NHa
0,5 kg/j
Tunnelfactor
1
Afstand tot de weg
Type hoogte ligging
Normaal
Weghoogte
Om
Links
Rechts
NOx
18,0 kg/j
Beschrijving
Voertu i gtype/eu roklasse
Voertuigen
In file
Voorgeschreven factoren
Licht verkeer
1460 p/jaar
O.Oo/o
Voorgeschreven factoren
M id d elzwaa r v rachtverkeer
5840 p/jaar
0,0 o/o
Voorgeschreven factoren
Zwaar vrachtverkeer
0 p/jaar
0,0 o/o
Voorgeschreven factoren
Busverkeer
0 p/jaar
0,0 o/o
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de Ínhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie
2021.2J2022092L8d32626ee9
Database versie
2021.2J3d32626ee9
Voor meer informatie over de gebruikte methodieken data zie: https://www.aerius.nl/
RNvqHXA6Yo7R (22 september 2022)
6/6
BIJLAGE: WATERTOETS
Witteveen + Bos | 128786/23-000.161 | Bijlage III | Definitief 02
IWUÜUJJ.ľ
NOTITIE
Waterparagraaf bestemmingsplanwijziging Bestemmingsplanwijziging Amri Beheer B.V. Amri Beheer B.V. 128786 Definitief 04 6 januari 2023 128786/23-000.164 PJ.C. Smit MSc
Onderwerp Project Opdrachtgever Projectcode Status Datum Referentie Auteur(s)
Ir. D.B. van den Heuvel I AC. Al MSc
Gecontroleerd door Goedgekeurd door Paraaf
Bĩjlage(n)
I
Digitale watertoets
Aan
Amri Beheer B.V.
H. Driesen
Kopie
1
INLEIDING
1.1
Toelichting project en doelstelling
De aanleiding voor deze watertoets is een herbestemming van de percelen 2976, 2977 en een deel van 2978 aan de Randweg 9 in Emmeloord. Voor een herbestemming is een watertoets vereist. Sinds 1 november 2003 is de toepassing van de watertoets wettelijk verplicht door de verankering in het Besluit op de ruimtelijke ordening 1985. Op dit moment rust op de percelen een agrarische bestemming. Dit wordt veranderd in een bedrijfsbestemming door de komst van een verhuisbedrijf. De bestaande schuren en verharding worden in het plan gebruikt door maximaal twee vrachtwagens, twee busjes en vijf medewerkers. Er zijn geen fysieke ingrepen op of rond het perceel gepland. Voor deze herbestemming stelt Witteveen + Bos een watertoets op. Een online watertoets [ref. 1] (bijlage I) heeft uitgewezen dat voor de bestemmingsplan wijziging een zogenaamde 'korte procedure' volstaat. Dit betekent dat er een waterparagraaf wordt opgenomen in het ruimtelijke plan. Zo wordt een goede onderbouwde ruimtelijke ordening voor het omgevingsaspect water gerealiseerd.
Witteveen + Bos Raadgevende ingenieurs B.V. | Deventer
Koningin Julianaplein 10, 12e etage | Postbus 85948 | 2508 CP Den Haag | +31 (0)70 370 07 00 | www,witteveenbos.com | KvK 38020751
1.2
Watertoetsproces en waterparagraaf de watertoets heeft betrekking op alle grond- en oppervlaktewateren en behandelt alle van belang zijnde waterhuishoudkundige aspecten (naast veiligheid en wateroverlast ook bijvoorbeeld waterkwaliteit en verdroging). De watertoets is een belangrijk procesinstrument om het belang van water een evenwichtige plaats te geven in de ruimtelijke ordening. Uit de waterparagraaf blijkt de betrokkenheid van de waterbeheerder in het planproces en de wijze waarop het wateradvies van de waterbeheerder is meegenomen in de uitwerking van het plan. De watertoetsprocedure kan op drie manieren gevolgd worden: de procedure geen waterschapsbelang; de korte procedure; en de normale procedure.
Welke procedure gevolgd moet worden hangt af van de implicaties van het ruimtelijk plan voor de waterhuishouding. De procedure geen waterschapsbelang en de korte procedure zijn bedoeld voor ruimtelijke plannen met beperkte gevolgen voor de waterhuishouding. Bij deze twee procedures kan de watertoets volledig digitaal doorlopen worden. Deze notitie is de waterparagraaf waarbinnen de watertoets is afgelegd, met het resultaat van het watertoetsproces. Hierin worden de bestaande waterhuishoudkundige situatie en de effecten van het planvoornemen beschreven. De relevante randvoorwaarden voor het plan zijn in de resultaten uiteengezet en gerangschikt onder zeven streefbeelden ingedeeld op basis van de drie waterthema's: veiligheid; voldoende water; schoon water. Na het streefbeeld vindt u het uitgangspunt: het vertrekpunt bij de verwezenlijking van het streefbeeld. U krijgt vervolgens een overzicht van de gerelateerde randvoorwaarden.
