3.1 Bestemmingsplan Landelijk gebied, Zwijnsweg 24-1 te Ens.pdf
Tekst van het document
Beplantingsplan: De singel is 6 meter breed, gemeten van hart struik/boom 1e rij tot hart struik/boom laatste rij Er wordt in 5 rijen geplant. De onderlinge afstand is 150 cm De singel bestaat uit diverse inheemse bomen en struiken die bijdragen aan een gezonde biodiversiteit en verbetering van flora en fauna in dit gebied.
Bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Zwijnsweg 24-1 te Ens' Vastgesteld
Bijlage 2
Akoestisch onderzoek
BJZ.nu Bestemmingsplannen
51
4jÉBJZ.nu
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
Zwijnsweg 24-1, Ens
Wijzigingsplannen Uw specialist in Bestemmingsplannen Rood voor Rood - Ruimte voor Ruimte
Augustus 2020
Status: definitief
T 0546 454 466 E info@bjz.nu
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Zwijnsweg 24-1, Ens
Definitief
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Zwijnsweg 24-1, Ens
Auteur: Status: Datum: Projectnummer
Dhr. J. Langejans Definitief Augustus 2020 2019-021
taĩflBJZnu ruimtelijke plannen en advies
Dokter van Deen weg 13 8025 BP Zwolle
Twentepoort Oost 16a 7609 RG Almelo
T: 0546 -45 44 66 E: info@bj2.nu I: www.bjz.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Zwijnsweg 24-1, Ens
Definitief
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1
Inleiding............................................................................................................................4
Hoofdstuk 2
Wettelijk kader............................................................................................................. 5
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
Algemeen........................................................................................................................................................... 5 Zone langs wegen............................................................................................................................................. 5 Grenswaarden................................................................................................................................................... 6 Berekenen geluidsbelasting.............................................................................................................................. 6 Gemeentelijk geluidsbeleid.................................................................................................................................7
Hoofdstuk 3 Uitgangspunten............................................................................................................ 8 3.1 3.2
Situatie projectgebied........................................................................................................................................ 8 Verkeersgegevens...............................................................................................................................................9
Hoofdstuk 4 Resultaten..................................................................................................................... 10 4.1 4.2
Berekeningen................................................................................................................................................... 10 Resultaten....................................................................................................................................................... 10
Hoofdstuk 5 Conclusie........................................................................................................................ 11 Bijlagen bij het onderzoek..................................................................................................................... 12 Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3
Rekenmodel.............................................................................................................................................. 13 Itemeigenschappen................................................................................................................................... 14 Rekenresultaten...................................................................................................................................... 15
BJZ.nu
Ruimtelijke Plannen en Advies
3
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Zwijnsweg 24-1, Ens
Definitief
Hoofdstuk 1
Inleiding
Aan de Zwijnsweg 24-1 te Ens, in het buitengebied van de gemeente Noordoostpolder, bevindt zich een voormalig agrarisch erf. De agrarische bedrijfsactiviteiten zijn beëindigd en worden in de toekomst niet opnieuw hervat, waardoor niet langer in het onderhoud van de bebouwing geïnvesteerd wordt. Op basis van gemeentelijke beleidsuitwerking 'Mogelijkheden voor extra woningen op vrijkomende agrarische erven (2015)' is het mogelijk om een woning toe te voegen in oorspronkelijke bebouwing. In voorliggend geval wordt in het schuurgedeelte van de bestaande boerderij een woning toegevoegd. Het projectgebied is gelegen aan de Zwijnsweg 24-1 te Ens. De ligging van het projectgebied ten opzichte van de kern Ens (rode cirkel) en de directe omgeving (rode omlijning) wordt weergegeven in afbeelding 1.1.
Afbeelding 1.1
Ligging van het plangebied (Bron: ArcGIS)
Ten behoeve van het voornemen moet een ruimtelijke procedure worden doorlopen. In het kader van deze procedure is het benodigd de geluidbelasting ter plaatse van de nieuwe woning (geluidgevoelige objecten) te toetsen aan het stelsel van voorkeurswaarde en maximale ontheffingswaarden uit de Wet geluidhinder. In voorliggend geval betreft het enkel het aspect wegverkeerslawaai. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de regels van het vigerende Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. In voorliggende rapportage zijn de uitgangspunten rekenresultaten en conclusies van het onderzoek beschreven.
BJZ.nu
Ruimtelijke Plannen en Advies
4
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Zwijnsweg 24-1, Ens Definitief
Hoofdstuk 2 2.1
Wettelijk kader
Algemeen
Artikel 77 van de Wet geluidhinder (Wgh) bepaalt dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, wijzigingsplan, uitwerkingsplan of bij het voorbereiden van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse afwijking akoestisch onderzoek uitgevoerd dient te worden. Doel van dit onderzoek is de geluidsbelasting aan de gevel van een geluidsgevoelig object als gevolg van de weg te bepalen. Onderzoek is enkel noodzakelijk indien een geluidsgevoelige bestemming zich binnen de wettelijke geluidszone van een weg bevindt. In de volgende paragraaf wordt nader ingegaan op de wettelijke geluidszone van wegen.
2.2
Zone langs wegen
Artikel 74.1 van de Wgh bepaalt dat wegen een wettelijke geluidszone hebben. De breedte van de geluidszone is afhankelijk van het aantal rijstroken en of de weg in stedelijk of in buitenstedelijk gebied is gelegen. In tabel 1 worden de wettelijke geluidszones weergegeven. Aantal rijstroken 1 of 2 3 of 4 5 of meer
Stedelijk gebied 200 m 350 m 350 m
Buitenstedelijk gebied 250 m 400 m 600 m
Tabel 1 Wettelijke geluidszones wegen (Bron: wetten.overheid.nl)
De wettelijke geluidszone bevindt zich aan weerszijde van de weg en begint naast de buitenste rijstrook. Eventuele parkeerstroken, voet- en fietspaden en vluchtstroken behoren niet tot de weg. Binnen de zone van een weg dient akoestisch onderzoek plaats te vinden naar de geluidsbelasting op de binnen de zone gelegen woning(en). Bij het berekenen van de geluidsbelasting wordt de Lden-waarde in dB bepaald. De Lden-waarde is het energetisch en naar tijdsduur van de beoordelingsperiode gemiddelde van de volgende waarden: ^ ^ ^
Het geluidsniveau in de dagperiode (tussen 7.00 en 19.00 uur); Het geluidsniveau in de avondperiode (tussen 19.00 en 23.00 uur) + 5 dB; Het geluidsniveau in de nachtperiode (tussen 23.00 en 7.00 uur) + 10 dB.
De berekende geluidsbelasting dient aan de voorkeurswaarde en indien nodig aan de uiterste grenswaarde van de Wgh worden getoetst. Op basis van artikel 74.2 van de Wgh gelden de in tabel 1 opgenomen zones niet voor: ^ ^
Wegen die als woonerf zijn aangeduid; Wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur.
Het feit dat er voor de hiervoor genoemde gevallen geen wettelijke geluidszone geldt, betekent niet dat een akoestisch onderzoek automatisch niet benodigd is. Indien vooraf aangenomen kan worden dat niet aan de voorkeurswaarde van 48 dB kan worden voldaan, dient een akoestisch onderzoek uitgevoerd te worden. De geluidsbelasting van de weg kan hierdoor meegenomen worden in de belangenafweging in het kader van 'een goede ruimtelijke ordening'.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
5
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Zwijnsweg 24-1, Ens Definitief
2.3
Grenswaarden
In de Wgh worden eisen gesteld aan de maximaal toelaatbare geluidsbelasting op gevels van nog niet geprojecteerde woningen of gebouwen die binnen de geluidszone van een weg liggen. Met niet geprojecteerde woningen of gebouwen worden bedoeld: 'woningen of gebouwen waarvoor het geldende bestemmingsplan verlening van de omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht niet toelaat'. De voorkeurswaarde voor de geluidsbelasting door wegverkeer bedraagt 48 dB. Bij een hogere geluidsbelasting kunnen burgemeester en wethouders een hogere waarde vaststellen. Voor een hogere waarde geldt een maximum, afhankelijk van de ligging van een geluidsgevoelig object. In tabel 2 is de hoogst mogelijke grenswaarde voor woningen als gevolg van wegverkeerslawaai weergegeven. Locatie woning Stedelijk gebied Buitenstedelijk gebied
Hoogst mogelijke waarde wegverkeerslawaai 63 dB (art. 83 lid 2 Wgh) 53 dB (art. 83 lid 1 Wgh)
Tabel 2 Hoogst mogelijke grenswaarde wegverkeerslawaai (Bron: wetten.overheid.nl)
Het vaststellen van een hogere waarde is enkel mogelijk indien maatregelen om de geluidsbelasting te reduceren op bezwaren stuiten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Hierbij moet afgewogen worden of de cumulatieve geluidsbelasting (het totaal van de geluidsbelasting van alle wegen gezamenlijk) niet leidt tot een onaanvaardbare geluidsbelasting. Bij het vaststellen van een hogere waarde moet bij de bouwvergunningsaanvraag aangetoond worden dat aan de gestelde geluidseisen (binnenwaarde in de geluidgevoelige ruimten 33 dB) wordt voldaan zoals in artikel 3.1 van het bouwbesluit en in artikel 4.4 van het Besluit geluidhinder genoemd wordt.
