CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

7.1 Bestemmingsplan Emmeloord - Emmelhage fase 3_split_1.pdf

Commissie Woonomgeving 5 september 2022, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 7: Bestemmingsplan Emmeloord, Emmelhage – fase 329.656 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

47

Bestemmingsplan "Emmeloord, Emmelhage - fase 3" Vastgesteld

Watersysteem

Het geheel van kavelsloten, tochten en vaarten vormen het watersysteem van de polder. In het plangebied vinden we zowel kavelsloten terug als ook een tocht, de Onderduikerstocht. Het watersysteem kent een vorm van hiërarchie die kenmerkend is voor het polderontwerp; van kavelsloot naar tocht, naar vaart. Deze hiërarchie in het polderontwerp is eveneens een basis ontwerpprincipe van de Noordoostpolder. De functie van het watersysteem was daarnaast tweeledig. Het zorgde enerzijds voor de ontwatering van de polder en anderzijds voor het vervoer van landbouwproducten. Met de gekozen inrichting en begrenzing van het plangebied wordt het watersysteem ingezet als een kwaliteit die het oorspronkelijke ontwerp blijvend zichtbaar maken. De erven

In de stedenbouwkundige opzet van fase 3 is er bewust voor gekozen om de erven aan de Espelerweg een vrije ligging te geven. Ze zijn buiten het plangebied van fase 3 gelaten. Desalniettemin zijn ze onlosmakelijk verbonden met de oorspronkelijke verkaveling en opzet en daarom relevant voor het begrijpen van het landschap. Deze erven hebben op zichzelf ook een aantal kenmerken die bijdragen aan de bijzondere inrichting van de polder. Uit het aantal erven aan de Espelerweg en de grootte ervan valt ook af te lezen hoe groot het bedrijf oorspronkelijk bij uitgifte was. De Bedrijven met minder dan 24 hectare kregen een boerenerf van 0,7 tot 0,8 hectare. Voor bedrijven van 24 hectare en groter werden erven van 0,9 tot 1,0 hectare ingepland. Dit was bovendien gebaseerd op een functionele analyse van de inrichting van het boerenerf door landschapsarchitect Bijhouwer. Kortom de grootte van de erven hier zegt iets over de oorspronkelijke omvang en uitgifte van het bedrijf. In dit geval erven van 0,7 ha met bedrijfsomvang van 12 ha., halve kavels dus.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

48

Bestemmingsplan "Emmeloord, Emmelhage - fase 3" Vastgesteld

Deze kleinere landbouwbedrijven werden voorzien van op traditionele wijze gebouwde boerderijen, waarbij de schuur en de pachterswoning onder één kap werden samengebracht. Hiervan werden zeven typen ontworpen, afhankelijk van de omvang en het type bedrijf. Binnen het plangebied gaat het om type J. Deze waren bestemd voor zuivere akkerbouwbedrijven en bedrijven met een graslandverplichting van maximaal 2/6. Dit type was 10 m breed en had een lengte van 23,62 (hier het geval) tot Dampalen 33,48 m afhankelijk van de omvang en had een rechte topgevel. Hun indeling De inntten van de erven in vertoonde veel verwantschap met de Brabantse langgevelboerderij. Daarbij de Noordoostpolder waren lagen alle onderdelen van de bedrijfsruimte achter elkaar met grote oorspronkelijk gemarkeerd inrijdeuring in de lange gevel. door witte dampalen. Ook in Oostelijk Flevoland zijn Wat verder opvalt is de aanwezigheid van de min of meer volwassen dampalen bij de boerde­ erfsingels. Ook deze singels zijn een basisonderdeel van het ontwerp van de rijen te vinden Karakte­ Noordoostpolder. Het kent een vaste maatvoering. Het type beplanting was ristiek en opvallend voor wie er oog voor heeft Op deels afhankelijk van de ondergrond. Het doel was vooral om beschutting te een beperkt aantal erven creëren in het open vlakke polderland en een stukje menselijke maatvoering vinden we nog de com­ aan te brengen.

De erfsingels zijn daarmee een belangrijk element op het plete set van twee lage schaalniveau van de polder als geheel. Samen met de omlijsting van de dorpen brede betonnen palen en vormen het groene eilanden in een open agrarische bedrijfsruimte. dne dampalen met balk en ketting over oprit. Met Het geheel van de bebouwing en volwassen erfsingels en het feit dat deze een klem paaltje om de erven in het verleden niet zijn uitgebreid, leveren redelijk gave erven op en balk op te leggen Verder geven daarmee een bijzonder mooi en compleet beeld op van hoe een erf dan de dampalen' kijken is bedoeld was. Ondanks dat de meeste erven aan de Espelerweg inmiddels een een uitdrukking die in de woonfunctie hebben, zijn veel van de hiervoor genoemde kenmerken nog Noordoostpolder gebruikt zichtbaar en beleefbaar. wordt Het betekent verder kijken dan je eigen erf, je Ook de oorspronkelijke entree van het erf met de witte dampalen is nog eigen belangen. enigszins intact.

5.8.3

Conclusie

Het uitvoeren van een archeologisch onderzoek is in het kader van het voorliggende plan niet noodzakelijk. Daarnaast is in voldoende mate rekening gehouden met de aanwezige cultuurhistorische waarden in de omgeving.

5.9

Besluit milieueffectrapportage

5.9.1

Algemeen

De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: ^

Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is.

^

Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen).

^

Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten).

In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

49

Bestemmingsplan "Emmeloord, Emmelhage - fase 3" Vastgesteld

afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd. Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van 'kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r.. is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.beoordeling gehanteerd.

5.9.2

Situatie plangebied

5.9.2.1 Artikel 2.8 lid 1 van de Wet Natuurbescherming

Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is op ten minste 12,8 kilometer van het plangebied gelegen. Zoals in paragraaf 5.7.2.2 en bijlage 5 (stikstofberekening) van deze toelichting is beschreven is er voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatieve effecten heeft op de instandhoudingsdoelstelling van Natura 2000-gebieden. Het voornemen is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningsplichtig.

5.9.2.2 Drempelwaarden Besluit m.e.r.

Voor wat betreft het gehele plangebied wordt voorzien in directe eindbestemmingen waardoor, indien activiteiten worden mogelijk gemaakt die genoemd worden in onderdeel C of D van het Besluit m.e.r. en de daarin opgenomen drempelwaarden overschrijden, sprake is van een m.e.r-beoordelingsplichtig plan. In het voorliggende geval is geen sprake van activiteiten die op grond van onderdeel C van het Besluit milieueffectrapportage m.e.r.-plichtig zijn. Wel is sprake van een activiteit die is opgenomen in onderdeel D van het Besluit m.e.r., namelijk: 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject.' Aangezien hier in dit geval sprake van is dient te worden getoetst of sprake is van m.e.r-beoordelingsplicht. Hier is sprake van indien de activiteiten de volgende drempelwaarden uit onderdeel D overschrijden: 1. 2. 3.

een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.

Gezien de drempelwaarden wordt geconcludeerd dat de in voorliggend bestemmingsplan besloten ontwikkeling van een significant kleiner schaalniveau is. Van een directe m.e.r.-plicht is in dit geval geen sprake. Echter dient ook wanneer ontwikkelingen onder drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er van te vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben. Hiertoe is een vormvrije m.e.rbeoordeling opgesteld, deze is opgenomen in bijlage 11 bij deze toelichting. Uit deze notitie blijkt dat voorliggend bestemmingsplan geen belangrijke nadelige milieugevolgen tot gevolg heeft die het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maakt.

