CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

5.2 Bijlage 2 Gebiedsvisie Waterloopbos en omgeving 10-01-2023.pdf

Commissie Woonomgeving 13 februari 2023, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 5: Gebiedsvisie Waterloopbos en omgeving24.064 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

beleef je de diversiteit van het omliggende landschap. Daarnaast bieden de oevers een bijzondere toegevoegde waarde in het bos­ landschap. Door de oevers recreatief beter te ontsluiten dragen ze nog meer bij aan de beleving van het bos. Fiets-/ wandelpaden, rustplekken en uitzichtplekken, aanlegplaat­ sen en informatievoorzieningen maken van de oeverzone een recreatief aantrekkelijke (ver­ blijfplaats. Daarnaast kan via de oevers van de Zwolse Vaart een extra recreatieve verbin­ ding worden gemaakt van Marknesse naar het Vollenhoverkanaal. Door ook een route op de Vollenhoverkanaaldijk aan te leggen ont­ staat een recreatieve route van Marknesse tot Vollenhove. Verbindt de bosdelen

Voor het recreatief gebruik van de bossen zijn verbindingen over het water van groot belang. Het is voor bezoekers van bijvoorbeeld recre­ atieparken Netl of De Voorst een lange omweg om bij het Waterloopbos te komen. Kansrijke locaties voor verbindingen liggen bij de t-splitsing Zwolse Vaart - Leemvaart. In deze visie stellen we voor een fietspad aan te

zijn door het ontbreken van verbindingen over het water ook een barrière voor het recreatief gebruik van de bosgebieden.

Rusten Ontwikkel de oevers recreatief

Zwemmen

De oevers van de Zwolse Vaart en Leemvaart zijn recreatief aantrekkelijk. Vanaf de oevers

Recreatievaart op de Zwolse Vaart

leggen langs de Zwolse Vaart die Marknesse met het bosgebied verbindt en ook een pad van Kraggenburg via de Leemvaart. Daarom zijn verbindingen nodig over de aansluiting Voorstertocht - Zwolse Vaart en mogelijk ten noorden van de aansluiting Zwolse Vaart en Enservaart. Het fietspad zou dan naar de westzijde van de Zwolse Vaart verspringen en daarmee gunstiger aansluiten op bebouwde kom van Marknesse. In 2022 vormt een eerste trekpont een ver­ binding over de Zwolse Vaart tussen het Waterloopbos en het Voorsterbos bij Kraggenburg. Bruggen zijn ook een te over­ wegen alternatief voor nieuwe verbindingen. Bruggen kunnen aantrekkelijke iconen zijn in het gebied en eventueel voorzien worden van een verblijfs- of rustfunctie. Bruggen zijn wel grotere investeringen, mede door de grote overspanning van meer 35 meter en omdat rekening gehouden moet worden met de beroepsvaart. Hiervoor dient de doorvaarthoogte minimaal 5,25 meter te zijn. Door de vereiste hoogte zijn relatief lange op- en afrit­ ten noodzakelijk.

117

NETWERKEN

WATER(VERBINDINGEN)

9

Inrichtingsopgaven WATERLOOPBOS

trum gaat Natuurmonumenten een OERRRnatuurspeelplaats realiseren.

119

INRICHTINGSOPGAVEN

INRICHTINGSOPGAVEN

118

Het voormalig Waterloopkundig Laboratorium in het bos, met het bijzondere watersysteem en deels nog herkenbare schaalmodellen van waterwerken, is heel bepalend voor de identiteit van het gebied. Natuurmonumenten streeft naar 200.000 bezoekers in het jaar 2026 mits dat binnen de draagkracht van het gebied past en binnen de haalbaarheid van het gebied passend is. In het Waterloopbos liggen verschillende kansen om de cultuur­ historische betekenis van het bos te verster­ ken en om deze bezoekersstroom in goede banen te leiden. In het Waterloopbos ont­ wikkelt Natuurmonumenten een nieuw bezoe­ kerscentrum bij de Deltagoot. Dit wordt de hoofdentree van het Waterloopbos met tot kunstwerk omgevormde Deltagoot als bijzon­ dere attractie. De entree bij het kunstwerk is ook de start van verschillende routes door het Waterloopbos. Bij het bezoekerscen­

ENTREE BEZOEKERSCENTRUM

Op dit moment ontwikkelt Natuurmonumenten een nieuw bezoekerscentrum bij de parkeer­ plaats. De opgave is hier om vorm te geven aan de hoofdentree van het Waterloopbos. Daarbij speelt het kunstwerk Deltagoot een belangrijke rol. Natuurmonumenten wil de rou­ te naar het kunstwerk zorgvuldig ensceneren. De bezoeker die wandelt vanaf de parkeer­ plaats komt eerst langs het bezoekerscentrum, maar heeft dan door de grondwal ter plaatse nog geen zicht op het kunstwerk. Pas als de bezoeker doorloopt komt het beeld in zicht. Daarmee ontstaat een verrassingseffect. De entree van het kunstwerk is ook de start van verschillende routes door het Waterloopbos.

INRICHTINGSOPGAVEN

120

Terrein voormalig Oosterscheldehal Parkeerplaats "“ļ Bezoekerscentrum Natuurmonumenten

Bos Terrein Oosterscheldehal

Het is nog een opgave een entree te ont­ werpen, die enerzijds recht doet aan het karakter en beleving van het kunstwerk en anderzijds de ruimte creëert voor de avonturenspeelplaats.

Ziegler I Branderhorst Stedenbouw en Architectui

Visualisatie nieuw bezoekerscentrum Waterloopbos van Natuurmonumenten 121

INRICHTINGSOPGAVEN

Daarnaast wil Natuurmonumenten op de loca­ tie van het huidige bezoekerscentrum (het open terrein) en in het bos zuidelijk daarvan, een OERRR-natuurspeelplaats realiseren. Deze speelplek maakt onderdeel uit van het gelijkna­ mige programma voor kinderen. OERRR wordt gezien als een publiekstrekker en is belangrijk voor Natuurmonumenten. Kinderen kunnen er spelen met wat in de natuur aanwezig is, zoals boomstammen, taken, water en modder. In het bezoekerscentrum zullen voorzieningen wor­ den opgenomen waar kinderen zich kunnen afspoelen. Bezoekerscentrum en OERRR moe­ ten daarom niet te ver uit elkaar liggen. Ook is toezicht op de speelplaats wenselijk.

