CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

6.1 Ontwerpbestemmingsplan 'Landelijk gebied, Bomenweg 6 te Emmeloord'.pdf

Gemeenteraad 12 december 2022, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 6: (Ontwerp)bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Bomenweg 6 te Emmeloord'27.157 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

4.2.3

Omgevingsverordening Provincie Flevoland

4.2.3.1 Algemeen In de Omgevingsverordening van provincie Flevoland zijn alle regels vastgelegd die de provincie hanteert op het gebied van onder andere wegen, water, milieu, bodem, natuur, wonen en ruimte. Dit kunnen zowel regels zijn voor burgers of bedrijven als (instructie-)regels voor andere overheden.

4.2.3.2 Relevante artikelen In geval van voorgenomen ontwikkeling is met name artikel 7.5 van de omgevingsverordening van belang. Artikel 7.5 (Bescherming) - Natuurnetwerk Nederland 1.

2.

Een ruimtelijk plan of besluit, voor zover het betrekking heeft op een gebied binnen of nabij de aangewezen het Natuurnetwerk Nederland: a. strekt mede tot bescherming, instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van dat gebied; b. maakt activiteiten alleen mogelijk als die ten opzichte van het ten tijde van de inwerkingtreding van deze titel van de verordening geldende bestemmingsplan, mits die per saldo niet leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, of tot een significante vermindering van de oppervlakte van die gebieden, of van de samenhang tussen die gebieden. Voor zover een bestemmingsplan strijdig is met de bescherming en de mogelijkheden bedoeld in het eerste lid stelt de gemeenteraad binnen drie jaar na het inwerkingtreden van deze titel dat plan opnieuw vast met inachtneming van de bepalingen in het eerste lid.

4.2.3.3 Toetsing van het initiatief aan Artikel 7.5 van de Omgevingsverordening De locatie waar voorgenomen ontwikkeling betrekking of heeft ligt op minimaal 2,5 kilometer afstand van gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland (NNN) behoren. Zoals aangegeven in paragraaf 5.7.2.3 worden er, gelet op de afstand tot het NNN en de aard en omvang van de ontwikkeling, waarbij planologisch gezien sprake is van het wegbestemmen van een agrarisch bedrijf, geen negatieve effecten verwacht op de gebieden die behoren tot het NNN. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in lijn is met artikel 7.5 van de Omgevingsverordening Flevoland.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

18

Bestemmingsplan Landelijk gebied, Bomenweg 6 te Emmeloord Ontwerp

4.2.4

Beleidsregel Kleinschalige ontwikkelingen in het landelijk gebied 2008

4.2.4.1 Algemeen De 'Beleidsregel Kleinschalige ontwikkelingen in het landelijk gebied 2008' is inhoudelijk een voortzetting van de beleidsregel 'Kleinschalige ontwikkelingen in het landelijke gebied 2007' maar is procedureel aangepast aan de Wro, die op 1 juli 2008 van kracht is geworden. Deze beleidsregel geeft aan op welke wijze de provincie omgaat met de uitgangspunten zoals die in het Omgevingsplan Flevoland 2006 zijn geformuleerd met betrekking tot kleinschalige ontwikkelingen in het landelijk gebied. De provincie wil verdere ontwikkeling van de landbouw stimuleren zodat het landelijk gebied vitaal en duurzaam blijft. Zij vindt het daarom van belang meer ruimte te bieden aan nieuwe agrarisch aanverwante (maar ook niet-agrarische functies) en de mogelijkheid te bieden om (voormalige) agrarische bouwpercelen te vergroten. Dit mag er dan uiteraard niet toe leiden dat de reeds in het landelijk gebied aanwezige functies gehinderd worden, noch dat het landelijk gebied verstedelijkt. De van belang zijnde inhoudelijke afwegingen zijn hierna weergegeven: ^

^ ^ ^ ^

^

Niet-agrarische en/of agrarisch aanverwante activiteiten op (voormalige) agrarische bouwpercelen zijn mogelijk, tenzij belemmeringen en hinder ontstaan voor het functioneren van de naastgelegen (agrarische) bedrijven en/of activiteiten, zoals wonen en recreëren. Indien nodig en mogelijk zal dit nader worden geregeld in een (milieu)vergunning. Voorkomen van verstedelijking landelijk gebied. Per (voormalig) agrarisch bouwperceel wordt uitgegaan van één woning. Vrijgekomen boerderijwoningen kunnen worden gebruikt voor algemene bewoning. Landschappelijke inpassing. Vergroting van de (voormalige) agrarische bouwpercelen dan wel de ontwikkeling van niet-agrarische en/of agrarisch aanverwante activiteiten op (voormalige) agrarische bouwpercelen zijn mogelijk, tenzij dit leidt tot knelpunten of onveilige situaties in de verkeersafwikkeling . Er wordt naar gestreefd, dat recreatieve en/of toeristische activiteiten en andere publiek aantrekkende activiteiten goed bereikbaar zijn met openbaar vervoer en fiets.

4.2.4.2 Toetsing van het initiatief aan de 'Beleidsregel Kleinschalige ontwikkelingen in het landelijke gebied 2008’ In voorliggend geval is sprake van een kleinschalige ontwikkeling in de vorm van een functiewijziging van agrarisch naar wonen en de toevoeging van een extra woning in een (te herbouwen) oorspronkelijke koelschuur. De bestaande erfbeplanting blijft behouden en wordt versterkt, dit is vastgelegd middels een erfinrichtingsplan (zoals weergegeven in bijlage 2 bij deze toelichting). Er is sprake van een afname van de verkeersbewegingen, gezien de beëindiging van planologische mogelijkheden voor agrarische bedrijvigheid. De beleidsregel kleinschalige ontwikkelingen in het landelijk gebied schept een kader voor de toekomst van het landelijk gebied in Flevoland. De voorgenomen ontwikkeling aan de Bomenweg 6 voldoet niet in alle aspecten binnen de beleidsregel. Het toevoegen van woningen is niet passend binnen de genoemde beleidsregel. Echter is in aanvulling op dit provinciale beleid het experimentenkader vastgesteld (paragraaf 4.2.5). In de volgende paragraaf wordt hier nader op ingegaan.