2.4
Berekenen geluidsbelasting
De geluidsbelasting moet per weg afzonderlijk berekend worden en aan de voorkeurswaarde getoetst worden. Voordat de geluidsbelasting aan de voorkeurswaarde van 48 dB getoetst wordt, mag de berekende geluidsbelasting op basis van artikel 110g van de Wgh, aangevuld met artikel 3.4 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012, worden verminderd. Reden hiervoor is de verwachting dat de geluidsproductie van motorvoertuigen steeds verder af zal nemen. De geluidsbelasting mag in de volgende situaties worden verminderd met: ^
5 dB voor wegen met een maximumsnelheid tot 70 km/uur;
Voor wegen met een maximumsnelheid van 70 km/uur of meer mag de geluidsbelasting worden verminderd met: ^ ^ ^
4 dB indien de geluidsbelasting zonder reductie 57 dB bedraagt; 3 dB indien de geluidsbelasting zonder reductie 56 dB bedraagt; 2 dB voor overige geluidsbelasting.
Uit uitspraak 201304862/3/R2 van de Raad van State blijkt dat het voor wegen met een snelheidsregime van 30 km/uur eveneens is toegestaan de geluidsbelasting met 5 dB te verminderen. Bij lagere snelheden wordt de geluidsemissie voornamelijk door motorgeluid veroorzaakt, bandengeluid speelt een minder grote rol. Toekomstige geluidsreductie is in de toekomst voornamelijk te verwachten door het gebruik van stillere motoren. De aftrek van 5 dB kan daardoor ook toegepast worden bij snelheden van 30 km/uur of minder.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
6
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Zwijnsweg 24-1, Ens
Definitief
2.5
Gemeentelijk geluidsbeleid
De gemeente Noordoostpolder beschikt niet over eigen geluidsbeleid en volgt de Wet geluidhinder.
BJZ.nu
Ruimtelijke Plannen en Advies
7
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Zwijnsweg 24-1, Ens Definitief
Hoofdstuk 3 3.1
Uitgangspunten
Situatie projectgebied
Voorliggend project voorziet onder meer in het toevoegen van één extra woning op het erf conform gemeentelijk beleid. Voor de ontwikkeling is door initiatiefnemer een erfinrichtingsplan opgesteld ten behoeve van een goede landschappelijke inpassing van het projectgebied. Een weergave van het erfinrichtingsplan is opgenomen in afbeelding 3.1.
Legenda 1
te behouden voormalige
bedrijfswoning - in de Zeeuwse boerderij 2
toe te voegen nieuwe woning in
bestaande schuurgedeelte van de Zeeuwse boerderij 3
te behouden bijgebouw voor b n b
4
reeds bestaande schuren
5
parkeerplaatsen
6
bebouwingsvríje ruimte
7
te behouden erfsīngel
8
aan te planten erfsingel
Afbeelding 3.1
Erfinrichtingsplan plangebied (Bron: BJZ.nu)
Het projectgebied ligt binnen de wettelijke geluidszones van de Zwijnsweg (60 km/uur). Het projectgebied ligt niet binnen de wettelijke geluidszone van overige wegen en er zijn in de directe omgeving van het projectgebied geen overige wegen gelegen die in het kader van voorliggend onderzoek relevant worden geacht. In tabel 3 is weergegeven welke uitgangspunten in het rekenmodel zijn gehanteerd. Locatie projectgebied Hoogst mogelijke waarde wegverkeerslawaai Wgh van toepassing Vermindering geluidsbelasting Zwijnsweg
Buitenstedelijk gebied 53 dB Ja 5 dB
Tabel 3 Uitgangspunten onderzoek wegverkeerslawaai (Bron: BJZ.nu)
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
8
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Zwijnsweg 24-1, Ens Definitief
3.2
Verkeersgegevens
Met betrekking tot de verkeersintensiteit op de Zwijnsweg is in voorliggend geval gerekend met door de gemeente Noordoostpolder aangeleverde telgegevens uit 2014. Deze verkeersintensiteit is vervolgens geprognosticeerd voor het jaar 2030 door te rekenen met een jaarlijkse autonome groei van 1,5%. Ten aanzien van de uurintensiteit en voertuigverdeling is in overleg met de gemeente Noordoostpolder gebruik gemaakt van kengetallen voor soortgelijke wegen. Op basis van de tellingen uit 2014 is wel rekening gehouden met een verhoogd aantal verkeersbewegingen van zwaar vrachtverkeer. De gebruikte telgegevens zijn opgenomen in bijlage 1. In tabel 4 zijn de weg- en verkeersgegevens voor de Zwijnsweg uiteengezet, zoals deze zijn gebruikt ten behoeve van het berekenen van de geluidsbelasting. Weg- en verkeersgegevens Etmaalintensiteit 2030 weekdag (prognose) Uurintensiteit dag/avond/nacht ^) Lichte motorvoertuigen dag/ avond/ nacht ^) Middelzware vrachtwagens dag/ avond/ nacht ^) Zware vrachtwagens dag/ avond/ nacht ^) Wettelijke rijsnelheid (km/uur) Wegdektype
Zwijnsweg 178 6,7A5A7 77/97/97 3/3/3 20/0/0 60 Referentiewegdek
Tabel 4 Weg- en verkeergegevens Zwijnsweg (Bron: gemeente Noordoostpolder, bewerking BJZ.nu)
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
9
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Zwijnsweg 24-1, Ens
Definitief
Hoofdstuk 4 4.1
Resultaten
Berekeningen
De overdrachtsberekening voor de wegen is uitgevoerd overeenkomstig Standaard Reken Methode 2 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. Bij de berekening is uitgegaan van een standaard bodemfactor van 1,0 (akoestisch zacht). In het model zijn de volgende zaken opgenomen: ^ ^ ^ ^
Zwijnsweg met verkeersintensiteit, uurintensiteit, voertuigverdeling en snelheidsregime ; relevante gebouwen binnen het projectgebied en in de directe omgeving, inclusief hoogte (op basis van het Actueel Hoogtebestand Nederland); relevante harde bodemgebieden; rekenpunten op 1 en 4,5 en 1, 4,5 en 7,5 op de gevels van respectievelijk de nieuwe schuurwoningen en de compensatiewoning.
In bijlage 1 zijn enkele uitsneden van het rekenmodel weergegeven. In bijlage 2 zijn de gehanteerde itemeigenschappen opgenomen.
4.2
Resultaten
Hieronder wordt ingegaan op de meest relevante onderzoeksresultaten. In bijlage 3 zijn de onderzoeksresultaten nader weergegeven. Ter plaatse van nieuw toe te voegen woning (zie afbeelding 3.1) bedraagt de geluidsbelasting door wegverkeerslawaai, als gevolg van de Zwijnsweg maximaal 39 dB (incl. aftrek) (voorgevel). Hiermee wordt voor deze woning ter plaatse van alle gevels ruimschoots aan de voorkeurswaarde van 48 dB voldaan. Een hogere waarde is niet benodigd.
