CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

4.0 Beleidsinput tbv formatie

Gemeenteraad 17 juni 2026, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 4: Verantwoording (in)formatie coalitie en college28.183 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Wonen op erven Het wonen op erven speel niet alleen in onze gemeente maar in heel Flevoland. We zien dit als mogelijk onderdeel van het toekomstig wonen in de gemeente. Het biedt een passend woningtype voor de vraag die er ligt. Hiervoor is een experimentenkader met de provincie opgesteld die het maximale aantal erven inmiddels heeft bereikt. Hier ligt een directe link met het programma Klimaat en Energie als het gaat om de erfsingels die als voorwaarde geldt. De hoop is dat Provinciale Staten meewerkt aan het verruimen van het kader. Dit is één van de vormen die eruit gelicht wordt Verduurzaming Er wordt gekeken naar de haalbaarheid en betaalbaarheid voor verduurzaming die sterk samenhangt met het convenant toekomstbestendig bouwen. Transformatie Er is aandacht voor (transformatie) kansen binnen de bestaande woningvoorraad door inbreiding, herstructurering en ook wonen op vrijkomende agrarische erven. We moedigen bewoners en lokale initiatieven aan om actief bij te dragen aan de ontwikkeling en verbetering van hun leefomgeving. Dit kan door middel van renovatieprojecten, herbestemming van leegstaande panden en het stimuleren van innovatieve woonconcepten

Wat ligt vast en waarom Landelijke ontwikkelingen 49

De inclusieve en toekomstbestendige woningvoorraad wordt aangejaagd door verschillende wetten en ook provinciale en lokale regelingen.  De Omgevingswet (ingangsdatum 1-1-2024) en  De toekomstige wet Regie Versterking Volkshuisvesting. Zij vormen de basis om de woningbouw te versnellen maar ook om het proces goed te borgen. De woondeal ZUND bevat de afspraken die mede ondersteund worden door woningcorporaties en marktpartijen. Met de woondeal zetten alle partijen zich in voor voldoende sociale en betaalbare woningen. Gemeentelijke vertaling Vanuit gemeentelijke perspectief is Woonvisie het strategisch kader. Onderliggend is het ontwikkelperspectief vastgesteld waarin de ontwikkelingen op het gebied van woningbouw in de 11 dorpen wordt beschreven. Dit gaat om locaties binnen en buiten de dorpen. Ontwikkelingen gaan samen met de behoefte. Deze behoefte voor wonen zijn beschreven in een woonbehoefteonderzoek. Daarmee komen de wensen en mogelijkheden samen. Versnellen gebeurt op basis van de 20 punten die zijn opgenomen in de ‘versnellingsagenda Sociale Woningbouw’. In een van de punten zijn de prestatieafspraken tussen de gemeente, twee corporaties ‘Mercatus’ en ‘Woonzorg Nederland’ en de gezamenlijke huurdersbelangengroep vastgelegd.

Jaarlijks worden de lopende afspraken met de woningcorporaties besproken en daar waar mogelijk aangepast in de juiste richting om te (kunnen) versnellen.

Waar liggen keuzes voor Het uitgangspunt van het Volkshuisvestingsprogramma is dat er gebouwd kan worden voor elke doelgroep binnen de gemeente. Afhankelijk van de ambities en prioriteiten van de coalitie zijn dit onderwerpen waarin richting gekozen kan worden:

Breed bouwen of doelgroepgericht investeren Afwegen of voor alle doelgroepen wordt gebouwd of dat gericht wordt geïnvesteerd in specifieke doelgroepen op basis van maatschappelijke opgaven, demografie of woonbehoefte. Balans tussen verduurzaming en betaalbaarheid Bepalen in hoeverre wordt ingezet op hogere duurzaamheidsnormen met mogelijk hogere kosten, of dat betaalbaarheid meer leidend wordt met een lager duurzaamheidsniveau. Versnelling via vraag gestuurd of strategisch bouwen Kiezen tussen versnelling van woningbouw op basis van actuele vraag vanuit de markt of juist vanuit een strategische, langere termijn agenda voor ruimtelijke en maatschappelijke ontwikkeling. Mate van sturing op programmering per plan Richting bepalen of woningtypen en percentages per project strikt worden afgedwongen, of dat meer ruimte wordt geboden aan marktinitiatieven en organische ontwikkeling.

50

Ambitie voor woninggroei Bepalen of vasthouden aan de groei van 3.300 woningen passend blijft, of dat wordt ingezet uitbreiding boven de huidige woonbehoefte om toekomstige vraag te accommoderen. Sturing op sociale woningbouw Afwegen of sterker wordt gestuurd op realisatie van sociale huurwoningen of dat meer ruimte wordt gegeven aan de markt, met aandacht voor de 30%-norm en de uitvoeringsopgave binnen de versnellingsagenda sociale woningbouw. Vereveningsfonds Sociale Woningbouw Kijken naar de mogelijkheid voor een vereveningsfonds om bouw van sociale huur te stimuleren en te verevenen, waarin projecten die minder sociale huur bouwen bijdragen en projecten die meer bouwen worden ondersteund, eventueel met een gemeentelijke bijdrage. Sturing op woningtype en woonbehoefte Kiezen tussen vasthouden aan bouwen in lijn met uit onderzoek blijkende woonbehoeften en actief sturen op divers woningaanbod, of dat meer vrijheid wordt gegeven aan de markt om programmering zelf vorm te geven.

51

10. LEEFBAARHEID & WONEN, (MAATSCHAPPELIJKE) VOORZIENINGEN Inleiding Er wordt gestreefd naar krachtige, leefbare dorpen en wijken met een gezonde en aantrekkelijke, identiteitsversterkende leefomgeving en voorzieningen. De leefbaarheid hangt samen met veel thema's die de identiteit raken van een dorp.

Wat speelt er rond dit onderwerp De ambitie is om te streven naar krachtige, leefbare dorpen en wijken met een gezonde en aantrekkelijke, identiteitsversterkende leefomgeving en voorzieningen. In de programmalijn is dit vertaald naar verschillende doelen. 1. We vullen het maatschappelijk vastgoed in en we zetten in op centrale/gezamenlijke voorzieningen in dorpen en wijken. Voorzien in vastgoed (VIV) heeft een jaarlijks uitvoeringsprogramma waarin de planning is opgenomen voor de maatschappelijk vastgoedprojecten in uitvoering. Daarbij ook een doorkijk naar de nog niet geplande activiteiten Er spelen ontwikkelingen en wensen die om nieuwe afwegingen vragen. Zoals veroudering van het maatschappelijk vastgoed, de verduurzamingsopgave, veranderende behoeften, schaarse ruimte, krapte in vrijwilligers voor de het beheer en de uitvoer van activiteiten, onze sociaal maatschappelijke beleidsdoelen en de groei van het inwoneraantal van Noordoostpolder. Het programma loopt af in 2026 en zou een vervolg moeten krijgen. Naast het programma wordt er gewerkt aan een nieuwe ‘visie op dorps- en buurthuizen’. Deze visie wordt gerealiseerd op basis van de ‘uitgangspunten dorps-en buurthuizen die zijn vastgesteld door het college’.

Deze locaties zijn vaak het maatschappelijke hart van dorpen en wijken en staan onder druk door veroudering, verduurzamingsopgaven, krapte aan vrijwilligers, veranderende maatschappelijke behoeften en de gemeentelijke ambities rond leefbaarheid, samenredzaamheid en de beweging van zorg naar gezondheid. Onder deze voorzieningen vallen ook de Multifunctionele Accommodaties (MFA's). In het voorjaar van 2025 is een voorbereidingskrediet ter beschikking gesteld voor de haalbaarheidsstudie MFA Creil. Voor de zomer is de opdracht gegund en is er op 10 oktober 2025 een eerste inloop avond geweest Voor Kraggenburg is in maart 2025 een besluit genomen om een haalbaarheidsonderzoek te gaan starten. Naar verwachting gaat er in de zomer beeldvormend naar de raad gebracht worden genomen over de financiële haalbaarheid.

