5.3 Toelichting OntwerpBP Zuidwesterringweg 5-1 Nagele.pdf
Tekst van het document
O ntwerp bestemmingsplan Landelijk gebied, Zuidwesterringweg 5-1 te Nagele
Opdrachtgever: Rapportnummer: Datum vrijgave: Opsteller: Goedkeuring:
Waterman RB 50.038 Juni 2022 Dhr. M. Beek Dhr. H. de Roo
ruimtelijke ordening ã bouw
■H RooBeel Advies
Gemeente Noordoostpolder Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Zuidwesterringweg 5-1 te Nagele
Blad 2 van 40 Juni 2022 Versie 01
Inhoudsopgave ..................................................................................................................................................i 1
HOOFDSTUK 1 INLEIDEND HOOFDSTUK............................................................ 4
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Algemeen................................................................................................................ 4 Planologisch kader................................................................................................. 7 Leeswijzer............................................................................................................... 9 De bij het plan behorende stukken......................................................................... 9 Verantwoording...................................................................................................... 9
2
HOOFDSTUK 2 BELEIDSKADER EN ONDERZOEK.......................................... 10
2.1
Rijksbeleid............................................................................................................ 10 2.1.1 Ruimtelijk - Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte................................... 10 2.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking...................................................... 11 Provinciaal beleid................................................................................................. 13 2.2.1 Omgevingsvisie Flevoland Straks............................................................. 13 2.2.2 Omgevingsprogramma Flevoland............................................................. 13 2.2.3 RO Visie Werklocaties Flevoland.............................................................. 14 2.2.4 Beleidsregel ‘kleinschalige bedrijfsmatigeontwikkelingen in het landelijk gebied’...................................................................................................................14 Gemeentelijk beleid.............................................................................................. 15 2.3.1 Structuurvisie Noordoostpolder 2025........................................................ 15 2.3.2 Welstandsnota gemeente Noordoostpolder (2013).................................. 16
2.2
2.3
3
HOOFDSTUK 3 GEBIEDS- EN PLANBESCHRIJVING....................................... 18
3.1 3.2
Ligging en historie Nagele.................................................................................... 18 Ligging plangebied Zuidwesterringweg 5-1.......................................................... 19
4
HOOFDSTUK 4 OMGEVINGSFACTOREN........................................................... 21
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5
Algemeen.............................................................................................................. 21 Archeologie........................................................................................................... 21 Bodem.................................................................................................................. 22 Cultuurhistorie....................................................................................................... 22 Ecologie ................................................................................................................ 25 4.5.1 Gebiedsbescherming ................................................................................ 26 4.5.2 Stikstofdepositie ........................................................................................ 26 4.5.3 Soortenbescherming................................................................................. 27 4.6 Fysieke en externe veiligheid............................................................................... 28 4.6.1 Bevi-inrichtingen binnen het plangebied................................................... 29 4.6.2 Bevi-inrichtingen buiten het plangebied.................................................... 29 4.7 Luchtkwaliteit........................................................................................................
30 4.8 Milieuhinder.......................................................................................................... 30 4.9 Verkeer en parkeren ............................................................................................. 31 4.10 Water(toets).......................................................................................................... 31 4.11 M.e.r.-Beoordeling (vormvrij)................................................................................ 34 5
HOOFDSTUK 5 JURIDISCHE TOELICHTING OP DE REGELS........................ 36
5.1 5.2 5.3 5.4
Algemeen.............................................................................................................. 36 Toelichting op de Verbeelding.............................................................................. 36 De regels.............................................................................................................. 37 Nadere toelichting op de bestemming .................................................................. 37
6
HOOFDSTUK 6 UITVOERBAARHEID....................................................................39
NL.IMRO.0171.BP00705-ON01
Toelichting
Gemeente Noordoostpolder Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Zuidwesterringweg 5-1 te Nagele
Blad 3 van 40 Juni 2022 Versie 01
6.1 6.2 6.3
Economische uitvoerbaarheid.............................................................................. 39 Inspraak en (voor)overleg..................................................................................... 39 Ontwerpbestemmingsplan.................................................................................... 39
NL.IMRO.0171.BP00705-ON01
Toelichting
Gemeente Noordoostpolder Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Zuidwesterringweg 5-1 te Nagele
Blad 4 van 40 Juni 2022 Versie 01
1
Hoofdstuk 1 Inleidend hoofdstuk
1.1
Algemeen
Op het perceel Zuidwesterringweg 5-1 te Nagele bevindt zich het bedrijf van de familie Waterman. Volgens het geldende bestemmingsplan is hier sprake van een bestemming ‘Bedrijven’ met een nadere aanduiding van ‘ambachtelijk bedrijf’. Initiatiefnemer heeft op dit adres zijn holding gevestigd en is voornemens om een bedrijfsruimte te gaan realiseren. Deze bedrijfsruimte krijgt een oppervlakte van maximaal 300 m2. In deze bedrijfsruimte is het de bedoeling dat in het kader van zijn holding hier een adviesbureau/kantoor ondergebracht wordt. Daarnaast is het de bedoeling dat de partner van initiatiefnemer hier ook haar adviesbureau en praktijk wenst uit te voeren. Het betreft een praktijk gericht op ‘life coaching, healing, meditatie, atelier en cursusruimte’. Cursisten kunnen op deze locatie dan meerdaagse trainingen volgen met daarbij behorende overnachtingsmogelijkheden. Tevens kan de ruimte worden ingericht als een Bed and Breakfast voorziening. Bovengenoemde werkzaamheden vallen niet meer onder de noemer van een aan huis verbonden beroep maar kunnen worden beschouwd als specifieke bedrijfsmatige activiteiten (dienstverlening) die in de basis aan 2 a 3 fte aan werkgelegenheid met zich gaan meebrengen. De wens is daarom om het perceel te gaan bestemmen als ‘Bedrijven’ met een aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf - adviesbureau, cursusruimte en atelier’.
Op onderstaande luchtfoto is het plangebied aan de Zuidwesterringweg 5-1 te Nagele zichtbaar gemaakt binnen het oranje kader vanuit de lucht en daarna vanaf ‘streetview’.
NL.IMRO.0171.BP00705-ON01
Toelichting
Gemeente Noordoostpolder Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Zuidwesterringweg 5-1 te Nagele
Blad 5 van 40 Juni 2022 Versie 01
Figuur 1.1 - Luchtfoto perceel Zuidwesterringweg 5-1te Nagele
Op de hierna weergegeven figuur is de bestaande inrichting van het erf zichtbaar gemaakt gevolgd door een weergaven van het erf na uitvoering van de werkzaamheden en waarvan het de bedoeling is dat voorliggend bestemmingsplan dit mogelijk gaat maken.
NL.IMRO.0171.BP00705-ON01
Toelichting
Gemeente Noordoostpolder Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Zuidwesterringweg 5-1 te Nagele
Blad 6 van 40 Juni 2022 Versie 01
Weergave bestaande situatie Hierna een weergave van de beoogde situatie. Op de beoogde situatietekening is in het rode kader het zoekgebied weergegeven waar het de bedoeling is dat het bedrijfsgebouw wordt gerealiseerd. Dit bedrijfsgebouw wordt groot maximaal 300 m2.
