4.1 Programmabegroting 2026-2029.pdf
Tekst van het document
Inhoudsopgave Algemeen ................................................................................................................................................ 3 Aanbiedingsbrief .......................................................................................................................... 4 Samenstelling College................................................................................................................. 8 Samenstelling Gemeenteraad ................................................................................................... 13 Begroting 2026 in het kort ................................................................................................................... 21 Programma's......................................................................................................................................... 22 Programma 1 - Fysieke Leefomgeving ..................................................................................... 23 Programma 2 - Sociale Leefbaarheid ....................................................................................... 40 Programma 3 - Economische ontwikkeling ............................................................................... 48 Programma 4 - Dienstverlening en Besturen ............................................................................
56 Programma 5 - Financiën .......................................................................................................... 63 Programma 6 - Sociaal Domein ................................................................................................ 69 Paragrafen ............................................................................................................................................. 77 Paragraaf Lokale heffingen ....................................................................................................... 78 Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing .............................................................. 87 Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen ................................................................................. 106 Paragraaf Financiering ............................................................................................................ 114 Paragraaf Bedrijfsvoering ........................................................................................................ 119 Paragraaf Verbonden partijen ................................................................................................. 131 Paragraaf Grondbeleid ............................................................................................................
148 Openbaarheidsparagraaf Woo ................................................................................................ 158 Begroting 2026.................................................................................................................................... 161 Overzicht van baten en lasten ................................................................................................. 161 Financieel meerjarenperspectief 2026-2029........................................................................... 162 Begrotingsrichtlijnen ................................................................................................................ 163 Overzicht taakvelden ............................................................................................................... 165 Overzicht structurele en incidentele baten en lasten .............................................................. 168 Bijlagen ................................................................................................................................................ 169 Algemene dekkingsmiddelen .................................................................................................. 170 Overzicht reserves ..................................................................................................................
171 Overzicht voorzieningen .......................................................................................................... 174 Geprognosticeerde balans ...................................................................................................... 175 EMU......................................................................................................................................... 176 Liquiditeitsprognose ................................................................................................................ 177 Investeringen ........................................................................................................................... 180 Arbeidsgerelateerde kosten .................................................................................................... 181 Verplichte indicatoren .............................................................................................................. 186 Subsidieplafonds ..................................................................................................................... 202 Vaststelling ......................................................................................................................................... 212
Algemeen
Aanbiedingsbrief Aanbiedingsbrief Voor u ligt de (meerjaren)programmabegroting 2026-2029. In de perspectiefnota 2026 – 2029 heeft u als raad de kaders vastgesteld voor de programmabegroting 2026 en meerjarenprogrammabegroting (2027 – 2029). Deze kaders zijn als opdracht ambtelijk en bestuurlijk verder uitgewerkt in de meerjarenprogrammabegroting 2026 - 2029. De P&C stukken kunt u ook online vinden op: https://noordoostpolder.pcportal.nl/ Inleiding Op 18 maart 2026 worden de gemeenteraadsverkiezingen gehouden en daarmee is dit de laatste meerjarenprogrammabegroting van deze raad. De afgelopen jaren hebben we gewerkt aan het uitvoeren van het coalitieakkoord ‘Ruimte voor elkaar’ met ambitie, daadkracht en vertrouwen. In de begroting hebben we per programma onder ‘Wat gaan we hiervoor doen?’ aangegeven hoe in 2026 invulling wordt gegeven aan ‘Wat zijn onze ambities?’ bij dat programma. In de perspectiefnota 2026 – 2029 is een aantal ontwikkelingen specifiek vermeld en deze komen onverkort terug in deze begroting. Een aantal van deze ontwikkelingen uit de programma’s uitgelicht: • • • • • • • • • •
De renovatie en exploitatie van de Poldertoren, renovatie van de atletiekbaan, nieuwbouw van het zwembad, nieuwbouw van de brandweerkazernes in de dorpen, energie/duurzaamheid en netwerkcongestie, en maatschappelijke weerbaarheid. Versnellen van de woningbouw, Verkeersveiligheid en bereikbaarheid, zoals een bijdrage aan de ontsluitingsweg met Urk, het veiliger maken van de aansluitingen 14 en 15 op de A6 en het renoveren van de Kamperbrug en een nieuw beleidsplan openbare ruimte. Investeren in armoedebeleid, hervormingsagenda Jeugd en een integraal kindcentrum in Emmelhage. De invoering van de participatiewet in Balans is voorzien op 1 januari 2026. Deze wet heeft oog voor vertrouwen en de menselijke maat. We implementeren de wijzigingen en handelen in de geest van deze wet. Inzet op een goede bereikbaarheid en vindbaarheid van het Sociaal Loket en bekendheid van de algemene voorzieningen van de gemeente. De Polderdokter. Preventieve ondersteuning, hulp en zorg in het onderwijs. Het gezondheidsplein. De VO-Campus. Implementatie van een brede preventieve aanpak middelengebruik.
Programmabegroting 2026-2029 De begroting laat een structureel duurzaam evenwicht zien in het totaal van baten en lasten. De perspectiefnota 2026 – 2029, inclusief het addendum ‘Effecten meicirculaire, jaarrekening en tweede kwartaalbegrotingswijziging 2025, op de aangeboden perspectiefnota/begroting 2026 – 2029’, liet een positieve uitkomst zien voor de perspectiefnota van € 1.224.947 voor de jaren 2026 – 2029. Bij het open samenstellen van de meerjarenprogrammabegroting 2026 – 2029 is het kader ongewijzigd gebleven. Wel zijn de begrote toevoegingen aan de reserve Beleidsplan vervallen, omdat dit mutaties waren vóór de perspectiefnota-uitkomsten om voor alle begrotingsjaren op eenzelfde resultaat uit te komen. Na het opstellen van de begroting is het afhankelijk van de uitkomsten welke mogelijkheden dan wel wenselijkheden er zijn om toevoegingen dan wel onttrekkingen te doen aan de reserve Beleidsplan om tot een evenwichtige reeks begrotingsresultaten te komen. De begrote toevoegingen aan de reserve beleidsplan konden vervallen en daarvoor in de plaats komt de kasschuif, waarvan het totaaleffect voor 2026 – 2029 nihil is. De grootste negatieve impact op het verschil tussen de gepresenteerde perspectiefnota-uitkomsten 2026 – 2029 en de gepresenteerde begrotingsresultaten 2026 – 2029 heeft de ontwikkeling van de budgetten voor kosten van Jeugdzorg (+ € 1,8 mln. vanaf 2026).
Het grootste effect in positieve zin wordt verklaard door een hogere algemene uitkering door bijstelling van de hoeveelheden in relatie tot de wegingsfactoren. Aantallen in relatie tot wegingsfactoren algemene uitkering
4
Het beleid van gemeente Noordoostpolder is om de begroting te baseren op de meicirculaire, tenzij de ontwikkelingen van de septembercirculaire van dien aard zijn dat een begroting op basis van meicirculaire geen getrouw beeld zouden geven van de financiële positie van de gemeente en dat is het geval. De begroting is opgesteld op basis van de septembercirculaire, waardoor niet alleen beleidskeuzen van het Rijk doorwerking vinden, maar ook de wijziging als gevolg van hoeveelheden in relatie tot wegingsfactoren. Met name de wegingsfactoren gerelateerd aan huishoudens met een laag inkomen leiden tot de positieve bijstelling. Deze bijstelling is geen uitkering aan de huishoudens met een laag inkomen, maar een herrekening van de totale algemene uitkering. In de basis zijn de lasten gerelateerd aan beleid en uitvoering ervan voor huishoudens met een laag inkomen integraal door de hele begroting (reeds) verwerkt. Uitgangspunt daarbij, en kern van de berekening van de algemene uitkering, is dat gemeenten grosso modo beleid voeren dat een vorm van samenhang kent met de aard van haar gemeente, waarbij ruimte is voor autonomie, want het is een algemene uitkering. Begrotingssaldi Bij de raadsbehandeling van de Perspectiefnota 2026 – 2029 en het bijbehorende Addendum op 07 juli 2025 kwamen de berekeningen voor de begrotingssaldi 2026 – 2029 uit op structureel ruim € 1,2 miljoen positief.