2. We behouden en versterken ons erfgoed en we creëren toekomstig erfgoed Binnen het thema erfgoed wordt aandacht gegeven aan ons DNA. Dat is het oorspronkelijke ontwerp van Noordoostpolder met haar landschappelijke, stedenbouwkundige en waterhuishoudkundige principes, haar archeologische elementen zoals Schokland als 52

werelderfgoed en Noordoostpolder en Nagele als Wederopbouwgebied. Elk gebied heeft zijn eigen unieke geschiedenis, objecten en gebruiken. Binnen de gemeente Noordoostpolder is het beeld wat dat betreft heel divers. Het gaat niet alleen om het landschap, Emmeloord, de dorpen en de boerderijen die kort na de drooglegging zijn ontstaan. Het gaat ook om de sporen van de inwoners en gebruikers van het gebied van ver daarvoor. Zo zijn er tal van archeologische sporen van prehistorische bewoners uit de tijd dat hier nog geen zee was. Ook zijn er nog bebouwingsresten uit de middeleeuwen, zoals de burcht van Kuinre en op het voormalige eiland Schokland. 3. We bieden ruimte voor toerisme en recreatie De uitgangspunten van de gemeente zijn erop gericht om de unieke verhalen en mogelijkheden van het gebied beter zichtbaar en beleefbaar te maken. Dit moet bijdragen aan het welzijn van inwoners en bezoekers, en de lokale economie versterken. Het bieden van ruimte voor initiatieven voor dag- en verblijfsrecreatie voor ondernemers is een van de uitgangspunten. Daarnaast creëren we mogelijkheden voor kleinschalige recreatie, agrarische nevenactiviteiten en plattelandstoerisme, erfuitbreiding.

Wat ligt vast en waarom Leefbaarheid en (maatschappelijke) voorzieningen wordt onderbouwd door vele wetten en of besluiten die de gemeenteraad heeft genomen. De combinatie van deze zaken vraagt om nieuwe (integrale) keuzes en een duidelijke visie.  Werelderfgoed Schokland staat op de Werelderfgoedlijst van Unesco. De UNESCO Werelderfgoed is erfgoed van uitzonderlijke universele waarde voor de wereld. Het kan gaan om natuurgebieden, monumenten, gebouwen of landschappen die uniek zijn, en daarom wereldwijd beschermd worden. Dit geld dus ook voor Schokland.  Beleidsplan Erfgoed: De Omgevingswet heeft als basis gesteld dat het erfgoedbeleid en omgang met gemeentelijke monumenten vastgelegd moet worden in een omgevingsplan. Het behouden en beschermen van de monumenten is uitgangpunt in het al opgestelde beleid. Ook het verduurzamen van monumenten en in stand laten van de maatschappelijke waarde is van toepassing.  Beleidsplan Recreatie en Toerisme 2026-2030: In de Omgevingsvisie Noordoostpolder 2050 is de deelopgave vastgelegd om recreatie en toerisme in gemeente Noordoostpolder actief te stimuleren. Investeren in recreatie en toerisme heeft een directe positieve invloed op het welzijn van inwoners en bezoekers. Het beleid biedt de ambities om dit voor elkaar te krijgen  Het Programma Voorzien in Vastgoed is een onderdeel van de gehele vastgoedportefeuille.

In totaal heeft de gemeente ruim 150 vastgoed objecten in eigendom. Er wordt gewerkt met een jaarplan waarin naast de projecten die geprogrammeerd staan ook de overige vastgoedprojecten opgenomen staan.  Visie op de Dorps- en buurthuizen: Op 10 februari 2026 heeft het college een plan van aanpak vastgesteld op dit thema. 53

Waar liggen keuzes voor Afhankelijk van de ambities en prioriteiten van de coalitie zijn dit onderwerpen waarin richting gekozen kan worden: 

Aansluiten bij dorpsagenda’s en lokale wensen Afwegen in welke mate gemeentelijk beleid en uitvoering worden afgestemd op de dorpsvisies en dorpsagenda’s, waarin lokale wensen over o.a. woningbouw, mobiliteit, evenementen en erfgoed zijn opgenomen. Toekomst van werelderfgoed Schokland Kiezen welk scenario voor een nieuw bezoekerscentrum wordt gevolgd binnen de lopende businesscase, waarbij varianten verschillen in inhoud, schaal en kosten, en bepalen welke rol Schokland krijgt als levendige plek waar heden en verleden samenkomen. Invulling van de Poldertoren als cultuurhistorische plek Op dit moment is het verhaal van de tekentafel, de drooglegging, de ontginning, de inrichting en het bouwen van een samenleving slechts in beperkte mate en versnipperd te beleven. Verkend moet worden of de poldertoren een bestemming krijgt als cultuurhistorisch bezoekerscentrum of dat het cultuurhistorische verhaal van de Noordoostpolder wordt verspreid over meerdere locaties. Ook bepalen of de Poldertoren vooral een toeristische functie krijgt of dat ook andere commerciële functies mogelijk zijn. Ontwikkeling recreatie en toerisme 2026–2030 Het in december 2025 vastgestelde beleidsplan recreatie en toerisme 2026-2030 ziet erop toe dat recreatie en toerisme actief wordt gestimuleerd. Vanuit de Omgevingsvisie is geformuleerd wat hiervoor gedaan gaat worden.

Een aantal richtingen moeten nog bepaald: versterken door nieuw aanbod of juist door behoud van bestaand aanbod? Inzetten op een sterk toeristisch merk voor de Noordoostpolder of het bestaande handhaven? Meer toerisme aantrekken of balans zoeken met wat het gebied aan kan? Toekomstige koers voor evenementenbeleid Afwegen of wordt ingezet op grotere of juist meer kleinschalige evenementen, en bepalen hoeveel regulering nodig is om veiligheid te borgen terwijl levendigheid en sociale cohesie behouden blijven. Koers voor erfgoed en identiteit Richting kiezen voor de ondersteuning van erfgoed, variërend van subsidies of meer vrijblijvende bijdragen, stimuleren van immaterieel erfgoed of dit overlaten aan maatschappelijke instellingen, centreren of spreiden van het verhaal van de polder en sturen op identiteitsversterkend bouwen of meer vrijheid voor de markt. Ontwikkeling van multifunctionele accommodaties (MFA’s) Bepalen of in alle dorpen in en MFA voorzien wordt of dat grotere afstanden tot voorzieningen acceptabel zijn. En bepalen of dorpen financieel daaraan bijdragen of dat de gemeente een maximumbedrag hanteert. Vervolg op het programma Voorzien in Vastgoed Afwegen of extra wordt geïnvesteerd zodat het programma qua scope en uitvoeringsopgave kan worden voortgezet, of dat minimaal wordt ingezet en de huidige inhoud behouden blijft. 54

Het programma Voorzien in Vastgoed bestaat inmiddels acht jaar en loopt af in 2026. Dat vraagt om een keuze voor het vervolg. Het huidige budget past niet meer bij de scope van het programma en uitvoeringsprogramma. Vraagstukken zijn: o Extra investeren in het programma of minimaal uitvoeren? o Alle voorzieningen opnemen binnen het programma of de huidige inhoud behouden?

55

11. OMGEVINGSWET Inleiding De Omgevingswet vereist een integrale manier van werken op het fysieke Domein. Binnen de Omgevingswet zijn er meerdere instrumenten waar het college en de raad gebruik van kan maken.

Wat speelt er rond dit onderwerp Omgevingsplan Het omgevingsplan is een van de genoemde instrumenten van de gemeente waarin alle regels over de fysieke leefomgeving zijn opgenomen en moet voor 2032 gereed zijn. Dit plan vervangt dan eerdere plannen zoals het bestemmingsplan, de welstandsnota en sommige verordeningen. Op 31 januari 2023 stelde de gemeenteraad de voorbereiding van de transitiefase van het omgevingsplan vast. Deze transitiefase duurt tot 2032. Ook de technische uitgangspunten voor het omgevingsplan zijn vastgesteld (23 sept 23: Definitief technische uitgangspunten omgevingsplan.docx). Het eerste deelgebied dat is afgerond, is de pilot Kraggenburg. Met deze pilot is invulling gegeven aan de structuur van het gemeentelijk omgevingsplan. Vervolgens is in 2025 gestart met het opstellen van de regeling voor alle woonkernen. Als derde deelgebied is het Landelijk gebied inclusief de wateren aan de beurt. Daar ligt de komende coalitieperiode de focus op. De huidige situatie wordt in kaart gebracht (inventarisatie). Daarna volgt een keuzenotitie, waarin ook beschreven wordt hoe we komen tot een actuele regeling in het Landelijk Gebied. Hierbij is aandacht voor de illegale situaties en handhaving in het Landelijk gebied. Eind mei 2026 wordt de selectieleidraad (en projectplan) ter instemming aan het college voorgelegd.

