CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

3.1 Ruimtelijke onderbouwing - Oosterringweg 39 te Luttelgeest 1.pdf

Commissie Woonomgeving 17 april 2023, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 4: (Ontwerp)verklaring van geen bedenkingen Oosterringweg 39 te Luttelgeest25.825 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Ruimtelijke onderbouwing omgevingsvergunning Peters Biogas B.V., Oosterringweg 39 Luttelgeest

27

Conclusie Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Cultuurhistorische waarden komen hierdoor niet in het geding.

4.4 Landschappelijke inpassing Voor een goede ruimtelijke kwaliteit is het van belang dat aandacht wordt besteed aan de inpassing in het omliggende landschap. De provinciale landschapsvisie zoals uitgewerkt in het 'Programma Landschap van de Toekomst' geeft hieraan richting (zie paragraaf 3.2.3). Vanwege de status van de polder als door het Rijk aangewezen 'Wederopbouwgebied uit de periode 1940-1965' en vanwege het belang dat de gemeente hecht aan de cultuurhistorische waarde van de polder is een zorgvuldige inpassing van nieuwe ontwikkelingen van groot belang. De projectlocatie is gelegen in het open middengebied van de Noordoostpolder. Het perceel is van origine een agrarisch erf. Tezamen met nog 3 andere erven is tezamen sprake van een 4-erf-stelsel. Op de volgende figuur is het stelsel weergegeven.

De topografische kaart medio 1975 (zie figuur 18) verduidelijkt dit meer in detail: 4 erven in 1 cluster, waarbij allen duidelijk groen zijn ingepast in het landschap.

Ruimtelijke onderbouwing omgevingsvergunning Peters Biogas B.V., Oosterringweg 39 Luttelgeest

28

V

Op het laagste schaalniveau is het thema van de concentrische opbouw herkenbaar in de opbouw van de agrarische erven, die altijd aan drie zijden worden omzoomd door een erfsingel. Aan de kant van de openbare weg is het erf transparant begrensd. Deze opbouw heeft als effect dat de erven van buitenaf gezien als landschapselement worden ervaren, en vanaf de weg een kijkje in het interieur van het bedrijf ontstaat. De soortenkeuze van de erfbeplanting is afgestemd op de soortenkeuze van de wegbeplantingen ter plaatse. Omdat de agrarische erven een essentieel onderdeel van het landschap zijn heeft het verdwijnen van de erfbeplanting zowel op het kleine schaalniveau van het erf zelf als op het niveau van de beleving van het landschap een groot effect. In de op 13 oktober 2017 verleende omgevingsvergunning is het erf vergroot naar een erfomvang van 3,14 hectare, inclusief de erfsingel. Zoals figuur 19 laat zien, wijkt de huidige feítelijke situatie voor wat betreft de perceelsgrens aan de westzijde af van de op 13 oktober 2017 verleende omgevingsvergunning. Voor de beoogde situatie wordt aangesloten bij de in 2017 vergunde situatie. De feítelijke situatie moet daar dus nog mee in overeenstemming worden gebracht. Dat betekent dat de erfsingel opschuift in westelijke richting, zodanig dat deze op de aangepaste erfgrens en parallel aan de Kuinderweg komt te liggen.

De nieuwe erfsingel wordt daartoe volwaardig aangeplant met een hoogte van minimaal 3 meter over een breedte van 6 meter.

Figuur 19: verschil tussen feítelijke situatie (onderliggende luchtfoto) en in 2017 vergunde situatie

Ruimtelijke onderbouwing omgevingsvergunning Peters Biogas B.V., Oosterringweg 39 Luttelgeest

29

In de vergunning wordt als voorwaarde opgenomen dat bestaande (in afwijking van de in 2017 vergunde situatie aangelegde) singel aan de westzijde moet blijven staan tot de nieuwe singel over de gehele lengte een hoogte van minimaal 3 meter heeft bereikt. Dit om te voorkomen dat het bedrijf voor meerdere járen zonder inpassing aan de zijde van de Kuinderweg zichtbaar is. Het inrichtings- en beplantingsplan is als bijlage 6 aan deze onderbouwing toegevoegd. Eveneens toegevoegd is het gemeentelijk stuk "Erfsingels Noordoostpolder" (zie bijlage 5). Aan de daarin genoemde voorwaarden wordt in de beoogde opzet grotendeels voldaan. Daarbij is het wel zo dat de erfsingel aan de zuidzijde in de feítelijk bestaande situatie op meerdere punten wordt doorsneden en daar aansluit op een kavelpad. Het bedrijf wenst deze situatie zo in stand te houden. Het kavelpad is enerzijds bedoeld als toegang voor werkzaamheden op het land naast het bedrijf en anderzijds als toegang via de doorsteken om bij de vergisters aan die kant te kunnen komen in geval van nood, omdat ze via de andere kant niet bereikbaar zijn. Ter compensatie van deze doorsteken is in het kader van maatwerk voorzien in een extra erfsingel van 6 meter breed aan de zuidoostzijde van het bedrijf. Aan de west- en zuidzijde van het bedrijf is voorzien in wadi's.

Deze wadi's worden extensief beheerd, waarbij aan de westzijde begrazing plaatsvindt door runderen. Hierbij worden zo min mogelijk kunstwerken toegepast.

Ruimtelijke onderbouwing omgevingsvergunning Peters Biogas B.V., Oosterringweg 39 Luttelgeest

30

4.5 Soorten- en gebiedsbescherming natuur Met de beoogde ontwikkeling mogen beschermde soorten flora en fauna niet worden gefrustreerd. Tevens moet beoordeeld worden in hoeverre beschermde gebieden (negatief) worden beïnvloed. Het wettelijk kader hieromtrent is de Wet natuurbescherming. Voor gebiedsbescherming is daarnaast het provinciale beleid, zoals uitgewerkt in de Omgevingsverordening Flevoland, van belang. Gebiedsbescherming Natura 2000 projectspecifiek Natura 2000-gebieden bevinden zich niet op korte afstand van de projectlocatie (zie figuur 21). Het dichtstbijgelegen Natura 2000-gebied betreft Weerribben, op een afstand van circa 5,3 kilometer van de projectlocatie. Gezien de grote afstand, tussenliggende verstorende elementen (zoals wegen en woningen), de reeds bestaande achtergrondverstoring en de relatief beperkte omvang van het voorgenomen project, is het met uitzondering van een mogelijk stikstofeffect uitgesloten dat de beoogde ontwikkeling een negatief effect zal hebben op de natuurwaarden van Natura 2000-gebieden.

Om te bepalen of de stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied toeneemt door het project is een stikstofonderzoek uitgevoerd (zie bijlage 9). Voor de referentiesituatie is uitgegaan van de op 28 maart 2018 aan het bedrijf verleende vergunning ingevolge de Wet natuurbescherming. Uit dit onderzoek komt naar voren dat het project ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen in omliggende Natura 2000-gebieden niet leidt tot rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. Uit berekening van de gevolgen van de stikstofemissie optredend tijdens de aanlegfase blijkt hetzelfde. Daarmee staat op voorhand vast dat het project geen nadelige effecten heeft op de instandhoudingsdoelstellingen van de omliggende beschermde Natura 2000-gebieden.

Ruimtelijke onderbouwing omgevingsvergunning Peters Biogas B.V., Oosterringweg 39 Luttelgeest

31

Gebiedsbescherming Natuurnetwerk Nederland en Groene Ontwikkelingszone projectspecifiek Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een samenhangend netwerk van natuurgebieden en landbouwgebieden met natuurwaarden van (inter)nationaal belang. Het doel van het NNN-beleid is het veiligstellen van ecosystemen en het realiseren van leefgebieden met goede condities voor de biodiversiteit. Voor het Natuurnetwerk Nederland geldt op basis van rijksbeleid de verplichting tot instandhouding van de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied. Dit betekent dat (nieuwe) plannen, projecten of handelingen niet zijn toegestaan indien zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied significant aantasten. De projectlocatie is niet gelegen binnen of nabij de begrenzingen van het Natuurnetwerk Nederland of de Groene Ontwikkelingszone (GO), waardoor negatieve effecten hierop zijn uit te sluiten. Deze gebieden kennen anders dan Natura 2000 voor wat betreft de beoordeling van effecten geen externe werking. Voor een projectlocatie gelegen buiten deze gebieden is daarom conform het gestelde in de Omgevingsverordening Flevoland geen nadere onderbouwing nodig.

