6.1 Bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Schokkerringweg 4-1 te Nagele'.pdf
Tekst van het document
NL.IMRO.0171.BP00674-ON01 Regels
Gemeente Noordoostpolder
Bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Schokkerringweg 4-1 te Nagele'
Blad 8 van 18 September 2021 Versie 01
3.3.2 Strijdig gebruik Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden als staanplaats voor onderkomens en als opslag-, stort- of bergplaats van al dan niet afgedankte voorwerpen, stoffen, materialen en producten, tenzij dit noodzakelijk is in verband met de ter plaatse gevestigde bedrijvigheid of het normale beheer en onderhoud van de gronden en gebouwen; b. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken (met uitzondering van bedrijfswoningen) als zelfstandige woonruimte; c. het gebruik van gebouwen ten behoeve van een seksinrichting; d. buitenopslag; e. het gebruik van gronden en gebouwen voor een hogere categorie aan bedrijvigheid dan is gesteld onder 3.1 a en b. 3.3.3 Geoorloofd gebruik Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval niet gerekend een aan huis verbonden beroep of een aan huis verbonden bedrijfsactiviteit, mits: a. ten hoogste 300Zo van de oppervlakte van een woonhuis of de woning binnen een woongebouw en ten hoogste 6007o van de toegelaten oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken mag worden gebruikt ten behoeve van het aan huis verbonden beroep; b. de uitstraling van de woning intact blijft; c. het gebruik geen onevenredig nadelige gevolgen heeft voor het woon- en leefmilieu; d. het gebruik geen onevenredig nadelige gevolgen heeft op de normale afwikkeling van het verkeer; e.
het parkeren ten behoeve van het gebruik binnen het bestemmingsvlak op eigen terrein plaatsvindt; f. geen detailhandel wordt uitgeoefend; g. de activiteit in ieder geval door de bewoner(s) wordt uitgeoefend; h. in geval van een aan huis verbonden bedrijfsactiviteit, het een activiteit betreft die genoemd is in bijlage 3 van de regels Aan huis verbonden bedrijfsactiviteiten. 3.4 Afwijken van regels 3.4.1 Afwijken specifieke gebruiksregels Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 3.3.1, indien de aanplant en instandhouding van een erfsingel op een andere gelijkwaardige wijze wordt aangeplant en in stand wordt gehouden dan is bepaald in de inrichtringstekening met bijbehorend beplantingsplan, zoals opgenomen in de betreffende bijlage(n) van de regels, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van landschap en beeldkwaliteit.
NL.IMRO.0171.BP00674-ON01 Regels
Gemeente Noordoostpolder
Bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Schokkerringweg 4-1 te Nagele'
Blad 9 van 18 September 2021 Versie 01
Artikel 4 Waarde - Archeologie 8 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 8' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van de aldaar in of op de grond aanwezige archeologische verwachtingswaarden. 4.2 Bouwregels 4.2.1 Omgevingsvergunning voor het bouwen Voor bouwwerken, waarvoor bodemingrepen nodig zijn met een oppervlakte groter dan 5.000 m2 en dieper dan 50 cm, moet alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk wordt verleend, door de aanvrager een rapport worden overgelegd waarin, naar het oordeel van burgemeester en wethouders: a. de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld; en b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd. 4.2.2 Voorwaarden omgevingsvergunning voor het bouwen Indien uit het in 4.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen worden verstoord, kunnen burgemeester en wethouders één of meer van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b.
de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. 4.2.3 Advies Indien burgemeester en wethouders voornemens zijn om aan de vergunning voorwaarden te verbinden als bedoeld in 4.2.2 , wordt een archeologisch deskundige om advies gevraagd.
NL.IMRO.0171.BP00674-ON01 Regels
Gemeente Noordoostpolder
Bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Schokkerringweg 4-1 te Nagele'
Blad 10 van 18 September 2021 Versie 01
4.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.3.1 Verbod Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op de gronden van toepassing zijnde bestemmingen een omgevingsvergunning vereist, met dien verstande dat het werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden betreft met een oppervlakte groter dan 10.000 m2 en dieper dan 50 cm: a. het ontgronden, afgraven, egaliseren, mengen, diepploegen en ontginnen van gronden; b. het graven van watergangen; c. het graven van sleuven breder dan 50 cm ten behoeve van het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatieleidingen, drainage en funderingen en daarmee verband houdende constructies, installaties en/of apparatuur; d. het permanent verlagen van het waterpeil. 4.3.2 Uitzondering Het bepaalde in 4.3.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die: a. het normale onderhoud en het normale agrarische gebruik betreffen; b. reeds in uitvoering zijn ten tijde van het van kracht worden van het plan; c. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; d. aanvaardbaar zijn op basis van een eerder onderzoek waaruit is gebleken dat ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn.
4.3.3 Afwegingskader De in 4.3.1 genoemde omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien: a. op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe bevoegde instantie is aangetoond dat geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, of; b. op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe bevoegde instantie is aangetoond dat de archeologische waarden door de werken en/of werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad, of; c. één of meer van de volgende voorwaarden in acht genomen wordt: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, of; 2. een verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek door middel van opgravingen, of; 3. een verplichting de werken en/of werkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg. 4.3.4 Advies Indien burgemeester en wethouders voornemens zijn om aan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden voorwaarden te verbinden wordt een professioneel archeoloog om advies gevraagd.
4.4 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen door de bestemming ' Waarde Archeologische verwachtingswaarde gematigd ' geheel of gedeeltelijk te verwijderen indien op basis van archeologisch onderzoek door een archeologisch deskundige is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.
NL.IMRO.0171.BP00674-ON01 Regels
Gemeente Noordoostpolder
Bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Schokkerringweg 4-1 te Nagele'
Blad 11 van 18 September 2021 Versie 01
Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 5 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
NL.IMRO.0171.BP00674-ON01 Regels
Gemeente Noordoostpolder
Bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Schokkerringweg 4-1 te Nagele'
Blad 12 van 18 September 2021 Versie 01
Artikel 6 Afwijkingsregels 6.1 Afwijkingsbevoegdheid 6.1.1 Afwijken Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van: a. de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen, percentages tot niet meer dan 10^0 van die maten, afmetingen en percentages; b. de bestemmingsregels ten behoeve van een geringe aanpassing van het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geven; c. de bestemmingsregels ten behoeve van de aanpassing aan de werkelijke afmetingen van het terrein, mits de structuur van het plan niet wordt aangetast, de belangen van derden in redelijkheid niet worden geschaad en de afwijking gewenst en noodzakelijk wordt geacht voor de juiste verwezenlijking van het plan; d. de bestemmingsregels voor een aanpassing van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde tot niet meer dan 10 m; e. de bestemmingsregels voor een aanpassing van de bouwhoogte van kunstwerken en van zend-, ontvang- en/of sirenemasten tot niet meer dan 40 m; f. de bestemmingsregels het plan voor het overschrijden van de grenzen van een bouwvlak naar de buitenzijde door: 1. plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen; 2. gevel- en kroonlijsten, overstekende daken; 3.
(hoek)erkers over maximaal de halve gevelbreedte, ingangspartijen, luifels, balkons en galerijen; mits de bouwvlakgrens met niet meer dan 1,5 m wordt overschreden; g. het bepaalde over de afstand van uitbouwen tot aan de voorgevel en het verlengde daarvan voor het bouwen van (hoek)erkers, mits de diepte van de (hoek)erker, gemeten uit de zijgevel, niet meer bedraagt dan 1,5 m; h. het bepaalde ten aanzien van de maximale bouwhoogte van gebouwen voor plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers en lichtkappen; i. de eis dat bij een aanvraag van een omgevingsvergunning voor het bouwen blijkt dat voldoende parkeer- of stallingsruimte moet worden gerealiseerd indien op andere wijze in de nodige parkeer- en/of stallingsruimte wordt voorzien. 6.1.2 Afwegingskader Een in genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. het straat- en bebouwingsbeeld; b. de milieusituatie; c. de verkeersveiligheid; d. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; e. de sociale veiligheid; f. de externe veiligheid.
NL.IMRO.0171.BP00674-ON01 Regels
Gemeente Noordoostpolder
Bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Schokkerringweg 4-1 te Nagele'
Blad 13 van 18 September 2021 Versie 01
Artikel 7 Overige regels 7.1 Werking wettelijke regelingen De wettelijke regelingen waarnaar in de regels van dit plan wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van dit plan.
NL.IMRO.0171.BP00674-ON01 Regels
Gemeente Noordoostpolder
Bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Schokkerringweg 4-1 te Nagele'
Blad 14 van 18 September 2021 Versie 01
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 8 Overgangsrecht 8.1 Overgangsrecht bouwwerken a.
b.
c.
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in 8.1 sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het 8.1 sub a met maximaal 100Zo. 8.1 sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
8.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet, behoudens voor zover uit de Richtlijn 79/409/EEG en 92/43/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 2 april 1979 inzake het behoud van de vogelstand onderscheidenlijk van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna beperkingen voortvloeien ten aanzien van ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaand gebruik. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in 8.2 sub a te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in 8.2 sub a na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. 8.2 sub a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
NL.IMRO.0171.BP00674-ON01 Regels
Gemeente Noordoostpolder
Bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Schokkerringweg 4-1 te Nagele'
Blad 15 van 18 September 2021 Versie 01
Artikel 9 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, Schokkerringweg 4-1’.
