6.1 Bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Westermeerweg 3 te Tollebeek'.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Landelijk gebied, Westermeerweg 3 te Tollebeek
December 2020
Status: Vastgesteld
Bestemmingsplan “Landelijk gebied, Westermeerweg 3 te Tollebeek” Vastgesteld
BESTEMMINGSPLAN “LANDELIJK GEBIED, WESTERMEERWEG 3 TE TOLLEBEEK”
Plan:
Landelijk gebied, Westermeerweg 3 te Tollebeek
Plantype:
Bestemmingsplan
IMRO-nummer: NL.IMRO.0171.BP00641-VS01 Status:
Vastgesteld
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
1
Bestemmingsplan “Landelijk gebied, Westermeerweg 3 te Tollebeek” Vastgesteld
Toelichting
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
2
Bestemmingsplan “Landelijk gebied, Westermeerweg 3 te Tollebeek” Vastgesteld
INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 5 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
AANLEIDING ............................................................................................................................................... 5 LIGGING VAN HET PLANGEBIED ....................................................................................................................... 5 DE BIJ HET PLAN BEHORENDE STUKKEN ............................................................................................................. 6 HUIDIGE PLANOLOGISCHE REGIME ................................................................................................................... 7 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 8
HOOFDSTUK 2 HUIDIGE SITUATIE ......................................................................... 9 2.1 2.2
RUIMTELIJKE ONTSTAANSGESCHIEDENIS............................................................................................................ 9 HUIDIGE SITUATIE PLANGEBIED ..................................................................................................................... 10
HOOFDSTUK 3 PLANBESCHRIJVING ..................................................................... 12 3.1 3.2 3.3
GEWENSTE ONTWIKKELING .......................................................................................................................... 12 ERFINRICHTING EN LANDSCHAPPELIJKE INPASSING ............................................................................................ 12 VERKEER & PARKEREN ................................................................................................................................ 13
HOOFDSTUK 4 BELEIDSKADER ........................................................................... 16 4.1 4.2 4.3
RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 16 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 18 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 22
HOOFDSTUK 5 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN .................................................. 25 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9
GELUID (WET GELUIDHINDER) ...................................................................................................................... 25 BODEMKWALITEIT ...................................................................................................................................... 26 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 27 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 28 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 29 GEUR ...................................................................................................................................................... 32 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 32 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 36 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE .............................................................................................................. 37
HOOFDSTUK 6 WATERASPECTEN........................................................................ 39 6.1 6.2 6.3
ALGEMEEN ............................................................................................................................................... 39 BELEIDSKADERS ......................................................................................................................................... 39 WATERTOETSPROCES.................................................................................................................................. 40
HOOFDSTUK 7 JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING .............................. 41 7.1 7.2 7.3
INLEIDING................................................................................................................................................. 41 OPZET VAN DE REGELS ................................................................................................................................ 41 VERANTWOORDING VAN DE REGELS............................................................................................................... 43
HOOFDSTUK 8 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .................................................. 45 HOOFDSTUK 9 VOOROVERLEG, INSPRAAK EN ZIENSWIJZEN ....................................... 46 9.1 9.2 9.3
VOOROVERLEG .......................................................................................................................................... 46 OMGEVINGSTRAJECT .................................................................................................................................. 46 ZIENSWIJZEN............................................................................................................................................. 47
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING ............................................................................... 48 BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
3
Bestemmingsplan “Landelijk gebied, Westermeerweg 3 te Tollebeek” Vastgesteld BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 BIJLAGE 7 BIJLAGE 8 BIJLAGE 9
AKOESTISCH ONDERZOEK WEGVERKEERSLAWAAI ...................................................................................... 49 VERKENNINGEN BODEM- EN ASBEST IN DE BODEMONDERZOEK.................................................................... 50 AANVULLEND BODEMONDERZOEK ......................................................................................................... 51 STIKSTOFBEREKENINGEN...................................................................................................................... 52 QUICKSCAN NATUURWAARDENONDERZOEK ............................................................................................ 53 WATERTOETSRESULTAAT ..................................................................................................................... 54 VOOROVERLEGREACTIE PROVINCIE FLEVOLAND ........................................................................................ 55 VOOROVERLEGREACTIE WATERSCHAP ZUIDERZEELAND .............................................................................. 56 NOTA BEANTWOORDING ZIENSWIJZEN ................................................................................................... 57
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
4
Bestemmingsplan “Landelijk gebied, Westermeerweg 3 te Tollebeek” Vastgesteld
HOOFDSTUK 1 1.1
INLEIDING
Aanleiding
In het buitengebied van de gemeente Noordoostpolder, op circa 1,4 kilometer ten noorden van de kern Urk, bevindt zich de locatie Westermeerweg 3 te Tollebeek. De locatie betreft een leegstaand voormalig agrarisch erf welke in eigendom is van het Rijksvastgoedbedrijf. Triade Flevoland heeft haar belangstelling voor de locatie kenbaar gemaakt en heeft de gemeente Noordoostpolder via een principeverzoek gevraagd medewerking te verlenen aan het realiseren van een woonzorggroep voor maximaal 24 bewoners voor de doelgroep: ‘Mensen met moeilijk verstaanbaar gedrag’. Daarnaast zal in de bestaande schokbetonschuur arbeidsmatige dagbesteding worden aangeboden. De ontwikkeling voorziet in de verplaatsing van cliënten van de bestaande zorglocaties van Triade aan het Ankerpad en Espelderweg. Deze locaties worden te zijner tijd door Triade afgestoten. Het college van burgemeester en wethouders van gemeente Noordoostpolder heeft ingestemd met het initiatief onder de volgende voorwaarden: • •
• • •
De oorspronkelijke schokbetonschuur en bedrijfswoning worden behouden en functioneel betrokken in de toekomstige bedrijfsvoering; Aan de noord- en oostzijde van het perceel wordt een volwaardige erfsingel (inclusief sloot) aangelegd en in stand gehouden. In samenwerking met de gemeente wordt hiervoor inrichtingstekening en beplantingsplan opgesteld; De nieuwe volumes worden geplaatst binnen het indicatieve bouwvlak zoals in het principeverzoek is aangegeven; De nieuwe volumes hebben een maximale goothoogte van 4 meter en een maximale bouwhoogte van 6,5 meter; Maximaal 20% van het bestemmingsvlak wordt bebouwd;
Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de juridisch-planologische vertaling van het voornemen. In dit bestemmingsplan wordt aangetoond dat de ontwikkeling in overeenstemming is met de voorwaarden gesteld in het principebesluit, er sprake is van ‘een goede ruimtelijke ordening’ en vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is.
1.2
Ligging van het plangebied
Het plangebied is gelegen aan de Westermeerweg 3 in het buitengebied van Tollebeek. De ligging van het plangebied ten opzichte van de kernen Tollebeek en Urk en het IJsselmeer en ten opzichte van de directe omgeving wordt weergegeven in figuur 1.1.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
5
Bestemmingsplan “Landelijk gebied, Westermeerweg 3 te Tollebeek” Vastgesteld
Figuur 1.1:
1.3
Ligging van het plangebied (Bron: ArcGIS)
De bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, Westermeerweg 3 te Tollebeek’ bestaat uit de volgende stukken: •
verbeelding (NL.IMRO.0171.BP00641-VS01) en een renvooi; BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
6
Bestemmingsplan “Landelijk gebied, Westermeerweg 3 te Tollebeek” Vastgesteld •
regels.