Figuur 22 ligging projectlocatie t.o.v. GNN/GO (bron: Omgevingsverordening Flevoland)

Soortenbescherming projectspecifiek De Wet natuurbescherming regelt de bescherming en instandhouding van planten- en diersoorten die in het wild voorkomen. Eventuele schade aan in het wild levende planten en dieren dient beperkt te worden middels het nemen van mitigerende maatregelen. Door onderzoeksbureau EcoMilieu is onderzoek gedaan naar de mogelijke effecten van het project op omringende natuurgebieden en op binnen het projectgebied voorkomende soorten. De belangrijkste bevindingen uit de hiervoor opgestelde quickscan (zie bijlage 10) zijn: Er zijn in het onderzoeksgebied geen (sporen van) ontheffingsplichtige soorten grondgebonden zoogdieren aangetroffen en dezen worden vanwege de terreingesteldheid, ligging en verspreidingsgegevens ook niet verwacht in het projectgebied; In het onderzoeksgebied zijn geen vaste rust- of verblijfplaatsen van vleermuizen zijn of te verwachten. Tevens worden hier geen vliegroutes verwacht. Wel wordt het onderzoeksgebied potentieel gebruikt door vleermuizen als foerageerrouteZ-gebied. Gezien de hoeveelheid alternatief foerageergebied in de directe omgeving, wordt door de geplande ingrepen geen negatieve effecten verwacht op de foerageermogelijkheden van vleermuizen;

Ruimtelijke onderbouwing omgevingsvergunning Peters Biogas B.V., Oosterringweg 39 Luttelgeest

32

V

Tijdens het veldbezoek zijn geen (sporen, rust- of voortplantingsplaatsen van) vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten aangetroffen. Vanwege de terreingesteldheid, afwezigheid van zicht­ en geluidswaarnemingen, sporen, nesten, uitwerpselen etc. tijdens het veldbezoek, vormt het onderzoeksgebied ook geen essentieel leefgebied van vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten. De geplande ingrepen houden voor wat betreft vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten en essentieel leefgebied dan ook geen overtreding van de verbodsbepaling uit de Wet natuurbescherming in. Wel moet gedurende de werkzaamheden rekening worden gehouden met het broedseizoen van vogels. Verstoring van broedgevallen van vogels dient ten alle tijde te worden voorkomen. Voor de in het projectgebied te verwachten vogelsoorten kan hiermee rekening gehouden worden door werkzaamheden buiten de broedperiode uit te voeren. Voor het broedseizoen wordt geen standaardperiode gehanteerd, maar globaal wordt de periode half maart tot medio juli aangehouden. Hierbij dient rekening gehouden te worden met het feit dat veel vogels meerdere legsels per jaar kunnen hebben.

Om te voorkomen dat vogels tot broeden komen binnen het projectgebied kunnen, in overleg met een ecoloog, voorbereidende maatregelen worden getroffen om het plangebied ongeschikt te maken; Gezien de terreingesteldheid en verspreidingsgegevens worden geen beschermde soorten amfibieën, reptielen of vissen verwacht in het projectgebied. Er zijn tijdens het veldbezoek geen (sporen van) amfibieën, reptielen of vissen aangetroffen. Negatieve effecten op soorten uit deze groepen zijn daarmee redelijkerwijs uit te sluiten; In het onderzoeksgebied zijn geen beschermde soorten dagvlinders, libellen, overige insecten en ongewervelde aangetroffen. Gezien de terreingesteldheid, ligging en verspreidingsgegevens, worden in het onderzoeksgebied ook geen beschermde soorten uit deze soortgroepen verwacht. Negatieve effecten op soorten uit deze groepen zijn daarmee redelijkerwijs uit te sluiten; Zorgplicht en vrijgestelde grondgebonden zoogdieren en amfibieën: indien de planning het toelaat, kan schade aan de algemene vrijgestelde grondgebonden zoogdieren en amfibieën worden geminimaliseerd door werkzaamheden zoveel als mogelijk uit te voeren buiten de voortplantingsperiode februari t/m augustus. De minst schadelijke periode is de vorstvrije periode in september t/m november.

De provincie heeft in het kader van het vooroverleg ten aanzien van de quickscan het volgende opgemerkt: "Aanwezigheid van de rugstreeppad wordt uitgesloten, terwijl deze wel is waargenomen in de directe omgeving. Als er geen water wordt aangetast, sloten worden gedempt en er geen grond beroerende werkzaamheden worden uitgevoerd in de wintermaanden dan is geen ontheffing nodig. Er wordt niet ingegaan op aanwezigheid van kleine marterachtigen. Gezien de aanwezigheid van houtwallen kan aanwezigheid niet worden uitgesloten. Kleine marterachtigen zijn sinds 2021 niet meer vrijgesteld van de Wnb in Flevoland. In principe is daarom een ontheffing nodig voor deze ingreep. In onze toelichting kleine marterachtigen (zie website) hebben we echter een uitzondering gemaakt voor lijnvormige structuren. Wanneer de houtwal verplaatst wordt en hierbij (zowel met de kap als met aanplant en beheer nieuwe houtwal) rekening wordt gehouden met kleine marterachtigen is geen ontheffing benodigd." Ten aanzien van deze opmerkingen kan het volgende worden teruggegeven: 1. Er wordt geen water aangetast, sloten gedempt of grond beroerende werkzaamheden uitgevoerd in de wintermaanden, zodat geen ontheffing nodig is. 2. Bij aanleg en beheer van de nieuwe houtwal en gedeeltelijke kap van de bestaande houtwal wordt rekening gehouden met kleine marterachtigen, zodat geen ontheffing nodig is.

Ruimtelijke onderbouwing omgevingsvergunning Peters Biogas B. V., Oosterringweg 39 Luttelgeest

33

Verder geeft de provincie ten aanzien van de houtwal het volgende aan: "Het plangebied ligt niet in de bebouwde kom. De provincie gaat daar dus over houtopstanden. Er wordt een houtwal verplaatst, waarbij volgens het plan alleen jonge aanplant wordt verwijderd (hoe jong is jong; in principe doet de leeftijd er niet toe) in een bestaande houtwal /erfsingel. Deze houtwal wordt verplaatst en blijft daardoor bestaan. Wij kunnen uit het plan niet afleiden of verplaatsing op hetzelfde perceel (opschuiven) plaatsvindt. Als het geen erfbeplanting is en de (totale) houtwal is meer dan 1000m2 dan is formeel een ontheffing van de herplantplicht (ter plaatse) nodig en toestemming om elders te mogen herplanten. De meldings- en herplantplicht geldt niet voor houtopstanden op erven, of daarvan sprake is kunnen wij niet beoordelen." Ten aanzien hiervan kan worden opgemerkt dat het feítelijk gaat om het verschuiven van de houtwal, waarbij sprake is en blijft van erfbeplanting. Om die reden is geen ontheffing van de herplantplicht of een toestemming om elders te mogen herplanten benodigd. Conclusie De aspecten gebiedsbescherming en soortenbescherming vormen geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling, mits bij de werkzaamheden/ingrepen op het terrein voldoende rekening wordt gehouden met het broedseizoen van vogels en de zorgplicht uit de Wet natuurbescherming in acht wordt genomen.

4.6 Bedrijven- en milieuzonering Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast Milieuzonering bij ruimtelijke ontwikkelingen heeft twee doelen: 1. het kunnen garanderen van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij woningen en andere gevoelige functies; 2. het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam en onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt in beginsel uitgegaan van de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' uit 2009, waarin richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar zijn opgenomen.

