3.1 Ruimtelijke onderbouwing - Oosterringweg 39 te Luttelgeest 4.pdf
Tekst van het document
2.98152E-09
100
0,703686582
Study\Opslagtank\ll - Opslagtank LNG\Fixed duration release
Study\Opslagtank\7a - Opslagtank C02\Catastrophic rupture
0,050785239
Study\Tankwagens\12 - Tankwagen LNG laden\Bl - Bleve Tankwagen\Fireball
0,501394682
0,703686582
2,276702495
0,519904188
0,537872746 0,53032987 0,707696169 2.8414E-08 4,778304717
0,020740122
0,431598505
0,029264314
Study\Tankwagens\12 - Tankwagen LNG laden\Tankwagen LNG\Catastrophic rupture
Instantaneous release with Rainout free field Flash fire with explosion and Pool fire Instantaneous release with Rainout free field Flash Fire with Pool fire Instantaneous release with Rainout Immediate fireBall with additional Pool fire effects, Transportation sc
18,37533345 27,176 47024 54,44819631
Study\Tankwagens\12 - Tankwagen LNG laden\Verlading - L.2a\Short pipe
Study\Tankwagens\12 - Tankwagen LNG laden\Verlading -1
L3\L.2b - Short pipe
Continuous release with Rainout free field Flash fire with explosion and Pool fire
48,12878631 51,87121369
Ĵ,811893023
QRA Bîovergîster met LNG installatie Luttelgeest ~ BioValue Supply BV (vh. Agradu) Pagina 38 j 39
20ST KRACHT 12
Bijlage 5.
Bijdrage installatie aan het Groepsrisico
ŞįlŞĮļ^^BJEĒĽEJÍĒMĴ
Studv\Opslagtank\ll - Opslagtank LNG\Catastrophic rupture
0.C31S40636 9.144312436 10406566 4,SSC®375S3 4.743060102 Study\Opslagtank\ll - Opslagtank LNG\Fixed duration release 0,001591264 8.171034 772
1346534 22
Continuous release v/īth Rainout delaved Flash Fire v4th Pool fire Continuous release with Rainout delayed Flash fire with explosion and Pool fire
0,00324554 SX61S.S
0.023413031 0,2971529S
0.C04327627
10.12160653 10,57843667
2.39923E-13 1.S9949E-13
0413116328
8,07663E-1
35,50411131
QRA Bîovergîster met LNG installatie Luttelgeest ~ BioValue Supply BV (vh. Agradu) Pagina 39 j 39
20ST KRACHT 12
Bijlage 6.
Maximale effectafstanden
üüüüüüüü
ļļļļļļļļļļļļļļļļ
-V
Flevoland
BRANDWEER
Risicobeheersing
Omgevingsdienst Flevoland en Gooi en Vrachtstreek t.a.v. mevr. H. Wakker Botter 14-15 8232 JP Lelystad
Kamerlingh Onnesweg 148 1223 JN Hilversum Telefoon (035) 688 55 88 Fax(035)688 55 15 info@brandweergooienvechtstreek.nl www.brandweergooienvechtstreek. nl
3 maart 2023 VRFL-RvM-88 Uw referentie Ontvankelijkheid aanvraag Uw brief van Mail 16 februari 2023 Datum
Onze referentie
Telefoon
035-6885543
Fax
035-6885515
E-mail Onderwerp
Bijlage
ronald.vanmiltenburg@brandweergooivecht.nl Verantwoording groepsrisico Peters Biogas Oosterringweg 39 te Luttelgeest
Geachte mevrouw Wakker, Dit advies is een aanvulling op het advies van 21 februari 2023, met kenmerk VRGV-RvM-86, over de ontvankelijkheid van de aanvraag van Peters Biogas. Na het advies heeft er overleg plaatsgevonden en er is afgesproken dat er geen aanvullingen voor het onderdeel verantwoording van het groepsrisico gevraagd zouden worden aan de initiatiefnemer. De brandweer zou een advies gaan opstellen voor het onderdeel bestrijdbaarheid welke de verantwoording van het groepsrisico van Oostkracht 10 zou gaan vervangen. Dit advies kan zowel in de bij de milieuvergunningsprocedure, artikel 12 Bevi, als de bestemmingsplanprocedure, artikel 13 Bevi gebruikt worden. Externe veiligheid speelt bij de vergunningsaanvraag voor de uitbreiding van de inrichting met de activiteiten van bio-LNG installatie en opslag van koolzuurdioxide. Dit advies is gebaseerd op de QRA van 29 november 2022 en verantwoording groepsrisico van 14-9-2021, De brandweer heeft op 19 juli 2021 een advies gegeven over de QRA en de verantwoording van het groepsrisico. Dit advies is als basis gebruikt en op sommige punten aangevuld.
