CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

4.1 Ontwerpbestemmingsplan Emmeloord Wittesteijn 1-7.pdf

Commissie Woonomgeving 15 januari 2024, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 4: (Ontwerp)bestemmingsplan ‘Emmeloord, Wittesteijn 1-7’24.921 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

32/204

gegevens over het plangebied zijn er geen uitgangspunten voor het thema veiligheid van toepassing. Thema Voldoende Water 1.

Wateroverlast

Het waterschap streeft naar een robuust watersysteem dat de effecten van toekomstige klimaatveranderingen en bodemdaling kan opvangen. De planontwikkeling is gelegen in een watersysteem dat op basis van de toetsing in 2012 voldoet aan de normering voor wateroverlast. Een dergelijk systeem kan het water verwerken tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten. Binnen het plangebied is geen sprake van (grond)wateroverlast. Binnen het plangebied is geen sprake van een toename in verhard oppervlak. Daarbij wordt door het toepassen van infiltrerende bestrating, groenstroken en een groen dak meer hemelwater in het plangebied vastgehouden. Daarom is geen compensatie noodzakelijk voor dit plan. 2.

Goed functionerend watersysteem

Het waterschap streeft naar een robuust en klimaatbestendig watersysteem met grote peilvakken. Versnippering van het watersysteem is een ongewenste situatie. Nieuwe ontwikkelingen sluiten aan op bestaande peilvakken en de inrichting wordt afgestemd op de functie van het water. De planontwikkeling leidt niet tot nieuwe peilvakken. De planontwikkeling heeft geen gevolgen voor het streefpeil van het oppervlaktewater in of in de omgeving van het plangebied. Het functioneren van het huidige watersysteem (doorstroming, afwatering, realiseren van het gewenste peil) zal door de planuitvoering niet verslechteren. Thema Schoon Water 1.

Afvalwaterstromen

Conform de Waterwet (Ww) is het verboden om zonder vergunning afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen in welke vorm dan ook te brengen in oppervlaktewateren. Schoon regenwater mag zonder waterstaatswerk direct geloosd worden op oppervlaktewater. Indien hiervoor een voorziening zoals een drain of buis wordt aangebracht is hiervoor een vergunning nodig. Met het planvoornemen worden geen uitlogende materialen toegepast. 2.

Goed omgaan met afvalwater

Veel menselijke activiteiten hebben een negatief effect op de kwaliteit van het oppervlaktewater doordat ze water verontreinigen. Het waterschap zorgt met de regulering of behandeling van afvalwater dat zo veel mogelijk van deze effecten teniet worden gedaan. Er is geen sprake van toename van verharding doordat de bestaande functies worden omgewisseld. Het gaat in beide gevallen om reeds verharde stukken grond.

4.7.4

Conclusie

Er is een positief wateradvies gegeven door het waterschap. Daarbij is gebleken dat er geen sprake is van negatieve effecten op de waterhuishouding. Er is zelfs sprake van een verbetering. Vanuit de waterhuishouding bezien, worden er geen bezwaren verwacht tegen onderhavig initiatief.

33/204

4.8

Bodem

4.8.1

Algemeen

Met het oog op een goede ruimtelijke ordening dient ingeval van ruimtelijke ontwikkelingen te worden aangetoond dat de bodem geschikt is voor het beoogde gebruik. Hierbij is van belang of een nieuw te realiseren functie kan worden aangemerkt als bodemgevoelige functie.

4.8.2

Toetsing

In het kader van de beoogde ontwikkeling is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de voorgenomen nieuwe locatie voor het nieuw te bouwen gebouw voor winkelruimte.

De rapportage is

bijgevoegd in bijlage 6. Het doel van het onderzoek is het vaststellen van de milieu hygiënische bodemkwaliteit op locatie. Op basis van het vooronderzoek (bureauonderzoek) is geconstateerd dat de locaties niet eerder bebouwd zijn geweest. Ook zijn er geen boven- en/of ondergrondse tanks aanwezig (geweest). Teven is er geen aanleiding om asbesthoudende materialen of PFAS op of in de bodem te verwachten. Er zijn geen aanwijzingen voor een vermoeden van bodemverontreiniging ter plaatse van de onderzoeklocaties. Vervolgens is veldwerk uitgevoerd om bovenstaande hypothese te kunnen bevestigen. Het maaiveld en de opgeboorde grond van iedere boring is zintuiglijk beoordeeld op het voorkomen van bodemvreemde en/of asbestverdachte materialen. Hierbij geen bijzonderheden waargenomen. Van zowel de boven- als ondergrond zijn meerdere mengmonsters samengesteld. Van het grondwater zijn separaat monsters genomen. De analyseresultaten van het verkennend bodemonderzoek zijn als volgt: Revelsant: m

in de mengmonsters van de grond zijn geen verhoogde gehalten gemeten;

*

in het grondwater (peilbuis 1) zijn geen verhoogde concentraties gemeten.

Hulkesteijn: *

in het mengmonster van de bovengrond is voor minerale olie een licht verhoogd gehalte gemeten;

*

in het mengmonster van de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten gemeten;

m

in het grondwater (peilbuis 5) is voor molybdeen een licht verhoogde concentratie gemeten.

Verhoogde gehalten in de grond Een duidelijke oorzaak voor het licht verhoogde gehalte aan minerale olie in de ondergrond is niet aan te geven. Het verhoogde gehalte kan vermoedelijk worden beschouwd als een diffuse verontreiniging. Diffuse verontreinigingen zijn verontreinigingen die zijn ontstaan door (eeuwen)lang menselijk gebruik en ophogingen. Het verhoogd gemeten gehalten is dusdanig (alleen overschrijdingen van de achtergrondwaarde) dat aanvullend onderzoek naar deze parameter niet noodzakelijk is.

34/204

Verhoogde concentraties in het grondwater Van zware metalen is het bekend dat deze in (sterk) verhoogde concentraties in het grondwater voor kunnen komen zonder dat voor deze metalen verhoogde gehalten in de grond worden gemeten of er een andere directe verontreinigingsbron aanwezig is (verspreiding vanuit de omgeving). De gemeten concentratie aan molybdeen heeft vermoedelijk dan ook een natuurlijke oorzaak. De gemeten concentratie is daarnaast dusdanig (alleen overschrijding van de streefwaarde) dat een aanvullend onderzoek naar deze parameter niet noodzakelijk is. Op basis van de verhoogde gehalten in de grond en het grondwater is de gestelde onderzoekshypothese, een onverdachte locatie, met betrekking tot de locatie Hulkesteijn, formeel gezien niet juist. De gemeten gehalten zijn echter dusdanig dat aanvullend onderzoek niet noodzakelijk is. Vanuit milieu hygiënisch oogpunt zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen plannen. Aanbevelingen Bij afvoer van grond vanaf het perceel dient rekening te worden gehouden met de regels van het Besluit Bodemkwaliteit. De mengmonsters zijn indicatief getoetst aan de normen van het Besluit Bodemkwaliteit. De beoordelingen van de mengmonsters van de grond variëren van klasse Achtergrondwaarde tot Industrie.

Opgemerkt moet worden dat dit een indicatieve toetsing betreft en dat de veldwerkzaamheden en chemische analyses niet conform de eisen van het besluit Bodemkwaliteit zijn uitgevoerd. Aan de resultaten van dit onderzoeksrapport kunnen daarom niet dezelfde rechten worden ontleend als aan een partijkeuring die conform Besluit Bodemkwaliteit is uitgevoerd.