Ruimtelijke onderbouwing omgevingsvergunning Peters Biogas B.V., Oosterringweg 39 Luttelgeest

34

Milieu categorie

Richtafstand tot'rustige woonwijk'of’rustig buitengebied'

Richtafstand tot 'gemengd gebied'

1

10

0

2

30

10

3.1

50

30

3.2

100

50

4.1

200

100

Figuur 23 lijst met richtafstanden (bron: infomil.nl)

Projectspecifiek In de omgeving van het bedrijf zijn verschillende andere bedrijven gelegen. Deze bedrijven mogen door de ontwikkeling niet in hun bedrijfsvoering worden belemmerd. Voor dit project geldt dat er geen nieuwe gevoelige objecten worden opgericht. Dit maakt dat de ontwikkeling geen beperking geeft voor de omliggende bedrijven. Zij moeten rekening houden met de bestaande gevoelige objecten. Verder geldt dat voor de locatie reeds een planologische toestemming bestaat voor een mestbewerkingsinstallatie in de vorm van co-vergisting met hierbij de akkerbouwtak. Volgens "Bedrijven en milieuzonering" valt een mestvergistingsbedrijf in milieucategorie 3.2 en een akkerbouwbedrijf in milieucategorie 2. Het project ziet toe op een ondergeschikte wijziging van de bestaande mestbewerkingsinstallatie en het vergroten van de verwerkingscapaciteit tot 80.000 ton. De akkerbouwtak blijft ongewijzigd. De milieucategorieën voor die onderdelen wijzigen dus niet ten opzichte van de bestaande situatie. Wel geldt dat voor de LNG-opslagtank en bijbehorend afleverpunt voor vrachtwagens moet worden uitgegaan van milieucategorie 4.2. Die milieucategorie geldt uitsluitend vanwege het onderdeel gevaar/externe veiligheid. Daartoe is een kwantitatieve risicoanalyse (QRA) uitgevoerd (zie bijlagel2).

Omdat ten opzichte van omliggende woningen Oosterringweg 36, 37 en 38 niet wordt voldaan aan de richtafstanden en niet valt uit te sluiten dat er met het gewijzigde verwerkingsprocedé en vergroting van de capaciteit nadelige gevolgen zijn voor omliggende gevoelige objecten, zijn voor de aspecten geur, geluid, gevaar en stof, nadere onderzoeken uitgevoerd om te bepalen of kan worden voldaan aan de wettelijke normen en of ter plaatse van omliggende woningen en andere functies sprake is een aanvaardbaar woonen leefklimaat (zie paragraaf 4.7, 4.8, 4.9 en 4.10). In het vervolg van dit hoofdstuk komen deze aspecten aan de orde. Hieruit komt naar voren dat ter plaatse van omliggende woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en dat het bedrijf in werking kan zijn zonder dat hiervoor aanvullende maatregelen of voorzieningen nodig zijn. Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Weliswaar wordt niet voldaan aan de richtafstanden, maar uit nader onderzoek blijkt dat het bedrijf in de beoogde opzet milieukundig en ruimtelijke inpasbaar is op deze locatie.

Ruimtelijke onderbouwing omgevingsvergunning Peters Biogas B.V., Oosterringweg 39 Luttelgeest

35

4.7 Geluid Op grond van de Wet geluidhinder worden aan weerszijden van een weg of spoorweg zones aangegeven waarbinnen akoestisch onderzoek dient te worden uitgevoerd. Dat geldt ook voor geluidgezoneerde industrieterreinen. Binnen deze zones worden eisen gesteld aan de optredende geluidsbelasting op bestaande en nieuw te bouwen geluidsgevoelige objecten, zoals woningen en scholen. Daarnaast moet voor nieuwe geluidgevoelige objecten rekening worden gehouden met omliggende bedrijvigheid en andere functies die geluidhinder kunnen veroorzaken. Andersom moet bij ontwikkelingen die kunnen resulteren in geluidhinder rekening worden gehouden met omliggende geluidgevoelige bestemmingen. Projectspecifiek Er worden geen nieuwe geluidgevoelige objecten mogelijk gemaakt met deze aanvraag, zodat hiervoor geen akoestisch onderzoek nodig is. Andersom is in de beoogde situatie sprake van een zodanige wijziging in geluidbronnen en nabijheid van bestaande geluidgevoelige objecten dat aanleiding bestaat om de geluidssituatie nader in beeld te brengen. Om die reden is akoestisch onderzoek uitgevoerd door Geurts Technisch Adviseurs (zie bijlage 11).

Uit het akoestisch onderzoek komt het volgende naar voren: De akoestisch relevante activiteiten in het bedrijf bestaan uit ventilatoren (biobed, opslagloods akkerbouwbedrijf, opslagsilo's en gasopwaarderingsinstallatie), koelinstallaties en roerwerken en in mindere mate de WKK-installatie en transportbewegingen en laad- en losactiviteiten. Uit toetsing van het berekende langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT en het maximale gel uidsniveau LAmax op de ontvangerpunten, gelegen op de gevel van woningen in de directe omgeving van de inrichting, blijkt dat in de representatieve bedrijfssituatie wordt voldaan aan de normstelling van 50 dB(A) etmaalwaarde. Aan de maximaal toelaatbare grenswaarde van 70 dB(A) etmaalwaarde (LAmax) wordt eveneens voldaan. Incidenteel vinden activiteiten plaats die leiden tot een verhoging in de geluidbelasting ter plaats e van de woningen van derden in de directe omgeving van het bedrijf. De incidentele activiteiten kome n maximaal 12 dagen per jaar voor en bestaan uit piekafvoeren van mest in de dag-, avond- en nachtperiode. Deze waarden kunnen worden uitgezonderd van toetsing aan de grenswaarden. Indirecte hinder ten gevolge van aan- en afrijdend verkeer is niet te verwachten.

Zoals blijkt uit paragraaf 5.3 van het akoestisch onderzoek wordt binnen het bedrijf voldaan aan de huidige stand der techniek en zijn geluidrelevante bedrijfsactiviteiten zodanig gepositioneerd en geplaatst dat zoveel mogelijk geluiddemping of afscherming richting omwonenden plaatsvindt. Het woon- en leefklimaat ter plaatse van omliggende woningen is aanvaardbaar te achten op grond van dit onderzoek. Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

Ruimtelijke onderbouwing omgevingsvergunning Peters Biogas B.V., Oosterringweg 39 Luttelgeest

36

4.8 Luchtkwaliteit Op 15 november 2017 is de Titel 5.2 van de Wet milieubeheer (luchtkwaliteitseisen) in werking getreden. Ten aanzien van de kwaliteit van de buitenlucht gelden uitsluitend bepalingen uit deze Titel. In bijlage 2 van de Wet milieubeheer zijn grenswaarden opgenomen voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofdioxiden, fijnstof (PM10), lood, benzeen en koolmonoxide. Bestuursorganen moeten er bij het uitoefenen of toepassen van hun bevoegdheden, waaronder het vaststellen van een bestemmingsplan of het verlenen van een omgevingsvergunning, voor zorgen dat deze grenswaarden niet (verder) worden overschreden. Tegelijkertijd met het in werking treden van de luchtkwaliteitseisen in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer is ook het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) (hierna: NIBM) in werking getreden. In dit besluit is geregeld dat (nu er een plan is bekendgemaakt, zoals wordt bedoeld in artikel 5.12 van de Wet milieubeheer, namelijk het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) van 10 juli 2009) uitbreidingen zijn toegestaan wanneer aannemelijk is gemaakt dat de concentratie in de buitenlucht van fijnstof ten gevolge van de uitbreiding niet de NIBM-grens overschrijdt. De NIBM-grens komt overeen met 3Yo van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentraties van stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10).

In beide gevallen gaat het daarbij om een bijdrage aan de jaargemiddelde concentratie van 1,2 pg/m3. Projectspecifiek In de beoogde situatie zijn alleen de transportbewegingen van en naar het bedrijf relevant om te beoordelen in relatie tot de luchtkwaliteit. Voor stationaire emissiebronnen geldt dat door het afstoten van 2 WKK's de situatie qua luchtkwaliteit verbetert (ook al komt daarvoor wel een op eigen biogas gestookte verwarmingsketel voor in de plaats). In de beoogde situatie neemt het aantal transportbewegingen toe ten opzichte van de vergunde situatie. Zoals valt op te maken uit onderstaande tabel gaat het daarbij om 21 extra transportbewegingen per dag. Het betreft hierbij een worst case-benadering, omdat de reguliere transporten zich in de praktijk niet 7 dagen per week voordoen en de piek voor afvoer van mest/digestaat maximaal 12 dagen per jaar plaatsvindt (tijdens het uitrijseizoen).

Transportbewegingen (aantal per dag)

Vergunde situatie

Aan- en afvoer van mest Aanvoer co-producten Personenauto Bestelbus Tractor Afvoer landbouwproducten Aan- en afvoer diversen Afvoer CO2 en LNG Piek afvoer mest/digestaat* Totaal

20 7 29 5 14 5 2 2 37 121

Beoogde situatie 24 8 34 6 16 6 2 2 44 142

* Deze situatie doet zich maximaal 12 keer per jaar voor.

