4.1 Programmabegroting 2026-2029.pdf
Tekst van het document
Soort heffing
2023
2024
2025
2026
Afvalstoffenheffing
€ 226
€ 296
€ 290
€ 310
Rioolheffing
€ 154
€ 164
€ 165
€ 165
OZB
€1
€1
€1
€1
Totaal
€ 381
€ 461
€ 456
€ 476
86
Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Beleid
87
In deze paragraaf wordt inzicht verstrekt in de financiële weerbaarheid van de gemeente. Kaderstelling daartoe is opgenomen in de nota weerstandsvermogen en risicomanagement van de gemeente Noordoostpolder. In de nota weerstandsvermogen en risicomanagement is bepaald welke instrumenten ingezet worden voor de financiering van de incidentele en structurele risico’s. Gemeenten moeten zelf een beleidslijn formuleren over de in hun organisatie noodzakelijk geachte weerstandscapaciteit in relatie tot de specifieke risico’s. In deze nota wordt eerst een uitleg van de belangrijkste begrippen gegeven, de weerstandscapaciteit nader toegelicht en volgt een inventarisatie van de risico's. Deze risico's kunnen jaarlijks wijzigen afhankelijk van bijvoorbeeld wijzigende wet- en regelgeving of actuele gebeurtenissen. De belangrijkste definities en toelichting daarop zijn de volgende: • het weerstandsvermogen is te definiëren als “het vermogen om niet-structurele financiële risico’s op te kunnen vangen teneinde de taken te kunnen voortzetten, zonder dat het beleid of de uitvoering daarvan in gevaar komt”. Deze risico’s zijn niet gedekt middels de begroting of waarvoor geen voorzieningen zijn getroffen of verzekeringen zijn afgesloten. Het weerstandsvermogen is voldoende als financiële tegenvallers goed opgevangen kunnen worden en het saldo weerstandscapaciteit minus risico’s positief is.
Voor het beoordelen van het weerstandsvermogen is inzicht nodig in de omvang en de achtergronden van de risico’s in relatie tot de aanwezige weerstandscapaciteit. • de weerstandscapaciteit is te definiëren als “aanwezige middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet begrote kosten, die onverwacht en substantieel zijn, te dekken zonder dat de begroting en het beleid aangepast hoeven te worden”. Onder aanwezige middelen is onder andere te verstaan: algemene reserves, bestemmingsreserves, stille reserves. Voor verdere uiteenzetting van de doelen en definities over het beleid weerstandscapaciteit en risico’s verwijzen wij naar genoemde nota. In artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording is het belang aangegeven van het voeren van een adequaat risicomanagementbeleid. Uit dit artikel volgt dat de paragraaf over het weerstandsvermogen tenminste bevat: • het beleid over de weerstandscapaciteit en de risico’s; • een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; • een inventarisatie van de risico’s; • kengetallen; • een beoordeling van de onderlinge verhoudingen tussen kengetallen in relatie tot de financiële positie.
Inventarisatie risico's
Een risico is een onzekere gebeurtenis met een kans van optreden en gevolgen voor de afgesproken doelstellingen. Dit betreft naast financiële ook niet-financiële risico’s. De risico’s die relevant zijn voor het weerstandsvermogen zijn die risico’s die niet op een andere manier zijn ondervangen, hetzij via de begroting of waarvoor geen voorzieningen zijn getroffen of verzekeringen zijn afgesloten. Er heeft een inventarisatie plaats gevonden van risico's welke aanwezig zouden kunnen zijn, daarvan zijn de top 10 risico's met de grootste financiële impact opgenomen in deze paragraaf en een top 10 van alle niet kwantificeerbare risico’s. Naast de beschrijving, oorzaak en mogelijk gevolg van de risico’s is per risico ook aangegeven welke beheersmaatregelen zijn getroffen.
Kwantificeerbare risico’s
88
De top 10 kwantificeerbare risico's zijn als volgt: 1. Grondexploitatie Omschrijving risico Het exploiteren van grond is risicovol. Het gaat vaak om langlopende exploitaties, waarbij schattingen gedaan worden. Bijvoorbeeld over marktontwikkelingen, ontwikkelsnelheid, kosten en opbrengsten. Op macro-economische ontwikkelingen, zoals de conjunctuur en rentestand hebben wij als gemeente geen invloed. Maar we kunnen deze ontwikkelingen wel signaleren en er goed op anticiperen. De gemeente Noordoostpolder heeft voor circa € 5,8 miljoen aan verliesvoorzieningen getroffen op de in exploitatie genomen bouwgronden (BIE’s). Daarmee zijn de financiële risico’s voor de grondexploitaties teruggebracht naar een acceptabel niveau onder de huidige waardering van de gronden. Verder is er binnen de Algemene Reserve Grondexploitatie (ARG) een bedrag van circa € 8,9 miljoen opgenomen als benodigde risicobuffer voor de BIE’s en de strategische gronden die onder de Materiële Vaste Activa (MVA) staan en toekomstige claims. De gemeente Noordoostpolder hanteert voor de vennootschapsbelasting een consequente gedragslijn ten aanzien van de fiscale behandeling van (nieuwe) grondexploitaties. Deze gedragslijn is in afstemming met de Belastingdienst. De gehanteerde gedragslijn is reeds verwerkt in ingediende aangiften.
Mocht de Belastingdienst een andere gedragslijn voorschrijven dan kan dit leiden tot een aangepast belastbaar bedrag en daarmee tot een ander – doorgaans hoger – af te dragen bedrag aan vennootschapsbelasting. In de grondexploitatie Marknesse Zuid fase 3 worden op dit moment geen kavels verkocht. Dit komt door een hoger beroep dat over onder andere dit perceel speelt tussen de partij welke de grond heeft verkocht aan de gemeente en een eerdere eigenaar van de grond. In de rechtszaak wordt bepaald of het hoger beroep behandeld wordt of op de slaaprol blijft. Gezien de doorlooptijd van dit juridische dossier is het onduidelijk wanneer er kavels in Marknesse fase 3 verkocht kunnen worden. De gemeente hoopt dat er spoedig een positieve uitkomst is voor de mensen die nu in onzekerheid verkeren en in deze fase wonen. Het risicoprofiel is onzeker en niet te schatten (juridisch-financieel). Oorzaak risico Het gaat veelal over langlopende exploitaties, waarbij schattingen gedaan worden. Marktontwikkelingen, economische omstandigheden en inspraak van belanghebbende kunnen invloed hebben op de reëelheid van de inschattingen. Mogelijk gevolg Bij wijzigingen van marktontwikkelingen, economische omstandigheden en gevolgen van inspraak belanghebbenden kunnen de inschattingen moeten worden bijgesteld, hetgeen (belangrijke) effecten op het resultaat kan hebben.