4.8.3

Conclusie

De onderzochte locaties zijn op basis van de historische luchtfoto's sinds 1981 verhard. Het gebruik van de locaties is op basis van deze foto's in die periode niet gewijzigd. De aangetroffen minerale olie kan verklaard worden door de aanwezigheid van humusachtig materiaal, een natuurlijk fenomeen. Het aspect 'bodem' staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg. Het uitvoeren van een nader bodemonderzoek is niet nodig.

4.9

Luchtkwaliteit

4.9.1

Algemeen

In de Wet milieubeheer (Wm) zijn kwaliteitseisen voor de buitenlucht opgenomen. Het doel van de wet is om mens en milieu bescherming te bieden tegen de negatieve effecten van luchtverontreiniging. Voor de gezondheid van de mens is een goede luchtkwaliteit van groot belang. Daarom zijn in de Wet milieubeheer grenswaarden opgenomen voor een aantal stoffen die als verontreiniging in de lucht voorkomen. In de praktijk richt de aandacht zich vooral op de stoffen stikstofdioxide en fijnstof. Van deze stoffen komen in Nederland concentraties voor die in de buurt van de grenswaarde liggen. Voor de overige stoffen genoemd in de Wet milieubeheer komen de concentraties niet in de buurt van de grenswaarde. De Wet luchtkwaliteit maakt onderscheid tussen grote en kleine ruimtelijke projecten. Een project is klein als het slechts in geringe mate, ofwel niet in betekenende mate (NIBM), leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. De grens ligt bij een verslechtering van maximaal 3% van de grenswaarden voor de luchtkwaliteit.

35/204

Daarnaast worden er bestemmingen benoemd die extra gevoelig zijn voor luchtvervuiling, de zogenaamde gevoelige bestemmingen. Uiteraard moet niet alleen bij gevoelige bestemmingen, maar bij alle projecten sprake zijn van een goede ruimtelijke ordening. Vanuit dit oogpunt moet afgewogen worden of het aanvaardbaar is om een bepaald project op een bepaalde plaats te realiseren. Hierbij speelt de blootstelling aan luchtverontreiniging een rol, ook als het project zelf niet of nauwelijks bijdraagt aan de luchtverontreiniging.

4.9.2

Toetsing

De ontwikkeling kan, gezien de beperkte omvang, aangemerkt worden als een project dat niet in betekenende mate van invloed is op de luchtkwaliteit. Toetsing van het aspect luchtkwaliteit is daardoor niet noodzakelijk. Er behoeft dus niet getoetst te worden aan de grenswaarden.

4.9.3

Conclusie

Aanvullend onderzoek naar het aspect luchtkwaliteit is niet noodzakelijk nu het onderhavige initiatief kan worden aangemerkt als NIBM-project. Het aspect luchtkwaliteit vormt dan ook geen belemmering voor dit plan.

4.10 Externe veiligheid 4.10.1 Algemeen Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals vuurwerk, LPG en munitie. Sinds een aantal jaren is er wetgeving over "externe veiligheid" om de burger niet onnodig aan te hoge risico's bloot te stellen. De normen voor externe veiligheid zijn vastgelegd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het externe veiligheidsbeleid heeft vorm gekregen in de risicobenadering. Er wordt getoetst aan twee verschillende normen: het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Ten aanzien van het plaatsgebonden risico geldt een kans van 10-6 als grenswaarde. Dit betekent dat binnen de zogenaamde PR 10-6-contour geen nieuwe kwetsbare objecten mogen worden toegestaan. Voor ontwikkeling van nieuwe beperkt kwetsbare objecten, geldt deze norm als streefwaarde. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het onderscheid tussen kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen.

4.10.2 Toetsing In het kader van het aspect externe veiligheid is de Atlas van de Leefomgeving geraadpleegd. Figuur 4.1 toont een uitsnede van de risicokaart.

36/204

Figuur 4.1 Uitsnede risicokaart met aanduiding plangebied met blauwe ster (bron: A tlas Leefomgeving) Met de beoogde ontwikkeling worden bestaande functie verplaatst naar een nieuw te realiseren gebouw, waarbij het bestaande paviljoen wordt gesloopt. Het gaat dus om het verplaatsen van beperkt kwetsbare objecten naar een andere locatie binnen het winkelcentrum. Risico relevante inrichtingen Binnen een straal van 550 meter rond het plangebied bevinden zich geen risico relevante inrichtingen. De dichtstbijzijnde inrichting ligt ten zuidoosten van het plangebied, welke opslagloodsen van Agrifirm betreffen. Overige inrichtingen zijn gelegen op grotere afstand. Gelet op de afstand van 550 meter ten opzichte van de dichtstbijzijnde inrichting, wordt aangenomen dat dit geen belemmering vormt voor het beoogde initiatief. Vervoer gevaarlijke stoffen Op de risicokaart worden geen transportroutes aangegeven waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Echter, gelet op het feit dat een LPG-station is gevestigd aan de Urkerweg (op circa 800 meter afstand), kan worden aangenomen dat toch vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. De toelichting van het vigerende bestemmingsplan 'Emmeloord-West' bevestigt deze redenering. Voor het LPG-station gaat het alleen om transporten van brandbare vloeistoffen. Uit de doorzetgegevens blijkt dat de doorzet begrensd is tot 1.000 mVjaar.

De beperkte hoeveelheden die getransporteerd worden over deze transportas leiden niet tot een plaatsgebonden risicocontour 10'Vjr. Dit betekent dat het plaatsgebonden risico geen beperkingen oplegt aan het beoogde initiatief.

37/204

Omdat de herinrichting van het winkelcentrum niet voorziet in de toevoeging van nieuwe functies, leidt dit niet tot een toename van het groepsrisico. Er kan daarom worden aangenomen dat deze transportroute geen belemmering vormt voor het beoogde initiatief. Buisleidingen Aan de westkant van het plangebied bevindt zich een gastransportleiding. Deze gasleiding is door middel van een dubbelbestemming in het bestemmingsplan 'Emmeloord- West' aangegeven. Deze dubbelbestemming bedraagt ten minste 4 of 5 meter aan weerzijden van de leiding, gemeten vanaf het hart van de leiding. Dit is de zogenaamde belemmeringenstrook. Binnen de belemmeringenstrook zijn geen bouwwerken toegestaan. Het plangebied valt niet binnen de belemmeringenstrook. Er wordt aangenomen dat deze leiding geen belemmering vormt voor het beoogde initiatief. Verder bevinden zich op circa 1.200 meter afstand ten zuidoosten van het plangebied verschillende leidingen van Gasunie. Gelet op deze aanzienlijke afstand tot het plangebied, wordt aangenomen dat dit geen belemmering vormt voor het beoogde initiatief.

4.10.3 Conclusie Gelet op het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de ontwikkeling in overeenstemming is met wet- en regelgeving met betrekking tot van externe veiligheid.

4.11 Kabels en leidingen 4.11.1 Algemeen Bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van elektriciteit- en communicatiekabels en nutsleidingen in de grond. Hier gelden beperkingen voor ingrepen in de bodem. Daarnaast zijn zones, bijvoorbeeld rondom hoogspanningsverbindingen, straalpaden en radarsystemen van belang. Deze vragen vaak om het beperken van gevoelige functies of van de hoogte van bouwwerken. Voor ruimtelijke plannen zijn alleen de hoofdleidingen van belang. De kleinere, lokale leidingen worden bij de uitvoering door middel van een Klic-melding in kaart gebracht.

4.11.2 Toetsing In of nabij het plangebied liggen geen planologisch relevante kabels of leidingen, afgezien van de leidingen die zijn benoemd in paragraaf 4.10.

4.11.3 Conclusie Het aspect kabels, leidingen en zoneringen staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.

38/204

4.12 Vormvrije m.e.r.- beoordeling 4.12.1 Algemeen De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging voor ruimtelijke ontwikkelingen te geven. Een project kan op twee manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: 1.