Het middendeel van het Rijksmonument Waterloopbos wordt bepaald door de com­ binatie bos, watersysteem en open ruimten met de waterbouwkundige modellen. Hier werden de waterbouwkundige oplossingen getest. Het watersysteem is geheel ontworpen op het voeden van de modellen met stromend water. Dit water wordt (nog steeds) onder vrij verval ingelaten bij het inlaatpunt aan het Vollenhoverkanaal. Dit watersysteem ligt op gemiddeld 0.30 m -NAP 2 meter hoger dan het Vollenhoverkanaal waardoor er constant stromend water beschikbaar is. Vervolgens kan het water in de modellen worden ingelaten en daarna afwateren op het oorspronkelijke slo­ tensysteem dat bij de ontginning van de polder met tussenruimten van 300 m is aangelegd. Dit systeem is ook in het Waterloopbos herken­ baar en ligt op een lager peil dan het aanvoersysteem. Deze sloten wateren tenslotte af op de Zwolse Vaart.

INRICHTINGSOPGAVEN

122

Cultuurhistorie Waterloopbos Waterstructuur

Waterinlaat

Weg / pad

Stroomgoot

Pontje over de Zwolse Vaart Huidige waterloopbos

(3

Deltagoot Voormalig kantoor Waterbouwkundiglaboratorium

Originele oppervlakte Waterloopbos 1 Eventuele uitbreiding erfgoed Waterloopbos

Terrein voormalige Oosterscheldehal

In de Ontwikkelagenda Waardevol Waterloopbos 2016 - 2026; Op avon­ tuur tussen water, techniek en natuur heeft Natuurmonumenten, als eigenaar en beheer­ der van het Waterloopbos, haar ambities vast­ gelegd. Het Waterloopbos is een pilot van 'Kiezen voor Karakter', Visie Erfgoed en Ruimte (2011) van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Deze visie is gericht op het integreren van cultuurhistorie in ruimte­ lijke ontwikkelingen, met name op het gebied van werelderfgoed, wederopbouw, water, herbestemming en landschap. Met de aanwij­ zing van het Waterloopbos als Rijksmonument is de mogelijkheid ontstaan het verhaal van dit gebied opnieuw vorm te geven. In 2014 - 2015 zijn de cultuurhistorische en ecologische waarden onderzocht om te komen tot een Ontwikkelagenda. Met inbreng van overheden, ondernemers, oudmedewerkers van het Waterloopkundig Laboratorium en omwonenden zijn de

contouren geschetst voor toekomstige ontwik­ kelingen. Voor het Waardevol Waterloopbos heeft Natuurmonumenten de volgende ambitie: In samenwerking met overheden, omwonenden en ondernemers willen wij het Rijksmonument Waterloopbos behouden en beleefbaar maken voor omwonenden en bezoekers als zeer bijzondere plek in de Noordoostpolder en

^

centraal. Een aantal modellen wordt beter beleefbaar gemaakt. Inmiddels zijn er ver­ schillende modelplaatsen gerestaureerd of geconsolideerd. In de zone Puur Natuur ligt het accent op natuurbeleving. Waar de natuur onvol­ doende beleefbaar is, komen nieuwe paden of bruggen.

Flevoland. Het Waterloopbos heeft grote aantrekkings­ kracht op gezinnen met kinderen op zoek naar bos- en wateravontuur. Ook is het een bestem­ ming voor rust en natuurliefhebbers. Bezoekers komen zowel uit de directe omgeving als ver­ der vanuit de regio. Ook verder in het land is het gebied bekend. Daarmee versterkt het Waterloopbos de toeristische infrastructuur van Flevoland. Doelstelling voor 2026: ^ 10 modellen en de belangrijkste stuwen zijn gerestaureerd of geconsolideerd; ^ Het onderhoud van het Waterloopbos wordt voor een groot deel betaald uit inkomsten van horeca, het speelmodel, de Deltagoot en evenementen; ^ Het Waterloopbos ontvangt jaarlijks 200.000 bezoekers, mits dat binnen de draagkracht van het gebied past en bin­ nen de haalbaarheid van het gebied pas­ send is. Natuurmonumenten zoekt nog naar optimalisa­ tie van de inrichting. In de ontwikkelagenda is een eerste zonering bedacht: • De zone Deltagoot, de meer dan 200 meter lange betonnen goot met daarnaast de Deltahal, is een aparte ontwerpopgave. Deze opgave richt op een imposante entree voor het Waterloopbos. ^ In de zone Puur Avontuur staan beleving en bos- en wateravontuur centraal. Hier zijn veel ontwikkelingen mogelijk om het bos en de modellen te beleven. Avontuur en ontdekking staan hier centraal. ^ In de zone Puur Cultuur staat de bele­ ving van de waterloopkundige modellen

De grote uitdaging schuilt in het bewaren van de samenhang van het Waterloopbos binnen deze zonering. Ook de ontsluiting is een punt van aandacht. De paden in te gebieden bepa­ len de mogelijkheden om het Waterloopbos optimaal te beleven. De paden verschillen erg van karakter hetgeen de beleving van het gro­ tere geheel niet versterkt. In deze gebiedsvisie adviseren we om het padennetwerk meer te structureren op basis van het wateraanvoersysteem, de open ruimten waarin de modellen zijn aangelegd en de afvoertochten die beho­ ren tot de oorspronkelijke polderlayout. In de huidige situatie lijken de looproutes niet altijd even logisch. Ook de modelplaatsen zijn lang niet altijd goed herkenbaar en beleefbaar. Door de modelplaatsen beter herkenbaar te maken als open ruimten in het bos, ontstaat er meer structuur en afwisseling.

123

INRICHTINGSOPGAVEN

ROMP WATERLOOPBOS

O otyc r« htì d ėļïi a d s

tl Jjl. |.ļĽ|ĽMĽİ ēm ů ù

ľ t; ù ri ipü m

' Gm-tprsdieldrhal

Ríivi.i.ŭr InlMlduiktľ

Overgroeide waterwerken in het Waterloopbos

Gerestaureerd waterwerk in het Waterloopbos

TÎThrrmwïrfcpl sits

124

ūcmiaf Smeengc

125

1 Ì/Ą \m.

