CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

6.1 Ontwerpbestemmingsplan ‘Landelijk gebied, Lindeweg 6 te Emmeloord’.pdf

Gemeenteraad 3 april 2023, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 6: Ontwerpbestemmingsplan 'Landelijk gebied, Lindeweg 6 te Emmeloord'22.819 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

BJZ.nu Bestemmingsplannen

24

Bestemmingsplan Landelijk gebied, Lindenweg 6 te Emmeloord Concept 5.6.2

Situatie plangebied

Voorliggend plan ziet enkel toe op een functiewijziging van een bedrijfswoning tot een reguliere woning. Ten aanzien van de geurbron binnen het plangebied geldt dat de agrarische planologische mogelijkheden vervallen gelijktijdig het vaststellen van dit bestemmingsplan. Gesteld wordt dat de geurbelasting ter plaatse van de woning afneemt en het leefklimaat verbeterd. Gelet op het vorenstaande ondervindt voorliggende ontwikkeling geen hinder van omliggende agrarische bedrijven. Omgekeerd worden agrarische bedrijven niet belemmerd als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling.

5.6.3

Conclusie

Het aspect geur vormt geen belemmering voor voorliggend plan.

5.7

Ecologie

5.7.1

Algemeen

Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met Natura 2000-gebieden en het Natuur Netwerk Nederland (voorheen EHS). Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten.

5.7.2

Gebiedsbescherming

5.7.2.1 Algemeen Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet natuurbescherming beschermd. Natuur Netwerk Nederland (NNN) (voorheen Ecologische Hoofstructuur) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. De NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van de NNN geldt het 'nee, tenzij'- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten.

5.7.2.2 Situatie plangebied In de Wet natuurbescherming heeft Nederland de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn in nationale wetgeving verankerd. Nederland zal aan de hand van een vergunningenstelsel de zorgvuldige afweging waarborgen rond projecten die gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden. Deze vergunningen worden verleend door de provincies of door de Minister van EZ. Het plangebied ligt niet binnen of nabij een Natura 2000-gebied. Gronden die tot Natura 2000-gebied behoren, liggen op minimaal 8,8 kilometer afstand van het plangebied. In afbeelding 5.2 is de ligging van het plangebied (rode ster) ten opzichte van Natura 2000-gebieden (blauwe en groene vlakken) weergegeven.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

25

Bestemmingsplan Landelijk gebied, Lindenweg 6 te Emmeloord Concept

Rotten

Steenwtjkerwokl MM

Kuwe Bant Crad

Blankenham Sctwerwolde nu) LuuHgprM Blok/.

(Espel Emmeloord

Giethoo

Markrwsv 'annepi

Volenhove

Tol«beek KraQQrnburg

Urk NagcHe

Ens

Zwartsluis

Genemuidfr

Afbeelding 5.2

Ligging plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebieden (Bron: Atlas Leefomgeving)

De in dit bestemmingsplan beoogde ontwikkeling ziet enkel toe op een functiewijziging, waarbij de woning wordt omgezet tot een reguliere bestemming en de agrarische bestemming wordt verwijderd. Gezien de afstand tot Natura 2000-gebieden, de aard en omvang van de ontwikkeling en de invulling van het tussenliggende gebied met infrastructuur en bebouwing (barrièrewerking), wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Gesteld wordt dat door het wegnemen van de agrarische bestemming de stikstof-generatie afneemt ter plaatse van het plangebied. 5.7.23 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlands natuurbeleid. Het NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het 'nee, tenzij'- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Het dichtstbijzijnde gebied dat is aangewezen als NNN is gelegen op minimaal 2,1 kilometer afstand van het plangebied. In afbeelding 5.3 is de ligging van het plangebied (rode ster) ten opzichte van het NNN (groene vlakken) weergegeven.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

26

Bestemmingsplan Landelijk gebied, Lindenweg 6 te Emmeloord Concept

M 1 I

-1 ş

MM| Muntweg

HM MM .i

Centrum Emmeloo'd /assen Gracht en V

ýŕ***9 Marknesse

l m Q (Md

Afbeelding 5.3

Ligging van het plangebied ten opzichte van het NNN (Bron: Atlas Leefomgeving)

Gelet op de afstand tot het dichtstbijzijnde NNN aangewezen gebied en de aard en omvang van de ontwikkeling binnen het plangebied worden geen negatieve effecten verwacht. Een verdere toetsing aan het NNN is niet aan de orde.

5.7.3

Soortenbescherming

5.7.3.1 Algemeen Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. Het is verboden om alle soorten die beschermd zijn volgens de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn, evenals de in paragraaf 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming genoemde soorten te doden en te verwonden, evenals het beschadigen en vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden.

5.7.3.2 Situatie plangebied In voorliggend geval vinden er geen sloop of bouwactiviteiten plaats. De in dit bestemmingsplan beoogde ontwikkeling ziet enkel toe op een functiewijziging, waarbij de woning wordt omgezet tot een reguliere bestemming en de agrarische bestemming wordt verwijderd. Gelet op bovenstaande wordt gesteld dat het eventuele leefgebied van beschermde dieren ter plaatse van het plangebied niet wordt verstoord. Een Quick Scan wordt dan ook niet noodzakelijk geacht.

5.7.4

Conclusie

Er worden geen negatieve effecten op het NNN en Natura 2000-gebieden verwacht. Daarnaast zijn er geen negatieve effecten op beschermde soorten te verwachten.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

27

Bestemmingsplan Landelijk gebied, Lindenweg 6 te Emmeloord Concept

5.8

Archeologie & Cultuurhistorie

5.8.1

Archeologie

5.8.1.1 Algemeen Initiatiefnemers hebben op basis van de Erfgoedwet een archeologische zorgplicht bij projecten waarbij de bodem wordt verstoord. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. 5.8.1.2 Situatie plangebied In voorliggend geval vinden er geen bouw of sloop werkzaamheden plaats. Omdat de grond niet geroerd wordt, worden er ook geen potentiele archeologische sporen geschaad bij de uitvoer van voorliggend initiatief.