4.2.5

'Experimentenkader extra woningen op erven'

4.2.5.1 Algemeen Als reactie op de toenemende leegstand van agrarische erven is aangegeven ruimte te willen bieden aan extra woningen op erven. Door middel van een experimentenkader geven provincie en gemeente samen aan hoe dit mogelijk is en bij kan dragen aan een vitaal platteland. In het experimentenkader staat beschreven dat het op kleine schaal is toegestaan om extra woningen op erven te realiseren.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

19

Bestemmingsplan Landelijk gebied, Bomenweg 6 te Emmeloord Ontwerp

4.2.5.2 Toetsing van het initiatief aan het 'Experimentenkader extra woningen op erven' Voorliggend plan voorziet naast de functiewijziging van 'Agrarisch gebied' naar 'Wonen' in het realiseren van een extra woning op het bestaande erf. De woning zal worden gerealiseerd in bestaande bebouwing, namelijk in de (te herbouwen) oorspronkelijke koelschuur. Tevens wordt de erfsingel rond het perceel in oorspronkelijke staat hersteld. Aan de voorwaarden van de beleidsmogelijkheid tot het wonen in vrijgekomen agrarische bebouwing wordt getoetst in paragraaf 4.3.1. Daarnaast past de ontwikkeling binnen het experimentenkader voor het realiseren van extra woningen op erven. Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met het 'Experimentenkader extra woningen op erven'.

4.2.6

Toetsing aan het provinciaal beleid

Geconcludeerd wordt dat het provinciaal beleid de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling niet in de weg staat.

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1

Structuurvisie Noordoostpolder 2025

4.3.1.1 Algemeen De Structuurvisie Noordoostpolder 2025 is in december 2013 vastgesteld door de gemeenteraad. De Structuurvisie is een integrale ruimtelijke visie, die de huidige en gewenste waarden en kwaliteiten beschrijft. De visie heeft als doel de verschillende belangen, zoals voor het landschap, de kernen en de gemeenschap, zorgvuldig af te wegen. En hieruit een integrale ontwikkelingsrichting te bepalen voor de periode tot 2025. De Structuurvisie Noordoostpolder 2025 is vooral gericht op behoud en verbetering van de bestaande ruimtelijke, economische en sociale kwaliteiten en daarmee op het versterken van het landschap en leefbaarheid in de gemeente Noordoostpolder. De Structuurvisie is een document voor de langere termijn. Daarom kent de Structuurvisie Noordoostpolder 2025 een zekere mate van globaliteit en abstractie. De visie vormt de basis voor het toekomstig beleid, ter uitwerking van de structuurvisie zijn gebiedsvisies, masterplannen, uitwerkingsplannen, bestemmingsplannen en beleidsplannen nodig om concrete (plan)ontwikkelingen in gang te zetten.

4.3.1.2 Ambitie Bevolking en wonen De gemeente Noordoostpolder streeft naar een aantrekkelijke, uitnodigende fysieke woon- en leefomgeving en daarbij richt de gemeente zich vooral op (tijdelijke) inwoners van de gemeente Noordoostpolder. De gemeente zet in op een afwisselend woningaanbod en voegen bijzondere woonmilieus toe, zoals in de Wellerwaard. De aandacht verschuift van kwantiteit (veel bouwen) naar kwaliteit (dat wat er al is behouden, verbeteren en/of transformeren). Er zijn mogelijkheden voor het realiseren van landgoederen en wonen in vrijkomende agrarische bebouwing: Wonen op vrijkomende agrarische erven Jaarlijks komen er tien tot twintig agrarische erven vrij door schaalvergroting (grond wordt verkocht, maar het erf blijft bestaan). Om de erven een andere invulling te kunnen geven, wil de gemeente de woonfunctie toestaan onder de voorwaarden dat: 1. 2. 3.

het woonerf wordt teruggebracht naar de oorspronkelijke omvang en schuren buiten het erf worden gesloopt; de erfsingel wordt behouden, dan wel opnieuw aangeplant; er maximaal vier woningen per erf worden gebouwd in maximaal drie bouwvolumes; dit kan door te wonen in de huidige bebouwing maar ook door 'rood voor rood' (nieuwbouw in ruil voor sloop van bestaande gebouwen)

BJZ.nu Bestemmingsplannen

20

Bestemmingsplan Landelijk gebied, Bomenweg 6 te Emmeloord Ontwerp

4. 5.

het woonmilieu/woningtype niet concurreert met woningen in de dorpen er geen negatieve effecten optreden voor omliggende bedrijven; bedrijven mogen niet in hun bedrijfsvoering worden beperkt.

4.3.1.3 Toetsing van het initiatief aan de 'Structuurvisie Noordoostpolder 2025' In voorliggend geval is sprake van een functiewijziging van 'Agrarisch gebied' naar 'Wonen' en de toevoeging van één extra in bestaande bebouwing, door sloop en nieuwbouw van de oorspronkelijke koelschuur. Uit een nadere toetsing aan de bovengenoemde voorwaarden kan worden geconcludeerd dat: ad 1.

ad 2.

ad 3.

ad 4. ad 5.

het woonerf heeft reeds de 'oorspronkelijke omvang'. Er bevinden zich geen schuren buiten het erf. Tevens blijkt uit kaarten van Topotijdreis dat de omvang van het huidige erf gelijk is aan de historische omvang. de erfsingel rondom het plangebied blijft intact, zodat het kenmerkende 'groene eiland' gehandhaafd blijft en waar nodig extra aangeplant wordt. In het bestemmingsplan wordt hiervoor een voorwaardelijke verplichting opgenomen gekoppeld aan het erfinrichtingsplan (bijlage 2). er wordt slechts één woning gerealiseerd in huidige 'oorspronkelijke' bebouwing. De oorspronkelijke bebouwing is echter in dermate slechte staat dat deze gesloopt en heropgebouwd zal worden. Zo draagt de extra woning bij aan het herstel en in stand houden van de oorspronkelijke bebouwing. in de kernen is het niet mogelijk is een vergelijkbare woning te realiseren. Daarmee concurreert het woonmilieu en het woningtype niet met woningen in dorpen. uit paragraaf 5.5 (milieuzonering) blijkt dat omliggende (agrarische) bedrijven als gevolg van voorliggende ontwikkeling niet in hun bedrijfsvoering worden belemmerd.

Op basis van het vorenstaande is dit plan in overeenstemming met de uitgangspunten zoals verwoord in de 'Structuurvisie Noordoostpolder 2025'.

4.3.2

Welstandsnota gemeente Noordoostpolder 2016

4.3.2.1 Algemeen Op 29 november 2016 heeft de raad de welstandsnota 'Ruimte voor kwaliteit en welstandsvrijheid' vastgesteld. De welstandsnota geeft richting aan het welstandstoezicht in de Noordoostpolder en voor de inwoners van de gemeente biedt het plan helderheid over de welstandsbeoordeling van hun bouwplannen. Zoals de titel van de nota al aangeeft wordt onderscheid gemaakt tussen welstandsvrije en niet welstandsvrije gebieden. De selectie van niet-welstandsvrije gebieden heeft plaats gevonden aan de hand van twee criteria: ^ ^

de cultuurhistorische betekenis van de bebouwing; de zichtbaarheid van de bebouwing vanuit belangrijke openbare ruimtes.