De transitiefase wordt afgesloten met de deelgebieden Centrum Emmeloord en bedrijventerreinen Emmeloord, Marknesse en Ens. Contourenplan Emmeloord/ Omgevingsvisie De Omgevingswet heeft als uitgangpunt om cyclisch en integraal te werken. De Omgevingsvisie is het strategische toekomstbeeld van de gemeente. In deze visie is een uitvoeringsagenda opgenomen die geüpdatet moet worden. Dit komt door nieuwe ontwikkelingen die de afgelopen jaren hebben plaatsgevonden waardoor herijking nodig is. Om de opgaven meer aan elkaar te verbinden ligt het voor de hand om het gehele gebied van Emmeloord in kaart te brengen en keuzes te maken in de komende opgaven en ontwikkelingen. Een masterplan is een logisch gevolg op de motie om een gebiedsvisie te ontwikkelen voor Emmeloord-Noord. Daarnaast is er een bestuursopdracht voor wijkaanpak Revelsant vastgesteld. Uitwerking Omgevingsprogramma's Voor verschillende dorpen zien we kans om thema's met elkaar te bundelen. Het gaat hier om invulling van openbare ruimte, mobiliteit en woningbouw. In de uitvoeringsagenda kan het gaan over onderhoud, doelmatigheid van maatregelen en investeringen voor de komende jaren. 56

Er is behoefte aan een programmatische aanpak waarin opgaven worden gecombineerd met beleidsambities. Het programma bevat keuzes over:  Het gewenste kwaliteitsniveau van het gebied/dorp;  De mate van uitvoering van de ambities;  Fasering en prioritering;  Benodigde aanvullende middelen. Deze integrale manier van werken voorkomt versnippering, maakt projecten e iciënter en vergroot de uitvoerbaarheid van gemeentelijke ambities. De komende jaren wordt daarom hard gewerkt aan de ontwikkeling van de gebieds- en themagerichte omgevingsprogramma's. Elk programma heeft zijn eigen identiteit en dynamiek en daardoor ook een ander financieel kader. Vooraf is niet scherp te stellen wat de exacte kosten zijn. Maatschappelijke opgaven Steeds vaker komt het voor dat, door de veranderde wereld, zich casussen voordoen waarbij integraal gekeken moet worden naar mogelijke oplossingen. De aansluitstop vanuit Tennet is hier een voorbeeld van. Dit wordt de netcongestie genoemd. De netcongestie is het meest aantoonbare voorbeeld. Andere voorbeelden kunnen watercongestie, Lelylijn en asielbeleid zijn. Dit is een niet uitputtende lijst van mogelijke aanleidingen. Door het uitwerken van scenario's kan het zijn dat er snel geschakeld moet worden en er middelen gevraagd gaan worden. Het is bijvoorbeeld te bedenken dat er anders geprogrammeerd gaat worden.

In ieder geval is het goed om bewust te zijn van maatschappelijke opgaven die zich doen. Defensie Het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (NPRD) is definitief afgerond (zie kaartje: waar landt wat). Er wordt een bestuursovereenkomst Defensie-Flevoland voorbereid deze is gericht op koppelkansen voor onze regio. De verschillende Gebiedsvisie(s) voor de lokale uitwerking zitten in de opstartfase. De lijn is om volwaardige partner te zijn bij de nadere uitwerking.

57

Wat ligt vast en waarom 

De wettelijke basis is de Omgevingswet. Die geeft aan dat er een Omgevingsvisie (strategisch), Omgevingsprogramma en Omgevingsplan moet zijn. Deze documenten maken onderdeel uit van de beleidscyclus. Omgevingsvisie: Artikel 2.2 lid 2 gaat over het hebben en ontwikkelen van een Omgevingsvisie. Het is een verplicht instrument vanuit de Omgevingswet en geeft de integrale lange termijnvisie voor de fysieke leefomgeving en dus van het grondgebied van de gemeente Contourenplan Emmeloord: Dit gaat over een uitwerking van strategische opgaven die het grondgebied van Emmeloord raken. Het ruimtegebruik is schaars en daarom is een plan met daarin de keuzes nodig. Uitwerking Omgevingsprogramma's: Afdeling 3.2 van de Omgevingswet gaat over de verplichte en vrijwillige programma’s Het stelt de artikelen die gaan over de vaststelling, inhoud en eventueel welke programma’s er verplicht zijn voor welke overheidsorgaan.

Waar liggen keuzes voor Afhankelijk van de ambities en prioriteiten van de coalitie zijn dit onderwerpen waarin richting gekozen kan worden: Omgevingsplan  De fasering is vertraagd, waardoor de deadline van 2032 in het nauw komt. Gaan we versnellen in het project (inzet middelen verhogen) of eventuele gevolgen dragen van het niet halen van de deadline (het is nog onzeker wat de gevolgen zijn).  Voor Landelijk gebied wordt een keuzenotitie opgesteld, hierin worden keuzes gemaakt in WAT we gaan regelen en een routekaart opgenomen HOE we dit gaan doen. Deze keuze 58

liggen de komende periode (tot eind 2027) bij college en raad. Hierin worden inventarisatie en het ambitiedocument Landelijk Gebied in betrokken. Kader gebiedsvisie Emmeloord Noord In de motie Emmeloord Noord heeft de gemeenteraad aan de het college aangegeven om met een kader te komen waarin de gebiedsvisie voor Emmeloord Noord wordt gerealiseerd. Vraagstukken daarbij zijn:  Afwegen welke rol de gemeente inneemt om opgaven visueel zichtbaar te maken in contouren of per gebied afzonderlijk.  De keuze maken voor een uitwerking in de programma’s of uitwerking per gebied zoals een dorp  Bepalen in welke mate de Omgevingsvisie keuzes omvat en richting geeft Uitwerking Omgevingsprogramma's De komende jaren wordt er hard gewerkt aan de ontwikkeling van de gebieds- en themagerichte omgevingsprogramma's. Elk programma heeft zijn eigen identiteit en dynamiek en daardoor ook een ander financieel kader. Vooraf is dit niet scherp te stellen wat nu de exacte kosten zijn.  Richting bepalen over de manier waarop wordt gewerkt met programma’s en hoeveel programma’s nodig zijn om de opgaven adequaat te dekken, rekening houdend met verschillen in identiteit, dynamiek en schaal van de gebieden.  Afwegen of de programma’s primair worden ingericht per gebied (bijv. per dorp, wijk of zone) of juist per thema (zoals mobiliteit, landschap, energie of voorzieningen).

 Bepalen of vooraf een voorbereidingskrediet wordt aangevraagd, ook wanneer nog niet volledig duidelijk is welke kosten horen bij elk programma, zodat tijdige en kwalitatieve ontwikkeling mogelijk wordt

59

12. OPVANG OEKRAÏNERS Inleiding Gemeenten hebben een inspanningsverplichting voor de opvang van Oekraïense ontheemden en moeten bij de realisatie van opvang zorgen voor opvanglocaties, leefgeld, onderwijs, zorg en welzijn, registratie, ondersteuning richting werk, veiligheid en leefbaarheid. Dit binnen de landelijke kaders. De opvang van Oekraïense ontheemden in Nederland bevindt zich in een duidelijke overgangsfase. Gemeenten en rijksoverheid werken aan een duurzaam kader dat zowel flexibiliteit als zekerheid moet bieden.

Wat speelt er rond dit onderwerp 1. De Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) stopt vooralsnog op 4 maart 2027. Deze richtlijn bepaalt nu de meeste rechten voor Oekraïners in Nederland, zoals opvang, medische zorg en het recht om te werken. Oekraïners kunnen in de periode 2027–2030 in Nederland blijven op basis van een nieuwe tijdelijke verblijfsregeling die bedoeld is om stabiliteit, zekerheid en de mogelijkheid tot werken en onderwijs te bieden. Op de langere termijn blijft het beleid gericht op terugkeer naar Oekraïne zodra de omstandigheden dat toelaten. Echter, de kans is reëel dat een groot deel van de Oekraïners hier zal blijven. Dit is mogelijk een nieuwe groep nieuwkomers. 2. Met de nieuwe tijdelijke verblijfsregeling krijgen de Oekraïense ontheemden waarschijnlijk dezelfde rechten en plichten als andere inwoners van Nederland. Dit betekent onder andere dat zij zelf zorgpremies moeten betalen en dat de huidige landelijke voorzieningen wegvallen. Omdat het COA de opvangcapaciteit niet aankan, blijven gemeenten verantwoordelijk voor een deel van de uitvoering. Onze gemeente vangt op dit moment 385 Oekraïense ontheemden op verschillende locaties op. Van de 385 personen zijn er 113 in de leeftijd van 0-18 jaar, 111 mannen en 146 vrouwen in de leeftijd van 18 – 65 jaar, en 15 personen 65+. Er gaan c.a. 60–70 kinderen naar school.

