3.1 Bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Leemringweg 22 te Kraggenburg' .pdf
Tekst van het document
Motivatie
Analyseresultaten
Mp. 25 t/m 27
Diepte (m-mv) 0,0 – 0,5
Bovengrond
-
Indicatieve toetsing RBk -
Mp. 1
0,5 – 2,0
Ondergrond
Minerale olie
-
Mp. 3, 9, 11 en 24 Mp. 6, 8, 10 en 12 Mp. 7, 14, 22 en 23 Mp. 16 t/m 19
0,0 – 0,5
Bovengrond
-
0,0 – 0,5
Bovengrond
-
0,0 – 0,5
Bovengrond
-
0,0 – 0,5
Bovengrond
-
Landbouw / natuur Landbouw / natuur Landbouw / natuur Landbouw / natuur
Deellocatie
Grondmonster
A, voormalige bovengrondse tank B, voormalige ondergrondse tank C, overig terrein
Uit tabel 4.3 blijkt dat in het geanalyseerde monster van de ondergrond (mp. 1) ter plaatse van deellocatie B het minerale olie gehalte de achtergrondwaarde overschrijdt. Verkennend bodem- en asbestonderzoek Leemringweg 22 te Kraggenburg (kenmerk: 200318)
Pagina 16 van 23
Verder zijn er in de grondmonsters geen gehalten aan de onderzochte parameters gemeten boven de achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen. Gelet op de aard en concentratie van de aangetoonde verhoging in relatie tot de onderzoeksdoelstelling, achten wij een nader grondonderzoek niet van meerwaarde. Indicatieve toetsing RBk: De bovengrondmonsters van deellocatie C zijn indicatief getoetst aan RBk (zie tabel 4.3). De toetsing is indicatief omdat het onderzoek niet is uitgevoerd als partijkeuring conform Besluit bodemkwaliteit. Opgemerkt wordt dat er geen analyses op PFAS zijn uitgevoerd, hetgeen mogelijk noodzakelijk is indien de grond wordt afgevoerd van de locatie.
4.5
Milieuhygiënische kwaliteit grondwater
In tabel 4.4 zijn de geanalyseerde grondwatermonsters met toetsing conform tabel 4.2 weergegeven. Tabel 4.4 Geanalyseerde grondwatermonsters met toetsing
GrondwaterDeellocatie monster B Pb. 1
Filterstelling Motivatie (m-mv) 1,0 – 2,0 Grondwater
C
1,0 – 2,0
Pb. 2
Grondwater
Gehalte in µg/l en toetsing Zink en naftaleen Barium
Uit tabel 4.4 blijkt dat in het geanalyseerde grondwatermonster van peilbuis 1 (deellocaties B) de gehalten zink en naftaleen de streefwaarden overschrijden. In het geanalyseerde grondwatermonster van peilbuis 2 (deellocatie C) overschrijdt het barium gehalte de streefwaarde. Dit gehalte is waarschijnlijk een gevolg van (fluctuerende) van nature verhoogde achtergrondconcentraties, die vaker voorkomen in de regio. Verder zijn er in de grondwatermonsters geen gehalten aan de onderzochte parameters gemeten boven de streefwaarden en/of detectiegrenzen.
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Leemringweg 22 te Kraggenburg (kenmerk: 200318)
Pagina 17 van 23
5. VELDWERKZAAMHEDEN ASBESTONDERZOEK In dit hoofdstuk is de uitvoering van de veldwerkzaamheden beschreven van het asbestonderzoek, met eventuele afwijkingen op de veldwerkzaamheden en/of onderzoeksstrategie.
5.1
Uitvoering werkzaamheden (visuele inspectie maaiveld en bodem)
5.2
Visuele inspectie maaiveld
5.3
Resultaten veldwerkzaamheden
De uitvoering van het veldwerk heeft plaatsgevonden op 10 maart 2020.
Omdat het terrein grotendeels is voorzien van vegetatie en de toplaag niet zondermeer kan worden onderzocht op het voorkomen van asbestverdacht materiaal, is besloten om de maaiveldinspectie buiten de scope van het onderzoek te laten.