1.3
Plangebied
In afbeelding 1.1 is het complete plangebied weergegeven. Het betreft uitsluitend een herbestemming van het perceel en er zijn geen fysieke ingrepen gepland. De voorziene herbestemming van het perceel en de panden hebben daarom geen invloed op het watersysteem in het omliggende gebied. Het perceel bevindt zich in het beheergebied van Waterschap Zuiderzeeland (WZZL).
2 |8
Witteveen + Bos | 128786/23-000.164 | Definitief 04
Afbeelding 1.1 Plangebied herbestemming perceel NOOO-A-2976, 7 en 8 [ref. 2]
1.4
Leeswijzer
Het vervolg van deze waterparagraaf is als volgt gestructureerd: hoofdstuk 2 beschrijft de resultaten van de watertoets; hoofdstuk 3 sluit af met concluderende en benodigde adviezen.
2
RESULTATEN WATERTOETS
De online watertoets (https://dewatertoets.nl/activity-select) is ingevuld voor het plangebied. De resultaten van deze toets zijn hieronder uiteengezet. Conform de digitale toets worden drie thema's onderscheiden: 1 waterveiligheid; 2 voldoende water; 3 schoon water. Voor ieder thema wordt eerst het streefbeeld van WZZL beschreven. Vervolgens worden de aandachtspunten voor het project beschreven.
3 |8
Witteveen + Bos | 128786/23-000.164 | Definitief 04
2.1
Thema waterveiligheid
Het plan ligt niet buitendijks of in een beschermingszone van een waterkering. Op basis van de ingevoerde gegevens over het plangebied zijn er geen uitgangspunten voor het thema veiligheid van toepassing.
2.2
Thema voldoende water
Streefbeeld wateroverlast
Het watersysteem, zowel in landelijk als in stedelijk gebied, is op orde. Het hele beheergebied voldoet aan de vastgestelde normen. Uitgangspunt wateroverlast
Het waterschap streeft naar een robuust watersysteem dat de effecten van toekomstige klimaatveranderingen en bodemdaling kan opvangen. De planontwikkeling is gelegen in een watersysteem dat op basis van de toetsing in 2012 voldoet aan de normering voor wateroverlast. Een dergelijk systeem kan het water verwerken tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten. Binnen het plangebied is geen sprake van (grond)wateroverlast. Binnen het plangebied is geen sprake van een toename in verhard oppervlak, of deze is gering (minder dan 750 m2 in stedelijk gebied of minder dan 2.500 m2 in landelijk gebied). Daarom is geen compensatie noodzakelijk voor dit plan. Het plangebied ligt weliswaar midden in agrarisch gebied maar kent een kaartblad onder zowel de Legger-Stedelijk: 20FN25 [ref. 3] als de Legger waterlopen landelijk gebied 20FN [ref. 4]. Dit komt doordat het plangebied ongeveer 600 m van de bebouwde kom van Emmeloord ligt (afbeelding 2.1). Het aangrenzende water dat relevant is voor het plangebied valt onder de landelijke Legger. Er zijn geen fysieke wijzigingen gepland. Ook zijn er geen aanwijzingen dat het watersysteem ter plekke niet goed functioneert. Goed functionerend watersysteem
Streefbeeld Het watersysteem zorgt in normale situaties voor een goede doorstroming en afwatering in het beheergebied en maakt het realiseren van het (maatschappelijk) gewenste grond- en oppervlaktewaterwaterregime (GGOR) mogelijk. Waterschap Zuiderzeeland streeft ernaar dat de feítelijke situatie van het watersysteem overeenkomt met de legger. Op die manier kan het waterschap weloverwogen anticiperen op en reageren in extreme situaties. Randvoorwaarde(n) goed functionerend watersysteem Het waterschap streeft naar een robuust en klimaatbestendig watersysteem met grote peilvakken. Versnippering van het watersysteem is een ongewenste situatie. Nieuwe ontwikkelingen sluiten aan op bestaande peilvakken en de inrichting wordt afgestemd op de functie van het water. De planontwikkeling leidt niet tot nieuwe peilvakken. De planontwikkeling heeft geen gevolgen voor het streefpeil van het oppervlaktewater in of in de omgeving van het plangebied. Het functioneren van het huidige watersysteem (doorstroming, afwatering, realiseren van het gewenste peil) zal door de planuitvoering niet verslechteren. Nabijheid watergangen Het plangebied bevindt zich volgens de legger landelijk gebied van waterschap Zuiderzeeland binnen 10 m afstand van een bestaande watergang. Volgens de Legger betreft dit een kavelsloot (afbeelding 2.1). Binnen het plangebied is verder een erfsloot aanwezig.
