6.1 Bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Schokkerringweg 4-1 te Nagele'.pdf
Tekst van het document
Archeologie; sporen en vondsten van menselijk handelen in het verleden in de bodem zijn achtergebleven, bijvoorbeeld potscherven, resten van voedselbereiding, graven, maar ook verkleuringen in de grond die duiden op bewoning of infrastructuur. Een verzamelterm hiervoor is 'archeologische waarden'. Alle
NL.IMRO.0171.BP00674-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Schokkerringweg 4-1 te Nagele
Blad 30 van 50 September 2021 Versie 01
archeologische waarden bij elkaar zijn het 'bodemarchief. Deze sporen kunnen zich ook onder water bevinden zoals bijvoorbeeld verdronken nederzettingen of scheepswrakken; 3. Cultuurlandschap/historische geografie: alle landschappelijke elementen die het gevolg zijn van menselijk handelen in het verleden, bijvoorbeeld verkavelingspatronen, pestbosjes, landgoederenzones of ontginningsassen. Cultuurhistorie en beleid Beleidsmatig is de cultuurhistorie van Noordoostpolder vastgelegd en toegelicht in diverse documenten zoals ‘Kwaliteitskaart Noordoostpolder Urk - Deel 1’ (H+N+S landschapsarchitecten en Beek@ Kooiman Cultuurhistorie, 2004), ‘Landschapsvisie Noordoostpolder, landschap van rust en regelmaat’ (Feddes/Olthof Landschapsarchitecten, 2012), ‘Structuurvisie Noordoostpolder 2025’, (Kuiper compagnons/Gemeente Noordoostpolder, 2013) en de ‘Erfgoednota’, (Gemeente Noordoostpolder, 2013). Al deze documenten nemen bij vernieuwing en ontwikkeling het bijzonder ontworpen landschap van de Noordoostpolder als vertrekpunt. Het credo van eertijds de Nota Belvédère behoud door ontwikkeling, geldt nog altijd en klinkt ook door in de aanwijzing van de Nooroostpolder als Nationaal Wederopbouwgebied in de beleidsnota ‘Visie Erfgoed en Ruimte, Kiezen voor Karakter’ van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE, 2016).
De gemeente Noordoostpolder is een duidelijk voorbeeld van een rationeel landschap uit de 20e eeuw (rond 1940 drooggelegd), waarin de twee voormalige eilanden Urk en Schokland als zelfstandige elementen zijn opgenomen. Dit rationeel vormgegeven landschap is niet alleen ontworpen vanuit het oogpunt van optimale landbouwkundige productie, maar ook als wetenschappelijke, esthetische en intellectuele uitdaging. Onderdelen van de inrichting van de gemeente Noordoostpolder die kenmerkend zijn voor het gebied zijn: ^ de kavelmaat; ^ de erven met bijbehorende erfsingels; ^ de diverse typen boerderijen; ^ de arbeiderswoningen; ^ de kavel- en erfsloten; ^ het grondgebruik. Erf Schokkerringweg 4-1 en omgeving Het perceel aan de Schokkerringweg en de directe omgeving kent een aantal karakteristieken die kenmerkend zijn voor de Noordoostpolder. Door die kenmerken, en de zichtbaarheid daarvan, draagt het perceel bij aan de herkenbaarheid van de Noordoostpolder en daarmee haar bijzondere identiteit. De ligging van het erf geeft uitdrukking aan het modulaire systeem van verkaveling van de polder. Een regelmatig raster dat gebaseerd is op de in die tijd meest rationele agrarische verkaveling; een kavelmaat van 300 langs de weg en 800 meter in de diepte. Die verkaveling leidde tot agrarische bedrijven van 12 tot 48 hectare, dus variërend van een halve tot 2 kavels.
De kavels zijn aan de achterzijde begrensd door een tocht. De grootte van het erf zegt verder iets over de grootte van het bedrijf. De Bedrijven met minder dan 24 hectare kregen een boerenerf van 0,7 tot 0,8 hectare. Voor bedrijven van
NL.IMRO.0171.BP00674-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Blad 31 van 50
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Schokkerringweg 4-1 te Nagele
September 2021 Versie 01
24 hectare en groter werden erven van 0,9 tot 1,0 hectare ingepland. Dit was bovendien gebaseerd op een functionele analyse van de inrichting van het boerenerf door landschapsarchitect Bijhouwer. Kortom de grootte van het erf zegt iets over de oorspronkelijke omvang/uitgifte van het bedrijf. Het erf aan de Schokkerringweg is circa 8000 m2 groot. groter dan 1 hectare ha. Het laat zien dat hier van oorsprong een kleiner bedrijf was gevestigd. Het erf zelf heeft ook een aantal kenmerken die bijdragen aan de bijzondere inrichting van de polder. Wat hierin opvalt is de aanwezigheid van een min of meer volwassen erfsingel op een aantal plekken rondom het erf. In het verleden was deze singel overigens robuuster aanwezig. De singel is aangetast door de tijd heen.
Erf anno 1980
ļ De Hu nnerihoe\ __________f 1 JS
í N352
1
1 —1-
i. De Veekens
~: Oud Erf anno 2019
NL.IMRO.0171.BP00674-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Schokkerringweg 4-1 te Nagele
Blad 32 van 50 September 2021 Versie 01
Ook deze singel is een basisonderdeel van het ontwerp van de Noordoostpolder. Het kent een vaste maatvoering. Het type beplanting was deels afhankelijk van de ondergrond. Het doel was vooral om beschutting te creëren in het open vlakke polderland en een stukje menselijke maatvoering aan te brengen. De erfsingels zijn daarmee een belangrijk element op het schaalniveau van de polder als geheel. Samen met de omlijsting van de dorpen vormen het groene eilanden in een open agrarische bedrijfsruimte. Het perceel is zoals gezegd van origine een agrarisch erf. Tezamen met nog 2 andere erven is tezamen sprake van een 3 - erven stelsel. Op de volgende figuur zijn deze stelsels weergegeven.
ar /en aiven ť vti
Spreiding van verschillende ervenclusters over de polder
De luchtfoto verduidelijkt dit ook nog eens. Dit stelsel blijft intact en wordt niet aangetast door voorliggend bestemmingsplan.
NL.IMRO.0171.BP00674-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Schokkerringweg 4-1 te Nagele
Blad 33 van 50 September 2021 Versie 01
De bestemmingswijziging leidt dan ook niet tot aantasting van eventuele cultuurhistorische waarden. Voor het plan is een erfinrichtingplan met bijbehorend beplantingsplan opgesteld. Deze is door een voorwaardelijke verplichting gekoppeld aan de bestemmingsplanregels en zodoende ook gericht op de daadwerkelijke uitvoering ervan. Hierdoor wordt het perceel op een landschappelijk verantwoorde wijze ingepakt met een volwaardige erfsingel die past bij het kenmerkend cultuurhistorische landschap. In het plangebied komen geen monumenten voor. Vanuit het oogpunt van cultuurhistorie mag het bestemmingsplan uitvoerbaar worden geacht. 4.5
Ecologie De Wet natuurbescherming (Wnb) is in werking getreden op 1 januari 2017. Deze wet vervangt de volgende drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming), de Flora- en faunawet (soortenbescherming) en de Boswet (houtopstanden). De provincie is bij de Wnb het bevoegd gezag voor de toetsing van werkzaamheden en handelingen bij Natura 2000-gebieden en dier- en plantensoorten. Het Rijk blijft bevoegd gezag bij ruimtelijke ingrepen met grote nationale belangen. Voor gemeenten geldt dat zij het bevoegd gezag zijn voor omgevingsvergunningen. In het plan dient rekening te worden gehouden met Europese en nationale wetgeving en beleid ten aanzien van de natuurbescherming. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen gebiedsbescherming en soortenbescherming.
