6.1 Ontwerpbestemmingsplan ‘Landelijk gebied, Lindeweg 6 te Emmeloord’.pdf
Tekst van het document
Landelijk gebied, Lindeweg 6 te Emmeloord
Landelijk gebied, Lindeweg 6 te Emmeloord concept
Inhoudsopgave
Toelichting
3
Bijlagen bij de toelichting
45
Bijlage 1
landschapstekening
46
Bijlage 2
Watertoetsresultaat
48
52
Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1 Arti kel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
53 53 56
Hoofdstuk 2 Arti kel 3 Arti kel 4
Bestemmingsregels Groen - Erfsingel Wonen - Voormalige agrarische erven
57 57 58
Hoofdstuk 3 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Arti kel 8
Algemene regels Anti-dubbeltel regel Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels
61 61 62 64 65
Hoofdstuk 4 Arti kel 9 Artikel 10
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Sl otregel
66 66 67
Bijlagen bij de regels
69
Bijlage 1
erfinrichtingsplan
70
Bijlage 2
Mogelijkheden bedrijfsmatige activiteiten aan huis
72
Bijlage 3
Parkeernota
74
BJZ.nu Bestemmingsplannen
2
Landelijk gebied, Lindeweg 6 te Emmeloord concept
Toelichting
BJZ.nu Bestemmingsplannen
3
4jį!flBJZ.nu m
ruimtelijke plannen en advies
Bestemmingsplan
Landelijk gebied, Lindeweg 6 te Emmeloord
Wijzigingsplannen Uw specialist in Bestemmingsplannen Rood voor Rood - Ruimte voor Ruimte
BJZ.nu - Ruimtelijke plannen en advies
November 2022
Status: Concept
Vestiging Almelo Twentepoort Oost 16a 7609 RG Almelo
Vestiging Zwolle Dr. van Wiechenweg 2 8025 BZ Zwolle
T 0546 454 466
E info@bjz.nu
Vestiging Utrecht Euclideslaan 265 3584 BV Utrecht
Bestemmingsplan Landelijk gebied, Lindenweg 6 te Emmeloord Concept
Bestemmingsplan "Landelijk gebied, LINDENWEG 6 TE EMMELOORD"
Plannaam:
Landelijk gebied, Lindeweg 6 te Emmeloord
Plantype:
Bestemmingsplan
IMRO-nummer: NL.IMRO.0171.BP00723-ON01 Status:
Concept
.fi
ÉBJZ.nu
m I
ruimtelijke plannen en advies
Vestiging Almelo Twentepoort Oost 16 7609 RG ALMELO T: E: I:
0546-45 44 66 info@bjz.nu www.bjz.nu
Vestiging Zwolle Dr. Van Wiechenweg 2 8025 BZ ZWOLLE
Vestiging Utrecht Euclideslaan 265 3584 BV UTRECHT
Bestemmingsplan Landelijk gebied, Lindenweg 6 te Emmeloord Concept
Toelichting
BJZ.nu Bestemmingsplannen
3
Bestemmingsplan Landelijk gebied, Lindenweg 6 te Emmeloord Concept
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding...........................................................................................5 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Aanleiding................................................................................................................................................ 5 Ligging van het plangebied........................................................................................................................5 De bij het plan behorende stukken..............................................................................................................5 Huidige planologische regime....................................................................................................................6 Leeswijzer................................................................................................................................................. 7
Hoofdstuk 2 Huidige situatie................................................................................8 2.1 2.2
Landschap en omgeving.............................................................................................................................8 Het plangebied.......................................................................................................................................... 8
Hoofdstuk 3 Gewenste situatie.......................................................................... 10 3.1 3.2
Planbeschrijving..................................................................................................................................... 10 VERKEER & PARKEREN................................................................................................................................. 11
Hoofdstuk 4 Beleidskader.................................................................................. 12 4.2 4.3
Provinciaal beleid................................................................................................................................... 13 Gemeentelijk beleid.................................................................................................................................. 17
Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten....................................................... 19 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9
Geluid (Wet geluidhinder).......................................................................................................................19 Bodemkwaliteit.......................................................................................................................................20 Luchtkwaliteit........................................................................................................................................20 Externe veiligheid....................................................................................................................................21 Milieuzonering.......................................................................................................................................23 Geur....................................................................................................................................................... 24 Ecologie.................................................................................................................................................. 25 Archeologie & Cultuurhistorie...............................................................................................................28 Besluit milieueffectrapportage...............................................................................................................28
Hoofdstuk 6 Wateraspecten...............................................................................31 6.1 6.2 6.3
Algemeen................................................................................................................................................31 Beleidskaders..........................................................................................................................................31 Waterparagraaf.....................................................................................................................................32
Hoofdstuk 7 Juridische aspecten en planverantwoording................................. 33 7.1 7.2 7.3
Inleiding.................................................................................................................................................. 33 Opzet van de regels.................................................................................................................................33 Verantwoording van de regels................................................................................................................34
Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid....................................................... 36 Hoofdstuk 9 Vooroverleg, inspraak en zienswijzen........................................... 37 9.1 9.2
Vooroverleg...........................................................................................................................................37 Zienswijzen..............................................................................................................................................37
Bijlagen bij de toelichting.................................................................................... 38 Bijlage 1 Bijlage 2
Landschapstekening........................................................................................................................39 Watertoetsresultaat......................................................................................................................40
BJZ.nu Bestemmingsplannen
4
Bestemmingsplan Landelijk gebied, Lindenweg 6 te Emmeloord Concept
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Aan de Lindeweg 6 te Emmeloord, gelegen in het buitengebied van de gemeente Noordoostpolder, bevindt zich een voormalig agrarisch erf. De agrarische bedrijfsactiviteiten ter plaatse zijn beëindigd en worden in de toekomst niet opnieuw hervat. Op het erf bevinden zich een voormalige agrarische bedrijfswoning, twee voormalige agrarische schuren en een tuinhuis. Het voornemen is om de gronden om te zetten in een woonbestemming, zodat de bedrijfswoning regulier bewoond kan worden. De overige bebouwing wordt in de nieuwe situatie gebruikt als bijgebouwen ten behoeve van de reguliere woning. Voorliggend plan voorziet in de gewenste juridisch-planologische kader ten behoeve van bovengenoemde omzettingssituatie. In dit plan zal worden aangetoond dat de herziening van het bestemmingsplan in overeenstemming is met een 'een goede ruimtelijke ordening' en vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is.
