4.1 Ontwerpbestemmingsplan Emmeloord Wittesteijn 1-7.pdf
Tekst van het document
ingericht, waarbij er onder meer een groenzoom zal worden aangelegd. Tijdens de werkzaamheden worden er geen watergangen of bomen aangetast.
Afbeelding 2.7. Plattegrond nieuwe situatie (bron: K4 Architecten).
Datum: 12 december 2022 rapport: R22.260, versie 1.0
blad 8 van 23
Rho Adviseurs QuickScan Emmeloord, Wittesteijn 2
3 3.1
Resultaten bureaustudie en veldbezoek (soortbescherming) Bureaustudie (NDFF) Om een inzicht te krijgen in de aanwezige beschermde natuurwaarden binnen en in de omgeving van het plangebied, wordt onder andere gekeken naar de Nationale Database Flora en Fauna (NDFF). In deze database staan gevalideerde waarnemingen van zowel beschermde, als niet-beschermde soorten. Om een representatief beeld te krijgen van de mogelijk aanwezige beschermde natuurwaarden is gekeken naar waarnemingen van beschermde soorten in de afgelopen vijf jaar binnen, en in een straal van 2500 meter rondom het plangebied. In onderstaande tabel zijn de bekende beschermde soorten uit de NDFF weergegeven. Tabel 3.1. Uit de bureaustudie bekende vogels met jaarrond beschermde nesten, Habitatrichtlijnsoorten en nationaal beschermde soorten in de omgeving van het plangebied (bron: NDFF). Soortgroep
Jaarrond beschermde nesten
Zoogdieren
Amfibieën Libellen
Soortnaam
Beschermingsregime (Wnb)
Boerenzwaluw
Artikel 3.1
Boomvalk
Artikel 3.1
Bosuil
Artikel 3.1
Buizerd
Artikel 3.1
Gierzwaluw
Artikel 3.1
Grote gele kwikstaart
Artikel 3.1
Havik
Artikel 3.1
Huismus
Artikel 3.1
Kerkuil
Artikel 3.1
Ooievaar
Artikel 3.1
Ransuil
Artikel 3.1
Roek
Artikel 3.1
Sperwer
Artikel 3.1
Torenvalk
Artikel 3.1
Wespendief
Artikel 3.1
Boommarter
Artikel 3.10
Bunzing
Artikel 3.10
Eekhoorn
Artikel 3.10
Otter
Artikel 3.5
Steenmarter
Artikel 3.10
Vleermuizen*
Artikel 3.5
Rugstreeppad
Artikel 3.5
Gevlekte witsnuitlibel
Artikel 3.5
Kempense heidelibel
Artikel 3.10
Noordse winterjuffer
Artikel 3.5
gewone dwergvleermuis, laatvlieger, ruige dwergvleermuis, meervleermuis en watervleermuis.
De resultaten van de bureaustudie zijn gedurende het veldbezoek benut als hulpmiddel voor het bepalen welke soorten mogelijk binnen en rond het plangebied voor kunnen komen.
Datum: 12 december 2022 rapport: R22.260, versie 1.0
blad 9 van 23
Rho Adviseurs QuickScan Emmeloord, Wittesteijn 2
3.2
Veldbezoek Gedurende het veldbezoek is, naast het plangebied, een zone rondom het plangebied bezocht om de aanwezige natuurwaarden te inventariseren. Deze zone wordt gehanteerd, omdat werkzaamheden die plaatsvinden binnen het plangebied effecten kunnen hebben op de omgeving. Deze zone wordt door de ter zake kundige ecoloog tijdens het terreinbezoek bepaald. Waargenomen soorten en verwachte soorten (op basis van de aanwezige habitat en de bekende verspreiding) worden samengenomen en hun gebruik van het plangebied wordt beschreven. Hierbij ligt de nadruk op beschermde soorten, maar er zullen ook algemene en lichter beschermde soorten betrokken worden indien waargenomen of van belang voor de ingreep.
3.2.1
Vogels Alle broedgevallen van vogels zijn beschermd. Van een aantal vogelsoorten zijn ook de nesten en vaste rust- en verblijfplaatsen jaarrond beschermd. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen soorten waarvan de nesten en vaste rust- en verblijfplaatsen in elke situatie jaarrond beschermd zijn (categorie 1 tot en met 4) en soorten waarvan de nesten en vaste rust- en verblijfplaatsen alleen jaarrond zijn beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen (categorie 5). Alle provincies hanteren een eigen lijst met (potentieel) jaarrond beschermde nesten en vaste rust- en verblijfplaatsen. Een overzicht van de soorten per provincie is weergegeven in bijlage 1. In de provincie Limburg geldt dat de nesten en vaste rust- en verblijfplaatsen van de soorten uit de beschermingscategorieën 1 tot en met 3 in elke situatie jaarrond beschermd zijn. De nesten en vaste rust- en verblijfplaatsen van de soorten uit de beschermingscategorie 4 zijn enkel jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. In de provincie Friesland zal bij de inwerkingtreding van de omgevingswet een aangepaste lijst met jaarrond beschermde nesten in werking treden. In bijlage 1 is tevens de aangepaste lijst met jaarrond beschermde nesten weergegeven.
Voor de provincie Friesland wordt tevens de aangepaste lijst met jaarrond beschermde nesten behandeld indien deze soorten verwacht worden. In onderstaande alinea's worden de soorten met een jaarrond beschermd nest en vaste rust- en verblijfplaatsen in elke situatie behandeld. Daarnaast worden de soorten met potentieel jaarrond beschermde nesten en vaste rust- en verblijfplaatsen behandeld die kunnen voorkomen binnen het plangebied of de directe omgeving. Hierbij wordt afgewogen of er sprake is van zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden die de jaarronde bescherming kunnen rechtvaardigen. Jaarrond beschermde nesten (categorie 1 tot en met 4) Tijdens het veldbezoek is gezocht naar jaarrond beschermde nesten binnen en rond het plangebied. De bomen zijn gecontroleerd op aanwezigheid van boomnesten of holtes, deze konden volledig geïnspecteerd worden. Er zijn twee boomnesten aangetroffen in een esdoorn aan de Revelsant, gezien de grootte en locatie van deze nesten zullen deze geen jaarrond beschermde soort betreffen en zodoende niet jaarrond beschermd zijn. Gezien de locatie zullen en het type nest, zullen deze nesten ook niet gebruikt worden door soorten die wel jaarrond bescherming genieten.