NL.IMRO.0171.BP00705-ON01
Toelichting
Gemeente Noordoostpolder Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Zuidwesterringweg 5-1 te Nagele
Blad 7 van 40 Juni 2022 Versie 01
Vanuit de initiatiefnemer gelden de volgende aandachtspunten voor het op te stellen bestemmingsplan: ^ Het plan blijft binnen de maximaal te bouwen oppervlakte (bebouwingspercentage); ^ Het plan past binnen de aanwezige (groen)structuren. Bestaande groenstructuren rond het erf worden gerespecteerd zoals in het bestemmingsplan omschreven. ^ Het plan vormt geen belemmering voor de omgeving. ^ Het plan tast geen archeologische, cultuurhistorische, ecologische of natuurwaarden aan. ^ Op het erf is voldoende parkeergelegenheid. ^ Het plan is economisch uitvoerbaar door initiatiefnemer. 1.2
Planologisch kader
Het perceel Zuidwesterringweg 5-1te Nagele is planologisch gezien opgenomen in de beheersverordening ‘Landelijk Gebied’. Deze beheersverordening heeft het bestemmingsplan ‘Landelijk Gebied 2004’ van toepassing verklaard. Hierin is het perceel bestemd als ‘Bedrijven’ en dan specifiek aangeduid als ambachtelijk bedrijf. Op de weergave hierna volgt een afbeelding van de geldende bestemming.
NL.IMRO.0171.BP00705-ON01
Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Blad 8 van 40
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Zuidwesterringweg 5-1 te Nagele
Juni 2022 Versie 01
B 31
stalling van caravans
(Voorsterweg 10-11, Marknesse)
B 32
groothandel in dranken
(Neushoornweg 23-11,
B 33
ambachtelijk bedrijf
(Zuidwesterringweg 5-1, Nagele)
B 34
dierenpension en/of agrarisch bedrijf
(Hannie Schaftweg 8,
Kraggenburg)
Emmeloord)
Medewerking aan het plan is mogelijk door het wijzigen van de specifieke bedrijfsaanduiding ‘ambachtelijk bedrijf’ naar die van ‘adviesbureau, cursusruimte en atelier’. In de regels van het te maken bestemmingsplan zal in algemene zin bedrijvigheid tot en met categorie 2 worden toegestaan. Daarnaast zal de gewenste specifieke aanduiding worden opgenomen.
NL.IMRO.0171.BP00705-ON01
Toelichting
Gemeente Noordoostpolder Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Zuidwesterringweg 5-1 te Nagele
Blad 9 van 40 Juni 2022 Versie 01
1.3
Leeswijzer
Deze toelichting is als volgt opgebouwd: ^ Hoofdstuk 1 Inleidend hoofdstuk; ^ Hoofdstuk 2: Beleidskader, geeft een overzicht van het relevante Europees-, rijks-, provinciaal -en gemeentelijk beleid en onderzoeken; ^ Hoofdstuk 3 Het plan, hierbij wordt ingegaan op de uitgangspunten en de opzet van het bestemmingsplan; ^ Hoofdstuk 4 Toelichting op de regels, geeft een nadere toelichting op de regels; ^ Hoofdstuk 5 Voorbereiding plan en uitvoerbaarheid. Tenslotte behandelt deze de maatschappelijke en de financiële uitvoerbaarheid. 1.4
De bij het plan behorende stukken
Het onderhavige bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Zuidwesterringweg 5-1' bestaat naast deze toelichting uit de volgende stukken: ^ Verbeelding, schaal 1:1000 (tek. nr. NL.IMRO.0171.BPXXXX) • Bijlagen bij de toelichting • Regels • Bijlagen bij de regels 1.5
Verantwoording
Bij het opstellen van voorliggend bestemmingsplan is gebruik gemaakt van diverse (beleids)documenten en websites. Sommige (beleids)documenten en beeldbeschrijvende documenten zijn in voorkomende gevallen integraal overgenomen om de inhoud zoveel mogelijk te waarborgen. Daar waar bronnen zijn gebruikt is dat in de tekst weergegeven.
NL.IMRO.0171.BP00705-ON01
Toelichting
Gemeente Noordoostpolder Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Zuidwesterringweg 5-1 te Nagele
Blad 10 van 40 Juni 2022 Versie 01
2
Hoofdstuk 2 Beleidskader en onderzoek
Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening geeft aan welke onderwerpen tenminste in de toelichting bij het bestemmingsplan aan de orde moeten komen. Hieronder en in de hoofdstukken 3, 4 en 5 worden deze onderwerpen behandeld. In algemene bewoordingen komt het er op neer dat in de toelichting de gedachten worden neergelegd die aan het plan ten grondslag liggen. Het bevat de resultaten van onderzoek naar de bestaande toestand en naar de mogelijke en wenselijke ontwikkeling van het gebied. 2.1
Rijksbeleid
2.1.1
Ruimtelijk - Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Algemeen De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 22 november 2011 onder aanvaarding van een aantal moties door de Tweede Kamer aangenomen en 13 maart 2012 vastgesteld. Onderdeel van deze structuurvisie is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Met de structuurvisie kiest het rijk voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Hieronder zijn de 13 nationale belangen weergegeven. De structuurvisie bepaalt de ambities voor Nederland in 2040. Deze hebben betrekking op de concurrentiekracht, bereikbaarheid, en leefbaarheid en veiligheid van/in Nederland. Voor deze 3 rijksdoelen worden 13 onderwerpen van nationaal belang genoemd. Hiermee geeft het Rijk aan waarvoor zij verantwoordelijk is en waarop het resultaat wil boeken. De benoemde nationale belangen zijn: 1. Een excellent en internationaal bereikbaar vestigingsklimaat in de stedelijke regio’s met een concentratie van topsectoren; 2. Ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en de energietransitie; 3. Ruimte voor het hoofdnetwerk voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via buisleidingen; 4. Efficiënt gebruik van de ondergrond; 5.
Een robuust hoofdnetwerk van weg, spoor en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio’s inclusief de achterlandverbindingen; 6. Betere benutting van de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem van weg, spoor en vaarwegen; 7. Het instandhouden van de hoofdnetwerken van weg, spoor en vaarwegen om het functioneren van de netwerken te waarborgen; 8. Verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico’s; 9. Ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling; 10. Ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten; 11. Ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en faunasoorten;
NL.IMRO.0171.BP00705-ON01
Toelichting
Gemeente Noordoostpolder Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Zuidwesterringweg 5-1 te Nagele
Blad 11 van 40 Juni 2022 Versie 01
12. 13.
Ruimte voor militaire terreinen en activiteiten; Zorgvuldige afwegingen en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke plannen.
De structuurvisie geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en is de 'kapstok' voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. De SVIR vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. Tevens vervangt het de ruimtelijke doelen en uitspraken in de volgende documenten: PKB Tweede structuurschema Militaire terreinen, de agenda landschap, de agenda Vitaal Platteland en Pieken in de Delta. Delen van de structuurvisie die de nationale ruimtelijke belangen borgen en die juridische doorwerking behoeven, zijn uitgewerkt in een algemene maatregel van bestuur, de Amvb Ruimte (Barro). Het Rijk gaat er vanuit dat de nationale ruimtelijke belangen die via wet- en regelgeving opgedragen worden aan de andere overheden goed door hen worden behartigd. Het nieuwe Rijkstoezicht in de ruimtelijke ordening richt zich op het toezicht achteraf. Wanneer rijksdoelen en nationale belangen raken aan regionale opgaven, vraagt dit om heldere taakverdeling en samenwerkingsafspraken tussen de betrokken overheden. Waar het Barro bepalingen bevat gericht op gemeentelijke bestemmingsplannen gaat het Rijk er vanuit dat deze doorwerking krijgen.