1.2
Ligging van het plangebied
Het plangebied ligt aan de Lindeweg 6, in het buitengebied van Emmeloord (gemeente Noordoostpolder). De kern Emmeloord bevindt zich op circa 1,2 kilometer afstand ten westen van het plangebied. De ligging van het plangebied ten opzichte van de kern Emmeloord (rode ster) en de directe omgeving (rode omlijning) wordt weergegeven in afbeelding 1.1.
Afbeelding 1.1
1.3
Ligging van het plangebied (Bron: PDOK, bewerkt)
De bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan "Landelijk gebied, Lindeweg 6 te Emmeloord" bestaat uit de volgende stukken: ^ ^
verbeelding (NL.IMRO.0171.BP00723-ON01) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen).
BJZ.nu Bestemmingsplannen
5
Bestemmingsplan Landelijk gebied, Lindenweg 6 te Emmeloord Concept
Op de verbeelding is de bestemming van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.
1.4
Huidige planologische regime
1.4.1
Algemeen
Het plangebied is gelegen binnen de begrenzing van de beheersverordening "Landelijk gebied", welke op 21 maart 2016 door de gemeenteraad is vastgesteld. Deze beheersverordening regelt in principe dat de planologische kaders zoals vervat in het voorheen geldende bestemmingsplan 'Landelijk gebied 2004' en wijzigingen daarop van kracht blijven, totdat een nieuw bestemmingsplan of omgevingsplan is vastgesteld. Het bestemmingsplan "Landelijk gebied 2004" is daarom het basisplan dat binnen het verordeningsgebied van toepassing is. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de plankaart van dit bestemmingsplan opgenomen. Het plangebied is daarbij indicatief aangegeven met een rode omlijning.
Afbeelding 1.2
1.4.2
Uitsnede plankaart “Landelijk gebied 2004" (Bron: 'www.Ruimtelijke plannen.nl')
Beschrijving bestemmingen en aanduiding
Op basis van de geldende beheersverordening zijn de gronden in het plangebied bestemd als 'Agrarisch gebied'. Gronden met deze bestemming zijn hoofdzakelijk bestemd voor agrarische bedrijvigheid in de vorm van een grondgebonden agrarisch bedrijf en een intensieve veehouderij, uitsluitend als tweede tak. Binnen p de plankaart aangegeven bebouwingsvlak mag uitsluitend de bij een agrarisch bedrijf behorende bebouwing worden gebouwd. Onder die bebouwing zijn begrepen kassen, ten hoogste één woning, zijnde de bedrijfswoning, en daarbij behorende bijgebouwen. Buiten het bebouwingsvlak mogen uitsluitend andere bouwwerken worden gebouwd, waaronder niet begrepen bouwwerken voor mestopslag, sleufsilo's en andere silo's of boogkassen.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
6
Bestemmingsplan Landelijk gebied, Lindenweg 6 te Emmeloord Concept 1.4.3
Strijdigheid
Op grond van het geldende bestemmingsplan is het niet toegestaan om gronden met de bestemming 'Agrarisch gebied' te gebruiken als woonerf. De agrarische bestemming wordt door middel van voorliggende bestemmingsplan herzien naar de bestemming 'Wonen - Voormalige agrarische erven'.
1.5
Leeswijzer
Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied gegeven. Hoofdstuk 3 betreft een beschrijving van de gewenste situatie. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie Flevoland en de gemeente Noordoostpolder beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsaspecten de revue. Hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten waaronder de watertoets. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid van het project. Hoofdstuk 9 gaat in op het vooroverleg en de inspraak.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
7
Bestemmingsplan Landelijk gebied, Lindenweg 6 te Emmeloord Concept
Hoofdstuk 2 2.1
Huidige situatie
Landschap en omgeving
De Noordoostpolder heeft een uniek landschap. De inrichting van de polder is na de drooglegging volledig gericht op de landbouw. Dit heeft een bijzonder landschap opgeleverd met een grootschalige opbouw en een grote mate van openheid. Dit landschap is nu circa 70 jaar oud en het concept van de oorspronkelijke inrichting is nog altijd herkenbaar aanwezig. Het ontwerp van de polder en de uniciteit van het landschap wordt internationaal hoog gewaardeerd. Kenmerkend voor het polderlandschap is het regelmatige kavelpatroon en de structuurbepalende beplantingselementen zoals de erfsingels en wegbeplanting. In de omgeving van het plangebied zijn de karakteristieke elementen voor het polderlandschap duidelijk herkenbaar. De rechtlijnige, lineaire structuren en de openheid zijn duidelijk zichtbaar in het landschap. In afbeelding 2.1 is een luchtfoto van de omgeving weergegeven, het plangebied is indicatief aangegeven met de rode ster.