Na verwerking van alle raadsbesluiten en data uit de organisatie laten de saldi voor de meerjarenprogrammabegroting 2026 – 2029 positieve saldi zien die variëren tussen de € 30.463 en € 93.371 positief. Onderstaand zijn de begrotingssaldireeksen chronologisch en vergelijkend weergegeven. Omschrijving/jaar Stand na ‘Ontwikkelingen en ambities Perspectiefnota, inclusief meicirculaire 2025, instellen behoedzaamheidsreserve en toevoeging reserve Beleidsplan’ Beleidsplan Openbare Ruimte 2025-2035, aanvullend raadsbesluit/amendementen Kunstgrasvelden dorpen (scenario 2b), motie/amendement raadsvoorstel kunstgrasvelden Meerjarenprogrammabegroting 2026 – 2029 vóór kasschuif Kasschuif Meerjarenprogrammabegroting 2026 – 2029 na kasschuif
2026 € 1.224.947
2027 € 1.224.947
2028 € 1.224.947
2029 € 1.224.947
€ 242.500 -/-
€ 242.500 -/-
€ 242.500 -/-
€ 242.500 -/-
€ 318.000 -/-
€ 318.000 -/-
€ 318.000 -/-
€ 318.000 -/-
€ 54.732 -/-
€ 393.371
€ 577.284 -/-
€
€ €
€ 300.000 -/€ 93.371
€ €
€ 400.000 -/€ 30.463
100.000 45.268
600.000 22.716
430.463
Financiering vanuit het Rijk voor onze taken Het Rijk heeft in 2025 op meerdere momenten besluiten genomen op langer lopende dossiers inzake de financiering van gemeenten. Feitelijk gaat het om het niveau van de algemene uitkering, waarbij de vergoeding voor jeugdzorg en de inflatiecorrectie de meest urgente onderwerpen waren. Voor de korte termijn heeft het Rijk de vraagstukken Jeugdzorg en inflatiecorrectie (ogenschijnlijk) opgelost. Ogenschijnlijk, omdat de maatregelen ten aanzien van de financiering van Jeugdzorg weliswaar financieel vertaald zijn door het Rijk, maar er in werkelijkheid nog geen maatregelen bekend zijn en ook niet of deze voor de gemeente haalbaar zijn. Zo veronderstelt het Rijk dat door het Rijk te wijzigen (uitgangspunten voor) Jeugdbeleid voor de gemeente vanaf 2028 tot een kostenbesparing leidt van circa € 1,6 miljoen en dat de gemeente eigen bijdragen voor Jeugdzorg kan genereren voor een totaalbedrag van zo’n € 700.000. Het Rijk beoogt daarmee € 2,3 miljoen te besparen en deze bespaareffecten heeft het Rijk reeds ingeboekt door de gemeente voor deze bedragen te korten op de algemene uitkering. Ook ogenschijnlijk, omdat in het geval de plannen van het Rijk niet haalbaar blijken, sprake moet zijn van het terugdraaien van de korting op de algemene uitkering, zodat de gemeente in alle gevallen financieel niet tekortgedaan wordt.
Voor de inflatiecorrectie geldt dat het Rijk stelt dat zij achteraf een reële inflatiecorrectie vergoed hebben aan gemeenten. Het Rijk hanteert meerdere momenten voor het bepalen van de inflatiecorrectie voor de algemene uitkering. Het eerste moment is de Voorjaarsnota van het Rijk, het
5
tweede moment de meicirculaire, het derde moment de septembercirculaire en het vierde en finale moment in februari/maart op basis van de ontwikkeling van de prijs Bruto Binnenlands Product (pBbp) van het lopende jaar waardoor door het Rijk verondersteld wordt het gemeentefonds op een reëel ‘niveau’ te handhaven. De begroting wordt opgesteld op basis van het inflatiecorrectiepercentage zoals deze gepubliceerd worden in de Voorjaarsnota van het Rijk en het uitgangspunt van reëel begroten. Hervormingsagenda Jeugd Gemeenten hebben sinds 1 januari 2015 de verantwoordelijkheid voor alle jeugdhulp (inclusief de jeugd-ggz) en de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering. Sinds 2015 is er discussie over de inhoud van Jeugdzorg (beleid en uitvoering) als over het niveau van het budget dat het Rijk gemeenten hiervoor verstrekt. Elke gemeente kan haar eigen beleid formuleren en ook elke gemeente maakt zelf keuzes in hoe de lasten van Jeugdzorg gedekt worden. Gemeente Noordoostpolder heeft vanaf de start de lasten van jeugdzorg begroot op basis van reëel begroten. Dat betekent dat begroot wordt, wat verwacht wordt dat nodig is om het vastgestelde beleid uit te kunnen voeren. Op basis van het BBV maakt gemeente Noordoostpolder onderscheid tussen incidentele en structurele baten en lasten, wat in de praktijk neerkomt op structureel ramen.
Het Rijk financiert gemeenten voor Jeugdzorg voor het grootste deel structureel en voor een relatief klein deel incidenteel. Het Rijk financiert vanaf de start tot en met heden een deel incidenteel en de gemeente stort dit deel of in de reserve Compensatie tekorten Jeugdzorg of in de reserve Beleidsplan met een oormerk Jeugdzorg. Doordat reëel begroot wordt voor de lasten van Jeugdzorg en deze lasten de afgelopen jaren sterker zijn gestegen dan de structurele financiering door het Rijk, heeft gemeente Noordoostpolder uit de structurele algemene middelen de budgetten Jeugdzorg verhoogd. Inherent aan deze systematiek wordt geen aanspraak gemaakt op de incidentele middelen Jeugdzorg die door het Rijk ontvangen zijn. Alle middelen die de gemeente nodig heeft voor het uitvoeren van Jeugdbeleid worden als structureel aangemerkt en worden ook als zodanig begroot. De paradox die hierdoor ontstaat is dat de incidentele middelen begrotingstechnisch niet ingezet kunnen worden omdat alle lasten als structureel aangemerkt worden. Tijdens de begrotingsuitvoering, is het bij (verwachte) budgetoverschrijding van de kosten van Jeugdzorg wel mogelijk de benodigde budgetverhoging voor dat jaar te dekken uit de reserve Compensatie tekorten Jeugdzorg. Tot nog toe is dat alleen bij de jaarrekening 2024 gedaan.
Het college wil de lasten en baten van jeugdzorg en de reserve Compensatie tekorten Jeugdzorg integraal beoordelen bij het opstellen van de Hervormingsagenda die per 2028 van toepassing is op het beleid en de begroting met betrekking tot de Jeugdzorg. Door het gevoerde beleid loopt de stand van de reserve Compensatie tekorten Jeugdzorg per het moment van het opstellen van de meerjarenprogrammabegroting 2026 – 2029 op tot ruim 10 miljoen. Het Rijk heeft kortingen in het kader van maatregelen van de Hervormingsagenda, beter sturen op trajectduur en het invoeren van een eigen bijdrage in het kader van Jeugdzorg per 1 januari 2028 doorgevoerd in de verwachting dat de gemeente deze kan genereren. Deze kortingen zijn in de voorliggende begroting verwerkt en heeft vanaf 2028 een negatief effect van € 2,3 miljoen (€ 1,6 mln + € 0,7 mln) structureel, omdat de bijbehorende maatregelen en de raming van de baten (nog) niet in de begroting verwerkt zijn en nu een beslag leggen op algemene middelen. Wanneer de opzet van het Rijk gevolgd wordt, worden de kortingen van het Rijk in afhankelijkheid en samenhang verwerkt in het beleid en de begroting van gemeenten. In dat geval wordt de reserve Compensatie tekorten Jeugdzorg en de geoormerkte gelden voor Jeugdzorg binnen de reserve Beleidsplan ingezet voor een ingroeipad.