Beheersmaatregel [1] Wanneer er een tekort op een grondexploitatie wordt geprognosticeerd, dan wordt er direct een verliesvoorziening gevormd, ter grootte van dit volledige verlies. [2] Er wordt een kwantitatieve risicowaardering uitgevoerd bij actieve grondexploitaties. Dit aan de hand van een Monte Carlo-analyse. Idem bij strategische gronden (MVA). In deze risicoanalyse wordt onder andere rekening gehouden met inflatie, langere looptijd grondexploitaties, lagere grondopbrengsten, renterisico en project specifieke risico's. Op deze wijze kan tijdig geanticipeerd worden op mogelijke tegenvallers door bijvoorbeeld de snelheid van de kaveluitgifte aan te passen en investeringen uit te stellen (bijvoorbeeld woonrijp maken). Ook wordt er gekeken of het programma nog voldoet aan de huidige marktvraag. Indien nodig kan hierop ingespeeld worden door de plannen tussentijds aan te passen. [3] De grondexploitaties worden bij voorkeur klein gehouden qua omvang (meer overzichtelijk) en er wordt daar waar mogelijk een duidelijke fasering aangebracht. Hierdoor lopen de kosten en opbrengsten per fase zoveel mogelijk in elkaars pas. [4] De gemeente volgt een consequente gedragslijn voor de fiscale behandeling van grondexploitaties. Inmiddels is de gemeente overgestapt naar een andere adviserende partij met meer feeling en ervaring ten aanzien van de VPB.
Omvang risico in euro’s: Kans dat het risico plaatsvindt: Financieel effect in euro’s:
€ 8.598.074 Divers € 4.423.695
89
2. Tertiaire achtervang Omschrijving risico De gemeente staat garant voor leningen van de woningcorporaties. Woningcorporaties kunnen door deze garantstelling geld lenen tegen een lagere rente. De gemeente vervult een tertiaire achtervangfunctie. Dit betekent dat het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) eerst aansprakelijk wordt gesteld en de onderlinge waarborg van woningcorporaties (het zogenaamde obligo). Voor zover het WSW en het obligo niet kan bijdragen, zal de gemeente (25%) tezamen met het Rijk (50%) en overige Nederlandse gemeenten (25%) verplicht zijn om een renteloze lening te verstrekken aan het WSW. Daarom heet onze garantstelling een tertiaire (= 3e) garantstelling. Wij staan nu garant voor in totaal € 132 miljoen. Vanaf 1 augustus 2021 is het risico nog verder verlaagd door nieuwe generieke achtervangovereenkomsten, waarbij er veranderingen zijn aangebracht in de verdeling die ten gunste zijn van de gemeenten. De afgelopen jaren is er bij de gemeente geen beroep gedaan op de garantstellingen. Het risicoprofiel wordt als zeer laag geschat. Oorzaak risico Het betreft een externe risico die zich voordoet als woningcorporaties niet aan hun verplichtingen kunnen voldoen en het Waarborgfonds en de onderlinge waarborg van woningcorporaties reeds zijn aangesproken.
Mogelijk gevolg Aantrekken van leningen die vervolgens renteloos moeten worden verstrekt aan de woningbouwcorporaties en in het uiterste geval niet terugbetaald kunnen worden. Beheersmaatregel De beheersing van de geldleningen rust vooral bij de WSW. Met de corporaties zijn borgingsplafonds afgesproken. Het borgingsplafond is het bedrag dat een corporatie in een aangegeven periode maximaal mag lenen. Voor borging komen alleen activiteiten in aanmerking die behoren tot de bestedingsdoelen, zoals genoemd in de achtervang overeenkomst. Jaarlijks verstrekt de WSW een overzicht aan de gemeenten waarin de financiële ratio’s van de woningcorporaties zijn weergegeven inclusief vermelding van grenswaarden. Voor de corporaties waarin de gemeente in de achtervang staat zijn de werkelijke ratio’s allen (behoorlijk) gunstiger dan de grenswaarde. Omvang risico in euro’s: Kans dat het risico plaatsvindt: Financieel effect in euro’s:
€ 10% €
33.008.220 3.300.822
3. Jeugd Omschrijving risico Bij jeugdhulp spreken we over een openeinderegeling, omdat de inwoners altijd een beroep moeten kunnen doen op noodzakelijke zorg. De laatste twee jaren blijft het aantal unieke cliënten stabiel of neemt bij sommige zorg zelfs wat af. Dat geeft geenszins garantie dat deze trend doorzet, ook al zet de gemeente er, door middel van preventie, wel op in. We zien dat de zorgvraag vooral binnen de GGZ toeneemt. Onderzocht wordt of dit een trend is. We moeten ons bewust blijven dat het risico bestaat dat deze lasten kunnen fluctueren. Mogelijk risico is dat de tarieven met de nieuwe contracten verder stijgen en hoger worden dan waar in de begroting rekening mee is gehouden. In overleg met de “club van wijzen” en de VNG is door het Rijk een besparing op jeugdhulp doorgevoerd met ingang van 2026, dit als gevolg van de Hervormingsagenda jeugd. In hoeverre deze besparingen realistisch en haalbaar zijn is op dit moment lastig te duiden. De besparingen die gerealiseerd moeten worden door middel van de maatregelen zullen strak gemonitord worden door het Rijk. Het is nog niet duidelijk op welke wijze gemeenten structureel gecompenseerd worden, als de maatregelen niet de juiste uitwerking blijken te hebben. Oorzaak risico Jeugdhulp is een openeinderegeling.
Meer duidelijkheid moet er nog komen over tariefstijgingen en welke gevolgen de aangepaste producten bij gezinshuizen, behandeld wonen en 3-milieu's zal hebben op de financiën. Effectuering besparingen vanuit de Hervormingsagenda Jeugd is onzeker.
