CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

6.1 Ontwerpbestemmingsplan ‘Landelijk gebied, Polenweg 5 te Bant’.pdf

Gemeenteraad 10 oktober 2022, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 6: (Ontwerp)bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Polenweg 5 te Bant'14.808 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Polenweg 5 te Bant' Ontwerp

Opdrachtgever: Rapportnummer: Datum vrijgave: Opsteller: Goedkeuring:

De heer P.J. Rook RB 50.030 Mei 2022 Dhr. M. Beek Dhr. H. de Roo

Gemeente Noordoostpolder Bestemmingsplan Landelijk gebied, Polenweg 5 te Bant

Blad 2 van 48 Mei 2022 Versie 01

Inhoudsopgave ..................................................................................................................................................i

1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

HOOFDSTUK 1 INLEIDEND HOOFDSTUK......................................................... 4 Algemeen................................................................................................................ 4 Planologisch kader................................................................................................. 5 Leeswijzer............................................................................................................... 7 De bij het plan behorende stukken......................................................................... 7 Verantwoording...................................................................................................... 7

2 2.1

HOOFDSTUK 2 BELEIDSKADEREN ONDERZOEK........................................... 8 Rijksbeleid.............................................................................................................. 8 2.1.1 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening............................................. 8 2.1.2 Ruimtelijk - Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte.................................... 8 2.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking........................................................ 9 2.1.4 Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het rijksbeleid.......... 10 Provinciaal beleid................................................................................................. 10 2.2.1 Omgevingsvisie Flevoland Straks (2017)................................................. 10 2.2.2 Omgevingsprogramma Provincie Flevoland............................................. 10 2.2.3 Omgevingsverordening Provincie Flevoland............................................ 13 2.2.4 Experimentenkader Extra woningenop vrijkomende agrarische erven.... 14 Gemeentelijk beleid.............................................................................................. 14 2.3.1 Structuurvisie Noordoostpolder 2025........................................................

14 2.3.2 Beleidsuitwerking mogelijkhedenvoor extra woningen op vrijkomende agrarische erven (2015)........................................................................................15 2.3.3 Welstandsnota 2016 gemeente Noordoostpolder..................................... 17 2.3.4 Beeldkwaliteitscriteria.................................................................................18 2.3.5 Landschappelijke inpassing plan Polenweg 5......................................... 19

2.2

2.3

3 3.1 3.2 3.3

HOOFDSTUK 3 GEBIEDS- EN PLANBESCHRIJVING..................................... 20 Ligging en historie Bant........................................................................................ 20 Ligging plangebied ............................................................................................... 21 Planbeschrijving ................................................................................................... 22

4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

HOOFDSTUK 4 OMGEVINGSFACTOREN........................................................ 24 Algemeen.............................................................................................................. 24 Archeologie........................................................................................................... 24 Cultuurhistorie....................................................................................................... 25 Bodem.................................................................................................................. 26 Externe en fysieke veiligheid................................................................................ 29 4.5.2 Conclusie................................................................................................. 30 4.6 Ecologie ................................................................................................................ 30 4.6.1 Algemeen .................................................................................................. 30 4.6.2 Gebiedsbescherming ................................................................................ 31 4.6.3 Soortbescherming ..................................................................................... 32 4.6.4 Stikstofdepositie ........................................................................................

34 4.7 Geluid(hinder) ....................................................................................................... 35 4.8 Milieuhinder .......................................................................................................... 36 4.9 Verkeer en parkeren ............................................................................................. 39 4.10 Water(toets).......................................................................................................... 39 4.11 Luchtkwaliteit ........................................................................................................ 41 4.12 M.e.r.-beoordeling................................................................................................ 41

NL.IMRO.0171.BP00670-ON01

Toelichting

Gemeente Noordoostpolder Bestemmingsplan Landelijk gebied, Polenweg 5 te Bant

Blad 3 van 48 Mei 2022 Versie 01

5 5.1 5.2 5.3 5.4

HOOFDSTUK 5 JURIDISCHE TOELICHTING...................................................43 Algemeen.............................................................................................................. 43 Toelichting op de Toelichting................................................................................43 De regels.............................................................................................................. 44 Nadere toelichting op de bestemming..................................................................44

6 6.1 6.2

HOOFDSTUK 6 UITVOERBAARHEID................................................................ 46 Economische uitvoerbaarheid.............................................................................. 46 Inspraak en overleg.............................................................................................. 46

HOOFDSTUK 7 BIJLAGEN BIJ HET BESTEMMINGSPLAN..................................... 47

NL.IMRO.0171.BP00670-ON01

Toelichting

Gemeente Noordoostpolder Bestemmingsplan Landelijk gebied, Polenweg 5 te Bant

Blad 4 van 48 Mei 2022 Versie 01

1

Hoofdstuk 1 Inleidend hoofdstuk

1.1

Algemeen Voor de locatie Polenweg 5 te Bant is een plan ontwikkeld dat voorziet in het transformeren van een agrarische bestemming naar een woonbestemming en waarbij op de plek van een afgebrande schokbetonschuur een extra woning gebouwd kan gaan worden. Dat is mogelijk via de regeling ‘Extra woningen op vrijkomende erven’ van de gemeente Noordoostpolder. Deze regeling is opgesteld om het historisch erfgoed te beschermen en een vitaal platteland te behouden. De inmiddels verwijderde schuur was 600 m2. De andere schuur die er nog staat zal worden gerenoveerd en ingekort worden, zodat die niet groter dan 150 m2 zal zijn. De ontwikkeling past niet binnen de geldende beheersverordening, waardoor een herziening hiervan noodzakelijk is. Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld om deze ontwikkeling mogelijk te maken. Onderstaand een weergave van het perceel Polenweg 5 te Bant vanuit de lucht en enkele weergaven van de bestaande en aanwezige bebouwing, hetgeen een goed beeld geeft van het nog aanwezige agrarische karakter van het perceel qua bebouwing. Het agrarisch bedrijf is inmiddels opgehouden te bestaan.

Figuur 1.1: Een weergave van het plangebied aan de Polenweg 5 te Bant

NL.IMRO.0171.BP00670-ON01

Toelichting

Gemeente Noordoostpolder Bestemmingsplan Landelijk gebied, Polenweg 5 te Bant

Blad 5 van 48 Mei 2022 Versie 01

Figuur 1.2: Bebouwing op het perceel Polenweg 5 - de twee aan elkaar gebouwde loodsen gaan worden gesloopt

1.2

Planologisch kader Het perceel is planologisch gezien opgenomen in de beheersverordening ‘Landelijk Gebied’. Deze beheersverordening heeft het bestemmingsplan ‘Landelijk Gebied 2004’ van toepassing verklaard. Hierin is het perceel Polenweg 5 te Bant bestemd als ‘Agrarisch gebied’. Ter plaatse is nu één bedrijfswoning toegestaan. Bedrijfswoningen mogen uitsluitend gebruikt worden ten behoeve van het bijbehorende agrarische bedrijf. Het agrarisch bedrijf op de Polenweg 5 is beëindigd. Dat betekent dat de agrarische bestemming omgezet moet worden in een woonbestemming. Daarnaast is het toevoegen van een extra woning niet mogelijk binnen de kaders van de beheersverordening. Ten behoeve van de bouw van de extra woning wordt er niet-oorspronkelijke bebouwing verwijderd, hetgeen voor de gemeente een wenselijke ontwikkeling is. De extra woning wordt gerealiseerd op de plek waar ooit een door een brand verwoest schokbetonschuur stond (zie hieronder de foto van de afgebrande schuur). De bouw van de woning op deze plek geeft invulling aan de wens om de geschiedenis van de agrarische erven afleesbaar te houden. Tevens past het verzoek binnen de kaders van de Structuurvisie Noordoostpolder 2025, zie daartoe ook paragraaf 2.3.1.