NL.IMRO.0171.BP00674-ON01 Regels
Gemeente Noordoostpolder
Bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Schokkerringweg 4-1 te Nagele'
Blad 16 van 18 September 2021 Versie 01
Hoofdstuk 5 Bijlagen van de regels Bijlage 1 van de regels - Staat van Bedrijven.
NL.IMRO.0171.BP00674-ON01 Regels
Gemeente Noordoostpolder
Bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Schokkerringweg 4-1 te Nagele'
Blad 17 van 18 September 2021 Versie 01
Bijlage 2 van de regels - Inrichtingstekening met beplantingsplan.
NL.IMRO.0171.BP00674-ON01 Regels
Gemeente Noordoostpolder
Bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Schokkerringweg 4-1 te Nagele'
Blad 18 van 18 September 2021 Versie 01
Bijlage 3 van de regels - Aan huis verbonden bedrijfsactiviteiten
NL.IMRO.0171.BP00674-ON01 Regels
Legenda
Enkelbestemmingen b
Schokkeringweg
Bedrijf
Dubbelbestemmingen wr-a8
Waarde - Archeologie 8
Functieaanduidingen (bw) (sb-opm)
bedrijfswoning specifieke vorm van bedrijf - ontwikkeling en productie machines
Bouwvlakken bouwvlak
^_j—
Gemeente :
Noordoostpolder
Naam plan :
Landelijk gebied, Schokkerringweg 4-1 te Nagele
Locatie :
Schokkerringweg 4-1 Nagele
2092
projectnr.
status
formaat
schaal
datum
NL.IMRO.0171.BP00674-on01
ontwerp
A3
1:1000
september 2021
ruimtelijke ordening à bouw
RooBeekAdvies
VISUEEL
10 10 10 10 10
50 30 50 30 30 C
10 10 10 10 0
50 D 30 50 30 30
3.1 2 3.1 2 2
2 G 1 G 2 G 1 G 1 G
1 1 1 1 1
10
10
50
0
50
3.1
1 G
1
50 10
10 0
50 30
50 R 0
50 30
3.1 2
1 G 1 G
1 1
30
10
30 C
10
30
2
1 G
1
30 30 50 10 50 10 0
10 10 30 0 0 0 10
30 30 10 3^"C 50 50 50
10 10 10 0 10 10 10
30 30 50 30 50 50 50
2 2 3.1 2 3.1 3.1 3.1
1 G 1 G 2 G 1 G 2 G 1 G 1 G
1 1 2 1 2 1 2
30 10 50
0 10 10
50 30 10
0 10 10
50 30 50
3.1 2 3.1
1 G 2 G 1 G
1 2 1
50 50
10 10
30 50
10 10
50 D 50
3.1 3.1
2 G 2 G
2 1
10 0 10
30 30 10
50 50 30
10 0 0
50 50 30
3.1 3.1 2
2 G 1 G 1 G
1 1 1
LUCHT
VERKEER
16 16102 16102 162 162902 17 17 1712
CATEGORIE
3 - cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken met p.o. « 200 m2 6 - suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. « 200 m2 Deegwarenfabrieken Vervaardiging van wijn, cider e.d. Textielveredelingsbedrijven Vervaardiging van textielwaren Vervaardiging van gebreide en gehaakte stoffen en artikelen - VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT Vervaardiging kleding van leer Vervaardiging van kleding en -toebehoren (excl. van leer) Bereiden en verven van bont; vervaardiging van artikelen van bont - VERVAARDIGING VAN LEER EN LEDERWAREN (EXCL. KLEDING) Lederwarenfabrieken (excl. kleding en schoeisel) Schoenenfabrieken - HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK E.D. 0 Houtconserveringsbedrijven: 2 - met zoutoplossingen 1 Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout, p.o. < 200 m2 Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken - VERVAARDIGING VAN PAPIER, KARTON EN PAPIER- EN KARTONWAREN 0 Papier- en kartonfabrieken:
30 30 30 30 30
GROOTSTE AFSTAND
10821 10821 1073 1102 t/m 1104 133 139 139, 143 14 14 141 141 142, 151 19 15 151 152
- BOSBOUW EN DIENSTVERLENING T.B.V. BOSBOUW Bosbouwbedrijven - VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN 0 Aardappelprodukten fabrieken: 2 - vervaardiging van snacks met p.o. < 2.000 m2 2 - consumptie-ijsfabrieken: p.o. « 200 m2 0 Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen: 1 - v.c. < 7500 kg meel/week, bij gebruik van charge-ovens 0 Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocolade- en suikerwerk:
GEVAAR
1584 1584 1585 1593 t/m 1595 173 174, 175 176, 177 18 18 181 182 183 19 19 192 193 20 20 2010.2 2010.2 203, 204, 205 205 21 21 2112
Dienstverlening t.b.v. de landbouw: - algemeen (o.a. loonbedrijven): b.o. > 500 m2 - algemeen (o.a. loonbedrijven): b.o.« 500 m2 - plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. > 500 m2 - plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. « 500 m2 KI-stations
GELUID
0 1 2 3 4
INDICES
STOF
016 016 016 016 016 0162 02 02 021,022, 024 10, 11 1031 1031 1052 1071 1071 10821
AFSTANDEN IN METERS
GEUR
014 014 014 014 014 0142 02 02 020 15 1531 1531 1552 1581 1581 1584
nummer
SBI-2008
BODEM
OMSCHRIJVING
SBI-1993
B
B
B
L
50
30
50 C
30 R
50
3.1
1 G
2
0 10 0 30 30 30 0
0 0 0 0 0 0 0
10 30 10 30 10 30 10
0 0 0 0 10 10 0
10 30 10 30 30 30 D 10
1 2 1 2 2 2 1
1 P 1 P 1 G 2 G 2 G 2 G 1 G
1 1 1 1 1 1 1
50 10 50
10 10 10
50 30 50
50 R 10 50 R
50 30 50
3.1 2 3.1
2 G 2 G 3 G
1 1 2
50
10
30
30
50
3.1
1 G
1
50
30
50
30
50
3.1
2 G
1
10
30
50
10
50
3.1
1 G
1
10
10
30
10
30
2
1 G
1
10
30
50
0
50
3.1
1 G
1
30 30 10
30 30 30
50 50 50
10 10 10
50 50 D 50 D
3.1 3.1 3.1
1 G 1 G 1 G
1 2 2
B B
30
30
50
10
50
3.1
1 G
2
B
30
10
30
10
30
2
1 G
1
BODEM
VISUEEL
VERVAARD. EN REPARATIE VAN PRODUKTEN VAN METAAL (EXCL. MACH./TRANSPORTMIDD.) 0 Constructiewerkplaatsen 1a - gesloten gebouw, p.o. < 200 m2 B1 Smederijen, lasinrichtingen, bankwerkerijen e.d., p.o. < 200 m2 2 Overige metaalbewerkende industrie, inpandig, p.o. ^00m2 A0 Grofsmederijen, anker- en kettingfabrieken: B Overige metaalwarenfabrieken n.e.g.; inpandig, p.o. ^00 m2 - VERVAARDIGING VAN KANTOORMACHINES EN COMPUTERS A Kantoormachines- en computerfabrieken incl. reparatie
VERKEER
25, 31 251,331 251,331 255, 331 2562, 3311 259, 331 259, 331 27, 28, 33 26, 28, 33 26, 28, 33
CATEGORIE
28 281 281 284 2852 287 287 29 30 30
GROOTSTE AFSTAND
0 1 0 2 -
VERVAARDIGING VAN GLAS, AARDEWERK, CEMENT-, KALK- EN GIPSPRODUKTEN Glasbewerkingsbedrijven Aardewerkfabrieken: - vermogen elektrische ovens totaal < 40 kW Natuursteenbewerkingsbedrijven: - zonder breken, zeven en drogen: p.o. « 2.000 m2
GEVAAR
23 231 232, 234 232, 234 237 237 25
GELUID
26 2615 262, 263 262, 263 267 267 28