Afbeelding 2.1
2.2
Luchtfoto ligging plangebied in de omgeving (Bron: PDOK)
Het plangebied
Het plangebied is gelegen binnen het agrarische perceel aan de Lindeweg 6 te Emmeloord. Het perceel is niet langer in gebruik ten behoeve van een agrarisch bedrijf. De directe omgeving van het plangebied bestaat voornamelijk uit agrarische gronden en agrarische bedrijfspercelen. Tegenover het plangebied liggen 3 arbeiderswoningen. Het voormalig agrarische bedrijfsperceel aan de Lindeweg 6 is omgeven door een forse groensingel die de bebouwing op het perceel aan het zicht onttrekt. Binnen de begrenzing van het plangebied zijn een bedrijfswoning en twee schuren en een tuinhuisje aanwezig. De gronden zijn gedeeltelijk voorzien van erfverharding, de rest van de gronden zijn in gebruik als tuin. In afbeelding 2.2 is een luchtfoto opgenomen van de huidige situatie in het plangebied. De rode contour betreft een indicatieve weergave van het plangebied.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
8
Bestemmingsplan Landelijk gebied, Lindenweg 6 te Emmeloord Concept
Afbeelding 2.2
Huidige situatie plangebied en directe omgeving (Bron: PDOK, bewerkt)
BJZ.nu Bestemmingsplannen
9
Bestemmingsplan Landelijk gebied, Lindenweg 6 te Emmeloord Concept
Hoofdstuk 3 3.1
Gewenste situatie
Planbeschrijving
Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de herziening van de bestemming 'Agrarisch gebied' naar 'Wonen Voormalige agrarische erven'. De bestaande boerderijwoning wordt in de nieuwe situatie gebruikt als reguliere woning. De schuren en tuinhuis worden vervolgens ingezet ten behoeve van de woonfunctie. Opgemerkt wordt dat dit bestemmingsplan enkel in een functiewijziging voorziet, zonder bijbehorende bouwwerkzaamheden. Fysiek vindt er wel iets plaats. De achter het erf gelegen agrarische gronden ontsluiten zich momenteel via het agrarisch erf. In de toekomstige situatie wordt de ontsluiting verlegd, waardoor de agrarische gronden direct ontsluiten op de Lindeweg. Om de landschappelijke inpassing te waarborgen is een beeldkwaliteitsplan opgesteld, zie bijlage 1. In afbeelding 3.1 is door middel van een uitsnede van het erfinrichtingsplan de gewenste situatie in het plangebied weergegeven. Dit erfinrichtingsplan is opgesteld ten behoeve van een goede landschappelijke inpassing van het plangebied en om het behoud en waar nodig herstel van de erfsingel te waarborgen. Lotwnoa Erfsingel behouden als bestaand, bij vervangen herstellen conform beplantingsplan Bebouwingsvnje ruimte
Beplantingsplan Bomen Carpinus Betulus Tila Cordata Quercus robur Acer campeste Alnus glutinosa Acer pseud opatanus
Haag beuk Winterlinde Eik Veldesdoorn Els Gewone esdoorn
Struiken Prunus Padus Euonymus europaea Rosa Canìna Viburnum opuus Rhamnus Carthartica Co mus sanguinea Co mus Mas Ligu strum vulgare Corylus avalla na
Vogelkers Kardinaalmuts Hondsroos Gelderse roos Wegedoom wegedoorn Rode kornoelje Gele kornoelje G ewon e I igu ster Hazelaar
Hoogte in cm 60-100 80-100 80-120 60-100 80-100 80-100 Aandeel 57u 57o 10Ŵ 57„ 57» 57o 57o
Hoogte in cm 50-80 50-80 60-100 50-80 50-80 60-100 50-80 50-80 60-100
Een erfsingel bestaat uit een struik- en een boomlaag. De mis aan soorten is hierboven vastgelegd. Er dient in vįf rijen te zijn geplant. De onderlinge afstand van en in de rijen is maximaal 150 cm. Per 2.25 m2 wordt tenminste een boom/struik aan geplant De erfinsingel dient minimaal 6 m breed te zijn. gemeten van hart boom/struik 1e rij tot hart boom/struk laatste rij.
Locatie: Lindeweg 6. 8305 AM Emmeloord Schaal: 1:500 Formaat: A3 Noordgericht
Afbeelding 3.1
Erfinrichtingstekening plangebied (Bron: BJZ.nu)
BJZ.nu Bestemmingsplannen
10
Bestemmingsplan Landelijk gebied, Lindenweg 6 te Emmeloord Concept
3.2
Verkeer & parkeren
3.2.1
Algemeen
Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de publicatie 'Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)' van het CROW. In de CROW publicatie wordt uitgegaan van minimale en maximale normen, dit is de brandbreedte. Bij de berekening van de parkeernormen wordt uitgegaan van het gemiddelde van de minimale en maximale norm. De gemeente Noordoostpolder heeft in 2016 het 'Parkeerbeleid Noordoostpolder' vastgesteld. De gemeente Noordoostpolder sluit qua parkeernormen aan bij de hiervoor genoemde CROW publicatie. De volgende uitgangspunten gelden voor het plangebied: ^ ^ ^ ^ ^
3.2.2
functie: wonen, koop, vrijstaand; verstedelijkingsgraad: weinig stedelijk Z gemeente Noordoostpolder (bron CBS Statline); stedelijke zone: buitengebied; parkeerbehoefte: 2,4 parkeerplaatsen per woning; verkeersgeneratie: 8,2 vervoersbewegingen per woning.
Situatie plangebied
In de gewenste situatie blijft het aantal woningen gelijk. Er bevindt zich in de gewenste situatie één vrijstaande woning in het plangebied. Al met al is dan ook sprake van een parkeerbehoefte van afgerond 3 parkeerplaatsen (1 * 2,4 parkeerplaatsen per woning). Hier is op het terrein voldoende ruimte voor aanwezig. Verwacht wordt dat het aantal verkeersbewegingen planologisch gezien af zal nemen, dit omdat de verkeersbewegingen behorend bij het op dit moment planologisch toegestane agrarisch bedrijf komen te vervallen. Gezien de afname van de verkeersgeneratie, de overzichtelijke en veilige ontsluiting van het erf en de capaciteit van de lindeweg wordt gesteld dat het voornemen met betrekking tot de verkeersgeneratie en parkeren geen belemmeringen oplevert.
3.2.3
Conclusie
Gelet op vorenstaande wordt geconcludeerd dat er vanuit verkeerskundig oogpunt geen bezwaren zijn tegen de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
11
Bestemmingsplan Landelijk gebied, Lindenweg 6 te Emmeloord Concept
Hoofdstuk 4
Beleidskader
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.
4.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving.
4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1.
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie
Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2.
Duurzaam economisch groeipotentieel
Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3.
Sterke en gezonde steden en regio's
Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4.
Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied
Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
12
Bestemmingsplan Landelijk gebied, Lindenweg 6 te Emmeloord Concept
4.1.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR (voorganger NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. stedelijke ontwikkeling: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'.