Op de verbeelding is de bestemming van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting en bijhorende bijlagen. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.
1.4
Huidige planologische regime
1.4.1
Algemeen
Het plangebied is gelegen binnen de begrenzing van de beheersverordening “Landelijk gebied”, welke op 21 maart 2016 door de gemeenteraad is vastgesteld. Deze beheersverordening regelt dat de planologische kaders zoals vervat in de voorheen geldende bestemmingsplannen van kracht blijven, totdat een nieuw bestemmingsplan of omgevingsplan is vastgesteld. Het bestemmingsplan “Landelijk gebied 2004” betreft het basisplan dat binnen het verordeningsgebied van kracht is. De gronden hebben de bestemming ‘Agrarisch gebied’ en zijn voor groot deel voorzien van een bouwvlak. In figuur 1.2 is een uitsnede van de verbeelding opgenomen. Het plangebied is daarbij indicatief aangegeven met een rode omlijning.
Figuur 1.2:
Uitsnede verbeelding beheersverordening “Landelijk gebied” (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
7
Bestemmingsplan “Landelijk gebied, Westermeerweg 3 te Tollebeek” Vastgesteld 1.4.2
Beschrijving bestemmingen
Op basis van het geldende bestemmingsplan zijn de gronden in het plangebied bestemd als ‘Agrarisch gebied’. Hieronder worden deze bestemmingen nader beschreven. Agrarisch gebied De voor 'Agrarisch gebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor agrarische bedrijvigheid in de vorm van een grondgebonden agrarisch, de instandhouding van het aanwezige cultuurhistorisch waardevolle verkavelingspatroon, extensieve openluchtrecreatie, kavelpaden, sloten en andere watergangen. Binnen het aangegeven bouwvlak mag worden gebouwd ten behoeve van een agrarisch bedrijf. 1.4.3
Strijdigheid
Op grond van het geldende bestemmingsplan is het niet toegestaan om gronden met de bestemming ‘Agrarisch gebied’ te bebouwen en gebruiken voor maatschappelijke/zorgdoeleinden. Door middel van voorliggende bestemmingsplanherziening wordt de bestemming van de gronden gewijzigd naar een maatschappelijke bestemming voor maximaal 24 woonzorgeenheden en dagbesteding en bijbehorende bouwmogelijkheden.
1.5
Leeswijzer
Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied gegeven. Hoofdstuk 3 betreft een beschrijving van de gewenste situatie. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie Flevoland en de gemeente Noordoostpolder beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsaspecten de revue. Hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten waaronder de watertoets. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid van het project. Hoofdstuk 9 gaat in op het vooroverleg en de inspraak.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
8
Bestemmingsplan “Landelijk gebied, Westermeerweg 3 te Tollebeek” Vastgesteld
HOOFDSTUK 2
HUIDIGE SITUATIE
2.1
Ruimtelijke ontstaansgeschiedenis
2.1.1
Noordoostpolder
De gemeente Noordoostpolder ligt in Nederlands twaalfde provincie, Flevoland. Emmeloord fungeert als centrumplaats, omringd (op fietsafstand) door de 10 zogenaamde groendorpen: Bant, Creil, Ens, Espel, Luttelgeest, Kraggenburg, Marknesse, Nagele, Rutten en Tollebeek. Sinds 1962 is de Noordoostpolder een zelfstandige gemeente. Het karakter van de gemeente is sterk agrarisch. De ruimtelijke structuur van de polder wordt mede bepaald door de volgende elementen: • • • • •
boerderijen en dorpen als groene eilanden in de open agrarische ruimte; ringen: IJsselmeerdijk en voormalige Zuiderzeedijk en de dorpenringweg; radialen: het assenkruis dat de dorpenringweg met Emmeloord verbindt; hiërarchische en concentrische opbouw; verkaveling volgens een modulair systeem op basis van een standaardkavel (300 m x 800 m).
Het belangrijkste kenmerk van de Noordoostpolder is dat het is ontworpen als eenheid, waarbij landschap, stedenbouw en architectuur onderdeel uitmaken van één integraal ontwerp. Hierdoor heeft de Noordoostpolder een hoge mate van ruimtelijke samenhang en architectonische uniformiteit. Vanwege het integrale ontwerp en de gaafheid van het landschap zijn de Noordoostpolder en Urk in de voormalige Rijksnota Belvedère gerangschikt onder de cultuurhistorisch meest waardevolle gebieden in Nederland. De Noordoostpolder kan gekarakteriseerd worden als concentrisch op verschillende niveaus. De vorm is daarbij steeds aangepast aan de topografie, de agrarische bedrijfsvoering, de civiele techniek, de gewenste afstand tussen de dorpen en de centrale plaats Emmeloord. Gebruik makend van onder andere de theorieën van de Duitse sociaal-geograaf W. Christaller (centrale plaatsentheorie) werd een hiërarchisch model ontwikkeld ten aanzien van de plaats en de functies van de nederzettingen. De wisselwerking tussen een concentrische opbouw, de hiërarchie, modulaire opbouw en de ondergrond/omgeving, het zogenaamde 'polderidioom' is sterk bepalend geweest voor de inrichting van de Noordoostpolder. Van 1937 tot 1942 werd de Noordoostpolder (met daarin de eilanden Urk en Schokland) met een omvang van circa 48.000 hectare ingepolderd.
