CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

3.1 Bestemmingsplan landelijk gebied Karel Doormanweg 26 en 28 Tollebeek.pdf

Gemeenteraad 17 november 2022, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 3: Bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Karel Doormanweg 26-28 te Tollebeek'20.752 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Omgeving manager Landelijk gebied, Karei Doormanweg 26-28 te Tollebeek

Plan: Status:

Landelijk gebied, Karei Doormanweg 26 en 28 te Tollebeek definitief

Plantype:

bestemmingsplan

IMRO-idn:

NL.IMR0.0171.BP00711-VS01

Regels Hoofdstuk 1 Inleidende regels................................................................................................................................................ 1 Artikel 1

Begrippen...........................................................................................................................................................2

Artikel 2 Wijze van meten.................................................................................................................................................... 3 Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels............................................................................................................................................ 4 Artikel 3 3.1

Bedrijf.................................................................................................................................................................. 4

Bestemmingsomschrijving.....................................................................................................................................4

De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor:.................................................................................. 4 3.2

Bouwregels.................................................................................................................................................................. 4

3.3

Specifieke gebruiksregels......................................................................................................................................5

3.4

Afwijken van regels..................................................................................................................................................6

Hoofdstuk 3 Algemene regels..................................................................................................................................................6 Artikel 5

Anti-dubbeltelregel....................................................................................................................................... 6

Artikel 6

Algemene gebruiksregels............................................................................................................................6

6.1

Voldoende parkeergelegenheid......................................................................................................................... 6

6.2

Toegestaan gebruik..................................................................................................................................................7

Artikel 7 7.1

Algemene afwijkingsregels......................................................................................................................... 7

Afwijking....................................................................................................................................................................... 7

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels...................................................................................................................... 7

Artikel 8

Overgangsrecht............................................................................................................................................... 7

8.1

Overgangsrecht bouwwerken.............................................................................................................................7

Artikel 9

Slotregel.............................................................................................................................................................. 8

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1

Begrippen

1.1 plan

het bestemmingsplan Landelijk gebied, Karei Doormanweg 26 en 28 te Tollebeek met identificatienummer NL.IMR0.0171.BP00711-VS01 van de gemeente Noordoostpolder; 1.2 bestemmingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3 aan huis verbonden bedrijfsactiviteit

de in bijlage 2 Lijst van aan huis verbonden bedrijfsactiviteiten genoemde bedrijvigheid, dan wel naar de aard en de invloed op de omgeving daarmee gelijkte stellen bedrijvigheid, die door zijn beperkte omvang in of bij een woonhuis met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend; 1.4 aan huis verbonden beroep

de uitoefening van een beroep (dan wel het verlenen van diensten) op administratief, maatschappelijk, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig of een daarmee gelijk te stellen gebied, dat in of bij een woonhuis wordt uitgeoefend, waarbij in overwegende mate de woonfunctie blijft behouden en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.5 aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.6 ander bouwwerk

een bouwwerk, geen gebouw zijnde 1.7 bebouwingspercentage

de oppervlakte van gebouwen uitgedrukt in procenten van de nader aangegeven gronden; 1.8 bedrijf

een onderneming waarbij het accent ligt op het vervaardigen, bewerken, installeren, inzamelen en verhandelen van goederen of aanbieden van stallings- en opslagruimte, waarbij eventueel detailhandel uitsluitend plaatsvindt als ondergeschikt onderdeel van de onderneming in de vorm van verkoop dan wel levering van ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen dan wel goederen die in rechtstreeks verband staan met de uitgeoefende handelingen; 1.9 bedrijfsgebouw

een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf; 1.10 bedrijfswoning

een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is; 1.11 bestemmingsvlak

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;

1.12 bijbehorend bouwwerk

functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd, op de grond staand gebouw of ander bouwwerk met een dak, waaronder in ieder geval wordt verstaan een aanbouw, uitbouw, bijgebouw, serre en/of erker; 1.13 bouwen

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten; 1.14 bouwvlak

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.15 bouwwerk

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.16 detailhandel

het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), het verkopen en/of leveren van goederen, geen motorbrandstoffen zijnde, aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.17 gebouw

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.18 seksinrichting

een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang als zij het bedrijfsmatig, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotische- of pornografische aard plaatsvinden. Hieronder wordt tevens verstaan een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, parenclub, (raam)prostitutiebedrijf en een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.19 woning

en complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden; 1.20 woonhuis

een gebouw dat één woning omvat. Artikel 2 Wijze van meten 2.1 goothoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijkte stellen constructiedeel; 2.2 ínhoud van een bouwwerk

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.3 bouwhoogte van een bouwwerk

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;

2.4 oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het object.

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 3.1

Bedrijf

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijven die in de van deze regels deel uitmakende Bijlage 1 zijn aangeduid als categorie 1 en 2; b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - 'stalling en opslag', ook een opslag­ en stallingsbedrījf voor caravans, boten e.d.; c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - 'opslag drijfmesť, ook de opslag van drijfmest voor derden in maximaal twee silo's met een gezamenlijk oppervlak van maximaal 982 m2. met de daarbij behorende: a. gebouwen en bijbehorende bouwwerken; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; c. andere werken; d. tuinen, erven en paden; e. waterhuishoudkundige voorzieningen; f. parkeervoorzieningen; g. nutsvoorzieningen.

3.2

Bouwregels

3.2.1

Toegestane bouwwerken

Op en in de gronden als bedoeld in 3.1 mogen uitsluitend gebouwd worden: a. bedrijfsgebouwen; b. bedrijfswoningen; c. bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen; d. bouwwerken, geen gebouw zijnde. 3.2.2

Bedrijfsgebouwen

Voor bedrijfsgebouwen gelden de volgende regels: a. b.

c. d.

een bedrijfsgebouw mag uitsluitend gebouwd worden binnen een bouwvlak; het bebouwingspercentage van het bestemmingsvlak mag voor bedrijven ten hoogste 20oZo bedragen tot een maximum van 2000 m2. Indien de bestaande oppervlakte meer bedraagt dan 2000 m2, dan mag de oppervlakte niet meer bedragen dan de bestaande oppervlakte; de goothoogte van een bedrijfsgebouw mag niet meer bedragen dan 8,5 m; de bouwhoogte van een bedrijfsgebouw mag niet meer bedragen dan 11 m.

3.2.3

Bedrijfswoningen

Voor bedrijfswoningen gelden de volgende regels: a. b. c. d. e.

f.

een bedrijfswoning mag uitsluitend gebouwd worden binnen de aanduiding 'bedrijfswoning'; per aanduiding 'bedrijfswoning' mag niet meer dan één bedrijfswoning gebouwd worden; de Ínhoud van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 1200 m3; de dakhelling van een bedrijfswoning mag niet minder dan 30o en niet meer dan 60o bedragen; de goothoogte van een niet inpandige bedrijfswoning mag niet minder dan 4,5 m en niet meer dan 6 m bedragen, met dien verstande dat indien de bestaande goothoogte minder dan 4,5 m bedraagt de goothoogte niet minder dan de bestaande goothoogte mag bedragen; de bouwhoogte van een niet inpandige bedrijfswoning mag niet meer dan 10 m bedragen;

3.2.4

Bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen

Voor bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen gelden de volgende regels: a. een bijbehorend bouwwerk mag uitsluitend gebouwd worden binnen een bouwvlak; b. een bijbehorend bouwwerk mag uitsluitend worden gebouwd 1 m achter het verlengde van de naar de weg gekeerde gevel van de betreffende bedrijfswoning; c. de oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken per bedrijfswoning mag niet meer dan 150 m2 bedragen; d. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 3,5 m; e. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 6 m; f. in afwijking van het bepaalde onder a., b., c., d. en e. gelden voor de herbouw van bestaande bijbehorende bouwwerken de bestaande maten, afmetingen, situering en omvang van de bebouwde oppervlakte van een gebouw als maximum. 3.2.5

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. b. c. d.

de bouwhoogte van erf- of terreinafscheidingen bedraagt maximaal 2,5 m; de bouwhoogte van licht- en vlaggenmasten bedraagt maximaal 12 m; de bouwhoogte van een mestsilo bedraagt maximaal 4,5 m; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 4 m.

