CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

6.1 Bestemmingsplan Emmeloord Professor ter Veenstraat 25.pdf

Gemeenteraad 16 mei 2022, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 6: Bestemmingsplan Emmeloord, Prof. ter Veenstraat 2525.899 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

3.7. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland, oftewel NNN (voorheen Ecologische Hoofdstructuur, EHS), is een netwerk van natuurgebieden waarin de natuur (planten en dieren) voorrang heeft en derhalve wordt beschermd. Daarmee wordt voorkomen dat natuurgebieden geïsoleerd komen te liggen en dieren en planten uitsterven en dat de natuurgebieden zo hun waarde verliezen. De NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur en het is derhalve van belang dit netwerk te bespreken in het kader van natuurbescherming. Het NNN moet uiteindelijk samen met de natuurgebieden in andere Europese landen het aaneengesloten pan-Europees Ecologisch Netwerk (PEEN) vormen. Sinds 1990 zijn de provincies en het Rijk druk doende met de aanleg van verbindingszones tussen verschillende natuurgebieden om zo een duurzaam, samenhangend netwerk van gebieden te creëren. De NNN heeft als doel van bestaande en nieuwe natuur een goed werkend netwerk te maken. Het behoud, herstel en de ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN is hierbij het uitgangspunt. Net als bij de Wnb geldt hier het 'nee-tenzij'-beginsel. Dit is 1 oktober 2012 vastgelegd in het Besluit Algemene Regelingen Ruimtelijke Ordening (BARRO). Dit betekent dat er geen activiteiten plaats mogen vinden waardoor de wezenlijke kenmerken en

waarden van het NNN in het geding komen, tenzij er sprake is van een groot openbaar belang, tenzij er geen reële alternatieven zijn of tenzij negatieve effecten zo veel mogelijk beperkt worden en de overblijvende effecten worden gecompenseerd.

Ecologische Quickscan Professor Ter Veenstraat 25 Emmeloord

w Alcedo

natuurprojecten s.

Rijk en provincies hebben in 2011 met elkaar afgesproken dat natuurbeheer meer een regionale verantwoordelijkheid wordt. Dat is vastgelegd in het Natuurakkoord. Als gebiedsregisseurs van het landelijke gebied zetten de provincies zich in voor een versterking van de natuur. Zij dienen de begrenzing van het NNN vast te leggen in een provinciale verordening, waar ook de regels omtrent de inhoud van en de toelichting bij bestemmingsplannen in het belang van de realisatie, bescherming, instandhouding en verdere ontwikkeling van de beoogde natuurkwaliteit van het NNN worden beschreven. De provincies dienen hierbij ook de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN vast te leggen. Dit zijn de huidige en potentiële waarden, gebaseerd op de natuur­ doelen van het desbetreffende gebied. Per perceel worden deze doelen vaak in natuurdoeltypen en/of beheertypen vastgelegd. Bij een aanvraag voor een ecologische quickscan en/of flora- en fauna-onderzoek gaat Alcedo Natuurprojecten dus ook altijd na of het plangebied binnen de begrenzingen van het NNN ligt en wat de effecten van de voorgenomen ingreep/activiteit zullen zijn. De onderzochte locatie ligt op minder dan 3 kilometer afstand van de dichtstbijzijnde grens van het Natuurnetwerk Flevoland. Zie figuur 1.

NAI UURNt I WtRK NbütRLAND

Provincie Flevoland

Topografie

I Ecologische verbindmgszonei

U MM i

NNN - zoekgebied compensai NNN - zoekgebied kiekendíeff | Natuurnetwerk Nederland ū | NNN - WKW-gebìeden

HMM

182436 67. 522990 31

Figuur 1. Ligging van onderzochte locatie (rode cirkel) ten opzicht van het NNN (donkergroen). Bron: http://ehs.flevoland.nl/

Ecologische Quickscan Professor Ter Veenstraat 25 Emmeloord

w Alcedo

natuurprojecten s.

13

3.8. Natura 2000 Bij een aanvraag voor een ecologische quickscan en/of flora- en fauna-onderzoek wordt ook onderzocht of het plangebied binnen de begrenzingen of directe invloedsfeer (minder dan 3 kilometer) van een N2000 gebied ligt en wat de effecten van de voorgenomen ingreep/activiteit op dat gebied zullen zijn. Binnen een straal van 3 kilometer bevinden zich geen Natura 2000 gebieden. Zie figuur 2.

14

Figuur 2: Ligging van locatie ten opzichte van N2000. Binnen een straal van 3 kilometer bevinden zich geen N2000 gebieden. Bron: Synbiosis Alterra

Ecologische Quickscan Professor Ter Veenstraat 25 Emmeloord

w Alcedo

natuurprojecten s.

Figuur 3. Stroomdiagram Wnb. Bron: Ecologica.

Ecologische Quickscan Professor Ter Veenstraat 25 Emmeloord

w Alcedo

natuurprojecten s.

4. Beschrijving locatie en ingrepen 4.1.

Beschrijving locatie

De onderzochte locatie is gesitueerd aan de Professor Ter Veenstraat 25, 8302 GA te Emmeloord in de provincie Flevoland. Het een woon-zorgcomplex van de Stichting Triade bestaand uit een gebouw met meerdere wooneenheden. Het gebouw is opgetrokken uit rode baksteen, heeft deels twee verdiepingen en een pannendak. Deze pannen sluiten overal goed aan en zijn gesloten boven de dakgoot. De muren hebben een spouw, maar er zijn geen open stootvoegen aanwezig. De daklijsten zijn van kunststofplaten en deze sluiten vrijwel naadloos aan op de muur. Rondom de locatie is een eenvoudige tuin aanwezig met bomen, planten en struiken. Buiten wat algemene wilde plantensoorten is er geen sprake van wilde plantengroei. De onderzochte locatie ligt niet binnen de grenzen van het Natuurnetwerk Nederland en evenmin in de directe omgeving ervan. Voor een impressie van de onderzochte locatie: zie bijlage op pagina 23.

16

Figuur 4: Ligging van de onderzochte locatie in Emmeloord. Bron: Google Maps.

Ecologische Quickscan Professor Ter Veenstraat 25 Emmeloord

w Alcedo

natuurprojecten s.

4.2.

Beschrijving ingreep

De geplande ingreep bestaat uit het afbreken van de huidige bebouwing om ter plaatse ruimte te maken voor nieuwbouw (woningen). Voor zover bekend zullen er geen bomen worden gekapt. Sloten of vijvers zijn niet aanwezig, dus er zullen ook geen sloten of vijvers worden gedempt.

17

Figuur 5: Onderzochte locatie. In geel kader. Bron: Google Earth.

Ecologische Quickscan Professor Ter Veenstraat 25 Emmeloord

w Alcedo

natuurprojecten s.

5. Resultaten In dit hoofdstuk zijn de (potentiële) aan- of afwezigheid van de onderzochte plant- en diersoorten in het onderzoeksgebied onderbouwd. De relevante soorten zijn nader toegelicht.

5.1.

Veldbezoek Tijdens het veldbezoek is voor zover mogelijk een inventarisatie uitgevoerd van de beschermde soorten binnen de Wnb met de nadruk op de niet vrijgestelde beschermde soorten. In onderstaande tabel zijn het tijdstip en de waarnemings-condities van het uitgevoerde veldbezoek weergegeven.