Ruimtelijke onderbouwing omgevingsvergunning Peters Biogas B.V., Oosterringweg 39 Luttelgeest

37

Met de NIBM-tool is berekend of het extra verkeer invloed heeft op de luchtkwaliteit. De NIBM-tool is een rekentool waarmee de bijdrage van kleinere ruimtelijke plannen en verkeersplannen aan de luchtkwaliteit kan worden vastgesteld. Met de NIBM-tool kan op een eenvoudige en snelle manier bepaald worden of een plan niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit. In onderstaande figuur is de berekening met de NIBM-tool weergegeven. Daarbij is uitgegaan van een worst case benadering, waarbij sprake is van 21 extra voertuigbewegingen per dag met een aandeel van 71,8Yo vrachtverkeer (het aandeel personenauto's en bestelbussen bedraagt 28,2Yo). Uit de berekening kan worden opgemaakt dat het extra verkeer niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit.

Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwallteit, GCN2022 Jaar van planrealisatie

2023

Extra verkeer als gevolg van het plan Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde)

21

Aandeel vrachtverkeer

71,8%

NO2 in Įjg/m3

0,18

PMio in pg/m3

0,01

Maximale bijdrage extra verkeer Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in jjg/m3

1,2

Conclusie De bijdrage van het extra verkeer is niet-in-betekenende-mate; geen nader onderzoek nodig

Figuur 24: berekening met NIBM -tooi (brominfomil.nl)

Ten aanzien van het woon- en leefklimaat ter plaatse van omliggende woningen geldt dat in de omgeving geen sprake is van feítelijke of dreigende overschrijding van grenswaarden uit bijlage 2 van de Wet milieubeheer. Uit figuur 25 en 26 valt op te maken dat de jaargemiddelde concentraties aan fijn stof (PMio) en stikstofdioxide (NO2) zeer ruim onder de grenswaarde van 40 microgram/m3 liggen. Er wordt daarbij ook voldaan aan de WHO-advieswaarden1. Q Fijnstof 2020 (PM10] Transparantie: 20

Legenda: Fijn stof conc. (microgram PM10Zm3) "ĩl5

----- WHO advieswaarde fll5-16 fll6 -17 17 - IS |l8 -20 20-30 İ30 -50 Toon volledige legenda... Bron: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), 2020

Figuur 25: jaargemiddelde concentratie fijn stof(PM10) in 2020 (bron: atlasleefomgeving.nl)

1 Op 22 september 2021 heeft de World Health Organization (WHO) nieuwe advieswaarden voor luchtkwaliteit uitgebracht. Het gaat hierbij om gezondheidskundige grenzen voor de concentratie van verontreinigende stoffen in de buitenlucht. Deze waarden hebben geen wettelijke status, maar kunnen bijvoorbeeld wel worden ingezet voor beleidsdoeleinden. Zo zijn de oude waarden als doelstelling voor 2030 opgenomen in het Schone Lucht Akkoord.

Ruimtelijke onderbouwing omgevingsvergunning Peters Biogas B.V., Oosterringweg 39 Luttelgeest

38

Q Stikstofdioxide 2020 (N02) Transparantie: ------- #---------------------------------Legenda: N02 conc. O

(microgramZm3) lū -----WHO advieswaarde

■10 -12 |l2 -14 14 -16 16 -18 18 - 20 20 -25 Toon volledige legendo... Bron: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), 2020

Figuur 26: jaargemiddelde concentratie stikstofdioxide (N02) in 2020 (bron: atlasleefomgeving.nl)

Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.9 Geur Voor geur afkomstig van een co-vergistingsinstallatie gelden geen landelijk vastgestelde geurnormen. De gemeente Noordoostpolder heeft hieromtrent geen eigen beleidsregels vastgesteld, maar maakt gebruik van het provinciaal beoordelingskader "Beleidsregels voor de beoordeling van geurhinder 2008". In de provinciale geurregels van Flevoland wordt onderscheid gemaakt tussen gevoelige bestemmingen, minder gevoelige bestemmingen en niet-gevoelige bestemmingen. Daarnaast wordt onderscheid gemaakt tussen nieuwe situaties en bestaande situaties. Projectspecifiek Het vergistingsproces is een proces dat grotendeels plaatsvindt in een gesloten systeem. Geur kan vrijkomen bij producten die ter verwerking zijn opgeslagen en op plaatsen waar sprake is van op- of overslag of doorvoer van product. Deze geurbronnen worden mechanisch afgezogen, waarna ze via nageschakelde technieken (chemische luchtwasser en biobedfilters) worden geëmitteerd. Vrijkomende verdringingslucht bij het laden van vrachtwagens in de open lucht wordt via actief koolfilters geleid om de geur te reduceren. Uit het door Olfasense opgestelde geurrapport (zie bijlage 14) blijkt dat de geurbelasting ter plaatse van de als minder gevoelige bestemmingen aan te merken direct omliggende woningen maximaal 0,8 ouE/m3 als 95-percentielwaarde en 1,0 ouE/m3 als 98-percentielwaarde bedraagt in de beoogde situatie.

Hiermee wordt ruimschoots wordt voldaan aan de in dit geval relevante toetsingswaarden van 2,0 ouE/m3 als 95percentielwaarde en 5,9 ouE/m3 als 98-percentielwaarde. Ter plaatse van de meest nabijgelegen gevoelige bestemming (OC Luttelgeest/AZC) bedraagt de geurbelasting maximaal 0,7 ouE/m3 als 99,5percentielwaarde. Daarmee wordt voldaan aan de toetsingswaarde van 1,0 ouE/m3 als 99,5percentielwaarde. Ter plaatse van de meest nabijgelegen woningen aan de Oosterringweg is ten opzichte van de vergunde situatie sprake van een aanzienlijke reductie van de geurbelasting. Ter plaatse van verderop gelegen woningen aan de Kuinderweg en OC Luttelgeest/AZC is sprake van een geringe verslechtering, maar is de geurbelasting als gering te beschouwen. De geurbelasting op de directe omgeving vormt daarom geen belemmering voor de vergunbaarheid van de aangevraagde situatie.

Ruimtelijke onderbouwing omgevingsvergunning Peters Biogas B.V., Oosterringweg 39 Luttelgeest

39

Voor het akkerbouwbedrijf geldt overigens een richtafstand van geur van 10 meter voor geur. Aan die afstand wordt ruimschoots voldaan ten opzichte van omliggende woningen. Conclusie Het aspect geur vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.10 Externe veiligheid Externe veiligheid richt zich op het beheersen van risico's bij onder meer productie, opslag, transport en gebruik van gevaarlijke stoffen. Dergelijke activiteiten leggen beperkingen op aan de omgeving. Door maatregelen kunnen de afstanden worden verkleind. Er wordt onderscheid gemaakt tussen plaatsgebonden risico en groepsrisico. Het groepsrisico heeft een oriënterende waarde, voor het plaatsgebonden risico geldt een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. De grenswaarde mag niet worden overschreden. Voor de oriënterende waarde en richtwaarde geldt dat afwijken alleen met een dergelijke motivering is toegestaan. Het aspect externe veiligheid betreft het risico op een ongeval waarbij een gevaarlijke stof aanwezig is. Deze gevaarlijke stoffen kennen twee verschillende soorten bronnen. Dit zijn de stationaire (chemische fabriek, Ipg-tankstation) en de mobiele (tankwagen, gasleidingen) bronnen.

Er wordt getoetst aan de volgende wet- en regelgeving: Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi): voor risicovolle inrichtingen (bedrijven); die werken met gevaarlijke stoffen; Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo): het Brzo is de vertaling in Nederlandse wetgeving van de Europese Seveso lll-richtlijn voor de meest risicovolle bedrijven, waarbij een Brzo-bedrijf ook automatisch een Bevi-bedrijf is; Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt): voor vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor; Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb): voor vervoer van gevaarlijke stoffen via ondergrondse buisleidingen; Vuurwerkbesluit: voor inrichtingen voor het opslaan of bewerken van vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik; Circulaire ontplofbare stoffen voor civiel gebruik: regels voor onder andere de opslag van zwart buskruit, en ontplofbare stoffen die worden gebruikt bij slopen en seismische onderzoek; Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro): voor munitiecomplexen; Activiteitenbesluit: externe veiligheidsafstanden voor bepaalde typen installaties en opslagen. Projectspecifiek Voor de beoogde bedrijfssituatie is door adviesbureau Oostkracht 10 een kwantitatieve risicoanalyse (QRA) uitgevoerd (zie bijlage 12).