90
Mogelijk gevolg Financiële tekorten m.n. als de effectuering van de beoogde besparingen onvoldoende zijn. Beheersmaatregel Er zijn diverse beheersmaatregelen om dit risico te mitigeren, zoals: [1] [2] [3] [4]
Innovaties worden gemonitord om vast te stellen of ze werken. Bij de complexere casuïstiek vindt er vanuit meerdere expertises een nadere analyse plaats. Er wordt regie gevoerd op de noodzakelijkheid van de voorziening. Bij herindicatie wordt er bekeken op welke wijze er afgeschaald kan worden. Echter blijft het een openeinderegeling, waarbij de instroom niet kan worden tegengehouden indien de zorg noodzakelijk wordt geacht.
Omvang risico in euro’s: Kans dat het risico plaatsvindt: Financieel effect in euro’s:
€ 4.700.000 Divers € 3.290.000
4. Participatie en minimabeleid Omschrijving risico Bij het minimabeleid komen de eventuele tekorten voor het grootste deel voor rekening van de gemeenten. Rijksbeleid met uitgavenplafonds bepaalt hoeveel middelen de gemeente van het Rijk ontvangt om de kosten te dekken. De economie bepaalt uiteindelijk welke vragen de gemeente moet beantwoorden. Hierdoor bestaat het risico dat de uitgaven hoger worden dan waar gemeenten door het Rijk voor worden gecompenseerd. Als de economische onzekerheid toeneemt, zal de vraag naar meer en vaker ondersteuning toenemen en zal het ook direct zijn weerslag vinden op de bijstandsuitkeringen. Voor het bekostigen van de uitkeringen, ontvangen gemeenten binnen de participatiewet een gebundelde uitkering bekend onder de naam BUIG. Doordat hier sprake is van een landelijk budget met objectieve verdelingen kan het zijn dat het landelijk budget niet hoog genoeg is om de kosten te dekken, of dat de middelen niet toereikend zijn voor de specifieke situatie van onze gemeente. De vangnetregeling die hiervoor bedoeld is, waarin een deel van de tekorten wordt afgetopt, wordt in het volgende jaar pas uitgekeerd. Sinds 2022 wordt de loonkostensubsidie (LKS) over de gemeenten niet meer verdeeld via het objectief verdeelmodel, maar op basis van de laatst bekende realisaties.
Bij de vaststelling van het voorlopige LKS budget wordt uitgegaan van de realisaties twee jaar (T-2) voorafgaand van het budgetjaar. Bij het definitieve budget zal van de realisatie van het voorgaande jaar (T-1) worden uitgegaan. Bij een toenemende trend van LKS liggen de uitgaven boven de inkomsten. Hierbij is het risico aanwezig dat, wanneer de groei sterker is dan onze eigen verwachting, er een tijdelijk tekort ontstaat. Bij het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (Bbz) bestaan er financiële risico’s voor de gemeente. Bedrijfskredieten worden door de gemeente voorgefinancierd, hetgeen in het jaar erop weer wordt vergoed door het Rijk. In de jaren erna moet de gemeente 75% van de verstrekkingen weer terugbetalen, waarbij het risico aanwezig is dat de aflossingen door de ondernemers hierop achterblijft. Voor overige inkomensregelingen geldt, dat er mogelijk sprake is van minder gebruik dan er in potentie rechthebbenden zijn. De begroting is gebaseerd op het werkelijke gebruik. Doordat mensen verder in de knel komen en/of omdat er op onderdelen acties worden gedaan om onze regelingen beter bekend te maken, kan er sprake zijn van toenemend gebruik. Ditzelfde geldt voor mogelijke verbeteringen, ten behoeve van de positie van onze inwoners, die voortvloeien uit lopende onderzoeken naar ons minimabeleid of onderdelen daarvan.
Oorzaak risico Sprake van openeinderegelingen waarbij risico aanwezig is dat kosten niet geheel worden gedekt door de overheid. Mogelijk gevolg Met name door economische omstandigheden kan het beroep dat op de verschillende regelingen wordt gedaan tot hogere uitgaven leiden dan door de overheid wordt bekostigd.
91
Beheersmaatregel Er zijn diverse beheersmaatregelen om dit risico te mitigeren, zoals: [1] [2] [3]
Door zoveel mogelijk te zorgen voor uitstroom, zal de BUIG minder belast worden. Sturen op dat werken loont, hierdoor wordt er minder gebruik gemaakt van de bijstand en het minimabeleid. Er vindt scholing plaats via de Werkcorporatie (WeCo), hierdoor worden mensen in een betere positie naar werk gebracht.
Omvang risico in euro’s: Kans dat het risico plaatsvindt: Financieel effect in euro’s:
€ 2.140.000 Divers € 982.000
5. Garantiestelling HVC Omschrijving risico De gemeente Noordoostpolder is aandeelhouder van HVC en staat garant voor deze onderneming. Daarvoor ontvangen wij jaarlijks een vergoeding van HVC. In 2025 is dat € 87.824. Oorzaak risico De gemeente Noordoostpolder staat garant voor een percentage van de financiering van HVC, gebaseerd op het aantal aandelen dat de gemeente heeft ten opzichte van het totaal aan uitgegeven aandelen. Mogelijk gevolg Inroepen van garantiestelling door banken. Beheersmaatregel In de algemene vergadering van aandeelhouders zijn solvabiliteitseisen vastgesteld en HVC werkt toe naar een solvabiliteit van 25%, wat verwacht wordt medio 2027 bereikt te zijn. Omvang risico in euro’s: Kans dat het risico plaatsvindt: Financieel effect in euro’s:
€ 10% €
8.782.313 878.231
6. WMO Omschrijving risico De burgers moeten een beroep kunnen doen op WMO als dat noodzakelijk is, ook als het budget niet toereikend is. We spreken bij de WMO-regeling van een openeinderegeling. Er wordt zoveel mogelijk rekening gehouden welke impact bijvoorbeeld de vergrijzing zal hebben op het rijksbeleid van onder andere “langer thuis wonen”. De afgelopen jaren is het aantal burgers dat gebruik maakt van huishoudelijke ondersteuning toegenomen. Met de toekomstige invoering van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage wordt de hoogte van de eigen bijdrage bij alle maatwerkvoorzieningen afhankelijk van het inkomen. Hoe de nieuwe, inkomensafhankelijke eigen bijdrage precies uit komt te zien wordt in de komende periode verder uitgewerkt. Daarnaast is het ook niet duidelijk vanaf wanneer de wetswijziging in gaat. Welke gevolgen dit zal gaan krijgen op het aantal indicaties voor huishoudelijke ondersteuning is nog niet in te schatten. Ook de al eerdergenoemde indexatie van de tarieven kan anders uitpakken dan voorspeld. Dat deze onderwerpen onzekerheden met zich meebrengen is bij eenieder bekend, maar we zullen daar ook dit jaar weer rekening mee moeten houden. De ontwikkelingen die worden ingezet op het gebied van beschermd wonen brengen weer nieuwe onzekerheden met zich mee.