Het Rijk rept over een groeipad van twee jaren, voor 2028 en 2029, maar gemeente Noordoostpolder kan er ook voor opteren na te denken over een ingroeipad dat correspondeert met het niveau van de reserve en dan is een ingroeipad van drie of vier jaren ook een mogelijkheid. Inflatie op investeringen en rentebaten Uw raad heeft besluiten genomen voor investeringen die in kosten een grotere omvang hebben dan gemeente Noordoostpolder aan liquide middelen heeft om deze investeringen te betalen. Op het moment van het aanbieden van de begroting aan uw raad is de omvang van de liquide middelen
6
€ 137 miljoen en de omvang van de (aanstaande) investeringsbesluiten in deze begroting € 181 miljoen. Op basis van de meest actuele investeringsplanning heeft gemeente Noordoostpolder onvoldoende eigen middelen om alle investeringsuitgaven te kunnen doen met eigen middelen en zal er rond 2029-2030 vreemd vermogen aangetrokken moeten worden. In de praktijk blijkt enerzijds dat uitvoering van de investeringsbeslissingen weerbarstig is, zowel voor de planning als de omvang van de investeringssom. Een bijkomend aspect van deze weerbarstigheid is dat de inflatie (kostenstijgingen) van dergelijke investeringsbeslissingen totnogtoe hoger was dan de compensatie voor inflatie in de algemene uitkering, dan wel de rentevergoeding op de liquide middelen die bestemd waren voor financiering van de investeringen. Het effect is daarmee tweeledig: fasering van investeringen hebben een verdringingseffect op de exploitatiebegroting en/of resulteren in een extra beroep op de bestemmingsreserves, omdat de rentevergoeding op de liquide middelen die bestemd zijn voor de investeringen, ontoereikend is om de kostenstijging op te kunnen vangen. Anderzijds blijkt dat onzekerheid over toekomstige rekeningresultaten en financiering door het Rijk (algemene uitkering) de afgelopen jaren een positief effect hadden op de kasstromen (liquide middelen).
Begrotingstechnisch kan niet uitgegaan worden van positieve rekeningresultaten en ook niet van niet bestaande incidentele effecten van bijstellingen van de algemene uitkering door het Rijk. Verder kan de gemeenteraad tussen nu en 2030 besluiten om nieuwe investeringen te doen die nu nog niet in de liquiditeitsplanning verwerkt zijn. Op basis van de geschetste vorenstaande factoren die van invloed zijn op de stand van de liquide middelen en op het moment van het moeten aantrekken van vreemd vermogen, blijkt dat het dynamische perspectief het wint van het statische perspectief. Reserve beleidsplan De reserve Beleidsplan is de reserve waar het surplus op de algemene uitkering in ondergebracht wordt. De voeding van deze reserve vindt plaats door toevoeging van incidentele componenten van de algemene uitkering, van rente op liquide middelen en jaarrekeningresultaten, voor zover deze positief zijn. Periodiek kunnen vanuit andere bestemmingsreserves niet meer benodigde of vrijgevallen delen overgebracht worden naar de reserve Beleidsplan. Gemeente Noordoostpolder heeft het beleid dat de benodigde lasten van ambities die incidenteel van aard zijn, of per afzonderlijk besluit als zodanig aangemerkt worden (bijvoorbeeld een investering waarvoor dan een afschrijvingsreserve wordt gevormd), te dekken door een onttrekking aan de reserve Beleidsplan.
Op basis van de begroting 2026– 2029 is de stand van de vrije ruimte na het verwerken van alle mutaties voor de jaren 2026 tot en met 2029 € 28.390.146. Voor het bepalen van de standen van de reserve Beleidsplan is formeel één meetmoment en één formele stand per jaar en dat is bij het opmaken van de jaarstukken. De overige standen gerelateerd aan de reserve Beleidsplan zijn indicaties en wisselen van moment tot moment, dat is derhalve van toepassing op de hier gepresenteerde ‘standen’. Omschrijving Startpositie Eindpositie Waarvan claims Vrije ruimte
1-1-2026 € 49.136.617 € 48.955.831
1-1-2027 € 48.955.831 € 51.290.102
1-1-2028 € 51.290.102 € 51.996.375
1-1-2029 € 51.996.375 € 54.187.638 € 25.797.492 € 28.390.146
Tarieven gemeentelijke heffingen OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing Onroerende- zaakbelastingen De tarieven voor OZB stijgen met 2,6%, zijnde de correctie die het Rijk hanteert voor het bepalen van het rekentarief (inkomstenmaatstaf onroerendezaakbelasting niet-woningen eigenaren en gebruikers en woningen eigenaren), gebaseerd op de Prijs Nationale Bestedingen (bron: Raming februari 2025
7
(CEP-februari 2025) voor het jaar 2026. Deze aanpassing wordt doorgevoerd nadat de uitkomsten van de jaarlijkse herwaardering bekend zijn. De OZB wordt berekend naar een percentage van de WOZ-waarde van de onroerende zaak. De WOZ-waarde die voor het belastingjaar 2026 geldt, heeft als waardepeildatum 1 januari 2025. De waardepeildatum voor het belastingjaar 2025 was 1 januari 2024. De stijging van de WOZwaarden voor woningen in Noordoostpolder bedraagt over 2024 gemiddeld 11,4%. Het OZB-tarief voor woningeigenaren is als gevolg van deze stijging naar beneden bijgesteld om de in de begroting geraamde opbrengst te realiseren. Bij de niet-woningen is er sprake van een lichte stijging van de WOZ-waarden ten opzichte van 2023. De gemiddelde waardestijging niet-woningen over 2024 bedraagt 1,7%. Bij de categorie agrarische objecten is er sprake van een lichte stijging, 0,8% van de WOZ-waarde. Bij de courante nietwoningen, waaronder winkels en kantoren is de stijging 3,4%. Incourante niet-woningen dalen met 1,7%. Als gevolg van de toegepaste inflatiecorrectie, de ontwikkelingen en de effecten van areaaluitbreiding, zijn de tarieven voor de OZB niet-woningen voor 2026 licht gestegen ten opzichte van 2025. Afvalstoffenheffing De tarieven voor de afvalstoffenheffing zijn gebaseerd op kostendekkendheid.
Voor 2026 stijgen de kosten voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen met € 39.000. Rekening houdend met areaaluitbreiding (nieuwbouw) daalt het gemiddelde tarief voor een meerpersoonshuishouden en stijgt het gemiddelde tarief voor een éénpersoonshuishouden ten opzichte van 2025. Het tarief voor: • een meerpersoonshuishouden komt uit op € 417,21 (was € 418,49). • een éénpersoonshuishouden komt uit op gemiddeld € 355,89 (was € 342,32). Rioolheffing Het tarief voor de rioolheffing stijgt voor 2026 met 3,53% naar € 198,15. De stijging is noodzakelijk om de kosten te kunnen dekken (watertakenplan en kostendekkingsplan). Slot Afsluitend wil het college nog meegeven tevreden te zijn over de goede en fijne samenwerking met de raad over zaken die we voor onze inwoners en bedrijven belangrijk vinden en zaken die onze inwoners en bedrijven belangrijk vinden. Het college spreekt de wens uit om samen met u als raad de uitvoering van deze begroting op ons te nemen. Met vriendelijke groet, Het college van burgemeester en wethouders van Noordoostpolder.
Samenstelling College Het college van burgemeester en wethouders vormt het dagelijks bestuur van de gemeente en handelt binnen de door de raad vastgestelde kaders. Het college telt 5 personen, de burgemeester en 4 wethouders. Het college vergadert elke dinsdagmorgen. De vergaderingen van het college zijn niet
8
openbaar. Wat het college in die vergaderingen heeft besproken en besloten leest u in de openbare besluitenlijsten.