NL.IMRO.0171.BP00674-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Schokkerringweg 4-1 te Nagele
Blad 34 van 50 September 2021 Versie 01
4.5.1
Gebiedsbescherming In de Wnb is de bescherming van specifieke natuurgebieden geregeld. Het betreft de Natura 2000-gebieden, die een internationale bescherming genieten. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen voor soorten en vegetatietypen opgesteld. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) - voorheen Ecologische Hoofdstructuur - is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland en vormt de basis voor het natuurbeleid. Ten aanzien van ontwikkelingen binnen het NNN geldt het 'nee, tenzij-principe'. Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing, ontwikkeling en bescherming van het NNN. In de directe nabijheid van het plangebied (onderstaande figuur) bevindt zich op circa 2,9 kilometer afstand een Natura 2000 gebied (Ketelmeer). Gezien de geringe omvang van het project (bouw werkloods zonder CV-installatie) en de afstand tot dit Natura 2000 gebied gaat hier geen invloed van uit.
4.5.2
Stikstofdepositie Woningbouwplannen of vergelijkbare projecten kunnen leiden tot een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen in een Natura 2000gebied. Deze toename van de stikstofdepositie kan het gevolg zijn van bouwwerkzaamheden in de aanlegfase (bijvoorbeeld als gevolg van de aanvoer van bouwmaterialen naar en grondverzet op de bouwplaats) en de gebruiksfase. Hoewel hier geen sprake is van een woningbouwproject is de handreiking wel gebruikt als referentiekader. Voor bouw zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd. > Gasloos (conform het bouwbesluit) en haardloos wonen; > Ammoniakemissies als gevolg van menselijk gebruik, huisdieren e.d. worden niet aan woningbouw toegerekend en blijven conform het document “Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2019” buiten beschouwing. Onder deze aannames is de mogelijke stikstofdepositie ten gevolge van de aanlegfase in vrijwel alle omstandigheden dominant. De onderstaande tabel geeft inzicht in het verloop van deze depositie, uitgaande van een gemiddelde situatie en de daarbij behorende afstand. Samengevat: bij maximaal 50 laagbouwwoningen, gebouwd op zandgrond op minimaal 7 km afstand van een verzuringsgevoelig Natura 2000-gebied, is de stikstofdepositie onder gemiddelde omstandigheden 0,00 mol/ha/jaar.
NL.IMRO.0171.BP00674-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Blad 35 van 50
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Schokkerringweg 4-1 te Nagele
September 2021 Versie 01
Indicatieve depositie (mol/ha/jaar) als functie van de afstand tussen de woningen en het natuurgebied
Afstand (km)
Gebruik
Aanleg
Gebruik
Aanleg
Gebruik
Aanleg
Gebruik
1
0.01
0.09
0.02
0,18
0.04
0.44
0.08
Aanleg
0,89
2
0.00
0.03
0.00
0.06
0.01
0.14
0.02
0.28
3
0.00
0.02
0,00
0.03
0.01
0.08
0.01
0,15
4
0.00
0.01
0.00
0.02
0.00
0.05
0.01
0,10
5
0,00
0,01
0,00
0,02
0,00
0,04
0,01
0,08
6
0.00
0.01
0.00
0,01
0.00
0.03
0.00
0.05
7
0,00
0.00
0,00
0.01
0.00
0.02
0.00
0.04
8
0.00
0.00
0.00
0,01
0.00
0.02
0.00
0.04
9
0.00
0.00
0.00
0.01
0.00
0.01
0.00
0.03
Op een afstand van circa 2 kilometer afstand bedraagt de emissie van 50 woningen in de gebruiksfase op een Natura 2000 gebied al 0,00 mol/ha/jaar. De extra werkloods in Nagele zal ten aanzien van de gebruiksfase daarmee aannemelijk ook niet boven de 0,00 mol/ha/jaar uitkomen. Ten aanzien van de gebruiksfase geldt dat bij 50 woningen op een afstand van 3 kilometer er een uitstoot is van 0,02 mol/ha/jaar. Bij 1 woning zal dat dan circa 0,02 Z 50 = 0,0004 mol/ha/jaar bedragen. Met AERIUS kunnen berekeningen worden uitgevoerd tot 0,005 mol/ha/jr en hoger. Zodra een bijdrage wordt berekend van 0,005 (of hoger) leidt dit tot een uitkomst van 0,01. Als de bijdrage lager is, is de uitkomst 0,00. Een uitkomst van kleiner dan 0,00 betekent dus niet (per se) dat rekenkundig gezien geen enkele toename is. Wel wordt aangenomen dat bij een toename in stikstofdepositie die kleiner is dan 0,00 mol/ha/jr significante gevolgen kunnen worden uitgesloten. Volgens de regering is een afronding op twee decimalen “voldoende precies om de ecologische effecten van stikstof te kunnen beoordelen, omdat kleinere bijdrages niet kunnen leiden tot een piek in de belasting van stikstof”. Kwaliteitsverlagingen die kleiner zijn dan de eenheden waarin de kwaliteit van het habitattype of het leefgebied is uitgedrukt, worden volgens de ‘Leidraad bepaling significante effecten’ beschouwd als niet meetbaar.
Hier geldt derhalve een verwachte uitstoot van 0,0004 als er sprake zou zijn geweest van 1 woning en dat is afgerond dus 0,00. Er is voor voorliggend bestemmingsplan met de bouw van een extra loods op een afstand van 3 kilometer afstand tot een Natura 2000 gebied (echter niet verzuringsgevoelig) beargumenteerd te omschrijven dat geen vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming nodig. Ook het Natura 2000 gebied Zwarte Meer (gelegen op circa 6.6 kilometer afstand) is niet verzuringsgevoelig voor stikstof. 4.5.3
Soortenbescherming Het uitgangspunt van de Wnb is dat er geen (opzettelijke) schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. De soortenbescherming binnen de Wnb is daarbij opgedeeld in drie beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten. Bij beoordeling van de
NL.IMRO.0171.BP00674-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Schokkerringweg 4-1 te Nagele
Blad 36 van 50 September 2021 Versie 01
toelaatbaarheid van bouwwerken en/of andere activiteiten moet rekening worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van te beschermen dier- en plantensoorten. Er dient een ontheffing op grond van artikel 3.3, 3.8 en/of 3.10 Wnb te worden aangevraagd voor een (bouw)werkzaamheid of activiteit indien het volgende van toepassing is: ^ uit gegevens of onderzoek blijkt dat er sprake is van verstoring of doden van (een) beschermde soort(en); ^ het bouwwerk en/of de activiteit veroorzaakt beschadiging of vernieling van voortplanting- of rustplaatsen van dieren, dan wel ontworteling of vernieling van plantensoorten; ^ er kan geen gebruik gemaakt worden van een vrijstelling op grond van de Wet natuurbescherming; ^ er kan niet gewerkt worden volgens een goedgekeurde gedragscode. Voor vogels geldt dat er twee categorieën zijn: de vogels met jaarrond beschermde nesten (o.a. Huismus, Gierzwaluw en Buizerd) en de overige broedvogels. Vogels met jaarrond beschermde nesten hebben een strikte beschermingsstatus binnen de Wet natuurbescherming. Van overige broedvogels zijn hun nesten alleen tijdens de broedseizoen beschermd (periode van nestbouw, eileg, broeden en voeren van de jongen op het nest). Voor soorten van de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn zijn in artikel 3.5 verboden vastgelegd (o.a.
