CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

3.1 Vaststelling bestemmingsplan Landelijk gebied Repelweg te Marknesse (MITC).pdf

Commissie Woonomgeving 27 juni 2023, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 3: Bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, Repelweg te Marknesse (MITC)’32.650 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

BESTEMMINGSPLAN LANDELIJK GEBIED, REPELWEG TE MARKNESSE (MITC)

Landelijk gebied, Repelweg te Marknesse (MITC)

bestemmingsplan Landelijk gebied, Repelweg te Marknesse (MITC)

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Geldende bestemmingsplannen 1.4 Relatie Nota van Uitgangspunten 1.5 Leeswijzer

5 5 6 7 8 9

Hoofdstuk 2 Beschrijving van het plan 2.1 Locatiekeuze 2.2 Huidige situatie 2.3 Het programma 2.4 Landschappelijke inpassing 2.5 Verkeer

10 10 10 12 14 16

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid

20 20 24 28

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Milieueffectrapportage 4.2 Milieuzonering 4.3 Geluidzonering Wet geluidhinder 4.4 Water 4.5 Bodem 4.6 Archeologie 4.7 Cultuurhistorie 4.8 Ecologie 4.9 Externe veiligheid 4.10 Luchtkwaliteit 4.11 Kabels, leidingen en zoneringen

32 32 35 40 42 48 49 52 52 60 64 65

Hoofdstuk 5 Juridische vormgeving 5.1 Algemeen 5.2 De regels 5.3 Toelichting op de bestemmingen

67 67 67 68

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.2 Economische uitvoerbaarheid

72 72 72

Bijlagen toelichting

75

Bijlage 1

Landschappelijk inpassingsplan

76

Bijlage 2

Verkeeronderzoek

163

Bijlage 3

Laddertoets MITC Marknesse

217

Bijlage 4

MER

249

Bijlage 5

Akoestisch onderzoek

1341

Bijlage 6

Watertoets

1479

Bijlage 7

Archeologisch onderzoek

1507

2

bestemmingsplan (vastgesteld)

bestemmingsplan Landelijk gebied, Repelweg te Marknesse (MITC)

Bijlage 8

Voortoets Natura 2000

1559

Bijlage 9

Uitgebreide natuurtoets (soorten, NNN)

1589

Bijlage 10

Nader ecologisch onderzoek (huismus, gierzwaluw, vleermuis)

1656

Bijlage 11

Nader ecologisch onderzoek Vollenhoverweg 28 (steenmarter)

1670

Bijlage 12

Nader onderzoek rugstreeppad en ringslang

1686

Bijlage 13

Stikstofonderzoek

1691

Bijlage 14

Memo kwalitatieve compensatie NNN

1734

Bijlage 15

Onderzoek externe veiligheid

1744

Bijlage 16

Advies Brandweer externe veiligheid

1763

Bijlage 17

Reactienota voorontwerp

1767

Bijlage 18

Reactienota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan

1790

Regels

1793

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten

1794 1794 1797

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Bedrijf - Mobiliteit en infrastructuur Artikel 4 Bedrijf - Testcentrum Artikel 5 Natuur Artikel 6 Verkeer Artikel 7 Water Artikel 8 Leiding - Gas Artikel 9 Leiding - Hoogspanningsverbinding Artikel 10 Waarde - Archeologische Verwachtingswaarde WA5 Artikel 11 Waarde - Archeologische Verwachtingswaarde WA6

1798 1798 1801 1804 1806 1807 1808 1810 1812 1814

Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 12 Anti-dubbeltelregel Artikel 13 Algemene gebruiksregels Artikel 14 Algemene aanduidingsregels Artikel 15 Algemene afwijkingsregels Artikel 16 Overige regels

1816 1816 1817 1818 1820 1821

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 17 Overgangsrecht Artikel 18 Slotregel

1822 1822 1823

Bijlage bij de regels

1825

Bijlage 1

1826

Beplantingsschemas

Verbeelding

bestemmingsplan (vastgesteld)

1835

3

bestemmingsplan Landelijk gebied, Repelweg te Marknesse (MITC)

4

bestemmingsplan (vastgesteld)

bestemmingsplan Landelijk gebied, Repelweg te Marknesse (MITC)

Toelichting Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1

Aanleiding

Momenteel bevindt het RDW Testcentrum zich naast vliegveld Lelystad. Hierdoor ontbreken zekerheid en ruimte voor toekomstvaste investeringen in testfaciliteiten. Investeringen zijn noodzakelijk om te kunnen blijven testen of voertuigen ook aan nieuwe Europese regelgeving (blijvend) voldoen. Bovendien zorgt de uitbreiding van de luchthaven voor een toename van het omgevingsgeluid en dat heeft negatief effect op de onderzoeken die op het Testcentrum plaatsvinden. Omdat Lelystad Airport ruimtelijk inmiddels is aangepast op mogelijk gebruik voor regulier luchtverkeer, is en blijft de RDW-testbaan in heden en toekomst ingeperkt; De fysieke ruimte is beperkt waardoor er geen ruimte is voor baanverlenging. Een langere baan biedt ruimte voor veilig testen van rijbaan- en inhaalassistentie, truckplatooning (waarbij vrachtwagens geautomatiseerd en direct achter elkaar rijden in konvooien van 3 tot 5 trucks) en verdere doorontwikkeling naar autonoom rijdende voertuigen). Verder is het gebruik van bestaande testfaciliteiten beperkt (geluidstesten worden al door de naast de testbaan verlegde helikopterplatforms belemmerd). En dit alles maakt de financiering op de locatie in Lelystad onzekerl (voor investeringen moet tientallen jaren vooruit kunnen worden gepland). Vanwege deze beperkingen zoekt RDW een nieuwe locatie.

De nieuwe locatie biedt bovendien de mogelijkheid tot de ontwikkeling van expertise en faciliteiten die elkaar versterken. Voor de verplaatsing van het RDW zijn meerdere locaties onderzocht en is de locatie aan de Repelweg nabij Marknesse uiteindelijk het meest geschikt bevonden. Deze locatie biedt veel ruimte, sluit aan op een bestaand bedrijventerrein met hoogwaardige onderzoeksbedrijven en heeft een goede verkeerstechnische ontsluiting. Voor de provincie Flevoland en de gemeente Noordoostpolder biedt de vestiging mogelijkheden om de economie van het gebied te versterken. Met het realiseren van de verplaatsing van de RDW Testbaan naar Marknesse, in de directe nabijheid van de bestaande vestigingen van het Koninklijk Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum (NLR), Duits-Nederlandse Windtunnel (DNW) en het NLR Drone Center, ontstaat er een uniek cluster van bedrijven en faciliteiten rondom kennisontwikkeling, testen en certificering. Naast de kracht van de samenwerking van de NLR, DNW en RDW biedt dit kansen in Noordelijk Flevoland om rondom de snelle ontwikkeling van “steeds slimmer wordende” mobiliteit dit cluster uit te bouwen tot het (Smart) Mobiliteit en Infrastructuur Test Centrum (MITC): een cluster van onderling samenhangende bedrijven, kennis, onderwijs en andere activiteiten.

Dit heeft een aantrekkende werking die al tot concrete belangstelling heeft geleid van bijvoorbeeld de Politie en onderwijsinstellingen.

Het MITC leent zich uitstekend voor innovatie en talentontwikkeling, het leren van nieuwe vaardigheden op verschillende terreinen van bijvoorbeeld innovatieve duurzame vlieg- en voertuigen, bouw, energie, mobiliteit en (cyber)security. Het MITC kan daarbij mogelijk ook een rol spelen in de duurzaamheidstransitie door vervoersmodaliteiten voor de Europese markt te certificeren. Denk hierbij aan elektrificatie, emissietests, onderzoek doen naar alternatieve aandrijvingen zoals waterstof, maar ook testen op aerodynamica, rolweerstand en (duurzaam) materiaalgebruik. Ook kunnen Smart Mobility en connectiviteit oplossingen bieden om de mobiliteit efficiënter te maken en kunnen potentiële partners op dit gebied wellicht een plek krijgen binnen het MITC. Voor deze locatie is daarom een visie ontwikkeld om een integraal MITC te ontwikkelen, dat moet uitgroeien tot een 'smart mobility hub': een cluster van onderling samenhangende bedrijven, kennis- en onderwijsinstellingen en andere activiteiten. Deze visie heeft zich vertaald in de Regio Deal Noordelijk Flevoland tussen Rijk, provincie en gemeenten die op 12 december 2019 is ondertekend.

bestemmingsplan (vastgesteld)

5

bestemmingsplan Landelijk gebied, Repelweg te Marknesse (MITC)

De ontwikkelingen zijn op basis van de geldende beheersverordening Landelijk gebied niet mogelijk. Om de ontwikkeling mogelijk te maken, is dit bestemmingsplan opgesteld.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied ligt ten noordoosten van het dorp Kraggenburg en ten zuidoosten van het dorp Marknesse en ten noorden van het Voorsterbos, tussen de Voorstertocht en de Vollenhoverweg. De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1.1.

