6.1 Ontwerpbestemmingsplan ‘Landelijk gebied, Polenweg 5 te Bant’.pdf
Tekst van het document
Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt dat de locatie niet vrij is van bodemverontreiniging. De grond en het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie bevatten plaatselijk enkele stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde resp. de streefwaarde. De licht verhoogd gemeten gehalten
NL.IMRO.0171.BP00670-ON01
Toelichting
Gemeente Noordoostpolder Bestemmingsplan Landelijk gebied, Polenweg 5 te Bant
Blad 29 van 48 Mei 2022 Versie 01
overschrijden de tussenwaarde/bodemindex-waarde ^0.5) niet en geven daardoor geen directe aanleiding tot het instellen van een nader onderzoek. De kwaliteit van de bodem is geschikt voor de beoogde woonfunctie. 4.5
Externe en fysieke veiligheid Bij het transport, de opslag en bij het be- en verwerken in bedrijven van gevaarlijke stoffen, maar ook nabij luchthavens bestaat de kans op ongevallen waarbij slachtoffers vallen die niet bij de activiteit betrokken zijn. Personen die in bedrijven werken worden door de wetgeving rond arbeidsomstandigheden beschermd. Personen die zich buiten (extern) de bedrijfsgrens bevinden worden beschermd door wet- en regelgeving voor externe veiligheid. De vuurwerkramp in Enschede van mei 2000 heeft geresulteerd in een formalisering en deels aanscherping van wet- en regelgeving om het risico van dergelijke ongevallen te beperken. Het doel van de toets op externe veiligheidsaspecten rond ruimtelijke plannen is na te gaan welke risico’s de voorgenomen ontwikkelingen met zich brengen. Dit om de mogelijkheid te bieden een externe veiligheidssituatie te creëren die voldoet aan de behoeften. Daartoe kan het ruimtelijk initiatief of specifieke wijze worden ingevuld en kunnen eventuele aanvullende maatregelen worden getroffen. Het externe veiligheidsonderzoek richt zich eerst op het plaatsgebonden risico. Dit geeft een beeld van de ruimtelijke verdeling van de hoogte van de risico’s rond een bron. Vervolgens wordt nagegaan wat de hoogte van het groepsrisico is. Dit geeft inzicht in de aantallen personen die bij een ongeval kunnen worden betrokken.
Als er sprake is van groepsrisico, als een ongeval tot meer dan 10 dodelijke slachtoffers kan leiden, moeten risicogegevens worden verzameld, moet een advies over het voorgenomen initiatief aan de regionale brandweer worden gevraagd en is de initiatiefnemer verplicht de veranderingen in het groepsrisico door de nieuwe ruimtelijke ontwikkeling te verantwoorden. Het Besluit richt zich primair op inrichtingen zoals bedoeld in de Wet milieubeheer. In artikel 2, lid 1 van het BEVI staan de inrichtingen genoemd waarop het besluit van toepassing is. Deze inrichtingen brengen risico’s met zich mee voor de in de omgeving aanwezige risicogevoelige objecten. In de bestaande situatie is reeds sprake van een (beperkt) kwetsbaar object (woning). Het project voorziet in het toevoegen van een extra woning. Voor het project is beoordeeld of er nog Bevi-inrichtingen in de buurt zijn gelegen waar rekening mee moet worden gehouden, daartoe is de risicokaart van Flevoland opgenomen specifiek ter plaatse van het plangebied.
NL.IMRO.0171.BP00670-ON01
Toelichting
Gemeente Noordoostpolder Bestemmingsplan Landelijk gebied, Polenweg 5 te Bant
Blad 30 van 48 Mei 2022 Versie 01
Figuur 4.4: Een weergave van www.risicokaart.nl met het plangebied (oranjester-aanduiding). 4.5.1.1
Bevi-inrichtingen binnen het plangebied
Het perceel zelf was aangemerkt als een Bevi-inrichting, echter het bedrijf is inmiddels gestopt. 4.5.1.2
Bevi-inrichtingen buiten het plangebied Er bevinden zich rondom het perceel geen overige bevi-inrichtingen in de nabijheid.
4.5.1.3
Buisleidingen Er bevinden zich geen buisleidingen in de nabijheid.
4.5.1.4
Route gevaarlijke stoffen Er zijn geen routes waarover het transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt gelegen in de nabijheid.
4.5.1.5
Hoogspanningsleidingen Er bevinden zich geen hoogspanningsmasten in de nabijheid van het plangebied. Ook bevinden zich geen windmolens in de nabijheid.
4.5.2
Conclusie Het toevoegen van een extra woning behoeft geen nadere verantwoording van de toename van het groepsrisico.
4.6
Ecologie
4.6.1
Algemeen De Wet natuurbescherming (Wnb) is in werking getreden op 1 januari 2017. Deze wet vervangt de volgende drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming), de Flora- en faunawet (soortenbescherming) en de Boswet (houtopstanden). De provincie is bij de Wnb het bevoegd gezag voor de toetsing van
NL.IMRO.0171.BP00670-ON01
Toelichting
Gemeente Noordoostpolder Bestemmingsplan Landelijk gebied, Polenweg 5 te Bant
Blad 31 van 48 Mei 2022 Versie 01
werkzaamheden en handelingen bij Natura 2000-gebieden en dier- en plantensoorten. Het Rijk blijft bevoegd gezag bij ruimtelijke ingrepen met grote nationale belangen. Voor gemeenten geldt dat zij het bevoegd gezag zijn voor omgevingsvergunningen. In het wijzigingsplan dient rekening te worden gehouden met Europese en nationale wetgeving en beleid ten aanzien van de natuurbescherming. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen gebiedsbescherming en soortenbescherming. 4.6.2
Gebiedsbescherming
4.6.2.1
Natura 2000
In de Wnb is de bescherming van specifieke natuurgebieden geregeld. Het betreft de Natura 2000-gebieden, die een internationale bescherming genieten. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen voor soorten en vegetatietypen opgesteld. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) - voorheen Ecologische Hoofdstructuur - is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland en vormt de basis voor het natuurbeleid. Ten aanzien van ontwikkelingen binnen het NNN geldt het 'nee, tenzij-principe'. Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing, ontwikkeling en bescherming van het NNN. Op ruime afstand van het plangebied (circa 9,5 kilometer afstand) bevindt zich een voor verzuring gevoelig Natura 2000 gebied.