5.9.3

Conclusie

Dit bestemmingsplan is niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig. Tevens zijn geen belangrijk nadelige milieugevolgen te verwachten als gevolg van de vaststelling van dit plan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

50

Bestemmingsplan "Emmeloord, Emmelhage - fase 3" Vastgesteld

Hoofdstuk 6 6.1

Wateraspecten

Algemeen

In het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) wordt er gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater).

6.2

Beleidskaders

6.2.1

Waterbeheerplan 2016-2021

Het Waterbeheerplan 2016-2021 (WPB3) is de opvolger van WPB2+ en bevat langetermijndoelen (zichtjaar 2050), doelen voor de planperiode (2016-2021) en maatregelen die het waterschap (samen met gebiedspartners) uit gaat voeren. De doelen en maatregelen hebben betrekking op de kerntaken van het waterschap (waterveiligheid, schoon water, voldoende water) en het thema 'water en ruimte'. Hierbij gaat het om reguliere werkzaamheden, zoals peilbeheer, onderhoud aan dijken en het zuiveren van afvalwater en om nieuwe ontwikkelingen.

6.2.2

Stroomgebiedsvisie Flevoland (2003)

De Noordoostpolder is gelegen binnen het plangebied van de stroomgebiedsvisie Flevoland. In de watervisie voor 2015 wordt het plangebied aangeduid als een gebied met een vitaal watersysteem. Voor de gemeente Noordoostpolder zijn de wateropgaven onderverdeeld in een aantal generieke maatregelen en in de resterende wateropgave. De generieke maatregelen houden onder andere in: ^ ^ ^

afvoerblokkering in natuurgebieden; vasthouden van water in natuurgebieden en landbouwgebied; realisatie van duurzame oevers.

Oplossingsrichtingen voor de resterende wateropgave zijn onder andere bergen in open water en efficiënt uitmalen.

6.2.3

Beleid gemeente Noordoostpolder en waterschap Zuiderzeeland

De watervisie van de gemeente Noordoostpolder is opgenomen in het Stedelijk Waterplan Noordoostpolder (d.d. april 2006). Ten aanzien van het Stedelijk Waterplan is als aanvulling op dit plan, in 2011 door het waterschap Zuiderzeeland en de gemeente Noordoostpolder een bestuurlijke 'Maatwerkovereenkomst stedelijk water' ondertekend. Door ondertekening van deze bestuursovereenkomst zijn tussen de waterbeheerder en de gemeente afspraken gemaakt over de invulling van de gezamenlijke taakuitoefening voor het beheer en onderhoud van het stedelijk water. De beoogde doelen op strategisch, tactisch en operationeel niveau ten aanzien van het stedelijk water zijn daarbij beter verankerd. Waterschap Zuiderzeeland en de gemeente Noordoostpolder hebben begin 2019 samen het Watertakenplan Noordoostpolder 2019-2024 vastgesteld. Op grond van de Waterwet is er voor gemeenten, naast het inzamelen en transporteren van vrijkomend stedelijk afvalwater een formele taak weggelegd voor het afvoeren van overtollig regenwater. In zoverre het inzamelen en transporteren van relatief schoon regenwater buiten de afvalwaterstroom doelmatig kan worden uitgevoerd, vindt deze gescheiden van de afvoer van het stedelijk afvalwater plaats. Het 'gebiedseigen

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

51

Bestemmingsplan "Emmeloord, Emmelhage - fase 3" Vastgesteld

water' wordt op plaatsen waarvoor mogelijkheden aanwezig zijn, vastgehouden en geborgen in aanwezig stedelijk water en/of retentiestroken. Het bergen en vasthouden van regenwater op locatie mag niet leiden tot (water)overlast. Tot slot heeft de gemeente een watertaak waterhuishoudkundige maatregelen te treffen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming(en) zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Voor zover gemeentelijke maatregelen doelmatig zijn en het niet de verantwoordelijkheid van het Waterschap of de provincie is om maatregelen te nemen. In de Keur van het waterschap Zuiderzeeland, onderdeel uitmakend van de Waterwet, is aangegeven wat wel en niet mag bij waterkeringen en wateren (de zogenaamde waterstaatswerken).

6.3

Watertoetsproces

6.3.1

Algemeen

Het waterbelang is sinds 1 november 2003 door middel van de Watertoets verankerd in het 'Besluit ruimtelijke ordening'. In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) zijn dertien nationale belangen genoemd, deels op het gebied van water. Basisprincipes van het nationaal en Europees beleid zijn: meer ruimte voor water, voorkomen van afwenteling van de waterproblematiek in ruimte of tijd en stand-still (géén verdere achteruitgang in de huidige chemische en ecologische waterkwaliteit). Het bovenstaande resulteert in twee drietrapsstrategieën: ^ ^

Waterkwantiteit (vasthouden, bergen, afvoeren); Waterkwaliteit (schoonhouden, scheiden, zuiveren).

De waterparagraaf maakt inzichtelijk hoe het vigerend waterbeleid is vertaald naar waterhuishoudkundige inrichtingsmaatregelen, waarmee rekening moet worden gehouden bij het uitbreiden van woningbouw in Emmeloord. Bij de inrichting van de stedenbouwkundige inrichting van dit uitbreidingsplan is rekening gehouden met de wijze waarop op deze locaties wordt omgegaan met water ten aanzien van: 1. 2. 3.

6.3.2

Veiligheid; Voldoende water; Schoon water.

Proces van de Watertoets

Het waterschap Zuiderzeeland is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de normale procedure van toepassing is. De uitgangspuntennotitie (bijlage 12) bevat de voor het plan relevante waterhuishoudkundige streefbeelden, strategieën en randvoorwaarden. Daarnaast is door Roelofs Groep een waterstructuurplan opgesteld. Het waterstructuurplan is opgenomen in bijlage 13 van deze toelichting. Hierna wordt ingegaan op de relevante wateraspecten waarin tevens de belangrijkste resultaten en bevindingen uit het waterstructuurplan zijn opgenomen.

Beschrijving van het watersysteem 1. Gebiedsbeschrijving Hoogteligging

Het bestaande maaiveld varieert tussen de NAP - 4,20 m en NAP - 4,45 m. Om aan te sluiten bij de reeds gerealiseerde fasen van Emmelhage dient het maaiveld opgehoogd te worden naar circa NAP - 3,85 m (as weg). Bij het ophogen dient rekening gehouden te worden met de zettingsgevoeligheid van het gebied. Dit wordt verder uitgewerkt in de plannen voor bouwrijp maken.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

52

Bestemmingsplan "Emmeloord, Emmelhage - fase 3" Vastgesteld Bodemopbouw en geohydrologie

De bovenste paar meter maaiveld bestaan uit klei en veen. Infiltreren in de bovenste lagen is niet mogelijk. Dit sluit aan bij de ervaringen uit de eerdere fasen. Oppervlaktewater

In het gebied liggen watergangen met een flexibel waterpeil tussen NAP - 5,05 m en NAP - 5,35 m. In het verleden, toen het plangebied nog een agrarische bestemming had, was het waterpeil van de watergangen NAP - 5,70 m. Ten noorden van Emmelhage, buiten het plangebied, is nog steeds sprake van een waterpeil van NAP - 5,70 m. Ervaringen Emmelhage fase 1 en 2

In de eerdere fasen is een gescheiden rioolstelsel aangelegd en relatief veel oppervlaktewater. In fase 1 staan in de Michelangelohage en de Aletta Jacobshage twee peilbuizen. De peilbuis in de Aletta Jocobshage laat grondwaterpeilen zien die variëren van circa 1,80 m-mv tot circa 0,25 m-mv (maaiveld op NAP - 3,69 m). De peilbuis in de Michelangelohage geeft een wat minder grote fluctuatie. Daar varieert het grondwaterpeil tussen 2,00 m-mv en 0,90 m-mv (maaiveld op NAP - 3,85 m). De gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) bedraagt hier ca. NAP - 4,95 m.