Ongeveer 75% van de volwassenen werkt, vaak in seizoenswerk vanwege de taalbarrière. Dit betekent dat veel mensen niet op hun eigen opleidings- of beroepsniveau kunnen werken. 3. Omdat enkele opvanglocaties binnenkort verdwijnen, wordt momenteel een aantal nieuwe locaties voorbereid als opvangplek. Daarmee is de opvang voor 300 ontheemden voor 3 jaar gegarandeerd. Voor de resterende groep wordt gezocht naar een lange termijn oplossing.

Wat ligt vast en waarom 

Gemeenten hebben op basis van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming de inspanningsverplichting om Oekraïners, ook bij volle opvang, onder te brengen, hen in te schrijven in de BRP en toegang te bieden tot leefgeld, basisvoorzieningen, zorg, onderwijs en werk. Hiervoor ontvangen we nu voldoende financiële middelen. Het beleid per maart 2027 inclusief vergoeding is nog onzeker. De gemeenteraad heeft in november 2025 besloten dat in de geoormerkte reserve binnen het reservebeleidsplan € 4.6 mln. geoormerkt blijft om de opvang van Oekraïners te kunnen voortzetten mocht de financiering vanuit het Rijk stoppen. Hiermee kan in ieder geval nog voor een jaar de volledige opvang bekostigd worden. Vanuit de verwachting dat de opvang 60

langzaamaan minder zal worden, is dit mogelijk voor meer dan een jaar voldoende en zal niet direct een beroep op reguliere middelen nodig zijn. Er is daarnaast nog ongeveer 3.5 mln. In de geoormerkte reserve behouden voor de eventuele aankoop van gebouwen voor de opvang.

Waar liggen keuzes voor Afhankelijk van de ambities en prioriteiten van de coalitie zijn dit onderwerpen waarin richting gekozen kan worden: Het landelijk beleid is gericht op terugkeer op termijn van de ontheemden naar Oekraine. Een belangrijk inzicht is dat 30% wil blijven in Nederland en 48% nog twijfelt volgens het wetenschappelijk onderzoek en datacentrum ( Memorandum-2024-1-onepager.pdf). Het is dus goed mogelijk dat 60 tot 70% van deze groep blijvend in Nederland wil blijven. Daarnaast vervalt een groot deel van de huidige regelingen en het is onzeker of er nog landelijke vergoedingen zijn na maar 2027. Dat vraagt om anticipatie op het gebied van wonen, zorg, onderwijs en werk. De vraag ligt voor of de blijvende vestiging van Oekraïners actief wordt meegenomen in toekomstig beleid via onderstaande thema’s: 

Structureel opnemen van Oekraïners binnen gemeentelijk beleid Onderzoeken of Oekraïners kunnen worden aangewezen als reguliere doelgroep binnen bestaand beleid, om een integrale en duurzame beleidsinbedding te realiseren. Behandelen van Oekraïners als nieuwe doelgroep binnen het sociaal domein Bepalen of Oekraïners worden gepositioneerd als doelgroep vergelijkbaar met statushouders, zodat zij gebruik kunnen maken van bestaande ondersteuningsstructuren en re-integratie-instrumenten. Inzetten van WECO voor begeleiding naar duurzaam werk Overwegen of WECO wordt ingezet om Oekraïners te ondersteunen bij het vinden van regulier en duurzaam werk, gericht op structurele participatie en economische zelfstandigheid. Versterken van het lokale onderwijsaanbod Beslissen of extra inzet wordt gepleegd op onderwijs in zowel Nederlands als Engels, om taalverwerving, doorstroom naar vervolgonderwijs en arbeidsmarktkansen te verbeteren. Ontwikkelen van duurzame en flexibel inzetbare opvanglocaties Richting kiezen voor het realiseren van langdurig inzetbare huisvesting, inclusief twee mogelijke locaties met zelfstandige woonruimtes (circa 140 plekken) die, indien nodig, ook kunnen worden ingezet voor andere aandachtsgroepen.

61

13. VEILIGHEID Inleiding Iedereen wil zich veilig voelen in de eigen leefomgeving. Om te zorgen voor een leefbare en veilige gemeente houden we ons dagelijks bezig met kleine irritaties, zoals leefbaarheidsvraagstukken op gebied van zwerfvuil en foutparkeren. Daarnaast heb je ook de grotere veiligheidsvraagstukken, zoals de toename van verwarde personen en georganiseerde criminaliteit. Leefbaarheid en veiligheid gaan hierbij hand in hand. Gezamenlijk met Urk en Dronten hebben we de afgelopen jaren hiervoor een integraal veiligheidsbeleid opgesteld. Op dit moment geldt het Integraal veiligheidsbeleid Dronten, Noordoostpolder en Urk 2024-2027. Hierin zijn de volgende gezamenlijke thema's opgenomen: 1. Ondermijning 2. Cybercrime en digitale veiligheid 3. Maatschappelijke onrust. Daarnaast zijn er lokale speerpunten opgenomen, voor de gemeente Noordoostpolder zijn dit: 4. Veiligheid in het sociaal domein 5. Jeugd en veiligheid en 6. Veiligheidsbeleving. Naast deze zes geprioriteerde thema's is er een zevende belangrijke pijler, de rampen en crisisbeheersing. Hierin staat als grootste nieuwe ontwikkeling het programma weerbaarheid en veerkracht centraal.

Wat speelt er rond dit onderwerp Sinds 2023 heeft de gemeente Noordoostpolder de 3,6 FTE op gebied van OOV weer structureel gevuld. Het team bestaande uit een strategisch beleidsadviseur, een adviseur ondermijning, een adviseur zorg en veiligheid en een beleidsondersteuner werken dagelijks aan, en voor, een veilig Noordoostpolder. Daarnaast is er sinds de zomer budget vrij gemaakt voor een OOV-jurist, gezien de krapte in dit segment is hier nu 0.5 FTE op ingehuurd. Ook is er 0.4 FTE ingehuurd op rampen- en crisisbeheersing. In 2025 heeft de gemeente Noordoostpolder meegedaan aan de veiligheidsmonitor. Een onderzoek naar de (beleving van) leefbaarheid en veiligheid onder de inwoners van de gemeente Noordoostpolder. Er is besloten om het onderzoek zowel in Emmeloord als in de tien dorpen uit te voeren, zodat de uiteindelijke resultaten zowel een totaaloverzicht als lokale inzichten zullen bieden. De opkomst in de Noordoostpolder bedroeg 34% en de uiteindelijke uitkomsten worden in mei 2026 verwacht. Er een aantal relevante veranderingen merkbaar die invloed hebben op de inzet op gebied van openbare orde en veiligheid. Zo verandert de wereld in snel tempo, en dit heeft bijvoorbeeld invloed op nieuwe thema's zoals cybercrime en digitale veiligheid, maar ook de 62

weerbaarheidsvraagstukken. Daarnaast zie je dat bepaalde vraagstukken op het gebied van veiligheid groeiend zijn, zo is er meer zicht op ondermijning gekomen en is de inzet van zorg en veiligheid gestegen. Beiden zijn ontwikkelingen die te plaatsen zijn in algemene trends maar wijzen ook uit dat specialistische adviseurs op die thema's een grote meerwaarde hebben. Naast deze algemene observatie zijn er op de zeven beleidsthema's de volgende ontwikkelingen zichtbaar: 1. Georganiseerde ondermijnende criminaliteit: De aanpak van georganiseerde ondermijnende criminaliteit is een landelijke prioriteit. In de Noordoostpolder zien we verschillende vormen van ondermijning zoals de handel in- en de productie van verdovende middelen, witwassen en fraude in de zorg. Sinds 2023 is er jaarlijks een verdubbeling van het aantal bestuurlijke rapportages vanuit de politie geweest. De inhoud hiervan zag in bijna alle gevallen op drugshandel, drugsbezit of drugsproductie. Ook is het aantal meldingen via Meld Misdaad Anoniem fors toegenomen. Omdat er meer zicht is op ondermijnende criminaliteit, en de samenwerking verder versterkt is kan de gemeente door de inzet van de bevoegdheden die de burgemeester heeft ook beter optreden. De inzet van burgemeestersbevoegdheden in de vorm van last onder dwangsommen en woningsluitingen komen dan ook vaker voor de laatste jaren.

