CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

4.0 Beleidsinput tbv formatie

Gemeenteraad 17 juni 2026, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 4: Verantwoording (in)formatie coalitie en college28.183 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Hierdoor kunnen zij maatwerk bieden, passend bij lokale omstandigheden en behoeften, maar zonder een strikte landelijke verplichting tot specifieke voorzieningen.

25

3. Participatie De minimale basis van de Participatiewet voor gemeenten bestaat eruit dat zij inwoners ondersteunen die kunnen werken maar daarbij hulp nodig hebben en dat zij bijstand verstrekken aan mensen die niet zelfstandig in hun noodzakelijke kosten kunnen voorzien. Ook moeten gemeenten verordeningen vaststellen voor onder meer de tegenprestatie, handhaving en toeslagen, cliënten begeleiden en verplichtingen handhaven, en de bijstand en re-integratiebudgetten conform de wet uitvoeren en verantwoorden.

Waar liggen keuzes voor Afhankelijk van de ambities en prioriteiten van de coalitie zijn dit onderwerpen waarin richting gekozen kan worden: 1. Asiel, integratie en arbeidsmigranten  Huisvesting van aandachtsgroepen Bepalen welke vorm van duurzame en flexibele huisvesting wordt nagestreefd en welke gemeentelijke betrokkenheid daarbij passend is.  Voorrang binnen de sociale huur Afwegen in hoeverre specifieke doelgroepen, zoals statushouders, voorrang krijgen, met oog voor mogelijke wijzigingen in wetgeving.  Realisatie van de taakstelling statushouders Vastleggen welk inspanningsniveau en welke middelen nodig zijn om de taakstelling structureel te realiseren.  Integratie en ondersteuning van nieuwkomers Kaders stellen voor de breedte van ondersteuning: beperken tot wettelijke verplichtingen of verbreden met aanvullende voorzieningen en doelgroepen?  Rol van werkgevers en organisaties bij arbeidsmigranten Definiëren welke verantwoordelijkheden werkgevers, uitzendbureaus en huisvestingsaanbieders dragen op sociaal vlak, inclusief zorg en taal.  Omvang en maatschappelijke impact van arbeidsmigranten Bepalen wat een passend aandeel arbeidsmigranten is binnen de gemeente en hoe dit zich verhoudt tot economische ontwikkeling en vraagstukken zoals dakloosheid en opvang. 2. Schulddienstverlening & minima 

Verruimen van de minimaregelingen Dit is een mogelijke richting, maar brengt structurele financiële gevolgen met zich mee. Een exacte berekening ontbreekt, maar eerdere analyses (2022) laten zien dat verruiming naar 130% van het sociaal minimum circa € 2,1 miljoen kost. Dit bestaat uit het verruimen van het huidige structurele minimabeleid naar 130% (€1,7 mln.) en het structureel maken van de tijdelijke uitbreiding van het minimabeleid (€ 0,4 mln.). De impact hangt sterk af van welke regelingen worden verruimd; vooral de individuele inkomenstoeslag en bijzondere bijstand leiden tot hogere kosten. Daarbij ontstaat risico op een armoedeval wanneer inwoners bij inkomensstijging netto minder overhouden. Ook de uitvoerbaarheid verschilt per regeling.

26

Ook zijn niet alle minimaregelingen ‘eenvoudig’ uitvoerbaar bij het hanteren van een inkomensgrens van 130%. Omzetten tijdelijke naar structurele extra ondersteuning inwoners met een minimuminkomen Bepalen in welke mate en vorm de huidige pilots structureel worden voortgezet, waaronder de Meedoen regeling en tegemoetkomingen voor bijvoorbeeld mondzorg en brillen, en welke reikwijdte deze ondersteuning in de toekomst krijgt. Dit speelt ook mee in de mogelijke afweging van het verruimen van de inkomensnorm voor minimaregelingen Inrichting van de schuldhulpverlening Vormgeven van de schuldhulpverlening binnen de landelijke afspraken over de basisdienstverlening en met het oog op een nieuwe aanbestedingsperiode, inclusief de keuze tussen uitvoering door externe partijen of door de gemeente zelf. Breedte en intensiteit van schuldpreventie Verkennen van de gewenste inzet op het voorkomen van schulden, variërend van het versterken van financiële educatie voor jongeren tot het bieden van ondersteuning bij digitale vaardigheden en andere preventieve activiteiten. Verruimen minimaregelingen Het structureel verruimen van verschillende minima-regelingen is een terugkerend onderwerp van gesprek in de raad. Het verruimen van de minimaregelingen hebben impact op de huidige structurele kosten. Wanneer de minimaregelingen worden verruimd heeft dit de volgende e ecten:

3. Participatie  Uitvoering binnen Participatiewet in Balans Bepalen hoe de balans wordt gevonden tussen regels, verplichtingen en de daadwerkelijke ondersteuning die inwoners nodig hebben, bijvoorbeeld rond handhaving, tegenprestatie en toepassing van kortingen. Daarbij speelt de vraag in hoeverre de gemeentevoorzieningen ambtshalve (automatisch) verstrekt of meer vraag gestuurd werkt, zoals bij de individuele inkomenstoeslag.  Inzet en financiering van arbeidsmarktgidsen Afwegen of de gemeente aanvullend investeert in extra arbeidsmarktgidsen boven op de beperkte formatie die het Rijk beschikbaar stelt, of binnen het regionale budget van Flevoland Werkt! blijft. Ook de lokale inrichting van het per 2027 verplichte regionale werkcentrum vraagt richting, inclusief mogelijke fysieke clustering van partijen zoals de WerkCorporatie, USD en Carrefour.  Benadering van inwoners met bijstand en afstand tot de arbeidsmarkt Bepalen welke mate van focus op werk voor de verschillende doelgroepen passend is, variërend van begeleiding naar betaald werk voor wie dat haalbaar is tot bredere maatschappelijke participatie voor inwoners met meervoudige problematiek. Daarbij hoort ook de vraag of een niet-bemiddelbare doelgroep wordt geaccepteerd, welke alternatieven worden geboden en hoeveel middelen hiervoor beschikbaar zijn, inclusief verbindingen met participatie en Wmo. 27

Toekomstige inrichting van beschut werk Vaststellen of de gemeente vasthoudt aan het uitgangspunt dat er geen wachtlijsten zijn voor beschut werk, met bijbehorende structurele financiering, of dat er een andere inrichting gewenst is. Het betreft een afweging tussen continuïteit voor de doelgroep, maatschappelijke meerwaarde en de structurele budgettaire consequenties.

28

6. SAMEN & GEZOND, GEZOND SAMENLEVEN Inleiding Gezond samenleven betekent dat een samenleving zo is ingericht dat mensen gezond kunnen opgroeien, leven en oud worden. Het gaat om een omgeving waarin inwoners mentaal veerkrachtig zijn, zich veilig voelen en kunnen meedoen op school, in hun werk en in sociale activiteiten. Daarbij hoort een gezonde leefomgeving die bewegen en ontmoeten stimuleert. Gezond samenleven betekent ook dat we gezond leven makkelijker maken: door mensen te ondersteunen om langer thuis te kunnen wonen en door samen te werken aan een toegankelijk en passend zorgaanbod voor iedereen. Positieve gezondheid is hierbij het leidende principe. De gemeente Noordoostpolder streeft ernaar dat positief gezond leven de gemakkelijke keuze is in alle levensfasen. In deze factsheet worden de onderstaande thema’s uitgelicht: 1. Wonen en ondersteuning voor kwetsbare doelgroepen 2. Preventie, leefstijl, inclusie, sociale basis en sport 3. Toegankelijke en toekomstbestendige zorg

Wat speelt er rond dit onderwerp 1. Wonen en ondersteuning voor kwetsbare doelgroepen Wmo-ondersteuning De vraag naar Wmo-ondersteuning in Noordoostpolder blijft stijgen, mede door vergrijzing en langer thuis wonen. Tegelijk werkt de gemeente met zorgaanbieders en Mercatus aan meer passende woonvormen voor kwetsbare doelgroepen, waaronder nieuwe nultreden-, geclusterde, en zorggeschikte woningen. Deze opgave en samenwerking is vastgelegd in de ‘Uitvoeringsagenda Wonen, Welzijn en Zorg’, die ook inzet op een gezonde leefomgeving die bewegen en ontmoeting stimuleert. Daarnaast verbetert de gemeente via het project ‘Samen de Toegang’ de toegang tot ondersteuning, zodat inwoners sneller passende hulp krijgen. We stimuleren de zelfredzaamheid van inwoners en de inzet van innovatieve zorg technologieën. Dit draagt bij aan het (langer) thuis wonen makkelijker maken en kan het beroep op Wmovoorzieningen verminderen. Maatschappelijke opvang De maatschappelijke opvang in Noordoostpolder staat onder druk door de regionale uitbreiding van opvangplekken en de beweging naar meer ondersteuning dicht bij de inwoner, in plaats van intramuraal. Tegelijk zoekt de gemeente extra plekken voor jongvolwassenen en gezinnen, maar de schaarse beschikbare huisvesting maakt dat voor meerdere projecten voor kwetsbare doelgroepen naar dezelfde locaties wordt gekeken.