Met vriendelijke groet, 'Hl Ronald van Miltenburg Specialist risico's en veiligheid
Bijlage 1
De brandweer onderschrijft de QRA en de beschreven scenario’s. Scenario’s In het kader van de externe veiligheid zijn er een paar maatgevende scenario’s waarvan de effecten tot buiten de inrichting komen. Het uitgangspunt is dat de opslagtank bezwijkt door een fysieke impact. Bij een lekkage kan het zowel om een lekkage van de opslagtank gaan als om activiteiten die te maken hebben met de verlading. Het instantaan falen van de opslagtank met bio-LNG. Een lekkage waarbij binnen 10 minuten de opslagtank met bio-LNG leegstroomt. Een explosie en (secundaire) brand zijn hiermee de maatgevende scenario’s. Dit betekent dat zowel overdruk als warmtestraling (met rookontwikkeling) de grootste risico’s vormen voor de aanwezige personen in het invloedsgebied. Hierdoor kunnen slachtoffers, schade en brand in de (directe) omgeving ontstaan. Het instantaan falen van de opslagtank met koolstofdioxide. Een lekkage waarbij binnen 10 minuten de opslagtank met koolstofdioxide. Bij het falen van de opslagtank komt er een grote hoeveelheid koolstofdioxide vrij. Koolstofdioxide is een gas dat zwaarder is dan lucht en zal zich over de grond gaan verspreiden. Het grootste risico voor de aanwezige personen is een verstikkende werking.
Bestriidbaarheid Voor de LNG scenario’s geldt dat de bestrijdingsperspectieven voor de brandweer beperkt zijn, dit vanwege: Bij het instantaan falen heeft het incident al plaatsgevonden en heeft de brandweer geen mogelijkheid om een escalatie te voorkomen. Het zeer snelle tijdsverloop van de scenario's, waarbij het aanwezige LNG grotendeels of volledig zal zijn verbrand of verdampt voordat de nood- en hulpdiensten ter plaatse kunnen komen. De beperkte mogelijkheden om incidenten met LNG te blussen met water en/of schuimvormend middel. De warmtestralingscontouren waarbij de brandweer veilig kun opstellen liggen buiten de grens van de inrichting. Daarom dienen de mogelijkheden voor de rampenbestrijding bij zowel een gaswolkexplosie/wolkbrand als een plasbrand, vooral gericht te zijn op het redden/evacueren van slachtoffers en het verlenen van eerste hulp, uitbreiding voorkomen door de plasbrand gecontroleerd uit te laten branden en het blussen van de secundaire branden in de omgeving. Voor het koolstofdioxide scenario geldt dat de bestrijdingsperspectieven voor de brandweer beperkt zijn, dit vanwege: Bij het instantaan falen heeft het incident al plaatsgevonden en heeft de brandweer geen mogelijkheid om een escalatie te voorkomen. De eigen BHV organisatie zal in eerste instantie er voor moeten zorg dragen dat de aanwezige personen geëvacueerd worden naar een veilige locatie.
Denk hierbij ook aan de naastgelegen bedrijven.
Voor de bereikbaarheid en bluswatervoorzieningen gelden een aantal algemene randvoorwaarden: - Voor de bestrijdbaarheid is het belangrijk dat Peters Biogas via 2 onafhankelijke wegen aangereden kan worden. Aan deze randvoorwaarde wordt voldaan. Afhankelijk van het incident zal de brandweer een veilige opstelplaats moeten gaan kiezen die zich mogelijk buiten de grens van de inrichting zal bevinden. Hiervoor zijn mogelijkheden aanwezig. Voor de eerste brandweerinzet is in de directe omgeving een brandkraan beschikbaar. Voor een aantal scenario's zal deze ontoereikend zijn en zal er gebruik gemaakt moeten gaan worden van open water i.v.m. een grootschalige inzet. Het open water bevindt zich op ongeveer 750 meter van de inrichting.
-V
olfasense m Geuronderzoek Peters Biogas, Oosterringweg 39 Luttelgeest
GEL022D2, februari 2023 Olfasense B.V.
Olfasense B.V. Zekeringstraat 48 1014 BT Amsterdam The Netherlands +31 20 625 51 04 nl@olfasense.com www.olfasense.com
Amsterdam * Kiel
olfasense m titel: rapportnummer: vervangt rapport: projectcode:
Geuronderzoek Peters Biogas, Oosterringweg 39 Luttelgeest
GEL022D2 GEL022D1 GEL022D
opdrachtgever:
Locis Adviseurs Borchgraven 2.5 7051 CW VARSSEVELD Nederland
contactpersoon:
de heer M. Daalwijk
opdrachtnemer:
Olfasense B.V. Zekeringstraat 48 1014 BT Amsterdam Nederland
auteur(s): goedgekeurd:
drs. Anouk Snik - van den Burg voor Olfasense B.V. door
drs. F.J.H. Vossen, directeur datum:
23 februari 2023
copyright:
© 2023, Olfasense B.V.
disclaimer:
Dit rapport mag niet worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt op welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schríftelijke toestemming van Olfasense B.V. of haar opdrachtgever. Olfasense B.V. aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade die voortvloeit uit of verband houdt met het wijzigen van de ínhoud van het door Olfasense B.V. geleverde document. Olfasense B.V. is niet verantwoordelijk voor de door opdrachtgever aangeleverde informatie en de mogelijke invloed daarvan op de geldigheid van de resultaten.