Op basis van deze criteria is besloten dat in de volgende gebieden welstandstoezicht blijft gelden: 1. 2. 3. 4.

de kernen en beeldbepalende gebieden van Emmeloord; de dorpskernen en beeldbepalende gebieden van Marknesse, Ens, Luttelgeest, Bant, Creil, Espel, Tollebeek, Kraggenburg en Rutten; Nagele en Schokland in zijn geheel; het landelijk gebied.

4.3.2.2 Welstandscriteria Landelijk gebied Het landelijk gebied omvat het grondgebied van de gehele gemeente Nooroostpolder, met uitzondering van bebouwde kommen van Emmeloord, de dorpen en Schokland en het IJsselmeergebied.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

21

Bestemmingsplan Landelijk gebied, Bomenweg 6 te Emmeloord Ontwerp

Beleid De aandacht voor de cultuurhistorie van Noordoostpolder is groot en de verwachting is dat dit naar de toekomst toe nog belangrijker wordt. Het unieke verhaal van de Noordoostpolder vraagt om een werkwijze, waarbij zorgvuldig met de kwaliteiten van de polder omgegaan dient te worden. Vanwege ouderdom van de bebouwing in het buitengebied, de vrijkomende agrarische bedrijfskavels, de mogelijkheden voor niet agrarische bedrijfsactiviteiten en de mogelijkheden voor alternatieve woonvormen is in de (nabije) toekomst nieuwbouw van woningen in het buitengebied meer dan ooit aan de orde. In de welstandsnota zijn naast de welstandcriteria voor oorspronkelijke bebouwing ook welstandcriteria voor nieuw te bouwen woningen en bedrijfshallen in het buitengebied opgenomen. Toelichting Het regelmatige patroon van boerderijen met erven met daarop veelal montageschuren, de landarbeiderswoningen en de beplantingsmantel rond de erven zijn uniek voor Nederland en zeer kenmerkend voor Noordoostpolder. Door ontwikkelingen in de land- en tuinbouw, en vermindering van het aantal landbouwbedrijven, kunnen deze karakteristieken echter veranderen. Met zorgvuldige ontwerpen is het mogelijk daarbij belangrijke elementen te handhaven, maar noodzakelijk is dat niet.

Nieuwe architectuur kan naast de bestaande cultuurhistorische karakteristieken verfrissend zijn en kwaliteit toevoegen in een veranderende omgeving die dynamiek uitstraalt. In de welstandscriteria is deze visie uitgewerkt. Uit stedenbouwkundig en cultuurhistorisch oogpunt is het van belang de groensingels rond de erven te handhaven. Dat wordt echter niet door de welstandsnota geregeld maar via het bestemmingsplan.

4.3.2.3 Toetsing van het initiatief aan de Welstandsnota gemeente Noordoostpolder Voor het toevoegen van woningen op erven zijn beeldkwaliteitscriteria benoemd. Deze criteria worden vastgesteld door de gemeenteraad. Daarmee wordt het een formeel toetsingskader voor Welstand. Ten tijde van de aanvraag omgevingsvergunning voor de woning wordt getoetst aan de welstandsnota en de beeldkwaliteitscriteria voor woningen op erven in de gemeente Noordoostpolder.

4.3.3

Beleidsuitwerking mogelijkheden voor extra woningen op vrijkomende agrarische erven

4.3.3.1 Beleidsuitwerking Als reactie op de toenemende leegstand van agrarische erven heeft de gemeente Noordoostpolder in haar 'Structuurvisie Noordoostpolder 2025' aangegeven ruimte te willen bieden aan extra wonen op erven. De provincie Flevoland heeft in 2014 met veel gebiedspartners een agenda gemaakt voor een vitaal platteland. Ook zij ziet de vrijkomende agrarische erven als een belangrijk punt van aandacht. In de agenda wordt de volgende ambitie uitgesproken. Meer ruimte (in de breedte) voor invulling van vrijkomende agrarische erven biedt een grotere kans de unieke structuur van Noordoostpolder te behouden zonder dat de aanblik verpaupert. Door meer herinvullingsmogelijkheden te bieden, is er minder kans op het verdwijnen van erven (en de unieke structuur). Onder de noemer "Erf zoekt kans" wil de provincie samen met stakeholders bezien hoe groot de problematiek is en wat de beste aanpak voor deze kwestie is. De provincie juicht nieuwe initiatieven toe en zegt toe het gesprek met initiatiefnemers te zullen voeren daar waar men tegen bestaande (provinciale) regels aanloopt." Door de verdergaande schaalvergroting in de landbouw en het niet tijdig of onvoldoende inspelen op kansen voor hergebruik, komen het unieke landschappelijke karakter en de leefbaarheid van het landelijk gebied van Noordoostpolder onder druk te staan.

Nieuwe mogelijkheden op de vrijgekomen erven bieden een unieke kans om zowel de landschappelijk kwaliteiten te herstellen c.q. te verbeteren als de leefbaarheid van het landelijk gebied te vergroten. Eenzame

BJZ.nu Bestemmingsplannen

22

Bestemmingsplan Landelijk gebied, Bomenweg 6 te Emmeloord Ontwerp

erven worden kleine woongemeenschapjes als er meer mogelijkheden voor wonen op erven wordt toegestaan. Zo kunnen ook bijvoorbeeld ouderen met hun kinderen zelf hun zorg organiseren. Aan het realiseren van een extra woning zijn in het beleid 'Extra woningen op erven' zes voorwaarden gesteld waaraan zal moeten worden voldaan: 1. 2. 3.

4. 5. 6.

