5.1.3 Bestemmingsplan Ens Oost fase 2.pdf
Tekst van het document
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van speelvoorzieningen mag niet meer dan 4 m bedragen; b. in overige gevallen mag de bouwhoogte niet meer dan 2,5 m bedragen. 3.3
Omgevingsvergunning voor het dempen of aanleggen van sloten
3.3.1
Vergunningsplicht
Het is verboden om zonder een omgevingsvergunning sloten te dempen of aan te leggen. 3.3.2
Uitzonderingen
Het bepaalde in lid 3.3.1 is niet van toepassing indien nader onderzoek heeft plaatsgevonden naarde rugstreeppad conform het in Bijlage 3 opgenomen Quickscan natuurwaardenonderzoek van d.d. 28-07-2022 en eventueel verplichte vervolgstappen zijn genomen, waaronder wordt verstaan het treffen van mitigerende maatregelen en het verkrijgen van een ontheffing.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
9
Bestemmingsplan "Ens, Oost fase 2" Vastgesteld
Artikel 4 4.1
Groen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. kunstwerken; c. nutsvoorzieningen; d. geluidwerende voorzieningen; e. evenementen; met daarbij behorende: f. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, landhoofden daar onder begrepen; g. andere-werken; h. parkeerplaatsen; i. speelvoorzieningen; j. water, waterhuishoudkundige voorzieningen en wadi's; k. voet- en fietspaden; l. in- en uitritten ten behoeve van aangrenzende percelen. 4.2 Bouwregels Binnen deze bestemming mogen bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels. 4.2.1
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van speeltoestellen en speelvoorzieningen mag niet meer dan 4 m bedragen; b. de bouwhoogte van kunstwerken, licht- en vlaggenmasten mag niet meer dan 12 m bedragen; c. in overige gevallen mag de bouwhoogte niet meer dan 2,5 m bedragen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
10
Bestemmingsplan "Ens, Oost fase 2" Vastgesteld
Artikel 5 5.1
Maatschappelijk
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. maatschappelijke voorzieningen; b. een sportschool; c. kunstwerken; d. evenementen; met daarbij behorende: e. gebouwen, een bedrijfswoning daar onder niet begrepen; f. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; g. andere-werken; h. terreinen; i. watergangen en waterhuishoudkundige voorzieningen; j. groenvoorzieningen; k. nutsvoorzieningen; l. parkeervoorzieningen. 5.2
Bouwregels
Binnen deze bestemming mogen bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen. 5.2.1
Gebouwen
Voor een gebouw gelden de volgende regels: a. een gebouw dient binnen een bouwvlak te worden gebouwd; b. een gebouw waarbij gelet op de omvang of functie daarvan ruimte nodig is voor het parkeren of stallen van motorvoertuigen mag alleen worden gebouwd indien uit de aanvraag om bouwvergunning blijkt dat voldoende parkeer- of stallingsruimte wordt gerealiseerd; c. ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' mag de bouwhoogte niet meer bedragen dan de aangegeven hoogte; d. het brutovloeroppervlak van een sportschool bedraagt niet meer dan 300 m2; e. de gezamenlijke oppervlakte aan gebouwen mag maximaal 2.000 m2 bedragen. 5.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. indien het voor de voorgevel of een naar de weg gekeerde zijgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan wordt opgericht mag de bouwhoogte niet meer dan 1 m bedragen; b. de bouwhoogte van kunstwerken, licht- en vlaggenmasten mag niet meer dan 8 m bedragen; c. in overige gevallen mag de bouwhoogte niet meer dan 2,5 m bedragen. 5.3 Specifieke gebruiksregels Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruik van een sportschool met een brutovloeroppervlak van meer dan 300 m2.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
11
Bestemmingsplan "Ens, Oost fase 2" Vastgesteld
Artikel 6 6.1
Tuin
Bestemmingsomschrijving
De voor'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen, behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen; met daarbijbehorende: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; b. andere-werken; c. water en waterhuishoudkundige voorzieningen. 6.2
Bouwregels
Binnen deze bestemming mogen bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels. 6.2.1
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. indien het voor de voorgevel of een naar de weg gekeerde zijgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan wordt opgericht mag de bouwhoogte niet meer dan 1 m bedragen; b. de bouwhoogte van licht- en vlaggenmasten mag niet meer dan 12 m bedragen; c. in overige gevallen mag de bouwhoogte niet meer dan 2,5 m bedragen. 6.3
