7.1 Bestemmingsplan Ens, Oost - fase 4.pdf
Tekst van het document
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
44
Bestemmingsplan “Ens, Oost – fase 4” Vastgesteld dubbelbestemming opgenomen. Daarnaast is in voldoende mate rekening gehouden met de aanwezige cultuurhistorische waarden in de omgeving.
5.9
Besluit milieueffectrapportage
5.9.1
Algemeen
De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: •
•
•
Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten).
In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd. Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van ‘kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r. is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.beoordeling gehanteerd.
5.9.2
Situatie plangebied
5.9.2.1 Artikel 2.8 lid 1 van de Wet Natuurbescherming Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is op ten minste 2,6 kilometer van het plangebied gelegen. Zoals in paragraaf 5.7.2.1 en bijlage 3 (stikstofberekening) van deze toelichting is beschreven is er voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatieve effecten heeft op de instandhoudingsdoelstelling van Natura 2000-gebieden. Het voornemen is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningsplichtig.
5.9.2.2 Drempelwaarden Besluit m.e.r. De voorgenomen ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt door het partieel herzien van het geldende bestemmingsplan. Dit betekent dat voorliggende ontwikkeling m.e.r.-(beoordelings)plichtig is, indien activiteiten worden mogelijk gemaakt die genoemd worden in onderdeel C of D van het Besluit m.e.r. en de daarin opgenomen drempelwaarden overschrijden.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
45
Bestemmingsplan “Ens, Oost – fase 4” Vastgesteld In het voorliggende geval is geen sprake van activiteiten die op grond van onderdeel C van het Besluit milieueffectrapportage m.e.r.-plichtig zijn. Wel is sprake van een activiteit die is opgenomen in onderdeel D van het Besluit m.e.r., namelijk: ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject.’ Aangezien hier in dit geval sprake van is dient te worden getoetst of sprake is van m.e.r-beoordelingsplicht. Hier is sprake van indien de activiteiten de volgende drempelwaarden uit onderdeel D overschrijden: 1. 2. 3.
een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.
Indien het plan wordt vergeleken met de drempelwaarden uit de D-lijst kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit aangezien deze pas geldt bij een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen. Echter, zoals ook in het voorgaande aangegeven, dient ook wanneer ontwikkelingen onder drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er van te vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben. Gelet op de aard- en omvang van de voorgenomen ontwikkeling is het de vraag om er sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' als bedoeld in onderdeel D 11.2 van het Besluit milieueffectrapportage. Uit jurisprudentie (ABRvS 18 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2414) volgt dat het antwoord op deze vraag afhankelijk is van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene ontwikkeling moet worden beoordeeld of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Niet relevant is of per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen ontstaan. Indien de drempelwaarden uit de D-lijst voor deze activiteit (o.a. 2000 of meer woningen) wordt vergeleken met de omvang van de ontwikkeling (het bouwen van maximaal 90 woningen), wordt geconcludeerd dat sprake is van een wezenlijk ander schaalniveau en een activiteit die vele male kleinschaliger is.
Verder is, voor zover in dit kader relevant, sprake van een nieuwe functie die niet leidt tot een aantasting van het woon- en leefklimaat ter plaatse van omliggende woningen. Tevens blijkt uit dit hoofdstuk en hoofdstuk 6 dat dit bestemmingsplan geen belangrijke nadelige milieugevolgen heeft, die het doorlopen van een m.e.r.procedure noodzakelijk maken.
5.9.3
Conclusie
Dit bestemmingsplan is niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig. Tevens zijn geen nadelige milieugevolgen te verwachten als gevolg van de vaststelling van dit plan.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
46
Bestemmingsplan “Ens, Oost – fase 4” Vastgesteld
HOOFDSTUK 6 6.1
WATERASPECTEN
Algemeen
Sinds 1 november 2003 is de toepassing van de watertoets wettelijk verplicht door de verankering in het Besluit op de ruimtelijke ordening 1985. De watertoets heeft betrekking op alle grond- en oppervlaktewateren en behandelt alle van belang zijnde waterhuishoudkundige aspecten (naast veiligheid en wateroverlast ook bijvoorbeeld waterkwaliteit en verdroging). De watertoets is een belangrijk procesinstrument om het belang van water een evenwichtige plaats te geven in de ruimtelijke ordening. Uit de waterparagraaf blijkt de betrokkenheid van de waterbeheerder in het planproces en de wijze waarop het wateradvies van de waterbeheerder is meegenomen in de uitwerking van het plan.
6.2
Proces van de watertoets
In het kader van het proces van de watertoets is gebruik gemaakt van de digitale watertoets. In het kader van de watertoets is de normale procedure van toepassing. Het Waterschap geeft een wateradvies, waarin het Waterschap beoordeelt in hoeverre bij de voorgenomen ontwikkeling de effecten op de waterhuishouding en de waterschapsbelangen raken. De uitgangspuntennotitie is in bijlage 6 bij de toelichting van dit bestemmingsplan gevoegd.
6.3
Wet- en regelgeving en beleid water
6.3.1
KRW
De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) is in 2000 ingevoerd en heeft als doelstelling het bereiken van een goede ecologische en chemische toestand voor alle oppervlaktewaterlichamen en het beschermen en herstellen van alle grondwaterlichamen (verbinding infiltratie- en kwelgebieden). Door de inrichting van watergangen af te stemmen op de ecologie kan de ecologische toestand verbeterd worden. De KRW heeft het streven om emissies naar oppervlakte- en grondwater terug te dringen. De gemiddelde jaarlijkse grondwateronttrekking mag de beschikbare grondwatervoorraad op lange termijn niet overschrijden.
6.3.2
Waterbeleid voor de 21e eeuw
De Commissie Waterbeheer 21ste eeuw heeft in augustus 2000 advies uitgebracht over het toekomstige waterbeleid in Nederland. Een andere aanpak in het licht van verwachte ontwikkelingen inzake zeespiegelstijging, toenemende neerslag en rivierwaterafvoer en verdergaande bodemdaling is noodzakelijk. De adviezen van de commissie staan in het rapport Anders omgaan met water, Waterbeleid voor de 21ste eeuw (WB21). De kern van het rapport WB21 is dat water de ruimte moet krijgen, voordat het die ruimte zelf neemt. In het Waterbeleid voor de 21e eeuw worden twee principes(drietrapsstrategieën) voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd: 1. 2.
vasthouden, bergen en afvoeren; schoonhouden, scheiden en zuiveren.