Dit met name vanwege het voornemen om de aanwezige installatie uit te breiden met een LNG-installatie en C02-vervloeiing. Het doel is om door middel van een kwantitatieve risicoanalyse de externe veiligheidsrisico's in kaart te brengen voor de uitbreiding van de installatie. Hierbij gaat het om het vaststellen van het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Getoetst is of kan worden voldaan aan de normen van het PR en wat de gevolgen zijn voor het GR. In de QRA is een vergelijking gemaakt met de in 2017 vergunde situatie. Er is voor de beoogde situatie uitgegaan van een worst case scenario, zodat risico's in ieder geval niet worden onderschat.

Ruimtelijke onderbouwing omgevingsvergunning Peters Biogas B. V., Oosterringweg 39 Luttelgeest

40

Belangrijkste conclusies die volgen uit de QRA zijn: Plaatsgebonden Risico (PR): uit de berekeningen blijkt dat de PR 10"6-contour voor een deel buiten de inrichtingsgrens ligt. Binnen het deel wat buiten de inrichtingsgrens ligt, zijn geen (beperkt) kwetsbare objecten gelegen. Er wordt daarmee voldaan aan de grens- en richtwaarden uit het Bevi voor het PR. Groepsrisico (GR): uit de curve kan worden opgemaakt dat het groepsrisico ruimschoots onder Ĵ.% van de oriëntatiewaarde blijft. Wel is er sprake van een toename van het groepsrisico. Omdat er beperkt kwetsbare objecten binnen het invloedsgebied zijn gelegen, dient het bevoegd gezag bij het verlenen van de omgevingsvergunning voor een inrichting die onder het Bevi valt, (de toename van) het groepsrisico te verantwoorden, zoals voorgeschreven in artikel 12 van het Bevi. In het verleden is een eerste aanzet voor de verantwoording van het groepsrisico aangeleverd in het kader van deze aanvraag. Hieruit volgde dat bestrijding van incidenten door de hulpdiensten beperkte mogelijkheden biedt en dat de zelfredzaamheid gezien de aard van de scenario's beperkt is. Er zijn echter enkel bij de zwaarste incidenten met een kleine kans op voordoen groepen mensen in de omgeving potentieel getroffen. Hierbij is van belang dat het bedrijf de risicoreducerende maatregelen conform de BBT treft.

De QRA is nadien aangepast in verband met een gewijzigde beoogde bedrijfsopzet, zodat strikt genomen niet meer kan worden uitgegaan van die eerste aanzet voor de verantwoording van het groepsrisico. De hierboven beschreven strekking blijft echter onverkort gelden. Dit wordt bevestigd door het advies van de veiligheidsregio (zie bijlage 13). Daarin is ingegaan op scenario's waarin de opslagtanks met LNG en LC02 instantaan falen en lekkages waarbij binnen 10 minuten de opslagtanks leegstromen. Bij die scenario's zijn de bestrijdingsperspectieven van de brandweer beperkt. De mogelijkheden voor rampenbestrijding voor de LNG-scenarios dienen vooral gericht te zijn op het redden/evacueren van slachtoffers en verlenen van eerste hulp, uitbreiding voorkomen door de plasbrand gecontroleerd uit te laten branden en het blussen van secundaire branden in de omgeving. Voor de LC02scenario's zal de eigen BHV-organisatie van het bedrijf in eerste instantie zorg moeten dragen voor evacuatie van aanwezige personen op het bedrijf en direct naastgelegen locaties. Voor de bereikbaarheid en bluswatervoorzieningen zijn een aantal algemene randvoorwaarden gesteld, waaraan in de beoogde situatie kan worden voldaan. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Het groepsrisico kan aanvaardbaar worden geacht.

4.11 Water Het waterbeleid van Rijk en provincie is gericht op een veilig en goed bewoonbaar land met gezonde, duurzame watersystemen. De projectlocatie ligt in het beheersgebied van het Waterschap Zuiderzeeland. In het Waterbeheerprogramma 2022-2027 staat beschreven wat de doelen zijn voor de komende 6 jaar. In het waterbeheerprogramma is rekening gehouden met Europese en landelijke richtlijnen, waaronder de Kaderrichtlijn Water (KRW). Doel van deze richtlijn is schoon en gezond water in alle Europese lidstaten. Voor ruimtelijke plannen en projecten is sinds 1 november 2003 de watertoets wettelijk verplicht door de verankering in het Besluit ruimtelijke ordening. De watertoets heeft betrekking op alle grond- en oppervlaktewateren en behandelt alle van belang zijnde waterhuishoudkundige aspecten (naast veiligheid en wateroverlast ook bijvoorbeeld waterkwaliteit en verdroging). De watertoets is een belangrijk procesinstrument om het belang van water een evenwichtige plaats te geven in de ruimtelijke ordening.

Ruimtelijke onderbouwing omgevingsvergunning Peters Biogas B.V., Oosterringweg 39 Luttelgeest

41

Uit de waterparagraaf blijkt de betrokkenheid van de waterbeheerder in het planproces en de wijze waarop het wateradvies van de waterbeheerder is meegenomen in de uitwerking van het plan. De watertoetsprocedure kan op drie manieren gevolgd worden: de procedure geen waterschapsbelang, de korte procedure en de normale procedure. Welke procedure gevolgd moet worden hangt af van de implicaties van het ruimtelijk plan voor de waterhuishouding. De procedure geen waterschapsbelang en de korte procedure zijn bedoeld voor ruimtelijke plannen met beperkte gevolgen voor de waterhuishouding. Bij deze twee procedures kan de watertoets volledig digitaal doorlopen worden. De normale procedure is gericht op ruimtelijke plannen met relatief vergaande consequenties voor de waterhuishouding. In dat geval is actieve betrokkenheid van Waterschap Zuiderzeeland nodig. Projectspecifiek Voor het project is op 19 juli 2021 de digitale watertoets doorlopen (zie bijlage 16). De uitkomst van de watertoets is dat de normale procedure moet worden gevolgd. Hieronder wordt de watertoets aan de hand van de door het waterschap gehanteerde waterthema's Veiligheid, Voldoende Water en Schoon Water nader uitgewerkt. Thema Veiligheid De projectlocatie ligt niet buitendijks of in de beschermingszone van een waterkering.

Op basis van de ingevoerde gegevens over de projectlocatie zijn er geen uitgangspunten voor het thema veiligheid van toepassing. Thema Voldoende water Wateroverlast

Streefbeeld is dat het watersysteem, zowel in landelijk als in stedelijk gebied, op orde is. Het hele beheergebied voldoet aan de vastgestelde normen. Het waterschap streeft naar een robuust watersysteem dat de effecten van toekomstige klimaatveranderingen en bodemdaling kan opvangen. De planontwikkeling is gelegen in een watersysteem dat op basis van de toetsing in 2012 voldoet aan de normering voor wateroverlast. Een dergelijk systeem kan het water verwerken tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten. Het verharden van grond met bebouwing of bestrating leidt tot een versnelling van de afvoer van neerslag naar het watersysteem. Waar het verharde oppervlak als gevolg van een ruimtelijke ontwikkeling toeneemt, dienen compenserende maatregelen te worden genomen om piekafvoeren te verwerken. Afwenteling op omliggende gebieden wordt voorkomen en de bergingsruimte in het watersysteem blijft behouden. De projectlocatie is gelegen in het landelijk gebied. Het verhard oppervlak neemt als gevolg van de ontwikkeling netto met 8.465 m2 toe ten opzichte van de situatie in 2013. Bij een toename groter dan 2.500 m2 sinds 2013 is volgens de beleidsregel 'Compensatie toename verhard oppervlak en versnelde afvoer' compensatie noodzakelijk. Die compensatie moet bij voorkeur in het eigen projectgebied worden gevonden.

Als dit niet mogelijk is, moet dichtbij het projectgebied compensatie worden gezocht. Dit moet binnen hetzelfde peilgebied zijn of eventueel benedenstrooms. De compensatie mag niet later worden gerealiseerd dan de uitvoering van de rest van het project. De reeds aanwezige ruimte voor berging mag niet afnemen.