Gezien de aanwezige dichte vegetatie ter plaatse van de druppelzone is het uitvoeren van de maaiveldinspectie conform de norm niet mogelijk. Wel is bij de visuele inspectie ter plaatse zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal in de begroeiing met gras aangetroffen. De resultaten van de uitgevoerde inspectie wijken niet af van de onderzoekshypothese. De hypothese is dan ook niet aangepast.
5.4
Visuele inspectie en monsterneming diepere bodemlaag
Met behulp van een schep zijn ter plaatse van de druppelzones twee inspectieputten gegraven (nrs. IP1 en IP2), tot de ongeroerde ondergrond. Voor de diepere ondergrond is een edelmanboor met een diameter van 12 cm gebruikt. De bemonstering ter plaatse van toplaag is uitgevoerd conform paragraaf 7.4 “Milieuhygiënisch saneringscriterium” uit de NEN 5707:2015. Van de verdachte toplaag zijn 20 grepen van ten minste 0,5 kg. bemonsterd tot ca. 0,1 m-mv. Van de toplaag is één mengmonster samengesteld van minimaal 10 kg ds. Gelet op het feit dat de laag verdacht is voor vezels is het materiaal voorafgaand aan monstername niet gezeefd c.q. uitgeharkt. De monstervoorbehandeling en monstername heeft plaatsgevonden volgens hoofdstuk 9 “Monstervoorbehandeling op locatie”, uit de NEN 5707:2015.
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Leemringweg 22 te Kraggenburg (kenmerk: 200318)
Pagina 18 van 23
De afmetingen van de inspectieputjes en de waarnemingen die zijn gedaan tijdens de monstervoorbehandeling zijn in tabel 5.2 beschreven: Tabel 5.2 Inspectieputjes en waarnemingen
Inspectieput
Afmeting (l x b x d) in m
IP1
0,30 x 0,32 x 0,50 0,0 – 0,5 0,5 – 1,0 0,31 x 0,32x 0,50 0,0 – 0,5 0,5 – 1,0
IP2
Diepte
Inpectie- Hoeveelheid efficientie stukjes en gewicht 100% n.w. 100% n.w. 100% n.w. 100% n.w.
Soort
Overige bijmengingen (massa %)
NVT NVT NVT NVT
Geen Geen Geen Geen
n.w. = geen asbestverdacht materiaal waargenomen tijdens veldwerkzaamheden
Uit tabel 5.3 blijkt dat er ter plaatse van IP1 en IP2 (druppelzone) geen asbestverdachte waarnemingen zijn gedaan.
5.5
Afwijkingen onderzoeksopzet
Tijdens de werkzaamheden hebben er geen afwijkingen plaats gevonden met betrekking tot de gehanteerde onderzoeksopzet en protocol.
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Leemringweg 22 te Kraggenburg (kenmerk: 200318)
Pagina 19 van 23
6. ANALYSERESULTATEN EN BESPREKING (ASBESTONDERZOEK) De monsters zijn ter analyse aangeboden aan het laboratorium voor vezelonderzoek ACMAA Laboratoria BV te Deurningen.
6.1
Analysemonsters
In tabel 6.1 zijn de geanalyseerd grond- en materiaalverzamelmonsters weergegeven. Tabel 6.1 Analysemonsters asbest
Terreindeel Druppelzone dak
Monster Toplaag
Diepte (m-mv) 0,0 – 0,10
Fractie
Hoeveelheid*
Analyse
< 20 mm
8,8 kg.
NEN5898
*droog gewicht De hoeveelheid droge stof van het asbestmonster bedraag 8,8 kg. en voldoet hiermee niet aan de minimale monsterhoeveelheid van 10 kg. droge stof. In het veld is een monster samengesteld van 15,2 kg. veldnatgewicht. Er zijn derhalve 20 grepen van 760 gram veldnacht gewicht bemonsterd. Doordat het monster erg vochtig en mogelijk sterk humeus is, is het droge stof gehalte relatief laag uitgevallen. Doordat in het veld echter in ruime mate monstermateriaal is verzameld is ons inziens wel een kwalitatief goed monster verkregen. Het tekort aan droog gewicht in het asbestmonster wordt dan ook niet van invloed geacht op de kwaliteit van het onderzoek.