4.1.2
Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten van het rijksbeleid
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de NOVI. Wat de "Ladder voor duurzame verstedelijking" betreft is een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van belang. Hierin is uitgesproken dat met de realisatie van 11 woningen niet wordt voorzien in een woningbouwlocatie of andere stedelijk ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (ABRS 16 september 2015, 201501297/1/R4). Voorliggend bestemmingsplan voorziet niet in een toename van het aantal woningen, er wordt immers een bestaande bedrijfswoning omgezet in een reguliere woning. Gelet op de hiervoor genoemde uitspraak van de Afdeling is in voorliggend geval dan ook geen sprake van een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in het Besluit ruimtelijke ordening. Geconcludeerd wordt dat geen verdere toetsing plaats hoeft te vinden aan de "Ladder voor duurzame verstedelijking" en dat het initiatief voldoet aan het rijksbeleid.
4.2
Provinciaal beleid
4.2.1
Omgevingsvisie FlevolandStraks
4.2.1.1 Algemeen De Omgevingsvisie FlevolandStraks geeft de langetermijnvisie van de provincie Flevoland op de toekomst van dit gebied. Het gaat over de periode tot 2030 en verder. Het geeft aan welke kansen, opgaven en uitdagingen er voor Flevoland liggen. Er zijn drie kernopgaven: ^ ^ ^
Het Verhaal van Flevoland (fysieke omgeving), Krachtige Samenleving (sociaal-economische omgeving), Ruimte voor Initiatief (bestuurlijke omgeving).
Deze opgaven vormen de kern voor alle ontwikkelingen waar de provincie Flevoland bij betrokken is. Zowel voor de strategische opgaven uit de Omgevingsvisie, als andere vraagstukken van de provincie Flevoland. In de strategische opgaven staan de belangrijkste vraagstukken en ambities voor de toekomst beschreven. Het gaat om de volgende opgaven: ^
Duurzame Energie
BJZ.nu Bestemmingsplannen
13
Bestemmingsplan Landelijk gebied, Lindenweg 6 te Emmeloord Concept
^ ^ ^
Regionale Kracht Circulaire Economie Landbouw: Meerdere Smaken
4.2.1.2 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie FlevolandStraks De voorgenomen ontwikkeling gaat uit van het omzetten van een agrarische bestemming naar een woonbestemming, waardoor de bedrijfswoning te gebruiken wordt als reguliere woning. Karakteristieke elementen blijven behouden en worden versterkt, denk hierbij aan de erfsingel en de (bedrijfs)woning. Gelet op vorenstaande sluit het voornemen goed aan bij de uitgangspunten van de Omgevingsvisie FlevolandStraks (specifiek 'Het Verhaal van Flevoland'). 4.2.2
Omgevingsprogramma Provincie Flevoland
4.2.2.1 Algemeen Per 1 juli 2022 treedt de Omgevingswet in werking. Op dat moment moet elke provincie beschikken over een Omgevingsvisie, een of meer programma's en een Omgevingsverordening. Het op 27 februari 2019 door de Provinciale Staten van de provincie Flevoland vastgestelde Omgevingsprogramma Flevoland vindt haar grondslag dan ook in de Omgevingswet. Daarnaast is de grondslag te vinden in diverse vigerende wetten, zoals de Waterwet, de Wet milieubeheer, de Wet geluidhinder en de Wet natuurbescherming. Het Omgevingsprogramma omvat daarmee de op dit moment verplichte plannen: het milieubeleidsplan, het regionale waterplan en het verkeer- en vervoersplan. In 2017 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie FlevolandStraks vastgesteld. Hierin is in hoofdlijnen de strategische visie op de toekomst van Flevoland weergegeven. In dit (eerste) Omgevingsprogramma Flevoland is ervoor gekozen al het bestaande beleid voor de ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming of het behoud van de fysieke leefomgeving te bundelen in één programma dat digitaal beschikbaar is. Met de vaststelling van het Omgevingsprogramma is dan ook een groot aantal beleidsnota's komen te vervallen. Op deze wijze zijn de provinciale beleidskeuzes compact beschreven en is de samenhang tussen de verschillende beleidsterreinen het beste gewaarborgd.
De provincie streeft ernaar om dit programma jaarlijks te actualiseren en waar nodig aan te vullen met overig provinciaal beleid. Zo kunnen in volgende versies onderwerpen worden toegevoegd die betrekking hebben op bijvoorbeeld economisch of sociaal beleid. Ook kunnen programma's worden toegevoegd met een meer gebiedsgebonden of thematische aanpak. In voorliggend geval is met name hoofdstuk 1 'Ruimte' van het Omgevingsprogramma van belang.
4.2.2.2 Ruimte Algemeen
Het belangrijkste doel van de provincie is een goede woon-, werk- en leefomgeving in heel Flevoland. Daarbij moet verstedelijking worden ingepast in een hoogwaardig landschap en passen bij de gerealiseerde en de geplande infrastructuur. Aantrekkelijke woongebieden in een groen-blauwe omgeving maken Flevoland concurrerend met andere gebieden. Er is sprake van overloop uit de drukke, dure Randstad naar een ruimer, goedkoper Flevoland (push factor). Ook kiezen mensen bewust voor het attractieve woonmilieu van Flevoland (pull factor). De provincie wil verdere grootschalige ontwikkelingen mogelijk maken en deze deels zelf ter hand nemen, samen met partners. De provincie is bereid om ruimte te reserveren voor functies waarvoor in omliggende regio's onvoldoende ruimte is. De voorwaarde daarvoor is een evenwichtige ontwikkeling. Samen met partners binnen en buiten het gebied biedt de provincie zicht op oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken, die het tempo van de ruimtelijke ontwikkelingen in Flevoland met zich meebrengt. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om achterblijvende bereikbaarheid, voorzieningenniveau en werkgelegenheid.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
14
Bestemmingsplan Landelijk gebied, Lindenweg 6 te Emmeloord Concept Landelijk gebied
Het plangebied maakt binnen het thema 'Ruimte' onderdeel uit van het 'Landelijk gebied' zoals hieronder is te zien in afbeelding 4.1.