Op basis van Besluit milieueffectrapportage (besluit in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het besluit genoemd is in kolom 3 (plannen).

2.

Op basis van Besluit milieueffectrapportage (besluit in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het besluit genoemd is in kolom 4 (besluiten).

Een belangrijk element in het Besluit m.e.r. is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. In deze paragraaf vindt deze vormvrije m.e.r.-beoordeling plaats.

4.12.2 Toetsing De voorgenomen ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt door het opstellen van een nieuw bestemmingsplan. Het betreft een kleinschalige ontwikkeling in een omgeving met een gemengd karakter die geen milieugevolgen heeft. De aard en omvang van het project is daardoor beperkt. Door een goede stedenbouwkundige inpassing past het nieuwe en tevens beperkte ruimtebeslag binnen de huidige stedenbouwkundige structuur. De ruimtelijke impact/uitstraling is daardoor beperkt. Daarnaast vinden geen grote infrastructurele ingrepen plaats. Er is daarom in het kader van de m.e.r.-procedure geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. Daarnaast blijkt uit de volgende milieuparagrafen dat gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten geen belangrijke negatieve milieugevolgen zullen optreden. Er is dan ook geen aanleiding voor het doorlopen van een volledige m.e.r.-procedure.

4.12.3 Conclusie Deze ontwikkeling is niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig. Tevens zijn geen belangrijke nadelige milieugevolgen te verwachten als gevolg van het project.

39/204

Hoofdstuk 5

5.1

Juridische toelichting

Algemeen

In een bestemmingsplan zijn de bouw- en gebruiksmogelijkheden voor een bepaald gebied opgenomen. Het onderhavige bestemmingsplan regelt de inrichting van het gebied op hoofdlijnen door de gronden te beleggen met een bestemming. Het juridische deel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding (kaart) in samenhang met de regels. In dit hoofdstuk wordt het juridische deel van het bestemmingsplan nader toegelicht. De regels en verbeelding zijn opgesteld conform de RO-standaarden 2012, waarbij in het bijzonder het IMRO 2012 (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) en de SVBP 2012 (Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen) van belang zijn. Het bestemmingsplan 'Emmeloord, Wittesteijn 1-7' bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de regels tezamen vormen het juridisch bindende deel van het plan. Verbeelding en regels dienen te allen tijde in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding krijgen alle gronden binnen het plangebied een bestemming. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. De juridische betekenis van deze bestemmingen en aanduidingen zijn terug te vinden in de regels. Een gedeelte van de informatie op de verbeelding heeft geen juridisch betekenis, maar is slechts opgenomen om de leesbaarheid van en oriëntatie op de verbeelding te vergroten, zoals een kadastrale/BGT ondergrond.

Alle letters, aanduidingen en lijnen worden verklaard in de legenda op de verbeelding. De regels bepalen de gebruiksmogelijkheden van de gronden binnen het plangebied en geven tevens de bouw­ en gebruiksmogelijkheden met betrekking tot bouwwerken aan. De regels van het bestemmingsplan 'Emmeloord, Wittesteijn 1-7' zijn opgebouwd conform de door de SVBP 2012 voorgeschreven systematiek en omvatten inleidende regels, bestemmingsregels, algemene regels de overgangs- en slotregels. De regels in dit bestemmingsplan zijn waar mogelijk afgestemd op het vigerende bestemmingsplan 'Emmeloord - West' , vastgesteld op 25 september 2017.

5.2

Toelichting op de bestemmingen

Centrum Dit betreft de bestemmingsregeling voor de centrumvoorzieningen als detailhandel, dienstverlening en horecavoorzieningen. In deze centrum bestemming worden supermarkten uitgesloten. Hier is voor gekozen omdat er op dit moment al een supermarkt aanwezig is in het winkelcentrum van Wittesteijn. Omdat het aantal supermarkten is teruggebracht is een toetsing aan de Dienstenrichtlijn noodzakelijk. In paragraaf 3.3.3 is de Dienstenrichtlijn toegelicht. De bouw- en gebruiksmogelijkheden van het vigerende bestemmingsplan 'Emmeloord - West' (2017) zijn overgenomen.

40/204

Verkeer Deze bestemming heeft betrekking op alle (openbare) verkeers- en parkeervoorzieningen in het plangebied. De bestemmingsomschrijving is ruim van opzet, wat inhoudt dat naast wegen en paden ook groenvoorzieningen mogelijk zijn. Deze meer globale wijze van bestemmen maakt enige flexibiliteit binnen het openbaar gebied mogelijk.

41/204

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan. In dat verband wordt een onderscheid gemaakt tussen de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid.

6.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Participatie De omgeving is bij de planvorming betrokken door omwonenden en belanghebbenden vroegtijdig te informeren over de voorgenomen plannen. Tijdens het proces zijn verschillende gesprekken gevoerd met de omgeving. In september 2023 zijn de plannen besproken en toegelicht in de Ledenvergadering van VvE Wittesteijn. Met behulp van het participatie traject is er overeenstemming bereikt over de ontwikkeling van winkelcentrum Wittesteijn. Het participatie verslag is als bijlage 7 bijgevoegd. Inspraak en overleg Omdat de gemeente de belanghebbenden wil betrekken bij de planvorming, wordt op basis van de Inspraakverordening van de gemeente het plan in deze periode aangeboden aan overlegpartners. Het waterschap heeft een positief wateradvies gegeven. Dit advies heeft geen invloed gehad op het ontwerp bestemmingsplan. De provincie Flevoland heeft in het kader van het vooroverleg ook een reactie gegeven. Vanuit provinciaal belang heeft de provincie een opmerking gemaakt op het stikstofonderzoek en de beleidsparagraaf. Naar aanleiding van de reactie van de provincie is een berekening van de gebruiksfase toegevoegd aan de stikstofberekening. Daarnaast is de RO visie werklocaties van de provincie toegevoegd aan paragraaf 3.2. De opmerkingen hebben niet geleid tot aanpassingen aan het ontwerp van het plan. De vooroverleg reacties hebben de bestemmingsplan op kwaliteit verbeterd.

Zienswijzen Vervolgens zal het ontwerpbestemmingsplan gedurende 6 weken ter inzage liggen. Tijdens deze periode zal eenieder in de gelegenheid worden gesteld om een zienswijze in te dienden. Vaststelling Het bestemmingsplan zal naar aanleiding van eventuele zienswijzen gewijzigd of ongewijzigd worden vastgesteld. Uiteindelijk is tegen het vaststellingsbesluit beroep mogelijk bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

6.2

Economische uitvoerbaarheid

De economische uitvoerbaarheid van een plan wordt in eerste instantie bepaald door de financiële haalbaarheid ervan. Daarnaast is de grondexploitatieregeling uit de Wro van belang voor de economische uitvoerbaarheid. Deze regeling bepaalt dat de gemeente de door haar gemaakte kosten kan verhalen. Het kostenverhaal heeft dus ook invloed op de haalbaarheid van het plan. Financiële haalbaarheid De ontwikkeling betreft een particulier initiatief, waarmee de gemeente geen directe financiële bemoeienis

42/204

heeft. De gronden waarop de ontwikkelingen plaatsvinden, zijn echter niet geheel in eigendom van de initiatiefnemer. De gemeente is echter bereid de gronden te verkopen, waartoe een overeenkomst wordt opgesteld (e.e.a. in overeenstemming met het bepaalde in het Didam-arrest). De ontwikkeling vindt plaats voor rekening en risico van de initiatiefnemer en kent derhalve geen financiële risico's voor de gemeente. De kosten die verbonden zijn aan het doorlopen van de procedure worden verhaald op de initiatiefnemer op basis van de legesverordening. Mogelijke planschadekosten zijn eveneens voor rekening van de initiatiefnemer, hiervoor is een overeenkomst met de gemeente opgesteld. Grondexploitatie Doel van de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen grondexploitatieregeling is het bieden van ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden, woningbouwcategorieën en fasering. Bij de privaatrechtelijke weg worden dergelijke afspraken in een (anterieure) overeenkomst vastgelegd.