6.2
Analysemethoden en monsterbehandeling
6.2.1 Analyse asbest in bodem (volgens NEN 5898)
De in het veld samengestelde grondmonsters zijn in emmers verpakt en aan het laboratorium aangeboden. De monsters zijn minimaal 24 uur in een stoof van 105°C gedroogd. Na het drogen is het percentage droge stof berekend en zijn de monsters gezeefd. Het zeven is gebeurd in een speciale zeefkast met afzuiging om geen asbestvezels in de ruimte te krijgen. In de zeefkast staan zeven met de volgende maaswijdtes onder elkaar opgesteld; bovenaan 20 mm, gevolgd door 8 mm, 4 mm, 2 mm, 1 mm, 0,5 mm. Geheel onderop is een opvangbak geplaatst voor het fijne materiaal (<0,5 mm). Na het zeven zijn de zeeffracties (al het materiaal dat op de zeef blijft liggen) > 20 mm, > 8 mm en > 4 mm volledig visueel afgezocht. Asbestverdachte materialen zijn (indien aanwezig) eruit gehaald en ter analyse aangeboden voor microscopie. Van de zeeffractie > 2 mm, > 1 mm en > 0,5 mm zijn verschillende hoeveelheden voor stereomicroscopie aangeboden. Van de zeeffractie > 2 mm wordt 50 % m.b.v. de stereomicroscoop afgezocht, van de zeeffractie > 1 mm 20 % en van de zeeffractie > 0,5 mm wordt 5 % afgezocht. De aangetroffen asbestverdachte materialen uit de verschillende zeeffracties zijn met polarisatiemicroscopie op asbestkenmerken onderzocht.
Als een materiaal asbesthoudend is, is het materiaal gewogen, en het gewichtspercentage van de betreffende asbestsoort op het totale gewicht van het materiaal geschat en wordt de hechtgebondenheid van de asbestvezels bepaald.
6.3
Toetsingskader asbest
In het verkennend onderzoek wordt het gehalte getoetst aan de interventiewaarde gecorrigeerd met een factor 2. Deze correctiefactor in een maat voor de betrouwbaarheid van het verkennend onderzoek in relatie tot het nader onderzoek. De interventiewaarde bodemsanering voor asbest en de restconcentratienorm voor asbesthoudende bulkmaterialen is vastgesteld op 100 mg/kg (gewogen), e.e.a. beschreven in de Circulaire Bodemsanering 2013.
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Leemringweg 22 te Kraggenburg (kenmerk: 200318)
Pagina 20 van 23
6.4
Analysemonsters en concentraties
De door het laboratorium gemeten concentraties zijn weergegeven in tabel 6.2. Er moet worden opgemerkt dat de gemeten concentratie serpentijnasbest vermeerderd is met tienmaal de concentratie amfiboolasbest. Tabel 6.2 Analyses en resultaten
Monster
Monstersoort
Toplaag Grond <20 mm n.a = niet aangetoond n.w = niet waargenomen
Analyse
NEN 5898
Resultaat grond gewogen in mg/kg d.s. 530
Resultaat mvm gewogen in mg/kg d.s.
Totaal grond en materiaal in mg/kg d.s
n.w.
530
Uit tabel 6.2 blijkt dat in de geanalyseerde toplaag van de bodem ter plaatse van de druppelzones 530 mg/kg d.s. aan asbest is aangetoond. Het gehalte aan asbest overschrijdt de norm voor nader onderzoek van 50 mg/kg droge stof en de interventiewaarde van 100 mg/kg droge stof. Formeel geven de onderzoeksresultaten aanleiding tot nader onderzoek. Gelet op het feit dat middels onderhavige inspanning de meest verdachte locatie (toplaag druppelzones) is bemonsterd en geanalyseerd wordt verder onderzoek echter niet van meerwaarde geacht in relatie tot de onderzoeksdoelstelling.
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Leemringweg 22 te Kraggenburg (kenmerk: 200318)
Pagina 21 van 23
7. SAMENVATTING EN CONCLUSIES De doelstelling van het bodemonderzoek is bereikt. In dit hoofdstuk vindt u de samenvatting van de onderzoeksresultaten, en de conclusies en aanbevelingen die daaruit voortvloeien.