De provincie wil de vitaliteit van het landelijk gebied vergroten en de gebruiksmogelijkheden ervan meer afstemmen op de maatschappelijke behoeften. Het landelijk gebied moet vitaal blijven. Ook in Flevoland is sprake van verdergaande schaalvergroting en herstructurering van de landbouw. De provincie wil agrarische bedrijvigheid die zich in de eerste plaats richt op duurzame productie en verwerking van landbouwproducten optimale ontwikkelingskansen geven. Bovendien wil de provincie ruimte bieden aan nieuwe functies in het landelijk gebied om het economisch draagvlak te verbreden en deze te verweven met de bestaande landbouwfunctie. In de beleidsregel kleinschalige ontwikkelingen in het landelijk gebied zijn de voorwaarden en maatvoering concreter uitgewerkt. Verder moet er voldaan worden aan een goede ruimtelijke ordening, waaronder een landschappelijke inpassing en een goede verkeersafwikkeling. De komende jaren wordt een forse leegstand van agrarische bedrijfslocaties verwacht. Door de schaalvergroting in de landbouw komen veel agrarische bouwpercelen vrij. In Flevoland is tussen nu en 2030 sprake van 400 tot 600 bedrijfsbeëindigingen. Recente berekeningen van Alterra laten zien dat er tot 2030 naar verwachting in Flevoland zo'n 1,3 miljoen vierkante meter agrarische bebouwing beschikbaar komt: in totaal een grotere oppervlakte dan de nu leegstaande kantoren.
Zo'n 70% hiervan bevindt zich in de gemeente Noordoostpolder. Door ruimte te bieden voor invulling van vrijkomende agrarische bebouwing wil de provincie de unieke structuur van Flevoland behouden. De vrijgekomen boerderijwoningen kunnen worden gebruikt voor algemene bewoning, waarbij wordt uitgegaan van één woning per (voormalig) agrarisch bouwperceel. Om het economisch draagvlak te verbreden wil de provincie ruimte bieden aan nieuwe functies in het landelijk gebied en deze verweven met de bestaande landbouwfunctie. Vestiging van activiteiten die bij uitstek thuishoren op een bedrijventerrein of aansluitend aan het bebouwde gebied worden in principe niet toegestaan. De activiteiten moeten in principe kleinschalig van karakter zijn. De bebouwingsmogelijkheden dienen hierop te zijn afgestemd. Effecten die milieu hygiënisch, landschappelijk en verkeerskundig (veiligheid en verkeersaantrekkende werking) ongewenst zijn, moeten worden voorkomen. Zo mogen nieuwe functies de landschappelijke en cultuurhistorische kern- en basiskwaliteiten van het gebied niet aantasten. De provincie ziet erop toe dat de mogelijkheden van verstedelijking in het landelijk gebied afdoende gemotiveerd zijn boven het gebruik maken van mogelijkheden in het stedelijk gebied. Zo ziet de provincie ook toe op een goede omgang met de Ladder voor duurzame verstedelijking van het Rijk.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
15
Bestemmingsplan Landelijk gebied, Lindenweg 6 te Emmeloord Concept
4.2.2.3 Toetsing van het initiatief aan het 'Omgevingsprogramma Provincie Flevoland' In voorliggend geval is sprake van een kleinschalige ontwikkeling in de vorm van een functiewijziging van agrarisch naar wonen. De 'oorspronkelijke bebouwing' zal worden gebruikt voor bewoning. De bestaande erfbeplanting blijft behouden en wordt versterkt, zoals vastgelegd middels een erfinrichtingsplan (zoals weergegeven in bijlage 1 bij deze toelichting). Er is sprake van een planologische afname van de verkeersbewegingen vanwege de beëindiging van de agrarische bedrijfsmogelijkheden. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling wordt de leegstand van agrarische bedrijfsbebouwing tegengegaan. De bestaande woning wordt regulier bewoond en de schuren worden ingericht ten behoeve van de woonfunctie. Op basis van het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling in lijn is met het 'Omgevingsprogramma Provincie Flevoland'.
4.2.3
Omgevingsverordening Provincie Flevoland
4.2.3.1 Algemeen In de Omgevingsverordening van provincie Flevoland zijn alle regels vastgelegd die de provincie hanteert op het gebied van onder andere wegen, water, milieu, bodem, natuur, wonen en ruimte. Dit kunnen zowel regels zijn voor burgers of bedrijven als (instructie-)regels voor andere overheden.
4.2.3.2 Relevante artikelen In geval van voorgenomen ontwikkeling is met name artikel 7.5 van de omgevingsverordening van belang. Artikel 7.5 (Bescherming) - Natuurnetwerk Nederland 1.
2.
Een ruimtelijk plan of besluit, voor zover het betrekking heeft op een gebied binnen of nabij de aangewezen het Natuurnetwerk Nederland: a. strekt mede tot bescherming, instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van dat gebied; b. maakt activiteiten alleen mogelijk als die ten opzichte van het ten tijde van de inwerkingtreding van deze titel van de verordening geldende bestemmingsplan, mits die per saldo niet leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, of tot een significante vermindering van de oppervlakte van die gebieden, of van de samenhang tussen die gebieden. Voor zover een bestemmingsplan strijdig is met de bescherming en de mogelijkheden bedoeld in het eerste lid stelt de gemeenteraad binnen drie jaar na het inwerkingtreden van deze titel dat plan opnieuw vast met inachtneming van de bepalingen in het eerste lid.
4.2.3.3 Toetsing van het initiatief aan Artikel 7.5 van de Omgevingsverordening De locatie waar voorgenomen ontwikkeling betrekking of heeft ligt op minimaal 2,2 kilometer afstand van gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland (NNN) behoren. Zoals aangegeven in paragraaf 5.7.2.3 worden er, gelet op de afstand tot het NNN en de aard en omvang van de ontwikkeling, waarbij planologisch gezien sprake is van het wegbestemmen van een agrarisch bedrijf, geen negatieve effecten verwacht op de gebieden die behoren tot het NNN. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in lijn is met artikel 7.5 van de Omgevingsverordening Flevoland.