5.8.2

Cultuurhistorie

5.8.2.1 Algemeen Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. In de Bro is sinds 1 januari 2012 (artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a) opgenomen dat een bestemmingsplan ‘een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden' dient te bevatten.

5.8.2.2 Situatie plangebied Er bevinden zich binnen het plangebied op basis van de Cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Flevoland geen rijks- dan wel gemeentelijke monumenten of andere cultuurhistorische waarden. In de directe omgeving van het plangebied komen eveneens geen monumenten of cultuurhistorische waarden voor.

5.8.3

Conclusie

Het uitvoeren van een archeologisch onderzoek is in het kader van dit bestemmingsplan niet noodzakelijk. In het plangebied en in de omgeving van het plangebied komen geen cultuurhistorische waarden voor.

5.9

Besluit milieueffectrapportage

5.9.1

Algemeen

De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan of ruimtelijk plan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: ^

Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

28

Bestemmingsplan Landelijk gebied, Lindenweg 6 te Emmeloord Concept

^

^

Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten).

In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd. Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van 'kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r. is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.beoordeling gehanteerd.

5.9.2

Situatie plangebied

5.9.1.1 Art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is gelegen op circa 8,8 kilometer afstand van het plangebied. Gezien de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling in relatie tot de ruime afstand tot Natura 2000-gebied wordt geconcludeerd dat geen sprake zal zijn van een aantasting van de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura-2000 gebied. Een passende beoordeling op basis van artikel 2.8 lid 1 van de Wet natuurbescherming is in het kader van dit project dan ook niet noodzakelijk.

5.9.1.3 Drempelwaarden Besluit m.e.r. Dit project voorziet in een concrete woningbouwontwikkeling op gronden met een woonbestemming voor wat betreft de binnen het plangebied geplande ontwikkeling en voldoet daarmee aan de definitie van een 'besluit' als bedoeld in het Besluit m.e.r. Dit betekent dat dit ruimtelijke plan m.e.r.-(beoordelings)plichtig is, indien activiteiten worden mogelijk gemaakt die genoemd worden in onderdeel C of D van het Besluit m.e.r. en de daarin opgenomen drempelwaarden overschrijden. In dit geval is sprake van een ontwikkeling die niet wordt genoemd in onderdeel C van het Besluit m.e.r. en is daarom niet direct m.e.r.-plichtig. Op basis van onderdeel D kan de in dit plan besloten ontwikkeling worden aangemerkt als: 'De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. De ontwikkeling in een bestemmingsplan is m.e.r.-beoordelingsplichtig indien de volgende drempelwaarden worden overschreden: 1. 2. 3.

een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.

Gezien de drempelwaarden kan worden geconcludeerd dat in geval van voorliggend project geen sprake is van een m.e.r.-beoordelingsplicht. Echter, zoals ook in het voorgaande aangegeven, dient ook wanneer ontwikkelingen onder drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er van te vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben. Indien de mogelijkheden van dit project worden vergeleken met de drempelwaarden uit onderdeel D van het Besluit m.e.r. kan worden geconcludeerd dat er sprake is van een wezenlijk ander schaalniveau en een activiteit die vele malen kleinschaliger is. Van een m.e.r.-plichtig stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van BJZ.nu Bestemmingsplannen

29

Bestemmingsplan Landelijk gebied, Lindenweg 6 te Emmeloord Concept

het Besluit m.e.r. is dan ook geen sprake. Eén en ander is tevens bevestigd in de in dit hoofdstuk en bod gekomen milieu- en omgevingsaspecten en de daarvoor, indien van toepassing, uitgevoerde onderzoeken.

5.9.3

Conclusie

Dit project is niet m.e.r.-plichtig omdat het geen stedelijk ontwikkelingsproject betreft. Tevens zijn geen nadelige milieugevolgen te verwachten als gevolg van de voorliggend project.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

30

Bestemmingsplan Landelijk gebied, Lindenweg 6 te Emmeloord Concept

Hoofdstuk 6 6.1

Wateraspecten

Algemeen

In het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) wordt er gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater).

6.2

Beleidskaders

6.2.1

Europees beleid

De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Eventueel kan er, mits goed onderbouwd, uitstel (derogatie) verleend worden tot uiteindelijk 2027. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Vooral de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald.

6.2.2

Rijksbeleid

Het Rijksbeleid op het gebied van het waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Water Programma 2022­ 2027. Dit document geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. Het belangrijkste uitgangspunt is het werken aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook is er aandacht voor de raakvlakken van water met andere sectoren. De doorwerking van de beleidsambities/uitgangspunten naar lagere overheden is geregeld in het Bestuursakkoord Water (2011) en de Waterwet (2009). In relatie tot de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) wordt de doorwerking geregeld in de Omgevingswet. Het programma geeft invulling aan de Europese richtlijnen waaronder de KRW, Richtlijn overstromingsrisico's, de Kaderrichtlijn Mariene Strategie en de EUrichtlijn Marine Spatial Planning. Het programma geldt als structuurvisie voor de ruimtelijke aspecten.

6.2.3

Stroomgebiedsvisie Flevoland

De Noordoostpolder is gelegen binnen het plangebied van de stroomgebiedsvisie Flevoland. In de watervisie voor 2015 wordt het plangebied aangeduid als een gebied met een vitaal watersysteem. Voor de gemeente Noordoostpolder zijn de wateropgaven onderverdeeld in een aantal generieke maatregelen en in de resterende wateropgave. De generieke maatregelen houden onder andere in: ^ ^ ^

afvoerblokkering in natuurgebieden; vasthouden van water in natuurgebieden en landbouwgebied; realisatie van duurzame oevers.