7.1
Samenvatting
In opdracht van Buitengewoon Fit-inn is door Van der Poel BV een verkennend milieukundig bodemen asbestonderzoek uitgevoerd ter plaatse van een locatie aan de Leemringweg 22 te Kraggenburg. Aanleiding tot het verkennend bodemonderzoek is de voorgenomen bestemmingswijziging van het onderzoeksterrein (van agrarisch naar maatschappelijk). Doel van het verkennend chemisch onderzoek is een indruk te verkrijgen over de eventuele aanwezigheid van verontreinigingen in de grond en in het grondwater van het onderzoeksterrein. Dit gebeurt teneinde te bepalen of er vanuit milieuhygiënisch oogpunt belemmeringen bestaan voor het toekomstige gebruik van de locatie (maatschappelijk). Doel van het verkennend asbestonderzoek is om met een relatief geringe onderzoeksinspanning na te gaan of de verdenking op verontreiniging van de bodem met asbest terecht is en een indicatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte in de bodem. Vooronderzoek De onderzoekslocatie ligt aan de Leemringweg 22 in Kraggenburg is kadastraal bekend als gemeente Noordoostpolder, sectie C, nr. 3466 en heeft een totale oppervlakte van circa 8.000m2.
Uit informatie van de opdrachtgever, de omgevingsdienst Flevoland, Gooi en Vechtstreek en de Omgevingsrapportage Flevoland komt naar voren dat er op de locatie een voormalige boven- en ondergrondse tanklocatie en asbestverdacht dak dat afwatert op onverhard maaiveld aanwezig zijn. Tijdens de terreininspectie d.d. 10 maart 2020 door de heer T. Bonkes en J. Kemper blijkt dat de locatie deels verhard is met beton en klinkers. De verharding verkeerd in goede staat. Tijdens de terreininspectie zijn behoudens het asbestverdacht dak dat afwatert op onverhard maaiveld geen verdachte locaties waargenomen. Veldwerkzaamheden Uit de veldwerkzaamheden blijkt dat de bodem van de onderzochte locatie tot circa 3,0 m-mv opgebouwd is uit klei, zwak tot sterk zandig, plaatselijk is de bodem opgebouwd uit zand, matig fijn, zwak siltig. Het grondwaterniveau is tijdens het onderzoek vastgesteld op 0,9 m-mv (peilbuis 1) en 0,95 m-mv (peilbuis 2). Tijdens het veldwerk zijn geen voor het onderzoek van belang zijnde waarnemingen naar voren gekomen. Uit de chemische analyses is het volgende naar voren gekomen: Grond: In het geanalyseerde monster van de ondergrond (mp. 1) ter plaatse van deellocatie B overschrijdt het minerale olie gehalte de achtergrondwaarde.
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Leemringweg 22 te Kraggenburg (kenmerk: 200318)
Pagina 22 van 23
Indicatieve toetsing RBk: De bovengrond monsters van deellocatie C zijn indicatief getoetst aan RBk (zie tabel 4.3). De toetsing is indicatief omdat het onderzoek niet is uitgevoerd als partijkeuring conform Besluit bodemkwaliteit. Opgemerkt wordt dat er geen analyses op PFAS zijn uitgevoerd, hetgeen mogelijk noodzakelijk is indien de grond wordt afgevoerd van de locatie. Grondwater: In het geanalyseerde grondwatermonster van peilbuis 1 (deellocaties B) overschrijden de gehalten zink en naftaleen de streefwaarden. In het geanalyseerde grondwatermonster van peilbuis 2 (deellocatie C) overschrijdt het barium gehalte de streefwaarde. Dit gehalte is waarschijnlijk een gevolg van (fluctuerende) van nature verhoogde achtergrondconcentraties, die vaker voorkomen in de regio. Uit de asbestanalyses is het volgende naar voren gekomen: Asbest: In het geanalyseerde mengmonster van de toplaag van de bodem is een gehalte aan asbest aangetoond boven de helft van de interventiewaarde en boven de interventiewaarde.