Olfasense B.V. . GEL022D2.23 februari 2023
pagina 2 van 37
olfasense m Inhoudsopgave 1
Inleiding
4
2
Situatiebeschrijving en onderzoeksopzet
5
2.1 De bedrijfsactiviteiten
5
2.2 De omgeving
6
3
Geuremissie vergunde situatie
7
4
Geuremissie aangevraagde situatie
8
4.1 Aanvoer mest
8
4.2 Opslagloods co-producten (Loods K)
8
4.3 Digestaatverwerking (Loods G)
8
4.4 WKK en ketel
9
4.5 Na-opslag
9
4.6 Afvoer product
10
4.7 Overzicht geuremissiesituatie aangevraagde situatie
10
5 Toetsingskader
6
7
11
5.1 Landelijk geurbeleid
11
5.2 Gebruikelijke toetsingswaarden
11
5.3 Geurbeleid Provincie Flevoland
12
De geurbelasting van de omgeving
14
6.1 Verspreidingsmodel
14
6.2 Invoergegevens
14
6.3 Resultaten van de verspreidingsberekeningen
14
6.4 Bespreking van de resultaten
16
Samenvatting en conclusies
17
Bijlagen
18
Bijlage A
Ligging van de bronnen
19
Bijlage B
Scenariobestand verspreidingsberekeningen
21
Olfasense B.V. . GEL022D2.23 februari 2023
pagina 3 van 37
olfasense m 1 Inleiding In opdracht van Locis Adviseurs is door Olfasense B.V. een geuronderzoek uitgevoerd voor Peters Biogas B.V., gelegen aan Oosterringweg 39 te Luttelgeest. Het bedrijf beschikt over een vergunning voor het vergisten van 50.000 ton dierlijke mest en co-producten. Het bedrijf is voornemens om de capaciteit te vergroten naar 80.000 ton doorzet op jaarbasis en bovendien om enige wijzigingen door te voeren in de procesvoering. Het geuronderzoek voor de vigerende vergunning1 dient als uitgangspunt voor het huidige onderzoek. Het rapport is als volgt opgebouwd: in hoofdstuk 2 wordt een korte beschrijving van de bedrijfsactiviteiten gegeven. In hoofdstuk 3 wordt vervolgens een overzicht van de geuremissie in de vergunde situatie gegeven, waarna de geuremissie in de aangevraagde situatie in hoofdstuk 4 wordt berekend. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op het toetsingskader voor beoordeling van de geurbelasting, de resultaten van de verspreidingsberekeningen worden in hoofdstuk 6 gepresenteerd. Hoofdstuk 7 besluit met de samenvatting en conclusies.
1 'Peters Biogas B.B. te Luttelgeest - Geuronderzoek' Noorman Bouw- en milieu-advies, rapport 21710206.R01, juli 2017
Olfasense B.V. . GEL022D2.23 februari 2023
pagina 4 van 37
olfasense m 2 Situatiebeschrijving en onderzoeksopzet 2.1 De bedrijfsactiviteiten Onderstaand volgt een korte beschrijving van de activiteiten, voor een uitgebreide beschrijving wordt verwezen naar de aanvraag. Mest en co-producten worden in de installatie in Luttelgeest omgezet in biogas en digestaat. Er is momenteel vergunning voor een verwerking van 50.000 ton op jaarbasis, dit wordt in de aangevraagde situatie vergroot naar 80.000 ton per jaar. Vloeibare mest en co-producten worden in tankwagens aangevoerd en gelost in gesloten opslagtanks. De vaste mest en co-producten worden inpandig gelost en opgeslagen. In deze loods worden de co-producten ingevoerd in de hydrolysering, van waaruit de vergistingsinstallatie wordt gevoed. De loods is in de vergunde situatie voorzien van een biologische wasser, in de aangevraagde situatie wordt dit gewijzigd in een biobed. Na vergisting wordt het ontstane biogas in de vergunde situatie verwerkt in WKK's of opgewerkt tot groengas, in de aangevraagde situatie wordt de mogelijkheid tot omvorming naar LNG toegevoegd. Het digestaat wordt verwerkt in een dikke en dunne fractie, waar beide fracties aanvullende bewerkingsstappen ondergaan. Zo kan de dikke fractie worden gedroogd, de dunne fractie wordt in diverse reinigingsstappen verder gescheiden in loosbaar water en een mineralenconcentraat.
In de aangevraagde situatie worden aanvullende scheidingsstappen voor de dunne fractie toegevoegd, het betreft de vacuumverdamper, waarin het water wordt afgescheiden. De loods waarin de digestaatverwerking plaatsvindt, word afgezogen. De afgezogen lucht wordt in de vergunde situatie gereinigd in een chemische wasser, in de aangevraagde situatie wordt aanvullend een biobed na de wasser geplaatst.