į L:iiİ

' 1

Skjwn

Otfŕriÿ Aangcerlocht (-ű.9Ūm!JAPĴ

R.nmijnslLW

Erjg

AŕvaenJoot

E ep

Y'ce'ipac/weg

Modellen I İ Model (16 stuks}

Schuil

Gebouw

Duiker

Gesloopt

I

nh aha

'.'erharding

HHI

Waterwerk in het Waterloopbos

Restanten van een waterwerk

I

Water •.■□erend model (1Ġ sluis)

Overig water Ccntour rijksbescherming

Kaart Ontwikkelagenda Waardevol Waterloopbos, Op avontuur tussen techniek, water en natuur, 2016-2026 (Natuurmonumenten)

Vlonderpad langs de waterbouwkundige modellen

INRICHTINGSOPGAVEN

INRICHTINGSOPGAVEN

Voorste rshjs

Om het verhaal van het Waterloopbos als onderzoeksgebied van begin tot het einde te kunnen begrijpen zijn de inlaatwerken van het Waterloopbos aan het Vollenhoverkanaal een essentieel onderdeel. Het is namelijk

INRICHTINGSOPGAVEN

126

OEVERZONE EN INLAATWERKEN VOLLENHOVERKANAAL

Zone tussen Repelweg en Vollenhoverkanaal Bosgebied Zone Repelweg en Vollenhoverkanaal V0

Extra parkeerplaats Waterloopbos Belangrijk maken inlaatpunt Steiger langs het Vollenhoverkanaal Ontlasten Voorsterweg

------- Voetpaden

De oever- en dijkzone tussen het Vollenhoverkanaal en het Waterloopbos is een bijzonder overgangsgebied. Het is de over­ gang van 'Oude' naar het 'Nieuwe Land'. De Noordoostpolder werd in 1942 tijdens de Tweede Wereldoorlog drooggelegd. Na de drooglegging veranderde er veel. Nu, jaren later, is het bijna ondenkbaar dat dit kaars­ rechte landschap er ooit niet is geweest. De pioniers-mentaliteit zit nog altijd in de harten van de mensen in de polder. Oude generaties op het oude land missen wellicht het weidse zicht over het Ijsselmeer. De overgangszone tussen deze twee gebieden is er dus een van historische betekenis.

het oorspronkelijke startpunt van het bos. Jammer genoeg liggen de inlaatwerken bij het Vollenhoverkanaal er op dit moment verloren bij. Ook is dit deel van het Rijksmonument nu moeilijk toegankelijk, waardoor veel bezoe­ kers dit deel overslaan. Dat is jammer omdat hier duidelijk wordt waar het stromende water in het gebied vandaan komt. Het is interes­ sant om te zien hoe het water onder verval de inlaatkom in stroomt en via de watergangen vindt richting de modellen. Bij de inlaatwerken is in potentie ruimte voor een parkeerplaats. Hierdoor wordt het gebied beter toegankelijk. Een tweede parkeerplaats is bovendien van belang als de bezoekersaantallen van het bos toenemen. Voor de uitbreiding van het bezoe­ kersaantal is in de toekomst een onderzoek naar de uitbreiding van parkeermogelijkheden nodig. De inlaatkom zou een ideale locatie zijn voor een terras aan de waterkant van de inlaat. Voorwaarden hiervoor zijn wel dat de functie van het daar zich bevindende gebouw veran­ dert. Op dit moment dient het als slaapplaats voor seizoenarbeiders en is het gebouw parti­ culier eigendom. Het is mogelijk om het gebied

gezien de betekenis hiervan een meer open­ bare functie te geven. Mogelijk kan dit verder worden verkend als uitvloeisel van de gebiedsvisie. De Repelweg vormt wel een barrière. Het is een optie om juist hier een extra entree voor het Waterloopbos te realiseren met parkeer­ plaats en een veilige oversteek. Dit draagt niet alleen bij aan de parkeercapaciteit, maar ook aan de spreiding van bezoekers over een gro­ ter deel van het Waterloopbos. Voor een vei­ lige oversteek denken we aan een tussenberm (zie ook Schokland) en/of een voetgangers­ brug. Deze zou ook kunnen gaan werken als een poort/icoon bij het Waterloopbos. In de Gebiedsvisie Waterloopbos, waain we vooral kijken naar de samenhang in het gebied, vragen we met klem wel aandacht voor de oeverzone en de inlaatwerken langs het Vollenhoverkanaal. Dit is eens te meer belangrijk omdat hier ook een belangrijk raakvlak ligt met de te versterken recreatie­ ve betekenis en gebruiksmogelijkheden van de oeverzone langs het Vollenhoverkanaal. Dit betekent ook dat verdere uitbreiding van de huisvesting van arbeidsmigranten aan de Repelweg ongewenst is.

De omgeving van het inlaatwerk heeft veel te bieden. Vanaf de dijk is een weids uitzicht mogelijk op het Vollenhoverkanaal en aan de overzijde de stuwwal waarop Vollenhove ligt. Vanaf dit punt is een leuke wandeling moge­ lijk over de dijk naar de jachthaven. Naast de jachthaven ligt het gemaal Smeenge en de Voorstersluis. Dit is een aantrekkelijk punt, waar veel is te zien. Boten kunnen hier via de sluizen het grote peilverschil overbruggen. Vanaf de Voorstersluis kun je weer teruglo­ pen langs de wind- en stroomgoot. Het weer beleefbaar maken van de wind- en stroom­ goot als onderdeel van het Waterloopbos zou een hoge toegevoegde waarde zijn voor het gebied. Inlaatwerk en inlaatkom aan het Vollenhoverkanaal. De verschillende waterpeilen zijn hier goed te zien.

127

INRICHTINGSOPGAVEN

De omwonenden zouden graag meer willen genieten van de oeverzone. Deze overgang van de nieuwe polder naar het oude land is landschappelijke fraai. We stellen voor om te verkennen of het mogelijk is een fietspad op de dijk aan te leggen. Er ontstaat op die wijze een prachtige fietsroute tussen het Gemaal De Smeenge en de brug over het kanaal bij Vollenhove. Het talud van de dijk kan die­ nen als ligweide. De aanleg een vlonder in het water zou het mogelijk maken om hier te zwemmen, een boot aan te leggen of te vis­ sen. Recreanten zouden gebruik kunnen van een nog aan te leggen parkeerplaats aan de andere zijde van de dijk, die daardoor een dubbelfunctie krijgt. Behalve het benutten van bestaande landschappelijke kwaliteiten, draagt deze ontwikkeling bij aan uitbreiding van het recreatieve netwerk en spreiding van bezoe­ kers, waardoor de druk op kwetsbare deel van het Waterloopbos niet verder toeneemt.