Datum: 12 december 2022 rapport: R22.260, versie 1.0
blad 10 van 23
Rho Adviseurs QuickScan Emmeloord, Wittesteijn 2
Afbeelding 3.1. Esdoorn met nesten. Verder zijn er geen boomnesten of geschikte holtes aangetroffen. Wegens het ontbreken van geschikte boomnesten, holtes, hoge naaldbomen, dicht bos, palen en masten en de hoge mate van verstoring door urbane activiteit, worden nesten van de boomvalk, bosuil, buizerd, havik, ransuil, roek, sperwer en wespendief uitgesloten. Tevens zijn er geen hoge gebouwen met richels, palen of masten aanwezig rond het plangebied, waardoor de aanwezigheid van torenvalk en ooievaar wordt uitgesloten. Er zijn geen rustige hoekjes in schuren of gebouwen met uilenborden of openingen, waar de kerkuil of boerenzwaluw tot broeden kan komen. Aanwezigheid van de kerkuil en boerenzwaluw wordt daarmee ook uitgesloten. Er zijn geen watergangen in de omgeving, die geschikt kunnen zijn als broedlocatie voor de grote gele kwikstaart vanwege de afwezigheid van boomwortels of nissen langs de watergangen. De woonhuizen ten noorden van het flatgebouw kunnen wel geschikte nestlocaties bieden aan de huismus en gierzwaluw. Huismussen zouden bij deze woningen onder de dakpannen kunnen komen via de dakgoot en gierzwaluwen zouden via de kopgevels onder het dak kunnen komen. De aanwezigheid van huismus en gierzwaluw kan daarmee niet uitgesloten worden. Consequenties van de ingreep op jaarrond beschermde nesten van de huismus en gierzwaluw staan beschreven in paragraaf 4.2.
Mogelijk jaarrond beschermde nesten (categorie 5) Tijdens het veldbezoek is gezocht naar aanwezigheid van mogelijk jaarrond beschermde nesten van vogels. De twee nesten die gevonden zijn in de esdoorn (afbeelding 3.1) betreffen geen vogels met een mogelijk jaarrond beschermd nest. Wel zouden in de bomen soorten als groene specht, grote bonte specht of kleine bonte specht tot broeden kunnen komen. Er gelden echter geen zwaarwegende ecologische redenen om deze soorten als jaarrond beschermd te beschouwen, gezien er voldoende alternatieve nestgelegenheid beschikbaar is in de omgeving, zoals in omliggende parken en tuinen. Voor deze soorten geldt daarom hetzelfde als voor 'algemene broedvogels'. Algemene broedvogels Er is binnen en rond het plangebied geschikt habitat aanwezig voor diverse soorten algemene broedvogels. Zo is er in de esdoorn langs de Revelsant een tweetal nesten waargenomen, maar ook andere soorten zouden in de omgeving van het plangebied tot broeden kunnen komen. Aanwezigheid van algemene broedvogels kan niet uitgesloten worden. Consequenties van de ingreep op algemene broedvogels staan beschreven in paragraaf 4.2.
i
Datum: 12 december 2022 rapport: R22.260, versie 1.0
blad 11 van 23
Rho Adviseurs QuickScan Emmeloord, Wittesteijn 2
3.2.2
Vleermuizen Alle vleermuizen zijn zwaar beschermd (alle in Nederland voorkomende soorten staan vermeld in de Habitatrichtlijn). Vleermuizen kunnen een plangebied gebruiken als verblijfplaats, vaste vliegroute en/of foerageergebied. Verblijfplaatsen kunnen uitgesplitst worden in vier categorieën, te weten kraam-, zomer-, paar- en winterverblijven. Vleermuizen maken op verschillende manieren en in verschillende seizoenen gebruik van deze verblijfplaatsen. De eisen die vleermuizen stellen aan hun verblijfplaatsen zijn afhankelijk van de vleermuissoort en het gebruik van de verblijfplaats. Kraamverblijven worden in het voorjaar en de vroege zomer gebruikt door grote groepen drachtige vrouwtjes om hun jongen te baren en groot te brengen. Tegelijkertijd bevinden kleinere groepen mannetjes zich in de zomerverblijfplaatsen. Later in de zomer en in het najaar verplaatsen de mannetjes zich naar de paarverblijven, waaromheen ze een territorium bezetten en verdedigen tegen andere mannetjes. Binnen het territorium proberen de mannetjes langskomende vrouwtjes te lokken naar de paarverblijven, waar vervolgens de paring plaatsvindt. Het paarseizoen eindigt in de herfst, waarna de vleermuizen de winterverblijven opzoeken om te overwinteren. Sommige soorten migreren hiervoor over behoorlijke afstanden.
Vleermuizen gebruiken vliegroutes voor dagelijkse verplaatsingen tussen verblijfplaats en foerageergebieden en in het geval van migrerende soorten, voor de jaarlijkse trek van en naar de winterverblijven. Meestal maken vleermuizen langdurig gebruik van vaste routes die ze onthouden. Daarbij worden lijnvormige elementen zoals bomenrijen, dijken en watergangen gebruikt als vliegrouteondersteuning. Het onderbreken of verwijderen van deze elementen bij een (potentiële) vliegroute kan een negatief effect hebben op de mogelijkheid van vleermuizen om hun doel te bereiken. Ten slotte kunnen vleermuizen een plangebied gebruiken als foerageergebied. De vleermuizen komen via vaste routes naar het foerageergebied om daar in de buurt van bomen en water te jagen op vliegende insecten. Net zoals vaste vliegroutes die veelvuldig gebruikt worden, maken vleermuizen ook gebruik van vaste foerageergebieden. Het ongeschikt maken van een foerageergebied door bijvoorbeeld het kappen of verlichten van bomen of het dempen van waterpartijen, kan tot gevolg hebben dat vleermuizen geen toegang meer hebben tot voldoende voedsel. Verblijven Het plangebied is gecontroleerd op de aanwezigheid van mogelijk geschikte verblijfplaatsen voor gebouwbewonende vleermuizen.
In de woonhuizen ten noorden van het flatgebouw Hulkesteijn is onder het dakpannen dak ruimte, waar mogelijk kraam-, paar-, of zomerverblijfplaatsen aanwezig kunnen zijn van gebouwbewonende soorten als de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis (geen kraam) en laatvlieger. Echter zowel de kiosk, het leegstaande winkelpand en het flatgebouw bieden geen geschikte verblijfplaatsen voor gebouwbewonende vleermuizen. Door het ontbreken van geschikte openingen, spouwmuren of open stootvoegen. Er zijn rond het plangebied geen bomen waargenomen met holtes, scheuren, spleten of loshangend schors. De aanwezigheid van boombewonende soorten kan daarmee worden uitgesloten. Consequenties van de ingreep op potentiële vleermuisverblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen staan beschreven in paragraaf 4.2. Vliegroutes Rond het plangebied zijn enkele lijnvormige elementen aanwezig, die dienst kunnen doen als vliegrouteondersteuning. Er zijn bomenrijen grenzend aan het plangebied langs de wegen Urkerweg en Revelsant. Echter zijn er voldoende alternatieve lijnvormige elementen aanwezig in de vorm van bomenrijen of bebouwing waardoor dit niet als essentiële vliegrouteondersteuning wordt aangemerkt.
Datum: 12 december 2022 rapport: R22.260, versie 1.0
blad 12 van 23
Rho Adviseurs QuickScan Emmeloord, Wittesteijn 2
Foerageergebied De omgeving van het plangebied is geschikt als foerageergebied voor diverse soorten vleermuizen. Aangezien er in de omgeving van het plangebied genoeg, minstens even geschikt foerageergebied aanwezig is, wordt het plangebied niet als essentieel foerageergebied beschouwd.