Olfasense B.V. . GEL022D2.23 februari 2023
pagina 5 van 37
olfasense m 2.2 De omgeving Figuur a geeft de ligging van het bedrijf weer, grofweg blauw omcirkeld. Direct rondom het bedrijf zijn enkele verspreid liggende (bedrijfs)woningen gelegen, deze zijn geel gemarkeerd (toetspunten voor de verspreidingsberekeningen, T01 tot en met T05). Ten noordwesten is een basisschool (OC Luttelgeest) en AZC gelegen, die kan worden aangemerkt als geurgevoelige bestemming (toetspunt T06).
Figuur a De ligging van Peters Biogas B.V. te Luttelgeest
Olfasense B.V. . GEL022D2.23 februari 2023
pagina 6 van 37
olfasense m 3 Geuremissie vergunde situatie In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de geuremissie in de vergunde situatie, op basis van een vergunde capaciteit van 50.000 ton per jaar. De emissies zijn afkomstig van het onderzoek uit 2017, welke was gebaseerd op een doorzet van 60.000 ton per jaar. De bronnen lossen en opslagloods Kzijn aangepast. Voor het lossen is de emissieduur evenredig verminderd met de lagere doorzet en voor de opslagloods is de emissie evenredig verminderd met de verminderde doorzet. De overige bronnen blijven gelijk.
Tabel 1: Overzicht vergunde geuremissiesituatie Peters Biogas B.V. te Luttelgeest Bron
Emissie
Emissieduur
Jaaremissie
Bijdrage
[106 oue/İi]
[h/jr]
[109 OUe/ĴT]
[O/o]
Lossen vloeibare mest
28,7
694
19,9
70/0
Opslagloods co-producten (loods K)
1,5
8.760
13,0
40/0
Digestaatverwerking (loods G,H,I,J)
20,0
8.760
175,2
590/0
WKK-installaties
7,5
8.760
65,7
220/q
Na-opslagen
13,4
1.700
22,8
80/0
TOTAAL
297
lOQo/o
Olfasense B.V. . GEL022D2.23 februari 2023
pagina 7 van 37
olfasense m 4
Geuremissie aangevraagde situatie
4.1 Aanvoer mest Vloeibare mest wordt aangevoerd en gelost in de hydrolysetank. De geuremissie als gevolg van de verdringingslucht werd eerder berekend op 28,7 *106 ouE/h gedurende 833 uur per jaar bij aanvoer van 30 kton op jaarbasis. De aanvoer wordt vergroot naar 40 kton, de verdringingslucht wordt echter naar de luchtbehandeling van de digestaatbewerking geleid, waarmee deze bron als individuele bron komt te vervallen.
4.2 Opslagloods co-producten (Loods K) In loods K worden co-product en zo nodig ook vaste mest aangevoerd, opgeslagen en gemengd, waarna het naar de hydrolysetank wordt geleid. Eerder werd uitgegaan van een biologische wasser om de afgezogen lucht uit de loods te reduceren, dit wordt nu gewijzigd naar een biobed. Dit biobed reinigt de lucht dat uit het deel van de loods wordt afgezogen, waar eventuele geurende vaste stromen worden opgeslagen. In de Factsheets Technieken voor beperking luchtemissie van het Informatiepunt Leefomgeving2 wordt aangegeven dat het geurverwijderingsrendement van een biobed ligt in de range 70 - 990Zo, met een restconcentratie van 200 tot 2.500 oue/iti3. Het rendement en de restconcentratie zijn afhankelijk van de omstandigheden waaronder het biobed werkt: als aan de randvoorwaarden wordt voldaan, die in de Factsheets worden genoemd, zal een hoog verwijderingsrendement kunnen worden bereikt. Dan is de restgeur voornamelijk het gevolg van de eigen geur van het biobed, die ligt in de range 200 - 1.000 oue/iti3. Deze range wordt in de BREF Afvalverwerking bijvoorbeeld ook als BBT (BBT 34) aangegeven. De Omgevingsdienst heeft aangegeven dat een waarde van 500 oue/iti3 overeenkomstig BBT 34 en gezien de relatief lage belasting van het biobed een haalbare concentratie is en zal worden vastgelegd in de vergunning.
In de berekeningen wordt derhalve een concentratie van 500 oue/iti3 gehanteerd. Bij berekening van de geuremissie wordt rekening gehouden met de zekerheidseis volgens het Provinciaal geurbeleid, die stelt dat voor nieuwe situaties de onzekerheid in geurmetingen ten laste van de bron dient te worden verdisconteerd. Concreet betekent dit dat de concentratie met een factor 2 wordt vermenigvuldigd. Het debiet naar het biobed bedraagt 15.000 m^h, waardoor de geuremissie kan worden berekend op (15.000 * 500 * 2) = 15 *106 oue/Li (continu). Het deel waarin geurende stromen kunnen worden opgeslagen is gecompartimenteerd en wordt afgezogen naar het biobed. In de rest van de loods zijn alleen niet geurende co-producten in opslag aanwezig. Er is dan ook geen sprake van diffuse geuremissie uit loods K.