Naast deze versterking in het inzicht, de samenwerking en de inzet van maatregelen wordt er nog steeds hard gewerkt aan de vergroting van het bewustzijn en het herkennen van ondermijnende criminaliteit. Partnerorganisaties worden getraind in hun rol en het aantal controles op industriegebieden en in ons buitengebied zal worden uitgebreid. Dit zal ertoe leiden dat er naar verwachting dat rol die gemeente heeft in de aanpak van ondermijnende criminaliteit zal toenemen in de komende raadsperiode Ook de inzet van de Wet Bibob zal vanaf 2026 verder worden geïntensiveerd. De gemeente Noordoostpolder had en heeft al een brede basis, maar met de laatste wijziging van de APV zullen ook afhaal- en bezorgrestaurants getoetst worden. Deze uitbreiding, gecombineerd met de verhoging van de complexiteit van de Bibob-toets vraagt blijvende aandacht. 2. Maatschappelijke onrust De spanningen in de samenlevingen lopen steeds vaker hoog op. Grote demonstraties en vervreemding van de gangbare manier van samenleving kan leiden tot maatschappelijke spanningen. Hoewel de gemeente Noordoostpolder op het gebied van grote manifestaties, extremisme en radicalisering niet vooroploopt in Nederland dienen we ons er wel van bewust te zijn en ook op te preparen. De samenleving veranderd eenvoudig weg te snel.

Eén van die manieren zijn regionale afspraken en handelingskaders voor demonstraties en manifestaties. Daarnaast zijn de contacten die wij als gemeente hebben met partnerorganisaties, maar ook maatschappelijk instellingen, geloofsgemeenschappen en sportverenigingen van groot belang. Naast de invulling die OOV hieraan geeft, is het werk van onze gebiedswerkers hierbij van essentieel belang. 63

Ook de gemeentelijke aanpak van radicalisering en polarisatie is gekoppeld aan dit beleidsthema. In de Noordoostpolder geldt dat er weinig casuïstiek op de wegings- en bespreektafel komt, maar uit de fenomeenanalyse radicalisering blijkt dat het proces beter geborgd kan worden. Hiervoor wordt de PGA-radicaliseringsaanpak geïmplementeerd. 3. Cybercrime en digitale veiligheid Cybercrime en digitale veiligheid is een van de veiligheidsonderwerpen die zich in snel tempo ontwikkelt. Aan de ene kant omdat de ontwikkelingen in de digitale wereld heel snel gaan, anderzijds omdat het zicht op het onderwerp beperkt is en er dus nog veel duidelijk moet worden. In de afgelopen jaren is er ingezet op het voorkomen van daderschap en slachto erschap, met bijvoorbeeld sessies voor ouderen in samenwerking met de bibliotheek. De ambitie voor dit onderwerp is om meer inzet te plegen in het weerbaar maken van de samenleving, maar ook om meer zicht te krijgen op de verschijningsvormen en de aangiftebereidheid te verhogen. Daarnaast liggen er kansen in de repressie, en de verwevenheid met andere veiligheidsvraagstukken waarbij digitaal een middel wordt. De ontwikkeling en opkomst van dit onderwerp en de bijbehorende vraagstukken vragen dan ook iets voor de inzet vanuit het OOV-team. 4. Jeugd en veiligheid Flevoland is een jonge provincie met relatief veel jongeren.

Bijna een derde van de inwoners van de gemeente Noordoostpolder is 25 jaar of jonger. Vanuit o iciële cijfers vanuit bijvoorbeeld de politie zijn geen (zorgwekkende) signalen over de jonge inwoners in de gemeente, maar vanuit gesprekken met inwoners zijn er wel signalen dat er meer overlast ontstaat. Omdat jongeren in een kwetsbare fase van hun leven zitten, waarbij onschuldig en baldadig gedrag soms over kan gaan op minder onschuldige zaken wordt er gekeken naar mogelijkheden om vroegtijdig te kunnen signaleren en bijsturen. Hierbij kan worden voorkomen dat jongeren verder groeien in een verkeerde richting en niet in een ‘criminele carrière’ terecht kunnen komen. Een goed instrument is de implementatie van de PGA 18- regeling die in de vorige coalitieperiode van kracht is geworden. Hiermee worden de meest kwetsbare jonge inwoners geholpen via de inzet van de gemeente en andere ketenpartners. Voor de komende periode staat de verdere versterking met in- en externe partners op de agenda, waarbij gerichter en e ectiever werken en het vroegtijdig signaleren centraal staat. 5. Zorg en veiligheid Zorg en veiligheid is het snijvlak van het sociaal domein en openbare orde en veiligheid. De gemeente draagt zorg voor de veiligheid en het welzijn van haar inwoners. Tegelijkertijd zijn er inwoners en groepen in onze gemeente die om extra aandacht vragen.

Voorbeelden hiervan zijn personen met Multi problematiek en/of onbegrepen gedrag. Wanneer personen enkel een zorgvraag hebben wordt de hulp aangeboden door de afdeling sociaal domein, maar wanneer zij

64

ook in aanraking komen met het strafrecht en/of een gevaar zijn voor de openbare orde en veiligheid dan komt het bij ons team. Dit betekent dus dat de meest complexe casuïstiek bij de afdeling OOV komt, waarbij goede en veelvuldige samenwerking met in- en externe partners van belang is. Voorbeelden van onderwerpen die hieronder vallen zijn de persoonsgerichte aanpak voor zowel ouderen als jeugd, illegale prostitutie, mensenhandel, huiselijk geweld, zorg voor ex-gedetineerden en de aanpak radicalisering. 6. Subjectieve veiligheid en burgerparticipatie De gemeente Noordoostpolder is cijfermatig een veilige gemeente, dit blijkt bijvoorbeeld uit de cijfers over criminaliteit en overlast. Echter is het veiligheidsgevoel soms negatiever dan uit de objectieve cijfers blijkt. Dit heeft bijvoorbeeld te maken met de impact die een fietsendiefstal of woninginbraak op je persoonlijke leven heeft, maar ook de manier van berichtgeving in (lokale) media. De Noordoostpolder onderscheidt zich ten opzichte van grotere gemeente met een hogere vorm van burgerparticipatie en sociale cohesie. Deze manier van samenleven zorgt ervoor dat burgers betrokken zijn bij hun eigen omgeving, maar door het ons-kent-ons gevoel moet er wel actief worden ingezet op meldingsbereidheid. Dit doen wij bijvoorbeeld met de publiekscampagne voor Meld Misdaad Anoniem, waarmee wij in 2025 55 meldingen hebben gehad.

Voor de publiekscampagne waren dit 34 meldingen in 2024, 80 meldingen (de helft op één adres, dus zonder dit 40 meldingen) in 2023 en 29 meldingen in 2022. 7. Rampen- en crisisbeheersing We hopen allemaal dat de voorbereidingen op rampen en crises nooit nodig zullen zijn, maar dat betekent niet dat je er niet klaar voor moet zijn. Van een ‘kleine’ woningbrand tot de grote brand in 2024 in Rutten, helaas zijn er voorbeelden te noemen waarop de voorbereiding in de praktijk is ingezet. In 2025 is er doormiddel van tijdelijke formatie binnen OOV gewerkt aan het op orde brengen van de gemeentelijke taken binnen de rampen- en crisisbeheersing en zijn er meerdere nieuwe o icieren van dienst bevolkingszorg en informatiemanagers opgeleid. Ook zijn meerdere communicatieadviseurs opgeleid t.b.v. crisiscommunicatie. De rol van de Noordoostpolder binnen de Veiligheidsregio is hiermee ook versterkt. Sinds medio 2025 is er meer aandacht voor het thema weerbaarheid en veerkracht. Dit komt mede voort uit de veranderede situatie in Oekraïne, maar ook uit de grote stroomstoring in Spanje en Portugal. De taken die hier direct uit voorkomen zijn onder andere het uitrollen van een netwerk van Noodsteunpunten en het verscherpen van de netwerksamenwerking en crisiscommunicatie met de ketenpartners en inwoners op het gebied van crisisbeheersing.