Een aandachtspunt is ook in de toekomst in stand houden van een onderhoudspad langs een van de zijden van deze watergang. Deze obstakelvrije werkstrook is minimaal 5 m breed en 4 m hoog. Het planvoornemen grenst aan de zuidkant ook aan een wegsloot. Deze heeft dezelfde eisen als een kavelsloot. Het huidige planvoornemen vormt geen belemmering voor de watergang of de onderhoudspaden.
4 |8
Witteveen + Bos | 128786/23-000.164 | Definitief 04
Afbeelding 2.1 Screenshot uit de legger waterlopen Zuiderzeeland, kaartblad 20FN [Ref.3], het plangebied (rood omkaderd) grenzend aan een kavelsloot en erfsloot
Anticiperen op watertekort
Streefbeeld Het waterschap wil een robuust watersysteem dat voorbereid is op de effecten van toekomstige klimaatveranderingen. Tot nu toe ligt de nadruk bij klimaatveranderingen met name op meer extreme neerslag en stijging van de zeespiegel. Ook extreem droge periodes zullen echter vaker voor komen. Het robuuste watersysteem dat het waterschap nastreeft moet hier ook op anticiperen. Randvoorwaarden anticiperen watertekort Nieuwe watersystemen worden dusdanig ingericht dat ze zelfvoorzienend zijn. Uitbreiding van wateraanvoer bij de huidige functies is niet wenselijk. De afweging van wateraanvoer vindt plaats op basis van robuustheid, effectiviteit en efficiency. Hierbij geldt als uitgangspunt dat herverdeling van water binnen de polder de voorkeur heeft boven wateraanvoer van buiten de polder.
2.3
Thema Schoon Water
Streefbeeld
Het waterschap streeft naar goede leef-, verblijf- en voortplantingsmogelijkheden voor de aquatische flora en fauna in het beheergebied. Uitgangspunt
Bij de inrichting van het watersysteem wordt gestreefd naar het realiseren van een ecologisch gezond watersysteem. Oevers worden bij voorkeur duurzaam en indien passend bij de functie natuurvriendelijk ingericht. Bij de dimensionering van het watersysteem wordt rekening gehouden met de te verwachten waterkwaliteit.
5 |8
Witteveen + Bos | 128786/23-000.164 | Definitief 04
Goede oppervlaktewaterkwaliteit
Streefbeeld Het grond- en oppervlaktewater biedt leef-, verblijf-, en voortplantingsmogelijkheden voor de (aquatische) flora en fauna in het beheergebied. De chemische toestand van deze wateren vormt hier geen belemmering voor. Wijziging lozing(en) Uitgangspunten In het ontwerp van het watersysteem wordt uitgegaan van het principe 'schoonhouden, scheiden, zuiveren'. Verontreinigingen worden voorkomen of aangepakt bij de bron. Mogelijk is er in een van de twee schuren binnen het planvoornemen een nieuwe-aansluiting voor afvalwater nodig (riolering). In dat geval dient er een aansluiting te worden aangevraagd bij gemeente Emmeloord. Randvoorwaarde(n) Conform de Waterwet (Ww) is het verboden om zonder vergunning afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen in welke vorm dan ook te brengen in oppervlaktewateren. Schoon regenwater mag zonder waterstaatswerk direct geloosd worden op oppervlaktewater. Indien hiervoor een voorziening zoals een drain of buis wordt aangebracht is hiervoor een vergunning nodig. Eén van de problemen in het gebied die extra opspelen tijdens droogte is slechte kwel. De bestemmingsplanwijziging heeft hier echter geen invloed op. Goed omgaan met afvalwater
Streefbeeld Veel menselijke activiteiten hebben een negatief effect op de kwaliteit van het oppervlaktewater doordat ze water verontreinigen. Het waterschap zorgt met de regulering of behandeling van afvalwater dat zo veel mogelijk van deze effecten teniet worden gedaan. Huidige situatie In de huidige situatie is er een bedrijfswoning met Individuele Behandeling van Afvalwater (IBA) of 'septic tank'. Planvoornemen In het planvoornemen vestigt zich een verhuisbedrijf met maximaal vijf medewerkers die af en toe naar locatie komen. Er vindt geen fysieke uitbreiding of nieuwbouw plaats. De te verwachten toename in de afvalwaterstroom is daardoor marginaal. Het waterschap stelt als eis dat de bestaande IBA-capaciteit (tenminste 6 m3) gehandhaafd blijft. Dit is het geval in het planvoornemen. Ook de huidige (bedrijfs)woning blijft gehandhaafd. Indien er in de toekomst wel een uitbreiding of nieuwbouw gaat plaatsvinden, worden er ook toiletvoorzieningen aangelegd voor het bedrijf. Dan wordt ook de lozingssituaties aangepast, door een nieuwe (extra) septic tank aan te leggen.
