6.1 Ontwerpbestemmingsplan 'Landelijk gebied, Bomenweg 6 te Emmeloord'.pdf
Tekst van het document
een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.
Gezien de drempelwaarden kan worden geconcludeerd dat in geval van voorliggend project geen sprake is van een m.e.r.-beoordelingsplicht. Echter, zoals ook in het voorgaande aangegeven, dient ook wanneer ontwikkelingen onder drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er van te vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben. Indien de mogelijkheden van dit project worden vergeleken met de drempelwaarden uit onderdeel D van het Besluit m.e.r. kan worden geconcludeerd dat er sprake is van een wezenlijk ander schaalniveau en een activiteit die vele malen kleinschaliger is. Van een m.e.r.-plichtig stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r. is dan ook geen sprake. Eén en ander is tevens bevestigd in de in dit hoofdstuk en bod gekomen milieu- en omgevingsaspecten en de daarvoor, indien van toepassing, uitgevoerde onderzoeken.
5.9.3
Conclusie
Dit project is niet m.e.r.-plichtig omdat het geen stedelijk ontwikkelingsproject betreft. Tevens zijn geen nadelige milieugevolgen te verwachten als gevolg van de voorliggend project.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
39
Bestemmingsplan Landelijk gebied, Bomenweg 6 te Emmeloord Ontwerp
Hoofdstuk 6 6.1
Wateraspecten
Algemeen
In het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) wordt er gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater).
6.2
Beleidskaders
6.2.1
Europees beleid
De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Eventueel kan er, mits goed onderbouwd, uitstel (derogatie) verleend worden tot uiteindelijk 2027. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Vooral de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald.
6.2.2
Rijksbeleid
Het Rijksbeleid op het gebied van het waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Waterplan (NWP) 2016-2021 (vastgesteld 17 december 2015). Met de vaststelling van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is het NWP 2016 2021 op enkele onderdelen gewijzigd. Tezamen geven beide documenten op hoofdlijnen de ambities weer van het Rijk ten aanzien van het nationale waterbeleid en het daaraan gerelateerde ruimtelijke beleid. De belangrijkste ambities richten zich op waterveiligheid, zoetwater en waterkwaliteit. Maar ook de Deltabeslissingen en enkele waterafhankelijke thema's als natuur en duurzame energie hebben in het plan een plek gekregen. De doorwerking van de beleidsambities/uitgangspunten naar lagere overheden is geregeld in het Bestuursakkoord Water (2011) en de Waterwet (2009). In relatie tot de NOVI wordt de doorwerking geregeld in de Omgevingswet.
6.2.3
Stroomgebiedsvisie Flevoland (2003)
De Noordoostpolder is gelegen binnen het plangebied van de stroomgebiedsvisie Flevoland. In de watervisie voor 2015 wordt het plangebied aangeduid als een gebied met een vitaal watersysteem. Voor de gemeente Noordoostpolder zijn de wateropgaven onderverdeeld in een aantal generieke maatregelen en in de resterende wateropgave. De generieke maatregelen houden onder andere in: ^ ^ ^
afvoerblokkering in natuurgebieden; vasthouden van water in natuurgebieden en landbouwgebied; realisatie van duurzame oevers.
Oplossingsrichtingen voor de resterende wateropgave zijn onder andere bergen in open water en efficiënt uitmalen.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
40
Bestemmingsplan Landelijk gebied, Bomenweg 6 te Emmeloord Ontwerp
6.3
Waterparagraaf
6.2.1
Algemeen
Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater).
6.2.2
Watertoetsproces
De beantwoording van de vragen van de digitale watertoets heeft ertoe geleid dat een 'korte procedure' in het kader van de watertoets van toepassing is. De gewenste ontwikkeling heeft beperkte gevolgen voor de waterhuishouding en waterstaatswerken. Het beleidsthema Schoon water is van toepassing. De waterparagraaf dient de relevante streefbeelden, uitgangspunten en randvoorwaarden te beschrijven, aangevuld met een concrete uitwerking van de gevolgen voor de waterhuishouding. Hieronder worden de waterhuishoudkundige aspecten voor het plangebied beschreven. Met inachtneming van deze uitgangspunten geeft het waterschap Zuiderzeeland een positief wateradvies.
6.2.3
Waterhuishoudkundige aspecten
Wateroverlast Het plangebied ligt in landelijk gebied. De netto toename van verharding is kleiner dan 2.500 m2. Naar verwachting is er geen sprake van toename van verharding, aangezien de nieuwe woning in de plaats voor de te slopen koelschuur wordt gebouwd. Er is dan ook geen sprake van een toename van verharding, waardoor geen compensatieopgave bestaat. Schoon water Er worden, voor zover bekend, bij de bouw van de woning geen uitlogende (bouw)materialen toegepast. Op dit moment wordt het huishoudelijk afvalwater van de woning gezuiverd via een te kleine septic tank waarvoor ontheffing is verleend. Omdat het een te kleine septic tank betreft is het niet toegestaan om meer of nieuw afvalwater aan te sluiten op de septic tank. Geadviseerd wordt om voor de nieuwe en bestaande lozingen één nieuwe zuiveringsvoorziening te realiseren en de te kleine septic tank te verwijderen. Ook als een aparte zuiveringsvoorziening wordt aangelegd is hiervoor een melding nodig. Bij een aparte zuiveringsvoorziening: een lozing tot 6 vervuilingseenheden dient gezuiverd te worden middels een septic tank van 6 m3 of een gelijkwaardige voorziening.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
41
Bestemmingsplan Landelijk gebied, Bomenweg 6 te Emmeloord Ontwerp
Hoofdstuk 7 7.1
Juridische aspecten en planverantwoording
Inleiding
In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is.
7.2
Opzet van de regels
7.2.1
Algemeen
In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1 inleidende regels; 2 bestemmingsregels; 3 algemene regels; 4 overgangs- en slotregels.
7.2.2
Inleidende regels
Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: ^
begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd.
^
Wijze van meten (Artikel 2) Dit artikel geeft op een eenduidige manier aan op welke wijze afstanden, dakhellingen en oppervlakten moeten worden gemeten en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
42
Bestemmingsplan Landelijk gebied, Bomenweg 6 te Emmeloord Ontwerp
7.2.3
Bestemmingsregels
Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemming. De regels zijn onderverdeeld in: ^
Bestemmingsomschrijving Hierin is de omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan binnen deze bestemming opgenomen. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies.
^
Bouwregels In deze regels zijn eisen opgenomen waaraan de binnen de bestemming voorkomende bebouwing moet voldoen. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd is hierin vastgelegd.
7.2.4
Algemene regels
Hoofstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: ^
Anti-dubbeltelregel (Artikel 5) Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich bijvoorbeeld voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage.
^
Algemene gebruiksregels (Artikel 6) In dit artikel staat beschreven welk gebruik van gronden en bouwwerken in elk geval strijdig zijn met het bestemmingsplan.
^
Algemene afwijkingsregels (Artikel 7) In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken.
^
Overige regels (Artikel 8) In dit artikel is een regel opgenomen ten aanzien van de inwerkingtreding van de wettelijke regels die zijn vastgelegd in het bestemmingsplan.
7.2.5
Overgangs- en slotregels
In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregel wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.
7.3
Verantwoording van de regels
Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. Hierbij zullen de bestemmingen in dezelfde volgorde als in de regels worden behandeld.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
43
Bestemmingsplan Landelijk gebied, Bomenweg 6 te Emmeloord Ontwerp
'Groen - Erfsingel' (Artikel 3) De voor 'Groen - Erfsingel' aangewezen gronden zijn bestemd voor opgaande afschermende beplanting, een bebouwingsvrije onderhoudsstrook en erfsloten. Binnen deze bestemming mag niet worden gebouwd. 'Wonen - voormalige agrarische erven' (Artikel 4) De voor 'Wonen - voormalige agrarische erven' aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor wonen in woningen, met de daarbij behorende gebouwen en bijbehorende bouwwerken en voorzieningen. Woningen mogen uitsluitend gebouwd worden binnen een bouwvlak. Per bouwvlak mag niet meer dan één woning gebouwd worden. De inhoud van een woning, inclusief niet-functioneel ondergeschikte bijbehorende bouwwerken, mag niet meer bedragen dan 1.200 m3. De dakhelling van een woning mag niet minder dan 20° en niet meer dan 30° bedragen. Tevens is de maximale goot- en bouwhoogte van woningen vastgelegd door middel van maatvoeringsaanduidingen. Daarnaast zijn regels opgenomen voor bijbehorende bouwwerken. Hierin is onder meer bepaald dat de oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken niet meer dan 150 m2 per woning mag bedragen. De goot- en bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mogen niet meer bedragen dan respectievelijk 3,5 en 6 meter. Ten slotte zijn regels opgenomen voor bouwwerken, geen gebouw zijnde.