Weerbaarheid en veerkracht vraagt daardoor extra aandacht op gebied van rampen- en crisisbeheersing, naast het op orde houden van de gemeentelijke taken en de samenwerking met de Veiligheidsregio Flevoland vragen de aandacht van team OOV.

65

Wat ligt vast en waarom 

Artikel 172 van de Gemeentewet belast de burgemeester met de handhaving van de openbare orde. Ook de gemeenteraad heeft taken op openbare-orde- en veiligheidsterrein. Zo kan de gemeenteraad in verordeningen regels stellen die zien op de openbare orde en veiligheid en kan de raad algemene regels formuleren voor de uitoefening van de bevoegdheden van de burgemeester. Het is echter niet wenselijk dat de raad daarmee de mogelijkheden voor de burgemeester om op te treden beperkt. Ten aanzien van bevoegdheden die in de wet rechtstreeks aan de burgemeester zijn toebedeeld, is dat overigens niet mogelijk.  Naast de wettelijke bevoegdheid zijn er meerdere beleidsstukken waaraan de gemeente Noordoostpolder zich heeft gecommitteerd. Dit zijn onder andere: o De regionale veiligheidsstrategie 2023-2026 (wordt dit jaar herzien), o Het Integraal veiligheidsbeleid DNU, o Het regionaal crisisplan 2026-2029. Daarnaast zijn er meerdere documenten die helpen in de uitvoering van de beleidsthema's en richtinggevend kunnen zijn in de uitvoering. Denk hierbij aan de Flevolandse norm 2.0, afspraken met partners zoals het Zorg- en veiligheidshuis en de veiligheidsmonitor waarvan de resultaten in q2 2026 worden verwacht.

Waar liggen keuzes voor Afhankelijk van de ambities en prioriteiten van de coalitie zijn dit onderwerpen waarin richting gekozen kan worden: 

Aflopen pilotgelden WEB-IQ In 2026 lopen de pilotgelden voor WEB-IQ af. Hierdoor neemt de gerichte inzet op integrale controles af, tenzij aanvullende middelen worden ingezet om deze werkzaamheden voort te zetten. De overweging is of continuering wenselijk is en in welke vorm. Personele inzet en beschikbare middelen voor uitvoering Voor de uitvoering van de zeven genoemde onderwerpen kan worden besloten extra budget beschikbaar te stellen voor personele inzet of voor activiteiten zoals publiekscampagnes (bijvoorbeeld Meld Misdaad Anoniem), het versterken van signalering van ondermijning, het vergroten van inzicht in online criminaliteit of inzet binnen andere thema’s. De vraag is waar de prioriteit moet liggen en in welke mate aanvullende middelen worden vrijgemaakt. Bijdragen aan samenwerkingsverbanden De bijdragen die de gemeente levert aan samenwerkingsverbanden zoals het RIEC, het Zorgen Veiligheidshuis en de Veiligheidsregio Flevoland zijn noodzakelijk voor de uitvoering van taken binnen team OOV. Omdat de begrotingen pas in het tweede kwartaal worden aangeboden, is op dit moment geen inzicht in mogelijke kostenstijgingen als gevolg van inflatie of uitbreiding van uitvoeringstaken. De overweging is hoe hiermee financieel rekening te houden.

Stijgende kosten Veiligheidsregio vanaf 2028 Als gevolg van Europese regelgeving is er binnen de veiligheidsregio's een nieuwe werkwijze nodig als het gaat om de arbeidsvoorwaarden en opleidingen van brandweervrijwilligers. 66

Onder verantwoordelijkheid van het landelijk Veiligheidsberaad wordt gewerkt aan het implementatieplan voor het afscha en van verplichte consignatie en kazernering van vrijwilligers, landelijk bekend onder de projectnaam ‘verplichtend karakter’. De implementatie van deze wijzigingen zou mogelijk deels betaald worden vanuit gelden vanuit het rijk, maar deze beslissing is nooit genomen. Als de Veiligheidsregio Flevoland doorgaat met haar voortvarende aanpak en implementatie blijven wij koploper binnen Nederland op dit onderwerp, maar heeft dit ook aanzienlijke financiële gevolgen. Dit zal voor de hele provincie een lastenstijging van 5 miljoen euro per jaar structureel betekenen, wat voor de Noordoostpolder neerkomt op een verhoging van de jaarlijkse bijdrage met circa € 650.000. Het verplichtend karakter is al wel langer onderdeel van discussie in de raad en hierover zal naar verwachting bij de behandeling van de begroting van de Regio in mei in de raad verder over gesproken worden.

67

14. HANDHAVING Inleiding De buitengewoon opsporingsambtenaar (boa) is in de gemeente een belangrijke partner om te zorgen voor een leefbaar en veilige omgeving. Boa’s worden ingezet bij het leefbaar en veilig houden van de omgeving. De boa is aanspreekpunt voor inwoners en ondernemers en heeft een belangrijke signaalfunctie richting politie en openbaar bestuur. Ze treden op bij overlast, verstoring van de rust en gedrag dat het maatschappelijke verkeer schaadt of bedreigt. Zo mag de boa met de opsporingsbevoegdheid verdachten aanhouden, iemands identiteit controleren, processen-verbaal opmaken en boetes uitschrijven.

Wat speelt er rond dit onderwerp Het Boa-bestel wijzigt vanaf 2026. De belangrijkste veranderingen in het nieuwe boa-bestel zijn dat de taak van de boa wordt verankerd en dat zij naast het opsporen van strafbare feiten, straks ook strafbare feiten kan voorkomen en beëindigen door mensen uit elkaar te halen of weg te sturen. Hierdoor kunnen zij ook optreden wanneer er niet direct een boete of proces-verbaal moet worden opgemaakt. Het werk van buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) wordt overzichtelijker ingericht. Waar zij nu nog onder zes verschillende hoofddomeinen vallen, blijven er straks nog twee over: boa’s die actief zijn in de openbare ruimte – zoals gemeentelijke handhavers en toezichthouders in het openbaar vervoer – en boa’s die toezien op de handhaving van specialistische wetgeving, zoals leerplichtambtenaren en inspecteurs van omgevingsdiensten. Dit beperkt de handelingsverlegenheid en biedt werkgevers meer flexibiliteit in de dagelijkse inzet. Uit de gespreken met het veld is een aantal knelpunten naar voren gekomen. Zo is er geen eenduidig beeld bij de taak van de boa in de politiefunctie binnen de maatschappij. Er is sprake van handelingsverlegenheid door beperkte bevoegdheden, verschillende verwachtingen en zijn er onduidelijkheden over de aanvragen van geweldmiddelen.

Ook hebben de boa’s geen of zeer beperkte toegang tot informatiesystemen waardoor eigenstandige taakuitvoering wordt beperkt. Deze knelpunten worden de komende periode stapsgewijs opgelost. De veranderingen gaan stapsgewijs in om het nieuwe stelsel volledig ingevoerd en operationeel te hebben in 2028 Uitrusting boa’s De werkgevers worden meer dan nu mede-eigenaar van de kwaliteit en rechtmatigheid van het werk van de boa’s die bij hen in dienst zijn. Een neutrale uitstraling van het boa- uniform hoort daarbij. Het is belangrijk dat de uitrusting van de boa past bij de taak die de boa uitvoert en bij de omstandigheden waarin die taak wordt uitgevoerd. De standaarduitrusting gaat bestaan uit een portofoon en handboeien. Zo kan gecommuniceerd worden met collega’s en de politie als die de taak over moet nemen.

68

Een eventuele aanvullende uitrusting wordt mogelijk gemaakt en kan bestaan uit een body Cam, steek- of kogelwerend vest. Als het noodzakelijk is kan een boa onder voorwaarden uitgerust worden met een korte wapenstok en pepperspray. Deze aanvullende uitrusting is ervoor om de boa te beschermen tegen gevaarlijke situaties. Het uitgangspunt blijft dat de boa zich in dergelijke situaties terugtrekt en zich niet actief mengt in gevaarlijk situaties. De politie beschikt in dit soort situaties over doorzettingsmacht en -middelen. Het vuurwapen behoort niet tot de algemene aanvullende uitrusting. Alleen een groene boa kan onder strikte voorwaarden uitgerust zijn met een vuurwapen. Bijvoorbeeld in het geval dat de politie op een te grote afstand van zijn werkveld is.

Wat ligt vast en waarom Het vigerende BOA-bestel.