2. Veiligheid/Waterkeringen Het plan ligt niet binnen de kern-, vrijwarings- of buitenbeschermingszone van een waterkering. Daarom is het plan niet van invloed op de veiligheid van een waterkering.

3. Voldoende Water Voor het ontwikkelen van uitbreiding in het plangebied wordt het principe 'waterneutraal bouwen' gevolgd. Bij toename van het verhard oppervlak ten opzichte van de bestaande situatie, moet rekening worden gehouden met compenserende maatregelen om piekafvoeren te kunnen opvangen. Hiervoor wordt in het plangebied een retentiestrook aangelegd om deze piekafvoeren voldoende te kunnen bergen. Als handreiking heeft het college van Dijkgraaf en Heemraden van het waterschap Zuiderzeeland hiervoor op 11 juli 2013 het "Waterkader" vastgesteld. Voor het vaststellen van de benodigde ruimte voor het realiseren van de compenserende maatregelen hanteert het waterschap de bergingsnorm. Volgens de bergingsnorm geldt voor het "peilgebied Emmelhage" bij een netto toename van de verharding een extra benodigde waterberging van 5%. Voor de toekomstige maaiveldhoogtes wordt uitgegaan van straatpeilen (as weg) van NAP - 3,85 m en de woningen hier 0,30 m boven (NAP - 3,55 m) conform de uitgangspunten van fase 2. De kavelshoogtes (afwerkhoogte) worden ongeveer NAP - 3,80 m. De drooglegging bedraagt dan 1,20 m voor de wegen en 1,50 m voor de woningen. Voor het ontwerp van het HWA-stelsel zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^

^

hoogte as weg is NAP -3,85 m; Minimale diameter HWA-riool is 0 300 mm; Minimale dekking op de buis is 1,20 m; Bij kruisingen tussen HWA-riolen en DWA-riolen is minimaal 10 cm vrije ruimte aangehouden; Bij kruising van HWA- en DWA-riolen op gelijke hoogte gaat DWA door en kruist HWA onder- en/of bovenlangs (kruisingsput); Verhang HWA-riool is tussen 1:500 en 1:1.000; Het waterpeil kan vrij fluctueren tussen NAP -5,05 m en NAP -5,35, het peilvlak van fase 1 en 2 wordt uitgebreid met fase 3; Alle daken en openbare verharding binnen het plangebied worden op het HWA-riool aangesloten. Voor particuliere opritten en overige terreinverharding is een aanname gedaan op basis van het type woning (vrijstaand, 2-kapper en rijwoningen); Halfverharding wordt als onverhard beschouwd; BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

53

Bestemmingsplan "Emmeloord, Emmelhage - fase 3" Vastgesteld

^

Bij bui 10 mag geen water-op-straat worden berekend.

Bij de civiele uitwerking van het plan kan met deze uitgangspunten het HWA-riool worden ontworpen. Uitgangspunt in het Waterkader is een minimale diepte van de watergangen van 1,20 m. Door uit te gaan van een gemiddeld waterpeil van NAP - 5,20 m en een slootdiepte van 1,20 m ligt de slootbodem op NAP - 6,40 Voor het vaststellen van de benodigde wateropgave voor Emmelhage fase 3 is gebruik gemaakt van de door het waterschap gehanteerde afvoernorm. Bij de afvoernorm wordt voor de maximale afvoer uit het gebied uit gegaan van de landelijke afvoernorm van 1,5 l/s/ha bij een neerslagsituatie met een herhalingstijd van eens in de 100 jaar. In onderstaande tabel is het verwachte verhard oppervlak weergegeven. Omdat in het kader van voorliggend bestemmingsplan nog niet exact duidelijk is hoeveel procent van de woonkavels verhard zullen worden is conform het Waterkader van het waterschap Zuiderzeeland uitgegaan van 45% verharding van het uitgeefbaar terrein. Dat betekent dat 30% van de kavel als dakoppervlak wordt gerekend en 15% als bestrating (irn/oprit, terras e.d.). Daarnaast wordt de openbare verharding van wegen en paden apart berekend. 3A

3B

Verhard oppervlak openbaar gebied Gesloten verharding (asfalt) Open verharding (BSS, klinkers, trottoir) Halfverharding (parkeren)

0,38 1,65 0,38

0,40 1,45 0,21

ha ha ha

Verhard oppervlak kavels Aanname verhardingspercentage Kaveloppervlak Verharding kavels

450zž 6,16 2,77

5,21 2,35

ha ha

Compensatie Toename verhard oppervlak Compensatie toename verhard oppervlak

4,80 0,24

4,20 0,21

ha ha

Oppervlaktewater huidig (op waterpeil) Oppervlaktewater toekomst (op waterpeil) Toename oppervlaktewater

0,08 0,83 0,76

0,05 1,20 1,16

ha ha ha

In totaal is er dus 4,8 ha in fase 3A en 4,2 ha in fase 3B aan verhard oppervlak aanwezig. Er wordt, gelet op voorgaande tabel, ruimschoots voldaan aan de 5%-regel. In afbeelding 6.1 is het verhard oppervlak en het type woningen weergegeven per fase. Opgemerkt wordt dat in deze verkaveling nog geschoven kan worden. Verder wordt opgemerkt dat een bestaande kavelsloot in fase 3A wordt gedempt omdat deze niet meer nodig is voor het agrarisch gebruik. Dit betreft een oppervlak van ongeveer 750 m2 op de waterlijn. Het dempen van deze sloot dient gecompenseerd te worden. Gelet op voorgaande tabel wordt er meer oppervlakte water gerealiseerd dan noodzakelijk op basis van de toename van het verhard vloeroppervlak. Daar waar een compensatie benodigd is van 0,45 ha, wordt er 1,92 ha extra oppervlakte water aangelegd. Hiermee wordt ook het dempen van de kavelsloot ruimschoots gecompenseerd. Tot slot worden er een aantal duikers aangelegd binnen het plangebied. Voor de duikers geldt dat een diameter van 1,2 meter het beste zou zijn, in navolging van de duikerdameters van Emmelhage fase 1 en 2, met oog op de doorstroming en het waterbeheer met een maaiboot. De duikers voor de toegang naar de woningen in het zuiden van het plangebied (watergang die van west naar oost loopt), hebben bij voorkeur dezelfde diameter of in ieder geval een diameter van minimaal 1 meter.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

54

Bestemmingsplan "Emmeloord, Emmelhage - fase 3" Vastgesteld

Afbeelding 6.1

Verhard oppervlak wegen en kavel per fase en verdeling type kavels (Bron: Roelofs)

Goed functionerend watersysteem

In Emmelhage bevindt zich een goed functionerend watersysteem. De aangelegde aaneengesloten waterpartijen staan met elkaar in verbinding om in het plan een gestuurde circulatie mogelijk te maken. In Emmelhage fase 3 worden waterpartijen aangelegd die zijn/worden aangesloten op de bestaande/ aan te leggen waterpartijen ter plaatse van Emmelhage fase 2b (zie ook afbeelding 6.2). Het watersysteem voor Emmelhage fase 3 sluit aan op het bestaande watersysteem van Emmelhage en volgt de principes die ook bij fase 1 en fase 2 zijn gehanteerd (zelfde waterpeilen en maaiveldhoogten). Het stedelijk waterbeheer van het (aan te leggen) oppervlaktewater (hoofdwatersysteem) zal 'overgedragen' worden aan het waterschap.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

55

Bestemmingsplan "Emmeloord, Emmelhage - fase 3" Vastgesteld

Afbeelding 6.2

Watersysteem Emmelhage fase 1, 2 en 3 (Bron: Roelofs)