De gemeente moet, volgens de grondexploitatieregeling in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), de gemaakte gemeentelijke kosten verhalen op de initiatiefnemers van de ontwikkeling. Dit geldt overigens alleen wanneer sprake is van bouwplannen, zoals opgenomen in het Bro. Met het voorliggend plan wordt een bouwplan mogelijk gemaakt als bedoeld in artikel 6.2.1 Bro. Het opstellen van een exploitatieplan is niet aan de orde. Er wordt een anterieure overeenkomst gesloten tussen de initiatiefnemer en gemeente Noordoostpolder. Het kostenverhaal is daarmee anderszins verzekerd.

43/204

44/204

Bijlagen bij de toelichting

45/204

46/204

Bijlage 1

47/204

Plantekening winkelcentrum Wittesteijn

Voorgevel

Rechter zijaanzicht

Achteraanzicht

16428 450

5040

200

5040

|--------------- ___ :____ :____ - -1- -___

r\i

oo

200

5040

450

3000

r

-0

i If---------------____:____ :____ - 4- -___

r\i

Bestaand appartementen

oo LD m

complex o o o

0

0

Linker zijaanzicht

Doorsnede A-A

Perspectief 1

Perspectief 2

0

Plattegrond

Perspectief 3

Situatieschets 1:500

gewijzigd op: 25-10-2023 K4 architecten bna Koningin Julianastraat 21 8302 CC Emmeloord 0527-613140 info@k4architecten.nl

OPdrachtgever:

Greidanus Holding BV

Project:

Wi nUelcentrum Wittesteijn Wittesteijn 1 t/m 7, Emmeloord

Project

2222

Tekening

DO-100

Schaal

1:100

Onderwerp:

Plantekening

Datum

11-09-23

Fase:

Definitief ontwerp

Status

Concept

Bijlage 2

49/204

Inrichtingsschets winkelcentrum Wittesteijn

Hulkesteijn

i

z\ '\ z\ 7

, 7 \ Z \

' \ z \ Z

Z \

z\ z

o o o

z S 7\

Z 1

0 y \ z , 7 \ Z \ ' \ Z \ Z \ Z \ Z \ Z \ Z s 7 \ Z \ x\ Zrn

LO

'

5\

i

Renvooi Wittesteijn 2, na uitbreiding Winkelunits, na verplaatsing Opstelplek kraam Opstelplek recycling containers Bomen Parkeerplaats met laadpaal Parkeerplaats met toekomstige laadpaal Groenstrook met bloeiende beplanting 9. Terras behorend bij Hulkesteijn 26 10. Luifel Z gallerij Z balkons 223,86 + 1876,50 = 2100,36 m2 bruto winkeloppervlak x 5,1 = 108 parkeervakken benodigd 108 parkeervakken getekend: 106 parkeervakken van 2,7x5,0m 2 invalide parkeervakken 3-1-2023 wijziging

A

08:59:36

K4 Architecten Koningin Julianastraat 21 8302CC Emmeloord 0527 613140 info@k4architecten.nl oPdrachtgever Greidanus Holding BV project

WINKELCENTRUM WITTESTEIJN

projectnummer

2222

tekeningnummer

VO-001

schaal

1 : 500

onderwerp

Situatie plan

datum

21-12-2022

fase

Voorlopig ontwerp

status

DEFINITIEF

Bijlage 3

51/204

Stikstofdepositieberekening en memo

RHO ADVISEURS- MEMO

DATUM KENMERK VAN

31 oktober 2023 20221046 Youri Meerstra Denise Brugma

PROJECT OPDRACHTGEVER

Emmeloord - Winkelcentrum Wittesteijn Greidanus Beheer BV

STIKSTOFEMISSIE EN DEPOSITIE INLEIDING In opdracht van Greidanus Beheer BV is in februari 2023 een stikstofdepositieberekening uitgevoerd voor de sloop- en aanlegfase van een winkelpaviljoen. Op 31 oktober 2023 is de stikstofdepositieberekening geactualiseerd en is ook de exploitatiefase van de voorgenomen ontwikkeling meegenomen. In deze berekening is rekening gehouden met de inzet van dieselmaterieel en verkeersbewegingen als emissiebron. Aan de Wittesteijn in de kern van Emmeloord bevindt zich een winkelcentrum. Initiatiefnemer is voornemens om het be­ staande winkelcentrum Wittesteijn te revitaliseren en te upgraden. Deze versterking wordt onder meer bereikt door de vol­ gende activiteiten: 1. De realisatie van een nieuw gebouw aan de westkant van het appartementencomplex aan de Hulkesteijn; 2. De verplaatsing van de winkels in het huidige paviljoen op het parkeerterrein naar het nieuwe gebouw; en 3. De sloop van het huidige paviljoen op het parkeerterrein.

WETTELIJK KADER Algemeen Naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 met betrekking tot het Programma Aanpak Stikstof wordt bij vrijwel ieder plan stilgestaan bij de mogelijke stikstofemissie en het effect daar­ van op Natura 2000-gebieden. De vervallen Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) Op 2 november 2022 heeft de Raad van State een uitspraak gedaan over de bouwvrijstelling in relatie met stikstofdepositie die per 1 juli 2022 via de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) en het Besluit stikstofreductie en natuurverbete­ ring (Bsn) in werking is getreden. De Wsn en de Bsn regelden een vrijstelling voor de vergunningsplicht van artikel 2.7 lid 2 Wnb voor de aanlegfase van bouwwerkzaamheden. Met de uitspraak van 2 november 2022 komt deze bouwvrijstelling (zgn. aanlegfase) te vervallen. Voor ruimtelijke plannen en projecten dient daarom de aanleg- en exploitatiefase meegenomen te worden om te bepalen of er een stikstofdepositie is. In het voorliggende onderzoek zijn de aanleg- en exploitatiefase mee­ genomen in de berekening.

AERIUS CALCULATOR EN UITGANGSPUNTEN AERIUS Calculator, release 5 oktober 2023 Met behulp van de nieuwste release van het rekenprogramma AERIUS Calculator (release 5 oktober 2023) is gekeken naar de stikstofdepositie op de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden (automatische berekening). Vanuit de AERIUS

RHO ADVISEURS

Calculator is vervolgens een PDF-bestand met resultaten gegenereerd. In figuur 1 is het plangebied met de daaromheen liggende Natura 2000-gebieden weergegeven.