Figuur 1.1.

6

Locatie plangebied

bestemmingsplan (vastgesteld)

bestemmingsplan Landelijk gebied, Repelweg te Marknesse (MITC)

1.3

Geldende bestemmingsplannen

Het plangebied is geregeld in de beheersverordening Landelijk gebied, die is vastgesteld op 21 maart 2016. In deze beheersverordening zijn voor het betrokken gebied de regels uit de voormalige bestemmingsplannen Waterloopbos e.o. en Landelijk gebied 2004 van toepassing. Voor de westelijk gelegen gronden vallen onder bestemmingsplan Landelijk gebied 2004. Binnen het bestemmingsplan Landelijk gebied 2004 heeft deze grond de bestemming "Agrarisch gebied". Deze gronden zijn bestemd voor agrarische bedrijvigheid in de vorm van een grondgebonden agrarisch bedrijf. De oostelijk gelegen drie kavels vallen onder het bestemmingsplan Waterloopbos e.o., waarin het gedeeltelijk is bestemd voor agrarisch grondgebruik en gedeeltelijk voor "Hoogwaardige onderzoek- en ontwikkelingsdoeleinden". Binnen deze bestemming zijn waterloopkundige, lucht- en ruimtevaartlaboratoria toegestaan, en daarnaast hoogwaardige bedrijven gericht op onderzoek, speuren ontwikkelingswerk en computerserviceen informatietechnologiebedrijven. Op de meest oostelijk gelegen kavel binnen het plangebied is volgens het vigerende bestemmingsplan Waterloopbos e.o. een bouwvlak van ongeveer 18 hectare van toepassing, dat voor 80% bebouwd mag worden met bedrijfsgebouwen met een maximale bouwhoogte van 15 meter. Dit betreft dus circa 144.000 m2 bedrijfsbebouwing.

In de huidige situatie wordt de capaciteit van de toegestane bedrijfsfunctie niet volledig benut. Om de nieuwe ontwikkeling mogelijk te maken, is een zorgvuldige afweging en afstemming gemaakt met de planologische regeling voor het aangrenzende bestemmingsplan zodat het bedrijventerrein als geheel op goede wijze is geregeld. Een fragment van de plankaarten van het geldende bestemmingsplan is weergegeven in figuur 1.2. De lichtgroene kleur hierin is agrarisch gebied, de paarse kleur bedrijven en de donkergroene kleuren zijn bos en natuur.

Figuur 1.2.

Fragment plankaarten geldende bestemmingsplannen

bestemmingsplan (vastgesteld)

7

bestemmingsplan Landelijk gebied, Repelweg te Marknesse (MITC)

1.4

Relatie Nota van Uitgangspunten

Vooruitlopend op de formele procedure voor het bestemmingsplan en het MER is een Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) en Nota van Uitgangspunten (NVU) opgesteld. Deze documenten markeren de start van de ruimtelijke procedure en vormen de basis voor het verdere proces. De NVU gaat over wat er ruimtelijk wordt onderzocht en geldt voor het bestemmingsplan. De NVU is samen met de NRD gepubliceerd en heeft van 13 februari 2020 tot en met 11 maart 2020 ter inzage gelegen. In de nota van uitgangspunten werd de begrenzing van het plangebied vastgesteld, zoals weergegeven in figuur 1.3. Verder is het programma beperkt ten opzichte van de uitgangspunten van de NVU en is er minder bvo opgenomen en is het verwachte aantal werknemers naar beneden bijgesteld.

Figuur 1.3 Globale begrenzing plangebied in Nota van Uitgangspunten Onderzoeken naar stabiliteit van de ondergrond en een concretisering van de samenwerking met politie hebben geleid tot een aanpassing van de plannen ten opzichte van de inzichten zoals verwoord in de NVU. Het beoogde programma is op hoofdlijnen ongewijzigd. De NVU ging uit van de realisatie van het RDW Testcentrum en de doorontwikkeling van het MITC, waarin DigiCity en de ontwikkeling van een campus en een samenwerking met (semi)overheidsinstanties, zoals politie en defensie, was voorzien. Voorliggend plan wijkt op enkele punten af van de NVU, zoals deze ter inzage heeft gelegen: Door het opschuiven van de testbaan van RDW breidt het plangebied zich, ten opzichte van het globaal begrensde projectgebied in het NVU, uit op één kavel in noordwestelijke richting. In de NVU is beschreven dat rekening moet worden gehouden met het feit dat het plangebied deels op gronden ligt die op grond van artikel 40 van de Wet geluidhinder zijn aangemerkt als gezoneerd industrieterrein. Dit zou betekenen dat het gezoneerde industrieterrein uitgebreid moet worden, zodat het tevens het plangebied van het MITC omvat, waarbij de geluidszone moet worden aangepast.

Doordat het programma nu concreter is uitgewerkt (voortschrijdend inzicht) en de geluidsbelasting van de programmaonderdelen scherp in beeld is gebracht, is gebleken dat er (vanwege de aard en invulling van de ontwikkeling) geen noodzaak is om het gezoneerde industrieterrein uit te breiden. Er kan ook geopteerd worden voor het dezoneren van het deel van het gezoneerde terrein dat in het plangebied ligt. Hierop wordt in paragraaf 4.3 ingegaan. De NVU heeft geen formele status en de impact van de hierboven beschreven afwijkingen

8

bestemmingsplan (vastgesteld)

bestemmingsplan Landelijk gebied, Repelweg te Marknesse (MITC) ten opzichte van de uitgangspunten uit het NVU is beperkt. De realisatie van het MITC op deze locatie is een beleidsmatige keuze die op bestuurlijk niveau is gemaakt. De ontwikkeling sluit aan op reeds nabij de locatie aanwezige bedrijven. De maatschappelijke impact, namelijk de concentratie van gelijkaardige bedrijven, is gewenst met het oog op de economische ontwikkeling van de regio. De ruimtelijke impact van de ontwikkeling is aanzienlijk. Daarom is ten behoeve van de ruimtelijke inpassing van het MITC een landschappelijk inpassingsplan gemaakt. Hier wordt in paragraaf 2.4 nader op ingegaan.

1.5

Leeswijzer

Na dit hoofdstuk wordt in Hoofdstuk 2 een beschrijving van het plan gegeven. Daarbij wordt ingegaan op de gewenste ontwikkeling en op de ruimtelijke en functionele inpassing daarvan in de bestaande structuur. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van het van belang zijnde beleidskader, waarna in Hoofdstuk 4 een toetsing aan de omgevingsaspecten volgt. Wanneer deze van toepassing zijn, worden daarbij de uitgangspunten voor het bestemmingsplan genoemd. In Hoofdstuk 5 volgt een toelichting op de in het bestemmingsplan opgenomen regeling. Tot slot gaat Hoofdstuk 6 in op de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan, waarbij aandacht wordt besteed aan de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid.

bestemmingsplan (vastgesteld)

9

bestemmingsplan Landelijk gebied, Repelweg te Marknesse (MITC)

Hoofdstuk 2 Beschrijving van het plan 2.1

Locatiekeuze

Dit bestemmingsplan volgt op een uitgebreid en zorgvuldig voortraject, dat in een samenwerkingsverband tussen RDW, het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I&W) en het Rijksvastgoedbedrijf (RVB), provincie Flevoland en gemeente Noordoostpolder is doorlopen. De bestuurlijke bekrachtiging van de gewenste ontwikkeling is op 12 december 2019 vastgelegd in de Regio Deal Noordelijk Flevoland, die is ondertekend door het Rijk, de provincie en de betrokken gemeenten. Voorafgaand aan de keuze om het testcentrum voor RDW op de onderhavige locatie in Marknesse te vestigen zijn meerdere locaties onderzocht op basis van vooraf vastgestelde beoordelingscriteria. De noodzakelijke oppervlakte, bereikbaarheid en aan aanvaardbaar niveau van omgevingsgeluid en privacy zijn belangrijke overwegingen geweest. Uit vijf onderzochte locaties in de gemeenten Zeewolde, Lelystad en Noordoostpolder is de locatie bij Marknesse als voorkeurslocatie gekomen. Er is voldoende oppervlakte beschikbaar, ook als de baan verlengd wordt, het omgevingsgeluid is aanvaardbaar, er is voldoende privacy en er kan een toegangsweg aangelegd worden, die goed aansluit op de hoofdinfrastructuur. De locatie is op provinciaal niveau een zeer geschikte locatie, omdat deze lokaal aansluit bij de gewenste economische versterking van de regio.