Waar liggen keuzes voor Afhankelijk van de ambities en prioriteiten van de coalitie zijn dit onderwerpen waarin richting gekozen kan worden: De boa’s kunnen in het nieuwe bestel meer taken uitvoeren, in plaats van de politie. Er zijn tot op heden geen extra financiële middelen beschikbaar gesteld. De huidige formatie is onvoldoende om extra toezicht en handhaving uit te voeren. De keuze is waar het bestuur op wil inzetten, welke rol hebben de boa’s daarin en welke uitrusting past daarbij?

69

15. REGIONALE SAMENWERKINGSVERBANDEN Inleiding Door toenemende complexiteit van maatschappelijke uitdagingen die de grenzen van individuele gemeenten overstijgen, wordt steeds meer regionaal samengewerkt. In dit hoofdstuk is een overzicht opgenomen van de regionale samenwerkingen waar Noordoostpolder aan deelneemt. We zetten hier actief op in, omdat we verwachten dat dit op langere termijn ons helpt om te voldoen aan de vele opgaven waar we voor staan.

Wat speelt er rond dit onderwerp De samenwerkingsverbanden zijn van invloed op de strategische keuzes, investeringen en het beleid van Noordoostpolder, te weten: (i) Regio Zwolle, (ii) Samen Maken We Flevoland, (iii) sub regio Dronten-Urk-Noordoostpolder, (iv) VNG Flevoland en tot slot, (v) de M50. Dit betreft samenwerkingsverbanden die strikt genomen geen verbonden partij zijn en hoofdzakelijk te classificeren zijn als “lichte netwerkstructuren” (c.q. coalition of the willing). Daarentegen opereren de samenwerkingsverbanden wel op basis van strategische agenda’s. Hierin staan (bindende) afspraken tussen bijvoorbeeld het Rijk en de Regio (denk aan afspraken op MIRT-, NOVEX-, regionaal en/of interdepartementaal niveau). Een overzicht van de meest relevante strategische documenten per netwerk:  Regio Zwolle: Meerjarige Agenda ‘Regio Zwolle Stapt Door’ 2024-2028 (vastgesteld door de gemeenteraad van NOP op 11 december 2023); Midterm review MJA RZ 2025 (gedeeld met college en raad in juni en september 2025).  Samen Maken We Flevoland: Strategische Agenda Flevoland ‘Over de brug komen’ (vastgesteld door de gemeenteraad van NOP op 6 maart 2023); Geactualiseerde Uitvoeringsagenda 2026-2027 (vastgesteld door het college van NOP op 16 december 2025).

 Subregio DUN: Propositie Consider it DUN! (Bekrachtigd door de DUN-burgemeesters op 29 november 2024);  Samenwerkingsafspraak Noordoostpolder & Urk 2026 – 2030 (ondertekend door de burgemeesters op de NOP-Urk dag op 15 januari 2026).  VNG Flevoland: De Verenigingsstrategie VNG 2030 ‘Stap naar Voren’ (vastgesteld door de ALV van VNG landelijk op 14 juni 2023).  M50: Jaarplan 2025-2026 (vastgesteld op de ALV van M50 op 16 mei 2025). In bijlage staat een korte inhoudelijke samenvatting van de uitgangspunten, doelstellingen, info relevant voor NOP en raadsleden per samenwerkingsverband.

Wat ligt vast en waarom Beslissingsbevoegdheid ligt (uiteindelijk) bij de lokale gemeente, niet bij het desbetre ende samenwerkingsverband. Afspraken die zijn opgenomen in de strategische agenda’s kunnen lokale impact hebben. Mocht dit het geval zijn, dan moet er uiteindelijk lokaal een besluit over worden genomen. Men spreekt 70

gezamenlijk af waar we op inzetten, maar colleges en raden gaan uiteindelijk zelf over de concrete uitwerking en realisatie in de eigen gemeente. Dit aangezien het “lichte” netwerksamenwerkingsverbanden betreft. Continuering van de samenwerking is tot op zekere hoogte/termijn geborgd.  Regio Zwolle: Deelname aan de pijlers Economie, Duurzaam Groeien, Daily Urban Systems, Public A airs en Communicatie t/m 31-12-2027 (financieel) geborgd. Deelname aan de pijler Arbeidsmarkt stopt per 1-1-2027 volgens raadsbesluit 25.0002132 (Noordoostpolder stapt per 1-1-2027 over op arbeidsmarktregio Flevoland). De huidige MJA RZ loopt tot 2028.  SMWF: Binnen de SAF is deelname aan het Kernteam Regio Flevoland t/m 2028 (financieel) bestendigd. De huidige UA van de SAF loopt tot 2028.  Subregio DUN: Vanuit DUN is er een gezamenlijke propositie om ons sterk te kunnen profileren als “Kop van Flevoland”. Urk en Noordoostpolder hebben daarnaast nog een concrete samenwerkingsafspraak Noordelijk Flevoland ondertekend m.i.v. 15 januari 2026 (einddatum: januari 2030).  VNG Flevoland: Samenwerking en belangenbehartiging met/vanuit de landelijke VNG d.m.v. een ambtelijke kopgroep, (bestuurlijke) deelname aan VNG-commissies en bijeenkomsten zoals de Flevomeeting. De jaarlijkse bijdrage vanuit Noordoostpolder is structureel financieel geborgd.

 M50: Platform voor kennisdeling en gezamenlijke lobbyactiviteiten op pijlers Ruimte, Sociaal, Veiligheid en Financiën. Financieel structureel geborgd.

Waar liggen keuzes voor Afhankelijk van de ambities en prioriteiten van de coalitie zijn dit onderwerpen waarin richting gekozen kan worden: Noordoostpolder zet zich binnen de samenwerkingsverbanden in voor een betere leefomgeving voor onze inwoners. Dit doen we door afspraken te maken en initiatieven te ondersteunen die bijdragen aan het versterken van de brede welvaart1. Investeringen die we daarin doen, vertalen zich niet altijd direct in duidelijk meetbare e ecten op de korte en/of lange termijn. Toch is het belang van regionale samenwerking onverminderd groot. Alleen op deze manier kunnen grote en complexe grensoverschrijdende opgaven waar Noordoostpolder voor staat het hoofd worden geboden. Er is wel kritisch te kijken naar waar we als gemeente op willen focussen en hoe we voorkomen dat we binnen verschillende samenwerkingsverbanden met dezelfde opgave bezig zijn. De komende (raads)periode liggen (eventueel andere) strategische/politieke keuzes over de continuering en financiering van de diverse samenwerkingsverbanden voor. Hiervoor bestaan diverse keuzerichtingen, verschillend in hun mate van impact en intensiteit. Zie hiervoor ook de toelichting in de voorstaande kaders. Financiën voor de genoemde regionale samenwerkingen zijn op dit moment structureel geborgd.

1

We maken gebruik van de monitor brede welvaart Monitor brede welvaart | Feitelijk Flevoland

71

16. DIENSTVERLENING Inleiding We willen dat onze inwoners en ondernemers onze dienstverlening waarderen. Snel en goed worden geholpen, dat is wat men van ons verwacht. We willen de dienstverlening goed voor elkaar hebben en in ons handelen en onze manieren van organiseren staat telkens de vraag van onze inwoners voorop. We zijn ons bewust dat die vragen vaak verschillend kunnen zijn en houden rekening met het e ect op anderen.

Wat speelt er rond dit onderwerp We werken programmatisch aan de ontwikkeling en verbetering van publieke dienstverlening. We actualiseren in 2026 de visie op (digitale) dienstverlening. Dat geeft voor de komende jaren richting geeft aan keuzes, ontwikkelingen en verbeteringen. Uitgangspunten zijn landelijke kaders en wetgeving. Deze worden vertaald naar onze lokale praktijk op basis van onze organisatievisie ‘Goed voor Elkaar’. Visie op dienstverlening We leggen in deze visie nadrukkelijker de verbinding met de ‘mens-kant’ en ‘beleving’ van goede dienstverlening. Zowel voor inwoners en ondernemers als ‘klant’, als voor medewerkers als ‘dienstverlener’. Programmadoelen voor dienstverlening zijn: 1. Medewerkers kennen en pakken hun rol in dienstverlening en ontwikkelen zich daarin continu. 2. Dienstverlening gaat uit van het perspectief van inwoners en ondernemers. 3. Dienstverlening is toegankelijk, begrijpelijk, laagdrempelig en transparant voor al onze inwoners en ondernemers. 4. Dienstverlening is digitaal waar het kan, persoonlijk waar dat beter is. Uitvoeringsprogramma In het lopende Uitvoeringsprogramma Dienstverlening wordt gewerkt aan concrete kleine en grotere ontwikkelingen en verbeteringen op het gebied van organisatie brede publieke dienstverlening.