3.3

Specifieke gebruiksregels

3.3.1

Voorwaardelijke verplichting

Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken overeenkomstig de in lid 3.1 opgenomen bestemmingsomschrijving, zonder de aanplant en instandhouding van een erfsingel conform het in Bijlage 2 opgenomen inrichtingstekening met bijbehorend beplantingsplan. 3.3.2

Strijdig gebruik

Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden als staanplaats voor onderkomens en als opslag-, stort- of bergplaats van al dan niet afgedankte voorwerpen, stoffen, materialen en producten, tenzij dit noodzakelijk is in verband met de ter plaatse gevestigde bedrijvigheid of het normale beheer en onderhoud van de gronden en gebouwen;

b. c.

het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken (met uitzondering van bedrijfswoningen) als zelfstandige woonruimte; het gebruik van gebouwen ten behoeve van een seksinrichting.

3.3.3

Geoorloofd gebruik

Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval niet gerekend een aan huis verbonden beroep of een aan huis verbonden bedrijfsactiviteit, mits: a.

b. c. d. e. f. g. h.

ten hoogste 30oZo van de oppervlakte van een woonhuis of de woning binnen een woongebouw en ten hoogste 600Zo van de toegelaten oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken mag worden gebruikt ten behoeve van het aan huis verbonden beroep; de uitstraling van de woning intact blijft; het gebruik geen onevenredig nadelige gevolgen heeft voor het woon- en leefmilieu; het gebruik geen onevenredig nadelige gevolgen heeft op de normale afwikkeling van het verkeer; het parkeren ten behoeve van het gebruik binnen het bestemmingsvlak op eigen terrein plaatsvindt; geen detailhandel wordt uitgeoefend; de activiteit in ieder geval door de bewoner(s) wordt uitgeoefend; in geval van een aan huis verbonden bedrijfsactiviteit, het een activiteit betreft die genoemd is in bijlage 3 Aan huis verbonden bedrijfsactiviteiten.

3.4

Afwijken van regels

3.4.1

Afwijken specifieke gebruiksregels

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 3.3.1, indien de aanplant en instandhouding van een erfsingel op een andere gelijkwaardige wijze wordt aangeplant en in stand wordt gehouden dan is bepaald in de inrichtingstekening met bijbehorend beplantingsplan, zoals opgenomen in de betreffende bijlage(n) van de regels, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van landschap en beeldkwaliteit.

Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 5

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing. Artikel 6 6.1

Algemene gebruiksregels

Voldoende parkeergelegenheid

a. De in het plangebied aanwezige gronden mogen slechts worden bebouwd en/of in gebruik worden genomen en/of het gebruik van deze gronden mag enkel worden gewijzigd onder de

voorwaarde dat voldoende parkeergelegenheid bij, op of onder het gebouw dan wel bij, op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw hoort worden gerealiseerd. b. Gerealiseerde voorzieningen als bedoeld in sub a, dienen na realisering in stand te worden gehouden voor het gebruik waar de betreffende voorzieningen voor nodig zijn.

6.2

Toegestaan gebruik

Onder een gebruik strijdig met de bestemming wordt in ieder geval niet gerekend, het gebruiken of laten gebruiken van gronden ten behoeve van: »

Kabels en leidingen, niet zijnde hoofd(transport)leidingen

Artikel 7 7.1

Algemene afwijkingsregels

Afwijking

Bij een omgevingsvergunning kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, worden afgeweken van: a.

het bouwen van niet voor bewoning bestemde bebouwing ten behoeve van nutsvoorzieningen, mits de goothoogte nier meer dan 3 m en de Ínhoud niet meer dan 50 m3 bedraagt; b. een afwijking van de grens of richting van paden en waterlopen en ligging van bouwgrenzen en grenzen van bouwvlakken en aanduidingen, mits wordt aangetoond dat de afwijking noodzakelijk is voor de aanpassing van het plan aan de bij uitmeting blijkende werkelijke toestand van het terrein; voorts geldt dat de afwijking niet meer mag bedragen dan 5 m ten opzichte van hetgeen is aangegeven; c. een afwijking van de bepalingen ten aanzien van maten en percentages, mits die afwijkingen beperkt blijven tot ten hoogste 10oZo van de in het plan aangegeven maten en percentages; een en ander geldt niet met betrekking tot de ínhoud van de bedrijfswoning en de oppervlakte van bijbehorende bouwwerken.

Hoofdstuk 4 Artikel 8 8.1

a.

b.

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken

Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: o gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; o na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. Het bevoegd gezag kan eenmalig bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in het eerste lid voor het vergroten van de ínhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met ten hoogste 10X.

c. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. Artikel 9

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Landelijk gebied, Karei Doornmanweg 26 en 28 te Tollebeek van de gemeente Noordoostpolder.

Bijlage 1: Staat van bedrijfsactiviteiten

26, 32, 33 26, 32, 33 31 321 322 41, 42, 43 41, 42, 43 41, 42, 43 41, 42, 43 46 461 4621 4622 4624 46217, 4631 4632, 4633 4634 4635 4636 4637 4638, 4639 4673 4673 4673

VERVAARDIGING VAN GLAS, AARDEWERK, CEMENT-, KALK- EN GIPSPRODUKTEN Glasbewerkingsbed rijven Aardewerkfabrieken: - vermogen elektrische ovens totaal « 40 kW VERVAARDIGING VAN MEDISCHE EN OPTISCHE APPARATEN EN INSTRUMENTEN Fabrieken voor medische en optische apparaten en instrumenten e.d. incl. reparatie VERVAARDIGING VAN MEUBELS EN OVERIGE GOEDEREN N.E.G. Fabricage van munten, sieraden e.d. Muziekinstrumentenfabrieken BOUWNIJVERHEID Bouwbedrijven algemeen: b.o. > 2.000 m2 Aannemersbedrijven met werkplaats: b.o. > 1000 m2 - aannemersbedrijven met werkplaats: b.o.« 1000 m2 GROOTHANDEL EN HANDELSBEMIDDELING Handelsbemiddeling (kantoren) Grth in akkerbouwprodukten en veevoeders Grth in bloemen en planten Grth in huiden, vellen en leder Grth in ruwe tabak, groenten, fruit en consumptie-aardappelen Grth in vlees, vleeswaren, zuivelprodukten, eieren, spijsoliën Grth in dranken Grth in tabaksprodukten Grth in suiker, chocolade en suikerwerk Grth in koffie, thee, cacao en specerijen Grth in overige voedings- en genotmiddelen Grth in hout en bouwmaterialen: - algemeen: b.o. > 2000 m2 - algemeen: b.o. ^ 2000 m2