Hierbij speelt onder andere de nabijheid van de NLR en het NLR Drone Center, waardoor synergie met de RDW optreedt om autonoom transport te testen en daarmee perspectief te bieden op de vorming van het Mobiliteit en Infrastructuur Testcentrum (MITC). Ook de nabijheid van grootschalige testfaciliteiten, zoals de Duits Nederlandse Windtunnel (DNW) en de NLR is hierbij belangrijk. Omdat de locatie is gelegen in landelijk gebied is er geen hinder te verwachten van de omgeving op de onderzoeksactiviteiten op het terrein. Vanwege het dunbevolkte karakter van het gebied zal, voor zover sprake is van hinder naar de omgeving, het aantal gehinderden beperkt zijn. Bovendien zijn er mogelijkheden voor verdere uitbreiding van activiteiten op het terrein. Ook de gemeente Noordoostpolder ziet mogelijkheden in de buurt van het NLR. In de buurt van het NLR bevindt zich al een kenniscluster dat gebruik maakt van de faciliteiten van de NLR. Eén van de doelen is om ruimte te bieden voor bedrijven die het cluster versterken en verstevigen. Hier valt het RDW onder. Dit sluit aan bij de gemeentelijke Visie op werklocaties.

2.2

Huidige situatie

Dit bestemmingsplan heeft betrekking op een agrarisch gebied, dat is gelegen tussen de Voorstertocht en de Vollenhoverweg. Het gaat om acht akkerbouwkavels, van ongeveer 780 bij 290 meter, die geheel of gedeeltelijk binnen de begrenzing van het plangebied vallen. Het oostelijk deel van deze strook is bestemd voor de ontwikkeling van hoogwaardige onderzoeksbedrijven. Momenteel is hier alleen de windtunnel van DNW aanwezig. Voor de gronden ten noorden en oosten van dit bedrijf is een vergunning verleend voor een zonnepark (voor een periode van 25 jaar). De ontwikkeling van het MITC is voorzien op de kavels die aansluiten op de windtunnel. Langs het geprojecteerde bedrijventerrein is een brede bosstrook aanwezig, die zorgt voor de landschappelijke inpassing van het terrein en tevens deel uitmaakt van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Deze bosstrook zou met de afronding van het bedrijventerrein worden aangevuld met een bosrand op de tweede kavel binnen het plangebied in het verlengde van een aanwezig bosperceel. Deze strook is niet gerealiseerd. Langs de derde kavel in het plangebied is wel een bosrand aanwezig, die een deel van het gebied afschermt.

10

bestemmingsplan (vastgesteld)

bestemmingsplan Landelijk gebied, Repelweg te Marknesse (MITC)

Het deel ten westen van deze bosrand vormt een open agrarisch gebied, met enkele agrarische bouwpercelen langs de Vollenhoverweg. Eén van deze percelen valt binnen de begrenzing van het plangebied. Tussen de kavels zes en zeven ligt de Blokzijlertocht. Dit is een hoofdwatergang die zorgt voor de waterafvoer uit het gebied. Ten zuiden van de Voorstertocht ligt het Waterloopbos. Het is een voormalig terrein voor waterloopkundig onderzoek. Het is een besloten bosgebied met natuurlijke en cultuurhistorische waarden. In het oostelijk deel liggen de gronden van het onderzoeksbedrijf NLR. Een luchtfoto van het plangebied en de directe omgeving, met hierop de begrenzing geprojecteerd, is weergegeven in figuur 2.1.

Figuur 2.1.

Luchtfoto en begrenzing plangebied

bestemmingsplan (vastgesteld)

11

bestemmingsplan Landelijk gebied, Repelweg te Marknesse (MITC)

2.3

Het programma

2.3.1 Algemeen Het MITC bestaat uit vier onderdelen, namelijk (1) het nieuwe testcentrum van RDW, (2) een oefenterrein voor de politie, (3) een testomgeving voor innovatieve modaliteiten (DigiCity) en (4) een hierop aansluitende 'campus' met bedrijven en onderwijsinstellingen. Deze programmaonderdelen sluiten aan op de bedrijfspercelen van NLR en DNW en een geprojecteerd zonnepark, die buiten de begrenzing van dit bestemmingsplan liggen. De verschillende onderdelen zijn globaal weergegeven in figuur 2.2. Naar aanleiding van de zienswijzen is de maximale ontwikkelingsruimte naar beneden bijgesteld en in het bestemmingsplan aangepast.

Figuur 2.2

12

Programmaonderdelen MITC

bestemmingsplan (vastgesteld)

bestemmingsplan Landelijk gebied, Repelweg te Marknesse (MITC)

2.3.2 Testcentrum RDW Het testcentrum van RDW richt zich op het testen en beoordelen van auto's en vrachtauto's, voordat deze in Nederland op de openbare weg mogen. Op het terrein worden verschillende testfaciliteiten gerealiseerd, waaronder een kombaan met hellende bochten die meest bepalend is voor het ruimtebeslag van het testcentrum. Binnen deze kombaan komen verschillende vormen van verharding waar onder andere remtesten, geluidstesten, hellingsproeven en slalomtesten uitgevoerd kunnen worden. De bebouwing ten behoeve van onder andere kantoren en werkplaatsen concentreert zich op de oostzijde van het terrein, nabij de entree. Hier wordt maximaal 8.000 m2 bruto vloeroppervlak mogelijk gemaakt. Het betreft een toekomstbestendige verplaatsing van het testcentrum dat nu bij Lelystad Airport is gevestigd, met ruimte voor verdere doorontwikkeling binnen de hiervoor benoemde mogelijkheden.

2.3.3 Oefenterrein politie Het oefenterrein van de politie is bedoeld voor rijvaardigheidstrainingen en oefeningen met voertuigen. Op het terrein wordt ook een onderwijsvoorziening en facilitaire ruimte voorzien. Hiervoor is een oppervlakte van maximaal 4.500 m2 bruto vloeroppervlak voorzien. Ook voor het oefenterrein geldt dat het een verplaatsing van de bestaande faciliteiten vanuit Lelystad betreft.

2.3.4 DigiCity en campus DigiCity en de daarop aansluitende campus biedt ruimte aan een synergie van bedrijven en onderwijsinstellingen op het gebied van (innovatieve) mobiliteit. DigiCity heeft het grootste ruimtebeslag. Hier is een testomgeving voorzien voor diverse innovatieve modaliteiten, waarbij in de eerste plaats wordt gedacht aan zelfrijdende auto's. Het bestaat uit een wegennet met daarin nader te bepalen obstakels, zoals containers en tijdelijke bouwwerken. De exacte invulling van dit plandeel is nog niet bepaald. Er wordt uitgegaan van een concentratie van bebouwing in de zuidoostelijke hoek. Het bebouwde programma is gemaximeerd op 12.200 m2 bruto vloeroppervlak.

2.3.5 Totaalplan MITC De voorgestelde inrichting van het terrein van het MITC is weergeven in figuur 2.3. Hierin is de samenhang van de verschillende programmaonderdelen en het landschappelijke kader aangegeven. De ontsluiting is beoogd op de Repelweg, via een bestaande calamiteitenontsluiting van NLR, die langs de zuidzijde van de DNW ligt. Alle bebouwing op het MITC is geconcentreerd op de oostelijk gelegen drie kavels.

bestemmingsplan (vastgesteld)

13

bestemmingsplan Landelijk gebied, Repelweg te Marknesse (MITC)

Figuur 2.3.