1 - p.c. < 3 t/u - UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUKTIE VAN OPGENOMEN MEDIA Uitgeverijen (kantoren) Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen A Grafische afwerking B Binderijen Grafische reproduktie en zetten Overige grafische aktiviteiten Reproduktiebedrijven opgenomen media - VERVAARDIGING VAN CHEMISCHE PRODUKTEN 0 Farmaceutische produktenfabrieken: 1 - formulering en afvullen geneesmiddelen 2 - verbandmiddelenfabrieken A Chemische kantoorbenodigdhedenfabrieken - VERVAARDIGING VAN PRODUKTEN VAN RUBBER EN KUNSTSTOF 0 Loopvlakvernieuwingsbedrijven: 1 - vloeropp. < 100 m2 0 Kunststofverwerkende bedrijven: 3 - productie van verpakkingsmateriaal en assemblage van kunststofbouwmaterialen -
INDICES
STOF
1712 58 58 581 18129 1814 1814 1813 1814 182 19 20 20 2120 2120 2120 205903 22 221102 221102 222 222 23
AFSTANDEN IN METERS
GEUR
2112 22 22 221 2222.6 2223 2223 2224 2225 223 23 24 24 2442 2442 2442 2466 25 2512 2512 252 252 26
nummer
SBI-2008
LUCHT
OMSCHRIJVING
SBI-1993
B
B B
B
L
B
L
10
30
10
30
2
1 G
1
30 50
0 10
50 50
30 30
50 D 50
3.1 3.1
2 G 1 G
1 2
30
0
30
0
30
2
1 G
1
30
30
50
10
50
3.1
2 G
1
0 30 30 30 30 0 30
10 10 10 10 10 30 10
10 10 30 50 50 30 50
0 10 10 30 30 0 30
10 30 30 50 50 30 50 D
1 2 2 3.1 3.1 2 3.1
1 P 1 G 2 G 2 G 2 G 1 P 2 G
1 1 2 2 2 1 2
0 0
0 0
30 C 50 C
10 30
30 50
2 3.1
1 P 1 P
1 1
0 0 0
0 0 0
10 C 30 C 50 C
10 10 50 R
10 30 50
1 2 3.1
1 P 1 P 1 P
1 1 1
10
0
30 C
10
30
2
1 P
1
10
0
50 C
30
50
3.1
1 G
2
0
0
30 C
10
30
2
1 P
1
10 10
30 30
100 50
10 10
100 50
3.2 3.1
2 G 2 G
2 1
B B
B
B
B B
B B
LUCHT
30
BODEM
VISUEEL
- PRODUKTIE EN DISTRIB. VAN STROOM, AARDGAS, STOOM EN WARM WATER C0 Elektriciteitsdistributiebedrijven, met transformatorvermogen: C1 - < 10 MVA C2 - 10 - 100 MVA D0 Gasdistributiebedrijven: D3 - gas: reduceer-, compressor-, meet- en regelinst. Cat. A D4 - gasdrukregel- en meetruimten (kasten en gebouwen), cat. B en C D5 - gasontvang- en -verdeelstations, cat. D E0 Warmtevoorzieningsinstallaties, gasgestookt: E2 - blokverwarming - WINNING EN DITRIBUTIE VAN WATER A0 Waterwinning-/ bereiding- bedrijven: A2 - bereiding met chloorbleekloog e.d. en/of straling B0 Waterdistributiebedrijven met pompvermogen: B1 - < 1 MW - BOUWNIJVERHEID 0 Bouwbedrijven algemeen: b.o. > 2.000 m2 1 - bouwbedrijven algemeen: b.o. « 2.000 m2
VERKEER
VERVAARDIGING VAN TRANSPORTMIDDELEN (EXCL. AUTO'S, AANHANGWAGENS) Scheepsbouw- en reparatiebedrijven: - houten schepen VERVAARDIGING VAN MEUBELS EN OVERIGE GOEDEREN N.E.G. Meubelstoffeerderijen b.o. < 200 m2 Fabricage van munten, sieraden e.d. Muziekinstrumentenfabrieken Sportartikelenfabrieken Speelgoedartikelenfabrieken Sociale werkvoorziening Vervaardiging van overige goederen n.e.g.
CATEGORIE
0 1 2
GROOTSTE AFSTAND
30 301,3315 301,3315 31 9524 321 322 323 324 32991 32999 35 35 35 35 35 35 35 35 35 35 35 36 36 36 36 36 41,42, 43 41,42, 43 41,42, 43
GEVAAR
35 351 351 36 361 362 363 364 365 3663.1 3663.2 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 41 41 41 41 41 45 45 45
- VERVAARDIGING VAN OVER. ELEKTR. MACHINES, APPARATEN EN BENODIGDH. Elektrotechnische industrie n.e.g. - VERVAARDIGING VAN AUDIO-, VIDEO-, TELECOM-APPARATEN EN -BENODIGDH. Vervaardiging van audio-, video- en telecom-apparatuur e.d. incl. reparatie Fabrieken voor gedrukte bedrading - VERVAARDIGING VAN MEDISCHE EN OPTISCHE APPARATEN EN INSTRUMENTEN A Fabrieken voor medische en optische apparaten en instrumenten e.d. incl. reparatie -
INDICES
GELUID
26, 27, 33 26, 27, 33 293 26, 33 26, 33 261,263, 264, 331 2612 26, 32, 33 26, 32, 33 26, 32, 33 29
AFSTANDEN IN METERS
STOF
31 31 316 32 32 321 t/m 323 3210 33 33 33 34
OMSCHRIJVING
GEUR
SBI-2008
nummer
SBI-1993
GROOTSTE AFSTAND
CATEGORIE
VERKEER
VISUEEL
BODEM
10 0
30 10
50 30
10 10
50 30
3.1 2
2 G 1 G
1 1
B B
10 0 50 10 0
0 0 30 0 0
30 10 30 30 30
10 10 30 R 0 10
30 10 50 30 30
2 1 3.1 2 2
2 P 1 G 1 G 3 P 1 P
1 1 1 1 1
B
0 30 10 50 30 10 0 10 10 30 10 10
0 30 10 0 10 0 0 0 10 10 10 10
10 50 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30
0 30 R 0 0 50 R 50 R 0 0 0 0 10 10
10 50 30 50 50 50 30 30 30 30 30 30
1 3.1 2 3.1 3.1 3.1 2 2 2 2 2 2
1 P 2 G 2 G 2 G 2 G 2 G 2 G 2 G 2 G 2 G 2 G 2 G
1 2 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1
10 0
0 0
30 30
10 V 30
30 30
2 2
2 G 2 G
1 1
10
50
50
30
50
3.1
2 P
2
0 0
10 10
50 30
10 10
50 30
3.1 2
2 G 1 G
2 1
0
10
30
0
30
2
1 G
1
0 0 30 10 10
0 0 30 10 10
50 30 30 50 30
10 0 30 R 10 10
50 30 30 50 30
3.1 2 2 3.1 2
2 G 1 G 1 G 2 G 2 G
2 1 1
0 0
10 0
50 30
0 0
50 30
3.1 2
2 G 2 G
1 1
B
B 2
LUCHT
GEVAAR
2 Aannemersbedrijven met werkplaats: b.o. > 1000 m2 3 - aannemersbedrijven met werkplaats: b.o^ 1000 m2 - HANDEL/REPARATIE VAN AUTO'S, MOTORFIETSEN; BENZINESERVICESTATIONS Handel in auto's en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven B Autobeklederijen C Autospuitinrichtingen Autowasserijen Handel in auto- en motorfietsonderdelen en -accessoires - GROOTHANDEL EN HANDELSBEMIDDELING Handelsbemiddeling (kantoren) 0 Grth in akkerbouwprodukten en veevoeders Grth in bloemen en planten Grth in huiden, vellen en leder Grth in ruwe tabak, groenten, fruit en consumptie-aardappelen Grth in vlees, vleeswaren, zuivelprodukten, eieren, spijsoliën Grth in dranken Grth in tabaksprodukten Grth in suiker, chocolade en suikerwerk Grth in koffie, thee, cacao en specerijen Grth in overige voedings- en genotmiddelen Grth in overige consumentenartikelen 0 Grth in vuurwerk en munitie: 1 - consumentenvuurwerk, verpakt, opslag < 10 ton 5 - munitie 0 Grth in vaste brandstoffen: 1 - klein, lokaal verzorgingsgebied 0 Grth in hout en bouwmaterialen: 1 - algemeen: b.o. > 2000 m2 2 - algemeen: b.o. « 2000 m2 4 zand en grind: 6 - algemeen: b.o. « 200 m2 0 Grth in ijzer- en metaalwaren en verwarmingsapparatuur: 1 - algemeen: b.o. > 2.000 m2 2 - algemeen: b.o. < s 2.000 m2 Grth in kunstmeststoffen 1 autosloperijen: b.o.
«1000 m2 Grth in overige intermediaire goederen 0 Grth in machines en apparaten: 2 - overige Overige grth (bedrijfsmeubels, emballage, vakbenodigdheden e.d.