Oplossingsrichtingen voor de resterende wateropgave zijn onder andere bergen in open water en efficiënt uitmalen.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

31

Bestemmingsplan Landelijk gebied, Lindenweg 6 te Emmeloord Concept

6.3

Waterparagraaf

6.3.1

Algemeen

Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater).

6.3.2

Watertoetsproces

De beantwoording van de vragen van de digitale watertoets heeft ertoe geleid dat een 'geen belang' in het kader van de watertoets van toepassing is. De gewenste ontwikkeling heeft geen gevolgen voor de waterhuishouding en waterstaatswerken. Het beleidsthema Schoon water is van toepassing. De waterparagraaf dient de relevante streefbeelden, uitgangspunten en randvoorwaarden te beschrijven, aangevuld met een concrete uitwerking van de gevolgen voor de waterhuishouding. Met inachtneming van deze uitgangspunten geeft het waterschap Zuiderzeeland een positief wateradvies.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

32

Bestemmingsplan Landelijk gebied, Lindenweg 6 te Emmeloord Concept

Hoofdstuk 7 7.1

Juridische aspecten en planverantwoording

Inleiding

In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is.

7.2

Opzet van de regels

7.2.1

Algemeen

In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1 inleidende regels; 2 bestemmingsregels; 3 algemene regels; 4 overgangs- en slotregels.

7.2.2

Inleidende regels

Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: ^

begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd.

^

Wijze van meten (Artikel 2) Dit artikel geeft op een eenduidige manier aan op welke wijze afstanden, dakhellingen en oppervlakten moeten worden gemeten en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

33

Bestemmingsplan Landelijk gebied, Lindenweg 6 te Emmeloord Concept 7.2.3

Bestemmingsregels

Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemming. De regels zijn onderverdeeld in: ^

Bestemmingsomschrijving Hierin is de omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan binnen deze bestemming opgenomen. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies.

•

Bouwregels In deze regels zijn eisen opgenomen waaraan de binnen de bestemming voorkomende bebouwing moet voldoen. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd is hierin vastgelegd.

7.2.4

Algemene regels

Hoofstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: ^

Anti-dubbeltelregel (Artikel 5) Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich bijvoorbeeld voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage.

^

Algemene gebruiksregels (Artikel 6) In dit artikel staat beschreven welk gebruik van gronden en bouwwerken in elk geval strijdig zijn met het bestemmingsplan.

^

Algemene afwijkingsregels (Artikel 7) In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken.

^

Overige regels (Artikel 8) In dit artikel is een regel opgenomen ten aanzien van de inwerkingtreding van de wettelijke regels die zijn vastgelegd in het bestemmingsplan.

7.2.5

Overgangs- en slotregels

In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregel wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.

7.3

Verantwoording van de regels

Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. Hierbij zullen de bestemmingen in dezelfde volgorde als in de regels worden behandeld.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

34

Bestemmingsplan Landelijk gebied, Lindenweg 6 te Emmeloord Concept 'Groen - Erfsingel' (Artikel 3)

De voor 'Groen - Erfsingel' aangewezen gronden zijn bestemd voor opgaande afschermende beplanting, een bebouwingsvrije onderhoudsstrook en erfsloten. Binnen deze bestemming mag niet worden gebouwd. 'Wonen - voormalige agrarische erven' (Artikel 4)

De voor 'Wonen - voormalige agrarische erven' aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor wonen in woningen, met de daarbij behorende gebouwen en bijbehorende bouwwerken en voorzieningen. Woningen mogen uitsluitend gebouwd worden binnen een bouwvlak. Per bouwvlak mag niet meer dan één woning gebouwd worden. De inhoud van een woning, inclusief niet-functioneel ondergeschikte bijbehorende bouwwerken, mag niet meer bedragen dan 1.200 m3. De dakhelling van een woning mag niet minder dan 20° en niet meer dan 30° bedragen. Tevens is de maximale goot- en bouwhoogte van woningen vastgelegd door middel van maatvoeringsaanduidingen. Daarnaast zijn regels opgenomen voor bijbehorende bouwwerken. Hierin is onder meer bepaald dat de oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken niet meer dan 150 m2 per woning mag bedragen, dan wel het bestaande oppervlak. De goot- en bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mogen niet meer bedragen dan respectievelijk 3,5 en 6 meter. Bestaande bijbehorende bouwwerken die de bouwregels overschrijden worden gehandhaafd in de regels. Ten slotte zijn regels opgenomen voor bouwwerken, geen gebouw zijnde.

In de specifieke gebruiksregels is onder meer opgenomen dat als strijdig gebruik wordt gerekend: het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken, zonder de aanplant en instandhouding van een erfsingel conform de inrichtingstekening met bijbehorend beplantingsplan ter plaatse van de bestemming 'Groen - Erfsingel'.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

35

Bestemmingsplan Landelijk gebied, Lindenweg 6 te Emmeloord Concept

Hoofdstuk 8

Economische uitvoerbaarheid

Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De gemeentelijke kosten zijn beperkt tot de ambtelijke kosten, welke worden verhaald middels de gemeentelijke legesverordening. Wel wordt met de initiatiefnemer een planschadeovereenkomst gesloten zodat het kostenverhaal voor de gemeente volledig is verzekerd. Dit brengt met zich mee dat vaststelling van een exploitatieplan achterwege kan blijven.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

36

Bestemmingsplan Landelijk gebied, Lindenweg 6 te Emmeloord Concept

Hoofdstuk 9

Vooroverleg, inspraak en zienswijzen

Op grond van artikel 3.1.1 Bro is vooroverleg vereist met het waterschap en met de diensten van de provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn.

9.1

Vooroverleg

9.1.1

Het Rijk

In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk.

9.1.2

Provincie Flevoland

Het conceptbestemmingsplan wordt ter vooroverleg naar de provincie Flevoland gestuurd.

9.1.3

Waterschap Zuiderzeeland

Het conceptbestemmingsplan wordt ter vooroverleg naar het waterschap Zuiderzeeland gestuurd.