2.4

Totaalplan MITC (bron: landschappelijk inpassingsplan)

Landschappelijke inpassing

Voor de ontwikkeling van het MITC is een landschapsplan ontwikkeld, dat een belangrijk kader biedt voor de toekomstige inrichting van het terrein. Dit plan is enerzijds ontwikkeld vanuit een inventarisatie en analyse van de kenmerken en waarden van het gebied en anderzijds vanuit het beoogde programma en de kansen en belemmeringen vanuit het gebied. Dit landschapsplan, met daarin een uitgebreide beschrijving van de ontstaansgeschiedenis, de bestaande situatie en de ontwerpkeuzes voor het MITC, is opgenomen in Bijlage 1. Deze paragaaf beschrijft de voor het bestemmingsplan relevante kenmerken in de huidige situatie, het beoogde programma en de keuzes voor de inpassing hiervan in het landschap. In de huidige situatie heeft het plangebied een agrarische bestemming en is er sprake van een open gebied met ruime zichtlijnen. Door de aanleg van het testcircuit wordt een groot oppervlak ingevuld, maar de aard en verschijningsvorm van het testcircuit zijn zodanig, dat er geen grote concentratie van bebouwing of bedrijven wordt gerealiseerd. In eerste instantie was het testcircuit voorzien op de percelen direct grenzend aan het bedrijventerrein uit bestemmingsplan Waterloopbos e.o., maar vanwege de bodemgesteldheid van deze percelen is het testcircuit van het RDW verder naar het westen gesitueerd.

De percelen die daardoor niet voor het circuit worden gebruikt, worden deels ingevuld met kantoorbebouwing (in een 'rand' aansluitend op het huidige bedrijventerrein ten oosten van het plangebied), deels met parkeergelegenheid en hier is ook ruimte voor de toekomstige ontwikkeling van DigiCity. Om de ontwikkeling ruimtelijk te kunnen inpassen, wordt een deel van de huidige Voorstertocht en een aantal kavelsloten gedempt. Hiervoor komen drie watergangen terug, namelijk de omgelegde Voorstertocht, de nieuwe wateraanvoersloot om het RDW-terrein en een watergang ten zuiden van het RDW-terrein. Omdat de voorziene ontwikkeling een grote oppervlakte beslaat (ongeveer 290 hectare), heeft de aanleg van de baan aanzienlijke impact op het landschap. Er is grotendeels sprake van wegen op maaiveldniveau waarop motorvoertuigen worden getest. De voorziene kantoorgelegenheid sluit qua hoogte en ligging aan op de bestaande bedrijvigheid en wordt qua oppervlakte in het bestemmingsplan beperkt. Om dit inzichtelijk te maken en te kunnen beoordelen is onderzoek verricht naar de

14

bestemmingsplan (vastgesteld)

bestemmingsplan Landelijk gebied, Repelweg te Marknesse (MITC) landschappelijke inpassing. Ten behoeve van een goede ruimtelijke inpassing van de gewenste ontwikkeling is een landschappelijk inpassingsplan gemaakt. Hierin zijn de consequenties voor de landschappelijke inpassingsopgave in beeld gebracht. Daarbij geldt als uitgangspunt dat de landschappelijke inpassing van het MITC aansluit op het gemeentelijk en provinciaal beleid. Daarnaast stelt de RDW als eis dat het zicht op de baan vanaf de openbare weg beperkt is om ongehinderd tests te kunnen uitvoeren. Ook moet worden voorkomen dat onbevoegden het terrein betreden. Het plangebied ligt in halfopen landschap, aan de rand van het besloten Voorsterbos. In de Landschapsvisie Noordoostpolder (2012) en de Structuurvisie Noordoostpolder (2013) wordt ingezet op het sterker maken van de overgang van het oude naar het nieuwe land aan de oostzijde van de polder. Door bossingels rondom het MITC te planten en die te laten aansluiten op de al aanwezige bossingels in het plangebied, wordt de herkenbaarheid van de polderrand vergroot. De beplanting wordt zodanig gesitueerd dat het een eenheid gaat vormen met het Voorsterbos en het MITC wordt opgenomen in het groen. Dit past bij het versterken van het ruimtelijk concept voor de polder als geheel. Hierdoor ontstaan fraaie landschapskamers die met bos zijn omzoomd.

Nu al is in delen van het gebied goed te ervaren dat dit een robuuste oplossing is. Een impressie van het landschapsplan is weergegeven in figuur 2.4.

Figuur 2.4.

Impressie MITC met landschappelijke inpassing

Het RDW-terrein wordt afgesloten van de omgeving door naast de beplanting ook watergangen aan te leggen waarmee de veiligheid wordt gegarandeerd. Deze hebben de voorkeur boven hekwerken. Op de plekken waar nog geen water is, worden nieuwe watergangen aangelegd. Dit gebeurt onder meer door een aftakking van de Voorstertocht oostelijk en noordelijk van de RDW. Ten zuiden van de RDW wordt de Voorstertocht deels verlengd. Aan de westzijde gaat de om te leggen Voorstertocht een brede afscheiding vormen. Bij de landschappelijke inpassing is de rechtlijnigheid van de polder als uitgangspunt genomen. Het inpassingsplan bevat adviezen voor de plaatsing van de verschillende banen en voor het zoveel mogelijk behouden van de kenmerkende kavelstructuur. Het agrarische bedrijf op Vollenhoverweg 28 moet voor de gewenste ontwikkeling worden ontmanteld. Hier komt, ter hoogte van de politietestbaan een 75 meter brede bosstrook. Deze bosstrook sluit aan op de 48 meter brede bosstrook langs de Vollenhoverweg. Hierdoor ontstaat een volledige bosrand rondom het MITC.

bestemmingsplan (vastgesteld)

15

bestemmingsplan Landelijk gebied, Repelweg te Marknesse (MITC)

Voor de bebouwing wordt geadviseerd om deze rijkelijk te voorzien van bomen om de bebouwing te integreren in de groene omgeving, schaduwplekken te creëren en het campusgevoel te versterken. De niet verharde oppervlakken kunnen als bloemrijk grasland ingericht worden die er niet alleen fraai uitzien, maar ook bijdragen aan de ecologische kwaliteit van het gebied. De landschappelijke kwaliteit kan verder worden versterkt door meer groen toe te voegen, maar dit is binnen de plangrenzen en projectkaders niet te realiseren. In het landschappelijk inpassingsplan is wel een studie uitgewerkt die een beeld geeft van een mogelijke verdere uitwerking.

2.5

Verkeer

De ontwikkeling van een bedrijventerrein heeft potentiële gevolgen voor de verkeerssituatie in de omgeving. Om inzicht te krijgen in de verkeersafwikkeling, de ontsluitingsmogelijkheden en de parkeerbehoefte is een verkeersstudie uitgevoerd. Hiertoe is met behulp van een verkeersmodel het effect van toekomstige situaties in beeld gebracht.Omdat de maximale ontwikkelruimte van het programma is bijgesteld naar aanleiding van de zienswijzen, is ook de maximale verkeersgeneratie naar beneden bijgesteld. Deze is namelijk normatief gekoppeld aan het bvo. Hiertoe is het onderzoek geactualiseerd en wordt de situatie omschreven met een lagere maximale ontwikkelruimte. Het rapport van het verkeersonderzoek is opgenomen als Bijlage 2. De getallen uit het actuele onderzoek zijn in deze paragraaf overgenomen.