verboden om dieren te doden en voortplantings- of rustplaatsen te vernielen) en geldt een strikte beschermingsstatus. Soorten die op nationaal niveau beschermd zijn, kunnen ingedeeld worden in twee categorieën. Provincies mogen besluiten om bepaalde soorten vrij te stellen van bescherming in het kader van ruimtelijke ingrepen, beheer en onderhoud. In de meeste provincies geldt - onder andere voor ruimtelijke ontwikkelingen - een vrijstelling voor een selectie van zoogdieren en amfibieën. Voor de overige soorten gelden vergelijkbare verboden (zie artikel 3.10) als voor soorten van de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn en geldt eveneens een strikte beschermingsstatus. Voor het overtreden van verbodsartikelen bij ruimtelijke ingrepen is het noodzakelijk om ontheffing aan te vragen bij bevoegd gezag (veelal de provincie waarbinnen de ingreep of activiteit plaatsvindt). Voor het verkrijgen van een ontheffing dient een uitgebreide rapportage opgesteld te worden waarin o.a. wordt aangegeven hoe gezorgd wordt dat schade tot een minimum beperkt blijft en of compenserende maatregelen aan de orde zijn. Van belang is om na te gaan of één of meerdere van de genoemde ‘verboden’ ten behoeve van voorliggend initiatief aan de orde is of kan zijn. Er wordt geen verouderde bebouwing gesloopt, sloten gedempt of bomen gekapt.
In de bestaande situatie is de plek waar het gebouw wordt gebouwd in gebruik als bedrijfslocatie en nagenoeg ook geheel verhard aangelegd in de vorm van een gesloten erfverharding van betonnen platen. Hier is geen sprake van aantasting van eventuele waardevolle soorten. Nader onderzoek in de vorm van een ecologische quickscan is niet noodzakelijk. 4.6
Fysieke en externe veiligheid Bij het transport, de opslag en bij het be- en verwerken in bedrijven van gevaarlijke stoffen, maar ook nabij luchthavens bestaat de kans op ongevallen waarbij slachtoffers vallen die niet bij de activiteit betrokken zijn. Personen die in bedrijven werken worden
NL.IMRO.0171.BP00674-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Schokkerringweg 4-1 te Nagele
Blad 37 van 50 September 2021 Versie 01
door de wetgeving rond arbeidsomstandigheden beschermd. Personen die zich buiten (extern) de bedrijfsgrens bevinden worden beschermd door wet- en regelgeving voor externe veiligheid. De vuurwerkramp in Enschede van mei 2000 heeft geresulteerd in een formalisering en deels aanscherping van wet- en regelgeving om het risico van dergelijke ongevallen te beperken. Het doel van de toets op externe veiligheidsaspecten rond ruimtelijke plannen is na te gaan welke risico’s de voorgenomen ontwikkelingen met zich brengen. Dit om de mogelijkheid te bieden een externe veiligheidssituatie te creëren die voldoet aan de behoeften. Daartoe kan het ruimtelijk initiatief of specifieke wijze worden ingevuld en kunnen eventuele aanvullende maatregelen worden getroffen. Het externe veiligheidsonderzoek richt zich eerst op het plaatsgebonden risico. Dit geeft een beeld van de ruimtelijke verdeling van de hoogte van de risico’s rond een bron. Vervolgens wordt nagegaan wat de hoogte van het groepsrisico is. Dit geeft inzicht in de aantallen personen die bij een ongeval kunnen worden betrokken.
Als er sprake is van groepsrisico, als een ongeval tot meer dan 10 dodelijke slachtoffers kan leiden, moeten risicogegevens worden verzameld, moet een advies over het voorgenomen initiatief aan de regionale brandweer worden gevraagd en is de initiatiefnemer verplicht de veranderingen in het groepsrisico door de nieuwe ruimtelijke ontwikkeling te verantwoorden. Het Besluit richt zich primair op inrichtingen zoals bedoeld in de Wet milieubeheer. In artikel 2, lid 1 van het BEVI staan de inrichtingen genoemd waarop het besluit van toepassing is. Deze inrichtingen brengen risico’s met zich mee voor de in de omgeving aanwezige risicogevoelige objecten. In de bestaande situatie is reeds sprake van een (beperkt) kwetsbaar object (bedrijfswoning) en dat veranderd niet doordat het perceel een bedrijfsbestemming krijgt waarbij nog steeds wordt gewoond in de voormalige boerderij, zodat nader onderzoek naar externe veiligheid niet nodig is. Zorgvuldigheidshalve is nog beoordeeld of er nog bevi-inrichtingen in de buurt zijn gelegen waar rekening mee moet worden gehouden, daartoe is de risicokaart van Nederland opgenomen specifiek ter plaatse van het plangebied.
NL.IMRO.0171.BP00674-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Schokkerringweg 4-1 te Nagele
Blad 38 van 50 September 2021 Versie 01
4.6.1
Bevi-inrichtingen binnen het plangebied Binnen en buiten het plangebied bevinden zich geen Bevi-inrichtingen en/of bedrijven die invloed hebben op het plangebied.
4.6.2
Bevi-inrichtingen buiten het plangebied Aan de noordkant bevindt zich een bedrijf (Maatschap Jippes) waar sprake is van de opslag van Propaan of ander vloeibaar gemaakt brandbaar gas. De risicogrens van dit bedrijf ligt op de erfgrens. Er is geen belemmering.
4.6.2.1
Buisleidingen Direct ten noorden, langs de Schokkerringweg, bevindt zich een hogedrukgasleiding. Deze is echter niet van invloed omdat het groepsrisico ter plaatse van het perceel Schokkerringweg 4-1 niet toeneemt.
4.6.2.2
Route gevaarlijke stoffen In nabijheid het plangebied bevinden zich geen route gevaarlijke stoffen die invloed hebben op de planlocatie.
4.6.2.3
Hoogspanningsleidingen Er bevinden zich geen hoogspanningsmasten in de nabijheid van het plangebied. Vanuit het aspect fysieke en externe veiligheid is er geen belemmering.
NL.IMRO.0171.BP00674-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Schokkerringweg 4-1 te Nagele
Blad 39 van 50 September 2021 Versie 01
4.7
Luchtkwaliteit Projecten die ‘niet in betekende mate’ (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer getoetst te worden aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. In de AMvB-nibm zijn de criteria vastgelegd om te kunnen beoordelen of voor een project sprake is van nibm. Voorliggend project voorziet in een wijziging van een agrarische bestemming naar een bedrijfsbestemming zonder toevoeging van extra woningen en is daarmee qua omvang en verkeersaantrekkende werking kleinschaliger als de bouw van 1500 woningen aan één ontsluitingsweg. Het project kan derhalve worden beschouwd als een nibm-project. Onderzoek naar de luchtkwaliteit is niet nodig.