GROOTSTE AFSTAND

23 231 232, 234 232, 234

GEVAAR

58 18129 1814 1814 1813 1814 182

GELUID

16 162902

LANDBOUW EN DIENSTVERLENING T.B.V. DE LANDBOUW Dienstverlening t.b.v. de landbouw: - algemeen (o.a. loonbedrijven): b.o. > 500 m2 - algemeen (o.a. loonbedrijven): b.o.^ 500 m2 - plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. > 500 m2 - plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. ^ 500 m2 BOSBOUW EN DIENSTVERLENING T.B.V. BOSBOUW Bosbouwbedrijven VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN Vervaardiging van wijn, cider e.d. HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK E.D. Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUKTIE VAN OPGENOMEN MEDIA Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen Grafische afwerking Binderijen Grafische reproduktie en zetten Overige grafische aktiviteiten Reproduktiebedrijven opgenomen media

STOF

01 016 016 016 016 016 02 021,022, 024 10, 11 1102 t/m 1104

OMSCHRIJVING

GEUR

SBI-2008

CATEGORIE

AFSTANDEN IN METERS

30 30 30 30

10 10 10 10

50 30 50 30

10 10 10 10

50 30 50 30

3.1 2 3.1 2

10

10

50

0

50

3.1

10

0

30

0

30

2

10

10

30

0

30

2

10 0 30 30 30 0

0 0 0 0 0 0

30 10 30 10 30 10

0 0 0 10 10 0

30 10 30 30 30 10

2 1 2 2 2 1

10

30

50

10

50

3.1

10

10

30

10

30

2

30

0

30

0

30

2

30 30

10 10

10 30

10 10

30 30

2 2

10 10 0

30 30 10

100 50 30

10 10 10

100 50 30

3.2 3.1 2

0 30 10 50 30 10 0 10 10 30 10

0 30 10 0 10 0 0 0 10 10 10

10 50 30 30 30 30 30 30 30 30 30

0 30 0 0 50 50 0 0 0 0 10

10 50 30 50 50 50 30 30 30 30 30

1 3.1 2 3.1 3.1 3.1 2 2 2 2 2

0 0

10 10

50 30

10 10

50 30

3.1 2

GEVAAR

GROOTSTE AFSTAND

VERHUUR VAN TRANSPORTMIDDELEN, MACHINES, ANDERE ROERENDE GOEDEREN Verhuurbedrijven voor machines en werktuigen Verhuurbedrijven voor roerende goederen n.e.g. COMPUTERSERVICE- EN INFORMATIETECHNOLOGIE Computerservice- en informatietechnologie-bureau's e.d. SPEUR- EN ONTWIKKELINGSWERK Natuurwetenschappelijk speur- en ontwikkelingswerk Maatschappij- en geesteswetenschappelijk onderzoek

GELUID

77 773 772 62 62 72 721 722 63, 69tm71, 73, 74, 77, 78, 80tm82 63, 69tm71, 73, 74, 77, 78, 80tm82 86 8621, 8622, 8623 8691, 8692 871 59 591,592, 601, 602 931 931 931 96 9313, 9604 9609 9609

Overige grth (bedrijfsmeubels, emballage, vakbenodigdheden e.d. DETAILHANDEL EN REPARATIE T.B.V. PARTICULIEREN Reparatie t.b.v. particulieren (excl. auto's en motorfietsen) LOGIES-, MAALTIJDEN- EN DRANKENVERSTREKKING Cateringbedriiven POST EN TELECOMMUNICATIE Post- en koeriersdiensten Telecommunicatiebedriiven VERHUUR VAN EN HANDEL IN ONROEREND GOED Verhuur van en handel in onroerend goed

STOF

466, 469 47 952 55 562 53 531,532 61 41, 68 41, 68

OMSCHRIJVING

GEUR

SBI-2008

CATEGORIE

AFSTANDEN IN METERS

0

0

30

0

30

2

0

0

10

10

10

1

10

0

30

10

30

2

0 0

0 0

30 10

0 0

30 10

2 1

0

0

10

0

10

1

10 10

0 10

50 30

10 10

50 30

3.1 2

0

0

10

0

10

1

30 0

10 0

30 10

30 0

30 10

2 1

0

0

10

0

10

1

0 0 10

0 0 0

10 10 30

0 0 0

10 10 30

1 1 2

0

0

30

10

30

2

0 0

0 0

30 30

30 0

30 30

2 2

10 30 0

0 0 0

30 100 10

0 0 0

30 100 10

2 3.2 1

OVERIGEZAKELIJKE DIENSTVERLENING

Overige zakelijke dienstverlening: kantoren GEZONDHEIDS- EN WELZIJNSZORG Artsenpraktijken, klinieken en dagverblijven Consultatiebureaus Verpleeghuizen CULTUUR, SPORT EN RECREATIE Studio's (film, TV, radio, geluid) Schietinrichtingen: - buitenbanen met voorzieningen: boogbanen Sportscholen, gymnastiekzalen OVERIGE DIENSTVERLENING Fitnesscentra, badhuizen en sauna-baden Dierenasiels en -pensions Persoonlijke dienstverlening n.e.g.

Bijlage 2: Inrichtingstekening en beplantingsplan erfsingel Karei Doormanweg 26-28

ŗ1

wetenschappelijke naam

Nederlandse naam

aandeel

Carpinus betulus Tilia cordata Quercus robur Acercampestre Alnus glutinosa Acer pseudoplatanus Cornus sanguinea Cornus mas Ligustrum vulgare Coryllus avellana Prunus padus Euonymus europaea Rosa canina Viburnum opulus Rhamnus cartharticus

haagbeuk winterlinde zomereik veldesdoorn zwarte els gewone esdoorn rode kornoelje gele kornoelje gewone liguster hazelaar vogelkers kardinaalsmuts hondsroos gelderse roos wegedoorn

57o 107o 107o 57o 107o 107o 57o 57o 57o 107o 57o 57o 57o 57o 57o

maat (hoogte in cm) 60-100 80-100 80-120 60-100 80-100 80-100 50-80 50-80 60-100 50-80 50-80 60-100 50-80 50-80 60-100

groeivorm

boom boom boom boom boom boom struik struik struik struik boom/struik struik struik struik struik

Opbouw erfsingel

Schematische doorsnede van een erfsingel Sloot - beplantingsvrije zone - Rij 1 - Rij 2 - Rij 3 - Rij 4 - Rij 5 -terrein/Bebouwing Aantallen en afstanden bij aanplant De onderlinge afstand van de rijen is maximaal 150 centimeter. De onderlinge afstand in de rijen is maximaal 150 centimeter. Per 2,25 m2 wordt minimaal één boom/struik geplant. De erfsingel dient minimaal 6 meter breed te zijn, dit is gemeten van hart boom/struik Ie rij tot hart boom/struik laatste rij. Bomen en struiken moeten over de gehele singel gelijkmatig verdeeld zijn.

wetenschappelijke

Nederlandse naam

naam

Carpinus betulus Tilia cordata Quercus robur Acercampestre Alnus glutinosa Acer pseudoplatanus Cornus sanguinea Cornus mas Ligustrum vulgare Coryllus avellana Prunus padus Euonymus europaea Rosa canina Viburnum opulus Rhamnus cartharticus

haagbeuk winterlinde zomereik veldesdoorn zwarte els gewone esdoorn rode kornoelje gele kornoelje gewone liguster hazelaar vogelkers kardinaalsmuts hondsroos gelderse roos wegedoorn

aandee

maat (hoogte

1

in cm)