Verkeersafwikkeling Om uitspraken te kunnen doen over de verkeersafwikkeling op de ontsluitende wegen is een verkeersmodel bepaald op basis van een aanname van het aantal verkeersbewegingen die in de uiteindelijke situatie kunnen worden gegenereerd door de nieuwe functies. Gelet op de specifieke aard van de functies in het plan zijn deze niet goed te relateren aan kentallen (zoals opgenomen in de CROW-publicaties) of aan vergelijkbare projecten. Daarom is de verkeersgeneratie bepaald op basis van een 'reële worst-case' benadering. Er is gerekend met de maximaal te verwachten ontwikkelingen op basis van wat het bestemmingsplan toestaat. Deze ontwikkelingen zullen echter niet direct plaatsvinden. In eerste instantie betreft het de verplaatsing van het RDW-terrein en zal de initiële verkeersimpact op de omgeving zeer beperkt zijn. In een later stadium wordt het RDW uitgebreid en zal het terrein in fases verder worden ontwikkeld tot het MITC. Omdat deze ontwikkelingen op dit moment nog niet allemaal even concreet zijn, laat het bestemmingsplan ruimte om hier later invulling aan te geven. Om de omgeving voldoende zekerheid te geven is in het verkeersonderzoek uitgegaan van het meest ongunstige scenario in 2040 waarbij het gebied vooral gevuld wordt door ontwikkelingen die relatief veel verkeer genereren.

Deze komt uit op gemiddeld 1.887 mvt/etmaal voor een gemiddelde weekdag en 2.509 mvt/etmaal voor een gemiddelde werkdag. Dit aantal is vervolgens in het verkeersmodel verwerkt om het effect van het MITC op het regionale verkeersnetwerk in beeld te brengen. Hierbij is zowel de toename op de verschillende wegvakken als kruispuntbelasting tijdens piekmomenten beoordeeld. In het onderzoek is ook rekening gehouden met andere ontwikkelingen in de omgeving die mogelijk invloed hebben op de verkeerssituatie, waaronder het verlagen van de maximumsnelheid op de Repelweg. Uit het onderzoek blijkt dat door de ontwikkeling van het MITC nergens problemen ontstaan voor wat betreft de doorstroming. Zowel de intensiteiten als kruispuntbelastingen geven geen reden tot het nemen van aanvullende maatregelen. Binnen het invloedsgebied van het project liggen twee beweegbare bruggen: de Vollenhoverbrug en de brug bij de Voorstersluis. Wanneer deze bruggen in de spitsperiode worden geopend, heeft dat wel invloed op de verkeersafwikkeling. Dit geldt zowel in de

16

bestemmingsplan (vastgesteld)

bestemmingsplan Landelijk gebied, Repelweg te Marknesse (MITC) referentiesituatie als met ontwikkeling van het MITC. Opgemerkt wordt dat niet uitgesloten kan worden dat met de volledige ontwikkeling van het MITC in combinatie met de autonome groei van verkeer, op de Flevoweg een verkeersintensiteit van meer dan 12.000 mvt/etmaal ontstaat. In de Mobiliteitsvisie Flevoland 2030 is bepaald dat voor wegen waar de intensiteit boven de 12.000 mvt/werkdag uitkomt, beschouwd moet worden of alternatieve routes voor langzaam verkeer (zoals landbouwverkeer) noodzakelijk zijn. Hierbij valt te denken aan parallelweg-structuur of een geslotenverklaring voor landbouwverkeer. Op basis van monitoring moet blijken of deze situatie zich voordoet. Ook is gekeken naar de gevolgen van de toename van verkeer als gevolg van de realisatie van het MITC op de oversteekbaarheid voor fietsers. Alle ontsluitingswegen zijn voorzien van vrijliggende fietspaden. De plekken waar ontsluitingswegen elkaar kruisen zijn voorzien van rotondes. De rotondes zijn zo vormgegeven dat fietsers de verschillende takken in etappes kunnen oversteken. Voor het drukste wegvak, waar ook nog sprake is van een substantiële toename van verkeer als gevolg van het MITC, de N331 ter hoogte van Vollenhove, is de oversteekbaarheid berekent.

Uit de berekening blijkt dat de toename van verkeer geen gevolgen heeft voor de oversteekbaarheid. De wachttijd blijft ondanks de toename gemiddeld 3 seconden. De reductie van het programma van het MITC zal leiden tot minder verkeersbewegingen. Hierdoor is de impact minder groot dan waar in het onderzoek mee gerekend is. Aangezien op basis van de oorspronkelijke cijfers al geconcludeerd is dat geen aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn, zal dat voor een gereduceerd programma ook niet het geval zijn. De provincie zal de verkeersintensiteit blijven monitoren en zo nodig nader onderzoek doen. Ontsluitingsmogelijkheden Het nieuw te ontwikkelen MITC kan op verschillende plekken ontsloten worden op het omliggende wegennetwerk. In totaal zijn vijf verschillende ontsluitingsvarianten onderzocht. Om het effect van de verschillende ontsluitingsmogelijkheden op het regionale netwerk te onderzoeken is gebruik gemaakt van een dynamisch verkeersmodel. Uit de variantenstudie komt verkeerskundig een ontsluiting op de Voorsterweg als voorkeursoptie naar voren. Deze variant scoort beter dan een ontsluiting op de Repelweg, door de wachtrij vanaf de rotonde N331 – N352 op het moment dat de brug geopend is. Wanneer de brug midden in de spits wordt geopend komt de wachtrij tot voorbij het punt waar de ontsluiting van het MITC is voorzien.

Dit maakt de afwikkelingskwaliteit van het MITC terrein iets ongunstiger. Opgemerkt wordt dat de brugopeningen het verschil in de doorstroming bepalen. In de situatie zonder brugopeningen treden nauwelijks verschillen op, omdat de capaciteit van het wegennetwerk ruim voldoende is om het extra verkeer als gevolg van de ontwikkeling van het MITC op te vangen. Er is daarom gekozen voor een ontsluiting op de Repelweg. Dit heeft ermee te maken dat een ontsluiting op de Voorsterweg leidt tot een verkeersstroom over het terrein van NLR. Dit stuit op praktische en organisatorische belemmeringen. Het terrein van NLR is namelijk een afgesloten terrein met een poort. Voor de ontsluiting wordt gebruik gemaakt van de route van een bestaande calamiteitenontsluiting, die langs de zuidzijde van de DNW ligt. Deze wordt opgewaardeerd en in de Repelweg worden voorzieningen aangebracht ter bevordering van de doorstroming en verkeersveiligheid. De ontsluiting van NLR aan de Voorsterweg zal blijven bestaan. NLR heeft aangegeven dat deze alleen zal worden gebruikt voor leveranciers. Er is aanvullend verkeersonderzoek gedaan om de exacte vormgeving van de ontsluiting te bepalen. Hieruit blijkt dat er binnen het ruimtebeslag dat het bestemmingsplan biedt zowel een rotonde als een afslag mogelijk is. De provincie heeft voorkeur voor een rotonde.

Door de maximumsnelheid op de Repelweg te verlagen van 80km/u naar 60km/u kan de ontsluiting voor langzaam verkeer en openbaar vervoer veiliger worden vormgegeven en wordt de entree naar het MITC duidelijker zichtbaar voor

bestemmingsplan (vastgesteld)

17

bestemmingsplan Landelijk gebied, Repelweg te Marknesse (MITC) het verkeer. De provincie is daarom van plan de maximale snelheid terug te brengen naar 60 km/uur. Deze snelheidsverlaging zal worden geëffectueerd bij de uitvoerende maatregelen in het kader van dit bestemmingsplan. Openbaar Vervoer In de huidige situatie is het plangebied bereikbaar met het openbaar vervoer: lijn 71 (EmmeloordMarknesse - Vollenhove - Zwartsluis-Hasselt-Zwolle) rijdt via de Repelweg (N352). De huidige haltes op de Repelweg (halte Repelweg) liggen circa 250 meter vanaf de geplande toegangsweg. Lijn 71 is een A-lijn, hetgeen betekent dat deze in principe voor de looptijd van de concessie de huidige route blijft rijden en dat er ontsluiting qua bedieningsperiode en frequentie geborgd lijkt. Ten behoeve van de ontsluiting van het MITC zijn bij de aansluiting met de Repelweg (nieuwe) bushalten voorzien. De huidige haltes op de Repelweg (halte Repelweg) liggen ca. 250 vanaf de geplande toegangsweg. Nieuwe halte zullen dus ter vervanging komen van de huidige bestaande halte. Twee haltes op deze korte afstand is niet wenselijk. De loopafstanden vanaf de nieuwe bushalten naar het midden van het plangebied (daar waar de gebouwen van de RDW zullen komen) is circa 1,5 km. Dat is ongeveer 20 minuten lopen. Dat nodigt niet uit voor dagelijks woon-werk verkeer.