NL.IMRO.0171.BP00670-ON01
Toelichting
Gemeente Noordoostpolder Bestemmingsplan Landelijk gebied, Polenweg 5 te Bant
Blad 32 van 48 Mei 2022 Versie 01
Het plangebied behoort niet tot een Natura2000-gebied. Vanwege de lokale invloedsfeer heeft de voorgenomen activiteit geen negatief effect op beschermd gebied van het Natura 2000 gebied buiten het plangebied . 4.6.2.2
Natu urNetwerk Nederlan d (NNN)
Het NNN - voorheen Ecologische Hoofdstructuur - is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland en vormt de basis voor het natuurbeleid. Ten aanzien van ontwikkelingen binnen het NNN geldt het 'nee, tenzij-principe'. Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing, ontwikkeling en bescherming van het NNN. Op basis van onderstaande figuur is zichtbaar dat het plangebied zelf niet in het NNN ligt maar dat naar het oosten toe er wel NNN-gebieden liggen. Het bouwen en gebruiken van één woning in het plangebied heeft geen invloed op het NNN.
4.6.3
Soortbescherming Het uitgangspunt van de Wnb is dat er geen (opzettelijke) schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. De soortenbescherming binnen de Wnb is daarbij opgedeeld in drie beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten. Bij beoordeling van de toelaatbaarheid van bouwwerken en/of andere activiteiten moet rekening worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van te beschermen dier- en plantensoorten.
NL.IMRO.0171.BP00670-ON01
Toelichting
Gemeente Noordoostpolder Bestemmingsplan Landelijk gebied, Polenweg 5 te Bant
Blad 33 van 48 Mei 2022 Versie 01
Er dient een ontheffing op grond van artikel 3.3, 3.8 en/of 3.10 Wnb te worden aangevraagd voor een (bouw)werkzaamheid of activiteit indien het volgende van toepassing is: ^ uit gegevens of onderzoek blijkt dat er sprake is van verstoring of doden van (een) beschermde soort(en); ^ het bouwwerk en/of de activiteit veroorzaakt beschadiging of vernieling van voortplanting- of rustplaatsen van dieren, dan wel ontworteling of vernieling van plantensoorten; • er kan geen gebruik gemaakt worden van een vrijstelling op grond van de Wet natuurbescherming; • er kan niet gewerkt worden volgens een goedgekeurde gedragscode. Artikelen 3.1 tot en met 3.11 van de Wet natuurbescherming regelen de bescherming van soorten. De bescherming is opgedeeld in vijf categorieën met soorten: ^ Vogels met jaarrond beschermde nesten; • Overige vogels; • Soorten van de Habitatrichtlijn (bijlage IV) en de Verdragen van Bern (bijlage II) en Bonn (bijlage I); • Overige soorten die op nationaal niveau beschermd zijn en waarvoor provinciaal geen vrijstelling geldt; • Overige soorten die op nationaal niveau beschermd zijn, maar waarvoor provinciaal wel een vrijstelling geldt. Voor vogels geldt dat er twee categorieën zijn: de vogels met jaarrond beschermde nesten (o.a. Huismus, Gierzwaluw en Buizerd) en de overige broedvogels.
Vogels met jaarrond beschermde nesten hebben een strikte beschermingsstatus binnen de Wet natuurbescherming. Van overige broedvogels zijn hun nesten alleen tijdens de broedseizoen beschermd (periode van nestbouw, eileg, broeden en voeren van de jongen op het nest). Voor soorten van de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn zijn in artikel 3.5 verboden vastgelegd (o.a. verboden om dieren te doden en voortplantings- of rustplaatsen te vernielen) en geldt een strikte beschermingsstatus. Soorten die op nationaal niveau beschermd zijn, kunnen ingedeeld worden in twee categorieën. Provincies mogen besluiten om bepaalde soorten vrij te stellen van bescherming in het kader van ruimtelijke ingrepen, beheer en onderhoud. In de meeste provincies geldt - onder andere voor ruimtelijke ontwikkelingen - een vrijstelling voor een selectie van zoogdieren en amfibieën. Voor de overige soorten gelden vergelijkbare verboden (zie artikel 3.10) als voor soorten van de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn en geldt eveneens een strikte beschermingsstatus. Voor het overtreden van verbodsartikelen bij ruimtelijke ingrepen is het noodzakelijk om ontheffing aan te vragen bij bevoegd gezag (veelal de provincie waarbinnen de ingreep of activiteit plaatsvindt). Voor het verkrijgen van een ontheffing dient een uitgebreide rapportage opgesteld te worden waarin o.a.
wordt aangegeven hoe gezorgd wordt dat schade tot een minimum beperkt blijft en of compenserende maatregelen aan de orde zijn. Van belang is om na te gaan of één of meerdere van de genoemde ‘verboden’ ten behoeve van voorliggend initiatief aan de orde is of kan zijn. Er gaat een verouderde schuur worden afgebroken. Voor deze af te breken schuren is een ecologisch onderzoek nodig.