57o 107o 107o 57o 107o 107o 57o 57o 57o 107o 57o 57o 57o 57o 57o

60-100 80-100 80-120 60-100 80-100 80-100 50-80 50-80 60-100 50-80 50-80 60-100 50-80 50-80 60-100

groeivorm

boom boom boom boom boom boom struik struik struik struik boom/struik struik struik struik struik

Toelichting Bestemmingsplan Landelijk gebied, Karei Doormanweg 26-28 te Tollebeek - Gemeente Noordoostpolder -

Datum: 26 september 2022

Omgeving manager

Toelichting bestemmingsplan - Landelijk gebied, Karei Doormanweg 26-28 te Tollebeek

Toelichting bestemmingsplan Landelijk gebied, Karei Doormanweg 26-28 Tollebeek - Gemeente Noordoostpolder -

Plan

IMRO-nummer Plantype Status

Landelijk gebied, Karei Doormanweg 26-28 te Tollebeek

Omgeving manager

NLIMR0.0171.BP00711-VS01 bestemmingsplan

Adres Het Spijk 18E 8321WT Urk

Definitief Telefoon 0527 - 680 870 E-mail info@omgevingmanager.nl IBAN NL62SNSB 0898 7801 87 BTW NL0016559826B27 K.v.K. 56318618

Pagina 2 van 33

www.omaevinamanaaer.nl

Toelichting bestemmingsplan - Landelijk gebied, Karei Doormanweg 26-28 te Tollebeek

Inhoudsopgave 1

INLEIDING............................................................................................................................... 4

1.1 1.2 1.3 1.4 2

PLANOMSCHRIJVING........................................................................................................... 6

2.1 2.2 3

Voornemen en aanleiding.............................................................................................4 Plangebied....................................................................................................................4 Huidige bestemming......................................................................................................4 Leeswijzer.....................................................................................................................5

Bestaande situatie........................................................................................................6 Planvoornemen............................................................................................................8

BELEIDSKADER.....................................................................................................................13

3.1 Rijksbeleid...................................................................................................................13 3.2 Provinciaal beleid.......................................................................................................14 3.3 Gemeentelijk beleid.....................................................................................................15 4

MILIEU- EN OMGEVINGSEFFECTEN.............................................................................. 17

4.1 Mer-beoordeling........................................................................................................17 4.2 Bedrijven en milieuzonering........................................................................................17 4.3 Geluidbelasting op het plangebied..............................................................................18 4.4 Bodem.........................................................................................................................19 4.5 Water.........................................................................................................................19 4.6 Lucht..........................................................................................................................23 4.7 Externe veiligheid.......................................................................................................24 4.8 Archeologie................................................................................................................25 4.9 Natuur.......................................................................................................................25 4.10 Landschappelijke inpassing..........................................................................................28 4.11 Verkeer en

parkeren....................................................................................................29 5

UITVOERBAARHEID........................................................................................................... 32

5.1 5.2 6

Maatschappelijke uitvoerbaarheid..............................................................................32 Economische uitvoerbaarheid....................................................................................32

BIJLAGENOVERZICHT.........................................................................................................33

Pagina 3 van 33

www.omaevinamanaaer.nl

Toelichting bestemmingsplan - Landelijk gebied, Karei Doormanweg 26-28 te Tollebeek

1

Inleiding

1.1

Voornemen en aanleiding

De initiatiefnemer is eigenaar van het perceel en de gebouwen aan Karei Doormanweg 26 en 28 in Tollebeek. In de aanwezige bedrijfsgebouwen werd een nertsenfarm geëxploiteerd. Door de Covid-19 pandemie en de Wet verbod pelsdierhouderij is het houden van nertsen definitief beëindigd. Het voornemen is om de vrijgekomen bedrijfsgebouwen te gaan gebruiken voor opslag- en stalling van onder andere boten en caravans. 1.2

Plangebied

Het plangebied is gelegen in het buitengebied aan de Karei Doormanweg te Tollebeek en valt binnen het grondgebied van Gemeente Noordoostpolder. In Figuur 1 is de situering van het plangebied ten opzichte van haar omgeving aangegeven.

Figuur 1: Ligging plangebied ten opzichte van de omgeving (Bron: https://kaart.flevoland.nl/luchtfoto/)

1.3

Huidige bestemming

De percelen vallen onder de beheersverordening 'Landelijk gebied' die op 21 maart 2016 door de gemeente Noordoostpolder is vastgesteld. In artikel 2 lid 8 van de beheersverordening wordt voor de van toepassing zijnde bouw- en gebruiksregels verwezen naar de bijlagen 15 en 16 van de beheersverordening. Dit zijn de planregels en de bestemmingsplan kaart zoals die waren opgenomen in het voorheen geldende Bestemmingsplan Landelijk gebied 2004. In figuur 2 is weergegeven hoe de percelen zijn aangeduid op de plankaart. Karei Doormanweg 26 en 28 zijn samengevoegd tot één perceel met de bestemming 'Agrarisch gebied'. De aanduiding Ai staat voor 'intensieve veehouderij toegestaan'. Tevens zijn overeenkomstig de huidige situatie twee bedrijfswoningen toegestaan.

Pagina 4 van 33

www.omaevinamanaaer.nl

Toelichting bestemmingsplan - Landelijk gebied, Karei Doormanweg 26-28 te Tollebeek

In artikel 5 van het voormalige Bestemmingsplan landelijk gebied 2004 zijn regels opgenomen met betrekking tot de toegestane activiteiten. Het voorgenomen plan is niet bij recht toegestaan. 1.4

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt een omschrijving van het plan gegeven. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 ingegeven op de voor het plan relevante beleidskaders. In hoofdstuk 4 worden de planologische overwegingen gegeven. Hoofdstuk 5 beschrijft de uitvoerbaarheid van het plan. Hoofdstuk 6 geeft een overzicht van bijlagen die deel uitmaken van deze plantoelichting.

Pagina 5 van 33

www.omaevinamanaaer.nl

Toelichting bestemmingsplan - Landelijk gebied, Karei Doormanweg 26-28 te Tollebeek

2

Planomschrijving

2.1

Bestaande situatie

Op dit moment staan er op de percelen aan de Karei Doormanweg 26-28 onder andere twee woningen, een mestsilo en twee stallencomplexen waar de nertsen in werden gehouden. De stallencomplexen zijn sterk vergelijkbaar met een kassencomplex en bestaan net als een kas hoofdzakelijk uit glas. Op de luchtfoto in Figuur 3 is de huidige situatie weergegeven.

Figuur 3: Huidige situatie van de percelen Karei Doormanweg 26-28 (Bron: httosiZZkaart.flevoland.nIZluchtfotoZ)

In de figuren 4 t/m 7 zijn foto's opgenomen zoals de bedrijfsgebouwen zichtbaar zijn vanaf de openbare weg.

