CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

3.1.2 Ruimtelijke onderbouwing aanpassing-verdieping vaarweg Enkhuizen - Lemmer.pdf

Commissie Woonomgeving 8 april 2024, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 3: (Ontwerp) Verklaring van geen bedenkingen (VVGB) verdiepen vaargeul (en het winnen van zand) Enkhuizen-Lemmer (IJsselmeer)14.620 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Uitslag KRW

QK|*

_____ ōCkrw^ MN_____ 6 5451158497876E-5 ŭ 0 1

KRW toets Voldoet: Concentratie verhoging < = meetnauwkeurigheid (6.5451158497876E-5 <= 0.1)

Eindresultaat Voldoet: Geavanceerde berekening en KRW test voldoen.

ã ®

Legenda database Į berekend

handmatig

overschreven

Emissie-Immissietoets Tracé 4-1 winschip - KRW norm standaard -- IJsselmeer - totaal fosfaat

Algemene gegevens Datum:

14-10-2021

Versie:

6.2.5

Naam bedrijf:

Tracé 4-1 winschip - KRW norm standaard

Lozingspunt:

IJsselmeer

Locatie

SS B

’■w Breedtegraad: Ö Lengtegraad:

Locatie:

52.77028 0NB 5.57894 0OL IJSMR339

Ontvangende water

O Type ontvangend water:

Zoet water - meer

Afstand voor MKN mengzone:

1000 m

Afstand voor MAC mengzone:

25 m

Totale debiet overig:

0 ITI3/S

Spronglaag (T.o.v. opp.):

0 m

Gemiddelde lokale snelheid:

0.016 m/s

Temperatuur aan het oppervlak:

20 0C

Temperatuur bij de bodem:

20 0C

Segment oppervlak:

3762060 m2

Verversingstijd:

3 d

Breedte:

25000 m

Diepte:

4.65729 m

Dichtheid bij bodem:

998.2063193824 kgfm3

Dichtheid bij oppervlakte:

998.2063193824 kgfm3

Ö Meetpunt:

Handmatig

Ö achtergrondconcentratie (Ca of Cw):

0.07206613 mg/l

0 KRW waterlichaam:

0

9 Gemiddelde debiet waterlichaam:

479.1 m3/s

Opgegeven parameters Lozing Stof: i Te gebruiken eenheid voor concentratie van deze stof:

totaal fosfaat mg/l

0 MKE voor zoete wateren:

0.07 mg/l

Ö MAC voor zoete wateren:

Onbekend

Ö Type lozing:

Nieuw

Horizontale locatie lozing:

Aan de kant

Verticale locatie lozing:

Bij oppervlak

Ö Debiet van lozing:

0.004308 m3/s

V Concentratie in lozing:

1.05 mg/l

G Dichtheid:

999 kg/mS

Ö Diameter lozingspijp:

.6 m

Drïnkwatertoetsnorm:

.9 mg/I

Resultaat van basis berekening Situatie niet met basis berekening af te leiden: druk op verder om naar geavanceerd te gaan

Resultaat van geavanceerde berekening ŌCI < 1007o JG-MKN en Cw > JG-MKN; ga verder naar KRW toets

Uitvoerboom

Ö Concentratie op MKN toetsafstand:

0.076136271665364 mg/l

O Concentratie op MAC toetsafstand:

0.096964993691659 mg/l

MAC grafiek

ū Concentratie I MAC concentratie | MAC afstand

MKN grafiek 0.5 0.45 0.4 S' 0.35 --

m

ä

aj

0.3 - -

2 0.25 --

C ai

o

0.2 --

^ 0.15 -

0.1 -0.05 --

3000

4000

5000

6000

7000

Afstand van lozingspunt[m]

ū Concentratie | MKN concentratie I MKN afstand

Drinkwater uitslag Innamepunt

Innameconcentratie

Resultaat

Andiĵk

0.070886508 mg/I

voldoet

1 oooo

Uitslag KRW

QK|*

______ ōCkrw^ MN______ 8.7933651223976E-6S0.01

KRW toets Voldoet: Concentratie verhoging < = meetnauwkeurigheid (8.7933651223976E-6 <= 0.01)

Eindresultaat Voldoet: Geavanceerde berekening en KRW test voldoen.

ã ®

Legenda database Į berekend

handmatig

overschreven

Emissie-Immissietoets Tracé 4-1 winschip - JG-MKN Ŭ KRW norm standaard - IJsselmeer - chloride

Algemene gegevens Datum:

14-10-2021

Versie:

6.2.5

Naam bedrijf:

Tracé 4-1 winschip - JG-MKN Ŭ KRW norm standaard

Lozingspunt:

IJsselmeer

Locatie

SS B

Breedtegraad:

52.77028 0NB

Lengtegraad:

5.57894 0OL

Locatie:

IJSMR339

Ontvangende water

A

Bh

i.

Ö Type ontvangend water:

y y y y y y y y y y y y y y y

Zoet water - meer

Afstand voor MKN mengzone:

1000 m

Afstand voor MAC mengzone:

25 m

Totale debiet overig:

0 ITI3/S

Spronglaag (T.o.v. opp.):

0 m

Gemiddelde lokale snelheid:

0.016 m/s

Temperatuur aan het oppervlak:

20 0C

Temperatuur bij de bodem:

20 0C

Segment oppervlak:

3762060 m2

Verversingstijd:

3 d

Breedte:

25000 m

Diepte:

4.65729 m

Dichtheid bij bodem:

998.2063193824 kgfm3

Dichtheid bij oppervlakte:

998.2063193824 kgfm3

Meetpunt:

Drinkwaterinname Ijsselmeer (ANDK)

achtergrondconcentratie (Ca of Cw):

97.02564103 mg/l na filtratie

Ö KRW waterlichaam:

0

Ü Gemiddelde debiet waterlichaam:

479.1 m37s

Opgegeven parameters Lozing Stof: Te gebruiken eenheid voor concentratie van deze stof:

0 MKE voor zoete wateren: MAC voor zoete wateren:

Ö Type lozing:

chloride mg/l

200 mg/l Onbekend Nieuw

Horizontale locatie lozing:

Aan de kant

Verticale locatie lozing:

Bij oppervlak

Debiet van lozing:

0.004308 m3/s

Concentratie in lozing:

2469 mg/l

G Dichtheid:

999 kg/mS

Ö Diameter lozingspijp:

.6 m

Drïnkwatertoetsnorm:

150 mg/I

Resultaat van basis berekening Situatie niet met basis berekening af te leiden: druk op verder om naar geavanceerd te gaan

Resultaat van geavanceerde berekening ŌCI < 1007o JG-MKN en ŌCI + Cw < JG-MKN: lozing voldoet

Uitvoerboom

Concentratie op MKN toetsafstand:

106.89775198124 mg/l

Concentratie op MAC toetsafstand:

157.4177268917 mg/l

MAC grafiek

ū Concentratie I MAC concentratie | MAC afstand

MKN grafiek 500 -|450 --

I

400 --

j

S' 350 - -

ļ

5»

i

Ä 300 - 2

i

250 --

|

!

E

I

05

I

« 200 ---------------------!----------------------ē i 0 1 50 - -

ļ

1 00 - -

I

SO -t

i

0 -|--------1-------- 1-0

1000

2000

—i------------------ 1-----------------------1---------------------i------------------- i—

3000

4000

5000

6000

7000

Afstand van lozingspunt[m]

ū Concentratie | MKN concentratie I MKN afstand

Drinkwater uitslag Innamepunt

Innameconcentratie

Resultaat

Andijk

95.438569033 mg/I

voldoet

10000

Uitslag KRW

OK

.

Ja

Cktw^ MKN * MN 97.046969298955 ŭ 201

KRW toets Voldoet: Eindconcentratie < = MKN + meetnauwkeurigheid (97.046969298955 <= 200 + 1)

Eindresultaat Voldoet: Geavanceerde berekening en KRW test voldoen.

ã ®

Legenda database Į berekend

handmatig

overschreven

Emissie-Immissietoets Tracé 4-1 winschip - JG-MKN norm standaard -- IJsselmeer - stikstof

Algemene gegevens Datum:

14-10-2021

Versie:

6.2.5

Naam bedrijf:

Tracé 4-1 winschip - JG-MKN norm standaard

Lozingspunt:

IJsselmeer

Locatie

SS B

’■w Breedtegraad: Ö Lengtegraad:

Locatie:

52.77028 0NB 5.57894 0OL IJSMR339

Ontvangende water

O Type ontvangend water:

Zoet water - meer

Afstand voor MKN mengzone:

1000 m

Afstand voor MAC mengzone:

25 m

Totale debiet overig:

0 ITI3/S

Spronglaag (T.o.v. opp.):

0 m

Gemiddelde lokale snelheid:

0.016 m/s

Temperatuur aan het oppervlak:

20 0C

Temperatuur bij de bodem:

20 0C

Segment oppervlak:

3762060 m2

Verversingstijd:

3 d

Breedte:

25000 m

Diepte:

4.65729 m

Dichtheid bij bodem:

998.2063193824 kgfm3

Dichtheid bij oppervlakte:

998.2063193824 kgfm3

Ö Meetpunt:

Handmatig

Ö achtergrondconcentratie (Ca of Cw):

1.401 mg/l

0 KRW waterlichaam:

0

9 Gemiddelde debiet waterlichaam:

479.1 m3/s

Opgegeven parameters Lozing Stof: i Te gebruiken eenheid voor concentratie van deze stof:

stikstof mg/l

0 MKE voor zoete wateren:

2.2 mg/l

Ö MAC voor zoete wateren:

Onbekend

Ö Type lozing:

Nieuw

Horizontale locatie lozing:

Aan de kant

Verticale locatie lozing:

Bij oppervlak

Ö Debiet van lozing:

0.004308 m3/s

V Concentratie in lozing:

8.68 mg/l

G Dichtheid:

999 kg/mS

Ö Diameter lozingspijp:

.6 m

Drïnkwatertoetsnorm:

1 mg/I

Resultaat van basis berekening Situatie niet met basis berekening af te leiden: druk op verder om naar geavanceerd te gaan

Resultaat van geavanceerde berekening ŌCI < 1007o JG-MKN en ŌCI + Cw < JG-MKN: lozing voldoet

Uitvoerboom

Concentratie op MKN toetsafstand:

1.4312950558223 mg/l

Concentratie op MAC toetsafstand:

1.5863283073339 mg/l

MAC grafiek

ū Concentratie I MAC concentratie | MAC afstand

MKN grafiek 5.5 -5 — 4.5 4

3.5 -3 2.5 --

2 1.5- -

1 0.5------

j

0 -|-------- İ-------- 1-------- 1-------- 1-------- 1--------1-------- 1-------- 1-------- 1-------0

1000

2000

3000

4000

5000

6000

7000

Afstand van lozingspunt[m]

ū Concentratie | MKN concentratie I MKN afstand

Drinkwater uitslag Innamepunt

Innameconcentratie

Resultaat

Andiĵk

1.378055342 mg/I

nader onderzoek

8000

9000

10000

Uitslag KRW

QK|*

Cktw <= MKN + MN 1.4010654511585s 2.3

KRW toets Voldoet: Eindconcentratie <= MKN + meetnauwkeurigheid (1.4010654511585 <= 2.2 + 0.1)

Eindresultaat Voldoet: Geavanceerde berekening en KRW test voldoen.