NL.IMRO.0171.BP00670-ON01

Toelichting

Gemeente Noordoostpolder

Blad 6 van 48

Bestemmingsplan Landelijk gebied, Polenweg 5 te Bant

Mei 2022 Versie 01

Om medewerking te kunnen verlenen aan de plannen is een aanpassing van het bestemmingsplan nodig. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de gevraagde aanpassing van het bestemmingsplan waarbij aan het perceel een bestemming ‘Wonen - Extra woningen op erven’ wordt toegekend.

Figuur 1.3: Uitsnede van de verbeelding (plankaart) met het plangebied (rode kader) en betreffende agrarische bestemming.

NL.IMRO.0171.BP00670-ON01

Toelichting

Gemeente Noordoostpolder Bestemmingsplan Landelijk gebied, Polenweg 5 te Bant

Blad 7 van 48 Mei 2022 Versie 01

1.3

Leeswijzer Deze toelichting is als volgt opgebouwd: ^ ^ ^ ^ ^

1.4

Hoofdstuk 1 Inleidend hoofdstuk; Hoofdstuk 2: Beleidskader, geeft een overzicht van het relevante Europees-, rijks-, provinciaal -en gemeentelijk beleid en onderzoeken; Hoofdstuk 3 Het plan, hierbij wordt ingegaan op de uitgangspunten en de opzet van het bestemmingsplan; Hoofdstuk 4 Toelichting op de regels, geeft een nadere toelichting op de regels; Hoofdstuk 5 Voorbereiding plan en uitvoerbaarheid. Tenslotte behandelt deze de maatschappelijke en de financiële uitvoerbaarheid.

De bij het plan behorende stukken Het onderhavige bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Polenweg 5 te Bant' bestaat naast deze toelichting uit de volgende stukken: ^ Verbeelding, schaal 1:1000 (tek. nr. NL.IMRO.0171.BPXXXX) • Bijlagen bij de toelichting • Regels • Bijlagen bij de regels

1.5

Verantwoording Bij het opstellen van voorliggend bestemmingsplan is gebruik gemaakt van diverse (beleids)documenten en websites. Sommige (beleids)documenten en beeldbeschrijvende documenten zijn in voorkomende gevallen integraal overgenomen om de inhoud zoveel mogelijk te waarborgen. Daar waar bronnen zijn gebruikt is dat in de tekst weergegeven.

NL.IMRO.0171.BP00670-ON01

Toelichting

Gemeente Noordoostpolder Bestemmingsplan Landelijk gebied, Polenweg 5 te Bant

Blad 8 van 48 Mei 2022 Versie 01

2

Hoofdstuk 2 Beleidskader en onderzoek Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening geeft aan welke onderwerpen tenminste in de toelichting bij het bestemmingsplan aan de orde moeten komen. Hieronder en in de hoofdstukken 3, 4 en 5 worden deze onderwerpen behandeld. Het bevat de resultaten van onderzoek naar de bestaande toestand en naar de mogelijke en wenselijke ontwikkeling van het gebied.

2.1

Rijksbeleid

2.1.1

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De borging van de uitspraken uit de SVIR heeft in juridische zin plaatsgevonden in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Deze is op 30 december 2011 in werking getreden. In het Barro zijn de verschillende nationale belangen vastgelegd die doorwerking moeten krijgen bij lagere overheden. Het gaat om de volgende nationale belangen: rijksvaarwegen, project Mainportontwikkeling Rotterdam, kustfundament, grote rivieren, Waddenzee en waddengebied, defensie, Ecologische Hoofdstructuur, erfgoederen van universele waarden, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en het IJsselmeergebied.

2.1.2

Ruimtelijk - Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is op 13 maart 2012 vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk­ en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. Tevens vervangt het een aantal ruimtelijke doelen en uitspraken in onder andere de Agenda Landschap en de Agenda Vitaal Platteland. Daarmee wordt de SVIR het kader voor thematische of gebiedsgerichte uitwerkingen van rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. In de SVIR heeft het Rijk drie rijksdoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): ^ Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; ^ Het verbeteren, instandhouden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; ^ Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Voor de drie rijksdoelen worden de 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd. Hiermee geeft het Rijk aan waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken.

Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. De drie hoofddoelen van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid kennen nationale opgaven die regionaal neerslaan. Voor het juridisch borgen van de nationale belangen uit deze Structuurvisie heeft het Rijk op basis van de Wet ruimtelijke ordening, twee besluiten

NL.IMRO.0171.BP00670-ON01

Toelichting

Gemeente Noordoostpolder Bestemmingsplan Landelijk gebied, Polenweg 5 te Bant

Blad 9 van 48 Mei 2022 Versie 01

waarmee dat mogelijk is. Deze twee besluiten zijn verschillend van elkaar in aard (beleidsmatig versus procesmatig): ^ Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Dit geeft de juridische kaders die nodig zijn om het vigerend ruimtelijk beleid te borgen. ^ Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Bro stelt vanuit de rijksverantwoordelijkheid voor een goed systeem van ruimtelijke ordening juridische kaders aan de processen van ruimtelijke belangenafweging en besluitvorming bij verschillende overheden. Mede gelet op de ligging van het plangebied, zijn er geen directe raakvlakken met de hiervoor beschreven Nationale belangen. Conclusie Voorliggend bestemmingsplan heeft geen raakvlakken met de nationale belangen zoals deze benoemd zijn in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Derhalve wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid. 2.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking Op 1 oktober 2012 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, en is ‘de ladder voor duurzame verstedelijking’ daaraan toegevoegd (nationaal belang 13). De ladder ondersteunt gemeenten en provincies in vraaggerichte programmering van hun grondgebied, het voorkomen van overprogrammering en de keuzes die daaruit volgen. De Minister van Infrastructuur en Milieu heeft een handreiking beschikbaar gesteld als hulpmiddel bij de toepassing van de ladder. In het gewijzigde Bro, van kracht sinds 1 juli 2017, is artikel 3.1.6, lid 2 gewijzigd in: “De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied“. De ladder voor duurzame verstedelijking is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geïntroduceerd. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Het Rijk wil met de introductie van de ladder vraaggerichte programmering bevorderen.

De ladder beoogt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Nieuwe stedelijke ontwikkeling Allereerst komen we dan toe aan de vraag of deze ontwikkeling een nieuwe stedelijke ontwikkeling betreft. Uit jurisprudentie is inmiddels gebleken dat de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing is voor kleinschalige ontwikkelingen. Zo is een woningbouwplan van 11 woningen nog aan te merken als een kleinschalige ontwikkeling. Onderhavig plan betreft de realisatie van één extra woning en is daarmee nog kleinschaliger.

NL.IMRO.0171.BP00670-ON01

Toelichting

Gemeente Noordoostpolder

Blad 10 van 48

Bestemmingsplan Landelijk gebied, Polenweg 5 te Bant

Mei 2022 Versie 01

Voorliggend plan voorziet in het toevoegen van maximaal één woning aan de woningvoorraad. De ladder van duurzame ontwikkeling is daarom niet van toepassing op het voorliggende plan. Het plan is in lijn met een goede ruimtelijke ontwikkeling. 2.1.4

Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het rijksbeleid Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Wat de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ betreft is een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van belang. Hierin is uitgesproken dat met de realisatie van 11 woningen niet voorzien wordt in een woningbouwlocatie of andere stedelijk ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (ABRS 16 september 2015, 201501297/1/R4). Dit bestemmingsplan voorziet in de toevoeging van één grondgebonden woning. Gelet op de hiervoor genoemde uitspraak van de Afdeling is in voorliggend geval dan ook geen sprake van een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in het Besluit ruimtelijke ordening. Geconcludeerd wordt dat geen verdere toetsing plaats hoeft te vinden aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ en dat het initiatief voldoet aan het rijksbeleid.