INDICES
GELUID
41,42, 43 41,42, 43 45, 47 45, 47 451,452, 454 45204 45204 45205 453 46 46 461 4621 4622 4624 46217, 4631 4632, 4633 4634 4635 4636 4637 4638, 4639 464, 46733 46499 46499 46499 46711 46711 4673 4673 4673 46735 46735 4674 4674 4674 46752 4677 4676 466 466 466, 469
AFSTANDEN IN METERS
STOF
45 45 50 50 501,502, 504 5020.4 5020.4 5020.5 503, 504 51 51 511 5121 5122 5124 5125, 5131 5132, 5133 5134 5135 5136 5137 5138, 5139 514 5148.7 5148.7 5148.7 5151.1 5151.1 5153 5153 5153 5153.4 5153.4 5154 5154 5154 5155.2 5157 5156 518 518 519
OMSCHRIJVING
GEUR
SBI-2008
nummer
SBI-1993
L
VERKEER
VISUEEL
0 0 0
10 50 10
10 V 0 10
10 50 10
1 3.1 1
1 P 2 G 1 P
1 1 1
0 0 0
0 0 0
30 C 50 C 30 C
0 30 10
30 50 30 D
2 3.1 2
2 P 2 G 1 P
1 1 1
0
0
10
0
10
1
2 P
1
30 0 10 0
10 0 0 0
50 C 30 C 30 C 10
50 R 10 0 0
50 D 30 30 10
3.1 2 2 1
2 G 2 G 3 P 2 P
2 1 1 1
0 0
0 0
30 C 10 C
0 0
30 10
2 1
2 P 1 P
1 1
0
0
10
0
10
1
1 P
1
10 10 10 10
0 0 0 10
30 50 50 30
10 10 10 10
30 50 D 50 D 30 D
2 3.1 3.1 2
2 P 2 G 2 G 2 G
1 1 1 2
0 0
0 0
10 30 C
0 0
10 30
1 2
1 P 1 P
1 1
30 0
10 0
30 10
30 R 0
30 10
2 1
1 P 1 P
1 1
LUCHT
CATEGORIE
0 0 0
BODEM
GROOTSTE AFSTAND
77 7711 7712, 7739 773 772 62 62 62 58, 63 72 72 721 722
GEVAAR
71 711 712 713 714 72 72 72 72 73 73 731 732
- DETAILHANDEL EN REPARATIE T.B.V. PARTICULIEREN Detailhandel in vuurwerk tot 10 ton verpakt Postorderbedrijven Reparatie t.b.v. particulieren (excl. auto's en motorfietsen) - VERVOER OVER LAND Taxibedrijven 1 - Goederenwegvervoerbedrijven (zonder schoonmaken tanks) b.o. « 1000 m2 Pomp- en compressorstations van pijpleidingen - VERVOER OVER WATER 1 DOOR DE LUCHT A Vervoersbedrijven (uitsluitend kantoren) - DIENSTVERLENING T.B.V. HET VERVOER 0 Laad-, los- en overslagbedrijven t.b.v. binnenvaart: A Distributiecentra, pak- en koelhuizen B Opslaggebouwen (verhuur opslagruimte) 1 Autoparkeerterreinen, parkeergarages Overige dienstverlening t.b.v. vervoer (kantoren) - POST EN TELECOMMUNICATIE Post- en koeriersdiensten A Telecommunicatiebedrijven - VERHUUR VAN EN HANDEL IN ONROEREND GOED A Verhuur van en handel in onroerend goed VERHUUR VAN TRANSPORTMIDDELEN, MACHINES, ANDERE ROERENDE GOEDEREN Personenautoverhuurbedrijven Verhuurbedrijven voor transportmiddelen (excl. personenauto's) Verhuurbedrijven voor machines en werktuigen Verhuurbedrijven voor roerende goederen n.e.g. - COMPUTERSERVICE- EN INFORMATIETECHNOLOGIE A Computerservice- en informatietechnologie-bureau's e.d. B Datacentra - SPEUR- EN ONTWIKKELINGSWERK Natuurwetenschappelijk speur- en ontwikkelingswerk Maatschappij- en geesteswetenschappelijk onderzoek
INDICES
GELUID
47 47 4778 4791 952 49 49 493 494 495 50, 51 50, 51 50, 51 52 52 52242 52102, 52109 52109 5221 5222 64 53 531,532 61 41,68 41,68 41,68 77
AFSTANDEN IN METERS
STOF
52 52 5249 5261 527 60 60 6022 6024 603 61,62 61,62 61,62 63 63 6311.2 6312 6312 6321 6322, 6323 64 64 641 642 70 70 70 71
OMSCHRIJVING
GEUR
SBI-2008
nummer
SBI-1993
B
L
B
OMSCHRIJVING
VERKEER
VISUEEL
BODEM
0 10 0 0
10 30 30 C 10
0 30 10 0
10 D 50 D 30 10
1 3.1 2 1
2 P 1 P 2 G 2 P
1 1 1 1
B B
0
0
50 C
0
50
3.1
1 G
1
30 50 30
0 30 30
10 C 50 50
0 10 30 R
30 50 50
2 3.1 3.1
1 P 2 G 2 G
1 1 1
B
10
10
30
30 R
30
2
1 G
1
B
L
30 30 30 0 0
0 0 0 0 0
50 C 50 30 30 10
30 30 30 R 0 0
50 50 30 30 10
3.1 3.1 2 2 1
2 G 2 G 2 G 1 G 1 P
1 1 1 1 1
B
L L
LUCHT
CATEGORIE
0 50 10 0
GROOTSTE AFSTAND
GEVAAR
812 74203 82992 84 84 8425 37, 38, 39 37, 38, 39 3700 381 381 382 382 96 96011 96011 96012 96013 96013
OVERIGE ZAKELIJKE DIENSTVERLENING A Bedrijvigheid met instructieruimte Reinigingsbedrijven voor gebouwen Foto- en filmontwikkelcentrales Veilingen voor huisraad, kunst e.d. - OPENBAAR BESTUUR, OVERHEIDSDIENSTEN, SOCIALE VERZEKERINGEN Brandweerkazernes - MILIEUDIENSTVERLENING B rioolgemalen A Vuilophaal-, straatreinigingsbedrijven e.d. B Gemeentewerven (afval-inzameldepots) A0 Afvalverwerkingsbedrijven: A7 - verwerking fotochemisch en galvano-afval - OVERIGE DIENSTVERLENING A Wasserijen en strijkinrichtingen B Tapijtreinigingsbedrijven Chemische wasserijen en ververijen A Wasverzendinrichtingen B Wasserettes, wassalons
GELUID
74 74 747 7481.3 7484.4 75 75 7525 90 90 9001 9002.1 9002.1 9002.2 9002.2 93 9301.1 9301.1 9301.2 9301.3 9301.3
63, 69tm71,73, 74, 77, 78, 80tm82 63, 69tm71,73, 74, 77, 78, 80tm82
INDICES
STOF
74
AFSTANDEN IN METERS
GEUR
SBI-2008
nummer
SBI-1993
Legenda Erfsingel behouden als bestaand (6 m)
Schokkeringweg Bestaande slnterT
Aanplanten en in stand houden (afwijkende breedte) Volwaardige erfsingel aanplanten
Bestaande sloten
R 2
Bebouwing (bestaand en nieuw)
6
4-1
.C -2 ® ®
»
,
c CQ ® S o İÎ O
C\l
Bebouwingsvrije zone (4 m)
Bebouwingsvrije zone
K)
o
Volwaardige erfsingel aanplanten (zichtlijn behouden)
iš J8- S'g J5 û, O) O
Bestaande
s is ? ■81 s * -S ~Q E c9? "S o^ ■p o c (5(0 cQ) ® ļ 'S S5 O) (ŕ (B
Kadastrale ondergrond
®
c S c S
woning
5»
2536 cco coa
~Öc
6
«o
c Q) *ţ3CD ^Q) Ŝ c İB -O g. g1 "03 so O) ^ ■S ÿ lë ŵ Uj DŪ co
2535 Nieuw te
2092
Bestaande
bouwen
loods
loods
19
Bebouwingsvrije zone Volwaardige erfsingel aanplanten en in stand houden conform beplantingsplan bestaande bomen blijven staan
2
Aanplanten en in stand houden erfsingel, conform beplantingsplan In afwijking van beplantingsplan is hier 4 meter toegestaan
Gemeente :
Noordoostpolder
Naam plan :
Beplantingsplan Schokkerringweg 4-1 Nagele
Locatie :
Schokkerringweg 4-1 Nagele
projectnr.
status
formaat
schaal
datum
nvt
ontwerp
A3
1:500
maart 2021
ruimtelijke ordening à bouw
RooBeekAdvies
Erfsingels Noordoostpolder De erfsingels in Noordoostpolder vormen een basisonderdeel van het ontwerp van de Noordoostpolder. Het kent een vaste maatvoering. Het type beplanting is deels afhankelijk van de ondergrond. Het doel is vooral om beschutting te creëren in het open vlakke polderland en een stukje menselijke maatvoering aan te brengen. De erfsingels zijn daarmee een belangrijk element op het schaalniveau van de polder als geheel. Samen met de omlijsting van de dorpen vormen het groene eilanden in een open agrarische bedrijfsruimte. Zij dragen daarmee bij aan de zo karakteristieke inrichting van Noordoostpolder die iedereen kent. De erfsingels zijn een onderdeel van de historie van Noordoostpolder.
Beplantingsplan Vangwege het belang van herkenbaarheid en identiteit van de Noordoostpolder wordt het behoud en, waar nodig, herstel van de erfsingels nog altijd gestimuleerd en voorgeschreven bij verandering en uitbreidingen van erven. Het vormt een voorwaardelijke verplichting bij ruimtelijke procedures voor erfuitbreidingen en bestemmingswijzigingen. Daartoe wordt een beplantingsplan gevraagd van de initiatiefnemer. Als uitgangspunt voor dit beplantingsplan heeft de gemeente een schematisch beplantingsplan opgesteld. Dit beplantingsplan vormt het vertrekpunt voor maatwerk op ieder afzonderlijk erf. Zowel de gemeente als Landschapsbeheer Flevoland kan nader adviseren over de meest passende erfsingel in uw situatie. Waarbij ook rekening kan worden gehouden met enige transparantie bij de toevoeging van een woonfunctie of openingen ten behoeve van de bereikbaarheid van omliggende kavels.