Beschermd wonen is voor mensen van 18 jaar of ouder die door psychische of psychosociale problemen 24 uur per dag ondersteuning nodig hebben. In 2022 is er een start gemaakt met de voorbereidingen van de doordecentralisatie van beschermd wonen van de centrumgemeenten naar alle gemeenten. De invoering van het woonplaatsbeginsel en het nieuwe verdeelmodel voor beschermd wonen zijn wederom uitgesteld. Het kabinet heeft op het moment van schrijven nog geen duidelijkheid gegeven hoe met het zogenaamde woonplaatsbeginsel bij beschermd wonen wordt omgegaan. Een nieuwe streefdatum is
92
nog niet bekend. Daarvoor moet de wet eerst door beide kamers worden behandeld. Hierdoor nemen de financiële risico’s toe, ook omdat binnen Flevoland sprake is van een afname van het totale budget van 22%. De overschotten die er tot dusver zijn en mogelijk verdwijnen worden namelijk gebruikt voor de bekostiging van andere regionale Wmo-voorzieningen. De huidige aanname laten vooralsnog voor de gemeente geen negatief effect zien. Maar de werkelijke cijfers in de toekomst kunnen leiden tot keuzes, alternatieve oplossingen of dat wel dekking moet worden gezocht. Oorzaak risico WMO is een openeinderegeling. Vergoeding door het Rijk voor de effecten van de dubbele vergrijzing zijn ongewis. Effectuering van inkomensafhankelijke eigen bijdragen en ontwikkelingen t.a.v. beschermd wonen brengen onzekerheden met zich mee. Mogelijk gevolg Financiële tekorten. Beheersmaatregel De WMO is een openeinderegeling, waarbij de instroom niet kan worden gereguleerd. Indien de voorziening noodzakelijk is, dan wordt deze gegeven. Er wordt wel getoetst op de noodzakelijkheid van de voorziening en er wordt afgeschaald waar mogelijk door regie hierop te voeren. Omvang risico in euro’s: Kans dat het risico plaatsvindt: Financieel effect in euro’s:
€ 50% €
1.400.000 700.000
7. Veiligheidsregio Flevoland Omschrijving risico Onder verantwoordelijkheid van het landelijk Veiligheidsberaad wordt gewerkt aan het implementatieplan voor het afschaffen van verplichte consignatie en kazernering van vrijwilligers, landelijk bekend onder de projectnaam verplichtend karakter. Als gevolg van Europese regelgeving is deze organisatiewijze niet langer houdbaar. Als één van de voorwaarden voor implementatie is gesteld dat rijksfinanciering beschikbaar moet worden gesteld. Besluitvorming hierover is al diverse keren uitgesteld en is ook in de eerste helft van dit jaar niet tot stand gekomen. Door het Veiligheidsberaad is aangedrongen op voortgang op dit dossier. Dit is meegenomen in de formatieonderhandelingen. Door het vallen van het Kabinet Schoof I is echter onduidelijk wanneer hier een beslissing over zal worden genomen. Het risico is dus hoog dat de gemeente de aankomende jaren de bijdrage aan de Veiligheidsregio moet verhogen, voor het dekken van de kosten die het verplichtend karakter met zich meebrengt. Voor de begroting 2026 wordt een incidentele bijdrage meegenomen. Voor 2027 en verder zal nog moeten worden gekeken.
Oorzaak risico Uitblijven financiële middelen vanuit het ministerie van Justitie en Veiligheid Mogelijk gevolg Een totaalbijdrage voor alle gemeenten in de gemeenschappelijke regeling van respectievelijk 3.5 miljoen in 2025, 4.1 miljoen voor 2026 en 5 miljoen voor 2027. De gemeente Noordoostpolder betaalt volgens de huidige verdeelsleutel 13% van de totaalsom. Beheersmaatregel Vanuit de Veiligheidsregio wordt gelobbyd bij het Rijk. Omvang risico in euro’s: Kans dat het risico plaatsvindt: Financieel effect in euro’s:
€ 90% €
650.000 585.000
8. Informatieveiligheid en privacy risico’s Omschrijving risico
93
We zien een sterke toename van het aantal en de impact van cyber-en gedigitaliseerde criminaliteit, ook bij gemeenten. Belangrijk is om op te merken dat 100% veilig en toekomstbestendig niet bestaat; kwetsbaarheden, dreigingen en daarmee ook het informatiebeveiligingsproces, veranderen continu. Wij zijn als gemeente constant in beweging en spelen in op nieuwe ontwikkelingen en treffen passende maatregelen op basis van risicomanagement. Welke dit zijn staat beschreven in de paragraaf Bedrijfsvoering, onder het kopje Informatieveiligheid en privacy. Hiermee doen we zo veel als mogelijk om te voorkomen dat we als gemeente gehackt worden of dat onze dienstverlening langdurig verstoord wordt. Maar de impact van een cyberincident kan heel groot zijn. Ook financieel gezien kan de impact aanzienlijk zijn. De kosten als gevolg van bijvoorbeeld een kwetsbaarheid in software, een hack of ransomware kunnen oplopen van enkele duizenden euro’s tot een paar miljoen euro. Daarnaast is het mogelijk dat de gemeente bijvoorbeeld als gevolg van een datalek of cyberincident, een boete opgelegd kan krijgen door de toezichthoudende autoriteiten. Ook is het mogelijk dat we geen toegang meer hebben tot onze cloudomgeving waar we steeds meer data hebben opgeslagen. Het middel dat we hiervoor inzetten om dit risico te beperken is een offlinebackup.