NL.IMRO.0171.BP00670-ON01
Toelichting
Gemeente Noordoostpolder Bestemmingsplan Landelijk gebied, Polenweg 5 te Bant
Blad 34 van 48 Mei 2022 Versie 01
Door onderzoeksbureau Alcedo Natuurprojecten is vervolgens een ecologische quickscan uitgevoerd. Het bij het onderzoek behorende rapport is als bijlage bij dit bestemmingsplan gevoegd. Op basis van deze quickscan kan het volgende worden geconcludeerd: ^ Op de onderzochte locatie zijn geen jaarrond beschermde nestplaatsen van vogels aangetroffen; ^ Op de onderzochte locatie kan worden uitgesloten dat er vaste verblijfplaatsen zoals holen en burchten van grondgebonden zoogdieren aanwezig zijn; ^ Op de onderzochte locatie kan worden uitgesloten dat er vaste verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn; ^ De onderzochte locatie functioneert als foerageerbied voor vleermuizen en vervult ook een mogelijk onderdeel van een vliegroute voor vleermuizen, deze functionaliteiten komen echter niet in gevaar door de voorgenomen ingreep; ^ De onderzochte locatie grenst niet aan het NNN en de geplande werkzaamheden zijn van dien aard dat de kernwaarden van het NNN niet worden aangetast; ^ De onderzochte locatie ligt op circa 9,65 kilometer afstand van N2000 gebied. Het laten uitvoeren van een Aerius calculatie is sinds 1 juli 2021 voor de aanlegfase niet meer noodzakelijk. Op basis van deze quickscan wordt het volgende geadviseerd: > Richt de nieuwbouw in op een natuur-inclusieve wijze. Dat wil zeggen: integreer huismussen- en vleermuiskasten in de spouwmuur.
Informatie hierover is te vinden op www.vivara-pro.nl; > Gebruik voor de beplanting rondom de nieuwbouw inheems bosplantsoen. Informatie hierover en plantgoed is te vinden op www.arborealis.nl NB: Dit zijn vrijblijvende adviezen en deze vloeien niet voort uit de onderzoeksresultaten als zijnde een verplichting. Daar waar mogelijk zal de initiatiefnemer de gegeven adviezen laten doorwerken in het plan om de biodiversiteit verder te verhogen. 4.6.4
Stikstofdepositie Woningbouwplannen (ook kleinschalige woningbouwplannen) kunnen leiden tot een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitats in een Natura 2000-gebied. Deze toename van de stikstofdepositie kan het gevolg zijn van bouwwerkzaamheden in de aanlegfase (bijvoorbeeld als gevolg van de aanvoer van bouwmaterialen naar en grondverzet op de bouwplaats). Het gebruik van de woningen (de gebruiksfase) kan ook leiden tot een toename van de stikstofdepositie. Deze toename kan bijvoorbeeld het gevolg zijn van het autoverkeer van bewoners en bezoekers van de woningen. Het project voorziet in het bouwen en gebruiken van één woning. De nieuwe woning wordt gasloos gebouwd en de woning zal zo duurzaam mogelijk worden gebouwd. Het project zal geen nadelige stikstofdepositie opleveren voor het Natura 2000 gebied dat zich op ruim 9 kilometer afstand bevindt. Verder kan aansluiting worden gevonden bij de ‘Handreiking voor bepalen van stikstofdepositie bij woningbouwprojecten’ van de Rijksoverheid van 4 februari 2020.
NL.IMRO.0171.BP00670-ON01
Toelichting
Gemeente Noordoostpolder Bestemmingsplan Landelijk gebied, Polenweg 5 te Bant
Blad 35 van 48 Mei 2022 Versie 01
Hierin is bepaald dat bij maximaal 50 laagbouwwoningen, gebouwd op zandgrond op minimaal 7 km afstand van een Natura 2000-gebied, de stikstofdepositie onder gemiddelde omstandigheden 0,00 mol/ha/jaar is. Voor projecten met een stikstofdepositie van 0,00 mol/ha/jaar hoeft geen vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd. Er kan zodoende worden verwacht dat deze geen stikstofdepositie oplevert die uitkomt boven de 0,00 mol/ha/jaar op het Natura 2000 gebied. In aansluiting op de handreiking is een AERIUS-berekening niet nodig omdat te verwachten stikstofdepositie niet boven de 0,00 mol/ha/jaar zal zijn. Daarmee is voor het project geen vergunning in het kader van de Wnb nodig. 4.7
Geluid(hinder) In het kader van de Wet geluidhinder moet er bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, c.q. een ontheffing op grond van de Wro, een onderzoek worden gedaan naar de geluidsbelasting op de gevels van geluidsgevoelige objecten, voor zover deze geluidsgevoelige objecten zijn gelegen binnen een zonering van een industrieterrein, wegen en/of spoorwegen. De verplichting tot uitvoering van een akoestisch onderzoek is vastgelegd in de Wet geluidhinder (Wgh). De Wgh bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai, industrielawaai en luchtvaartlawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan, indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Een eventueel akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeursgrenswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen. Het plangebied ligt op een bestaand perceel langs de Polenweg. De Polenweg betreft een weg met een wettelijke geluidszone van 250 meter aan weerszijden van de weg. De nieuwe weg bevindt zich binnen deze geluidszone.
Er is akoestisch onderzoek nodig. In dit akoestisch onderzoek dient de Lemsterweg ook meegenomen te worden. Door onderzoeksbureau Geluidmeesters BV is vervolgens een akoestische berekening gemaakt. Het bij het onderzoek behorende rapport is als bijlage bij dit bestemmingsplan gevoegd. Hierna volgen de resultaten van het uitgevoerde onderzoek. In onderstaande afbeelding is de geluidbelasting als gevolg van de Lemsterweg inzichtelijk gemaakt middels geluidcontouren. De contouren zijn vastgesteld op basis van een grid met rekenpunten. Er is van uitgegaan dat de te realiseren woning uit twee geluidgevoelige bouwlagen zal bestaan. De contouren zijn vastgesteld voor de maatgevende beoordelingshoogte, op de tweede bouwlaag, van 4,5 meter boven plaatselijk maaiveld. Tevens is een rekenpunt toegevoegd op de grens van het perceel. Op dit rekenpunt is de geluidbelasting op zowel de eerste bouwlaag (beoordeling 1,5 mtr. +mv) als tweede bouwlaag (beoordeling 4,5 mtr. +mv) vastgesteld.