4.3 Digestaatverwerking (Loods G) Het in de vergisting ontstane digestaat wordt in loods G verwerkt. Het digestaat wordt in een decanter gescheiden in een dikke en dunne fractie, waarna de dunne fractie verder wordt gescheiden en ingedampt en de dikke fractie wordt gedroogd. Loods G wordt afgezogen, waarbij de lucht wordt gereinigd in een chemische wasser, gevolgd door een biofilter. De verdringingslucht van de silo's voor vloeibare co-producten en de hydrolyse- en mestopslagsilo worden ook middels dit luchtbehandelingssysteem gereinigd. 2 https://iplo.nl/thema/lucht/milieubelastende-activiteiten-lucht/technieken-beperkina-luchtemissie/biofilter/
Olfasense B.V. . GEL022D2.23 februari 2023
pagina 8 van 37
olfasense m In de eerdere berekeningen werd alleen een chemische luchtwasser beschouwd, waarvoor een geurconcentratie na reiniging van 500 oug/m3 werd verondersteld. Met een debiet van 40.000 mVh bedroeg de geuremissie zo 20 *106 oue/İi (continu). Inmiddels is het systeem aangepast en is er sprake van een biofilter, aanvullend op de wasser. Er is daarmee sprake van een aanvullende reinigingsstap ten opzichte van de vergunde situatie. De geuremissie als gevolg van loods G is eerder berekend door deze als 'black box' te beschouwen en uit te gaan van de te verwachten concentratie na reiniging, uitgaande van de waarde die als BBT kon worden beschouwd. Dit is een goede benadering, zeker gezien het aantal activiteiten en het ontbreken van goede kengetallen voor die activiteiten. Aan het drogen van mest of digestaat bijvoorbeeld, zijn meerdere metingen uitgevoerd; de resultaten lopen echter uiteen, door verschil in samenstelling, bedrijfsvoering en gebruikte reinigingstechniek bijvoorbeeld. Het ligt dan meer voor de hand om - net als destijds voor de vergunde situatie - naar de verwachte concentratie na reiniging van deze techniek te kijken. De te reinigen lucht wordt in de wasser voorbehandeld om de hoogste concentraties ammoniak en zwavelwaterstof te verwijderen.
Daarmee worden ideale omstandigheden gecreëerd voor de werking van het biofilter, omdat de lucht uitgaand gaswasser bovendien een hoog vochtgehalte heeft. Zoals eerder beschreven zal een waarde van 500 oue/iti3 overeenkomstig BBT 34 een haalbare concentratie zijn en deze zal worden vastgelegd in de vergunning. Rekening houdend met de zekerheidseis volgens het geurbeleid kan de geuremissie worden berekend op (40.000 * 500 * 2) = 40 *106 oue/İi (continu). De mate van afzuiging van de loods is dusdanig (verversing van circa 6 maal per uur) dat er geen sprake zal zijn van diffuse emissies.
4.4 WKK en ketel Het ontstane biogas wordt in de aangevraagde situatie in hoofdzaak opgewaardeerd tot groengas danwel LNG. Het kan voorkomen dat het biogas wordt verbrand in een eigen WKK. Er zullen niet drie, maar slechts 1 WKK in werking zijn. In de berekeningen zal de eerder berekende emissie van 1 WKK worden gehandhaafd (continu). Daarnaast is er een ketel, deze kan zowel op aardgas als op biogas worden gestookt. Een aardgasgestookte ketel is niet geurrelevant, in de berekeningen zal zekerheidshalve worden verondersteld dat de ketel volledig op biogas draait. Er kan maximaal 200 Nm3 biogas worden verbrand in de ketel. Om de emissie te berekenen, is het rookgasdebiet benodigd. Dit is berekend aan de hand van de Handleiding meten van Luchtemissies van Infomil (L40)3, uitgaande van een stookwaarde van biogas van 22 MJ/Nm3 en een zuurstofgehalte van 30Zo. Het rookgasdebiet bedraagt zo 1.250 mVh, gebruik makend van de eerder afgeleide geurconcentratie van de rookgassen van een WKK van 1.000 oue/iti3, kan de geuremissie worden berekend op (1.250 * 1.000) = 1,3 *106 oue/Li (continu).
4.5 Na-opslag Eerder werd er een emissie toegekend aan twee na-opslagen (ademverliezen) van 6,7 *106 oue/Li per opslag gedurende 1.700 uur per jaar.