3
CONCLUSIES EN ADVIEZEN
3.1
Conclusies
Op basis van inhoudelijke beoordeling van de ontwikkeling is de korte procedure van toepassing voor de watertoets. Doordat er geen fysieke wijzigingen gepland zijn, zijn er beperkte effecten op het watersysteem (namelijk een beperkte toename van huishoudelijk afvalwater). Er is geen watervergunning vereist voor waterschap Zuiderzeeland en er worden geen meldingsplichtige activiteiten ondernomen, mits uit het doorlopen van de AIM-module blijkt dat het een type A inrichting betreft. De digitale watertoets is doorlopen en te vinden in bijlage I. Voor ieder van de waterthema's worden hieronder de conclusies weergegeven.
6 | 8
Witteveen + Bos | 128786/23-000.164 | Definitief 04
Waterveiligheid
Het plan ligt niet buitendijks of in een beschermingszone van een waterkering. Op basis van de huidige plannen over het plangebied zijn er geen uitgangspunten voor het thema veiligheid van toepassing. Voldoende water
Het watersysteem, zowel in landelijk als in stedelijk gebied, is op orde. Het hele beheergebied voldoet aan de vastgestelde normen. Omdat er geen toename in verharding wordt gerealiseerd heeft de voorgenomen bestemmingsplanwijziging hier geen invloed op. Schoon water
Bij de inrichting van het watersysteem wordt gestreefd naar het realiseren van een ecologisch gezond watersysteem. Oevers worden bij voorkeur duurzaam en indien passend bij de functie natuurvriendelijk ingericht. De voorgenomen bestemminsplanwijziging heeft hier geen directe invloed op. Een aandachtspunt is het afvalwater. In de nabijheid van de ontwikkeling is momenteel geen openbaar rioolsysteem aanwezig. De lozingsroute van het huishoudelijk afvalwater na de IBA is onbekend. Het effect van het huidige planvoornemen op het volume afvalwater is marginaal. Dit komt doordat er geen fysieke uitbreiding of nieuwbouw plaatsvindt en door de beperkte schaal van het verhuisbedrijf. Indien er in de toekomst uitbreiding of nieuwbouw gaat plaatsvinden, en er ook toiletvoorzieningen aangelegd worden voor het bedrijf. Dan wordt ook de lozingssituaties aangepast en zal waarschijnlijk een nieuwe (extra) septic tank nodig zijn.
3.2
Adviezen en vervolgacties
Adviezen
Voor de watertoets is op basis van de digitale watertoets antwoorden het volgende nodig en gegeven: 1 advies primaire waterkeringen: geen primaire waterkeringen geraakt; 2 advies kwelwaterkwaliteit: in het gebeid is sprake van slechte kwel. De bestemmingsplanwijziging heeft hier echter geen invloed op; 3 advies watersysteem: het watersysteem is volledig intact en goed functionerend. Dat is en blijft het geval na de bestemmingsplanwijziging; 4 advies regionale waterkeringen: er worden geen regionale waterkeringen geraakt; 5 advies overige kering: er worden geen overige waterkeringen geraakt; het plangebied ligt niet in een beschermingszone van een overige waterkering. Voor het onderdeel regionale waterkering zijn geen uitgangspunten voor het thema veiligheid van toepassing; 6 advies wateroverlast toename verharding zonder compensatie: er vindt geen toename in verharding plaats en er behoeft dan ook geen compensatie; het watersysteem is op orde. Het hele beheergebied voldoet aan de vastgestelde normen. Vervolgacties
Voor de initiatiefnemer van het planvoornemen gelden de volgende vervolgacties: 1 mogelijk is er in een van de twee schuren een nieuwe aansluiting nodig op de IBA ten behoeve van de medewerkers. Onbekend is of de capaciteit van de huidige IBA voldoende is; 2 de waterparagraaf dient opgenomen te worden in het ruimtelijke plan. Zo worden een goede ruimtelijke ordening onderbouwd voor het omgevingsaspect water. De relevante wateraspecten, zoals waterkeringen (ongewijzigd) en oppervlaktewater (ongewijzigd), worden ook in de verbeelding en/of in de regels van het ruimtelijk plan opgenomen.