Beplantingsplan vooreen erfsingel. Schematische doorsnede van een erfsingel: Sloot
^ ^ ^ ^
Rij 1
Rij 2
Rij 3
Rij 4
Rij 5
Vrije ruimte
Bebouwing
De onderlinge afstand van de rijen bedraagt 1,5 meter. De onderlinge afstand in de rijen bedraagt 1,5 meter. Per 2,25 m2 wordt minimaal één boom of struik geplant De erfsingel is minimaal 6 meter breed.
Hoeveelheid (indicatief)
Soortkeuze boom
Latijnse naam
50Zo 100Zo 10oZo 50Zo 10Z 10Z
haagbeuk winterlinde eik veldesdoorn els gewone esdoorn
Carpinus betulus Tilia cordata Quercus robur Acer campestre Alnus glutinosa Acer pseudoplatanus
Maat(hoogte in cm) 60 - 100 80 - 100 80 - 120 60 - 100 80 - 100 80 - 100
Bijzonderheden
verdraagd schaduw heeft licht nodig verdraagd lichte schaduw struikvormige boom snelle groeier verdraagd schaduw
Hoeveelheid (indicatief)
^ ^
Soortkeuze struik
Latijnse naam
Maat(hoogte in cm)
5Zo 5Zo 50Zo
rode kornoelje gele kornoelje gewone liguster
Cornus sanguinea Cornus mas Ligustrum vulgare
50 - 80 50 - 80 60 - 100
10% 5Z
Hazelaar vogelkers
Corylus avellana Prunnus padus
50 - 80 50 - 80
5Z
Kardinaalmuts
60 - 100
5Z 5Z 5Z
Hondsroos gelderse roos wegedoorn
Euonymus europaea Rosa canina Viburnum opulus Rhamnus cartharticus
50 - 80 50 - 80 60 -100
Bijzonderheden
verdraagd schaduw verdraagd schaduw houdt 's winters lang blad verdraagd schaduw wordt boom met bloemen zonnige standplaats zonnige standplaats zonnige standplaats verdraagd schaduw (voor kalkrijke grond
Bovengenoemde struiken kunt u het beste in groepen planten van 5 tot 7 stuks van de zelfde soort. Bomen en struiken moeten over de gehele singel gelijkmatig verdeeld worden.
SBI-2008
CO 5 lO LO
CM co h-~ CM CM CM CM CM CM CO CM CM CM CM LO LO co
CM CO
h"ft
'
'
CM CM CM CM CM CO CO h- h-
o o CM CM CO CO h- h-~ h- h- h-
05 h-
64, 65, 66 64, 65, 66 1 41, 68 1 41, 68
' o
' <
' <
' <
'
o o o o o o
8VVA39 o O o O o o o o o o o o
o O o o o O o o o o o O o o
o o o o o o o o o o o o
o o o o o o o o o o o o
'
c
'
co O)
CM
o co co h- O) O)
1
h-
6096
CM
10
D |
CL
9602
D
CL
1
O 10
CL
Overige zakelijke dienstverlening: kantoren İ0VERIGE DIENSTVERLENING |Kappersbed rijven en schoonheidsinstituter (Persoonlijke dienstverlening n.e.g
CL
OVERIGE ZAKELIJKE DIENSTVERLENING
CL
63, 69tm71, 73, 74, 77, 78, 80tm82
CL
63, 69tm71, 73, 74, 77, 78, 80tm82
1
INDICES
CL
|9305
52241
CM LO
1
co
'
1
c
6311,1 [633 |65, 66, 67 |65, 66, 67
jetuumu '
1
o O o
dOlS O
[952
yndD
ŪNVlSdV 31S100B0
aimao
1814
AFSTANDEN IN METERS
CL
1
İUITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUKTIE VAN OPGENOMEN MEDIA |Uitgeverijen (kantoren' |Grafische afwerking |Reproduktiebedrijven opgenomen mediĉ IDETAILHANDEL EN REPARATIE T.B.V. PARTICULIEREN |Reparatie t.b.v. particulieren (excl. auto's en motorfietsen (DIENSTVERLENING T.B.V. HET VERVOER |Laad-, los- en overslagbedrijven t.b.v. zeeschepen (Reisorganisaties IFINANCIELE INSTELLINGEN EN VERZEKERINGSWEZEN |Banken, verzekeringsbedrijven, beurzer IVERHUUR VAN EN HANDEL IN ONROEREND GOED |Verhuur van en handel in onroerend goec (COMPUTERSERVICE- EN INFORMATIETECHNOLOGIE (Computerservice- en informatietechnologie-bureau's e.d |SPEUR- EN ONTWIKKELINGSWERK (Maatschappij- en geesteswetenschappelijk onderzoel
İOMSCHRIJVING
I
SBI-1993 ŭĵĵ^ŭĵa
o t
|
I
Lijst van aan huis verbonden bedrijfsactiviteiten
lAIBOOa iHom
naansiA
CM
CL CL
amooaivo
CÛ
BIJLAGE 1: MOGELIJKHEDEN NIEUWE BEDRIJFSFUNCTIES IN VRIJKOMENDE (AGRARISCHE) GEBOUWEN
verkeer
visueel
grootste afstand
categorie
opmerking
Indices
gevaar
Afstanden
014
Dienstverlening t.b.v. de landbouw
30
10
50
10
2
1
50
3
D
0141.1
hoveniersbedrijven
10
10
10
10
1
1
10
1
10
10
50
0
1
1
50
3
10
0
30
0
1
1
30
2
30
30
0
1
1
30
2
01
02 020 15 1593 t/m 1595 20 205 22
O XÕ
geluid
OMSCHRIJVING geur
SBI-Code
LANDBOUW EN DIENSTVERLENING T.B.V. DE LANDBOUW
BOSBOUW EN DIENSTVERLENING T.B.V. BOSBOUW Bosbouwbedrijven VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN Vervaardiging van wijn, cider e.d.
C
HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK E.D. Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken
10
UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUKTIE VAN OPGENOMEN MEDIA
2222.6
Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen
10
0
30
0
1
1
30
2
2223
Grafische afwerking
10
0
10
0
1
1
10
1
2223
Binderijen
30
0
30
0
2
1
30
2
2224
Grafische reproduktie en zetten
30
0
10
10
2
1
30
2
B
2225
Overige grafische aktiviteiten
30
0
30
10
2
1
30
2
B D
223
Reproduktiebedrijven opgenomen media
10
0
10
0
1
1
10
1
26
VERVAARDIGING VAN GLAS, AARDEWERK, CEMENT-, KALK- EN GIPSPRODUKTEN
2615
Glasbewerkingsbedrijven
262, 263
Aardewerkfabrieken:
262, 263 33
* vermogen elektrische ovens totaal < 40 kW
10
50
50
30
1
1
50
3
10
50
30
10
1
1
50
3
30
0
1
1
30
2
Bedrijven voor medische en optische apparaten en instrumenten e.d.
36
VERVAARDIGING VAN MEUBELS EN OVERIGE GOEDEREN N.E.G.
30
0
362
Fabricage van munten, sieraden e.d.
30
10
10
10
1
1
30
2
363
Muziekinstrumentenfabrieken
30
10
30
10
2
2
30
2
10
30
50
10
1
1
50
3
45 51
Bouwbedrijven en aannemersbedrijven met werkplaats Handelsbemiddeling (kantoren)
0
0
10
0
1
1
10
1
Grth in akkerbouwprodukten en veevoeders
30
30
30
30
2
2
30
2
5122
Grth in bloemen en planten
10
10
30
0
2
1
30
2
5124
Grth in huiden, vellen en leder
50
0
30
0
2
1
50
3
5125, 5131
Grth in ruwe tabak, groenten, fruit en consumptie-aardappelen
30
30
30
30
2
1
30
2
5132, 5133
Grth in vlees, vleeswaren, zuivelprodukten, eieren, spijsoliën en -vetten
10
0
30
30
2
1
30
2
5134
Grth in dranken
0
0
30
0
2
1
30
2
5135
Grth in tabaksprodukten
10
0
30
0
2
1
30
2
5136
Grth in suiker, chocolade en suikerwerk
10
10
30
0
2
1
30
2
5137
Grth in koffie, thee, cacao en specerijen
30
10
30
0
2
1
30
2
5138, 5139
Grth in overige voedings- en genotmiddelen
10
10
30
30
2
1
30
2
5153
Grth in hout en bouwmaterialen
0
10
50
10
2
2
50
3
517
Overige grth (bedrijfsmeubels, emballage, vakbenodigheden, e.d.)