Daardoor stokt de door- en uitstroom, en moet de gemeente steeds creatiever zoeken naar passende opvang en woonplekken.

29

2. Preventie, leefstijl, inclusie, sociale basis en sport Leefstijlbevordering Als gemeente zetten we in op leefstijlbevordering. Hierbij is aandacht voor preventie, mentale gezondheid, bevorderen van ontmoeting en sociale cohesie, en het versterken van kwetsbare wijken. Dit is in lijn met de landelijke akkoorden, zoals ‘Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA)’ en ‘Integraal Zorg Akkoord (IZA)’ die per 1 januari 2027 opgaan in het nieuwe ‘Aanvullend Zorg en Welzijns Akkoord (AZWA)’. Op verzoek van de gemeente Noordoostpolder doet het Trimbosinstituut momenteel onderzoek naar de brede preventieve aanpak middelengebruik NOP en komt in 2026 met een voorstel voor beleid daartoe. Als gemeente geven we uitvoering aan de ‘Lokale Inclusie Agenda’ en is er de laatste jaren actief ingezet op het Toegankelijkheidspanel.

Integrale buurtaanpak Als onderdeel van het manifest ‘De Bloeiende Polder’ werkt Noordoostpolder in Ens met een integrale buurtaanpak die gericht is op het bevorderen van (positieve) gezondheid. In deze aanpak werken gemeente, maatschappelijke partners en inwoners samen om gezondheid te versterken en gezondheidsproblemen vroeg te signaleren. Er wordt ingezet op betere samenwerking tussen professionals en vrijwilligers, op het benutten van plekken waar inwoners elkaar ontmoeten, om gezondheid bespreekbaar te maken, ondersteuning in het dorp toegankelijker te maken en gezond gedrag actief te stimuleren. Sportvisie In september 2025 is de ‘Sportvisie 2026–2035’ vastgesteld, waarna de gemeenteraad verschillende keuzes rond de aanleg van kunstgrasvelden heeft gemaakt. Zo nam de raad in juli 2025 een motie aan om te komen tot kunstgrasvelden in vijf dorpen en werd in november 2025 c.a. 5 miljoen Euro vrijgemaakt voor zes nieuwe kunstgrasvelden in de dorpen. In januari 2026 volgde een aanvullend besluit voor het omzetten van twee grasvelden naar kunstgrasvelden bij Flevo Boys vanwege capaciteitsproblemen. Er is onderzoek uitgevoerd naar de capaciteit van de binnensportaccommodaties in Emmeloord. Uit deze inventarisatie, gecombineerd met de inzichten uit onze Sportvisie, blijkt dat vervolgstappen noodzakelijk zijn.

De gemeente groeit sneller dan verwacht: van circa 48.000 inwoners in 2022 naar een prognose van 57.000 in 2042, maar in 2025 zitten we al boven de 50.000 inwoners. Deze groei wordt bepaald door migratie van buitenaf. Deze groei van ruim 20% betekent naar verwachting ook een vergelijkbare toename in de behoefte aan sportaccommodaties. Visie dorps- en buurthuizen De gemeente werkt aan een visie op dorps- en buurthuizen, omdat deze locaties — vaak het maatschappelijke hart van dorpen en wijken — onder druk staan door veroudering, verduurzamingsopgaven, krapte aan vrijwilligers, veranderende maatschappelijke behoeften en de gemeentelijke ambities rond leefbaarheid, samenredzaamheid en de beweging van zorg naar gezondheid.

30

3. Toegankelijke en toekomstbestendige zorg Ontwikkelingen Samen met zorg- en welzijnspartners wordt er gewerkt aan een innovatief en kwalitatief zorgaanbod in Noordelijk Flevoland. Er ligt een gezamenlijke (concept)werkagenda, maar de IZAaanvraag voor de uitvoering hiervan is afgewezen. Partners willen doorgaan met de Zorgtransformatie Noordelijk Flevoland en richten zich eerst op het versterken van het partnerschap en het bereiken van overeenstemming over de verdere aanpak. De bestaande initiatieven blijven doorlopen. Antonius en ZONL hebben vergevorderde nieuwbouwplannen aan de Urkerweg, met oplevering verwacht tussen eind 2026 en 2028. Beide zorgorganisaties werken aan uitbreiding en innovatie van hun zorgaanbod. Formele Governance voor de zorgtransformatie Noordelijk Flevoland lijkt minder noodzakelijk doordat partners elkaar goed weten te vinden. Vanuit het IZA/AZWA wordt er gewerkt aan een RESV/hechte wijkverbanden waar wij als gemeente geen eigenaar van zijn, maar wel worden aangehaakt vanwege de taken vanuit sociaal domein. Deze samenwerking biedt kansen om het sociaal en medische domein concreet aan elkaar te verbinden. Polderdokter Polderdokter groeit door als wervingsprogramma dat het huisartsentekort in de gemeente Noordoostpolder moet verkleinen.

Het project heeft inmiddels vier nieuwe huisartsen in opleiding opgeleverd en vormt zo een eerste verlichting voor de regio. Tegelijkertijd is Polderdokter in een nieuwe fase beland met een vernieuwde campagne en website waarin artsen hun leven en werk in de polder delen om nieuwe collega’s te trekken. Artsen in opleiding krijgen aantrekkelijke garanties, zoals drie jaar opleiden op één plek, ‘baangarantie’, vaste kinderopvang, hulp bij het zoeken naar huisvesting en baan voor partner wat helpt om hen te binden aan de regio. Daarnaast wordt actief ingezet op hulp bij praktijkovernames, huisvestingsvraagstukken of het starten van een nieuwe praktijk. Voor de wijk Revelsant-Zuid is er een bestuursopdracht vastgesteld waarin onderzocht wordt of een nieuwe huisartsenpraktijk (al dan niet in combinatie met het buurthuis) gerealiseerd kan worden.

Wat ligt vast en waarom 1. Wonen en ondersteuning voor kwetsbare doelgroepen Als gemeente dragen we verschillende wettelijke verantwoordelijkheden. Vanuit de Wmo 2015 gaat het om begeleiding, beschermd wonen en maatschappelijke opvang. De Huisvestingswet bepaalt onze taken rond woonruimteverdeling en urgentie. Daarnaast zijn we verantwoordelijk voor de ruimtelijke inpassing van zorgwoningen en voor preventie en gezondheidsbevordering op basis van de Wet publieke gezondheid. Daarnaast is de gemeente verplicht om een integrale woonzorgvisie te hebben. In Noordoostpolder is dat de Uitvoeringsagenda Wonen, welzijn en zorg waarin we samen met maatschappelijke partners en zorgkantoor als doel hebben dat ouderen en andere inwoners die zorg nodig hebben zo lang mogelijk prettig en zelfstandig kunnen blijven wonen. Daarom werken 31

we aan goede en toekomstbestendige afspraken over wonen, welzijn en zorg. Deze afspraken komen vanuit diverse landelijke programma’s, zoals Wonen, Ondersteunen en Zorg (WOZO) en Een thuis voor Iedereen. Voor maatschappelijke opvang en beschermd wonen heeft Almere als centrumgemeente de regie. Zij voert deze taken regionaal uit, ontvangt hiervoor de rijksmiddelen en maakt afspraken met aanbieders om een passend en dekkend aanbod in de hele regio te waarborgen. Beschermd wonen is daarbij traditioneel regionaal georganiseerd, omdat deze voorzieningen specialistisch en geconcentreerd zijn. De regiogemeenten blijven wettelijk verantwoordelijk, maar voeren de opvang en het beschermd wonen niet zelf uit. Zij richten zich op lokale toegang, signalering en toeleiding van inwoners naar de juiste voorzieningen en leunen voor de uitvoering op de centrumgemeente. De gemeenten in Flevoland (Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder en Urk) werken samen binnen een regionaal sociaal-domeinkader. De afspraken hierover zijn vastgelegd in het Regionaal Kader Zorglandschap Wmo 2020–2026 en de Centrumregeling Sociaal Domein Flevoland. 2.