3.2.3
Overige zoogdieren Uit de bureaustudie blijkt dat er in een straal van 2,5 kilometer rond het plangebied meerdere waarnemingen bekend zijn van beschermde zoogdiersoorten. Het gaat hier om de boommarter, bunzing, eekhoorn, otter en steenmarter. Boommarter De boommarter is een soort van een bosrijke omgeving. In Nederland komt de boommarter in allerlei typen en leeftijden bos voor. Boommarters kiezen hun rustplaatsen vaak in boomholten, konijnen-, vossen of dassenholen, tussen boomwortels of onder takkenbossen. Nesten zitten vaak in oude spechten- of eekhoornholen, regelmatig in inrottingsholten en soms in gebouwen die in of aan de rand van het bos staan (Zoogdiervereniging, z.d.). Er zijn drie waarnemingen bekend van de boommarter ten oosten van Emmeloord, langs de snelweg, A6, waar zich tevens een bosgebied bevindt. En één waarneming aan de noordzijde van Emmeloord, tevens nabij een bomenrijk gebied. Al deze waarnemingen betroffen verkeersslachtoffers. Het plangebied bevindt zich echter binnen een winkelcentrum, waar veel verstoring is door verkeer, fietsers en voetgangers is. Tevens is er geen bosrijke omgeving aanwezig rond het plangebied. De aanwezigheid van de boommarter wordt daarmee uitgesloten.
Bunzing De bunzing heeft een voorkeur voor kleinschalig landschap met houtwallen, greppels en sloten met overhangende vegetatie, ook dorpen en buitenwijken van steden vormen geschikt leefgebied. Een bunzing maakt zijn schuilplaats in oude holen van bijvoorbeeld konijn, mol, vos en das. Maar ook onder steenhopen, houtmijten, in holle bomen of onder boomwortels. Hij bekleedt zijn hol met gras en mos. In de winter maakt de bunzing zijn schuilplaats op warmere plaatsen, zoals onder stro- en hooibalen bij boerderijen. De bunzing graaft soms zelf een hol (Zoogdiervereniging, z.d.). Er is één waarneming bekend van een dode bunzing ten oosten van Emmeloord, langs de snelweg, A6, waar zich tevens een bosgebied bevindt. Het plangebied bevindt zich in de bebouwde kom waar veel verstoring door verkeer, voetgangers en fietsers is. Er zijn geen bosgebieden, houtwallen, greppels of sloten aanwezig rond het plangebied. De aanwezigheid van de bunzing kan daarmee worden uitgesloten. Eekhoorn Eekhoorns komen voor in bosachtige biotopen. Ze leven in verschillende bostypen maar ook in tuinen, parken en houtwallen. Zolang er voldoende voedsel beschikbaar is komen ze ook voor in bebouwd gebied (Zoogdiervereniging, z.d.). Er is een waarneming bekend van de eekhoorn aan de noordzijde van Emmeloord. Rondom het plangebied is geen bos- of parkgebied aanwezig, waar de eekhoorn kan voorkomen.
Tevens zijn er geen voedselbomen aanwezig in de omgeving. De aanwezigheid van de eekhoorn wordt daarmee uitgesloten. Otter Otters leven in oeverzones met voldoende dekking en rust van allerlei soorten stromende wateren, zoals meren, plassen, rivieren, kanalen, beken en moerassen. Overdag verblijft de otter in een dagrustplaats die zich bevindt op oevers in dichte oevervegetaties (o.a. riet), struwelen en bosschages, maar ook in kunstmatige holten. De nesten waar de jongen worden geworpen, liggen vaak in overstromingsvrije oeverholtes in een rustig gebied en worden regelmatig door de moeder verplaatst
Datum: 12 december 2022 rapport: R22.260, versie 1.0
blad 13 van 23
Rho Adviseurs QuickScan Emmeloord, Wittesteijn 2
(Zoogdiervereniging, z.d.). Er zijn meerdere warnemingen bekend van de otter rondom Emmeloord. Het plangebied ligt in een winkelcentrum met veel urbane verstoring, waardoor dit geen geschikt leefgebied betreft voor de otter. Tevens zijn er geen geschikte watergangen voor de otter aanwezig in de omgeving van het plangebied. De aanwezigheid van de otter wordt daarmee uitgesloten. Steenmarter De steenmarter is een typische cultuurvolger. Binnen het territorium heeft de soort soms wel tientallen rustplaatsen. Rustplaatsen kunnen zich op veel plaatsen bevinden, zowel in bebouwd gebied alsook in het buitengebied. Verblijfplaatsen of nesten bevinden zich bijvoorbeeld in holtes of in openingen tussen platen en stenen (Zoogdiervereniging, z.d.). Er zijn waarnemingen bekend van steenmarters in de woonwijken ten noordoosten van het plangebied. Er zijn in het plangebied echter geen sporen aangetroffen van steenmarters en er zijn ook geen geschikte verblijfplaatsen aangetroffen voor de steenmarter door het ontbreken van beschutting en de ontoegankelijkheid van de gebouwen. Het gebied zou wel gebruikt kunnen worden als foerageergebied, maar in de omgeving is voldoende minstens even geschikt foerageergebied aanwezig. Essentieel leefgebied van de steenmarter in de omgeving van het plangebied is daarmee uitgesloten.
Overige beschermde zoogdieren In de omgeving van het plangebied zijn geen marine habitats (walvisachtigen, gewone zeehond, grijze zeehond en walrus), grote waterrijke milieus met voldoende dekking en moerasgebieden, watergangen met een rijke oeverbegroeiing en onderwatervegetatie (bever, Noordse woelmuis, waterspitmuis) aanwezig. Tevens zijn er geen bosrijke gebieden met voldoende voedsel, houtwallen of bosschages met boomholtes of gebieden met structuurrijke vegetatie (wild zwijn, damhert, das, edelhert, egel, grote bosmuis, wolf, hermelijn en wezel) aanwezig. Ten slotte zijn er tevens geen gras- en akkerland (haas, konijn, veldspitsmuis) aanwezig. Tevens valt het bekende verspreidingsgebied van meerdere soorten buiten het plangebied, enkele zoogdiersoorten (gewone hamster, hazelmuis, lynx, wilde kat en eikelmuis) komen van nature alleen in Zuid-Limburg voor, waardoor de aanwezigheid van deze beschermde zoogdiersoorten wordt uitgesloten.
3.2.4
Amfibieën Rugstreeppad De rugstreeppad is vaak te vinden in gebieden met een hoge dynamiek. Deze dynamiek kan ook door menselijke activiteiten veroorzaakt zijn. Hierbij kan gedacht worden aan gebieden met bouwterreinen, groeven, zand- en kleiafgravingen, rivierduinen en uiterwaarden. In de omgeving van de leefgebieden is vaak een goed vergraafbare (zanderige) bodem aanwezig waarin de soort zich kan ingraven. Daarnaast komt de soort ook voor in meer stabiele biotopen zoals heideterreinen en sloten in akker- en graslandgebieden. Voor de overwintering graaft de rugstreeppad zich meestal in, maar de soort kan ook overwinteren onder allerlei materialen zoals stenen en afval. De rugstreeppad is een echte pionier met een groot dispersievermogen en kan snel nieuwe gebieden koloniseren. Juveniele exemplaren kunnen tot wel vijf kilometer afleggen. Barrières worden daarbij gevormd door bijvoorbeeld wegen of beschoeide watergangen (BIJ12, 2017; RAVON, z.d.). Er is een waarneming bekend van rugstreeppad op circa 2 kilometer afstand van het plangebied. Het plangebied is echter omgeven door wegen en is tevens volledig betegeld. Ook zijn er geen poelen, vennen of ondiepe watergangen in de omgeving aanwezig. Aanwezigheid van de rugstreeppad is daarmee uitgesloten.