7|8
Witteveen + Bos | 128786/23-000.164 | Definitief 04
4 1 2 3 4
REFERENTIES Digitale Watertoets, 2022 (www.dewatertoets.nl). Kadastrale Kaart, 2022 (www.kadastralekaart.com). Legger waterlopen stedelijk, (NB) Waterschap Zuiderzeeland; kaartblad 20FN25. Legger waterlopen landelijk, (NB) Waterschap Zuiderzeeland; kaartblad 20FN.
8 | 8
Witteveen + Bos | 128786/23-000.164 | Definitief 04
BIJLAGE: DIGITALE WATERTOETS
Witteveen + Bos | 128786/23-000,164 | Bijlage I | Definitief 04
Digitale Watertoets Resultaat van de check gedaan op 17-01-2022
Digitale watertoets De watertoets helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toetsen of u de belangen van het Waterschap raakt. Indien dit het geval is krijgt u tekst en uitleg over het vervolg proces.
VOOR DE ACTIVITEIT DIGITALE W\TERTOETS IS OP BASIS VAN DE GEGEVEN ANTWOORDEN NODIG: 1.
korte procedure
2.
Advies geen primaire waterkeringen
3.
Advies kwelwaterkwaliteit
4.
Advies watersysteem
5.
Advies geen regionale waterkeringen
6.
Advies geen overige kering
7.
Advies wateroverlast toename verharding zonder compensatie
OP BASIS VAN ONDERSTAANDE LOCATIE
17-01-2022, 09:47
Pagina 1 van 19
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets
17-01-2022, 09:47
Pagina 2 van 19
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets VRAGEN EN ANTWOORDEN UIT DE CHECK 1.
Gaat het om een ruimtelijk plan dat uitsluitend een functiewijziging van bestaande bebouwing inhoudt? . ja
2.
Is er sprake van een uitbreiding of wijziging van de lozing(en)? -
3.
Primaire waterkering kernzone *
4.
nee
Kernzone overige kering *
11.
nee
Buitendijksgebied beschermd *
10.
nee
Buitendijksgebied dubbelregime »
9.
nee
Buitendijksgebied kernzone »
8.
nee
Primaire waterkering buitenbeschermingszone »
7.
nee
Primaire waterkering tussenbeschermingszone «
6.
nee
Primaire waterkering binnenbeschermingszone *
5.
ja
nee
Beschermingszone overige kering «
nee
17-01-2022, 09:47
Pagina 3 van 19
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets 12.
Aandachtsgebieden wateroverlast en onvoldoende drooglegging 2050 *
13.
Neemt het verhard oppervlak in stedelijk gebied toe? «
14.
nee
\Abrdt er in het plangebied mogelijk gebruik gemaakt van bodemenergie, ook wel warmte koude opslag (WKO) genoemd? »
21.
ja
Is er binnen het plangebied sprake van de toelating, aanwezigheid of aanleg van drijvende woningen/woonboten? »
20.
nee
Kwelkwaliteit slecht -
19.
nee
\Abrdt er nieuw open water aangelegd? (bijv. ter compensatie toename verharding) »
18.
nee
Is er sprake van afstromend regenwater van een oppervlak van 50 of meer parkeerplaatsen en/of een weg met meer dan 1000 voertuigbewegingen per dag? »
17.
nee
Betreft het een nieuw verhard oppervlak in landelijk gebied groter dan 2500 m2 of in stedelijk gebied groter dan 750m2? »
16.
nee
Neemt het verhard oppervlak in landelijk gebied toe? »
15.
nee
nee
Rijkswater *
nee
17-01-2022, 09:47
Pagina 4 van 19
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets DETAILS
ï. korte procedure Op basis van uw locatie en gegeven antwoorden volgt u de korte procedure.