Ruimtelijke onderbouwing omgevingsvergunning Peters Biogas B.V., Oosterringweg 39 Luttelgeest

42

De oppervlakte van de te realiseren waterberging is gerelateerd aan de maximaal toelaatbare peilstijging in het peilvak en de netto oppervlakte nieuw te realiseren verharding. De te realiseren waterberging wordt in de beoogde situatie ingevuld met de aanleg van wadi's. Hiertoe dient in het kader van de nog aan te vragen watervergunning een maatwerkberekening te worden overlegd waaruit de exacte dimensionering van de wadi's volgt (zie bijlage 6 voor de indicatieve begrenzing van de wadi's). Deze waterberging moet bij maatgevende gebeurtenissen voldoende compensatie bieden. De huidige afvoersituatie mag hierdoor niet verslechteren. Over de nadere uitwerking van de wadi's wordt nader afgestemd met het waterschap voordat de aanvraag voor de watervergunning wordt ingediend. Goed functionerend watersysteem

Streefbeeld is dat het watersysteem in normale situaties zorgt voor een goede doorstroming en afwatering in het beheergebied en het realiseren van het (maatschappelijk) gewenste grond- en oppervlaktewaterregime (GGOR) mogelijk maakt. Waterschap Zuiderzeeland streeft er naar dat de feítelijke situatie van het watersysteem overeenkomt met de legger. Op die manier kan het waterschap weloverwogen anticiperen op en reageren in extreme situaties De projectlocatie bevindt zich binnen tien meter afstand van bestaande watergangen. Het betreft een tweetal sloten aan de noord- en oostzijde van het bedrijfsperceel (met een waterbreedte < 12 meter). De watergangen zijn conform de hieraan door het waterschap gestelde voorwaarden ten minste aan één zijde voorzien van een obstakelvrije werkstrook van minimaal 5 meter breed. Er worden geen obstakels in de watergangen aangebracht. In dit geval wordt in het kader van de compensatie-opgave voorzien in aanleg van wadi's die extensief beheerd worden en waarbij aan de westzijde begrazing plaatsvindt door runderen. Hierbij worden zo min mogelijk kunstwerken toegepast. De verbinding met aangrenzende watergangen (bestaande uit wateraanvoersloten) bestaat enkel uit een overloopvoorziening. Zoals hiervoor al gezegd moet voor de wadi's een watervergunning worden aangevraagd. Thema Schoon water Goede oppervlaktewaterkwaliteit

Streefbeeld is dat het grond- en oppervlaktewater leef-, verblijf- en voortplantingsmogelijkheden biedt voor de (aquatische) flora en fauna in het beheergebied. De chemische toestand van deze wateren vormt hier geen belemmering voor. Bij de bouw en aanleg zijn en worden geen uitlogende materialen gebruikt. De chemische toestand van grond- en oppervlaktewater verandert niet door de bedrijfsvoering. Goed omgaan met afvalwater

Streefbeeld is dat verontreiniging van het oppervlaktewater door afvalwater wordt voorkomen. Het waterschap zorgt met de regulering of de behandeling van het afvalwater dat zoveel mogelijk negatieve effecten door menselijke activiteiten teniet worden gedaan. Voor bestaand gebied wordt gestreefd naar het afkoppelen van niet-vervuild verhard oppervlak van het rioolstelsel. Afstromend hemelwater van vervuilde oppervlakken moet worden gezuiverd.

Ruimtelijke onderbouwing omgevingsvergunning Peters Biogas B.V., Oosterringweg 39 Luttelgeest

43

Er vindt geen lozing van afvalwater uit de vergister of andere procesonderdelen op oppervlaktewater plaats. Alle van daken en bestrating afkomstige schone hemelwater wordt geloosd op de wadi's. Er is geen sprake van lozing van verontreinigd hemelwater. Huishoudelijk afvalwater afkomstig van de bedrijfswoning en de kantine/sanitaire ruimte wordt geloosd op de gemeentelijke riolering. Afvalwater afkomstig van de wasplaats wordt via OBAS geleid en opgevangen in een kelder. Van daaruit wordt dit gezuiverde water periodiek uitgereden over het land. Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Voor de aan te leggen wadi's moet een watervergunning worden aangevraagd, waarbij de dimensionering moet worden bepaald met een maatwerkberekening.

4.12 Verkeer en parkeren Om te zorgen dat de extra transporten niet tot nadelige effecten voor de omgeving leiden zullen er maximale aantallen zwaar verkeer per etmaal worden aangevraagd. Hiervan is ook de akoestische ruimte berekend. Onder zwaar verkeer wordt verstaan: zowel tractoren als vracht- en tankwagens. De aantallen zullen gemiddeld veel lager uitvallen dan de maximale aantallen, echter kunnen pieken optreden waarbij de maximale aantallen toch worden gehaald. Zo worden bij de akkerbouw vaak in één keer de verkochte producten vanuit de opslag afgevoerd en is er bij de biogasinstallatie met betrekking tot de afvoer van mest sprake van een piek in de uitrijdperiode. Zoals valt op te maken uit onderstaande tabel neemt het maximale aantal transportbewegingen in beperkte mate toe ten opzichte van de vergunde situatie. Transportbewegingen (aantal per dag)

Vergunde situatie

Aan- en afvoer van mest Aanvoer co-producten Personenauto Bestelbus Tractor Afvoer landbouwproducten Aan- en afvoer diversen Afvoer CO2 en LNG Piek afvoer mest Totaal

20 7 29 5 14 5 2 2 37 121

Beoogde situatie 24 8 34 6 16 6 2 2 44 142

Het bedrijf is ontsloten op de Oosterringweg. Deze provinciale weg en het daarop aansluitende wegennetwerk hebben voldoende capaciteit om de hoeveelheid transporten aan te kunnen. Mede vanwege het parallel aan deze weg gelegen fietspad is de verkeersveiligheid daarbij niet in het geding. Door de gemeente Noordoostpolder hoeven in de omgeving dus geen maatregelen van verkeerskundige aard genomen te worden. Op het terrein is daarnaast ruimschoots voldoende parkeergelegenheid aanwezig voor werknemers en bezoekers. De parkeerbehoefte verandert ook niet ten opzichte van de vergunde situatie. Dit geldt ook voor de manoeuvreerruimte voor de landbouwvoertuigen en vrachtwagens. Er kan voor het laden en lossen zo nodig een ronde worden gemaakt op het terrein, waarbij het dus niet nodig is dat er achteruit wordt gereden. Het vaak hinderlijke piepgeluid van de voertuigen bij het achteruit rijden wordt hiermee tot een minimum beperkt.

Ruimtelijke onderbouwing omgevingsvergunning Peters Biogas B.V., Oosterringweg 39 Luttelgeest

44

Conclusie Verkeer en parkeren vormen geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.13 Kabels en leidingen Binnen het projectgebied liggen geen planologisch relevante kabels en leidingen. Met een zogenaamde klicmelding krijgt initiatiefnemer alle kabel- en leidinginformatie, zodat graafschade en gevaarlijke situaties worden voorkomen. Voor de beoogde activiteiten zijn in beperkte mate graafwerkzaamheden nodig. Die graafwerkzaamheden houden verband met het doortrekken van de overkapping van loods K (waarvoor enkel een paar boorpalen nodig zijn) en het funderen van de opslagtanks voor LNG en vloeibaar CO2. Conclusie Eventuele kabels en leidingen vormen geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.14 Milieueffectrapportage Een milieueffectrapportage (m.e.r.) onderzoekt de milieugevolgen van een plan of project en de (milieuvriendelijkere) alternatieven. Een m.e.r. is verplicht bij grote ruimtelijke ingrepen zoals de bouw van industriële complexen en aanleg van auto(snel)wegen maar een m.e.r. is bijvoorbeeld ook verplicht voor de aanleg van een golfbaan en bij bepaalde uitbreidingen van agrarische bedrijven. Het milieueffectrapport (MER) is onderdeel van de m.e.r.-procedure. Of een plan of project m.e.r.-plichtig kan ten eerste volgen uit toetsing aan de onderdelen C en D uit de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage. Hierin activiteiten aangewezen waarvoor een m.e.r.- of m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Ten tweede kan de provinciale milieuverordening aanvullend op het Besluit milieueffectrapportage nog meer activiteiten aanwijzen die kunnen leiden tot m.e.r.-plicht. De provincie Gelderland heeft geen gebruik gemaakt van deze bevoegdheid. Ten derde kan uit een passende beoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming een m.e.r.-plicht volgen. Dit geldt echter alleen voor plannen en dus niet voor projecten. Ook als de drempelwaarden in het Besluit milieueffectrapportage (duidelijk) niet worden gehaald dient aandacht uit te gaan naar de milieugevolgen van een plan of project. Die aandacht naar de milieugevolgen heet dan 'vormvrije m.e.r.-beoordeling'.