Waarnemingscondities veldbezoek Datum

Begintijd

Eindtijd

Weersomstandigheden

25.08.2020

15.00 uur

16.00 uur

Wind: 3 bft, bewolking 90%, circa 20 'C., geen regen

Tabel 2. Waarnemingscondities veldbezoek

5.2.

Flora De onderzochte locatie ligt in een stedelijke omgeving en ter plaatse is vrijwel uitsluitend sprake van een aangeplante tuin met grotendeels uitheemse plantensoorten. Effectenbeoordeling: Door de voorgenomen plannen zullen geen beschermde plantensoorten in het geding komen.

5.3.

Grondgebonden zoogdieren Tijdens het onderzoek ter plaatse zijn geen sporen of vaste rustplaatsen van beschermde zoogdiersoorten gevonden. In de directe omgeving komen soorten voor als egel, huismuis en bruine rat. De egel zal incidenteel gebruik maken van de tuin als foerageergebied. In de toekomstige situatie zal deze mogelijkheid echter niet verdwijnen. Effectenbeoordeling: Door de voorgenomen plannen zullen geen beschermde grondgebonden zoogdieren in het geding komen of vaste rustplaatsen worden verstoord.

5.4.

Vleermuizen Vaste verblijfplaatsen De huidige bebouwing is mogelijk geschikt als vaste verblijfplaats voor gewone dwergvleermuis en laatvlieger. De reden daarvoor is dat er diverse plaatsen (spleten en kieren) zijn waardoor of waarlangs vleermuizen de spouwmuur kunnen bereiken. Het is niet uit te sluiten dat de onderzochte bebouwing niet geschikt is voor bewoning door vleermuizen. Foerageerplaatsen De tuin rondom de bebouwing biedt vanwege de beschutte ligging ruimte aan foeragerende vleermuizen. Ecologische Quickscan Professor Ter Veenstraat 25 Emmeloord

w Alcedo

natuurprojecten s.

18

Migratieroutes De lijnvormige structuren in het stratenplan van Emmeloord bieden migrerende vleermuizen een goede mogelijkheid waarlangs ze hun weg vinden naar het buitengebied. Effectenbeoordeling: Door de voorgenomen ingreep zullen mogelijk vaste verblijfplaatsen van vleermuizen in het geding komen. Foerageermogelijkheden en vliegroutes van vleermuizen worden niet of slechts tijdelijk aangetast. 5.5.

Vogels Tijdens de quickscan ging speciale aandacht uit naar de geschiktheid van de bebouwing voor bewoning door huismus, gierzwaluw en spreeuw. Huismus. In de directe en wijdere omgeving van de locatie zijn geen huismussen aangetroffen. De bebouwing is mogelijk geschikt als broedplaats voor huismussen, maar er werden geen sporen van nesten aangetroffen op plaatsen die geschikt lijken als broedplaats. Uit navraag bij het personeel van Triade bleek ook dat er ter plaatse nooit huismussen worden gezien of gehoord. Gierzwaluw. Deze soort is voor dit broedseizoen alweer van de broedplaatsen in Nederland verdwenen. Er werden dan ook geen gierzwaluwen ter plaatse aangetroffen. Uit navraag bij het personeel van Triade bleek ook dat er ter plaatse wel gierzwaluwen worden gezien of gehoord. Het vermoeden is echter dat deze gierzwaluwen in de naburige wijk met oudere huizen broeden. 19 Spreeuw. Er werden geen spreeuwen waargenomen en de bebouwing lijkt ongeschikt voor bewoning door spreeuw vanwege het ontbreken van ruime invliegopeningen. Op een plaats waar de betimmering van de dakgoot is weggeslagen werd een nest aangetroffen. Waarschijnlijk van een kauw. Effectenbeoordeling: Door de voorgenomen plannen zullen er geen jaarrond beschermde nestplaatsen verloren gaan. Ook gaat er geen belangrijk foerageerbiotoop voor vogels verloren.

5.6.

Amfibieën, reptielen en vissen De onderzochte locatie is geschikt als landbiotoop en foerageerplek voor gewone pad, bruine kikker en kleine watersalamander. Er is echter geen gericht onderzoek naar het voorkomen van deze soorten verricht. De reden hiervoor is dat op basis van een visuele inspectie kon worden volstaan met de constatering dat er vanwege de voorgenomen plannen geen belangrijk voortplantingsbiotoop voor beschermde amfibieënsoorten zal worden aangetast. Landbiotoop en foerageerbiotoop voor de genoemde soorten is in de directe omgeving ruimschoots aanwezig. Effectenbeoordeling: Door de voorgenomen plannen zullen geen beschermde amfibieën-, reptielen- of vissensoorten in het geding komen.

Ecologische Quickscan Professor Ter Veenstraat 25 Emmeloord

w Alcedo

natuurprojecten s.

5.7.

Dagvlinders, libellen en overige ongewervelden Tijdens de quickscan werden enkele algemene dagvlinder- en libellensoorten aangetroffen. Het betreft klein koolwitje, dagpauwoog en steenrode heidelibel. Er is echter geen gericht onderzoek naar het voorkomen van deze soortgroepen verricht. De reden hiervoor is dat op basis van een visuele inspectie kon worden volstaan met de constatering dat er vanwege de voorgenomen plannen geen belangrijk biotoop voor beschermde insectensoorten zal worden aangetast. Effectenbeoordeling: Door de voorgenomen plannen zullen geen beschermde dagvlinder- en libellensoorten of overige ongewervelden in het geding komen.

20

Ecologische Quickscan Professor Ter Veenstraat 25 Emmeloord

w Alcedo

natuurprojecten s.

6. Toetsing aan de Wnb Welke verbodsbepalingen kunnen worden overtreden? Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn ĝ 3.1 Artikel 3.1. lid 2 'het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eigen van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen' en lid 4 en 5 'het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort' ^

Dit niet van toepassing: er zijn geen jaarrond beschermde nesten in het geding.

Beschermingsregime soorten Habitatrichtljn ĝ 3.2 >

Dit is mogelijk van toepassing omdat niet kan worden uitgesloten dat er geen vast rustplaatsen van vleermuizen (gewone dwergvleermuis en laatvlieger) aanwezig zijn.

Beschermingsregie andere soorten ĝ 3.3 Artikel 3.10 lid 1b 'het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen' 21 ^

Dit is niet in het geding omdat er geen vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen zijn aangetroffen.

Natuur Netwerk Nederland (NNN) en Natura 2000 (N2000) De onderzochte locatie ligt op minder dan 3 kilometer afstand van het Natuurnetwerk Flevoland en op meer dan 3 kilometer afstand van Natura 2000 gebied. Door de voorgenomen ingreep zullen de kernwaarden van het NNN niet worden aangetast.

Ecologische Quickscan Professor Ter Veenstraat 25 Emmeloord

w Alcedo

natuurprojecten s.

7. Conclusies en aanbevelingen Op basis van deze quickscan kan het volgende worden geconcludeerd: ^

Op de onderzochte locatie is het voorkomen van middels de Wnb beschermde diersoorten niet direct aangetoond;

^

Het kan echter niet worden uitgesloten dat er ter plaatse geen vaste verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis of laatvlieger aanwezig zijn;

^

Soortgericht vervolgonderzoek volgens vleermuisprotocol is noodzakelijk;

^

De voorgenomen plannen hebben geen invloed op het aangrenzende Natuurnetwerk Flevoland en/of de gunstige staat van instandhouding van wettelijk beschermde plant­ en diersoorten;

^

Het aanvragen van een ontheffing inzake de Wnb is niet noodzakelijk.