Overige beschermde amfibieën In de omgeving van het plangebied zijn geen watergangen met een goed ontwikkelde oever- en watervegetatie aanwezig (boomkikker, heikikker, knoflookpad, poelkikker). Tevens zijn er watergangen in een bosrijke omgeving (kamsalamander), of de watergangen in de omgeving zijn breed, verbonden met andere watergangen en bevatten waarschijnlijk veel vis, waardoor dit ongeschikt habitat is voor
Datum: 12 december 2022 rapport: R22.260, versie 1.0
blad 14 van 23
Rho Adviseurs QuickScan Emmeloord, Wittesteijn 2
overige beschermde amfibieënsoorten. De geelbuikvuurpad, vroedmeesterpad, vinpootsalamander en vuursalamander komen daarnaast van nature alleen voor in Noord-Brabant en Zuid-Limburg, maar er zijn op andere locaties uitgezette populaties bekend, welke levensvatbare populaties betreffen. Het plangebied is niet gelegen bij één van deze locaties. De aanwezigheid van deze beschermde amfibieënsoorten wordt derhalve uitgesloten.
3.2.5
Reptielen In de omgeving van het plangebied zijn geen marine habitats (dikkopschildpad, Kemps zeeschildpad, lederschildpad, soepschildpad), heide-, laag- en hoogveen- of duinengebieden met een rijke vegetatiestructuur (gladde slang, zandhagedis, adder, levendbarende hagedis), rijk begroeide watergangen met een natuurlijke oever (ringslang) of bosrijke gebieden en heideterreinen met dichte vegetatie (hazelworm) aanwezig. De muurhagedis komt van nature alleen voor op de oude stadsmuren van Maastricht, maar er zijn op andere locaties uitgezette populaties bekend, welke levensvatbare populaties betreffen. Het plangebied is niet gelegen bij één van deze locaties. De aanwezigheid van deze beschermde reptielensoorten wordt derhalve uitgesloten.
3.2.6
Vissen In de omgeving van het plangebied is geen marine habitat (houting, steur) of stromende rivieren, beken en meren met zuurstofrijk water aanwezig (beekdonderpad, beekprik, elrits, gestippelde alver, kwabaal). Tevens zijn er geen ondiepe watergangen aanwezig met een uitbundige waterplantengroei en dikke modderlaag (grote modderkruiper). De aanwezigheid van deze beschermde vissoorten wordt daarmee uitgesloten.
3.2.7
Vlinders De meeste vlindersoorten zijn sterk gebonden aan het voorkeurshabitat, vaak in natuurgebieden, en zijn afhankelijk van de aanwezigheid van waardplanten. Tevens zijn er van veel soorten slechts enkele, geïsoleerde populaties bekend, of komen deze alleen voor in een specifieke regio in Nederland, als (Zuid) Limburg (donker pimpernelblauwtje, bruin dikkopje, spiegeldikkopje), de Weerribben (grote vuurvlinder), de Veluwe (bosparelmoervlinder, kleine heivlinder, grote parelmoervlinder), Waddeneilanden (grote parelmoervlinder) of de Moerputten in Noord-Brabant (pimpernelblauwtje). Het plangebied is niet gelegen in of nabij een natuurgebied met hoogveen, vennen en moeras (veenbesblauwtje, veenbesparelmoervlinder, veenhooibeestje), kruidenrijke schrale graslanden (veldparelmoervlinder, zilveren maan, kommavlinder, aardbeivlinder), vochtige loofbossen (grote weerschijnvlinder, kleine ijsvogelvlinder, bruine eikenpage), heide of duinen (duinparelmoervlinder, gentiaanblauwtje, aardbeivlinder), waar diverse beschermde vlindersoorten kunnen voorkomen. Van de soorten die tevens buiten natuurgebieden worden waargenomen, zoals sleedoornpage, teunisbloempijlstaart, iepenpage en grote vos, zijn geen waardbomen- en planten waargenomen binnen en rond het plangebied.
Tot slot zijn enkele beschermde vlindersoorten reeds verdwenen uit Nederland (tijmblauwtje, zilverstreephooibeestje en moerasparelmoervlinder), of worden sporadisch waargenomen als dwaalgast (apollovlinder en boszandoog). De aanwezigheid van deze beschermde vlindersoorten wordt daarmee uitgesloten.
3.2.8
Libellen Gevlekte witsnuitlibel De meeste gevlekte witsnuitlibellen zijn te vinden bij verlandingszones van laagveenmoerassen. Daarnaast kunnen ze voorkomen in bosplassen en verlandingszones van hoogveen- en heidevennen op de hoge zandgronden en randzones van hoogveen (Vlinderstichting, z.d.). Er zijn in de omgeving van het
Datum: 12 december 2022 rapport: R22.260, versie 1.0
blad 15 van 23
Rho Adviseurs QuickScan Emmeloord, Wittesteijn 2
plangebied geen watergangen aanwezig. Aanwezigheid van essentieel leefgebied van de gevlekte witsnuitlibel is daarmee uitgesloten. Kempense heidelibel De Kempense heidelibel leeft nabij ondiepe moerassen en brede verlandingszones van vennen en plassen. De larven leven in ondiep water tussen moerasvegetatie (Vlinderstichting, z.d.). Er zijn in de omgeving van het plangebied geen watergangen aanwezig. Aanwezigheid van essentieel leefgebied van de Kempense heidelibel is daarmee uitgesloten. Noordse winterjuffer De Noordse winterjuffer is één van de twee Europese libellen die als imago overwintert. Overwintering van de Noordse winterjuffer vindt plaats in heidevelden, velden van pijpenstrootje of halfopen (moeras)bossen met ondergroei van pijpenstrootje. Voortplanting van deze soort vindt plaats in ondiep water, meestal met lisdodde en riet (Vlinderstichting, z.d.). Er zijn in de omgeving van het plangebied geen watergangen aanwezig. Aanwezigheid van essentieel leefgebied van de Noordse winterjuffer is daarmee uitgesloten.
Overige beschermde libellensoorten De meeste libellensoorten zijn sterk gebonden aan hun voorkeurshabitat, welke voor de meeste beschermde libellensoorten langs rivieren en beken (gaffellibel, rivierrombout, beekrombout, bosbeekjuffer, gewone bronlibel), laagveen en hoogveenmoerassen (hoogveenglanslibel), vennen ( sierlijke witsnuitlibel, gevlekte glanslibel, speerwaterjuffer) en heidevelden (overwintering Noordse winterjuffer) ligt. De groene glazenmaker komt daarnaast alleen voor bij sloten met een dichte krabbenscheervegetatie. Enkele soorten behoeven zeer specifiek habitat, zoals voedselarme tot iets voedselrijkere vennen en bosplasjes met (vaak) waterlelies (oostelijke witsnuitlibel), laagveen en heldere, matig voedselrijke wateren met kniediep water en vegetatie van verticale stengels van lisdodde, riet en holpijp (donkere waterjuffer), begroeide moerassige plaatsen en verlandingszones van matig voedselarme vennen en petgaten (Kempense heidelibel) of zonnige, vaak kalkrijke stroompjes en bronnen met rijke water- en oevervegetatie met bij voorkeur kleine watereppe (mercuurwaterjuffer).