Inlaatpunt Waterloopbos Het inlaatpunt markeert het begin van het Waterloopbos. Het ligt aan de dijk van het Vollenhoverkanaal ten noorden van Jachtwerf de Voorst. Om de waterbouwkundige modellen van water te voorzien kon men gecontroleerd water inlaten bij dit punt. Het water stroomt vanuit het hoger gelegen Vollenhoverkanaal (zomerwaterpeil tussen -0, Ĩ0 en -0,30 NAP) naar het lager gelegen watersysteem van het Waterloopbos ( 0,90 NAP en lager). Door dit hoogteverschil kon het water stromen. Het stromende water draagt in het huidige bos nog steeds bij aan de unieke waterkwaliteit.

. ~ í

r

1r

j

Het inlaatpunt staat op de rand van de Noordoostpolder op de overgang van het níeuwe land naar het oude land. Bezoekers hebben op dit punt een panorama over het Vollenhoverkanaal richting de voormalige kustlijn van de Zuiderzee. In de huidige situatie ligt het inlaatpunt enigszins vergeten naast het Waterloopbos. Het markante punt draagt níet bij aan de beleving en het verhaal van het Waterloopbos. Hierdoor blijft een belangrijk onderdeel van het Waterloopbos onbesproken. We zien een kans om dit punt te betrekken bij het bos.

. ;

jw ļ j ií ’ /Á

129

INRICHTINGSOPGAVEN

INRICHTINGSOPGAVEN

128

Het water stroomt via het inlaatwerk naar de ontvangstkom. Vanuit dit punt kan het water richting de stroomgoot of richting het opper­ vlakte waternetwerk van het Waterloopbos worden geleid. Het water stroomt vanuit het bos naar de Zwolse Vaart om vervolgens uitgeslagen te worden op het Ijsselmeer, of in mindere mate op het Vollenhoverkanaal.

i 'WSlLìi^

^

«Sįį .Tįfc*

2

130

INRICHTINGSOPGAVEN

Níeuwe entree ter hoogte van inlaatwerken tg

Parkeerplaats Middenberm met kasseien

f I Wandelpad Fietspad op de dijk Steiger Kunstwerk Inlaatgebouw | Oppervlakte water i^.' Watersysteem Waterloopbos Hl Nieuw groen řpffij Voorsterweg

Ugi

^■n w' I WjM

INRICHTINGSOPGAVEN

INRICHTINGSOPGAVEN

Impressie van de recreatieve route op de kanaaldijk in zuidelijke richting

■Vìíi

De locatie van de Oosterscheldehal is als his­ torisch element onlosmakelijk verbonden met de geschiedenis van de Nederlandse water­ bouw. Vanaf 1963 werden er diverse loodsen gebouwd ten behoeve van de Deltawerken: om de mogelijkheden te onderzoeken tot afslui­ ting van de Oosterschelde (M822), onderzoek naar dichtheidsstromen in de toegang naar Europoort (M813), de doorlaatcaissons van het Brouwenshavensegat (M886) en op het hoogtepunt in 1968, het getijden- en detailmodel (M1000 en M1001) van de Oosterschelde in de Zeelandhal (later: Oosterscheldehal). Bij elkaar vond dit plaats op een kavel van circa 12 hectare, met daarop twee loodsen en een hal. De hal telde afmetingen van maar liefst 244 bij 183 meter. De overdekte modellen stonden in het bos, zoals te zien op de figuren op de volgende bladzijden. Aan de Oostzijde van het terrein was de Deltagoot met paden door het bos verbonden. Deze zijn nog steeds terug te vinden in het bos op de dag van vandaag.

INRICHTINGSOPGAVEN

136

Terrein voormalig Oosterscheldehal Bos Open ruimte (functie nog te bepalen)

zonneweide zou worden aangelegd. De heer­ sende opvatting is dat een zonneweide als bestemming niet past in het bos- en natuurge­ bied. Dat komt door de hekwerken, beveili­ gingscamera's, bebording en installaties die op het terrein nodig zijn. Liever zou men zien dat het terrein een natuurbestemming krijgt, met mogelijk nog een educatieve invulling die

Het is belangrijk om in de procedure duide­ lijke randvoorwaarden mee te geven voor de landschappelijke inpassing. Voorkomen moet worden dat hekwerken het beeld gaan bepa­ len. Een omranding met een waterpartij, met natuurlijke oevers, zou passen bij het karak­ ter van het Waterloopbos. Alternatieven zijn grondwallen en/of beplanting. Verder is het

verwijst naar de Oosterscheldekering.

van groot belang dat de opstellingen van een eventuele zonneweide voldoende licht en vocht op de bodem toelaten. Dit om langdurige schade aan het bodemleven te voorkomen. Het zou dan ook mogelijk zijn om bloemrijk gras­ land tussen onder de panelen te laten groeien. Dit is een natuurinclusieve oplossing die bij­ draagt aan de ecologie van de omgeving en positief is voor het bodemleven.

De eigenaar is voornemens een zonnewei­ de te realiseren op het terrein. De afgelo­ pen periode is met de initiatiefnemer gezocht naar een alternatieve invulling, passend bij het gebied. Dit heeft uiteindelijk niet tot een passend alternatief geleid waarna initiatief­ nemer heeft besloten de vergunningsprocedure voor de aanleg van een zonneweide voort te zetten. In deze Gebiedsvisie adviseren we deze zonneweide zorgvuldig, hoogwaardig landschappelijk in te passen en bovenal tij­ delijk te vergunnen zodat na de exploitatieduur een meer passende functie kan worden gerealiseerd.

De Oosterscheldekering werd één van de meest spraakmakende waterbouwkundige werken dat in Nederland werd ontwikkeld en onderzocht. De Oosterscheldewerken zijn niet alleen fotogeniek, het is het eerste voor­ beeld van natuurinclusieve waterbouw. De afsluitbare kering hield de getijdewerking in stand. Dat was goed voor de vissers en de natuur. De geschiedenis van deze bijzondere plek is helaas volledig uitgewist. De hallen zijn gesloopt, de bossen zijn gekapt en de model­ len zijn weg. Het terrein is vervolgens verkocht en is nu in gebruik als grasland. Het terrein is nu in private handen. In het gebiedsgericht beleidskader voor zon­ neweiden 'Zon in de Polder', gemeente Noordoostpolder (2019), is op dit terrein een zonneweide mogelijk. In het gebiedsproces hebben omwonenden en Natuurmonumenten aangegeven het te betreuren als hier een

Het aansluitende terrein tot aan de Voorsterweg is eigendom van en in gebruik bij Agrico. Voor dit terrein is het voortzetten van een natuurlijke invulling en/of agrarisch gebruik passend.