2.2

Provinciaal beleid

2.2.1

Omgevingsvisie Flevoland Straks (2017) De Omgevingsvisie FlevolandStraks geeft de langetermijnvisie van de provincie Flevoland op de toekomst van dit gebied. Het gaat over de periode tot 2030 en verder. Het geeft aan welke kansen, opgaven en uitdagingen er voor Flevoland liggen. Er zijn drie kernopgaven: 1. Het Verhaal van Flevoland (fysieke omgeving); 2. Krachtige Samenleving (sociaal-economische omgeving); 3. Ruimte voor Initiatief (bestuurlijke omgeving). Deze opgaven vormen de kern voor alle ontwikkelingen waar de provincie Flevoland bij betrokken is. Zowel voor de strategische opgaven uit de Omgevingsvisie, als andere vraagstukken van de provincie Flevoland. In de strategische opgaven staan de belangrijkste vraagstukken en ambities voor de toekomst beschreven. Het gaat om de volgende opgaven: ^ Duurzame Energie ^ Regionale Kracht ^ Circulaire Economie ^ Landbouw: Meerdere Smaken De voorgenomen ontwikkeling sluit goed aan bij de uitgangspunten van de Omgevingsvisie FlevolandStraks. Vooralsnog is de beleidsmatige kant van de Omgevingsvisie FlevolandStraks in uitwerking.

2.2.2

Omgevingsprogramma Provincie Flevoland Per 1 januari 2023 treedt de Omgevingswet in werking. Op dat moment moet elke provincie beschikken over een Omgevingsvisie, een of meer programma's en een

NL.IMRO.0171.BP00670-ON01

Toelichting

Gemeente Noordoostpolder Bestemmingsplan Landelijk gebied, Polenweg 5 te Bant

Blad 11 van 48 Mei 2022 Versie 01

Omgevingsverordening. Het op 27 februari 2019 door de Provinciale Staten van de provincie Flevoland vastgestelde Omgevingsprogramma Flevoland vindt haar grondslag dan ook in de Omgevingswet. Daarnaast is de grondslag te vinden in diverse vigerende wetten, zoals de Waterwet, de Wet milieubeheer, de Wet geluidhinder en de Wet natuurbescherming. Het Omgevingsprogramma omvat daarmee de op dit moment verplichte plannen: het milieubeleidsplan, het regionale waterplan en het verkeer- en vervoersplan. In 2017 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie FlevolandStraks vastgesteld. Hierin is in hoofdlijnen de strategische visie op de toekomst van Flevoland weergegeven. In dit (eerste) Omgevingsprogramma Flevoland is er voor gekozen al het bestaande beleid voor de ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming of het behoud van de fysieke leefomgeving te bundelen in één programma dat digitaal beschikbaar is. Met de vaststelling van het Omgevingsprogramma is dan ook een groot aantal beleidsnota's komen te vervallen. Op deze wijze zijn de provinciale beleidskeuzes compact beschreven en is de samenhang tussen de verschillende beleidsterreinen het beste gewaarborgd. De provincie streeft ernaar om dit programma jaarlijks te actualiseren en waar nodig aan te vullen met overig provinciaal beleid.

Zo kunnen in volgende versies onderwerpen worden toegevoegd die betrekking hebben op bijvoorbeeld economisch of sociaal beleid. Ook kunnen programma's worden toegevoegd met een meer gebiedsgebonden of thematische aanpak. In voorliggend geval is met name hoofdstuk 1 ‘Ruimte’ van het Omgevingsprogramma van belang. Algemeen Het belangrijkste doel van de provincie is een goede woon-, werk- en leefomgeving in heel Flevoland. Daarbij moet verstedelijking worden ingepast in een hoogwaardig landschap en passen bij de gerealiseerde en de geplande infrastructuur. Aantrekkelijke woongebieden in een groen-blauwe omgeving maken Flevoland concurrerend met andere gebieden. Er is sprake van overloop uit de drukke, dure Randstad naar een ruimer, goedkoper Flevoland (push factor). Ook kiezen mensen bewust voor het attractieve woonmilieu van Flevoland (pull factor). De provincie wil verdere grootschalige ontwikkelingen mogelijk maken en deze deels zelf ter hand nemen, samen met partners. De provincie is bereid om ruimte te reserveren voor functies waarvoor in omliggende regio's onvoldoende ruimte is. De voorwaarde daarvoor is een evenwichtige ontwikkeling. Samen met partners binnen en buiten het gebied biedt de provincie zicht op oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken, die het tempo van de ruimtelijke ontwikkelingen in Flevoland met zich meebrengt.

Het gaat hierbij bijvoorbeeld om achterblijvende bereikbaarheid, voorzieningenniveau en werkgelegenheid. Landelijk gebied Het plangebied maakt binnen het thema ‘Ruimte’ onderdeel uit van het ‘Landelijk gebied’ zoals hieronder is te zien in onderstaande afbeelding.

NL.IMRO.0171.BP00670-ON01

Toelichting

Gemeente Noordoostpolder Bestemmingsplan Landelijk gebied, Polenweg 5 te Bant

Blad 12 van 48 Mei 2022 Versie 01

De provincie wil de vitaliteit van het landelijk gebied vergroten en de gebruiksmogelijkheden ervan meer afstemmen op de maatschappelijke behoeften. Het landelijk gebied moet vitaal blijven. Ook in Flevoland is sprake van verdergaande schaalvergroting en herstructurering van de landbouw. De provincie wil agrarische bedrijvigheid die zich in de eerste plaats richt op duurzame productie en verwerking van landbouwproducten optimale ontwikkelingskansen geven. Bovendien wil de provincie ruimte bieden aan nieuwe functies in het landelijk gebied om het economisch draagvlak te verbreden en deze te verweven met de bestaande landbouwfunctie. In de beleidsregel kleinschalige ontwikkelingen in het landelijk gebied zijn de voorwaarden en maatvoering concreter uitgewerkt. Verder moet er voldaan worden aan een goede ruimtelijke ordening, waaronder een landschappelijke inpassing en een goede verkeersafwikkeling. De komende jaren wordt een forse leegstand van agrarische bedrijfslocaties verwacht. Door de schaalvergroting in de landbouw komen veel agrarische bouwpercelen vrij. In Flevoland is tussen nu en 2030 sprake van 400 tot 600 bedrijfsbeëindigingen. Recente berekeningen van Alterra laten zien dat er tot 2030 naar verwachting in Flevoland zo’n 1,3 miljoen vierkante meter agrarische bebouwing beschikbaar komt: in totaal een grotere oppervlakte dan de nu leegstaande kantoren.

Zo’n 70oZo hiervan bevindt zich in de gemeente Noordoostpolder. Door ruimte te bieden voor invulling van vrijkomende agrarische bebouwing wil de provincie de unieke structuur van Flevoland behouden. De vrijgekomen boerderijwoningen kunnen worden gebruikt voor algemene bewoning, waarbij wordt uitgegaan van één woning per (voormalig) agrarisch bouwperceel. Om het economisch draagvlak te verbreden wil de provincie ruimte bieden aan nieuwe functies in het landelijk gebied en deze verweven met de bestaande landbouwfunctie. Vestiging van activiteiten die bij uitstek thuishoren op een bedrijventerrein of aansluitend aan het bebouwde gebied worden in principe niet toegestaan. De activiteiten moeten in principe kleinschalig van karakter zijn. De bebouwingsmogelijkheden dienen hierop te zijn afgestemd. Effecten die milieu hygiënisch, landschappelijk en verkeerskundig (veiligheid en verkeersaantrekkende werking) ongewenst zijn, moeten worden voorkomen. Zo mogen nieuwe functies de landschappelijke en cultuurhistorische kern- en basiskwaliteiten van het gebied niet