4.2.4
Beleidsregel Kleinschalige ontwikkelingen in het landelijk gebied 2008
4.2.4.1 Algemeen De 'Beleidsregel Kleinschalige ontwikkelingen in het landelijk gebied 2008' is inhoudelijk een voortzetting van de beleidsregel 'Kleinschalige ontwikkelingen in het landelijke gebied 2007' maar is procedureel aangepast aan
BJZ.nu Bestemmingsplannen
16
Bestemmingsplan Landelijk gebied, Lindenweg 6 te Emmeloord Concept
de Wro, die op 1 juli 2008 van kracht is geworden. Deze beleidsregel geeft aan op welke wijze de provincie omgaat met de uitgangspunten zoals die in het Omgevingsplan Flevoland 2006 zijn geformuleerd met betrekking tot kleinschalige ontwikkelingen in het landelijk gebied. De provincie wil verdere ontwikkeling van de landbouw stimuleren zodat het landelijk gebied vitaal en duurzaam blijft. Zij vindt het daarom van belang meer ruimte te bieden aan nieuwe agrarisch aanverwante (maar ook niet-agrarische functies) en de mogelijkheid te bieden om (voormalige) agrarische bouwpercelen te vergroten. Dit mag er dan uiteraard niet toe leiden dat de reeds in het landelijk gebied aanwezige functies gehinderd worden, noch dat het landelijk gebied verstedelijkt. De van belang zijnde inhoudelijke afwegingen zijn hierna weergegeven: ^
^ ^ ^ ^
^
Niet-agrarische en/of agrarisch aanverwante activiteiten op (voormalige) agrarische bouwpercelen zijn mogelijk, tenzij belemmeringen en hinder ontstaan voor het functioneren van de naastgelegen (agrarische) bedrijven en/of activiteiten, zoals wonen en recreëren. Indien nodig en mogelijk zal dit nader worden geregeld in een (milieu)vergunning. Voorkomen van verstedelijking landelijk gebied. Per (voormalig) agrarisch bouwperceel wordt uitgegaan van één woning. Vrijgekomen boerderijwoningen kunnen worden gebruikt voor algemene bewoning. Landschappelijke inpassing. Vergroting van de (voormalige) agrarische bouwpercelen dan wel de ontwikkeling van niet-agrarische en/of agrarisch aanverwante activiteiten op (voormalige) agrarische bouwpercelen zijn mogelijk, tenzij dit leidt tot knelpunten of onveilige situaties in de verkeersafwikkeling . Er wordt naar gestreefd, dat recreatieve en/of toeristische activiteiten en andere publiek aantrekkende activiteiten goed bereikbaar zijn met openbaar vervoer en fiets.
4.2.4.2 Toetsing van het initiatief aan de 'Beleidsregel Kleinschalige ontwikkelingen in het landelijke gebied 2008’ In voorliggend geval is sprake van een kleinschalige ontwikkeling in de vorm van een functiewijziging van agrarisch naar wonen, waarbij de vrijkomende boerderijwoning wordt gebruikt als reguliere woning. De bestaande erfbeplanting blijft behouden en wordt versterkt, dit is vastgelegd middels een erfinrichtingsplan (zoals weergegeven in bijlage 1 bij deze toelichting). Er is sprake van een afname van de verkeersbewegingen, gezien de beëindiging van planologische mogelijkheden voor agrarische bedrijvigheid. De beleidsregel kleinschalige ontwikkelingen in het landelijk gebied schept een kader voor de toekomst van het landelijk gebied in Flevoland. De voorgenomen ontwikkeling aan de Lindeweg 6 voldoet in alle aspecten binnen de beleidsregel.
4.3
Gemeentelijk beleid
4.3.1
Structuurvisie Noordoostpolder 2025
4.3.1.1 Algemeen De Structuurvisie Noordoostpolder 2025 is in december 2013 vastgesteld door de gemeenteraad. De Structuurvisie is een integrale ruimtelijke visie, die de huidige en gewenste waarden en kwaliteiten beschrijft. De visie heeft als doel de verschillende belangen, zoals voor het landschap, de kernen en de gemeenschap, zorgvuldig af te wegen. En hieruit een integrale ontwikkelingsrichting te bepalen voor de periode tot 2025. De Structuurvisie Noordoostpolder 2025 is vooral gericht op behoud en verbetering van de bestaande ruimtelijke, economische en sociale kwaliteiten en daarmee op het versterken van het landschap en leefbaarheid in de gemeente Noordoostpolder. De Structuurvisie is een document voor de langere termijn. Daarom kent de Structuurvisie Noordoostpolder 2025 een zekere mate van globaliteit en abstractie. De visie vormt de basis voor het toekomstig beleid, ter uitwerking van de structuurvisie zijn gebiedsvisies, masterplannen,
BJZ.nu Bestemmingsplannen
17
Bestemmingsplan Landelijk gebied, Lindenweg 6 te Emmeloord Concept
uitwerkingsplannen, bestemmingsplannen en beleidsplannen nodig om concrete (plan)ontwikkelingen in gang te zetten.
4.3.1.2 Ambitie Bevolking en wonen De gemeente Noordoostpolder streeft naar een aantrekkelijke, uitnodigende fysieke woon- en leefomgeving en daarbij richt de gemeente zich vooral op (tijdelijke) inwoners van de gemeente Noordoostpolder. De gemeente zet in op een afwisselend woningaanbod en voegen bijzondere woonmilieus toe, zoals in de Wellerwaard. De aandacht verschuift van kwantiteit (veel bouwen) naar kwaliteit (dat wat er al is behouden, verbeteren en/of transformeren). Er zijn mogelijkheden voor het realiseren van landgoederen en wonen in vrijkomende agrarische bebouwing: Wonen op vrijkomende agrarische erven Jaarlijks komen er tien tot twintig agrarische erven vrij door schaalvergroting (grond wordt verkocht, maar het erf blijft bestaan). Om de erven een andere invulling te kunnen geven, wil de gemeente de woonfunctie toestaan onder de voorwaarden dat: 1. 2. 3.
4. 5.
het woonerf wordt teruggebracht naar de oorspronkelijke omvang en schuren buiten het erf worden gesloopt; de erfsingel wordt behouden, dan wel opnieuw aangeplant; er maximaal vier woningen per erf worden gebouwd in maximaal drie bouwvolumes; dit kan door te wonen in de huidige bebouwing maar ook door 'rood voor rood' (nieuwbouw in ruil voor sloop van bestaande gebouwen) het woonmilieu/woningtype niet concurreert met woningen in de dorpen er geen negatieve effecten optreden voor omliggende bedrijven; bedrijven mogen niet in hun bedrijfsvoering worden beperkt.