Preventie, leefstijl, inclusie, sociale basis en sport Gemeenten zijn op basis van meerdere wetten in het sociaal domein (wet Publieke gezondheid, Jeugdwet, Wmo 2015, Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte) verplicht om zich in te zetten op de thema’s preventie, leefstijl, inclusie, sociale basis en sport. Als gemeente zijn we ook verplicht om een ‘Lokale Inclusie Agenda’ te hebben. Gemeenten zijn niet wettelijk verplicht sportbeleid te voeren, maar hebben wél duidelijke verantwoordelijkheden voor sportaccommodaties, subsidiëring, toegankelijkheid en de uitvoering van nationale sport- en gezondheidsakkoorden. Hierdoor is sport in de praktijk inclusief accommodatiebeleid een vaste gemeentelijke taak. 3. Toegankelijke en toekomstbestendige zorg Gemeenten hebben op basis van de Wet publieke gezondheid een centrale taak in het bewaken en bevorderen van de lokale gezondheid, via monitoring, preventie, jeugd- en ouderengezondheidszorg en infectieziektebestrijding. De Landelijke nota gezondheidsbeleid vraagt gemeenten om de landelijke prioriteiten – zoals mentale gezondheid en een gezonde leefomgeving – binnen twee jaar te vertalen naar concreet lokaal beleid, in nauwe samenwerking met GGD en partners.

Via de Wmo zorgen gemeenten dat inwoners zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen, door passende ondersteuning, algemene- en maatwerkvoorzieningen en een toegankelijke lokale toegang te organiseren. In het GALA werken gemeenten aan het versterken van gezondheid, preventie, sociale basis en een gezonde leefomgeving, onder meer via vijf landelijke ketenaanpakken, gefinancierd vanuit de Brede SPUK. Het IZA vraagt van gemeenten dat zij

32

binnen regionale zorgnetwerken bijdragen aan passende zorg, preventie en digitalisering, waarbij domein overstijgende samenwerking centraal staat. Met het AZWA krijgen gemeenten een grotere rol in het realiseren van basisfunctionaliteiten zoals sociaal verwijzen, valpreventie en laagdrempelige steunpunten, als onderdeel van een versterkte regionale preventie-infrastructuur. In het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg (HLO) versterken gemeenten de ondersteuning van mantelzorgers, respijtzorg en regionale samenwerking rond wonen, welzijn en zorg, zodat ouderen langer thuis kunnen blijven wonen. Voor de lokale aanpak tegengaan huisartsentekort (Polderdokter) heeft het college in juni 2025 een ‘Notitie Huisvesting Huisartsen Noordoostpolder’ vastgesteld. Deze notitie is opgesteld omdat meerdere huisartspraktijken in de Noordoostpolder te maken hebben met verouderde of te kleine huisvesting, terwijl er juist meer huisartsencapaciteit nodig is richting 2030. Dit belemmert uitbreiding, opvolging en het opleiden van nieuwe huisartsen, en daarmee de toegankelijkheid van zorg voor inwoners. In de notitie staan uitgangspunten, zoals: huisartsenzorg moet meegroeien met de bevolking, praktijken moeten goed gespreid zijn over gemeente en wijken, nieuwe huisvesting moet passen bij moderne groepspraktijken en er is extra aandacht nodig voor kwetsbare wijken en dorpen.

Deze uitgangspunten dienen als basis om passende locaties te faciliteren en toekomstbestendige praktijken mogelijk te maken. Waar liggen keuzes voor Afhankelijk van de ambities en prioriteiten van de coalitie zijn dit onderwerpen waarin richting gekozen kan worden: 1. Wonen en ondersteuning voor kwetsbare doelgroepen  Maatschappelijke opvang Bepalen in welke mate maatschappelijke opvang vooral regionaal wordt belegd of dat in de Noordoostpolder aanvullende lokale voorzieningen ontwikkeld worden, inclusief de verkenning of combineren met andere doelgroepen, zoals arbeidsmigranten, kan bijdragen aan een e iciënter en passender voorzieningenaanbod.  Beschermd wonen & jeugdhulp met verblijf Afwegen of nieuw zorgaanbod in de Noordoostpolder actief wordt gestimuleerd of dat wordt ingezet op het behouden van een evenwichtige vraag-aanbodverhouding, inclusief keuzes over het begrenzen of vrij laten ontstaan van aanbod in samenhang met regionale ontwikkelingen.  Zorggeschikte woningen In het kader van de uitvoeringsagenda Wonen-Welzijn-Zorg kiezen tussen een focus op strikt benodigde aantallen of het creëren van enige overcapaciteit om doorstroming en passend wonen te bevorderen, met aandacht voor geclusterde woningen, nultredenwoningen en studio’s voor kwetsbare doelgroepen, evenals de hogere kosten en beperkte beïnvloedingsmogelijkheden richting marktpartijen. 33

Skaeve huse Overwegen of een kleinschalige, begeleide woonvorm voor mensen die niet in reguliere wijken kunnen wonen wordt ontwikkeld, of dat ervoor wordt gekozen deze voorziening niet in de Noordoostpolder te realiseren.

2. Preventie, leefstijl, inclusie, sociale basis en sport  Preventieve aanpak middelengebruik Trimbos is in opdracht van de gemeente bezig om te komen tot een ‘brede preventieve aanpak Middelengebruik NOP’. Bepaald moet worden in hoeverre het voorgestelde beleid wordt gevolgd, inclusief de mogelijke keuze om OKO-gemeente te worden in het licht van de relatief hoge cijfers voor roken en alcoholgebruik (zie ook factsheet Kansengelijkheid).  Mentale gezondheid Overwegen of mentale gezondheid een expliciet speerpunt wordt binnen het sociaal domein, gezien de groeiende maatschappelijke problematiek op dit thema.  Gezonde leefomgeving Vaststellen welke rol een gezonde leefomgeving speelt, ook wanneer andere belangen zoals economie, wonen of rendement meespelen, inclusief afwegingen rond spuitzonering, groenvoorziening en kosten die met gezondheidsspeerpunten samenhangen.  Vaccinatiegraad Bepalen of de gemeente actiever beleid wil voeren om de vaccinatiegraad te verhogen, gezien de structureel lagere cijfers in de Noordoostpolder en de bredere Flevolandse regio.  Versterking rol GGD Flevoland Kiezen of wordt vastgehouden aan het versterken van de rol en functie van de GGD, inclusief Jeugdgezondheidszorg en algemene gezondheidszorg, in combinatie met oplopende inwonersbijdragen.

 Inclusiebeleid Afwegen of aanvullende investeringen worden gedaan in inclusie, of dat de huidige inzet zonder extra budget wordt voortgezet, binnen thema’s zoals schriftelijke en digitale inclusie, mentale en sociale inclusie en fysieke toegankelijkheid.  Uniek Sporten Beslissen of middelen en beleid worden vrijgemaakt om Uniek Sporten mogelijk te maken voor inwoners met een beperking of aandoening. Uniek sporten kan mensen met een beperking of aandoening de mogelijkheid bieden om te sporten of te bewegen als bijvoorbeeld een inwoner niet in aanmerking komt voor een sportvoorziening vanuit de Wmo 2015. Een inwoner kan aanspraak maken op € 8.400 euro per voorziening in de 7 jaar (Advies: twee aanvragen per jaar bijv. € 16.800 euro reserveren). Dit is geen wettelijke taak, maar past wel bij de beweging voor inclusie en is in lijn met het programma Samen & Gezond.  Collectieve voorzieningen vs. maatwerkvoorzieningen Onderzoeken in hoeverre collectieve oplossingen — zoals bij vervoer — worden versterkt om vergrijzing op te vangen en de druk op individuele maatwerkvoorzieningen te verminderen.  Dubbele vergrijzing WMO-budget Via de perspectiefnota 2026-2029 is het WMO-budget per jaar telkens verhoogd met € 125.000 tot en met 2029. De keuze is of deze verhoging voor 2030 verder voortgezet wordt. 34

Dorps- en buurthuizen en sociale basis Bepalen of kwetsbare wijken en dorpen structurele ondersteuning vanuit welzijnswerk ontvangen, bijvoorbeeld in gebieden zoals Revelsant, de Zuidert en Nagele, binnen de bredere opgave voor de sociale basis in de hele Noordoostpolder. Vrijwilligers en programmering Afwegen of het borgen van voldoende vrijwilligers en passende programmering als verantwoordelijkheid van wijken en dorpen wordt gezien, of dat de gemeente hierin een grotere rol op zich neemt, met bijbehorende kostenafweging. Uitvoering sportvisie en benodigde middelen Bij de door de raad vastgestelde sportvisie is geen exploitatiebudget toegekend. De geschatte jaarlijkse exploitatielast bedraagt € 155.000. De vraag die voorligt is temporiseren, kiezen of budget vrijmaken. Capaciteit binnensportaccommodaties Beslissen of extra wordt geïnvesteerd in de capaciteit van binnensportaccommodaties, mede door een technisch mankement aan een bestaande gymzaal waardoor de druk op zaalruimte verder toeneemt.