6.3.3
Stedelijk waterplan Noordoostpolder
De watervisie van de gemeente Noordoostpolder is opgenomen in het Stedelijk Waterplan Noordoostpolder (april 2006). Op 22 december 2009 is de Waterwet in werking getreden. Deze Waterwet bestaat uit een achttal wetten die zijn samengevoegd tot één wet. De Waterwet stelt integraal waterbeheer op basis van de “watersysteembenadering” centraal. De verantwoordelijkheden in het oppervlaktewater- en grondwaterbeheer van Rijk, provincie, waterschappen en gemeenten zijn in de Waterwet helderder
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
47
Bestemmingsplan “Ens, Oost – fase 4” Vastgesteld vastgelegd. De voornaamste veranderingen zijn de invoering van de watervergunning en een verbeterde doorwerking van water in andere beleidsterreinen, met name het ruimtelijke domein. Als aanvulling op het Stedelijk waterplan is in 2011 door het waterschap Zuiderzeeland en de gemeente Noordoostpolder een bestuurlijke “Maatwerkovereenkomst stedelijk water” ondertekend. Door ondertekening van deze bestuursovereenkomst zijn tussen de waterbeheerder en de gemeente afspraken gemaakt over de invulling van de gezamenlijke taakuitoefening voor het beheer en onderhoud van het stedelijk water. De beoogde doelen op strategisch, tactisch en operationeel niveau ten aanzien van het stedelijk water zijn daardoor beter verankerd. Verdere actualisatie met het oog op onder andere de klimaatadaptatie is verwerkt in het gezamenlijk door het Waterschap Zuiderzeeland en gemeente Noordoostpolder opgesteld Watertakenplan Noordoostpolder 20192024. Op grond van o.m. de Waterwet is voor gemeenten, naast het inzamelen en transporteren van vrijkomend stedelijk afvalwater een formele taak weggelegd voor het afvoeren van overtollig regenwater. In zoverre het inzamelen en transporteren van relatief schoon regenwater buiten de afvalwaterstroom doelmatig kan worden uitgevoerd, vindt deze gescheiden van de afvoer van het stedelijk afvalwater plaats.
Het “gebiedseigen water” wordt op plaatsen waarvoor mogelijkheden aanwezig zijn, vastgehouden en geborgen in aanwezig stedelijk water en/of retentiestroken. Het bergen en vasthouden van regenwater op locatie mag niet leiden tot (water)overlast voor de woonomgeving. Tot slot heeft de gemeente een watertaak waterhuishoudkundige maatregelen te treffen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming(en) zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. In de Keur van het Waterschap Zuiderzeeland, onderdeel uitmakend van de Waterwet, is aangegeven wat wel en niet mag bij waterkeringen en wateren (de zogenaamde waterstaatswerken). De waterschapsverordening vervangt de Keur bij inwerkingtreding van de Omgevingswet.
6.3.4
Waterwet
De Waterwet (2009) stelt integraal waterbeheer op basis van de ‘watersysteembenadering’ centraal. Één van de voornaamste veranderingen, naast invoering van de watervergunning, is de verbeterde doorwerking van water in andere beleidsterreinen, met name het ruimtelijke domain. De verantwoordelijkheden in het oppervlaktewater- en grondwaterbeheer van Rijk, provincie, waterschappen en gemeenten zijn in de Waterwet helderder vastgelegd.
6.3.5
Nationaal Waterprogramma
Het Nationaal Waterprogramma bestaat uit het landelijke en regionale waterbeleid, vastgesteld op basis van de Waterwet en de Wet Ruimtelijke Ordening. In het plan zijn de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en - beheer beschreven voor de periode 2022-2027. Het programma richt zich op schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Het programma geeft invulling aan de Europese richtlijnen waaronder de KRW, Richtlijn overstromingsrisico’s, de Kaderrichtlijn Mariene Strategie en de EU-richtlijn Marine Spatial Planning. Het programma geldt als structuurvisie voor de ruimtelijke aspecten.
6.3.6
Watervisie en waterbeheerprogramma 2022-2027 Waterschap Zuiderzeeland
De Watervisie verbindt waterthema’s en maatschappelijke opgaven. Voor een gezonde en duurzame ontwikkeling van het gebied is het nodig om het natuurlijke systeem (bodem en water) en de ruimtelijke en economische ontwikkelingen met elkaar te verbinden in een gezamenlijke aanpak. Niet met maakbaarheid als vertrekpunt, maar toekomstbestendigheid. Het Waterbeheerprogramma bevat de strategische en tactische doelen voor de komende planperiode en beschrijft op hoofdlijnen welke maatregelen het waterschap neemt om deze doelen te behalen. Het beheergebied wordt waterrobuust en klimaatbestendig ingericht. Investeringen in het watersysteem zorgt dat er ook in de toekomst voldoende water is bij langdurige droogte én voldoende bescherming bij hoogwater.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
48
Bestemmingsplan “Ens, Oost – fase 4” Vastgesteld
6.4
Beschrijving van het watersysteem
6.4.1
Veiligheid/Waterkeringen
Het plangebied ligt niet in de beschermingszone van een (primaire) waterkering. Op basis van de ingevoerde gegevens over het plangebied zijn er geen uitgangspunten voor het thema veiligheid van toepassing.
6.4.2
Voldoende Water
Wateroverlast Het watersysteem, zowel in landelijk als in stedelijk gebied, is op orde. Het hele beheergebied voldoet aan de vastgestelde normen. Het waterschap streeft naar een robuust watersysteem dat de effecten van toekomstige klimaatveranderingen en bodemdaling kan opvangen. De planontwikkeling is gelegen in een watersysteem dat op basis van de toetsing in 2012 voldoet aan de normering voor wateroverlast. Een dergelijk systeem kan het water verwerken tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten. Het verharden van grond met bebouwing of bestrating leidt tot een versnelling van de afvoer van neerslag naar het watersysteem. Waar het verharde oppervlak als gevolg van een ruimtelijke ontwikkeling toeneemt, dienen compenserende maatregelen te worden genomen om piekafvoeren te verwerken. Afwenteling op omliggende gebieden wordt voorkomen en de bergingsruimte in het watersysteem blijft behouden. De beleidsregel 'Compensatie toename verhard oppervlak en versnelde afvoer' is begin 2013 door het waterschap vastgesteld. Vanaf het moment van vaststelling van de beleidsregel is de situatie van het beheergebied op dat moment het referentiekader geworden, oftewel de nulsituatie. De compensatieplicht geldt zodanig voor de netto toename van het verhard oppervlak voor een bouwvlak sinds begin 2013. Het plangebied ligt in stedelijk gebied.
Het verhard oppervlak neemt als gevolg van de ontwikkeling netto met circa 2 hectare toe ten opzichte van de huidige feitelijke situatie. Dit betreft nog een grove schatting. Deze toename is hoe dan ook groter dan 750 m2, waardoor watercompensatie noodzakelijk is. De benodigde compensatie voor de toenemende verharding in "Ens, Oost-fase 1" ten opzichte van de bestaande situatie is 43.946 x 6% = 2.637 m2. Deze compensatie is al gerealiseerd in de gegraven waterpartij (4.057 m2) onderdeel uitmakend van het stedelijk gebied, waarop alle aangelegde en aan te leggen regenwaterriolering op uitmonden. Hiermee is sprake van een overschot aan waterbergende voorzieningen. Voor Ens Oost fase 4 is circa 1.200 m2 (=20.000 x 6%) watercompensatie benodigd. Dit zou geheel opgevangen kunnen worden op de reeds gegraven waterpartij. Echter is ook In het stedenbouwkundigplan voor Ens oost fase 4 is rekening gehouden met watercompensatie door het inpassen van open water tussen ‘Ens oost fase 1’ en ‘Ens oost fase 4’. Dit is weergegeven in afbeelding 6.1. Hiermee is sprake van ruim voldoende watercompensatie. Het peil wordt gereguleerd door de al geïnstalleerde debiet gestuurde stuw van 1,5 l/s/ha afvoerend op de watergang van het landelijk gebied.