3 https://www.infomil.nl/onderwerpen/lucht-water/meten-en-rapporteren/meten-luchtemissies/l40handleidinaZ5-herleidina/
Olfasense B.V. . GEL022D2.23 februari 2023
pagina 9 van 37
olfasense m Nu zijn alle opslagtanks ingericht als vergister, met dubbelmembraan dak welke in verbinding staat met ander gasdaken en de opwaardeerinstallatie. Er is daarmee geen sprake van ademverliezen, deze bron komt te vervallen.
4.6 Afvoer product Digestaat wordt per vrachtwagen afgevoerd, deze vrachtwagens zijn voorzien van koolfilters, waarmee de emissie verwaarloosbaar is. Ook eerder werd de afvoer niet als geurrelevant beschouwd, dit is daarmee ongewijzigd.
4.7 Overzicht geuremissiesituatie aangevraagde situatie In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de geuremissiesituatie in de aangevraagde situatie. Het luchtbehandelingssysteem van de digestaatverwerking is de voornaamste bron. Door de veilige benadering in emissieberekening van deze bron neemt de totale geuremissie toe ten opzichte van de vergunde situatie.
Tabel 2: Overzicht geuremissiesituatie Peters Biogas B.V. te Luttelgeest in de aangevraagde situatie Bron
Emissie
Emissieduur
Jaaremissie
Bijdrage
[106 oue/İi]
[h/jr]
[109 OUe/ĴT]
[O/o]
Opslagloods co-producten (loods K)
15,0
8.760
131,4
260/0
Digestaatverwerking (loods G,H,I,J)
40,0
8.760
350,4
680Zo
WKK-installatie
2,5
8.760
21,9
40/0
Ketel
1,3
8.760
11,0
20/0
TOTAAL
515
10007o
Olfasense B.V. . GEL022D2.23 februari 2023
pagina 10 van 37
olfasense m 5 Toetsingskader 5.1 Landelijk geurbeleid In artikel 2.7a van het Activiteitenbesluit4 wordt ingegaan op het toetsingskader voor geur. Het algemene uitgangspunt is het voorkomen of tot een aanvaardbaar niveau beperken van geurhinder. Het bevoegd gezag beoordeelt welke mate van geurhinder nog aanvaardbaar is.
Artikel 2.7a 1. Indien bij een activiteit emissies naar de lucht plaatsvinden, wordt daarbij geurhinder bij geurgevoelige objecten voorkomen, dan wel voorzover dat niet mogelijk is wordt de geurhinder tot een aanvaardbaar niveau beperkt.
2. Het bevoegd gezag kan, indien het redelijk vermoeden bestaat dat niet aan het eerste lid wordt voldaan, besluiten dat een rapport van een geuronderzoek wordt overgelegd. Een geuronderzoek wordt uitgevoerd overeenkomstig de NTA 9065. 3. Bij het bepalen van een aanvaardbaar niveau van geurhinder wordt ten minste rekening gehouden met de volgende aspecten: a. b c. d. e. f.
de bestaande toetsingskaders, waaronder lokaal geurbeleid; de geurbelasting ter plaatse van geurgevoelige objecten; de aard. omvang en waardering van de geur die vrijkomt bij de betreffende inrichting; de historie van de betreffende inrichting en het klachtenpatroon met betrekking geurhinder; de bestaande en verwachte geurhinder van de betreffende inrichting, en de kosten en baten van technische voorzieningen en gedragsregels in de inrichting
4. Het bevoegd gezag kan, indien blijkt dat de geurhinder ter plaatse van een of meer geurgevoelige objecten een aanvaardbaar hindemiveau kan overschrijden, bij maatwerkvoorschrift: a. geuremissiewaarden vaststellen; b. bepalen dat bepaalde geurbelastingen ter plaatse van die objecten niet worden overschreden, of c. bepalen dat technische voorzieningen in de inrichting worden aangebracht of gedragsregels in de inrichting in acht worden genomen om de geurhinder tot een aanvaardbaar niveau te beperken. 5. Indien een maatwerkvoorschrift als bedoeld in het vierde lid wordt vastgesteld, kan het bevoegd gezag besluiten dat door degene die de inrichting drijft een rapport van een onderzoek naar de beschikbaarheid van technische voorzieningen en gedragsregels wordt overgelegd waaruit blijkt dat aan het eerste lid wordt voldaan
In de Handleiding geur5 is uitgewerkt hoe het aanvaardbaar hindemiveau voor geur van bedrijfsmatige activiteiten anders dan veehouderij kan worden bepaald. Voor bepaalde bedrijfstakken zijn in het Activiteitenbesluit specifieke geurvoorschriften opgenomen (bijvoorbeeld voor composteren).