3. Toegankelijke en toekomstbestendige zorg  AZWA – basisfunctionaliteiten Afwegen of basisfunctionaliteiten die mogelijk niet langer via AZWA worden gefinancierd vanaf 2027 lokaal in stand worden gehouden, of dat wordt gekozen voor uitvoering van uitsluitend de minimale wettelijke variant.  Zorgtransformatie Noordelijk Flevoland Bepalen of alsnog wordt geïnvesteerd in zorgtransformatie op sub regionaal niveau, nu de gezamenlijke aanvraag voor IZA-transformatiemiddelen is weggevallen, variërend van een lichte samenwerkingsvorm gericht op inspiratie en uitwisseling tot een gezamenlijke werkagenda met Governance-structuur en structurele middelen.  Project Polderdokter Kiezen of Polderdokter, dat nu wordt bekostigd vanuit incidenteel IZA-budget, wordt beschouwd als een project met een einddatum of structureel wordt voortgezet zodra de tijdelijke financiering afloopt.  Nieuwe huisartsenpraktijk in Revelsant-Zuid Beslissen of wordt ingezet op de realisatie van een nieuwe huisartsenpraktijk in Revelsant-Zuid en of de gemeente bereid is te investeren in de benodigde huisvesting.

35

7. SAMEN & GEZOND, KANSENGELIJKHEID Inleiding Kansengelijkheid betekent dat iedereen dezelfde kansen krijgt om mee te doen in de samenleving, ongeacht afkomst, inkomen of achtergrond. Met gelijke kansen bedoelen we: gelijke kansen bieden door ongelijk te investeren. De gemeente Noordoostpolder streeft naar een samenleving waarin alle jeugdigen gelijke kansen krijgen om zich te ontwikkelen, ongeacht hun achtergrond, persoonlijke kenmerken, maatschappelijke status of fysieke en mentale mogelijkheden. De focus ligt op de doelgroep van 0 – 27 jaar. In deze factsheet worden de volgende onderdelen uitgelicht: 1. Jeugd (Hervormingsagenda Jeugd, preventief ondersteuningsaanbod en maatwerk); 2. Kinderopvang, onderwijs en onderwijshuisvesting; 3. Cultuur (inclusief talentontwikkeling) en cultuurhuisvesting.

Wat speelt er rond dit onderwerp 1. Jeugd Deelplan jeugd Gemeente Noordoostpolder actualiseert het ‘deelplan jeugd’ in 2026. We geven daarbij invulling aan de opdracht vanuit de landelijke Hervormingsagenda Jeugd. Veel onderdelen uit de hervormingsagenda zijn al uitgevoerd en onderdeel van ons vigerend beleid. Echter, het versterken van de lokale teams behoeft verdere uitwerking. Stevige lokale teams moeten zichtbaar en bereikbaar zijn in de wijk, met vaste professionals die vanuit nabijheid werken en duurzame relaties opbouwen. Ze sluiten aan bij plekken waar gezinnen al komen, zoals scholen en wijk- en buurtcentra en werken nauw samen met de sociale basis om vroegtijdige en laagdrempelige ondersteuning te bieden. In de wijk geven zij zelf lichte hulp, versterken zij het gewone leven van gezinnen en organiseren zij specialistische expertise dichtbij wanneer dat nodig is. Leren omgaan met de uitdagingen van het dagelijks leven helpt om problemen niet groter te maken dan ze zijn. Kansrijke start Er wordt uitvoering gegeven aan ‘Kansrijke Start’. Deze aanpak richt zich op de eerste 1000 dagen in het leven van een kind en zijn/haar ouders, beginnend voor de zwangerschap (-9 maanden tot 2 jaar). De focus ligt op preventie en vroegsignalering, waarbij het sociaal en medisch domein samen optrekken. Deze samenwerking sluit aan bij de landelijke werkwijze voor Kansrijke Start.

Integrale buurtaanpak Revelsant Samen met maatschappelijke partners wordt er uitvoering gegeven aan de integrale buurtaanpak Revelsant met als doel de leefbaarheid in deze wijk te vergroten en de gezondheidsverschillen te verkleinen. Daarnaast ligt er een concept-bestuursopdracht voor een wijkimpuls gericht op de sociale programmering, maatschappelijke voorzieningen en wonen in 36

desbetre ende wijk. 2. Kinderopvang, onderwijs en onderwijshuisvesting Aanbod De gemeente wil een sterk en aantrekkelijk onderwijsaanbod behouden, omdat dit de basis vormt voor gelijke kansen en leefbare dorpen. De bouw van het nieuwe Kindcentrum in Emmelhage laat zien hoe opvang, onderwijs en sport steeds meer samenkomen in moderne, multifunctionele gebouwen. Ook in de kernen blijft een school een belangrijke voorziening: het hart van de gemeenschap en een plek waar kinderen, ouders en verenigingen elkaar ontmoeten. We werken aan een Integraal Huisvestingsplan (IHP): een langetermijnvisie op de onderwijshuisvesting die we als gemeente samen met de schoolbesturen opstellen. Dit plan biedt een compleet overzicht van alle schoolgebouwen, hun staat, de verwachte ontwikkelingen en de investeringen die de komende jaren nodig zijn. Daarnaast worden in het IHP ook beleidsmatige uitgangspunten opgenomen over bijvoorbeeld (door)ontwikkeling van Kindcentra en inclusief onderwijs. Uit het nieuwe IHP zal blijken of er nieuwe keuzes gemaakt moeten worden. Kinderopvang Het gebruik van kinderopvang neemt al drie jaar toe. Uit het capaciteitenonderzoek kinderopvang (uitgevoerd in 2024 en verdiept in 2025) blijkt dat de capaciteit op meerdere locaties binnen de gemeente beperkt is. Hierdoor ontstaan wachtlijsten en kunnen ouders niet altijd een plek vinden voor hun kind(eren).

Een tekort aan beschikbare ruimte en personeel wordt in het onderzoek als belangrijkste oorzaak genoemd. Daarnaast signaleren basisscholen dat steeds meer kinderen met een achterstand starten, met name kinderen uit gezinnen van arbeidsmigranten. De vraag naar Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) groeit, terwijl het Onderwijsachterstandenbudget (OAB) juist daalt. Dit vraagt om bewuste keuzes in inzet en bereik. Tegelijkertijd wordt gewerkt aan een sterke doorlopende ontwikkellijn van 0 tot 13 jaar, een goede aansluiting op het vervolgonderwijs en intensieve samenwerking tussen onderwijs, opvang en werkgevers. Tegelijk wordt geïnvesteerd in een nieuwe, duurzame VO-campus en in renovatie en nieuwbouw van scholen via het onderwijshuisvestingsprogramma. 3. Cultuur en Cultuurhuisvesting De gemeente Noordoostpolder werkt aan een vernieuwde koers voor cultuur, met aandacht voor talentontwikkeling, samenwerking in het culturele veld en het versterken van lokale identiteit. Daarnaast ligt er een opdracht om scenario’s voor toekomstbestendige cultuurhuisvesting uit te werken. De raad vraagt daarbij om heldere financiële kaders en een integrale visie op Cultuur. Breder volgt de gemeente de trend van multifunctionele accommodaties binnen maatschappelijk vastgoed, bijv. als het gaat om creatieve broedplaatsen.