Op basis van deze quickscan wordt de eigenaar van de onderzochte locatie het volgende geadviseerd: ^

Laat in 2021 vervolgonderzoek uitvoeren volgens het vleermuisprotocol 2017 voor de soorten gewone dwergvleermuis en laatvlieger.

22

Ecologische Quickscan Professor Ter Veenstraat 25 Emmeloord

w Alcedo

natuurprojecten s.

8. Bronvermeldingen Literatuur: ^

Lange, R., P. Twisk , A. van Winden ä A. van Diepenbeek, 2003. Zoogdieren van WestEuropa. Stichting Uitgeverij van de KNNV en VZZ i.s.m. Vereniging Natuurmonumenten.

^

Limpens, H., K. Mostert ä W. Bongers (red.), 1997. Atlas van de Nederlandse vleermuizen, Stichting Uitgeverij van de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging, Utrecht.

^

Ministerie van LNV, 2004. Besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit TRCJZ/2004/5727, houdende vaststelling van rode lijsten flora en fauna.

^

SOVON, 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels. Nederlands Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij en EIS-Nederland, Leiden.

^

Twisk, P. et al, 2010. Veldgids Europese Zoogdieren. KNNV Uitgeverij en Zoogdiervereniging. Websites:

»

www.arcgis.nl

^

www.ecologica.eu/uploads/files

»

www.ravon.nl

•

www.sovon.nl

»

www.synbiosis.alterra.nl

»

www.waarneming.nl

»

www.zoogdiervereniging.nl

Ecologische Quickscan Professor Ter Veenstraat 25 Emmeloord

23

w Alcedo

natuurprojecten s.

Bijlage: foto-overzicht

24

Ecologische Quickscan Professor Ter Veenstraat 25 Emmeloord

w Alcedo

natuurprojecten s.

25

Ecologische Quickscan Professor Ter Veenstraat 25 Emmeloord

w Alcedo

natuurprojecten s.

26

Voorbeelden van plaatsen waar vleermuizen naar binnen kunnen komen. Laatste foto (rechtsonder) is van overzijde straat. Een type huizen waar mogelijk gierzwaluwen, huismussen en vleermuizen voorkomen. Van daaruit kunnen vleermuizen ook de onderzochte bebouwing koloniseren.

Ecologische Quickscan Professor Ter Veenstraat 25 Emmeloord

w Alcedo

natuurprojecten s.

27

Ecologische Quickscan Professor Ter Veenstraat 25 Emmeloord

w Alcedo

natuurprojecten s.

datum 5-10-2020 dossiercode 20201005-37-24411 Geachte heer/mevrouw S.Slijkhuis, U heeft de digitale watertoets doorlopen op de website www.dewatertoets.nl. De samenvatting in de email bevat de gegeven antwoorden op de vragen. Op basis van deze toets volgt u de korte procedure. Uitgangspuntennotitie met standaard waterparagraaf Hierbij ontvangt u de uitgangspuntennotitie voor de korte procedure van de watertoets. Deze notitie is automatisch gegenereerd op basis van de door u gegeven antwoorden en het ingetekende plangebied. Deze uitgangspuntennotitie bevat de voor uw plan relevante waterhuishoudkundige beleidsthema's, streefbeelden en de belangrijkste bijbehorende uitgangspunten en randvoorwaarden van Waterschap Zuiderzeeland die u kunt gebruiken bij het ruimtelijk laten meewegen van het waterbelang en bij het opstellen van de waterparagraaf in de ruimtelijke onderbouwing van uw plan. Dit document bestaat uit drie delen: 1. Vooroverleg en andere waterbeheerder 2. De standaard waterparagraaf De standaard waterparagraaf is zo opgesteld dat u de tekst eenvoudig kunt gebruiken als basistekst voor uw waterparagraaf, waarbij deze op bepaalde punten nog aangevuld moet worden met een concrete toelichting voor de specifieke ontwikkeling. 3. Aanvullende informatie en ontwerprichtlijnen Na de standaard waterparagraaf volgt een onderdeel met overige relevante ontwerprichtlijnen.

De ontwerprichtlijnen in het laatste deel zijn niet relevant voor de ruimtelijke procedure. De ontwerprichtlijnen geven nadere informatie waar u bij de verdere uitwerking (o.a. civieltechnisch) rekening mee moet houden. Ook kan het zijn dat meld- en/of vergunningplichten bestaan voor de ontwikkeling inzake de wateraspecten. Dit helpt u om meldingen en/of aanvragen in te dienen die meteen in behandeling genomen kunnen worden. Team Waterprocedures Waterschap Zuiderzeeland Lindelaan 20 Postbus 229 8200 AE Lelystad (06) 1132 4178 (0320) 274 911 watertoets@zuiderzeeland.nl

Deel 1: Vooroverleg en andere waterbeheerder Positiefwateradvies en geen vooroverleg Waterschap Zuiderzeeland geeft op basis van de door u gegeven antwoorden een positief wateradvies met daarbij een algemene opmerking die betrekking heeft op het bestemmen van waterbelangen. Wij willen u verzoeken de waterbelangen (o.a. waterlichamen, waterkeringen en rioolwaterzuiveringen) die eventueel aanwezig zijn binnen het plangebied op een juiste manier te bestemmen of te reguleren. Het team waterprocedures van het waterschap kan op uw verzoek daarover adviseren. In verband met het beperkte waterschapsbelang achten wij het niet nodig om, aanvullend op dit wateradvies, in het kader van het ambtelijk vooroverleg, als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit op de Ruimtelijke ordening vooroverleg te voeren over het ruimtelijk plan dat betrekking heeft op deze ontwikkeling cq. dit plangebied. Indien de wateraspecten in het ruimtelijk plan goed bestemd of gereguleerd worden dan zien wij het ontwerp ruimtelijk plan met vertrouwen tegemoet. In verband met een eventueel benodigde watervergunning kan vooroverleg overigens wel nodig zijn.

Deel2 Standaard waterparagraaf korte procedure

•^De standaard waterparagraaf is zo opgesteld dat u de tekst eenvoudig kunt gebruiken als basistekst voor uw waterparagraaf, waarbij deze op bepaalde punten nog aangevuld moet worden met een concrete toelichting voor de specifieke ontwikkeling.> Inleiding Sinds 1 november 2003 is de toepassing van de watertoets wettelijk verplicht door de verankering in het Besluit op de ruimtelijke ordening 1985. De watertoets heeft betrekking op alle grond- en oppervlaktewateren en behandelt alle van belang zijnde waterhuishoudkundige aspecten (naast veiligheid en wateroverlast ook bijvoorbeeld waterkwaliteit en verdroging). De watertoets is een belangrijk procesinstrument om het belang van water een evenwichtige plaats te geven in de ruimtelijke ordening. Uit de waterparagraaf blijkt de betrokkenheid van de waterbeheerder in het planproces en de wijze waarop het wateradvies van de waterbeheerder is meegenomen in de uitwerking van het plan. De watertoetsprocedure kan op drie manieren gevolgd worden: de procedure geen waterschapsbelang, de korte procedure en de normale procedure. Welke procedure gevolgd moet worden hangt af van de implicaties van het ruimtelijk plan voor de waterhuishouding. De procedure geen waterschapsbelang en de korte procedure zijn bedoeld voor ruimtelijke plannen met beperkte gevolgen voor de waterhuishouding.