Afwijken van de bouwregels
6.3.1
Afwijken van de bouwregels
Middels een omgevingsvergunning kan afgeweken worden van het bepaalde in artikel 6.2 en in combinatie met het bepaalde in 6.4.1 toestaan dat ten dienste van de aangrenzende woonbestemming een bijbehorend bouwwerk wordt gebouwd over maximaal de halve gevelbreedte, een diepte van niet meer dan 1,5 m en een bouwhoogte van niet meer dan 3,5 m. 6.3.2
Afwegingskader
Een in 6.3.1 genoemde ontheffing kan worden verleend indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het straat- en bebouwingsbeeld. 6.4
Afwijken van de gebruiksregels
6.4.1
Afwijken van de gebruiksregels
Middels een omgevingsvergunning kan afgeweken worden van het bepaalde in artikel 6.1 en in combinatie met het bepaalde in 6.3.1 toestaan dat gebouwen ten dienste van de aangrenzende woonbestemming worden gebruikt. 6.4.2
Afwegingskader
Een in 6.4.1 genoemde afwijking kan slechts worden verleend indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. de milieusituatie; b. de verkeersveiligheid; c. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
12
Bestemmingsplan "Ens, Oost fase 2" Vastgesteld
Artikel 7 7.1
Verkeer
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen en straten; b. voet- en rijwielpaden; c. kunstwerken; d. nutsvoorzieningen; e. evenementen; met daarbijbehorende: f. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bruggen, viaducten en landhoofden daar onder begrepen; g. andere-werken; h. watergangen en waterhuishoudkundige voorzieningen; i. groenvoorzieningen; j. parkeervoorzieningen. 7.2 Bouwregels Binnen deze bestemming mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen. 7.2.1
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van licht- en vlaggenmasten en kunstwerken mag niet meer dan 12 m bedragen; b. de bouwhoogte van bruggen en viaducten mag niet meer bedragen dan 7 m; c. in overige gevallen mag de bouwhoogte niet meer dan 2,5 m bedragen. 7.3
Omgevingsvergunning voor het dempen of aanleggen van sloten
7.3.1
Vergunningsplicht
Het is verboden om zonder een omgevingsvergunning sloten te dempen of aan te leggen. 7.3.2
Uitzonderingen
Het bepaalde in lid 7.3.1 is niet van toepassing indien nader onderzoek heeft plaatsgevonden naarde rugstreeppad conform het in Bijlage 3 opgenomen Quickscan natuurwaardenonderzoek van d.d. 28-07-2022 en eventueel verplichte vervolgstappen zijn genomen, waaronder wordt verstaan het treffen van mitigerende maatregelen en het verkrijgen van een ontheffing.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
13
Bestemmingsplan "Ens, Oost fase 2" Vastgesteld
Artikel 8 8.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen in woningen, waarbij ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - tiny houses' de gronden tevens zijn bestemd voor het wonen in tiny houses; met daarbijbehorende: b. gebouwen en bijbehorende bouwwerken; c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; d. andere-werken; e. tuinen, erven en paden; f. waterhuishoudkundige voorzieningen; g. parkeervoorzieningen. 8.2 Bouwregels Binnen deze bestemming mogen bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels; 8.2.1
Hoofdgebo uwen
Voor hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. als hoofdgebouwen mogen uitsluitend woonhuizen worden gebouwd; b. een hoofdgebouw dient binnen een bouwvlak te worden gebouwd, met dien verstande dat de horizontale diepte van het bouwvlak tot 15 m mag worden vergroot indien de horizontale diepte van het achtererfgebied 30 m of meer bedraagt; c. het aantal woningen per bouwvlak bedraagt niet meer dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' aangegeven aantal woningen; d. woonhuizen worden vrijstaand, twee aaneen of in een rij van niet minder dan 3 gebouwd, met dien verstande dat; 1. ter plaatse van de aanduiding 'aaneengebouwd' woonhuizen uitsluitend in een rij aaneen gebouwd mogen worden tot een aantal van niet minder dan 3; 2. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - tiny houses' tevens tiny houses gebouwd mogen worden; e. ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' mag de goot- en bouwhoogte niet meer bedragen dan de aangegeven goot- en bouwhoogte; f. de dakhelling mag niet minder dan 25c en niet meer dan 60o bedragen, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - tiny houses' tevens een plat dak is toegestaan. g. de afstand van de vrijstaande zijgevel tot de zijdelingse perceelgrens mag niet minder bedragen dan 2 m, tenzij in de perceelgrens wordt gebouwd; h.