Pagina 6 van 33

www.omaevinamanaaer.nl

Figuur 5: zicht op beide woningen (bron: Google Maps)

Pagina 7 van 33

www.omaevinamanaaer.nl

Toelichting bestemmingsplan - Landelijk gebied, Karei Doormanweg 26-28 te Tollebeek

Figuur 7: zicht vanaf het zuidwesten op het perceel (richting Emmeloord) (bron: Google Maps)

2.2

Planvoornemen

2.2.1 Voorgenomen gebruik In Figuur 8 is het voorgenomen gebruik van de vrijvallende gebouwen weergegeven. Het voornemen is om de twee stallencomplexen om te bouwen tot stallingsruimte. Deze loodsen worden dan gebruikt voor het stallen van onder andere caravans, boten en aanhangers. Het stallencomplex aan Karei Doormanweg 26 zal tevens voor een deel (ongeveer 400 m2) worden ingericht als showroom voor caravans en dergelijke van eigenaren die deze te koop hebben staan. De showroom is niet bedoeld om een caravanhandel te exploiteren. Dit is een aanvullende service aan eigenaren van objecten die stallingsruimte huren. In de periode dat een object is gestald kan de eigenaar of een derde niet bij het object komen. Dat is lastig in het geval een eigenaar van bijvoorbeeld een caravan deze graag wil verkopen. De eigenaar kan dan een verkoopplaats aanvragen. Het object wordt dan uit de stallingsruimte gehaald en geplaatst in de showroom. De eigenaar kan in deze ruimte dan het object aan eventuele belangstellenden laten zien. De hier aangegeven showroom betreft geen reguliere detailhandel. Het is uitsluitend een integraal onderdeel van de klantgerichte bedrijfsvoering: het zijn particulieren die gestalde caravan/campers verkopen. Om deze reden is in de regels dan ook geen uitdrukkelijke regeling opgenomen die detailhandel toestaat.

Er zal een service- en onderhoudswerkplaats gerealiseerd worden. Hiervoor wordt de bestaande schuur ingericht die voorheen reeds in gebruik was als opslagruimte en werkplaats. De service- en onderhoudswerkplaats is bedoeld als aanvullende dienstverlening aan de klanten die gebruik maken van de opslagvoorzieningen. Klanten die stallingsruimte huren kunnen bijvoorbeeld extra diensten aankruisen op het stallingsformulier, zoals het weer rijklaar maken van de caravan na een stallingsperiode. Om deze service op een ordentelijke manier te kunnen bieden is voorzien in een werkplaats.

Pagina 8 van 33

www.omaevinamanaaer.nl

Toelichting bestemmingsplan - Landelijk gebied, Karei Doormanweg 26-28 te Tollebeek

Op het perceel zullen voldoende parkeerplaatsen worden gerealiseerd, zodat bezoekers en personeel op het terrein van de inrichting kunnen parkeren. De mestsilo die aanwezig is zal blijven bestaan. Tevens zal een tweede mestsilo worden bijgeplaatst. De mestsilo's zullen worden verhuurd aan derden om hun mest in op te slaan. Om de bedrijfspanden geschikt te maken voor stalling en opslag zullen de glazen dakafdekking vervangen worden door dakplaten. Het voornemen is om de daken van de bedrijfspanden volledig te bedekken met zonnepanelen. De daken van de huidige complexen zijn zodanig dat een zonnepaneel precies op de schuine dakvlakken past. Een voorwaarde voor het plaatsen van de zonnepanelen is dat de opgewekte stroom kan worden teruggeleverd aan het elektriciteitsnetwerk. Als de daken van de stallencomplexen volledig worden voorzien van zonnepanelen kan een zonnepark worden gerealiseerd van ruim 1,3 ha.

Pagina 9 van 33

www.omaevinamanaaer.nl

Toelichting bestemmingsplan - Landelijk gebied, Karei Doormanweg 26-28 te Tollebeek

Stallings- en opslagruimte 8658 m2

Showroom

Stallings- en opslagruimte 5057 m2

Cį2! TR

Karei Doormanweg

Figuur 8: Gebruik gebouwen in de gewenste situatie

2.2.2

Motivatie voor het plan Door het niet meer kunnen houden van nertsen is het verdienmodel van Minkfarm B.V. volledig weggevallen. Door stallings- en opslagruimte tegen betaling aan te bieden kan weer voorzien worden in een rendabele exploitatie van de reeds aanwezige bebouwingen. Ook het blijven gebruiken van de mestsilo en het uitbreiden met een tweede mestsilo draagt bij aan een rendabele bedrijfsvoering.

Pagina 10 van 33

www.omaevinamanaaer.nl

Toelichting bestemmingsplan - Landelijk gebied, Karei Doormanweg 26-28 te Tollebeek

Vanuit de omgeving is vraag naar bufferopslag van mest. Akkerbouwbedrijven in de omgeving die drijfmest willen toepassen kunnen op deze wijze de mest opslaan in de omgeving van hun bedrijf om deze te kunnen uitrijden zodra de omstandigheden daarvoor geschikt zijn. Hierdoor zijn deze bedrijven minder afhankelijk van de logistiek van de mestleverende bedrijven. 2.2.3

Invulling plangebied Voorliggende bestemmingsplan voorziet in de herziening van de bestemming 'Agrarisch gebied' naar 'bedrijf. De huidige bebouwing binnen het plangebied blijft behouden. De erfsingels rondom het plangebied blijven, overeenkomstig de huidige situatie, gehandhaafd en worden daar waar nodig hersteld. Het plangebied krijgt grotendeels de bestemming 'Bedrijf. Binnen deze bestemming worden twee bedrijfswoningen toegestaan, zodat de twee reeds bestaande woningen als zodanig kunnen worden gebruikt. Het overige deel van het erf krijgt de bestemming 'Groen - Erfsingeľ.

2.2.4

Erfverbreding In het verleden is de kavelsloot aan de noordoostelijke zijde van het perceel Karei Doormanweg 26 verlegd, waarbij de sloot op ruim 25 m afstand van het stallencomplex is komen te liggen. Omstreeks 2013/2014 is de erfsingel in verband met het vernieuwen van het stallencomplex verwijderd. In 2016 is door Minkfarm B.V. een voorstel gedaan voor herplant, waarbij de erfsingel is geprojecteerd langs de verlegde sloot. Per e-mail van 14 april 2016 is door een ambtenaar van Gemeente Noordoostpolder ingestemd met de nieuwe situering. In de e-mail is het volgende aangegeven: 7k heb overleg gehad met mijn collega van het cluster Vergunningen. Zoals je al wist mag je op de grondstrook ten oosten van het bedrijf niet bouwen. Een singel mag wel worden aangeplant. Daarom heb ik in de bijlage een tekening toegevoegd met een voorstel voor aanplant van de erfsingeľ. De aldus voorgestelde erfsingel is in 2020 aangeplant. In figuur 9 is de tekening weergegeven waarop het voorstel van 14 april 2016 is weergegeven, alsmede de oorspronkelijke situering van de erfsingel. Door de verplaatsing van de erfsingel is het erf verbreed zonder dat dit formeel is vergund. De inmiddels in overleg met de gemeente tot stand gekomen erfsingel langs de verlegde kavelsloot, wordt daarom als onderdeel van het plan meegenomen.

Pagina 11 van 33

www.omaevinamanaaer.nl

Toelichting bestemmingsplan - Landelijk gebied, Karei Doormanweg 26-28 te Tollebeek

Pagina 12 van 33

www.omaevinamanaaer.nl

Toelichting bestemmingsplan - Landelijk gebied, Karei Doormanweg 26-28 te Tollebeek

3

Beleidskader

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte In de definitieve Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) schetst het Rijk ambities van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid voor Nederland in 2040. De Rijksoverheid wil dat de belangrijkste economische regio's, woongebieden en werkgebieden goed bereikbaar en leefbaar zijn. Deze doelen staan in de SVIR. In de SVIR beschrijft het kabinet 3 doelen voor de periode tot 2028: » verbetering concurrentiekracht; » verbetering bereikbaarheid; » verbetering leefomgeving, milieu en water. In de nationale ruimtelijke hoofdstructuur is opgenomen welke gebieden en hoofdnetwerken van nationaal belang zijn bij de geformuleerde rijksdoelen. Het plangebied maakt geen deel uit van de ruimtelijke hoofdstructuur in de SVIR. In hoofdstuk 4 wordt nader ingegaan op de ligging van het gebied ten aanzien van NNN/EHS en Natura 2000gebieden. De SVIR vormt geen belemmering voor de realisering van onderhavig plan.