4.8
Milieuhinder Nieuwe functies kunnen milieuhinderlijk zijn voor omringende woningen dan wel bedrijven. Er dient een beoordeling plaats te vinden of de nieuwe functie wel milieu hygiënisch inpasbaar is. Er dient daarom beoordeeld te worden of in de omgeving van het plangebied functies voorkomen die gehinderd kunnen worden door onderhavig project of waarvan het project juist hinder ondervindt. De (indicatieve) lijst “Bedrijven en Milieuzonering 2009”, uitgegeven door de Vereniging van Nederlandse gemeenten, geeft weer wat de richtafstanden zijn voor milieubelastende activiteiten. In deze publicatie worden de indicatieve richtafstanden gegeven voor de vier ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. Bij het bepalen van de richtafstanden wordt uitgegaan van de volgende uitgangspunten: ^ het betreft gemiddeld moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen; ^ de richtafstanden hebben betrekking op de omgevingstypen „rustige woonwijk" en „rustig buitengebied"; ^ de richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten; ^ bij activiteiten met ruimtelijk duidelijk te onderscheiden deelactiviteiten kunnen deze activiteiten desgewenst als afzonderlijk te zoneren activiteiten worden beschouwd, bijvoorbeeld bij de ligging van de activiteit binnen zones met een verschillende milieucategorie.
De gegeven richtafstanden zijn in het algemeen richtafstanden en geen harde afstandseisen. Ze moeten daarom gemotiveerd worden toegepast. Dit betekent dat geringe afwijkingen in de lokale situatie mogelijk zijn. Het is aan te bevelen deze afwijkingen te benoemen en te motiveren indien aan de orde. Milieuzonering beperkt zich tot milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie: geluid, geur, gevaar en stof. Om milieuzonering hanteerbaar te maken wordt gebruik gemaakt van de VNG publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' (uitgave 2009). Deze publicatie bevat onder meer lijsten met richtafstanden van diverse milieuhinderlijke activiteiten en stappenplannen voor concrete situaties. De richtafstanden uit bijlage 1 voor de VNG publicatie gaan uit van een 'rustige woonwijk' en ‘rustig buitengebied’. Indien er sprake is van het omgevingstype 'gemengd gebied' dan kan de richtafstand terug worden gebracht met één afstandsstap.
NL.IMRO.0171.BP00674-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Schokkerringweg 4-1 te Nagele
Blad 40 van 50 September 2021 Versie 01
Figuur 4.6: Richtafstanden VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering
Het landelijk gebied wordt gezien als omgevingstype ‘gemengd gebied’. De nieuwe functie valt op grond van de publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’ van de VNG aan te merken als een ‘machine- en apparatenfabriek’ met een oppervlakte van minder dan 2.000 m2. Hier horen dan onderstaande richtafstanden bij voor de aspecten geur (10 meter), stof (10 meter), geluid (50 meter) en gevaar (10 meter). De afstand van de bedrijfsbestemming tot aan een woning van derden bedraagt meer dan 10 meter, zodat er ten aanzien van de aspecten geur, stof en gevaar geen milieuhinder te verwachten is. Ook daarbij de opmerking dat in de bestaande situatie hier ook reeds sprake is van een milieucategorie 3.2 inrichting. Geluid De feitelijke afstand van de bedrijfswoning op het perceel Schokkerringweg 4-2 tot de nieuwe bedrijfsbestemming is circa 19 meter en voldoet daarmee niet aan de richtafstand van 30 meter. Van deze richtafstand kan, mits goed gemotiveerd, worden afgeweken. In de bestaande situatie rust op het perceel Schokkerringweg 4-1 reeds een agrarische bestemming die onder andere een veehouderij (categorie 3.2 inrichting) en als ondergeschikte nevenfunctie een intensieve veehouderij tot maximaal 2.500 m2 (categorie 4.1) toestaat. Met het bestemmen naar de bedrijfsbestemming verdwijnt de mogelijkheid voor het kunnen toestaan van een intensieve veehouderij (4.1 inrichting).
De bedrijfswoning op het naastliggende perceel wordt als gevolg van deze bestemmingsplanaanpassing niet meer ‘gehinderd’ dan in de bestaande situatie. Naar verwachting neemt eventuele hinder, indien al aanwezig, juist nog verder af doordat voorheen aanwezige buitenactiviteiten in de nieuwe situatie ‘onder dak’ worden gebracht en er daarmee een extra buffer/scheiding ontstaat tussen milieubelastende activiteiten en de woning op het perceel Schokkerringweg 4-2. De afstand van de nieuwe werkplaats tot de bedrijfswoning van de buren is circa 35 meter, de ‘hinder’ komt daarmee niet dichter bij de bedrijfswoning als dat op basis van de agrarische bestemming er hinder kan zijn. Vanuit een goed woon- en leefklimaat kunnen de functies goed naast elkaar gevestigd zijn. Tevens zijn de omwonenden op de hoogte van de plannen gebracht en kan daarmee worden ingestemd.
NL.IMRO.0171.BP00674-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Schokkerringweg 4-1 te Nagele
Blad 41 van 50 September 2021 Versie 01
Geen realisatie geluidgevoelig object Het reparatie- en servicebedrijf is in het kader van Wet geluidhinder niet aan te merken als een geluidgevoelig object. De bestaande woning is reeds aan te merken als een bestaand geluidgevoelig object, zodat de wijziging van de bestemming niet ondersteund hoeft te worden door een akoestisch onderzoek vanuit de omgeving naar het bedrijf toe. 4.9
Verkeer en parkeren Nieuwe functies betekenen meestal ook dat er sprake is of zal zijn van een toename van verkeersbewegingen, alsmede ontstaat er een parkeerbehoefte. Uitgangspunt is dat nieuwe functies geen onevenredige extra hinder veroorzaken voor reeds aanwezige functies in de omgeving. Op het terrein is voldoende ruimte aanwezig om te kunnen voorzien in ruimte voor parkeren.
4.10
Water(toets) Sinds 1 november 2003 is de toepassing van de Watertoets wettelijk verplicht door de verankering in het Besluit op de ruimtelijke ordening 1985. De watertoets heeft betrekking op alle grond- en oppervlaktewateren en behandelt alle van belang zijn de waterhuishoudkundige aspecten (naast veiligheid en wateroverlast ook bijvoorbeeld waterkwaliteit en verdroging). De watertoets is een belangrijk procesinstrument om het belang van water een evenwichtige plaats te geven in de ruimtelijke ordening. Uit de waterparagraaf blijkt de betrokkenheid van de waterbeheerder in het planproces en de wijze waarop het wateradvies van de waterbeheerder is meegenomen in de uitwerking van het plan. Op 21 oktober 2020 is de watertoets uitgevoerd. Het plangebied ligt in het beheersgebied van het waterschap Zuiderzeeland. Op basis van deze toets volgt de korte procedure. Het gehele ontvangen watertoetsdocument is als bijlage bij het bestemmingsplan gevoegd. Onderstaand volgen de belangrijkste aspecten uit het ontvangen watertoetsdocument. Verder dient met de gehele bijlage watertoets rekening te worden gehouden. Standaard waterparagraaf korte procedure Thema Veiligheid Het plan ligt niet buitendijks of in de beschermingszone van een waterkering. Op basis van de ingevoerde gegevens over het plangebied zijner geen uitgangspunten voor het thema veiligheid van toepassing.