ã ®

Legenda database Į berekend

handmatig

overschreven

Emissie-Immissietoets Tracé 4-1 winschip - JG-MKN norm standaard -- IJsselmeer - sulfaat

Algemene gegevens Datum:

14-10-2021

Versie:

6.2.5

Naam bedrijf:

Tracé 4-1 winschip - JG-MKN norm standaard

Lozingspunt:

IJsselmeer

Locatie

SS B

’■w Breedtegraad: Ö Lengtegraad:

Locatie:

52.77028 0NB 5.57894 0OL IJSMR339

Ontvangende water

A

Bh

i.

Ö Type ontvangend water:

y y y y y y y y y y y y y y y

Zoet water - meer

Afstand voor MKN mengzone:

1000 m

Afstand voor MAC mengzone:

25 m

Totale debiet overig:

0 ITI3/S

Spronglaag (T.o.v. opp.):

0 m

Gemiddelde lokale snelheid:

0.016 m/s

Temperatuur aan het oppervlak:

20 0C

Temperatuur bij de bodem:

20 0C

Segment oppervlak:

3762060 m2

Verversingstijd:

3 d

Breedte:

25000 m

Diepte:

4.65729 m

Dichtheid bij bodem:

998.2063193824 kgfm3

Dichtheid bij oppervlakte:

998.2063193824 kgfm3

Meetpunt:

Drinkwaterinname Ijsselmeer (ANDK)

achtergrondconcentratie (Ca of Cw):

59.24382284 mg/l na filtratie

Ö KRW waterlichaam:

0

Ü Gemiddelde debiet waterlichaam:

479.1 m37s

Opgegeven parameters Lozing Stof: Te gebruiken eenheid voor concentratie van deze stof:

0 MKE voor zoete wateren: MAC voor zoete wateren:

Ö Type lozing:

sulfaat mg/l

100 mg/l Onbekend Nieuw

Horizontale locatie lozing:

Aan de kant

Verticale locatie lozing:

Bij oppervlak

Debiet van lozing:

0.004308 m3/s

Concentratie in lozing:

111.5 mg/l

G Dichtheid:

999 kg/mS

Ö Diameter lozingspijp:

.6 m

Drïnkwatertoetsnorm:

100 mg/l

Resultaat van basis berekening Situatie niet met basis berekening af te leiden: druk op verder om naar geavanceerd te gaan

Resultaat van geavanceerde berekening ŌCI < 1007o JG-MKN en ŌCI + Cw < JG-MKN: lozing voldoet

Uitvoerboom

Concentratie op MKN toetsafstand:

59.461312028642 mg/l

Concentratie op MAC toetsafstand:

60.574300771145 mg/l

MAC grafiek

MKN grafiek 240 --

220 -200 __.180-ţ 1 60 - -

^140-4Sc 120 - 03 U 100-

80 -60 -40 --

20 -3000

4000

5000

6000

7000

Afstand van lozingspunt[m]

ū Concentratie | MKN concentratie I MKN afstand

Drinkwater uitslag Innamepunt

Innameconcentratie

Resultaat

Andiĵk

58.273299601 mg/I

voldoet

10000

Uitslag KRW

OK

.

Ja

Cktw^ MKN * MN 59.24429271599ž101

KRW toets Voldoet: Eindconcentratie < = MKN + meetnauwkeurigheid (59.24429271599 <= 100 + 1)

Eindresultaat Voldoet: Geavanceerde berekening en KRW test voldoen.

ã ®

Legenda database Į berekend

handmatig

overschreven

Emissie-Immissietoets Tracé 4-1 winschip - JG-MKN norm standaard -- IJsselmeer - totaal fosfaat

Algemene gegevens Datum:

14-10-2021

Versie:

6.2.5

Naam bedrijf:

Tracé 4-1 winschip - JG-MKN norm standaard

Lozingspunt:

IJsselmeer

Locatie

SS B

’■w Breedtegraad: Ö Lengtegraad:

Locatie:

52.77028 0NB 5.57894 0OL IJSMR339

Ontvangende water

O Type ontvangend water:

Zoet water - meer

Afstand voor MKN mengzone:

1000 m

Afstand voor MAC mengzone:

25 m

Totale debiet overig:

0 ITI3/S

Spronglaag (T.o.v. opp.):

0 m

Gemiddelde lokale snelheid:

0.016 m/s

Temperatuur aan het oppervlak:

20 0C

Temperatuur bij de bodem:

20 0C

Segment oppervlak:

3762060 m2

Verversingstijd:

3 d

Breedte:

25000 m

Diepte:

4.65729 m

Dichtheid bij bodem:

998.2063193824 kgfm3

Dichtheid bij oppervlakte:

998.2063193824 kgfm3

Ö Meetpunt:

Handmatig

Ö achtergrondconcentratie (Ca of Cw):

0.07206613 mg/l

0 KRW waterlichaam:

0

9 Gemiddelde debiet waterlichaam:

479.1 m3/s

Opgegeven parameters Lozing Stof: i Te gebruiken eenheid voor concentratie van deze stof:

totaal fosfaat mg/l

0 MKE voor zoete wateren:

0.15 mg/l

Ö MAC voor zoete wateren:

Onbekend

Ö Type lozing:

Nieuw

Horizontale locatie lozing:

Aan de kant

Verticale locatie lozing:

Bij oppervlak

Ö Debiet van lozing:

0.004308 m3/s

V Concentratie in lozing:

1.05 mg/l

G Dichtheid:

999 kg/mS

Ö Diameter lozingspijp:

.6 m

Drïnkwatertoetsnorm:

.9 mg/I

Resultaat van basis berekening Situatie niet met basis berekening af te leiden: druk op verder om naar geavanceerd te gaan

Resultaat van geavanceerde berekening ŌCI < 1007o JG-MKN en ŌCI + Cw < JG-MKN: lozing voldoet

Uitvoerboom

Concentratie op MKN toetsafstand:

0.076136271665364 mg/l

Concentratie op MAC toetsafstand:

0.096964993691659 mg/l

MAC grafiek

ū Concentratie I MAC concentratie | MAC afstand

MKN grafiek 0.5 -j 0.45 --

I

0.4 --

j

— 0 35 ------

5»

M. 0.3 --

ļ

i

Ì

.® 2 0.25 -c05

I i II

ē

i

«

0.2 ...................... !------

0 0.15-------------- j----------------------------------------------------------------------------------------------------------------

0.1 --

I

0.05------

i

0 -|--------İ-------- 1--------1--------1-------- 1--------1--------1--------1-------- 1-------0

1000

2000

3000

4000

5000

6000

7000

Afstand van lozingspiint[m]

0 Concentratie | MKN concentratie I MKN afstand

Drinkwater uitslag Innamepunt

Innameconcentratie

Resultaat

Andiĵk

0.070886508 mg/I

voldoet

8000

9000

10000

Uitslag KRW

OK

. Ja

Cktw <= MKN * MN 0 072074923365122s 0.16

KRW toets Voldoet: Eindconcentratie <= MKN + meetnauwkeurigheid (0.072074923365122 <= 0.15 + 0.01)

Eindresultaat Voldoet: Geavanceerde berekening en KRW test voldoen.

|C

5' ©

Legenda database Į berekend

handmatig

overschreven

ŴTAUW Kenmerk

Bijlage 2

R001-1282567HBE-V04-mdg-NL

Uitkomsten immissietoets Eerstelijnsbeoordeling - combinatie effecten

Immissietoets v1.0.10 Invoer velden berekening Invoer berekening

waarde

eenheid

groep

Diepte

4.80198

m

water

Breedte haveningang

1

m

water

Spronglaag (T.o.v. opp.)

0

m

water

Havenlengte

1

m

water

Totale debiet overig

0

rrŕ/s

water

Gemiddelde lokale snelheid

0.023

m/s

water

Reststroomsnelheid

0.01

m/s

water

Saliniteit aan het oppervlak

0

PSU

water

Saliniteit bij de bodem

0

PSU

water

Temperatuur aan het oppervlak

20

oc

water

Temperatuur bij de bodem

20

oc

water

Tijdelijke variatie in dichtheid

0

kg/m3

water

Maatgevende lage afvoer

0

rrŕ/s

water

Breedte

25000

m

water

Type ontvangend water

3

-

water

Afstand tot havenmond

1

m

water

Gemiddeld Vloed debiet

110.4

rrŕ/s

water

Gemiddeld Eb debiet

1010

rrŕ/s

water

Vertikale getijslag van het ontvangende water

1

m

water

Achtergrond concentratie

59.24382284

KRW debiet

479.1

rrŕ/s

water

Verversingstijd

1.5

d

water

Segment oppervlakte

3710300

m2

water

Lozing concentratie

111.5

Debiet van lozing

0.008616

rrŕ/s

effluent

Dichtheid

999

kg/m3

effluent

Diameter lozingspijp

0.6

m

effluent

Horizontale locatie lozing

2

-

effluent

Verticale locatie lozing

1

-

effluent

MAC MKN JG MKN

100

g 11

g 11

water

effluent

V*Qİ\

effluent

V*Qİ\

effluent

Invoer berekening

waarde

eenheid

groep

Lengte waterlichaam benedenstrooms

25000

m

mixing-zone

m

mixing-zone

Gebruiker gedefinieerde afstand

Resultaten berekening

Beslisboom

Grafiek

Lozing İ

H' I Lll.'vh

ĊlKtC

ťŬ3ļíļJ-Ĵ-i.t

rņ;

W 2W nee

Ja 5 nomntoets

lozing voldoet ŌCI + CJO-MKN

Concentratie op MKN toetsafstand: 59.425ugZL Concentratie op MAC toetsafstand: 60.677ugZL

Resultaten drinkwatertoets Locatie

Concentratie verhoging [V.gH]

Achtergrondconcentratie [V.gH]

Totale concentratie [V.gH]

Voldoet aan norm

Immissietoets v1.0.10 Invoer velden berekening Invoer berekening

waarde

eenheid

groep

Diepte

4.80198

m

water

Breedte haveningang

1

m

water

Spronglaag (T.o.v. opp.)

0

m

water

Havenlengte

1

m

water

Totale debiet overig

0

mVs

water

Gemiddelde lokale snelheid

0.023

m/s

water

Reststroomsnelheid

0.01

m/s

water

Saliniteit aan het oppervlak

0

PSU

water

Saliniteit bij de bodem

0

PSU

water

Temperatuur aan het oppervlak

20

oc

water

Temperatuur bij de bodem

20

oc

water

Tijdelijke variatie in dichtheid

0

kg/m3

water

Maatgevende lage afvoer

0

mVs

water

Breedte

25000

m

water

Type ontvangend water

3

-

water

Afstand tot havenmond

1

m

water

Gemiddeld Vloed debiet

110.4

mVs

water

Gemiddeld Eb debiet

1010

mVs

water

Vertikale getijslag van het ontvangende water

1

m

water

Achtergrond concentratie

97.0256

KRW debiet

479.1

mVs

water

Verversingstijd

1.5

d

water

Segment oppervlakte

3710300

m2

water

Lozing concentratie

2469

Debiet van lozing

0.008616

mVs

effluent

Dichtheid

999

kg/m3

effluent

Diameter lozingspijp

0.6

m

effluent

Horizontale locatie lozing

2

-

effluent

Verticale locatie lozing

1

-

effluent

MAC MKN JG MKN

200

g 11

g 11

water

effluent

V*Qİ\

effluent

V*Qİ\

effluent

Invoer berekening

waarde

eenheid

groep

Lengte waterlichaam benedenstrooms

25000

m

mixing-zone

m

mixing-zone

Gebruiker gedefinieerde afstand

Resultaten berekening

Beslisboom Lozing

Grafiek :

í i-tf i D:-»

ChKt t-íi tf

Concentratie op MKN toetsafstand: 105.265ugZL Concentratie op MAC toetsafstand: 162.063ugZL

Resultaten drinkwatertoets Locatie

Concentratie verhoging [V.gH]

Achtergrondconcentratie [V.gH]

Totale concentratie [V.gH]

Voldoet aan norm

Immissietoets v1.0.10 Invoer velden berekening Invoer berekening

waarde

eenheid

groep

Diepte

4.80198

m

water

Breedte haveningang

1

m

water

Spronglaag (T.o.v. opp.)