9.2

Zienswijzen

Deze paragraaf wordt ingevuld nadat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage heeft gelegen.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

37

Bestemmingsplan Landelijk gebied, Lindenweg 6 te Emmeloord Concept

Bijlagen bij de toelichting

BJZ.nu Bestemmingsplannen

38

Bestemmingsplan Landelijk gebied, Lindenweg 6 te Emmeloord Concept

Bijlage 1

Landschapstekening

BJZ.nu Bestemmingsplannen

39

Bestemmingsplan Landelijk gebied, Lindenweg 6 te Emmeloord Concept

Bijlage 2

Watertoetsresultaat

BJZ.nu Bestemmingsplannen

40

Landelijk gebied, Lindeweg 6 te Emmeloord concept

BJZ.nu Bestemmingsplannen

44

Landelijk gebied, Lindeweg 6 te Emmeloord concept

Bijlagen bij de toelichting

BJZ.nu Bestemmingsplannen

45

Landelijk gebied, Lindeweg 6 te Emmeloord concept

Bijlage 1

landschapstekening

BJZ.nu Bestemmingsplannen

46

Legenda Erfsingel behouden als bestaand, bij vervangen herstellen conform beplantingsplan Bebouwingsvrije ruimte Beplantingsplan: Bomen Carpinus Betulus Tila Cordata Quercus robur Acer campeste Alnus glutinosa Acer pseudopatanus Struiken Prunus Padus Euonymus europaea Rosa Canina Viburnum opuus Rhamnus Carthartica Cornus sanguinea Cornus Mas Ligustrum vulgare Corylus avallana

Hoogte in cm 60-100 80-100 80-120 60-100 80-100 80-100

Haagbeuk Winterlinde Eik Veldesdoorn Els Gewone esdoorn Vogelkers Kardinaalmuts Hondsroos Gelderse roos Wegedoorn Rode kornoelje Gele kornoelje Gewone liguster Hazelaar

Aandeel 4570 570 57 107 57 57 57 57 57

Hoogte in cm 50-80 50-80 60-100 50-80 50-80 60-100 50-80 50-80 60-100

Een erfsingel bestaat uit een struik- en een boomlaag. De mis aan soorten is hierboven vastgelegd. Er dient in vijf rijen te zijn geplant. De onderlinge erlin afstand van en in de rijen is maximaal 150 cm. Per 2,25 m2 wordt tenminste een boom/struik aangeplant. De erfinsingel dient minimaal 6 m breed te zijn, gemeten van hart boom/struik 1e rij tot hart boom/struik laatste rij.

Locatie: Lindeweg 6, 8305 AM Emmeloord Schaal: 1:500 Formaat: A3 Noordgericht

///7

7

Landelijk gebied, Lindeweg 6 te Emmeloord concept

Bijlage 2

Watertoetsresultaat

BJZ.nu Bestemmingsplannen

48

Digitale Watertoets Resultaat van de check gedaan op 22-09-2022

Digitale watertoets De watertoets helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toetsen of u de belangen van het Waterschap raakt. Indien dit het geval is krijgt u tekst en uitleg over het vervolg proces.

VOOR DE ACTIVITEIT DIGITALE WATERTOETS IS OP BASIS VAN DE GEGEVEN ANTWOORDEN NODIG: 1.

Geen belang procedure

OP BASIS VAN ONDERSTAANDE LOCATIE

22-09-2022, 14:00

Pagina 1 van 3

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets VRAGEN EN ANTWOORDEN UIT DE CHECK 1.

Gaat het om een ruimtelijk plan dat uitsluitend een functiewijziging van bestaande bebouwing inhoudt? . ja

2.

Is er sprake van een uitbreiding of wijziging van de lozing(en)? «

nee

22-09-2022, 14:00

Pagina 2 van 3

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets DETAILS i.

Geen belang procedure Op basis van uw locatie en gegeven antwoorden is er geen waterschapsbelang bij uw ruimtelijke activiteit.

Wat moet ik doen? Onderstaande tekst neemt u op in de waterparagraaf. De initiatiefnemer heeft Waterschap Zuiderzeeland geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. De beantwoording van de vragen heeft ertoe geleid dat de procedure geen waterschapsbelang van de watertoets wordt toegepast. De planontwikkeling leidt niet tot effecten met betrekking tot de waterhuishouding of de afvalwaterketen. De relevante bestaande wateraspecten, zoals waterkeringen en oppervlaktewater, zijn opgenomen in de verbeelding en/of gereguleerd in de regels van het ruimtelijk plan.

Waar moet ik op letten? Tijdens de formele overlegprocedures (art 3.1.1 of art 5.1.1) van uw plan controleert het waterschap of de conclusie 'geen waterschapsbelang' klopt. Indien u tijdens de ruimtelijke procedure van uw plan niets van ons hoort, gaan wij akkoord met het plan en kunt u deze email beschouwen als ons formele wateradvies. Indien wij wel reageren, ontvangt u ons wateradvies via de gemeente. Het (concept)wateradvies is geen aanvraag voor een (water)vergunning. U dient zelf na te gaan welke meldingen en vergunningen nodig zijn om het plan te realiseren. Of u meldingen en/of een vergunningaanvraag moet indienen bij het waterschap kunt u nagaan op onze website of via een vergunningcheck: Vergunningen | Waterschap Zuiderzeeland https://www.zuiderzeeland.nl/vergunningen

Achtergrondinformatie Voor meer informatie over het watersysteem in uw plangebied kunt u terecht op: https://geo-zzl.opendata.arcgis.com/. U vindt hier datasets, services en kaarten die vrij te gebruiken zijn. Zoals informatie over het oppervlaktewatersysteem met kunstwerken, de peilgebieden, de ligging van waterkeringen en de afvalwaterketen. Heeft u vragen of suggesties over deze Digitale Watertoets? Laat het ons weten per e-mail: watertoets@zuiderzeeland.nl of telefonisch: 0320-274 911. Waterschap Zuiderzeeland, Postbus 229, 8200 AE Lelystad https://www.zuiderzeeland.nl