Thema Voldoende water De nieuwe werkloods heeft een oppervlakte van circa 425 m2 welke deels ter plaatse van bestaande verharding wordt gerealiseerd. Wateroverlast Streefbeeld Het watersysteem, zowel in landelijk als in stedelijk gebied, is op orde. Het hele beheergebied voldoet aan de vastgestelde normen.
NL.IMRO.0171.BP00674-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Schokkerringweg 4-1 te Nagele
Blad 42 van 50 September 2021 Versie 01
Uitgangspunt wateroverlast Het waterschap streeft naar een robuust watersysteem dat de effecten van toekomstige klimaatveranderingen en bodemdaling kan opvangen. De planontwikkeling is gelegen in een watersysteem dat op basis van de toetsing in 2012 voldoet aan de normering voor wateroverlast. Een dergelijk systeem kan het water verwerken tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten. Binnen het plangebied is geen sprake van(grond)wateroverlast. Binnen het plangebied bedraagt de toename van het verharde oppervlak 200 m2. Door de geringe toename van het verharde oppervlak(minder dan 750 m2 in stedelijke gebied of minder dan 2.500 m2 in landelijk gebied) is geen compensatie noodzakelijk voor dit plangebied. Goed functionerend watersysteem Streefbeeld Het watersysteem zorgt in normale situaties voor een goede doorstroming en afwatering in het beheergebied en maakt het realiseren van het(maatschappelijk) gewenste grond- en oppervlaktewaterwaterregime (GGOR) mogelijk. Waterschap Zuiderzeeland streeft er naar dat de feitelijke situatie van het watersysteem overeenkomt met de legger. Op die manier kan het waterschap weloverwogen anticiperen op en reageren in extreme situaties. Randvoorwaarde(n) goed functionerend watersysteem Het waterschap streeft naar een robuust en klimaatbestendig watersysteem met grote peilvakken. Versnippering van het watersysteem is een ongewenste situatie.
Nieuwe ontwikkelingen sluiten aan op bestaande peilvakken en de inrichting wordt afgestemd op de functie van het water. De planontwikkeling leidt niet tot nieuwe peilvakken. De planontwikkeling heeft geen gevolgen heeft voor het streefpeil van het oppervlaktewater in of in de omgeving van het plangebied. Het functioneren van het huidige watersysteem, (doorstroming, afwatering, realiseren van het gewenste peil) zal door de planuitvoering niet verslechteren. Thema schoon water Goede oppervlaktewaterkwaliteit Streefbeeld Het grond- en oppervlaktewater biedt leef-, verblijf-, en voortplantingsmogelijkheden voor de (aquatische) flora en fauna in het beheergebied. De chemische toestand van deze wateren vormt hier geen belemmering voor. Ten aanzien van het plan kan worden gesteld dat zo weinig mogelijk uitlogende materialen gebruikt gaan worden. Het enige wat daarin is voorzien is het gebruik van een zinken dakgoot. Goed omgaan met afvalwater Streefbeeld Veel menselijke activiteiten hebben een negatief effect op de kwaliteit van het oppervlaktewater doordat ze water verontreinigen. Het waterschap zorgt met de regulering of behandeling van afvalwater dat zo veel mogelijk van deze effecten teniet worden gedaan.
NL.IMRO.0171.BP00674-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Schokkerringweg 4-1 te Nagele
Blad 43 van 50 September 2021 Versie 01
Uitgangspunt(en) Afstromend regenwater van vervuilde oppervlakken wordt gezuiverd. Verontreinigingen door afvalwater (huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater) worden voorkomen. Ten aanzien van het plangebied kan worden aangegeven dat zich in de nabijheid van de beoogde ontwikkeling momenteel geen openbaar rioolsysteem aanwezig is. Ten aanzien van het plan geldt dat hemelwater naar omliggende sloten wordt gevoerd via een put-opvang en afvoerbuis. Er is daarbij geen vervuild hemelwater te verwachten. Ook is er geen sprake van bedrijfsafvalwater. Ook worden in de nieuwe loods geen sanitaire voorzieningen gerealiseerd. Randvoorwaarde(n) Bij nieuwbouwgebieden is de aanleg van een "zuiverend" gescheiden rioolstelsel een voorwaarde. In bestaand gebied wordt ernaar gestreefd om schoon regenwater af te koppelen van het rioolstelsel. Onder schoon hemelwater wordt verstaan: ^ Hemelwater van verhardingen met een verkeersintensiteit lager dan 1000 voertuigen per dag; ^ Hemelwater vanaf parkeerplaatsen met minder dan 50 plaatsen; ^ Hemelwater van daken/woningen waarbij geen voor het watersysteem; schadelijke uitloogbare stoffen zijn gebruikt; ^ Hemelwater van onverhard terrein; ^ Hemelwater van centrumgebieden (met uitzondering van marktterreinen). Bij voorliggend plan wordt, zoals reeds verwoord, het schone hemelwater afgevoerd naar omliggende sloten. 4.11
M.e.r.-Beoordeling (vormvrij) De milieueffectrapportage is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. De m.e.r.-procedure is gekoppeld aan de 'moederprocedure'. Dit is de procedure op grond waarvan de besluitvorming plaatsvindt, bijvoorbeeld de bestemmingsplanprocedure, of een milieuvergunningsprocedure. In het Besluit m.e.r., bijlage D, onder artikel 11 (Woningbouw, Stedelijke ontwikkeling, Industrieterreinen) staat onder artikel 11.3 genoemd dat een m.e.r-beoordeling moet plaatsvinden in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject (met inbegrip van winkelcentra of parkeerterreinen: indien: De oppervlakte een aaneengesloten gebied betreft van 100 hectare en groter dan 2000 woningen betreft. Qua aard, omvang en ligging is het bouwplan niet gelijk te stellen aan de betreffende en omschreven activiteit zoals bedoeld in het Besluit m.e.r. In 2017 heeft echter een wijziging van het Besluit m.e.r. plaatsgevonden. Daardoor is nu een beoordeling van een activiteit zoals die voorkomt op lijst D noodzakelijk, zelfs al is de omvang van de activiteit ver onder de drempelwaarde gelegen.
NL.IMRO.0171.BP00674-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Blad 44 van 50
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Schokkerringweg 4-1 te Nagele
September 2021 Versie 01
Voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst en die beneden de drempelwaarden vallen moet een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Deze vormvrije m.e.r.beoordeling kan tot twee uitkomsten leiden: > >
Belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.beoordeling noodzakelijk; Belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een m.e.r.
De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te geschieden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. In deze bijlage staan drie hoofdcriteria centraal: 1. 2. 3.
de kenmerken van het project; de plaats van het project; de kenmerken van de potentiële effecten.
In de volgende tabel is opgesomd of er sprake is van significante nadelige invloed op het milieu. Archeologie
Er is sprake is van functiewijziging van agrarische naar bedrijfsgronden en de beoogde toekomstige bouw van een werkloods, waarbij de bodemingreep onder de drempelnorm van 10.000 m2 blijft en geen nader onderzoek is vereist.
Bodem
Er zal bodemonderzoek worden uitgevoerd, met de resultaten en aanbevelingen gaat rekening worden gehouden.
Externe veiligheid
Er is geen beperking vanuit het aspect externe veiligheid omdat er geen toename is van het groepsrisico.