De bibliotheek ontwikkelt zich richting een breder maatschappelijk kennis- en ontmoetingspunt. Artsen hun leven en werk in de polder delen om nieuwe collega’s te trekken. Artsen in opleiding krijgen aantrekkelijke garanties, zoals drie jaar opleiden op één plek, ‘baangarantie’, vaste kinderopvang, hulp bij het zoeken naar huisvesting en baan voor partner wat helpt om hen te 37

binden aan de regio. Daarnaast wordt actief ingezet op hulp bij praktijkovernames, huisvestingsvraagstukken of het starten van een nieuwe praktijk. Voor de wijk Revelsant-Zuid is er een bestuursopdracht vastgesteld waarin onderzocht wordt of een nieuwe huisartsenpraktijk (al dan niet in combinatie met het buurthuis) gerealiseerd kan worden.

Wat ligt vast en waarom 1. Jeugd Gemeenten hebben wettelijk de plicht om kinderen kansrijk te laten opgroeien door preventie, vroegsignalering en passende ondersteuning te organiseren. Via de Jeugdwet en Wet publieke gezondheid zorgen zij voor jeugdgezondheidszorg, ondersteuning van gezinnen en tijdige hulp bij risico’s in de eerste levensfase. Per 1 januari 2026 is de Jeugdwet landelijk aangepast met de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg. Deze wijziging verplicht gemeenten om regionaal samen te werken bij de inkoop van specialistische jeugdzorg, zodat schaarse zorg overal beschikbaar blijft. Ook worden regiovisies verplicht, met afspraken over wachttijden, schaarste en inspraak van jeugdigen en ouders. Daarnaast stelt de wet strengere eisen aan jeugdhulpaanbieders op het gebied van toezicht en financiële continuïteit. De aanpassing is onderdeel van de Hervormingsagenda Jeugd en beoogt betere kwaliteit, continuïteit en beheersbaarheid van het stelsel. Het Aanvullend Zorg en Welzijnsakkoord (AZWA) legt hier een extra verplichting bovenop: gemeenten moeten regionaal zorgen dat het leefgebied kansrijk opgroeien is ingevuld met structurele basisfunctionaliteiten, zoals Nu Niet Zwanger (= onderdeel van kansrijke start), in nauwe samenwerking met zorgpartijen. 2.

Kinderopvang, onderwijs en onderwijshuisvesting De gemeente heeft op grond van de Wmo 2015, het onderwijsachterstandenbeleid (OAB) en de Kinderopvangwet de verantwoordelijkheid om voor jonge kinderen een samenhangende ontwikkelomgeving te creëren. Via de Wmo ondersteunt zij ouders en gezinnen bij hun zelfredzaamheid en participatie, waar nodig in samenhang met het jeugdbeleid. Met het onderwijsachterstandenbeleid wordt ingezet op het voorkomen en verminderen van achterstanden bij jonge kinderen waarbij gemeenten verplicht zijn om ten minste voorschoolse educatie beschikbaar te stellen voor alle peuters met het risico op een onderwijsachterstand. De Kinderopvangwet borgt dat kinderopvang van goede kwaliteit is en onder adequaat toezicht staat. Samen vormen deze wettelijke kaders de basis voor een integrale aanpak in de vroege ontwikkeling van kinderen. Op grond van de Leerplichtwet is de gemeente Noordoostpolder verantwoordelijk voor het toezien op de schooldeelname van leerplichtige leerlingen tot 16 jaar en voor het handhaven van de kwalificatieplicht voor jongeren van 16 tot 18 jaar. Gericht op het behalen van een startkwalificatie. Met de invoering van het doorstroompunt per 1 januari 2026 is daar een 38

wettelijke taak bijgekomen, de verplichting om alle jongeren zonder startkwalificatie tot en met 27 jaar in beeld te hebben en te volgen. De gemeente heeft een wettelijke zorgplicht voor de onderwijshuisvesting. Zij moet zorgen voor voldoende, veilige en doelmatige schoolgebouwen voor het primair onderwijs, (voortgezet) speciaal onderwijs en voortgezet onderwijs. Dit omvat nieuwbouw, uitbreiding, aanpassing en het buiten onderhoud van gebouwen. Schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor het gebruik en het binnen onderhoud. Al langere tijd wordt er gewerkt aan een wetswijziging (wet op planmatig en doelmatige onderwijshuisvesting) om de verantwoordelijkheden bij onderwijshuisvesting te optimaliseren. Belangrijke punten zijn het verplicht stellen van een integraal huisvestingsplan (IHP) en meerjaren onderhoudsplan (MJOP), het opnemen van renovatie van schoolgebouwen als taak van de gemeente en de ophe ing van het investeringsverbod voor primair onderwijs. 3. Cultuur en cultuurhuisvesting De gemeente heeft geen algemene wettelijke verplichting tot het aanbieden van cultuur of cultuurhuisvesting. Uitzondering hierop is de openbare bibliotheekvoorziening. Op grond van de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob) heeft de gemeente een zorgplicht voor een toegankelijke openbare bibliotheek.

Met de wetswijziging per 2026 zijn gemeenten verplicht minimaal één volwaardige bibliotheekvoorziening te waarborgen, met een fysieke collectie en professionele bezetting, en hiervoor meerjarenbeleid vast te stellen. De gemeente is verantwoordelijk voor de beschikbaarheid van deze voorziening, maar heeft beleidsvrijheid in de organisatievorm, bijvoorbeeld via samenwerking of multifunctionele huisvesting. De gemeente Noordoostpolder is deelnemer aan het Bibliotheekconvenant 2022–2028 met de FlevoMeer Bibliotheek. Dit convenant bevat afspraken over samenwerking, kwaliteit, dienstverlening en financiering en geeft invulling aan de wettelijke zorgplicht op grond van de Wsob. Daarnaast neemt de gemeente Noordoostpolder deel aan het Cultuurconvenant 2025–2028 via de cultuurregio’s Flevoland en Zwolle. Dit convenant biedt het bestuurlijk kader voor afstemming tussen Rijk, provincie en gemeenten op het gebied van cultuurbeleid, talentontwikkeling en culturele infrastructuur. Momenteel hebben gemeenten de wettelijke taak een Lokale Omroep te bieden aan inwoners. Vanaf 2028 wijzigt het stelsel van deze Mediawet en krijgen we Streekomroepen. Het is dan niet langer onze taak maar die van het Rijk om hierin te voorzien.

Dit betekent dat we alleen nog een ondergeschikte adviesrol hebben in de keuze voor aanbieder van de omroep en geen financiële verantwoordelijkheid of verplichting meer hebben.

Waar liggen keuzes voor Afhankelijk van de ambities en prioriteiten van de coalitie zijn dit onderwerpen waarin richting gekozen kan worden: 39

1. Jeugd  Gelijke kansen en gerichte inzet in kwetsbare gebieden Vanuit het programma Samen & Gezond is het uitgangspunt “ongelijk investeren voor gelijke kansen”. Overwegen of extra inzet wordt gepleegd in expliciet aangewezen kwetsbare wijken en dorpen, passend bij het uitgangspunt “ongelijk investeren voor gelijke kansen” vanuit het programma Samen&Gezond, inclusief het betrekken van maatschappelijke partners voor een grotere bijdrage in deze gebieden.  Toegang tot voorzieningen in het sociaal domein Kiezen hoe de toegang tot ondersteuning wordt georganiseerd, variërend van een centrale toegangslocatie voor alle inwoners tot een decentrale aanpak waarbij voorzieningen zichtbaar aanwezig zijn in wijken en dorpen, fysiek, digitaal of aan huis bij complexe problematiek.  Aansluiten bij ‘Opgroeien in een Kansrijke Omgeving’ (OKO) Bepalen of wordt aangesloten bij OKO als werkwijze om jongeren gezond en kansrijk te laten opgroeien en middelengebruik te voorkomen, in lijn met de brede preventieve aanpak middelengebruik waarvoor al budget is gereserveerd in de Perspectiefnota van 2026 e.v.  Breedte van preventiebeleid Afwegen of preventie op het huidige niveau wordt voortgezet of wordt verbreed met extra activiteiten, zoals een maatschappelijke dialoog over normaliseren, online jongerenwerk, aanvullende opvoedondersteuning en meer preventief aanbod op het AZC.