137

INRICHTINGSOPGAVEN

TERREIN OOSTERSCHELDEHAL

Oosterscheldekering

Plattegrond van de Oosterscheldehal

Luchtfoto Oosterscheldehal in 2005

Luchtfoto terrein Oosterscheldehal in 2016

Luchtfoto van de Oosterscheldehal

Historische foto van de Oosterscheldehal

INRICHTINGSOPGAVEN

139

Oosterscheldekering (bron: Beeldbank Rijkswaterstaat, Jaap Boelens)

INRICHTINGSOPGAVEN

138

INRICHTINGSOPGAVEN

140

Terrein voormalig Oosterscheldehal, Bezoekerscentrum en Deltagoot

Bestaand bos Open ruimte (functie nog te bepalen) ĩļ

Nieuw bezoekerscentrum

001! Deltagoot ļ^ļļ Trekpontje

DYNTES TECH PARK EN LAB32 NAAR MARKNESSE

Het gebouw van Dyntes Techpark was van 1988 tot 1996 het hoofdkantoor van het Waterloopkundig Laboratorium. In die peri­ ode werkten circa 100 medewerkers in het gebouw zelf, naast de 200 medewerkers betrokken bij de veldproeven. Als iconisch oud-hoofdkantoor van het Waterloopbos is het passend om het gebouw van Dyntes Techpark een monumentaal aanzien te geven in het gebied. De monolithische architectuur bestaat uit strakke, horizontale lijnen uitgevoerd in ruw beton. Onafgewerkte betonplaten wisse­ len elkaar half om half af zonder ornamenten. De U-vorm wordt omringd door water en de blauwgeverfde staalaccenten in de gevel refe­ reren aan haar functie als Waterloopkundig Laboratorium. Het Dyntes Techpark is geen onderdeel geworden van het Rijksmonument en is in particuliere handen.

WATERLOOPBOS

142

INRICHTINGSOPGAVEN

NAAR VOLLENHCVl

Het plan is het gebouw te bestemmen als hotel, dat een brede doelgroep gaat bedie­ nen, zowel zakelijk (bijvoorbeeld gasten van

LAB32 is gebouwd in 1962 als onderdeel van het Waterloopkundig Laboratorium. Het kantoorpand is typerend voor de wederopbouwarchitectuur uit deze periode. Het functi­ onalistische gebouw is een rechthoekige doos van glas, staal en beton uitgevoerd in een rati­ onele, zakelijke architectuur, zoals kenmerkend voor de vele kantoorgebouwen die in deze tijd de grond uit rezen (Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, 2015). Een groot deel van de panden die in deze tijd gebouwd zijn, zijn staan inmid­ dels leeg. Zo ook LAB32, dat nu dienstdoet als

NAAR KADOELERBOS 8, KRAGGENBURG

Ĵ

Omgeving Dyntes Tech Park

Locatie Dyntes Tech Park ■HU MITC

Dyntes Tech Park LAB32

Agrico

Wandel- en fietsverbinding

Wandelgebied Waterloopbos

Repelweg

culturele broedplaats. De eigenaar heeft aan­ gegeven deze functie te willen stoppen. Het is wenselijk dat LAB 32 en Dyntes Tech Park als één samenhangend ensemble ontwikkeld worden en op een vergelijkbare manier land­ schappelijk worden ingebed. Ter plaatse kan het geheel sterker omzoomd worden met bos (als boskamer). In verband met de nieuwe horecafunctie, kan de bestemming 'hoogwaardige onderzoeksen ontwikkeldoeleinden' komen te vervallen. Voor de aangrenzende particuliere kavel geldt ook dat de bestemming 'hoogwaardige onderzoeks- en ontwikkeldoeleinden' kan komen te vervallen. Hieraan wordt immers lange tijd geen invulling meer gegeven. Mogelijk kunnen in dit kader enkele woningen worden ontwik­ keld als compensatie. Ook hier is landschap­ pelijke inbedding belangrijk.

143

INRICHTINGSOPGAVEN

| NAAR VOORSTERBOS/MARKNESSE

het MITC) als recreatief (toeristen die bijvoor­ beeld het Waterloopbos of andere interessante plekken in de regio bezoeken). Het is waardevol dat het Dyntes Tech Park behouden blijft als levende herinnering aan het voormalig kantoor van het Waterloopkundig Laboratorium, met z'n karakteristieke architectuur en fraai ligging in het water, maar met een nieuwe vitale func­ tie als hotel. In die zin versterkt het de ruimte­ lijke samenhang in het gebied. We zien het hotel in de toekomst een als belangrijke scha­ kel tussen het Waterloopbos en het MITC.

Luchtfoto van het Dyntes Tech Park met op de achtergrond LAB32

INRICHTINGSOPGAVEN

144

Dyntes Tech Park, LAB32 en Agrico

Nieuw groen

Bestaand groen Gebakken klinkers Voorsterweg Parkeerplaats Agrico

Het terrein rondom het NLR en DuitsNederlandse Windtunnels (DNW), gelegen tussen de Voorsterweg en de Vollenhoverweg, ontwikkelt zich tot een nieuwe locatie voor het RDW-testcentrum, politieacademie, Digicity en campus en daarmee tot de vorming van een MITC. MITC Marknesse biedt de unieke moge­ lijkheid om in een gecontroleerde omgeving de steeds slimmer wordende mobiliteit te tes­ ten, certificeren en verantwoord en veilig te introduceren. De realisatie maakt onderdeel uit van de Regio Deal Noordelijk Flevoland die op 12 december 2019 is ondertekend door het Rijk en regionale partners. MITC Marknesse is een kans voor Noordelijk Flevoland om een nieuw innovatief cluster te ontwikkelen, dat als vliegwiel dient om de economie in de regio te versterken. Een specifieke aanpak gericht op samenwerking en krachtenbundeling tussen relevante samenwerkingspartners van de regio en het Rijk leidt tot innovatie, nieuwe bedrij­ vigheid, (hoogwaardige) werkgelegenheid en oplossingen voor maatschappelijke uitdagin­ gen zoals mobiliteit.