Momenteel wordt de nieuwe Cybersecurity wetgeving de NIS2-richtlijn (de opvolger van de NISrichtlijn) vertaald naar de Nederlandse wetgeving. Waarschijnlijk zal deze vanaf 2026 van kracht zijn. Dit betekent onder meer dat zowel vanuit de autoriteit persoonsgegevens als vanuit de RDI (Rijksinspectie Digitale Infrastructuur) toezicht wordt gehouden en mogelijk boetes kunnen worden opgelegd. Oorzaak risico Het uitvallen van een of meerdere ICT-systemen of door een volledige storing/hack/ransomware. Mogelijk gevolg De continuïteit van de gemeentelijke dienstverlening kan onder druk komen te staan en (persoons)gegevens van inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners kunnen onderschept of verwijderd worden. Beheersmaatregel Als gemeente zijn we wettelijk verplicht om aan standaarden met betrekking tot informatieveiligheid te voldoen, zoals de (u)AVG, NIS-2 en de Nederlandse Cybersecuritywet die medio 2026 van kracht wordt. Hiervoor zijn er beheersmaatregelen voor de overheid (BIO 2.0), maar het risico is niet uit te sluiten. Omvang risico in euro’s: Kans dat het risico plaatsvindt: Financieel effect in euro’s:
€ 10% €
5.000.000 500.000
9. Ketenpartners Omschrijving risico Als gemeente zijn wij onderdeel van een keten (gemeenschappelijke partijen zoals de provincie, samenwerkingspartners en leveranciers). Als gemeente zijn wij afhankelijk van leverende en uitvoerende partijen. Wanneer deze partijen onvoldoende kwaliteit leveren of onvoldoende financieel gezond zijn, heeft dit mogelijk effect op de taken waarvoor de gemeente Noordoostpolder verantwoordelijk is. Oorzaak risico Afhankelijkheid van de keten. Mogelijk gevolg Wanneer de keten niet werkt en de verantwoordelijkheid blijft, moeten eventuele leveranties of diensten bij een andere organisatie worden ingekocht. Dit kan door marktwerking leiden tot hogere kosten. Wanneer ketenpartners onvoldoende kwaliteit leveren met betrekking tot de diensten of producten die onder verantwoordelijkheid van de gemeente worden geleverd, kan er imagoschade ontstaan. De gemeente is immers aanspreekpunt. Beheersmaatregel
94
Diverse controles op datgene wat geleverd wordt, bijvoorbeeld door cliënten te verifiëren. Overleggen met leveranciers, zitting in bestuur (gemeenschappelijke regelingen), etc. Voor de verbonden partijen is een nota opgesteld waarin omvang en beheer van de verbonden partijen is weergegeven. Omvang risico in euro’s: Kans dat het risico plaatsvindt: Financieel effect in euro’s:
€ 30% €
1.362.058 408.617
10. ICT: Schade door uitval van één, meerdere of alle NOP-ICT systemen Omschrijving risico Voor het overgrote deel van de gemeentelijke processen worden diverse processpecifieke en ondersteunende applicaties en infrastructuren gebruikt. Gedeeltelijke of gehele uitval van stroom voor deze voorzieningen is een risico voor de bedrijfscontinuïteit. In het bedrijfscontinuiteitsplan wordt bij uitval het crisisbeheersteam ingezet om mitigerende maatregelen te nemen. Uitval van het netwerk van de gemeente (geautomatiseerde informatievoorziening) en uitval van de stroomvoorziening worden hierin specifiek vermeld. Om risico's te beperken zijn en worden voortdurend maatregelen genomen om te risico's te beperken. Te noemen zijn noodaggregaat GH en GW en UPS; datacentra zijn dubbel uitgevoerd (redundant) en data veiligstellende voorzieningen. Daarnaast zorgt de ontwikkeling van leverancier voor een verplaatsing van lokale voorzieningen naar online (Cloud) omgevingen. NB: uitval specifiek door cyber-en gedigitaliseerde criminaliteit (informatieveiligheid) is apart geduid. Oorzaak risico Door (tijdelijke) stroomuitval van applicaties en infrastructuur, waaronder schade door interferentie van internetfeed. Mogelijk gevolg Discontinuïteit van een of meerdere processen / dienstverlening.
Beheersmaatregel Er wordt reeds en aanvullend gewerkt aan vermindering van de risico's van stroomuitval (backupvoorzieningen, redundantie inbouw etc.). Door de steeds verdergaande Cloudtransitie ('verSaaSing') worden risico's voor uitval van systemen (door hacks, stroomuitval of anderszins) middels contractuele afspraken (SLA) overdragen aan de cloud-leveranciers. Met in SLA's gegarandeerde uptime van 99,9% is 0,1% uitval per jaar, 1,5 dag het equivalent. Omvang risico in euro’s: Kans dat het risico plaatsvindt: Financieel effect in euro’s:
€ 70% €
450.000 315.000
Niet kwantificeerbare risico’s De top 10 geïnventariseerde niet kwantificeerbare risico's worden verantwoord in deze paragraaf. •
Ontwikkelingen arbeidsmarkt
Omschrijving risico De krapte op de arbeidsmarkt is onveranderd. Het risico hierin is dat we als gemeente niet altijd voldoende kwantitatief en kwalitatief personeel kunnen werven en ook behouden voor onze organisatie. Hierdoor is de kans aanwezig dat beleid niet uitgevoerd kan worden en de gestelde doelen niet worden behaald.
95
Het werven van personeel vraagt veel tijd en aandacht. De verwachting is dat deze trend zich onverminderd doorzet. Vacatures op alle vakgebieden zijn moeilijk vervulbaar. Er was en is een te kort aan medewerkers in iedere branche. Hierdoor huren wij als gemeente Noordoostpolder (in vergelijking met andere gemeenten) gemiddeld meer personeel in. Dit brengt naast extra kosten ook andere risico's met zich mee: zoals de continuïteit van bedrijfsprocessen en het wegvallen van kennis als de inhuur de organisatie weer verlaat. In de paragraaf bedrijfsvoering onderdeel Human Resources wordt aangegeven hoe wij als organisatie hierop zo goed mogelijk inspelen. Daarnaast kijken we kritisch naar de taken die we als gemeente uitvoeren. Moet het nu, kan het later of betekent het dat we externen inhuren totdat een vacature is ingevuld of bijvoorbeeld omdat een vraagstuk om specialistische kennis vraagt. Dit leidt tot extra personele kosten. We blijven daarom kritisch op inzet van externen en kosten die dit met zich meebrengt. Oorzaak risico De krapte op de arbeidsmarkt is onveranderd. Mogelijk gevolg [1] Schade door aantasting van de arbeidscapaciteit en kwaliteit van arbeid door het niet kunnen werven en behouden van personeel. [2] Extra financiële middelen nodig voor werven van medewerkers en inhuur van externen. [3] Werkdruk neemt toe, wat kan leiden tot extra uitval (ziekte).