5.2 Gebruikelijke toetsingswaarden De kans op geurhinder wordt vaak beoordeeld aan de hand van geurcontouren. Een geurcontour geeft een geurimmissieconcentratie in combinatie met een bepaalde overschrijdingsfrequentie (uitgedrukt als percentielwaarde) weer. Bijvoorbeeld: de contour van 1 oue/iti3 als 98-percentiel 4 httpV/wetten.overheid.nlZBWBR0022762Z2016-01-01#Hoofdstuk2 Afdelina2.3 Artikel2.7a 5 Handleiding geur: bepalen van het aanvaardbaar hindemiveau van industrie en bedrijven (niet veehouderijen), zie https://www.infomil.nl/onderwerpen/lucht-water/lucht/Qeur/handleidina-Qeur/
Olfasense B.V. . GEL022D2.23 februari 2023
pagina 11 van 37
olfasense m vormt de begrenzing van het gebied waarbinnen een geurconcentratie van 1 oue/iti3 méér dan 20Zo van de tijd (175 h/jr) wordt overschreden. Uit de diverse richtlijnen en lokaal beleid blijkt dat de volgende overschrijdingsfrequenties en geurconcentraties gebruikelijk zijn: Geurconcentratie
Een geurconcentratie van 1 oug/m3 is gedefinieerd als de geurconcentratie waarbij van een groep mensen met een gemiddeld reukvermogen (panel geselecteerd volgens NEN-EN 13725) de helft van de mensen de geur nog net kan onderscheiden van geurvrije lucht. Doorgaans liggen de toetsingswaarden in een bereik van 0,5 tot 5 oug/m3 als 98-percentielwaarde. Daarbij geldt 0,5 oug/m3 als 98-percentielwaarde als strengste toetsingswaarde, waarvan onderbouwd kan worden afgeweken, bijvoorbeeld op basis van de verwachte hinderlijkheid van de geur. De hinderlijkheid kan worden gekwantificeerd door middel van hedonische metingen. Ook het type geurgevoelige bestemming weegt mee in het vaststellen van de toetsingswaarden: aaneengesloten woonbebouwing geniet de hoogste mate van bescherming, waar er voor bijvoorbeeld verspreid liggende woningen ruimere toetsingswaarden aanvaardbaar worden geacht. Overschrijdingsfrequentie
Voor continue bronnen wordt doorgaans volstaan met toetsing aan de 98-percentielwaarde. Kortdurende emissies kunnen leiden tot kortdurende maar hoge immissies. Voor dergelijke bronnen geeft toetsing aan de 98-percentielwaarde onvoldoende inzicht in de geurbelasting van de omgeving en is het gebruikelijk om hogere percentielen (99,5-, 99,9- en 99,99-percentiel) in beeld te brengen. De mate van onzekerheid neemt toe bij hogere percentielwaarden.
5.3 Geurbeleid Provincie Flevoland Het geurbeleid van de Provincie Flevoland is verwoord in de 'Beleidsregels voor de beoordeling van geurhinder 2008', vastgesteld door Gedeputeerde Staten van Flevoland op 17 juni 2008, in werking getreden op 1 juli 2008. Het onderscheidt de volgende beleidsregels (kort samengevat): 1.
Doel is het voorkómen van nieuwe hindersituaties en het saneren van bestaande oorzaken van geurhinder. Ernstige geurhinder mag in het geheel niet meer voorkomen.
2.
Er wordt onderscheid gemaakt naar gevoelige, minder gevoelige en niet-gevoelige bestemmingen. Tot de gevoelige bestemmingen wordt onder meer gerekend de aaneengesloten woonbebouwing. Tot de minder gevoelige bestemmingen behoren onder meer (agrarische) bedrijfswoningen en verspreid liggende woonbebouwing.
3.
Er wordt verder onderscheid gemaakt naar bestaande en nieuwe situaties. Een uitbreiding ten opzichte van de reeds vergunde geurruimte wordt getoetst als nieuwe situatie. Gezien sprake is van een toename van de geuremissie ten opzichte van de vergunde situatie, wordt de aangevraagde situatie getoetst als een nieuwe situatie.
4.
Bij geurbronnen die minder dan 50Zo (438 uur) van het jaar actief zijn, wordt tevens getoetst op piekconcentraties in de vorm van hogere percentielwaarden. Dit is hier niet het geval.
5.