De ontwikkeling van de polder (zowel de ontwatering als de inrichting) is geheel door de rijksoverheid tot stand gekomen. 2.1.2
Landschap en omgeving
De Noordoostpolder heeft een uniek landschap. De inrichting van de polder is na de drooglegging volledig gericht op de landbouw. Dit heeft een bijzonder landschap opgeleverd met een grootschalige opbouw en een grote mate van openheid. Dit landschap is nu circa 70 jaar oud en het concept van de oorspronkelijke inrichting is nog altijd herkenbaar aanwezig. Het ontwerp van de polder en de uniciteit van het landschap wordt internationaal hoog gewaardeerd. Kenmerkend voor het polderlandschap is het regelmatige kavelpatroon en de structuurbepalende beplantingselementen zoals de erfsingels en wegbeplanting. In de omgeving van het plangebied zijn de karakteristieke elementen voor het polderlandschap duidelijk herkenbaar. De rechtlijnige, lineaire structuren en de openheid zijn duidelijk zichtbaar in het landschap. In figuur 2.1 is een luchtfoto van de omgeving weergegeven, het plangebied is indicatief aangegeven met de rode contour. In de figuur is tevens zichtbaar dat het plangebied zich op zeer korte afstand, circa 800 meter, van het IJsselmeer bevindt.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
9
Bestemmingsplan “Landelijk gebied, Westermeerweg 3 te Tollebeek” Vastgesteld
Figuur 2.1: Luchtfoto ligging plangebied in de omgeving (Bron: PDOK)
2.2
Huidige situatie plangebied
Het plangebied ligt op circa 1,4 kilometer ten noorden van de kern Urk, op 800 meter ten westen ligt het IJsselmeer. De ruimtelijke structuur van de omgeving wordt voornamelijk bepaald door de agrarische cultuurgronden, de IJsselmeerkust en verspreid liggende agrarische en woonerven. Direct ten zuiden van het plangebied ligt het bosgebied ‘Van der Lijn reservaat’. Verder zuidwaarts bevindt zich de bebouwing van vakantiepark ‘t Urkerbos. Het plangebied zelf, met een oppervlakte van 14.110 m2, wordt begrensd door de Westermeerweg ten oosten, agrarische cultuurgronden ten westen, de woonbebouwing van perceel Westermeerweg 5a, 5b en 5c ten noorden en bos ten zuiden. Het terrein is in de huidige situatie bebouwd met agrarische opstallen, waaronder een oorspronkelijke bedrijfswoning en schokbetonschuur. In figuur 2.2 is een luchtfoto opgenomen van de huidige situatie van het plangebied. De rode contour betreft een indicatieve weergave van het plangebied.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
10
Bestemmingsplan “Landelijk gebied, Westermeerweg 3 te Tollebeek” Vastgesteld
Figuur 2.2:
Huidige situatie plangebied en directe omgeving (Bron: Gemeente Noordoostpolder)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
11
Bestemmingsplan “Landelijk gebied, Westermeerweg 3 te Tollebeek” Vastgesteld
HOOFDSTUK 3 3.1
PLANBESCHRIJVING
Gewenste ontwikkeling
De ontwikkeling behelst het realiseren van een woonzorggroep voor maximaal 24 bewoners op de locatie Westermeerweg 3 in het buitengebied van Tollebeek. De doelgroep waarvoor deze locatie ontwikkeld wordt betreft ‘Mensen met moeilijk verstaanbaar gedrag’. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken wordt een deel van de voormalig agrarische bebouwing gesloopt. De bestaande en oorspronkelijke schokbetonschuur en bedrijfswoning blijven behouden en krijgen een nieuwe functie in de nieuwe bedrijfsvoering. De ontwikkeling voorziet in de verplaatsing van cliënten van de bestaande zorglocaties van Triade aan het Ankerpad en Espelderweg. Deze locaties worden te zijner tijd door Triade afgestoten.
3.2
Erfinrichting en landschappelijke inpassing
De exacte nieuwe inrichting van het erf is op dit moment nog niet bekend. De oorspronkelijke bedrijfswoning en schokbetonschuur voor op het erf blijven behouden. Hierbij worden verspreid over het erf, in geval van 24 woonzorgeenheden, een drietal zorgpaviljoens/groepswoningen gerealiseerd. De toe te voegen bebouwing zal nagenoeg geheel uit één bouwlaag bestaan. De gemeente Noordoostpolder heeft bij het verlenen van haar principemedewerking als voorwaarde gesteld dat maximaal 20% van het bestemmingsvlak wordt bebouwd. Dit bestemmingsvlak (Maatschappelijk – Zorginstelling) beslaat het hele perceel en heeft een oppervlakte van 14.110 m2 (exclusief nutsgebouwtje). Het maximum te bebouwen oppervlak bedraagt (20% van 14.110 m2 ) 2.822 m2. Omdat op de planverbeelding een bouwvlak is opgenomen is het maximum bebouwingspercentage doorvertaald naar het bouwvlak. Dit bouwvlak heeft een oppervlakte van 7822 m2. Om 2.822 m2 te bebouwen oppervlakte mogelijk te maken is een bebouwingspercentage van 37% van toepassing. In figuur 3.1 is dit gevisualiseerd. Opgemerkt wordt dat de op de ondergrond ingetekende groepswoningen een mogelijke invulling zijn, dit kan in de nadere uitwerking nog wijzigen.
Figuur 3.1:
Erfinrichting nieuwe situatie (Bron: gemeente Noordoostpolder)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
12
Bestemmingsplan “Landelijk gebied, Westermeerweg 3 te Tollebeek” Vastgesteld
De locatie wordt voorzien van een landschappelijke inpassing die passend is bij het landschap van de Noordoostpolder. De erfsingels in Noordoostpolder vormen een basisonderdeel van het ontwerp van de Noordoostpolder. Het kent een vaste maatvoering. Het type beplanting is deels afhankelijk van de ondergrond. Het doel is vooral om beschutting te creëren in het open vlakke polderland en een stukje menselijke maatvoering aan te brengen. De erfsingels zijn daarmee een belangrijk element op het schaalniveau van de polder als geheel. Samen met de omlijsting van de dorpen vormen het groene eilanden in een open agrarische productielandschap. Zij dragen daarmee bij aan de zo karakteristieke inrichting van Noordoostpolder die iedereen kent. De erfsingels zijn een onderdeel van de historie van Noordoostpolder. Voor deze ontwikkeling moet de bestaande erfsingel aan de noordzijde van het erf in overeenstemming worden gebracht met de uitgangspunten voor erfsingels zoals opgenomen in bijlage 1 van de regels. Aan de westzijde en een klein deel van de noordzijde dient een nieuwe erfsingel conform de uitgangspunten voor erfsingels in de Noordoostpolder te worden aangelegd. Op onderstaande figuur is dit schematisch op een inrichtingstekening weergegeven. Ook is hier via een rode omkadering de locatie voor het parkeren op aangeven.
Via een voorwaardelijke verplichting in de planregels is de aanleg en instandhouding van de erfsingels juridisch geborgd. De inrichtingstekening is om die reden opgenomen als bijlage bij de regels.
Figuur 3.2:
Landschappelijke inpassing nieuwe situatie (Bron: gemeente Noordoostpolder)
3.3
Verkeer & parkeren
3.3.1
Algemeen
Bij het opstellen van ruimtelijke plannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. De gemeente Noordoostpolder heeft een Nota Parkeernormen waarin normen en voorwaarden aan parkeervoorzieningen zijn opgenomen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
13
Bestemmingsplan “Landelijk gebied, Westermeerweg 3 te Tollebeek” Vastgesteld Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet eveneens rekening worden gehouden met de extra verkeersgeneratie die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Op basis van de publicatie 'Toekomstbestendig parkeren’ (publicatie 381, december 2018) van het CROW kan de verkeersgeneratie van de ontwikkeling berekend worden. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis op onder andere het gebied van verkeer en parkeren. Specifiek voor verkeersgeneratie en parkeren heeft het CROW de publicatie, ‘Toekomstbestendig parkeren’ opgesteld. Deze kencijfers zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en praktijkervaringen van gemeenten. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeergeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen. Overigens wordt opgemerkt dat bij iedere functie, in de CROW-publicatie, een maximum en minimum wordt genoemd. Dit is de bandbreedte. Veelal wordt bij nieuwe ontwikkelingen het gemiddelde gehanteerd. In de Nota Parkeernormen is aangeven dat de gemeente Noordoostpolder qua stedelijkheidsgraad – in zijn geheel- in de categorie ‘matig stedelijke’ ligt. Tussen Emmeloord en de rest van de gemeente zit echter duidelijk verschil, de dorpen en het buitengebied hebben een veel lagere omgevingsadressendichtheid.