Bij het bouwrijp maken van Emmelhage fase 3 zullen delen van het maaiveld opgehoogd worden naar circa NAP -3,85 m NAP (straatpeilen) en circa NAP -3,55 m NAP (woningen). Rekening houdend met het streefpeil voor Emmelhage van -5,20 m NAP voldoet het te ontwikkelen plan aan de minimale drooglegging voor stedelijk gebied van 1,20 meter, rekening houdend met het hiervoor gehanteerd normaalwaternormpeil (N.W.-normpeil). In het gesloten watersysteem van Emmelhage fase 1 en 2 is sprake van een gestuwd peilvak, waarbij gebruik is gemaakt van een flexibel peil, dat vrij kan variëren tussen -5,35 m NAP en -5,05 m NAP. Het peilvlak wordt uitgebreid met het watersysteem van fase 3. De gemeente en het waterschap stemmen nog nader af over de detaillering en inrichting van het watersysteem. Middels berekeningen moet nog worden bepaald of deze peilen haalbaar zijn of niet. In het bestaande circulatieplan bevindt zich ter hoogte van de watergang ten noorden van de John Daltonhage en Mathilde Wibautsingel zowel een pompinstallatie als een vaste stuw. Ten behoeve van een continue verversing van de waterpartij slaat de pomp (capaciteit 90 mVuur) gemiddeld om de dag aan om water vanuit de Onderduikerstocht peil gestuurd in het stedelijk water in te laten. Bij een peil van -5,23 m NAP in de stedelijke waterpartij wordt water ingelaten. De pomp schakelt zich uit bij een peil van -5,18 m NAP.

Op dezelfde locatie wordt het ingelaten water door middel van een eveneens aanwezige vaste V-stuwconstructie met een geïnstalleerde overlaathoogte op circa - 5,20 m NAP teruggevoerd naar de Onderduikerstocht. De bestaande vaste stuw (tijdelijke inrichting ter plaatse van fase 1) dient gewijzigd te worden naar een flexibele stuw, die de afvoer van Emmelhage kan sturen op maximaal 1,5 l/s/ha. Afwenteling op het hoofdwatersysteem is in beginsel niet toegestaan, tenzij er sprake is van extreme neerslag. De gemeente en het waterschap stemmen nog nader af over de detaillering en inrichting van het watersysteem. Een modelberekening is nodig om aan te tonen dat geen afwenteling plaats zal vinden. Ook is deze berekening nodig om enerzijds de afmetingen en bewegingsruimte van de beweegbare stuw te berekenen en anderzijds om aan te tonen dat het vasthouden van een T100 situatie (maximaal 1,5 l/s/ha) niet voor inundatie zorgt in het plangebied. Ook zal in nader detail bekeken worden hoe voldoende doorspoeling gecreëerd wordt. Het inlaten en aflaten van water bewerkstelligt een gestuurde watercirculatie in het watersysteem en zorgt voor voldoende doorspoeling. Om de waterkwaliteit op het gewenst niveau te houden wordt naast de in- en aflaat voorziening het water voldoende ververst door de aanwezige uitmondingen van de regenwaterriolen.

Doordat het gestuwd peilvak geïsoleerd blijft van het peil van de Lage Afdeling zijn geen structureel nadelige gevolgen aanwezig voor en door (grond)water in de directe omgeving.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

56

Bestemmingsplan "Emmeloord, Emmelhage - fase 3" Vastgesteld Anticiperen op watertekort

Het waterschap wil een robuust watersysteem dat voorbereid is op de effecten van toekomstige klimaatveranderingen. Nieuwe watersystemen dienen dusdanig ingericht te worden dat ze zelfvoorzienend zijn en niet (te veel) afhankelijk zijn van aanvoerwater.

4. Schoon water Goede structuur diversiteit

Zie goed functionerend watersysteem. In zowel de huidige als de nieuwe situatie is/zal sprake zijn van een ecologisch gezond watersysteem. Goede oppervlaktewaterkwaliteit

Zie goed functionerend watersysteem. Om verontreiniging van afstromend hemelwater, oppervlaktewater en grondwater te voorkomen zal duurzaam bouwen als uitgangspunt worden nagestreefd. Dit houdt concreet in het zoveel mogelijk voorkomen van het gebruik van uitlogende materialen zoals lood, zink, koper, bitumineuze materialen en geïmpregneerd hout. Verder worden er binnen het plangebied één of meerdere kavelsloten gedempt aangezien deze niet meer noodzakelijk zijn voor het agrarische gebruik. Hiervoor wordt echter ruimschoots gecompenseerd door het aanleggen van nieuwe watergangen (zie ook 'Voldoende water'). Goed omgaan met afvalwater

Net als bij Emmelhage fase 1 en 2 wordt in fase 3 een gescheiden rioolstelsel aangelegd. Het regenwater kan aangemerkt worden als relatief schoon en wordt door middel van "schoon" regenwaterriolen direct afgevoerd worden naar het stedelijk oppervlaktewater. De regenwaterriolen bieden de mogelijkheid om eventueel naast regenwater ook drainagewater vanaf de woonpercelen af te voeren naar het stedelijk water. Uitgaande van 315 woningen en gemiddeld 2,5 inwoner per woning wordt er rekening gehouden met 787,5 inwoners. Voor de school wordt ervan uitgegaan dat het voornamelijk kinderen uit de wijk zelf zijn. Voor de afvalwaterproductie wordt gerekend met 12 l/inwoner/uur. Dat komt neer op 9,5 mVuur. In Emmelhage fase 2 zijn twee uitleggers gelegd op de grens tussen fase 2B en fase 3A. Aan de zuidkant een uitlegger PVC 0 315 mm op NAP - 5,59 m. Aan de noordkant een uitlegger PVC 0 315 mm op NAP - 5,61 m. Omdat bij de uitleggers direct watergangen gekruist moeten worden, kan er niet onder vrijverval worden aangesloten. De bodems van de watergangen liggen op ca. NAP - 6,40 m. Ergens in fase 3 dient een nieuw rioolgemaal geplaatst te worden. De gemeente is voornemens om een nieuw rioolgemaal in te richten voor het afvalwater van fases 3 en 4 en deze rechtstreeks aan te sluiten op het rioolgemaal van het waterschap aan de Hannie Schaftweg.

Over de haalbaarheid van deze aansluiting wordt nog afstemming gezocht met het waterschap. Bij de civiele uitwerking van het plan kan met onderstaande uitgangspunten het DWA-riool worden ontworpen: ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^

Nieuw rioolgemaal nodig, eventueel rekening houden met aansluiting fase 4, 5 en 6; Hoogte as weg is NAP -3,85 m; Minimale diameter DWA-riool is 250 mm; Buisverhang DWA-riool eerste 100 meter 1:250 en vervolgens 1:400; Minimale dekking op de buizen is 1,20 m; Bij kruisingen tussen HWA-riolen en DWA-riolen wordt minimaal 10 cm vrije ruimte aangehouden; Bij kruising van HWA- en DWA-riolen op gelijke hoogte gaat DWA door en kruist HWA onder- en/of bovenlangs (kruisingput); Bij kruising van een DWA-riool met een watergang dient de bovenkant van de buis minimaal 0,30 m onder de bodem van de watergang te liggen; Het aantal inwoners van fase 3 is 788 (2,5 inwoner/woning en 315 woningen); Het afvalwater wordt afgevoerd naar de rwzi Tollebeek.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

57

Bestemmingsplan "Emmeloord, Emmelhage - fase 3" Vastgesteld

De bestaande percelen Espelerweg 10 I en II zijn aangesloten op de drukriolering. Voorgesteld wordt dit zo te handhaven. Het is niet logisch om deze percelen aan te sluiten op de nieuwe DWA-riolering van Emmelhage fase 3. 5. Conclusie Met inachtneming van het vorenstaande vormt het aspect water geen belemmering voor de in dit plan besloten ontwikkeling.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

58

Bestemmingsplan "Emmeloord, Emmelhage - fase 3" Vastgesteld

Hoofdstuk 7 7.1

Juridische aspecten en planverantwoording

Inleiding

In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is.