NL.IMRO.0171.BP00670-ON01

Toelichting

Gemeente Noordoostpolder Bestemmingsplan Landelijk gebied, Polenweg 5 te Bant

Blad 13 van 48 Mei 2022 Versie 01

aantasten. De provincie ziet erop toe dat de mogelijkheden van verstedelijking in het landelijk gebied afdoende gemotiveerd zijn boven het gebruik maken van mogelijkheden in het stedelijk gebied. Zo ziet de provincie ook toe op een goede omgang met de Ladder voor duurzame verstedelijking van het Rijk. In voorliggend geval is sprake van een kleinschalige ontwikkeling in de vorm van een functiewijziging van agrarisch naar wonen en toevoeging van één extra woning. Het omgevingsprogramma voorziet in het gebruik van vrijgekomen boederijwoningen voor algemene bewoning, waarbij wordt uitgegaan van één woning per (voormalig) agrarisch bouwperceel. In het experimentenkader ‘Extra woningen op erven’ is een uitzondering gemaakt voor de toevoeging van 26 woningen in het landelijk gebied op erven in de gemeente Noordoostpolder (max. vier woningen per erf). De extra woning past binnen dit experimentenkader (zie paragraaf 2.2.4). Geconcludeerd wordt dan ook dat de voorgenomen ontwikkeling in lijn is met het ‘Omgevingsprogramma Provincie Flevoland’. 2.2.3

Omgevingsverordening Provincie Flevoland In de Omgevingsverordening van provincie Flevoland zijn alle regels vastgelegd die de provincie hanteert op het gebied van onder andere wegen, water, milieu, bodem, natuur, wonen en ruimte. Dit kunnen zowel regels zijn voor burgers of bedrijven als (instructie-)regels voor andere overheden. Relevante artikelen In geval van voorgenomen ontwikkeling is met name artikel 7.5 van de omgevingsverordening van belang. Artikel 7.5 (Bescherming) - Natuurnetwerk Nederland 1. Een ruimtelijk plan of besluit, voor zover het betrekking heeft op een gebied binnen of nabij de aangewezen het Natuurnetwerk Nederland: a. strekt mede tot bescherming, instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van dat gebied; b. maakt activiteiten alleen mogelijk als die ten opzichte van het ten tijde van de inwerkingtreding van deze titel van de verordening geldende bestemmingsplan, mits die per saldo niet leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, of tot een significante vermindering van de oppervlakte van die gebieden, of van de samenhang tussen die gebieden. 2.

Voor zover een bestemmingsplan strijdig is met de bescherming en de mogelijkheden bedoeld in het eerste lid stelt de gemeenteraad binnen drie jaar na het inwerkingtreden van deze titel dat plan opnieuw vast met inachtneming van de bepalingen in het eerste lid. Toetsing van het initiatief aan Artikel 7.5 van de Omgevingsverordening Binnen het plangebied bevinden zich geen gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland (NNN) behoren. Er worden, gelet op de aard en omvang van de ontwikkeling, waarbij planologisch gezien sprake is van een afname van de planologische gebruiks- en bouwmogelijkheden, geen negatieve effecten verwacht op de gebieden die behoren tot het NNN. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in lijn is met artikel 7.5 van de Omgevingsverordening Flevoland.

NL.IMRO.0171.BP00670-ON01

Toelichting

Gemeente Noordoostpolder Bestemmingsplan Landelijk gebied, Polenweg 5 te Bant

Blad 14 van 48 Mei 2022 Versie 01

2.2.4

Experimentenkader Extra woningen op vrijkomende agrarische erven Gedeputeerde Staten van de provincie Flevoland hebben in de vergadering van 31 januari 2017 besloten in te stemmen met de toepassing van het experimentenkader 'Extra woningen op erven' van de gemeente Noordoostpolder. Hiermee is de mogelijkheid gecreëerd om plannen op basis van dit experimentenkader planologischjuridische kaders voor extra woningen op vrijkomende agrarische erven vast te stellen. De voorgenomen ontwikkeling betreft een kleinschalige ontwikkeling (bouw van maximaal 1 vrijstaande woning) voor het slopen van een in onbruik geraakte agrarische opstal op een voormalig agrarisch erf en de realisatie van een nieuwe woning op basis van de gemeentelijke beleidsnotitie 'Extra woningen op vrijkomende agrarische erven'. Het voornemen zorgt hiermee voor een bijdrage aan een behoud van een vitaal platteland. Het onderhavig plan geeft invulling aan het gestelde provinciale beleid.

2.3

Gemeentelijk beleid

2.3.1

Structuurvisie Noordoostpolder 2025 De Structuurvisie Noordoostpolder 2025 is in december 2013 vastgesteld door de gemeenteraad. De Structuurvisie is een integrale ruimtelijke visie, die de huidige en gewenste waarden en kwaliteiten beschrijft. De visie heeft als doel de verschillende belangen, zoals voor het landschap, de kernen en de gemeenschap, zorgvuldig af te wegen. En hieruit een integrale ontwikkelingsrichting te bepalen voor de periode tot 2025. De Structuurvisie Noordoostpolder 2025 is vooral gericht op behoud en verbetering van de bestaande ruimtelijke, economische en sociale kwaliteiten en daarmee op het versterken van het landschap en leefbaarheid in de gemeente Noordoostpolder. De Structuurvisie is een document voor de langere termijn. Daarom kent de Structuurvisie Noordoostpolder 20205 een zekere mate van globaliteit en abstractie. De visie vormt de basis voor het toekomstig beleid, ter uitwerking van de structuurvisie zijn gebiedsvisies, masterplannen, uitwerkingsplannen, bestemmingsplannen en beleidsplannen nodig om concrete (plan)ontwikkelingen in gang te zetten. Bevolking en wonen De gemeente Noordoostpolder streeft naar een aantrekkelijke, uitnodigende fysieke wonen leefomgeving en daarbij richt de gemeente zich vooral op (tijdelijke) inwoners van de gemeente Noordoostpolder.

De gemeente zet in op een afwisselend woningaanbod en voegen bijzondere woonmilieus toe, zoals in de Wellerwaard. Er zijn mogelijkheden voor het realiseren van landgoederen en wonen in vrijkomende agrarische bebouwing. De aandacht verschuift van kwantiteit (veel bouwen) naar kwaliteit (dat wat er al is behouden, verbeteren en/of transformeren). Er zijn mogelijkheden voor het realiseren van landgoederen en wonen in vrijkomende agrarische bebouwing: Wonen op vrijkomende agrarische erven Jaarlijks komen er tien tot twintig agrarische erven vrij door schaalvergroting (grond wordt verkocht, maar het erf blijft bestaan). Om de erven een andere invulling te kunnen geven, wil de gemeente de woonfunctie toestaan onder de voorwaarden dat: ^ het woonerf wordt teruggebracht naar de oorspronkelijke omvang en schuren buiten het erf worden gesloopt;

NL.IMRO.0171.BP00670-ON01

Toelichting

Gemeente Noordoostpolder Bestemmingsplan Landelijk gebied, Polenweg 5 te Bant

Blad 15 van 48 Mei 2022 Versie 01

» *

^ ^

de erfsingel wordt behouden, dan wel opnieuw aangeplant; er maximaal vier woningen per erf worden gebouwd in maximaal drie bouwvolumes; dit kan door te wonen in de huidige bebouwing maar ook door ‘rood voor rood’ (nieuwbouw in ruil voor sloop van bestaande gebouwen); het woonmilieu/woningtype niet concurreert met woningen in de dorpen; er geen negatieve effecten optreden voor omliggende bedrijven; bedrijven mogen niet in hun bedrijfsvoering worden beperkt.