Voor dorpen en het buitengebied wordt daarom uitgegaan van niet stedelijk. Qua functie sluit de voorgenomen zorgfunctie het meeste aan bij het type ‘verpleegtehuis- en verzorgingstehuis’. Voor de ontwikkeling wordt uitgegaan van de volgende uitgangspunten: • • • 3.3.2
Type: verpleeghuis- en verzorgingstehuis (hoofdfunctie gezondheidzorg en (sociale) voorzieningen); Verstedelijkingsgraad: Niet stedelijk (bron: CBS Statline) Stedelijke zone: rest bebouwde kom Parkeren
In de Nota Parkeernomen van de gemeente Noordoostpolder zijn geen parkeerkencijfers opgenomen voor dergelijke zorgfuncties in het buitengebied. Daarom is gekeken naar praktijkcijfers. Voor deze specifieke doelgroep is er één begeleider op 4 cliënten/bewoners aanwezig. Op piekmomenten is de verhouding drie begeleiders op acht cliënten. Bij een populatie van maximaal 24 bewoners betekent dit negen medewerkers op locatie. Voor de dagbesteding is de begeleiding één medewerker op acht cliënten, op piekmomenten twee op acht. Bij een populatie van 24 bewoners resulteert dit in 6 medewerkers. In totaal zijn er 15 parkeerplaatsen voor medewerkers noodzakelijk. Op het moment dat er dagbesteding wordt gegeven is de bezetting op de woning minder. Op het moment dat er bezoekers komen dan is meestal de dagbesteding gesloten, waardoor deze parkeerplaatsen vrij zijn. Gelet op de omvang van de locatie is deze parkeerbehoefte eenvoudig op eigen terrein op te lossen, er worden ter plaatse van op afbeelding 3.2 aangegeven locatie 25 parkeerplaatsen gerealiseerd. In artikel 9 (overige regels) is tevens juridisch geborgd dat er op het eigen terreinmoet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. 3.3.3
Verkeer
In dit geval is gekeken naar de huidige functie (Agrarisch bedrijf) en de nieuwe functie woonzorg. In de publicatie 'Toekomstbestendig parkeren’ (publicatie 381, december 2018) van het CROW zijn geen kencijfers omtrent verkeersgeneratie opgenomen voor de oude functie en nieuwe functie. Daarom is voor de nieuwe gekeken naar de praktijkcijfers die ook voor het aspect parkeren zijn gebruik. De parkeerbehoefte uitgaande van de maximale situatie bedraagt 15 parkeerplaatsen. Als ervan wordt uitgegaan dat wordt gewerkt in diensten van 8 uur, er drie diensten per dag zijn en medewerkers één keer per dag komen en gaan levert dit een verkeersgeneratie van circa 90 motorvoertuigbewegingen per weekdagetmaal op. Daarnaast zullen er enkele voertuigbewegingen per week plaatsvinden door leveranciers en bezoekers. Het voormalige agrarische bedrijf veroorzaakte ook een bepaalde verkeersgeneratie. De intensiteit hiervan is moeilijk in te schatten, maar duidelijk is dat het hierbij ging om zowel auto-, vracht- en landbouwvoertuigen. In de oogstperiode zal de verkeersintensiteit waarschijnlijk hoger zijn geweest. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
14
Bestemmingsplan “Landelijk gebied, Westermeerweg 3 te Tollebeek” Vastgesteld Geconcludeerd wordt dat de verkeersgeneratie in de nieuwe situatie niet substantieel hoger is dan in de oude situatie. De ontsluiting van het plangebied vindt net als in de bestaande situatie plaats aan de oostzijde op de Westermeerweg. Uit de verkeersgegevens (periode 30-10-2017 t/m 7-11-2017) die zijn gehanteerd voor het akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai blijkt dat de Westermeerweg een etmaalintensiteit van 527 voertuigbewegingen kent. Deze weg met een snelheidsregiem van 60 km per uur geldt een maximale capaciteit van 6000 voertuigbewegingen per weekdag etmaal. Deze weg heeft voldoende capaciteit om de extra verkeersgeneratie van de nieuwe functie eenvoudig en op een vlotte en veilige manier kan afwikkelen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
15
Bestemmingsplan “Landelijk gebied, Westermeerweg 3 te Tollebeek” Vastgesteld
HOOFDSTUK 4
BELEIDSKADER
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.
4.1
Rijksbeleid
4.1.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is op 13 maart 2012 vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. Tevens vervangt het een aantal ruimtelijke doelen en uitspraken in onder andere de Agenda Landschap en de Agenda Vitaal Platteland. Daarmee wordt de SVIR het kader voor thematische of gebiedsgerichte uitwerkingen van rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. In de SVIR heeft het Rijk drie rijksdoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): • • •
4.1.2
Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijkeconomische structuur van Nederland; Het verbeteren, instandhouden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
De borging van de uitspraken uit de SVIR heeft in juridische zin plaatsgevonden in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Deze is op 30 december 2011 in werking getreden. In het Barro zijn de verschillende nationale belangen vastgelegd die doorwerking moeten krijgen bij lagere overheden. Het gaat om de volgende nationale belangen: rijksvaarwegen, project Mainportontwikkeling Rotterdam, kustfundament, grote rivieren, Waddenzee en waddengebied, defensie, Natuur Netwerk Nederland erfgoederen van universele waarden, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en het IJsselmeergebied. 4.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
In de SVIR wordt de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor:
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
16
Bestemmingsplan “Landelijk gebied, Westermeerweg 3 te Tollebeek” Vastgesteld bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 4.1.4
Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het rijksbeleid
De Ladder voor duurzame verstedelijking moet worden gevolgd wanneer planologisch nieuwe “stedelijke ontwikkelingen” mogelijk worden gemaakt. Nieuwe planologische bouwmogelijkheden van enige omvang kwalificeren zich als zodanig en zijn ‘Ladderplichtig’. Het al dan niet toenemen van het ruimtebeslag is een belangrijk criterium voor het aanmerken van een ontwikkeling als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Indien er wel sprake is van een (geringe) toename van bouwmogelijkheden, dan is doorgaans sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Indien er in het geheel geen sprake is van toename van het ruimtebeslag (bijv. bij functiewijziging), dan is de Afdelingslijn dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Zo overweegt de Afdeling in haar uitspraak van 10 december 2014 1: “12.6. Het betoog van Lunchroom Deli en andere dat het plan in zoverre in strijd is met artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro, omdat is voorzien in een functiewijziging binnen de bestaande bebouwing, kan niet slagen. In deze situatie is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in het Bro, aangezien de bebouwing reeds aanwezig is en er geen nieuw beslag op de ruimte plaatsvindt. Van belang daarbij is dat het plan naar het oordeel van de Afdeling slechts is gericht op een verruiming van de gebruiksmogelijkheden.” Echter in een recente uitspraak 2 van de Raad van State d.d.