22-09-2022, 14:00

Pagina 3 van 3

https://dewatertoets.nl

Landelijk gebied, Lindeweg 6 te Emmeloord concept

Regels

BJZ.nu Bestemmingsplannen

52

Landelijk gebied, Lindeweg 6 te Emmeloord concept

Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1

Inleidende regels Begrippen

plan:

het bestemmingsplan "Landelijk gebied, Lindeweg 6 te Emmeloord" met identificatienummer NL.IMRO.0171.BP00723-ON01 van de gemeente Noordoostpolder; 1.2

bestemmingsplan:

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en daarbij behorende bijlagen; 1.3

aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4

aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5

aan huis verbonden bedrijf

de in Bijlage 2 Mogelijkheden bedrijfsmatige activiteiten aan huis genoemde bedrijvigheid, dan wel naar de aard en de invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen bedrijvigheid, die door zijn beperkte omvang in of bij een woonhuis met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend; 1.6

aan huis verbonden beroep

de uitoefening van een beroep (dan wel het verlenen van diensten) op administratief, maatschappelijk, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig of een daarmee gelijk te stellen gebied, dat in of bij een woonhuis wordt uitgeoefend, waarbij in overwegende mate de woonfunctie blijft behouden en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.7

achtererfgebied

erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen; 1.8

ander bouwwerk

een bouwwerk, geen gebouw zijnde; 1.9

bebouwing

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.10

bebouwingsgebied

achtererfgebied alsmede de grond onder het hoofdgebouw, uitgezonderd de grond onder het oorspronkelijk hoofdgebouw; 1.11

bebouwingspercentage

de oppervlakte van gebouwen uitgedrukt in procenten van de nader aangegeven gronden; 1.12

bestaand

a. met betrekking tot bebouwing: de bebouwing als aanwezig ten tijde van het in ontwerp ter visie leggen van het plan; BJZ.nu Bestemmingsplannen

53

Landelijk gebied, Lindeweg 6 te Emmeloord concept

b. met betrekking tot gebruik: het gebruik ten tijde van het rechtskracht verkrijgen van het plan; 1.13 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.14 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; bevoegd gezag 1.15 bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning; 1.16 bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 1.17 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.18 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; bouwperceelgrens 1.19 een grens van een bouwperceel; 1.20 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.21 dak iedere bovenbeëindiging van een gebouw of bijbehorend bouwwerk; 1.22 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder

de uitstalling ten verkoop), het verkopen en/of leveren van goederen, geen motorbrandstoffen zijnde, aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.23 erf al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden. 1.24 extensieve openluchtrecreatie vormen van recreatief medegebruik door middel van al dan niet aangelegde en aanwezige voorzieningen, waarbij de recreatie geen specifiek beslag legt op de ruimte, zoals wandel-, ruiter- en fietspaden; 1.25 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; BJZ.nu Bestemmingsplannen

54

Landelijk gebied, Lindeweg 6 te Emmeloord concept

1.26

gemeentelijke parkeernorm

de parkeernorm zoals opgenomen in Parkeernota die als Bijlage 3 bij deze regels is gevoegd, van toepassing; 1.27

hoofdgebouw

gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.28

horeca

een bedrijf dat is gericht op het verstrekken van maaltijden en dranken voor gebruik ter plaatse (restaurantbedrijf), waaronder ook worden verstaan lunchrooms, eethuizen, bistro's, theehuizen, broodjeszaken en dergelijke; 1.29

omgevingsvergunning

vergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; 1.30 omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden:

een vergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; 1.31

prostitutie

het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander persoon tegen vergoeding; 1.32

seksinrichting

de voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.33

staat van Bedrijfsactiviteiten

de Staat van Bedrijfsactiviteiten die van deze regels onderdeel uitmaakt; 1.34

a. b. 1.35

verbeelding

de digitale verbeelding van het bestemmingsplan; de analoge verbeelding van het bestemmingsplan (plankaart); voorerfgebied

Erf dat geen onderdeel is van het achtererfgebied; 1.36

woning

een gebouw of een gedeelte van een gebouw, krachtens aard en indeling geschikt en bestemd voor de huisvesting van één huishouden; 1.37

woonhuis

een gebouw, hetzij vrijstaand, hetzij aaneengebouwd, dat slechts één woning omvat;

BJZ.nu Bestemmingsplannen

55

Landelijk gebied, Lindeweg 6 te Emmeloord concept

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1

bebouwingspercentage

het deel van het bouwvlak uitgedrukt in procenten dat bebouwd mag worden; 2.2

de bouwhoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.3

de dakhelling

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.4

de goothoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.5

de hoogte van een kap

vanaf de bovenkant goot, boeibord of daarmee gelijk te stellen constructiedeel tot aan het hoogste punt van de kap; 2.6

de inhoud van een bouwwerk

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.7

de oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.8

het bebouwd oppervlak van een bouwperceel

de oppervlakte van alle op een bouwperceel gelegen bouwwerken tezamen; 2.9

a. b. c.

peil

voor een gebouw, waarvan de hoofdtoegang grenst aan de weg: de hoogte van de kruin van de weg; voor andere gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitend afgewerkte terrein ter plaatse van de bouw; indien de onder a en b genoemde peilen in het veld aanleiding geven tot onduidelijkheden, een door of namens burgemeester en wethouders aan te wijzen peil.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

56

Landelijk gebied, Lindeweg 6 te Emmeloord concept

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels Groen - Erfsingel

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen - Erfsingel' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c.

opgaande afschermende beplanting; een bebouwingsvrije onderhoudsstrook; erfsloten;

met daaraan ondergeschikt: d. e. f.