Hieraan wordt voldaan. De erfsingel wordt behouden, er wordt maximaal 1 woning gebouwd. Er zal een type woning worden gebouwd die niet concurreert met woningen in dorpen en er zullen geen negatieve effecten optreden voor omliggende bedrijven. 2.3.2

Beleidsuitwerking mogelijkheden voor extra woningen op vrijkomende agrarische erven (2015) Als reactie op de toenemende leegstand van agrarische erven heeft de gemeente Noordoostpolder in haar ‘Structuurvisie Noordoostpolder 2025’ aangegeven ruimte te willen bieden aan extra wonen op erven. De provincie Flevoland heeft in 2014 met veel gebiedspartners een agenda gemaakt voor een vitaal platteland. Ook zij ziet de vrijkomende agrarische erven als een belangrijk punt van aandacht. In de agenda wordt de volgende ambitie uitgesproken. "Meer ruimte (in de breedte) voor invulling van vrijkomende agrarische erven biedt een grotere kans de unieke structuur van Noordoostpolder te behouden zonder dat de aanblik verpaupert. Door meer herinvullingsmogelijkheden te bieden, is er minder kans op het verdwijnen van erven (en de unieke structuur). Onder de noemer “Erf zoekt kans” wil de provincie samen met stakeholders bezien hoe groot de problematiek is en wat de beste aanpak voor deze kwestie is.

De provincie juicht nieuwe initiatieven toe en zegt toe het gesprek met initiatiefnemers te zullen voeren daar waar men tegen bestaande (provinciale) regels aanloopt." Door de verdergaande schaalvergroting in de landbouw en het niet tijdig of onvoldoende inspelen op kansen voor hergebruik, komen het unieke landschappelijke karakter en de leefbaarheid van het landelijk gebied van Noordoostpolder onder druk te staan. Nieuwe mogelijkheden op de vrijgekomen erven bieden een unieke kans om zowel de landschappelijk kwaliteiten te herstellen c.q. te verbeteren als de leefbaarheid van het landelijk gebied te vergroten. Eenzame erven worden kleine woongemeenschapjes als er meer mogelijkheden voor wonen op erven wordt toegestaan. Zo kunnen ook bijvoorbeeld ouderen met hun kinderen zelf hun zorg organiseren. Aan het realiseren van een extra woning zijn in het beleid 'Extra woningen op erven' zes voorwaarden gesteld waaraan zal moeten worden voldaan: 1. Het woonerf wordt teruggebracht naar de oorspronkelijke omvang en schuren buiten het erf worden gesloopt; 2. De erfsingel wordt behouden, of wel opnieuw aangeplant; 3. In totaal zijn maximaal vier woningen per erf toegestaan, in maximaal drie bouwvolumes. Dit kan door te wonen in de huidige bebouwing maar ook door

NL.IMRO.0171.BP00670-ON01

Toelichting

Gemeente Noordoostpolder Bestemmingsplan Landelijk gebied, Polenweg 5 te Bant

Blad 16 van 48 Mei 2022 Versie 01

4. 5. 6.

'rood voor rood' (nieuwbouw in ruil voor sloop van bestaande gebouwen). In de beleidsuitwerking is dat nader uitgewerkt: a. Streven naar behoud van de oorspronkelijke erven met hun oorspronkelijke bebouwing, waar in deze oorspronkelijke bebouwing een tweede of derde woning mogelijk is. Ook sloop en nieuwbouw van de oorspronkelijke woning en/of (schokbeton)schuur is mogelijk. Hiervoor zal maatwerk worden geboden. b. In ruil voor het slopen van minimaal 700 m2 niet-oorspronkelijke bebouwing op het eigen erf wordt de bouw van een extra woning mogelijk gemaakt. c. Voor het realiseren van nieuwe bebouwing (onder a. en b.) wordt via welstandbeleid en/of een maatwerk-beeldkwaliteitsplan voorwaarden gesteld aan de situering, vormgeving, materiaal en kleurgebruik. Hierbij moet een duidelijke link met de oorspronkelijke bebouwing worden gelegd. Het woonmilieu/woningtype mag niet concurreren met woningen in dorpen; Er mogen geen negatieve effecten optreden voor omliggende bedrijven. Bedrijven mogen niet in hun bedrijfsvoering worden beperkt. De gemeente houdt een overzicht bij van de lopende aanvragen. Er geldt voor de periode tot 2022 dat er maximaal 26 extra woningen op erven in Noordoostpolder mogen komen. Van belang is om te toetsen of het plan concreet genoeg is.

Indien het onderhavig plan wordt getoetst aan de voornoemde voorwaarden ontstaat het volgende beeld: 1. Het erf heeft de oorspronkelijke omvang behouden. Er zijn bovendien geen schuren buiten het erf aanwezig, waardoor voldaan wordt aan deze voorwaarden; 2. De erfsingel is aanwezig en wordt behouden. Hiertoe is in de regels van dit plan een voorwaardelijke verplichting opgenomen en heeft de erfsingel ook een passende bestemming; 3. De woning wordt gebouwd op de plek waar vroeger een schokbetonschuur stond, deze is afgebrand. Tevens is er in totaal sprake van de afbraak/sloop van minimaal 700 m2 aan bebouwing. 4. Er is sprake van behoud van oorspronkelijke (erf)bebouwing in het landelijk gebied. In de dorpen is het niet mogelijk een vergelijkbare woning te realiseren. Daarmee concurreert het woonmilieu en het woningtype niet met woningen in dorpen. 5. Van belemmering van de omliggende bedrijven is geenszins sprake. Zie hiervoor ook de nadere toelichting in paragraaf 4.1; 6. Het maximum aantal van 26 extra woningen is vooralsnog niet ingevuld. Het plan valt binnen het quotum van 26 extra woningen. Onderhavig plan voorziet bovendien in een concreet voornemen. Bij brief d.d. 30 januari 2020 heeft de gemeente aangegeven dat onder voorwaarden medewerking aan het plan kan worden verleend. Geconcludeerd kan worden dat het voornemen invulling geeft aan dit gemeentelijk beleid.

NL.IMRO.0171.BP00670-ON01

Toelichting

Gemeente Noordoostpolder Bestemmingsplan Landelijk gebied, Polenweg 5 te Bant

Blad 17 van 48 Mei 2022 Versie 01

2.3.3

Welstandsnota 2016 gemeente Noordoostpolder Het landelijk gebied omvat het grondgebied van de gehele gemeente Noordoostpolder, met uitzondering van de bebouwde kommen van Emmeloord, de dorpen en Schokland en het IJsselmeergebied. De aandacht voor de cultuurhistorie van Noordoostpolder is groot en de verwachting is dat dit naar de toekomst toe nog belangrijker wordt. Met ons unieke verhaal kunnen wij ons blijvend onderscheiden. Dit vraagt om een werkwijze, waarbij we ons bewust zijn van de kwaliteiten van de polder en hier zorgvuldig mee omgaan. Niet voor niets vormt het landschap de nadrukkelijke basis van de Structuurvisie Noordoostpolder en stelt de gemeentelijke Erfgoednota dat het adequaat beschermen van ons erfgoed structureel aandacht vraagt binnen verschillende beleidsterreinen van de gemeente. Tegelijk zien we dat, juist vanwege de ouderdom van de bebouwing in het buitengebied, de vrijkomende agrarische bedrijfskavels, de mogelijkheden voor niet-agrarische bedrijfsactiviteiten en de mogelijkheden voor alternatieve woonvormen, in de (nabije) toekomst nieuwbouw van woningen in het buitengebied meer dan ooit aan orde is. In de welstandsnota zijn bovenstaande uitgangspunten vertaald naar welstandscriteria voor het buitengebied.