18 februari 2015 is sprake van een uitbreiding van de planologische gebruiksmogelijkheden van feitelijk bestaande units in een bedrijfsverzamelgebouw. De Afdeling overweegt: “Voor zover [appellant sub 1] en anderen betogen dat in de Staat van bedrijfsactiviteiten deels bedrijfsactiviteiten staan genoemd, waarvoor de units in de bedrijfsverzamelgebouwen niet eerder mochten worden verhuurd, oordeelt de Afdeling dat het plan hiermee niet voorziet in een zodanige functiewijziging dat om die reden sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Zoals zij eerder heeft overwogen (uitspraak van 10 december 2014 in zaak nr. 201310814/1/R1) is daarbij van belang dat met een verruiming van de gebruiksmogelijkheden geen nieuw beslag op de ruimte plaatsvindt.” Het onderstreepte “zodanige functiewijziging” suggereert dat er functiewijzigingen – zonder enige toename van bebouwing – kunnen zijn die wel “zodanig” zijn, dat zij kunnen worden aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een functiewijziging “sec” die van invloed is op het woon-, leef- en ondernemersklimaat elders, door die invloed kan kwalificeren als “zodanige functiewijziging”, zodat sprake is van een Ladderplichtige stedelijke ontwikkeling. In voorliggend geval is er sprake is van behoefte naar kleinschalige woonzorgvormen in de gemeente Noordoostpolder.
De ontwikkeling voorziet in de verplaatsing van cliënten van de bestaande zorglocaties van Triade aan het Ankerpad en Espelderweg naar de nieuwe locatie Westermeerweg. De locaties Ankerpad en Espelderweg worden te zijner tijd door Triade afgestoten. Verder is in voorliggend geval sprake van een voormalige agrarisch erf dat behoefte heeft aan een duurzame nieuwe invulling. Met voorliggend initiatief wordt hierin voorzien. De ontwikkeling gaat gepaard met een beperkte uitbreiding van het erf in westelijke richting, maar hierbij mag slechts 20% van het erf (37% van het bouwvlak) bebouwd worden, maximaal 2.822 m2. In de oude situatie onder de agrarische bestemming was dit 100% van het agrarische bouwvlak. Planologisch gezien neemt de
1 201310814/1/R1 2 201311211/1/R3
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
17
Bestemmingsplan “Landelijk gebied, Westermeerweg 3 te Tollebeek” Vastgesteld maximale hoeveelheid toegestane bebouwing af. Verder kan worden gesteld dat er sprake is van een ontwikkeling, die in het kader van een ‘goede ruimtelijke ordening’ aanvaardbaar is (zie ook hoofdstuk 5);
4.2
Provinciaal beleid
4.2.1
Omgevingsvisie FlevolandStraks
De Omgevingsvisie FlevolandStraks geeft de langetermijnvisie van de provincie Flevoland op de toekomst van dit gebied. Het gaat over de periode tot 2030 en verder. Het geeft aan welke kansen, opgaven en uitdagingen er voor Flevoland liggen. Er zijn drie kernopgaven: • • •
Het Verhaal van Flevoland (fysieke omgeving), Krachtige Samenleving (sociaal-economische omgeving), Ruimte voor Initiatief (bestuurlijke omgeving).
Deze opgaven vormen de kern voor alle ontwikkelingen waar de provincie Flevoland bij betrokken is. Zowel voor de strategische opgaven uit de Omgevingsvisie, als andere vraagstukken van de provincie Flevoland. In de strategische opgaven staan de belangrijkste vraagstukken en ambities voor de toekomst beschreven. Het gaat om de volgende opgaven: • • • •
Duurzame Energie Regionale Kracht Circulaire Economie Landbouw: Meerdere Smaken
De voorgenomen ontwikkeling gaat uit van het herontwikkelen van een voormalig agrarisch erf in het buitengebied van Tollebeek naar een zorgfunctie. Hiermee wordt invulling gegeven aan de regionale behoefte naar woongroepen voor mensen met moeilijk verstaanbaar gedrag en tevens arbeidsmatige dagbesteding. Hiermee sluit het voornemen goed aan bij de uitgangspunten van de Omgevingsvisie FlevolandStraks (specifiek ‘Krachtige samenleving). Vooralsnog is de beleidsmatige kant van de Omgevingsvisie FlevolandStraks in uitwerking. Daarom wordt wat betreft het beleid nog verwezen naar het omgevingsplan Flevoland 2006. 4.2.2
Omgevingsprogramma Provincie Flevoland
4.2.2.1 Algemeen Per 1 januari 2021 treedt de Omgevingswet in werking. Op dat moment moet elke provincie beschikken over een Omgevingsvisie, een of meer programma's en een Omgevingsverordening. Het op 27 februari 2019 door de Provinciale Staten van de provincie Flevoland vastgestelde Omgevingsprogramma Flevoland vindt haar grondslag dan ook in de Omgevingswet. Daarnaast is de grondslag te vinden in diverse vigerende wetten, zoals de Waterwet, de Wet milieubeheer, de Wet geluidhinder en de Wet natuurbescherming. Het Omgevingsprogramma omvat daarmee de op dit moment verplichte plannen: het milieubeleidsplan, het regionale waterplan en het verkeer- en vervoersplan. In 2017 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie FlevolandStraks vastgesteld. Hierin is in hoofdlijnen de strategische visie op de toekomst van Flevoland weergegeven. In dit (eerste) Omgevingsprogramma Flevoland is er voor gekozen al het bestaande beleid voor de ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming of het behoud van de fysieke leefomgeving te bundelen in één programma dat digitaal beschikbaar is. Met de vaststelling van het Omgevingsprogramma is dan ook een groot aantal beleidsnota's komen te vervallen. Op deze wijze zijn de provinciale beleidskeuzes compact beschreven en is de samenhang tussen de verschillende beleidsterreinen het beste gewaarborgd.
De provincie streeft ernaar om dit programma jaarlijks te actualiseren en waar nodig aan te vullen met overig provinciaal beleid. Zo kunnen in volgende versies onderwerpen worden toegevoegd die betrekking hebben op
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
18
Bestemmingsplan “Landelijk gebied, Westermeerweg 3 te Tollebeek” Vastgesteld bijvoorbeeld economisch of sociaal beleid. Ook kunnen programma's worden toegevoegd met een meer gebiedsgebonden of thematische aanpak. In voorliggend geval is met name hoofdstuk 1 ‘Ruimte’ van het Omgevingsprogramma van belang. 4.2.2.2 Ruimte Algemeen Het belangrijkste doel van de provincie is een goede woon-, werk- en leefomgeving in heel Flevoland. Daarbij moet verstedelijking worden ingepast in een hoogwaardig landschap en passen bij de gerealiseerde en de geplande infrastructuur. Aantrekkelijke woongebieden in een groen-blauwe omgeving maken Flevoland concurrerend met andere gebieden. Er is sprake van overloop uit de drukke, dure Randstad naar een ruimer, goedkoper Flevoland (push factor). Ook kiezen mensen bewust voor het attractieve woonmilieu van Flevoland (pull factor). De provincie wil verdere grootschalige ontwikkelingen mogelijk maken en deze deels zelf ter hand nemen, samen met partners. De provincie is bereid om ruimte te reserveren voor functies waarvoor in omliggende regio's onvoldoende ruimte is. De voorwaarde daarvoor is een evenwichtige ontwikkeling. Samen met partners binnen en buiten het gebied biedt de provincie zicht op oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken, die het tempo van de ruimtelijke ontwikkelingen in Flevoland met zich meebrengt.