7.2

Opzet van de regels

7.2.1.

Algemeen

In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. 2. 3. 4.

7.2.2

Inleidende regels (begripsbepalingen en wijze van meten); Bestemmingsregels; Algemene regels (o.a. afwijkingsregels); Overgangs- en slotregels.

Algemene regels

Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: ^

Begrippen (Artikel 1)

In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd. ^

Wijze van meten (Artikel 2)

Dit artikel geeft onder meer bepalingen waar mag worden gebouwd en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden. De op de verbeelding of in de regels aangegeven bouwhoogte wordt gemeten vanaf peil tot het hoogste punt (exclusief ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen).

7.2.3

Bestemmingsregels

Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn onderverdeeld in o.a.: ^

Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan;

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

59

Bestemmingsplan "Emmeloord, Emmelhage - fase 3" Vastgesteld

^ ^

7.2.4

Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (bebouwingshoogte, bebouwingspercentage, etc.); Specifieke gebruiksregels: omschrijving van gebruiksactiviteiten die niet zijn toegestaan.

Algemene regels

Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: ^

Anti-dubbeltelregel (Artikel 8)

Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich met name voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage. ^

Algemene gebruiksregels (Artikel 9)

Deze regel is opgenomen om aan te geven welk gebruik in elk geval strijdig is met de aan de grond gegeven bestemming; ^

Algemene aanduidingsregels (Artikel 10)

In de algemene aanduidingsregels zijn wetgevingzones opgenomen. De wetgevingzones hebben betrekking op bepaalde gebieden binnen het plangebied waar een wijzigingsbevoegdheid op van toepassing is. Het gaat in voorliggend geval om de 'wetgevingzone - wijzigingsgebied 1' en 'wetgevingzone - wijzigingsgebied 2'. In paragraaf 7.3 wordt hier nader bij stilgestaan. ^

Algemene afwijkingsregels (Artikel 11)

In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken. ^

Overige regels (Artikel 12)

In dit artikel is aangegeven dat de wettelijke regeling waarnaar in de regels van het plan wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan. Daarnaast zijn er regels opgenomen omtrent parkeren.

7.2.5

Overgangs- en slotregels

In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregels wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.

7.3

Verantwoording van de regels

Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. Hierbij zullen de bestemmingen in dezelfde volgorde als in de regels worden behandeld.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

60

Bestemmingsplan "Emmeloord, Emmelhage - fase 3" Vastgesteld

Groen (Artikel 3) De belangrijkste groenstructuren binnen het plangebied zijn voorzien van de bestemming 'Groen'. De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor groenvoorzieningen, een geluidwal ter plaatse van de aanduiding 'geluidwal', geluidwerende voorzieningen, kunstwerken, nutsvoorzieningen, evenementen en water. Verder zijn de hierbij behorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, landhoofden daar onder begrepen, andere-werken, parkeerplaatsen, speelvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen, voet­ en fietspaden en in- en uitritten ten behoeve van de aangrenzende percelen. Voor gebouwen geldt dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3 meter. Daarnaast mag de inhoud van een gebouw niet meer dan 100 m3 bedragen. Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden bouwregels ten aanzien van speeltoestellen, kunstwerken, licht- en vlaggenmasten, geluidwerende voorzieningen en overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Verder zijn er specifiek voor geluidwallen bouwregels opgenomen. De hoogte van een geluidwal mag niet meer dan 3 meter bedragen. Maatschappelijk (Artikel 4) De gronden ter plaatse van de beoogde schoollocatie zijn voorzien van de bestemming 'Maatschappelijk'. De voor 'Maatschappelijk' bestemde gronden zijn bestemd voor een school, een kinderopvang, kunstwerken en evenementen. Hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd.

Verder is door middel van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' de maximale bouwhoogte van het hoofdgebouw vastgelegd. Het totaal oppervlak voor gebouwen ten dienste van de school mag niet meer bedragen dan 1.800 m2. Bijbehorende bouwwerken moeten minimaal 1 meter achter de voorgevel of het verlengde hiervan gebouwd worden. De afstand van bijbehorende bouwwerken tot de zijdelingse perceelgrens mag niet minder bedragen dan 1 m, tenzij in de perceelgrens wordt gebouwd. De gezamenlijke oppervlakte van gebouwde bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 50% van het bij het hoofdgebouw behorend achtererfgebied, met een maximum van 100 m2, met dien verstande dat de oppervlakte van binnen het bouwvlak gebouwde bijbehorende bouwwerken niet meetelt bij de bepaling van deze gezamenlijke oppervlakte. Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden bouwregels ten aanzien van speeltoestellen en voorzieningen, kunstwerken, licht- en vlaggenmasten en overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Tot slot is ter plaatse van de bestemming 'Maatschappelijk' is de aanduiding 'wetgevingzone wijzigingsgebied 1' opgenomen. Deze aanduiding is gekoppeld aan een wijzigingsbevoegdheid op basis waarvan burgemeester en wethouders bevoegd zijn de bestemming te wijzigen in de bestemming 'Woongebied' (inclusief bouwvlak). Hiervoor gelden de volgende voorwaarden: a. b. c. d.

het maximale aantal woningen bedraagt 20; uitsluitend vrijstaande óf twee-aaneen gebouwde woningen zijn toegestaan; de wijziging niet leidt tot een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende bestemmingen; voor het overige dient te worden aangesloten bij hetgeen gesteld in artikel 7 (dit is een verwijzing naar de bestemming 'Woongebied').

De hiervoor beschreven wijzigingsbevoegdheid is opgenomen teneinde ter plaatse van de beoogde schoollocatie de bestemming middels een wijzigingsplan te kunnen wijzigen ten behoeve van wonen. Hiermee biedt het bestemmingsplan flexibiliteit in geval van gewijzigde omstandigheden waarbij de beoogde schoollocatie bijvoorbeeld elders wordt gerealiseerd en de betreffende gronden ingezet zouden kunnen worden ten behoeve van woningbouw. Verkeer (Artikel 5) De belangrijkste verkeervoorzieningen zijn voorzien van de bestemming 'Verkeer'. De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor wegen en straten, voet- en rijwielpaden, kunstwerken,

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

61

Bestemmingsplan "Emmeloord, Emmelhage - fase 3" Vastgesteld

nutsvoorzieningen evenementen. Verder zijn de hierbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bruggen, viaducten en landhoofden daar onder begrepen, andere-werken, watergangen en waterhuishoudkundige voorzieningen, groenvoorzieningen en parkeervoorzieningen toegestaan. Binnen de bestemming 'Verkeer' mogen geen gebouwen worden opgericht. Bouwwerken, geen gebouw zijnde zijn wel toegestaan. Voor licht- en vlaggenmasten en bruggen en viaducten gelden aparte bouwhoogten. Water (Artikel 6) De belangrijkste waterstructuren zijn voorzien van de bestemming 'Water'. De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor water en waterberging, waterwegen, waterhuishoudkundige voorzieningen, voet­ en rijwielpaden, kunstwerken, nutsvoorzieningen en evenementen. Verder zijn de hierbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, kades, dammen, duikers, bruggen, steigers en landhoofden daar onder begrepen, andere-werken, recreatieve voorzieningen, oevers en groenvoorzieningen. Binnen de bestemming 'Water' mogen geen gebouwen worden opgericht. Bouwwerken, geen gebouw zijnde zijn wel toegestaan. Voor licht- en vlaggenmasten en bruggen gelden aparte bouwhoogten. Tot slot is ter plaatse van de bestemming 'Water' op bepaalde plekken de aanduiding 'wetgevingzone wijzigingsgebied 2' opgenomen.