[4] Nieuw beleid kan niet worden uitgevoerd, vanwege geen beschikbare capaciteit. [5] Kennisverlies, door personeel wat uit dienst treedt. Beheersmaatregel Zie hiervoor de paragraaf bedrijfsvoering, onderdeel HR van de begroting. •
Klimaat
Omschrijving risico Ons klimaat verandert. Dit heeft direct effect op onze samenleving, leefomgeving, infrastructuur, bouwnormen etc. De klimaatverandering vraagt om aanpassingen die niet altijd zijn ingecalculeerd. Dit kan betekenen dat bij nieuwe ontwikkelingen hogere kosten moeten worden gemaakt, of dat er kosten ontstaan door schade die ontstaat door klimaatverandering. Oorzaak risico Impact van klimaatverandering op onze samenleving, leefomgeving, infrastructuur, bouwnormen etc. Mogelijk gevolg Als we onvoldoende of te laat rekening houden met klimaatverandering, kan dit leiden tot schade en hogere maatschappelijke kosten. Bovendien verwacht de samenleving dat de overheid hierin verantwoordelijkheid neemt. Gebeurt dit niet, dan kan dat leiden tot imagoschade. De toenemende extremen in het weer vragen om aanpassing van gemeentelijke protocollen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan langdurige periodes van droogte en hitte, extreme neerslag in korte tijd en zware stormen die extra veiligheidsmaatregelen vereisen Door tijdig te anticiperen en ons beleid hierop aan te passen, beperken we risico’s en blijven we als overheid betrouwbaar en weerbaar. Beheersmaatregel Wereldwijd (Akkoord van Parijs) en nationaal (Klimaatwet) worden maatregelen genomen om klimaatverandering tegen te gaan. Ook wij dragen hieraan bij.
Via het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie werken we aan een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting van ons beheergebied richting 2050. Binnen het programma Klimaat & Energie monitoren we de effecten van klimaatverandering op de samenleving. We voeren beleid uit om negatieve gevolgen te beperken, evalueren de effectiviteit van dit beleid en stellen waar nodig nieuw beleid op. De concrete maatregelen die de gemeente neemt op het gebied van klimaatverandering en klimaatadaptatie zijn opgenomen in programma 1 van de programmabegroting. •
Grote projecten
96
Omschrijving risico De gemeenteraad heeft begin 2018 het Uitvoeringsprogramma Voorzien in Vastgoed (VIV) vastgesteld. Dit programma is een lange termijn agenda die aangeeft hoe we onze ambities op het gebied van ons vastgoed willen waarmaken, voor welke accommodaties we op welk moment een investering verwachten en hoe we die bekostigen. Jaarlijks stellen we een concreet Uitvoeringsjaarplan VIV op. We zitten momenteel in een fase waarin veel deelprojecten van plan- naar uitvoeringsfase gaan. Echter, de oplopende bouwkosten door schaarste materialen, stijgende loonkosten en nieuwe duurzaamheidseisen leiden tot forse onzekerheden over budgetten. Dit geldt voor (bijna) alle vastgoedprojecten. Daarnaast zal door nieuwe ontwikkelingen, veranderende omstandigheden en omgevingsfactoren, soms gekozen moeten worden voor nieuwbouw in plaats van renovatie. Bijvoorbeeld door toename of afname van leerlingenaantallen, nieuwe duurzaamheidsvoorschriften of een samenvoeging van meerdere gebouwen. Oorzaak risico We zitten momenteel in een fase waarin veel deelprojecten van plan- naar uitvoeringsfase gaan. Echter, de oplopende bouwkosten door schaarste materialen, stijgende loonkosten en nieuwe duurzaamheidseisen leiden tot forse onzekerheden over budgetten. Mogelijk gevolg Grotere onzekerheden en hogere bouwkosten leiden tot vertragingen of noodzakelijke aanpassingen in de plannen.
Per project moet de afweging gemaakt worden of de geplande renovatie logisch is vanwege de toegenomen kosten tegenover nieuwbouw die het gebouw verder kan optimaliseren en verduurzamen. De hogere bouwkosten zullen leiden tot aanvullende budgetaanvragen. De onzekerheden leveren ook problemen in de organisatie op. Er is meer inzet nodig om projecten in goed banen te leiden. Daarnaast kunnen vertragingen en noodzakelijke aanpassingen leiden tot schade aan het imago van de gemeente. Beheersmaatregel Alle projecten monitoren we en waar nodig werken we aan alternatieven. Wanneer het risico te hoog wordt kan vermijding optreden (afblazen van projecten). In 2024 heeft de gemeenteraad het normbedrag herijkt. Dit heeft geleid tot een verhoging van de gemiddelde prijs per m2, dit geldt zowel voor nieuwbouw als renovatie. Hiermee zijn de nieuwe normbedragen in het VIV-budget meer marktconform. Voor het projecten nieuwe Cultuurhuisvesting en Werelderfgoedcentrum Schokland zijn de bedragen nog op PM gezet, daar worden momenteel onderzoeken naar gedaan. Daarnaast zijn in het Perspectief de laatste ontwikkelingen in met name onderwijshuisvesting meegenomen in het VIVbudget. Hierbij ging het om het aanpassen van het aantal leerlingen VO op basis van actuele prognoses en het realiseren van permanente huisvesting voor internationale schakelklassen.
Ook zijn er in het VIV-budget nu middelen opgenomen voor het realiseren van nieuwbouw in plaats van renovatie van oude schoolgebouwen. Dit geldt voor dorpen waar de scholen gefuseerd zijn (of traject daartoe doorlopen).