0

m

water

Havenlengte

1

m

water

Totale debiet overig

0

mVs

water

Gemiddelde lokale snelheid

0.023

m/s

water

Reststroomsnelheid

0.01

m/s

water

Saliniteit aan het oppervlak

0

PSU

water

Saliniteit bij de bodem

0

PSU

water

Temperatuur aan het oppervlak

20

oc

water

Temperatuur bij de bodem

20

oc

water

Tijdelijke variatie in dichtheid

0

kg/m3

water

Maatgevende lage afvoer

0

mVs

water

Breedte

25000

m

water

Type ontvangend water

3

-

water

Afstand tot havenmond

1

m

water

Gemiddeld Vloed debiet

110.4

mVs

water

Gemiddeld Eb debiet

1010

mVs

water

Vertikale getijslag van het ontvangende water

1

m

water

Achtergrond concentratie

97.0256

KRW debiet

479.1

mVs

water

Verversingstijd

1.5

d

water

Segment oppervlakte

3710300

m2

water

Lozing concentratie

2469

Debiet van lozing

0.004308

mVs

effluent

Dichtheid

999

kg/m3

effluent

Diameter lozingspijp

0.6

m

effluent

Horizontale locatie lozing

2

-

effluent

Verticale locatie lozing

1

-

effluent

MAC MKN JG MKN

200

g 11

g 11

water

effluent

V*Qİ\

effluent

V*Qİ\

effluent

Invoer berekening

waarde

eenheid

groep

Lengte waterlichaam benedenstrooms

25000

m

mixing-zone

m

mixing-zone

Gebruiker gedefinieerde afstand

Resultaten berekening

Beslisboom

Grafiek

Lozing

í Į.rf I a: ‘t CfaKt

fiflS ií ;.--71 .:-

■Di-jran-

Concentratie op MKN toetsafstand: 101.152ugZL Concentratie op MAC toetsafstand: 129.996ugZL

Resultaten drinkwatertoets Locatie

Concentratie verhoging [V.gH]

Achtergrondconcentratie [V.gH]

Totale concentratie [V.gH]

Voldoet aan norm

Immissietoets v1.0.10 Invoer velden berekening Invoer berekening

waarde

eenheid

groep

Diepte

5.95318

m

water

Breedte haveningang

1

m

water

Spronglaag (T.o.v. opp.)

0

m

water

Havenlengte

1

m

water

Totale debiet overig

0

rrŕ/s

water

Gemiddelde lokale snelheid

0.024

m/s

water

Reststroomsnelheid

0.01

m/s

water

Saliniteit aan het oppervlak

0

PSU

water

Saliniteit bij de bodem

0

PSU

water

Temperatuur aan het oppervlak

20

oc

water

Temperatuur bij de bodem

20

oc

water

Tijdelijke variatie in dichtheid

0

kg/m3

water

Maatgevende lage afvoer

244.9

rrŕ/s

water

Breedte

25000

m

water

Type ontvangend water

3

-

water

Afstand tot havenmond

1

m

water

Gemiddeld Vloed debiet

110.4

rrŕ/s

water

Gemiddeld Eb debiet

1010

rrŕ/s

water

Vertikale getijslag van het ontvangende water

1

m

water

Achtergrond concentratie

0.068694103

KRW debiet

479.1

rrŕ/s

water

Verversingstijd

1.1

d

water

Segment oppervlakte

2699570

m2

water

Lozing concentratie

5240

Debiet van lozing

0.008616

rrŕ/s

effluent

Dichtheid

999

kg/m3

effluent

Diameter lozingspijp

0.6

m

effluent

Horizontale locatie lozing

2

-

effluent

Verticale locatie lozing

1

-

effluent

MAC MKN JG MKN

304

g 11

g 11

water

effluent

V*Qİ\

effluent

V*Qİ\

effluent

Invoer berekening

waarde

eenheid

groep

Lengte waterlichaam benedenstrooms

25000

m

mixing-zone

m

mixing-zone

Gebruiker gedefinieerde afstand

Resultaten berekening

Beslisboom

Grafiek

Lozing — L ,-íl Ċlď.h

— íbVIC ►ÍIS * rflt

- .tos į \ imi ĥ

HP :qíi JD- di 1 r»’i

i ui

l An,

« -,i i

5—1 ia

Concentratie op MKN toetsafstand: 12.945ugZL Concentratie op MAC toetsafstand: 128.653ugZL

Resultaten drinkwatertoets Locatie

Concentratie verhoging [V.gH]

Achtergrondconcentratie [V.gH]

Totale concentratie [V.gH]

Voldoet aan norm

Immissietoets v1.0.10 Invoer velden berekening Invoer berekening

waarde

eenheid

groep

Diepte

4.80198

m

water

Breedte haveningang

1

m

water

Spronglaag (T.o.v. opp.)