 Inzet op collectieve voorzieningen Verkennen in hoeverre collectieve voorzieningen worden versterkt om de druk op individuele maatwerkvoorzieningen te verlagen, door welzijnsactiviteiten en gemeentelijke ondersteuning te bundelen en vrijwilligers actief te betrekken bij begeleiding, activiteiten en vervoersinitiatieven.  Aanpak van wachttijden en wachttijdoverbrugging Vaststellen hoe wordt omgegaan met wachttijden binnen het sociaal domein en welke vorm van overbrugging daarbij passend wordt geacht voor inwoners met urgente ondersteuningsvragen.  Structurele capaciteit voor uitvoering sociaal domein Beslissen of incidenteel gefinancierde capaciteit voor het Sociaal Loket, Wmo, Jeugd, Bijzondere Bijstand en Inburgering structureel wordt gemaakt, inclusief de afweging dat tijdelijke inhuur duurder is en vaste bezetting noodzakelijk kan zijn voor zorgvuldige en kwalitatief goede uitvoering. 2. Kinderopvang, onderwijs en onderwijshuisvesting  Inclusieve kinderopvang Verkennen in hoeverre de doorlopende lijn tussen kinderopvang en jeugdhulp wordt versterkt, inclusief vernieuwde inzet op voorschoolse opvang+ en BSO+ als tussenvoorziening.  Ontwikkelingsachterstanden bij jonge kinderen Basisscholen geven aan dat kinderen minder ontwikkeld op school arriveren (v.a. 4 jaar). Bij voorschools is het vooral de doelgroep arbeidsmigranten. De afweging is of extra inzet wordt 40

gepleegd op het stimuleren van kinderen die minder ontwikkeld aan de basisschool starten, met bijzondere aandacht voor kinderen van arbeidsmigranten, en bepalen of de beschikbare OAB-middelen (SPUK) leidend zijn of de geconstateerde problematiek. Toename inzet VVE in relatie tot korting op OAB-budget Bepalen of ondanks een korting van 10% op het OAB-budget extra inspanning wordt geleverd om de doelgroep van voor- en vroegschoolse educatie beter te bereiken. Behoud en versterking breed en aantrekkelijk onderwijsaanbod Vaststellen welke rol scholen spelen in de gemeenschap en welke investeringen in onderwijshuisvesting daarbij horen, zoals minimaal één school per dorp, toekomstgerichte multifunctionele gebouwen en Kindcentra. Rol van de gemeente in ontwikkeling van IKC/MFA Definiëren welke verantwoordelijkheid de gemeente neemt bij de ontwikkeling van integrale Kindcentra of multifunctionele accommodaties. Investeren in versterking van het onderwijsaanbod Bepalen in welke mate wordt geïnvesteerd in behoud en versterking van het onderwijsaanbod, samenwerking met vervolg- en hoger onderwijs, betere aansluiting op de arbeidsmarkt en het tegengaan van schooluitval, bijvoorbeeld via BBL-trajecten en leerwerkplekken. Zorgondersteuning in het voortgezet onderwijs Er zijn verschillen in het aanbod van zorgondersteuning op scholen.

De vraag is of de gemeente wil kiezen voor een uniform zorgondersteuningsaanbod binnen de nieuwe VO-campus of behoud van schoolafhankelijke variatie. Onderwijszorgarrangementen Afwegen of wordt geïnvesteerd in onderwijszorgarrangementen, gezien het formele onderwijsmandaat versus het risico dat later hogere gemeentelijke kosten ontstaan wanneer vroegtijdige inzet uitblijft, en bepalen of uniforme afspraken gewenst zijn. Schoolmaatschappelijk werk in het voortgezet onderwijs Overwegen of schoolmaatschappelijk werk binnen het VO wordt uitgebreid, aansluitend op de bestaande inzet in het primair onderwijs. Onderwijshuisvesting en het nieuwe IHP Bepalen welke uitgangspunten worden gehanteerd om te kiezen tussen renovatie of nieuwbouw in het kader van het nieuwe Integraal Huisvestingsplan. Vervolg van het Jeugdeducatiefonds (JEF) Beslissen of de bijdrage aan het JEF na 2026 structureel wordt voortgezet en in welke mate. Momenteel verstrekken we jaarlijks een opdracht van € 25.000, waarmee vijf scholen deelnemen. Er is sprake van groei, omdat naar verwachting nog enkele scholen in aanmerking komen voor ondersteuning via het JEF.

3. Cultuur en cultuurhuisvesting  Cultuurhuisvesting Eind 2026 wordt een informatienota opgeleverd waarin een zevental scenario’s zijn uitgewerkt inclusief investeringsraming, exploitatie e ectanalyse, voor- en nadelen, en risicoparagraaf. Afgewogen moet worden welke richting wordt gekozen binnen de zeven 41

scenario’s. Daarbij ook bepalen in hoeverre koppelkansen worden benut met de bibliotheek, het cultuurbedrijf en mogelijk bredere domeinen zoals sociaal domein, jeugd, onderwijs en inburgering, rekening houdend met een verwachte investering van circa € 30 miljoen. Beleidscapaciteit Kunst & Cultuur Beslissen of 0,5 fte structureel wordt vrijgemaakt voor uitvoeringscapaciteit om de ambities uit de vastgestelde uitgangspuntennotitie cultuur uit te voeren. Creërende en inspirerende cultuurvoorzieningen Verkennen in hoeverre de gemeente een rol wil spelen in het ontwikkelen van een ‘creatieve broedplaats’ waar makers, inwoners en partners elkaar kunnen ontmoeten en inspireren, inclusief het beschikbaar maken van fysieke ruimte. Professionele makers vasthouden Afwegen of wordt geïnvesteerd in het ondersteunen van makers om cultureel talent binnen de Noordoostpolder te behouden. Toegankelijkheid van cultuur via Meedoen regeling Bepalen of de Meedoen regeling voor volwassenen wordt uitgebreid op het gebied van cultuur om deelname laagdrempeliger te maken voor alle doelgroepen. Toekomst en positionering van de bibliotheek Richting kiezen voor de rol van de bibliotheek binnen de bredere opdracht in de gewijzigde ‘Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen’ per 2026.

Daarbij verschuift de nadruk van een centrale locatie naar aanwezigheid dichter bij inwoners en gemeenschappen Ondersteuning van nieuwe culturele initiatieven Beslissen of nieuwe culturele ideeën en projecten incidenteel worden ondersteund en welke criteria daarbij gelden.

42

8. LEEFBAARHEID & WONEN, ONDERNEMERSCHAP EN BEREIKBAARHEID Inleiding We willen dat Noordoostpolder optimaal is verbonden met haar omgeving en ruimte biedt voor vindingrijkheid. Het bieden van ruimte in ontwikkelingen en stimuleren van ondernemerschap is hierop van toepassing.

Wat speelt er rond dit onderwerp Mobiliteit en ondernemerschap We willen dat de Noordoostpolder optimaal is verbonden met haar omgeving en ruimte biedt voor vindingrijkheid. Het bouwen van een woonwijk of bedrijventerrein heeft gelijk invloed op je lokale en regionale economie en wegenstructuur. De ruimte is schaars dus hier moeten goede afwegingen worden gemaakt. Economie/ondernemerschap De gemeente kent een sterke economische basis waarbij agrofood, maakindustrie en het MKB de grootste economische structuur vormen. De bevolking groeit en de druk op onder meer de woningmarkt, de arbeidsmarkt en de energie-infrastructuur neemt toe. Dit vraagt om een gericht en samenhangend beleid dat duurzame economische ontwikkeling versterkt én voorwaarden schept voor een toekomstbestendige samenleving in de Noordoostpolder. Een toekomstbestendige samenleving waar het fijn wonen, werken en leven is en blijft. Het ‘Sociaal Economisch beleid’ zet samenwerken centraal. Dit zie je terug aan de samenwerkingsverbanden binnen “Samen maken we Flevoland” en “regio Zwolle”. Het raakt daarnaast de verschillende doelen in het beleidsprogramma:  We bieden ruimte aan vestiging van bedrijven.  We ontwikkelen onze sterke sectoren zoals agrofood en maakindustrie verder.  We willen ruimte bieden voor nieuwe vormen van landbouw, veehouderij en tuinbouw.  We willen MKB vriendelijk zijn.