Uit de vormvrije m.e.r.-beoordeling volgt of alsnog een MER nodig is. Projectspecifiek De beoogde verandering/uitbreiding van het bedrijf is te scharen onder categorie 18.1 van onderdeel D van de bijlage behorende bij het Besluit m.e.r. Deze categorie heeft betrekking op "De oprichting, wijziging of uitbreiding van een installatie voor de verwijdering van afval, anders dan bedoeld onder categorie D 18.3, D 18.6 of D 18.7". In onderdeel D van deze bijlage staan drempelwaarden waarbij een m.e.r.beoordelingsplicht geldt. De installatie heeft een grotere capaciteit dan 50 ton per dag. Dit betekent dat er een m.e.r.-beoordelingsplicht bestaat en moet worden beoordeeld of er sprake is van belangrijk negatieve gevolgen voor het milieu. De aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordelingsplicht conform artikel 7.16, eerste lid Wm dient als basis voor het bevoegd gezag om zich ervan te vergewissen dat als gevolg van het project nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten. Bij deze toetsing dient gebruik gemaakt te worden van de selectiecriteria als bedoeld in bijlage III bij de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Op 9 oktober 2020 is een aanmeldingsnotitie ingediend. Op 13 januari 2021heeft het bevoegd gezag (provincie Flevoland) besloten dat er, gezien de overwegingen, geen sprake is van zodanig belangrijke milieugevolgen dat een milieueffectrapport moet worden opgesteld.

Ruimtelijke onderbouwing omgevingsvergunning Peters Biogas B.V., Oosterringweg 39 Luttelgeest

45

Gezien de wijzigingen in de aanvraag en de op basis hiervan ingediende nieuwe versies van de milieuonderzoeken wordt een nieuw m.e.r.-beoordelingsbesluit genomen, tegelijkertijd met de ontwerpbeschikking op de aanvraag. Op voorhand word ervan uitgegaan dat geen milieueffectrapport hoeft te worden opgesteld. Conclusie Het project leidt tot m.e.r.-beoordelingsplicht, maar er wordt vanuit gegaan dat geen milieueffectrapport hoeft te worden opgesteld.

Ruimtelijke onderbouwing omgevingsvergunning Peters Biogas B. V., Oosterringweg 39 Luttelgeest

46

5 UITVOERBAARHEID VAN HET PROJECT 5.1 Economische haalbaarheid Het project wordt op particulier initiatief gerealiseerd. De kosten in verband met de realisatie zijn dan ook voor rekening van initiatiefnemer. De kosten voor het volgen van de procedure zullen via de gemeentelijke legesverordening aan de initiatiefnemer worden doorberekend. Voor de gemeente zijn er geen andere kosten verbonden aan dit project waardoor het vaststellen van een exploitatieplan niet noodzakelijk is. De economische uitvoerbaarheid wordt hiermee geacht te zijn aangetoond. Met de initiatiefnemer wordt een anterieure overeenkomst inclusief het onderdeel planschade afgesloten. 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Vooroverleg Er heeft vooroverleg plaatsgevonden met de provincie Flevoland en het Waterschap Zuiderzeeland. De opmerkingen van provincie en waterschap (die vooral betrekking hadden op soortenbescherming en de compensatie-opgave in verband met toename verhard oppervlak) zijn verwerkt in voorliggende ruimtelijke onderbouwing. Buurtdialoog In het kader van de vergunningaanvraag heeft initiatiefnemer een buurtdialoog gevoerd (zie bijlage 19). Ten behoeve van de dialoog zijn alle omwonenden binnen een straal van 750 meter benaderd voor een gesprek. Tijdens het gesprek is de bedrijfsvoering toegelicht en uitgelegd wat de wijzigingen in de bedrijfsvoering zijn.

De omwonenden hebben de gelegenheid gekregen om hun vragen te stellen en opmerkingen te maken. Deze vragen en opmerkingen zijn vastgelegd en zo goed als mogelijk van een reactie voorzien. Uit de buurtdialoog volgde dat de meeste omwonenden geen of slechts incidenteel overlast ervaren van het bedrijf, maar dat er op twee adressen sprake is van significante geuroverlast. Dat heeft geleid tot het versneld treffen van aanvullende maatregelen ter reductie van de geuremissie. Daarbij kunnen als belangrijkste maatregelen de plaatsing van een biobedfilter als nageschakelde techniek achter de chemische luchtwasser en het binnen laden van vaste digestaat worden genoemd. Met de betreffende omwonenden is nadien vaker contact geweest. Zij hebben daarbij aangegeven geen problemen te hebben met de beoogde ontwikkeling zolang de installatie niet meer geurhinder veroorzaakt dan in de bestaande situatie. Zoals blijkt uit het geuronderzoek neemt de geurbelasting ter plaatse van deze woningen af in de beoogde situatie. Verder is overleg gevoerd met de adviseur van de directe buren op het adres Oosterringweg 37. Daarbij zijn uiteindelijk verklaringen van geen bedenkingen vanuit omwonenden overlegd voor de ontwikkeling. Daarnaast zijn er mensen geweest die geen verklaring van geen bedenkingen hebben opgestuurd, maar wel hebben aangegeven geen problemen te hebben met de ontwikkeling.

Hiermee lijkt er breed maatschappelijk draagvlak te bestaan voor de aangevraagde ontwikkeling. Procedure De ontwerpvergunning zal gedurende zes weken ter inzage worden gelegd. Gedurende deze termijn kunnen zienswijzen worden ingediend. Daarna zullen eventuele zienswijzen worden beoordeeld en volgt de definitieve besluitvorming. Tegen het definitieve besluit kunnen belanghebbenden beroep instellen (bij de Rechtbank) en later hoger beroep (bij de Raad van State).

Ruimtelijke onderbouwing omgevingsvergunning Peters Biogas B.V., Oosterringweg 39 Luttelgeest

47

6 CONCLUSIE Uit de voorgaande hoofdstukken blijkt dat de voorgenomen ontwikkeling ruimtelijk, maatschappelijk en economisch uitvoerbaar is. Met de uitvoering van het project is sprake van een goede ruimtelijke ordening en een bijdrage aan enkele belangrijke maatschappelijke opgaven: het verminderen van broeikasgasemissies, het verminderen van lokaal mestoverschot, het lokaal creëren van energie uit overtollige producten en het bijdragen aan de energietransitie. Verder is van belang dat de huidige geursituatie wordt verbeterd door de maatregelen die voortvloeien uit de beoogde ontwikkeling.

Ruimtelijke onderbouwing omgevingsvergunning Peters Biogas B. V., Oosterringweg 39 Luttelgeest

48

BIJLAGEN 1. Plattegrondtekening beoogde situatie d.d. 1 maart 2023 2. Processchema d.d. 6 november 2022 3. Procesbeschrijving Carborex LNG en C02 d.d. 7 augustus 2020 4. Omschrijving vacuümverdampinstallatie 5. Notitie Beplantingsplan erfsingels Noordoostpolder 6. Inrichtings- en beplantingsplan d.d. 1 maart 2023 7. Omgevingsvergunning d.d. 13 oktober 2017 8. Vergunning Wet natuurbescherming d.d. 28 maart 2018 9. Stikstofonderzoek d.d. 2 maart 2023 10. Quickscan soortenbescherming d.d. 24 februari 2021 11. Akoestisch onderzoek d.d. 14 februari 2022 12. Kwantitatieve risicoanalyse (QRA) d.d. 3 maart 2023 13. Advies groepsrisico veiligheidsregio d.d. 3 maart 2023 14. Geuronderzoek d.d. 23 februari 2023 15. Geurbeheersplan d.d. 27 februari 2023 16. Watertoets d.d. 19 juli 2021 17. Verslag buurtdialoog d.d. 3 maart 2023

Ruimtelijke onderbouwing omgevingsvergunning Peters Biogas B.V., Oosterringweg 39 Luttelgeest

49

r

BIJLAGE 1

V

RENVOOI NR Gebouw

Omschrijving:

Aantal Eenheid

©

K

Stalling landbouw tractoren

div

-

©

K

Stalling landbouwwerktuigen

div

-

Dieselolietank Electrische dieselpomp

01

3000 Itr.

Smeerolie

01

50 Itr.

06

6 Itr.

K

Brandblusser ļ| Werkplaats divers electrische gereedsch.