In de specifieke gebruiksregels is onder meer opgenomen dat als strijdig gebruik wordt gerekend: het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken, zonder de aanplant en instandhouding van een erfsingel conform de inrichtingstekening met bijbehorend beplantingsplan ter plaatse van de bestemming 'Groen - Erfsingel'.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
44
Bestemmingsplan Landelijk gebied, Bomenweg 6 te Emmeloord Ontwerp
Hoofdstuk 8
Economische uitvoerbaarheid
Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De gemeentelijke kosten zijn beperkt tot de ambtelijke kosten, welke worden verhaald middels de gemeentelijke legesverordening. Wel wordt met de initiatiefnemer een planschadeovereenkomst gesloten zodat het kostenverhaal voor de gemeente volledig is verzekerd. Dit brengt met zich mee dat vaststelling van een exploitatieplan achterwege kan blijven.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
45
Bestemmingsplan Landelijk gebied, Bomenweg 6 te Emmeloord Ontwerp
Hoofdstuk 9
Vooroverleg, inspraak en zienswijzen
Op grond van artikel 3.1.1 Bro is vooroverleg vereist met het waterschap en met de diensten van de provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn.
9.1
Vooroverleg
9.1.1
Het Rijk
In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk.
9.1.2
Provincie Flevoland
Het conceptbestemmingsplan wordt ter vooroverleg naar de provincie Flevoland gestuurd.
9.1.3
Waterschap Zuiderzeeland
Het conceptbestemmingsplan wordt ter vooroverleg naar het waterschap Zuiderzeeland gestuurd.
9.2
Zienswijzen
Deze paragraaf wordt ingevuld nadat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage heeft gelegen.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
46
Bestemmingsplan Landelijk gebied, Bomenweg 6 te Emmeloord Ontwerp
Bijlagen bij de toelichting
BJZ.nu Bestemmingsplannen
47
Bestemmingsplan Landelijk gebied, Bomenweg 6 te Emmeloord Ontwerp
Bijlage 1
Beeldkwaliteitsplan
BJZ.nu Bestemmingsplannen
48
Bestemmingsplan Landelijk gebied, Bomenweg 6 te Emmeloord Ontwerp
Bijlage 2
Erfinrichtingsplan
BJZ.nu Bestemmingsplannen
49
Bestemmingsplan Landelijk gebied, Bomenweg 6 te Emmeloord Ontwerp
Bijlage 3
Akoestisch onderzoek
BJZ.nu Bestemmingsplannen
50
Bestemmingsplan Landelijk gebied, Bomenweg 6 te Emmeloord Ontwerp
Bijlage 4
Bodemonderzoek
BJZ.nu Bestemmingsplannen
51
Bestemmingsplan Landelijk gebied, Bomenweg 6 te Emmeloord Ontwerp
Bijlage 5
Quickscan Natuurwaardenonderzoek
BJZ.nu Bestemmingsplannen
52
Bestemmingsplan Landelijk gebied, Bomenweg 6 te Emmeloord Ontwerp
Bijlage 6
Watertoetsresultaat
BJZ.nu Bestemmingsplannen
53
Nota Parkeernormen Noordoostpolder 2016
gemeente
NOORDOOSTPOLDER
Gemeente Noordoostpolder Januari 2016
gemeente
NOORDOOSTPOLDER
Inhoudsopgave 1.
2.
3.
Inleiding.......................................................................................................................................................... 4 1.1
Achtergrond............................................................................................................................................. 4
1.2
De aanleiding voor een nota parkeernormen......................................................................................... 4
1.3
Opbouw Nota Parkeernormen.................................................................................................................5
Uitvoering parkeerverplichting......................................................................................................................6 2.1
Voldoen aan gemeentelijke parkeernormen...........................................................................................6
2.2
Stappenplan bepalen parkeerplaatsverplichting................................................................................... 6
2.3
Afwijkingsbevoegdheid college van B&W............................................................................................11
2.4
Overgangsregeling................................................................................................................................ 11
2.5
Slotbepaling .......................................................................................................................................... 12
2.6
Verankering parkeernormen in bestemmingsplannen ....................................................................... 12
Parkeernormen Noordoostpolder.............................................................................................................. 13 3.1
Hoofdfunctie wonen............................................................................................................................... 13
3.2
Hoofdfunctie werken.............................................................................................................................. 13
3.3
Hoofdfunctie winkels en boodschappen............................................................................................... 14
3.4
Hoofdfunctie sport, cultuur en ontspanning..........................................................................................14
3.5
Hoofdfunctie horeca en (verblijfs)recreatie...........................................................................................15
3.6
Hoofdfunctie gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen.................................................................15
3.7
Hoofdfunctie onderwijs.......................................................................................................................... 16
3.8
Fietsparkeren..........................................................................................................................................17
Pagina 2 van 18
gemeente
NOORDOOSTPOLDER
Documentatiepagina
Citeertitel rapport
: Nota Parkeernormen Noordoostpolder 2016
Status
: Definitief
Datum inwerkingtreding
: na vaststelling door de gemeenteraad
Auteur(s)
: H. Zuiver (Mobycon) : W. Balster (Mobycon) : H. Cnossen (gemeente) : J. Bijlsma (gemeente) : M. Ribbink (gemeente)
Contact persoon
: Hans Cnossen : cluster Ruimtelijke Ontwikkeling
Gemeente Noordoostpolder Postbus 155 8300 AD Emmeloord T: +31 (0)527 63 34 12 E: info@noordoostpolder.nl W. www.noordoostpolder.nl
Pagina 3 van 18
gemeente
NOORDOOSTPOLDER
1. Inleiding 1.1
Achtergrond
De Noordoostpolder is vanaf 1936 ingepolderd en vanaf 1942 ontwikkeld als tweede grote stap in de ontwikkeling van de IJsselmeerpolders. Het basismodel dat hieraan ten grondslag lag was het ‘Centrale Plaatsen Model' van Christaller. Dit model gaat uit van een gelaagde ruimtelijke organisatie, waarbij een hoofdplaats omringd wordt door nevenplaatsen, terwijl de hoofdplaats zelf weer een nevenplaats van een grotere kern vormt. Het geheel van agrarische kavels, verbindingswegen, dorpen en hoofdkern is als zorgvuldige eenheid ontworpen. Dit is terug te zien in de organisatie van Emmeloord als hoofdkern, met daaromheen de dorpen. De fiets stond bij de aanleg centraal. In het vooroorlogse ruimtelijk model werd nog geen rekening gehouden met de brommer, laat staan de auto. Uiteraard heeft de tijd in de Noordoostpolder niet stilgestaan. Al snel na de Tweede Wereldoorlog werd de auto -net als in de rest van Nederland- gemeengoed. Op de relatief langere afstanden tussen de dorpen en Emmeloord verving deze in rap tempo de fiets. Tegenwoordig heeft de auto een zeer belangrijke plaats verworven in de dagelijkse mobiliteitsbehoefte. Het voorzieningenniveau in de dorpen is gering is en neemt verder af. Inwoners daarom steeds meer aangewezen op Emmeloord voor hun boodschappen en andere voorzieningen.
Vanwege de toegenomen automobiliteit zijn er op bepaalde plekken, op bepaalde momenten parkeerproblemen. Deze zijn de voorgaande jaren zo veel mogelijk opgepakt bij groot onderhoud, herinrichtingsplannen en via handhaving, zonder dat daar een duidelijk kader voor was. In het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan (GVVP) is daarom opgenomen dat er een parkeerbeleidsplan moet worden opgesteld, inclusief parkeernormen op maat. Voorliggende nota parkeernormen is een nadere uitwerking van het gemeentelijk parkeerbeleid.