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Leemringweg 22 te Kraggenburg (kenmerk: 200318)
Pagina 23 van 23
7.2
Conclusies en aanbevelingen
Verkennend chemisch bodemonderzoek Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat in de ondergrond van deellocatie B en in het grondwater van deellocatie B en C overschrijdingen van de achtergrond- en streefwaarden zijn aangetoond. De overschrijdingen aan zink in het grondwater van deellocatie B en barium in het grondwater van deellocatie C worden beschouwd als van nature verhoogde achtergrondconcentraties. De onderzoekshypothese, ter plaatse van deellocatie A, zijnde een verdachte locatie voor minerale olie (grond en grondwater) en aromaten (grondwater), wordt gelet op het aantonen van een verhoging aan naftaleen in het grondwater bevestigd. De onderzoekshypothese, ter plaatse van deellocatie B, zijnde een verdachte locatie voor minerale olie (grond en grondwater) en aromaten (grondwater), wordt gelet op het aantonen van verhogingen aan verdachte parameters in de grond (minerale olie) en het grondwater (naftaleen) bevestigd. De onderzoekshypothese, ter plaatse van deellocatie C, zijnde een verdachte locatie, wordt gelet op het verhoogd gemeten gehalte aan naftaleen in het grondwater formeel bevestigd. Gezien de aard en de concentraties van de aangetoonde parameters in relatie tot de bestemming van het terrein, concluderen wij dat verhoogde risico's voor de volksgezondheid en/of het milieu op basis van de aangetoonde milieuhygiënische bodemkwaliteit, niet te verwachten zijn.
De resultaten van het onderzoek vormen dan ook geen aanleiding tot nader onderzoek en zijn geen milieuhygiënische belemmering in relatie tot de maatschappelijke bestemming van het terrein. Verkennend asbestonderzoek Op basis van de onderzoeksresultaten van het asbestonderzoek ter plaatse van de onverharde druppelzone van het asbestverdachte dak concluderen wij dat in het geanalyseerde monster asbest is aangetoond. Het aangetoonde gehalte (530 mg/ks d.s.) aan asbest ligt boven de helft van de interventiewaarde en boven de interventiewaarde. De hypothese “verdachte locatie” wordt op grond van de resultaten van het huidige asbestonderzoek met betrekking tot de onverharde druppelzone van de asbestverdachte daken bevestigd. Formeel geven de onderzoeksresultaten van het asbestonderzoek aanleiding tot nader onderzoek. Gelet op het feit dat middels onderhavige inspanning de meest verdachte locatie (toplaag druppelzone) is bemonsterd en geanalyseerd wordt verder onderzoek echter niet van meerwaarde geacht in relatie tot de onderzoeksdoelstelling. Geadviseerd wordt in contact te treden met het bevoegd gezag (Provincie Flevoland) en vervolgens een BUS-melding in te dienen betreffende het saneren van de verontreiniging. De sanering moet uitgevoerd worden onder BUS en BRL 6000 en 7000, e.e.a. kunnen wij voor u begeleiden.
Daarnaast wordt geadviseerd de asbesthoudende dakbedekking op verantwoorde wijze te saneren om verdere nalevering van asbestvezels ter plaatse te voorkomen. Als er vragen zijn naar aanleiding van het onderzoek dan kunt u contact opnemen met ons bureau. Van der Poel BV J.R.W. Staal Verkennend bodem- en asbestonderzoek Leemringweg 22 te Kraggenburg (kenmerk: 200318)
BIJLAGE 1
Regionale ligging onderzoekslocatie met luchtfoto
Onderzoekslocatie
Leemringweg 22 te Kraggenburg, Kadastrale gemeente Noordoostpolder, sectie C, perceelnummer 3466
Bijlage 1.1.
BIJLAGE 2
VOORONDERZOEK NEN 5725:2017
Bijlage 2
Stap 1
Aanleiding voor het vooronderzoek
Bepaal de aanleiding voor het vooronderzoek
A. opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek volgens paragraaf 6.2.1
Stap 2; te behandelen onderzoeks-aspecten per aanleiding Locatiegegevens Bodemopbouw en geohydrologie
Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit
Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval
Eigendomssituatie Hoogteligging Bodemopbouw Antropogene lagen in de bodem Geohydrologie Geval van ernstige bodemverontreiniging? Kwaliteit o.b.v. BKK O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken Voormalig Huidig Toekomst Asbestverdacht?