INRICHTINGSOPGAVEN

146

Landschappelijke inpassing

Door de ontwikkelingen zoals hierboven beschreven komt het totale gebied nog ster­ ker op de kaart te staan. Dit vraagt om een zorgvuldige en stevige landschappelijke inpas­ sing met bosstroken, aanpassing van het

Indicatieve opzet van het MITC

RDW

Kans: bebossing restpercelen

NLR

Nieuwe bosstroken

Digicity

Bestaand bos

Campus

Entree

Politie

Nieuw hotel

Zonneveld

Bestaand bos

watersysteem, maatregelen in verband met geluid, fysieke en visuele afscherming en ook om compensatie in verband met het NNN. Bijgaande beelden tonen de daarvoor geko­ zen oplossingsrichting. Het landschapsplan sluit aan bij de inrichtingsprincipes van de Noordoostpolder. Het ritme van de 300 meter brede en 800 meter lange percelen blijft dui­ delijk herkenbaar in het gebied. De greppels zijn daarin belangrijke lijnen. Het MITC wordt volledig geïntegreerd in de bosrijkomgeving. De hoogwaardige functies komen te liggen in

boskamers, die de maatvoering van 800 meter diepe kavels reflecteren. De compensatieopgave voor bos is opgenomen in het landschaps­ plan voor het MITC. Met de Voorstertocht (met een natuurvriendelijke oever), de tocht langs de Vollenhoverweg en de Voorstertocht is de natte component ook vertegenwoordigd. De opzet van het MITC creëert nog een viertal restkavels. In de getoonde uitwerking zijn deze ingevuld met bos. Door deze kavels te bebos­ sen wordt het MITC zowel robuuster ingebed in het bos als in het polderstramien. Ook geeft dit sterker vorm aan de ruimtelijke overgang van het oude naar het nieuwe land. We zien een kans om het bebossen van de restperce­ len te combineren met de bossenstrategie van de provincie. De provincie stelt zichzelf het doel om voor 2030 1200 hectare bos te heb­ ben aangeplant. Bebossing van deze perce­ len sluit goed aan bij de kans ''Aanleggen bij grootschalige ruimtelijke ontwikkelingen zoals bedrijventerreinen'' (provincie Flevoland, 2021). Over de bebossing van de restkavels is nog geen besluit genomen. In het kader van de (provinciale) bossenstrategie zou er in de toekomst bos geplant kunnen worden. In de ontwikkeling van het MITC is dat niet voorzien. Inrichting MITC

Het MITC is volop in ontwikkeling. De toe­ komstige inrichting van het terrein is nog niet uitgekristalliseerd. Gezien het feit dat het MITC wordt ingebed in de bosrijke en natuur­ lijke omgeving zien we grote kansen voor een natuurinclusieve inrichting die zowel bijdraagt aan de kwaliteit en beleving van het terrein zelf als aan de inbedding in de natuurlijk omgeving. De terreinen tussen circuits en de inrichting van de campus bieden mogelijkhe­ den om bijvoorbeeld bloemrijke/kruidenrijke graslanden te ontwikkelen, goed voor insec­ ten, een watersysteem met wadi's voor waterberging en infiltratie en natuurlijke oevers. Net als in het Waterloopbos kan het gebied

beschikken over helder en stromend water. Dat laatste is in dit deel van Nederland bijzonder. Daar ligt nog een grote uitdaging. Aansluiting omgeving

Het MITC krijgt een nieuwe ontsluiting aan de Repelweg ter hoogte van de Voorstertocht. De toegangsweg loopt parallel aan de Voorstertocht in een rechte lijn het gebied in. De ontsluitingsweg krijgt een comfortabel en veilig profiel. Dit wegprofiel zorgt voor een fraaie uitstraling van de campus en voor orientatie in het gebied. Doel is een veilige en representatieve entree aan de Repelweg en goed bereikbare bushaltes. De entree aan de Voorsterweg kan een functie behouden voor specifieke doeleinden en voor fietsers en wan­ delaars. Werknemers op het terrein maken bijvoorbeeld in de lunchpauze graag een wan­ deling in het Waterloopbos en gebruiken het terras bij het bezoekerscentrum. 147

INRICHTINGSOPGAVEN

MITC

Intentieovereenkomst tussen de betrokken partijen MITC en de provincie

Landschappelijke inpassing MITC RDW-terrein

X

Duiker / stuwput

Nieuwe ondoordringbare bosstrook

Regelbare stuw

Bos ter hoogte van gasleiding

Weg

Laan

149

INRICHTINGSOPGAVEN

INRICHTINGSOPGAVEN

148

— Fiets-/ wandelpad

Oppervlakte water

Onderhoudspad

Talud

Hoogspanningsleiding

Bushalte Tweede kamerleden bekijken de maquette van het MITC

nr1chtingsopgaven

1

REFERENTIES EN BIJLAGEN

REFERENTIES EN BIJLAGEN

152

Referenties en biilaaen 153

REFERENTIES

Bosscher, Frans (2019). Het Waterloopbos. Uitgeverij Blauwdruk. ISBN 9789492 474360.

H+N+S landschapsarchitecten (2003). Toekomstvisie Gemeente Noordoostpolder. Ruimte voor kwaliteit.

Bugel Hajema (2020). Richtlijnen voor de land­ schappelijke inpassing MITC Marknesse.

Gemeente Noordoostpolder (2019). Zon in de Polder; gebiedsgericht beleidskader voor zonneweiden.

Feddes Olthof (2012). Landschapsvisie Noordoostpolder. Landschap van rust en regelmaat.

Steenhuis Meurs (2015). Waterloopkundig Laboratorium. Cultuurhistorische duiding, ruim­ telijke analyse en essentiële principes.

Gemeente Noordootpolder & Gemeente Urk (2017). Visie Werklocaties Noordelijke Flevoland.

Vista landschapsarchitectuur en stedenbouw (2020). Landschappelijke inpassing MITC Marknesse. Provincie Flevoland.

Gemeente Noordoostpolder (2002). Bestemmingsplan Waterloopbos. Gemeente Noordoostpolder (2004). Bestemmingsplan Landelijk gebied Noordoostpolder. 155 Kuiper Compagnons (2013). Structuurvisie Noordoostpolder 2025. Natuurmonumenten (2012) Toekomst voor het Voorsterbos. Natuurmonumenten (2014). Natuurvisie Voorsterbos 2014 - 2031. Techniek van het verleden - natuur van het heden. Natuurmonumenten (2016). Ontwikkelagenda Waardevol Waterloopbos 2016-2026. Op avontuur tussen water, techniek en natuur. Geurts, A.J. (1997) De 'Groene' IJsselmeerpolders. De inrichting van het land­ schap in Wieirngermeer, Noordoostpolder en Oostelijk en Zuidelijk Flevoland. Uitgeverij de Twaalfde Provincie. CPN/ISBN 90-72380-56-8.