 We werken samen met bedrijfsleven en onderwijs. De ambities richten zich op het versterken van de lokale en regionale economie, het verbeteren van de woon- en werkpositie en het versterken van de arbeidsmarkt. Deze worden uitgewerkt in een dynamische uitvoeringsagenda. Daarnaast geeft een ontwikkelperspectief voor bedrijventerreinen richting aan waar in dorpen nog ruimte kan zijn voor nieuwe bedrijvigheid, zodat de beschikbare ruimte goed wordt verdeeld. Voor de detailhandel is er een detailhandelsstructuur die kaders biedt voor ruimtelijke keuzes en inspeelt op landelijke ontwikkelingen, inclusief een inschatting van het toekomstig haalbare winkelaanbod in de gemeente. 43

Mobiliteit Er is (mobiele) verbondenheid door de wegenstructuur in de polder en daarbuiten. Mobiliteit brengt de nodige uitdagingen met zich mee zowel in de ruimte, financieel en de samenwerking met andere overheden. In het programma ‘Leefbaarheid en wonen’ staan onder andere onderstaande doelstellingen opgenomen:  We verbeteren onze bereikbaarheid.  We stimuleren duurzame mobiliteit. Op het gebied van mobiliteit heeft de gemeente een Mobiliteitsvisie 2050 en Mobiliteitsprogramma, welke loopt tot en met 2030. Er staan verschillende opgaven genoemd in het programma die vertaald worden naar de uitvoering. Het is daarom goed om overzicht te geven van de mobiliteit opgaven die spelen.; 

  

Veilige Buitenwegen Binnen het mobiliteitsprogramma is de opgave opgenomen voor het aanpassen van de buitenwegen naar 60 km-gebied. Het gaat hier dan om de erftoegangswegen. Uitwerking parkeeronderzoek Emmeloord-centrum In het 2e kwartaal 2026 worden de resultaten gepresenteerd van het parkeeronderzoek. Het parkeeronderzoek moet in samenhang met het fietsonderzoek worden gezien om de druk in het centrum te verlagen en de inwoners meer op de fiets te krijgen. Opwaardering busstation Er is een onderzoek geweest naar de scenario's voor de opwaardering van het busstation. Deze scenario's worden verdiepend onderzocht om vervolgens een keuze te maken die uitgevoerd kan worden. Dit is in samenhang met de overige opgave in het centrum/Emmeloord-Noord. In de regio wordt ingezet op de lobby van de N50 De provincie Overijssel heeft een lobby document opgesteld om een gezamenlijke lobby aan te gaan richting Den Haag. Dit is voor de verbreding en het veilig maken van de N50 tussen de Ramspolbrug en knooppunt Hattemerbroek. Hoogwaardige doorfietsroute Urk-Emmeloord-Markenesse Samen met de provincie wordt de verkenning van de fietsroute opgepakt. In 2026 worden hier de eerste resultaten van verwacht. Lobby Lelylijn Het masterplan is in januari 2026 opgeleverd.

Nu is het wachten op het kabinet of er geld voor de Lelylijn wordt vrijgemaakt waardoor er een vervolg kan worden ingezet.) We zetten in op een vervolg van de Lelylijn met een station in Emmeloord. Nieuwe gebiedsontsluitingswegen Marknesse en Ens Rondwegen om de ontsluiting van de dorpen beter te regelen. Verdere uitwerking Mobiliteitsprogramma 2030/onderhoud wegen De komende jaren wordt er gewerkt aan de opgaven in het mobiliteitsplan. Mobiliteitsprogramma zoals bedoeld in de Omgevingswet Het Mobiliteitsprogramma 2030 behoeft een update waarin nieuwe opgaven en wensen worden meegenomen vanuit het college en/of gemeenteraad. 44

Overdacht wegen In het Mobiliteitsplan is vastgesteld dat we een aantal provinciale weggedeelten, die door de kern van een aantal dorpen loopt, over nemen. Het is de bedoeling om deze wegen vervolgens als gemeente beter in te kunnen richten. Hierbij ligt de prioriteit op de Espelerweg waarvoor een afzonderlijke afspraak gemaakt wordt. Voor overige wegen geldt dat deze alleen worden meegenomen in een totaalpakket als de gebiedsontsluiting Marknesse en Ens gerealiseerd gaat worden.

Regionale zaken/samenwerking  Zowel voor economie als mobiliteit maken wij onderdeel uit van de regio. In de regio hebben wij als gemeente een prominente rol. Voor economie maken wij onderdeel uit van het SAF en de pijler economie in de regio Zwolle. Elk gebied heeft zijn eigen uitgangpunten tav economie. Dit raakt zowel onze ontwikkelstrategieën bedrijventerreinen, zoals bijvoorbeeld de doorontwikkeling richting de corridor, maar ook de arbeidsmarkt als het gaat om de buitenlandse werknemers in de Agrifood en productie. Lokaal zoeken wij de verbinding op regionaal vlak en sluit het onderwijs aan op de ontwikkelingen in de regio.  Voor mobiliteit kan gedacht worden aan de A6, N50 maar ook de snelfietsroute van UrkEmmeloord- Marknesse. Er is veel samenwerking op regionaal vlak op deze thema's. Een ander belangrijk dossier is de Spuiweg. Samen met de gemeente Urk en de provincie wordt gekozen voor een voorkeursvariant om het tracé verder door te kunnen zetten in de planning

Wat ligt vast en waarom Het Sociaal Economisch beleid 2026+ biedt het kader voor de lange termijn en is strategisch van aard. De Mobiliteitsvisie 2050 is ook van strategische aard en is aangevuld met een programma die meer uitvoering geeft aan de visie. Beiden liggen ze vast en geven ze inhoud aan de opgaven die er spelen. De wettelijke kaders bieden aanvullingen waarop de visies zijn gebaseerd. Sociaal Economisch Beleid 2026+ Het Sociaal Economisch beleid bevat alle maatregelen en strategieën die de gemeente en organisaties inzetten om zowel de economische ontwikkeling als het sociale welzijn van de bevolking te bevorderen. Het beleid richt zich op het creëren van een sterke, inclusieve samenleving en een toekomstbestendige economie. Het heeft onderwerpen zoals het versterken van de arbeidsmarkt, het stimuleren van ondernemerschap en innovatie, het verbeteren van het vestigingsklimaat en het bevorderen van sociale samenhang en gelijke kansen. Ook duurzaamheid en regionale samenwerking vormen vaak belangrijke onderdelen van het beleid. Mobiliteitsplan 2030 In de gemeente is een groot deel van de infrastructuur in een korte periode is aangelegd. Hierdoor is uitgebreide vervangingsopgave ontstaan. Het concept superblocks wordt toegepast. Het concept ‘superblocks’ houdt in dat het wegennetwerk uit blokken van erftoegangswegen

45

bestaat met daarbinnen bestemmingsverkeer en/of doorgaand fietsverkeer. Het Mobiliteitsplan is dan ook een uitwerking van de Mobiliteitsvisie die het vergezicht geeft. Parkeerbeleid Het beleidsplan geeft de kaders voor het omgaan met parkeren en de probleemstelling om parkeerproblemen op te lossen die spelen. Het gaat voornamelijk over de bereikbaarheid, leefbaarheid en duurzaamheid op basis van parkeren. Het beleid richt zich op de periode tot en met 2030. Dit betekent dat niet alleen rekening moet worden gehouden met huidige parkeerproblemen, maar dat ook moet worden gekeken naar toekomstige ontwikkelingen. De verwachting is dat het autobezit en de automobiliteit de komende jaren gestaag zal doorgroeien. Ontwikkelperspectief werklocaties In het ontwikkelperspectief staan de algemene uitgangspunten voor het bieden van ruimte aan bedrijven en geeft richting aan potentiële plekken voor inbreiding, revitalisatie en uitbreidingen. In aanpalend beleid (‘Ontwikkelstrategie Werklocaties Noordelijk Flevoland’) zijn aanvullend de uitgangspunten uiteengezet voor het beter benutten van de ruimte van bestaande bedrijventerreinen, herstructurering en revitalisering op regionaal vlak.

Waar liggen keuzes voor Afhankelijk van de ambities en prioriteiten van de coalitie zijn dit onderwerpen waarin richting gekozen kan worden:  Economische focus en sectorontwikkeling Afwegen of de economische koers primair gericht blijft op agrofood en maakindustrie — de bestaande sterke sectoren — of dat bewust ruimte wordt geboden aan andere, minder ontwikkelde sectoren om de economische basis te verbreden.  Schaal en richting van regionale samenwerking Bepalen in hoeverre regionale samenwerking daadwerkelijk meerwaarde biedt voor de lokale economie, of dat wordt ervaren dat de huidige samenwerking te breed is en meer focus of selectiviteit gewenst is.  Koers van de dynamische uitvoeringsagenda arbeidsmarkt & economie Kiezen of actief wordt ingezet op verbeteren en versterken van de economische en arbeidsmarktpositie via gemeentelijke sturing in de dynamische uitvoeringsagenda, of dat meer wordt overgelaten aan marktpartijen en de gemeentelijke betrokkenheid wordt beperkt.