ter plaatse van de aanduiding 'gevellijn' wordt de voorgevel van de woningen in of maximaal 2 m achter de aangeduide 'gevellijn' gebouwd; i. de oppervlakte van een tiny house mag maximaal 50 m2 bedragen; j. de breedte van het hoofdgebouw mag bij aaneengebouwd (in rij) niet minder bedragen dan 4,5 m. 8.2.2
Bijbehorende bouwwerken
Voor een bijbehorend bouwwerk gelden de volgende regels: a. bijbehorende bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan bij woonhuizen, met dien verstande dat bijbehorende bouwwerken niet zijn toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - tiny houses'; b. de afstand tot de voorgevel van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan mag niet minder dan 1 m bedragen; c. de afstand tot de zijdelingse perceelgrens mag niet minder bedragen dan 1 m, tenzij in de perceelgrens wordt gebouwd;
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
14
Bestemmingsplan "Ens, Oost fase 2" Vastgesteld
d. de gezamenlijke oppervlakte van al dan niet met vergunning gebouwde bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 50o7o van het bij het hoofdgebouw behorend achtererfgebied - de oppervlakte van het bouwvlak hier niet onder begrepen - met een maximum van 100 m2, met dien verstande dat de oppervlakte van binnen het bouwvlak gebouwde bijbehorende bouwwerken niet meetelt bij de bepaling van deze gezamenlijke oppervlakte; e. de toegestane maximum gezamenlijke oppervlakte als genoemd onder d mag - in geval van een achtererfgebied met een oppervlakte van meer dan 500 m2 - worden verhoogd met 10 m2 per 100 m2 achtererfgebied dat de oppervlakte van 500 m2 te boven gaat en tot een totaal maximum van 200 m2; f. de goothoogte mag niet meer dan 3,5 m bedragen, met dien verstande dat die mag worden verhoogd tot ten hoogste 0,25 m boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw; g. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw, verminderd met 20o7o; h. de bouwhoogte van een bijbehorend bouwwerk bij een hoofdgebouw met platte afdekking mag niet meer bedragen dan de bouwhoogte van de eerste bouwlaag van dat hoofdgebouw. 8.2.3
Bouwwerken, geen gebouw zijnde
Voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. indien het voor de voorgevel of een naar de weg gekeerde zijgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan wordt opgericht mag de bouwhoogte niet meer dan 1 m bedragen; b. de bouwhoogte van licht- en vlaggenmasten mag niet meer dan 12 m bedragen; c. in overige gevallen mag de bouwhoogte niet meer dan 2,5 m bedragen. 8.3
Specifieke gebruiksregels
8.3.1
Strijdig gebruik
Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruik van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk als zelfstandige woonruimte. 8.3.2
Geoorloofd gebruik
Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval niet gerekend: a. een aan huis verbonden beroep- of bedrijfsactiviteit, mits: 1. ten hoogste 30“/o van de oppervlakte van een woonhuis of de woning binnen een woongebouw en ten hoogste 60“/o van de toegelaten oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken mag worden gebruikt ten behoeve van het aan huis verbonden beroep, met dien verstande dat de gezamenlijke oppervlakte per woning niet meer dan 75 m2 bedraagt; 2. de uitstraling van de woning intact blijft; 3. het gebruik geen nadelige gevolgen heeft voor het woon- en leefmilieu; 4. het gebruik geen nadelige gevolgen heeft op de normale afwikkeling van het verkeer en geen nadelige toename van de parkeerbehoefte veroorzaakt; 5. geen detailhandel wordt uitgeoefend; 6. de activiteit uitsluitend door de bewoner wordt uitgeoefend; 7. in geval van een bedrijfsactiviteit, het een activiteit betreft die genoemd is in Bijlage 1 Lijst van aan huis verbonden bedrijfsactiviteiten
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
15
Bestemmingsplan "Ens, Oost fase 2" Vastgesteld
Artikel 9 9.1
Waarde - Archeologische verwachtingswaarde WA8