REFERENTIES

REFERENTIES

154

S | sterk in huidige situatie

W | zwak in huidige situatie

T | bedreigingen voor toekomstige

| kansen voor toekomstige ontwikkelingen

Deelnemers gebiedsatelier

Grondeigenaren en bedrijven

^ ^

Datum

Woensdagmiddag 20 januari 2021

•

156

^

BIJLAGEN

•

^ ^ ^ ^ ^

^

^

^

Ontzettend mooi gebied. Natuur met zeer hoge ecologische kwali­ teiten, mede te danken aan diversiteit. Bij de aanleg van het Voorsterbos was nog onduidelijk welke boomsoorten het op deze locatie goed zouden doen. Er zijn veel verschillende soorten bomen uitge­ probeerd die het allemaal goed hebben gedaan. De aanvoer van grote hoeveelhe­ den duinzand door het Waterloopkundige Laboratorium hebben geleid tot extra diversiteit aan flora. De geschiedenis van het Waterloopkundig Laboratorium is van mondiale beteke­ nis. Nergens ter wereld zijn waterloop­ kundige modellen bewaard gebleven in zo'n bijzondere setting. Is belangrijk voor Nederland als vooraanstaand in Waterbouw in de wereld. Het bijzondere type hoogwaardige bedrij­ vigheid (luchtvaart/mobiliteit). Het gebied ontwikkelt zich tot een sterk economisch en innovatief cluster. Er is sprake van diversificatie. Straks accent op lucht én weg. Een aantrekkelijke mix en diversiteit van functies. Het gebied heeft eigen identiteit en heeft zeer onderscheidend karakter. Ruimte voor technologische ontwikkeling Volwassen natuur en cultuur in een jong landschap. Werknemers van het bedrijventerrein maken in de lunchpauze graag een wan­ deling in het Waterloopbos. Drone-onderzoek ook nauw verbonden met innovatie in de agrarische sector (precisielandbouw). De functies in het gebied zijn van oudsher vervlochten met de natuur/het bos.

Dit ver­ schaft het gebied een sterke identiteit en creëert een samenhang. Het totale bosgebied van 1000ha groot.

^

^

^ ^

^

^ ^ ^

^

Wegennet, met name de Voorsterweg, is niet berekend op huidige bezoekersaantal­ len. Te smal. Gebied loopt snel vol. Parkeervoorzieningen zijn onvoldoende en niet goed gespreid over het gebied. Bereikbaarheid met openbaar vervoer is zeer slecht. Samenhang tussen Waterloopbos en andere delen van het bos zijn nog onvol­ doende. De Zwolse Vaart en Leemvaart vormen voor wandelaars barrières. Verdrogingsproblematiek in het gebied. Het zweefvliegtuigterrein verandert in de zomer in een dorre vlakte. Verdroging ook probleem voor de natuur­ waarden in het bos. Een toekomstbeeld voor het gebied als samenhangend geheel ontbreekt. De informatievoorziening in het gebied kan beter. Het is niet zo zichtbaar dat er veel interessante functies in het gebied aanwezig zijn. De technologisch onderzoeken op het gebied van lucht en ruimtevaart, drones en mobiliteit zijn interessant, maar voor het publiek onzichtbaar. Bezoekers van het gebied krijgen hier weinig van mee.

^

^

^

•

^

^ ^

^

•

^

De hoogwaardigheid van de ontwikke­ lingen moet hoe dan ook voorop moet staan. Dit zowel technologisch/weten­ schappelijk als ruimtelijk/landschappelijk/ architectonisch.Voorkomen dat er ontwik­ kelingen komen die net zo goed op een regulier bedrijventerreinen kunnen plaats vinden. Ontwikkeling toerisme van 70.000 naar 150.000 bezoekers. De zorg voor de massaliteit als gevolg van grote aantallen bezoekers (150.000) van de bewoners kan worden gehonoreerd door spreiding over een groter gebied mogelijk en aan­ trekkelijk te maken. Educatieve kenniscampus. Informatiecentrum over de gebiedsactiviteiten voor publiek (vergelijk Space Expo in Noordwijk). Nieuw bezoekerscentrum Waterloopbos waarin natuur en waterbouwkundige geschiedenis centraal staan. De eigenaar van het Dyntes Techpark ont­ wikkeld samen met een landelijke hotelke­ ten plannen om het gebouw om te vormen in een Hotel. Doel is om zowel toeristen aan te trekken als zakelijke klanten van de bedrijven in de directe omgeving. Natuur inpassen in historisch kader. Stakeholders moeten samenwerken aan gemeenschappelijke belangen, zoals een goede ontsluiting voor alle functies en OV-bereikbaarheid. De verschillende delen van het (bos) gebied beter met elkaar verbinden. Er komt al een pontje over de Zwolse Vaart. Het gebied bekijken in regionaal perspec­ tief. Relatie met Marknesse en Vollenhove versterken.

Op de hoogwaardige bedrijfsterreinen lig­ gen mogelijkheden voor natuurinclusieve oplossingen.

ontwikkelingen

De ontwikkelingen in het gebied kunnen in potentie veel bijdragen aan het vestigingsklimaat in de Noordoostpolder. Duidelijker maken wat het gebied alle­

^ ^ ^

maal te bieden heeft. Werken aan een goede samenwerking tussen de verschillende gebruikers Aan het Vollenhoverkanaal ligt een infiltratiegebied en een kunstwerk van waaruit water in het gebied wordt ingelaten. Als er behoefte is er vragen zijn bij de aange­ landen kan hiermee wellicht meer worden gedaan. Het deel tussen dijk en het Vollenhoverkanaal biedt mogelijkhe­ den voor versterking van de natuurwaarden en het recreatief gebruik. Aan de Vollenhovense kant van het kanaal zijn inmiddels enkele initiatieven om het kanaal beter te benutten, de polderzijde kan daar mogelijk op mee liften. Het is belangrijk om de arbeidsmigranten­ huisvesting in dit gebied zodanig te integreren dat het geen afbreuk doet aan de openbaarheid en de beleving van deze

•

zone. Meerdere bezoekerslocaties/parkeerplaatsen stimuleert de spreiding van bezoekers over het gebied. Met behulp van kavelruil kan het natuurlijk­ en recreatieve netwerk versterkt worden.