Bij deze twee procedures kan de watertoets volledig digitaal doorlopen worden. De normale procedure is gericht op ruimtelijke plannen met relatief vergaande consequenties voor de waterhuishouding. In dit geval is actieve betrokkenheid van Waterschap Zuiderzeeland nodig. De relevante randvoorwaarden voor het plan zijn gerangschikt onder zeven streefbeelden ingedeeld op basis van de drie waterthema's Veiligheid, Voldoende Water en Schoon Water. Van streefbeeld naar randvoorwaarde vindt u het uitgangspunt, dat het vertrekpunt vormt bij de verwezenlijking van het streefbeeld. U krijgt op deze manier een goed overzicht van de randvoorwaarden en kan eveneens herleiden waarop deze gebaseerd zijn. Thema Veiligheid Het plan ligt niet buitendijks of in de beschermingszone van een waterkering. Op basis van de ingevoerde gegevens over het plangebied zijn er geen uitgangspunten voor het thema veiligheid van toepassing. Thema Voldoende water Wateroverlast. Streefbeeld Het watersysteem, zowel in landelijk als in stedelijk gebied, is op orde. Het hele beheergebied voldoet aan de vastgestelde normen. Uitgangspunt wateroverlast Het waterschap streeft naar een robuust watersysteem dat de effecten van toekomstige klimaatveranderingen en bodemdaling kan opvangen. De planontwikkeling is gelegen in een watersysteem dat op basis van de toetsing in 2012 voldoet aan de normering voor wateroverlast.

Een dergelijk systeem kan het water verwerken tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten. Binnen het plangebied is geen sprake van (grond)wateroverlast. Goed functionerend watersysteem Streefbeeld Het watersysteem zorgt in normale situaties voor een goede doorstroming en afwatering in het beheergebied en maakt het realiseren van het (maatschappelijk) gewenste grond- en oppervlaktewaterwaterregime (GGOR) mogelijk. Waterschap Zuiderzeeland streeft er naar dat de feitelijke situatie van het watersysteem overeenkomt met de legger. Op die manier kan het waterschap weloverwogen anticiperen op en reageren in extreme situaties. Randvoorwaarde(n) goedfunctionerend watersysteem Het waterschap streeft naar een robuust en klimaatbestendig watersysteem met grote peilvakken. Versnippering van het watersysteem is een ongewenste situatie. Nieuwe ontwikkelingen sluiten aan op bestaande peilvakken en de inrichting wordt afgestemd op de functie van het water. De planontwikkeling leidt niet tot nieuwe peilvakken. De planontwikkeling heeft geen gevolgen heeft voor het streefpeil van het oppervlakte water in of in de omgeving van het plangebied. Het functioneren van het huidige watersysteem, (doorstroming, afwatering, realiseren van het gewenste peil) zal door de planuitvoering niet verslechteren.

Aanvullen: Hier worden alle aanpassingen in het watersysteem aangegeven en wordt aangegeven hoe de waterhuishoudkundige zaken bestemd worden. Bijvoorbeeld de aanleg van watergangen, infiltratievoorzieningen. Daarnaast worden hier ook de dimensies van het watersysteem aangegeven ofrandvoorwaarden voor de aanleg hiervan (voor zover ruimtelijk relevant). Bijvoorbeeld de dieptes van watergangen bij streefpeil, de profielen en randvoorwaarden waaraan het watersysteem zal voldoen. > Anticiperen op watertekort. Streefbeeld Het waterschap wil een robuust watersysteem dat voorbereid is op de effecten van toekomstige klimaatveranderingen. Tot nu toe ligt de nadruk bij klimaatveranderingen met name op meer extreme neerslag en stijging van de zeespiegel. Ook extreem droge periodes zullen echter vaker voor komen. Het robuuste watersysteem dat het waterschap nastreeft moet hier ook op anticiperen. Thema Schoon Water

Goede structuurdiversiteit Streefbeeld Het waterschap streeft naar goede leef, verblijf- en voortplantingsmogelijkheden voor de aquatische flora en fauna in het beheergebied. Goede oppervlaktewaterkwaliteit Streefbeeld Het grond- en oppervlaktewater biedt leef-, verblijf-, en voortplantingsmogelijkheden voor de (aquatische) flora en fauna in het beheergebied. De chemische toestand van deze wateren vormt hier geen belemmering voor. Goed omgaan met afvalwater Streefbeeld Veel menselijke activiteiten hebben een negatief effect op de kwaliteit van het oppervlaktewater doordat ze water verontreinigen. Het waterschap zorgt met de regulering of behandeling van afvalwater dat zo veel mogelijk van deze effecten teniet worden gedaan. Uitgangspunt(en) Voor nieuw te ontwikkelen terreinen geldt dat het hemelwater niet naar een centrale rioolwaterzuivering wordt afgevoerd maar in of in de nabijheid van het plangebied wordt verwerkt. Voor bestaande gebieden wordt gestreefd naar het afkoppelen van verhard oppervlak. Het ombouwen van bestaande stelsels naar "zuiverend" gescheiden stelsels heeft een sterke voorkeur. Afstromend regenwater van vervuilde oppervlakken wordt gezuiverd. Verontreinigingen door afvalwater (huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater) worden voorkomen. Randvoorwaarde(n) Bij nieuwbouwgebieden is de aanleg van een "zuiverend" gescheiden rioolstelsel een voorwaarde.

In bestaand gebied wordt ernaar gestreefd om schoon regenwater af te koppelen van het rioolstelsel. Onder schoon hemelwater wordt verstaan: ^ Hemelwater van verhardingen met een verkeersintensiteit lager dan 1000 voertuigen per dag; ^ Hemelwater vanaf parkeerplaatsen met minder dan 50 plaatsen; ^ Hemelwater van daken/woningen waarbij geen voor het watersysteem; schadelijke uitloogbare stoffen zijn gebruikt; ^ Hemelwater van onverhard terrein; ^ Hemelwater van centrumgebieden (met uitzondering van marktterreinen).

Deel 3: Aanvullende informatie en ontwerprichtlijnen In dit deel van de uitgangspuntennotitie vindt u aanvullende informatie en relevante ontwerprichtlijnen. Deze zijn niet relevant voor de ruimtelijke procedure. Het kan zijn dat meld- en/of vergunningplichten bestaan voor de ontwikkeling inzake de wateraspecten. De ontwerprichtlijnen geven nadere informatie waar u bij de verdere uitwerking (o.a. civieltechnisch) rekening mee moet houden. Dit helpt u om meldingen en/of aanvragen in te dienen die meteen in behandeling genomen kunnen worden. Thema Voldoende Water Wateroverlast. Hemelwater dat op grondgebonden zonnepanelen terechtkomt kan grotendeels rechtstreeks onder de panelen infiltreren in de bodem. Bij extreme neerslag kan na verloop van tijd - een verhoogd risico bestaan op oppervlakkige afvoer over het maaiveld. De zonnepanelen concentreren de neerslag aan de onderzijde van de panelen (druiplijn). Door deze neerslagconcentratie kan de bodem dichtslaan (verslempen) waardoor geulvorming ontstaat en daarmee oppervlakkige afvoer van hemelwater. Een en ander is afhankelijk van de samenstelling van de bodem en de lokale omstandigheden (bijvoorbeeld verhang in het bodemoppervlak). Mocht deze oppervlakkige afvoer het oppervlaktewatersysteem bereiken dan is sprake van afwentelen: versnelde afvoer van neerslag naar het watersysteem.