BJZ.nu
Ruimtelijke Plannen en Advies
10
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Zwijnsweg 24-1, Ens
Definitief
Hoofdstuk 5
Conclusie
Aan de Zwijnsweg 24-1 te Ens, in het buitengebied van de gemeente Noordoostpolder, bevindt zich een voormalig agrarisch erf. De agrarische bedrijfsactiviteiten zijn beëindigd en worden in de toekomst niet opnieuw hervat, waardoor niet langer in het onderhoud van de bebouwing geïnvesteerd wordt. Op basis van de beleidsuitwerking 'Mogelijkheden voor extra woningen op vrijkomende agrarische erven (2015)' mogelijk om een woning toe te voegen in oorspronkelijke bebouwing. In voorliggend geval wordt in het schuurgedeelte van de bestaande boerderij een nieuwe woning toegevoegd. Ten behoeve van het voornemen moet een ruimtelijke procedure worden doorlopen. In het kader van deze procedure is het benodigd de geluidbelasting ter plaatse van de nieuwe woningen (geluidgevoelige objecten) te toetsen aan het stelsel van voorkeurswaarde en maximale ontheffingswaarden uit de Wet geluidhinder. In voorliggend geval betreft het enkel het aspect wegverkeerslawaai. Het projectgebied ligt binnen de wettelijke geluidszones van de Zwijnsweg (60 km/uur). Het projectgebied ligt niet binnen de wettelijke geluidszone van overige wegen en er zijn in de directe omgeving van het projectgebied geen overige wegen gelegen die in het kader van voorliggend onderzoek relevant worden geacht.
Ter plaatse van de nieuwe woning (zie afbeelding 3.1) bedraagt de geluidsbelasting door wegverkeerslawaai, als gevolg van de Zwijnsweg maximaal 39 (incl. aftrek) (voorgevels). Hiermee wordt voor deze woning ter plaatse van alle gevels ruimschoots aan de voorkeurswaarde van 48 dB voldaan. Een hogere waarde is niet benodigd. Met de toepassing van de minimale gevelwering conform het Bouwbesluit 2012 wordt in alle gevallen voldaan aan de maximale binnenwaarde van 33 dB. Hiermee is ter plaatse van de nieuwe woningen sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
BJZ.nu
Ruimtelijke Plannen en Advies
11
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Zwijnsweg 24-1, Ens
Definitief
Bijlagen bij het onderzoek
BJZ.nu
Ruimtelijke Plannen en Advies
12
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Zwijnsweg 24-1, Ens Definitief
Bijlage 1
Rekenmodel
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
13
Lden Inclusief groepsreducties
0 - 40 dB 40 - 45 dB 45 - 50 dB 50 - 55 dB 55 - 60 dB 60 - 65 dB 65 - 99 dB
schaal = 1
218
BJZ.nu B.V.
186900 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [versie 1.1 van Projectgebied Zwijnsweg 24-1 - Versie 11], Geomilieu V2020.0 rev 1 Licentiehouder: BJZ.nu B V.
1
Bijlage 1 Rekenmodel (zoom)
periode:
I
3 aug 2020, 11:56
Wegen Toetspunten Bodemgebieden Gebouwen Adrespunten Hulplijnen
Bijlage 1 Rekenmodel 3 aug 2020, 11:54
186800 187000 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [versie 1.1 van Projectgebied Zwijnsweg 24-1 - Versie 1.1], Geomilieu V2020.0 rev 1 Licentiehouder: BJZ.nu B.V.
BJZ.nu B.V.
Lden Inclusief groepsreducties
0 - 40 dB 40 - 45 dB 45 - 50 dB 50 - 55 dB 55 - 60 dB 60 - 65 dB 65 - 99 dB
schaal = 1
218
BJZ.nu B.V.
186900 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [versie 1.1 van Projectgebied Zwijnsweg 24-1 - Versie 11], Geomilieu V2020.0 rev 1 Licentiehouder: BJZ.nu B V.
1
Bijlage 1 Rekenmodel (zoom)
periode:
I
3 aug 2020, 11:56
Wegen Toetspunten Bodemgebieden Gebouwen Adrespunten Hulplijnen
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Zwijnsweg 24-1, Ens Definitief
Bijlage 2
Itemeigenschappen
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
14
Bijlage 2 Itemeigenschappen Model: Groep:
Bijlage 2 Itemeigenschappen
Versie 1.1 versie 1.1 van Projectgebied Zwijnsweg 24-1 - Projectgebied Zwijnsweg 24-1 (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012
Naam
Omschr.
Zwijnsweg
Zwijnsweg
ISO^
ISO M.
0,00
0,00
Hdef. Relatief
Type
Cpl
Cp^W
Helling
Verdeling
False
1,5
0
Geomilieu V2020.0 rev 1 Licentiehouder: BJZ.nu B.V.
Wegdek W0
V(MR(D))
V(MR(A))
V(MR(N))
V(MR(P4))
V(LV(D))
V(LV(A))
V(LV(N))
--
--
--
--
60
60
60
V(LV(P4))
3-8-2020 11:57:19
Bijlage 2 Itemeigenschappen
Bijlage 2 Itemeigenschappen Model: Groep:
Naam Zwijnsweg
Versie 1.1 versie 1.1 van Projectgebied Zwijnsweg 24-1 - Projectgebied Zwijnsweg 24-1 (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 V(MV(D)) 60
V(MV(A)) 60
V(MV(N)) 60
V(MV(P4))
V(ZV(D))
V(ZV(A))
V(ZV(N))
V(ZV(P4))
Totaal aantal
%Int(D)
%Int(A)
%Int(N)
%Int(P4)
%MR(D)
%MR(A)
%MR(N)
--
60
60
60
--
178,00
6,70
3,50
0,70
--
--
--
--
Geomilieu V2020.0 rev 1 Licentiehouder: BJZ.nu B.V.
%MR(P4)
3-8-2020 11:57:19
Bijlage 2 Itemeigenschappen Model: Groep:
Bijlage 2 Itemeigenschappen
Versie 1.1 versie 1.1 van Projectgebied Zwijnsweg 24-1 - Projectgebied Zwijnsweg 24-1 (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012
Naam
%LV(D)
%LV(A)
%LV(N)
%LV(P4)
%MV(D)
%MV(A)
%MV(N)
%MV(P4)
%ZV(D)
%ZV(A)
%ZV(N)
Zwijnsweg
77,00
97,00
97,00
--
3,00
3,00
3,00
--
20,00
--
--
Geomilieu V2020.0 rev 1 Licentiehouder: BJZ.nu B.V.
%ZV(P4)
MR(D)
MR(A)
MR(N)
MR(P4)
LV(D)
LV(A)
LV(N)
--
9,18
6,04
1,21
3-8-2020 11:57:19
Bijlage 2 Itemeigenschappen
Bijlage 2 Itemeigenschappen Model: Groep:
Naam Zwijnsweg
Versie 1.1 versie 1.1 van Projectgebied Zwijnsweg 24-1 - Projectgebied Zwijnsweg 24-1 (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 LV(P4) --
MV(D) 0,36
MV(A) 0,19
MV(N) 0,04
MV(P4) --
Geomilieu V2020.0 rev 1 Licentiehouder: BJZ.nu B.V.
ZV(D) 2,39
ZV(A) --
ZV(N) --
ZV(P4) --
LE
(D) 63 70,50
LE
(D)
125 77,98
LE
(D)
250 84,58
LE
(D)
500 90,41
LE
(D) 1k 94,21
LE
(D) 2k 90,57
LE
(D) 4k 83785
3-8-2020 11:57:19
Bijlage 2 Itemeigenschappen Model: Groep:
Naam Zwijnsweg
Bijlage 2 Itemeigenschappen
Versie 1.1 versie 1.1 van Projectgebied Zwijnsweg 24-1 - Projectgebied Zwijnsweg 24-1 (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 LE
(D)
8k
75,03
LE
(A)
63
61,85
LE
(A)
125
70,11
LE
(A)
250
LE
(A)
75,69
Geomilieu V2020.0 rev 1 Licentiehouder: BJZ.nu B.V.