0
0
30
0
2
2
30
2
10
0
10
10
1
1
10
1
30
0
10
C
10
1
1
30
2
DETAILHANDEL EN REPARATIE T.B.V. PARTICULIEREN
527
Reparatie t.b.v. particulieren (excl. auto's en motorfietsen)
55
LOGIES-, MAALTIJDEN- EN DRANKENVERSTREKKING
64
Cateringbedrijven POST EN TELECOMMUNICATIE
641
Post- en koeriersdiensten
0
0
30
C
0
2
1
30
2
642
Telecommunicatiebedrijven
0
0
10
C
0
1
1
10
1
0
0
10
0
1
1
10
1
70 70 71
B D
GROOTHANDEL EN HANDELSBEMIDDELING
5121
5552
B
BOUWNIJVERHEID
511
52
L
VERVAARDIGING VAN MEDISCHE EN OPTISCHE APPARATEN EN INSTRUMENTEN
33
45
B
VERHUUR VAN EN HANDEL IN ONROEREND GOED Verhuur van en handel in onroerend goed
VERHUUR VAN TRANSPORTMIDDELEN, MACHINES, ANDERE ROERENDE GOEDEREN
713
Verhuurbedrijven voor machines en werktuigen
10
0
50
10
2
1
50
3
B D
714
Verhuurbedrijven voor roerende goederen n.e.g.
10
10
30
10
2
2
30
2
D
72
COMPUTERSERVICE- EN INFORMATIETECHNOLOGIE
bestemmingsplan landelijk gebied 2004
voorschriften
73
S ü)
categorie
0
0
10
0
1
1
10
1
SPEUR- EN ONTWIKKELINGSWERK
731
Natuurwetenschappelijk speur- en ontwikkelingswerk
30
10
30
30
1
1
30
2
732
Maatschappij- en geesteswetenschappelijk onderzoek
0
0
10
0
1
1
10
1
0
0
10
0
1
1
10
1 1
74 74 85
OVERIGE ZAKELIJKE DIENSTVERLENING Overige zakelijke dienstverlening: kantoren
D
GEZONDHEIDS- EN WELZIJNSZORG
8512, 8513
(Dieren-)artsenpraktijken, klinieken en dagverblijven
10
0
10
0
2
1
10
8514, 8515
Consultatiebureaus
0
0
10
0
1
1
0
1
853
Verpleeghuizen kleinschalig
10
0
30
C
0
1
1
30
2
0
0
30
C
30
2
1
30
2
92
opmerking
Ō'
D )
o CS)
grootste afstand
Computerservice- en informatietechnologie-bureau's e.d.
visueel
72
verkeer
OMSCHRIJVING
gevaar
SBI-Code
geluid
Afstanden
CULTUUR, SPORT EN RECREATIE
921,922
Studio's (film, TV, radio, geluid)
9262
Schietinrichtingen:
9262
* binnenbanen: boogbanen
0
0
10
C
10
1
1
10
1
9262
Sportscholen, fitness centra
0
0
30
C
0
2
1
30
2
93
OVERIGE DIENSTVERLENING
9304
Badhuizen en sauna-baden
10
0
30
C
0
1
1
30
2
9305
Dierenasiels en -pensions
30
0
100
C
0
1
1
100
3
9305
Persoonlijke dienstverlening n.e.g.
0
0
10
C
0
1
1
10
1
AmerAdviseurs bv R.O. Amersfoort
bestemmingsplan landelijk gebied 2004
voorschriften
Boerderij aan de Veneweg ten zuidoosten van Runen: de schokbetonnen schuur van de tweede serie en depacliterswoning type L hebben een afwijkende dakhelling en zijn haaks op elkaar gebouwd 17 augustusì964 (foto! V. Potuyt).
was de afstand tussen de pachterswoningen in alle gevallen 45 meter (15 meter wegbreedte plus twee maal de rooilijnafstand van 15 meter).41 Steeds werd ernaar gestreefd de woningen en de koestallen op het zuiden te oriënteren.Voor de ligging van de schuren waren er in feite slechts twee mogelijkheden: loodrecht op of evenwijdig aan de weg. Alleen op scheve kavels deden zich uitzonderingen voor. Indien een vrijstaande pachterswoning dezelfde dakhelling had als de erbij behorende schuur, werden beide gebou wen zodanig geplaatst dat de nokken parallel liepen. Hadden de daken van schuur en woning ieder hun eigen schuinte dan werd ervoor gekozen deze gebouwen haaks op el kaar te plaatsen. Door het gebruik van dezelfde dakbedekking (rode pannen) werd dan toch geprobeerd enige samenhang aan te brengen.42 Windsingels
De hoogte van de schuren en pachterswoningen was zodanig dat er windsingels werden aangelegd die op den duur zouden bestaan uit een bovenscherm van bomen en een benedenscherm van struiken. Dit werd de beste beschutting geacht voor de gebouwen op en de gebruikers van het boerenerf.43 De windsingels werden door en voor rekening van de Directievan de Wieringermeer aangelegd door de Afdeling Bebossing en Beplanting. De betrokkenheid van de Directie had vooral te maken met de betekenis die aan de boe renerven in het landschap was toegekend en met de wens om de weg- en erfbeplantingen 129
Windsingel met een dicht onder- en een luchtig bmvmcìwrm 0phet b0erenerf van een akkerbouwbedrijf van 48 hectarejuni 1955 (foto Van Wijk).
130
op elkaar te laten aansluiten. Door deze aansluiting zou de betekenis van beide worden versterkt en zou, zo was de verwachting, hun homogeniteit een karakteristiek van het polderlandschap kunnen worden.44 Voor de breedte en de invulling van de windsingels hield men in de Noordoostpolder nadrukkelijk rekening met de inzichten van Bijhouwer. De breedte was trouwens niet alleen afhankelijk van de grootte en de ligging van een bedrijf, maar ook van de plaats van boomgaard en moestuin op het erf. Op de grote bedrijven waren de singels aan de noord- en westzijde maximaal 7 meter en aan de oostzijde maximaal 5 meter breed. Op de kleinere bedrijven waren de maten respectievelijk 5 en 3 meter. Lag de boomgaard van grote bedrijven aan de oostzijde dan werd daar een singelbreedte van 3 meter aangehouden.Voor de zuidzijde van alle erven hanteerde men singels van ten hoogste 3 me ter. Wanneer de zuidzijde van een erf langs de weg lag, werd aan die zijde slechts een singel geplant langs de boomgaard. Langs de moestuin kwam aan de wegzijde alleen een circa 1,50 meter hoge heg. Voor het woonhuis werd de beplanting onderbroken, om zo de bewoners vrij uitzicht te geven.45 De hoofdsoorten van de windsingels, die op den duur de boometage moesten vormen, kwamen overeen met die van de wegbeplantingen. Soberheid in de keuze van de soorten gold in de polder als een algemeen uitgangspunt.
Volgens Overdijkink, de schrijver van de toelichting van het Algemeen Beplantingsplan, zou hierdoor een evenwichtig land schapsbeeld verkregen kunnen worden“dat de monumentaliteit van de wijdte - de verte - in zich draagt”.46 Feitelijk wilde men door soberheid vooral de aanplant van exotische bomen en struiken tegengaan. In navolging van opvattingen van Bijhouwer voelde men wel voor enige differentiatie bij de houtsoortenkeuze op basis van de bodemgesteld heid.47 Zo plantte men in het oosten van de polder in de singels veel eik, in het midden nogal wat es, in infiltratiegebieden de snelgroeiende wilg, nabij Urk en Creil iep en ten zuidwesten van Nagele veel populier. Tien tot twintig populieren kwamen trouwens in elke singel voor. Ze moesten de boomschermen snel hoogte geven.48 Naast de hoofdhoutsoorten werden in de singels eik en esdoorn aangeplant. Dit waren
P. Kelder, 1971.
soorten die ook als hakhout dienst zouden kunnen doen en die in de samenstelling van de windsingels enige afwisseling brachten. Als struiken koos men voor soorten die scha duw goed verdroegen, zoals veldesdoorn, haagbeuk en beuk, en bloeiende planten, zoals vlier, lijsterbes, krenteboom, sleedoorn en meidoorn.49 De aanleg van beplanting op de eerste boerenerven vond plaats in het plantseizoen 1942/ 1943 (herfst 1942-Iente 1943).50 Toen kregen elf erven een windsingel. Door gebrek aan jonge bomen en struiken moest de overige beplanting van de erven worden uitge steld tot het voorjaar van 1944.51 Wel werden in de tweede helft van 1943 beplantingsplannen gemaakt voor alle tot dan toe gerealiseerde en nog in aanbouw zijnde ontginningsboerderįjen.52 De aanleg en het onderhoud van erfbeplantingen zette zich gedurende de laatste twee bezettingsjaren moeizaam voort.53 Na 1945 werden de beplantingsactiviteiten met kracht ter hand genomen en werd ook de groei van bomen en struiken op verschillende bodemsoorten nauwlettend gevolgd. De houtgewassen werden daartoe zelfs enige tijd nauwkeurig opgemeten en gefotogra feerd.54 Voordat de singel kon worden aangelegd werd de grond tot een diepte van on geveer 30 centimeter mechanisch bewerkt. Daarna werden in een plantverband van 80 bij 100 centimeter de verschillende houtsoorten gepoot.