Als deze situatie zich in de toekomst voordoet dan is de initiatiefnemer verantwoordelijk voor het treffen van maatregelen om het afwentelen ongedaan te maken. Overige aandachtspunten zijn kabels en leidingen in relatie tot watergangen. In het geval dat de grondgebonden zonnepanelen worden geplaatst in een wateraanvoergebied geldt dat het beoogde grondgebruik (zonnepanelen) geen water vraagt. Het huidige of toekomstige beleid met betrekking tot wateraanvoer en waterbeschikbaarheid heeft geen betrekking op het beoogde grondgebruik. Mocht in de toekomst het grondgebruik weer worden aangepast naar een agrarische of andere functie met een watervraag, dan zal de mogelijkheid daartoe getoetst worden aan het dan geldende beleid. Het plangebied is niet gelegen in een gebied met een indicatief risico op opbarsten van de bodem. . Anticiperen op watertekort. Ontwerprichtlijnen wateraanvoer Ontwerprichtlijnen grondwateronttrekkingen Provincie Flevoland en Waterschap Zuiderzeeland zijn samen verantwoordelijk voor de regulering van grondwateronttrekkingen ten behoeve

van een goed beheer van het grondwater. De provincie is verantwoordelijk voor onttrekkingen en infiltraties ten behoeve van warmte-koude-opslag, openbare drinkwaterwinning en voor industriële onttrekkingen van meer dan 150.000 mVjaar. Het waterschap is verantwoordelijk voor de overige grondwateronttrekkingen. Deze grondwateronttrekkingen moeten gemeld worden bij het waterschap. In de Keur van Waterschap Zuiderzeeland zijn de criteria opgenomen waarmee wordt bepaald of een aanvraag voor een grondwateronttrekking als melding of vergunning wordt afgehandeld. Voor een melding gelden algemene regels en kan maatwerk worden gesteld, voor een vergunning is een individuele beoordeling van de onttrekking noodzakelijk. Het waterschap kijkt onder andere naar effecten van de onttrekking op verontreinigingen in de omgeving, verzakking, bodemdaling of gevolgen voor de natuur. Als ten behoeve van de planontwikkeling een bronnering nodig is waarbij het grondwater wordt weggepompt voor een bodemsanering of om werkzaamheden in de bodem onder de grondwaterstand te kunnen uitvoeren dan moet dit gemeld worden en in bepaalde gevallen is een vergunning nodig. Hiervoor kunt u zich wenden tot het team Waterprocedures van Waterschap Zuiderzeeland ( waterprocedures@zuiderzeeland.nl) of via het Omgevingsloket (www.olo.nl) een aanvraag indienen.

Er wordt in het plan geen gebruikt gemaakt van bodemenergie, ofwel warmte koude opslag. Als bij deze planontwikkeling permanent grondwater zal worden onttrokken ten behoeve van bijvoorbeeld beregening, veedrenking of bedrijfsmatige toepassingen is hiervoor een melding of vergunning nodig. Deze kunt u aanvragen bij het waterschap of via het omgevingsloket. Thema Schoon Water Goede structuurdiversiteit

Verklaring Dit document is een automatisch gegenereerd bestand op basis van de door u ingevulde gegevens. U bent akkoord gegaan met de door u ingevulde gegevens en heeft verklaard dat alles naar waarheid is ingevuld. Indien er binnen het plan wordt afgeweken van bovengenoemde uitgangspunten, wordt u vriendelijke verzocht contact op te nemen met Waterschap Zuiderzeeland via via e-mail watertoets@zuiderzeeland.nlof per telefoon op telefoonnummer 0320 274911. Ook is het mogelijk de digitale watertoets opnieuw te doorlopen. www.dewatertoets.nl

6-7-2021

Mail van BJZ.nu - Prof.ter Veenstraat 25 Emmeloord Watertoets

įiBJZnu Prof.ter Veenstraat 25 Emmeloord Watertoets 1 bericht 7 april 2021 om 17:20

Beste heer

Hierbij mail ik u het advies in het kader van de watertoets van het Waterschap Zuiderzeeland en de aanpassingen die nodig zijn voor het concept bestemmingsplan Prof. ter Veenstraat 25 Emmeloord.

Advies watertoets:

Algemeen De locatie wordt ontdaan van de maatschappelijke bestemming en wordt herbestemd naar een flexibele woonbestemming voor maximaal 16 woningen. In het kader van de watertoets is de korte procedure van toepassing.

Positief wateradvies na aanpassing De gewenste ontwikkeling heeft beperkte gevolgen voor de waterhuishouding. De beleidsthema’s Voldoende water en Schoon water zijn van toepassing. De waterparagraaf dient de relevante streefbeelden, uitgangspunten en randvoorwaarden te beschrijven, aangevuld met een concrete uitwerking van de gevolgen voor de waterhuishouding. Wij vragen de waterparagraaf nog op enkele punten aan te vullen ofte wijzigen. Deze brief is dan een positief wateradvies.

Algemeen ū Wij vragen om de alinea 6.2.3 te wijzigen zodat de meest actuele versie van deze paragraaf over het waterbeleid van gemeente en waterschap is opgenomen (o.a. geen GRP, wel het WaterTakenPlan).

Op dit moment ligt nog geen concreet plan voor. In dat kader vragen wij om de volgende informatie op te nemen in 6.3.2. Voldoende water ū Streefbeeld Ă uitgangspunt van onderdeel ‘wateroverlast’ opnemen, ū Opnemen dat de ontwikkeling is gelegen in stedelijk gebied, ū Opnemen: o Dat de aanvrager niet voornemens is om substantiële aanbouw te plaatsen ten opzichte van hetgeen in het vigerend bestemmingsplan opgenomen is. o Dat compensatie alleen aan de orde is wanneer de toename in verharding groter is dan 750 m2 ten opzichte van de referentiesituatie van 2012. Vooralsnog wordt geen compensatieopgave verwacht.

https:ZZmail.google.comZmailZuZO?ik^b3a1bbc7e8Âview^pt8isearch^all8ipermthid^thread-f07o3A169639549765576093107o7Cmsg-f07o3A1696395497...

1Z2

6-7-2021

Mail van BJZ.nu - Prof.ter Veenstraat 25 Emmeloord Watertoets

Schoon water D Relevante streefbeeld en uitgangspunten opnemen van onderdeel ‘goed omgaan met afvalwater’, ū Aangeven dat het waterschap adviseert geen uitlogende (bouw)materialen toe te passen, ū Opnemen welk type openbaar rioolsysteem aanwezig is. ū Opnemen: beoogde lozingsroute van huishoudelijk en hemelwater (bv. aansluiten op rioolsysteem, plaatselijk infiltreren hemelwater).

PS Ik heb vandaag weer even contact opgenomen met de provincie flevoland om de stand van zaken voor u na te gaan. De provincie neemt morgen contact met mij op en ik hoop u dan wat meer te kunnen vertellen over de stand van zaken wat betreft het advies van de provincie inzake het concept bestemmingsplan.