3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) In het Barro zijn regels gesteld die gelden voor het nemen van planologische beslissingen door lagere overheden, voor zover het gaat om ontwikkelingen van nationaal belang. Daarbij gaat het om de volgende nationale belangen: » rijksvaarwegen; » project Mainportontwikkeling Rotterdam; » kustfundament; » grote rivieren; » Waddenzee en waddengebied; » defensie; » Natuurnetwerk Nederland; » erfgoederen van universele waarden; » hoofdwegen en hoofdspoorwegen; elektriciteitsvoorziening; » buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen; » primaire waterkeringen buiten het kustfundament en het IJsselmeergebied. De normering uit het Barro werkt zoveel mogelijk direct door op het niveau van de lokale besluitvorming. Bij besluitvorming over bestemmingsplannen moeten de regels worden gerespecteerd. Het merendeel van de regels legt beperkingen op, daarin is een gradatie te onderkennen. Deze zijn geformuleerd als een 'ja, mits', een 'ja, voor zover', een 'nee, tenzij', een 'nee, als' of een stringente 'nee' bepaling. Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk waarbij nationale belangen gemoeid zijn. Het Barro heeft dan ook geen invloed op het bestemmingsplan.

Pagina 13 van 33

www.omaevinamanaaer.nl

Toelichting bestemmingsplan - Landelijk gebied, Karei Doormanweg 26-28 te Tollebeek

3.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen wordt beoordeeld of er echt behoefte aan is en of de ontwikkeling binnen het stedelijk gebied kan. De Ladder voor duurzame verstedelijking (hierna: Ladder) is van toepassing op bestemmingsplannen, uitwerkings- en wijzigingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub c in samenhang met artikel 2.12 lid 1 onder a sub 3 Wabo. De Laddertoets moet worden uitgevoerd wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In artikel 1.1.1 onder i van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip stedelijke ontwikkeling vastgelegd. Van een nieuwe stedelijke ontwikkeling kan sprake zijn als er sprake is van nieuwe bebouwing, waardoor er een groter beslag op de ruimte wordt gelegd. In onderhavig geval wordt niet voorzien in nieuwe bebouwing en is er dus geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een laddertoets kan daardoor achterwege blijven.

3.2

3.2.1

Provinciaal beleid

Omgevingsvisie FlevolandStraks De Omgevingsvisie FlevolandStraks is vastgesteld op 8 november 2017. De Omgevingsvisie FlevolandStraks geeft de visie van de provincie Flevoland op de toekomst van dit gebied. De visie gaat over de periode tot 2030 en verder. De visie is richtinggevend voor alle andere provinciale beleidsinstrumenten. De Omgevingsvisie FlevolandStraks heeft drie kernopgaven: » Het Verhaal van Flevoland (fysieke omgeving). » Krachtige Samenleving (sociaal-economische omgeving). » Ruimte voor Initiatief (bestuurlijke omgeving). De visie omvat geen rechtstreekse elementen die bindend zijn voor gemeentelijke bestemmingsplannen. Uiteindelijk zal de visie haar doorwerking moeten krijgen in onder andere het provinciale omgevingsplan.

3.2.2

Omgevingsprogramma Provincie Flevoland Het Omgevingsprogramma is een verdere uitwerking van wat de provincie belangrijk vindt en wil doen om te zorgen voor een goede leefomgeving. Hierin staat beschreven wat het te voeren beleid is en welke maatregelen of acties genomen worden om de doelstellingen te kunnen bereiken. Dit kan gaan over bijvoorbeeld de ontwikkeling, het gebruik en beheer van onder andere wegen, natuur en bodem: de 'fysieke leefomgeving'. Voor het voorgenomen plan is met name paragraaf 1.2.1.1 'Vrijkomende agrarische erven' van belang. Door ruimte te bieden voor invulling van vrijkomende agrarische bebouwing wil de provincie de unieke structuur van Flevoland behouden.

Pagina 14 van 33

www.omaevinamanaaer.nl

Toelichting bestemmingsplan - Landelijk gebied, Karei Doormanweg 26-28 te Tollebeek

Voor de landschappelijke inpassing geeft het omgevingsprogramma aan dat de provincie verwacht van de gemeenten dat zij bij de besluitvorming over nieuwe ontwikkelingen expliciet rekening houden met zowel de cultuurhistorische en landschappelijke kern- als basiskwaliteiten. Bij het voorgenomen plan is het daarom een absolute randvoorwaarde dat de reeds aanwezige erfsingel behouden blijft en daar waar nodig wordt hersteld. 3.2.3

RO Visie Werklocaties Flevoland De RO Visie Werklocaties is op 28 juni 2016 vastgesteld. De visie is erop gericht om te komen met sterke werklocaties met toekomstwaarde in provincie Flevoland. In de visie wordt specifiek aandacht besteed aan vrijkomende agrarische erven. Op locaties van voormalige agrarische bedrijven worden nieuwe activiteiten steeds meer gezien als een kans om de leefbaarheid in het landelijk gebied te behouden of versterken. Voorbeelden die in de visie worden genoemd zijn camping, caravanstalling, discotheek, galerie, garage, museum, kantoor, restaurant, villa, zorgboerderij en wellnessfarm. Randvoorwaarde voor het op een andere manier invulling geven van een agrarisch perceel is dat dit niet ten koste moet gaan van een vitaal en aantrekkelijk landelijk gebied waar het aantrekkelijk wonen, werken en recreëren is. Nieuwe niet-agrarische functies mogen de landschappelijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten van het gebied niet aantasten. Ook moet rekening worden gehouden met de landschappelijke en cultuurhistorische basiskwaliteiten. Vestiging in het buitengebied van activiteiten die thuishoren op een formele werklocatie is in principe niet toegestaan. Milieuhygiënisch, landschappelijk en verkeerstechnisch ongewenste effecten moeten worden voorkomen.

Om gewenste integrale ontwikkelingen met wonen, recreatie en bedrijvigheid als economische dragers in een gebied mogelijk te maken kan op experimentele basis het planologisch regime voor dat gebied worden verruimd. Voorwaarde is dan wel dat in een ruimtelijk ontwerp een integrale kwaliteitsimpuls voor het gebied wordt aangetoond. Met bovenstaande beleidsuitgangspunten is in het voorgenomen plan rekening gehouden.

3.2.4

Beleidsregel kleinschalige ontwikkelingen in het landelijk gebied 2008 De Beleidsregel kleinschalige ontwikkelingen in het landelijk gebied 2008 bevat regels die in het verlengde liggen van de RO Visie Werklocaties Flevoland. Flet zijn daarmee de spelregels om meer ruimte te bieden aan nieuwe agrarisch aanverwante en niet-agrarische functies. Dit zonder dat de reeds in het landelijk gebied aanwezige activiteiten en functies gehinderd worden of dat het landelijk gebied verstedelijkt. Tevens mag dit er niet toe leiden dat het voortbestaan van basisvoorzieningen in de kleine kernen en de ontwikkeling van bestaande bedrijventerreinen wordt bemoeilijkt door daarmee te zeer concurrerende activiteiten. Voorwaarden is ook dat de activiteiten en de (voormalige) agrarische bouwpercelen landschappelijk en verkeerskundig goed worden ingepast. In het plan is rekening gehouden met de gestelde beleidsregels.