Om de onzekerheid van geurmetingen en -berekeningen niet in het nadeel van de omwonenden te laten uitvallen, dient met 90oZo zekerheid te worden aangetoond dat aan de toetsingswaarden wordt voldaan. Bij de gebruikelijke metingen en berekeningen geeft een dergelijke zekerheid een factor twee verschil met de gemiddeld berekende waarden. Deze eis
Olfasense B.V. . GEL022D2.23 februari 2023
pagina 12 van 37
olfasense m geldt voor nieuwe situaties, bij de toetsing van gevoelige bestemmingen. Deze eis is reeds in de emissieberekening toegepast. De toetsingscriteria voor de aangevraagde situatie (toetsingskader voor nieuwe situaties) zijn: Gevoelige bestemming-,
- maximale geurconcentratie overeenkomend met H = -1 uurgemiddeld als 99,5-percentielwaarde Minder gevoelige bestemming-,
- geurreductie volgens ALARA, - maximale geurconcentratie overeenkomend met H = -1 uurgemiddeld als 95-percentielwaarde, - geurconcentratie overeenkomend met H = -2 uurgemiddeld als 98-percentielwaarde mag niet voorkomen. In het eerdere onderzoek werd een hedonische waarde H = -1 afgeleid van 1,0 oug/m3, gemeten aan de verdringingslucht van een mestzak. Diverse metingen sindsdien hebben echter aangetoond dat de hedonische waarde H = -1 bij mestverwerking gemiddeld 2,0 oug/m3 bedraagt6. Omdat dit een verdubbeling van de toegestane geuremissie zou betekenen, heeft de Omgevingsdienst aangegeven vast te willen houden aan de eerder gebruikte waarde van 1,0 oue/iti3. Zeker gezien de voornaamste bronnen in dit geval biobedden betreffen, waarvan bekend is dat de geur als aangenaam wordt beoordeeld en de hedonische waarde van de eigen geur van dit materiaal (die bij een goede reiniging als restgeur verwacht mag worden) hoger zal liggen, is dit een zeer conservatieve benadering. In het eerder aangehaalde onderzoek aan de mestzak werd een hedonische waarde H = -2 vastgesteld bij 5,9 oue/iti3. Het volgende toetsingskader geldt dan: »
1,0 oue/iti3 als 99,5-percentielwaarde ter plaatse van geurgevoelige bestemmingen
»
1,0 oue/iti3 als 95-percentielwaarde ter plaatse van minder geurgevoelige bestemmingen en 5,9 oue/iti3 als 98-percentielwaarde ter plaatse van minder geurgevoelige bestemmingen
6 Deze waarde is een gemiddelde waarde, afgeleid uit divers onderzoek, die algemeen wordt toegepast als
hedonische waarde voor mest, bijvoorbeeld in de Provincie Noord-Brabant.
Olfasense B.V. . GEL022D2.23 februari 2023
pagina 13 van 37
olfasense m 6
De geurbelasting van de omgeving
6.1 Verspreidingsmodel De geurbelasting van de omgeving rondom de bronnen wordt berekend met behulp van een verspreidingsmodel. De verspreidingsberekeningen zijn uitgevoerd met behulp van het Nieuw Nationaal Model (NNM). De gebruikte pc-applicatie is Geomilieu module STACKS-G (versie 2022). Het Nieuw Nationaal Model beschrijft het transport en de verdunning van stoffen in de atmosfeer op basis van het Gaussisch pluimmodel. Het betreft een 'lange termijn' berekening en de beschouwde periode bedraagt daarom ten minste een jaar. De gebruikte meteorologische gegevens bestaan uit uurgemiddelde gegevens van onder meer de windrichting, de windsnelheid, de zonne-instraling en de temperatuur. Het NNM berekent op verschillende roosterpunten de immissieconcentratie voor elk afzonderlijk uur van de beschouwde periode. Hieruit wordt berekend gedurende welk percentage van de jaarlijkse uren (de overschrijdingsfrequentie) een bepaalde uurgemiddelde immissieconcentratie wordt overschreden. Het resultaat wordt weergegeven in de vorm van geurcontouren.
6.2 īnvoergegevens Invoergegevens voor het verspreidingsmodel zijn bronkenmerken zoals de geuremissie en de emissieduur en omgevingskenmerken. Er zijn twee berekeningen uitgevoerd: »
Vergunde situatie
Voor deze berekeningen is aangesloten bij de uitgangspunten van het eerder uitgevoerde onderzoek. Er is geen rekening gehouden met het zekerheidsbeginsel, ofwel de emissies zijn niet gecorrigeerd met een factor 2. »
Aangevraagde situatie
Eén van de WKK's is gehandhaafd uit het eerdere onderzoek. Verder is er een biobedcontainer naast Loods K gelegen, dit is als puntbron gemodelleerd waarbij rekening is gehouden met gebouwinvloed van het naastgelegen gebouw. Het biofilter van de digestaatverwerking wordt voorzien van een overkapping en schoorsteen met een hoogte van 11 m. Er is gerekend met een afgastemperatuur van 285 K, waarmee geen warmteinhoud wordt berekend (worst case benadering). Ook bij deze bron is rekening gehouden met gebouwinvloed van het biofilter met overkapping. Het biofilter van loods K wordt ook voorzien van een overkapping, waar het emissiepunt op de nok van de loods wordt gepositioneerd op een hoogte van 10 m. De ligging van de bronnen is weergegeven in bijlage A; de uitvoerbestanden van Geomilieu (voor zover relevant) zijn opgenomen in bijlage B.
6.3 Resultaten van de verspreidingsberekeningen Op de volgende pagina zijn de contouren weergegeven van de 99,5-percentielwaarde voor de aangevraagde situatie (blauwe contour), waarbij ook de vergunde contour weergegeven is (rood). Er vindt geen overschrijding van de 95- en 98-percentielwaarde plaats, waardoor die contouren niet zijn weergegeven.
Olfasense B.V. . GEL022D2.23 februari 2023
pagina 14 van 37