Waarnemingen van deze soorten zijn vaak afkomstig uit een specifieke geografische regio, zoals de Catspoele en Dellebuursterheide (oostelijke witsnuitlibel), de Weerribben en voorheen het Naadermeer (donkere waterjuffer) en zeer specifieke locaties in Limburg en voorheen Noord-Brabant en Overijssel (mercuurwaterjuffer). Vanwege de afwezigheid van genoemde habitattypen in combinatie met de geografische ligging van het plangebied, wordt aanwezigheid van deze beschermde libellensoorten uitgesloten.
3.2.9
Kevers De beschermde keversoorten in Nederland zijn afhankelijk van bossen met dood eikenhout (vliegend hert, heldenbok), populierenhout (vermiljoenkever) en holle bomen (juchtleerkever), of sloten en kanalen zonder krooslaag (gestreepte waterroofkever) en grote vennen (brede geelgerande waterroofkever). De verspreiding van een aantal van deze soorten beperkt zich tevens tot zeer specifieke locaties zoals een bos nabij Kerkrade (juchtleerkever), enkele vennen in Drenthe en de kop van Overijssel (brede geelgerande waterroofkever) en enkele eikenbossen bij Zwolle, bij Alkmaar en bij het rivierengebied (heldenbok), hoewel soms oude en nieuwe populaties (her)ontdekt worden. Het plangebied is niet gelegen nabij het bekende verspreidingsgebied van deze soorten. Vanwege de afwezigheid van genoemde habitattypen in combinatie met de geografische ligging van het plangebied, wordt aanwezigheid van deze beschermde keversoorten uitgesloten.
Datum: 12 december 2022 rapport: R22.260, versie 1.0
blad 16 van 23
Rho Adviseurs QuickScan Emmeloord, Wittesteijn 2
3.2.10
Haften Er is één haftensoort beschermd vanuit de Wet natuurbescherming. Het betreft hier de oeveraas, welke van nature voorkwam in de rivieren in Nederland, maar echter rond 1900 verdwenen is uit Nederland. De aanwezigheid van de oeveraas wordt daarmee uitgesloten.
3.2.11
Weekdieren Er zijn twee weekdiersoorten beschermd vanuit de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de Bataafse stroommossel en de platte schijfhoren. De Bataafse stroommossel is reeds verdwenen uit Nederland. De platte schijfhoren komt voor in een groot deel van Nederland en leeft in zoete, heldere en schone wateren met een rijke vegetatie. Vanwege de afwezigheid van dergelijke watergangen binnen en rond het plangebied wordt de aanwezigheid van de platte schijfhoren uitgesloten.
3.2.12
Kreeftachtigen De enige beschermde kreeftachtige is de Europese rivierkreeft. Van nature kwam deze soort voor in de stroomgebieden langs de grotere rivieren. Tegenwoordig is er nog één populatie bekend van de Europese rivierkreeft op een landgoed nabij Arnhem. Het plangebied bevindt zich niet in de nabijheid van dit landgoed, waardoor de aanwezigheid van beschermde kreeftachtigen kan worden uitgesloten.
3.2.13
Vaatplanten De in Nederland beschermde vaatplanten stellen specifieke eisen aan hun groeiplaats, of komen slechts beperkt voor in Nederland. De meeste soorten groeien op voedselarme bodems en zijn niet te verwachten op stikstofrijke of bemeste bodems zoals landbouwgronden en de meeste wegbermen. Andere beschermde soorten groeien slechts in een specifieke biogeografische regio in Nederland, zoals in het rivierengebied, de duinen langs de westkust, Waddeneilanden of in het heuvelland van ZuidLimburg. Enkele plantensoorten groeien echter wel op stikstofrijke en bemeste bodems (o.a. brave hendrik, kruipend moerasscherm, brede wolfsmelk, dreps, korensla, naakte lathyrus, scherpkruid, smalle raai en wolfskers), maar komen alleen voor op specifieke geografische locaties zoals in ZuidLimburg, of hebben andere eisen zoals een vochtige groeiplaats, specifieke bodemsoort of schaduw. Tevens verspreiden de meeste beschermde plantensoorten zich slecht, waardoor er vaak enkele geïsoleerde populaties bekend zijn. Gezien de aanwezige habitats binnen het plangebied in combinatie met de bekende huidige verspreiding van beschermde plantensoorten, kan uitgesloten worden dat overige beschermde plantensoorten aanwezig zijn binnen en rond het plangebied.
Datum: 12 december 2022 rapport: R22.260, versie 1.0
blad 17 van 23
Rho Adviseurs QuickScan Emmeloord, Wittesteijn 2
4
Effecten en gevolgen
4.1
Overzicht beschermde soorten In dit hoofdstuk wordt de geplande ingreep getoetst aan de aanwezige of verwachte beschermde soorten (zie hoofdstuk 3) binnen het plangebied, en de te verwachten risico's voor deze soorten, bij uitvoer van de geplande werkzaamheden. In de Wet natuurbescherming zijn vooral vaste verblijfplaatsen (voortplantingslocaties zoals nesten, holen, kraamkolonies etc.) van belang, maar ook de functionele leefomgeving die de vaste verblijfplaatsen in stand houdt. Voor soorten die niet genoemd worden vanuit de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn of Wnb artikel 3.10 geldt de algemene vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen. Zelfs bij negatieve effecten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Ditzelfde geldt voor soorten van Wnb artikel 3.10, waarvoor een Provinciale vrijstelling is uitgegeven. Voor deze soorten geldt wel de zorgplicht, maar ze worden hieronder, ondanks eventueel voorkomen en eventueel te verwachten negatieve effecten, niet meegenomen. Tabel 4.1. Soort(groep)en van de Wet natuurbescherming waarvoor het effect van de maatregel bepaald moet worden. 3.1 = Vogelrichtlijn, 3.5 = Habitatrichtlijn, 3.10 = nationaal beschermd.
Soortgroep Broedvogels met jaarrond beschermde nesten
4.2
Soort(en)
Huismus en gierzwaluw.
Bescherming
Aanwezig
3.1
Potentieel.
Algemene broedvogels Diverse soorten.
3.1
Potentieel.
Vleermuizen
3.5
Potentieel.
Verblijfplaatsen gebouwbewonende soorten.