01

90 m2

K

Lasapparaat

01

-

©k1 buiten

Hogedrukspuit

01

-

©

B

Bestrijdingsmiddelen akkerbouw

01

-

©

B

Kantine/ kantoor

01

50 m2

J

01

150 m2

© buiten

Wortelen Weegbrug

01

-

©

K

Opslag van kunstmest

01

25 ton.

©

J

Ventilatoren akkerbouw Zhiel-Abegg

12

3.6kw

©

J

Aardappels en uien

01

500 m2

©

1

01

150 m2

©

H

Laad en los ruimte Ventilatoren akkerbouw Zhiel-Abegg

06

3.6kw

©

H

01

-

(20)

H

TRAFO WKK Meet en regelapperatuur

01

-

©

H

Noodkoelers WKK's

01

400 Kwth

@

K

© buiten (05) K © divers ®

©

01

01

2500 m2

Laden en Lossen Tank coproducten vloeibaar

01

25 m2

02

179 m3

(25)

K

Opslag van vaste eindfractie

01

-

©

silo

Mestpomp

01

10 Kw.

@

silo

Roerwerk

19

17 Kw.

©

silo

Vastestofinvoer

01

54 Kw.

K

C02 recovery Unit 7 x 3.5m2

01

24.5m2Z50m3

LC02 storage

01

120 m3

Koelaggregaat bewaarloods

01

20 Kw.

© Buiten

LNG Opslagtank

02

120 m3

@

G

Biobed

01

250m2

G

01

40.000 m3Ajur

© ®

Opslag coproducten vast

@ buiten (24) K

buiten ®

J

©

Silo

Biobed - schoorsteen Vergister 1

01

2000 m3

®

Silo

Hydrolyse

01

2000 m3

@

Silo

Vergister 2

01

2000 m3

©

Silo

Vergister 3

01

4000 m3

®

G

DAF unit

01

-

©

G

Decanter

01

35 Kw.

®

H

1050 Kw

B

WKK Bedrijfscontainer

01

®

01

500 Itr.

®

G

Droog installatie

01

(44)

Silo

Vergister 4

01

6000 m3

®

Vergister 5

01

6000 m3

Silo

Vergister 6

01

6000 m3

©

G

Zwavelzuur tank

01

40 m3

®

G

100 m3 cap. 40.000 MS/uur

Ammoniumsulfaat tank

01

© buiten

Chemische luchtwasser

01

© buiten

TRAFO liander

01

© buiten @ buiten

Biobed container 01 Biobed container -schoorsteen op dak loods 01 Bio2grid 01

© buiten

LNG Liquefaction

02

-

® buiten

Truck loading

02

-

® buiten

LNG pretreatment

01

-

© buiten

Wasplaats incl slibvangbak

01

-

® buiten

Pompput wasplaats

01

-

© buiten

Obas Controle put

01

-

01

-

Kelder Vacuum verdamp installatie

01

500 m3

01

-

© buiten

Biogasinstallatie 1 Groengas opwaardering

01

-

® buiten

Gas kastjes

02

-

© buiten

TRAFO

01

-

©

01

1000 kw

© buiten

Ketel Greenstep

01

-

©

G

UF /papierfilter

01

(D (D

Silo

®

K

Tank coprodcuten vloeibaar

02

©

G

Gedroogde digestaat

-

©

G

Kunstmest vervanger/mineralen concentraat

® buiten

© buiten ©

B

©

G

H

60 m2 15.000 m3Ajur -

149m3

@ buiten

polem silo 1 buiten spuiwater

01

50m3

@ buiten

Polem silo 2 buiten Water condensaat Polem silo 3 buiten Spuiwater luchtwasser

01

50m3

@ buiten

01

50m3

© buiten

Gasflessen opslag

06

') afmetingen tot erfgrens en van groenstrook en inrichtingsgrens volgens omgevingsvergunning 2017, tekening PL-08-Situatietekening-nieuw-dd-26-07-2017

A 10-2-2023 erf-en intrichtingsgrens aangepast c.f. vergunning Revisie Datum

Wijziging

Project

Peters Biogas

Locatie

Oosterringweg 39, Luttelgeest

Opdrachtgever Titel Datum Revisie Schaal Formaat Getekend Gecontroleerd

YR

Getek.

Gecon.

Bio Value Milieutekening 01-03-2023 A 1:300 A1 C.M. Visser Y.L. Roelevink

Status :

Definitief 1/1

Tjukemarwei 6, 8521 NA Sint Nicolaasga /O IUG085-4012908 - info@biovalue.nl - www.biovalue.nl we fuel the future

CV

Deze tekening blijft eigendom van BioValue BV en mag zonder onze toestemming niet worden gedupliceerd.

Blad :

C:\U sers\chrvi\BioValue Dropbox\6. Biogasinstallaties\0020. Luttelgeest\0020. Bouw Luttelgeest\2 - Definitief Ontwerp\Tekenwerk\0. Plattegrond en algem een\m ileutekening.dw g

© buiten

r

BIJLAGE 2

V

Processchema Peters Biogas BV

Vers. 2.3 I d.d. 06-11-2022

r

BIJLAGE 3

V

Process Description BIOLNG 4- C02 Luttelgeest

dmfc * Environmental Technology

Version 1.0

Procesbeschrijving Carborex LNG 4- C02 Luttelgeest

Print date 0770872020Page 1 of 22

Process Description BIOLNG 4- C02 Luttelgeest

dmt M Environmental Technology

Identification Description

: Version 1.0

DMT document Number

: 1602-Procesbeschrijving

Version

: 1.0

Status

: Released

Project

: 1016

Draw. Nr. P&ID

: [Reference of drawing(s)]

Location

: Luttelgeest

Document owner

: Benny Bakker, 18/05/2020

Writers

: Benny Bakker, Gerrit Wigger

Checked by

: Gerrit Wigger, 18/05/2020

Approved by

: Benny Bakker, 18/05/2020

Print date 07Z08Z2020Page 2 of 22

Process Description BIOLNG 4- C02 Luttelgeest

dmt te Cmrironmintil Technology

Inhoudsopgave Algemene Introductie

5

Biogas Upgrading

5

Inleiding tot Biogasverbetering met Membranen

6

Voorbehandelingsinstallatie

6

RBT100 - Ruwe biogasbehandeling

6

Verbetering van de Installatie

7

GC200 - Gascompressie

1

CGT300 - Behandeling van gecomprimeerd gas (geïntegreerd in GC200)

1

MS400 - Multistage membraanscheiding

1

G0500 - Gasuitvoer

8

RS600 - Recyclingstromen

8

Nabehandeling

Product gasbehandeling Algemeen

CH700 - Koelen en Verwarmen

8

8 9 9

CH700-700 - Verbetering van de koeling van de installatie

9

CH700-720 - Verbetering van de installatieverwarming

9

CH700-780 - Verbetering van de warmteterugwinning van installaties

9

A800 - Systeemvoorzieningen

9

GQA900 - Analyse van de Gaskwaliteit

9

Andere Informatie

Actieve koolstoffilters

9 9

Voorbehandelingsinstallatie

9

Opwaarderingsinstallatie

10

Chemicaliëngebruik

10

Afvalstromen

10

Extra membranen

10

Polijsten

11

Procesbeschrijving

12

PTSA-unit

13

Operationele Modi

14

Positionering van de gasklep

14

Positionering van de verwarmings- en koelende zijkleppen

14

Operationele modi van de adsorptiekolommen

15

Regeneratie en Drukontlasting

15

Koeling en Drukregeling

15

Gasbemonstering en Gasanalysatoren

16

Leidingen

16

Print date 0770872020Page 3 of 22

Process Description BIOLNG 4- C02 Luttelgeest

dmt M Environmental Technology

Snelheden

16

Materialen

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2028/documents/33995