Het Rijk zal tijdens het opstellen en vaststellen van bestemmingsplannen dan ook niet toetsen op een correcte doorwerking van nationale belangen. Daarnaast blijft het Rijk opkomen voor zijn directe belangen bij gemeentelijke en provinciale plannen vanuit de rol van weg- en waterbeheerder (Rijkswaterstaat), eigenaar van defensieterreinen (ministerie van Defensie) en voor projecten in het kader van de rijkscoördinatieregeling rond rijksinpassingsplannen op het terrein van de energie-infrastructuur (het ministerie van EL&I). Toepassing op het plan Voor dit deel van Nagele zijn in de SVIR geen onderwerpen opgenomen die aangemerkt worden als nationaal belang waarmee rekening gehouden dient te worden en er is dan ook geen sprake van de doorwerking van een nationaal belang bij dit bestemmingsplan. 2.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking (hierna: Ladder) is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik, met een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Bij besluit van 28 augustus 2012 is de Ladder toegevoegd aan artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en vervolgens op 1 oktober 2012 in werking getreden. Op 1 juli 2017 is het Bro gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. De Ladder staat als instrument niet op zichzelf, maar geeft mede vorm aan de systeemverantwoordelijkheid van de minister van Infrastructuur en Milieu voor een goede ruimtelijke ordening. Deze verantwoordelijkheid brengt met zich mee, dat de minister er voor zorgt dat decentrale overheden over de juiste instrumenten kunnen beschikken voor een zorgvuldige benutting van de ruimte. Hieronder wordt begrepen
NL.IMRO.0171.BP00705-ON01
Toelichting
Gemeente Noordoostpolder Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Zuidwesterringweg 5-1 te Nagele
Blad 12 van 40 Juni 2022 Versie 01
het voorkomen van over-programmering, het faciliteren van groei, het anticiperen op stagnatie en het leefbaar houden van krimpregio’s. Bij het bepalen óf en hoe de Ladder moet worden toegepast zijn de volgende aspecten van belang: 1. Is er sprake van een stedelijke ontwikkeling 2. Is de stedelijke ontwikkeling nieuw 3. Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied 4. Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling 5. Ligt de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied De ladder duurzame verstedelijking is alleen van toepassing op projecten met een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De vraag is dan wat is een nieuwe stedelijke ontwikkeling? De definitie voor een stedelijke ontwikkeling (artikel 1.1.1, lid 1, Bro) luidt als volgt: Stedelijke ontwikkeling: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Initiatief in relatie tot de ‘Ladder’ Hierna wordt achtereenvolgens ingegaan op de vragen of sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, in hoeverre wordt voorzien in een behoefte en in hoeverre vestiging op bestaande bedrijventerreinen respectievelijk binnen bestaand stedelijk gebied wenselijk en mogelijk is. Nieuwe stedelijke ontwikkeling: of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving.
Voorziet het plan in de toevoeging van een gebouw, dan ligt de ondergrens 'in beginsel' bij een bruto-vloeroppervlakte van 500 m2. De Laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet dan worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. Daarnaast volgt uit jurisprudentie dat wanneer het om een functiewijziging gaat, moet worden beoordeeld of er sprake is van een naar aard en omvang zodanige functiewijziging, dat desalniettemin gesproken kan worden van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Daarbij moet ook het ruimtebeslag betrokken worden. Bij voorliggend plan is geen sprake van het nieuw bouwen van een ruimte van meer dan 500 m2, het bedrijfsgebouw wordt groot circa 300 m2. Ook blijft het plan ruimschoots onder de bestaande bouwmogelijkheden die het bestemmingsplan reeds biedt en leidt het plan ook niet tot een dermate grote functiewijziging dat er toch sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Het plan is niet ladderplichtig.
NL.IMRO.0171.BP00705-ON01
Toelichting
Gemeente Noordoostpolder Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Zuidwesterringweg 5-1 te Nagele
Blad 13 van 40 Juni 2022 Versie 01
2.2
Provinciaal beleid
2.2.1
Omgevingsvisie Flevoland Straks De Omgevingsvisie Flevoland Straks geeft de langetermijnvisie van de provincie Flevoland op de toekomst van dit gebied. Het gaat over de periode tot 2030 en verder. Het geeft aan welke kansen, opgaven en uitdagingen er voor Flevoland liggen. Er zijn drie kernopgaven: ^ Het Verhaal van Flevoland (fysieke omgeving), ^ Krachtige Samenleving (sociaal-economische omgeving), ^ Ruimte voor Initiatief (bestuurlijke omgeving). Deze opgaven vormen de kern voor alle ontwikkelingen waar de provincie Flevoland bij betrokken is. Zowel voor de strategische opgaven uit de Omgevingsvisie, als andere vraagstukken van de provincie Flevoland. In de strategische opgaven staan de belangrijkste vraagstukken en ambities voor de toekomst beschreven. Het gaat om de volgende opgaven: ^ Duurzame Energie ^ Regionale Kracht ^ Circulaire Economie ^ Landbouw: Meerdere Smaken De voorgenomen ontwikkeling sluit goed aan bij de uitgangspunten van de Omgevingsvisie Flevoland Straks. Er wordt namelijk een nieuwe invulling gegeven aan een bestaand voor bedrijf bestemd terrein wat kan worden aangemerkt als een duurzame ontwikkeling. De bebouwing komt namelijk niet leeg te staan wat een eventuele verloedering van het pand en de omgeving voorkomt. Vooralsnog is de beleidsmatige kant van de Omgevingsvisie Flevoland Straks in uitwerking.
Daarom wordt wat betreft het beleid nog verwezen naar het omgevingsplan Flevoland 2006.
2.2.2
Omgevingsprogramma Flevoland Het Omgevingsprogramma is een verdere uitwerking van wat de provincie belangrijk vindt en wil doen om te zorgen voor een goede leefomgeving. Hierin staat beschreven wat het te voeren beleid is en welke maatregelen of acties de provincie neemt om haar doelstellingen te kunnen bereiken. Dit kan gaan over bijvoorbeeld de ontwikkeling, het gebruik en beheer van onder andere wegen, natuur en bodem: de ‘fysieke leefomgeving’. De provincie wil de vitaliteit van het landelijk gebied vergroten en de gebruiksmogelijkheden ervan meer afstemmen op de maatschappelijke behoeften. Het landelijk gebied moet vitaal blijven. Ook in Flevoland is sprake van verdergaande schaalvergroting en herstructurering van de landbouw. De provincie wil agrarische bedrijvigheid die zich in de eerste plaats richt op duurzame productie en verwerking van landbouwproducten optimale ontwikkelingskansen geven. Bovendien wil de provincie ruimte bieden aan nieuwe functies in het landelijk gebied om het economisch draagvlak te verbreden en deze te verweven met de bestaande landbouwfunctie. In de beleidsregel kleinschalige ontwikkelingen in het landelijk gebied zijn de voorwaarden en maatvoering concreter uitgewerkt. Verder moet er voldaan worden aan een goede ruimtelijke ordening, waaronder een landschappelijke inpassing en een goede verkeersafwikkeling.
NL.IMRO.0171.BP00705-ON01
Toelichting
Gemeente Noordoostpolder Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Zuidwesterringweg 5-1 te Nagele
Blad 14 van 40 Juni 2022 Versie 01
Ter plaatse is reeds sprake van een bedrijfsbestemming en dat blijft ook zo, echter met een nieuwe invulling. Er is sprake van een goede ruimtelijke ordening en zorgvuldig ruimtegebruik. 2.2.3
RO Visie Werklocaties Flevoland In de RO Visie Werklocaties, die 28 juni 2016 is vastgesteld, staat beschreven wat nodig is om te komen tot sterke werklocaties met toekomstwaarde in de provincie Flevoland. Belangrijkste reden voor deze visie is, dat er sprake is van een nieuwe realiteit: de afgelopen decennia is Flevoland sterk gegroeid. In de toekomst is de vraag echter minder groot dan in de vorige Visie Werklocaties Flevoland werd verwacht. Daarnaast is er sprake van een kwalitatief andere vraag. Hierdoor beantwoordt het aanbod van nu regelmatig niet meer aan de vraag van vandaag en morgen. Met de Visie Werklocaties Flevoland wordt ingespeeld op deze nieuwe realiteit. Beschrijving beleid Het (agrarisch) landschap van Flevoland staat de komende jaren onder druk. Er komt namelijk een flink aantal (agrarische) bedrijfslocaties vrij. Dit wordt onder andere veroorzaakt door bedrijfsbeëindigers die geen opvolger hebben en door schaalvergroting. Bij de schaalvergroting blijft het gebruikte areaal gelijk, maar krimpt het aantal agrarische bedrijven. Het probleem speelt voornamelijk in de gemeente Noordoostpolder, waar tot 2020 ruim 90 hectare agrarische bestemming leeg komt te staan. Een oplossing voor de vrijkomende erven is bijvoorbeeld hergebruik of transformatie.