4.3.1.3 Toetsing van het initiatief aan de 'Structuurvisie Noordoostpolder 2025' In voorliggend geval is sprake van een functiewijziging van 'Agrarisch gebied' naar 'Wonen', waardoor de bedrijfswoning wordt omgezet tot reguliere woning. Uit een nadere toetsing aan de bovengenoemde voorwaarden wordt geconcludeerd dat: ad 1.
ad 2.
ad 3. ad 4. ad 5.
het woonerf heeft reeds de 'oorspronkelijke omvang'. Er bevinden zich geen schuren buiten het erf. Tevens blijkt uit kaarten van Topotijdreis dat de omvang van het huidige erf gelijk is aan de historische omvang. de erfsingel rondom het plangebied blijft intact, zodat het kenmerkende 'groene eiland' gehandhaafd blijft en waar nodig extra aangeplant wordt. In het bestemmingsplan wordt hiervoor een voorwaardelijke verplichting opgenomen gekoppeld aan het erfinrichtingsplan (bijlage 1). er wordt slechts één woning toegestaan in huidige 'oorspronkelijke' bedrijfswoning. Netto komt er geen woning bij, in de kernen is het niet mogelijk een vergelijkbare woning te realiseren. Daarmee concurreert het woonmilieu en het woningtype niet met woningen in dorpen. uit paragraaf 5.5 (milieuzonering) blijkt dat omliggende (agrarische) bedrijven als gevolg van voorliggende ontwikkeling niet in hun bedrijfsvoering worden belemmerd.
Op basis van het vorenstaande is dit plan in overeenstemming met de uitgangspunten zoals verwoord in de 'Structuurvisie Noordoostpolder 2025'.
4.3.2
Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid
Gelet op vorenstaande wordt geconcludeerd dat voorliggend initiatief past binnen de gemeentelijke beleidskaders.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
18
Bestemmingsplan Landelijk gebied, Lindenweg 6 te Emmeloord Concept
Hoofdstuk 5
Milieu- en omgevingsaspecten
5.1
Geluid (Wet geluidhinder)
5.1.1
Algemeen
De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidsnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidsniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan, indien het plan een geluidsgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeursgrenswaarde bij geluidsgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen. De functie 'wonen' is aan te merken als een geluidsgevoelige functie.
5.1.2
Situatie plangebied
De geplande woning wordt op basis van de Wgh aangemerkt als een geluidsgevoelig object. Hierna wordt achtereenvolgens ingegaan op de aspecten weg- en railverkeerslawaai en industrielawaai als bedoeld in de Wgh.
5.1.2.1 Industrielawaai In de omgeving van het plangebied is geen gezoneerd bedrijventerrein, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, aanwezig. Het aspect industrielawaai is niet van toepassing. Wat betreft de invloed van individuele bedrijven op de nieuwe woning wordt verwezen naar paragraaf 5.5 (milieuzonering).
5.1.2.2 Railverkeerslawaai Railverkeerslawaai wordt in dit geval buiten beschouwing gelaten omdat de dichtstbijzijnde spoorlijn op zeer ruime afstand van het plangebied is gelegen.
5.1.2.3 Wegverkeerslawaai Het plangebied ligt binnen de wettelijke geluidszones van de Lindeweg (80 km/uur). Het plangebied ligt niet binnen de wettelijke geluidszone van overige wegen en er zijn in de directe omgeving van het plangebied geen overige wegen gelegen die in het kader van voorliggend onderzoek relevant worden geacht. De Lindeweg kent op basis van de maximaal toegestane snelheid een wettelijke geluidszone, echter betreft voorliggende weg een vrij rustige weg met een relatief lage verkeersgeneratie. Hinder van deze weg wordt hierom niet verwacht. In voorgenomen ontwikkeling wordt een bedrijfswoning omgezet tot reguliere woning, er mag ter plaatse al gewoond worden, gesteld wordt dat de gewenste situatie geen afbreuk doet ten opzichte van de bestaande situatie. Tot slot wordt opgemerkt dat de ontsluiting van het naastgelegen agrarisch erf verplaatst. Landbouwvoertuigen die nu over het erf rijden, langs de woning, rijden in de nieuwe situatie direct de lindeweg op en blijven dus op grotere afstand van de woningen. Gesteld wordt dat voorgenomen ontwikkeling een verbetering oplevert ten aanzien van het aspect wegverkeerslawaai. Gelet op vorenstaande is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de te realiseren woning.
5.1.3
Conclusie
De Wet geluidhinder vormt in voorliggend geval geen belemmering. BJZ.nu Bestemmingsplannen
19
Bestemmingsplan Landelijk gebied, Lindenweg 6 te Emmeloord Concept
5.2
Bodemkwaliteit
5.2.1
Algemeen
Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd.
5.2.2
Situatie plangebied
Qua bodemkwaliteit wordt gesteld dat voorliggend initiatief geen nieuwe milieugevoelige functie mogelijk maakt. Er wordt immers al gewoond ter plaatse van de woning. Tevens vinden er in voorliggend plan geen bodemingrepen plaats, de bestaande bebouwing wordt gehandhaafd en opnieuw ingezet voor een vervolgfunctie.
5.2.3
Conclusie
Uit milieukundig oogpunt is geen bezwaar tegen de voorgenomen bestemmingsplanwijziging. De bodem wordt geschikt geacht voor het toekomstige gebruik (wonen en tuin).
5.3
Luchtkwaliteit
5.3.1
Beoordelingskader
Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: ^ ^
Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen).
5.3.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: ^ ^ ^
woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.
Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
20
Bestemmingsplan Landelijk gebied, Lindenweg 6 te Emmeloord Concept
5.3.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig.