9
Burgemeester Roger de Groot
Portefeuille en beleidsonderwerpen • Algemene, ambtelijke en bestuurlijke aangelegenheden • Openbare orde en veiligheid • AZC • UNESCO siteholderschap • Public affairs & (Inter)regionale betrekkingen (waaronder lobby Lelylijn, N50) • Gebiedsmarketing • Overheidsparticipatie • IGW • Project Dienstverlening
10
Wethouder Toon van Steen
Portefeuille en beleidsonderwerpen • Ruimtelijke Ordening • Bouwen en wonen • Vernieuwing wijken en dorpen • Grondbeleid en grondexploitaties • Stadshart Emmeloord • Project Dr. Jansenpark • Kunst, Cultuur en Erfgoed, inclusief cultuurhuisvesting en Schokland • Evenementenbeleid • Dorpen: Kraggenburg, Luttelgeest, Marknesse
Wethouder Hans Wijnants
Portefeuille en beleidsonderwerpen • Financiën • Recreatie en toerisme • WMO en volksgezondheid • Toegang sociaal domein • Welzijn • Toezicht en handhaving • Voorzien in Vastgoed • Project Zorgplein • Wijken Emmeloord
11
Wethouder Linda Verduin
Portefeuille en beleidsonderwerpen • Economie en bedrijvigheid • Markten • Onderwijs • Participatiewet • Jeugdzorg • Taalbeleid • Project MITC • Project VO Campus • Project Polderdokter • Dorpen: Bant, Creil, Rutten, Espel
Wethouder René van Amersfoort
Portefeuille en beleidsonderwerpen • Sport en bewegen • Energie, duurzaamheid, milieu en afval • Mobiliteit en infrastructuur • Beheer en onderhoud openbare ruimte • Armoedebeleid • Inburgering en minderhedenbeleid • Project Bosbad • Dorpen: Nagele, Ens, Tollebeek
12
Samenstelling Gemeenteraad De gemeenteraad wordt rechtstreeks gekozen door de inwoners. Daarmee vertegenwoordigen de 29 raadsleden de inwoners van Noordoostpolder. De gemeenteraad stelt de grote lijnen vast (kaders voor het beleid), neemt de beslissingen over de belangrijkste plannen voor Noordoostpolder en controleert of het college de maatregelen uitvoert zoals de gemeenteraad heeft besloten. De gemeenteraad wordt ondersteund door de raadsgriffie. De gemeenteraad vergadert doorgaans op een maandagavond in het gemeentehuis. Deze vergaderingen zijn openbaar. Het vergaderrooster vindt u op de website raad.noordoostpolder.nl . De agenda's en de opnames van de vergaderingen kunt u daar ook downloaden, evenals de achterliggende voorstellen. Wilt u contact opnemen met één van de plaatselijke politieke partijen? Op de website van de gemeenteraad vindt u alle contactgegevens.
13
14
15
16
17
18
19
20
Begroting 2026 in het kort
Programma's
22
Programma 1 - Fysieke Leefomgeving
Programma omschrijving Dit programma gaat over de zorg voor de fysieke leefomgeving. Programma doelstelling Een bruisende, veilige en duurzame leefomgeving. Portefeuillehouder Roger de Groot Toon van Steen
Hans Wijnants René van Amersfoort
Portefeuille Openbare orde en veiligheid IGW Bouwen en Wonen Ruimtelijke Ordening Vernieuwing wijken en dorpen Grondbeleid & grondexploitaties Stadshart Emmeloord Programma Omgevingswet Project Dokter Jansenpark Toezicht en handhaving Project Zorgplein Energie, duurzaamheid, milieu en afval Mobiliteit & infrastructuur Beheer en onderhoud openbare ruimte
23
Wat zijn de belangrijkste trends en ontwikkelingen? Leefbaarheid en Wonen We laten het bouwen van woningen hand in hand gaan met het investeren in de leefbaarheid. Dit betekent het verbeteren van de kwaliteit in zowel het ruimtelijk, fysieke als sociale domein. We doen dit niet alleen in de nieuwe woonomgeving, maar ook in de bestaande. We werken daarom, het komende jaar en de jaren erna, aan: - een passend, toekomstbestendig en inclusief woningaanbod; - het verbeteren van de bereikbaarheid; - het stimuleren van nieuwe vormen van mobiliteit; - het versterken van (innovatief) (agrarisch) ondernemerschap; - de (maatschappelijke) voorzieningen toegankelijk, nabij en bereikbaar; - erfgoed nu en straks beleefbaar te maken en - het actief uit (laten) breiden van de vrijetijdseconomie (cultuur, recreatie en toerisme). We werken met de Strategische Agenda Flevoland aan regionale opgaven De komende jaren willen het Rijk en alle Flevolandse overheden langdurig samenwerken aan verschillende regionale opgaven. De Strategische Agenda Flevoland (SAF) is hier de basis voor. Hierin zijn de opgaven beschreven en zijn afspraken gemaakt over hoe Rijk en regio het samen willen aanpakken. Deze afspraken ondersteunen en versterken elkaar.
De SAF zal regelmatig vernieuwd worden met nieuwe resultaten en afspraken, waarbij we ons richten op drie pijlers: Vitale steden en dorpen, Toekomstbestendige regionale economie en Robuust natuurlijk fundament. We proberen gezamenlijk te werken naar keuzes binnen de provincie zodat we met steun van het Rijk kunnen werken aan een toekomstbestendige ruimtelijke ontwikkeling van Flevoland. Klimaatverandering Het klimaat verandert. Dit betekent in de toekomst: hogere temperaturen, een sneller stijgende zeespiegel, nattere winters, heftigere buien en kans op drogere zomers. De kans op wateroverlast en gezondheidsproblemen door oververhitting, neemt dan toe. We willen onze inwoners ook in de toekomst laten wonen en werken in een veilige, gezonde én groene omgeving. Dit vraagt een klimaatbestendige inrichting in nieuwe en bestaande wijken, maar dit geldt ook voor ons landelijk gebied; meer ruimte voor water en groen. Bij aanleg en het toekomstig beheer en onderhoud zijn daarvoor extra maatregelen nodig. We werken toe naar een duurzaam woon- en leefklimaat en een vitaal krachtige natuur. Water- en bodemsturend Inmiddels loopt ons water- en bodemsysteem tegen haar grenzen aan. Het vraagt om een samenhangende aanpak bij het omgaan met wateroverlast en droogte.
We moeten water meer de ruimte geven en inzetten op stedelijk groen door de bodem zo weinig mogelijk af te dekken en te zorgen voor een goede bodemkwaliteit. We sturen op water en bodem. Om daaraan de gevraagde sturing te geven heeft het Rijk de “Maatlat voor een klimaat adaptieve groene gebouwde omgeving” opgesteld. Deze maatlat geeft aan overheden en de bouwsector duidelijkheid over hoe we klimaatbestendig moeten bouwen in het veranderende klimaat. Voor nu is de maatlat nog geen wettelijke verplichting, maar het Rijk verkent de mogelijkheden voor een juridische borging. Energietransitie Vanuit het Klimaatakkoord zetten we ons in om de energietransitie plaats te laten vinden. Doel is het reduceren van CO2 uitstoot. Congestie op het elektriciteitsnet vergroot deze uitdaging. Vooral bedrijven hebben hier last van. Sommige bedrijven proberen door innovaties en experimenten de toenemende druk op de beschikbare netcapaciteit het hoofd te bieden. Zij vragen daarbij medewerking van de gemeente. Dit is vaak nieuw terrein waar nog geen beleid voor bestaat. Netbeheerders werken tegelijkertijd aan het vergroten van de netcapaciteit, onder andere door extra infrastructuur aan te leggen. Voorbeelden zijn de verzwaring aan het middenspanningsnet door Liander en de plannen van het ministerie van EZK en TenneT voor extra hoogspanningslijnen van en naar het verdeelstation Ens.