A 0
Aanleidingen tot vooronderzoek B C D E F 0 0 0 0
Terreinverkenning Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel
G
Voor de bovenstaand vermelde mogelijke aanleidingen voor het vooronderzoek zijn onderzoeksvragen opgesteld, die gemotiveerd moeten worden beantwoord op basis van de resultaten van het vooronderzoek. Op basis van de antwoorden op de onderzoeksvragen kan vervolgens de onderzoekshypothese en -strategie worden bepaald. In de navolgende tabel zijn de onderzoeksvragen weergegeven voor Aanleiding A (opstellen onderzoekshypothese voor bodemonderzoek). De verplichte onderzoeksvragen zijn vetgedrukt weergegeven.
Pagina 2 van 5
Onderzoeksvraag (aanleiding A)
Antwoord en motivatie
Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende?
Adres (x/y-coördinaten):
Eigendomssituatie Rechthebbenden Publiekrechtelijke beperkingen Bouwjaar bebouwing op locatie Historie o.b.v. oude kaarten Archief van der Poel B.V.
Omgevingsdienst
Provincie Terreininspectie
Leemringweg 22 te Kraggenburg (188.447520.808) Noordoostpolder, sectie C, perceelnummer 3466 Gehele perceel Bijlage 2.1 Ja
Kadastrale aanduiding: Te onderzoeken terreindeel: Begrenzing onderzoekslocatie aangegeven op: Afbakening onderzoekslocatie voldoende? ½ Dhr. J.R.R. Willemsen en ½ Mevr. S. Haaijer Eigendom belast met zakelijk recht als bedoeld in artikel 5, lid 3, onder b, van de Belemmeringenwet Privaatrecht en Opstalrecht Nutsvoorzieningen op gedeelte van perceel; KPN B.V., Liander Infra N.V. en Waterschap Zuiderzeeland. Er zijn geen beperkingen bekend in de gemeentelijke en kadastrale registratie. 1951 (industrie- woon- en bijeenkomstfunctie, schuur 1979 en 1951 Het kaartmateriaal van Topotijdreis.nl geeft de eerste bebouwing op locatie weer vanaf 1961, voordien bestond de locatie uit agrarisch terrein. Verkennend bodemonderzoek, uitgevoerd door van der Poel Milieu Advies B.V., rapportnummer 2015.164, d.d. mei 2015; Aanleiding van het onderzoek is de voorgenomen verbouw (180 m²) ter plaatse van de onderzoekslocatie destijds. In de bovengrond overschreed het gehalte PCB de achtergrondwaarde. In het grondwater overschrijdt barium de streefwaarde. Milieuhygenisch waren er geen belemmeringen voor de voorgenomen verbouw op locatie. Flevoland, Gooi en Vechtstreek; Door Tebodin B.V. is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd, kenmerk 22100-10/9087, d.d. 15 augustus 2005.
Zintuiglijk zijn ter plaatse van de voormalige ondergrondse tank matige tot sterke bijmengingen met grind, baksteen en puin waargenomen. De conclusie van dit rapport was dat op basis van de resultaten aanvullend onderzoek niet noodzakelijk was. Er waren geen beperkingen voor een grondtransactie op locatie. Tevens zijn er door de omgevingsdienst oude vergunningen toegestuurd, welke zijn ingezien. De oude inrichtingstekening is toegevoegd aan bijlage 2. Flevoland Omgevingsrapportage; De Omgevingsrapportage maakt melding van een tractorpetroleum pompinstallatie. Verder is er via de Omgevingsrapportage geen informatie voorhanden. D.d. 10 maart 2020 door de heer T. Bonkes en J. Kemper; De locatie deels verhard is met beton en klinkers. De verharding verkeerd in goede staat. Tijdens de terreininspectie zijn behoudens de asbestverdachte daken die afwateren op onverhard maaiveld geen verdachte locaties waargenomen. Ja Informatiebron Locatie en verdacht aspect Verdachte parameter
Leemringweg 22 te Kraggenbrug, projectnr. 200138
Pagina 3 van 5
Onderzoeksvraag (aanleiding A)
Antwoord en motivatie
Is er sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden?