Rottige

Meentne Ijsselmeer Weerribben

Wieden I,

De Wieden

Zwarte Meer Ketelmeer Vossemeer

Figuur 1 Plangebied met meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden

Exploitatiefase Voor het plan wordt uitgegaan van een gasloos winkelpaviljoen. Er is derhalve geen emissie vanwege het verstoken van aardgas binnen het winkelpaviljoen ten behoeve van verwarming. Met de beoogde ontwikkeling worden bestaande functies verplaatst, waardoor geen extra verkeersgeneratie wordt verwacht. Om vooralsnog een totaalbeeld te kunnen geven van de stikstofdepositie door de voorgenomen ontwikkeling is de exploitatiefase meegenomen in de berekening. De exploitatiefase is hieronder uitgewerkt. Op basis van een uitbreiding van het bestaande winkelcentrum van 253 m2 bedraagt het aantal verkeersbewegingen ten hoogste 132 per etmaal (lichte motorvoertuigen). Dit is berekend op basis van CROW-kentallen (publicatie 381), zie tabel 1. Hierbij wordt op basis van de omgevingsadressendichtheid en het autobezit per kengetalen het gemiddelde van de band­ breedte gehanteerd. De gemeente Noordoostpolder betreft een 'weinig stedelijke' gemeente en de locatie ligt in 'schil cen­ trum'. Het aantal zware verkeersbewegingen ten behoeve van bevoorrading betreft 4 mvt/etmaal. Tabel 1: Verkeersgeneratie toekomstige situatie winkelcentrum Wittesteijn Emmeloord Functie Buurt- en dorpscentrum

2/4

Programma 253 m2

Kencijfer CROW 0,5185 per m2

Weekdagintensiteit

Werkdagintensiteit

(mvt/etmaal)

(mvt/etmaal)

131,2

131,2

RHO ADVISEURS

Voor de rijroutes en rijrichtingen is het heersende verkeersbeeld van belang. Het wegverkeer gaat op in het heersende ver­ keersbeeld als het qua rij- en stopgedrag en intensiteit niet meer te onderscheiden is van het overige wegverkeer. Op basis van de navigatietool van Google Maps is een inschatting gemaakt van hoe het verkeer vanaf het plangebied wordt ontsloten. Voor wat betreft de lengte van de rijroutes is uitgegaan van drie rijroutes vanaf ongeveer het midden van het plangebied, zie figuur 2. Er is gekozen voor het midden van het plangebied omdat hier de parkeerplaats voor het winkelcentrum wordt gerealiseerd. ApOStOl'SCh

Breesant

Genootschap

Nijenbeek

Nijenbeek

Nijenbeek

anael

evelsant Noord

Hulkesteijn

^Vittesteijn :: - a

cplaat-

Wittesteijn Verlehorst

likplaat

Verlehorst ř*

Gereformeerd Vrijgemaakte kerk "Pro Rege"

Zorqflat

Saturnusstraat

Old Putten Old Putten Saturnusstraat

,'''*'\Nteteofc ò Rpvplsant-7uirl

Figuur 2 Rijroutes wegverkeer

De eerste rijroute loopt vanaf het plangebied richting het oosten naar de Urkerweg. Naar verwachting zal 40% van het ver­ keer deze route rijden om op deze manier via de Urkerweg Emmeloord te verlaten of richting het centrum te rijden. Gezien de verwachte verkeersgeneratie van de beoogde ontwikkeling en de bestaande verkeersgeneratie op de Urkerweg gaat het wegverkeer al bij de Urkerweg op in het heersende verkeersbeeld. De tweede rijroute loopt vanaf het plangebied via de Revelsant naar het zuiden. Op deze manier kan ook de Urkerweg worden bereikt. Naar verwachting zal 30% van het verkeer deze route rijden. Het verkeer zal bij de kruising bij de Oude Vlie opgaan in het heersende verkeersbeeld. De derde rijroute loopt vanaf het plangebied via de Revelsant naar het noorden naar een woonwijk Naar verwachting zal 30% van het verkeer deze route rijden. Het verkeer zal bij de splitsing met de Drostlaan opgaan in het heersende verkeersbeeld. Het aantal ver­ keersbewegingen per rijroute is weergegeven in tabel 2. Hiervoor is de weekdagintensiteit gebruikt. Route

Licht verkeer (mvt/etmaal)

Route 1: Urkerweg

52,5

1,6

Route 2: Oude Vlie

39,36

1,2

Route 3: Drostlaan

39,36

1,2

Totaal

131,2

4

3/4

Zwaar verkeedmvt/etmaal)

RHO ADVISEURS

Aanlegfase Om te verkennen welke effecten kunnen optreden tijdens de aanlegfase is een berekening uitgevoerd. Voor het dieselgebruik is uitgegaan van gegevens uit een vergelijkbaar plan. Voor de aanlegfase wordt uitgegaan van 90 verkeersbewegingen (zware motorvoertuigen) per jaar voor de aan- en afvoer van grondstoffen en materieel. Voor het vervoer van personeel wordt uitgegaan van 10 verkeersbewegingen per etmaal. Voor wat betreft de lengte van de rijroute is uitgegaan van een route vanaf het plangebied naar de N331 via de Urkerweg. Tabel 2 Specificatie van het dieselmaterieel sloopfase Activiteit

Stage klasse

Uren

Slopen

Stage klasse IV 75-560 kW

Dieselverbruik in liter/uur

112

Totaal dieselverbruik in liter

30

3.360

Tabel 3 Specificatie van het dieselmaterieel aanlegfase Machine

Stage klasse

Graafmachine

Stage klasse IV 75-560

Vermogen

Uren

Dieselverbruik in li­

Totaal dieselverbruik in

ter/uur

liter

129

10

14

140

330

15

12

180

kW Telekraan

Stage klasse III B 75-560 kW

Hoogwerker

Stage IV 75-560 kW

85

13

4

52

Machinaal Straatwerk

Stage III B ^56 kW

47

17

8

136

Heimachine

Stage IV 75-560 kW

225

11

17,5

193

Dieplader

STAGE klasse III B 75­

309

26

12

312

265

9

17,5

158

(minikraan)

560 kW Betonmixer

Stage IV 75-560 kW

Totaal

1.171 liter

Omdat het materieel verspreid over het bouwterrein wordt ingezet is de emissie ingevoerd als vlakbron in het plangebied.

RESULTATEN EN CONCLUSIE In het bijgevoegde PDF-bestand is de ligging van de bronnen en het resultaat weergegeven. Uit de berekeningen blijkt dat de stikstofdepositie nergens hoger is dan afgerond 0,00 mol/ha/jaar en er derhalve geen relevant effect is. Negatieve effec­ ten in de vorm van vermesting en verzuring zijn derhalve niet aan de orde. De aanleg- en exploitatiefase zijn worst-case in dezelfde berekening meegenomen. Voor dit plan geldt geen vergunningplicht op basis van de Wet natuurbescherming (Wnb).

4/4

AERIUS* CALCULATOR

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden,op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

" " " "

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Détailgegevens per emissiebron

Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

AERIUS* CALCULATOR

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Rho Adviseurs Wittesteijn 2-7, - Emmeloord

Activiteit Omschrijving Toelichting

Winkelcentrum Wittesteijn Emmeloord Gebruik-, sloop-,en aan legfase winkelcentrum Wittesteijn Emmeloord

Berekening AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

RrZFYxKPFAcg 31 oktober 2023,19:50 Wnb-rekengrid

Totale emissie Winkelcentrum Wittesteijn Emmeloord - Beoogd

Rekenjaar 2024

Emissie NH3 1,1 kg/j

Emissie NO146,2 kg/j

Resultaten

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

Winkelcentrum Wittesteijn Emmeloord - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname

RrZFYxKPFAcg (31 oktober 2023)

2/8

Projectberekening

AERIUS CALCULATOR

Winkelcentrum Wittesteijn Emmeloord (Beoogd), rekenjaar2024

Emissiebronnen Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning |

a Dieselmaterieel sloop

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning |

a Dieselmaterieel aanlegfase Verkeersnetwerk

RrZFYxKPFAcg (31 oktober 2023)

Emissie NH3

Emissie NO*

0,8 kg/j

111,4 kg/j

0,1 kg/j

28,5 kg/j

0,2 kg/j

6,2 kg/j

3/8

Projectberekening

AERIUS CALCULATOR

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

] Niet bepaald

f

Hoogste totaal (achtergrond + project be re ke ni ng)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RrZFYxKPFAcg (31 oktober 2023)

4/8

Projectberekening

AERIUS CALCULATOR

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Winkelcentrum Wittesteijn Emmeloord" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd) Totaal