500
82,16
LE
(A)
1k
89,41
LE
(A)
2k
85,83
LE
(A)
4k
79,01
LE
(A)
8k
68,38
LE
(N)
63
54,86
LE
(N)
125
63,12
LE
(N)
250
68,70
LE
(N)
500
75,17
LE
(N)
1k
82,42
3-8-2020 11:57:19
Bijlage 2 Itemeigenschappen
Bijlage 2 Itemeigenschappen Model: Groep:
Versie 1.1 versie 1.1 van Projectgebied Zwijnsweg 24-1 - Projectgebied Zwijnsweg 24-1 (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012
Naam Zwijnsweg
LE
(N)
2k
78,84
LE
(N)
4k
72,02
LE
(N)
8k
61,39
LE
(P4)
63
LE
(P4)
--
Geomilieu V2020.0 rev 1 Licentiehouder: BJZ.nu B.V.
125 --
LE
(P4)
250 --
LE
(P4)
500 --
LE
(P4)
1k --
LE
(P4)
2k --
LE
(P4)
4k --
LE
(P4)
8k --
3-8-2020 11:57:19
Bijlage 2 Itemeigenschappen Model:
Bijlage 2 Itemeigenschappen
Versie 1.1 versie 1.1 van Projectgebied Zwijnsweg 24-1 - Projectgebied Zwijnsweg 24-1 (hoofdgroep) Lijst van Toetspunten, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012
Groep:
Naam
Hoogte A
Hoogte B
3 3 3 4 4
Noordgevel Zijgevel noordzijde Achtergevel Voorgevel Zijgevel noordzijde
0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief
1,50 1,50 1,50 1,50 1,50
4,50 4,50 4,50 4,50 4,50
Woning 4 Woning 4
Achtergevel Zijgevel zuidzijde
0,00 0,00
Relatief Relatief
1,50 1,50
4,50 4,50
Woning Woning Woning Woning Woning
Omschr.
Maaiveld
Hdef.
Geomilieu V2020.0 rev 1 Licentiehouder: BJZ.nu B.V.
Hoogte C ----
Hoogte D ----
Hoogte E ----
Hoogte F
Gevel
---
------
Ja Ja Ja Ja Ja
7,50 7,50
---
7,50 7,50
---
---
---
Ja Ja
3-8-2020 11:57:19
Bijlage 2 Itemeigenschappen Model: Groep:
Naam
Bijlage 2 Itemeigenschappen
Versie 1.1 versie 1.1 van Projectgebied Zwijnsweg 24-1 - Projectgebied Zwijnsweg 24-1 (hoofdgroep) Lijst van Bodemgebieden, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012
Hard Hard Hard Hard Hard
Omschr. Akoestisch Akoestisch Akoestisch Akoestisch Akoestisch
Bf
Zwijnsweg
Wegverharding
hard hard hard hard hard
bodemgebied bodemgebied bodemgebied bodemgebied bodemgebied
projectgebied projectgebied omgeving omgeving omgeving
0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Geomilieu V2020.0 rev 1 Licentiehouder: BJZ.nu B.V.
3-8-2020 11:57:19
Bijlage 2 Itemeigenschappen Model: Groep:
Bijlage 2 Itemeigenschappen
Versie 1.1 versie 1.1 van Projectgebied Zwijnsweg 24-1 - Projectgebied Zwijnsweg 24-1 (hoofdgroep) Lijst van Gebouwen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012
Naam
Omschr.
Woning 4 Woning 3 Bijgebouw Bijgebouw Bouwwerk
Compensatiewoning Toe te voegen nieuwe woning in schuur Te behoudeni bijgebouw B&B Toe te voegen bijgebouw Omliggende bouwwerken omgewing
Hoogte
Maaiveld
Jaar
AHN-jaar
Trust
Cp
Zwevend
10,00 7,80 3,50 6,00 6,00
0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Bouwwerk Bouwwerk Bouwwerk Bouwwerk Bouwwerk
Omliggende Omliggende Omliggende Omliggende Omliggende
Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief
0 0 0 0 0
0 0 0 0 0
0 0 0 0 0
0 0 0 0 0
dB dB dB dB dB
False False False False False
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
omgewing omgewing omgewing omgewing omgewing
8,00 4,00 4,50 8,00 3,50
0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief
0 0 0 0 0
0 0 0 0 0
0 0 0 0 0
0 0 0 0 0
dB dB dB dB dB
False False False False False
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
Bouwwerk Bouwwerk Bouwwerk
Omliggende bouwwerken omgewing Omliggende bouwwerken omgewing Omliggende bouwwerken omgewing
8,00 12,00 5,50
0,00 0,00 0,00
Relatief Relatief Relatief
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 dB 0 dB 0 dB
False False False
0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80
bouwwerken bouwwerken bouwwerken bouwwerken bouwwerken
Geomilieu V2020.0 rev 1 Licentiehouder: BJZ.nu B.V.
Hdef.
Functie
BAG-id
Gemeente
Refl.
63
Refl.
125
Refl.
250
3-8-2020 11:57:19
Bijlage 2 Itemeigenschappen Versie 1.1 versie 1.1 van Projectgebied Zwijnsweg 24-1 - Projectgebied Zwijnsweg 24-1 (hoofdgroep) Lijst van Gebouwen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012
0 0 0 0 0
Bouwwerk Bouwwerk Bouwwerk
0 0 0
1k
Refl.
2k
Refl.
4k
Refl.
8k
o o o o o
Bouwwerk Bouwwerk Bouwwerk Bouwwerk Bouwwerk
Refl.
co co co co co
500 0 0 0 0 0
0, 80 0, 80 0, 80 0, 80 0, 80
0,, 80 0,, 80 0,, 80 0,, 80 0,, 80
0,.80 0,.80 0,.80 0,.80 0,.80
0,. 80 0,. 80 0,. 80 0,. 80 0,. 80
o o o o o
Refl.
co co co co co
Naam Woning 4 Woning 3 Bijgebouw Bijgebouw Bouwwerk
0, 80 0, 80 0, 80 0, 80 0, 80
0,, 80 0,, 80 0,, 80 0,, 80 0,, 80
0,.80 0,.80 0,.80 0,.80 0,.80
0,. 80 0,. 80 0,. 80 0,. 80 0,. 80
0, 80 0, 80 0, 80
0,, 80 0,, 80 0,.80
0,.80 0,.80 0,.80
0,. 80 0,. 80 0,. 80
o o o
Groep:
co co co
Model:
Bijlage 2 Itemeigenschappen
Geomilieu V2020.0 rev 1 Licentiehouder: BJZ.nu B.V.
3-8-2020 11:57:19
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Zwijnsweg 24-1, Ens Definitief
Bijlage 3
Rekenresultaten
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
15
Bijlage 3 Rekenresultaten Zwijnsweg (inclusief reductie) Rapport: Model: Groep: Groepsreductie: Naam Toetspunt
Bijlage 3 Rekenresultaten Zwijnsweg (inclusief reductie)
Resultatentabel Versie 1.1 LAeq totaalresultaten voor toetspunten Zwijnsweg Ja
X
Y
Hoogte
Dag
Avond
Nacht
Lden
Woning Woning Woning Woning Woning
3 3 3 3 3
A A A B B
Achtergevel Noordgevel Zijgevel noordzijde Achtergevel Noordgevel
Omschrijving
186918,45 186926,88 186919,65 186918,45 186926,88
517244,58 517250,10 517251,90 517244,58 517250,10
1,50 1,50 1,50 4,50 4,50
21 38 35 22 39
16 33 30 17 34
9 26 23 10 27
20 37 34 22 39
Woning Woning Woning Woning Woning
3 4 4 4 4
B A A A A
Zijgevel noordzijde Achtergevel Voorgevel Zijgevel noordzijde Zijgevel zuidzijde
186919,65 186891,12 186901,18 186892,25 186899,89
517251,90 517249,59 517256,18 517258,23 517246,43
4,50 1,50 1,50 1,50 1,50
36 24 34 31 26
31 19 29 26 21
24 12 22 19 14
36 23 33 31 26
Woning Woning Woning Woning Woning
4 4 4 4 4
B B B B C
Achtergevel Voorgevel Zijgevel noordzijde Zijgevel zuidzijde Achtergevel
186891,12 186901,18 186892,25 186899,89 186891,12
517249,59 517256,18 517258,23 517246,43 517249,59
4,50 4,50 4,50 4,50 7,50
25 36 33 28
20 31 28 23
13 24 21 16
24 35 33 28
Woning 4 C Woning 4 C Woning 4 C
Voorgevel Zijgevel noordzijde Zijgevel zuidzijde
186901,18 186892,25 186899,89
517256,18 517258,23 517246,43
7,50 7,50 7,50
36 33 29
31 28 24
24 21 17
36 32 28
Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen
Geomilieu V2020.0 rev 1 Licentiehouder: BJZ.nu B.V.