1.2
De aanleiding voor een nota parkeernormen
Om bij ruimtelijke ontwikkeling een indicatie te krijgen van het aantal benodigde parkeerplaatsen werd voorheen gebruik gemaakt van de door het CROW opgestelde ervaringscijfers. Dit betreft een landelijke richtlijn en geen vastgesteld beleid. Parkeernormen kunnen op diverse manieren worden vastgelegd om stedenbouwkundige plannen te kunnen toetsen. Parkeernormen kunnen enerzijds worden vastgelegd in bestemmingsplannen, anderzijds in de bouwverordening (artikel 2.5.30) of in apart beleid. Door de vaststelling van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) staan veranderingen op stapel als het gaat om het vastleggen van de parkeernormen als onderdeel van de stedenbouwkundige bepalingen. Per 1 juli 2018 komen de stedenbouwkundige bepalingen te vervallen en kunnen parkeernormen alleen nog via het bestemmingplan van kracht zijn door een voorwaardelijke verplichting. Belangrijk is de nieuwe juridische verankering van de parkeernormen in bestemmingsplannen. Om die reden legt gemeente Noordoostpolder haar parkeernormen vast in een Nota Parkeernormen. De Nota Parkeernormen is een document waar vanuit bestemmingsplannen naar verwezen moet worden. Voorliggende nota omvat parkeernormen voor de ruimtelijke functies die het meest voorkomen.
Pagina 4 van 18
gemeente
NOORDOOSTPOLDER
1.3
Opbouw Nota Parkeernormen
Voor de verkeersaspecten bij ruimtelijke ontwikkelingen is het berekenen van de parkeerplaatsverplichting essentieel. De parkeerplaatsverplichting is het aantal parkeerplaatsen dat een initiatiefnemer moet aanleggen bij een voorgenomen ruimtelijke functie. Deze systematiek staat beschreven in het volgende hoofdstuk. De parkeerplaatsverplichting wordt berekend aan de hand van vastgestelde parkeernormen. De parkeernormen die binnen de gemeente Noordoostpolder gelden zijn in hoofdstuk 3 ‘Parkeernormen voor auto’s en fietsen’ opgenomen.
Pagina 5 van 18
gemeente
NOORDOOSTPOLDER
2. Uitvoering parkeerverplichting 2.1
Voldoen aan gemeentelijke parkeernormen
Aan het invullen van de parkeerplaatsverplichting stelt de gemeente een aantal eisen. Zo zijn er regels over hoe parkeren op eigen terrein wordt meegeteld, ook is er een minimale fysieke maatvoering van parkeren op eigen terrein.
Onderscheid bij verbouw, nieuwbouw of functiewijziging
Er is onderscheid te maken tussen nieuwbouwplannen en verbouwplannen. Bij nieuwbouwplannen wordt de parkeerplaatsverplichting berekend aan de hand van de parkeernormentabel van hoofdstuk 3. Bij verbouwplannen, functiewijzigingen (zonder omgevingsvergunning) of uitbreidingsplannen wordt het aantal aantoonbaar toewijsbare parkeerplaatsen van de oude functie - met de bestaande bestemming - in mindering gebracht op de nieuwe parkeerplaatsverplichting (zoals berekend aan de hand van de parkeernormentabel van hoofdstuk 3). Dit is voldoende of levert een aanvullende parkeerplaatsverplichting of overschot op. De aanvrager dient ten behoeve van de berekening aan te leveren uit welke functies en bijbehorende oppervlakten het plan is opgebouwd. Bij een uitbreiding van een locatie wordt in eerste instantie alleen de uitbreiding getoetst. Wanneer de totale locatie, inclusief de uitbreiding, als geheel voldoende parkeerplaatsen heeft, voldoet het plan aan de parkeerplaatsverplichting conform deze Nota Parkeernormen.
2.2
Stappenplan bepalen parkeerplaatsverplichting
Het bepalen van de parkeerplaatsverplichting en de invulling van deze verplichting vindt plaats op basis van onderstaande vier stappen.
2.2.1
Stap 1: bepalen parkeerbehoefte
A. gebiedstypologie gemeente Noordoostpolder
Welke parkeernormen er voor een gebied gelden is onder andere afhankelijk van de stedelijkheidsgraad. De stedelijkheidsgraad wordt bepaald op basis van de omgevingsadressendichtheid (aantal adressen per km2), kortweg OAD van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In een gebied met een hoge OAD is het aanbod - en de kwaliteit - van andere vervoerswijzen over het algemeen groter dan in een gebied met een lage OAD. Daarom worden in een gebied met een hoge stedelijkheidsgraad lagere parkeernormen toegepast. Daarnaast kan een onderscheid worden gemaakt naar de stedelijke zone (centrum, schil, rest bebouwde kom, buitengebied) van een gemeente. De Noordoostpolder valt qua stedelijkheidsgraad - in zijn geheel - in de categorie “matig stedelijk” Er is echter een duidelijk verschil tussen Emmeloord en de rest van de gemeente. De dorpen en het buitengebied hebben een veel lagere OAD dan Emmeloord. Daarom is onderstaande verdeling in stedelijkheidsgraad van toepassing, gebaseerd op de OAD.
Pagina 6 van 18
gemeente
NOORDOOSTPOLDER
Gebiedstype
Stedelijkheidsgraad
Omgevingsadressendichtheid
Emmeloord (bebouwde kom)
Matig stedelijk
1.000 tot 1.500 adressen per km2
Rest gemeente
niet stedelijk
minder dan 500 adressen per km2.
Tabel 2-1
Overzicht stedelijkheidsgraden Noordoostpolder
De hoogte van de parkeernorm wordt ook bepaald door te kijken naar de stedelijke zone (centrum, schil, overig, buitengebied) van een gebied. Hoe dichter bij het centrum, des te beter normaliter de kwaliteit en het aanbod van overige vervoerswijzen en des te lager dus de parkeernorm. Noordoostpolder kenmerkt zich door een aantal te onderscheiden stedelijke zones. Dit zijn gebieden die qua geografische ligging, ruimtelijke kenmerken en stedelijke dichtheid zorgen voor een bepaald mobiliteitspatroon en bijbehorende parkeervraag. In onderstaande tabel zijn bovenstaande afwegingen overzichtelijk op een rij gezet.
Gebiedsindeling
Stedelijkheidsgraad
Stedelijke zones
Emmeloord centrum1
Matig stedelijk
Centrum
Emmeloord rest bebouwde kom
Matig stedelijk
Rest bebouwde kom
Overige kernen (bebouwde kom)
Niet stedelijk
Rest bebouwde kom
Buitengebied
Niet stedelijk
Buitengebied
Tabel 2-2
Overzicht gebiedsindeling naar stedelijkheidsgraad en stedelijke zones Noordoostpolder.
B. toepassing parkeernormen
Op basis van publicatie 317 van het CROW (Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie) is een lijst met parkeernormen voor de gemeente Noordoostpolder opgesteld. De gemeente werkt binnen de kaders van het verkeer en vervoerbeleid met ‘vaste parkeernormen’ (zonder bandbreedte). Dit biedt duidelijkheid voor alle betrokkenen. Bij de realisatie van nieuwe functies is het belangrijk om te voorzien in voldoende parkeerplaatsen (vraagvolgend). In deze nota parkeernormen wordt daarom uitgegaan van parkeernormen die gebaseerd zijn op de huidige situatie van functies (zie tabellen in hoofdstuk 3). Bij de toepassing van parkeernormen voor functies die niet in deze tabellen zijn op genomen dient gebruik te worden gemaakt van de gemiddelde kencijfers zoals beschreven in publicatie 317 van het CROW.
1 Emmeloord centrum omvat het gebied omgrensd door de volgende straat: Noordzijde, Kon. Julianastraat, Espelerlaan, Onder de Toren, Korte Dreef, Lange Dreef en Smedingplein.