RrZFYxKPFAcg (31 oktober 2023)

-

Hoogste totale depositie (mol N/ha/jr) -

Met toename (ha gekarteerd) -

Grootste toename (mol N/ha/jr) -

Met afname (ha gekarteerd) -

Grootste afname (mol N/ha/jr) -

5/8

Projectberekening

AERIUS CALCULATOR

Winkelcentrum Wittesteijn Emmeloord, Rekenjaar 2024 ^9 Mobiele werktuigen ļ Bouw, Industrieën Delfstoffenwinning Naam Locatie Oppervlakte Naam

NOx NH3

Dieselmaterieel sloop X:178617,05 Y:524386,81 0,02 ha

Stageklasse

Sloop Stage-IV, 2014-2018,75-560 kW, diesel, SCR:

Brandstofverbruik 3360 l/j

111,4 kg/j 0,8 kg/j

Draaiuren AdBlue verbruik 112 u/j 01/j

Stof Emissie NOx

111,4

NHa

kg/j 0,8 kg/j

ja

KU Mobiele werktuigen ļ Bouw, Industrieën Delfstoffenwinning Naam Locatie Oppervlakte

NOx NH3

Dieselmaterieel aanlegfase X:178587,91 Y:524411,9 0,02 ha

Naam

Stageklasse

Graafmachine

Stage-IV, 2014-2018,75-560 kW, diesel, SCR: ja

Telekraan

Brandstofverbruik 140 l/j

Stage-IIIB, 2011-2013,75-560 kW, 180 l/j diesel, SCR: nee

28,5 kg/j 0,1 kg/j

Draaiuren AdBlue verbruik 10 u/j oi/j

15 U/j

Stof Emissie NOx

4,7

NHa

kg/j 33,6

NOx

g/j 2,8

NOx

kg/j 1.4 g/j 1,8

NHa

kg/j 12,5

NOx

g/j 2,8

NHa Hoogwerker

Machinaal straatwerk (minikraan)

Stage-IV, 2014-2018,75-560 kW, diesel, SCR: ja

Stage-IIIB, 2011-2013, ^ 56 kW, diesel, SCR: nee

52 l/j

136 l/j

13 u/j

oi/j

17 U/j

NOx

kg/j 1.0 g/j 6,4

NHa

kg/j 46,3

NOx

g/j 4,8

NHa Heimachine

Diep lader

Stage-IV, 2014-2018,75-560 kW, diesel, SCR: ja

193 l/j

Stage-IIIB, 2011-2013,75-560 kW, 312 l/j diesel, SCR: nee

11 u/j

01/j

26 U/j

NOx

kg/j 2,3 g/j 5,3

NHa

kg/j 37,9

NHa Betonmixer

Stage-IV, 2014-2018,75-560 kW, diesel, SCR: ja

158 l/j

9 u/j

01/j

g/j

RrZFYxKPFAcg (31 oktober 2023)

6/8

Projectberekening

AERIUS CALCULATOR

^9 Wegverkeer ļ Weg Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Typehoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld

Rij route 1 aan legfase X: 179158,67 Y :524627,27 1.292,11 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m

Línks Rechts NO* 1,7 kg/j Typescherm NŨ2 0,3 kg/j NH3 55,4 g/j Hoogte Afstand tot de weg -

Verkeer Licht verkeer Middelzwaarvrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

Max. snelheid Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Aantal voertuigbewegingen 10,0/etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal

In file O.Oo/o 0,0 o/o 0,0 o/o 0,0 o/o

Licht verkeer Middelzwaarvrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

0,0 /jaar 0,0 /jaar 90,0/jaar 0,0 /jaar

0,0 o/o 0,0 o/o 0,0 o/o 0,0 o/o

^9 Wegverkeer ļ Weg Naam Route 1 exploitatiefase Locatie X:178643,15Y:524395,16 108,54 m Lengte Wegtype Binnen bebouwde kom (normaal) Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Typehoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0m Verkeer Max. snelheid Licht verkeer Voorgeschreven factoren Middelzwaarvrachtverkeer Voorgeschreven factoren Zwaar vrachtverkeer Voorgeschreven factoren Busverkeer Voorgeschreven factoren

Typescherm Hoogte Afstand tot de weg

Links Rechts NO* NŨ2 NH3

Aantal voertuigbewegingen 52,5/etmaal 0,0 /etmaal 1,6 /etmaal 0,0 /etmaal

1,0 kg/j 0,2 kg/j 30,5 g/j

In file 0,0 o/o 0,0 o/o 0,0 o/o 0,0 o/o

^9 Wegverkeer ļ Weg Naam Rij route 2 exp loitatiefase Locatie X:178540,46 Y:524359,94 Lengte 248,13 m Wegtype Binnen bebouwde kom (normaal) Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Typehoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0m Verkeer Max. snelheid Licht verkeer Voorgeschreven factoren Middelzwaarvrachtverkeer Voorgeschreven factoren Zwaar vrachtverkeer Voorgeschreven factoren Busverkeer Voorgeschreven factoren

RrZFYxKPFAcg (31 oktober 2023)

Typescherm Hoogte Afstand tot de weg

Links Rechts NO* NŨ2 NH3

Aantal voertuigbewegingen 39,4/etmaal 0,0 /etmaal 1,2 /etmaal 0,0 /etmaal

1,6 kg/j 0,3 kg/j 52,2 g/j

In file 0,0 o/o 0,0 o/o 0,0 o/o 0,0 o/o

7/8

Projectberekening

AERIUS* CALCULATOR

^9 Wegverkeer ļ Weg Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Typehoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

Rij route 3 exp loitatiefase X:178570,57 Y:524492,71 288,07 m Binnen bebouwde kom (normaal) Beide richtingen 1 Normaal 0m Max. snelheid Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Type scherm Hoogte Afstand tot de weg

Links Rechts NO* NŨ2 NH3

Aantal voertuigbewegingen 39,4/etmaal 0,0 /etmaal 1,2 /etmaal 0,0 /etmaal

1,9 kg/j 0,4 kg/j 60,7 g/j

In file O.Oo/o 0,0 o/o 0,0 o/o 0,0 o/o

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de Ínhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023J20231004jd8d865135 Database versie 2023jd8d865135-calculatorjiLstable Voor meer informatie over de gebruikte methodieken data zie: https://www.aerius.nl/

RrZFYxKPFAcg (31 oktober 2023)

8/8

64/204

Bijlage 4

65/204

Quickscan flora en fauna

Emmeloord, Wittesteijn 2 QuickScan

1 ZOOI*

F

■,

i

1

'

-

JM ecologie b.v., 2022

N G B

QuickScan Emmeloord, Wittesteijn 2

Ecologische beoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming

Rapportnummer R22.260 Status 1.0 (definitief) Datum 12-12-2022 Opdrachtgever Rho Adviseurs Druifstreek 72-C 8911LH Leeuwarden Auteur Jurjen Maris Controle Jildou Dekker Voorpagina Overzicht (deel) plangebied, gezien vanaf westzijde Te citeren als Maris, J., 2022. QuickScan Emmeloord, Wittesteijn 2; Ecologische beoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming. Rapport R22.260 JM ecologie b.v., Gorredijk.

JM ecologie b.v. Leitswei 12 8401 CL Gorredijk

Copyright Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar © 2022 JM ecologie b.v. worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.