Dit plantverband werd onder andere aangehouden met het oog op mechanische onkruidbestrijding. De helft van het plantmateriaal bestond uit de zo even genoemde houtsoorten, de andere helft uit zwarte els. De els moest ertoe bijdragen dat de singel zich zo spoedig mogelijk sloot, waarna de els in de loop der jaren kon worden verwijderd. Bij de aanplant van de hoofdhoutsoor ten, waarvoor men zoveel mogelijk uit eigen kwekerij afkomstige twee- en driejarige stekken gebruikte, werd rekening gehouden met een eventuele dunning in de toekomst.55 Binnen de singels Op de erven werden naast windsingels ook hagen en struiken geplant. Ze vormden de scheiding tussen moestuin, siertuin, boomgaard en werkerf. De precieze indeling van een erf werd door de Directie van de Wieringermeer bepaald na overleg met de pachter. De Directie wenste namelijk dat iedere boerderij gelegen zou zijn op een doelmatig in gedeeld erf. Hierdoor kon een moderne, rationele bedrijfsvoering worden bevorderd. Voor ieder boerenerf werden de afspraken over de verdeling van de verschillende be stemmingen op een tekening vastgelegd. De ontwerparbeid voor de boerenerven lag voor een belangrijk deel in handen van ing. P.
Kelder, een landschapsarchitect van Staatsbosbeheer die deel uitmaakte van de Afdeling Bebossing en Beplanting van de Directie van de Wieringermeer.56 De kosten van de aanleg van hagen en struikenwerden gedragen door de Directie.Voor het plantwerk deed men net als bij de singels een beroep op arbeiders die betrokken waren bij de ontginning van de polder. Wat betreft de planten werd zoveel mogelijk aan gesloten bij de soorten die ook bij andere polderbeplantingen werden toegepast. Veld esdoorn, meidoorn, beuk en haagbeuk kwamen het meeste voor. Daarnaast werd ook gewone liguster aangeplant. Een lage heg bestond in het algemeen uit een rij struiken, die op korte afstand van elkaar waren geplant, dat wil zeggen drie à vier stuks per strekkende meter. Bij de hogere heg131
gen, zoals bijvoorbeeld rond de boomgaard, werden de struiken in twee rijen op ruimere afstand van elkaar, zo’n 50 centimeter, gepoot. De struiken konden daardoor wat meer uitgroeien. Soms werd als afscheiding een snel groeiend singeltje van els en later weg te kappen struiken geplant.57 De aanleg van boomgaard, moestuin en siertuin was een zaak van de pachters. Voor de aanplant van fruitbomen konden zij terugvallen op een advies van de Nederlandsche Heidemaatschappij.58 De moestuin werd veelal naar eigen inzicht aangeplant. Groen ten en kruiden waarmee men van oudsher vertrouwd was, maakten het leeuwendeel uit van hetgeen werd verbouwd.59 Als aanzet voor de siertuin kregen de boeren van de Directie van de Wieringermeer 25 grove sierheesters.60 De Directie hoopte dat de boeren hun siertuinen zouden afstem men op het landschap van het nieuwe land en zo zouden inrichten dat er weinig onder houd nodig was: “Daar de tuinen in een polderlandschap liggen, een landschap met over het algemeen sprekende kleuren, rechte lijnen en een strakke, eenvoudige beplanting, behoren ook de tuinen zich hierbij aan te passen. Rotspartijen, slingerpaden en andere ‘ornamen ten’ zijn hier niet op hun plaats. De opzet dient eenvoudig te zijn, zo eenvoudig zelfs dat de tuin gedurende de drukke oogstperiode nog in een verloren uurtje kan worden onderhouden.
De hoofdmotieven in de tuin moeten worden gevormd door een groot gazon, wat heestergroepen, enkele bomen en een rand van vaste planten, rozen en/ of zaaibloemen. De keuze van de te gebruiken soorten kan eenvoudig zijn; exoten en vooral een overmaat van coniferen dient te worden vermeden/’61 De Directie van de Wieringermeer dacht bij de vormgeving van de siertuin in de Noordoostpolder niet aan nieuwe versies van de drie traditionele boerentuintypen. Ze voelde dus geenszins voor een ‘versierde' nutstuin, noch voor boerentuinen in een formele of een landschapsstijl.62 Ook de aanleg van tuinen die bij stadswoningen of villa’s gebrui kelijk waren, kon haar instemming niet wegdragen. De ideale siertuin in de Noordoostpolder diende een duidelijk polderkarakter te dragen. Inspiratie daarvoor kon worden opgedaan in de Wieringermeer, waar vele boerderijen van ‘mooie' en grote poldertuinen waren voorzien.63 In een schrijven aan de pachters van de uitgifte 1949 constateerde het hoofd van de Sociaal-economische Afdeling Minderhoud eind oktober 1950 dat een aantal tuinen er weliswaar behoorlijk uitzag, maar ook dat velen “de toets van een gematigde critiek” niet konden doorstaan.
Aangezien de verantwoorde aanleg van een tuin “bijzondere vakbekwaamheid” vereiste, had de Directie besloten een tuinarchitect aan te trekken die de pachters voorlichting kon geven.64 Eind januari 1951 deelde men de boeren mede dat ze voortaan adviezen konden inwinnen bij tuinarchitect J. Meijers, die enkele dagen per week zitting zou houden in het kantoor van de Bouwkundige Afdeling te Emmeloord.6S De in Dordrecht woonachtige Meijers maakte deel uit van het Tuinarchitectenbureau Buys-Meijers (later Buys-Meįjers-Warnau) te ’ s-Hertogenbosch, maar verrichtte op per soonlijke titel werkzaamheden voor de Directie.66 Hij beschouwde “het ontwerpen van een aanvaardbare en aesthetisch verantwoorde erfsituatie voor iedere pachter afzonder132
Een siertuin zoals de Directie van de Wieringermeer die graag zag, op kavel M88 aan de Lindeweg ten zuidwesten van Luuelgeest (bedrijf E. van de Deen),juni 1955 (foto Van Wijk).
lijk” als zijn primaire polderactiviteit.67 Vandaar dat hij zijn werkzaamheden ook niet beperkte tot advisering omtrent de aanleg van boerentuinen. Dit was zeer tegen de zin van de Afdeling Bebossing en Beplanting, die meende dat de tuinarchitect zich te ruime bevoegdheden aanmatigde. Landschapsarchitect Kelder, die aan deze afdeling verbon den was, beklaagde zich er dan ook al medio 1951 over dat Meijers zich in toenemende mate bemoeide met de indeling van erven, de beplanting van singels en de aanplant van fruitbomen.68 De gerezen problemen kwamen voort uit het feit dat Meijers bij de aanvang van zijn werkzaamheden geen heldere taakomschrijving had gekregen. Het leek de directiever gadering in oktober 1951 dan ook raadzaam alsnog tot zo’n omschrijving te komen. Zo kon ook het aantal dagen dat de tuinarchitect in de Noordoostpolder geacht werd door te brengen beter worden vastgesteld.69 A.G. Lindenbergh, die belast was de leiding van de Onderafdeling Domeintoezicht, stelde daarop voor de indeling van de erven toe te vertrouwen aan een nog op te richten commissie en de werkzaamheden van Meijers te beperken tot adviezen over de wijze waarop pachters “een nette boerentuin” konden aanleggen.
Door Meijers een strak afgebakende taak te geven, kon tevens flink worden bespaard op de uitgaven die met zijn werkzaamheden waren gemoeid.70 De directievergadering kon zich in de strekking van Lindenberghs rapport vinden, maar vond wel dat Meijers in de voorgestelde commissie zitting moest hebben.71 Op 18 februari 1952 kwam de ‘Commissie voor de indeling van boerderijerven’ voor het eerst 133
bijeen. Aanwezig waren domeinopziener A. de Groene, rijkstuinbouwconsulent ir J.J. Pettinga, houtvester in de Noordoostpolder ir L.W. Wilmes, boerderij-architect Noback, Kelder en Lindenbergh. De laatste trad op als voorzitter en zette beknopt de werk wijze uiteen: “Door de Commissie wordt aan de hand van door de Bouwk. Afd. vervaardigde situ aties, waarop alleen de grenzen van het erf, de gebouwen en de paden zijn aangegeven, een erfindeling gemaakt. De plaats van de singels, siertuin, moestuin en boomgaard wordt bepaald, waarbij voldoende bedrijfsruimte voor opslag van producten en voor eventueel door de pachters te bouwen silo’s wordt gereserveerd. De Landmeetk. Afdeling maakt van deze aldus vastgestelde erfindeling een tekening, waarvan een exemplaar wordt toegezonden aan de betrokken pachter, de domeinopzieners te Emmeloord en aan de heren Meijers, Ir Wilmes en Ir Pettinga. Vervolgens worden de pachters in de gelegenheid gesteld om de erfindeling te komen bespreken en hun wen sen kenbaar te maken. Zonodig kan de erfindeling dan gewijzigd worden. Van de ge wijzigde erfindeling wordt dan opnieuw een kaartje getekend en aan de betrokkenen toegezonden. Aan de hand van de aldus vastgestelde erfindeling kan de Afd.
Bebos sing en Beplanting dan de singels en erfscheidingen planten, de heer Pettinga kan ad viseren over de aanleg van de boomgaard en de heer Meijers kan advies geven over de aanleg van de siertuin.”72 A.G. Lindenbergh, 7 oktober 1949 (JotoJ. U. Potuyt).