Pagina 7 van 18
gemeente
NOORDOOSTPOLDER
C. aanwezigheidspercentages bij dubbelaebruik parkeerplaatsen
Bij de berekening van de parkeerplaatsverplichting wordt bij de ontwikkelingen van meerdere (verschillende) functies gebruik gemaakt van aanwezigheidspercentages. Bij meerdere functies kan er namelijk sprake zijn van een verschillend patroon van tijden waarop gebruikers (bewoners, bezoekers, werknemers) aanwezig zijn. Zo is de parkeerdruk bij woningen bijvoorbeeld vooral 's avonds Z nachts groot. Overdag ligt de aanwezigheid lager omdat een deel van de bewoners met de auto naar het werk gaat. Dit biedt mogelijkheden om andere functies (bijvoorbeeld een kantoor) deze ruimte te laten benutten. Zo kan dubbelgebruik van parkeerplaatsen plaatsvinden.
Aanwezigheidspercentages (dubbelgebruik parkeervoorzieningen) Functies werkdagochtend werkdagmiddag werkdagavond koopavond werkdagnacht zaterdagmiddag zaterdagavond zondagmiddag woningen bewoners 50Z 50Z 90Z 80Z 100Z 60Z 80Z 70Z woningen bezoekers 10Z 20Z 80Z 70Z 0Z 60Z 100Z 70Z kantoor/bedrijven 100Z 100Z 5Z 5Z 0Z 0Z 0Z 0Z commerciële dienstverlening 100Z 100Z 5Z 75Z 0Z 0Z 0Z 0Z detailhandel 30Z 60Z 10Z 75Z 0Z 100Z 0Z 0Z grootschalige detailhandel 30Z 60Z 70Z 80Z 0Z 100Z 0Z 0Z supermarkt 30Z 60Z 40Z 80Z 0Z 100Z 40Z 0Z sportfuncties binnen 50Z 50Z 100Z 100Z 0Z 100Z 100Z 75Z sportfuncties buiten 25Z 25Z 50Z 50Z 0Z 100Z 25Z 100Z bioscoop/theater/podium 5Z 25Z 90Z 90Z 0Z 40Z 100Z 40Z sociaal medisch: arts/maatschap/therapeut/ consultatiebureau 100Z 75Z 10Z 10Z 0Z 10Z 10Z 10Z verpleeg- of verzorgingstehuis/aanleunwoning/verzorgingsflat 50Z 50Z 100Z 100Z 25Z 100Z 100Z 100Z ziekenhuispatiënten inclusief bezoekers 60Z 100Z 60Z 60Z 5Z 60Z 60Z 60Z ziekenhuis medewerkers 75Z 100Z 40Z 40Z 25Z 40Z 40Z 40Z dagonderwijs 100Z 100Z 0Z 0Z 0Z 0Z 0Z 0Z avondonderwijs 0Z 0Z 100Z 100Z 0Z 0Z 0Z 0Z
Tabel 2-3
Aanwezigheidspercentage Noordoostpolder (op basis van het CROW Publicatie 317)
D. reductiefactor parkeerplaatsen op bijbehorend terrein
Een bouwplan dient in beginsel op eigen terrein aan de parkeerplaatsverplichting te voldoen. Met het begrip “parkeren op eigen terrein” wordt bedoeld: ruimte voor parkeren of stallen van auto's in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw hoort, passend binnen het vigerende bestemmingsplan. Parkeerplaatsen op eigen terrein bij woningen worden niet altijd volledig meegerekend in de gerealiseerde parkeerplaatsen. Deze plaatsen worden immers vaak voor andere doeleinden gebruikt dan parkeren van auto’s (zie ook parkeerbeleidsplan). De mate waarin parkeren op eigen terrein wordt meegerekend (afhankelijk van de parkeervoorziening) is opgenomen in onderstaande tabel.
Parkeervoorziening
Theoretisch aantal
Berekeningsaantal
Enkele oprit zonder garage
1
0,8
Lange oprit zonder garage of carport
2
1,0
Dubbele oprit zonder garage
2
1,7
Garage zonder oprit (bij woning)
1
0,4
Garagebox (niet bij woning)
1
0,5
Garage met enkele oprit
2
1,0
Garage met lange oprit
3
1,3
Garage met dubbele oprit
3
1,8
Tabel 2-4
Parkeren op eigen terrein
Pagina 8 van 18
gemeente
NOORDOOSTPOLDER
Een parkeervoorziening op bijbehorend terrein bij een bouwplan moet voldoen aan de volgende fysieke maatvoering: ^ een enkele oprit is minimaal 5m lang en 3,5m breed; ^ een lange oprit is minimaal 10m lang en 3,5m breed; ^ een dubbele oprit is minimaal 4,5 meter breed; ^ een garage is minimaal 5m lang en 2,5m breed (binnenwerks); ^ een dubbele garage is minimaal 5m lang en 4,5m breed (binnenwerks); Ook moet de situering zodanig zijn dat het veilig in- en uitrijden is gewaarborgd. E. Afronding naar volledige parkeerplaatsen
Het volgens deze parkeernormen berekende benodigde aantal parkeerplaatsen wordt naar boven afgerond tot een volledige parkeerplaats.
2.2.2 Stap 2: aantonen parkeren op bijbehorend terrein Een aanvraag omgevingsvergunning dient in beginsel op het bijbehorend terrein aan de parkeerplaatsverplichting te voldoen. Met het begrip “parkeren op bijbehorend terrein” wordt bedoeld: “ruimte voor parkeren of stallen van auto's in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw hoort, passend binnen het vigerende bestemmingsplan en de vigerende bestemming.” Bij het niet kunnen voldoen aan de parkeerplaatsverplichting op bijbehorend terrein, dient de aanvrager dit bij de aanvraag van de omgevingsvergunning aan te tonen. Deze inspanningsverplichting betekent het aantonen dat het aanleggen van parkeerplaatsen op bijbehorend terrein fysiek in geen enkele vorm mogelijk is zonder dat dit het functioneren belemmert.
2.2.3 Stap 3: onderzoek gebruik bestaande parkeerplaatsen in de openbare ruimte Een initiatief mag niet leiden tot een (toename van) parkeertekort in de openbare ruimte. Het kan echter voorkomen dat er in de openbare ruimte op loopafstand een restcapaciteit bestaat, waarvan gebruik gemaakt kan worden om de parkeervraag op te vangen. Een initiatiefnemer kan de gemeente verzoeken geen parkeerplaatsen op eigen terrein te realiseren, maar gebruik te maken van restcapaciteit in de openbare ruimte. In deze situatie krijgt de initiatiefnemer geen exclusief gebruiks- of eigendomsrecht. Als er bijvoorbeeld in de omgeving parkeerplaatsen voorhanden zijn die ooit zijn aangelegd voor een doel of functie die niet meer bestaat of als er sprake is van overcapaciteit aan parkeerruimte, is te onderzoeken of deze ruimte mag worden meegeteld bij de parkeerverplichting voor het initiatief. Dit is alleen mogelijk als de parkeerdruk in de openbare ruimte op het maatgevende moment, met toevoeging van de ontwikkeling, onder de 800Zo voor het centrum van Emmeloord en 9007o voor de rest van de gemeente blijft (zie ook het Parkeerbeleidsplan Noordoostpolder 2015-2025). Of deze ruimte er is, dient te blijken uit een door de initiatiefnemer aan te leveren representatief2 parkeeronderzoek. Als er binnen 5 jaar ontwikkelingen
2 Representatief onderzoek bestaat uit: een door een objectieve partij (bij voorkeur een verkeerskundig adviesbureau) uitgevoerde parkeerdrukmeting op verschillende momenten, dagen en tijden (buiten vakantieperiode) en zeker tijdens periodes wanneer aanspraak gedaan gaat worden door de nieuwe ontwikkeling op de parkeercapaciteit.