NL.IMRO.0171.BP00670-ON01
Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Blad 36 van 48
Bestemmingsplan Landelijk gebied, Polenweg 5 te Bant
Mei 2022 Versie 01
Uit de afbeelding blijkt dat de geluidbelasting met 36 dB Lden als gevolg van het verkeer op de Lemsterweg ruimschoots voldoet aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB Lden. Er zijn dan ook met betrekking tot wegverkeerslawaai geen belemmeringen geconstateerd om een extra woning op het perceel te realiseren. De onderdelen industrielawaai en railverkeerslawaai zijn niet van toepassing. 4.8
Milieuhinder Nieuwe functies kunnen milieuhinderlijk zijn voor omringende woningen dan wel bedrijven. Er dient een beoordeling plaats te vinden of de nieuwe functie wel milieu hygiënisch inpasbaar is. Er dient daarom beoordeeld te worden of in de omgeving van het plangebied functies voorkomen die gehinderd kunnen worden door onderhavig project of waarvan het project juist hinder ondervindt. De (indicatieve) lijst “Bedrijven en Milieuzonering 2009”, uitgegeven door de Vereniging van Nederlandse gemeenten, geeft weer wat de richtafstanden zijn voor milieubelastende activiteiten. In deze publicatie worden de indicatieve richtafstanden gegeven voor de vier ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. Bij het bepalen van de richtafstanden wordt uitgegaan van de volgende uitgangspunten: ^ het betreft gemiddeld moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen; ^ de richtafstanden hebben betrekking op de omgevingstypen „rustige woonwijk" en „rustig buitengebied"; ^ de richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten; ^ bij activiteiten met ruimtelijk duidelijk te onderscheiden deelactiviteiten kunnen deze activiteiten desgewenst als afzonderlijk te zoneren activiteiten worden beschouwd, bijvoorbeeld bij de ligging van de activiteit binnen zones met een verschillende milieucategorie.
De gegeven richtafstanden zijn in het algemeen richtafstanden en geen harde afstandseisen. Ze moeten daarom gemotiveerd worden toegepast. Dit betekent dat
NL.IMRO.0171.BP00670-ON01
Toelichting
Gemeente Noordoostpolder Bestemmingsplan Landelijk gebied, Polenweg 5 te Bant
Blad 37 van 48 Mei 2022 Versie 01
geringe afwijkingen in de lokale situatie mogelijk zijn. Het is aan te bevelen deze afwijkingen te benoemen en te motiveren indien aan de orde. Milieuzonering beperkt zich tot milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie: geluid, geur, gevaar en stof. Om milieuzonering hanteerbaar te maken wordt gebruik gemaakt van de VNG publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' (uitgave 2009). Deze publicatie bevat onder meer lijsten met richtafstanden van diverse milieuhinderlijke activiteiten en stappenplannen voor concrete situaties. De richtafstanden uit bijlage 1 voor de VNG publicatie gaan uit van een 'rustige woonwijk' en ‘rustig buitengebied’. Indien er sprake is van het omgevingstype 'gemengd gebied' dan kan de richtafstand terug worden gebracht met één afstandsstap. Onderstaand een weergave van het bestemmingsplan ter plaatse van het plangebied en de directe omgeving.
Gezien de aard van de omgeving kan gesteld worden dat hier sprake is van een ‘gemengd gebied’, zodat gebruik kan worden gemaakt van de richtafstanden zoals genoemd in de VNG-Reeks voor het omgevingstype ‘gemengd gebied’.
NL.IMRO.0171.BP00670-ON01
Toelichting
Gemeente Noordoostpolder Bestemmingsplan Landelijk gebied, Polenweg 5 te Bant
Blad 38 van 48 Mei 2022 Versie 01
Figuur 4.6: Richtafstanden VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering
Rondom het plangebied zijn een tweetal agrarische bedrijven gelegen (op respectievelijk het naastliggende perceel (Polenweg 3) en op circa 220 meter afstand (Polenweg 4)), een tweetal woonbestemmingen en een bedrijfsbestemming (op circa 220 meter afstand te weten een montagebedrijf op het perceel Lemsterweg 7 en te beschouwen als maximaal een 3.1 inrichting). Ten aanzien van de agrarische bedrijven het volgende. In theorie is het hier toegestaan om als tweede tak een intensieve veehouderij te hebben (is aan te merken als een milieucategorie 4.1 inrichting). De afstand tussen de beoogde woning en de perceelsgrens is circa 30 meter. Deze afstand past dan niet als hier een intensieve veehouderij zou zitten (dan geldt namelijk een richtafstand van 100 meter en daaraan kan niet worden voldaan). Op grond van het raadsbesluit ‘afwegingskader intensieve veehouderij’ (d.d. 25 januari 2016) worden nieuwe intensieve veehouderijen in het eerstvolgende ruimtelijk plan niet meer toegestaan. Verder kan rekening worden gehouden met de reële maximale planinvulling en zo het feitelijk gebruik op het naastgelegen agrarische perceel betrekken in de afweging. Een snelle beoordeling van de luchtfoto lijkt te duiden op akkerbouw op het naastliggende agrarisch bedrijf (Polenweg 3) .