Effecten op de in het plangebied (mogelijk) aanwezige flora en fauna Jaarrond beschermde nesten In de woningen ten noorden van het flatgebouw Hulkensteijn zijn mogelijke nestlocaties van de huismus en gierzwaluw aanwezig. Deze mogelijke nestlocaties worden echter niet aangetast. Het plangebied heeft daarnaast een grote mate van verstoring door urbane activiteit, dat eventueel aanwezige broedgevallen hiervan geen extra verstoring genieten. Er zijn wat betreft huismus en gierzwaluw geen vervolgstappen Algemene broedvogels In het plangebied en binnen de verstoringszone hiervan kunnen meerdere algemene broedvogels tot broeden komen. Wanneer de werkzaamheden plaatsvinden, worden mogelijk aanwezige broedende vogels rond het plangebied verstoord. Dit is in strijd met de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming, waardoor de werkzaamheden niet uitgevoerd kunnen worden zonder dat de in paragraaf 5.1 genoemde vervolgstappen in acht worden genomen. Vleermuizen De woningen ten noorden van het flatgebouw Hulkensteijn dienen mogelijk als kraam-, paar-, of zomerverblijfplaats voor gebouwbewonende vleermuissoorten, zoals gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis (geen kraam) en laatvlieger. Deze verblijfplaatsen worden door de werkzaamheden niet
Datum: 12 december 2022 rapport: R22.260, versie 1.0
blad 18 van 23
Rho Adviseurs QuickScan Emmeloord, Wittesteijn 2
vernield, echter wanneer er verlichting gebruikt wordt zou deze een verstorende werking kunnen hebben op de potentieel aanwezige vleermuizen. Het verstoren van verblijfplaatsen is in strijd met de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming, waardoor de werkzaamheden niet uitgevoerd kunnen worden zonder dat de in paragraaf 5.2 genoemde vervolgstappen in acht worden genomen.
Datum: 12 december 2022 rapport: R22.260, versie 1.0
blad 19 van 23
Rho Adviseurs QuickScan Emmeloord, Wittesteijn 2
5
Vervolgstappen In dit hoofdstuk worden de vervolgmaatregelen beschreven voor de soorten waarvan in hoofdstuk 5 is bepaald dat deze mogelijk een effect bemerken van de geplande ingreep. Deze vervolgstappen kunnen bestaan uit het uitvoeren van nader onderzoek om de aanwezigheid te bevestigen of uit te sluiten. Maar de vervolgstap kan ook aangeven dat er een aanvraag voor een ontheffing op de verbodsbepalingen in de Wet natuurbescherming benodigd is. Er kan ook een specifieke werkwijze worden omschreven waardoor negatieve effecten worden voorkomen en de ingreep uitgevoerd kan worden zonder een ontheffing. Tabel 5.1. Soort(groep)en van de Wet natuurbescherming waarvoor een vervolgactie benodigd is. 3.1 = Vogelrichtlijn, 3.5 = Habitatrichtlijn, 3.10 = nationaal beschermd.
Soortgroep
5.1
Soort(en)
Bescherming
Aanwezig
Vervolgactie
Algemene broedvogels
Diverse soorten.
3.1
Potentieel
Specifieke werkwijze.
Vleermuizen
Verblijfplaatsen gebouwbewonende soorten.
3.5
Potentieel
Specifieke werkwijze.
Algemene broedvogels; specifieke werkwijze Alle inheemse broedvogels zijn tijdens het broeden wettelijk beschermd volgens de Vogelrichtlijn. Als er ten tijde van de beoogde start van de werkzaamheden vogels in, of binnen de verstoringszone van het plangebied broeden, kunnen de werkzaamheden ter plaatse geen doorgang vinden totdat de jongen zijn uitgevlogen. Het is niet mogelijk om een ontheffing te verkrijgen voor het verstoren en verjagen van broedende vogels. Het verdient daarom de aanbeveling om de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Een wettelijk vastgestelde periode voor het broedseizoen bestaat niet, bepalend is of broedgevallen aanwezig zijn. Indicatieve datumgrenzen zijn 15 maart tot 15 juli, maar er bestaan, afhankelijk van het weer en de vogelsoort, vele uitzonderingen op deze regel. De voorkeur verdient om werkzaamheden altijd uit te voeren buiten het vogelbroedseizoen, om negatieve effecten op in gebruik zijnde nesten te voorkomen. Indien de werkzaamheden starten te midden van het broedseizoen, dient het plan- en verstoringsgebied eerst door een ter zake kundige ecoloog gecontroleerd te worden op aanwezigheid van broedvogels.
Indien vastgesteld wordt dat sprake is van actuele broedgevallen binnen het plan- of verstoringsgebied, worden door de ter zake kundige ecoloog specifieke maatregelen voorgesteld en/of wordt (een deel van) het projectgebied niet vrijgegeven en dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden tot alle nesten, vanuit eigen beweging van de vogels, niet meer in gebruik zijn.
5.2
Vleermuizen; specifieke werkwijze Er dient voorkomen te worden dat verblijfplaatsen in de omgeving van het plangebied verstoring ervaren van de werkzaamheden. Verstoring kan plaats vinden door het gebruik van bouwverlichting. Om effecten van lichtuitstraling te voorkomen wordt geadviseerd om eventueel te gebruiken verlichting weg te draaien van overige bebouwing. Dit is zeker noodzakelijk in de schemer en nacht (van 1 uur voor zonsondergang tot 1 uur na zonopkomst) gedurende de actieve periode van vleermuizen (circa 15 april tot en met 15 oktober). Dit houdt in dat de verlichting naar beneden gericht dient te zijn op de
Datum: 12 december 2022 rapport: R22.260, versie 1.0
blad 20 van 23
Rho Adviseurs QuickScan Emmeloord, Wittesteijn 2
werkzaamheden, zodat er geen licht naar de omgeving kan uitstralen. Bij voorkeur wordt er bij het plaatsen van een licht gekozen voor amberkleurige verlichting.
Datum: 12 december 2022 rapport: R22.260, versie 1.0
blad 21 van 23
Rho Adviseurs QuickScan Emmeloord, Wittesteijn 2
6
Conclusie In opdracht van Rho Adviseurs heeft ecologisch adviesbureau JM ecologie b.v. een QuickScan uitgevoerd aan het winkelcentrum te Wittesteijn in Emmeloord, gemeente Noordoostpolder, provincie Flevoland. De opdrachtgever is voornemens een kiosk midden op het parkeerterrein te verplaatsen naar een nieuw aan te leggen locatie naast het flatgebouw Hulkesteijn. Tevens is de opdrachtgever voornemens de winkelruimte op Wittesteijn 2 te vergroten. Om te onderzoeken hoe de geplande voornemens zich verhouden tot (potentieel) aanwezige beschermde natuurwaarden in en nabij het plangebied en of deze negatieve effecten ondervinden van de voorgenomen plannen, is er een QuickScan uitgevoerd. Uit de QuickScan is gebleken dat er mogelijk algemene broedvogels en verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden aanwezig zijn. Voor de algemene broedvogels heeft het de voorkeur om buiten het vogelbroedseizoen (15 maart tot 15 juli) te werken. Indien toch gestart wordt met de werkzaamheden te midden van het vogelbroedseizoen, dienen de maatregelen gevolg te worden zoals beschreven in paragraaf 5.1. Voor de verblijfplaatsen van de gebouwbewonende vleermuizen dienen de maatregelen zoals beschreven staat in paragraaf 5.2 gevolgd te worden.
Gorredijk, november 2022 JM ecologie b.v.