134
Begin 1953 werd de werkwijze van de commissie enigszins vereenvoudigd. De leden be sloten zich tijdens hun vergaderingen niet meer te buigen over ieder boerenerf, maar zich alleen nog bezig te houden met het ontwerpen van erfindelingen voor elk type uit te geven bedrijf. L. H. Bos, tekenaar in dienst van de Directie van de Wieringermeer, moest daarna de erfindeling voor elk afzonderlijk bedrijf in kaart brengen. Zijn tekenin gen werden vervolgens op een aantal nader te bepalen dagen met de pachters besproken. Op diezelfde dagen kon Meijers in de polder zitting houden om de boeren advies te ge ven over de aanleg van een siertuin.73 Bos had vanaf het begin van Meijers’ bezigheden in de polder vele hand- en spandiens ten verleend aan de tuinarchitect. Door de taakafbakening van Meijers kwam er ten dele een einde aan die ondersteuning. Bos mocht de door Meijers gemaakte tuinontwerpen nog wel uitwerken, maar voor verdere diensten werd hij niet meer beschikbaar gesteld. De tuinarchitect zelf werd te verstaan gegeven dat zijn wens om ingeschakeld te worden bij het ontwerpen van algemene beplantingen in de polder “voorshands niet voor ver wezenlijking vatbaar” was.
Ook liet deWieringermeerdirectie Meijers weten dat hij dui delijk onderscheid diende te maken tussen zijn jaarlijkse ontwerparbeid voor de nieuw uit te geven bedrijven en zijn andere vormgevingsactiviteiten, zoals het aanpassen van reeds bestaande siertuinen. Alleen de eerstgenoemde activiteit verrichtte hij in opdracht van de Directie en brachten voor de polderboeren geen kosten met zich mee. De overige werkzaamheden werden als particuliere opdrachten beschouwd.74 Door de werkzaamheden van de Commissie voor de indeling van boerderijerven en de nauwkeurige omschrijving van de adviseringstaak van de tuinarchitect nam het aantal dagen dat Meijers in de Noordoostpolder actief was gestaag af. In 1951 verbleef hij twee à drie dagen per week in de polder, na 1955 niet meer dan drie à vier dagen per jaar.75
DIPEC'M'E VAN DE WlERU:.!iio:.2B ( Hoordooet polderwertten) ZWOLU
Oe roar
X
HOPWl.G
v» XtKr.ork Orderaer?
Uw brief van
Clr.a xeMierk Cd.19011
Zwolle 29 Juni 1954
erfsituatie. Hierbij u'ld .;c P." oen tekraiag van ae eri'iniellng cp 'J* bedrijf, zoals die door 1o Eirectis a gedicht. De 8ie..els .r. ie scheidingen tusaen ie virschillerde on derdelen ,..n het or:" 90rden door de Af:1. Btbonit1,i; ea Beplanvan do Directie geplant. Tevwns 1,ijn op de texemlti( 4e erfverbardmgen aanga.,... Nw. Sot brum gekleurdo pad nerd* vaawege do Direcho aang. legd, de res". der paden moot aoor J self «orden aa^ele...... Hiervoor kan U een hoe voelhoid verhard ingMatexiaal (pum) van 7 b@schlkbaai\worden gestold voor da helft van da prijs, 'īi.ìnd* Z 4.- per . Jochr. U meer p.1m willen hebben dan dua awv*a1,d , dan kan , n rf, !;ch dHrr: or 1 j dan do vol îo prijs tf S-- por m!J :::ie dikte van :te puinlaag voer saaar vcrxeoi aoet 20-25 cm zijo, dh voor licht "«rY.eer .. 15 cc, "!lta ovoral voldoende za&lld (..40 cm) .ordt aangebr:1cbh. Zand Kunt U op eon nader at \e wij'ien nl!ddepbt halen, jw hiervoor verC'alnning Of bet ::cmemkartoor te ^l.aillMloord verkregen te hebben. Gaarne vemoea ik vžór 7 Jul. a.e. of U.op levering van
tove^tnoomino hoeveelheid puin!/:. ~ por
prijs stelt es
hooveol puin extra roet «orden geivvord 1.
8.- p.,r m:s. w k\.ot
burvoor gebmk maken van bijgaand for-rul .-rtjo, īnens «rdt tt uit.,...noéisd- CII' op ^^^^/ïïoenrdag ^J..Wl4 Juli a. s. oII (..(). —uur :ip het ^raieinkantoor te ^r.r.loort de erfirdelmg t, xo:ro-e'I! besproken, wurtiJ U eventuele wijzigin gen Kunt voorstelle n. Tuinarchitect luei. -rs z.u hiorbij lldv.es .,...vcn over de unleg van de aiortuin. ViX'tS I1S DXBSC"lWB VAH DS WIïRINCERifSER (Noordoostpoiderwerken) Bijlagen: l tekening, l f^cml\l.lwr.
vERNAROlilG. r;:; DCNtHlC bepiahtm RMTM
s~ HAAG
RIOOL EUCTR KA8EL
^ kOCMCNTUIH V MOESTUIN
8 8OUOUU W.WOMINC.
• S0—
T .TRANWORNATOR MO
0 Vl'UCNTSOOM.
K8 KAP8CRG
NO.
0 GtCRKCI.DCR K Kt"CNHOK.
____ WATERLCIOMG l.SILO . OUMKCR . 6 8RANOKRAAN OP'tll ONOCRS1RCCPTE OPSTAUCM ZIJN GESOUWO 000" Ot PàţMîr*
DIRECTIE VAN
OE WIERINGERMEER
NOOROOOSTPOLOERWERKEN 0ÜME1N8EHEER
Vil' OE
N.O POLDER
•z 29.,s. ^54
VOOfiGUTELDC piv^ Hocfl
kon. Af ^
PACHTER:
ERTWOEUNG
11:0ESLAC.
aco11ur:
K-51
WEUUN AAN or: HOPWtG
De ontwerparbeid voor de erven van enkele staatsboerderijen76 werd in 1955 door Van Eck toevertrouwd aan de tuin- en landschapsarchitecte Mien Ruys, die grote bekend heid genoot door de voorbeeldtuinen die ze in Dedemsvaart aanlegde.77 De bouwkun dige was met Ruys in contact gekomen door haar lidmaatschap van de architectengroep ‘de 8’, die nauw betrokken was bij de planvorming en -realisering van het polderdorp Nagele. Met de opdracht aan Ruys werd afgeweken van de 'normale' gang van zaken bij de erfaanleg van staatsbedrijven. Gewoonlijk lagen zowel het ontwerp voor de erfindeling als de keuze van het plantmateriaal en de aanleg van singels en heggen geheel in handen van de Afdeling Bebossing en Beplanting van de Wieringermeerdirectie.78 135
v MANSI T
MILIEU /1DVIES NOORD-NEDERLXND
Verkennend bodemonderzoek Schokkerringweg 4-1 te Nagele
Opdrachtgever:
De heer T. van der Veeken
Projectnummer:
2020.245
Rapportversie:
1.0
Rapportnummer:
2020.245_rapport.01
Datum:
26 november 2020
Auteur:
Ing. J. Bralts
INFO@MANN.FRL
WWW. MANN.FRL
VMANSI INHOUD 1
INLEIDING.................................................................
..3
1.1
Aanleiding en doel...............................................
.. 3
1.2
Kwaliteitseisen......................................
.. 3
1.3
Aansprakelijkheid.................................
.. 3
1.4
Opbouw rapportage...........................
.. 3
2
VOORONDERZOEK...................................................
..4
2.1
Onderzoekslocatie...............................
.. 4
2.2
Historisch vooronderzoek...................................
.. 5
2.3
Conclusie vooronderzoek...................................
.. 7
3
UITVOERING ONDERZOEK......................................
..8
3.1
Onderzoeksstrategie...........................
.. 8
3.2
Veldwerkzaamheden...........................
.. 8
3.3
Maaiveld-inspectie..............................
.. 8
3.4
Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen
.. 8
3.5
Analyses grond.....................................
.. 9
3.6
Analyses grondwater...........................
.. 9
4
RESULTATEN.............................................................
11
4.1
Toelichting toetsingskader.................
11
4.2
Toetsing analyseresultaten
grond..........
11
4.3
Toetsing analyseresultaten
grondwater.....
11
5
CONCLUSIE................................................................
12
5.1
Conclusie................................................
12
5.2
Evaluatie onderzoeksresultaten........
12
5.3
Aanbevelingen......................................
12
Bijlagen 1 2 3 4 5 6
Overzichtstekening onderzoekslocatie Kadastrale gegevens Detailtekening onderzoekslocatie Boorprofielen Analysecertificaten Toetsingsresultaten
Pagina 2 van 13
INFO@MANN.FRL
WWW.MANN.FRL
VMANSI 1 INLEIDING Milieu Advies Noord-Nederland heeft in opdracht van de heer T. van der Veeken een verkennend bodemonderzoek verricht op een deel van het perceel aan de Schokkerringweg 4-1 te Nagele.
1.1
Aanleiding en doel
De aanleiding voor het verkennend bodemonderzoek is het voornemen tot het realiseren van een nieuwe loods binnen het betreffende deel van het perceel. In het kader van de aanvraag omgevingsvergunning dient voorafgaand aan de nieuwbouw een bodemonderzoek te worden verrichten. Het doel van het bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en het grondwater voorafgaand aan de nieuwbouw.