3.2

tuinen, erven en paden; waterhuishoudkundige voorzieningen; parkeervoorzieningen.

Bouwregels

Binnen deze bestemming mag niet gebouwd worden.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

57

Landelijk gebied, Lindeweg 6 te Emmeloord concept

Artikel 4 4.1

Wonen - Voormalige agrarische erven

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen - Voormalige agrarische erven' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen in woningen; met daarbij behorende; b. c. d. e. f. g. h.

gebouwen en bijbehorende bouwwerken; bouwwerken, geen gebouw zijnde; andere werken; tuinen, erven en paden; waterhuishoudkundige voorzieningen; parkeervoorzieningen; nutsvoorzieningen.

4.2

Bouwregels

4.2.1

Toegestane bebouwing

Op en in de gronden als bedoeld in artikel 4.1, mogen uitsluitend gebouwd worden: a. b. c.

een woning; bijbehorende bouwwerken en bouwwerken geen gebouw zij nde.

4.2.2

Woningen

Voor woningen gelden de volgende regels: a. b. c. d. e. f.

een woning mag uitsluitend gebouwd worden binnen een bouwvlak; per bouwvlak mag niet meer dan één woning gebouwd worden; de inhoud van een woning, inclusief niet-functioneel ondergeschikte bijbehorende bouwwerken, mag niet meer bedragen dan 1.200 m3; de dakhelling van een woning mag niet minder dan 20° en niet meer dan 30° bedragen; de maximum goot- en bouwhoogte mag niet hoger zijn dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)', 'maximum bouwhoogte (m)' op de verbeelding is aangegeven; in afwijking van het bepaalde onder c., d, en f. geldt voor woningen, dat afwijkingen in maten en afmetingen zoals die bestaan op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan gehandhaafd mogen worden.

4.2.3

Bijbehorende bouwwerken

Voor bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. b.

c. d. e.

bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend gebouwd worden binnen de bestemming ' Wonen Voormalige agrarische erven'; de oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken per woning mag niet meer dan 300 m2 bedragen, uitgezonderd niet-functioneel ondergeschikte bijbehorende bouwwerken die onderdeel uitmaken van het hoofdgebouw als bedoeld in 4.2.2, lid c.; de goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 3,5 m; de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 6 m; in afwijking van het bepaalde onder a., b., c., en d. geldt voor bijbehorende bouwwerken, dat afwijkingen in maten en afmetingen zoals die bestaan op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan gehandhaafd mogen worden.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

58

Landelijk gebied, Lindeweg 6 te Emmeloord concept

4.2.4

Bouwwerken geen gebouw zijnde

Voor bouwwerken geen gebouw zijnde gelden de volgende regels: a. b. c. d.

bouwwerken geen gebouw zijnde mogen uitsluitend gebouwd worden in het bebouwingsgebied van een woning; de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouw zijnde mag niet meer bedragen dan 2 m; in afwijking van lid b. mag de bouwhoogte van pergola's maximaal 3 m zijn; in afwijking van het bepaalde onder a., b. en c. gelden voor herbouw van bestaande bouwwerken geen gebouw zijnde bestaande maten, afmetingen, situering en omvang van de bebouwde oppervlakte van een bouwwerk als maximum.

4.3

Specifieke gebruiksregels

4.3.1

Voorwaardelijke verplichting erfsingel

Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken overeenkomstig de in lid 4.1 opgenomen bestemmingsomschrijving, zonder de aanplant en instandhouding van een erfsingel conform het in Bijlage 1 opgenomen inrichtingstekening met bijbehorend beplantingsplan ter plaatse van de bestemming 'Groen - Erfsingel'. 4.3.2

Strijdig gebruik

Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend: a. b.

het gebruik van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk als zelfstandige woonruimte; het gebruik ten behoeve van een seksinrichting.

4.3.3

Geoorloofd gebruik

Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval niet gerekend een aan huis verbonden beroep of aan huis verbonden bedrijfsactiviteit, mits: a.

b. c. a. b. c. d. e.

ten hoogste 30% van de oppervlakte van een woonhuis of de woning binnen een woongebouw en ten hoogste 60% van de toegelaten oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken mag worden gebruikt ten behoeve van het aan huis verbonden beroep, met dien verstande dat de gezamenlijke oppervlakte per woning niet meer dan 75 m2 bedraagt; de uitstraling van de woning intact blijft; het gebruik geen onevenredig nadelige gevolgen heeft voor het woon- en leefmilieu; het gebruik geen onevenredig nadelige gevolgen heeft op de normale afwikkeling van het verkeer; het parkeren ten behoeve van het gebruik binnen het bestemmingsvlak op eigen terrein plaatsvindt; geen detailhandel wordt uitgeoefend; de activiteit in ieder geval door de bewoner(s) wordt uitgeoefend; in het geval van een aan huis verbonden bedrijfsactiviteit, het een activiteit betreft die genoemd is in Bijlage 2 aan huis verbonden bedrijfsactiviteiten.

4.4

Afwijken van de gebruiksregels

4.4.1

Afwijken specifieke gebruiksregels

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 4.3.1, indien de aanplant en instandhouding van een erfsingel op een andere gelijkwaardige wijze wordt aangeplant en in stand wordt gehouden dan is bepaald in de inrichtingstekening met bijbehorend beplantingsplan, zoals opgenomen in de betreffende bijlage(n) van de regels, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van landschap en beeldkwaliteit.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

59

Landelijk gebied, Lindeweg 6 te Emmeloord concept

4.4.2

Afwijken ten behoeve van vergroten inhoud woning

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 4.2.2 onder c, ten behoeve van het uitsluitend binnen de aaneengesloten oorspronkelijke bebouwing, vergroten van de inhoud van de woonruimte tot de totale inhoud van die aaneengesloten bebouwing, mits: a. b.

het bijdraagt aan de instandhouding van de betreffende bebouwing, en; het aantal woningen niet toeneemt.