Datum: 12 december 2022 rapport: R22.260, versie 1.0
blad 22 van 23
Rho Adviseurs QuickScan Emmeloord, Wittesteijn 2
Geraadpleegde bronnen ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^
Nationale Database Flora- en Fauna (NDFF), geraadpleegd op 7 november 2022. BIJ12, 2017. Kennisdocumenten. SOVON Vogelonderzoek Nederland 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000. Netwerk Groene Bureaus & Zoogdiervereniging, 2021. Vleermuisprotocol 2021. Vlinderstichting (z.d.). Informatiepagina libellen. Geraadpleegd van https://www.vlinderstichting.nl/libellen Vlinderstichting (z.d.). Informatiepagina vlinders. Geraadpleegd van https://www.vlinderstichting.nl/vlinders FLORON (z.d.). Verspreidingsatlas vaatplanten. Geraadpleegd van https://www.verspreidingsatlas.nl/vaatplanten RAVON (z.d.). Informatiepagina soorten. Geraadpleegd van https://www.ravon.nl/Soorten/Soortinformatie Zoogdiervereniging (z.d.). Informatiepagina soorten. Geraadpleegd van https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten
Datum: 12 december 2022 rapport: R22.260, versie 1.0
blad 23 van 23
Bijlage 1 - Jaarrond beschermde nesten per provincie Provincie Noord-Brabant, Noord-Holland, Zuid-Holland, Zeeland, Gelderland, Drenthe en Utrecht Tabel 1. Jaarrond beschermde nesten in de provincies Noord-Brabant, Noord-Holland, Zuid-Holland, Zeeland, Gelderland, Drenthe en Utrecht. Soort Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Kerkuil Oehoe Ooievaar Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer Steenuil Wespendief Zwarte wouw
I
Categorie
Soort
Categorie
Soort
Categorie
4
Blauwe reiger Boerenzwaluw Bonte vliegenvanger Boomklever Boomkruiper Bosuil Brilduiker Draaihals Eidereend Ekster Gekraagde roodstaart Glanskop Grauwe vliegenvanger Groene specht Grote bonte specht Hop
5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5
IJsvogel Kleine bonte specht Kleine vliegenvanger Koolmees Kortsnavelboomkruiper Oeverzwaluw Pimpelmees Raaf Ruigpootuil Spreeuw Tapuit Torenvalk Zeearend Zwarte kraai Zwarte mees Zwarte roodstaart
5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5
Huiszwaluw
5
Zwarte specht
5
4 2 3 4 2 3 3 3 4 2 3 4 1 4 4
Categorie 1: jaarrond gebruikte nesten (steenuil). Categorie 2: zeer honkvaste koloniebroeders of afhankelijk van bebouwing. Categorie 3: Zeer honkvaste broeders of afhankelijk van bebouwing (geen kolonie). Categorie 4: vogels die ieder jaar terug keren naar specifiek nest. Categorie 5: honkvaste broeders, maar voldoende flexibel. Vogels met een categorie 5 jaarrond beschermd nest worden alleen als jaarrond beschermd beschouwd wanneer hier een ecologisch zwaarwegende reden voor geldt.
Rho Adviseurs QuickScan Emmeloord, Wittesteijn 2
Provincie Limburg Tabel 2. Jaarrond beschermde nesten in de provincie Limburg. Soort Boerenzwaluw Boomvalk Bosuil Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Huiszwaluw Kerkuil Oehoe Ooievaar Raaf Ransuil Rode wouw Roek Slechtvalk Steenuil Torenvalk Wespendief Zwarte wouw
Categorie 2 3 2 2 2 3 2 2 1 1 2 3 3 3 1 2 1 3 3 3
Soort Bijeneter Blauwe reiger Buizerd Draaihals Grauwe klauwier Grutto IJsvogel Kramsvogel Kwartelkoning Oeverzwaluw Paapje Ringmus Roerdomp Sperwer Spotvogel Visdief Wulp Zomertortel Zwarte specht
Categorie 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4
Categorie 1: jaarrond gebruikte nesten Categorie 2: zeer plaatstrouwe broedvogel of afhankelijk van bebouwing. Categorie 3: zeer plaatstrouwe broedvogel of ieder jaar terugkeert naar specifiek nest. Categorie 4: vogel dat jaarlijks terugkeert naar specifiek nest, maar voldoende flexibel is om elders een nieuw nest te bouwen. Echter, dusdanig kwetsbaar dat functionaliteit van leefgebied niet in het geding mag komen.
Datum: 12 december 2022 rapport: R22.260, versie 1.0
blad ii van 5
Rho Adviseurs QuickScan Emmeloord, Wittesteijn 2
Provincie Overijssel Tabel 3. Jaarrond beschermde nesten in de provincie Overijssel. Soort Boerenzwaluw Boomvalk Bosuil Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Huiszwaluw Kerkuil Oehoe Ooievaar Raaf Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer Steenuil Torenvalk Wespendief Zeearend Zwarte specht Zwarte wouw
Categorie 3 4 3 4 2 3 4 2 2 3 3 3 4 4 2 3 4 1 4 4 4 3 4
Soort Blauwe reiger Bonte vliegenvanger Boomklever Boomkruiper Draaihals Gekraagde roodstaart Glanskop Grauwe vliegenvanger Groene specht Grote bonte specht Grutto IJsvogel Kleine bonte specht Kortsnavelboomkruiper Middelste bonte specht Oeverzwaluw Ringmus Spreeuw Tapuit Tureluur Veldleeuwerik Wulp Zomertortel Zwarte mees Zwarte roodstaart
Categorie 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5
Categorie 1: jaarrond gebruikte nesten. Categorie 2: zeer plaatsgetrouwe koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats of afhankelijk van bebouwing of biotoop. Categorie 3: zeer plaatsgetrouwe broedvogel die ieder jaar terugkeert naar specifiek nest of afhankelijk van bebouwing. Categorie 4: vogels die jaarlijks terug keren naar specifiek nest en die niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen. Categorie 5: nesten van vogels die over voldoende flexibiliteit beschikken om zich elders te vestigen.
Datum: 12 december 2022 rapport: R22.260, versie 1.0
blad iii van 5
Rho Adviseurs QuickScan Emmeloord, Wittesteijn 2
Provincie Flevoland Tabel 4. Jaarrond beschermde nesten in de provincie Flevoland. Soort Boerenzwaluw Bosuil Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Huismus Kerkuil 2 Ransuil Roek Slechtvalk Steenuil Torenvalk
Categorie 3 4 2 3 2 1 4 2 3 1 3
Soort Blauwe reiger Boomvalk Buizerd Draaihals Groene specht Grote bonte specht Havik Huiszwaluw IJsvogel Kleine bonte specht Middelste bonte specht Oehoe
Categorie 5b 5a 5a 5b 5b 5b 5a 5b 5b 5b 5b 5a
Soort Oeverzwaluw Ooievaar 1 Raaf Rode wouw Sperwer Spreeuw Tapuit Wespendief Zeearend Zwarte specht Zwarte wouw
Categorie 5b 5a 5a 5a 5a 5b 5b 5a 5a 5b 5a
1) Wanneer een ooievaarsnest in een hoogspanningsmast vanwege werkzaamheden moet worden weggehaald of verplaatst, dan kan dat buiten de periode dat er eieren/jongen aanwezig zijn, zonder ontheffing. Er dient na uitvoering van de werkzaamheden een gelijk aantal vervangende nesten in de hoogspanningsmast te worden aangeboden binnen hetzelfde territorium. 2) In het geval dat een kerkuilenkast binnen een erf wordt verplaatst buiten de periode dat er jongen aanwezig zijn, dan hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd, mits onder begeleiding van een deskundige. Categorie 1: nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats. Categorie 2: nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor nestplaatsen zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. Categorie 3: nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor nestplaatsen zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. Categorie 4: vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen.