0

m

water

Havenlengte

1

m

water

Totale debiet overig

0

rrŕ/s

water

Gemiddelde lokale snelheid

0.023

m/s

water

Reststroomsnelheid

0.01

m/s

water

Saliniteit aan het oppervlak

0

PSU

water

Saliniteit bij de bodem

0

PSU

water

Temperatuur aan het oppervlak

20

oc

water

Temperatuur bij de bodem

20

oc

water

Tijdelijke variatie in dichtheid

0

kg/m3

water

Maatgevende lage afvoer

0

rrŕ/s

water

Breedte

25000

m

water

Type ontvangend water

3

-

water

Afstand tot havenmond

1

m

water

Gemiddeld Vloed debiet

110.4

rrŕ/s

water

Gemiddeld Eb debiet

1010

rrŕ/s

water

Vertikale getijslag van het ontvangende water

1

m

water

Achtergrond concentratie

0.0726613

KRW debiet

479.1

rrŕ/s

water

Verversingstijd

1.5

d

water

Segment oppervlakte

3710300

m2

water

Lozing concentratie

1.05

Debiet van lozing

0.008616

rrŕ/s

effluent

Dichtheid

999

kg/m3

effluent

Diameter lozingspijp

0.6

m

effluent

Horizontale locatie lozing

2

-

effluent

Verticale locatie lozing

1

-

effluent

MAC MKN JG MKN

0.07

g 11

g 11

water

effluent

V*Qİ\

effluent

V*Qİ\

effluent

Invoer berekening

waarde

eenheid

groep

Lengte waterlichaam benedenstrooms

25000

m

mixing-zone

m

mixing-zone

Gebruiker gedefinieerde afstand

Resultaten berekening

Beslisboom

Grafiek

Lozing

i

C cff I ĊtiLh

(fcyií ■Ū5íi!ií-iţ-

rijf

nee

5. normîoets

6CI * Cw

JG-MKN

0.0701 ^ 0.07

nee

9 achtergrondwāārdetoets

Concentratie op MKN toetsafstand: 0.0761 ug/L

Cw ** JG-MKN 0.0727 ^ 0.07

Concentratie op MAC toetsafstand: 0.0995ugZL ja

lozing voldoet

jį

Resultaten drinkwatertoets Locatie

Concentratie verhoging [V.gH]

Achtergrondconcentratie [V.gH]

Totale concentratie [V.gH]

Voldoet aan norm

Immissietoets v1.0.10 Invoer velden berekening Invoer berekening

waarde

eenheid

groep

Diepte

4.80198

m

water

Breedte haveningang

1

m

water

Spronglaag (T.o.v. opp.)

0

m

water

Havenlengte

1

m

water

Totale debiet overig

0

mVs

water

Gemiddelde lokale snelheid

0.023

m/s

water

Reststroomsnelheid

0.01

m/s

water

Saliniteit aan het oppervlak

0

PSU

water

Saliniteit bij de bodem

0

PSU

water

Temperatuur aan het oppervlak

20

oc

water

Temperatuur bij de bodem

20

oc

water

Tijdelijke variatie in dichtheid

0

kg/m3

water

Maatgevende lage afvoer

0

mVs

water

Breedte

25000

m

water

Type ontvangend water

3

-

water

Afstand tot havenmond

1

m

water

Gemiddeld Vloed debiet

110.4

mVs

water

Gemiddeld Eb debiet

1010

mVs

water

Vertikale getijslag van het ontvangende water

1

m

water

Achtergrond concentratie

1.401

KRW debiet

479.1

mVs

water

Verversingstijd

1.5

d

water

Segment oppervlakte

3710300

m2

water

Lozing concentratie

8.68

Debiet van lozing

0.008616

mVs

effluent

Dichtheid

999

kg/m3

effluent

Diameter lozingspijp

0.6

m

effluent

Horizontale locatie lozing

2

-

effluent

Verticale locatie lozing

1

-

effluent

MAC MKN JG MKN

1.3

g 11

g 11

water

effluent

V*Qİ\

effluent

V*Qİ\

effluent

Invoer berekening

waarde

eenheid

groep

Lengte waterlichaam benedenstrooms

25000

m

mixing-zone

m

mixing-zone

Gebruiker gedefinieerde afstand

Resultaten berekening

Beslisboom

Grafiek

Lozing

nee

ja

nee

9 achtergrondwāārdetoets

Concentratie op MKN toetsafstand: 1.4263ugZL

Cw ** JG-MKN 1.401 ^1.3

Concentratie op MAC toetsafstand: 1.6006ugZL ja

7. KRWtoets

lozing voldoet öCmp < MN

P

*

Resultaten drinkwatertoets Locatie

Concentratie verhoging [V.gH]

Achtergrondconcentratie [V.gH]

Totale concentratie [V.gH]

Voldoet aan norm

ŴTAUW Kenmerk

Bijlage 5

R003-1282567LBE-V03-mdg-NL

Natuurtoets

ŴTAUW

Natuurtoets zandwinning vaargeul EnkhuizenLemmer Wet Natuurbescherming soortenbescherming en Passende beoordeling Natura 2000 14 april 2022

ŴTAUW Kenmerk

R006-1282567AI H-V05-kzo-NL

Verantwoording Titel

Natuurtoets zandwinning vaargeul Enkhuizen-Lemmer

Opdrachtgever

De Waardt Zandhandel en Overslag

Projectleider

Bart van Genugten

Auteur(s)

Adrie van Hooft

Projectnummer

1282567

Aantal pagina’s

29

Datum

14 april 2022

Handtekening

Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.