4.4.3

Afwijken ander gebruik

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 4.1, ten behoeve van het gebruik van gebouwen uitsluitend als ondergeschikte nevenfunctie, voor: a. b. c. d. e. f. g.

het bieden van overnachtingsmogelijkheden, met een gezamenlijke oppervlakte van maximaal 100 m2 per woning; horeca ten dienste van extensieve openluchtrecreatie, met een gezamenlijke oppervlakte van maximaal 100 m2 per woning; opslag en stalling van caravans, campers, boten en dergelijke; kunstnijverheid, ateliers, musea en dergelijke; (kinder)dagopvang, met een gezamenlijke oppervlakte van maximaal 100 m2 per woning; educatief centrum gericht op de landbouw en/of natuur; detailhandel gerelateerd aan het onder b. en d. genoemde ander gebruik tot een maximale verkoopoppervl a kte va n 100 m2 per woni ng.

Bij het afwijken op grond van artikel 4.4.3 dienen de volgende bepalingen in acht te worden genomen: a. b. c. d. e.

indien hierboven geen maximale oppervlakte genoemd is mag de nevenfunctie op ten hoogste de oppervlakte van de al bestaande bijbehorende bouwwerken plaatsvinden; het gebruik mag geen onevenredig nadelige gevolgen hebben voor nabijgelegen percelen; het gebruik mag geen onevenredig nadelige gevolgen hebben op de normale afwikkeling van het verkeer; het parkeren ten behoeve van de nevenfunctie dient binnen het bestemmingsvlak op eigen terrein plaats te vinden; er mag geen opslag van goederen ten behoeve van de nevenfunctie in de open lucht plaatsvinden.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

60

Landelijk gebied, Lindeweg 6 te Emmeloord concept

Hoofdstuk 3 Artikel 5

Algemene regels Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

61

Landelijk gebied, Lindeweg 6 te Emmeloord concept

Artikel 6 6.1

Algemene gebruiksregels

Gebruik

Het is verboden de gronden of opstallen te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met de aan de grond gegeven bestemming. 6.2

Strijdig gebruik

Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan het gebruiken of het laten gebruiken van: a. b. c. d. e.

gebouwen ten behoeve van een seksinrichting; vrijstaande bijbehorende bouwwerken als zelfstandige woonruimte; omzetting of verkamering van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte; gronden als staanplaats voor onderkomens; gronden als opslag-, stort- of bergplaats van al dan niet afgedankte voorwerpen, stoffen, materialen en producten, voor zo ver niet noodzakelijk in verband met het normale beheer en onderhoud van de gronden.

6.3

Parkeerregels

6.3.1

Voldoende parkeergelegenheid

a.

b.

De in het plangebied aanwezige gronden mogen slechts worden bebouwd en/of in gebruik worden genomen en/of het gebruik van deze gronden mag enkel worden gewijzigd onder de voorwaarde dat voldoende parkeergelegenheid bij, op of onder het gebouw dan wel bij, op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw hoort worden gerealiseerd; gerealiseerde voorzieningen als bedoeld in sub a, dienen na realisering in stand te worden gehouden voor het gebruik waar de betreffende voorzieningen voor nodig zijn.

6.3.2

Voldoende laad- en losruimte

Indien het beoogde gebruik van een bouwwerk aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, wordt een omgevingsvergunning voor het bouwen uitsluitend verleend indien aan of in dat bouwwerk dan wel op het onbebouwde terrein bij het bouwwerk wordt voorzien in die ruimte. Deze bepaling geldt niet: a. b.

voor bestaand gebruik, waarbij de herbouw van een bouwwerk zonder functiewijziging wordt beschouwd als bestaand gebruik; voor zover op andere wijze in de nodige laad- of losruimte wordt voorzien.

6.3.3

Beleidsregels

Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor de in 6.3.1 sub a genoemde gronden, past het bevoegd gezag de beleidsregels van de Parkeernota toe met inbegrip van eventuele wijzigingen van deze beleidsregels zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning. 6.3.4

Afwijken

a

Afwijken parkeergelegenheid

Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.3.1 sub a overeenkomstig de afwijkingsmogelijkheden die vastliggen in de beleidsregels als bedoeld in lid 6.3.3.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

62

Landelijk gebied, Lindeweg 6 te Emmeloord concept

b

Afwijken laad- en losruimte

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 6.3.2 en worden toegestaan dat in minder dan voldoende laad- en losgelegenheid wordt voorzien indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit. 6.3.5

Nadere eis

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de situering van parkeergelegenheid en laaden losruimte, als dit noodzakelijk is om een goede verkeersstructuur en/of bereikbaarheid voor een pand, perceel, straat (of deel daarvan) dan wel een andere ruimtelijke functionele structuur te waarborgen.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

63

Landelijk gebied, Lindeweg 6 te Emmeloord concept

Artikel 7

Algemene afwijkingsregels

Bij een omgevingsvergunning kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, worden afgeweken van: a. b. c.

d. e.

f.

de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen, percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages, met dien verstande dat dit niet geldt voor bijbehorende bouwwerken; de bestemmingsbepalingen en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast; de bestemmingsbepalingen voor het bouwen met een geringe mate van afwijking van de plaats en richting van de bestemmingsgrenzen indien dit noodzakelijk is in verband met afwijkingen of onnauwkeurigheden ten opzichte van de feitelijke situatie of in die gevallen waar een rationele verkaveling van de gronden een geringe afwijking vergt; de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte daarvan wordt vergroot tot niet meer dan 10 m; de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte van kunstwerken en zend-, ontvang- en/of sirenemasten, wordt vergroot tot niet meer dan 40 m; het bepaalde ten aanzien van de maximale (bouw)hoogte van gebouwen en toestaan dat de (bouw)hoogte ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers en lichtkappen, wordt vergroot mits: 1. de oppervlakte van de vergroting niet meer dan 10 m2 bedraagt; 2.

de totale hoogte niet meer dan 125 % van de toegestane (bouw)hoogte van het betreffende gebouw bedraagt.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

64

Landelijk gebied, Lindeweg 6 te Emmeloord concept

Artikel 8 8.1

Overige regels

Werking wettelijke regelingen

De wettelijke regelingen waarnaar in de regels van dit plan wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van dit plan.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

65

Landelijk gebied, Lindeweg 6 te Emmeloord concept

Hoofdstuk 4 Artikel 9 9.1

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken

Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. b.