Ecologie
De gronden waar de werkloods wordt gebouwd zijn momenteel verhard met betonplaten, er worden geen waardevolle soorten verwacht ter plaatse van de uitbreiding.
Geluid
Er is geen belemmering vanuit de Wet geluidhinder op het vlak van weg- en spoorwegverkeerslawaai aangezien er sprake is van een bestaand geluidgevoelig object en de nieuwe werkloods geen geluidgevoelig object is. Ook is de afstand tot de naastgelegen bedrijfswoning mede in het licht van wat er planologisch gezien mag komen op het perceel Schokkerringweg 4-1 (intensieve veehouderij - is zwaardere milieucategorie) inpasbaar.
Milieuhinder
Voor de overige normafstanden geur, stof en gevaar geldt dat de afstand tot de naastliggende bedrijfswoning meer bedraagt dan 10 meter en er zodoende geen wederzijdse hinder optreedt.
NL.IMRO.0171.BP00674-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Blad 45 van 50
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Schokkerringweg 4-1 te Nagele
September 2021 Versie 01
Luchtkwaliteit
Het project is aan te merken als Nibm, hetgeen betekent dat er geen nadelige invloed is op de luchtkwaliteit.
Water
Voor het plan geldt de standaard waterparagraaf korte procedure. Indien rekening wordt gehouden met het ontvangen watertoetsdocument is er geen belemmering vanuit het aspect water.
Op basis van de uitkomsten in dit hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten is inzichtelijk gemaakt dat er geen belangrijk nadelige gevolgen zijn voor de omgeving en het milieu. Verder hebben de locatie en de omgeving geen bijzondere kenmerken die geschaad worden door het initiatief. Gezien de aard van de ingrepen zijn verder geen negatieve effecten te verwachten, zodat op basis hiervan verder kan worden afgezien van het verrichten van een verdergaande (vorm)vrije m.e.r.-beoordeling.
NL.IMRO.0171.BP00674-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Schokkerringweg 4-1 te Nagele
Blad 46 van 50 September 2021 Versie 01
5
Hoofdstuk 5 Juridische toelichting op de regels
5.1
Algemeen Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden binnen het plangebied. De wijze waarop deze regeling juridisch kan worden vormgegeven, wordt in grote lijnen bepaald door de op 1 juli 2008 in werking getreden Wet ruimtelijke ordening, en door het daarbij behorende Besluit ruimtelijke ordening en de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012, zoals deze per 1 oktober 2012 in werking is getreden. De verbeelding dient in samenhang met de planregels te worden gelezen. In de Wet ruimtelijke ordening (hierna Wro) met bijbehorend Besluit ruimtelijke ordening (hierna Bro) heeft het bestemmingsplan een belangrijke rol als normstellend instrument voor het ruimtelijk beleid van gemeenten, provincies en het rijk. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening (hierna Rsro) is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (hierna SVBP2012) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP2012 zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening (hierna IMRO2012) en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten (hierna STRI2012) normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. Conform Wro en Bro wordt een bestemmingsplan met de daarbij behorende toelichting in digitale geautoriseerde bronbestanden vastgelegd en in die vorm vastgesteld.
Daarnaast kent de Wro een papieren versie van (hetzelfde) bestemmingsplan. Indien de inhoud van digitale stukken tot een andere uitleg leidt dan de stukken op papier, dan is de digitale inhoud beslissend. Het bestemmingsplan is daarmee een digitaal juridisch authentiek document. De informatie die is vastgelegd in het plan moet in elektronische vorm volledig toegankelijk en raadpleegbaar zijn. Dit wordt de digitale verbeelding genoemd. De SVBP2012 geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. De standaard heeft geen betrekking op de toelichting van het bestemmingsplan. Er worden geen normen gesteld omtrent de vormgeving en inrichting van de analoge weergave van het bestemmingsplan. De SVBP2012 heeft ook geen betrekking op de totstandkoming van de inhoud van een bestemmingsplan. Dit is de verantwoordelijkheid van het bevoegde gezag. In de SVBP2012 is wel aangegeven hoe de inhoud van een bestemmingsplan digitaal moet worden weergegeven. De SVBP2012 geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan. De verbeelding en planregels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld conform deze standaarden.
5.2
Toelichting op de Verbeelding De informatie die is vastgelegd in het plan moet in elektronische vorm volledig toegankelijk en raadpleegbaar zijn. Dit wordt de digitale verbeelding genoemd. De digitale verbeelding is de verbeelding van het bestemmingsplan in een interactieve raadpleegomgeving, waarin alle relevante bestemmingsplaninformatie wordt getoond: de combinatie van verbeelding en regels met de toelichting.
NL.IMRO.0171.BP00674-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Schokkerringweg 4-1 te Nagele
Blad 47 van 50 September 2021 Versie 01
Een raadpleger van het bestemmingsplan moet alle relevante bestemmingsplaninformatie op eenvoudige wijze voor ogen kunnen krijgen. De relevante bestemmingsplaninformatie heeft betrekking op de bestemmingen, dubbelbestemmingen en aanduidingen met bijbehorende regels in het bestemmingsplan. Voor zowel bestemmingen als aanduidingen geldt, dat deze zonder interactie zichtbaar moeten zijn in de digitale verbeelding. Uit interactie met de digitale verbeelding blijkt dan de inhoud van de bestemming en/of aanduiding. 5.3
De regels De regels geven inhoud aan de op de verbeelding aangegeven bestemming(en). Ze geven aan waarvoor de gronden en opstallen als dan niet gebruikt mogen worden en wat en hoe er gebouwd mag worden. De bij dit plan behorende regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken, te weten: 1. Inleidende regels; 2. Bestemmingsregels; 3. Algemene regels; 4. Overgangs- en slotregels. In Artikel 1 Begrippen zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee wordt een eenduidige interpretatie van de begrippen vastgelegd. Artikel 2 Wijze van meten geeft bepalingen hoe onder meer de hoogtes van gebouwen en de inhoud van gebouwen gemeten moeten worden en hoe bepaalde eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden. Hoofdstuk 3 bevat de bepalingen die in het algemeen van toepassing zijn. In hoofdstuk 4 komen het overgangsrecht en de slotregel aan de orde.
5.4
Nadere toelichting op de bestemming Bedrijf Binnen deze bestemming zijn bedrijven toegestaan tot en met de milieucategorie 3.2 inrichtingen. Door middel van een nadere aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf ontwikkeling en productie machines’ is binnen het plangebied ook een bedrijf toegestaan voor het ontwikkelen en produceren van machines ten behoeve van akkerbouwers (met de daarbij behorende reparatie- en servicewerkzaamheden). Verder zijn de bouwregels opgenomen en is door middel van een voorwaardelijke verplichting ook de landschappelijke inpassing gewaarborgd. Waarde - Archeologie 8 Binnen deze bestemming zijn de regels opgenomen over hoe om te gaan met archeologische waarden in het plangebied en bij welke ruimtelijke (en daarmee gepaard gaande bodemverstorende) activiteit onderzoek naar archeologie nodig is. Anti-dubbeltelbepaling Deze bepaling is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze zou zich kunnen voordoen indien een deel van een bouwperceel dat reeds bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage was betrokken wederom bij een dergelijke berekening, doch nu ten behoeve van een ander bouwperceel wordt betrokken.