Naast welstandscriteria voor de oorspronkelijke bebouwing bevat deze nota welstandscriteria voor nieuw te bouwen woningen en bedrijfshallen in het buitengebied. Criteria die enerzijds vernieuwing mogelijk maken en anderzijds een verbinding te leggen met de historie van het betreffende erf. Daarmee kunnen we blijvend het verhaal vertellen van de polder. Oorspronkelijke bebouwing De boerderijen en landarbeiderswoningen in het buitengebied van Noordoostpolder hebben een grote cultuurhistorische waarde. Het regelmatige patroon van boerderijen met erven met daarop veelal montageschuren, de landarbeiderswoningen en de beplantingsmantel rond de erven zijn uniek voor Nederland en zeer kenmerkend voor Noordoostpolder. Karakteristiek is verder het beperkt aantal hoofdtypen en de korte periode van realisatie. Uitbreidingen en verbouwingen aan deze woningen, boerderijen inclusief eventueel aangebouwde schuur/stal en montageschuren dienen met respect voor de bestaande architectuur te worden uitgevoerd. Gebiedscriteria voor extra woningen op een erf Plaatsing 1. De bebouwing ligt vanaf de wegzijde gezien achter het midden van het oorspronkelijke erf; 2. De bebouwing is vrijliggend en asymmetrisch op de kavel gesitueerd. 3. De nokrichting is bij voorkeur gelijk aan de eertijds aanwezig schokbetonschuur. Vormgeving 4. De bebouwing heeft een robuust volume en heldere hoofdvorm; 5.

De hoofdvorm bestaat in hoofdzaak uit 1 laag met kap en is voorzien van een zadeldak;

NL.IMRO.0171.BP00670-ON01

Toelichting

Gemeente Noordoostpolder Bestemmingsplan Landelijk gebied, Polenweg 5 te Bant

Blad 18 van 48 Mei 2022 Versie 01

Detail/materiaal/kleur 6. Glimmende dakbedekking is niet toegestaan, met uitzondering van zonnepanelen voor zover deze integraal onderdeel zijn van de architectuur; 7. Vernieuwende toepassingen zijn mogelijk, mits afgestemd op de oorspronkelijke bebouwing. Na realisatie van vervangende nieuwbouw of extra woning zijn op verbouwingen en uitbreidingen van het betreffende bouwwerk de gebiedscriteria voor oorspronkelijke woningen en boerderijen van toepassing. De gebiedscriteria voor vervangende respectievelijk extra nieuwbouw zijn dan niet meer van toepassing. Voorliggend plan wordt als aanvraag om omgevingsvergunning voor het (ver)bouwen getoetst aan de gemeentelijke welstandsnota. Het plan wordt getoetst aan de welstandsnota, op voorhand zijn geen belemmeringen te verwachten. 2.3.4

Beeldkwaliteitscriteria Vanuit de gemeente zijn voor onderhavig bestemmingsplan criteria vanuit een landschappelijke inpassing opgesteld waarmee met de verdere planuitwerking rekening gehouden zal moeten worden. Hierna zal worden ingegaan op de opgestelde randvoorwaarden: 1. De erfsingel blijft behouden en wordt waar nodig hersteld op grond van een door de gemeente op te stellen erfinrichtingsplan in combinatie met een beplantingsplan. Hiervoor wordt in het bestemmingsplan een 12 meter brede bestemming ‘Groen Erfsingel’ opgenomen. Aanleg en instandhouding van de erfsingel wordt met een voorwaardelijke verplichting geborgd in het bestemmingsplan; 2. Er moet minimaal 700 m2 aan niet-oorspronkelijke gebouwen gesloopt worden. Dit wordt met een voorwaardelijke verplichting geborgd in het bestemmingsplan; 3. De goothoogte van de extra woning is maximaal 3,0 meter; 4. De extra woning wordt op de achterste helft van het erf geplaatst (bij voorkeur op de plek van de oorspronkelijke schokbetonschuur). De afstand tot de erfgrens bedraagt in ieder geval meer dan 12 meter; 5. De nokrichting is bij voorkeur gelijk aan die van de oorspronkelijke schokbetonschuur (haaks op de weg); 6. Er worden specifieke beeldkwaliteitseisen opgesteld; 7.

De woning is maximaal 1200 m3 groot, indien groter dan moet er aansluiting gezocht worden bij de maatvoering, uitstraling en situering van de oorspronkelijke schokbetonschuur. In dat geval worden de beeldkwaliteitseisen zoals opgenomen in het stedenbouwkundig advies iets aangepast; 8. Bij beide woningen is in het bebouwingsgebied (achtererf) de mogelijkheid om in totaal 150 m2 aan bijbehorende bouwwerken te plaatsen. Dat betekent dat de schuurtjes verplaatst moeten worden ten opzichte van de bij het principeverzoek behorende schets. De afstand tot de zijdelingse erfgrens is minimaal 12 meter, behoudens de afstand tussen de afzonderlijke erfgrens tussen de bestaande en nieuwe woning. Houdt er bij het bepalen van de nieuwe eigendomsgrenzen rekening mee dat dit betekent voor de mogelijkheden voor de bijbehorende bouwwerken.

NL.IMRO.0171.BP00670-ON01

Toelichting

Gemeente Noordoostpolder Bestemmingsplan Landelijk gebied, Polenweg 5 te Bant

Blad 19 van 48 Mei 2022 Versie 01

2.3.5

Landschappelijke inpassing plan Polenweg 5 Bovenstaande voorwaarden vanuit beeldkwaliteit hebben geleid tot onderstaande landschappelijke inpassing. Omwille van de leesbaarheid ervan wordt tevens verwezen naar het volledige erfinrichtingsplan, die tevens door middel van een voorwaardelijke verplichting is gekoppeld aan de bestemmingsplanregels en daardoor is de uitvoering ervan geborgd.

NL.IMRO.0171.BP00670-ON01

Toelichting

Gemeente Noordoostpolder Bestemmingsplan Landelijk gebied, Polenweg 5 te Bant

Blad 20 van 48 Mei 2022 Versie 01

3

Hoofdstuk 3 Gebieds- en planbeschrijving

3.1

Ligging en historie Bant Het plangebied bevindt zich aan de Polenweg 5 te Bant, dat is gelegen in de gemeente Noordoostpolder in de provincie Flevoland. Bant is gelegen aan de snelweg A6, tussen de plaatsen Emmeloord en Lemmer. De dorpskern ligt op ongeveer vijf kilometer van het Kuinderbos. Hieronder is de ligging van Bant binnen de gemeente Noordoostpolder zichtbaar gemaakt.

NL.IMRO.0171.BP00670-ON01

Toelichting

Gemeente Noordoostpolder Bestemmingsplan Landelijk gebied, Polenweg 5 te Bant

Blad 21 van 48 Mei 2022 Versie 01

Figuur 3.1: Nederland, provincie Flevoland, gemeente Noordoostpolder en ligging Kraggenburg in één oogopslag.

Geschiedenis Bant is genoemd naar het vroegere Bantega of Bant in Lemsterland, waarvan de landerijen zich ver naar het zuiden, dus tot in het huidige poldergebied, uitstrekten. Na de oorlog is Bantega ook de naam geworden van een dorp op het oude land, iets ten noorden van de polder. Bant zit ook in Suiftarbant, eertijds op de Veluwe, waarnaar Swifterbant is genoemd, in Teisterbant in Gelderland en in Brabant. De betekenis is 'streek', 'gebied'. Daarnaast is er een ander woord bant met de betekenis 'bentgras', gras dat op vochtige zandgrond voorkomt. In die betekenis komt het voor in de Banten, een streek bij Siddeburen en, dichter bij huis, in Vollenhove. In het dialect van Vollenhove komt bente als soortnaam voor weiland voor. Met bent of bente zijn een aantal Vollenhoofse namen gevormd. In Lemsterland verschijnt Banterakkers als veldnaam. In 1951 werd begonnen met de bouw van het dorp. Het kamp Westvaart is na de oorlog nog een NSB-kamp geweest. Het kamp was voorzien van wachttorens en bewakers met karabijnen. Er hebben diverse prominente NSB'ers gevangengezeten. Hr. Gunnink, een voormalig hoofd van de Meppeler ondergrondse, was er toen kampcommandant. Op enig moment is in dit kamp een proef opgezet die inhield dat de gevangenen een contract ondertekenden waarin ze verklaarden niet te zullen vluchten in ruil voor volledige vrijheid binnen het kamp.