24
De betaalbaarheid van energie kan zorgen voor onzekerheid bij huishoudens, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Energie besparen, overstappen op duurzame bronnen en innovatie zijn oplossingen, maar deze zijn vaak lastig financierbaar. Het Rijk heeft hier instrumentarium en middelen voor, zoals het Nationaal Isolatieprogramma (NIP) als onderdeel van het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW). Hierdoor groeit het takenpakket van de gemeente. Het rijksbeleid is weinig consistent. Daardoor is het voor zowel particulieren als ondernemers moeilijk om investeringsbeslissingen te nemen voor verduurzaming. Maar die stappen moeten wel snel gezet worden om de doelen voor 2050 te halen. Door krapte op de arbeidsmarkt blijkt de energietransitie een extra grote uitdaging. Juist bij beroepen gekoppeld aan de overgang naar schonere energie is het moeilijk om aan personeel te komen. Dit geldt vooral voor technisch personeel bij netbeheerders en bedrijven die de transitie moeten uitvoeren. Ook bij adviesbureaus en overheden is het moeilijk om de benodigde vacatures in te vullen. Hierdoor staan ambities en doelstellingen onder druk en kunnen projecten vertraging op lopen. Verder neemt het aandeel elektrische auto's toe. Daarbij ontstaan betere ontwikkelingen in thuisbatterijen.
Of en hoe het afschaffen van de saldering effect gaat hebben op de elektrische automarkt is een ontwikkeling die moeilijk te voorspellen is. Circulaire economie Het Rijk streeft naar een volledig circulaire economie in 2050, met als tussendoel 50% minder verbruik van primaire grondstoffen (mineraal, fossiel en metalen) in 2030. Onze provincie wil dat Flevoland in 2030 bekend staat als grondstoffenleverancier voor de circulaire economie. Om deze doelen te bereiken, komen er landelijke en provinciale transitieagenda’s met concrete programma’s op het gebied van biomassa & voedsel, kunststoffen, maakindustrie, bouw en consumptiegoederen. Zoals vastgesteld in het programma Klimaat & Energie, omarmt de gemeente Noordoostpolder de ambitie van het Rijk om in 2050 100% circulair te zijn. Meer aandacht voor kwaliteit van de natuur Er is steeds meer aandacht voor behoud en versterking van de biodiversiteit. Daarnaast zijn de stikstofopgave en de bodem- en waterkwaliteit aandachtspunten geworden. Niet alleen in de Noordoostpolder, maar ook provinciaal, landelijk en internationaal. Er liggen kansen om de natuur en de biodiversiteit te behouden en versterken. Bijvoorbeeld door meer variatie en meer verbindingen te maken in (openbaar) groen.
Daarnaast ontwikkelt de landbouw zich richting een toekomstbestendige bedrijfstak, met aandacht voor het bedrijfsmodel maar ook met aandacht voor een evenwichtig gebruik van natuurlijke bronnen. In de afgelopen jaren zijn programma’s en plannen gemaakt, zoals het Deltaplan Biodiversiteitsherstel en het Provinciaal Programma Landelijk Gebied (PPLG). Daarbij houden we oog voor de conflicterende belangen van landbouw, natuur, wonen en recreatie. Omgaan met (drink)waterschaarste Beschikbaarheid van drinkwater is een randvoorwaarden voor verschillende ontwikkelingen in een gebied. De vraag naar drinkwater neemt toe en nadert de grens van wat beschikbaar is. Ook in de Noordoostpolder knelt de beschikbaarheid van drinkwater met de vraag naar aansluitingen. Vitens hanteert een toetsingskader voor aanvragen van nieuwe of uitgebreide grootzakelijke aansluitingen. Op basis van dit kader stelt Vitens vast dat nieuwe aanvragen niet gehonoreerd kunnen worden wanneer ze niet voldoen aan de gestelde criteria. Eén van deze criteria is de beschikbaarheid van voldoende drinkwater. Vitens kan hier momenteel niet aan voldoen, omdat het jaarlijks niet meer grondwater mag onttrekken dan het door de provincie Overijssel vergunde maximumvolume.
Om stagnatie in de ontwikkeling van met name de voedselverwerkende industrie te voorkomen, werken provincie Flevoland, Waterschap Zuiderzeeland, Vitens en de gemeenten Urk en Noordoostpolder samen aan een toekomstbestendig watersysteem. Daarbij zoeken zij actief naar alternatieve waterbronnen.
Evenementen
25
Het aantal festivals neemt landelijk af. Dit komt door de stijgende kosten, tekort aan vrijwilligers en door de afname van het aantal bezoekers. Daarentegen is er steeds meer animo voor deelname aan sportevenementen. Vooral hardloopevenementen, zoals de Fish Potato Run, zien een toename van het aantal deelnemers. MITC, NLR en Defensie Nabij Noordoostpolder stelt Defensie een laagvlieggebied voor helikopters in en een cargo-drone route naar het MITC/NLR. De provincie Flevoland heeft een voorbereidingsbesluit genomen en heeft daarmee de belangen van Defensie en de ruimte voor MITC gewaarborgd. Ontwikkelingen binnen het luchtruim voor het NLR/Defensie moeten daardoor worden afgestemd met de ministeries van Infrastructuur en Waterstaat, Defensie en de provincie Flevoland. Wat zijn onze reguliere taken? Huisvestingsverordening Een huisvestingsverordening wordt veel ingezet door gemeenten om de mate van urgentie van woningzoekenden te bepalen en huurwoningen tot een bepaalde huurprijsgrens toe te wijzen. Daarnaast kunnen we de Huisvestingsverordening gebruiken voor het vaststellen van een opkoopbescherming en voor het regelen van voorrang op de woningmarkt voor bepaalde beroepsgroepen. Er moeten hierover nog diverse bestuurlijke keuzes gemaakt worden.
Prestatieafspraken maken met woningcorporaties We evalueren de huidige prestatieafspraken en maken nieuwe prestatieafspraken met woningcorporaties in 2026 over de uitvoering van het woonbeleid. De te maken prestatieafspraken gaan over kwaliteit, kwantiteit, betaalbaarheid, duurzaamheid, bijzondere doelgroepen en leefbaarheid. De afspraken maken onderdeel uit van de versnellingsagenda (betaalbare) woningbouw. Bovendien werken we samen met Mercatus aan een hoofdlijnenakkoord waarin gemeente Noordoostpolder en woningcorporatie Mercatus concrete afspraken maken over nog te bouwen woningen voor de komende tien jaar. Dit zal dienen als een bijlage bij de prestatieafspraken. Ook de Nationale Prestatieafspraken (NPA) dienen als grondslag. De NPA zijn landelijke doelen die lokaal moeten worden uitgevoerd. Verstrekken van leningen voor de woningmarkt We geven een starterslening om bewoners op de woningmarkt te helpen. Zo biedt deze lening starters op de koopwoningmarkt de mogelijkheid om op een verantwoorde manier extra geld te lenen. De starterslening overbrugt het verschil tussen de prijs van het huis en de (eerste) hypotheek bij de bank. Dit maakt onderdeel uit van de Versnellingsagenda (betaalbare) woningbouw. Inzameling huishoudelijk afval Afval van bewoners wordt huis-aan-huis opgehaald. Daarnaast kunnen inwoners hun afval zelf wegbrengen naar de milieustraat.