5.3.2
Situatie plangebied
In subparagraaf 5.3.1.1 worden voorbeelden aangegeven die aangemerkt worden een project dat 'niet in betekenende mate bijdraagt' aan luchtverontreiniging. Aangezien in voorliggend geval wordt slechts één woning omgezet. Op basis hiervan is dit plan aan te merken als een project dat 'niet in betekenende mate bijdraagt' aan luchtverontreiniging. Tot slot wordt geconcludeerd dat deze ontwikkeling niet wordt aangemerkt als een gevoelige bestemming in het kader het Besluit gevoelige bestemmingen.
5.3.3
Conclusie
Gezien het vorenstaande vormt het aspect luchtkwaliteit geen belemmering voor de uitvoering van dit bestemmingsplan.
5.4
Externe veiligheid
5.4.1
Algemeen
Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: ^ ^ ^ ^ ^
het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit.
Voor vervoer van gevaarlijke stoffen geldt de 'Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen' (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: ^ ^ ^
het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); de Regeling basisnet; de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied).
Voor het transport van gevaarlijke stoffen per buisleiding geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te
BJZ.nu Bestemmingsplannen
21
Bestemmingsplan Landelijk gebied, Lindenweg 6 te Emmeloord Concept
beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico.
5.4.2
Situatie in en bij het plangebied
Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. In de volgende afbeelding is een uitsnede van de Risicokaart met betrekking tot het plangebied (aangegeven met de blauwe contour) en de omgeving weergegeven.
Afbeelding 5.1
Uitsnede Risicokaart (Bron: www.risicokaart. nl)
Uit de inventarisatie blijkt dat de locatie: ^ ^ ^ ^
zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen dan wel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); zich niet bevindt in een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen.
Gelet op de afstand tot dichtstbijzijnde risicobronnen en het feit dat er in voorliggend geval het aantal huishoudens niet toeneemt vormt het milieu aspect externe veiligheid geen problemen voor voorliggende ontwikkeling. Daarnaast houdt de agrarische functie ter plaatse van het plangebied op. De risicobronnen ter plaatse van het plangebied vervallen, waardoor het risico ter plaatse van de woning afneemt.
5.4.3
Conclusie
Een en ander brengt met zich mee dat het project in overeenstemming is met wet- en regelgeving ter zake van externe veiligheid.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
22
Bestemmingsplan Landelijk gebied, Lindenweg 6 te Emmeloord Concept
5.5
Milieuzonering
5.5.1
Algemeen
Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De VNG-uitgave gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is. Hoewel de richtafstanden in 'Bedrijven en milieuzonering' indicatief zijn, worden deze afstanden wel als harde eis gezien door de Raad van State bij de beoordeling of bedrijven op een passende afstand van woningen worden gesitueerd.
5.5.2
Gebiedstypen
In de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' is een tweetal gebiedstypen onderscheiden; 'rustige woonwijk' en 'gemengd gebied'. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. Het omgevingstype 'gemengd gebied' wordt in de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' omschreven als een gebied met een matige tot sterke functiemenging waarbij bijvoorbeeld direct naast woningen andere functies voor kunnen komen zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Voorliggende locatie kan worden aangemerkt als een 'rustige woonwijk'. In onderstaande tabel zijn de richtafstanden voor zowel het omgevingstype rustige woonwijk als het gemengd gebied weergegeven. Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6
5.5.3
Richtafstanden tot omgevingstype rustige woonwijk 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m
Richtafstanden tot omgevingstype gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m
Situatie plangebied
5.5.3.1 Algemeen Aan de hand van vorenstaande regeling is onderzoek verricht naar de feitelijke situatie. VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' geeft een eerste inzicht in de milieuhinder van inrichtingen. Hierbij spelen twee vragen een rol: 1. 2.
past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking).
BJZ.nu Bestemmingsplannen
23
Bestemmingsplan Landelijk gebied, Lindenweg 6 te Emmeloord Concept
5.5.3.2 Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ontwikkeling. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast of de realisatie van het plan leidt tot hinder of belemmeringen voor de bedrijven in de omgeving. Dit plan voorziet in de functiewijziging van agrarisch naar wonen. Wonen betreft, in tegenstelling tot een agrarisch bedrijf, een niet-milieubelastende functie voor de omgeving. Er is geen sprake van een aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden.
5.5.3.3 Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de nieuwe functies binnen het plangebied hinder ondervinden van bestaande functies in de omgeving. Zoals aangegeven wordt de bestemming gewijzigd van de agrarische bestemming naar een woonbestemming. De functie wonen is aan te merken als milieugevoelige functie. Bij het omzetten van een agrarische bestemming naar een woonbestemming moet in het kader van milieuzonering gekeken worden naar de afstand tussen de woning en de naastgelegen belastende bestemmingen. Hierbij moet niet uitgegaan worden van de feitelijke situatie maar van de maximale planologische mogelijkheden op de naastgelegen percelen. In voorliggend geval wordt de woonfunctie ter plaatse van de bedrijfswoning gehandhaafd. De bedrijfswoning wordt omgezet tot reguliere woning. De agrarische bebouwing waartoe de bedrijfswoning aan toebehoorde wordt eveneens omgezet in een woonfunctie. Gesteld wordt dat ten aanzien van externe werking geen wijzigingen plaatsvinden. Gelet op bovenstaande kan worden uitgegaan dat ter plaatse van het plangebied sprake zal zijn van een goed woon- en leefklimaat. Omgekeerd worden omliggende functies niet gehinderd in hun bedrijfsvoering.
5.5.4
Conclusie
Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.
5.6
Geur
5.6.1
Wet geurhinder en veehouderij
De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor inrichtingen, als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. De Wgv stelt één landsdekkend beoordelingskader met een indeling in twee categorieën. Voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Voor de andere diercategorie is die waarde een wettelijke vastgestelde afstand die ten minste moet worden aangehouden. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) dient voor diercategorieën, waarvoor per dier geen geuremissie is vastgesteld (bijvoorbeeld melkkoeien) en een geurgevoelig object de volgende afstanden aangehouden te worden: ^ ^
ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen, en ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen.
Voor diercategorieën waarvoor in de Wgv een geuremissie per dier is vastgesteld geldt dat de geurbelasting op geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom niet meer dan 2 odour units per kubieke meter lucht mag bedragen. Voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom mag deze niet meer bedragen dan 8 odour units per kubieke meter lucht.