Initiatief in relatie tot het beleid In het onderhavige geval is geen sprake van een agrarisch perceel maar van een bedrijfsperceel. Deze bedrijfsbestemming blijft, alleen krijgt het een andere ‘aanduiding’ die de gewenste dienstverlenende activiteiten mogelijk maakt. De herbestemming van het bedrijf wordt beschouwd als een passende aanvulling van de bestaande locatie.
2.2.4
Beleidsregel 'kleinschalige bedrijfsmatige ontwikkelingen in het landelijk gebied' De Beleidsregel Kleinschalige ontwikkelingen in het landelijk gebied 2008 is door Gedeputeerde Staten van Flevoland vastgesteld op 27 juni 2008. In deze beleidsregel worden de criteria aangegeven wanneer Gedeputeerde Staten zienswijzen zullen indienen en voorts wanneer Gedeputeerde Staten voornemens zijn van deze bevoegdheden gebruik te maken. Beschrijving beleid Ontwikkelingen in de landbouwsector maken het wenselijk meer ruimte te bieden aan kleinschalige niet-agrarische of agrarisch aanverwante functies en het vergroten van (voormalig) agrarische bouwpercelen. Hierbij kunnen de bestaande activiteiten en functies niet gehinderd worden, het landelijk gebied niet verstedelijkt worden en moet het landschappelijk, milieutechnisch en verkeerskundig goed worden ingepast. Daarbij dienen de ontwikkelingsmogelijkheden van de landbouw behouden te blijven of verder versterkt te worden.
NL.IMRO.0171.BP00705-ON01
Toelichting
Gemeente Noordoostpolder Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Zuidwesterringweg 5-1 te Nagele
Blad 15 van 40 Juni 2022 Versie 01
Er is een aantal voorwaarden waaraan voldaan moet worden bij de vergroting van (voormalig) agrarische bouwpercelen en de ontwikkeling van niet agrarische en/of agrarisch aanverwante activiteiten. Het gaat om de volgende voorwaarden: ^ Bij niet-agrarische en/of agrarisch aanverwante activiteiten moet de erfsingel behouden blijven of hersteld worden; ^ De vergroting van het (voormalig) agrarische bouwperceel wordt landschappelijk ingepast, door middel van het herstellen of opnieuw aanplanten van de erfsingel; ^ De vorm van het (voormalig) agrarische bouwperceel dient te passen in het aanwezige landschap. Ook moet er rekening gehouden worden met de verkeerskundige inpassing. Hierbij geldt dat: ^ Voorzien moet worden in voldoende manoeuvreerruimte op het eigen (voormalig) agrarische bouwperceel; ^ Er is bij voorkeur geen sprake van meer dan één uitrit; ^ Parkeren vindt plaats op het eigen (voormalig) agrarische bouwperceel; ^ De activiteiten zijn afgestemd op de aard en capaciteit van de weg waaraan het betreffende bouwperceel is gelegen. Initiatief in relatie tot het beleid In het onderhavige geval is sprake van een bestaande bedrijfsbestemming (ambachtelijk bedrijf) dat, voor zover bekend, in het verleden geen agrarische bestemming heeft gehad maar dus wel altijd een bedrijfsbestemming. Qua opbouw van de omgeving vormt het wel onderdeel van een typisch4-erven stelsel.
Door middel van het opnemen van een voorwaardelijke verplichting in de planregels is geborgd dat de bestaande erfsingel behouden blijft. Ten aanzien van de vorm van het bouwperceel bouwperceel kan worden vastgesteld dat deze niet afwijkt van wat gebruikelijk is in de Noordoostpolder en ok niet zal wijzigen. Voor wat betreft de aspecten verkeer en parkeren wordt verwezen naar paragraaf 4.9 van deze toelichting, er kan worden voldaan aan de Nota Parkeernormen. De ontwikkeling levert geen strijd op met de beleidsnotitie ‘Kleinschalige ontwikkelingen in het landelijk gebied’. 2.3
Gemeentelijk beleid
2.3.1
Structuurvisie Noordoostpolder 2025 De Structuurvisie Noordoostpolder 2025 is in december 2013 vastgesteld door de gemeenteraad. De Structuurvisie is een integrale ruimtelijke visie, die de huidige en gewenste waarden en kwaliteiten beschrijft. De visie heeft als doel de verschillende belangen, zoals voor het landschap, de kernen en de gemeenschap, zorgvuldig af te wegen. En hieruit een integrale ontwikkelingsrichting te bepalen voor de periode tot 2025. De Structuurvisie Noordoostpolder 2025 is vooral gericht op behoud en verbetering van de bestaande ruimtelijke, economische en sociale kwaliteiten en daarmee op het versterken van het landschap en leefbaarheid in de gemeente Noordoostpolder. De Structuurvisie is een document voor de langere termijn. Daarom ken zij een zekere
NL.IMRO.0171.BP00705-ON01
Toelichting
Gemeente Noordoostpolder Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Zuidwesterringweg 5-1 te Nagele
Blad 16 van 40 Juni 2022 Versie 01
mate van globaliteit en abstractie. De visie vormt de basis voor ons toekomstig beleid, ter uitwerking van de structuurvisie zijn gebiedsvisies, masterplannen, uitwerkingsplannen, bestemmingsplannen en beleidsplannen nodig om concrete (plan)ontwikkelingen in gang te zetten. “In het landelijk gebied gaan we op vrijkomende (agrarische) erven ruimte bieden aan nieuwe woonmilieus, voorzieningen en kleinschalige (niet-agrarische) bedrijvigheid. Hierdoor kunnen de erven een nieuwe invulling krijgen als agrariërs stoppen met hun bedrijfsvoering. Omdat de vestigingsomstandigheden op de erven sterk afwijken van die in de dorpen is onze verwachting dat er geen sprake is van onderlinge concurrentie. We verwachten juist dat er een onderling versterkend effect optreedt, bijvoorbeeld doordat voorzieningen in de dorpen kunnen profiteren van de komst van nieuwe plattelandsbewoners. ” Niet-agrarische bedrijvigheid in het landelijk gebied Het toestaan van kleinschalige niet-agrarische bedrijvigheid (zoals loonbedrijven, timmerbedrijven, recreatiebedrijven, horeca en detailhandel) op de vrijkomende agrarische erven (vab’s) biedt kansen voor de leefbaarheid van het landelijk gebied. Wij staan de vestiging van dit soort bedrijven op de vab’s binnen het bestaande erf onder voorwaarden toe. De erfsingel moet behouden blijven, dan wel opnieuw worden aangeplant.