De gemeente biedt deze voorzieningen aan conform de wettelijke taak. Ook de komende jaren streven we naar het verder verminderen van restafval, het verbeteren van de afvalscheiding en meer grondstoffenhergebruik. De aandacht ligt daarbij op de kwaliteit van ingezamelde deelstromen en circulariteit. Eind 2025 behandelt de gemeenteraad een nieuw beleidsplan inzake het afvalbeheer voor de komende jaren. Inrichting en beheer openbare ruimte Groenvoorzieningen, wegen, bruggen, waterpartijen, bossen, riolering en alles wat daarbij hoort (straatverlichting, verkeersborden etc.) zijn onderdelen van de openbare ruimte. De gemeente legt die voorzieningen aan en onderhoudt ze. We kiezen ervoor om nieuwe aanbestedingen eerder vroegtijdig te doen zodat wisselingen en aanpassingen in budget tijdig verwerkt kunnen worden. Klimaatveranderingen zorgen voor minder voorspelbare werkzaamheden en kosten. Denk aan extra water geven in lange perioden van droogte, veel of weinig gladheidsbestrijding in de winter, opruimen en herstel van schades aan bomen na een zomerstorm en vertraging in werkzaamheden door langdurig natte weersomstandigheden. Geografische informatie op orde houden Wij houden geografische informatie bij. Deze informatie gebruiken we voor besluiten en andere activiteiten. Dat doen wij met digitale plattegronden en luchtfoto’s. Dit gebeurt volgens de wettelijke
26
regels, zoals de Wet Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG) en Wet Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT). Bouw- en woonrijp maken van woningbouwgronden en bedrijventerreinen Nieuwe woonwijken en bedrijventerreinen waarvan de grond in ons eigendom is, maken wij klaar om te gebruiken. Dat betekent: grondwerk, (bouw)wegen aanleggen e.d. en in een latere fase: bestrating, verlichting en groen aanleggen. Gronduitgifte Voor nieuwe woningbouw en bedrijventerreinen is grond nodig. Grond wordt aangekocht en daarna in kavels verkocht. In de meeste gevallen voert de gemeente deze taak zelf uit; in specifieke situaties wordt dit aan de markt overgelaten en neemt een (project)ontwikkelaar deze rol op zich. In dat geval maken we afspraken over de woningbouwprogrammering, de openbare ruimte etc. en leggen deze afspraken vast in een overeenkomst. Maatregelen treffen ten behoeve van de verkeersveiligheid Samen met andere partijen maken we verkeersdeelnemers bewust van veiligheid in het verkeer. Bijvoorbeeld door verkeersexamens voor scholieren met Veilig Verkeer Nederland en overleg met de ouderenbonden. Daarnaast is de gemeente verantwoordelijk voor een veilige inrichting van de infrastructuur en worden er jaarlijks verbeteringen doorgevoerd ten behoeve van de verkeersveiligheid. Ook werken we aan het onderhoud van ons wegennetwerk.
Dit jaar starten we met de uitvoering van de eerste werken vanuit het programma Voorzien in Infra. We blijven ons inzetten voor een veiligere en vlottere N50 (lobby) Veel inwoners van de Noordoostpolder maken gebruik van de N50. Het is een van de belangrijkste ontsluitingswegen voor onze gemeente. Er staan zowel verkeersveiligheidsmaatregelen als verbreding naar 2x2 rijstroken op traject Kampen – Kampen Zuid gepland. Volgens het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) zouden de werkzaamheden op z’n vroegst in 2028 kunnen beginnen, echter zijn er in 2025 financiële tegenslagen die realisatie onzeker maken. In de eerste week van september 2025 heeft minister Tieman van IenW een werkbezoek aan de N50 bij Kampen afgelegd. Dit werkbezoek onderstreept de urgentie van de verkeersveiligheid van de N50. Gezien de blijvende risico’s op onveilige situaties en de groeiende filedruk blijft het zeer wenselijk dat aanpassingen aan de N50 zo snel mogelijk starten. Samen met de provincie en onze DUNK partners blijven we hiervoor actief lobbyen. We blijven ons inzetten voor veiligere A6 aansluitingen 14 & 15 Wij gaan er vanuit dat eind 2025 dat de financiële puzzel voor realisatie van aanpassingen aan aansluitingen 14 en met name 15 is gelegd. Mocht dit onverhoopt nog niet rond zijn dan blijven we ons, samen met provincie Flevoland, inspannen om de financiën rond te krijgen.
Regisseren van het lokale veiligheidsbeleid Als gemeente regisseren we het veiligheidsbeleid. We werken daarbij nauw samen met partners op het gebied van veiligheid, zorg en ondermijning. Dat doen we lokaal, maar ook in regionaal verband zoals in het Zorg- en Veiligheidshuis, de Veiligheidsregio Flevoland en met het Regionaal Informatie en Expertise Centrum. Met onze eigen boa’s en gebiedsregisseurs hebben we “ogen en oren” in de wijk. We kunnen daardoor snel (signalen van) overlast oppakken en aanpakken. Dat doen we in nauwe samenwerking met de wijkagenten en jongerenwerkers. Doorlopend besteden we aandacht aan preventie, bijvoorbeeld door informatie te geven over woninginbraak of middelengebruik. Indien nodig zetten we het bestuurlijk instrumentarium in om overlast en/of criminaliteit aan te pakken. Op 22 april 2024 is het Integraal Veiligheidsbeleid 2024-2027 Dronten, Noordoostpolder en Urk vastgesteld.
Regionale Adaptatie Strategie (RAS) Klimaat Adaptief Flevoland (KAF) is een netwerkorganisatie, waarin de zes Flevolandse gemeenten op regionale schaal samenwerken met de provincie, het waterschap, de GGD en Rijkswaterstaat. In dit netwerk versterkt de Regionale Adaptatie Strategie (RAS) de samenwerking in de regio op het gebied van klimaatadaptatie. Voor het leveren van een bijdrage aan een kwalitatieve en gezonde
27
leefomgeving, het voorkomen van wateroverlast, het beperken van schade door verdere bodemdaling, het veilig houden van vitale functies, het creëren van een robuust ecosysteem en een verbeterde gezondheid en veiligheid van de inwoners van Flevoland kunnen gemeentegrens overstijgend zijn, bijvoorbeeld omdat het samenhangt met de regionale watersystemen. De RAS geeft ons bij ruimtelijke ontwikkelingen concrete handvatten mee in lokaal beleid of programma’s, zoals in de Omgevingsvisie, ruimtelijke verordeningen, leidraden en nieuwe werkwijzen. Onze eigen Visie Klimaatadaptatie blijft voor ons leidend, de RAS geeft ons deze beleidsvrijheid voor maatwerk. Crisisbeheersing Onder regie van de veiligheidsregio bevorderen we de fysieke veiligheid van onze inwoners. In 2025 is het vernieuwde regionaal crisisplan vastgesteld, deze bepaald samen met het regionaal risicoprofiel en het regionaal beleidsplan de koers en de aandachtspunten voor de Veiligheidsregio Flevoland voor de komende jaren. De Veiligheidsregio Flevoland werkt in 2026 aan vier beleidsdoelen: het versterken van de weerbaarheid van inwoners, toekomstbestendige crisisbeheersing, toekomstbestendige brandweerzorg en een wendbare organisatie door verdere harmonisatie met Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek.
Vergunningen verlenen, toezicht houden en handhaven openbare orde en veiligheid We behandelen vergunningen en houden toezicht op naleving van regels die de openbare orde en veiligheid beschermen, zoals de regels uit de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) en de verordening fysieke leefomgeving (Vfl). Ook behandelen we aanvragen voor verschillende soorten activiteiten (evenementen, horeca, etc.). We willen dienstbaar zijn naar organisatoren van evenementen en horecaondernemers. We geven dit vorm door het schouwen voorafgaand aan het evenement, intakegesprekken en het verbeteren van de processen. Dit vraagt extra inzet van het personeel, zowel aan de kant van de aanvraag als van het toezicht en de handhaving. Implementatie van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) voor nieuwbouw Op 1 januari 2024 is de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) voor nieuwbouw in werking getreden. Onduidelijk is wanneer verbouw onder de Wkb wordt ingevoerd. In 2026 gaan we het Wkbproces (nieuwbouw) evalueren. Dit vraagt extra inzet van de medewerkers. Het (laten) opstellen van het eerste (deel)omgevingsplan Vanaf 2024 werken we met het omgevingsplan. We werken toe naar een gebiedsdekkend omgevingsplan dat voldoet aan de eisen uit de Omgevingswet. Het omgevingsplan vervangt een aantal ruimtelijke plannen, waaronder de bestemmingsplannen en de beheersverordening.