3.3

3.3.1

Gemeentelijk beleid

Structuurvisie Noordoostpolder 2025 De structuurvisie is een integrale ruimtelijke visie. Zij beschrijft de huidige en gewenste waarden en kwaliteiten en kijkt daarbij vooruit naar 2025.

Pagina 15 van 33

www.omaevinamanaaer.nl

Toelichting bestemmingsplan - Landelijk gebied, Karei Doormanweg 26-28 te Tollebeek

De visie heeft als doel verschillende belangen, zoals voor het landschap, de kernen en de gemeenschap, zorgvuldig af te wegen en hieruit een integrale ontwikkelingsrichting te bepalen voor de periode tot 2025. De 'Structuurvisie Noordoostpolder 2025' is vooral gericht op behoud en verbetering van de bestaande ruimtelijke, economische en sociale kwaliteiten en daarmee op het versterken van het landschap en de leefbaarheid in de gemeente Noordoostpolder. Er wordt een beeld geschetst van zowel de samenleving als van de ruimtelijke omgeving van de gemeente. In de visie wordt er gestuurd op ruimtelijke structuren: waar kan iets gebeuren, op welke manier en waarom? Daarbij gaat het er nadrukkelijk om een helder kader te geven voor initiatieven van burgers en ondernemers. In het kader van de structuurvisie ligt het perceel in het zogenaamde middengebied. Het middengebied is het open agrarische hart van de polder, gelegen binnen de dorpenring­ weg. In het hart van dit deelgebied ligt Emmeloord. De belangrijkste ruimtelijke kwaliteiten zijn de regelmatige verkaveling en de mooie wegbeplantingen. In paragraaf 4.1.2 is daarover het volgende aangegeven: Uitgangspunt voor het middengebied is het behouden van het open karakter. Op plaatsen waar de openheid in de huidige situatie wordt verstoord, is ons streven deze te herstellen.

Eventuele, nieuwe elementen worden hier vormgegeven als eilanden in de ruimte. .2

Visie werklocaties noordelijk Flevoland De Visie Werklocaties Noordelijk Flevoland is door de gemeenteraad vastgesteld op 22 december 2017. De Visie Werklocaties biedt de kaders en uitgangspunten voor een zorgvuldige ontwikkeling van- en een goede ruimtelijke ordening voor de bedrijfslocaties in Noordelijk Flevoland, bestaande uit Gemeenten Noordoostpolder en Urk. In de Visie is een hoofdstuk opgenomen over vrijkomende agrarische erven. Aangegeven is dat vrijkomende erven bieden goede mogelijkheden voor de uitvoering van niet-agrarische bedrijfsactiviteiten in de lichte milieucategorieën, kleinschalige voorzieningen en recreatie. Onder niet-agrarische bedrijfsactiviteiten in de lichte milieucategorieën vallen bijvoorbeeld loonbedrijven en aannemersbedrijven. Vestigingen van dergelijke bedrijven worden toegestaan binnen de begrenzing van het bestaande erf. Voorwaarden daarbij zijn: a) er moet voldoende milieuruimte beschikbaar zijn; b) andere functies, zoals wonen of agrarisch gebruik, mogen niet ongewenst gehinderd worden; c) de ontwikkeling past binnen de ruimtelijke uitstraling van het gebied; d) de uitbreiding levert infrastructureel geen knelpunten op; e) de erfsingel moet behouden blijven, of opnieuw worden aangeplant. In het navolgende wordt nader ingegaan op welke wijze aan genoemde voorwaarden is voldaan.

Pagina 16 van 33

www.omaevinamanaaer.nl

Toelichting bestemmingsplan - Landelijk gebied, Karei Doormanweg 26-28 te Tollebeek

4

Milieu- en omgevingseffecten

4.1

Mer-beoordeling

In het Besluit milieueffectrapportage is aangegeven welke activiteiten in het kader van het bestemmingsplan m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Tevens is op grond van artikel 7.2a van de Wet milieubeheer een plan m.e.r.-plichtig als in verband met dit plan een passende beoordeling moet worden gemaakt op grond van artikel 2.8, eerste lid van de Wet natuurbescherming. Als een activiteit m.e.r.-plichtig is moet een Milieueffectrapport (hierna: MER) worden opgesteld om het milieu op een volwaardige manier mee te wegen bij de besluitvorming. Als sprake is van m.e.r.-beoordelingsplicht moet vooraf het vaststellen van het plan worden nagegaan of mogelijk sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. In dat geval kan het zijn dat de beoordeling uitwijst dat alsnog een MER moet worden opgesteld alvorens het plan kan worden vastgesteld. In onderdeel C van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage zijn de activiteiten aangewezen waarvoor in het kader van de bestemmingsplanprocedure de verplichting geldt een Milieueffectrapport op te stellen. Van een dergelijke activiteit is geen sprake. Tevens is vanwege het plan geen passende beoordeling vereist. Hierdoor is er geen sprake van een rechtstreekse verplichting om een MER op te stellen.

In onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage zijn de activiteiten aangewezen waarvoor in het kader van de bestemmingsplanprocedure de verplichting geldt een m.e.r.-beoordeling uit te voeren. Onder Dll zijn een aantal activiteiten aangewezen die betrekking hebben op stedelijke ontwikkelingen. Onder Dll.3 is daarbij de aanleg, wijziging of uitbreiding van een industrieterrein genoemd. De voorgenomen activiteiten betreffen de opslag en stalling van goederen. Er worden geen producten of halffabrikaten gemaakt. Hierdoor kunnen de voorgenomen activiteiten niet worden aangemerkt als industrie. Voorts is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling zoals onder Dll.2 is beschreven. Er is geen sprake van een uitbreiding van bebouwing, waardoor het plan als een stedelijke ontwikkeling zou kunnen worden aangemerkt. Gelet op het bovenstaande is er geen sprake van m.e.r.-beoordelingsplicht.

4.2

Bedrijven en milieuzonering

In de Handreiking Bedrijven en milieuzonering (VNG) is per bedrijfscategorie een richtlijnafstand opgenomen voor de milieuaspecten geur, geluid, gevaar en lucht. De richtlijnafstanden zijn ervoor bedoeld om te voorkomen dat gevoelige objecten, zoals woningen van particulieren, te veel milieuhinder zouden ondervinden of worden blootgesteld aan onaanvaardbare veiligheidsrisico's door omliggende bedrijven. De milieukwaliteit van de leefomgeving moet voldoende hoog zijn om zonder hinder, gezond en veilig te kunnen wonen. In tabel 1 zijn de voor het plan relevante bedrijfscategorieën opgesomd uit de richtlijnafstanden tabel uit de Handreiking Bedrijven en Milieuzonering. Tevens zijn de van toepassing zijnde richtlijnafstanden weergegeven per milieuaspect.

Pagina 17 van 33

www.omaevinamanaaer.nl

Toelichting bestemmingsplan - Landelijk gebied, Karei Doormanweg 26-28 te Tollebeek

Tabel 1: Activiteiten en de van toepassing zijnde ríchtafstanden

activiteit geur

Handel in auto's en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven Reparatie t.b.v. particulieren (excl. auto's en motorfietsen) Opslaggebouwen (verhuur opslagruimte) Opslag gier/ drijfmest gesloten opslag 350-750 m2

richtlijnafstanden (m) stof geluid gevaar

bedrijfscategorie

10

0

30

10

2

0

0

10

10

1

0

0

30

10

2

100

0

0

0

3

In figuur 10 is de ligging van de inrichting weergegeven ten opzichte van in de omgeving liggende woningen.