Wat moet ik doen? U neemt een waterparagraaf op in uw ruimtelijke plan. Zo onderbouwt u een goede ruimtelijke ordening voor het omgevingsaspect water. Onderstaande concept-waterparagraaf kunt u gebruiken als basis. De tekst vult u waar nodig aan met een concrete uitwerking voor de ontwikkeling. De voor de ontwikkeling niet-relevante onderdelen (aangeduid met 'optioneel') laat u weg. De relevante wateraspecten, zoals waterkeringen en oppervlaktewater, neemt u ook op in de verbeelding en/of in de regels van het ruimtelijk plan. Gebruik de knop 'DIRECT AANVRAGEN' om \Aàterschap Zuiderzeeland op de hoogte te stellen van uw plannen. Hiervoor is een eenmalige registratie benodigd. Als u een wateradvies wilt ontvangen stuurt u uw uitgewerkte conceptwaterparagraaf mee met de aanvraag of via watertoets@zuiderzeeland.nl. Sinds 1 november 2003 is de toepassing van de watertoets wettelijk verplicht door de verankering in het Besluit op de ruimtelijke ordening 1985. De watertoets heeft betrekking op alle grond- en oppervlaktewateren en behandelt alle van belang zijnde waterhuishoudkundige aspecten (naast veiligheid en wateroverlast ook bijvoorbeeld waterkwaliteit en verdroging). De watertoets is een belangrijk procesinstrument om het belang van water een evenwichtige plaats te geven in de ruimtelijke ordening.
Uit de waterparagraaf blijkt de betrokkenheid van de waterbeheerder in het planproces en de wijze waarop het wateradvies van de waterbeheerder is meegenomen in de uitwerking van het plan. De watertoets procedure kan op drie manieren gevolgd worden: de procedure geen waterschapsbelang, de korte procedure en de normale procedure. Wëlke procedure gevolgd moet worden hangt af van de implicaties van het ruimtelijk plan voor de waterhuishouding. De procedure geen waterschapsbelang en de korte procedure zijn bedoeld voor ruimtelijke plannen met beperkte gevolgen voor de waterhuishouding. Bij deze twee procedures kan de watertoets volledig digitaal doorlopen worden. De normale procedure is gericht op ruimtelijke plannen met relatief vergaande consequenties voor de waterhuishouding. In dit geval is vroegtijdige actieve betrokkenheid van \Aàterschap Zuiderzeeland nodig. De relevante randvoorwaarden voor het plan zijn gerangschikt onder zeven streefbeelden ingedeeld op basis van de drie waterthema's Veiligheid, Voldoende \Aàter en Schoon Water. Na het streefbeeld vindt u het uitgangspunt: het vertrekpunt bij de verwezenlijking van het streefbeeld. U krijgt vervolgens een overzicht van de gerelateerde randvoorwaarden. Thema Waterveiligheid Het plan ligt niet buitendijks of in een beschermingszone van een waterkering.
Op basis van de ingevoerde gegevens over het plangebied zijn er geen uitgangspunten voor het thema veiligheid van toepassing. Thema Voldoende water 17-01-2022, 09:47
Pagina 5 van 19
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets
\Aàteroverlast Streefbeeld Het watersysteem, zowel in landelijk als in stedelijk gebied, is op orde. Het hele beheergebied voldoet aan de vastgestelde normen. Uitgangspunt wateroverlast Het waterschap streeft naar een robuust watersysteem dat de effecten van toekomstige klimaatveranderingen en bodemdaling kan opvangen. De planontwikkeling is gelegen in een watersysteem dat op basis van de toetsing in 2012 voldoet aan de normering voor wateroverlast. Een dergelijk systeem kan het water verwerken tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten. Binnen het plangebied is geen sprake van (grond)wateroverlast. Binnen het plangebied is geen sprake van een toename in verhard oppervlak, of deze is gering (minder dan 750 m2 in stedelijk gebied of minder dan 2.500 m2 in landelijk gebied). Daarom is geen compensatie noodzakelijk voor dit plan. «cVul aan met: * Het plangebied ligt in [keuze: stedelijk/landelijk] gebied. * *
een beschrijving van de fysieke wijzigingen een kwantificering van de eventuele netto toename in verharding
Goed functionerend watersysteem Streefbeeld: Het watersysteem zorgt in normale situaties voor een goede doorstroming en afwatering in het beheergebied en maakt het realiseren van het (maatschappelijk) gewenste grond- en oppervlaktewaterwaterregime (GGOR) mogelijk. \Aàterschap Zuiderzeeland streeft er naar dat de feítelijke situatie van het watersysteem overeenkomt met de legger. Op die manier kan het waterschap weloverwogen anticiperen op en reageren in extreme situaties. Randvoorwaarde(n) goed functionerend watersysteem Het waterschap streeft naar een robuust en klimaatbestendig watersysteem met grote peilvakken. Versnippering van het watersysteem is een ongewenste situatie. Nieuwe ontwikkelingen sluiten aan op bestaande peilvakken en de inrichting wordt afgestemd op de functie van het water. De planontwikkeling leidt niet tot nieuwe peilvakken. De planontwikkeling heeft geen gevolgen voor het streefpeil van het oppervlaktewater in of in de omgeving van het plangebied. Het functioneren van het huidige watersysteem (doorstroming, afwatering, realiseren van het gewenste peil) zal door de planuitvoering niet verslechteren. Optioneel: Nabij watergang Het plangebied bevindt zich binnen tien meter afstand van een bestaande watergang. De watergang wordt ten minste aan één zijde voorzien van een obstakelvrije werkstrook van minimaal 5 meter breed en 4 meter hoog.