 Economische ontwikkeling versus recreatieve ontwikkeling in de oosthoek Afwegen of in de oosthoek van de Noordoostpolder primair wordt ingezet op economische ontwikkeling rondom het MITC — waar innovatieve mobiliteitsconcepten worden getest en waar partners zoals NLR, DNW, Politie en RDW samenwerken — of dat recreatieve ontwikkeling wordt versterkt, bijvoorbeeld in gebieden als Netl, De Voorst, het Voorsterbos en het Waterloopbos, rekening houdend met de ruimtelijke beperkingen die MITC met zich meebrengt. 46

Aanpak van buitenwegen en snelheidsverlaging naar 60 km/u Er is incidenteel € 400.000 beschikbaar tot en met 2026. Afwegen of blijvend wordt geïnvesteerd in de volledige omvorming van buitenwegen tot 60-km-erftoegangswegen - een opgave die doorlooptijd heeft van meer dan 25 jaar binnen het huidige budget - of dat gerichte keuzes worden gemaakt voor specifieke trajecten waar aanpassing het meest wenselijk of noodzakelijk is. Aanpak van parkeerdruk en mobiliteit in Emmeloord-Centrum Afwegen of sterker wordt ingezet op het stimuleren van fietsgebruik om de parkeerdruk structureel te verlagen, of dat wordt gekozen voor het ontwikkelen van ondergrondse parkeervoorzieningen als ruimtelijke oplossing voor de drukte in het centrum, binnen de scenario’s uit het parkeeronderzoek. Locatie en functie van het busstation Afwegen of het busstation zijn centrale functie nabij het centrum behoudt, of dat wordt gekozen voor volledige verplaatsing naar een andere locatie, rekening houdend met kosten, bereikbaarheid en toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen. Investeren in routes of in een centraal knooppunt Bepalen of wordt ingezet op uitbreiding en verbetering van bus routes om het netwerk te versterken, of dat prioriteit wordt gegeven aan de ontwikkeling van een centraal busstation met goede voorzieningen, binnen de onzekerheden rondom provinciale cofinanciering.

Investeren in hoogwaardige doorfietsroute versus lokale routes Afwegen of wordt geïnvesteerd in de hoogwaardige doorfietsroute Urk–Emmeloord– Marknesse, waarvan het verwachte gebruik door een relatief kleine doelgroep onzeker is, of dat prioriteit wordt gegeven aan lokale fietsverbindingen die door een grotere groep inwoners worden gebruikt. Lobby Lelylijn Afwegen of blijvend middelen worden ingezet om de lobby rondom de Lelylijn actief te houden of dat wordt gekozen voor het beëindigen van de lobby, met inachtneming dat toekomstige herstart van de projectorganisatie extra kosten met zich meebrengt. Investeren in gebiedsontsluiting per dorp versus bredere mobiliteitsopgave Afwegen of gericht wordt geïnvesteerd in de ontsluiting van Marknesse en Ens via rondwegen aansluitend bij de lokale wensen en de behoefte aan goede bereikbaarheid Of dat deze vraag wordt meegenomen in een bredere, integrale mobiliteitsopgave, waarbij middelen en prioriteiten over meerdere dorpen en verkeersstromen worden verdeeld. Toekomst van de overdracht van wegen Afwegen of de overdracht van wegen, waaronder de Espelerweg wordt stopgezet vanwege financierings- en bestuurlijke onzekerheden. Of dat ingezet wordt op het hebben in eigen beheer van de wegen met de extra investering om die in eigen beheer te nemen.

Regionale samenwerking op mobiliteit Afwegen in hoeverre regionale samenwerking met Zwolle en de provincie Flevoland daadwerkelijk meerwaarde biedt voor mobiliteitsopgaven. Investeren in de Spuiweg en regionale samenwerking. Afwegen of tijd en middelen worden ingezet om de voorkeursvariant voor de Spuiweg gezamenlijk met Urk en de provincie uit te werken richting een projectbesluit. 47

9. LEEFBAARHEID & WONEN, INCLUSIEVE EN TOEKOMSTIGE WONINGVOORRAAD Inleiding Met de inclusieve en toekomstige woningvoorraad willen wij bereiken de inwoner, ongeacht beperkingen, leeftijd of achtergrond, volwaardig kan deelnemen aan de samenleving door zelfstandig te wonen in een reguliere wijk met passende ondersteuning. Het raakt onderwerpen als betaalbaarheid, bereikbaarheid en voorzieningen rondom het wonen.

Wat speelt er rond dit onderwerp Het rijk stuurt op sneller, slimmer en met minder regels bouwen, meer passende, betaalbare en verduurzaamde woningen en het op een eerlijke manier verdelen van de schaarse ruimte in ons land. De toekomstige en inclusieve woningvoorraad wordt bereikt door de geformuleerde doelen in het programma uit te voeren. Overkoepelend met een strategisch kader komen deze doelen weer tot uiting in verschillende beleidstukken. Het is bekend dat de provincie Flevoland voor 2030 bijna 40.000 nieuwe woningen wil bouwen. Eerder werd vooral naar de steden Lelystad en Almere gekeken. Inmiddels is bekend dat ook naar omliggende gebieden wordt gekeken zoals de gemeente Noordoostpolder. Voor de toekomst wordt van de Noordoostpolder verwacht om meer woningen te bouwen dan van tevoren berekend. We moeten invulling geven aan deze opgave samen met de markt. Het is een samenwerking tussen corporaties, gemeenten, ondernemers en bedrijven. Op dit moment is nog niet duidelijk om hoeveel woningen het gaat. Voor de bouw van deze woningen wordt gekeken naar de behoefte van elk dorp. Het woonbehoefteonderzoek en de ontwikkelperspectieven voor woningbouwlocaties en werklocaties zijn hier de onderleggers voor. De ontwikkelingen in de woningmarkt en -voorraad gaan snel. Om deze reden wordt elke twee jaar onderzoek gedaan.

Hiermee houden wij een actueel beeld en kan er beter gestuurd worden vanuit bijvoorbeeld de programmering binnen een dorp. Volkshuisvestingsprogramma De, op dit moment verplichte, gemeentelijke Woonvisie krijgt een nieuwe vorm. Met het voorstel voor de ‘Wet versterking regie volkshuisvesting’ verandert de Woon(zorg)visie in Volkshuisvestingsprogramma’s wie worden opgehangen aan de gemeentelijke Omgevingsvisie en ook de beleidsprogramma's. In de Volkshuisvestingsprogramma's verankert de gemeente de afspraken uit de woondeals over hoeveel, waar en voor wie we bouwen en welke maatregelen daarvoor worden getro en. Als strategisch kader voor de toekomstige en inclusieve woningvoorraad wordt het verplichte volkshuisvestingsprogramma opgeleverd. De huidige Woonvisie is de onderlegger en wordt, als dat van toepassing is, geüpdatete binnen het programma. 48

In het Volkshuisvestingsprogramma worden de woondoelen onderbouwd, uitgewerkt en voorzien van een uitvoeringsprogramma. Thema's zoals woonbehoefte, programmering en betaalbaarheid, voorzieningen en duurzaamheid worden in het programma verwerkt. De versnellingsagenda ‘sociale woning’ is onderdeel van het Volkshuisvestingsprogramma. In de versnellingsagenda ‘sociale woningbouw’ wordt onder andere gewerkt aan het beter en creatiever benutten van de bestaande woningvoorraad door inbreiding en verdichting. Er wordt gestuurd op de programmering en er worden randvoorwaarden geschept voor de bouw van betaalbare woningen. Deze ontwikkelingen zijn nodig om de versnelling op woningbouw te realiseren. Dit betekent dus dat we voor elke doelgroep gaan bouwen. Huisvesting arbeidsmigranten Naast de versnellingsagenda voor ‘Sociale woningbouw’ speelt ook de huisvesting rondom arbeidsmigranten. Arbeidsmigranten hebben, vanuit economische oogpunt, ook een link naar de thema's wonen, werken en de regio. Het is duidelijk dat voor deze doelgroep ook een passende vorm van huisvesting geregeld moet worden. Daarom evalueren wij het huidig beleid en inventariseren mogelijke wijzigingen. Parallel aan de huisvesting speelt ook de bestaanszekerheid van arbeidsmigranten die een directe link heeft met het programma Samen en Gezond.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2378/documents/44843