9.2

gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. Afwijken

Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van lid 9.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 9.1 met maximaal 10%. 9.3

Uitzondering op het overgangsrecht bouwwerken

Lid 9.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 9.4

Overgangsrecht gebruik

Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 9.5

Strijdig gebruik

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 9.4, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omva ng wordt verkl eind. 9.6

Verboden gebruik

Indien het gebruik, bedoeld in 9.4, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 9.7

Uitzondering op het overgangsrecht gebruik

Lid 9.4 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

66

Landelijk gebied, Lindeweg 6 te Emmeloord concept

Artikel 10

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Lindeweg 6 te Emmeloord'.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

67

Landelijk gebied, Lindeweg 6 te Emmeloord concept

BJZ.nu Bestemmingsplannen

68

Landelijk gebied, Lindeweg 6 te Emmeloord concept

Bijlagen bij de regels

BJZ.nu Bestemmingsplannen

69

Landelijk gebied, Lindeweg 6 te Emmeloord concept

Bijlage 1

erfinrichtingsplan

BJZ.nu Bestemmingsplannen

70

Legenda Erfsingel behouden als bestaand, bij vervangen herstellen conform beplantingsplan Bebouwingsvrije ruimte Beplantingsplan: Bomen Carpinus Betulus Tila Cordata Quercus robur Acer campeste Alnus glutinosa Acer pseudopatanus Struiken Prunus Padus Euonymus europaea Rosa Canina Viburnum opuus Rhamnus Carthartica Cornus sanguinea Cornus Mas Ligustrum vulgare Corylus avallana

Hoogte in cm 60-100 80-100 80-120 60-100 80-100 80-100

Haagbeuk Winterlinde Eik Veldesdoorn Els Gewone esdoorn Vogelkers Kardinaalmuts Hondsroos Gelderse roos Wegedoorn Rode kornoelje Gele kornoelje Gewone liguster Hazelaar

Aandeel 4570 570 57 107 57 57 57 57 57

Hoogte in cm 50-80 50-80 60-100 50-80 50-80 60-100 50-80 50-80 60-100

Een erfsingel bestaat uit een struik- en een boomlaag. De mis aan soorten is hierboven vastgelegd. Er dient in vijf rijen te zijn geplant. De onderlinge erlin afstand van en in de rijen is maximaal 150 cm. Per 2,25 m2 wordt tenminste een boom/struik aangeplant. De erfinsingel dient minimaal 6 m breed te zijn, gemeten van hart boom/struik 1e rij tot hart boom/struik laatste rij.

Locatie: Lindeweg 6, 8305 AM Emmeloord Schaal: 1:500 Formaat: A3 Noordgericht

///7

7

Landelijk gebied, Lindeweg 6 te Emmeloord concept

Bijlage 2

Mogelijkheden bedrijfsmatige activiteiten aan huis

BJZ.nu Bestemmingsplannen

72

CM co h-~ CM CM CM CM CM CM CO CM CM CM CM LO LO co

co

CO

h"ft

LO

'

52241

CM

1

05 h-

64, 65, 66 164, 65, 66 1 41, 68 1 41, 68

'

1

CM CM CM CM CM

CO CO

h- h-

o o CM CM CO CO h- h-~ h- h- h-

1

h-

6096

CM

CM o co co h- O) O)

|9305

Kappersbed rijven en schoonheidsinstituter (Persoonlijke dienstverlening n.e.g

'

c '

CÛ

1

co O)

|

|

INDICES

CL CL CL CL CL

ŪNVlSdV 31S100B0 o O o O o o o o o o

8VVA39 o O o O o o o o o o o o

aimao o O o o o O o o o o o O o o

dOlS o o o o o o o o o o o o

yndD o o o o o o o o o o o o

10 D

CL

10 D

AFSTANDEN IN METERS amooaivo O CL CM

9602

Overige zakelijke dienstverlening: kantoren

İ0VERIG E DIENSTVERLENING

(Computerservice- en informatietechnologie-bureau's e.d |SPEUR- EN ONTW IKKELINGSW ERK (Maatschappij- en geesteswetenschappelijk onderzoel

(COM PUTERSERVICE- EN INFORMATIETECHNOLOGIE

|Verhuur van en handel in onroerend goec

IVERHUUR VAN EN HANDEL IN ONROEREND GOED

|Banken, verzekeringsbedrijven, beurzer

IFINANCIELE INSTELLINGEN EN VERZEKERINGSW EZEN

(Reisorganisaties

|Laad-, los- en overslagbedrijven t.b.v. zeeschepen

(DIENSTVERLENING T.B.V. HET VERVOER

OVERIGE ZA KELIJKE DIENSTVERLENING

' < ' < ' < '

63, 69tm71, 73, 74, 77, 78, 80tm82 63, 69tm71, 73, 74, 77, 78, 80tm82

' o

|65, 66, 67 |65, 66, 67

CM

|Reparatie t.b.v. particulieren (excl. auto's en motorfietsen

IDETAILHANDEL EN REPARATIE T.B.V. PARTICULIEREN

'

[952

|Uitgeverijen (kantoren' |Grafische afwerking |Reproduktiebedrijven opgenomen mediĉ

c

6311,1 [633

CO 5 lO LO

1814

jetuumu '

1

İUITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUKTIE VAN OPGENOMEN MEDIA

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2008/documents/33872