Op basis van dit feitelijk gebruik (akkerbouw) in combinatie met de beperkte mogelijkheden om op grond van de beschikbare milieuruimte een economisch rendabele onderschikte intensieve veehouderijtak te beginnen is er ruimte voor maatwerk. Het starten van een intensieve tweede tak met een beperkte oppervlakte is tegenwoordig niet rendabel. Hierom is de kans klein geacht dat er nog gebruik gemaakt zal worden van de ruimte die het bestemmingsplan biedt voor intensieve veehouderij. Dit alles maakt dat de gemeente bereid is in het kader van milieuzonering de mogelijkheid tot intensieve veehouderij buiten beschouwing te laten. Dit geldt ook voor agrarische activiteiten met milieucategorie 3.2 (zoals het houden en fokken van rundvee en houden en fokken van overig pluimvee). Omdat de gronden in de noordoostpolder bij uitstek geschikt zijn voor akkerbouw is op grond van bedrijfseconomische redenen de kans relatief klein dat zich in de toekomst op het naburige perceel een grondgebonden veehouderij zal vestigen. Milieucategorie 4.1 en 3.2 kunnen in dit geval dus buiten beschouwing worden gelaten. Dat betekent dat de hoogste milieucategorie waar redelijkerwijs rekening mee gehouden moet worden categorie 3.1 is (richtafstand 50 meter). Omdat het landelijk gebied wordt aangemerkt als ‘gemengd gebied’ kan deze richtafstand met één stap teruggebracht worden naar 30 meter.
Hier wordt aan voldaan.
NL.IMRO.0171.BP00670-ON01
Toelichting
Gemeente Noordoostpolder Bestemmingsplan Landelijk gebied, Polenweg 5 te Bant
Blad 39 van 48 Mei 2022 Versie 01
4.9
Verkeer en parkeren Nieuwe functies betekenen meestal ook dat er sprake is of zal zijn van een toename van verkeersbewegingen, alsmede ontstaat er een parkeerbehoefte. Uitgangspunt is dat nieuwe functies geen onevenredige extra hinder veroorzaken voor reeds aanwezige functies in de omgeving. (Toename) verkeersintensiteit en parkeerbehoefte Om de verkeerstoename en bijbehorende parkeerbalans te bepalen is het noodzakelijk de verdeling van het plan inzichtelijk te maken en per functie te oordelen over de verkeerstoename en parkeerbalans. In de nieuwe situatie zal het plangebied worden gesplitst in 2 erven, waarbij elk erf een eigen parkeergelegenheid heeft en ook voldoende ruimte daarvoor heeft. De nieuwe woning zal niet tot gevolg hebben dat de omgeving significante hinder zal ondervinden ten aanzien van het aspect verkeer en parkeren.
4.10
Water(toets) Sinds 1 november 2003 is de toepassing van de Watertoets wettelijk verplicht door de verankering in het Besluit op de ruimtelijke ordening 1985. De watertoets heeft betrekking op alle grond- en oppervlaktewateren en behandelt alle van belang zijn de waterhuishoudkundige aspecten (naast veiligheid en wateroverlast ook bijvoorbeeld waterkwaliteit en verdroging). De watertoets is een belangrijk procesinstrument om het belang van water een evenwichtige plaats te geven in de ruimtelijke ordening. Uit de waterparagraaf blijkt de betrokkenheid van de waterbeheerder in het planproces en de wijze waarop het wateradvies van de waterbeheerder is meegenomen in de uitwerking van het plan. Op 9 december 2020 is de watertoets uitgevoerd. Het perceel ligt in het beheersgebied van het Waterschap Zuiderzeeland. Voor het project geldt de korte procedure. Er is een uitgangspuntennotitie ontvangen (zie tevens de bijlage Watertoets). Deze uitgangspuntennotitie bevat de voor het plan relevante waterhuishoudkundige beleidsthema's, streefbeelden en de belangrijkste bijbehorende uitgangspunten en randvoorwaarden van Waterschap Zuiderzeeland die kunnen worden gebruikt bij het ruimtelijk laten meewegen van het waterbelang en bij het opstellen van de waterparagraaf in de ruimtelijke onderbouwing van het plan.
Positief wateradvies en geen vooroverleg Waterschap Zuiderzeeland geeft op basis van de gegeven antwoorden een positief wateradvies met daarbij een algemene opmerking die betrekking heeft op het bestemmen van waterbelangen. Wij willen verzoeken de waterbelangen (o.a. waterlichamen, waterkeringen en rioolwaterzuiveringen) die eventueel aanwezig zijn binnen het plangebied op een juiste manier te bestemmen of te reguleren. Het team waterprocedures van het waterschap kan op verzoek daarover adviseren. In verband met het beperkte waterschapsbelang achten wij het niet nodig om, aanvullend op dit wateradvies, in het kader van het ambtelijk vooroverleg, als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit op de Ruimtelijke ordening vooroverleg te voeren over het ruimtelijk plan dat betrekking heeft op deze ontwikkeling cq. dit plangebied. Indien de wateraspecten in het ruimtelijk plan goed bestemd of gereguleerd worden dan zien wij
NL.IMRO.0171.BP00670-ON01
Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Blad 40 van 48
Bestemmingsplan Landelijk gebied, Polenweg 5 te Bant
Mei 2022 Versie 01
het ontwerp ruimtelijk plan met vertrouwen tegemoet. In verband met een eventueel benodigde watervergunning kan vooroverleg overigens wel nodig zijn. Standaard waterparagraaf korte procedure Thema Veiligheid Het plan ligt niet buitendijks of in de beschermingszone van een waterkering. Op basis van de ingevoerde gegevens over het plangebied zijn er geen uitgangspunten voor het thema veiligheid van toepassing. Thema Voldoende water Wateroverlast Streefbeeld Het watersysteem, zowel in landelijk als in stedelijk gebied, is op orde. Het hele beheergebied voldoet aan de vastgestelde normen. In de bestaande situatie is het merendeel van het plangebied ingericht met bebouwing en erfverharding. Als gevolg van dit bestemmingsplan is er geen sprake van een toename aan verhard oppervlakte. Er is geen watercompensatie nodig. Aanwezige sloten/greppels zijn voldoende in staat om vrijkomend hemelwater op te vangen net zoals in de bestaande situatie reeds het geval is. Uitgangspunt wateroverlast Het waterschap streeft naar een robuust watersysteem dat de effecten van toekomstige klimaatveranderingen en bodemdaling kan opvangen. De planontwikkeling is gelegen in een watersysteem dat op basis van de toetsing in 2012 voldoet aan de normering voor wateroverlast. Een dergelijk systeem kan het water verwerken tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten.