Deze aanduiding is gekoppeld aan een wijzigingsbevoegdheid op basis waarvan burgemeester en wethouders bevoegd zijn de bestemming te wijzigen in de bestemmingen 'Woongebied' en/of 'Verkeer'. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden: a. b.

de wijziging niet leidt tot een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende bestemmingen; Voor het overige dient te worden aangesloten bij hetgeen gesteld in artikel 5 (bestemming 'Verkeer') en artikel 7 (bestemming 'Woongebied').

De hiervoor beschreven wijzigingsbevoegdheid is opgenomen teneinde ter plaatse de bestemming middels een wijzigingsplan te kunnen wijzigen indien hier aanleiding toe is. Dit kan bijvoorbeeld zijn in geval van het doortrekken van (hoofd)infrastructuur richting toekomstige uitbreiding van Emmelhage. Woongebied (Artikel 7) De voor 'Woongebied' aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor het wonen in woningen, water en waterberging, verkeersvoorzieningen en nutsvoorzieningen. Hieraan ondergeschikt zijn tuinen, erven en paden, waterhuishoudkundige voorzieningen en wegen en parkeervoorzieningen. Als hoofdgebouwen mogen uitsluitend woonhuizen worden gebouwd. Het aantal hoofdgebouwen mag niet meer dan 315 bedragen. Een hoofdgebouw dient binnen een bouwvlak te worden gebouwd. Door middel van aanduidingen is op de verbeelding per bouwvlak aangegeven welk type woningen er zijn toegestaan. Daarnaast is door middel van aanduidingen de maximale goot- en bouwhoogte aangegeven. Bijbehorende bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan bij woonhuizen en dienen minimaal 1 meter achter de voorgevel van de woning te worden gebouwd. De maximale oppervlakte bedraagt 50% van het bij de woning behorende achtererfgebied met een maximum van 100 m2. De oppervlakte van binnen het bouwvlak gebouwde bijbehorende bouwwerken telt niet mee in de bepaling van de gezamenlijke oppervlakte.

Bij een woning mag onder voorwaarden een aan huis verbonden beroep- of bedrijfsactiviteit worden uitgevoerd.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

62

Bestemmingsplan "Emmeloord, Emmelhage - fase 3" Vastgesteld

Hoofdstuk 8

Economische uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien: ^ ^ ^

het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is; het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4^ onderscheidenlijk 5^ niet noodzakelijk is; het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is.

Het plangebied is voor wat betreft de economische uitvoerbaarheid op te delen in fase 3a en fase 3b. Fase 3a zal door een particuliere ontwikkelende partij tot ontwikkeling worden gebracht. Ten aanzien van deze fase zijn de gemeentelijke kosten beperkt tot de ambtelijke kosten, welke worden verhaald middels de gemeentelijke legesverordening. Wel wordt met de initiatiefnemer een anterieure overeenkomst gesloten zodat het kostenverhaal voor de gemeente volledig is verzekerd. Dit brengt met zich mee dat vaststelling van een exploitatieplan voor fase 3a achterwege kan blijven. Voor Emmelhage fase 3b is een grondexploitatie opgesteld. In bijlage 14 is de grondexploitatie opgenomen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

63

Bestemmingsplan "Emmeloord, Emmelhage - fase 3" Vastgesteld

Hoofdstuk 9 9.1

Vooroverleg

9.1.1

Het Rijk

Vooroverleg, inspraak en zienswijzen

In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk.

9.1.2

Provincie Flevoland

In het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1. Bro is voorliggend bestemmingsplan voorgelegd aan de provincie Flevoland. De vooroverlegreactie van de provincie is opgenomen in bijlage 15 van deze toelichting. Zover relevant is de reactie van de provincie verwerkt in het voorliggende bestemmingsplan.

9.1.3

Waterschap Zuiderzeeland

Het conceptbestemmingsplan is ter vooroverleg naar het Waterschap Zuiderzeeland gestuurd. Op 16 september 2021 is van het waterschap een vooroverlegreactie ontvangen. Deze reactie is in bijlage 16 opgenomen bij deze toelichting. Na aanleiding van de reactie is de waterschap zijn tekstuele aanpassingen doorgevoerd.

9.2

Zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 7 april 2022 tot en met 18 mei 2022 voor zienswijzen ter inzage gelegen. Gedurende deze periode is er één zienswijze ontvangen. De zienswijze is samengevat er beantwoord in de zienswijzenota zoals opgenomen in bijlage 17 bij deze toelichting. Na aanleiding van de zienswijze zijn diverse wijzigingen in het bestemmingsplan doorgevoerd. Verder zijn er een aantal ambtshalve wijzigingen doorgevoerd. De wijzigingen zijn samengevat is de zienswijzenota.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

64

Bestemmingsplan "Emmeloord, Emmelhage - fase 3" Vastgesteld

Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1

Verkeerstoets Emmelhage fase 3

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

65

c

Roelofs

Notitie

Verkeerstoets Emmelhage fase 3 Emmeloord notitie Documentnummer:

N01-D03-21024213-sws2

Status en datum:

Definitief/03 11 maart 2022

Opdrachtgever:

BJZ.nu

Inleiding De gemeente Noordoostpolder en Scholtens Projecten VII willen samen de ontwikkeling van woningbouw in Emmelhage fase 3 in Emmeloord invullen. De ontwikkeling van fase 3 vraagt om een nieuwe bestemming. BJZ.nu stelt daarom een nieuw bestemmingsplan op. Roelofs Advies en Ontwerp BV is gevraagd een verkeerstoets uit te voeren ten behoeve van deze bestemmingsplanwijziging.

Planontwikkeling De planontwikkeling van Emmelhage fase 3 kent conform het stedenbouw plan (zie figuur 1) het ruimtelijke programma zoals opgenomen in tabel 1. In dit plan zijn 315 woningen en een onderwijsvoorziening opgenomen.

Figuur 1 Stedenbouwkundig plan Emmelhage fase 3

Functie

Voorziening

wonen

Woning: huur, sociale huur Woning: koop, tussen/hoek & huur vrije sector Woning: koop, twee-onder-een-kap Woning: koop, vrijstaand

Onderwijs

Basisschool (200 leerlingen) Kinderopvang/peuterspeelzaal (25 kinderen)

aantal 58 woningen 63 woningen 116 woningen 78 woningen

315 woningen 8 groepen 1 groep

9 groepen Tabel 1

Ruimtelijk programma verkeersonderzoek

Verkeerstoets Emmelhage fase 3 Emmeloord - notitie

N01-D03-21024213-sws2

1

c

Roelofs

Notitie Verkeerskundige effecten

Om de verkeerseffecten van het planvoornemen inzichtelijk te maken wordt in dit hoofdstuk achtereenvolgens ingegaan op het parkeren, de ontsluiting van het plangebied, de verkeersgeneratie en verkeersafwikkeling en de verkeersveiligheid.