Erfuitbreiding is niet mogelijk; als de bedrijven te groot worden, moeten ze verhuizen naar één van de bedrijventerreinen. Het is niet de bedoeling dat door concurrentie een leegloop ontstaat van de lokale bedrijventerreinen. Beleefbaar maken agrarisch gebied Ook op vrijkomende agrarische bedrijfskavels (vab’s) bieden wij aan ondernemers ruimte voor op recreatie gerichte voorzieningen, eventueel in combinatie met zorgvoorzieningen. Al met al biedt de Structuurvisie veel mogelijkheden voor herinvulling van vrijkomende agrarische erven. Voorliggend bestemmingsplan is in lijn met de Structuurvisie. Daarbij komt ook dat de bestemming van het perceel reeds een bedrijfsbestemming is en dat blijft ook zo. Verder is hier sprake van een kleinschalig bedrijf met een beperkte ruimtelijke uitstraling. Met de enge bestemmingsomschrijving (boven cat.2 (gekoppeld aan lijst) wordt uitsluitend dit specifieke bedrijf toegestaan) en samen met de beperkte bouwmogelijkheid is de kleinschaligheid voldoende geborgd. 2.3.2
Welstandsnota gemeente Noordoostpolder (2013) ‘Ruimte voor kwaliteit en welstandsvrijheid’ Deze welstandsnota vaart een nieuwe koers. Een groot deel van het grondgebied van de gemeente Noordoostpolder is welstandsvrij terwijl voor bepaalde categorieën bouwwerken nog maar zeer beperkte welstandseisen gelden. Tegelijkertijd gaat deze nota ook over het in stand houden en bevorderen van de kwaliteit van de bebouwing, die een duidelijke bijdrage levert aan het karakteristieke beeld van de gemeente. Het plangebied valt in de welstandsnota onder de aanduiding landelijk gebied. Dit gebied is aan te merken als welstandsluw:
NL.IMRO.0171.BP00705-ON01
Toelichting
Gemeente Noordoostpolder Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Zuidwesterringweg 5-1 te Nagele
Blad 17 van 40 Juni 2022 Versie 01
Uitbreidingen en verbouwingen aan oorspronkelijke woningen, boerderijen inclusief eventueel aangebouwde schuur/stal en montageschuren dienen met respect voor de bestaande architectuur te worden uitgevoerd. Volstaan is echter met het stellen van eisen aan de meest naar de weg toegekeerd zijde van deze gebouwen. Bijgebouwen bij woningen en losstaande bedrijfsgebouwen zijn welstandsvrij, zij het dat voor de bedrijfsgebouwen wel eisen worden gesteld aan het kleurgebruik. Daar zijn alleen gedekte kleuren toegestaan. Met de beoogde nieuwbouw van het bedrijfsgebouw zal rekening worden gehouden met de welstandscriteria die gelden op het moment van aanvragen daarvan.
NL.IMRO.0171.BP00705-ON01
Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Blad 18 van 40
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Zuidwesterringweg 5-1 te Nagele
Juni 2022 Versie 01
3
Hoofdstuk 3 Gebieds- en planbeschrijving
3.1
Ligging en historie Nagele
Het plangebied bevindt zich aan de Zuidwesterringweg 5-1te Nagele. Nagele is gelegen in de gemeente Noordoostpolder in de provincie Flevoland. Hieronder is de ligging van Nagele binnen de gemeente Noordoostpolder zichtbaar gemaakt.
Nederland, provincie Flevoland, gemeente Noordoostpolder en ligging Nagele in één oogopslag.
Nagele Nagele is een dorp in de gemeente Noordoostpolder ten zuiden van Emmeloord. Het dorp is vernoemd naar een eiland, De Nagel, dat net als Schokland en Urk in de Zuiderzee lag. In de middeleeuwen is Nagele in de golven verdwenen. Het is het laatste van de tien dorpen in de gemeente Noordoostpolder. Door de enorme veranderingen in de jaren vijftig werd besloten geen arbeiderswoningen meer te bouwen bij de boerderijen bij Nagele maar de landarbeiders in het dorp te laten wonen. Om ook meer leefbaarheid in het dorp te krijgen, konden in die tijd ook niet-poldergebondenen een woning in Nagele huren. Zodoende was Nagele eigenlijk het eerste dorp in de Noordoostpolder waar zich vrij veel randstedelingen vestigden.
NL.IMRO.0171.BP00705-ON01
Toelichting
Gemeente Noordoostpolder Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Zuidwesterringweg 5-1 te Nagele
Blad 19 van 40 Juni 2022 Versie 01
3.2
Ligging plangebied Zuidwesterringweg 5-1
Op onderstaande luchtfoto is het perceel zichtbaar gemaakt ten opzichte van de nabijgelegen kern Nagele. Het perceel bevindt zich ten noordwesten van de kern Nagele op een afstand van circa 500 meter afstand tot de woonbebouwing van Nagele.
Het omringende gebied kenmerkt zich door de ligging van ‘clusters’ van agrarische of voormalige agrarische erven die in de regel zijn omzoomd door forse boomsingels en verder een open en weids agrarisch landschap. Hierna volgt een weergave van het perceel zelf ten opzichte van de direct rondom gelegen percelen. Het perceel maakt onderdeel uit van een zogeheten ‘4 - erven systeem’. Aan de zuid- en oostkant zijn nog 2 agrarische bestemmingen gelegen en aan de zuidoostkant een woonbestemming. Hier is nog sprake van actieve akkerbouwers.
NL.IMRO.0171.BP00705-ON01
Toelichting
Gemeente Noordoostpolder Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Zuidwesterringweg 5-1 te Nagele
Blad 20 van 40 Juni 2022 Versie 01
Het perceel zelf bevindt zich aan de westkant van de Zuidwesterringweg. Op het perceel bevinden zich diverse gebouwen. Het perceel wordt aan de noord, west en zuidkant omzoomd door een forse (boom)singel. Ten aanzien van de landschappelijke inpassing van het bedrijfsperceel is het zo dat de bestaande erfsingel die zich reeds aan 3 zijden van het perceel bevindt intact wordt gelaten. Op deze wijze blijft het perceel op een gedegen wijze landschappelijk ingepast. Een aanvulling hierop is niet nodig.
NL.IMRO.0171.BP00705-ON01
Toelichting
Gemeente Noordoostpolder Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Zuidwesterringweg 5-1 te Nagele
Blad 21 van 40 Juni 2022 Versie 01
4
Hoofdstuk 4 Omgevingsfactoren
4.1
Algemeen
Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan moet worden nagegaan of er milieuaspecten zijn (in of nabij het plangebied) die belemmeringen (kunnen) vormen voor de in het plangebied opgenomen functies. In dit kader dient aandacht te worden besteed aan: 1. Archeologie; 2. Bodem; 3. Cultuurhistorie; 4. Ecologie; 5. Fysieke en externe veiligheid; 6. Geluid(hinder); 7. Luchtkwaliteit; 8. M.E.R.-beoordeling; 9. Milieu(hinder); 10. Verkeer en vervoer; 11. Water(toets). 4.2
Archeologie
In de toelichting moet worden aangegeven hoe het cultureel erfgoed wordt beschermd in relatie tot de wettelijke bepalingen (Erfgoedwet 2016) en hoe met het oog op het noodzakelijk onderzoek met het aspect archeologie is omgegaan. Eventuele onderzoeksrapporten moeten als bijlage bij de toelichting worden gevoegd. Op basis van de archeologische beleidskaart van de gemeente Noordoostpolder ligt het perceel in een gebied dat deels is aangeduid als ‘Waarde Archeologie 8’. Voor deze gebieden geldt dat een archeologisch onderzoek nodig is bij ruimtelijke ingrepen die groter zijn dan 10.000 m2. Hiervan is bij dit plan geen sprake. Er is geen onderzoek nodig. We blijft de archeologische dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 8’ intact op de verbeelding en in de regels.