Bij een waterbreedte vanaf 12 meter geldt dit aan weerszijden. Bij een talud van 1:4 of flauwer is geen onderhoudsstrook nodig. Optioneel: Woonboten In het plangebied zijn woonboten voorzien. Gezien het waterhuishoudkundige belang geldt er in principe een verbodsbepaling voor de aanleg van woonboten/drijvende woningen in de kernzone van de watergang. Met een watervergunning kan aanleg 17-01-2022, 09:47
Pagina 6 van 19
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets toegestaan worden. Het is dan onder andere van belang dat de breedte van de watergang voldoende ^10 meter) is en het onderhoud goed geregeld wordt. De criteria zijn te vinden op www.zuiderzeeland.nl (zoek naar Beleidsregel drijvende woningen). Optioneel: Dempen bestaand oppervlaktewater In het plangebied wordt water gedempt. Voordat met enige demping wordt gestart, dient de compensatie van open water (verleggen, verbreden of nieuw aanleggen) te zijn aangelegd. De voor demping van bestaande watergangen gebruikte materialen moeten voldoen aan de eisen uit het Besluit Bodemkwaliteit en /of de waterbodemkwaliteitskaart van waterschap Zuiderzeeland. Optioneel: Graven nieuw oppervlaktewater In het plangebied wordt nieuw water gegraven. Er wordt gestreefd naar aaneengesloten waterelementen met een minimum aantal duikers en/of andere kunstwerken en zonder doodlopende einden. Aanvullen: Hier worden alle aanpassingen in het watersysteem aangegeven en
wordt aangegeven hoe de waterhuishoudkundige zaken bestemd worden. Bijvoorbeeld de aanleg van watergangen, infiltratievoorzieningen. Daarnaast worden hier ook de dimensies van het watersysteem aangegeven of randvoorwaarden voor de aanleg hiervan (voor zover ruimtelijk relevant). Bijvoorbeeld de dieptes van watergangen bij streefpeil, de profielen en randvoorwaarden waaraan het watersysteem zal voldoen. Anticiperen op watertekort Streefbeeld: Het waterschap wil een robuust watersysteem dat voorbereid is op de effecten van toekomstige klimaatveranderingen. Tot nu toe ligt de nadruk bij klimaatveranderingen met name op meer extreme neerslag en stijging van de zeespiegel. Ook extreem droge periodes zullen echter vaker voor komen. Het robuuste watersysteem dat het waterschap nastreeft moet hier ook op anticiperen. Optioneel: Graven nieuw oppervlaktewater Uitgangspunt In het hele beheergebied streeft het waterschap na dat de aanwezige functies worden gefaciliteerd door goed en voldoende water. Echter binnen een klimaatbestendig en robuust watersysteem past afhankelijkheid van wateraanvoer niet. Met het oog op toekomstige watertekorten is het wenselijk de hoeveelheid aanvoerwater zoveel mogelijk te beperken. Randvoorwaarden Nieuwe watersystemen worden dusdanig ingericht dat ze zelfvoorzienend zijn. Uitbreiding van wateraanvoer bij de huidige functies is niet wenselijk.