Inhoud 1

Inleiding....................................................................................................................................................................... 2 1.1 Aanleiding............................................................................................................................................................ 2 1.2 Globale ligging..................................................................................................................................................... 2 1.3 Structuur natuurwetgeving in Nederland............................................................................................................3 1.4 Scope van de QuickScan......................................................................................................................................4 1.5 Werkwijze............................................................................................................................................................ 5

2

Beschrijving locatie en ingreep.................................................................................................................................. 6 2.1 Locatie.................................................................................................................................................................. 6 2.2 Ingreep................................................................................................................................................................. 7

3

Resultaten bureaustudie en veldbezoek (soortbescherming)...................................................................................9 3.1 Bureaustudie (NDFF)............................................................................................................................................ 9 3.2 Veldbezoek........................................................................................................................................................ 10

4

Effecten en gevolgen................................................................................................................................................. 18 4.1 Overzicht beschermde soorten.........................................................................................................................18 4.2 Effecten op de in het plangebied (mogelijk) aanwezige flora en fauna.......................................................... 18

5

Vervolgstappen..........................................................................................................................................................20 5.1 Jaarrond beschermde nesten huismus en gierzwaluw; nader onderzoek... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 5.2 Algemene broedvogels; specifieke werkwijze...................................................................................................20 5.3 Vleermuizen; nader onderzoek..........................................................................................................................20 5.4 Steenmarter; specifieke werkwijze............................................................. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.

6

Conclusie.

22

Geraadpleegde bronnen...................................................................................................................................................23 Bijlage 1 - Jaarrond beschermde nesten per provincie.................................................................................................... i

Rho Adviseurs QuickScan Emmeloord, Wittesteijn 2

1

Inleiding

1.1

Aanleiding In opdracht van Rho Adviseurs heeft ecologisch adviesbureau JM ecologie b.v. een QuickScan uitgevoerd aan het winkelcentrum te Wittesteijn in Emmeloord, gemeente Noordoostpolder, provincie Flevoland. De opdrachtgever is voornemens een bestaande kiosk midden op het parkeerterrein te verplaatsen naar een nieuw aan te leggen winkelruimte naast een bestaand flatgebouw aan de Hulkesteijn. Tevens is de opdrachtgever voornemens de winkelruimte op Wittesteijn 2 te vergoten. Om te onderzoeken hoe de geplande voornemens zich verhouden tot (potentieel) aanwezige beschermde natuurwaarden in en nabij het plangebied en of deze negatieve effecten ondervinden van de voorgenomen plannen, is er een QuickScan uitgevoerd.

1.2

Globale ligging Het plangebied is gelegen binnen de stad Emmeloord in het winkelcentrum Wittesteijn. De omgeving van het plangebied bestaat uit een parkeerterrein, flatgebouwen, winkelpanden, wegen, enkele groenstroken en woonhuizen. De globale ligging van het plangebied is weergegeven in afbeelding 1.1.

Afbeelding 1.1. Globale ligging van het plangebied (rood omlijnd) in Emmeloord (bron achtergrond: Esri).

Datum: 12 december 2022 rapport: R22.260, versie 1.0

blad 2 van 23

Rho Adviseurs QuickScan Emmeloord, Wittesteijn 2

1.3

Structuur natuurwetgeving in Nederland De Wet natuurbescherming (hierna Wnb) heeft per 1 januari 2017 de Boswet, Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998 vervangen. De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, de bescherming van soorten en de bescherming van houtopstanden. Naast bescherming vanuit de Wet natuurbescherming, zijn er ook gebieden die planologisch beschermd zijn. Dit betreft het 'Natuurnetwerk Nederland' (hierna NNN). De bescherming van het NNN verloopt via het ruimtelijke ordeningsrecht (Barro, bestemmingsplannen) en niet via de natuurwetgeving. Na de decentralisatie (2017) zijn enkele provincies andere namen gaan voeren voor de NNN. Tot slot bestaan er diverse provinciaal beschermde natuurgebieden. De bescherming van deze gebieden wordt middels provinciaal beleid geregeld en valt derhalve tevens niet onder de Wet natuurbescherming. Decentralisatie Het bevoegd gezag is gedecentraliseerd naar de provincies. Het Rijk behoud echter het bevoegd gezag en de verantwoordelijkheid voor het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen voor handelingen en projecten in gebruik, beheer of aanleg door het rijk, zoals bijvoorbeeld hoofdwegen, spoorwegen, hoofdvaarwegen, waterkeringen, militaire terreinen, gastransportnet, hoogspanningsleidingen, delfstoffen, kustlijn, bepaalde visserij en bijvoorbeeld activiteiten Koninklijk Huis.

Soortbescherming In de Wet natuurbescherming is soortbescherming opgedeeld in categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wet natuurbescherming. Het gaat om de volgende categorieën: 1. soorten van de Vogelrichtlijn; 2. soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn; 3. 'andere soorten' (onderdeel A 'fauna' en onderdeel B 'flora'). De verbodsbepalingen en ontheffingsgronden voor de eerste twee categorieën komen rechtstreeks uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. De derde categorie vindt zijn oorsprong in de nationale wetgeving. Soorten van de Vogelrichtlijn Voor Vogelrichtlijnsoorten is het verboden om in het wild levende vogels te doden of te vangen, opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen, te beschadigen, te rapen of nesten van vogels weg te nemen. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen. Dit laatste verbod geldt niet voor een aantal aangewezen vogelsoorten, indien de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding en het nest zelf zijn functionaliteit behoudt. In aanvulling op de Vogelrichtlijn, geldt er voor een aantal vogelsoorten die jaarlijks naar hetzelfde nest terugkeren een jaarrond bescherming van de nesten.

De meeste provincies en het Rijk hanteren de "Lijst met jaarrond beschermde nesten 2012". Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen jaarrond beschermde nesten (categorie 1 tot en met 4) en mogelijk jaarrond beschermde nesten (categorie 5). Voor deze laatste categorie geldt alleen een jaarrond beschermde status indien ecologisch zwaarwegende omstandigheden dat rechtvaardigen. In de provincies Overijssel, Flevoland en Limburg geldt een aangepaste lijst jaarrond beschermde nesten, waarin een andere categorisering is aangebracht. In de provincie Friesland treedt een aangepaste lijst jaarrond beschermde nesten in werking met ingang van de Omgevingswet. De provincie Groningen hanteert geen officiële lijst, maar stelt dat essentiële nesten functioneel niet weggenomen mogen worden.

Datum: 12 december 2022 rapport: R22.260, versie 1.0

blad 3 van 23

Rho Adviseurs QuickScan Emmeloord, Wittesteijn 2

Soorten van de Habitatrichtlijn Voor soorten van artikel 3.5 (Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern en Bonn) is het eveneens verboden om in het wild levende dieren en planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen, opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen. Voortplantings- of rustplaatsen mogen niet beschadigd of vernield worden. Daarnaast geldt er een verbod om planten behorend bij artikel 3.5 te plukken, verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. In tegenstelling tot de Vogelrichtlijnsoorten in artikel 3.1, mogen dieren behorend bij artikel 3.5 niet opzettelijk verstoord worden, ook niet als er geen wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding. Andere soorten Naast de Europees aangewezen beschermde flora en fauna, is er in Nederland ook een Nationale soortenlijst gemaakt die niet gedekt wordt door de Vogel- en Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern of Verdrag van Bonn. Deze soorten zijn opgenomen in bijlage A en B van de Wet natuurbescherming. Voor soorten in bijlage A geldt een verbod op opzettelijk doden of vangen van dieren en opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantings- of rustplaatsen van dieren. Voor soorten in bijlage B geldt een verbod op opzettelijk plukken, verzamelen, afsnijden, vernielen en ontwortelen van planten.