Categorie 5a: in beginsel wel jaarrond beschermd, tenzij uit een ecologische beoordeling blijkt dat aantasting niet van invloed is op de lokale staat van instandhouding van de soort, bijvoorbeeld omdat er voldoende uitwijkmogelijkheden zijn. Categorie 5b: in beginsel niet jaarrond beschermd, tenzij door aantasting de lokale staat van instandhouding van de soort in het geding komt, bijvoorbeeld omdat er geen of onvoldoende geschikte uitwijkmogelijkheden zijn.
Datum: 12 december 2022 rapport: R22.260, versie 1.0
blad iv van 5
Rho Adviseurs QuickScan Emmeloord, Wittesteijn 2
Provincie Friesland Tabel 5. Jaarrond beschermde nesten in de provincie Friesland (tot inwerkingtreding omgevingswet). Soort
Categorie
Soort
Categorie
Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Kerkuil Oehoe Ooievaar Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer Steenuil Wespendief Zwarte wouw
4 4 2 3 4 2 3 3 3 4 2 3 4 1 4 4
Blauwe reiger Boerenzwaluw Bonte vliegenvanger Boomklever Boomkruiper Bosuil Brilduiker Draaihals Eidereend Ekster Gekraagde roodstaart Glanskop Grauwe vliegenvanger Groene specht Grote bonte specht Hop Huiszwaluw
5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5
I
Soort
Categorie
IJsvogel Kleine bonte specht Kleine vliegenvanger Koolmees Kortsnavelboomkruiper Oeverzwaluw Pimpelmees Raaf Ruigpootuil Spreeuw Tapuit Torenvalk Zeearend Zwarte kraai Zwarte mees Zwarte roodstaart Zwarte specht
5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5
Uit een conceptversie omgevingsverordening van 2021 blijkt dat mogelijk met ingang van de omgevingsverordening in de provincie Fryslân een nieuwe lijst met jaarrond beschermde nesten in werking treedt, deze is echter nog niet definitief gemaakt en daarom nog niet geldig. Ook is het mogelijk dat deze lijst nog wijzigt of aan bepaalde voorwaarden verbonden is. In onderstaande tabel is opgenomen welke soorten met ingang van de omgevingsverordening jaarrond beschermd zijn in de provincie Fryslân. Tabel 6. Aangepaste lijst met jaarrond beschermde nesten in de provincie Friesland vanaf inwerkingtreding omgevingswet (mogelijk vanaf2023). Soort
Categorie
Soort
Categorie
Soort
Categorie
Aalscholver Blauwe reiger Boomvalk Bosuil Buizerd Draaihals Dwergstern Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Grote stern Grote zilverreiger Havik Huismus Huiszwaluw IJsvogel Kerkuil Lepelaar Noordse stern Oehoe Ooievaar Purperreiger Raaf
2 2 4 3 4 4 2 2 3 2 2 4 1 2 3 1 2 2 3 3 2 3
Ransuil Ringmus Roek Slechtvalk Sperwer Steenuil Stormmeeuw Torenvalk Wespendief Zeearend Zwarte specht Zwarte stern Zwarte wouw Zwartkopmeeuw
4 2 2 3 4 1 2 3 4 4 3 2 4 2
Bergeend Blauwe kiekendief Boerenzwaluw Bontbekplevier Eider Gekraagde roodstaart Glanskop Grote mantelmeeuw Grutto Kleine bonte specht Kleine mantelmeeuw Kokmeeuw Kraanvogel Middelste bonte specht Oeverzwaluw Paapje Ruigpootuil Scholekster Spreeuw Strandplevier Visdief Zilvermeeuw
5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5
Categorie 1: jaarrond gebruikte nesten. Categorie 2: zeer plaatsgetrouwe koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden of afhankelijk van bebouwing of biotoop. Categorie 3: zeer plaatsgetrouwe broedvogel die ieder jaar terugkeert naar specifiek nest of afhankelijk is van bebouwing. Categorie 4: vogels die jaarlijks terugkeert naar specifiek nest en die niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen. Categorie 5: nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Deze zijn buiten het broedseizoen niet beschermd, tenzij er sprake is van zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen.
Datum: 12 december 2022 rapport: R22.260, versie 1.0
blad v van 5
96/204
Bijlage 5
97/204
Watertoets
Digitale Watertoets Resultaat van de check gedaan op 07-11-2022 12:46
Digitale watertoets De watertoets helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toetsen of u de belangen van het Waterschap raakt. Indien dit het geval is krijgt u tekst en uitleg over het vervolg proces.
VOOR DE ACTIVITEIT DIGITALE WATERTOETS IS OP BASIS VAN DE GEGEVEN ANTWOORDEN NODIG: 1.
korte procedure
2.
Advies geen primaire waterkeringen
3.
Advies kwelwaterkwaliteit
4.
Advies watersysteem
5.
Advies geen regionale waterkeringen
6.
Advies geen overige kering
OP BASIS VAN ONDERSTAANDE LOCATIE
07-11-2022
Pagina 1 van 17
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets VRAGEN EN ANTWOORDEN UIT DE CHECK 1.
Gaat het om een ruimtelijk plan dat uitsluitend een functiewijziging van bestaande bebouwing inhoudt? »
2.
Is er sprake van een uitbreiding of wijziging van de lozing(en)? «
3.
nee
Kernzone overige kering *
11.
nee
Buitendijksgebied beschermd *
10.
nee
Buitendijksgebied dubbelregime «
9.
nee
Buitendijksgebied kernzone »
8.
nee
Primaire waterkering buitenbeschermingszone »
7.
nee
Primaire waterkering tussenbeschermingszone «
6.
nee
Primaire waterkering binnenbeschermingszone *
5.
nee
Primaire waterkering kernzone *
4.
nee
nee
Beschermingszone overige kering «
07-11-2022
nee Pagina 2 van 17
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets 12.
Aandachtsgebieden wateroverlast en onvoldoende drooglegging 2050 *
13.
Neemt het verhard oppervlak in stedelijk gebied toe? «
14.
nee
Wordt er nieuw open water aangelegd? (bijv. ter compensatie toename verharding) »
17.
nee
Is er sprake van afstromend regenwater van een oppervlak van 50 of meer parkeerplaatsen en/of een weg met meer dan 1000 voertuigbewegingen per dag? »
16.
nee
Neemt het verhard oppervlak in landelijk gebied toe? »
15.
nee
nee
Kwelkwaliteit slecht - ja
18.
Worden kunstwerken zoals bijvoorbeeld duikers of bruggen aangelegd? *
19.
Is er binnen het plangebied sprake van de toelating, aanwezigheid of aanleg van drijvende woningen/woonboten? *
20.
nee
Wordt er in het plangebied mogelijk gebruik gemaakt van bodemenergie, ook wel warmte koude opslag (WKO) genoemd? *
22.
nee
Worden in het plan maatregelen getroffen waardoor het waterpeil verandert met 10 cm of meer? *
21.
nee
nee
Rijkswater *
07-11-2022
nee Pagina 3 van 17
https://dewatertoets.nl