Figuur 10: Afstand van het plangebied tot aan erven met gevoelige bestemmingen in de omgeving

Uit het bovenstaande blijkt dat de inrichting zeer ruimschoots voldoet aan de richtlijnafstand van de Handreiking Bedrijven en Milieuzonering. Gelet hierop zal het plan de milieukwaliteit van in de omgeving gelegen gevoelige bestemmingen niet negatief beïnvloeden. Het is niet nodig om de mogelijke milieueffecten op de omgeving nader te onderzoeken.

4.3

Geluidbelasting op het plangebied

De Karei Doormanweg is een weg waar een maximumsnelheid geldt van 60 km/h. Als geluidgevoelige objecten zoals woningen binnen de geluidzone van deze weg worden toegevoegd, zal in het kader van de Wet geluidhinder moeten worden beoordeeld wat de geluidbelasting ten gevolge van het verkeer op de gevoelige objecten is. Het plan laat geen geluidgevoelige objecten toe anders dan de reeds twee bestaande bedrijfswoningen. Hierdoor kan geluidonderzoek vanwege verkeerslawaai achterwege blijven.

Pagina 18 van 33

www.omaevinamanaaer.nl

Toelichting bestemmingsplan - Landelijk gebied, Karei Doormanweg 26-28 te Tollebeek

Voor het overige zijn er geen geluidmakende activiteiten in de omgeving die relevant zijn voor het plangebied.

4.4

Bodem

In de bestaande situatie waren de gebouwen in gebruik voor het houden van nertsen. De nertsen werden gehouden in kooien die in rijen waren opgesteld. Daarbij was sprake van dagontmesting met afvoer van de mest naar een gesloten mestopslag. De stallen zijn voorzien van een betonvloer. Het is bij dit gebruik uitgesloten dat een bodemverontreiniging is ontstaan die het voorgestane gebruik in de nieuwe situatie in de weg zou staan. De werkplaats die in het plan is voorzien, is in de vigerende situatie reeds in gebruik als werkplaats. Dan in de nieuwe situatie aan andere objecten werkzaamheden worden verricht, maakt het gebruik niet wezenlijk anders. Voorst blijf de mestopslag ongewijzigd met slechte het verschil dat in de nieuwe situatie mest van derden zal worden opgeslagen. Vanuit oogpunt van bodem maakt dit verder geen verschil. Voor het overige vinden in zowel de bestaande als nieuwe situatie geen bodembedreigende activiteiten plaats.

4.5

Water

4.5.1

Inleiding Sinds 1 november 2003 is de toepassing van de watertoets wettelijk verplicht door de verankering in het Besluit op de ruimtelijke ordening 1985. De watertoets heeft betrekking op alle grond- en oppervlaktewateren en behandelt alle van belang zijnde waterhuishoudkundige aspecten (naast veiligheid en wateroverlast ook bijvoorbeeld waterkwaliteit en verdroging). De watertoets is een belangrijk procesinstrument om het belang van water een evenwichtige plaats te geven in de ruimtelijke ordening. Uit de waterparagraaf blijkt de betrokkenheid van de waterbeheerder in het planproces en de wijze waarop het wateradvies van de waterbeheerder is meegenomen in de uitwerking van het plan. De watertoetsprocedure kan op drie manieren gevolgd worden: de procedure geen waterschapsbelang, de korte procedure en de normale procedure. Welke procedure gevolgd moet worden hangt af van de implicaties van het ruimtelijk plan voor de waterhuishouding. De procedure geen waterschapsbelang en de korte procedure zijn bedoeld voor ruimtelijke plannen met beperkte gevolgen voor de waterhuishouding. Bij deze twee procedures kan de watertoets volledig digitaal doorlopen worden. De normale procedure is gericht op ruimtelijke plannen met relatief vergaande consequenties voor de waterhuishouding. In dat geval is actieve betrokkenheid van Waterschap Zuiderzeeland nodig.

In onderhavige zaak is de normale procedure van toepassing.

4.5.2

Wet- en regelgeving en beleid De belangrijkste wet- en regelgeving en beleid op het gebied van water is hier opgenomen.

Pagina 19 van 33

www.omaevinamanaaer.nl

Toelichting bestemmingsplan - Landelijk gebied, Karei Doormanweg 26-28 te Tollebeek

KRW De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) is in 2000 ingevoerd en heeft als doelstelling het bereiken van een goede ecologische en chemische toestand voor alle oppervlaktewaterlichamen en het beschermen en herstellen van alle grondwaterlichamen (verbinding infiltratie- en kwelgebieden). Door de inrichting van watergangen af te stemmen op de ecologie kan de ecologische toestand verbeterd worden. De KRW heeft het streven om emissies naar oppervlakte- en grondwater terug te dringen. Daarnaast zal de onttrekking van grondwater in evenwicht worden gebracht met de aanvulling van het grondwater. Waterbeleid voor de 2ľ eeuw De Commissie Waterbeheer 21ste eeuw heeft in augustus 2000 advies uitgebracht over het toekomstige waterbeleid in Nederland. Een andere aanpak in het licht van verwachte ontwikkelingen inzake zeespiegelstijging, toenemende neerslag en rivierwaterafvoer en verdergaande bodemdaling is noodzakelijk. De adviezen van de commissie staan in het rapport Anders omgaan met water, Waterbeleid voor de 21ste eeuw (WB21). De kern van het rapport WB21 is dat water de ruimte moet krijgen, voordat het die ruimte zelf neemt. In het Waterbeleid voor de 21e eeuw worden twee principes (drietrapsstrategieën) voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd: vasthouden, bergen en afvoeren schoonhouden, scheiden en zuiveren. Waterwet De Waterwet is op 22 december 2009 in werking getreden.

Deze Waterwet bestaat uit een achttal wetten die zijn samengevoegd tot één wet. De Waterwet stelt integraal waterbeheer op basis van de 'watersysteembenadering' centraal. De verantwoordelijkheden in het oppervlaktewater- en grondwaterbeheer van Rijk, provincie, waterschappen en gemeenten zijn in de Waterwet helderder vastgelegd. De voornaamste veranderingen zijn de invoering van de watervergunning en een verbeterde doorwerking van water in andere beleidsterreinen, met name het ruimtelijke domein. Op grond van o.m. de Waterwet is voor gemeenten, naast het inzamelen en transporteren van vrijkomend stedelijk afvalwater een formele taak weggelegd voor het afvoeren van overtollig regenwater. In zoverre het inzamelen en transporteren van relatief schoon regenwater buiten de afvalwaterstroom doelmatig kan worden uitgevoerd, vindt deze gescheiden van de afvoer van het stedelijk afvalwater plaats. Het 'gebiedseigen water' wordt op plaatsen waarvoor mogelijkheden aanwezig zijn, vastgehouden en geborgen in aanwezig stedelijk water en/of retentiestroken. Het bergen en vasthouden van regenwater op locatie mag niet leiden tot (water)overlast voor de woonomgeving. Tot slot heeft de gemeente een watertaak waterhuishoudkundige maatregelen te treffen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming(en) zoveel mogelijk te voorkomen ofte beperken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/1964/documents/32371