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde WA8' aangewezen gronden zijn, behalve voorde andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van de aldaar in of op de grond aanwezige archeologische verwachtingswaarden. 9.2
Bouwregels
9.2.1
Omgevingsvergunning voor het bouwen
Voor bouwwerken, waarvoor bodemingrepen nodig zijn met een oppervlakte groter dan 10.000 m2 en dieper dan 1 meter, moet alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk wordt verleend, door de aanvrager een rapport worden overgelegd waarin, naar het oordeel van burgemeester en wethouders: a. de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld; en b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd. 9.2.2
Voorwaarden omgevingsvergunning voor het bouwen
Indien uit het in 9.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen worden verstoord, kunnen burgemeester en wethouders één of meer van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. 9.2.3
Advies
Indien burgemeester en wethouders voornemens zijn om aan de vergunning voorwaarden te verbinden als bedoeld in 9.2.2, wordt een archeologisch deskundige om advies gevraagd. 9.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 9.3.1
Verbod
Voorde volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op de gronden van toepassing zijnde bestemmingen een omgevingsvergunning vereist, met dien verstande dat het werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden betreft met een oppervlakte groter dan 10.000 m2 en dieper dan 1 meter: a. het ontgronden, afgraven, egaliseren, mengen, diepploegen en ontginnen van gronden; b. het graven van watergangen; c. het graven van sleuven breder dan 50 cm ten behoeve van het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatieleidingen, drainage en funderingen en daarmee verband houdende constructies, installaties en/of apparatuur; d. het permanent verlagen van het waterpeil. 9.3.2
Uitzondering
Het bepaalde in 9.3.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die: a. het normale onderhoud en het normale agrarische gebruik betreffen; b. reeds in uitvoering zijn ten tijde van het van kracht worden van het plan; c. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; d. aanvaardbaar zijn op basis van een eerder onderzoek waaruit is gebleken dat ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
16
Bestemmingsplan "Ens, Oost fase 2" Vastgesteld 9.3.3
Afwegingskader
De in 9.3.1 genoemde omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien: a. op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe bevoegde instantie is aangetoond dat geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, of; b. op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe bevoegde instantie is aangetoond dat de archeologische waarden door de werken en/of werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad, of; c. één of meer van de volgende voorwaarden in acht genomen wordt: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, of; 2. een verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek door middel van opgravingen, of; 3. een verplichting de werken en/of werkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg. 9.3.4
Advies
Indien burgemeester en wethouders voornemens zijn om aan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden voorwaarden te verbinden wordt een professioneel archeoloog om advies gevraagd. 9.3.5
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen door de bestemming ' Waarde Archeologische verwachtingswaarde WA8' geheel of gedeeltelijk te verwijderen indien op basis van archeologisch onderzoek door een archeologisch deskundige is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
17
Bestemmingsplan "Ens, Oost fase 2" Vastgesteld
Hoofdstuk 3 Artikel 10
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
18
Bestemmingsplan "Ens, Oost fase 2" Vastgesteld
Artikel 11 11.1
Algemene gebruiksregels
Gebruik
a.