Ter voorkoming van het in stand houden van kleine peilvakken in het stedelijk gebied, gaat de nieuwe uitbreiding Ens-oost fase 4 onderdeel uitmaken van het al bestaande geïnstalleerde peilvak (Ensertocht1) van de woonwijk Oostereind. Daarvoor is wijziging van het bestaande Peilbesluit Ensertocht1 nodig.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
49
Bestemmingsplan “Ens, Oost – fase 4” Vastgesteld
Afbeelding 6.1:
Watercompensatie Ens oost fase 4 – zie lichtblauw kleur (Bron: gemeente Noordoostpolder)
Goed functionerend watersysteem Het watersysteem zorgt in normale situaties voor een goede doorstroming en afwatering in het beheergebied en maakt het realiseren van het (maatschappelijk) gewenste grond- en oppervlaktewaterwaterregime (GGOR) mogelijk. Waterschap Zuiderzeeland streeft er naar dat de feitelijke situatie van het watersysteem overeenkomt met de legger. Op die manier kan het waterschap weloverwogen anticiperen op en reageren in extreme situaties. Randvoorwaarden: Het waterschap streeft naar een robuust en klimaatbestendig watersysteem met grote peilvakken. Versnippering van het watersysteem is een ongewenste situatie. Nieuwe ontwikkelingen sluiten aan op bestaande peilvakken en de inrichting wordt afgestemd op de functie van het water. In nieuwe watersystemen wordt gestreefd naar aaneengesloten waterelementen met een minimum aantal duikers en/of andere kunstwerken en zonder doodlopende einden. Het watersysteem wordt dusdanig ingericht dat het goed controleerbaar en beheersbaar is. Met het oog op de uiteindelijke overname van het beheer en onderhoud van nieuw (stedelijk) water is het nodig dat het waterschap betrokken wordt bij de uitwerking van een plangebied naar een definitieve ontwerp van het watersysteem. Dit definitieve ontwerp behoeft de ambtelijke goedkeuring van het waterschap om overname uiteindelijk mogelijk te maken.
Een en ander wordt nader uitgewerkt in overleg met het waterschap.
6.4.3
Schoon water
Goede structuurdiversiteit en goede oppervlaktewaterkwaliteit Bij de inrichting van het nieuw aan te leggen watersysteem wordt gestreefd naar het realiseren van een ecologisch gezond watersysteem. Het grond- en oppervlaktewater biedt leef-, verblijf- en voortplantingsmogelijkheden voor de aquatische flora en fauna in het beheergebied. De chemische toestand van deze wateren vormt hier geen belemmering voor. In het ontwerp van het watersysteem wordt uitgegaan van de trits “schoon houden, scheiden, zuiveren”. Bij de dimensionering van het watersysteem wordt rekening gehouden met de te verwachten waterkwaliteit.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
50
Bestemmingsplan “Ens, Oost – fase 4” Vastgesteld Het gebruik van uitlogende bouwmaterialen, bijvoorbeeld zinken dakgoten, wordt vermeden. Voor aanwezige openbare parkeerplaatsen wordt, daar waar mogelijk, gebruik gemaakt van halfverhardingen. Goed omgaan met afvalwater Verontreiniging van het oppervlaktewater door vervuild hemelwater wordt voorkomen. Voor nieuw te ontwikkelen terreinen geldt dat het hemelwater niet naar een centrale rioolwaterzuivering wordt afgevoerd maar in of in de nabijheid van het plangebied wordt geloosd, zonodig voorafgegaan door een lokale zuivering. Bij nieuwbouwgebieden (bijvoorbeeld woonwijk, industrieterrein) is de aanleg van een gescheiden rioolstelsel een voorwaarde. Afstromend hemelwater van vervuilde oppervlakken wordt gezuiverd. Veel menselijke activiteiten hebben een negatief effect op de kwaliteit van het water. Het waterschap zorgt met de regulering of behandeling van afvalwater dat zo veel mogelijk van deze effecten teniet worden gedaan. Het Waterschap zuivert dit, door de gemeente ingezameld en afgevoerd, afvalwater op de afvalwaterzuiveringsinstallatie te Tollebeek. Door deze behandeling in de afvalwaterketen vindt in het plangebied zelf geen onoverkomelijke vuillast op het aanwezige oppervlaktewater plaats. Alle vrijkomende stedelijk afvalwater afkomstig van het plangebied wordt afgevoerd via de gemeentelijke riolering.
Het bestaande rioleringsstelsel is voldoende gedimensioneerd om het vrijkomend afvalwater via het bestaande stelsel te kunnen afvoeren. Verontreiniging van het oppervlaktewater door stedelijk afvalwater wordt daarmee voorkomen. Met het plan worden circa 196 parkeerplaatsen gerealiseerd. Op grond van beleid van het waterschap wordt hemelwater afkomstig van meer dan 50 parkeerplaatsen beschouwd als vervuild. De wijze van zuivering wordt afgestemd met het waterschap, vooruitlopend op de melding in het kader van het Besluit lozen buiten inrichtingen.
6.5
Conclusie
Gelet op het vorenstaande vormt het milieuaspect ‘water’ geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
51
Bestemmingsplan “Ens, Oost – fase 4” Vastgesteld
HOOFDSTUK 7 7.1
JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING
Inleiding
In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is.
7.2
Opzet van de regels
7.2.1
Algemeen
In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. 2. 3. 4.
7.2.2
Inleidende regels (begripsbepalingen en wijze van meten); Bestemmingsregels; Algemene regels (o.a. afwijkingsregels); Overgangs- en slotregels.
Algemene regels
Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: •
Begrippen (Artikel 1)
In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd. •
Wijze van meten (Artikel 2)
Dit artikel geeft onder meer bepalingen waar mag worden gebouwd en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden. De op de verbeelding of in de regels aangegeven bouwhoogte wordt gemeten vanaf peil tot het hoogste punt (exclusief elementen zoals een schoorsteen, liftopbouw en dergelijke).
7.2.3
Bestemmingsregels
Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn onderverdeeld in o.a.: •
Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan;
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
52
Bestemmingsplan “Ens, Oost – fase 4” Vastgesteld • •
7.2.4
Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (bebouwingshoogte, bebouwingspercentage, etc.); Specifieke gebruiksregels: omschrijving van gebruiksactiviteiten die niet zijn toegestaan.