•
Omgevingswet
Omschrijving risico De Omgevingswet is op 1 januari 2024 in werking getreden. Er vinden nog steeds gesprekken tussen Rijk en VNG over de Omgevingswet plaats op het gebied van financiën en het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Het blijft nodig om als programma boven op de ontwikkelingen rondom de Omgevingswet te zitten en waar nodig en mogelijk bij te sturen. Wijzigingen kunnen van invloed zijn op het integraal werkproces, de inrichting van systemen, het werken met de kerninstrumenten, doorlooptijd van het programma, personele inzet en de financiën. Oorzaak risico Ontwikkelen en inzetten Digitaal Stelsel als gevolg van invoering Omgevingswet. Mogelijk gevolg
97
[1] Het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) wordt ontwikkeld vanuit het Rijk. Hier zijn we afhankelijk van (tijdige) beschikbaarheid (functionaliteiten) en kwaliteit van het DSO. Dit is op het moment merkbaar. Per 1 januari 2024 werken we met het DSO maar dit werkt in de praktijk nog niet optimaal. Het DSO wordt de komende jaren doorontwikkeld wat gepaard zal gaan met wijzigingen. Deze wijzigingen werken door in het integraal werkproces, systemen en communicatie. [2] Uitgangspunt dat de Omgevingswet binnen 10 jaar budgetneutraal moet kunnen zijn ingevoerd, blijkt uit inventarisatie van de VNG niet haalbaar. Dit kan ten koste gaan van de doelen van de wet en doet daardoor mogelijk afbreuk aan de investeringen en inspanningen tot nu toe. Beheersmaatregel Voor de genoemde risico's geldt dat de ontwikkelingen rondom de Omgevingswet nauw worden gevolgd en waar nodig op wordt ingespeeld. In de programmabegroting opgenomen incidentele middelen voor transitie en invoering van de Omgevingswet is een post onvoorziene uitgaven opgenomen die aangewend kan worden om de gevolgen van de risico’s die zich onverhoopt voordoen incidenteel op te kunnen vangen. •
Overbelasting energienetwerk
Omschrijving risico Het elektriciteitsnet in de Noordoostpolder is de afgelopen jaren steeds voller geraakt. De energietransitie is volop in gang; voor de woningbouw is aardgasloos de norm en de populariteit van zonnepanelen en elektrische auto’s neemt toe. Ook bedrijven zijn bezig met verder elektrificatie van gebouwen en processen. Dit zorgt voor een grotere belasting op het elektriciteitsnet, dan dat momenteel beschikbaar is. Netbeheerder Liander is inmiddels een project gestart om onder andere in de Noordoostpolder het elektriciteitsnet te verzwaren. Dit project wordt naar alle waarschijnlijkheid afgerond in het jaar 2028. Echter is in 2025 gebleken dat naast de verzwaring van het elektriciteitsnet ook onderstation Emmeloord moet worden verzwaard. Liander heeft hierdoor opnieuw netcongestie af moeten roepen over een groot deel van Noordelijk Flevoland. De verwachting is dat voor dat deel, in 2031 pas weer ruimte is voor nieuwe grootverbruik aansluitingen. Daarnaast wordt door netbeheerder TenneT gewerkt aan de verzwaring van de hoogspanningsnetten, omdat deze ook de limiet van de capaciteit heeft bereikt. In gemeente Noordoostpolder geldt dit voor grote aansluitingen die nodig zijn voor het terug leveren van energie. De benodigde verzwaring van de hoogspanningsnetten zal in de periode 2024 t/m 2031 fasegewijs worden uitgevoerd.
Oorzaak risico Het elektriciteitsnet in de Noordoostpolder is de afgelopen jaren steeds voller geraakt. De energietransitie is volop in gang; voor de woningbouw is aardgasloos de norm en de populariteit van zonnepanelen en elektrische auto’s neemt toe. Dit zorgt voor een grotere belasting op het elektriciteitsnet, dan dat momenteel beschikbaar is. Mogelijk gevolg Voor nieuwe projecten die de gemeente uitvoert zijn deze beperkingen van energiecapaciteit een risico. Bijvoorbeeld voor de bouw van een zwembad, school, MFA of Zorgplein. Vooralsnog levert het aansluiten van woningbouw (klein verbruik) in de gemeente Noordoostpolder geen problemen op, maar de gewenste maatschappelijke voorzieningen in woonwijken lopen het risico niet aangesloten te kunnen worden op het elektriciteitsnet. De norm is dat deze gebouwen aardgasloos zijn. Hierbij wordt vervolgens een beroep gedaan op het elektriciteitsnetwerk. Door de beperking (netcongestie) vraagt dit een aanpassing van het energiesysteem, welke van invloed kan zijn op de planning en doorlooptijd van het project. Ook bij de uitgifte van gronden voor bedrijfskavels bestaat het risico dat bedrijven niet over het gewenste vermogen kunnen beschikken. Dit laatste risico kan invloed hebben op de uitgifte van bedrijfskavels en daardoor van invloed zijn op de (risico-) waardering van de grondexploitaties.