Het is verboden de gronden of opstallen te gebruiken ofte laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met de aan de grond gegeven bestemming. b. Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt niet verstaan het gebruiken van een bijbehorend bouwwerk bij een woning ten dienste van bewoning door een persoon die vanwege zijn gezondheidstoestand is aangewezen op de niet bedrijfsmatige zorg van een bewoner van de woning. 11.2 Strijdig gebruik
Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan het gebruiken of het laten gebruiken van: a. gebouwen ten behoeve van een seksinrichting; b. vrijstaande bijbehorende bouwwerken als zelfstandige woonruimte; c. omzetting of verkamering van zelfstandige woonruimte in kleinschaliger wonen dan wel onzelfstandige woonruimte; d. gronden als staanplaats voor onderkomens; e. gronden als opslag-, stort- of bergplaats van al dan niet afgedankte voorwerpen, stoffen, materialen en producten, voor zover niet noodzakelijk in verband met het normale beheer en onderhoud van de gronden. f. gronden en bouwwerken ten behoeve van de huisvesting van tijdelijke werknemers, c.q. arbeidsmigranten.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
19
Bestemmingsplan "Ens, Oost fase 2" Vastgesteld
Artikel 12 12.1
Algemene aanduidingsregels
Wetgevingszone - wijzigingsgebied
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de gronden ter plaatse van de aanduiding 'Wetgevingszone - wijzigingsgebied' geheel of gedeeltelijk te wijzigen in de bestemmingen 'Verkeer', mits wordt voldaan aan de volgende regels: a. de wijziging niet leidt tot een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende bestemmingen; b. Voor het overige dient te worden aangesloten bij hetgeen gesteld in artikel 7.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
20
Bestemmingsplan "Ens, Oost fase 2" Vastgesteld
Artikel 13
Algemene afwijkingsregels
Bij een omgevingsvergunning kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, worden afgeweken van: a. de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen, percentages tot niet meer dan 10o7o van die maten, afmetingen en percentages, met dien verstande dat dit niet geldt voor bijbehorende bouwwerken; b. de bestemmingsregels en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast; c. de bestemmingsregels voor het bouwen met een geringe mate van afwijking van de plaats en richting van de bestemmingsgrenzen, indien dit noodzakelijk is in verband met afwijkingen of onnauwkeurigheden ten opzichte van de feítelijke situatie of in die gevallen waar een rationele verkaveling van de gronden een geringe afwijking vergt; d. de bestemmingsregels ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte daarvan wordt vergroot tot niet meer dan 10 m; e. de bestemmingsregels ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte van kunstwerken en zend-, ontvang- en/of sirenemasten, wordt vergroot tot niet meer dan 40 m; f.
het bepaalde ten aanzien van de maximale (bouwjhoogte van gebouwen en toestaan dat de (bouw)hoogte ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers en lichtkappen, wordt vergroot mits: 1. de oppervlakte van de vergroting niet meer dan 10 m2 bedraagt; 2. de totale hoogte niet meer dan 125 “/o van de toegestane (bouwjhoogte van het betreffende gebouw bedraagt.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
21
Bestemmingsplan "Ens, Oost fase 2" Vastgesteld
Artikel 14 14.1
Overige regels
Werking wettelijke regelingen
De wettelijke regelingen waarnaar in de regels van dit plan wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van dit plan. 14.2
Voldoende parkeergelegenheid
a.