Het gaat hierbij bijvoorbeeld om achterblijvende bereikbaarheid, voorzieningenniveau en werkgelegenheid. Landelijk gebied Het plangebied maakt binnen het thema ‘Ruimte’ onderdeel uit van het ‘Landelijk gebied’ zoals hieronder is te zien in afbeelding 4.1.
Afbeelding 4.1
Uitsnede plangebied omgevingsprogramma Flevoland (Bron: Provincie Flevoland)
De provincie wil de vitaliteit van het landelijk gebied vergroten en de gebruiksmogelijkheden ervan meer afstemmen op de maatschappelijke behoeften. Het landelijk gebied moet vitaal blijven. Ook in Flevoland is BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
19
Bestemmingsplan “Landelijk gebied, Westermeerweg 3 te Tollebeek” Vastgesteld sprake van verdergaande schaalvergroting en herstructurering van de landbouw. De provincie wil agrarische bedrijvigheid die zich in de eerste plaats richt op duurzame productie en verwerking van landbouwproducten optimale ontwikkelingskansen geven. Bovendien wil de provincie ruimte bieden aan nieuwe functies in het landelijk gebied om het economisch draagvlak te verbreden en deze te verweven met de bestaande landbouwfunctie. In de beleidsregel kleinschalige ontwikkelingen in het landelijk gebied zijn de voorwaarden en maatvoering concreter uitgewerkt. Verder moet er voldaan worden aan een goede ruimtelijke ordening, waaronder een landschappelijke inpassing en een goede verkeersafwikkeling. De komende jaren wordt een forse leegstand van agrarische bedrijfslocaties verwacht. Door de schaalvergroting in de landbouw komen veel agrarische bouwpercelen vrij. In Flevoland is tussen nu en 2030 sprake van 400 tot 600 bedrijfsbeëindigingen. Recente berekeningen van Alterra laten zien dat er tot 2030 naar verwachting in Flevoland zo’n 1,3 miljoen vierkante meter agrarische bebouwing beschikbaar komt: in totaal een grotere oppervlakte dan de nu leegstaande kantoren. Zo’n 70% hiervan bevindt zich in de gemeente Noordoostpolder.
Door ruimte te bieden voor invulling van vrijkomende agrarische bebouwing wil de provincie de unieke structuur van Flevoland behouden. De vrijgekomen boerderijwoningen kunnen worden gebruikt voor algemene bewoning, waarbij wordt uitgegaan van één woning per (voormalig) agrarisch bouwperceel. Om het economisch draagvlak te verbreden wil de provincie ruimte bieden aan nieuwe functies in het landelijk gebied en deze verweven met de bestaande landbouwfunctie. Vestiging van activiteiten die bij uitstek thuishoren op een bedrijventerrein of aansluitend aan het bebouwde gebied worden in principe niet toegestaan. De activiteiten moeten in principe kleinschalig van karakter zijn. De bebouwingsmogelijkheden dienen hierop te zijn afgestemd. Effecten die milieu hygiënisch, landschappelijk en verkeerskundig (veiligheid en verkeersaantrekkende werking) ongewenst zijn, moeten worden voorkomen. Zo mogen nieuwe functies de landschappelijke en cultuurhistorische kern- en basiskwaliteiten van het gebied niet aantasten. De provincie ziet erop toe dat de mogelijkheden van verstedelijking in het landelijk gebied afdoende gemotiveerd zijn boven het gebruik maken van mogelijkheden in het stedelijk gebied. Zo ziet de provincie ook toe op een goede omgang met de Ladder voor duurzame verstedelijking van het Rijk.
4.2.2.3 Toetsing van het initiatief aan het ‘Omgevingsprogramma Provincie Flevoland’ In voorliggend geval is sprake van een kleinschalige herontwikkeling van een voormalig agrarisch erf naar een woonzorg-locatie, waarbij tevens arbeidsintensieve dagbesteding wordt aangeboden. Het provinciale beleid gaat niet specifiek in op de doelgroep die door voorliggende ontwikkeling wordt gefaciliteerd, maar staat deze tevens niet in de weg. Verder zijn er vanuit de diverse omgevingsaspecten geen belemmeringen (zie hoofdstuk 5). Deze ontwikkeling is in lijn met de hiervoor beschreven ambities uit het Omgevingsprogramma Flevoland. 4.2.3
Omgevingsverordening Provincie Flevoland
4.2.3.1 Algemeen In de Omgevingsverordening van provincie Flevoland zijn alle regels vastgelegd die de provincie hanteert op het gebied van onder andere wegen, water, milieu, bodem, natuur, wonen en ruimte. Dit kunnen zowel regels zijn voor burgers of bedrijven als (instructie-)regels voor andere overheden. 4.2.3.2 Relevant artikelen In de omgevingsverordening worden voor het plangebied met uitzondering van artikel 7.5 (bescherming) – natuurnetwerk Nederland) geen instructieregels gesteld die relevant zijn voor voorliggende ontwikkeling. Artikel 7.5 (Bescherming) - Natuurnetwerk Nederland 1.
Een ruimtelijk plan of besluit, voor zover het betrekking heeft op een gebied binnen of nabij de aangewezen het Natuurnetwerk Nederland: a. strekt mede tot bescherming, instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van dat gebied;
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
20
Bestemmingsplan “Landelijk gebied, Westermeerweg 3 te Tollebeek” Vastgesteld b.
2.
maakt activiteiten alleen mogelijk als die ten opzichte van het ten tijde van de inwerkingtreding van deze titel van de verordening geldende bestemmingsplan, mits die per saldo niet leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, of tot een significante vermindering van de oppervlakte van die gebieden, of van de samenhang tussen die gebieden. Voor zover een bestemmingsplan strijdig is met de bescherming en de mogelijkheden bedoeld in het eerste lid stelt de gemeenteraad binnen drie jaar na het inwerkingtreden van deze titel dat plan opnieuw vast met inachtneming van de bepalingen in het eerste lid.