Colofon TA UW bv Australiëlaan 5 Postbus 3015 3502 GA Utrecht T +31 30 28 24 82 4 E info.utrecht@tauw.com

2/29

ŴTAUW Kenmerk

R006-1282567AI H-V05-kzo-NL

ínhoud 1

Inleiding.......................................................................................................................................5 1.1

Aanleiding.............................................................................................................................5

1.2

Wetgeving........................................................................................................................... 6

1.3

Te beschouwen onderdelen Wnb.......................................................................................6

1.4

Kwaliteit................................................................................................................................6

2

Beschrijving van de ingreep....................................................................................................... 7

3

Wnb gebiedsbescherming: wettelijk kader.................................................................................8

4

3.1

Noodzaak voor Passende beoordeling...............................................................................8

3.2

Wettelijk kader Passende beoordeling................................................................................9

3.2.1

Instandhoudingsdoelstellingen..................................................................................... 9

3.2.2

Vergunningplicht........................................................................................................ 10

3.2.3

Passende beoordeling............................................................................................... 10

3.2.4

Cumulatie...................................................................................................................10

3.2.5

Mitigatie.......................................................................................................................11

3.2.6

ADC.............................................................................................................................11

Passende beoordeling Natura2000-gebied IJsselmeer aangevuld met NNN-analyse............ 12 4.1

Gebiedsbeschrijving..........................................................................................................12

4.2

Relevante habitattypen IJsselmeer................................................................................... 12

4.3

Relevante habitatsoorten IJsselmeer................................................................................ 14

4.4

Relevante broedvogels IJsselmeer................................................................................... 14

4.5

Relevante niet-broedvogels IJsselmeer............................................................................ 15

4.6

Relevante effecten.............................................................................................................16

4.7

Verstoring...........................................................................................................................17

4.7.1

Optische verstoring.................................................................................................... 17

4.7.2

Verstoring door geluid................................................................................................ 19

4.7.3

Verstoring door licht................................................................................................... 20

4.8

Effecten op vis................................................................................................................... 20

4.8.1

Verstoring van vissen................................................................................................. 20

4.8.2

Effecten op visstand door verandering in nutriëntengehalte..................................... 20

4.8.3

Effecten op vissen door stratificatie...........................................................................20

3/29

ŴTAUW Kenmerk

R006-1282567AI H-V05-kzo-NL

4.8.4

Effecten op vissen ofvisetende vogels door vertroebeling........................................21

4.9

Effecten op mosselen........................................................................................................ 22

4.10

Conclusie Passende beoordeling......................................................................................23

4.11 Aanvullende toetsing Natuurnetwerk Nederland (NNN).....................................................23 5

6

Wnb soortenbescherming........................................................................................................ 25 5.1

Beschermingsregime en bepalingen.................................................................................25

5.2

Vrijstellingen...................................................................................................................... 25

5.3

Zorgplicht........................................................................................................................... 26

5.4

Relevante soorten............................................................................................................. 27

5.5

Vleermuizen...................................................................................................................... 27

5.6

Vissen.................................................................................................................................28

5.7

Conclusie Wnb soortenbescherming................................................................................28

Literatuur...................................................................................................................................29

4/29

ŴTAUW Kenmerk

R006-1282567AI H-V05-kzo-NL

1 Inleiding 1.1

Aanleiding

In het IJsselmeer bevindt zich zand dat zeer geschikt is voor Nederlandse bouwprojecten. Jaarlijks wordt in het IJsselmeergebied op meerdere locaties zand gewonnen voor diverse grote werken zoals land maken IJburg, Windmolenpark Fryslân, de versterking van de Afsluitdijk, constructie van de Vis Migratie Rivier, het bouwproject Diemen en voor verkoop via zandhandelaren. De Waardt Zandhandel en Overslag is voornemens een ontgrondingsvergunning aan te vragen voor de winning van zand op het tracé van vaargeul Enkhuizen-Lemmer. In het traject wordt op maximaal twee locaties tegelijkertijd zand gewonnen. In totaal (twee winlocaties) wordt maximaal 1.200.000 m3 zand per jaar gewonnen. De locatie van het wingebied is weergegeven in figuur 1.1.

Figuur 1.1 Ligging wingebied: de vaargeul Enkhuizen-Lemmer

De ontwikkeling kan alleen doorgaan als deze niet in strijd is met de natuurwetgeving. In de rapportage volgt het antwoord op de volgende vragen: » Welke onderdelen van de Wet natuurbescherming (hierna te noemen Wnb) zijn van belang? » In hoeverre is de beoogde ontwikkeling (mogelijk) strijdig met de Wnb? » Zijn mitigerende maatregelen, vergunning en/of ontheffing nodig? » Wat betekent dit voor de verdere planvorming en uitvoering?

5/29

ŴTAUW Kenmerk

1.2

R006-1282567AI H-V05-kzo-NL

Wetgeving

Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (hierna te noemen ‘Wnb’) in werking. De Wnb is het nieuwe wettelijke stelsel voor natuurbescherming en vervangt drie tot dan bestaande wetten, namelijk de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. Het beschermingsregime gaat uit van het ‘nee, tenzij-principe’. Dit betekent dat de genoemde verbodsbepalingen in de Wnb voor bescherming van gebieden, soorten en houtopstanden altijd gelden. Het afwijken hiervan is alleen onder voorwaarden toegestaan. Gedeputeerde Staten (GS) van de provincie Flevoland is het bevoegd gezag voor het verlenen van toestemming door middel van een vergunning of ontheffing.

1.3

Te beschouwen onderdelen Wnb

Het is noodzakelijk om de ontwikkeling te toetsen aan Wnb onderdeel soortenbescherming (vanwege de mogelijke aanwezigheid van flora en fauna). Daarnaast is het noodzakelijk om het voornemen te toetsen aan Wnb onderdeel gebiedsbescherming. Dit is noodzakelijk omdat het plangebied in het Natura 2000-gebied IJsselmeer ligt.

1.4

Kwaliteit

Voor soortenbescherming is een volledige garantie over de aanwezigheid niette geven. Door inzet van deskundige ecologen en landelijk geaccepteerde onderzoeksmethodes wordt de kwaliteit van het onderzoek zoveel mogelijk gewaarborgd. Mede in dit kader is TAUW aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus, een samenwerkingsverband van adviesbureaus die ecologisch advies geven en ecologisch onderzoek verrichten.