Met vriendelijke groet,

Juridisch planoloog

Gemeente Noordoostpolder

Postbus 155, 8300 AD Emmeloord

httpsy/mail.google.com/mail/u/ÍWik^bSal bbc7e8Âview^pt8isearch^all8ipermthid^thread-fo7o3A1696395497655760931o7o7Cmsg-foZo3A1696395497 ..

2/2

Emmeloord, Professor ter Veenstraat

REGELS

NL.IMRO.0171.BP00699-VS01

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1

Inleidende regels

3

Artikel 1 Artikel 2

Begrippen Wijze van meten

4 8

Bestemmingsregels

9

Tuin Wonen

10 11

Algemene regels

13

Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8

Anti-dubbeltelregel Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

14 15 16 17

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

18

Overgangsrecht Slotregel

19 20

Bijlagen bij de regels

21

Bijlage 1

Lijst van aan huis verbonden bedrijfsactiviteiten

22

Bijlage 2

Nota Parkeernormen Noordoostpolder 2016

23

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4

Hoofdstuk 3

Artikel 9 Artikel 10

vastgesteld bestemmingsplan Emmeloord, Professor ter Veenstraat

2

NL.IMRO.0171.BP00699-VS01

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

vastgesteld bestemmingsplan Emmeloord, Professor ter Veenstraat

3

NL.IMRO.0171.BP00699-VS01

Artikel 1 1.1

Begrippen

plan:

het uitwerkings- en wijzigingsplan 'Emmeloord, Professor ter Veenstraat' met identificatienummer NL.IMRO.0171.BP00699-VS01 van de gemeente Noordoostpolder;

1.2

aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;

1.3

aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding, indien het een vlak betreft;

1.4

aan huis verbonden bedrijf

de in Bijlage 1 Lijst van aan huis verbonden bedrijfsactiviteiten genoemde bedrijvigheid, dan wel naar de aard en de invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen bedrijvigheid, die door zijn beperkte omvang in of bij een woonhuis met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend;

1.5

aan huis verbonden beroep

de uitoefening van een beroep (dan wel het verlenen van diensten) op administratief, maatschappelijk, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig of een daarmee gelijk te stellen gebied, dat in of bij een woonhuis wordt uitgeoefend, waarbij in overwegende mate de woonfunctie blijft behouden en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is;

1.6

achtererfgebied

erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen;

1.7

bebouwing

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;

1.8

bedrijf

een onderneming waarbij het accent ligt op het vervaardigen, bewerken, installeren, inzamelen en verhandelen van goederen, waarbij eventueel detailhandel uitsluitend plaatsvindt als ondergeschikt onderdeel van de onderneming in de vorm van verkoop dan wel levering van ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen dan wel goederen die in rechtstreeks verband staan met de uitgeoefende handelingen;

1.9

bestemmingsgrens

de grens van een bestemmingsvlak.

1.10

bestemmingsvlak

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.

vastgesteld bestemmingsplan Emmeloord, Professor ter Veenstraat

4

NL.IMRO.0171.BP00699-VS01

1.11

bevoegd gezag

bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning;

1.12

bijbehorend bouwwerk

uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd op de grond staand gebouw, of ander bouwwerk met een dak;

1.13

bouwen

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats;

1.14

bouwgrens

de grens van een bouwvlak;

1.15

bouwlaag

een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder;

1.16

bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;

1.17

bouwperceelgrens

een grens van een bouwperceel;

1.18

bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;

1.19

bouwwerk

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;

1.20

detailhandel

het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), het verkopen en/of leveren van goederen, geen motorbrandstoffen zijnde, aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;

1.21

erf

al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw en, voor zover een bestemmingsplan van toepassing is, deze die inrichting niet verbiedt;

vastgesteld bestemmingsplan Emmeloord, Professor ter Veenstraat

5

NL.IMRO.0171.BP00699-VS01

1.22

evenement

een voor publiek toegankelijke verrichting van kunst, ontwikkeling, ontspanning of vermaak, feesten en muziekvoorstellingen daaronder begrepen, waarvoor ingevolge regelgeving een melding moet worden gedaan dan wel vergunning of ontheffing moet worden aangevraagd en verleend;

1.23

gebouw

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

1.24

hoofdgebouw

gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is;

1.25

horizontale diepte;

de lengte van een gebouw, gemeten loodrecht vanaf de naar de weg gekeerde gevel, dan wel de lengte van een bouwperceel, gemeten loodrecht vanaf de naar de weg gekeerde bestemmingsgrens;

1.26

nutsvoorziening

een voorziening ten dienste van een bedrijf, zoals een gas- en elektriciteitsbedrijf, dat opereert in een sector die beschouwd wordt van openbaar nut te zijn omdat het belangrijke producten of diensten ten nutte van het publiek levert;

1.27

omgevingsvergunning

vergunning, zoals bedoeld in artikel 1.1 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;

1.28

ondergeschikte functie

functie waarvoor maximaal 300Zo van de vloeroppervlakte als zodanig mag worden gebruikt;

1.29

openbaar toegankelijk gebied

weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer;

1.30 onderkomens voor verblijf geschikte al dan niet aan de bestemming onttrokken voer- en vaartuigen en kampeermiddelen;

1.31

prostitutie

het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander persoon tegen vergoeding;

vastgesteld bestemmingsplan Emmeloord, Professor ter Veenstraat

6

NL.IMRO.0171.BP00699-VS01

1.32 seksinrichting de voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar;

1.33 verbeelding/plankaart a. de digitale verbeelding van het bestemmingsplan; b. de analoge verbeelding van het bestemmingsplan (plankaart);

1.34 voorgevel de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien een perceel met meerdere zijden aan een weg grenst, de als zodanig door burgemeester en wethouders aan te wijzen gevel;

1.35 wonen het gehuisvest zijn in een woning;

1.36 woning een gebouw of een gedeelte van een gebouw, krachtens aard en indeling geschikt en bestemd voor de huisvesting van één huishouden;

1.37 woongebouw een gebouw, dat meerdere naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden;

1.38 woonhuis een gebouw, hetzij vrijstaand, hetzij aaneengebouwd, dat slechts één woning omvat;

vastgesteld bestemmingsplan Emmeloord, Professor ter Veenstraat

7

NL.IMRO.0171.BP00699-VS01

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.1

bebouwingspercentage

het deel van het bouwvlak uitgedrukt in procenten dat bebouwd mag worden;

2.2

de bouwhoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;

2.3

de dakhelling

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;

2.4

de goothoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;

2.5

de hoogte van een dakopbouw

vanaf de afdekking van de bovenste bouwlaag tot aan het hoogste punt van de dakopbouw;

2.6

de hoogte van een kap

vanaf de bovenkant goot, boeibord of daarmee gelijk te stellen constructiedeel tot aan het hoogste punt van de kap;

2.7

de inhoud van een bouwwerk

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;

2.8

de oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;

2.9

het bebouwd oppervlak van een bouwperceel

de oppervlakte van alle op een bouwperceel gelegen bouwwerken tezamen;

2.10

peil

a.

voor een gebouw, waarvan de hoofdtoegang grenst aan de weg: de hoogte van de kruin van de weg; b. voor andere gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitend afgewerkte terrein ter plaatse van de bouw; c. indien de onder a en b genoemde peilen in het veld aanleiding geven tot onduidelijkheden, een door of namens burgemeester en wethouders aan te wijzen peil.

vastgesteld bestemmingsplan Emmeloord, Professor ter Veenstraat

8

NL.IMRO.0171.BP00699-VS01

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

vastgesteld bestemmingsplan Emmeloord, Professor ter Veenstraat

9

NL.IMRO.0171.BP00699-VS01

Artikel 3 3.1

Tuin

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen, behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen; met daarbijbehorende: b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; c. andere-werken; d. in- en uitritten; e. parkeervoorzieningen; f. water en waterhuishoudkundige voorzieningen.