Algemene regels
Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: •
Anti-dubbeltelregel (Artikel 10)
Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich met name voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage. •
Algemene gebruiksregels (Artikel 11)
Deze regel is opgenomen om aan te geven welk gebruik in elk geval strijdig is met de aan de grond gegeven bestemming; •
Algemene afwijkingsregels (Artikel 12)
In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken. •
Overige regels (Artikel 13)
In dit artikel is aangegeven dat de wettelijke regeling waarnaar in de regels van het plan wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan. Daarnaast zijn er regels opgenomen omtrent parkeren. Tot slot is een vergunningsplicht opgenomen voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden. Deze vergunningsplicht is opgenomen ter bescherming van de rugstreeppad en kleine marterachtigen.
7.2.5
Overgangs- en slotregels
In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregels wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.
7.3
Verantwoording van de regels
Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. Hierbij zullen de bestemmingen in dezelfde volgorde als in de regels worden behandeld.
Bos (Artikel 3) De voor ‘Bos’ aangewezen gronden zijn bestemd voor bos, (hoog) opgaande afschermende beplanting, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, speelvoorzieningen, het behoud, de bescherming en/of herstel van de natuurwetenschappelijke en/of landschappelijke waarde, ontsluitingswegen, voer-, rijwiel- en ruiterpaden,
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
53
Bestemmingsplan “Ens, Oost – fase 4” Vastgesteld kunstwerken, nutsvoorzieningen en evenementen. Verder zijn de bij deze bestemming behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde en andere-werken toegestaan.
Groen (Artikel 4) Gronden met de bestemming 'Groen' zijn bestemd voor groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, water, waterhuishoudkundige voorzieningen en wadi's, voet- en fietspaden, in- en uitritten ten behoeve van aangrenzende percelen, parkeerplaatsen, kunstwerken, nutsvoorzieningen en evenementen. Verder zijn de bij deze bestemming behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde en andere werken toegestaan. Op deze gronden zijn geen gebouwen toegestaan. Bouwwerken, geen gebouw zijnde ten behoeve van speelvoorzieningen, hekwerken, kunstwerken en lichtmasten zijn onder voorwaarden wel toegestaan.
Tuin (Artikel 5) De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen, behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen woningen. Binnen de bestemming tuin mogen onder voorwaarden uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd. Een uitzondering geldt voor hoeksituaties langs de openbare weg.
Verkeer (Artikel 6) De belangrijkste wegen in het plangebied hebben de bestemming ‘Verkeer’ gekregen. De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor wegen en straten, voet- en rijwielpaden, kunstwerken, nutsvoorzieningen evenementen en parkeervoorzieningen. Verder zijn de hierbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bruggen, viaducten en landhoofden daar onder begrepen, andere-werken, watergangen en waterhuishoudkundige voorzieningen en groenvoorzieningen toegestaan. Binnen de bestemming ‘Verkeer’ kunnen geen gebouwen worden opgericht. Bouwwerken, geen gebouw zijnde zijn wel toegestaan. Voor licht- en vlaggenmasten en bruggen en viaducten gelden aparte bouwhoogten.
Water (Artikel 7) De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor water en waterberging, waterwegen, waterhuishoudkundige voorzieningen, kunstwerken, nutsvoorzieningen en evenementen. Verder zijn de bij deze bestemming behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde en andere-werken toegestaan.
Wonen (Artikel 8) Het appartementengebouw en de grondgebonden woningen hebben de bestemming ‘Wonen’ gekregen. De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen met de hierbij behorende gebouwen en bijbehorende bouwwerken, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, andere-werken, tuinen, erven en paden, waterhuishoudkundige voorzieningen en parkeervoorzieningen. Hoofdgebouwen mogen uitsluitend woonhuizen worden gebouwd. Hoofdgebouwen moeten binnen de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken worden gebouwd. Met aanduidingen is vastgelegd wel type woning per bouwvlak is toegestaan. Verder is per bouwvlak vastgelegd hoeveel woningen per bouwvlak zijn toegestaan. Bijbehorende bouwwerken dienen minimaal 1 meter achter de voorgevel van de woning te worden gebouwd. De maximale oppervlakte bedraagt 50% van het bij de woning behorende achtererfgebied met een maximum van 100 m2 . De oppervlakte van binnen het bouwvlak gebouwde bijbehorende bouwwerken telt niet mee in de bepaling van de gezamenlijke oppervlakte. Bij een woning mag onder voorwaarden een aan huis verbonden beroep- of bedrijfsactiviteit worden uitgevoerd.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
54
Bestemmingsplan “Ens, Oost – fase 4” Vastgesteld Waarde – Archeologische verwachtingswaarde WA 8 (Artikel 9) Ten behoeve van mogelijk voorkomende archeologische waarden in het plangebied is de bestemming 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde WA-8', conform het archeologisch beleid van de gemeente Noordoostpolder, opgenomen. Bij ingrepen dieper dan 2,5 meter is archeologisch onderzoek nodig.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
55
Bestemmingsplan “Ens, Oost – fase 4” Vastgesteld
HOOFDSTUK 8
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID
Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. Het eigendom van de gronden in het plangebied is in gemeentelijke handen en om die reden kan worden afgezien van de vaststelling van een exploitatieplan.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
56
Bestemmingsplan “Ens, Oost – fase 4” Vastgesteld
HOOFDSTUK 9 9.1
Vooroverleg
9.1.1
Het Rijk
VOOROVERLEG, INSPRAAK EN ZIENSWIJZEN
In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke plannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk.
9.1.2
Provincie Flevoland
In het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1. Bro is voorliggend bestemmingsplan voorgelegd aan de provincie Flevoland. De vooroverlegreactie van de provincie is opgenomen in bijlage 7 van deze toelichting. De provincie heeft een inhoudelijke reactie gegeven op het bestemmingsplan en bijhorende onderzoeken. Na aanleiding van de reactie zijn tekstuele aanpassingen doorgevoerd.
9.1.3
Waterschap Zuiderzeeland
In het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1. Bro is voorliggend bestemmingsplan voorgelegd aan waterschap Zuiderzeeland. De vooroverlegreactie van het waterschap is opgenomen in bijlage 8 van deze toelichting. Het waterschap heeft een inhoudelijke reactie gegeven op de waterparagraaf. Na aanleiding van de reactie van de waterschap zijn tekstuele aanpassingen doorgevoerd. Het waterschap stemt in met de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.