Opdrachtgever, OFGV
Is de bodem asbestverdacht? Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden?
Voormalige bovengrondse dieselolietank
Minerale olie, organische stof en lutum Voormalige ondergrondse olietank Minerale olie, organische stof en lutum Druppelzones onder asbesthoudend dak asbest Ja, ter plaatse van de druppelzones onder het asbesthoudende dak van de grote schuur is de bodem asbestverdacht. De asbestdakenkaart van de provincie geeft de overige bebouwing weer als zijnde asbest onverdacht. Op de bodemfunctieklassenkaart van de gemeente Noordoostpolder (2003) is de locatie ingedeeld in de zone overig. De ontgravingsklasse voor de boven- en ondergrond is landbouw / natuur.
Leemringweg 22 te Kraggenbrug, projectnr. 200138
Pagina 4 van 5
Onderzoeksvraag (aanleiding A)
Antwoord en motivatie
Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich? (aangeven op locatieoverzicht)
Bodemopbouw (bron: TNO) Het maaiveld op de onderzoekslocatie ligt op circa 0,5 m+ NAP. Direct onder het maaiveld is een Slecht Doorlatende Deklaag aanwezig. Deze bestaat uit afwisselingen van zand, klei en veenafzettingen, behorend tot de Westland Formatie en plaatselijk fijne zanden en leemafzettingen van de Formatie van Twente. De Slecht Doorlatende Deklaag heeft in de omgeving van de onderzoekslocatie een dikte van circa 30 meter. Direct onder de deklaag begint het Eerste Watervoerend Pakket. Dit pakket bestaat uit de zandige afzettingen van de Formatie van Twente, de Formatie van Kreftenheye, de Formatie van Drenthe en de Formatie van Eindhoven. Richting grondwaterstroming, te verwachten grondwaterstand (bron: TNO) Uit de isohypsen op de TNO-kaarten blijkt dat de regionale grondwaterstroming in het Tweede Watervoerend Pakket westelijk gericht is. De stromingsrichting in het freatische grondwater kan hiervan afwijken door de plaatselijke aanwezigheid van oppervlaktewater , grondwaterbronneringen en variaties in maaiveldniveau. Fysisch afwijkende/bodemvreemde lagen: Nee Nee (bron Atlas Leefomgeving)
Is ter plaatse sprake van een Grondwaterbeschermings- of -onttrekkingsgebied, Waterberging? Is er sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Wordt op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging vermoed? Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Welke hypothese en strategie zijn van toepassing bij de uitvoering van bodemonderzoek?
Bron Nee
Locatie
Verdachte parameter
Vermoeden bodemverontreiniging op de locatie; Ja ter plaatse van de voormalige ligging van de ondergrondse en bovengrondse tank is de bodem verdacht op verontreiniging met de parameters minerale olie. Ter plaatse van het asbesthoudende dak, die afwatert op onverhard maaiveld is de bodem verdacht op asbest. In het kader van aanvraag bestemmingswijziging wordt de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater bepaalt. Zie paragraaf 2.8
Leemringweg 22 te Kraggenbrug, projectnr. 200138
Pagina 5 van 5
De voor het vooronderzoek relevante bronnen zijn in de onderstaande tabel weergegeven: Bron vooronderzoek
Specificatie van de bron
Opdrachtgever Eigenaar
Buitengewoon Fit –Inn, Dhr. Willemsen Dhr. Willemsen
JA JA
11 februari 2020 11 februari 2020
JA JA
Gemeente Terreininspectie
Noordoostpolder Dhr. T. Bonkes en dhr. J. Kemper
JA JA
24 februari 2020 10 maart 2020
JA JA
Kadaster Kadaster BAG viewer Google Maps Bodemkwaliteitskaart (website) Bodeminformatie Bodeminformatie Flevoland Bodeminformatie provincie Bodemopbouw Historie van de locatie KLIC
http://www.kadaster.nl/ http://www.kadaster.nl/bag/bagviewer/ http://maps.google.nl/ https://ofgv-bbkweb.lievense.com/ http://www.bodemloket.nl https://flevoland.omgevingsrapportage.nl/ https://kaart.flevoland.nl/bodematlas/
JA JA JA JA JA JA JA JA JA JA
24 februari 2020 24 februari 2020 24 februari 2020 24 februari 2020 24 februari 2020 24 februari 2020 24 februari 2020 24 februari 2020 24 februari 2020 24 februari 2020
JA JA JA JA JA JA JA JA JA JA
TNO, database http://topotijdreis.nl http://www.klic.nl
Bron geraadpleegd
Datum Raadplegen bron
Informatie Beschikbaar
Leemringweg 22 te Kraggenbrug, projectnr. 200138
bij bafiJuit van Surgemoester en 'thouders van de gemeente Noordoostpolder
1979 / 7 ^ - 8 2 Secrptaris
•
Kb Kc M
• 01
.