NL.IMRO.0171.BP00705-ON01
Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Blad 22 van 40
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Zuidwesterringweg 5-1 te Nagele
Juni 2022 Versie 01
4.3
Bodem
In het bestemmingsplan dient aangegeven te worden wat de kwaliteit van de bodem ter plaatse van het plangebied is. Tevens dient, op basis van de Mor (Ministeriële regeling omgevingsrecht), bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen een rapportage van een recent uitgevoerd verkennend bodemonderzoek toegevoegd te worden. Voor verkennend bodemonderzoek op een locatie wordt de norm NEN 5740 gehanteerd (onderzoeksstrategie voor verkennend bodemonderzoek). De bodemonderzoeksplicht geldt alleen voor bouwwerken waarvoor: ^ een reguliere omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen is vereist; ^ waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend (twee of meer uren per dag) mensen zullen verblijven; ^ die de grond raken; ^ waarvan het bestaande gebruik wijzigt (interne verbouwing); ^ die niet naar aard en omvang gelijk zijn aan een bouwwerk genoemd in het Besluit bouwwerken; ^ waarvan geen reeds bruikbare recente onderzoeksresultaten aanwezig zijn; ^ die geen tijdelijk bouwwerk betreffen waarbij uit het vooronderzoek blijkt dat de locatie onverdacht is. Vanuit gemeenteweg is aangegeven dat het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek niet nodig is. De gronden zijn niet verdacht op het gebied van een eventuele verontreiniging. 4.4
Cultuurhistorie
Modernisering Monumentenwet (MoMo)ZWiiziging Bro Per 1 januari 2012 is de wijziging van het Bro in werking getreden die een verplichting inhoudt om in de toelichting van het bestemmingsplan een beschrijving op te nemen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Wat zijn cultuurhistorische waarden? De Memorie van Toelichting bij het Besluit ruimtelijke ordening zegt met betrekking tot artikel 3.1.6 het volgende: "Bij cultuurhistorische waarden gaat het over de positieve waardering van sporen, objecten, patronen en structuren die zichtbaar of niet zichtbaar onderdeel uitmaken van onze leefomgeving en een beeld geven van een historische situatie of ontwikkeling. In veel gevallen bepalen deze cultuurhistorische waarden de identiteit van een plek of gebied en bieden ze aanknopingspunten voor toekomstige ontwikkelingen. Deze cultuurhistorische elementen kan men niet allemaal als beschermd monument of gezicht aanwijzen, maar zijn wel onderdeel van de manier waarop we ons land beleven, inrichten en gebruiken" Het begrip cultuurhistorie heeft drie aspecten: 1. Historische (stede)bouwkunde Z bovengrondse monumentenzorg; bijvoorbeeld kastelen, kerken, oude boerderijen of landhuizen, maar ook stedenbouwkundige elementen als beschermde stads- of dorpsgezichten; 2.
Archeologie; sporen en vondsten van menselijk handelen in het verleden in de bodem zijn achtergebleven, bijvoorbeeld potscherven, resten van voedselbereiding,
NL.IMRO.0171.BP00705-ON01
Toelichting
Gemeente Noordoostpolder Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Zuidwesterringweg 5-1 te Nagele
Blad 23 van 40 Juni 2022 Versie 01
graven, maar ook verkleuringen in de grond die duiden op bewoning of infrastructuur. Een verzamelterm hiervoor is 'archeologische waarden'. Alle archeologische waarden bij elkaar zijn het 'bodemarchief. Deze sporen kunnen zich ook onder water bevinden zoals bijvoorbeeld verdronken nederzettingen of scheepswrakken; 3. Cultuurlandschap/historische geografie: alle landschappelijke elementen die het gevolg zijn van menselijk handelen in het verleden, bijvoorbeeld verkavelingspatronen, pestbosjes, landgoederenzones of ontginningsassen. Cultuurhistorie en beleid Beleidsmatig is de cultuurhistorie van Noordoostpolder vastgelegd en toegelicht in diverse documenten zoals ‘Kwaliteitskaart Noordoostpolder Urk - Deel 1’ (H+N+S landschapsarchitecten en Beek@ Kooiman Cultuurhistorie, 2004), ‘Landschapsvisie Noordoostpolder, landschap van rust en regelmaat’ (Feddes/Olthof Landschapsarchitecten, 2012), ‘Structuurvisie Noordoostpolder 2025’, (Kuiper compagnons/Gemeente Noordoostpolder, 2013) en de ‘Erfgoednota’, (Gemeente Noordoostpolder, 2013). Al deze documenten nemen bij vernieuwing en ontwikkeling het bijzonder ontworpen landschap van de Noordoostpolder als vertrekpunt.
Het credo van eertijds de Nota Belvédère behoud door ontwikkeling, geldt nog altijd en klinkt ook door in de aanwijzing van de Nooroostpolder als Nationaal Wederopbouwgebied in de beleidsnota ‘Visie Erfgoed en Ruimte, Kiezen voor Karakter’ van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE, 2016). De gemeente Noordoostpolder is een duidelijk voorbeeld van een rationeel landschap uit de 20e eeuw (rond 1940 drooggelegd), waarin de twee voormalige eilanden Urk en Schokland als zelfstandige elementen zijn opgenomen. Dit rationeel vormgegeven landschap is niet alleen ontworpen vanuit het oogpunt van optimale landbouwkundige productie, maar ook als wetenschappelijke, esthetische en intellectuele uitdaging. Onderdelen van de inrichting van de gemeente Noordoostpolder die kenmerkend zijn voor het gebied zijn: ^ de kavelmaat; ^ de erven met bijbehorende erfsingels; ^ de diverse typen boerderijen; ^ de arbeiderswoningen; ^ de kavel- en erfsloten; ^ het grondgebruik. Erf Zuidwesterringweg 5-1 en omgeving Het perceel aan de Zuidwesterringweg en de directe omgeving kent een aantal karakteristieken die kenmerkend zijn voor de Noordoostpolder. Door die kenmerken, en de zichtbaarheid daarvan, draagt het perceel bij aan de herkenbaarheid van de Noordoostpolder en daarmee haar bijzondere identiteit. De ligging van het erf geeft uitdrukking aan het modulaire systeem van verkaveling van de polder.
Een regelmatig raster dat gebaseerd is op de in die tijd meest rationele agrarische verkaveling; een kavelmaat van 300 langs de weg en 800 meter in de diepte. Die verkaveling leidde tot agrarische bedrijven van 12 tot 48 hectare, dus variërend van een halve tot 2 kavels. De kavels zijn aan de achterzijde begrensd door een tocht.
NL.IMRO.0171.BP00705-ON01
Toelichting
Gemeente Noordoostpolder Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Zuidwesterringweg 5-1 te Nagele
Blad 24 van 40 Juni 2022 Versie 01
Het erf zelf heeft ook een aantal kenmerken die bijdragen aan de bijzondere inrichting van de polder. Wat hierin opvalt is de aanwezigheid van een min of meer volwassen erfsingel op een aantal plekken rondom het erf.
Erf anno 2021 Ook deze singel is een basisonderdeel van het ontwerp van de Noordoostpolder. Het kent een vaste maatvoering. Het type beplanting was deels afhankelijk van de ondergrond. Het doel was vooral om beschutting te creëren in het open vlakke polderland en een stukje menselijke maatvoering aan te brengen. De erfsingels zijn daarmee een belangrijk element op het schaalniveau van de polder als geheel. Samen met de omlijsting van de dorpen vormen het groene eilanden in een open agrarische bedrijfsruimte. Tezamen met nog 3 andere erven is tezamen sprake van een 4 - erven stelsel. Op de volgende figuur zijn deze stelsels weergegeven.