3-8-2020 11:58:41
Bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Zwijnsweg 24-1 te Ens' Vastgesteld
Bijlage 3
Bodemonderzoek
BJZ.nu Bestemmingsplannen
52
RAPPORT AANVULLEND VERKENNEND BODEMONDERZOEK conform NEN 5740 en NEN 5707 Zwijnsweg 24-1 - Ens
Opdrachtgever:
BJZ.NU Locatie:
Zwijnsweg 24-1 8307 PV Ens Mei 2019
KRUSE GROEP INFRA I MILIEU I SLOOPWERKEN I VASTGOED
Kruse Milieu BV Bezoekadres: Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren Postadres: Postbus 51 7650 AB Tubbergen Tel: 0546 - 63 96 63
Internet: info@krusegroep.nl www.krusegroep.nl Bankgegevens: ABNAMRO: N L34ABNA0501538739 KvK: 06068751 BTW-nr: NL 8019.25.125.B01
Rapport Aanvullend Verkennend Bodemonderzoek conform NEN 5740 en NEN 5707 Zwijnsweg 24-1 - Ens
Opdrachtgever:
BJZ.NU Dokter van Deenweg 13 8025 BP Zwolle Locatie:
Zwijnsweg 24-1 8307 PV Ens Projectcode: 19006810 Rapportagedatum: 17 mei 2019 Auteur: ing. H. Stevelink Kruse Milieu BV
INHOUD Pagina 1
Inleiding
1
2.1 2.2 2.3
Locatiegegevens Beschrijving huidige situatie Vooronderzoek Bodemsamenstelling en geohydrologie
2 2 2 3
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
Uitvoering bodemonderzoek Onderzoeksstrategie Veldwerkzaamheden Analyses Toetsing chemische analyses Toetsing asbestanalyses
4 4 5 6 7 8
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6
Resultaten Algemeen Veldwerkzaamheden Resultaten en toetsing van de chemische analyses Bespreking resultaten chemische analyses Resultaten van de asbestanalyses Bespreking resultaten asbestanalyses
9 9 9 11 11 12 12
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5
Nader asbestonderzoek Onderzoeksstrategie Asbestanalyses Veldwerkzaamheden nader asbestonderzoek Resultaten asbestanalyse nader asbestonderzoek Bespreking asbestanalyses nader asbestonderzoek
13 13 13 13 14 14
6
Samenvatting, conclusies en aanbevelingen
15
7
Literatuur en bronvermelding
17
2
3
4
5
Bijlagen I Regionale ligging locatie Schets toekomstige situatie Situatieschets met weergave boorlocaties verkennend en nader bodemonderzoek II Boorstaten Legenda boorstaten III Resultaten chemische analyses Toetsing chemische analyses IV Resultaten asbestanalyses V Verklaring van enkele gebruikte termen en afkortingen
Kruse Milieu BV
Project: 19006810
1
Inleiding
Dit rapport beschrijft het verkennend bodemonderzoek, dat in opdracht van BJZ.NU op het terrein aan de Zwijnsweg 24-1 in Ens door Kruse Milieu BV is uitgevoerd. De aanleiding van dit onderzoek is de bestemmingsplanwijziging en de geplande nieuwbouw van twee woningen. Het bodemonderzoek is noodzakelijk in het kader van de bestemmings planwijziging en de aanvraag van de omgevingsvergunning. Derhalve dient de milieukundige kwaliteit van de bodem bekend te zijn. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een standaard vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN 5725. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat de locatie grotendeels als onverdacht kan worden beschouwd. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is tevens gebleken dat op de locatie een bovengrondse dieseltank heeft gestaan en dat er een asbestverdachte druppelzone aanwezig is. Deze locaties worden als verdachte deellocaties beschouwd. Het overige deel van de locatie kan als onverdacht worden beschouwd.
De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN 5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” - de aanvulling NEN 5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016; - NEN 5707+C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017; De doelstelling van het onderzoek op het onverdachte deel van de locatie is aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater. De doelstelling van het onderzoek op de verdachte deellocaties is vast te stellen of de vooronderstelde verontreinigingskernen ook daadwerkelijk op de vermoede plaatsen aanwezig zijn en in hoeverre de verontreinigende stoffen in de grond en het freatisch grondwater respectievelijk de achtergrondwaarden en de streefwaarden overschrijden. Het veldwerk is uitgevoerd in maart en mei 2019 conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001,2002 en 2018, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Hierbij wordt verklaard dat Kruse Milieu BV financieel en juridisch onafhankelijk is van de opdrachtgever.
In dit rapport worden de resultaten besproken van het veld- en het laboratoriumonderzoek. De gemeten gehalten in de grond worden vergeleken met de achtergrondwaarden (AW 2000) en de interventiewaarden om vast te stellen of er al dan niet verontreinigingen aanwezig zijn. De in het grondwater gemeten gehalten worden vergeleken met de streef- en interventiewaarden. Tevens worden de resultaten met betrekking tot asbest vergeleken met de wetgeving inzake asbest in bodem en puin, welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen.
Kruse Milieu BV
Project: 19006810
Pagina 1 van 17
2
Locatiegegevens 2.1
Beschrijving huidige situatie
Algemeen
De onderzoekslocatie is gelegen aan de Zwijnsweg 24-1 in Ens. Het te onderzoeken terrein heeft de RD-coördinaten x = 186.914 en y = 517.246 en is kadastraal bekend als gemeente Noordoostpolder, sectie C, nummer 1220. De Zwijnsweg is ten oosten van de onderzoekslocatie gelegen Bebouwing en verharding
Op het terrein staan 3 schuren en een woning. De schuren worden gesloopt en er zijn plannen om twee woningen en een werkschuur te bouwen. De onderzoekslocatie betreft het gehele kadastrale perceel. Het erf is gedeeltelijk verhard met beton en klinkers. Het overige deel van het terrein is in gebruik als tuin en gazon. Onderzoekslocatie
Er zijn plannen om 3 schuren te slopen en 2 nieuwe woningen en een werkschuur te bouwen. De meest zuidelijk gelegen schuur was in gebruik als wagenberging en in de noordelijke schuur zat een witlofkwekerij, die was voorzien van een koeling. Daartussen staat een garage. De oude boerderij wordt omgebouwd tot woonhuis met B&B. Aan de noordzijde van de meest noordelijk gelegen schuur heeft een bovengrondse dieseltank gestaan. De locatie van de voormalige bovengrondse dieseltank wordt als verdachte deellocatie beschouwd. Het dak van de meest zuidelijk gelegen schuur bestaat uit asbest. Er is sprake van een druppelzone wanneer hemelwater via asbestverdachte dakplaten afwatert op onverhard terrein. De druppelzone bevindt zich aan de oostzijde van de schuur (zie boorplan). De druppelzone wordt als een verdachte deellocatie beschouwd. In het kader van de bestemmingsplanwijziging en de aanvraag van de omgevingsvergunning dient onderzoek te worden uitgevoerd naar de bodemkwaliteit op het te bebouwen terreindeel en ter plaatse van de verdachte deellocaties op het erf. De onderzoekslocatie is gedeeltelijk bebouwd en gedeeltelijk verhard (beton en klinkers). De onderzoekslocatie omvat circa 4480 m2. In bijlage I is de regionale ligging van de locatie weergegeven en een schets met de toekomstige situatie en de boorlocaties opgenomen. 2.2