9.2
Zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan heeft conform artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening vanaf 21 december 2023 gedurende zes weken tot en met 31 januari ter inzage gelegen. Tijdens de ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan zijn 3 zienswijzen ingediend. De zienswijzen zijn samengevat en beantwoord in een zienswijzennota. De zienswijzennota is opgenomen in bijlage 9 van deze plantoelichting. In het zienswijzenrapport is per onderdeel aangegeven of en welke aanpassingen zijn doorgevoerd in het bestemmingsplan. Omdat er op een aantal punten aanpassingen zijn doorgevoerd in de regels en verbeelding, is het bestemmingsplan gewijzigd vastgesteld. De aanpassing die zijn doorgevoerd hebben primair betrekking op de doorvertaling van een gewijzigd stedenbouwkundigplan, waarbij de (openbare) ruimte efficiënter is ingericht.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
57
Bestemmingsplan “Ens, Oost – fase 4” Vastgesteld
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING Bijlage 1
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
58
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
Ens Oost fase 4
03-09-2024
AKOESTISCH ONDERZOEK WEGVERKEERSLAWAAI ENS OOST FASE 4
Datum: Projectnummer:
03-09-2024 2022-249
INHOUDSOPGAVE Hoofdstuk 1 Inleiding ....................................................................................................... 4 Hoofdstuk 2 Wettelijk kader ............................................................................................ 5 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
Algemeen ............................................................................................................................................... 5 Zone langs wegen .................................................................................................................................. 5 Grenswaarden ....................................................................................................................................... 5 Berekenen geluidsbelasting ................................................................................................................... 6 Gemeentelijk geluidsbeleid ................................................................................................................... 6
Hoofdstuk 3 Uitgangspunten ........................................................................................... 7 3.1 3.2
Situatie projectgebied ........................................................................................................................... 7 Verkeersgegevens.................................................................................................................................. 7
Hoofdstuk 4 Resultaten ................................................................................................... 9 4.1 4.2 4.3 4.4
Berekeningen ......................................................................................................................................... 9 Geluidsbelasting .................................................................................................................................... 9 Hogere Waarde...................................................................................................................................... 9 Maatregelen reductie geluidbelasting ................................................................................................. 10
4.4.1
Bronmaatregelen ............................................................................................................................ 10
4.4.2
Overdrachtsmaatregelen ................................................................................................................ 10
4.4.3
Gevelmaatregelen ........................................................................................................................... 10
4.4.4
Conclusie maatregelen .................................................................................................................... 10
Hoofdstuk 5 Conclusie ................................................................................................... 12 Bijlagen bij het onderzoek ............................................................................................... 13 Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4
Verkeersgegevens Model 2040................................................................................................... 13 Rekenmodellen ........................................................................................................................... 14 Itemeigenschappen..................................................................................................................... 16 Resultatentabellen ...................................................................................................................... 17
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
3
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Ens Oost fase 4 Definitief
HOOFDSTUK 1
INLEIDING
Voorliggend akoestisch onderzoek heeft betrekking op het onbebouwde perceel aan de Zuiderringweg 6 te Ens. Het gaat hierbij om het realiseren van maximaal 90 woningen. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied in de directe omgeving weergegeven.
Afbeelding 1.1
Ligging plangebied (Bron: Arcgis)
Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling dient een ruimtelijke procedure te worden doorlopen. In het kader van deze procedure is het benodigd de geluidbelasting ter plaatse van de te realiseren woningen en het gezondheidscentrum te toetsen aan het stelsel van voorkeurswaarde en maximale ontheffingswaarden uit de Wet geluidhinder. Voorliggend onderzoek heeft uitsluitend betrekking op het aspect wegverkeerslawaai. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de regels van het vigerende Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. In voorliggende rapportage zijn de uitgangspunten rekenresultaten en conclusies van het onderzoek beschreven.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
4
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Ens Oost fase 4 Definitief
HOOFDSTUK 2 2.1
WETTELIJK KADER
Algemeen
Artikel 77 van de Wet geluidhinder (Wgh) bepaalt dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, wijzigingsplan, uitwerkingsplan of bij het voorbereiden van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse afwijking akoestisch onderzoek uitgevoerd dient te worden. Doel van dit onderzoek is de geluidsbelasting aan de gevel van een geluidsgevoelig object als gevolg van de weg te bepalen. Onderzoek is enkel noodzakelijk indien een geluidsgevoelige bestemming zich binnen de wettelijke geluidszone van een weg bevindt. In de volgende paragraaf wordt nader ingegaan op de wettelijke geluidszone van wegen.
2.2
Zone langs wegen
Artikel 74.1 van de Wgh bepaalt dat wegen een wettelijke geluidszone hebben. De breedte van de geluidszone is afhankelijk van het aantal rijstroken en of de weg in stedelijk of in buiten stedelijk gebied is gelegen. In tabel 1 worden de wettelijke geluidszones weergegeven. Aantal rijstroken 1 of 2 3 of 4 5 of meer Tabel 1
Stedelijk gebied 200 m 350 m 350 m
Buiten stedelijk gebied 250 m 400 m 600 m
Wettelijke geluidszones wegen (Bron: wetten.overheid.nl).
De wettelijke geluidszone bevindt zich aan weerszijde van de weg en begint naast de buitenste rijstrook. Eventuele parkeerstroken, voet- en fietspaden en vluchtstroken behoren niet tot de weg. Binnen de zone van een weg dient akoestisch onderzoek plaats te vinden naar de geluidsbelasting op de binnen de zone gelegen woning(en). Bij het berekenen van de geluidsbelasting wordt de L den-waarde in dB bepaald. De Lden-waarde is het energetisch en naar tijdsduur van de beoordelingsperiode gemiddelde van de volgende waarden: • • •
Het geluidsniveau in de dagperiode (tussen 7.00 en 19.00 uur); Het geluidsniveau in de avondperiode (tussen 19.00 en 23.00 uur) + 5 dB; Het geluidsniveau in de nachtperiode (tussen 23.00 en 7.00 uur) + 10 dB.
De berekende geluidsbelasting dient aan de voorkeurswaarde en indien nodig aan de uiterste grenswaarde van de Wgh worden getoetst. Op basis van artikel 74.2 van de Wgh gelden de in tabel 1 opgenomen zones niet voor: • •
Wegen die als woonerf zijn aangeduid; Wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur.
Het feit dat er voor de hiervoor genoemde gevallen geen wettelijke geluidszone geldt, betekent niet dat een akoestisch onderzoek automatisch niet benodigd is. Indien vooraf aangenomen kan worden dat niet aan de voorkeurswaarde van 48 dB kan worden voldaan, dient een akoestisch onderzoek uitgevoerd te worden. De geluidsbelasting van de weg kan hierdoor meegenomen worden in de belangenafweging in het kader van ‘een goede ruimtelijke ordening’.
2.3
Grenswaarden
In de Wgh worden eisen gesteld aan de maximaal toelaatbare geluidsbelasting op gevels van nog niet geprojecteerde woningen of gebouwen die binnen de geluidszone van een weg liggen. Met niet geprojecteerde woningen of gebouwen worden bedoeld:
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
5
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Ens Oost fase 4 Definitief ‘woningen of gebouwen waarvoor het geldende bestemmingsplan verlening van de omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht niet toelaat’. De voorkeurswaarde voor de geluidsbelasting door wegverkeer bedraagt 48 dB. Bij een hogere geluidsbelasting kunnen burgemeester en wethouders een hogere waarde vaststellen. Voor een hogere waarde geldt een maximum, afhankelijk van de ligging van een geluidsgevoelig object. In tabel 2 is de hoogst mogelijke grenswaarde voor woningen als gevolg van wegverkeerslawaai weergegeven. Locatie woning Stedelijk gebied Buitenstedelijk gebied Tabel 2
Hoogst mogelijke waarde wegverkeerslawaai 63 dB (art. 83 lid 2 Wgh) 53 dB (art. 83 lid 1 Wgh)
Hoogst mogelijke grenswaarde wegverkeerslawaai (Bron: wetten.overheid.nl)
Het vaststellen van een hogere waarde is enkel mogelijk indien maatregelen om de geluidsbelasting te reduceren op bezwaren stuiten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Hierbij moet afgewogen worden of de cumulatieve geluidsbelasting (het totaal van de geluidsbelasting van alle wegen gezamenlijk) niet leidt tot een onaanvaardbare geluidsbelasting. Bij het vaststellen van een hogere waarde moet bij de bouwvergunningsaanvraag aangetoond worden dat aan de gestelde geluidseisen (binnenwaarde in de geluidgevoelige ruimten 33 dB) wordt voldaan.