O S 81
•
V
-
Vh
V AN DE
Wb K.
Wh O n ó e n t r— p t t opstallen z i j " gebouwd door de pachter.
KEN D O M E I N B E H E E R VAN DE N.O.POLDER
ERFSITUATIE OPSTALLEN
BE D RU P : AAN D E
1: 1000
Ö E T . Ö ^ ^ I _ | OEZ.
X
Al i
//Wap
Kraggenburg.200318 Omgevingsrapportage
Pagina 1 van 29
-
24-02-2020
Inhoudsopgave Voorblad Inhoudsopgave Inleiding HBB: LEEMRINGWEG 22 Kaarten Disclaimer Toelich ng
Pagina 2 van 29
-
24-02-2020
Leeswijzer In Flevoland worden regelma g verontreinigingen in de bodem aangetroffen. In het kader van de Wet Bodembescherming (WBB) hee de provincie Flevoland een aantal we elijke taken. De provincieverkrijgt in het kader van deze we elijke taken bodemgegevens. Deze administra eve gegevens worden opgeslagen in een bodeminforma esysteem. Bij het plannen en uitoefenen van werkzaamheden is het van belang dat men al vroeg jdig rekening houdt met de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging. In dit document wordt een overzicht gegeven van loca es binnen het geselecteerde gebied, waarover bij de provincie Flevoland bodeminforma e bekend is. De informa e in dit document is verdeeld over twee delen: 1. Algemene informa e: Het geselecteerde gebied, Bodemverontreinigingloca es en Poten eel bodemverontreinigende ac viteiten 2. Detailinforma e (per loca e): Algemene gegevens, Afgegeven beschikking(en), Historische bedrijfsac viteit(en), Uitgevoerde bodemonderzoek(en), Aangetroffen verontreinigingen, Uitgevoerde saneringen en Restverontreiniging 3. Overige informa e: Topografie, Luch otos en Asbest Het kan voorkomen dat bepaalde informa e niet beschikbaar is. In dat geval wordt daar melding van gemaakt. Als u vragen hee over de geleverde bodeminforma e, kunt u emailen naar info@ofgv.nl of bellen naar 088-6333000.
Pagina 3 van 29
-
24-02-2020
Locatie: HBB: LEEMRINGWEG 22
Loca e Adres
Leemringweg 22 8316PM Marknesse
Loca ecode
AA017101690
Loca enaam
HBB: LEEMRINGWEG 22
Plaats
Noordoostpolder
Loca ecode bevoegd gezag WBB
FL017101684
Status Vervolg WBB
Beoordeling
Status rapporten
Beschikking
Status besluiten Is van voor 1987
Status asbest Nee
Eigenaar
Flevoland
Uitgevoerde onderzoeken Geen gegevens beschikbaar
Verontreinigende ac viteiten Ac viteit
Start
Einde
tractorpetroleumpompinstalla e (carburine)
1957
9999
Vervallen
Benoemd
Nee
Nee
Geconstateerde verontreinigingen Geen gegevens beschikbaar
Besluiten Geen gegevens beschikbaar
Sanering Saneringsoort Zorgstatus Uiterste start Werkelijke start Werkelijke einddatum
Saneringscontouren Geen gegevens beschikbaar
Zorgmaatregelen Geen gegevens beschikbaar
Pagina 4 van 29
-
24-02-2020
Verontreinigd
Spoed Nee