Pagina 9 van 18
gemeente
NOORDOOSTPOLDER
worden verwacht die de bezettingsgraad van het betreffende gebied beïnvloeden, moet ook hiermee rekening worden gehouden. De wijze van onderzoek moet vooraf met de gemeente gecommuniceerd zijn. De bezettingsgraad van de openbare parkeerplaatsen in de omgeving wordt door de gemeente getoetst bij het verzoek om afwijking van (een deel van) de parkeervraag. Wat een acceptabele loopafstand is, wordt beoordeeld bij de aanvraag omgevingsvergunning en is afhankelijk van de functie en haar gebruikers, het specifieke gebied waar het bouwplan gerealiseerd wordt en een aantal ruimtelijke aspecten aan een looproute zoals sociale veiligheid, aantrekkelijkheid et cetera. De richtlijnen van het CROW voor acceptabele loopafstanden worden hierbij als leidraad gebruikt en zijn weergegeven in onderstaande tabel.
Hoofdfunctie
Acceptabele loopafstanden
Wonen
Ca. 100 meter (1,0 - 1,5 minuten)3
Winkelen
Ca. 400 meter (5 minuten)
Werken
Ca. 500 meter (6 minuten)
Ontspanning
Ca. 100 meter (1,0 - 1,5 minuten)
Gezondheidszorg
Ca. 100 meter (1,0 - 1,5 minuten)
Onderwijs
Ca. 100 meter (1,0 - 1,5 minuten)
Tabel 2-5
Richtlijn acceptabele loopafstanden
2.2.4 Stap 4: onderzoek realiseren nieuwe parkeerruimte in de openbare ruimte De ingediende parkeerbehoefteberekening wordt door de gemeente gecontroleerd, zowel op de juiste toepasbaarheid van de parkeernormen en aanwezigheidspercentages als op de afwijkingsgronden van parkeren op eigen terrein. Wanneer de mogelijkheid niet aanwezig is om de parkeerdruk op te vangen met bestaande parkeerplaatsen, kan onderzocht worden of er mogelijkheden zijn om extra parkeerplaatsen in de openbare ruimte aan te leggen. Bij het bepalen van een eventuele locatie moet rekening gehouden worden met: ^ De loopafstanden zoals geformuleerd in bovenstaande tabel. ^ De kwaliteit van de omgeving. De aanleg van extra parkeerplaatsen mag niet ten koste gaan van de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid van de omgeving. Er dient altijd een integrale afweging gemaakt te worden met bijvoorbeeld het ruimtelijk- en groenbeleid. Het college gaat alleen akkoord met deze mogelijkheid op basis van de volgende voorwaarden: ^ De parkeerplaats kan ruimtelijk en verkeerstechnisch worden aangelegd. Maatgevend hierbij is onder andere de verkeersveiligheid en eventuele hinder die dit op kan leveren voor andere weggebruikers. ^ De gemeente wil deze ruimte niet als reserve houden voor het opvangen van al bestaande parkeertekorten of andere doeleinden.
^ Er vindt een ruimtelijke afweging plaats ten aanzien van de plaats en de hoeveelheid te realiseren parkeerplaatsen in bijvoorbeeld een groenvoorziening.
3 Bij een gemiddelde loopsnelheid van 5 kilometer per uur.
Pagina 10 van 18
gemeente
NOORDOOSTPOLDER
^
De kosten die gemoeid zijn met de aanleg van deze parkeerplaatsen worden in principe volledig gefinancierd door de initiatiefnemer. Dit zal door een (realisatie)overeenkomst tussen de gemeente en de aanvrager moeten worden geregeld.
2.2.5 Vervolg: parkeeradvies Als een aanvraag omgevingsvergunning voorziet in voldoende parkeercapaciteit, dan wordt een positief advies afgegeven. Wanneer er geen fysieke mogelijkheden zijn om de parkeereis op bijbehorend terrein te realiseren of op acceptabele loopafstand in de openbare ruimte op te vangen of te realiseren conform de gestelde ontwerpeisen, dan wordt een negatief parkeeradvies voor de aanvraag omgevingsvergunning afgegeven op basis van het niet kunnen voldoen aan de parkeerplaatsverplichting voor het betreffende bouwplan. De aanvraag omgevingsvergunning wordt op deze grond afgewezen. Het college van B&W kan eventueel via de hardheidsclausule afwijken van het negatieve parkeeradvies (zie paragraaf 2.3).
2.3
Afwijkingsbevoegdheid college van B&W
Het college heeft de mogelijkheid af te wijken van de voorwaardelijke verplichting aangaande parkeren; “indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit”. Het verlenen van vrijstelling voor de aanleg van parkeerplaatsen is voorbehouden voor “zeer” bijzondere omstandigheden. Deze omstandigheden zullen voornamelijk maatschappelijk-economisch van aard zijn. De afwijkingsbevoegdheid kan alleen door het college worden toegepast. Terughoudend gebruik van deze bevoegdheid is geboden. Er dient een zorgvuldige motivatie te worden opgesteld waarin de aantoonbare bijzondere omstandigheden en overwegende bezwaren uiteen worden gezet en waarom de afwijkingsbevoegdheid dan wordt toegepast.
2.4
Overgangsregeling
De in deze nota opgenomen parkeernormen zijn niet van toepassing in de volgende gevallen: ^ Initiatieven waarvoor het college vóór de datum van inwerkingtreding van deze nota heeft ingestemd met een parkeernorm welke is vastgelegd in een door het college geaccordeerd document, zoals een stedenbouwkundig plan c.q. programma van eisen / nota van uitgangspunten en/of in een intentie- of exploitatieovereenkomst. In deze gevallen gelden de parkeernormen zoals vastgelegd in het door het college geaccordeerde document. ^ Initiatieven die passen binnen een (ontwerp)bestemmingsplan waarvan het college vóór de datum van inwerkingtreding van deze nota heeft ingestemd met terinzagelegging. In deze gevallen gelden de parkeernormen zoals opgenomen in het voorontwerpbestemmingsplan. ^ Op een aanvraag om omgevingsvergunning, afwijking, ontheffing of toestemming anderszins, die is ingediend vóór de datum van inwerkingtreding van deze nota en waarop op die datum nog niet is beschikt. In deze gevallen gelden de vóór de datum van inwerkintreding van deze nota geldende parkeernormen.
Pagina 11 van 18
gemeente
NOORDOOSTPOLDER
2.5
Slotbepaling
Daar waar deze Nota Parkeernormen niet in voorziet, is publicatie 317 van het CROW (Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie) of het ASVV2012 (Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom) van toepassing. Hierbij dienen de stedelijkheidsgraden en gebiedsindelingen te worden aangehouden zoals beschreven in dit hoofdstuk en dient uitgegaan te worden van de ‘gemiddelde parkeerkencijfers’. Afwijkingen op deze Nota Parkeernormen in bestemmingsplannen is mogelijk door gemotiveerd specifieke parkeerverplichtingen op te nemen.
2.6
Verankering parkeernormen in bestemmingsplannen
Bij het opstellen van bestemmingsplannen wordt in de regels (juridisch bindend) verankerd dat voldaan moet worden aan de parkeernormen van de gemeente. De juridische borging vindt bijvoorbeeld plaats door de volgende regeling op te nemen in de algemene gebruiksregels van een bestemmingsplan (voorwaardelijke verplichting): “Parkeernormen: Indien de ligging, de omvang of de bestemming van een gebouw daartoe aanleiding geeft, moet volgens de gemeentelijke parkeernormen voldoende ruimte zijn aangebracht en in stand gehouden worden van parkeervoorzieningen in, op of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw hoort.” In de toelichting en bijlage van het bestemmingsplan wordt vervolgens verwezen naar de specifieke parkeernormen en toepassingsmethodiek die de parkeereis bij ruimtelijke ontwikkelingen bepalen. Dit betreft de voorliggende Nota Parkeernormen Noordoostpolder. Voor 1 juli 2018 moeten alle bestemmingsplannen voorzien zijn van deze regeling. Dit gebeurt bijvoorbeeld door voor de op dat moment nog niet geactualiseerde bestemmingsplannen een overkoepelend ‘paraplu-bestemmingsplan’ op te stellen die deze juridische waarborging per 1 juli 2018 regelt.
Er wordt dan een artikel geformuleerd in de juridische regels van onderstaande strekking: l,het nieuw-, bij of verbouwen van panden of wijzigen van functies is alleen toegestaan indien voorzien wordt in voldoende parkeerplaatsen in, op of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw hoort volgens de gemeentelijke parkeernormen.” In deze juridische regels wordt vervolgens verwezen naar een bijlage in het bestemmingsplan die de parkeernormen en de toepassingsmethodiek beschrijft.