Parkeren De 'Nota Parkeernormen Noordoostpolder 2016' bevat de gemeentelijke parkeernormering en een stappenplan voor de parkeerplaatsverplichting. Het plangebied van Emmelhage fase 3 bevindt zich in de Vest bebouwde kom' in een 'matig stedelijk' gebied. Op basis van de gemeentelijk parkeernormering volgt voor het plangebied een bruto parkeerbehoefte (exclusief dubbelgebruik), zoals opgenomen in tabel 2. Het benodigd aantal parkeerplaatsen voor de Kiss & Ride voorziening bij de onderwijsinstelling is berekend op basis van de rekenmethodiek zoals opgenomen in de Nota Parkeernormen. Uit de parkeerberekening voor Emmelhage fase 3 volgt een bruto parkeerbehoefte van 657 parkeerplaatsen.

voorziening

Aantal Eenheid

Parkeernorm

Parkeerbehoefte

totaal woningen

58 63 116 78

woningen woningen woningen woningen

315 woningen

1,6 1,9 2,1 2,2

-

92,8 119,7 243,6 171,6

627,7

basisschool Kinderopvanq/PZS Kiss & Ride onderbouw 1 t/m 3 Kiss & Ride bovenbouw 4 t/m 8 Kiss & Ride kinderopvang/PSZ

8 100 75 125 25

leslokaal m2 BVO leerlingen leerlingen leerlingen

0,8 1,4 rekenmethodiek rekenmethodiek rekenmethodiek

6,4 1,4 12,7 6,0 3,0

huur, sociale huur koop, tussen/hoek & huur, vrije sector koop, twee-onder-een-kap koop, vrijstaand

totaal onderwijsvoorziening 225 leerlingen BRUTO PARKEERBEHOEFTE EMMELHAGE FASE 3 Tabel 2

29,5 657,2

Bruto parkeerbehoefte

dagonderwijs

netto parkeerbehoefte Tabel 3

Zondagmiddag

Zaterdagavond

Zaterdagmiddag

Werkdagavond

Werkdagnacht

woningen bezoekers

Koopavond

woningen bewoners

Werkdagmiddag

Bruto parkeerbehoefte

Werkdagochtend

Met behulp van aanwezigheidspercentages voor de verschillende aanwezige functies is berekend in hoeverre dubbelgebruik van parkeerplaatsen mogelijk is (zie tabel 3). Uit de berekening volgt tijdens de maatgevende periode (werkdagavond) een parkeerplaatsverlichting van 556 parkeerplaatsen.

100Z

50Z

50Z

90Z

80Z

100Z

60Z

80Z

70Z

533,2

266,6

266,6

479,9

426,6

533,2

319,9

426,6

373,2

100Z

10Z

20Z

80Z

70Z

0Z

60Z

100Z

70Z

94,5

9,5

18,9

75,6

66,2

0,0

56,7

94,5

66,2

100Z

100Z

100Z

0Z

0Z

0Z

0Z

0Z

0Z

29,5 657,2

29,5 305,5

29,5 315,0

0,0 555,5

0,0 492,7

0,0 533,2

0,0 376,6

0,0 521,1

0,0 439,4

Parkeerplaatsverplichting

Verkeerstoets Emmelhage fase 3 Emmeloord - notitie

N01-D03-21024213-sws2

2

c

Roelofs

Notitie

Om de parkeerplaatsverplichting binnen het plangebied te faciliteren bevat het stedenbouwkundige plan met 315 woningen de parkeercapaciteit zoals opgenomen in tabel 4. Hierbij is voor het parkeren op eigen terrein, conform gemeentelijk beleid, een reductiefactor toegepast. Deze parkeerplaatsen worden immers ook (deels) voor andere doeleinden gebruikt. Uit de tabel volgt dat er op basis van de berekeningsaantallen 630,6 parkeerplaatsen beschikbaar zijn. Dit is voldoende om de parkeerplaatsverplichting van 555,5 parkeerplaatsen te faciliteren, waarbij een restcapaciteit van 75 parkeerplaatsen aanwezig is.

Type parkeervoorziening

hoeveelheid

Openbare parkeerplaats Garage met dubbele oprit lange oprit met garage enkele oprit zonder garage

282 172 22 13

Tabel 4

aantal theorie berekening 1,0 3,0 3,0 1,0

1,0 1,8 1,3 0,8

beschikbare parkeercapaciteit parkeerplaatsverplichting verschil

capaciteit 282,0 309,6 28,6 10,4

630,6 555,5 + 75,1

Parkeerbalans o.b.v. huidig stedenbouwkundig plan

In bovenstaande berekening is de parkeerplaatsverplichting van de 'theoretische' 32 vrijstaande woningen wel opgenomen, maar op basis van de gewenste flexibiliteit is voor deze woningen geen capaciteit op eigen terrein meegenomen. Desondanks bevat het plan nog altijd ruim voldoende parkeerplaatsen, waarmee ook de flexibiliteit gewaarborgd is. Met de 282 openbare parkeerplaatsen bevat het plan ook voldoende parkeercapaciteit om het bezoekersparkeren (315 woningen * 0,3 pp/woning = 94,5 parkeerplaatsen) te faciliteren.

Verkeersontsluitin g Figuren 2 en 3 op de volgende pagina tonen de ontsluitingsstructuur voor gemotoriseerd verkeer (paars) en het fietsverkeer (rood). In laatstgenoemde figuur is onderscheidt gemaakt in de specifieke fietsstructuur (donkerrood) en de structuur voor gemengd gebruik (licht rood). Uit de figuren is af te leiden dat het plangebied een fijnmazige ontsluitingsstructuur kent voor alle verkeersdeelnemers. Via de omliggende verzamelwegen wordt het verkeer aan de noordzijde via de Buitensingel ontsloten op de N718ZBanterweg en aan de zuidzijde loopt de ontsluiting via fase 2B naar de N35VEspelerweg. Met de voorgenomen ontsluitingsmogelijkheden wordt het plangebied goed ontsloten voor alle modaliteiten.

Verkeerstoets Emmelhage fase 3 Emmeloord - notitie

N01-D03-21024213-sws2

3

c

Roelofs

Notitie

Figuur 2

Ontsluitingsstructuur gemotoriseerd verkeer

Figuur 3

Ontsluitingsstructuur langzaam verkeer

Verkeerstoets Emmelhage fase 3 Emmeloord - notitie

N01-D03-21024213-sws2

4

c

Roelofs

Notitie De Buitensingel is in de huidige situatie aangewezen als gebiedsontsluitingsweg binnen de bebouwde kom (50 km/u). Direct na de rotonde met de N718ZBanterweg is de komgrens geplaatst (zie figuur 4). Bij realisatie van Emmelhage fase 3 worden de komgrenzen verplaatst naar de inprikkers van Emmelhage. Gevolg is dat de Buitensingel buiten de bebouwde kom van Emmeloord komt te liggen. Hierbij wordt de Buitensingel gecategoriseerd en ingericht als 'gebiedsontsluitingsweg 60 km/uur'.

Figuur 4 Huidige situering Buitensingel 50 km/u

Om de aansluitingen vanuit Emmelhage op de Buitensingel te benadrukken is het advies om bij de vervolguitwerking middengeleiders op de betreffende kruispunten te realiseren.