NL.IMRO.0171.BP00705-ON01
Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Blad 25 van 40
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Zuidwesterringweg 5-1 te Nagele
Juni 2022 Versie 01
ar /en
a'ven t' ïti
l«l
Spreiding van verschillende ervenclusters over de polder
De eerdere luchtfoto verduidelijkt dit ook nog eens. Dit stelsel blijft intact en wordt niet aangetast door voorliggend bestemmingsplan. De bestemmingswijziging leidt dan ook niet tot aantasting van eventuele cultuurhistorische waarden. Ook is en blijft het perceel op een gedegen wijze landschappelijk ingepast. In het plangebied komen geen monumenten voor. Vanuit het oogpunt van cultuurhistorie mag het bestemmingsplan uitvoerbaar worden geacht. 4.5
Ecologie
De Wet natuurbescherming (Wnb) is in werking getreden op 1 januari 2017. Deze wet vervangt de volgende drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming), de Flora- en faunawet (soortenbescherming) en de Boswet (houtopstanden). De provincie is bij de Wnb het bevoegd gezag voor de toetsing van werkzaamheden en handelingen bij Natura 2000-gebieden en dier- en plantensoorten. Het Rijk blijft bevoegd gezag bij ruimtelijke ingrepen met grote nationale belangen. Voor gemeenten geldt dat zij het bevoegd gezag zijn voor omgevingsvergunningen. In het plan dient rekening te worden gehouden met Europese en nationale wetgeving en beleid ten aanzien van de natuurbescherming. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen gebiedsbescherming en soortenbescherming.
NL.IMRO.0171.BP00705-ON01
Toelichting
Gemeente Noordoostpolder Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Zuidwesterringweg 5-1 te Nagele
Blad 26 van 40 Juni 2022 Versie 01
4.5.1
Gebiedsbescherming In de Wnb is de bescherming van specifieke natuurgebieden geregeld. Het betreft de Natura 2000-gebieden, die een internationale bescherming genieten. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen voor soorten en vegetatietypen opgesteld. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) - voorheen Ecologische Hoofdstructuur - is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland en vormt de basis voor het natuurbeleid. Ten aanzien van ontwikkelingen binnen het NNN geldt het 'nee, tenzij-principe'. Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing, ontwikkeling en bescherming van het NNN. In de directe nabijheid van het plangebied (onderstaande figuur) bevindt zich op circa 2,9 kilometer afstand een Natura 2000 gebied (Ketelmeer). Gezien de geringe omvang van het project en de afstand tot dit Natura 2000 gebied gaat hier geen invloed van uit.
4.5.2
Stikstofdepositie Op 1 juli 2021 is de Wet Stikstofreductie en Natuurverbetering in werking getreden. Onderdeel van deze wet is de zogenaamde bouwvrijstelling. Dit houdt in dat voor eenmalige aanlegactiviteiten, en bouw- en sloopactiviteiten het niet langer nodig is om is om voor deze eenmalige activiteiten de uitstoot van stikstof te toetsen op effecten op een Natura 2000 gebied. Voor het gebruik van de bedrijfsruimte zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd. > Gasloos (conform het bouwbesluit) en haardloos > Ammoniakemissies als gevolg van menselijk gebruik, huisdieren e.d. worden niet aan (woning)bouw toegerekend en blijven conform het document “Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2019” buiten beschouwing. Onder deze aannames is de mogelijke stikstofdepositie ten gevolge van de aanlegfase in vrijwel alle omstandigheden dominant. De onderstaande tabel geeft inzicht in het verloop van deze depositie, uitgaande van een gemiddelde situatie en de daarbij behorende afstand. Samengevat: bij maximaal 50 laagbouwwoningen, gebouwd op zandgrond op minimaal 7 km afstand van een verzuringsgevoelig Natura 2000-gebied, is de stikstofdepositie onder gemiddelde omstandigheden 0,00 mol/ha/jaar.
NL.IMRO.0171.BP00705-ON01
Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Blad 27 van 40
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Zuidwesterringweg 5-1 te Nagele
Juni 2022 Versie 01
Indicatieve depositie (mol/ha/jaar) als functie van de afstand tussen de woningen en het natuurgebied
Afstand (km)
Gebruik
Aanleg
Gebruik
Aanleg
Gebruik
Aanleg
Gebruik
1
0.01
0.09
0.02
0,18
0.04
0.44
0.08
Aanleg
0,89
2
0.00
0.03
0.00
0.06
0.01
0.14
0.02
0.28
3
0.00
0.02
0,00
0.03
0.01
0.08
0.01
0,15
4
0.00
0.01
0.00
0.02
0.00
0.05
0.01
0,10
5
0,00
0,01
0,00
0,02
0,00
0,04
0,01
0,08
6
0.00
0.01
0.00
0,01
0.00
0.03
0.00
0.05
7
0,00
0.00
0,00
0.01
0.00
0.02
0.00
0.04
8
0.00
0.00
0.00
0,01
0.00
0.02
0.00
0.04
9
0.00
0.00
0.00
0.01
0.00
0.01
0.00
0.03
Op een afstand van circa 2 kilometer afstand bedraagt de emissie van 50 woningen in de gebruiksfase op een Natura 2000 gebied al 0,00 mol/ha/jaar. Het bedrijfsgebouw voor dit plan in Nagele zal ten aanzien van de gebruiksfase daarmee aannemelijk ook niet boven de 0,00 mol/ha/jaar uitkomen. 4.5.3
Soortenbescherming Het uitgangspunt van de Wnb is dat er geen (opzettelijke) schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. De soortenbescherming binnen de Wnb is daarbij opgedeeld in drie beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten. Bij beoordeling van de toelaatbaarheid van bouwwerken en/of andere activiteiten moet rekening worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van te beschermen dier- en plantensoorten. Er dient een ontheffing op grond van artikel 3.3, 3.8 en/of 3.10 Wnb te worden aangevraagd voor een (bouw)werkzaamheid of activiteit indien het volgende van toepassing is: ^ uit gegevens of onderzoek blijkt dat er sprake is van verstoring of doden van (een) beschermde soort(en); ^ het bouwwerk en/of de activiteit veroorzaakt beschadiging of vernieling van voortplanting- of rustplaatsen van dieren, dan wel ontworteling of vernieling van plantensoorten; ^ er kan geen gebruik gemaakt worden van een vrijstelling op grond van de Wet natuurbescherming; ^ er kan niet gewerkt worden volgens een goedgekeurde gedragscode. Voor vogels geldt dat er twee categorieën zijn: de vogels met jaarrond beschermde nesten (o.a. Huismus, Gierzwaluw en Buizerd) en de overige broedvogels. Vogels met jaarrond beschermde nesten hebben een strikte beschermingsstatus binnen de Wet natuurbescherming.