In het omgevingsplan staan regels over de gehele fysieke leefomgeving. Daarmee heeft het een bredere reikwijdte dan de ruimtelijke plannen. Het gaat dan bijvoorbeeld om woningbouwlocaties en bedrijventerreinen. Het omgevingsplan is het toetsingskader voor omgevingsvergunningen. Omgevingsvergunningen verlenen, toezicht houden en handhaven Voor het bouwen/gebruiken van een bouwwerk of het gebruiken van gronden kan een omgevingsvergunning nodig zijn. De omgevingsvergunning kan bestaan uit verschillende activiteiten, bijvoorbeeld bouw, milieu, natuur en gebruik. In tegenstelling tot de verwachtingen bij inwerkingtreding van de Omgevingswet is er nog geen afname te zien in het aantal vergunningaanvragen. Het is nog onduidelijk of dit in de toekomst wel gebeurt. Dit is afhankelijk van de keuzes die wij maken bij de transitie van het omgevingsplan. De aanvragen worden in de meeste gevallen door de gemeente behandeld. De Omgevingsdienst Flevoland, Gooi en Vechtstreek (OFGV) behandelen de aanvragen met de activiteit milieu. We houden toezicht op verleende omgevingsvergunningen en waar nodig handhaven we. De OFGV houdt toezicht op de omgevingsvergunningen voor de activiteit milieu en waar nodig handhaven zij.
Meldingen behandelen, toezicht houden en handhaven Voor sommige activiteiten onder de Omgevingswet moet een melding gedaan worden in plaats van een vergunningaanvraag. De meldingen worden behandeld door de gemeente of de Omgevingsdienst (OFGV). Het toezicht en de handhaving ligt bij de gemeente of de OFGV. In het kader van de Wkb houdt de kwaliteitsborger toezicht als het gaat om nieuwbouw.
28
Toezicht en handhaving De boa's houden toezicht en handhaven wanneer nodig op activiteiten die de leefbaarheid aantasten. Openbare orde ligt bij de politie. De boa's en politie werken nauw samen om te zorgen dat de Noordoostpolder veilig blijft. In dit kader is op basis van de aangenomen motie 2025-07-14r Toezicht en handhaving huisvesting arbeidsmigranten extra capaciteit opgenomen zodat de huisvestingslocaties van arbeidsmigranten categorie I, II en III jaarlijks gecontroleerd kunnen worden op naleving van de vergunning. Beleidsreferenties • DNA voor de dorpen • Beleid arbeidsmigranten Noordoostpolder • Omgevingsvisie Noordoostpolder • DNA Emmeloord • Woonvisie Noordoostpolder: Kansen Grijpen • Prestatieafspraken over sociale huurwoningen • Strategische Opgaven en Strategische Koers Omgevingsvisie • Verkenning groeiambitie Noordoostpolder • Regionale Veiligheidsstrategie Midden-Nederland 2023-2026 • Visie op detailhandelsstructuur • Mobiliteitsvisie 2025 • Mobiliteitsplan 2030 • Watertakenplan 2019-2024 • Koersdocument ‘Op naar 60 kg restafval in 2025’ • Integraal Veiligheidsbeleid Dronten, Noordoostpolder en Urk 2024-2027 • Regionaal Beleidsplan 2021-2024 veiligheidsregio’s Flevoland en Gooi & Vechtstreek • Managementplan Werelderfgoed Schokland en omgeving 2020-2025 • Erfgoednota 2013-2023 • Visiedocument Noordoostpolder Energieneutraal • RES 1.0 Flevoland Energie met
beleid • Nota Verbonden Partijen • Nota Regionale Samenwerking en Public Affairs • Transitievisie Warmte • Beleidskader Zon in de polder (partiële herziening structuurvisie) • Beleidsprogramma Leefbaarheid en Wonen • Beleidsprogramma Klimaat en Energie • Ontwikkelperspectief Noordoostpolder 2025-2035 • Woonbehoefteonderzoek Noordoostpolder 2024-2035 • Visie voorzien in Infra 2025 • Versnellingsagenda wonen 2025 • Visie op asiel, migratie en integratie • Beleidsplan Openbare Ruimte 2025-2035
Verbonden partijen GR Omgevingsdienst Flevoland en Gooi & Vechtstreek GR Veiligheidsregio Flevoland Huisvuilcentrale Noord-Holland N.V.
Wat zijn onze ambities?
29
Ambitie 1.
Werk maken van Wonen
De Noordoostpolder is klaar voor groei en daar bieden we ruimte aan. We werken toe naar een woningmarkt met een goed evenwicht tussen vraag en aanbod, in alle dorpen en in Emmeloord. Niet alleen in het aantal woningen, maar ook in variatie. Zo is er voldoende aanbod voor verschillende doelgroepen en stimuleren we de doorstroming. Een goede mix van woningen in dorpen en wijken versterkt de leefbaarheid. We willen dat woningen duurzaam en levensloopbestendig zijn en dat ze in een groene, gezonde en klimaatbestendige leefomgeving staan.
Wat gaan we in 2026 hiervoor doen? 1.1
We dragen de woonwagenstandplaatsen over
Na vaststelling van het beleid gaan we de bestaande woonwagenlocaties normaliseren en dragen we het over aan Mercatus. Dit betekent dat we de komende twee jaren extra inzet moeten plegen op aspecten van veiligheid, bedrijvigheid, leefbaarheid en bereikbaarheid. 1.2
We bieden ruimte om woningen te bouwen
Door middel van de Versnellingsagenda (betaalbare) woningbouw Noordoostpolder is het de bedoeling om de betaalbaarheid, beschikbaarheid en kwaliteit van de woningen in Noordoostpolder te bevorderen. Dit sluit in zijn geheel aan op de strategische doelen van de Omgevingsvisie. Sinds 2022 zijn er 641 woningen gerealiseerd. In 2026 werken we door aan de opgaven die zijn opgenomen in planning van de versnellingsagenda. Hierbij kan gedacht worden aan de zachte plannen die omgezet gaan worden naar harde plannen. We gebruiken als middel de recent woonbehoefteonderzoek en de ontwikkellocaties woningbouw 2025-2035 om per plan een passende verdeling van het aantal en de typen woningen te maken. Op deze manier hebben we goed in beeld in welke richting we elke kern willen uitbreiden en waar mogelijkheden voor inbreiding zijn. We bieden ruimte voor het realiseren van nieuwe wooninitiatieven waaronder CPO-projecten in de uitbreidingen van Bant, Creil, Emmeloord, Luttelgeest, Marknesse. 1.3
We voeren de uitvoeringsagenda wonen en zorg uit
We gaan aan de slag met de acties in de Uitvoeringsagenda wonen en zorg die in 2025 is vastgesteld met betrokken partijen zoals zorgpartijen en Mercatus. Het gaat daarbij om acties zoals verbetering van de samenwerking, plannen opstellen voor (zorg)geschikte woningen en de monitoring van de uitvoeringsagenda. 1.4
We stellen een Volkshuisvestingsprogramma op
Het Volkshuisvestingsprogramma is een verplicht programma vanuit de Wet Versterking regie Volkshuisvesting. Deze wet is nog niet vastgesteld en zal bij vaststelling het programma verplichten. We gaan aan de slag met het opstellen en uitwerken van dit programma. Het programma vervangt de huidige woonvisie.
1.5
We zorgen voor een nette, veilige en groen openbare ruimte
We beheren een groot areaal aan openbaar groen. In het (vernieuwde) Beleidsplan Openbare Ruimte is vastgelegd op welk onderhoudsniveau we het groen beheren, zoals gazons, beplanting langs voetpaden en bomen. De kosten voor reguliere werkzaamheden nemen toe, bijvoorbeeld voor het snoeien van bomen, maaien van sloten, bermen en taluds, en het onderhoud van stranden. Daarnaast stijgen de kosten door omstandigheden, zoals langdurige droogte, de opkomst van invasieve exoten en boomziekten die extra inspecties vereisen. Ook groeit het areaal openbaar groen jaarlijks, onder andere door nieuwbouw, wat leidt tot extra onderhoudslasten.