Het woonerf wordt teruggebracht naar de oorspronkelijke omvang en schuren buiten het erf worden gesloopt; De erfsingel wordt behouden, of wel opnieuw aangeplant; In totaal zijn maximaal vier woningen per erf toegestaan, in maximaal drie bouwvolumes. Dit kan door te wonen in de huidige bebouwing maar ook door 'rood voor rood' (nieuwbouw in ruil voor sloop van bestaande gebouwen). In de beleidsuitwerking is dat nader uitgewerkt: o Streven naar behoud van de oorspronkelijke erven met hun oorspronkelijke bebouwing, waar in deze oorspronkelijke bebouwing een tweede of derde woning mogelijk is. Ook sloop en nieuwbouw van de oorspronkelijke woning en/of (schokbeton)schuur is mogelijk. Hiervoor zal maatwerk worden geboden. o In ruil voor het slopen van minimaal 700 m2 niet-oorspronkelijke bebouwing op het eigen erf wordt de bouw van een extra woning mogelijk gemaakt. o Voor het realiseren van nieuwe bebouwing (onder a. en b.) wordt via welstandbeleid en/of een maatwerk-beeldkwaliteitsplan voorwaarden gesteld aan de situering, vormgeving, materiaal en kleurgebruik. Hierbij moet een duidelijke link met de oorspronkelijke bebouwing worden gelegd. Het woonmilieu/woningtype mag niet concurreren met woningen in dorpen; Er mogen geen negatieve effecten optreden voor omliggende bedrijven. Bedrijven mogen niet in hun bedrijfsvoering worden beperkt.

De woning dient te passen binnen het maximum aantal extra woningen op erven volgens de gemeente. De gemeente houdt een overzicht bij van de lopende aanvragen. Van belang is om te toetsen of het plan concreet genoeg is.

4.3.3.2 Toetsing van het initiatief aan de Beleidsuitwerking 1.

2. 3.

4.

5. 6.

4.3.4

het woonerf heeft reeds de 'oorspronkelijke omvang'. Er bevinden zich geen schuren buiten het erf. Tevens blijkt uit kaarten van Topotijdreis dat de omvang van het huidige erf gelijk is aan de historische omvang. De erfsingel wordt voor behouden en waar nodig opnieuw aangeplant. Dit is vastgelegd middels een erfinrichtingstekening welke is bijgevoegd bij de regels van voorliggend bestemmingsplan. In totaal wordt één woning gerealiseerd in bestaande 'oorspronkelijke' bebouwing. Hierbij wordt de oorspronkelijke schuur gesloopt en heropgebouwd vanwege de slechte kwaliteit van de bestaande bebouwing. Door de herbouw van de oorspronkelijke schuur wordt bijgedragen aan het behoud van de oorspronkelijke karakteristieken van het erf; Er is sprake van behoud van oorspronkelijke (erf)bebouwing in het landelijk gebied. In de dorpen is het niet mogelijk een vergelijkbare woning te realiseren. Daarmee concurreert het woonmilieu en het woningtype niet met woningen in dorpen. Van belemmeringen voor omliggende bedrijven is geenszins sprake, hiervoor wordt verwezen naar hoofdstuk 5.5 en 5.6. Uit correspondentie met de gemeente blijkt dat het maximum aantal extra woningen op erven vooralsnog niet is ingevuld. Onderhavig plan voorziet bovendien in een concreet voornemen. Bij brief d.d. 21 april 2021 heeft de gemeente aangegeven dat onder voorwaarden medewerking aan het plan kan worden verleend.

Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid

Gelet op vorenstaande wordt geconcludeerd dat voorliggend initiatief past binnen de gemeentelijke beleidskaders.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

23

Bestemmingsplan Landelijk gebied, Bomenweg 6 te Emmeloord Ontwerp

Hoofdstuk 5

Milieu- en omgevingsaspecten

5.1

Geluid (Wet geluidhinder)

5.1.1

Algemeen

De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidsnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidsniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan, indien het plan een geluidsgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeursgrenswaarde bij geluidsgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen. De functie 'wonen' is aan te merken als een geluidsgevoelige functie.

5.1.2

Situatie plangebied

De geplande woning wordt op basis van de Wgh aangemerkt als een geluidsgevoelig object. Hierna wordt achtereenvolgens ingegaan op de aspecten weg- en railsverkeerslawaai en industrielawaai als bedoeld in de Wgh. In het kader van wegverkeerslawaai is door BJZ.nu een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Hierna worden de resultaten beschreven.

5.1.2.1 Industrielawaai In de omgeving van het plangebied is geen gezoneerd bedrijventerrein, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, aanwezig. Het aspect industrielawaai is niet van toepassing. Wat betreft de invloed van individuele bedrijven op de nieuwe woning wordt verwezen naar paragraaf 5.5 (milieuzonering).

5.1.2.2 Railverkeerslawaai Railverkeerslawaai wordt in dit geval buiten beschouwing gelaten omdat de dichtstbijzijnde spoorlijn op zeer ruime afstand van het plangebied is gelegen.

5.1.2.3 Wegverkeerslawaai Het plangebied ligt binnen de wettelijke geluidszones van de Bomenweg (60 km/uur) en de N50 (100 km/uur). Het plangebied ligt niet binnen de wettelijke geluidszone van overige wegen en er zijn in de directe omgeving van het plangebied geen overige wegen gelegen die in het kader van voorliggend onderzoek relevant worden geacht. Doordat het plangebied binnen de wettelijke geluidszone van omliggende wegen, is door BJZ.nu een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd naar de N50 (bijlage 3). Hoewel de Bomenweg tevens een weg met een wettelijke geluidzone is, betreft het een doodlopende weg, waarlangs slechts enkele (woon)percelen zijn gelegen. Deze weg kent hiermee een dusdanig lage verkeersintensiteit dat deze niet relevant wordt geacht in het kader van het akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai. De geluidbelasting ten gevolge van de N50 bedraagt maximaal 43 dB inclusief 2 dB reductie. Er wordt met deze geluidswaarde voldaan aan de voorkeurswaarde van 48 dB zoals gesteld in de Wgh. Het toekennen van een hogere waarde is dan ook niet benodigd voor deze locatie. Met een geluidbelasting van 43 dB wordt tevens, mits wordt voldaan aan de voorwaarden zoals gesteld in het bouwbesluit, voldaan aan de binnenwaarde van 33 dB uit de het Bouwbesluit 2012.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

24

Bestemmingsplan Landelijk gebied, Bomenweg 6 te Emmeloord Ontwerp

Gelet op vorenstaande is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de te realiseren woning.

5.1.3

Conclusie

De Wet geluidhinder vormt in voorliggend geval geen belemmering.

5.2

Bodemkwaliteit

5.2.1

Algemeen

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, is een bodemonderzoek verricht conform de richtlijnen NEN 5740 en NEN5707.