In tegenstelling tot artikel 3.1 en 3.5, is verstoring van deze soorten toegestaan, zolang dit niet leidt tot het beschadigen van de functionaliteit van een vaste voortplantings- of rustplaats. Tevens mag de verstoring er niet toe leiden dat de leefomgeving die nodig is om de vaste voortplantings- of rustplaats te laten functioneren, in het geding komt. Met betrekking tot de 'andere soorten' zijn per provincie beleidsregels opgesteld waarin voor een deel van deze soorten vrijstelling is verleend. De grond waarop deze vrijstelling geldt verschilt per provincie en hoeft dus niet in alle situaties van toepassing te zijn. Vrijstelling op basis van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling is een geldige reden in alle provincies. Indien bij het project-voornemen één of enkele gestelde verboden in artikel 3.1, 3.5 of 3.10 worden overtreden, dient gewerkt te worden conform een gedragscode. Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het mogelijk om een ontheffing aan te vragen bij de provincie waarin het voornemen plaats vindt. De grond waarop een ontheffing mogelijk is, verschilt per categorie.

1.4

Scope van de QuickScan Deze QuickScan is opgesteld om de ecologische waarden van het plangebied te bepalen, en de, ten gevolge van de geplande wijziging/werkzaamheden, eventuele strijdigheden met de Wet natuurbescherming (Wnb) in kaart te brengen, waaruit een advies zal volgen over hoe te handelen volgens deze wet. Er wordt in deze QuickScan niet ingegaan op raakvlakken met de gebiedsbescherming (Natura 2000, NatuurNetwerk Nederland en overige provinciale gebiedsbescherming) en beschermde houtopstanden. Een initiatiefnemer is, vanuit de natuurwetgeving, bij ruimtelijke ingrepen (maar ook maatregelen en activiteiten) verplicht op de hoogte te zijn van mogelijk voorkomende beschermde natuurwaarden binnen en rond het plangebied, zodat hiermee rekening kan worden gehouden. De consequenties van de beoogde ruimtelijke ingreep zijn getoetst aan de bepalingen van de soortenbescherming uit de Wet natuurbescherming. De natuur is onvoorspelbaar. Het veldbezoek beschrijft een momentopname. Indien de periode tussen veldbezoek en de invoer van de geplande werkzaamheden en/of wijziging meerdere jaren wordt, of indien de omstandigheden significant wijzigen, dient overwogen te worden een herhaald veldbezoek te laten uitvoeren, hetgeen mogelijk tot gevolg heeft dat de QuickScan wordt herzien.

Datum: 12 december 2022 rapport: R22.260, versie 1.0

blad 4 van 23

Rho Adviseurs QuickScan Emmeloord, Wittesteijn 2

1.5

Werkwijze Bureaustudie Voorafgaand aan het veldbezoek wordt de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten onderzocht door het raadplegen van online- en fysieke atlassen en databases, zoals bijvoorbeeld de NDFF. Het doel van de bureaustudie is het inschatten van de ligging van het projectgebied, de aanwezige habitattypes en de bekende beschermde soorten, alsmede het verkrijgen van inzicht in de kans dat beschermde soorten in een projectgebied aanwezig kunnen zijn. Veldbezoek Het veldbezoek is afgelegd door ecoloog Jurjen Maris van JM ecologie b.v. op 10 november 2022. Het bezoek is uitgevoerd van 09:15 tot 10:15 uur, bij 13 0C en 4 Bft, op een licht bewolkte dag. Het doel van het veldbezoek is het inschatten van de aanwezige habitattypes en het verkrijgen van inzicht in het plangebied. Maatregel(en) en effecten De derde stap is de beschrijving van de geplande maatregel en de omstandigheden (planning, methode) waarin deze uitgevoerd gaat worden. Tezamen met het veldbezoek en de bureaustudie kunnen hieruit eventuele strijdigheden van de plannen met de betreffende natuurwetgeving opgespoord worden, en kunnen eventuele kennishiaten benoemd worden.

Hieraan worden conclusies verbonden en hieruit zal duidelijkheid ontstaan over de eventuele noodzaak tot het nemen van vervolgstappen, met als doel de werkzaamheden en/of wijziging conform de huidige Wet natuurbescherming te laten plaatsvinden.

Datum: 12 december 2022 rapport: R22.260, versie 1.0

blad 5 van 23

Rho Adviseurs QuickScan Emmeloord, Wittesteijn 2

2 2.1

Beschrijving locatie en ingreep Locatie Het plangebied is gelegen binnen het winkelcentrum Wittesteijn in Emmeloord, gemeente Noordoostpolder, provincie Flevoland. Dit winkelcentrum bevindt zich in een uitbreidingswijk aan de oostzijde van Emmeloord. Het plangebied is omgeven door wegen, flatgebouwen, woonhuizen en enkele groenstroken. De kiosk, die door de werkzaamheden dient te verdwijnen, bevindt zich in het midden van een parkeerterrein. Deze kiosk bestaat uit vier winkelpanden, waarin een atelier, sushi restaurant, cafetaria en een kapsalon zijn gevestigd, elk met een eigen entree en elk gelegen op een van de hoeken van de kiosk. Elk van de winkelpanden heeft glazen wanden aan de buitenzijde. Aan het dak is rondom een overkapping aanwezig, welke is bekleed met houten wandbeschoeiing. Het dak is aan de bovenzijde bekleed met dakleer en is omsloten middels een aluminium dakrand. De noordelijk gelegen locatie waar gebouwd dient te worden omvat een kleine parkeerplaats aan de westzijde van het flatgebouw "Hulkesteijn". Het flatgebouw is recent gemoderniseerd en geïsoleerd. De oost en westzijde van het flatgebouw zijn volledig bekleed met Trespa plaatwerk. De zuidelijk gelegen locatie omvat een leegstaand winkelpand welke uitgebouwd dient te worden en een betegeld pleintje met recycling-containers. Dit winkelpand heeft glazen wanden aan de buitenzijde.

Aan het dak is een overkapping aanwezig, welke is bekleed met metalen golfplaten. Het dak heeft een bitumineuze dakbedekking en een metalen dak omlijsting. Ten zuiden van het pleintje is een parkeerplaats en twee kleine groenperkjes met meidoorn bomen.

Afbeelding 2.1. Begrenzing van het plangebied in Emmeloord (rood kader: nieuwbouw, rood kader met arcering: te verwijderen kiosk, blauw kader met arcering: huidige locatie slijterij) (bron achtergrond: Esri).

Datum: 12 december 2022 rapport: R22.260, versie 1.0

blad 6 van 23

Rho Adviseurs QuickScan Emmeloord, Wittesteijn 2

Afbeelding 2.2. Kiosk gezien vanaf westzijde.

Afbeelding 2.3. Oostzijde kiosk.

Afbeelding 2.4. Westzijde flatgebouw Hulkesteijn.

Afbeelding 2.5. Leegstaande winkelpand aan de westzijde welke uitgebouwd dient te worden.

Afbeelding 2.6. Parkeerplaats en plein met containers naast het leegstaande winkelpand.

2.2

Ingreep De opdrachtgever is voornemens het winkelcentrum Wittesteijn te revitaliseren en upgraden. De kiosken die in het middengebied staan worden verplaatst naar een nieuwe locatie ten noorden naast het flatgebouw Hulkesteijn. Hiervoor worden aan het flatgebouw vier nieuwe winkels gerealiseerd en de aanwezige kiosk verwijderd. Deze locatie wordt ingericht als parkeergelegenheid. Tevens wordt de winkelruimte op de hoek aan de oostzijde met huisnummer 2 uitgebreid, waarbij de op huisnummer 10 aanwezige slijterij verplaatst wordt naar nummer 2. Daarnaast wordt de parkeerplaats ook opnieuw

Datum: 12 december 2022 rapport: R22.260, versie 1.0

blad 7 van 23

Rho Adviseurs QuickScan Emmeloord, Wittesteijn 2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2109/documents/36966