Binnen het plangebied is geen sprake van (grond)wateroverlast. Goed functionerend watersysteem Streefbeeld Het watersysteem zorgt in normale situaties voor een goede doorstroming en afwatering in het beheergebied en maakt het realiseren van het (maatschappelijk) gewenste grond- en oppervlaktewaterwaterregime (GGOR) mogelijk. Waterschap Zuiderzeeland streeft er naar dat de feitelijke situatie van het watersysteem overeenkomt met de legger. Op die manier kan het waterschap weloverwogen anticiperen op en reageren in extreme situaties. Randvoorwaarde(n) goed functionerend watersysteem Het waterschap streeft naar een robuust en klimaatbestendig watersysteem met grote peilvakken. Versnippering van het watersysteem is een ongewenste situatie. Nieuwe ontwikkelingen sluiten aan op bestaande peilvakken en de inrichting wordt afgestemd op de functie van het water. De planontwikkeling leidt niet tot nieuwe peilvakken. De planontwikkeling heeft geen gevolgen heeft voor het streefpeil van het oppervlakte water in of in de omgeving van het plangebied. Het functioneren van het huidige watersysteem, (doorstroming, afwatering, realiseren van het gewenste peil) zal door de planuitvoering niet verslechteren.
NL.IMRO.0171.BP00670-ON01
Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Blad 41 van 48
Bestemmingsplan Landelijk gebied, Polenweg 5 te Bant
Mei 2022 Versie 01
Thema Schoon Water Goed omgaan met afvalwater Streefbeeld Veel menselijke activiteiten hebben een negatief effect op de kwaliteit van het oppervlaktewater doordat ze water verontreinigen. Het waterschap zorgt met de regulering of behandeling van afvalwater dat zo veel mogelijk van deze effecten teniet worden gedaan. Uitgangspunt(en) Voor nieuw te ontwikkelen terreinen geldt dat het hemelwater niet naar een centrale rioolwaterzuivering wordt afgevoerd maar in of in de nabijheid van het plangebied wordt verwerkt. Voor bestaande gebieden wordt gestreefd naar het afkoppelen van verhard oppervlak. Het ombouwen van bestaande stelsels naar "zuiverend" gescheiden stelsels heeft een sterke voorkeur. Afstromend regenwater van vervuilde oppervlakken wordt gezuiverd. Verontreinigingen door afvalwater (huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater) worden voorkomen. Randvoorwaarde(n) Bij nieuwbouwgebieden is de aanleg van een "zuiverend" gescheiden rioolstelsel een voorwaarde. In bestaand gebied wordt ernaar gestreefd om schoon regenwater af te koppelen van het rioolstelsel. 4.11
Luchtkwaliteit Projecten die ‘niet in betekende mate’ (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer getoetst te worden aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. In de AMvB-nibm zijn de criteria vastgelegd om te kunnen beoordelen of voor een project sprake is van nibm. Voorliggend project voorziet in een toevoeging van één woning en is daarmee qua omvang en verkeersaantrekkende werking kleinschaliger als de bouw van 1500 woningen aan één ontsluitingsweg. Het project kan derhalve worden beschouwd als een nibm-project. Onderzoek naar de luchtkwaliteit is niet nodig.
4.12
M.e.r.-beoordeling De milieueffectrapportage is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. De m.e.r.-procedure is gekoppeld aan de 'moederprocedure'. Dit is de procedure op grond waarvan de besluitvorming plaatsvindt, bijvoorbeeld de bestemmingsplanprocedure. In het Besluit m.e.r., bijlage D, onder artikel 11 (Woningbouw, Stedelijke ontwikkeling, Industrieterreinen) staat onder artikel 11.3 genoemd dat een m.e.r-beoordeling moet plaatsvinden in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject (met inbegrip van winkelcentra of parkeerterreinen: indien: a. De oppervlakte een aaneengesloten gebied betreft van 100 hectare en groter dan 2000 woningen betreft. Qua aard, omvang en ligging is het bouwplan dus niet gelijk te stellen aan de betreffende en omschreven activiteit zoals bedoeld in het Besluit m.e.r.
NL.IMRO.0171.BP00670-ON01
Toelichting
Gemeente Noordoostpolder Bestemmingsplan Landelijk gebied, Polenweg 5 te Bant
Blad 42 van 48 Mei 2022 Versie 01
Wanneer is nu wel en wanneer is geen sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject, indien onder de drempelwaarde wordt gebleven? In hoeverre een bepaalde ontwikkeling kwalificeert als een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van categorie D.11.3 kwalificeert, kan niet in algemene zin worden beantwoord. Uit de hiervoor aangehaalde nota van toelichting blijkt dat dat van regio tot regio kan verschillen, waarbij van belang is of er per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen zijn. Wel heeft de Afdeling de nodige aanwijzingen gegeven in uitspraken over de vraag of een bepaalde ontwikkeling een vormvrije m.e.r-beoordeling op grond van artikel 2 lid 5 aanhef en onder b Besluit m.e.r vergde. Een dergelijke beoordeling is nodig ten behoeve van bepaalde aangewezen besluiten die voorzien in een activiteit opgenomen in kolom 1 van de bijlage bij het Besluit m.e.r, terwijl niet wordt voldaan aan de drempelwaarde van kolom 2. Bepalend voor de vormvrije m.e.r.-beoordelingsplicht is dan of de betrokken ontwikkeling op zichzelf kwalificeert als een stedelijk ontwikkelingsproject. De Afdeling heeft beoordeeld dat een woningbouwproject waarbij 11 nieuwe woningen worden gebouwd niet is aan te merken als een stedelijke ontwikkeling.