5.2.2

Situatie plangebied

Door Terra Agribusiness BV is een bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het plangebied conform de richtlijnen NEN 5740 en NEN5707. De resultaten van het bodemonderzoek worden hierna behandeld. Voor de rapportage van het bodemonderzoek wordt verwezen naar bijlage 4 van deze toelichting. Op basis van de resultaten van de chemische analyses kan het volgende worden geconcludeerd: Verkennend bodemonderzoek NEN5740 ^ ^ ^ ^ ^ ^

In de bovengrondmengmonsters BM1 en BM2 zijn geen verhogingen aangetroffen. In het bovengrondmengmonster BM3 is een lichte verhoging kwik aangetroffen. In het grondwatermonster PB1 WM1 zijn geen verhogingen aangetroffen. Ter plaatse van de aangetroffen brandplaats (BM7) zijn geen verhogingen aangetroffen. Voormalige dieseltank bg: In het bovengrondmengmonster BM5 is een lichte verhoging minerale olie aangetroffen. In het grondwatermonster PB4 WM1 is een lichte verhoging naftaleen aangetroffen. Voormalige dieseltank og: In het bovengrondmengmonster BM6 en OM1 zijn geen verhogingen aangetroffen. In het grondwatermonster PB7 WM1 is een lichte verhoging naftaleen aangetroffen. Bestrijdingsmiddelenopslag: In het bovengrondmengmonster BM4 zijn lichte verhogingen DDD (som), Drins, HCB en minerale olie aangetroffen. In het grondwatermonster PB1 WM1 zijn geen verhogingen aangetroffen.

Verkennend bodemonderzoek NEN5707 "asbest in de bodem" ^ ^

In de mengmonsters MM1, MM2 en MM3 is analytisch geen asbest aangetroffen. Ter plaatse van de druppelzone zijn twee inspectiesleuven gegraven en is er een mengmonster samengesteld. Op het maaiveld en in de sleuven is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. In het mengmonster is analytisch geen asbest aangetoond.

De aangetroffen lichte verhogingen blijven onder de tussenwaarde. Op basis van onderhavig onderzoek wordt een nader bodemonderzoek voor deze locatie dan ook niet noodzakelijk geacht. De onderzoekslocatie wordt vanuit milieuhygiënisch oogpunt voor dit onderdeel geschikt geacht voor het beoogde gebruik.

5.2.3

Conclusie

Uit milieukundig oogpunt is geen bezwaar tegen de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en de realisatie van een extra woning, aangezien de vastgestelde (zeer) lichte verontreinigingen geen risico's voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik (wonen en tuin).

BJZ.nu Bestemmingsplannen

25

Bestemmingsplan Landelijk gebied, Bomenweg 6 te Emmeloord Ontwerp

5.3

Luchtkwaliteit

5.3.1

Beoordelingskader

Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: ^ ^

Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen).

5.3.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: ^ ^ ^

woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.

Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden.

5.3.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig.

5.3.2

Situatie plangebied

In subparagraaf 5.3.1.1 worden voorbeelden aangegeven die aangemerkt worden een project dat 'niet in betekenende mate bijdraagt' aan luchtverontreiniging. Aangezien in voorliggend geval wordt slechts één woning gerealiseerd. Op basis hiervan is dit plan aan te merken als een project dat 'niet in betekenende mate bijdraagt' aan luchtverontreiniging. Tot slot wordt geconcludeerd dat deze ontwikkeling niet wordt aangemerkt als een gevoelige bestemming in het kader het Besluit gevoelige bestemmingen.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

26

Bestemmingsplan Landelijk gebied, Bomenweg 6 te Emmeloord Ontwerp

5.3.3

Conclusie

Gezien het vorenstaande vormt het aspect luchtkwaliteit geen belemmering voor de uitvoering van dit bestemmingsplan.

5.4

Externe veiligheid

5.4.1

Algemeen

Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: ^ ^ ^ ^ ^

het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit.

Voor vervoer van gevaarlijke stoffen geldt de 'Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen' (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: ^ ^ ^

het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); de Regeling basisnet; de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied).

Voor het transport van gevaarlijke stoffen per buisleiding geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico.

5.4.2

Situatie in en bij het plangebied

Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. In de volgende afbeelding is een uitsnede van de Risicokaart met betrekking tot het plangebied (aangegeven met de blauwe ster) en de omgeving weergegeven.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

27

Bestemmingsplan Landelijk gebied, Bomenweg 6 te Emmeloord Ontwerp

10-6 contour

Overige inrichtingen J Terreingrens S 110 kV

S Basīsnet-wegtraject zonder PAG-índicatie

MM

r\

Afbeelding 5.1

Uitsnede Risicokaart (Bron: www.risicokaart.nl)

In de omgeving van het plangebied bevinden zich drie risicovolle inrichtingen, namelijk drie bovengrondse opslagtanks (propaan of ander vloeibaar gemaakt brandbaar gas). Op afbeelding 5.1 zijn de plaatsgebonden risicocontouren (zwart gestippelde cirkels) van de bovengrondse opslagtanks duidelijk weergegeven. Deze liggen ruim buiten het plangebied. De dichtstbijzijnde inrichting betreft het aangrenzende perceel aan de Bomenweg 8. De risicocontour van deze inrichting betreft 20 meter. De te realiseren woning bevindt zich op ten minste 60 meter van de opslagtank en voldoet hiermee ruimschoots aan de plaatsgebonden risicocontour. Een nadere verantwoording van het groepsrisico is daardoor niet noodzakelijk. Op een afstand van circa 250 meter ten oosten van het plangebied loopt de N50. Over deze weg vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. De weg kent echter geen plaatsgebonden risicocontour (10-6), waardoor een nadere verantwoording van het plaatsgebonden risico niet noodzakelijk is. Er geldt voor dit traject tevens geen plasbrandaandachtsgebied. De afstand waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico geldt bedraagt 48 meter. Gelet op het vorenstaande is geen verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk.

Op circa 400 meter ten zuiden van het plangebied bevindt zich een hoogspanningsleiding, te weten een 110 kV-hoogspanningslijn met een indicatieve zone aan weerszijden van 50 meter. Het jaargemiddelde magneetveld hierbinnen is hoger dan 0,4 ptesla (de magneetveld-zone). Het plangebied is niet gelegen binnen de indicatieve zone. De hoogspanningsleiding levert dan ook geen belemmering op voor voorliggend voornemen. Uit de inventarisatie blijkt dat de locatie: ^ ^ ^ ^

zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen dan wel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); zich niet bevindt in een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

28

Bestemmingsplan Landelijk gebied, Bomenweg 6 te Emmeloord Ontwerp

5.4.3

Conclusie

Een en ander brengt met zich mee dat het project in overeenstemming is met wet- en regelgeving ter zake van externe veiligheid.