NL.IMRO.0171.BP00674-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Schokkerringweg 4-1 te Nagele
Blad 48 van 50 September 2021 Versie 01
Algemene gebruiksregels In het Besluit ruimtelijke ordening is een gebruiksverbod opgenomen. Deze gaat uit van de gedachte dat het gebruik uitsluitend mag plaatsvinden in overeenstemming met de bestemming. Dit maakt het noodzakelijk, dat de bestemmingsomschrijving voldoende duidelijk is. Algemene afwijkingsregels In dit artikel is een aantal regels opgenomen, om het mogelijk te maken dat het plan op ondergeschikte punten wordt aangepast. Dit evenwel met het voorbehoud dat de belangen van derden in redelijkheid niet mogen worden aangetast. Ook kleine afwijkingen (maximaal 100Zo) van de in de regels opgenomen, dan wel op de kaart aangegeven maten, kunnen volgens dit artikel mogelijk worden gemaakt. Omdat een en ander zich niet beperkt tot één bestemming maar bij diverse bestemmingen gewenst of noodzakelijk kan blijken, zijn deze regels in beginsel op alle bestemmingen van toepassing. Het verlenen van een afwijking mag geen automatisme zijn. Burgemeester en wethouders zullen het verlenen van een afwijking zorgvuldig moeten afwegen en motiveren conform het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht. Overgangsregels Bebouwing die niet voldoet aan de bepalingen van dit bestemmingsplan is onder het overgangsrecht gebracht. Een geringe uitbreiding van de bebouwing wordt mogelijk gemaakt.
Indien de onder het overgangsrecht gebrachte bebouwing door een calamiteit verloren gaat is volledige herbouw toegestaan. Het gebruik van gronden en opstallen dat in strijd is met dit bestemmingsplan op het tijdstip van inwerkingtreding, mag in beginsel worden voortgezet. Wijziging van dit strijdige gebruik is verboden, indien de afwijking van het plan wordt vergroot.
NL.IMRO.0171.BP00674-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Schokkerringweg 4-1 te Nagele
Blad 49 van 50 September 2021 Versie 01
6
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid
6.1
Economische uitvoerbaarheid De kosten hier voor alsook de kosten voor de noodzakelijk onderzoeken voor het voorliggende bestemmingsplan zullen door de initiatiefnemer worden gedragen. Door de herziening van het voor de betreffende gronden geldende bestemmingsplan is er de kans dat door eigenaren van gronden in de directe omgeving van het plangebied bij de gemeente op grond van artikel 6.1 van de Wro een verzoek tot tegemoetkoming in de planschade wordt ingediend. De mogelijke kosten die samenhangen met deze tegemoetkoming in de planschade zullen door initiatiefnemer worden gedragen. Op basis van deze overweging moet het voorliggende bestemmingsplan economisch uitvoerbaar worden geacht.
6.2
Inspraak en (voor)overleg In het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro is het plan voorgelegd aan de provincie Flevoland en aan het waterschap Zuiderzeeland. De provincie Flevoland heeft per mail gereageerd. De ontvangen mail is als bijlage bij het bestemmingsplan gevoegd. Vanuit de vooroverlegreactie heeft de provincie aangegeven dat zij vinden dat de ontwikkeling zoals deze nu voorligt past binnen het beleid voor hergebruik van voormalige agrarische bedrijfsgebouwen voor een nieuwe invulling maar dat ze hun zorgen uiten dat de ontwikkeling op deze locatie niet grootschaliger en ‘zwaarder’ moet worden. Vanuit de gemeente is aangegeven dat niet in de toekomst kan worden gekeken maar dat het plan zoals deze nu voorligt in voldoende mate de kleinschaligheid borgt. Het waterschap Zuiderzeeland heeft schriftelijk gereageerd per brief van 8 juni 2021. Deze brief is als bijlage bij het bestemmingsplan gevoegd. Het waterschap heeft verzocht het bestemmingsplan op enkele onderdelen aan te vullen en daar waar relevant te benoemen hoe in het plan met de afgegeven adviezen is omgegaan. In paragraaf 4.10 is de waterparagraaf daarop aangevuld.
6.3
Ontwerpbestemmingsplan Het ontwerpbestemmingsplan “Landelijk Gebied, Schokkerringweg 4-1 te Nagele” heeft van XX tot en met XX gedurende zes weken ter inzage gelegen. Er zijn wel/geen zienswijzen ingediend.
NL.IMRO.0171.BP00674-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Blad 50 van 50
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Schokkerringweg 4-1 te Nagele
September 2021 Versie 01
Projectgegevens Project Projectnummer IMRO Versie Datum
RooBeek Advies Nautilusstraat 7b 7821 AG Emmen H. de Roo & M.Beek www.roobeek-advies.nl
NL.IMRO.0171.BP00674-ON01 Toelichting
Schokkerringweg 4-1 te Nagele RB 50.032 NL.IMRO.0171.BP00674-ON01 01 September 2021
Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1 INLEIDENDE REGELS......................................................................... 2 Artikel 1 Begrippen........................................................................................................... 2 Artikel 2 Wijze van meten................................................................................................. 5 HOOFDSTUK 2 BESTEMMINGSREGELS..................................................................... 6 Artikel 3 Bedrijf.................................................................................................................. 6 Artikel 4 Waarde - Archeologie 8..................................................................................... 9 HOOFDSTUK 3 ALGEMENE REGELS......................................................................... 11 Artikel 5 Anti-dubbeltelregel............................................................................................ 11 Artikel 6 Afwijkingsregels................................................................................................ 12 Artikel 7 Overige regels.................................................................................................. 13 HOOFDSTUK 4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS.....................................................
14 Artikel 8 Overgangsrecht................................................................................................ 14 Artikel 9 Slotregel............................................................................................................ 15 HOOFDSTUK 5 BIJLAGEN VAN DE REGELS............................................................ 16 Bijlage 1 van de regels - Staat van Bedrijven................................................................16 Bijlage 2 van de regels - Inrichtingstekening met beplantingsplan................................. 17 Bijlage 3 van de regels - Aan huis verbonden bedrijfsactiviteiten................................. 18
Gemeente Noordoostpolder
Bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Schokkerringweg 4-1 te Nagele'
Blad 2 van 18 September 2021 Versie 01
Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 plan: het bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, Schokkerringweg 4-1 te Nagele’ met identificatienummer NL.IMRO.0171.BP00674-ON01 van de gemeente Noordoostpolder; 1.2 bestemmingsplan: De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3 aanduiding: Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4 aanduidingsgrens De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
1.5 aan huis verbonden bedrijf De in Bijlage 1 'Aan huis verbonden bedrijfsactiviteiten' genoemde bedrijvigheid, dan wel naar de aard en de invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen bedrijvigheid, die door zijn beperkte omvang in of bij een woonhuis met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend; 1.6 aan huis verbonden beroep De uitoefening van een beroep (dan wel het verlenen van diensten) op administratief, maatschappelijk, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig of een daarmee gelijk te stellen gebied, dat in of bij een woonhuis wordt uitgeoefend, waarbij in overwegende mate de woonfunctie blijft behouden en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.7 ander bouwwerk Een bouwwerk, geen gebouw zijnde; 1.8 bebouwing Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.9 bebouwingsgebied Achtererfgebied alsmede de grond onder de woning, uitgezonderd de grond onder de oorspronkelijke woning; 1.10 bebouwingspercentage De oppervlakte van gebouwen uitgedrukt in procenten van de nader aangegeven gronden
NL.IMRO.0171.BP00674-ON01 Regels
Gemeente Noordoostpolder
Bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Schokkerringweg 4-1 te Nagele'
Blad 3 van 18 September 2021 Versie 01
1.11 bestaand a. Met betrekking tot bebouwing: de bebouwing als aanwezig ten tijde van het in ontwerp ter visie leggen van het plan; b. Met betrekking tot gebruik: het gebruik ten tijde van het rechtskracht verkrijgen van het plan; 1.12 bestemmingsgrens De grens van een bestemmingsvlak. 1.13 bestemmingsvlak Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.14 bevoegd gezag Bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning; 1.15 bijbehorend bouwwerk Uitbreiding van een woning dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindende woning verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 1.16 bouwen Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.17 bouwgrens De grens van een bouwvlak. 1.18 bouwperceel Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.19 bouwperceelgrens De grens van een bouwperceel. 1.20 bouwvlak Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.