3.2

Bouwregels

Binnen deze bestemming mogen bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen.

3.2.1

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. indien het voor de voorgevel of een naar de weg gekeerde zijgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan wordt opgericht mag de bouwhoogte niet meer dan 1 m bedragen; b. de bouwhoogte van licht- en vlaggenmasten mag niet meer dan 12 m bedragen; c. in overige gevallen mag de bouwhoogte niet meer dan 2,5 m bedragen.

3.3

Afwijken van de bouwregels

3.3.1

Afwijken

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 3.2.1 en in combinatie met het bepaalde in 3.4 toestaan dat ten dienste van de aangrenzende woonbestemming een bijbehorend bouwwerk wordt gebouwd over maximaal de halve gevelbreedte, een diepte van niet meer dan 1,5 m en een bouwhoogte van niet meer dan 3,5 m.

3.3.2

Afwegingskader

Een in 3.3.1 genoemde omgevingsvergunning kan worden verleend indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het straat- en bebouwingsbeeld.

3.4

Afwijken van de gebruiksregels

3.4.1

Afwijken

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 3.1 en in combinatie met het bepaalde in 3.3 toestaan dat gebouwen ten dienste van de aangrenzende woonbestemming worden gebruikt.

3.4.2

Afwegingskader

Een in 3.4.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. de milieusituatie; b. de verkeersveiligheid; c. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

vastgesteld bestemmingsplan Emmeloord, Professor ter Veenstraat

10

NL.IMRO.0171.BP00699-VS01

Artikel 4 4.1

Wonen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen in woningen; met daarbijbehorende: b. gebouwen en bijbehorende bouwwerken; c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; d. andere werken; e. tuinen, erven en paden; f. waterhuishoudkundige voorzieningen; g. parkeervoorzieningen; h. groenvoorzieningen;

4.2

Bouwregels

Binnen deze bestemming mogen bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels.

4.2.1

Hoofdgebouwen

Voor een hoofdgebouw gelden de volgende regels: a. een hoofdgebouw dient binnen een bouwvlak te worden gebouwd; b. een hoofdgebouw waarbij gelet op de omvang of functie daarvan ruimte nodig is voor het parkeren of stallen van motorvoertuigen mag alleen worden gebouwd indien uit de aanvraag om omgevingsvergunning blijkt dat voldoende parkeer- of stallingsruimte wordt gerealiseerd; c. ter plaatse van de aanduiding 'maximale goothoogte (m)' mag de goothoogte niet meer bedragen dan de aangegeven hoogte; d. ter plaatse van de aanduiding 'mininum goothoogte (m), maximum goothoogte (m)' mag de goothoogte niet minder of meer bedragen dan de aangegeven hoogte; e. de dakhelling mag niet minder dan 25° en niet meer dan 60° bedragen, met uitzondering van woongebouwen waarvoor geldt dat met een plat dak mag worden gebouwd; f. de afstand van de vrijstaande zijgevel tot de zijdelingse perceelgrens mag: 1. bij vrijstaand niet minder bedragen dan 3 m, met dien verstande dat dit in geval van geschakelde bouw voor één zijgevel geldt; 2. bij twee-aaneen niet minder bedragen dan 3 m; 3. bij aaneengebouwd (in rij, waaronder gestapeld) niet minder bedragen dan 2 m; g. de breedte mag: 1. bij vrijstaand niet minder bedragen dan 6 m; 2. bij twee-aaneen niet minder bedragen dan 5 m; 3. bij aaneengebouwd (in rij) niet minder bedragen dan 4,5 m; h.

op het tijdstip van de terinzagelegging van het plan bestaande bebouwing met afwijkingen in maten en afmetingen, ook voor wat betreft de minimale afstand tot de zijdelingse perceelgrens, mag gehandhaafd worden.

4.2.2

Bijbehorende bouwwerken

Voor een bijbehorend bouwwerk gelden de volgende regels: a. bijbehorende bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan bij woonhuizen; b. de afstand tot de voorgevel van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan mag niet minder dan 3 m bedragen; c. de afstand tot de zijdelingse perceelgrens mag niet minder bedragen dan 1 m, tenzij in de perceelgrens wordt gebouwd; d. de gezamenlijke oppervlakte van al dan niet met vergunning gebouwde bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 500Zo van het bij het hoofdgebouw behorend achtererfgebied - minus de oppervlakte van het bouwvlak - met een maximum van 100 m2, met dien verstande dat de oppervlakte van binnen het bouwvlak gebouwde bijbehorende bouwwerken niet meetelt bij de bepaling van deze gezamenlijke oppervlakte;

vastgesteld bestemmingsplan Emmeloord, Professor ter Veenstraat

11

NL.IMRO.0171.BP00699-VS01

e.

de goothoogte mag niet meer dan 3,5 m bedragen, met dien verstande dat die mag worden verhoogd tot ten hoogste 0,25 m boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw; f. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw, verminderd met 2ü0Zo; g. de bouwhoogte van een bijbehorend bouwwerk bij een hoofdgebouw met platte afdekking mag niet meer bedragen dan de bouwhoogte van de eerste bouwlaag van dat hoofdgebouw; h. op het tijdstip van de terinzagelegging van het plan bestaande bebouwing met afwijkingen in maten en afmetingen mag gehandhaafd worden.

4.2.3

Bouwwerken, geen gebouw zijnde

Voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. indien het voor de voorgevel of een naar de weg gekeerde zijgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan wordt opgericht mag de bouwhoogte niet meer dan 1 m bedragen; b. de bouwhoogte van licht- en vlaggenmasten mag niet meer dan 12 m bedragen; c. in overige gevallen mag de bouwhoogte niet meer dan 2,5 m bedragen.

4.3

Specifieke gebruiksregels

4.3.1

Voorwaardelijke verplichting

Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het slopen van bestaande opstallen in zonder voorafgaand onderzoek naar vleermuizen conform het vleermuisprotocol en de uitvoering van hieruit voortkomende en door de gemeente Noordoostpolder goedgekeurde volgende maatregelen die significant negatieve effecten voor vleermuizen voldoende compenseren;

4.3.2

Strijdig gebruik

Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruik van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk als zelfstandige woonruimte.