^

^

^

^

^ ^

•

Versnippering van belangen. Versnippering van het gebied. Ongewenste ontwikkelingen die de identi­ teit van het gebied aantasten. Verdroging is een bedreiging voor de natuurwaarden en vitaliteit van het bosge­ bied. Hiervoor zijn verschillende oplossin­ gen genoemd. De infrastructuur en parkeervoorzieningen zijn niet berekend op gewenste bezoekers­ aantallen/ Toerisme. Natuur kan achteruitgaan als ontwikke­ ling niet in goede banen worden geleid. Dan gaat het gebied aan eigen succes ten onder. Potentiële nieuwe aanvliegroutes Lelystad airport kunnen mogelijk beperking voor het zweefvliegen opleveren. Het is nog niet duidelijk of het zweefvlie­ gen en testlocaties elkaar kunnen hinderen (bijvoorbeeld wat betreft geluid of vlieg­ hoogtes drone's). Potentiële toename geluidsoverlast van testlocaties. De geplande zonneweide in het Waterloopbos verstoort de samenhang in het gebied, maar past wel in het beleid van de gemeente (Zon in de Polder). De onzekerheid rondom het complex Dyntes. Het gebouw was onderdeel van het complex van het Waterloopkundig Laboratorium. De markante architectuur, verbonden met de cultuurhistorische waar­ den van het Waterloopbos, mag niet ver­ loren gaan. De bestemming hoogwaardige bedrijven terrein laat bebouwing toe tot 15 meter hoog.

Ontwikkeling van dergelijke bouw­ werken kan leiden tot een grote onderbre­ king van de bosstructuur aan de zuidzijde van de Voortserweg. Het gebied vraagt om een nieuwe zonering.

157

BIJLAGEN

BIJLAGE RESULTATEN SWOT ANALYSE

Deelnemers gebiedsatelier

S | sterk in huidige situatie ^

Bewoners Datum

^

Woensdagavond 20 januari 2021 ^ ^ ^ ^ •

^

•

^

^

^

^

•

Sommigen vinden het gebied te druk, vooral in het weekenden. Soms gaat dit ten koste van de natuur. Bereikbaarheid van Vollenhove voor wan­ delaars en fietsers. Nu niet aantrekkelijk

| kansen voor toekomstige

ontwikkelingen

^

^

^

genoeg. Er is gesignaleerd dat arbeidsmigran­ ten veel troep achterlaten in het bos. Bierblikjes etc. Niet iedereen is het hier mee eens. De Voorsterweg is grotendeels een smalle met klinkers bestrate weg. Deze weg is niet berekend op het toegenomen verkeer. Sommige bewoners hebben hier last van. Er zijn meerdere gebouwen rondom Dyntes waarvan de functie onduidelijk is. Deze gebouwen doen afbreuk aan de kwaliteit van het gebied. Niet iedereen is het hier mee eens. De verbindingen voor wandelaars en fietsers tussen het Waterloopbos en Vollenhove zijn niet aantrekkelijk.

T | bedreigingen voor toekomstige

ontwikkelingen

^

^

•

BIJLAGEN

158

Bewoners waarderen het bos enorm, maken er veel gebruik van en beschou­ wen het beetje als 'hun eigen' bos. Het is mede aan de omwonenden te danken dat in 1992 besloten werd het Waterloopbos te behouden. Mooi netwerk van wandel- en fietspaden. De schoonheid en de natuurwaarden van het gebied zijn hoog. Het gebied krijgt veel publiciteit. Schaalmodellen van het Waterloopkundig Laboratorium zijn mooi en bijzonder. De bijzondere geschiedenis van het Waterloopbos is uniek: hoe de hoogtever­ schillen zijn gebruikt in het gebied voor het watersysteem. Het Waterloopkundig Laboratorium kon zich vestigen op voorwaarde dat zij met respect met de natuurwaarden zouden omgaan. Daarom is het Waterloopbos zo mooi gebleven/geworden.

W | zwak in huidige situatie

^

Versterken hoogwaardige werkgelegenheid. Borduur voort op een sterke zonering tus­ sen 1) het gebied ten zuidwesten van de Voorsterweg: versterken en bundelen van de natuur; 2) het gebied ten noordoosten van de Voorsterweg: versterken en bunde­ len van de technologische bedrijvigheid. Meer toezicht houden in het bos om beschadiging van de natuur en rommel te voorkomen. Versterk de samenhang tussen de ver­ schillende bosdelen: Waterloopbos, Voorsterbos, Wendelbos en Kadoelerbos. Zorg voor een fietsverbinding met Kraggenburg door verbinding over de Zwolse Vaart. Maak een deel van de Voorsterweg alleen autotoegankelijk voor bewoners en grondeigenaren: plaats paaltjes zoals bij de Wisentweg in Dronten. Snelheid naar 60km verlagen zou ook een optie zijn. Routeplanners sturen auto's over de Vollenhoverweg. Verbeteren van de uitstraling van de gebouwen: het is niet bij iedereen duide­ lijk wat er achter de voordeur gebeurt.

^ ^ ^

^

^ ^

^

Het bosgebied is gefragmenteerd. De bezoekers kunnen niet makkelijk van het ene naar het andere deel daarom te veel concentratie van bezoekers in het Waterloopbos. De bestemming van het Dyntes complex is nog onzeker. Sommige omwonenden vrezen een arbeidsmigranten hotel. Sommige bewoners vinden de mogelijke ontwikkeling van een zonneweide in het Waterloopbos jammer. Zij zouden hier lie­ ver natuur zien. Een toename van 70.000 naar 150.000 bezoekers voelt als "Olifant door een kattenluikje duwen". Waken voor een verkapt industriegebied zonder samenhang. Bewoners maken zich zorgen over behoud de natuurwaarden, als er meer bezoe­ kers naar de natuurgebieden worden aan getrokken. Als de ruimtelijke ontwikkelingen zich autonoom doorzetten, zonder dat we dat sturen en in goede banen leiden, kunnen we daar veel spijt van krijgen.

159

BIJLAGEN

Bijlage 2 Resultaten SWOT analyse

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2000/documents/33288