De afweging van wateraanvoer vindt plaats op basis van robuustheid, effectiviteit en efficiency. Hierbij geldt als uitgangspunt dat herverdeling van water binnen de polder de voorkeur heeft boven wateraanvoer van buiten de polder. Thema Schoon Water Optioneel: Graven nieuw water/aanpassing watersysteem Goede structuurdiversiteit Streefbeeld Het waterschap streeft naar goede leef, verblijf- en voortplantingsmogelijkheden voor de aquatische flora en fauna in het beheergebied. Uitgangspunt Bij de inrichting van het watersysteem wordt gestreefd naar het realiseren van een 17-01-2022, 09:47
Pagina 7 van 19
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets ecologisch gezond watersysteem. Oevers worden bij voorkeur duurzaam en indien passend bij de functie natuurvriendelijk ingericht. Bij de dimensionering van het watersysteem wordt rekening gehouden met de te verwachten waterkwaliteit. Goede oppervlaktewaterkwaliteit Streefbeeld Het grond- en oppervlaktewater biedt leef-, verblijf-, en voortplantingsmogelijkheden voor de (aquatische) flora en fauna in het beheergebied. De chemische toestand van deze wateren vormt hier geen belemmering voor. Optioneel: Wijziging lozing(en) Uitgangspunten In het ontwerp van het watersysteem wordt uitgegaan van het principe 'schoon houden, scheiden, zuiveren'. Verontreinigingen worden voorkomen of aangepakt bij de bron. Randvoorwaarde(n) Conform de \Aàterwet (WW) is het verboden om zonder vergunning afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen in welke vorm dan ook te brengen in oppervlaktewateren. Schoon regenwater mag zonder waterstaatswerk direct geloosd worden op oppervlaktewater. Indien hiervoor een voorziening zoals een drain of buis wordt aangebracht is hiervoor een vergunning nodig. Optioneel: Uitlogende materialen Lozingen op oppervlaktewater als gevolg van uitlogende materialen verwerkt in bouwwerken (bijvoorbeeld zinken of koperen daken) zijn meldingsplichtig.
Voor lozingen in kwetsbaar water van alle typen oppervlakken gemaakt van uitlogende materialen worden voorwaarden gesteld door het waterschap. Optioneel: Dempen oppervlaktewater De voor demping van bestaande watergangen gebruikte materialen moeten voldoen aan de eisen uit het "Besluit bodemkwaliteit (BBK)" en/of de Wöterbodemkwaliteitskaart van waterschap Zuiderzeeland. Optioneel: Materialen inrichting watersysteem Bij de inrichting van het watersysteem zijn alleen milieuvriendelijke, niet-uitlogende en gecertificeerde materialen toegestaan. Voor beschoeiing geldt aanvullend dat de materialen niet-oxydeerbaar zijn. Goed omgaan met afvalwater Streefbeeld Veel menselijke activiteiten hebben een negatief effect op de kwaliteit van het oppervlaktewater doordat ze water verontreinigen. Het waterschap zorgt met de regulering of behandeling van afvalwater dat zo veel mogelijk van deze effecten teniet worden gedaan. De lozingssituatie blijft ongewijzigd: Door de ontwikkeling wijzigt de hoeveelheid afvalwater en hemelwater niet. Ook de samenstelling van de bestaande lozingen wijzigt niet. Concept waterparagraaf korte procedure - versie: alle vragen beantwoord met 'nee', maar wijziging lozing 'ja'
Sinds 1 november 2003 is de toepassing van de watertoets wettelijk verplicht door de verankering in het Besluit op de ruimtelijke ordening 1985. De watertoets heeft betrekking op alle grond- en oppervlaktewateren en behandelt alle van belang zijnde waterhuishoudkundige aspecten (naast veiligheid en wateroverlast ook bijvoorbeeld 17-01-2022, 09:47
Pagina 8 van 19
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets waterkwaliteit en verdroging). De watertoets is een belangrijk procesinstrument om het belang van water een evenwichtige plaats te geven in de ruimtelijke ordening. Uit de waterparagraaf blijkt de betrokkenheid van de waterbeheerder in het planproces en de wijze waarop het wateradvies van de waterbeheerder is meegenomen in de uitwerking van het plan. De watertoets procedure kan op drie manieren gevolgd worden: de procedure geen waterschapsbelang, de korte procedure en de normale procedure. Wëlke procedure gevolgd moet worden hangt af van de implicaties van het ruimtelijk plan voor de waterhuishouding. De procedure geen waterschapsbelang en de korte procedure zijn bedoeld voor ruimtelijke plannen met beperkte gevolgen voor de waterhuishouding. Bij deze twee procedures kan de watertoets volledig digitaal doorlopen worden. De normale procedure is gericht op ruimtelijke plannen met relatief vergaande consequenties voor de waterhuishouding. In dit geval is vroegtijdige actieve betrokkenheid van \Aàterschap Zuiderzeeland nodig. De relevante randvoorwaarden voor het plan zijn gerangschikt onder zeven streefbeelden ingedeeld op basis van de drie waterthema's Veiligheid, Voldoende \Aàter en Schoon Water. Na het streefbeeld vindt u het uitgangspunt: het vertrekpunt bij de verwezenlijking van het streefbeeld.