Ieder heeft toen getekend en er is ook nooit iemand gevlucht. Later is deze proef opgeheven, maar omdat ieder zich aan de afspraak had gehouden kreeg iedereen zijn vrijheid en mocht naar huis. De resterende tijd die men nog moest uitzitten moest men als gewoon arbeider uitdienen. 3.2

Ligging plangebied Het plangebied ligt in het landelijk buitengebied en hemelsbreed circa 1 kilometer ten noorden van de kern Bant. Op een afstand van circa 700 meter ten oosten van het plangebied bevindt zich de snelweg A6. Op een afstand van circa 250 meter naar het westen toe bevindt zich de Lemsterweg die de verbinding vormt tussen Bant en Lemmer. In een straal van 250 meter rondom het plangebied zijn enkele woon- en agrarische percelen aanwezig als ook een bedrijfsbestemming. Het grondgebruik van de omgeving is voornamelijk agrarisch, Onderstaande luchtfoto geeft een beeld van de ligging van het plangebied ten opzichte van Bant en de snelweg A6.

NL.IMRO.0171.BP00670-ON01

Toelichting

Gemeente Noordoostpolder Bestemmingsplan Landelijk gebied, Polenweg 5 te Bant

Blad 22 van 48 Mei 2022 Versie 01

3.3

Planbeschrijving Er is nog geen concreet bouwplan aanwezig voor het plan. De gedachte is dat er een woning gaat komen van circa 18,5 m x 8,5 m = circa 158 m2. Deze komt naar verwachting op de plek van de grote af te breken schuur. Er zal bij de verdere uitwerking van het bouwplan aansluiting worden gevonden bij de algemene bouwregels vanuit het geldende bestemmingsplan en de opgestelde voorwaarden voor de landschappelijke inpassing. Wel wordt op onderstaande tekening duidelijk hoe de gewenste erfinrichting eruit zal gaan zien.

NL.IMRO.0171.BP00670-ON01

Toelichting

Gemeente Noordoostpolder Bestemmingsplan Landelijk gebied, Polenweg 5 te Bant

Blad 23 van 48 Mei 2022 Versie 01

NL.IMRO.0171.BP00670-ON01

Toelichting

Gemeente Noordoostpolder Bestemmingsplan Landelijk gebied, Polenweg 5 te Bant

Blad 24 van 48 Mei 2022 Versie 01

4

Hoofdstuk 4 Omgevingsfactoren

4.1

Algemeen Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving staan van het verrichte onderzoek naar de voor het plan relevante feiten en de af te wegen belangen (Algemene wet bestuursrecht, artikel 3.2). In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de geldende wet- en regelgeving die op voorliggend plan en plangebied van toepassing zijn. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden daarom de resultaten van het onderzoek naar o.a. de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema's archeologie & cultuurhistorie, bodem, ecologie, externe veiligheid, geluid, milieuzonering, verkeer, water en luchtkwaliteit.

4.2

Archeologie In de toelichting moet worden aangegeven hoe het cultureel erfgoed wordt beschermd in relatie tot de wettelijke bepalingen (Erfgoedwet) en hoe met het oog op het noodzakelijk onderzoek met het aspect archeologie is omgegaan. Eventuele onderzoeksrapporten moeten als bijlage bij de toelichting worden gevoegd. De gemeente Noordoostpolder heeft in 2018 een eigen archeologische beleidsadvieskaart vastgesteld als onderdeel van het beleid ‘Erfgoed in de polder! Actualisatie van de archeologische waarden- en verwachtingskaart van de gemeente Noordoostpolder. Op basis van de archeologische beleidsadvieskaart van de gemeente Noordoostpolder (versie 2018) ligt het perceel in een gebied dat deels is aangeduid als ‘geen waarde. Voor deze gebieden geldt ‘geen onderzoeksplicht naar archeologie. Er is geen onderzoek nodig en ook geen archeologische dubbelbestemming.

Figuur 4.1: Weergave van de archeologisch beleidskaart met een uitsnede ter hoogte van het plangebied.

NL.IMRO.0171.BP00670-ON01

Toelichting

Gemeente Noordoostpolder

Blad 25 van 48

Bestemmingsplan Landelijk gebied, Polenweg 5 te Bant

Mei 2022 Versie 01

4.3

Cultuurhistorie Modernisering Monumentenwet (MoMo)ZWiiziqinq Bro Per 1 januari 2012 is de wijziging van het Bro in werking getreden die een verplichting inhoudt om in de toelichting van het bestemmingsplan een beschrijving op te nemen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Wat zijn cultuurhistorische waarden? De Memorie van Toelichting bij het Besluit ruimtelijke ordening zegt met betrekking tot artikel 3.1.6 het volgende: "Bij cultuurhistorische waarden gaat het over de positieve waardering van sporen, objecten, patronen en structuren die zichtbaar of niet zichtbaar onderdeel uitmaken van onze leefomgeving en een beeld geven van een historische situatie of ontwikkeling. In veel gevallen bepalen deze cultuurhistorische waarden de identiteit van een plek of gebied en bieden ze aanknopingspunten voor toekomstige ontwikkelingen. Deze cultuurhistorische elementen kan men niet allemaal als beschermd monument of gezicht aanwijzen, maar zijn wel onderdeel van de manier waarop we ons land beleven, inrichten en gebruiken" Het begrip cultuurhistorie heeft drie aspecten: 1. Historische (stede)bouwkunde I bovengrondse monumentenzorg; bijvoorbeeld kastelen, kerken, oude boerderijen of landhuizen, maar ook stedenbouwkundige elementen als beschermde stads- of dorpsgezichten; 2.

Archeologie; sporen en vondsten van menselijk handelen in het verleden in de bodem zijn achtergebleven, bijvoorbeeld potscherven, resten van voedselbereiding, graven, maar ook verkleuringen in de grond die duiden op bewoning of infrastructuur. Een verzamelterm hiervoor is 'archeologische waarden'. Alle archeologische waarden bij elkaar zijn het 'bodemarchief. Deze sporen kunnen zich ook onder water bevinden zoals bijvoorbeeld verdronken nederzettingen of scheepswrakken; 3. Cultuurlandschaplhistorische geografie: alle landschappelijke elementen die het gevolg zijn van menselijk handelen in het verleden, bijvoorbeeld verkavelingspatronen, pestbosjes, landgoederenzones of ontginningsassen. Cultuurhistorie en beleid Beleidsmatig is de cultuurhistorie van Noordoostpolder vastgelegd en toegelicht in diverse documenten zoals ‘Kwaliteitskaart Noordoostpolder Urk - Deel 1’ (H+N+S landschapsarchitecten en Beek@ Kooiman Cultuurhistorie, 2004), ‘Landschapsvisie Noordoostpolder, landschap van rust en regelmaat’ (Feddes/Olthof Landschapsarchitecten, 2012), ‘Structuurvisie Noordoostpolder 2025’, (Kuiper compagnons/Gemeente Noordoostpolder, 2013) en de ‘Erfgoednota’, (Gemeente Noordoostpolder, 2013). Al deze documenten nemen bij vernieuwing en ontwikkeling het bijzonder ontworpen landschap van de Noordoostpolder als vertrekpunt.

Het credo van eertijds de Nota Belvédère behoud door ontwikkeling, geldt nog altijd en klinkt ook door in de aanwijzing van de Nooroostpolder als Nationaal Wederopbouwgebied in de beleidsnota ‘Visie Erfgoed en Ruimte, Kiezen voor Karakter’ van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE, 2016).