Landelijk is het voornemen om te komen tot een nieuwe energiewet waarbij gemeenten betrokken zullen worden bij de maatschappelijke afweging in welke volgorde de extra gevraagde energiecapaciteit zal worden toegewezen aan de aanvragers. Risico is aanwezig dat tegen die beslissingen zal worden geageerd met mogelijke claims. Om dit risico te beperken wordt gewerkt aan een landelijk afwegingskader voor netbeheerders en overheden. Overige gevolgen zijn: zonnepanelen moeten worden uitgezet en het niet voldoen aan de norm voor gasloos bouwen voor openbare gebouwen. Beheersmaatregel
98
Met betrekking tot de toegang van het energienetwerk is de gemeente faciliterend. Actief wordt daarin de afstemming gezocht en onderhouden met de netwerkbeheerders voor projecten die binnen de gemeente Noordoostpolder in uitvoering zijn. Op regionaal niveau is binnen provincie Flevoland een EnergyBoard opgericht waarin bestuurders van gemeenten, waterschap en provincie periodiek de actuele situatie bespreken met de netbeheerders TenneT en Liander. Waar nodig en mogelijk worden hier besluiten genomen die nodig zijn om de voortgang van het aanpassingen aan het energienetwerk te borgen. Onderdeel van deze regionale organisatie is onder andere de TaskForce Netcongestie waarin wordt gewerkt aan de kortetermijnoplossingen die netcongestie tegen gaan, zoals Energyhubs. Vanaf 2025 werkt gemeente Noordoostpolder met gemeente Urk en Liander in het actieplan Noordelijk Flevoland actief samen aan de voortgang van de netuitbreiding in Noordelijk Flevoland. Gemeente levert eveneens proactief haar bijdrage aan voorbereidingen van het op middellange termijn toekomst bestendig zijn van het hoogspanningsnetwerk. Dit betreft onder anderen de 380 kV verbindingen Vierverlaten-Ens en Diemen-Ens. •
Energiebeschikbaarheid
Omschrijving risico Door intercontinentale spanningen en het minimaliseren van aardgas uit Groningen, is de levering van aardgas niet meer vanzelfsprekend. Dit zorgt voor een instabiele markt, hogere gasprijzen en zorgt voor een verschuiving in energiegebruik (van gas naar elektrisch). Daarnaast wordt de energiebelasting voor aardgasverbruik ook jaarlijks stevig verhoogd. Door de toename van elektriciteitsgebruik, wordt het net overbelast wat leidt tot netcongestie. Dit levert aan meerdere kanten schaarste op, wat een prijsopdrijvend effect zal hebben. Oorzaak risico Door intercontinentale spanningen en het minimaliseren van aardgas uit Groningen, is de levering van aardgas niet meer vanzelfsprekend. Mogelijk gevolg Hogere lasten vanwege hogere prijzen door schaarste. Beheersmaatregel De gas- en elektraprijzen monitoren, waar kan gebruik maken van vaste dan wel dynamische contracten en inzet op een lager energieverbruik. •
Inflatie
Omschrijving risico Grondstoffen en arbeid worden duurder door meerdere factoren. Dit leidt ertoe dat niet alle ambities binnen initieel budget kunnen worden uitgevoerd. Dit vraagt of om een bijstelling van budgetten, of om aanpassing van de ambities. Oorzaak risico Inflatie ontwikkelt zich anders dan voorzien. De inflatie van een specifieke doelgroep, bijvoorbeeld bouw en infra, wijkt sterk af van de nominaal gehanteerde inflatiepercentage. Mogelijk gevolg Hogere kosten leiden tot hogere uitgaven. Hogere kosten kunnen leiden tot aanpassing van de ambities, dit kan leiden tot imagoschade indien de verwachtingen niet zijn bijgesteld. Wanneer er in een uitvoeringsplan de eerste stap niet kan worden genomen vanwege budgetproblemen, kan dit vertraging opleveren in de vervolgstappen. Beheersmaatregel We houden de ontwikkelingen wat betreft stijgende kosten nauwlettend in de gaten. Ook vragen we vaker offertes bij meerdere partijen om zo een marktconforme prijs te genereren. Tevens stellen we ambities tijdig bij mocht dat nodig zijn en kijken we kritisch of de ambities nog aansluiten bij de markt. Door hier tijdig op te sturen voorkomen we onverwachte (budgettaire) knelpunten waardoor de planning uit zou kunnen lopen. Daar waar nodig wordt er nader gerapporteerd via de kwartaalbegrotingswijzigingen om budgetten bij te stellen.
99
•
Evenwicht tussen middelen Rijk versus overgedragen taken van het Rijk
Omschrijving risico Afgelopen jaren hebben zich gekenmerkt door verschillende crises. Behoort onzekerheid tot ons bestaan, te stellen is dat die afgelopen jaren duidelijk is toegenomen. Dit uit zich enerzijds in beleidsontwikkelingen van de rijksoverheid, waarbij taken deels in autonomie en deels in medebewind aan de gemeenten worden opgedragen. Anderzijds uit het zich in het bekostigen door de rijksoverheid van die overgedragen taken. Ten aanzien van de bekostiging door de rijksoverheid is recent het gemeentefonds herijkt en wordt deze anders verdeeld over de gemeenten. Gezien de impact is gekozen voor een ingroeimodel tot en met het jaar 2026. Noodzakelijk is dat ondanks de toename aan onzekerheden een evenwicht aanwezig is tussen de opdragen taken van de rijksoverheid versus de bekostiging door de rijksoverheid. Oorzaak risico Enerzijds externe risico's door wijziging van bekostigingsmethodieken en overdracht taken vanuit het Rijk. Anderzijds interne/vermijdbare risico's als irreële gemeentelijke ambities en onjuist invullen van gemeentelijke ambities. Mogelijk gevolg Door de toegenomen onzekerheid is de kans op onevenwichtigheid groter geworden. Ondanks dat de gemeente hecht aan voorspelbaarheid en betrouwbaarheid een groot goed vindt voor haar burgers, maatschappelijke organisaties en bedrijfsleven, zal onevenwichtigheid zijn effect hebben.
Dit effect kan zich uiten in aanpassing van het gemeentelijke beleid, bijstelling van tarieven waarmee de gemeentelijke dienstverlening dient te worden bekostigd dan wel het doorvoeren van bezuinigingen dat overigens weer effect kan hebben op de beleidsuitvoering. Beheersmaatregel Voortzetten van gezond financieel beleid waarbij bestemmingsreserves kunnen worden gevormd en worden ingezet. Invloed aanwenden in VNG-verband ten aanzien van enerzijds beleidsinitiatieven en anderzijds bekostigingsvoorstellen. Als gemeente passende en realistische ambities na te streven. •
Aansprakelijkheidsrisico contractueel handelen gemeente
Omschrijving risico Risico voor de financiële gevolgen van een schadeclaim door derden gericht aan de gemeente welke niet zijn gedekt op de gemeentelijke aansprakelijkheidsverzekering. Oorzaak risico Aansprakelijkheid door contractueel (privaatrechtelijk) handelen is een uitsluiting op de gemeente aansprakelijkheidsverzekering. Dus kosten uit hoofde van een schadeclaim die verband houdt met contractueel handelen komt voor eigen rekening van de gemeente. Aangezien er geen dekking is, kan ook niet gebruik worden gemaakt van de bemiddeling door de verzekeringsmakelaar in deze schadekwestie. Mogelijk gevolg Het gevolg kan zijn dat in voorkomende gevallen de gemeente met een onvoorziene schadelast kan komen te zitten die uit eigen middelen moet worden voldaan. Daarnaast kan er door het contractueel handelen imago schade voor de gemeente ontstaan, indien de gemeente zich niet heeft gehouden aan de contractuele afspraken. Beheersmaatregel Een manier om dit risico te verminderen is om in de gemeentelijke contracten zorgvuldige voorwaarden op te nemen gericht op het uitsluiten van een dergelijk risico voor de gemeente. Maar ook hiervoor valt geen standaard tekst te geven omdat dit simpelweg per contract/kwestie/geval verschillend zal zijn. •
Toename problematische schulden
Omschrijving risico
100