Vooronderzoek
Het vroegere gebruik van het terrein is van belang, omdat bronnen van verontreiniging aanwezig geweest kunnen zijn. Er is navraag gedaan bij de opdrachtgever (de heer R. Pielman van BJZ.NU) en bij de eigenaar (de heer B. Hekkenberg) en bij de gemeente Noordoostpolder. De volgende informatie is verzameld: - De onderzoekslocatie heeft al jaren de huidige (agrarische) bestemming. Door de eigenaar is aangegeven dat de boerderij sinds 8 november 2000 niet meer als zodanig in gebruik is. De schuren worden momenteel als “huis en tuin” opslag gebruikt. - De eigenaar heeft een bewijs van het terugzuigen en afkoppelen van de voormalige koelinstallatie in de meest noordelijk gelegen schuur. - Voor zover bekend is er op de onderzoekslocatie sprake geweest van één bovengrondse dieseltank. De dieseltank stond ten noordwesten van de meest noordelijk gelegen schuur met een inhoud van 1200 liter. Kruse Milieu BV
Project: 19006810
Pagina 2 van 17
- Het te onderzoeken terrein is voor zover bekend nooit gebruikt voor werkzaamheden of (bedrijfs)activiteiten, die verontreinigend kunnen zijn. - Voor zover bekend is het te onderzoeken terreindeel in het verleden niet opgehoogd en hebben er geen dempingen van lager gelegen delen of sloten plaatsgevonden. - Er bevindt zich een asbesthoudend dak op de meest zuidelijk gelegen schuur met één asbestverdachte druppelzone op de onderzoekslocatie. Hierdoor bevindt zich mogelijk asbest op of in de bodem op de onderzoekslocatie. Het dak van de meest noordelijk gelegen schuur bestaat uit metalen dakplaten. Verder zijn er geen asbesthoudende beschoeiingen of sloopafval direct naast of op de onderzoekslocatie. Tevens is de locatie niet gelegen aan een asbestweg. De locatie is niet aangemeld voor de 2e of 3e fase van de saneringsregeling asbestwegen. - Er is nog niet eerder een bodemonderzoek uitgevoerd op het terrein. 2.3
Bodemsamenstelling en geohydrologie
Op basis van literatuurstudie is de onderstaande regionale geohydrologische situatie afgeleid: Bodemopbouw De bodem van de Noordoostpolder bestaat voornamelijk uit zware zeekleigronden en zavel. Plaatselijk komen veenlagen voor. De Holocene deklaag vormt de bovenste beschermende laag voor het eerste watervoerende pakket. Het eerste watervoerend pakket wordt gevormd door de Formaties van Kreftenheye, Twente en Eem. Het tweede watervoerend pakket onder de scheidende laag wordt gevormd door de formaties van Urk, Enschede en Harderwijk. Tabel 1 vat het bovenstaande kort samen. Tabel 1. Weergave bodemopbouw van tot (m ten opzichte van (m ten opzichte van NAP) NAP) + 1 -5 -5 - 10 - 10 - 190 - 190
245
lithologie
formatie
klei veen grof zand
Naaldwijk Nieuwkoop Boxtel, Kreftenheye, Urk, Appelscha, Peize Maassluis
leem en zandlagen
Geohydrologie In de Noordoostpolder komen met name de grondwatertrappen IV, VI en VII voor. De gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) ligt over het algemeen tussen 40 en 80 cm onder maaiveld. De gemiddeld laagste grondwaterstand ligt 80 cm of meer onder maaiveld. De stijghoogtes variëren van NAP - 3 m in het noorden tot NAP - 5 m in het zuidwesten van de Noordoostpolder. Ongeveer de helft van de Noordoostpolder is een kwelgebied. Kwel komt met name voor ten westen van Emmeloord en aan de oostrand van de polder. De grondwaterstromingsrichting op de onderzoekslocatie is zuidoostelijk.
Kruse Milieu BV
Project: 19006810
Pagina 3 van 17
Uitvoering bodemonderzoek
3 3.1
Onderzoeksstrategie
De onderzoeksopzet gaat uit van - NEN 5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” - de aanvulling NEN 5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016; - NEN 5707+C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017 - de aanvulling NEN 5707/C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, november 2018; Op basis van de beschikbare informatie omtrent het historisch en huidig gebruik van de locatie, kan het grootste deel van de onderzoekslocatie als niet verdacht worden beschouwd. Er zijn twee verdachte deellocaties aan te wijzen: de (voormalige) bovengrondse dieseltank en de druppelzone. De hypothese "onverdachte locatie" uit NEN 5740 wordt voor het onverdachte deel van de locatie gebruikt. Deze hypothese gaat ervan uit dat op een locatie geen of slechts licht verhoogde gehalten worden gemeten. De locatie van de voormalige bovengrondse dieseltank wordt beschouwd als verdacht ten aanzien van de aanwezigheid van minerale olie in de grond en van minerale olie en BTEXN in het grondwater.
De hypothese “verdachte locatie” uit NEN 5740 wordt voor deze deellocatie gebruikt. De onderzoeksstrategie op deze deellocatie is gebaseerd op de NEN 5740, paragraaf 5.3: Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP). De druppelzone wordt beschouwd als verdacht ten aanzien van de aanwezigheid van asbest. De hypothese “verdachte locatie" uit NEN 5707 wordt voor de druppelzones gebruikt. De onderzoeksstrategie op deze deellocatie is gebaseerd op de NEN 5707, paragraaf 6.4.4: verdachte locatie met plaatselijke bodembelasting met duidelijke verontreinigingskern (VEP). In de normen NEN 5740 en NEN 5707 zijn voor niet verdachte en verdachte locaties richtlijnen gegeven voor een systematisch veldonderzoek, de bemonsteringsstrategie en de uit te voeren analyses. De gekozen onderzoeksstrategie is voldoende intensief voor het verkrijgen van inzicht in de bodemkwaliteit ten behoeve van de omgevingsvergunning, bestemmingsplanwijziging of eigendomsoverdracht. Bij het verkennend bodemonderzoek worden de volgende uitgangspunten in acht genomen: - in door mensen bewoonde gebieden kunnen door jarenlang gebruik van de grond verhoogde gehalten aan PAK en/of zware metalen voorkomen. Deze worden over het algemeen aangeduid als lokale achtergrondwaarden.
Deze gehalten zijn vaak gerelateerd aan het voorkomen van puin- en/of kooldeeltjes in de bodem - in humeuze of veenhoudende bodems worden regelmatig verhoogde gehalten minerale olie waargenomen. Deze gehalten worden veroorzaakt door humuszuren en overig organisch materiaal, dat van nature aanwezig is en door een florisilbehandeling niet geheel wordt verwijderd. Tijdens chemische analyses worden deze verbindingen gedetecteerd als de zware fractie van minerale olie (C27 tot C40). Bij veenbodems betreft het gehalten van 50 tot 100 mg/kg droge stof; bij humeuze bodemlagen gaat het om bijdrages van 10 tot 50 mg/kg droge stof. Deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden
Kruse Milieu BV
Project: 19006810
Pagina 4 van 17
- in het grondwater kunnen van nature verhoogde gehalten aan zware metalen en fenolen voorkomen. Deze worden doorgaans aangeduid als natuurlijke achtergrondwaarden. Een voorbeeld wordt gevormd door (sterk) verhoogde arseengehalten in gebieden, die zeer ijzerrijk zijn. Door kwel kunnen bij hoge grondwaterstanden eveneens verhoogde gehalten aan arseen in de grond ontstaan. Ook deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden.