NL.IMRO.0171.BP00670-ON01

Toelichting

Gemeente Noordoostpolder Bestemmingsplan Landelijk gebied, Polenweg 5 te Bant

Blad 26 van 48 Mei 2022 Versie 01

De gemeente Noordoostpolder is een duidelijk voorbeeld van een rationeel landschap uit de 20e eeuw (rond 1940 drooggelegd), waarin de twee voormalige eilanden Urk en Schokland als zelfstandige elementen zijn opgenomen. Dit rationeel vormgegeven landschap is niet alleen ontworpen vanuit het oogpunt van optimale landbouwkundige productie, maar ook als wetenschappelijke, esthetische en intellectuele uitdaging. Onderdelen van de inrichting van de gemeente Noordoostpolder die kenmerkend zijn voor het gebied zijn: ^ de kavelmaat; ^ de erven met bijbehorende erfsingels; ^ de diverse typen boerderijen; ^ de arbeiderswoningen; ^ de kavel- en erfsloten; ^ het grondgebruik. Erf Polenweg 5 en omgeving Het perceel aan de Polenweg 5 en de directe omgeving kent een aantal karakteristieken die kenmerkend zijn voor de Noordoostpolder. Door die kenmerken, en de zichtbaarheid daarvan, draagt het perceel bij aan de herkenbaarheid van de Noordoostpolder en daarmee haar bijzondere identiteit. De ligging van het erf geeft uitdrukking aan het modulaire systeem van verkaveling van de polder. Een regelmatig raster dat gebaseerd is op de in die tijd meest rationele agrarische verkaveling; een kavelmaat van 300 langs de weg en 800 meter in de diepte. Die verkaveling leidde tot agrarische bedrijven van 12 tot 48 hectare, dus variërend van een halve tot 2 kavels.

De kavels zijn aan de achterzijde begrensd door een tocht. De grootte van het erf zegt verder iets over de grootte van het bedrijf. De Bedrijven met minder dan 24 hectare kregen een boerenerf van 0,7 tot 0,8 hectare. Voor bedrijven van 24 hectare en groter werden erven van 0,9 tot 1,0 hectare ingepland. Dit was bovendien gebaseerd op een functionele analyse van de inrichting van het boerenerf door landschapsarchitect Bijhouwer. Kortom de grootte van het erf zegt iets over de oorspronkelijke omvang/uitgifte van het bedrijf. Het erf aan de Polenweg 5 is circa 0,844 hectare groot. Het laat zien dat hier van oorsprong waarschijnlijk een kleiner bedrijf van maximaal 12 hectare was gevestigd. Het erf zelf kenmerkt zich doordat het is voorzien van een karakteristieke erfsingel. De bestemmingswijziging leidt verder niet tot aantasting van eventuele cultuurhistorische waarden. In het plangebied komen geen monumenten voor. Vanuit het oogpunt van cultuurhistorie mag het bestemmingsplan uitvoerbaar worden geacht. 4.4

Bodem In het bestemmingsplan dient aangegeven te worden wat de kwaliteit van de bodem ter plaatse van het plangebied is. Tevens dient, op basis van de Mor (Ministeriële regeling omgevingsrecht), bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen een rapportage van een recent uitgevoerd verkennend bodemonderzoek toegevoegd te worden. Voor verkennend bodemonderzoek op een locatie wordt de norm NEN 5740 gehanteerd (onderzoeksstrategie voor verkennend bodemonderzoek).

NL.IMRO.0171.BP00670-ON01

Toelichting

Gemeente Noordoostpolder

Blad 27 van 48

Bestemmingsplan Landelijk gebied, Polenweg 5 te Bant

Mei 2022 Versie 01

De bodemonderzoeksplicht geldt alleen voor bouwwerken waarvoor: ^ een reguliere omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen is vereist; ^ waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend (twee of meer uren per dag) mensen zullen verblijven; ^ die de grond raken; ^ waarvan het bestaande gebruik wijzigt (interne verbouwing); ^ waarvan geen reeds bruikbare recente onderzoeksresultaten aanwezig zijn; Onderstaand is weergave gedaan van de website van het bodemloket om na te gaan of het perceel een historie kent. Kaart Postcode of adres *

ļpolenweg 5, S314PL Bant

| Luchtfoto 11 BRT |

Achterg r on d kaa rt 0 Kadastrale percelen

0 Bodem informatie Beschikbaarheid gegevens

X7\ Eigen website beschikbaar f!ī\] Geen gegevens in bodemloket

Voortgang onderzoek

Pofenweg QļGegevens aanwezig, status onbekend msaner inqsactiviteit rTĮVoldoende onderzocht/gesaneerd QļOnderzoek uitvoeren QĴHistorie bekend

LJ Bodemkwaliteitskaarten 0 Mijnsteengebieden

179404, 532730

Figuur 4.2: Een weergave van www.bodemloket.nl met een uitsnede ter hoogte van het plangebied (rode kader).

Het perceel heeft ten aanzien van het aspect bodem een historie, voor het deel waar de woning moet komen zijn geen gegevens bekend. Er is een verkennend bodemonderzoek nodig. Door onderzoeksbureau Sigma Bouw en Milieu is vervolgens een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het onderzoeksrapport daarvan is als bijlage bij het bestemmingsplan gevoegd. Hierna volgen de resultaten van het uitgevoerde onderzoek. Naar aanleiding van de resultaten van het verkennend milieukundig bodemonderzoek worden de volgende conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan.

NL.IMRO.0171.BP00670-ON01

Toelichting

Gemeente Noordoostpolder

Blad 28 van 48

Bestemmingsplan Landelijk gebied, Polenweg 5 te Bant

Mei 2022 Versie 01

zintuiglijke waarnemingen Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde bodemmateriaal geen bodemvreemde afwijkingen of asbestverdacht materiaal waargenomen (indicatieve waarneming). Een samenvatting van de toetsingsresultaten staat weergegeven in onderstaande tabel. Mengmonster grond

Boringen

Diepte Zintuiglijk sAW of sS

MM1

1+3+4+5

0.0-0.5

MM2

2+6+7+S

MM3

1+2

0.0-0.5 1.0-2.0 -

-

1.9-2.9 -

barium

nikkel, minerale olie, PCB's (som 7) kwik

sT

-

S|

Indicatieve toetsing Bbk*

-

Industrie*

-

Wonen*

-

Achtergrondwaarde*

Grondwater Pb1 Legenda í^ ^ - i Bbk

1

n.v.t.

overschrijding achtergrondwaarde of streefwaarde (bodemindex sc0,5) overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex ^,5) | overschrijding interventiewaarde (bodemindex :»1) besluit bodemkwaliteit

beoordeling is excl, onderzoek naar PFAS-verbindingen, onderzoek naar deze verbindingen is vanaf 8 juli 2019 verplicht bij beoordeling van hergebruiksmogelijkheden van de grond__________________________________________________ *=

grond bovengrond (0.0-0.5 m-mv) Bovengrondmengmonster MM1 bevat een verhoogd gehalte nikkel (zware metalen), minerale olie en polychloorbifenylen (PCB’s, som 7) t.o.v. de achtergrondwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde ^0.5) worden in deze gevallen niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging, geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek. Bovengrondmengmonster MM2 bevat een verhoogd gehalte kwik (zware metalen) t.o.v. de achtergrondwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde ^0.5) worden in dit geval niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek. ondergrond (1.0-2.0 m-mv) Ondergrondmengmonster MM3 bevat geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. grondwater peilbuis 1 (1.9-2.9 m-mv) Het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 bevat een verhoogd gehalte barium (zware metalen) t.o.v. de streefwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde ^0.5) worden in dit geval niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/1949/documents/31953