Belangrijk daarin zijn de komende jaren in ieder geval:  We actualiseren Servicenormen en -richtlijnen (SLA) voor verschillende vormen van dienstverlening via verschillende kanalen en faciliteren medewerkers.  We verbeteren de beleving van algemene eerstelijns toegang tot de dienstverlening van gemeente Noordoostpolder continu. Denk aan Telefonie, post, website, socials en meldingen.  We verbeteren de Toegang tot het Sociaal Domein actief en continu in lijn met landelijk beleid en ontwikkelingen, veranderende wetgeving en voorbeelden uit de uitvoeringspraktijk. We blijven Dienstverlening voor de Fysieke Leefomgeving in lijn met de uitgangspunten en bedoeling van de Omgevingswet actief doorontwikkelen en continu verbeteren.

72

Wat ligt vast en waarom Naast domein specifieke ontwikkelingen, richtlijnen en wetgeving zijn specifiek voor de algemene (digitale) publieke dienstverlening de volgende kaders relevant en actueel en leiden tot inspanning om daaraan (blijvend) te voldoen: 

Wet digitale overheid (Wdo) Veilig en betrouwbaar inloggen, identiteitsverificatie (eID), toepassing van open standaarden, eisen aan informatieveiligheid en privacy bij digitale dienstverlening Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv) – Burgers en ondernemers hebben wettelijk recht op volledige digitale communicatie met de gemeente voor aanvragen, bezwaren, vergunningen, meldingen en andere bestuurlijke berichten. De gemeente heeft een zorgplicht. Digitale dienstverlening moet toegankelijk zijn (WCAG). Gemeenten moeten zorgen dat websites, apps en digitale producten volledig toegankelijk zijn voor inwoners met een beperking. Single Digital Gateway (Your Europe) Gemeenten moeten procedures en informatie eenduidig ontsluiten via Europese gateway.

Waar liggen keuzes voor Afhankelijk van de ambities en prioriteiten van de coalitie zijn dit onderwerpen waarin richting gekozen kan worden: In 2025 heeft de raad financiële middelen beschikbaar gesteld voor programmamanagement en het onderhouden van digitale dienstverlening in 2026 en 2027. Het beheer en de continue verbetering en ontwikkeling van Publieke Dienstverlening vraagt om permanente borging met voldoende (verander)capaciteit en -kennis. Niet alleen voor de komende jaren, maar permanent.

73

17. INWONERS- EN OVERHEIDSPARTICIPATIE Inleiding Inwoners willen betrokken worden bij projecten die impact hebben op hun leefomgeving. Daarnaast willen beleidsmedewerkers inwoners betrekken bij het maken van nieuw beleid om aan te sluiten op de leefwereld van onze inwoners. Tijdige en zorgvuldige participatie aan de voorkant kan lange bezwaarprocedures aan de achterkant voorkomen. Inwoners voelen zich serieus genomen. Invloed op besluitvorming geldt als een bewezen middel om polarisatie tegen te gaan.

Wat speelt er rond dit onderwerp Participatie is in de hedendaagse maatschappij van groot belang. In 2023 koos het college en de raad voor een eenduidige participatie-aanpak: het Relevant Gesprek. Deze aanpak helpt om de kwaliteit van participatie te verbeteren. Daardoor krijgen inwoners meer vertrouwen in de overheid. En krijgt de raad vertrouwen in de organisatie omdat ze weten dat de organisatie zich houdt aan de kaders voor participatie. En dus ook wanneer de raad betrokken wordt.

Wat ligt vast en waarom  

De Omgevingswet schrijft voor dat participatie verplicht is en heeft een lijst met verplichte participatie vastgesteld. Er is vanuit het programma Noordoostpolder de Ruimte geld gereserveerd voor de doorontwikkeling van participatie (middelen). Op 1 januari 2027 treedt de Wet versterking participatie op decentraal niveau in werking. Deze verordening regelt hoe inwoners worden betrokken bij voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid. Hierin wordt ook het Uitdaagrecht opgenomen waarmee inwoners de gemeente kan uitdagen initiatieven van de gemeente over te nemen. De raad stelde reeds een eenvoudige participatieverordening vast. Inwoners kunnen de gemeente hieraan houden.

Waar liggen keuzes voor Afhankelijk van de ambities en prioriteiten van de coalitie zijn dit onderwerpen waarin richting gekozen kan worden: De ambtelijke en bestuurlijke borging van het participatiebeleid kan beter. Op verschillende niveaus en op meerdere gebieden zijn er mogelijkheden om aan de knoppen te draaien. Dat kan op verschillende manieren zoals intern kennis vergroten d.m.v. trainingen, adviseren bij complexe projecten en uitgevoerde projecten en gekozen methode evalueren ter lering en verbetering. Een participatie-adviseur kan dit proces versterken. Die zorgt voor deskundige aandacht en kan o.a. projectleiders en programmamanagers en het college adviseren bij impactvolle projecten over de wijze van participeren. Daarnaast kan deze adviseur het beleid bewaken en evalueren (verplichting vanuit de Omgevingswet). En nieuwe ontwikkelingen op dit vakgebied inbrengen in de organisatie om de dienstverlening op het gebied van participatie op een gewenst niveau te houden. Zo wordt voldaan aan wettelijke vereisten, wordt de expertise op dit vakgebied vergroot en kan gebouwd worden aan het vertrouwen van inwoners en ondernemers in de overheid en de democratie. Jongerenraad: In het coalitieakkoord 2022-2026 is budget toegekend aan het invoeren van een jongerenraad. Dat budget eindigt na 2026. De kosten bedragen jaarlijks 15.000. 74

18. BEDRIJFSVOERING EN INFORMATIEMANAGEMENT Inleiding Als gemeente beschikken we veel (persoons) gegevens van onze inwoners, ondernemers en instellingen. Zij moeten erop kunnen vertrouwen dat hun gegevens bij ons veilig zijn en dat al onze medewerkers privacy bewust omgaan met deze gegevens. De steeds verder gaande digitalisering brengt nieuwe dreigingen en risico’s met zich mee. Grootschalige uitval van systemen of het nu door hacks of ransomware of energiestoringen wordt veroorzaakt kunnen een enorme impact hebben op de continuïteit van bedrijfsvoering en dienstverlening van de gemeente. Met ook implicaties voor de samenleving, zoals verlies aan gegevens, onbetrouwbare systemen of misbruik van persoonsgegevens. Dit vraagt om een veilige en betrouwbare overheid die hoge standaarden hanteert op het gebied van informatieveiligheid en privacybescherming. Het is belangrijk om het ‘eigen huis’ op orde te hebben en te houden en daarom dit ook periodiek te toetsen.

Wat speelt er rond dit onderwerp 1. De digitale agenda gemeenten De digitale agenda gemeenten2028 is een leidraad voor de digitale ontwikkelingen. Gemeenten laten met deze agenda zien hoe zij de komende jaren de kansen benutten die digitalisering biedt, voor grote maatschappelijke opgaven, het verdienvermogen van Nederland, en om de dienstverlening nog beter aan te laten sluiten bij de eisen en verwachtingen van de samenleving. Digitalisering vraagt om nauwe samenwerking en standaardisatie. Zo kunnen gemeenten als één sterke bestuurslaag de vele maatschappelijke opgaven e ectief aanpakken. Met de Digitale Agenda 2028 bouwen we aan een digitale toekomst die voor iedereen werkt. Gemeenten pakken dit samen op. Door de krachten te bundelen ontstaat meer slagkracht om grote maatschappelijke opgaven e ectief aan te pakken, de dienstverlening te verbeteren en sterker te staan in een wereld waarin digitale dreigingen toenemen. Tijdens de Najaars ALV op 28 november 2025 stemden 100% van de gemeenten in met de uitwerking van collectiviseringsvoorstellen voor AI, Cloud en Digitale Veiligheid. Dit moet de komende jaren verder uitgewerkt worden en er moet inzichtelijk gemaakt worden wat dit nu concreet voor de gemeente betekent. Niet aanhaken bij deze ontwikkeling zal voor de gemeente leiden tot nog hogere investeringen en mogelijk grotere risico’s 2.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2378/documents/44843