1.21 bouwwerk Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.22 detailhandel: Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen voor gebruik, verbruik of aanwending overwegend anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; onder detailhandel is hier geen horeca begrepen;
NL.IMRO.0171.BP00674-ON01 Regels
Gemeente Noordoostpolder
Bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Schokkerringweg 4-1 te Nagele'
Blad 4 van 18 September 2021 Versie 01
1.23 erf: Al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een woning en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van die woning. Gronden met de bestemming 'Groen - Erfsingel' worden niet tot het erf gerekend; 1.24 gebouw Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.25 horeca Een bedrijf dat is gericht op het verstrekken van maaltijden en dranken voor gebruik ter plaatse (restaurantbedrijf), waaronder ook worden verstaan lunchrooms, eethuizen, bistro's, theehuizen, broodjeszaken en dergelijke; 1.26 seksinrichting: Een inrichting, bestaande uit een of meer voor publiek toegankelijke, besloten ruimten, waarin bedrijfsmatig of op een daarmee vergelijkbare wijze, seksuele handelingen worden verricht; 1.27 voorgevel: De naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien een gebouw met meer dan één zijde gekeerd is naar een weg, de als zodanig door burgemeester en wethouders aan te wijzen gevel; 1.28 woning: Een gebouw of een gedeelte van een gebouw, krachtens aard en indeling geschikt en bestemd voor de huisvesting van één huishouden.
NL.IMRO.0171.BP00674-ON01 Regels
Gemeente Noordoostpolder
Bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Schokkerringweg 4-1 te Nagele'
Blad 5 van 18 September 2021 Versie 01
Artikel 2 Wijze van meten Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de dakhelling Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.2 de goothoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. De maximale goothoogte mag over maximaal 1/3 van de gevellengte overschreden worden. 2.3 de inhoud van een bouwwerk Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.4 de bouwhoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.5 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;
NL.IMRO.0171.BP00674-ON01 Regels
Gemeente Noordoostpolder
Bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Schokkerringweg 4-1 te Nagele'
Blad 6 van 18 September 2021 Versie 01
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Bedrijf 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijf aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijven die in de van deze regels deel uitmakende Bijlage 1 zijn aangeduid als categorie 1 en 2; b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - ontwikkeling en productie machines’ ook een bedrijf voor de ontwikkeling en productie van machines ten behoeve van akkerbouw. Ondergeschikt hieraan zijn ook onderhoud en reparatie van machines ten behoeve van akkerbouw en de verhuur van machines ten behoeve van akkerbouw toegestaan; met daarbij behorende: c. gebouwen en bijbehorende bouwwerken; d. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; e. andere werken; f. tuinen, erven en paden; g. waterhuishoudkundige voorzieningen; h. parkeervoorzieningen; i. nutsvoorzieningen. 3.2 Bouwregels 3.2.1 Toegestane bouwwerken Op en in de gronden als bedoeld in 3.1 mogen uitsluitend gebouwd worden: a. bedrijfsgebouwen; b. bedrijfswoningen; c. bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen; d. bouwwerken, geen gebouw zijnde. 3.2.2 Bedrijfsgebouwen Voor bedrijfsgebouwen gelden de volgende regels: a. een bedrijfsgebouw mag uitsluitend gebouwd worden binnen een bouwvlak; b. het bebouwingspercentage van het bestemmingsvlak mag voor bedrijven ten hoogste 20oZo bedragen tot een maximum van 2000 m2.
Indien de bestaande oppervlakte meer bedraagt dan 2000 m2, dan mag de oppervlakte niet meer bedragen dan de bestaande oppervlakte; c. de goothoogte van een bedrijfsgebouw mag niet meer bedragen dan 8,5 m, uitgezonderd ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)', want daar geldt de maximum goothoogte zoals op de verbeelding is aangegeven; d. de bouwhoogte van een bedrijfsgebouw mag niet meer bedragen dan 11 m, uitgezonderd ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)', want daar geldt de maximum bouwhoogte zoals op de verbeelding is aangegeven.
NL.IMRO.0171.BP00674-ON01 Regels
Gemeente Noordoostpolder
Bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Schokkerringweg 4-1 te Nagele'
Blad 7 van 18 September 2021 Versie 01
3.2.3 Bedrijfswoningen Voor bedrijfswoningen gelden de volgende regels: a. een bedrijfswoning mag uitsluitend gebouwd worden binnen de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - bedrijfswoning'; b. per aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - bedrijfswoning' mag niet meer dan één bedrijfswoning gebouwd worden; c. de inhoud van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 1200 m3, d. de dakhelling van een bedrijfswoning mag niet minder dan 30o en niet meer dan 60o bedragen; e. de goothoogte van een niet inpandige bedrijfswoning mag niet minder dan 4,5 m en niet meer dan 6 m bedragen, met dien verstande dat indien de bestaande goothoogte minder dan 4,5 m bedraagt de goothoogte niet minder dan de bestaande goothoogte mag bedragen; f. de bouwhoogte van een niet inpandige bedrijfswoning mag niet meer dan 10 m bedragen; 3.2.4 Bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen Voor bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen gelden de volgende regels: a. een bijbehorend bouwwerk mag uitsluitend gebouwd worden binnen een bouwvlak; b. een bijbehorend bouwwerk mag uitsluitend worden gebouwd 1 m achter het verlengde van de naar de weg gekeerde gevel van de betreffende bedrijfswoning; c. de oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken per bedrijfswoning mag niet meer dan 150 m2 bedragen; d. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 3,5 m; e.
de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 6 m; f. in afwijking van het bepaalde onder a., b., c., d. en e. gelden voor de herbouw van bestaande bijbehorende bouwwerken de bestaande maten, afmetingen, situering en omvang van de bebouwde oppervlakte van een gebouw als maximum. 3.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- of terreinafscheidingen bedraagt maximaal 2,5 m; b. de bouwhoogte van licht- en vlaggenmasten bedraagt maximaal 12 m; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 4 m. 3.3 Specifieke gebruiksregels 3.3.1 Voorwaardelijke verplichting Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken overeenkomstig de in lid 3.1 opgenomen bestemmingsomschrijving, zonder de aanplant en instandhouding van een erfsingel conform het in Bijlage 2 van de regels opgenomen inrichtingstekening met bijbehorend beplantingsplan.