5.5

Milieuzonering

5.5.1

Algemeen

Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De VNG-uitgave gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is. Hoewel de richtafstanden in 'Bedrijven en milieuzonering' indicatief zijn, worden deze afstanden wel als harde eis gezien door de Raad van State bij de beoordeling of bedrijven op een passende afstand van woningen worden gesitueerd.

5.5.2

Gebiedstypen

In de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' is een tweetal gebiedstypen onderscheiden; 'rustige woonwijk' en 'gemengd gebied'. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. Het omgevingstype 'gemengd gebied' wordt in de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' omschreven als een gebied met een matige tot sterke functiemenging waarbij bijvoorbeeld direct naast woningen andere functies voor kunnen komen zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. De gemeente Noordoostpolder merkt het landelijk gebied aan als 'gemengd gebied'. In onderstaande tabel zijn de richtafstanden voor zowel het omgevingstype rustige woonwijk als het gemengd gebied weergegeven. Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6

Richtafstanden tot omgevingstype rustige woonwijk 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m

Richtafstanden tot omgevingstype gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m

BJZ.nu Bestemmingsplannen

29

Bestemmingsplan Landelijk gebied, Bomenweg 6 te Emmeloord Ontwerp

5.5.3

Situatie plangebied

5.5.3.1 Algemeen Aan de hand van vorenstaande regeling is onderzoek verricht naar de feitelijke situatie. VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' geeft een eerste inzicht in de milieuhinder van inrichtingen. Hierbij spelen twee vragen een rol: 1. 2.

past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking).

5.5.3.2 Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ontwikkeling. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast of de realisatie van het plan leidt tot hinder of belemmeringen voor de bedrijven in de omgeving. Dit plan voorziet in de functiewijziging van agrarisch naar wonen. Wonen betreft, in tegenstelling tot een agrarisch bedrijf, een niet-milieubelastende functie voor de omgeving. Er is geen sprake van een aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden.

5.5.3.3 Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de nieuwe functies binnen het plangebied hinder ondervinden van bestaande functies in de omgeving. Zoals aangegeven wordt de bestemming gewijzigd van de agrarische bestemming naar een woonbestemming. De functie wonen is aan te merken als milieugevoelige functie. Bij het omzetten van een agrarische bestemming naar een woonbestemming moet in het kader van milieuzonering gekeken worden naar de afstand tussen de woning en de naastgelegen belastende bestemmingen. Hierbij moet niet uitgegaan worden van de feitelijke situatie maar van de maximale planologische mogelijkheden op de naastgelegen percelen. Bij veehouderijen geldt, op basis van de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering', de grootste richtafstand veelal voor het aspect geur. Bij agrarische bedrijven zijn, in het geval van veehouderijen, echter niet de adviesafstanden, maar de wettelijk aan te houden afstanden of de berekenende geuremissiecontouren voor vergunningplichtige veebedrijven bepalend. Hier wordt in paragraaf 5.6 nader op ingegaan. De overige van toepassingen zijnde aspecten, stof, geluid en gevaar worden hierna getoetst. In voorliggend geval zijn vooral de naastgelegen percelen (nummer 7 en nummer 8) relevant. Op de Bomenweg 7 en 8 rust een agrarische bestemming. Hier is als hoofdfunctie een grondgebonden agrarisch bedrijf (bv.

akkerbouw, melkveehouderij) toegestaan (milieucategorie 3.2, richtafstand 30 meter met uitzondering van het aspect geur). Als ondergeschikte nevenfunctie is ter plaatse van de Bomenweg 7 en 8 ook een intensieve veehouderij (bv. legkippen en varkensfokkerij) van maximaal 2.500m2 toegestaan (milieucategorie 4.1, grootste richtafstand 50 meter met uitzondering van het aspect geur). Aangezien de ontwikkeling plaatsvindt in het gemengd gebied kan de richtafstand voor deze agrarische bedrijven met één stap teruggebracht worden naar respectievelijk 10 en 30 meter. In onderstaande tabel is de afstand tussen de milieugevoelige functie en de milieubelastende functies weergegeven. Deze afstand wordt gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van de nieuw te realiseren woning ter plaatse van de oorspronkelijke koelschuur, die door dit bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

30

Bestemmingsplan Landelijk gebied, Bomenweg 6 te Emmeloord Ontwerp Functie

Categorie

Agrarisch bedrijf Bomenweg 7 Agrarisch bedrijf Bomen weg 8

4.1 4.1

Richtafstand gemengd gebied 30 meter voor geluid en stof. 30 meter voor geluid en stof.

Daadwerkelijke afstand (circa) 69 meter 58 meter

Zoals te zien in bovenstaande tabel wordt ruimschoots voldaan aan de richtafstanden van de agrarisch bedrijven aan de Bomenweg 7 en 8. Gezien de afstand tot omliggende milieubelastende functies mag er van worden uitgegaan dat ter plaatse van het plangebied sprake zal zijn van een goed woon- en leefklimaat. Omgekeerd worden omliggende functies niet gehinderd in hun bedrijfsvoering.

5.5.4

Conclusie

Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.

5.6

Geur

5.6.1

Wet geurhinder en veehouderij

De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor inrichtingen, als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. De Wgv stelt één landsdekkend beoordelingskader met een indeling in twee categorieën. Voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Voor de andere diercategorie is die waarde een wettelijke vastgestelde afstand die ten minste moet worden aangehouden. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) dient voor diercategorieën, waarvoor per dier geen geuremissie is vastgesteld (bijvoorbeeld melkkoeien) en een geurgevoelig object de volgende afstanden aangehouden te worden: ^ ^

ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen, en ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen.

Voor diercategorieën waarvoor in de Wgv een geuremissie per dier is vastgesteld geldt dat de geurbelasting op geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom niet meer dan 2 odour units per kubieke meter lucht mag bedragen. Voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom mag deze niet meer bedragen dan 8 odour units per kubieke meter lucht.