30
1.6
We herstellen wegbeplanting na essentaksterfte
Veel essen langs buitenwegen zijn aangetast door essentaksterfte en moeten worden gekapt en vervangen. Eerdere herplantingen zijn deels uitgevoerd, maar nog niet overal. Voor de aanpak van resterende locaties is van 2026 tot en met 2029 jaarlijks € 150.000 nodig. Dit is opgenomen in de perspectiefnota. 1.7
We leggen een gemeentetuin aan
Het terrein/entree bij het gemeentehuis krijgt een groene en biodiverse herinrichting ter vervanging van de huidige sobere, versteende uitstraling. Voor de uitvoering is een bedrag van € 190.000 beschikbaar gesteld. Voor de realisatie van de gemeentetuin worden vooral lokale partijen ingezet. 1.8
We stellen een Meerjareninvesteringsplan openbaar groen op
We brengen we in kaart welke investeringen er in de toekomst nodig zijn om verouderd groen te vervangen, biodiversiteit te versterken en beter in te spelen op klimaatverandering. Voor het opstellen van dit plan zijn middelen beschikbaar gesteld in de perspectiefnota 2026-2029.
Wat zijn onze ambities? Ambitie 2.
Veilige wegen en goede bereikbaarheid
Veilige buitenwegen en goede bereikbaarheid zijn onze doelen voor de komende 10 jaar. We willen dat de Noordoostpolder beter bereikbaar wordt, in alle vormen.
Wat gaan we in 2026 hiervoor doen? 2.1
We werken mee aan de realisatie van de Spuiweg
In 2026 en de jaren erna wordt de Spuiweg verder voorbereid. Samen met gemeente Urk werken we daaraan mee. 2.2
We renoveren en versterken de Kadoelerbrug
We starten in 2026 met de daadwerkelijke renovatiewerkzaamheden. 2.3
We brengen de Lelylijn dichterbij door het meewerken aan het Masterplan
Noordoostpolder participeert actief in de projectorganisatie vanuit het Ministerie I&W, die de Lelylijn onderzoekt. We blijven, ondanks de tegenslagen in 2025, actief deelnemen in deze projectorganisatie om zo de Lelylijn te realiseren met een station in Emmeloord. Het opstellen en afronden van een Masterplan in 2026 is daarvoor essentieel. Daarbij moet en wordt nauw afgestemd met de planvorming rondom de 380kV hoogspanningslijn.
2.4
We gaan verder met het uitvoeringplan Mobiliteitsplan 2030
In 2026 gaan we voortvarend verder met het vastgestelde uitvoeringsplan. We richten de Scandinaviëlaan en het traject Europalaan – Zwin in als gebiedsontsluitingsweg 30 km/uur. Op verschillende buitenwegen verlagen we de snelheid naar 60 km/uur en passen de weginrichting hierop aan. Verder starten de voorbereidingen van andere buitenwegen zoals de Luttelgeesterweg en Noordermiddenweg. 2.5
We boren extra subsidiebronnen aan voor verder vergroten van de verkeersveiligheid
31
Het budget vanuit het coalitieakkoord voor Veilige buitenwegen zetten we in voor diverse verkeersveiligheidsmaatregelen op de buitenwegen. We benutten subsidies vanuit het Rijk en provincie Flevoland voor verkeersveiligheidsmaatregelen, boven op de plannen uit het Mobiliteitsplan. Specifiek richten we ons op de SPV middelen die het Rijk beschikbaar stelt als 50% subsidie voor verkeersveiligheidsmaatregelen. Onze eigen 50% dekken we via de slimme inzet van onderhoudsmiddelen en de beschikbaar gestelde middelen in de perspectiefnota. We maken zoveel mogelijk werk met werk: we koppelen verkeersveiligheidsmaatregelen aan maatregelen vanuit het Mobiliteitsplan 2030 en het groot onderhoud van de wegen. 2.6
We starten met Voorzien in infra
Na de vaststelling van de vervangingsstrategie en het uitvoeringsplan Voorzien in infra in 2025, starten we in 2026 met de eerste vervangingen van wegen en kleine civiele kunstwerken. Daarnaast voeren we levensduur verlengend onderhoud uit, waarmee we de levensduur van bestaande infrastructuur met jaren kunnen verlengen. Zo houden we onze infrastructuur veilig en beschikbaar. Voor het maken van onderbouwde keuzes en de programmering maken we gebruik van de methodiek van Assetmanagement. 2.7
We onderzoeken de mogelijkheden tot verbetering van het busstation
Gezamenlijk met provincie Flevoland zijn we in 2025 begonnen met het onderzoeken hoe we het busstation in Emmeloord meer toegankelijk kunnen maken en door kunnen ontwikkelen tot één van de grotere centrumhubs in Flevoland. Maatregelen om de functionele en stedelijke kwaliteit van het busstation te vergroten worden in beeld gebracht. In 2026 zal de bestuurlijke keuze worden gemaakt welke variant mogelijk uitgevoerd kan worden. 2.8
We werken aan een hoogwaardige fietsroute Urk – Emmeloord - Marknesse
Samen met provincie Flevoland en gemeente Urk werken we aan een hoogwaardige fietsroute tussen Urk-Emmeloord-Marknesse. We maken, samen met de provincie, concreet welke aanpassingen binnen de bebouwde kom in Emmeloord en Marknesse nodig zijn om de hoogwaardige fietsroute te realiseren. Dit doen we op basis van de in 2025 gesloten intentieovereenkomst. 2.9
We werken vervolgacties van geactualiseerde parkeerbeleid verder uit
De uitkomsten van diverse vervolgonderzoeken volgend uit het aangenomen parkeerbeleid 2025 worden in 2026 voorgelegd voor besluitvorming. Dit gaat dan over uit deze onderzoeken voortkomende maatregelopties omtrent o.a. een parkeerverwijssysteem en fietsstimuleringsmaatregelen. 2.10
We renoveren de Kamperbrug
De beweegbare brug in de Kamperweg te Emmeloord gaan we renoveren in 2028. We starten met de technische voorbereiding en aanbesteding eind 2026. Door het renoveren en vervangen van delen van de constructie is de brug weer veilig en beschikbaar voor de komende jaren.
2.11
We werken aan de uitwerking van een Bestuursovereenkomst (BOK) wegen
We werken samen met provincie Flevoland aan een overeenkomst om een aantal weggedeelten over te dragen richting gemeente Noordoostpolder op basis van een bestuursovereenkomst. We kunnen dan sturen op een meer passende snelheid en vormgeving van wegen in een aantal dorpen. De dringende wens voor rondwegen bij Ens en Marknesse is kenbaar gemaakt bij de Provincie. Daarnaast maken we afspraken over compensatie van onderhoudslasten bij de overdracht van wegen aan de gemeente. 2.12
We onderzoeken de verkeersstructuur Marknesse en Ens
32
Parallel aan gemaakte en nader uit te werken afspraken over de overdracht van enkele provinciale weggedeelten onderzoeken we samen met de provincie de benodigde (toekomstbestendige) verkeersstructuur in Ens & Marknesse. Specifiek voor Ens is deze vereist voordat wij ook de Baan door Ens zouden kunnen overnemen. Voor de kortere termijn dient zich in Marknesse een mogelijke kans aan voor het verbeteren van de (fiets)verkeersveiligheid rond de Marknessersluis. De brug over de Marknessersluis te Marknesse verbindt het zuidelijke deel met het centrum. De brug en de schutsluis zijn van de provincie. Waarbij de brug als erg krap wordt ervaren door de vele verkeersstromen die er gebruik van maken die elkaar ook kruisen. Samen met de provincie onderzoeken we of gecombineerd met de geplande sluiswerkzaamheden in 2027 ook aanpassingen meegenomen kunnen worden, zoals een toegevoegde fietsbrug. 2.13