Pagina 12 van 18
gemeente
NOORDOOSTPOLDER
3. Parkeernormen Noordoostpolder 3.1
Hoofdfunctie wonen Eenheid
koop vrijstaand
woning
Centrum Emmeloord 1,8
Buitengebied
2,2
Overige Kernen 2,3
2,4
Aandeel bezoekers 0,3
koop twee-onder-een-kap
woning
1,7
koop, tussenIhoek
woning
2,1
2,2
1,5
1,9
2,0
2,2
0,3
2,0
0,3
koop, etage, duur
woning
1,6
2,0
2,1
2,1
0,3
koop, etage, midden
woning
1,4
1,8
1,9
1,9
0,3
koop, etage goedkoop
woning
1,3
1,6
1,6
1,6
0,3
huurhuis, vrije sector
woning
1,5
1,9
2,0
2,0
0,3
huurhuis, sociale huur
woning
1,3
1,6
1,6
1,6
0,3
huur, etage, duur
woning
1,4
1,8
1,9
1,9
0,3
Rest Emmeloord
huur, etage, middenIgoedkoop
woning kamer
1,1 0,6
1,4 0,7
1,4 0,7
1,4 0,7
0,3
kamerverhuur, zelfstandig aanleunwoningIserviceflat
Woning
1,0
1,1
1,2
1,2
0,3
0,2
Voor een beroep aan huis I bedrijf aan huis wordt naast bovenstaande parkeervraag één extra parkeerplaats geëist. Hierbij is uitgegaan van beroepsuitoefening van één persoon zonder personeel welke beperkt bezoek ontvangt.
3.2
Hoofdfunctie werken Eenheid
kantoor (zonder baliefunctie) kantoor (met baliefunctie) commerciële dienstverlening bedrijf arbeidsintensiefI bezoekers extensief (industrie bedrijf arbeidsextensiefI bezoekers extensief (bv loods) bedrijfsverzamelgebouw
Pagina 13 van 18
100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo
Centrum Emmeloord 1,6
Rest Emmeloord
Buitengebied
Aandeel bezoekers
2,1
Overige Kernen 2,6
2,6
5V
2,1
2,9
3,6
3,6
20 V
1,6
2,4
2,4
2,4
5V
0,7
1,1
1,1
1,1
5V
1,3
1,9
2,0
2,0
5V
gemeente
NOORDOOSTPOLDER
3.3
Hoofdfunctie winkels en boodschappen Eenheid
buurtsupermarkt
100 m2 bvo
Centrum Emmeloord 1,9
Rest Emmeloord 3,5
Overige Kernen 4,3
Buitengebied -
Aandeel bezoekers 89Z
discountsupermarkt
100 m2 bvo
3,3
6,5
7,8
-
96Z
fullservice supermarkt
100 m2 bvo
3,4
5,2
6,2
-
930Zo
grote supermarkt groothandel in levensmiddelen
100 m2 bvo
6,0
7,7
8,8
-
840Z0
100 m2 bvo
-
6,4
7,4
-
80Z
buurt- en dorpscentrum
100 m2 bvo
-
3,7
4,1
-
72Z
wijkcentrum (klein)
100 m2 bvo
-
4,5
5,0
-
76Z
wijkcentrum (gemiddeld)
100 m2 bvo
-
5,1
5,6
-
79Z
weekmarkt
m1 kraam
0,20
0,20
0,23
-
85Z
kringloopwinkel
100 m2 bvo
-
1,9
2,0
2,3
89Z
9,3
92Z
bruin- en witgoedzaken
100 m2 bvo
4,0
7,9
8,2
woonwinkel
100 m2 bvo
1,3
1,9
2,0
2,0
91Z
meubel/woonboulevard
100 m2 bvo
-
2,4
2,5
-
93Z
bouwmarkt
100 m2 bvo
-
2,4
2,4
2,5
87Z
tuin-, groencentrum
100 m2 bvo
-
2,6
2,7
2,9
89Z
Aandeel bezoekers 970Zo
3.4
Hoofdfunctie sport, cultuur en ontspanning Eenheid
Rest Emmeloord 1,2
Overige Kernen 1,2
Buitengebied
1,1 11,2
13,7
95(^
Bibliotheek
100 m2 bvo
Centrum Emmeloord 0,5
Museum
100 m2 bvo
0,6
Bioscoop
100 m2 bvo
3,2
1,1 11,2
filmtheater/filmhuis
100 m2 bvo
2,6
7,9
7,9
9,9
97^
theater/schouwburg
100 m2 bvo
7,4
9,8
9,8
12,0
87^
Casino
100 m2 bvo
5,7
6,5
6,5
8,0
86(^
1,4
94(^
bowlingcentrum
per baan
1,6
2,8
2,8
2,8
89(^
biljart- en snookercentrum dansstudio
per tafel
0,9
1,4
1,4
1,8
87^
100 m2 bvo
1,6
5,5
5,5
7,4
93(^
fitnessstudio/sportschool
100 m2 bvo
1,4
4,8
4,8
6,5
87^
fitnesscentrum
100 m2 bvo
1,7
6,3
6,3
7,4
90(^
wellnesscentrum (thermen etc.) sauna, hammam
100 m2 bvo
-
9,3
9,3
10,3
99(^
100 m2 bvo
2,5
6,7
6,7
7,3
99(^
sporthal
100 m2 bvo
1,6
2,9
2,9
3,5
96(^
sportzaal
100 m2 bvo
1,2
2,8
2,9
3,6
94(^
tennishal
100 m2 bvo
0,3
0,5
0,5
0,5
8707o
Pagina 14 van 18
gemeente
NOORDOOSTPOLDER
3.5
Hoofdfunctie horeca en (verblijfs)recreatie Eenheid
camping
standplaats
Centrum Emmeloord -
bungalowpark
bungalow
-
1,7
1,7
2,1
91Z
café/bar/cafetaria
100 m2 bvo
5,0
6,0
7,0
-
90oZo
restaurant
100 m2 bvo
9,0
13,0
15,0
-
80oZo
discotheek
100 m2 bvo
6,9
20,8
20,8
20,8
99Z
hotel 1 ster
10 kamers
0,4
2,4
2,5
4,5
77Z
hotel 2 sterren
10 kamers
1,4
4,1
4,3
6,3
80Z
5,0
5,2
6,8
77Z
7,2
7,5
9,0
73Z
10,6
11,0
12,6
65Z
Buitengebied 3,3
Aandeel bezoekers 57Z
hotel 3 sterren
10 kamers
hotel 4 sterren
10 kamers
2,1 3,4
hotel 5 sterren
10 kamers
5,3
3.6
Buitengebied
-
Overige Kernen -
1,2
Aandeel bezoekers 90Z
Rest Emmeloord
Hoofdfunctie gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen Eenheid
Centrum Emmeloord 2,1
Rest Emmeloord
3,0
Overige Kernen 3,3
huisartsenpraktijk
behandelkamer
apotheek
apotheek
2,3
3,2
3,4
-
45Z
fysiotherapiepraktijk
behandelkamer
1,3
1,8
2,0
2,0
57Z
consultatiebureau
behandelkamer
1,4
1,9
2,2
2,2
50Z
consultatiebureau voor ouderen tandartsenpraktijk
behandelkamer
1,3
1,9
2,0
2,2
38Z
behandelkamer
1,6
2,4
2,6
2,7
47Z
gezondheidscentrum
55Z
behandelkamer
1,6
2,2
2,5
2,5
religiegebouw
per zitplaats
0,2
0,2
0,2
-
verpleeg- en verzorgingstehuis ziekenhuis
wooneenheid
0,6
0,6
0,6
-
60Z
100m2 bvo
1,4
1,7
1,9
2,0
29Z
Pagina 15 van 18
gemeente
NOORDOOSTPOLDER
3.7
Hoofdfunctie onderwijs Eenheid
kinderdagverblijf (exclusief K&R) basisonderwijs (exclusief K&R)
100 m22 bvo per leslokaal
Centrum Emmeloord 1,0
Rest Emmeloord 1,4
Overige Kernen 1,4
Buitengebied
0,8
0,8
0,8
0,8
1,5
Aandeel bezoekers 0Z
middelbare school
100 leerlingen
3,7
4,9
4,9
4,9
11Z
ROC
100 leerlingen
4,7
5,8
5,9
5,9
70Z0
avondonderwijs
10 studenten
4,5
6,8
6,9
10,5
950Zc