5.6.2

Situatie plangebied

Zoals beschreven in paragraaf 5.5.3 betreffen de agrarische bedrijven in de omgeving van het plangebied (Bomenweg 7 en 8) akkerbouwbedrijven. Echter is op basis van het geldend bestemmingsplan als nevenfunctie ook een intensieve veehouderij toegestaan. Opgemerkt wordt dat op grond van het raadsbesluit 'afwegingskader intensieve veehouderij' (d.d. 25 januari 2016) nieuwe intensieve veehouderijen in het eerstvolgende ruimtelijk plan niet meer worden toegestaan. Verder kan rekening worden gehouden met de reële maximale planinvulling en zo het feitelijk gebruik op Bomenweg 7 en 8 betrokken worden in de afweging. De agrarische bedrijven aan de Bomenweg 7 en 8 betreffen in het feitelijk gebruik geen intensieve veehouderijen, maar akkerbouwbedrijven. Omdat de gronden in de Noordoostpolder bij uitstek geschikt zijn voor akkerbouw is op grond van bedrijfseconomische redenen de kans relatief klein dat zich in de toekomst op nummer 7 en 8 een grondgebonden veehouderij zal vestigen. Op basis van dit feitelijk gebruik (akkerbouw) in combinatie met de beperkte mogelijkheden om op grond van de beschikbare milieuruimte een economisch rendabele onderschikte intensieve veehouderijtak te beginnen is er ruimte voor maatwerk. Het starten van een intensieve tweede tak met een beperkt oppervlakte is

BJZ.nu Bestemmingsplannen

31

Bestemmingsplan Landelijk gebied, Bomenweg 6 te Emmeloord Ontwerp

tegenwoordig niet rendabel als gevolg van landelijke regelgeving voor intensieve veehouderijen. Het uitoefenen van deze bedrijfsactiviteiten binnen de NOP is daardoor praktisch niet meer mogelijk, ondanks dat het planologisch is toegestaan. De Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State (hierna de Afdeling) staat in zo'n geval toe dat de gemeente bij het toelaten van activiteiten rekening houdt met reële maximalisatie van planologische mogelijkheden in plaats van de juridische maximalisatie van planologische mogelijkheden. Op basis van bovenstaande redenering is besloten in het kader van het aspect 'geur' de mogelijkheid tot intensieve veehouderij buiten beschouwing te laten. In voorliggend geval wordt één woning gerealiseerd binnen het plangebied. Deze woning wordt aangemerkt als 'geurgevoelig object'. Ten aanzien van grondgebonden veehouderijen geldt een vaste afstand van 50 meter voor geur. De nieuw te realiseren woning in de oorspronkelijke koelschuur is gelegen op 58 meter afstand van het dichtstbijzijnde agrarisch bedrijf aan de Bomenweg 8. Hiermee wordt ruimschoots voldaan aan de richtafstand. De huidige bedrijfswoning die wordt omgezet naar reguliere woning door de functiewijziging van agrarisch naar wonen, is gelegen op circa 28 meter afstand van het dichtstbijzijnde agrarisch bedrijf aan de Bomenweg 8.

Met betrekking tot de bedrijfswoning wordt echter opgemerkt dat er slechts sprake is van de functiewijziging van een reeds bestaande woning. De woning komt dan ook niet dichter bij milieubelastende functies te liggen. Tevens wordt opgemerkt dat de bedrijfsactiviteiten behorende bij het agrarisch bedrijf aan de Bomenweg 8 plaatsvinden in de schuren op de zuidzijde van het perceel. De minimale afstand tot de agrarische schuren bedraagt 60 meter vanaf de bedrijfswoning en 73 meter vanaf de nieuw te realiseren woning. Gelet op het vorenstaande ondervindt voorliggende ontwikkeling geen hinder van omliggende agrarische bedrijven. Omgekeerd worden agrarische bedrijven niet belemmerd als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling.

5.6.3

Conclusie

Het aspect geur vormt geen belemmering voor voorliggend plan.

5.7

Ecologie

5.7.1

Algemeen

Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met Natura 2000-gebieden en het Natuur Netwerk Nederland (voorheen EHS). Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten. Vanwege de voorgenomen sloop- en bouwactiviteiten heeft Natuurbank Overijssel ter plaatse van het plangebied een quickscan natuurwaardenonderzoek uitgevoerd. Hierna zijn de resultaten van het onderzoek opgenomen. Voor het volledige onderzoek wordt verwezen naar bijlage 5 van deze toelichting.

5.7.2

Gebiedsbescherming

5.7.2.1 Algemeen Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet natuurbescherming beschermd.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

32

Bestemmingsplan Landelijk gebied, Bomenweg 6 te Emmeloord Ontwerp

Natuur Netwerk Nederland (NNN) (voorheen Ecologische Hoofstructuur) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. De NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van de NNN geldt het 'nee, tenzij'- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten.

5.7.2.2 Situatie plangebied In de Wet natuurbescherming heeft Nederland de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn in nationale wetgeving verankerd. Nederland zal aan de hand van een vergunningenstelsel de zorgvuldige afweging waarborgen rond projecten die gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden. Deze vergunningen worden verleend door de provincies of door de Minister van EZ. Het plangebied ligt niet binnen of nabij een Natura 2000-gebied. Gronden die tot Natura 2000-gebied behoren, liggen op minimaal 8,9 kilometer afstand van het plangebied. Tevens wordt opgemerkt dat het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied op ten minste 14,0 kilometer afstand van het plangebied ligt. In afbeelding 5.2 is de ligging van het plangebied (rode ster) ten opzichte van Natura 2000-gebieden (blauwe en groene vlakken) weergegeven.

Gezien de afstand tot Natura 2000-gebieden, de aard en omvang van de ontwikkeling en de invulling van het tussenliggende gebied met infrastructuur en bebouwing (barrièrewerking), wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. 5.7.2.3 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlands natuurbeleid. Het NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het 'nee, tenzij'- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Het dichtstbijzijnde gebied dat is aangewezen als NNN is gelegen op minimaal 2,4 kilometer afstand van het plangebied. In afbeelding 5.3 is de ligging van het plangebied (rode ster) ten opzichte van het NNN (grijze vlakken) weergegeven.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

33

Bestemmingsplan Landelijk gebied, Bomenweg 6 te Emmeloord Ontwerp

Afbeelding 5.3

Ligging van het plangebied ten opzichte van het NNN (Bron: Atlas Leefomgeving)

Gelet op de afstand tot het dichtstbijzijnde NNN aangewezen gebied en de aard en omvang van de ontwikkeling binnen het plangebied worden geen negatieve effecten verwacht. Een verdere toetsing aan het NNN is niet aan de orde.

5.7.3

Soortenbescherming

5.7.3.1 Algemeen Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. Het is verboden om alle soorten die beschermd zijn volgens de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn, evenals de in paragraaf 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming genoemde soorten te doden en te verwonden, evenals het beschadigen en vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden. In voorliggend geval is door Natuurbank Overijssel een Quickscan natuurwaardenonderzoek uitgevoerd. Voor de rapportage van het onderzoek wordt verwezen naar bijlage 5 van deze toelichting.