Bij percentages bodemvreemd materiaal van meer dan 500Zo is er geen sprake van bodem. Eventuele funderingslagen (asfalt- en puingranulaat) vallen buiten de scope van dit onderzoek. Het opgeboorde materiaal wordt wel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. In geval er sprake is van meer dan 500Zo bodemvreemd materiaal/puin is norm NEN 5897 van toepassing, “Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat” NNI Delft, augustus 2015. Indien tijdens het veldwerk blijkt dat de bodem puinhoudend is, worden de boringen tot een halve meter diepte conform NEN 5707 vervangen door inspectiegaten ten behoeve van onderzoek op asbest. 3.2
Veldwerkzaamheden
Het onderzoek is uitgevoerd volgens de onderzoeksstrategie uit NEN 5740 en NEN 5707. Bij de boringen en monsternemingen is gewerkt volgens de geldende NEN- en NPR-voorschriften, alsmede conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001,2002 en 2018, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Onverdacht terrein
Op de onderzoekslocatie met een oppervlakte van circa 4480 m2 worden in totaal 15 boringen verricht (gecodeerd als 1 tot en met 15), waarvan 11 tot 0.5 meter en 4 tot 2.0 meter diepte of tot de grondwaterspiegel. Er wordt 1 boring overeenkomstig NEN 5766 afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het meten van het grondwaterpeil en het nemen van grondwatermonsters (peilbuis 1). A - voormalige bovengrondse dieseltank
Ter plaatse van de voormalige bovengrondse dieseltank worden 3 boringen verricht tot 1.0 meter minus maaiveld (A1 t/m A3). Voor het meten van het grondwaterpeil en het nemen van grondwatermonsters wordt één boring overeenkomstig NEN 5766 verdiept en afgewerkt tot peilbuis (A1). B - druppelzone
Ter plaatse van de druppelzone van de meest zuidelijk gelegen schuur worden in totaal 3 gaten gegraven aan de oostzijde (B1 t/m B3). De gaten worden gegraven in de toplaag met een lengte en breedte van minimaal 0.3 meter. Het opgegraven materiaal wordt uitgezeefd over 20 mm en visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbest. De gaten worden handmatig met een schop gegraven. Van elk inspectiegat en iedere boring wordt de samenstelling van de bodem beschreven volgens NEN 5104. Het opgeboorde materiaal wordt tevens beoordeeld door zintuiglijke waarneming op verontreinigingskenmerken zoals afwijkende geur en/of kleur.
Kruse Milieu BV
Project: 19006810
Pagina 5 van 17
3.3
Analyses
De chemische analyses worden uitgevoerd door Eurofins Analytico BV te Barneveld, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor analyses conform de AS3000-protocollen. De asbestmonsters worden onderzocht door Eurofins ACMAA Testing, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor vezelonderzoek. Voor het uitvoeren van deze analyses worden in een verkennend onderzoek van deze omvang 5 (meng)monsters samengesteld (waarvan 1 mengmonster van de fijne fractie) en er wordt 2 grondwatermonster genomen. De samenstelling van de mengmonsters vindt plaats op basis van de zintuiglijke waarnemingen, de bodemopbouw en/of posities van de boringen. De samenstelling van de mengmonsters staat vermeld in paragraaf 4.2 in tabel 3. De monsters worden volgens de voorschriften uit NEN 5740 onderzocht. In tabel 2 is weergegeven welke chemische analyses worden uitgevoerd. abel 2: Analysepakket per (meng)monster Monster
Analysepakket Onverdachte terrein
Bovengrond (2x) Ondergrond (1x)
Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, PCB, PAK (10), organisch stof, lutum en droge stof
Grondwater (1x)
Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, styreen en gechloreerde koolwaterstoffen (oplosmiddelen standaardpakket), zuurgraad (pH), elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting A - voormalige dieselolietank
Bovengrond (1x) Grondwater (1x)
Minerale olie, organische stof en droge stof Minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, zuurgraad (pH), elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting B - druppelzone
Bovengrond (1x)
Asbest en droge stof
Algemene opmerkingen
- Op de grondmengmonsters wordt standaard een florisilbehandeling uitgevoerd om verstoring van de analyse op minerale olie door natuurlijke humuszuren tegen te gaan. - De zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting, van het grondwater worden in het veld gemeten. Filtratie van het grondwater voor de metalenanalyse vindt eveneens in het veld plaats.
Kruse Milieu BV
Project: 19006810
Pagina 6 van 17
3.4
Toetsing chemische analyses
De resultaten van de chemische analyses uit het bodemonderzoek worden beoordeeld aan de hand van de gecorrigeerde achtergrond-, streef- en interventiewaarden voor verontreinigingen in de bodem uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en tabel 1 van bijlage B, Regeling bodemkwaliteit van het ministerie van I&M. De achtergrondwaarden voor grond zijn vastgelegd in de Regeling bodemkwaliteit (Staatsblad, 22 november 2012). De interventiewaarden voor grond en grondwater zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering. De toetsing aan de eisen in de Wet Bodembescherming en de Circulaire Bodemsanering is beoogd om te beoordelen of er sprake is van een ernstig gevaar voor de volksgezondheid en/of het milieu. Hierbij worden de volgende waarden onderscheiden: achtergrondwaarde (AW) voor grond: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van de grond; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; streefwaarde (S) voor grondwater: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van het grondwater; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; interventiewaarde bodem (I): het niveau waarbij de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, plant of dier ernstig verminderd zijn of ernstig bedreigd worden; bij overschrijding wordt gesproken van een sterke verontreiniging.
tussenwaarde (T): Gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde, dus (A+0/2 (grond) of (S+0/2 (grondwater). Wanneer bij een verkennend onderzoek een component met concentratie boven deze waarde wordt gevonden is in principe een nader onderzoek nodig. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden. Het toetsingsresultaat is overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I. *** concentratie groter dan I. Een locatie wordt als verontreinigd beschouwd als de GSSD groter is dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. Voor een aantal stoffen kan de rapportagegrens bepalend zijn voor de achtergrondwaarde of streefwaarde.
De locatie wordt niet verontreinigd verklaard als geen van de onderzochte stoffen in de bodem aanwezig is met een concentratie hoger dan de achtergrondwaarde of streefwaarde.
Kruse Milieu BV
Project: 19006810
Pagina 7 van 17
3.5
Toetsing asbestanalyses
De resultaten van de asbestanalyses worden getoetst aan de wetgeving inzake asbest in bodem en puin welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen. De restconcentratienorm beschrijft de concentratie asbest, waaronder hergebruik nog is toegestaan. De interventiewaarde beschrijft de concentratie asbest in bodem, waarboven in principe gesaneerd dient te worden. Voor asbest is de restconcentratienorm gelijk aan de interventiewaarde en deze waarde bedraagt 100 mg/kg gewogen asbest. De gewogen concentratie asbest is gelijk aan de concentratie serpentijnasbest, vermeerderd met 10 maal de concentratie amfiboolasbest. Voor puinverhardingen dient de asbestconcentratie te worden getoetst aan de normen uit het Besluit Asbestwegen Wet Milieugevaarlijke Stoffen (WMS). Hierin wordt tevens een restconcentratie van 100 mg/kg gewogen asbest genoemd. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Indien overschrijding van de restconcentratienorm plaatsvindt, dan dienen werkzaamheden met de betreffende bodem/puinverharding plaats te vinden onder asbestcondities.
Bij asbestconcentraties lager dan de restconcentratienorm zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk bij be- en verwerking van de grond of puinverharding.
Kruse Milieu BV
Project: 19006810
Pagina 8 van 17
4
Resultaten 4.1
Algemeen
In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de veldwerkzaamheden en de analyseresultaten. De uitgevoerde veldwerkzaamheden en waarnemingen, de samenstelling van de mengmonsters en de grondwatergegevens worden beschreven in paragraaf 4.2. De resultaten van de chemische analyses en de asbestanalyses worden weergegeven in paragraaf 4.3. en in paragraaf 4.4. worden de resultaten besproken. 4.2
Veldwerkzaamheden
De veldwerkzaamheden zijn in maart 2019 uitgevoerd door de heren J. Hartman en R. Veltmaat, beide veldwerkers conform BRL SIKB 2000 gecertificeerd en erkend (certificaatnummer K44441/07), en de heer B. Dierink. Op 13 maart 2019 zijn ter plaatse van de onderzoekslocatie in totaal 15 boringen tot 0.5 m-mv verricht met behulp van een Edelmanboor, waarvan er 4 zijn doorgezet tot 2.0 m-mv of tot het grondwaterniveau. Ten behoeve van het grondwateronderzoek is één diepe boring doorgezet in de diepere ondergrond (3.1 m-mv) en afgewerkt tot een peilbuis (peilbuis 1). Ter plaatse van de bovengrondse dieseltank (deellocatie A) zijn op 13 maart 2019 3 boringen verricht met een edelmanboor tot circa 1.0 m-mv (boringen A1, A2 en A3). Boring A1 is doorgezet tot 2.6 m-mv en afgewerkt als peilbuis ten behoeve van het grondwateronderzoek ter plaatse van de dieseltank. Vervolgens is de peilbuis doorgepompt. Er is ter plekke van de voormalige dieseltank zintuiglijk geen minerale olie waargenomen in de grond of in het grondwater (geen oliegeur, geen olie/water-reactie). Ter plaatse van de druppelzone (deellocatie B) zijn op 13 maart 2019 3 inspectiegaten (B1, B2 en B3) tot 1.0 m-mv gegraven. De situering van de monsterpunten is weergegeven op de situatieschets van bijlage I.