De in het plangebied aanwezige gronden mogen slechts worden bebouwd en/of in gebruik worden genomen en/of het gebruik van deze gronden mag enkel worden gewijzigd onder de voorwaarde dat voldoende parkeergelegenheid bij, op of onder het gebouw dan wel bij, op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw hoort worden gerealiseerd; b. gerealiseerde voorzieningen als bedoeld in sub a, dienen na realisering in stand te worden gehouden voor het gebruik waar de betreffende voorzieningen voor nodig zijn. 14.3 Voldoende laad-en losruimte
Indien het beoogde gebruik van een bouwwerk aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, wordt een omgevingsvergunning voor het bouwen uitsluitend verleend indien aan of in dat bouwwerk dan wel op het onbebouwde terrein bij het bouwwerk wordt voorzien in die ruimte. Deze bepaling geldt niet: a. voor bestaand gebruik, waarbij de herbouw van een bouwwerk zonder functiewijziging wordt beschouwd als bestaand gebruik; b. voor zover op andere wijze in de nodige laad- of losruimte wordt voorzien. 14.4 Beleidsregels Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voorde in 14.2 sub a genoemde gronden, past het bevoegd gezag de beleidsregels van de in Bijlage 2 opgenomen Nota parkeernormen toe, met inbegrip van eventuele wijzigingen van deze beleidsregels zoals deze gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag van een omgevingsvergunning. 14.5
Afwijken van de beleidsregels
14.5.1 Afwijken parkeergelegenheid
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 14.2 sub a overeenkomstig de afŵijkingsmogelijkheden die vastliggen in de beleidsregels als bedoeld in lid 14.4. 14.5.2 Afwijken laad- en losruimte
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 14.3 en worden toegestaan dat in minder dan voldoende laad- en losgelegenheid wordt voorzien indien het voldoen aan die bepaling door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit. 14.6
Nadere eis
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de situering van parkeergelegenheid en laad- en losruimte, als dit noodzakelijk is om een goede verkeersstructuur en/of bereikbaarheid vooreen pand, perceel, straat (of deel daarvan) dan wel een andere ruimtelijke functionele structuur te waarborgen. 14.7 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 14.7.1 Aanlegverbod zonder omgevingsvergunning
Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Bos', 'Groen', 'Maatschappelijk', 'Tuin', 'Verkeer' en 'Wonen' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, aan te leggen of de volgende werkzaamheden uítte voeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; b. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen; c. het verlagen of verhogen van het waterpeil;
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
22
Bestemmingsplan "Ens, Oost fase 2" Vastgesteld
d. e. f. g.
het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; het verwijderen van opgaande houtige beplanting; het verharden van onverharde gronden.
14.7.2 Uitzondering op aanlegverbod
Het bepaalde in lid 14.7.1 is niet van toepassing indien nader onderzoek heeft plaatsgevonden naar de functie van het plangebied voorde vleermuis conform het in Bijlage 3 opgenomen Quickscan natuurwaardenonderzoek van d.d. 28-07-2022 en mogelijk verplichte vervolgstappen zijn genomen, waaronder wordt verstaan het treffen van mitigerende maatregelen en het verkrijgen van een ontheffing betreffende de beschermde diersoorten.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
23
Bestemmingsplan "Ens, Oost fase 2" Vastgesteld
Hoofdstuk 4 Artikel 15 15.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 15.2 Afwijken Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van lid 15.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de ínhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 15.1 met maximaal 10o7o. 15.3
Uitzondering op het overgangsrecht bouwwerken
Lid 15.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 15.4
Overgangsrecht gebruik
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 15.5
Strijdig gebruik
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 15.4, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 15.6
Verboden gebruik
Indien het gebruik, bedoeld in lid 15.4, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 15.7
Uitzondering op het overgangsrecht gebruik
Lid 15.4 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
24
Bestemmingsplan "Ens, Oost fase 2" Vastgesteld
Artikel 16
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Ens, Oost fase 2.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
25
Bestemmingsplan "Ens, Oost fase 2" Vastgesteld
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
26
Bestemmingsplan "Ens, Oost fase 2" Vastgesteld
Bijlagen bij de regels
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
27