Om dat knelpunt te verkleinen zou op de nieuwe halte ruimte gereserveerd kunnen worden om extra voorzieningen te realiseren zoals bij voorbeeld een fietsenstalling. Als daar behoefte aan blijkt te zijn zou daarmee voor werknemers die structureel met het OV wil komen wellicht een alternatief geboden kunnen worden voor de lange loopafstand tot de gebouwen op het terrein. Gericht aanvullend onderzoek is nodig om deze behoefte te kunnen vaststellen.

Parkeerbehoefte Voor het nieuw te ontwikkelen MITC is de parkeervraag in beeld gebracht. Bij het bepalen van de parkeervraag is gebruik gemaakt van de parkeernormen van de gemeente Noordoostpolder (januari 2016). Het MITC-terrein valt onder gebiedstype ‘Rest gemeente’ met de stedelijkheidsgraad ‘niet-stedelijk’ en de stedelijke zone betreft ‘buitengebied’. In de nota parkeernormen wordt voor vervolgonderwijs onderscheidt gemaakt naar ROC en avondonderwijs. De verwachting is dat de ontwikkeling meer overeen zal komen met hoger onderwijs (HBO). Omdat deze categorie niet onderscheiden wordt in de nota parkeernormen, maar wel een andere parkeervraag heeft dan het ROC, is voor deze categorie gebruik gemaakt van ‘CROW-publicatie 317, Toekomstbestendig parkeren (14 december 2018)’. Volgens deze publicatie bedraagt de parkeernorm voor HBO in niet-stedelijk buitengebied tussen de 8,9 en 12,9. In overeenstemming met de nota parkeernormen van de gemeente is een waarde die precies tussen deze waarden inligt als uitgangspunt genomen. Dit resulteert in een parkeervraag van 10,9 per 100 leerlingen. Het RDW bestaat uit een mix van de categorie kantoor zonder baliefunctie (parkeervraag van 2,6 per 100 m² bruto vloeroppervlak), bedrijf arbeidsextensief/bezoekers extensief (1,1), en bedrijf arbeidsintensief/bezoekers extensief (2,4).

De verwachting is dat voor het RDW de verhouding tussen deze onderdelen even groot is. Dit leidt tot een gemiddelde parkeervraag van 2,0 per 100 m2 bvo. De ontwikkelingen voor fase 2 zijn vertaald naar categorieën uit de nota parkeernormen. Voor de categorie onderwijs is gebruik gemaakt van de CROW-publicatie 317, toekomstbestendig parkeren. Door het aantal m2 bvo, en in geval van onderwijs het aantal leerlingen, te vermenigvuldigen met de rekenfactor voor de parkeervraag, ontstaat per categorie het aantal benodigde parkeerplaatsen. Bij elkaar opgeteld betekent dit dat er een parkeervraag is van 521 (fase 1 160 en fase 2 361). Bij volledige ontwikkeling zijn conform het bestemmingsplan op een werkdag 521 parkeerplaatsen nodig en dit aantal moet op eigen terrein worden gerealiseerd. Dit aantal parkeerplaatsen dient in de verdere uitwerking van de plannen als uitgangspunt. Daarbij moet voor het gehele plangebied voorzien worden in voldoende parkeergelegenheid. Dit

18

bestemmingsplan (vastgesteld)

bestemmingsplan Landelijk gebied, Repelweg te Marknesse (MITC) kan worden beoordeeld bij een concrete invulling. Voor het nog in te vullen gebied geldt dat de parkeerbepaling (artikel 16) regelt dat een bouwplan voor een bepaalde functie slechts kan worden gerealiseerd wanneer er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Daarmee is ook voor de toekomst een adequaat parkeeraanbod gewaarborgd en leidt dit plan niet tot een ongewenste parkeersituatie. Conclusie In het verkeersonderzoek is onderzoek gedaan naar de verkeersafwikkeling, ontsluitingsmogelijkheden en parkeren. Hieruit volgen onderstaande conclusie.

Verkeersafwikkeling Uit het deelonderzoek blijkt dat door de ontwikkeling van het MITC nergens problemen ontstaan voor wat betreft de doorstroming. Zowel de intensiteiten, kruispuntbelastingen als oversteekbaarheid geven geen reden tot het nemen van aanvullende maatregelen.

Ontsluitingsmogelijkheden Uit het deelonderzoek naar de ontsluitingsmogelijkheden komt naar voren wanneer het MITC via de N352 ontsloten wordt (varianten C en D) de impact op het netwerk het minst groot is. Er is gekozen om de ontsluiting van het MITC via de Repelweg te laten plaatsvinden.

Parkeren Bij volledige ontwikkeling van zijn conform het bestemmingsplan op een werkdag 521 parkeerplaatsen benodigd zijn en dit aantal dient op eigen terrein gerealiseerd te worden. Er is op het eigen terrein voldoende ruimte om het benodigde aantal parkeerplaatsen te realiseren.

Daarmee is er voor wat betreft verkeer en parkeren geen belemmering voor de uitvoering van dit bestemmingsplan.

bestemmingsplan (vastgesteld)

19

bestemmingsplan Landelijk gebied, Repelweg te Marknesse (MITC)

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1

Rijksbeleid

3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. En er nu mee aan de slag te gaan en beslissingen niet uit te stellen of door te schuiven. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI. Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de ruimte in Nederland, verwoord in vier opgaven: 1. ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie; 2. de economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden; 3. steden en regio's sterker en leefbaarder maken; 4. een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. In de NOVI zijn twee instrumenten opgenomen om de opgaven te realiseren: 1. De Omgevingsagenda. In de Omgevingsagenda agenderen het Rijk en regio de gezamenlijke vraagstukken en de gewenste aanpak daarvan.

De Omgevingsagenda biedt een basis voor uitvoeringsafspraken en inzet van programma's en projectbesluiten van Rijk en regio. 2. De NOVI-gebieden. Een NOVI-gebied is een instrument waarbij Rijk en regio meerdere jaren verbonden zijn aan de gezamenlijke uitwerking van de verschillende opgaven in het ruimtelijke domein. Vaak wordt voortgebouwd op bestaande samenwerkingstrajecten zoals een Regio Deal en een verstedelijkingsstrategie. De afspraken uit de Regio Deals zijn onderdeel van de Omgevingsagenda en de ingewikkelde problematiek en de overkoepelende aanpak van de Regio Deals zijn in lijn met de NOVI. Het plangebied maakt deel uit van de Regio Deal Noordelijk Flevoland. Hierover stelt de NOVI: "Met name Noordelijk Flevoland heeft te maken met krimp van de beroepsbevolking en de brede welvaart en het welzijn in dit gebied houden geen gelijke tred met de economische groei in de gehele provincie. Daarom is een gerichte en samenhangende impuls op het gebied van fysieke ontwikkelingsruimte, innovatie en talentontwikkeling met het perspectief op verbetering van de brede welvaart in Noordelijk Flevoland nodig. Dit vereist een gezamenlijke inspanning van en partnerschap tussen Rijk en Regio." Over de ontwikkeling van het MITC stelt de NOVI: "Ook ondersteunt het Rijk de totstandkoming van het Mobiliteits- en Infrastructuur Testcentrum (MITC) in Marknesse.

Het MITC kan een broedplaats voor nieuwe innovaties en werkgelegenheid worden, waarmee de verdienkracht van Flevoland op langere termijn gewaarborgd blijft en waarbij mensen perspectief blijven houden op werk." Hieruit kan worden geconcludeerd dat de ontwikkeling in het plangebied in lijn is met het Rijksbeleid.

20

bestemmingsplan (vastgesteld)

bestemmingsplan Landelijk gebied, Repelweg te Marknesse (MITC)

3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking De 'ladder voor duurzame verstedelijking' is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geïntroduceerd en vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Bro bepaalt dat de treden van deze ladder doorlopen moeten worden voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De ladder bevat twee treden, namelijk het beschrijven van de behoefte aan de ruimtelijke ontwikkeling die het bestemmingsplan mogelijk maakt en, wanneer deze ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied wordt mogelijk gemaakt, het motiveren waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Met dit bestemmingsplan wordt een areaal van 138 hectare landbouwgrond ontwikkeld ten behoeve van bedrijven. 20 hectare hiervan is reeds bestemd voor bedrijven en daarvan valt 18 hectare binnen een bouwvlak en is 144.000 m2 bestemd voor het bouwen van bedrijfsgebouwen (80% van 18 hectare). Dit deel is aan te merken als 'bestaand stedelijk gebied'. Van de toe te voegen 118 hectare is 111 hectare toegewezen aan het testcentrum van RDW (81 hectare) en het oefenterrein van de politie (30 hectare).