Van overige broedvogels zijn hun nesten alleen tijdens de broedseizoen beschermd (periode van nestbouw, eileg, broeden en voeren van de jongen op het nest). Voor soorten van de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn zijn in artikel 3.5 verboden vastgelegd (o.a. verboden om dieren te doden en voortplantings- of rustplaatsen te vernielen) en geldt een strikte beschermingsstatus. Soorten die op nationaal niveau beschermd zijn, kunnen ingedeeld worden in twee categorieën. Provincies mogen besluiten om bepaalde soorten vrij te stellen van
NL.IMRO.0171.BP00705-ON01
Toelichting
Gemeente Noordoostpolder Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Zuidwesterringweg 5-1 te Nagele
Blad 28 van 40 Juni 2022 Versie 01
bescherming in het kader van ruimtelijke ingrepen, beheer en onderhoud. In de meeste provincies geldt - onder andere voor ruimtelijke ontwikkelingen - een vrijstelling voor een selectie van zoogdieren en amfibieën. Voor de overige soorten gelden vergelijkbare verboden (zie artikel 3.10) als voor soorten van de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn en geldt eveneens een strikte beschermingsstatus. Voor het overtreden van verbodsartikelen bij ruimtelijke ingrepen is het noodzakelijk om ontheffing aan te vragen bij bevoegd gezag (veelal de provincie waarbinnen de ingreep of activiteit plaatsvindt). Voor het verkrijgen van een ontheffing dient een uitgebreide rapportage opgesteld te worden waarin o.a. wordt aangegeven hoe gezorgd wordt dat schade tot een minimum beperkt blijft en of compenserende maatregelen aan de orde zijn. Van belang is om na te gaan of één of meerdere van de genoemde ‘verboden’ ten behoeve van voorliggend initiatief aan de orde is of kan zijn. Er wordt geen verouderde bebouwing gesloopt, sloten gedempt of bomen gekapt. Hier is geen sprake van aantasting van eventuele waardevolle soorten. Nader onderzoek in de vorm van een ecologische quickscan is niet noodzakelijk. 4.6
Fysieke en externe veiligheid
Bij het transport, de opslag en bij het be- en verwerken in bedrijven van gevaarlijke stoffen, maar ook nabij luchthavens bestaat de kans op ongevallen waarbij slachtoffers vallen die niet bij de activiteit betrokken zijn. Personen die in bedrijven werken worden door de wetgeving rond arbeidsomstandigheden beschermd. Personen die zich buiten (extern) de bedrijfsgrens bevinden worden beschermd door wet- en regelgeving voor externe veiligheid. De vuurwerkramp in Enschede van mei 2000 heeft geresulteerd in een formalisering en deels aanscherping van wet- en regelgeving om het risico van dergelijke ongevallen te beperken. Het doel van de toets op externe veiligheidsaspecten rond ruimtelijke plannen is na te gaan welke risico’s de voorgenomen ontwikkelingen met zich brengen. Dit om de mogelijkheid te bieden een externe veiligheidssituatie te creëren die voldoet aan de behoeften. Daartoe kan het ruimtelijk initiatief of specifieke wijze worden ingevuld en kunnen eventuele aanvullende maatregelen worden getroffen. Het externe veiligheidsonderzoek richt zich eerst op het plaatsgebonden risico. Dit geeft een beeld van de ruimtelijke verdeling van de hoogte van de risico’s rond een bron. Vervolgens wordt nagegaan wat de hoogte van het groepsrisico is. Dit geeft inzicht in de aantallen personen die bij een ongeval kunnen worden betrokken.
Als er sprake is van groepsrisico, als een ongeval tot meer dan 10 dodelijke slachtoffers kan leiden, moeten risicogegevens worden verzameld, moet een advies over het voorgenomen initiatief aan de regionale brandweer worden gevraagd en is de initiatiefnemer verplicht de veranderingen in het groepsrisico door de nieuwe ruimtelijke ontwikkeling te verantwoorden. Het Besluit richt zich primair op inrichtingen zoals bedoeld in de Wet milieubeheer. In artikel 2, lid 1 van het BEVI staan de inrichtingen genoemd waarop het besluit van toepassing is. Deze inrichtingen brengen risico’s met zich mee voor de in de omgeving aanwezige risicogevoelige objecten. Het te realiseren bedrijfsgebouw biedt ook mogelijkheden voor het kunnen overnachten. Daarmee is een toename van de
NL.IMRO.0171.BP00705-ON01
Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Blad 29 van 40
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Zuidwesterringweg 5-1 te Nagele
Juni 2022 Versie 01
personendichtheid op het perceel te verwachten en is het bedrijfsgebouw aan te merken als een beperkt kwetsbaar object. Zorgvuldigheidshalve is nog beoordeeld of er bevi-inrichtingen in de buurt zijn gelegen waar rekening mee moet worden gehouden, daartoe is de risicokaart van Nederland opgenomen specifiek ter plaatse van het plangebied en de nabije omgeving. Caarten toevoegen
O, Zoek een kaart
~
Q Defensiezones Q Droge verdiepingen Q Inrichtingen gevaarlijke stoffen Q Kwetsbare objecten Ligging en normen primaire waterkeringen Maximale waterdiepte bij een — overstroming Qj Natuurbrand pa Plaatsgebonden risico (10-6 contour) Q Nucleaire installaties Preparatiezones nucleaire installaties Transport gevaarlijke stoffen Buisleidingen Transport gevaarlijke stoffen wegen, spoor, water frije tijd Vater
4.6.1
Bevi-inrichtingen binnen het plangebied Binnen en buiten het plangebied bevinden zich geen Bevi-inrichtingen en/of bedrijven die invloed hebben op het plangebied.
4.6.2
Bevi-inrichtingen buiten het plangebied In de (directe) nabijheid zijn geen bevi-inrichtingen gelegen die van invloed zijn.
4.6.2.1
Buisleidingen Er bevinden zich geen buisleidingen in de nabijheid. .
4.6.2.2
Route gevaarlijke stoffen In nabijheid het plangebied bevinden zich geen route gevaarlijke stoffen die invloed hebben op de planlocatie.
4.6.2.3
Hoogspanningsleidingen Er bevinden zich geen hoogspanningsmasten in de nabijheid van het plangebied. Vanuit het aspect fysieke en externe veiligheid is er geen belemmering.
NL.IMRO.0171.BP00705-ON01
Toelichting
Gemeente Noordoostpolder Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Zuidwesterringweg 5-1 te Nagele
Blad 30 van 40 Juni 2022 Versie 01
4.7
Luchtkwaliteit
Projecten die ‘niet in betekende mate’ (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer getoetst te worden aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. In de AMvB-nibm zijn de criteria vastgelegd om te kunnen beoordelen of voor een project sprake is van nibm. Voorliggend project voorziet in een functionele wijziging van de bestemming zonder toevoeging van extra woningen en is daarmee qua omvang en verkeersaantrekkende werking kleinschaliger als de bouw van 1500 woningen aan één ontsluitingsweg. Het project kan derhalve worden beschouwd als een nibm-project. Onderzoek naar de luchtkwaliteit is niet nodig. 4.8
Milieuhinder
Nieuwe functies kunnen milieuhinderlijk zijn voor omringende woningen dan wel bedrijven. Er dient een beoordeling plaats te vinden of de nieuwe functie wel milieu hygiënisch inpasbaar is. Er dient daarom beoordeeld te worden of in de omgeving van het plangebied functies voorkomen die gehinderd kunnen worden door onderhavig project of waarvan het project juist hinder ondervindt. De (indicatieve) lijst “Bedrijven en Milieuzonering 2009”, uitgegeven door de Vereniging van Nederlandse gemeenten, geeft weer wat de richtafstanden zijn voor milieubelastende activiteiten. In deze publicatie worden de indicatieve richtafstanden gegeven voor de vier ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. Bij het bepalen van de richtafstanden wordt uitgegaan van de volgende uitgangspunten: ^ het betreft gemiddeld moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen; ^ de richtafstanden hebben betrekking op de omgevingstypen „rustige woonwijk" en „rustig buitengebied"; ^ de richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten; ^ bij activiteiten met ruimtelijk duidelijk te onderscheiden deelactiviteiten kunnen deze activiteiten desgewenst als afzonderlijk te zoneren activiteiten worden beschouwd, bijvoorbeeld bij de ligging van de activiteit binnen zones met een verschillende milieucategorie.
De gegeven richtafstanden zijn in het algemeen richtafstanden en geen harde afstandseisen. Ze moeten daarom gemotiveerd worden toegepast. Dit betekent dat geringe afwijkingen in de lokale situatie mogelijk zijn. Het is aan te bevelen deze afwijkingen te benoemen en te motiveren indien aan de orde. Milieuzonering beperkt zich tot milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie: geluid, geur, gevaar en stof. Om milieuzonering hanteerbaar te maken wordt gebruik gemaakt van de VNG publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' (uitgave 2009). Deze publicatie bevat onder meer lijsten met richtafstanden van diverse milieuhinderlijke activiteiten en stappenplannen voor concrete situaties. De richtafstanden uit bijlage 1 voor de VNG publicatie gaan uit van een 'rustige woonwijk' en ‘rustig buitengebied’. Indien er sprake is van het omgevingstype 'gemengd gebied' dan kan de richtafstand terug worden gebracht met één afstandsstap.