2.4
Berekenen geluidsbelasting
De geluidsbelasting moet per weg afzonderlijk berekend worden en aan de voorkeurswaarde getoetst worden. Voordat de geluidsbelasting aan de voorkeurswaarde van 48 dB getoetst wordt, mag de berekende geluidsbelasting op basis van artikel 110g van de Wgh, aangevuld met artikel 3.4 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012, worden verminderd. Reden hiervoor is de verwachting dat de geluidsproductie van motorvoertuigen steeds verder af zal nemen. De geluidsbelasting mag in de volgende situaties worden verminderd met: •
5 dB voor wegen met een maximumsnelheid tot 70 km/uur;
Voor wegen met een maximumsnelheid van 70 km/uur of meer mag de geluidsbelasting worden verminderd met: • • •
4 dB indien de geluidsbelasting zonder reductie 57 dB bedraagt; 3 dB indien de geluidsbelasting zonder reductie 56 dB bedraagt; 2 dB voor overige geluidsbelasting.
Uit uitspraak 201304862/3/R2 van de Raad van State blijkt dat het voor wegen met een snelheidsregime van 30 km/uur eveneens is toegestaan de geluidsbelasting met 5 dB te verminderen. Bij lagere snelheden wordt de geluidsemissie voornamelijk door motorgeluid veroorzaakt, bandengeluid speelt een minder grote rol. Toekomstige geluidsreductie is in de toekomst voornamelijk te verwachten door het gebruik van stillere motoren. De aftrek van 5 dB kan daardoor ook toegepast worden bij snelheden van 30 km/uur of minder.
2.5
Gemeentelijk geluidsbeleid
De gemeente Noordoostpolder beschikt niet over een eigen geluidsbeleid voor wegverkeerslawaai en volgt hierin de Wet geluidhinder.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
6
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Ens Oost fase 4 Definitief
HOOFDSTUK 3 3.1
UITGANGSPUNTEN
Situatie projectgebied
Het plan voorziet in de ontwikkeling van maximaal 90 woningen op een onbebouwd agrarisch perceel aan de Zuiderringweg te Ens. In het huidige stedenbouwkundige plan zijn 88 woningen ingetekend. Het stedenbouwkundig plan voorziet in de volgende woningtypen: • • •
• • •
12 twee-onder-één-kapwoningen; 13 vrijstaande woningen; 33 rijwoningen, waarvan; o Sociale huurwoningen: 26 o Vrije sector huur/ koop: 7 6 levensloopbestendige woningen; 12 veranda woningen; 12 appartementen in een kleinschalig appartementengebouw.
In afbeelding 3.1 is de situatieschets met het verkavelingspatroon weergegeven.
Afbeelding 3.1
Verkavelingspatroon (Bron: Initiatiefnemer)
Het projectgebied ligt binnen de wettelijke geluidszone van de Zuiderringweg (N352). Deze weg heeft een snelheidsregime van 50 km/uur en 80 km/uur. In de onderstaande tabel is weergegeven welke uitgangspunten voor het rekenmodel zijn gehanteerd. Locatie projectgebied Hoogst mogelijke waarde wegverkeerslawaai Wgh van toepassing Reductie geluidbelasting Tabel 3
Uitgangspunten Akoestisch onderzoek
3.2
Verkeersgegevens
Binnenstedelijk gebied 63 Ja 2-5 dB
De verkeersintensiteiten zijn aangeleverd door de gemeente Noordoostpolder en zijn afkomstig uit het verkeersmodel voor het jaar 2040. Als worst-case scenario zijn ook deze gegevens aangehouden. Voor de BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
7
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Ens Oost fase 4 Definitief intensiteiten is gebruik gemaakt van ervaringscijfers, gebaseerd op eerder uitgevoerde onderzoeken door BJZ.nu De ingevoerde gegevens zijn weergegeven in tabel 4. In bijlage 1 zijn de aangeleverde gegevens weergegeven. Weg- en verkeersgegevens Etmaalintensiteit 2040 weekdag (prognose) Uurintensiteit dag/avond/nacht (%) Lichte motorvoertuigen (%) Middelzware vrachtwagens (%) Zware vrachtwagens (%) Wettelijke rijsnelheid (km/uur) Wegdektype Tabel 4
N352 11.710 2.87/2,75/0,82 88,26/94,55/88,13 5,9/3,13/6,7 5,84/2,32/5,16 50/80 Referentiewegdek
Weg- en verkeergegevens relevante wegen
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
8
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Ens Oost fase 4 Definitief
HOOFDSTUK 4 4.1
RESULTATEN
Berekeningen
De overdrachtsberekening voor de wegen is uitgevoerd overeenkomstig Standaard Reken Methode 2 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. In het model zijn de begroeide gebieden (bodemfactor 1,0) en de harde bodemgebieden zoals wegen en water (bodemfactor 0,0) ingeladen. Bij de berekening is uitgegaan voor de overige gebieden, voornamelijk erven en tuinen van een standaard bodemfactor van 0,5. In het model zijn de volgende zaken opgenomen: • • • •
Wegen met intensiteiten; gebouwen inclusief hoogte; harde bodemgebieden; toetspunten op de woningen op 1,5 meter, 4,5 meter en 7,5 meter hoogte.
In bijlage 2 is een uitsnede van het rekenmodel weergegeven en in bijlage 3 zijn de itemeigenschappen weergegeven.
4.2
Geluidsbelasting
Om de geluidbelasting te bereken op de gevels van de te realiseren woningen zijn er in totaal 230 toetspunten geplaatst. In bijlage 2 in het rekenmodel zijn deze toetspunten weergegeven. De geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeerslawaai van de N352 bedraagt inclusief aftrek (art. 110 Wgh) 60 dB. Met deze waarde wordt niet voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Wel wordt voldaan aan maximale ontheffingswaarde van 63 dB uit de Wet geluidhinder. De geluidbelasting exclusief aftrek (art. 110 Wgh) bedraagt 62 dB.