Voor deze functies geldt dat er sprake is van een verplaatsing van bestaande functies, uit een gebied waar grote investeringen niet doelmatig zijn vanwege de beoogde uitbreiding van Lelystad Airport. Voor deze functies zijn vanwege de specifieke aard en het daarmee samenhangende ruimtebeslag, geen mogelijkheden op bestaande bedrijventerreinen. Dit geldt ook voor DigiCity, dat samen met de campus een extra ruimtebeslag van ruim 26 hectare op het landelijk gebied legt. Qua bebouwingsmogelijkheden is sprake van een forse beperking van het ruimtelijk programma dat op dit moment mogelijk is. Bij een uitvoering in drie bouwlagen is in theorie een oppervlakte van ruim 400.000 m2 bvo mogelijk, bestemd voor onderzoeksbedrijven. Ondanks het gegeven dat het plan niet meer bebouwing toestaat dan de vigerende planologische regeling is er wel sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, aangezien er 118 hectare agrarisch gebied wordt ontwikkeld ten behoeve van bedrijvigheid. Daarom is het plan door Stec Groep getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking. De bijbehorende rapportage is opgenomen in Bijlage 3. Op basis van de uitgevoerde analyses blijkt dat er een kwalitatieve en kwantitatieve behoefte is aan de ontwikkeling van het MITC.

Voor de testfaciliteit van de RDW geldt dat er nergens in de marktregio harde plancapaciteit of een herontwikkelingsplek beschikbaar is die de testfaciliteit in de benodigde (moderne en toekomstbestendige) omvang kan faciliteren. De behoefte aan de testfaciliteit bij Marknesse komt volledig voort uit de (vervangings)vraag als gevolg van de verplaatsing van de testfaciliteit bij Lelystad. Hierbij is het wel van belang dat de huidige testfaciliteit in Lelystad ook daadwerkelijk verdwijnt en niet als ‘concurrent’ in de markt blijft. Hetzelfde geldt voor het oefenterrein van de politie dat ook vanuit Lelystad wordt verplaatst. Voor DigiCity geldt eveneens dat nergens in de marktregio harde plancapaciteit of een herontwikkelingsplek beschikbaar is die DigiCity in de beoogde omvang volledig kan faciliteren. Voor DigiCity geldt dat de ontwikkeling logisch aansluit op trends en marktontwikkelingen in de automotive sector. De behoefte aan een ‘dummy’ omgeving – een nagebootste omgeving, waarin verschillende omgevingen nagebouwd worden, zoals platteland, dorp of stad met dummy voetgangers, fietsers en obstakels – sluit aan op de ontwikkeling van zelfrijdend vervoer (‘unmanned vehicles’) en achterliggende technologieën, zoals ‘vehicle to infrastructure’ communicatie. Daarnaast wordt het terrein ingericht voor het testen en certificeren van autonome luchtvaartuigen c.q.

drones in de gebouwde omgeving. De “bredere” smart mobility. Wel is van belang dat de behoefte voor DigiCity, alsook voor de campusontwikkeling, volledig samenhangt met de totale ontwikkeling van het MITC als testcampus en ‘smart mobility hub’. Zonder de gezamenlijke propositie, exploitatie en samenwerking tussen partijen op deze locatie en volledige ontwikkeling van het concept is er naar verwachting op deze locatie geen behoefte aan een DigiCity. Met andere woorden, de ontwikkeling

bestemmingsplan (vastgesteld)

21

bestemmingsplan Landelijk gebied, Repelweg te Marknesse (MITC) van het MITC ontlokt de vraag naar een DigiCity en zonder de ontwikkeling van het concept is er ook geen vraag. Er wordt in de rapportage vanuit gegaan dat het concept in zijn geheel ontwikkeld wordt. Voor deze ontwikkelingen geldt dat zij, conform huidige plannen, voor een deel op gronden worden gerealiseerd die op dit moment al een bedrijventerreinbestemming hebben. Daarmee wordt een deel van de harde plancapaciteit ingevuld met de voorgenomen ontwikkeling. Op basis van de analyse wordt ook voor de ontwikkeling van het aanvullende programma een kwalitatieve en kwantitatieve behoefte verwacht. Een deel van de beschikbare plancapaciteit in het ontwikkelgebied is op dit moment niet beschikbaar, maar wordt (vooralsnog) tijdelijk ingevuld, dan wel onbebouwd gebruikt voor research- en kweekdoeleinden. Beide invullingen leiden ertoe dat er op dit moment geen aanbod beschikbaar is, maar laten de onderliggende bestemming wel in stand. Dat kan betekenen dat de huidige eigenaar(s) van de gronden op termijn alsnog kunnen besluiten om een vergunningsaanvraag in te dienen in lijn met de bestaande bestemming. In potentie kan dat leiden tot een overaanbod aan m2 in het gebied, met leegstand als bijhorend risico, dan wel verwatering van het beoogde concept.

Vanuit een goede ruimtelijke ordening wordt daarom geadviseerd om te overwegen om de bestemming van de gronden te wijzigen, om het risico op overaanbod op termijn, mochten de huidige eigenaar(s) bijvoorbeeld van standpunt wijzigen, te voorkomen. Er is sprake van een ontwikkeling die een gemeente overstijgt en bovengemeentelijk belang heeft. Om de ontwikkeling mogelijk te maken is dan ook een herziening van het Omgevingsprogramma van de provincie Flevoland gedaan. Aanvullend op de hierboven genoemde rapportage, waarin is onderzocht of en hoe de behoefte kan worden onderbouwd, is er in deze fase van de ontwikkeling inmiddels van meerdere partijen belangstelling getoond voor eventuele vestiging in het MITC Hieruit blijkt dat de behoefte kwantitatief onderbouwbaar is. In diverse gesprekken tijdens een recent Europees werkbezoek Smart Mobility en MITC in Brussel zijn de kansen voor -en de behoefte aan- een MITC in Europa en Nederland wederom naar voren gekomen. Het MITC past in de manier waarop Nederland zich wil profileren in de EU en is nodig voor testen en certificering van de mobiliteit van de toekomst. Daarnaast kan het MITC tonen hoe innovaties in mobiliteit slim, duurzaam en vooral veilig kunnen worden toegepast. Er is en komt veel vraag naar 'multimodal door to door' (voor passagiers en goederen), 3d mobilitieit (lucht, weg en drones) en stedelijke testgelegenheid.

Hier speelt het MITC op in en deze mogelijkheden en testgelegenheid worden met het realiseren van een MITC in Marknesse geboden. Het MITC is een unieke samenwerking voor Europa, met reeds concrete plannen voor de combinatie van cybersecuritycentrum, politie, RDW, NLR, DNW, een aerodynamische teststraat, een emissielab met rollerbank en urban air mobility. In het verlengde daarvan kunnen ook type approval, safety, emissies en vrachtwagen en trucks hierin een plek krijgen. Mobiliteit is niet alleen grensoverschrijdend, maar wordt ook steeds meer organisatieoverschrijdend. Denk bijvoorbeeld aan platformen voor sensoren. Auto's maken de puzzel, maar techbedrijven maken de puzzelstukjes. De Wereldbank heeft een mooie definitie voor sustainable mobility met vier concrete doelen: universal access, efficient mobility, green mobility en vision zero. Het MITC kan een belangrijke bijdrage leveren in het bereiken van deze doelen. Naast bovengenoemde ontwikkelingen worden in 2022 en 2023 ook de gesprekken met potentiële partners, investeerders en klanten geïntensiveerd. Deze partijen volgen ook met veel belangstelling het planologisch proces om een verdiepingsslag te kunnen maken. RDW is reeds bezig met het concretiseren van een business case voor een emissielab.