Het is dan ook niet nodig om de bouw van één woning zoals in dit bestemmingsplan wordt geregeld aan te merken als stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van categorie D.11.3 en dat er zodoende daarom geen besluit genomen hoeft te worden of er een milieueffectrapport opgesteld moet worden.
NL.IMRO.0171.BP00670-ON01
Toelichting
Gemeente Noordoostpolder Bestemmingsplan Landelijk gebied, Polenweg 5 te Bant
Blad 43 van 48 Mei 2022 Versie 01
5
Hoofdstuk 5 Juridische toelichting
5.1
Algemeen Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden binnen het plangebied. De wijze waarop deze regeling juridisch kan worden vormgegeven, wordt in grote lijnen bepaald door de op 1 juli 2008 in werking getreden Wet ruimtelijke ordening, en door het daarbij behorende Besluit ruimtelijke ordening en de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012, zoals deze per 1 oktober 2012 in werking is getreden. De verbeelding dient in samenhang met de planregels te worden gelezen. In de Wet ruimtelijke ordening (hierna Wro) met bijbehorend Besluit ruimtelijke ordening (hierna Bro) heeft het bestemmingsplan een belangrijke rol als normstellend instrument voor het ruimtelijk beleid van gemeenten, provincies en het rijk. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening (hierna Rsro) is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (hierna SVBP2012) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP2012 zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening (hierna IMRO2012) en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten (hierna STRI2012) normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. Conform Wro en Bro wordt een bestemmingsplan met de daarbij behorende toelichting in digitale geautoriseerde bronbestanden vastgelegd en in die vorm vastgesteld.
Daarnaast kent de Wro een papieren versie van (hetzelfde) bestemmingsplan. Indien de inhoud van digitale stukken tot een andere uitleg leidt dan de stukken op papier, dan is de digitale inhoud beslissend. Het bestemmingsplan is daarmee een digitaal juridisch authentiek document. De informatie die is vastgelegd in het plan moet in elektronische vorm volledig toegankelijk en raadpleegbaar zijn. Dit wordt de digitale verbeelding genoemd. De SVBP2012 geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. De standaard heeft geen betrekking op de toelichting van het bestemmingsplan. Er worden geen normen gesteld omtrent de vormgeving en inrichting van de analoge weergave van het bestemmingsplan. De SVBP2012 heeft ook geen betrekking op de totstandkoming van de inhoud van een bestemmingsplan. Dit is de verantwoordelijkheid van het bevoegde gezag. In de SVBP2012 is wel aangegeven hoe de inhoud van een bestemmingsplan digitaal moet worden weergegeven. De SVBP2012 geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan. De verbeelding en planregels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld conform deze standaarden.
5.2
Toelichting op de Toelichting De informatie die is vastgelegd in het plan moet in elektronische vorm volledig toegankelijk en raadpleegbaar zijn. Dit wordt de digitale verbeelding genoemd. De digitale verbeelding is de verbeelding van het bestemmingsplan in een interactieve raadpleegomgeving, waarin alle relevante bestemmingsplaninformatie wordt getoond: de combinatie van verbeelding en regels met de toelichting.
NL.IMRO.0171.BP00670-ON01
Toelichting
Gemeente Noordoostpolder Bestemmingsplan Landelijk gebied, Polenweg 5 te Bant
Blad 44 van 48 Mei 2022 Versie 01
Een raadpleger van het bestemmingsplan moet alle relevante bestemmingsplaninformatie op eenvoudige wijze voor ogen kunnen krijgen. De relevante bestemmingsplaninformatie heeft betrekking op de bestemmingen, dubbelbestemmingen en aanduidingen met bijbehorende regels in het bestemmingsplan. Voor zowel bestemmingen als aanduidingen geldt, dat deze zonder interactie zichtbaar moeten zijn in de digitale verbeelding. Uit interactie met de digitale verbeelding blijkt dan de inhoud van de bestemming en/of aanduiding. 5.3
De regels De regels geven inhoud aan de op de verbeelding aangegeven bestemming(en). Ze geven aan waarvoor de gronden en opstallen als dan niet gebruikt mogen worden en wat en hoe er gebouwd mag worden. De bij dit plan behorende regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken, te weten: 1. Inleidende regels; 2. Bestemmingsregels; 3. Algemene regels; 4. Overgangs- en slotregels. In hoofdstuk 1 verklaard de begrippen die in de regels worden gebruikt. Het betreft begrippen die op meerdere wijze kunnen worden uitgelegd. Door de begrippen te verklaren, kunnen interpretatieverschillen worden voorkomen. Daarnaast wordt aangegeven welke wijze bepaalde afmetingen moeten worden gemeten. In hoofdstuk 2 wordt de op de verbeelding aangegeven bestemming omschreven en wordt bepaald op welke wijze de gronden en opstallen gebruikt mogen worden. Tevens worden de bebouwingsmogelijkheden vermeldt. Hoofdstuk 3 bevat de bepalingen die in het algemeen van toepassing zijn. In hoofdstuk 4 komen het overgangsrecht en de slotregel aan de orde.