Halen en brengen bij scholen en dagverblijven: Kiss and Ride Het met de auto halen en brengen van kinderen naar kinderdagverblijven en basisscholen heeft door de steeds groter wordende groep tweeverdieners een vlucht genomen. Hierdoor is ook de behoefte ontstaan om bij nieuwe ontwikkelingen parkeerplaatsen aan te leggen om deze parkeerders te kunnen faciliteren en parkeeroverlast bij schoolomgevingen te voorkomen. In bovenstaande tabel is alleen een norm opgenomen voor het parkeren van medewerkers van een basisschool, peuterspeelzaal en een buiten schoolse opvang. Het aantal parkeerplaatsen ten behoeve van Kiss and Ride wordt voor een school berekend op basis van een formule. Maatwerk is hierbij altijd mogelijk. De percentages en reductiefactoren uit de formule zijn terug te vinden in onderstaande tabel. ^ Onderbouw (groep 1 tot en met 3): aantal leerlingen x Q/ leerlingen auto halen en brengen x reductiefactor parkeerduur4 x reductiefactor aantal kinderen per auto. ^ Bovenbouw groep 4 tot en met 8: aantal leerlingen x Q/ leerlingen auto halen en brengen x reductiefactor parkeerduur5 x reductiefactor aantal kinderen per auto. ^ Kinderdagverblijf en Buitenschoolse Opvang: aantal leerlingen x Q/ leerlingen auto halen en brengen x reductiefactor parkeerduur6 x reductiefactor aantal kinderen per auto. Doelgroep
% halen en brengen met Reductiefactor de auto parkeerduur groep 1 t/m 3 30-60Z 0,5 groep 4 t/m 8 5-40Z 0,25 kinderdagverblijf 50-800Zo 0,25 Tabel 3-1
Reductiefactor aantal kinderen per auto 0,75 0,85 0,75
Gegeven t.b.v. berekening halen en brengen
4 Groepen 1 t/m 3 parkeren gemiddeld 10 minuten in een periode van 20 minuten. De reductiefactor is hiermee 0,5. 5 Groepen 4 t/m 8 parkeren gemiddeld 2,5 minuut in een periode van 10 minuten. De reductiefactor is hiermee 0,25. 6 Kinderdagverblijf gemiddeld 15 minuten in periode van 60 minuten = reductiefactor 0,25.
Pagina 16 van 18
gemeente
NOORDOOSTPOLDER
3.8
Fietsparkeren
De maatvoering van een fietsparkeerplaats moet voldoende zijn om een fiets te parkeren/stallen. Ook voor het plaatsen van de fiets is voldoende (manoeuvreer)ruimte nodig. Daarbij moet niet alleen gedacht worden aan ruimten bij nieuwe woningen of nieuwe halten voor openbaar vervoer, maar ook aan voorzieningen. Onderstaande fietsparkeernormen zijn gebaseerd op landelijke gemiddelden per functie zoals beschreven in publicatie 317 ‘Kencijfers Parkeren en Verkeersgeneratie’ van het CROW.
3.8.1 Ligging fietsparkeervoorzieningen De fietsparkeervoorzieningen moeten aantrekkelijk zijn gelegen. Bij solitaire bestemmingen waar men kort hoeft te zijn (supermarkt, bank etc.) moet de afstand tussen parkeerplaats en bestemming een beperkt aantal meters zijn. Als de verblijftijd langer is (bijvoorbeeld centrumbezoek - meerdere voorzieningen), mag de loopafstand langer zijn. De fietsparkeervoorzieningen dienen dan geconcentreerd op de (drukst bereden) aanrijroutes te worden gerealiseerd. 3.8.2 Fietsparkeernormen Onderstaande tabel beschrijft het aantal benodigde fietsparkeerplaatsen bij voorzieningen, kantoren en recreatie. Het volgens deze fietsparkeernormen berekende benodigde aantal parkeerplaatsen wordt naar boven afgerond tot een hele parkeerplaats. Dit sluit aan bij de gemeentelijke ambitie het fietsen aantrekkelijker te maken, Fietsparkeernormen zijn overigens bedoeld voor solitaire gebieden. Ze zijn dus niet geschikt voor gebieden met grote menging van functies, zoals het centrumgebieden. Hier is maatwerk vereist. Eenheid
Centrum Emmeloord
Rest Emmeloord
Overige Kernen
kantoor medewerkers
100 m2 bvo
1,7
1,2
1,2
Buitengebie d 0,7
kantoor bezoekers
100 m2 bvo
5,0
5,0
5,0
5,0
Basisschool leerlingen «250 Basisschool leerlingen 250-500 Basisschool leerlingen ^50 Basisschool medewerkers Middelbare school (leerlingen Middelbare school (medewerkers) ROC leerlingen
10 leerlingen
4,3
4,3
4,3
-
10 leerlingen
5,0
5,0
5,0
-
6,2
6,2
6,2
-
10 leerlingen
0,4
0,4
0,4
-
10 leerlingen
1,4
1,4
1,4
-
10 leerlingen
0,6
0,4
0,4
-
10 leerlingen
12
12
12
-
ROC medewerkers
10 leerlingen
0,9
0,9
0,9
-
Winkelcentrum
100m2 bvo
2,7
2,7
2,7
-
Supermarkt
100 m2 bvo
2,9
2,9
2,9
-
Bouwmarkt
100m2 bvo
0,25
0,25
0,25
-
Pagina 17 van 18
Minimaal 10
gemeente
NOORDOOSTPOLDER
Tuincentrum
100m2 bvo
0,4
0,4
0,4
0,1
Fastfood restaurant
Locatie
29
10
10
5
Restaurant (eenvoudig)
100 m2 bvo
18
18
18
15
Restaurant (luxe)
100 m2 bvo
4
4
4
Bibliotheek
100 m2 bvo
3
3
3
Bioscoop
100 m2 bvo
7,8
1,4
1,4
Fitness
100 m2 bvo
5,0
2,0
2,0
Museum
100 m2 bvo
0,9
0,9
0,9
Sporthal
2,5
2,5
2,5
Sportveld
100 m2 bvo Ha netto terrein
61
61
61
Sportzaal
100 m2 bvo
4,0
4,0
4,0
-
5
5
100 plaatsen
40
40
40
100 m2
1,3
1,3
1,3
100 m2
0,4
0,4
0,4
24
18
18
32
32
32
28
28
28
20
20
20
Begraafplaats Kerk Z moskee Gezondheidscentrum bezoekers Gezondheidscentrum medewerkerkers
Zwembad (overdekt)
100 zitplaatsen 100 bezoekers 100 m2 bassin 100 m2 bassin
Rij- en vrijstaande woning
Kamer
1
1
1
Appartement
Kamer
0,75
0,75
0,75
Busstation
Halterende buslijn
42
Theater Stedelijk evenement Zwembad (openlucht)
Terras meetellen
5
+05 voor bezoek + 0,5 voor bezoek
In de kengetallen van het CROW is een marge van 2007o verwerkt (uitgezonderd woningen). Deze extra stallingscapaciteit wordt door het CROW toegepast omdat fietsers de beschikbare stallingsplaatsen plekken ook moeten kunnen vinden. Daarnaast wordt zo enige flexibiliteit geboden om een kleine groei van het fietsgebruik op te kunnen vangen.
Pagina 18 van 18
Erfsingels Noordoostpolder De erfsingels in Noordoostpolder vormen een basisonderdeel van het ontwerp van de Noordoostpolder. Het kent een vaste maatvoering. Het type beplanting is deels afhankelijk van de ondergrond. Het doel is vooral om beschutting te creëren in het open vlakke polderland en een stukje menselijke maatvoering aan te brengen. De erfsingels zijn daarmee een belangrijk element op het schaalniveau van de polder als geheel. Samen met de omlijsting van de dorpen vormen het groene eilanden in een open agrarische bedrijfsruimte. Zij dragen daarmee bij aan de zo karakteristieke inrichting van Noordoostpolder die iedereen kent. De erfsingels zijn een onderdeel van de historie van Noordoostpolder.