4.3
Hogere Waarde
Een hogere waarde als gevolg van wegverkeerslawaai is in voorliggend geval benodigd aangezien de geluidsbelasting afkomstig van de N352 niet aan de voorkeurswaarde uit de Wgh voldoet. Afwijken van de voorkeurswaarde is alleen mogelijk als bron- en overdrachtsmaatregelen kunnen rekenen op bezwaren van financiële, stedenbouwkundige, verkeerskundige of landschappelijke aard, een binnenniveau van 33 dB gerealiseerd kan worden en wordt voldaan aan het gemeentelijk geluidbeleid. In de volgende paragraaf worden mogelijke maatregelen om de geluidsbelasting te reduceren onderzocht.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
9
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Ens Oost fase 4 Definitief
4.4
Maatregelen reductie geluidbelasting
Om de geluidbelasting te reduceren kan gebruik worden gemaakt van bron-, overdrachts- en gevelmaatregelen, zoals in het vervolg van deze paragraaf beschreven. 4.4.1
Bronmaatregelen
Het geluid van een voertuig wordt veroorzaakt door het motorgeluid en het geluid van de banden. Vooral vrachtwagens zijn de afgelopen jaren veel stiller geworden. In het rekenmodel is hier al rekening mee gehouden. Daarnaast is de verwachting dat voertuigen in de toekomst nog stiller zullen worden. Hier wordt rekening mee gehouden door de in paragraaf 2.4 beschreven aftrek toe te passen. In het kader van de ontwikkeling is geen sprake van invloed op het reduceren van het geluid van voertuigen. Daarnaast is ook geen sprake van invloed op de samenstelling van het verkeer, de verkeersintensiteit en het snelheidsregime. Een aanpassing van het wegdektype kan leiden tot een reductie van het bandengeluid van voertuigen en daarmee het geluid van een voertuig. Het toepassen van een stiller wegdek zorgt voor een lagere geluidsbelasting. Deze kosten zijn hoog, vanwege de relatief kleine oppervlakte van het wegdek. De wegbeheerder zal daarnaast niet instemmen met het stiller maken van een klein deel van de weg, omdat dit tot onderhoudstechnische problemen leidt. Vanuit financieel en civieltechnisch oogpunt is het aanbrengen van stiller asfalt dus niet haalbaar. 4.4.2
Overdrachtsmaatregelen
Een grotere afstand tussen de gevel en de weg leidt tot een lagere geluidsbelasting op de gevel. Om een lagere geluidsbelasting van 2 dB te realiseren moet de afstand tussen de gevel en de weg met 50% worden vergroot. Om een geluidsreductie van 5 dB te realiseren zullen de gebouwen circa 90 meter naar het zuidoosten geplaatst moeten worden. Hier is binnen het projectgebied geen ruimte voor. Door middel van het plaatsen van een geluidsscherm worden lagere verdiepingen van het gebouw afgeschermd van het geluid van de N352. Enkel de begane grond van woningen worden voldoende afgeschermd om aan de voorkeurswaarde van 48 dB te voldoen. Daarnaast brengt het plaatsen van een geluidsscherm kosten met zich mee. De kosten van een geluidscherm van 2 meter hoog en 140 meter lang bedraagt circa € 117.000,-. Dat zijn hoge kosten en daarnaast zal het aanbrengen van een geluidsscherm niet zorgen voor een geluidbelasting onder de voorkeurgrenswaarde. Het treffen van overdrachtsmaatregelen is dan ook niet doelmatig. 4.4.3
Gevelmaatregelen
Als een hogere geluidsbelasting wordt toegestaan moet het binnenniveau van 33 dB gewaarborgd worden. Artikel 110 lid g van de Wgh bepaalt dat de aftrek bij het vaststellen van de noodzakelijk geluidwering 0 dB bedraagt. Er moet dan ook met een geluidbelasting van maximaal 62 dB worden gerekend. De vereiste geluidwering GA;K bedraagt 62 – 33 = 29 dB. In de resultatentabel cumulatieve geluidbelasting is de benodigde gevelwering per toetspunt eenvoudig te berekenen (cumulatieve geluidbelasting- 33 dB), waarbij het Bouwbesluit voorziet in een verplichte standaardgevelwering van 20 dB. Ten tijde van de vergunningverlening dient aangetoond worden middels een bouwakoestisch onderzoek dat voldaan kan worden aan het Bouwbesluit 2012. 4.4.4
Conclusie maatregelen
De maatregelen die getroffen kunnen worden om aan de voorkeurswaarde te voldoen ontmoeten bezwaren van stedenbouwkundige, landschappelijke of financiële aard. Er kan dan ook een hogere waarde voor de woningen worden verleend zoals is weergegeven in de onderstaande tabel:
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
10
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Ens Oost fase 4 Definitief Woningnummer onderzoek 01 02 03 04 05 06 07 08 09 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 29 30 79 80 81 82 Tabel 5
Hogere waarde in dB (N350) 60 60 60 60 60 60 60 60 60 60 60 56 56 53 53 53 52 50 50 50 50 51 51 52 49 50 49 51 53 60
Benodigde hogere waarde
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
11
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Ens Oost fase 4 Definitief
HOOFDSTUK 5
CONCLUSIE
Voorliggend akoestisch onderzoek heeft betrekking op het onbebouwde perceel aan de Zuiderringweg 6 te Ens. Het voornemen betreft om dit gebied te ontwikkelen tot woongebied, waarin maximaal 90 woningen worden gerealiseerd. Het projectgebied ligt binnen de wettelijke geluidszone van de N352. Deze weg heeft een snelheidsregime van 50 km/uur en 80 km/uur. De geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeerslawaai bedraagt inclusief aftrek (art. 110 Wgh) 60 dB. Met deze waarde wordt niet voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Wel wordt voldaan aan maximale ontheffingswaarde van 63 dB uit de Wet geluidhinder. De geluidbelasting exclusief aftrek (art. 110 Wgh) bedraagt 62 dB. De maatregelen die getroffen kunnen worden om aan de voorkeurswaarde te voldoen ontmoeten bezwaren van stedenbouwkundige, landschappelijke of financiële aard. Met het nemen van gevelmaatregelen tot 29 dB wordt een binnenniveau van 33 dB gewaarborgd. Er kan dan ook een hogere waarde voor de gevels worden verleend van maximaal 60 dB. Gelet op vorenstaande is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatste van de te realiseren woningen met betrekking tot het aspect wegverkeerslawaai.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
12
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Ens Oost fase 4 Definitief
BIJLAGEN BIJ HET ONDERZOEK Bijlage 1
Verkeersgegevens Model 2040
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
13
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Ens Oost fase 4 Definitief
Bijlage 2
Rekenmodellen
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
14
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Ens Oost fase 4 Definitief 3D weergave
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
15
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Ens Oost fase 4 Definitief
Bijlage 3
Itemeigenschappen
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
16
Bijlage 3 Itemeigenschappen Model: Groep: Naam N352-B N352-A
Actualisatie september 2024 Wegverkeerslawaai Ens oost fase 4 V3 13-11-2023 - Gebied (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer Omschr. N352 N352
ISO_H 0,00 0,00
ISO M. 0,00 0,00
Hdef. Relatief Relatief
Type Verdeling Verdeling
Cpl False False
Cpl_W 1,5 1,5
Helling 0 0
Wegdek W0 W0
RMG-2012, wegverkeer, Geomilieu V2024 rev 1 Licentiehouder: BJZ.nu B.V.