Verkeersgen era tie Tabel 5 toont de te verwachten verkeersgeneratie van Emmelhage fase 3. De gehanteerde kencijfers zijn afkomstig uit CROW publicatie 381, waarbij is aangesloten op de gebiedstypologie zoals ook toegepast bij de gemeentelijke parkeernormering (rest bebouwde kom & matig stedelijk). Ook is overeenkomstig met de parkeernormering uitgegaan van het gemiddelde CROW kencijfer. De verkeersgeneratie van de woningen voor de gemiddelde weekdag is met de correctiefactor van 1,11 (bron: CROW) omgerekend naar de gemiddelde werkdag. Uit de berekening volgt een verkeersgeneratie van afgerond circa 2.540 voertuigbewegingen per gemiddelde werkdag.

voorziening

aantal eenheid

huur, sociale huur koop, tussen/hoek & huur, vrije sector koop, twee-onder-een-kap koop, vrijstaand

totaal woningen

58 63 116 78

woningen woningen woningen woningen

315 woningen

basisschool Kinderopvanq/PZS Kiss & Ride onderbouw 1 t/m 3 Kiss & Ride bovenbouw 4 t/m 8 Kiss & Ride kinderopvang/PSZ

8 100 75 125 25

leslokaal m2 BVO leerlingen leerlingen leerlingen

kencijfer

verkeersgeneratie

4,9 * 1,11 7,1 * 1,11 7,8 * 1,11 8,2 * 1,11

284,2 447,3 904,8 639,6

-

2.275,9

Rekenmethodiek*

12,8 2,8 101,3 95,6 48,8

totaal onderwijsvoorziening 225 leerlingen VERKEERSGENERATIE EMMELHAGE FASE 3 (mvt/werkdag) Tabel 5

261,2 2.537,1

Verkeersgeneratie

* De verkeersgeneratie voor de onderwijsvoorziening is berekend met behulp van de methodiek voor halen en brengen uit de 'Nota Parkeernormen Noordoostpolder 2016'. De gehanteerde rekenformule is: aantal leerlingen x % leerlingen auto halen en brengen x reductiefactor aantal kinderen per auto x 2 (arriveren/vertrekken) x 2 (start/einde schooldag). Net zoals bij de parkeerberekeningen uitgegaan van de gemiddelde percentages voor het aandeel leerlingen dat per auto gebracht en gehaald wordt. Daarnaast is er vanuit gegaan dat de school met een continurooster werkt.

Verkeerstoets Emmelhage fase 3 Emmeloord - notitie

N01-D03-21024213-sws2

5

c

Roelofs

Notitie Verkeersafwikkelin g

Om de effecten op de verkeersafwikkeling op het omliggende wegennet inzichtelijk te maken heeft Goudappel modelberekeningen uitgevoerd met het Verkeersmodel gemeente Noordoostpolder en Urk voor 2040 (versie 2.3). Hierbij zijn de effecten doorgerekend van het scenario van Emmelhage fase 1 t/m 3 en is ook een doorkijk naar de toekomst gemaakt, waarbij Emmelhage fase 1 t/m 6 gerealiseerd zijn. In laatstgenoemde scenario sluit de Buitensingel aan op de Hannie Schaftweg. Onderstaande figuren tonen de intensiteitsprognoses voor de gemiddelde werkdag 2040 voor de situatie met Emmelhage fase 1 t/m 3 (figuur 5) en Emmelhage fase 1 t/m 6 (figuur 6). In beide figuren is de locatie van Emmelhage fase 3 schematisch aangegeven. Het verschil tussen de berekende verkeersgeneratie en de modeplots (circa 180 mvt/etmaal) betreft intern verkeer in de wijk.

Fase 3

Figuur 5

Intensiteiten Emmelhage fase 1 t/m 3 (mvt/werkdag)

Figuur 6

Intensiteiten Emmelhage fase 1 t/m 6 (mvt/werkdag)

Verkeerstoets Emmelhage fase 3 Emmeloord - notitie

N01-D03-21024213-sws2

6

c

Roelofs

Notitie

Het plangebied van fase 3 kent twee externe ontsluitingsmogelijkheden voor gemotoriseerd verkeer, namelijk aan de noord- en zuidzijde. Bij realisatie van Emmelhage fase 4 komt er aan de westzijde ook een extra ontsluiting. De ontsluitende wegen kunnen het verkeersaanbod vanuit Emmelhage fase 3 op wegvakniveau ruimschoots acceptabel afwikkelen. Ook in het plangebied zijn op basis van de intensiteiten geen capaciteitsproblemen te verwachten. Vanuit de verkeersafwikkeling zijn de relevante kruispunten rondom Emmelhage maatgevend. Om te beoordelen in hoeverre het verkeer acceptabel afgewikkeld kan worden in de plansituatie en bij het eindbeeld, zijn capaciteitsberekeningen uitgevoerd voor de volgende locaties: ^ Rotonde Banterweg - Buitensingel; ^ Rotonde Banterweg - Jeanne D'arclaan; • Rotonde Banterweg - Espelerweg; • Rotonde Espelerweg- Nieuwlandenlaan; • Voorrangskruispunt/toekomstige rotonde Espelerweg - Kennemerlandlaan; ^ Voorrangskruispunt/toekomstige rotonde Espelerweg - Hannie Schaftweg. De capaciteitsberekeningen voor de rotondes zijn uitgevoerd met de Meerstrooksrotondeverkenner voor zowel de ochtend- als avondspits, waarbij de intensiteiten op afslagniveau uit het verkeersmodel (pae/2 uur) met de omrekenfactor 0,55 zijn omgerekend naar uursintensiteiten.

rotonde

Banterweg - Buitensingel Banterweg - Jeanne D'arclaan Banterweg - Espelerweg Espelerweg - Nieuwlandenlaan Espelerweg - Kennemerlandlaan Espelerweg - Hannie Schaftweg

periode

De capaciteitsberekeningen voor de relevante voorrangskruispunten zijn uitgevoerd met behulp van de methode Harders. Tabel 6 toont de resultaten van de capaciteitsberekeningen voor de verschillende kruispunten.

OS AS OS AS OS AS OS AS OS AS OS AS

Maatgevende Verzadigingsgraad (max VG)

(Maatgevende) gemiddelde wachttijd (max Tgem)

Maatgevende gemiddelde wachtrij (max Ngem)

fase 1 t/m 3

fase 1 fase t/m 6 1 t/m 3

fase 1 t/m 6

fase 1 t/m 3

fase 1 t/m 6

0,12 (z) 0,18 (z) 0,15 (z) 0,28 (z) 0,40 (w) 0,65 (o) 0,17 (w) 0,40 (o)

0,16 (w) 0,25 (z) 0,19 (n) 0,35 (z) 0,38 (o) 0,68 (o) 0,18 (w) 0,40 (o) 0,23 (o) 0,14 (n) 0,15 (o) 0,20 (z)

2,9 (w) 3,3 (z) 3,1 (w) 3,8 (z) 5,3 (w) 9,8 (o) 3,3 (z) 4,3 (o) 3,4 (o) 3,3 (n) 2,9 (o) 3,2 (z)

1,1 (z) 1,2 (z) 1,2 (z) 1,4 (z) 1,7 (w) 2,8 (o) 1,2 (w) 1,7 (o) n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.

1,2 (w) 1,3 (z) 1,2 (n) 1,5 (z) 1,6 (o) 3,1 (o) 1,2 (w) 1,7 (o) 1,3 (o) 1,2 (n) 1,2 (o) 1,3 (z)

n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.

2,8 (z) 3,0 (n) 2,9 (w) 3,4 (z) 5,5 (w) 9,2 (o) 3,3 (z) 4,4 (o) 0 sec* 0 sec* 0 sec* s15 sec*

Tabel 6 Resultaten capaciteitsberekeningen maatgevende kruispuntlocaties * capaciteitsberekening methode Harders

Verkeerstoets Emmelhage fase 3 Emmeloord - notitie

N01-D03-21024213-sws2

7

Notitie

c

Roelofs

Conclusie is dat de huidige rotondes en voorrangskruispunten het extra verkeer van/naar Emmelhage fase 3 op een acceptabele wijze kunnen afwikkelen. Op de rotondes wordt de maximaal wenselijke verzadigingsgraad van 0,80 niet benaderd en ook de maatgevende wachttijden en wachtrijen zijn ruim acceptabel. Op de voorrangskruispunten is de gemiddelde wachttijd ^0 seconden, en daarmee acceptabel. Bij het eindbeeld van Emmelhage (fase 1 t/m 6) zijn alle benoemde kruispunten ingericht als rotonde. Op geen van de rotondes zijn in bij het eindbeeld in 2040 capaciteitsproblemen te verwachten. Realisatie van Emmelhage fase 3 is vanuit de verkeersafwikkeling dan ook acceptabel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/1929/documents/31388