Tijdens de boorwerkzaamheden is de bodemopbouw beschreven en is de grond zintuiglijk beoordeeld op eventuele aanwezigheid van verontreinigingen. De boorbeschrijvingen zijn weergegeven in bijlage II. Opgemerkt dient te worden dat het maaiveld, vanwege de aanwezigheid van gras, planten, bomen en struiken, niet goed geïnspecteerd kon worden. Er is sprake van een indicatieve maaiveldinspectie. De weersomstandigheden tijdens de inspectie waren redelijk (goed zicht, veel neerslag). De bodemopbouw ter plaatse van de onderzoekslocatie is globaal als volgt: tot 0.5 meter min maaiveld (m-mv) is matig zandig, zwak humeus, grijs tot bruin klei aangetroffen. Onder de klinkers wordt eerst circa 15 cm puingranulaat met daaronder circa 25 cm matig fijn zand aangetroffen. Tot einde boordiepte wordt matig tot uiterst siltig, grijze klei aangetroffen. In de bovengrond zijn bijmengingen met schelpen en wortels aangetroffen. In de boven- en ondergrond zijn roesthoudende lagen aangetroffen. Er zijn geen bodemvreemde materialen waargenomen, die zouden kunnen duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. Door de veldwerker zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld of in de bodem. Op basis van de zintuiglijke waarnemingen, bodemsamenstelling en/of geografische positie van de boringen zijn de mengmonsters samengesteld, zoals in tabel 3 staat omschreven.
Kruse Milieu BV
Project: 19006810
Pagina 9 van 17
Tabel 3: Samenstelling mengmonsters. (Meng)monster
Boringnummer
Traject (diepte in m -mv)
Analyse
BG I
2, 9, 10 en 11 12 14
0 - 0.5 0 - 0.3 0.22 - 0.6
Standaard pakket
BG II
3, 4, 6, 7 en 8 5
0 - 0.5 0.13 - 0.6
Standaard pakket
OG
1 1 2 2 3 3 4 4
0.5 - 1.0 1.1 - 1.6 0.5 - 1.5 1.2 - 1.5 0.8 - 1.1 1.1 - 1.5 0.7 - 1.2 1.3 - 1.5
Standaard pakket
A - voormalige dieseltank A - BG
A1, A2 en A3
0 - 0.5
Minerale olie
0 - 0.1
Asbest
B - druppelzone MM FF
Gat B1 t/m B3
Boring 1 en A1 zijn doorgezet tot circa 3.1 en 2.6 m-mv. Wanneer het grondwater werd bereikt, werd een zuigerboor gebruikt om een PVC-peilbuis te kunnen plaatsen. Een peilbuis bestaat uit een filter met een lengte van 1.0 meter, gekoppeld aan een blinde stijgbuis. Ter hoogte van het filter, met een diameter van 28 x 32 mm, is filtergrind in het boorgat gestort. Rondom het filter is een filterkous aangebracht. Er is bentoniet in het boorgat gestort om directe indringing van hemelwater in het filter tegen te gaan. De rest van het boorgaten zijn opgevuld met het oorspronkelijke bodemmateriaal. Vervolgens zijn de peilbuizen doorgepompt. Op 27 maart 2019 zijn de peilbuizen bemonsterd. Het voorpompen en bemonsteren heeft conform NEN 5744 plaatsgevonden met een laag debiet (tussen 100 en 500 ml/min). Er is op toegezien dat de grondwaterstand tijdens het voorpompen niet meer dan 50 cm is gedaald en dat er is bemonsterd met hetzelfde (of lager) debiet) als waarmee is voorgepompt. De grondwatergegevens staan weergegeven in tabel 4. abel 4: Weergave gegevens grondwater. EC (gS/cm)
Troebelheid (NTU)
Toestroming
1
2.1 - 3.1
1.40
7.9
1310
41
Goed
1.40
7.9
1310
341
Goed
A1
co
pH (-)
1
Grondwaterstand (m-mv)
c\i
Filterstelling (m-mv)
co
Peilbuis
De waarden voor de pH en EC worden als licht verhoogd beschouwd. In het grondwatermonster is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (ä10 NTU). De peilbuis heeft voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Ook is de peilbuis zorgvuldig en met een voldoende laag debiet afgepompt waardoor aangenomen wordt dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming, en dat de gemeten waarde voor troebelheid een natuurlijke oorzaak heeft (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Zwevende delen kunnen leiden tot verhoogde meetwaarden in het grondwater als gevolg van matrixstoringen bij de analyse en ab- en adsorptie organische verbindingen en zware metalen aan deze zwevende delen. Kruse Milieu BV
Project: 19006810
Pagina 10 van 17
4.3
Resultaten en toetsing van de chemische analyses
In algemene zin dient opgemerkt te worden dat indien de analyses van de grondmonsters zijn uitgevoerd op mengmonsters, dit kan betekenen dat de gehaltes hoger kunnen zijn in de individuele monsters. De analyseresultaten en de toetsingstabellen zijn weergegeven in bijlage III. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden. In het grondwater van peilbuis 1 en in de bovengrond (BG I en BG II) zijn enkele van de onderzochte stoffen in verhoogde concentraties ten opzichte van de betreffende streefwaarde en/of achtergrondwaarde aangetoond. Deze zijn weergegeven in tabel 5. In het grondwatermonster (peilbuis A1) en de ondergrond zijn geen verhoogde concentraties ten opzichte van de achtergrondwaarden gemeten van de onderzochte stoffen. abel 5: Verhoogde concentraties (mg/kg droge stof of pg/l). Monster
Component
Gemeten concentratie
GSSD
Achtergrondwaarde1 of Streefwaarde
Interventie waarde
BG I
Lood Zink PCB
51 120 0.0071
65.88 * 181.7 * 0.0215 *
50 140 0.02
530 720 1
BG II
Zink
100
144.9 *
140
720
Peilbuis 1
Barium
160
160 *
50
625
1 AW2000
In de vierde kolom van tabel 5 wordt het toetsingsresultaat overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I; *** concentratie groter dan I. 4.4
Bespreking resultaten chemische analyses
Zoals in de vorige paragraaf is weergegeven, zijn er enkele verontreinigingen aangetoond. In deze paragraaf worden mogelijke verklaringen gegeven voor de analyseresultaten. Bovengrond - Lood, zink en PCB
Zoals reeds beschreven in paragraaf 3.1, zijn verontreinigingen in de grond met metalen niet ongebruikelijk op locaties, waar al tientallen jaren sprake is geweest van bebouwing (en bewoning). Het zeer licht verhoogde PCB gehalte is op basis van de beschikbare gegevens niet direct verklaarbaar. De zeer licht verhoogde lood- en zinkgehalten in de bovengrond is mogelijk te wijten aan een plaatselijk (natuurlijk) verhoogde achtergrondwaarde. In de boven- en ondergrond zijn roesthoudende lagen waargenomen, wat duidt op de natuurlijke aanwezigheid van metalen in de bodem. Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, is het uitvoeren van een nader onderzoek niet noodzakelijk.
Kruse Milieu BV
Project: 19006810
Pagina 11 van 17
Grondwater - Barium
Het licht verhoogde bariumgehalte in het grondwater is mogelijk te wijten aan een plaatselijk (natuurlijk) verhoogde achtergrondwaarde. In de boven- en ondergrond zijn roesthoudende lagen waargenomen, wat duidt op de natuurlijke aanwezigheid van metalen in de bodem. Aangezien de tussenwaarde niet wordt overschreden, wordt het uitvoeren van nader onderzoek niet noodzakelijk geacht. 4.5
Resultaten van de asbestanalyses
In bijlage IV zijn de analyserapporten en de concentratieberekening van het asbestonderzoek opgenomen. In het mengmonster uit de gaten B1 t/m B3 is asbest aangetoond. Het gewogen asbestgehalte is in tabel 6 weergegeven. Tabel 6: Gewogen asbestconcentratie (mg/kg droge stof).________________________________ Inspectiegat Gat B1, B2 en B3