4.2.3.2 Toetsing van het initiatief aan de omgevingsverordening Provincie Flevoland Binnen het plangebied bevinden zich geen gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland (NNN) behoren. Zoals aangegeven in paragraaf 5.7.2 ligt het NNN-gebied op enkele meters ten zuiden van het plangebied en wordt het areaal NNN-gebied niet aangetast. Verder heeft de ontwikkeling vanwege de lokale invloedsfeer, woon-zorgactiviteiten, geen negatief effect op de kernkwaliteiten en de omgevingscondities van het ten zuiden van het plangebied gelegen Natuurnetwerk Nederland bosgebied. Het NNN heeft verder geen schaduwwerking op naastliggende gronden. Voor deze gronden gelden geen beperkende bepalingen, zoals deze voor Natura 2000-gebieden wel gelden. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in lijn is met artikel 7.5 van de Omgevingsverordening Flevoland. 4.2.3
Beleidsregel Kleinschalige ontwikkelingen in het landelijk gebied (2008)
Deze beleidsregel is inhoudelijk een voortzetting van de beleidsregel "Kleinschalige ontwikkelingen in het landelijke gebied 2007" maar is procedureel aangepast aan de Wro, die op 1 juli 2008 van kracht is geworden. Deze beleidsregel geeft aan op welke wijze de provincie omgaat met de uitgangspunten zoals die in het Omgevingsplan Flevoland 2006 zijn geformuleerd met betrekking tot kleinschalige ontwikkelingen in het landelijk gebied. De provincie wil verdere ontwikkeling van de landbouw stimuleren, zodat het landelijk gebied vitaal en duurzaam blijft. Zij vindt het daarom van belang meer ruimte te bieden aan nieuwe agrarisch aanverwante (maar ook niet- agrarische functies) en de mogelijkheid te bieden om (voormalige) agrarische bouwpercelen te vergroten. Dit mag er dan uiteraard niet toe leiden dat de reeds in het landelijk gebied aanwezige functies gehinderd worden, noch dat het landelijk gebied verstedelijkt. De van belang zijnde inhoudelijke afwegingen zijn hierna weergegeven: •
• • • • •
4.2.4
Niet-agrarische en/of agrarisch aanverwante activiteiten op (voormalige) agrarische bouwpercelen zijn mogelijk, tenzij belemmeringen en hinder ontstaan voor het functioneren van de naastgelegen (agrarische) bedrijven en/of activiteiten, zoals wonen en recreëren. Indien nodig en mogelijk zal dit nader worden geregeld in een (milieu)vergunning. Voorkomen van verstedelijking landelijk gebied. Per (voormalig) agrarisch bouwperceel wordt uitgegaan van één woning. Vrijgekomen boerderijwoningen kunnen worden gebruikt voor algemene bewoning. Landschappelijke inpassing. Vergroting van de (voormalige) agrarische bouwpercelen dan wel de ontwikkeling van niet-agrarische en/of agrarisch aanverwante activiteiten op (voormalige) agrarische bouwpercelen zijn mogelijk, tenzij dit leidt tot knelpunten of onveilige situaties in de verkeersafwikkeling. Er wordt naar gestreefd, dat recreatieve en/of toeristische activiteiten en andere publiek aantrekkende activiteiten goed bereikbaar zijn met openbaar vervoer en fiets. Toetsing aan het provinciaal beleid
In voorliggend geval is sprake van een kleinschalige herontwikkeling van een voormalig agrarisch erf naar een woonzorg-locatie, waarbij tevens arbeidsintensieve dagbesteding wordt aangeboden. Het provinciale beleid gaat niet specifiek in op de doelgroep die door voorliggende ontwikkeling wordt gefaciliteerd, maar staat deze tevens niet in de weg. Verder zijn er vanuit de diverse omgevingsaspecten geen belemmeringen (zie hoofdstuk BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
21
Bestemmingsplan “Landelijk gebied, Westermeerweg 3 te Tollebeek” Vastgesteld 5). Deze ontwikkeling is in lijn met de hiervoor beschreven ambities uit het Omgevingsplan Flevoland en de Beleidsregel Kleinschalige ontwikkelingen in het landelijk gebied (2008).
4.3
Gemeentelijk beleid
4.3.1
Structuurvisie Noordoostpolder 2025
4.3.1.1 Algemeen De Structuurvisie Noordoostpolder 2025 is in december 2013 vastgesteld door de gemeenteraad. De Structuurvisie is een integrale ruimtelijke visie, die de huidige en gewenste waarden en kwaliteiten beschrijft. De visie heeft als doel de verschillende belangen, zoals voor het landschap, de kernen en de gemeenschap, zorgvuldig af te wegen en hieruit een integrale ontwikkelingsrichting te bepalen voor de periode tot 2025. De Structuurvisie Noordoostpolder 2025 is vooral gericht op behoud en verbetering van de bestaande ruimtelijke, economische en sociale kwaliteiten en daarmee op het versterken van het landschap en leefbaarheid in de gemeente Noordoostpolder. De Structuurvisie is een document voor de langere termijn. Daarom kent de Structuurvisie Noordoostpolder 2025 een zekere mate van globaliteit en abstractie. De visie vormt de basis voor het toekomstig beleid. Ter uitwerking van de structuurvisie zijn gebiedsvisies, masterplannen, uitwerkingsplannen, bestemmingsplannen en beleidsplannen nodig om concrete (plan)ontwikkelingen in gang te zetten. 4.3.1.2 Ambitie landschap De gemeente is trots het unieke polderlandschap van de Noordoostpolder. Daarom is de ambitie de komende jaren de landschappelijke opbouw van de Noordoostpolder niet alleen behouden, maar ook versterken.
Op de schaal van de polder wordt ingezet in op het behoud van het regelmatige kavelpatroon en het versterken van de concentrische opbouw van de polder. Cultuurhistorisch gezien wordt ook ingezet op het herstel van structuurbepalende beplantingselementen (zoals erfsingels, wegbeplanting en omlijsting van dorpen). Daarvoor wordt niet alleen samenwerking gezocht met Provincie, waterschap en terreinbeherende organisaties, maar ook met de inwoners en ondernemers. De polder is een levend landschap, waarin particuliere initiatieven een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan het behoud van de identiteit van de (verschillende deelgebieden van de) Noordoostpolder en het vergroten van de kwaliteit en de beleving daarvan. 4.3.1.3 Ambitie Cultuurhistorie Cultuurhistorie en archeologie bepalen in grote mate de identiteit van de Noordoostpolder en zijn daarom hulpmiddelen de gemeente te onderscheiden. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt gekeken in hoeverre er actief een bijdrage geleverd kan worden aan erfgoed, om die identiteit te versterken. Denk bijvoorbeeld aan functieverandering van monumenten of ruimere herbestemming van (agrarisch) vrijkomende bedrijven. 4.3.1.4 Ambitie Bevolking en wonen De gemeente Noordoostpolder streeft naar een aantrekkelijke, uitnodigende fysieke wonen leefomgeving en daarbij richt de gemeente zich vooral op (tijdelijke) inwoners van de gemeente Noordoostpolder.