4.3.3

Geoorloofd gebruik

Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval niet gerekend: a. een aan huis verbonden beroep- of bedrijfsactiviteit, mits: 1. ten hoogste 3ü0Zo van de oppervlakte van een woonhuis of de woning binnen een woongebouw en ten hoogste 6ü0Zo van de toegelaten oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken mag worden gebruikt ten behoeve van het aan huis verbonden beroep, met dien verstande dat de gezamenlijke oppervlakte per woning niet meer dan 75 m2 bedraagt; 2. de uitstraling van de woning intact blijft; 3. het gebruik geen nadelige gevolgen heeft voor het woon- en leefmilieu; 4. het gebruik geen nadelige gevolgen heeft op de normale afwikkeling van het verkeer en geen nadelige toename van de parkeerbehoefte veroorzaakt; 5. geen detailhandel wordt uitgeoefend; 6. de activiteit uitsluitend door de bewoner wordt uitgeoefend; 7. in geval van een bedrijfsactiviteit, het een activiteit betreft die genoemd is in Bijlage 1 Lijst van aan huis verbonden bedrijfsactiviteiten.

vastgesteld bestemmingsplan Emmeloord, Professor ter Veenstraat

12

NL.IMRO.0171.BP00699-VS01

Hoofdstuk 3

Algemene regels

vastgesteld bestemmingsplan Emmeloord, Professor ter Veenstraat

13

NL.IMRO.0171.BP00699-VS01

Artikel 5

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

vastgesteld bestemmingsplan Emmeloord, Professor ter Veenstraat

14

NL.IMRO.0171.BP00699-VS01

Artikel 6 6.1

Algemene gebruiksregels

Gebruik

a.

Het is verboden de gronden of opstallen te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met de aan de grond gegeven bestemming. b. Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt niet verstaan het gebruiken van een bijbehorend bouwwerk bij een woning ten dienste van bewoning door een persoon die vanwege zijn gezondheidstoestand is aangewezen op de niet bedrijfsmatige zorg van een bewoner van de woning.

6.2

Strijdig gebruik

Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan het gebruiken of het laten gebruiken van: 1. gebouwen ten behoeve van een seksinrichting; 2. vrijstaande bijbehorende bouwwerken als zelfstandige woonruimte; 3. omzetting of verkamering van zelfstandige woonruimte in kleinschaliger wonen dan wel onzelfstandige woonruimte; 4. gronden als staanplaats voor onderkomens; 5. gronden als opslag-, stort- of bergplaats van al dan niet afgedankte voorwerpen, stoffen, materialen en producten, voor zover niet noodzakelijk in verband met het normale beheer en onderhoud van de gronden.

vastgesteld bestemmingsplan Emmeloord, Professor ter Veenstraat

15

NL.IMRO.0171.BP00699-VS01

Artikel 7

Algemene afwijkingsregels

Bij een omgevingsvergunning kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, worden afgeweken van: a. de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen, percentages tot niet meer dan 10/ van die maten, afmetingen en percentages, met dien verstande dat dit niet geldt voor bijbehorende bouwwerken; b. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast; c. de bestemmingsbepalingen voor het bouwen met een geringe mate van afwijking van de plaats en richting van de bestemmingsgrenzen indien dit noodzakelijk is in verband met afwijkingen of onnauwkeurigheden ten opzichte van de feitelijke situatie of in die gevallen waar een rationele verkaveling van de gronden een geringe afwijking vergt; d. de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte daarvan wordt vergroot tot niet meer dan 10 m; e. de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte van kunstwerken en zend-, ontvang- en/of sirenemasten, wordt vergroot tot niet meer dan 40 m; f.

het bepaalde ten aanzien van de maximale (bouw)hoogte van gebouwen en toestaan dat de (bouw)hoogte ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers en lichtkappen, wordt vergroot mits: 1. de oppervlakte van de vergroting niet meer dan 10 m2 bedraagt; 2. de totale hoogte niet meer dan 125 /o van de toegestane (bouw)hoogte van het betreffende gebouw bedraagt; g. het bepaalde over het bouwen van een hoofdgebouwen binnen het bouwvlak en toestaan dat dat grenzen van het bouwvlak naar de buitenzijde worden overschreden door: 1. plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen en schoorstenen; 2. gevel- en kroonlijsten en overstekende daken; 3. luifels, balkons en galerijen, mits de bouwgrens wordt overschreden met niet meer dan 1,50 meter; 4. ingangspartijen en erkers, mits de bouwgrens wordt overschreden met niet meer dan 1,50 meter en de breedte niet meer bedraagt dan 50 /o van de gevelbreedte van het hoofdgebouw; h. de eis dat bij een aanvraag om omgevingsvergunning blijkt dat voldoende parkeer- of stallingsruimte wordt gerealiseerd, indien op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingsruimte wordt voorzien.

vastgesteld bestemmingsplan Emmeloord, Professor ter Veenstraat

16

NL.IMRO.0171.BP00699-VS01

Artikel 8

Overige regels

8.1

Parkeerregels

8.1.1

Voldoende parkeergelegenheid

a.

De in het plangebied aanwezige gronden mogen slechts worden bebouwd en/of in gebruik worden genomen en/of het gebruik van deze gronden mag enkel worden gewijzigd onder de voorwaarde dat voldoende parkeergelegenheid bij, op of onder het gebouw dan wel bij, op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw hoort worden gerealiseerd. b. gerealiseerde voorzieningen als bedoeld in sub a, dienen na realisering in stand te worden gehouden voor het gebruik waar de betreffende voorzieningen voor nodig zijn.

8.1.2

Voldoende laad- en losruimte

Indien het beoogde gebruik van een bouwwerk aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, wordt een omgevingsvergunning voor het bouwen uitsluitend verleend indien aan of in dat bouwwerk dan wel op het onbebouwde terrein bij het bouwwerk wordt voorzien in die ruimte. Deze bepaling geldt niet: a. voor bestaand gebruik, waarbij de herbouw van een bouwwerk zonder functiewijziging wordt beschouwd als bestaand gebruik; b. voor zover op andere wijze in de nodige laad- of losruimte wordt voorzien.

8.1.3

Beleidsregels

Bij verlenen omgevingsvergunning voor de in 8.1.1 sub a genoemde gronden, past het bevoegd gezag de beleidsregels van de 'Nota Parkeernormen Noordoostpolder 2016' toe met inbegrip van eventuele wijzigingen van deze beleidsregels zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning.

8.2

Afwijken

8.2.1

Afwijken parkeergelegenheid

Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 8.1.1 sub a overeenkomstig de afwijkingsmogelijkheden die vastliggen in de beleidsregels als bedoeld in lid 8.1.3.

8.2.2

Afwijken laad- en losruimte

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 8.1.2 en worden toegestaan dat in minder dan voldoende laad- en losgelegenheid wordt voorzien indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit.

8.3

Nader eis

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de situering van parkeergelegenheid en laad- en losruimte, als dit noodzakelijk is om een goede verkeersstructuur en/of bereikbaarheid voor een pand, perceel, straat (of deel daarvan) dan wel een andere ruimtelijke functionele structuur te waarborgen.

vastgesteld bestemmingsplan Emmeloord, Professor ter Veenstraat

17

NL.IMRO.0171.BP00699-VS01

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

vastgesteld bestemmingsplan Emmeloord, Professor ter Veenstraat

18

NL.IMRO.0171.BP00699-VS01

Artikel 9 9.1

Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken

Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.

9.2

Afwijken

Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van lid 9.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 9.1 met maximaal 100Zo.

9.3

Uitzondering op het overgangsrecht bouwwerken

Lid 9.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

9.4

Overgangsrecht gebruik

Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

9.5

Strijdig gebruik

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 9.4, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.

9.6

Verboden gebruik

Indien het gebruik, bedoeld in 9.4, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

9.7

Uitzondering op het overgangsrecht gebruik

Lid 9.4 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

vastgesteld bestemmingsplan Emmeloord, Professor ter Veenstraat

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/1900/documents/30270