NLR heeft de EUreact aanvraag Urban Air Moblity gehonoreerd gekregen en onlangs zijn ook de LOI betreffende de komst van het Politie Diensten centrum naar Marknesse en een LOI met Hoge school Windesheim en MBO College Friese Poort een LOI getekend voor samenwerking getekend. Daarnaast heeft IenW smart mobility aangegeven meer

22

bestemmingsplan (vastgesteld)

bestemmingsplan Landelijk gebied, Repelweg te Marknesse (MITC) betrokken te willen zijn en samen te willen werken richting een uitwerking van een DigiCity. Dit geven allemaal elementen en ingrediënten die de basis leggen voor de verdere ontwikkeling en uitvoering van het MITC. In het hierboven genoemde rapport van Stec is uitgegaan van een scenario met meer oppervlakte bebouwing voor RDW, de politie en DigiCity. Naar aanleiding van de zienswijzen is het programma naar beneden bijgesteld. De ontwikkeling van het MITC is afhankelijk van de gezamenlijke ontwikkeling van de betrokken partijen. Dat uitgangspunt blijft overeind na bijstelling van het programma.

3.1.3 Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Dit betekent dat er geen significante aantasting mag plaatsvinden van de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied. Een deel van het projectgebied valt onder het Natuurnetwerk Nederland. Doordat er met de ontwikkeling een deel van de NNN zal verdwijnen, is het noodzakelijk om voor compensatie te zorgen. Dat is meegenomen bij het opstellen van het landschappelijk inpassingsplan dat als vereiste voor de ontwikkeling is opgenomen. Op dit aspect wordt in paragraaf 4.8 verder ingegaan. In het landschappelijke inpassingsplan is rekening gehouden met compensatie van het NNN en bos door aanleg van een brede groenzone rondom het plangebied, aansluitend op het bestaande netwerk. Daarnaast wordt de omgelegde Voorstertocht opgenomen in het NNN. De noordelijke bosstrook die nu doodloopt in westelijke richting wordt in het inpassingsplan verlengd en langs de oostzijde van de deels omgelegde Voorstertocht verbonden met het Voorsterbos/Wendelbos en de bosstrook langs de Voorstertocht. Zo ontstaat er een nieuwe robuuste verbindingszone voor bossoorten die de plaatselijke ecologische structuur verrijkt en aanvult.

Door het inpassingsplan verbetert de onderlinge samenhang van de natuurgebieden. Met de Voorstertocht (met een natuurvriendelijke oever), de tocht langs de Vollenhoverweg en het vervolg van de Voorstertocht is ook aandacht voor de natte component. Middels de landschappelijke inpassing wordt de hoeveelheid bosrand verlengd en die wordt daardoor interessant voor verschillende soorten vleermuizen. Hiermee kan de ontwikkeling worden ingepast binnen de uitgangspunten van het NNN.

3.1.4 Visie Erfgoed en Ruimte In 'Kiezen voor karakter, Visie erfgoed en ruimte' schetst het kabinet haar visie op het borgen van onroerend cultureel erfgoed in de ruimtelijke ordening. De modernisering van de monumentenzorg wordt hiermee voortgezet. Voor de komende vijf jaren heeft het Rijk vijf prioritaire belangen benoemd: 1. werelderfgoed: samenhang borgen, uitstraling vergroten; 2. eigenheid en veiligheid: zee kust en rivieren; 3. herbestemming als (stedelijke) gebiedsopgave: focus op groei en krimp 4. leven landschap: synergie tussen erfgoed, economie en ecologie; 5. wederopbouw: tonen van een tijdperk. Voor de Noordoostpolder en daarmee voor het plangebied is het vijfde belang relevant. Met uitzondering van Schokland en Urk is de gehele polder aangewezen als wederopbouwgebied. Doelstelling van het Rijk is dat de periode 1940-1965 in de toekomstige inrichting van Nederland herkenbaar aanwezig blijft op gebiedsniveau. Ondanks, of misschien ook dankzij de massale en soms nietsontziende ontwikkelingen, zijn er in deze periode veel ideeënrijke, innovatieve en ongekende ontwerpen gerealiseerd, zowel bij stedelijk herstel en uitbreiding als bij de herinrichting van het landelijk gebied en de aanwinst van nieuw land. De bijzondere eigenschappen van deze gebieden verdienen

bestemmingsplan (vastgesteld)

23

bestemmingsplan Landelijk gebied, Repelweg te Marknesse (MITC) meer publieke aandacht en de meest bijzondere gebieden een publieke bescherming. Behoud van het polderconcept is van belang. Of dat het geval is met de ontwikkeling van het bedrijventerrein blijkt uit een toetsing aan de karakteristieken op grond waarvan de Noordoostpolder als nationaal erfgoed is aangemerkt. De Noordoostpolder is op grond van de volgende karakteristieken aangemerkt als nationaal erfgoed: grootschalige droogmakerij met verspreide, rationeel geordende agrarische bebouwing en erven; ring van dorpen rond de hoofdkern Emmeloord; functioneel patroon van wegen en waterwegen met bijbehorende beplantingsprofielen. De ring van dorpen wordt met dit plan niet aangetast. Het functionele patroon van wegen en waterwegen wordt met dit plan zoveel mogelijk gerespecteerd. Aandachtspunt hierin is het omleggen van de Blokzijlertocht. Hoewel het functionele patroon van de waterwegen hier wordt doorkruist, wordt wel aangesloten op de principes van het Noordoostpolder, namelijk de functionaliteit van het landschap als ontwerpuitgangspunt. De tocht wordt om het nieuwe terrein gelegd, waardoor de functionaliteit van de tocht in stand wordt gehouden en het functionele patroon als geheel wordt gehandhaafd. Het project wordt verder volledig ingepast binnen bestaande structuurdragers.

Uitgangspunt is derhalve dat bij de ontwikkeling van het terrein, het polderconcept leesbaar blijft en de aangrenzende gebieden met respect behandeld worden. Daarmee voldoet de ontwikkeling van het MITC aan de Visie Erfgoed en Ruimte van het Rijk.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1 Omgevingsvisie FlevolandStraks De Omgevingsvisie FlevolandStraks (vastgesteld op 8 september 2017) geeft de visie van de provincie Flevoland op de toekomst van dit gebied. De visie gaat over de periode tot 2030 en verder. Het geeft aan welke kansen en opgaven er voor Flevoland liggen en welke ambities de provincie heeft voor de toekomst. Het bijzondere verleden van de jongste provincie van Nederland vormt de basis van de visie. Het beleid uit de omgevingsvisie FlevolandStraks is omgezet in regels in de provinciale Omgevingsverordening. Deze regels bieden een provinciaal kader waar in ruimtelijke plannen rekening mee moet worden gehouden. In 2030 en verder wil Flevoland zich bovenregionaal onderscheiden met een aantal voorzieningen van excellente kwaliteit. Voorzieningen met een aantrekkingskracht en een reputatie die zich over de provinciegrenzen heen uitstrekken. Het gaat onder meer om de toplandbouw, de ontwikkeling van Almere en Lelystad (o.a. Lelystad Airport) tot knooppunten in de regionale netwerken, excellente woonmilieus in Almere en Lelystad en prachtige groenblauwe natuur- en recreatiegebieden langs de waterrijke randen van de Flevopolders. Een van de opgaven die in de Omgevingsvisie wordt genoemd is "ruimte voor initiatief".

Hierbij wordt onder andere het doel gesteld om de procesgang voor initiatiefnemers te vereenvoudigen en verbeteren, zodat zij beter in staat zijn om eigen idealen te realiseren. Daarnaast wordt de regelgeving en aanpak van de provincie, gemeente en waterschap op elkaar afgestemd. De realisatie van een MITC op deze locatie kan dienen om de economie in de regio te versterken. Het MITC bundelt de krachten voor een groei van de werkgelegenheid (met smart mobility als stip op de horizon) en voor het gebruikmaken van de contextrijke omgeving voor attractief onderwijs tot het opleiden voor de vraag van de arbeidsmarkt in deze sector. Het MITC is met circa 140 ha grondgebied een ontwikkeling van regionale betekenis. De ontwikkeling in het plangebied sluit aan bij de visie van de provincie Flevoland om zich bovenregionaal te onderscheiden met kwalitatieve voorzieningen. 24

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2058/documents/34922