Beplantingsplan Vangwege het belang van herkenbaarheid en identiteit van de Noordoostpolder wordt het behoud en, waar nodig, herstel van de erfsingels nog altijd gestimuleerd en voorgeschreven bij verandering en uitbreidingen van erven. Het vormt een voorwaardelijke verplichting bij ruimtelijke procedures voor erfuitbreidingen en bestemmingswijzigingen. Daartoe wordt een beplantingsplan gevraagd van de initiatiefnemer. Als uitgangspunt voor dit beplantingsplan heeft de gemeente een schematisch beplantingsplan opgesteld. Dit beplantingsplan vormt het vertrekpunt voor maatwerk op ieder afzonderlijk erf. Zowel de gemeente als Landschapsbeheer Flevoland kan nader adviseren over de meest passende erfsingel in uw situatie. Waarbij ook rekening kan worden gehouden met enige transparantie bij de toevoeging van een woonfunctie of openingen ten behoeve van de bereikbaarheid van omliggende kavels. Beplantingsplan vooreen erfsingel. Schematische doorsnede van een erfsingel: Sloot
^ ^ ^ ^
Rij 1
Rij 2
Rij 3
Rij 4
Rij 5
Vrije ruimte
Bebouwing
De onderlinge afstand van de rijen bedraagt 1,5 meter. De onderlinge afstand in de rijen bedraagt 1,5 meter. Per 2,25 m2 wordt minimaal één boom of struik geplant De erfsingel is minimaal 6 meter breed.
Hoeveelheid (indicatief)
Soortkeuze boom
Latijnse naam
50Zo 100Zo 10oZo 50Zo 10Z 10Z
haagbeuk winterlinde eik veldesdoorn els gewone esdoorn
Carpinus betulus Tilia cordata Quercus robur Acer campestre Alnus glutinosa Acer pseudoplatanus
Maat(hoogte in cm)
60 - 100 80 - 100 80 - 120 60 - 100 80 - 100 80 - 100
Bijzonderheden
verdraagd schaduw heeft licht nodig verdraagd lichte schaduw struikvormige boom snelle groeier verdraagd schaduw
Soortkeuze struik
Latijnse naam
Maat(hoogte in cm)
5Zo 5Zo 50Zo
rode kornoelje gele kornoelje gewone liguster
Cornus sanguinea Cornus mas Ligustrum vulgare
50 - 80 50 - 80 60 - 100
10% 5Z
Hazelaar vogelkers
Corylus avellana Prunnus padus
50 - 80 50 - 80
5Z
Kardinaalmuts
60 - 100
5Z 5Z 5Z
Hondsroos gelderse roos wegedoorn
Euonymus europaea Rosa canina Viburnum opulus Rhamnus cartharticus
Hoeveelheid (indicatief)
^ ^
50 - 80 50 - 80 60 -100
Bijzonderheden
verdraagd schaduw verdraagd schaduw houdt 's winters lang blad verdraagd schaduw wordt boom met bloemen zonnige standplaats zonnige standplaats zonnige standplaats verdraagd schaduw (voor kalkrijke grond
Bovengenoemde struiken kunt u het beste in groepen planten van 5 tot 7 stuks van de zelfde soort. Bomen en struiken moeten over de gehele singel gelijkmatig verdeeld worden.
Digitale Watertoets Resultaat van de check gedaan op 17-09-2021
Digitale watertoets in De watertoets helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toetsen of u de belangen van het Waterschap raakt. Indien dit het geval is krijgt u tekst en uitleg over het vervolg proces.
VOOR DE ACTIVITEIT DIGITALE WATERTOETS IN DE GEMEENTE IS OP BASIS VAN DE GEGEVEN ANTWOORDEN NODIG: 1.
korte procedure
2.
Advies geen primaire waterkeringen
3.
Advies watersysteem
4.
Advies geen regionale waterkeringen
5.
Advies geen overige kering
6.
Advies wateroverlast toename verharding zonder compensatie
OP BASIS VAN ONDERSTAANDE LOCATIE
17-09-2021, 10:10
Pagina 1 van 18
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets VRAGEN EN ANTWOORDEN UIT DE CHECK 1.
Gaat het om een ruimtelijk plan dat uitsluitend een functiewijziging van bestaande bebouwing inhoudt? »
2.
nee
Is er sprake van een uitbreiding of wijziging van de lozing(en)? - ja
3.
Primaire waterkering kernzone *
4.
Primaire waterkering binnenbeschermingszone *
5.
nee
Kernzone overige kering *
11.
nee
Buitendijksgebied beschermd *
10.
nee
Buitendijksgebied dubbelregime «
9.
nee
Buitendijksgebied kernzone »
8.
nee
Primaire waterkering buitenbeschermingszone »
7.
nee
Primaire waterkering tussenbeschermingszone «
6.
nee
nee
Beschermingszone overige kering «
nee
17-09-2021, 10:10
Pagina 2 van 18
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets 12.
Aandachtsgebieden wateroverlast en onvoldoende drooglegging 2050 *
13.
Neemt het verhard oppervlak in stedelijk gebied toe? «
14.
nee
Worden in het plan maatregelen getroffen waardoor het waterpeil verandert met 10 cm of meer? *
22.
nee
Is er binnen het plangebied sprake van de toelating, aanwezigheid of aanleg van drijvende woningen/woonboten? *
21.
nee
Worden kunstwerken zoals bijvoorbeeld duikers of bruggen aangelegd? *
20.
nee
Kwelkwaliteit slecht «
19.
nee
Wordt er nieuw open water aangelegd? (bijv. ter compensatie toename verharding) »
18.
nee
Is er sprake van afstromend regenwater van een oppervlak van 50 of meer parkeerplaatsen en/of een weg met meer dan 1000 voertuigbewegingen per dag? »
17.
nee
Betreft het een nieuw verhard oppervlak in landelijk gebied groter dan 2500 m2 of in stedelijk gebied groter dan 750m2? »
16.
nee
Neemt het verhard oppervlak in landelijk gebied toe? »
15.
nee
nee
Wordt er in het plangebied mogelijk gebruik gemaakt van bodemenergie, ook wel warmte koude opslag (WKO) genoemd? *
nee
17-09-2021, 10:10
Pagina 3 van 18
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets 23.
Rijkswater *
nee
17-09-2021, 10:10
Pagina 4 van 18
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets DETAILS i.
korte procedure Op basis van uw locatie en gegeven antwoorden volgt u de korte procedure.
Wat moet ik doen? U neemt een waterparagraaf op in uw ruimtelijke plan. Zo onderbouwt u een goede ruimtelijke ordening voor het omgevingsaspect water. Onderstaande concept-waterparagraaf kunt u gebruiken als basis. De tekst vult u waar nodig aan met een concrete uitwerking voor de ontwikkeling. De voor de ontwikkeling niet-relevante onderdelen (aangeduid met 'optioneel') laat u weg. De relevante wateraspecten, zoals waterkeringen en oppervlaktewater, neemt u ook op in de verbeelding en/of in de regels van het ruimtelijk plan. Gebruik de knop 'DIRECT AANVRAGEN' om Waterschap Zuiderzeeland op de hoogte te stellen van uw plannen. Hiervoor is een eenmalige registratie benodigd. Als u een wateradvies wilt ontvangen stuurt u uw uitgewerkte conceptwaterparagraaf mee met de aanvraag of via watertoets@zuiderzeeland.nl. Sinds 1 november 2003 is de toepassing van de watertoets wettelijk verplicht door de verankering in het Besluit op de ruimtelijke ordening 1985. De watertoets heeft betrekking op alle grond- en oppervlaktewateren en behandelt alle van belang zijnde waterhuishoudkundige aspecten (naast veiligheid en wateroverlast ook bijvoorbeeld waterkwaliteit en verdroging). De watertoets is een belangrijk procesinstrument om het belang van water een evenwichtige plaats te geven in de ruimtelijke ordening.