5.73.2 Resultaten Quickscan natuurwaardenonderzoek De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Beschermde diersoorten benutten het plangebied hoofdzakelijk als foerageergebied, maar mogelijk nestelen er vogels, bezetten amfibieën er een rustplaats en bezetten grondgebonden zoogdieren er een vaste rust- of voortplantingsplaats. Vleermuizen bezetten geen vaste rust- of voortplantingsplaats in het plangebied en gebruiken het ook niet als foerageergebied. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet verstoord, beschadigd of vernield

BJZ.nu Bestemmingsplannen

34

Bestemmingsplan Landelijk gebied, Bomenweg 6 te Emmeloord Ontwerp

worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Indien de aanbouw gesloopt wordt tijdens de voortplantingsperiode, wordt geadviseerd vooraf een broedvogelscan uit te voeren om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te kunnen sluiten. Als gevolg van de voorgenomen activiteiten wordt mogelijk een beschermd grondgebonden zoogdier en amfibie gedood en wordt mogelijk een vaste (winter)rust- en/of voortplantingsplaats van een grondgebonden zoogdier of amfibie beschadigd of vernield. Voor grondgebonden zoogdier- en amfibieënsoorten, die een vaste (winter)rust- en voortplantingsplaats in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen het 'beschadigen/vernielen van vaste rust- en voortplantingsplaatsen'. Er geldt geen vrijstelling voor het doden van beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten wordt de functie van het plangebied als foerageergebied voor de foeragerende diersoorten niet aangetast. In het kader van de zorgplicht dienen de werkzaamheden te worden afgestemd op de voortplantingsperiode van vogels. Tevens mogen geen beschermde dieren gedood worden.

5.7.4

Conclusie

Er worden geen negatieve effecten op het NNN en Natura 2000-gebieden verwacht. Daarnaast zijn er geen negatieve effecten op beschermde soorten te verwachten.

5.8

Archeologie & Cultuurhistorie

5.8.1

Archeologie

5.8.1.1 Algemeen Initiatiefnemers hebben op basis van de Erfgoedwet een archeologische zorgplicht bij projecten waarbij de bodem wordt verstoord. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten.

5.8.1.2 Situatie plangebied De gemeente Noordoostpolder heeft in 2018 de Archeologische Basis- en Beleidsadvieskaart voor haar grondgebied geactualiseerd. Op de Basiskaart staan de archeologische waarden en verwachtingen weergegeven, terwijl op de Beleidsadvieskaart maatregelen staan aangegeven die nodig zijn om het archeologisch erfgoed te beschermen. In afbeelding 5.4 is een uitsnede van de Archeologische waarden en verwachtingskaart weergegeven, waarin het plangebied indicatief is aangegeven met de rode omlijning. Daarnaast is op afbeelding 5.5 een uitsnede van de Archeologische Beleidsadvieskaart weergegeven, waarin het plangebied tevens is aangegeven met een rode omlijning.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

35

Bestemmingsplan Landelijk gebied, Bomenweg 6 te Emmeloord Ontwerp

verwachting prehistorie

middelhoog aag/middelhoog

waterloop waterloop (stroomdraad indicatief)

Afbeelding 5.4: Archeologische waarden- en verwachtingskaart (Bron: Gemeente Noordoostpolder)

BJZ.nu Bestemmingsplannen

36

Bestemmingsplan Landelijk gebied, Bomenweg 6 te Emmeloord Ontwerp

Op basis van de Archeologische beleidsadvieskaart kent het plangebied geen archeologische waarde. Daarnaast heeft het plangebied op basis van de Archeologische waarden- en verwachtingskaart naar verwachting een lage archeologische waarde. Gebieden met een lage archeologische verwachting (dit zijn de 'witte' gebieden die op de beleidsadvieskaart die geen WA-# aanduiding hebben) zijn vrijgesteld van een archeologische onderzoeksverplichting. Op basis van het vorenstaande is het uitvoering van een archeologisch onderzoek niet noodzakelijk.

5.8.2

Cultuurhistorie

5.8.2.1 Algemeen Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. In de Bro is sinds 1 januari 2012 (artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a) opgenomen dat een bestemmingsplan 'een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden' dient te bevatten.

5.8.2.2 Situatie plangebied Er bevinden zich binnen het plangebied op basis van de Cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Flevoland geen rijks- dan wel gemeentelijke monumenten of andere cultuurhistorische waarden. In de directe omgeving van het plangebied komen eveneens geen monumenten of cultuurhistorische waarden voor.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

37

Bestemmingsplan Landelijk gebied, Bomenweg 6 te Emmeloord Ontwerp

5.8.3

Conclusie

Het uitvoeren van een archeologisch onderzoek is in het kader van dit bestemmingsplan niet noodzakelijk. In het plangebied en in de omgeving van het plangebied komen geen cultuurhistorische waarden voor.

5.9

Besluit milieueffectrapportage

5.9.1

Algemeen

De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan of ruimtelijk plan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: ^ ^

^

Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten).

In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd. Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van 'kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r. is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.beoordeling gehanteerd.

5.9.2

Situatie plangebied

5.9.1.1 Art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is gelegen op circa 8,9 kilometer afstand van het plangebied. Gezien de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling in relatie tot de ruime afstand tot Natura 2000-gebied wordt geconcludeerd dat geen sprake zal zijn van een aantasting van de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura-2000 gebied. Een passende beoordeling op basis van artikel 2.8 lid 1 van de Wet natuurbescherming is in het kader van dit project dan ook niet noodzakelijk.

5.9.1.3 Drempelwaarden Besluit m.e.r. Dit project voorziet in een concrete woningbouwontwikkeling op gronden met een woonbestemming voor wat betreft de binnen het plangebied geplande ontwikkeling en voldoet daarmee aan de definitie van een 'besluit' als bedoeld in het Besluit m.e.r. Dit betekent dat dit ruimtelijke plan m.e.r.-(beoordelings)plichtig is, indien activiteiten worden mogelijk gemaakt die genoemd worden in onderdeel C of D van het Besluit m.e.r. en de

BJZ.nu Bestemmingsplannen

38

Bestemmingsplan Landelijk gebied, Bomenweg 6 te Emmeloord Ontwerp

daarin opgenomen drempelwaarden overschrijden. In dit geval is sprake van een ontwikkeling die niet wordt genoemd in onderdeel C van het Besluit m.e.r. en is daarom niet direct m.e.r.-plichtig. Op basis van onderdeel D kan de in dit plan besloten ontwikkeling worden aangemerkt als: 'De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. De ontwikkeling in een bestemmingsplan is m.e.r.-beoordelingsplichtig indien de volgende drempelwaarden worden overschreden: 1. 2. 3.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/1976/documents/32767