De gemeente zet in op een afwisselend woningaanbod en voegt bijzondere woonmilieus toe, zoals in de Wellerwaard. Er zijn mogelijkheden voor het realiseren van landgoederen en woningen in vrijkomende agrarische bebouwing. De aandacht verschuift van kwantiteit (veel bouwen) naar kwaliteit (dat wat er al is behouden, verbeteren en/of transformeren). Er zijn mogelijkheden voor het realiseren van landgoederen en wonen in vrijkomende agrarische bebouwing:
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
22
Bestemmingsplan “Landelijk gebied, Westermeerweg 3 te Tollebeek” Vastgesteld Wonen en zorg De wereld van wonen en zorg verandert snel. De meeste mensen wonen tot op hoge leeftijd zelfstandig en redden zich met kleine woningaanpassingen. Daarnaast heeft er mantelzorg plaats, waarbij ook vraag is naar ‘kangoeroe wonen’: twee zelfstandige woningen (de buidel- en hoofdwoning). Daarnaast zijn er nog groepen voor wie gemeente, woningcorporatie en zorgpartijen moeten zorgen door het beschikbaar stellen van speciale woningen en intensievere zorg (voor jong én oud). De gemeente willen voor deze verschillende vormen mogelijkheden benoemen en ruimte bieden in het bestemmingsplan. 4.3.1.5 Toetsing van het initiatief aan de ‘Structuurvisie Noordoostpolder 2025’ In voorliggend geval is sprake van een herbestemming van een bestaand agrarisch erf naar een woonzorglocatie voor de doelgroep: ‘Mensen met moeilijk verstaanbaar gedrag’. hierbij wordt tevens dagbesteding aangeboden. Bij deze herontwikkeling blijven de bestaande en oorspronkelijk gebouwde bedrijfswoning en schokbetonschuur behouden en krijgen een nieuwe functie ten behoeve van woonzorg en dagbesteding. Verder wordt de locatie landschappelijk ingepast door erfsingels die passen bij het polderlandschap (zie ook hoofdstuk 3).
Geconcludeerd wordt dat het voornemen in overeenstemming met de uitgangspunten zoals verwoord in de ‘Structuurvisie Noordoostpolder 2025’. 4.3.2
Woonvisie Noordoostpolder
4.3.2.1 Algemeen De gemeenteraad heeft in 2013 de woonvisie vastgesteld. Hierin staat wat de gemeentelijke visie is op wonen, wat de rol van de gemeente daarin is en hoe de gemeente samenwerkt met de partners (bewonersvertegenwoordigers, de woningbouwcorporatie, zorgpartijen en onderwijsorganisaties). De drie speerpunten van de woonvisie zijn: het binden van bewoners, kwaliteit boven kwantiteit, en vernieuwen van binnenuit. Er ligt zoals beschreven in de woonvisie een grote en complexe vernieuwingsopgave in de gemeente. Veel woningen en woongebieden zijn in dezelfde periode gerealiseerd en veel van het toen gebouwde heeft de leeftijdsgrens van 60 jaar inmiddels gepasseerd. Woningen vragen om energetische vernieuwing en transformatie. Ook de openbare ruimte vraagt her en der om een update. De oudere buurten zijn vooral stedenbouwkundig van cultuurhistorische waarde. In het DNA van de dorpen zijn deze waarden beschreven, en de gemeente Noordoostpolder wil met deze bijzondere kwaliteiten zorgvuldig omgaan. Het ‘gewoon goed wonen’ blijft beslist mensen aanspreken, maar de vraag neemt wel af en het aanbod is groot. Dat geldt voor veel dorpen en in iets mindere mate voor de wijken van Emmeloord. Mensen vragen vooral om meer variatie.
Zo is er gemeente breed behoefte aan meer vrije kavels voor (grote) woningen in ruime en groene recreatieve woonmilieus, aan levensloopgeschikte, grondgebonden koopwoningen voor senioren en aan levensloopgeschikte sociale huurappartementen. Vanuit de woonvisie stuurt de gemeente aan op een nieuwbouwprogramma dat niet concurreert met bestaand woningaanbod, maar dat de woningvoorraad aanvult met die segmenten die nog onvoldoende beschikbaar zijn. Omdat de marktvraag in de dorpen beperkt is, en omdat juist in de bebouwde kom vernieuwing nodig is, is men terughoudend met uitbreiding. 4.3.2.2 Wonen en zorg In de woonvisie wordt aangegeven dat de belangrijkste actie voor de komende jaren is om de ‘klokken gelijk te zetten’, in onderling overleg tot afstemming van diensten te komen en afspraken te maken over een basisvoorraad aan speciaal gelabelde en geschikte woningen voor mensen met een intensieve zorgvraag. Gestreefd wordt naar een passend en toekomstbestendig programma aan wonen en zorg.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
23
Bestemmingsplan “Landelijk gebied, Westermeerweg 3 te Tollebeek” Vastgesteld 4.3.2.3 Toetsing van het initiatief aan de Woonvisie Noordoostpolder De ontwikkeling behelst het realiseren van een woonzorggroep voor maximaal 24 bewoners op de locatie Westermeerweg 3 in het buitengebied van Tollebeek. De ontwikkeling voorziet in de verplaatsing van cliënten van de bestaande zorglocaties van Triade aan het Ankerpad en Espelderweg. Deze locaties worden te zijner tijd door Triade afgestoten. Door de voorgenomen ontwikkeling blijft het aantal woonzorgeenheden in de regio op peil en is daarmee toekomstbestendig. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling in overeenstemming is met de woonvisie. 4.3.5
Welstandsnota gemeente Noordoostpolder 2016
4.3.5.1 Algemeen Op 29 november 2016 heeft de raad de welstandsnota "Ruimte voor kwaliteit en welstandsvrijheid" vastgesteld. De welstandsnota geeft richting aan het welstandstoezicht in de Noordoostpolder en voor de inwoners van de gemeente biedt het plan helderheid over de welstandsbeoordeling van hun bouwplannen. Zoals de titel van de nota al aangeeft wordt onderscheid gemaakt tussen welstandsvrije en niet welstandsvrije gebieden. De selectie van niet-welstandsvrije gebieden heeft plaats gevonden aan de hand van twee criteria: • •
de cultuurhistorische betekenis van de bebouwing; de zichtbaarheid van de bebouwing vanuit belangrijke openbare ruimtes.
Op basis van deze criteria is besloten dat in de volgende gebieden welstandstoezicht blijft gelden: 1. 2. 3. 4.
de kernen en beeldbepalende gebieden van Emmeloord; de dorpskernen en beeldbepalende gebieden van Marknesse, Ens, Luttelgeest, Bant, Creil, Espel, Tollebeek, Kraggenburg en Rutten; Nagele en Schokland in zijn geheel; het landelijk gebied.
De locatie Westermeerweg 3 is gelegen in het landelijk gebied, waarvoor het welstandskader ‘welstandsluw geldt. 4.3.5.2 Toetsing van het initiatief aan de Welstandsnota gemeente Noordoostpolder De exacte invulling van het plangebied en vormgeving van is nog niet bekend. Wel is duidelijk dat de oorspronkelijke bedrijfswoning en schokbetonschuur behouden blijven. Bij de nadere uitwerking van het bouwplan voor de groepswoningen zal rekening worden gehouden met de criteria uit de welstandnota. 4.3.6
Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid
Gelet op vorenstaande wordt geconcludeerd dat voorliggend initiatief past binnen de gemeentelijke beleidskaders.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
24
Bestemmingsplan “Landelijk gebied, Westermeerweg 3 te Tollebeek” Vastgesteld
HOOFDSTUK 5
MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema’s geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, ecologie, archeologie & cultuurhistorie en het Besluit milieueffectrapportage.