5.4
Nadere toelichting op de bestemming Groen - Erfsingel De erfsingel is aangemerkt als 'Groen - Erfsingel'. De erfsingels in Noordoostpolder vormen een basisonderdeel van het ontwerp van de Noordoostpolder. Het kent een vaste maatvoering. Het type beplanting is deels afhankelijk van de ondergrond. Het doel is vooral om beschutting te creëren in het open vlakke polderland en een stukje menselijke maatvoering aan te brengen. De erfsingels zijn daarmee een belangrijk element op het schaalniveau van de polder als geheel. Meer informatie hierover is ook terug te vinden in bijlage ‘Historie Erfsingels’. Samen met de omlijsting van de dorpen vormen het groene eilanden in een open agrarische bedrijfsruimte. Zij dragen daarmee bij aan de zo karakteristieke inrichting van Noordoostpolder die iedereen kent. De erfsingels zijn een onderdeel van de historie van Noordoostpolder. Dit gebied behoort niet tot het achtererfgebied, waarmee daardoor ook geen vergunningsvrije bebouwing is toegestaan. Wonen - Extra woningen op erven Voor voormalige agrarische erven waarbij extra woningen op erven worden toegekend is de bestemming 'Wonen - Extra woningen op erven' toegekend. Daarbij is middels een
NL.IMRO.0171.BP00670-ON01
Toelichting
Gemeente Noordoostpolder Bestemmingsplan Landelijk gebied, Polenweg 5 te Bant
Blad 45 van 48 Mei 2022 Versie 01
aanduiding de locatie voor de extra woning weergegeven. Voor deze woningen zijn specifieke regels geformuleerd. Anti-dubbeltelbepaling Deze bepaling is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze zou zich kunnen voordoen indien een deel van een bouwperceel dat reeds bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage was betrokken wederom bij een dergelijke berekening, doch nu ten behoeve van een ander bouwperceel wordt betrokken. Algemene gebruiksregels In het Besluit ruimtelijke ordening is een gebruiksverbod opgenomen. Deze gaat uit van de gedachte dat het gebruik uitsluitend mag plaatsvinden in overeenstemming met de bestemming. Dit maakt het noodzakelijk, dat de bestemmingsomschrijving voldoende duidelijk is. Algemene afwijkingsregels In dit artikel is een aantal regels opgenomen, om het mogelijk te maken dat het plan op ondergeschikte punten wordt aangepast. Dit evenwel met het voorbehoud dat de belangen van derden in redelijkheid niet mogen worden aangetast. Ook kleine afwijkingen (maximaal 100Zo) van de in de regels opgenomen, dan wel op de kaart aangegeven maten, kunnen volgens dit artikel mogelijk worden gemaakt. Omdat een en ander zich niet beperkt tot één bestemming maar bij diverse bestemmingen gewenst of noodzakelijk kan blijken, zijn deze regels in beginsel op alle bestemmingen van toepassing.
Het verlenen van een afwijking mag geen automatisme zijn. Burgemeester en wethouders zullen het verlenen van een afwijking zorgvuldig moeten afwegen en motiveren conform het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht. Overgangsregels Bebouwing die niet voldoet aan de bepalingen van dit bestemmingsplan is onder het overgangsrecht gebracht. Een geringe uitbreiding van de bebouwing wordt mogelijk gemaakt. Indien de onder het overgangsrecht gebrachte bebouwing door een calamiteit verloren gaat is volledige herbouw toegestaan. Het gebruik van gronden en opstallen dat in strijd is met dit bestemmingsplan op het tijdstip van inwerkingtreding, mag in beginsel worden voortgezet. Wijziging van dit strijdige gebruik is verboden, indien de afwijking van het plan wordt vergroot.
NL.IMRO.0171.BP00670-ON01
Toelichting
Gemeente Noordoostpolder Bestemmingsplan Landelijk gebied, Polenweg 5 te Bant
Blad 46 van 48 Mei 2022 Versie 01
6
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid
6.1
Economische uitvoerbaarheid Het voorliggende bestemmingsplan is opgesteld naar aanleiding van het voornemen om de bestemming op het perceel Polenweg 5 te Bant te wijzigen van een bestemming ‘Agrarisch gebied’ naar een bestemming ‘Wonen - Extra woningen op erven’. De kosten hiervoor alsook de kosten voor de noodzakelijk onderzoeken voor het voorliggende bestemmingsplan zullen door de initiatiefnemer worden gedragen. De kosten voor de planbegeleiding wordt voorzien door middel van het heffen van leges. Door de herziening van het voor de betreffende gronden geldende bestemmingsplan is er de kans dat door eigenaren van gronden in de directe omgeving van het plangebied bij de gemeente op grond van artikel 6.1 van de Wro een verzoek tot tegemoetkoming in de planschade wordt ingediend. De mogelijke kosten die samenhangen met deze tegemoetkoming in de planschade zullen door initiatiefnemer worden gedragen. Op basis van deze overweging moet het voorliggende bestemmingsplan economisch uitvoerbaar worden geacht.
6.2
Inspraak en overleg Vooroverleg Toevoegen na ontvangen resultaten vooroverleg tussen gemeente met waterschap en provincie. Ontwerpbestemmingsplan ter inzage Het ontwerpbestemmingsplan heeft van dd.mm.jjjj tot en met dd.mm.jjjj gedurende zes weken ter inzage gelegen. Er zijn wel/geen zienswijzen ingediend.
NL.IMRO.0171.BP00670-ON01
Toelichting
Gemeente Noordoostpolder Bestemmingsplan Landelijk gebied, Polenweg 5 te Bant
Blad 47 van 48 Mei 2022 Versie 01
Hoofdstuk 7 Bijlagen bij het bestemmingsplan
NL.IMRO.0171.BP00670-ON01
Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Blad 48 van 48
Bestemmingsplan Landelijk gebied, Polenweg 5 te Bant
Mei 2022 Versie 01
Projectgegevens Project Projectnummer IMRO Versie Datum
RooBeek Advies Nautilusstraat 7b 7821 AG Emmen www.roobeek-advies.nl
NL.IMRO.0171.BP00670-ON01
Toelichting
Polenweg 5 te Bant RB 50.016 NL.IMRO.0171 .BP00670-ON01 01 Mei 2022