V(MR(D)) 80 50
V(MR(A)) 80 50
V(MR(N)) 80 50
3-9-2024 11:42:45
Bijlage 3 Itemeigenschappen Model: Groep: Naam N352-B N352-A
Actualisatie september 2024 Wegverkeerslawaai Ens oost fase 4 V3 13-11-2023 - Gebied (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer V(MR(P4)) ---
V(LV(D)) 80 50
V(LV(A)) 80 50
V(LV(N)) 80 50
V(LV(P4)) ---
V(MV(D)) 80 50
V(MV(A)) 80 50
V(MV(N)) 80 50
RMG-2012, wegverkeer, Geomilieu V2024 rev 1 Licentiehouder: BJZ.nu B.V.
V(MV(P4)) ---
V(ZV(D)) 80 50
V(ZV(A)) 80 50
3-9-2024 11:42:45
Bijlage 3 Itemeigenschappen Model: Groep: Naam N352-B N352-A
Actualisatie september 2024 Wegverkeerslawaai Ens oost fase 4 V3 13-11-2023 - Gebied (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer V(ZV(N)) 80 50
V(ZV(P4)) ---
Totaal aantal 11710,00 11710,00
%Int(D) 6,87 6,87
%Int(A) 2,75 2,75
%Int(N) 0,82 0,82
%Int(P4) ---
%MR(D) ---
RMG-2012, wegverkeer, Geomilieu V2024 rev 1 Licentiehouder: BJZ.nu B.V.
%MR(A) ---
%MR(N) ---
%MR(P4) ---
3-9-2024 11:42:45
Bijlage 3 Itemeigenschappen Model: Groep: Naam N352-B N352-A
Actualisatie september 2024 Wegverkeerslawaai Ens oost fase 4 V3 13-11-2023 - Gebied (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer %LV(D) 88,26 88,31
%LV(A) 94,55 94,57
%LV(N) 88,13 88,18
%LV(P4) ---
%MV(D) 5,90 5,89
%MV(A) 3,13 3,12
%MV(N) 6,70 6,69
%MV(P4) ---
%ZV(D) 5,84 5,81
%ZV(A) 2,32 2,31
RMG-2012, wegverkeer, Geomilieu V2024 rev 1 Licentiehouder: BJZ.nu B.V.
%ZV(N) 5,16 5,13
%ZV(P4) ---
MR(D) ---
MR(A) ---
3-9-2024 11:42:45
Bijlage 3 Itemeigenschappen Model: Groep: Naam N352-B N352-A
Actualisatie september 2024 Wegverkeerslawaai Ens oost fase 4 V3 13-11-2023 - Gebied (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer MR(N) ---
MR(P4) ---
LV(D) 710,03 710,43
LV(A) 304,47 304,54
LV(N) 84,62 84,67
LV(P4) ---
MV(D) 47,46 47,38
MV(A) 10,08 10,05
RMG-2012, wegverkeer, Geomilieu V2024 rev 1 Licentiehouder: BJZ.nu B.V.
MV(N) 6,43 6,42
MV(P4) ---
ZV(D) 46,98 46,74
3-9-2024 11:42:45
Bijlage 3 Itemeigenschappen Model: Groep: Naam N352-B N352-A
Actualisatie september 2024 Wegverkeerslawaai Ens oost fase 4 V3 13-11-2023 - Gebied (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer ZV(A) 7,47 7,44
ZV(N) 4,95 4,93
ZV(P4) ---
LE (D) 63 83,73 86,13
LE (D) 125 93,07 93,45
LE (D) 250 98,40 100,55
LE (D) 500 105,69 104,78
LE (D) 1k 111,59 109,85
RMG-2012, wegverkeer, Geomilieu V2024 rev 1 Licentiehouder: BJZ.nu B.V.
LE (D) 2k 107,75 106,53
LE (D) 4k 100,88 99,86
3-9-2024 11:42:45
Bijlage 3 Itemeigenschappen Model: Groep: Naam N352-B N352-A
Actualisatie september 2024 Wegverkeerslawaai Ens oost fase 4 V3 13-11-2023 - Gebied (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer LE (D) 8k 90,00 91,40
LE (A) 63 78,06 80,37
LE (A) 125 87,62 87,48
LE (A) 250 92,86 94,05
LE (A) 500 100,20 99,27
LE (A) 1k 107,30 105,29
LE (A) 2k 103,49 101,87
RMG-2012, wegverkeer, Geomilieu V2024 rev 1 Licentiehouder: BJZ.nu B.V.
LE (A) 4k 96,60 95,12
LE (A) 8k 85,46 85,71
LE (N) 63 74,35 76,81
3-9-2024 11:42:45
Bijlage 3 Itemeigenschappen Model: Groep: Naam N352-B N352-A
Actualisatie september 2024 Wegverkeerslawaai Ens oost fase 4 V3 13-11-2023 - Gebied (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer LE (N) 125 83,86 84,20
LE (N) 250 89,17 91,33
LE (N) 500 96,34 95,41
LE (N) 1k 102,33 100,57
LE (N) 2k 98,50 97,26
LE (N) 4k 91,63 90,58
LE (N) 8k 80,75 82,13
RMG-2012, wegverkeer, Geomilieu V2024 rev 1 Licentiehouder: BJZ.nu B.V.
LE (P4) 63 ---
LE (P4) 125 ---
3-9-2024 11:42:45
Bijlage 3 Itemeigenschappen Model: Groep: Naam N352-B N352-A
Actualisatie september 2024 Wegverkeerslawaai Ens oost fase 4 V3 13-11-2023 - Gebied (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer LE (P4) 250 ---
LE (P4) 500 ---
LE (P4) 1k ---
LE (P4) 2k ---
LE (P4) 4k ---
LE (P4) 8k ---
RMG-2012, wegverkeer, Geomilieu V2024 rev 1 Licentiehouder: BJZ.nu B.V.
3-9-2024 11:42:45
Bijlage 3 Itemeigenschappen Model: Groep:
Actualisatie september 2024 Wegverkeerslawaai Ens oost fase 4 V3 13-11-2023 - Gebied (hoofdgroep) Lijst van Toetspunten, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer
Naam 01 01 01 11 11
Omschr. Woning 01 [1/3] Woning 01 [2/3] Woning 01 [3/3] Woning 11 [1/3] Woning 11 [2/3]
Maaiveld 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Hdef. Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief
Hoogte A 1,50 1,50 1,50 1,50 1,50
Hoogte B 4,50 4,50 4,50 4,50 4,50
Hoogte C 7,50 7,50 7,50 7,50 7,50
Hoogte D 10,50 10,50 10,50 10,50 10,50
Hoogte E ------
Hoogte F ------
Gevel Ja Ja Ja Ja Ja
11 38 38 38 30
Woning 11 [3/3] Woning 38 [1/5] Woning 38 [4/5] Woning 38 [5/5] Woning 30 [1/5]
0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief
1,50 1,50 1,50 1,50 1,50