6/29

ŴTAUW Kenmerk

R006-1282567AI H-V05-kzo-NL

2 Beschrijving van de ingreep De Waardt Zandhandel en Overslag wint zand door middel van zelfzuigende motorbeunschepen (‘Marian’ en ‘Eveline’) waarbij onderzuigen wordt toegepast. Bij onderzuigen wordt het zand gewonnen door een zuigbuis door de bovenlaag heen te steken en het zand daaronder weg te zuigen. De bovenlaag zakt vervolgens naar beneden. Het opgezogen materiaal komt vervolgens in het beun van het schip terecht waarna het zand zal bezinken en het water en slib via de overflow onder uit het schip weg vloeit (op circa -2 meter van waterpeil). De Waardt wint met één of maximaal twee werktuigen tegelijk. Het zand wordt ook afgevoerd door de twee motorbeunschepen. De schepen laden zelf en brengen de vracht naar de klanten van De Waardt. Indien nodig huurt De Waardt andere schepen in die het zand laden bij één van de zuigers en vervolgens het zand afvoeren. Dat is gewoonlijk een schip van circa 500 m3 beuninhoud. De Waardt maakt geen gebruik van stationaire zuigers, dat zijn schepen die op één locatie blijven liggen tijdens het zuigen. De vaargeul wordt 160 meter breed. De bodem van de vaargeul bevindt zich momenteel op 4 tot 5 meter diepte. De opleverdiepte is minimaal 8 meter onder NAP, maximaal 12 meter onder NAP en gemiddeld 10 meter onder NAP. Er zal daarom gemiddeld 6 meter verticaal gewonnen worden. De beoogde maximale roerdiepte is 30 meter onder NAP.

De lengtes van de zuigpijpen van de motorbeunschepen zorgen ervoor dat in de praktijk tussen de 15 en 19 meter onder NAP gewonnen wordt. Gemiddeld laden beide zuigers in totaal 4 uur per dag, tussen 8:00 uur en 22:00 uur. De werkdagen zijn van maandag tot en met vrijdag. De zuigers laden gemiddeld 2.000 m3 per dag. Dat is gemiddeld per uur 500 tot 1.000 m3, afhankelijk van het soort materiaal. In het traject wordt op maximaal twee locaties tegelijkertijd zand gewonnen (maximaal 1.200.000 m3 zand per jaar).

7/29

ŴTAUW Kenmerk

R006-1282567AI H-V05-kzo-NL

3 Wnb gebiedsbescherming: wettelijk kader 3.1

Noodzaak voor Passende beoordeling

De bescherming van Natura 2000-gebieden is geregeld via de Wet Natuurbescherming (Wnb). De aanwijzing van elk Natura 2000-gebied is formeel vastgelegd in een aanwijzingsbesluit. Voor elk Natura 2000-gebied zijn in het aanwijzingsbesluit ‘instandhoudingsdoelstellingen’ geformuleerd. Er zijn instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd voor: habitattypen, habitatsoorten, broedvogels en niet-broedvogels. Voor de Natura 2000-gebieden is een beheerplan opgesteld, dat duidelijk maakt op welke wijze de instandhoudingsdoelstellingen gehaald gaan worden. De doelen worden daarbij uitgewerkt in ‘ruimte’ (waar), ‘omvang’ (oppervlak, omvang) en ‘tijd’ (wanneer). Indien de activiteit leidt tot mogelijke schade aan de instandhoudingsdoelstellingen, spreken wij van significante effecten. Als sprake is van mogelijke significante effecten dan dienen deze onderzocht te worden in een Passende beoordeling. De activiteit vindt plaats in het Natura 2000-gebied IJsselmeer. In het Natura 2000 beheerplan voor het IJsselmeer (Rijkswaterstaat, 2017), is een toetsingskader voor de kansrijkheid van zandwinning opgenomen. In dit toetsingskader is op basis van de in 2017 beschikbare informatie een kaart opgenomen (figuur 3.1) voor zandwinning. De kaart is gebaseerd op potentiële voedsellocaties voor duikeenden in het IJsselmeer die tot een maximumdiepte van 5 meter kunnen foerageren.

Er is geen rekening gehouden met de nabijheid van rustgebieden. De zandwinning in de vaarroute Enkhuizen-Lemmer ligt voor een groot deel in een rood gebied. Dit betekent dat zandwinning alleen is toegestaan als uit een Passende beoordeling is gebleken dat significante effecten kunnen worden uitgesloten, gemitigeerd of gecompenseerd. Voor de zandwinning in de vaarroute Enkhuizen-Lemmer is daarom een Passende beoordeling nodig. In het toetsingskader is alleen gekeken naar het aspect van voedselbeschikbaarheid voor watervogels die hetzij van planten, hetzij van bodemfauna leven. Voor andere mogelijke effecten van de activiteiten op Natura 2000-waarden binnen of buiten het IJsselmeer is een aanvullende toetsing nodig. Deze aspecten zijn daarom ook onderzocht in de Passende beoordeling.

8/29

ŴTAUW Kenmerk

R006-1282567AI H-V05-kzo-NL

Figuur 3.1 Kansríjkheid voor zandwinning (rood en blauw: noodzaak tot Passende beoordeling, groen: effecten zijn uitgesloten

3.2

Wettelijk kader Passende beoordeling

3.2.1 Instandhoudingsdoelstellingen Voor elk Natura 2000-gebied zijn in het aanwijzingsbesluit ‘instandhoudingsdoelstellingen’ geformuleerd. Er zijn instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd voor: » Habitattypen: instandhoudingsdoelen hebben betrekking op zowel de oppervlakte binnen het gebied als de kwaliteit ervan. Habitattypen bestaan uit vegetaties en er zijn ‘typische soorten’ en kenmerken van structuur en functie benoemd die de kwaliteit van een habitattype duiden » Habitatsoorten (niet-vogels): instandhoudingsdoelen hebben betrekking op de omvang en de kwaliteit van het leefgebied met een draagkracht voor een populatie » »

Broedvogels: instandhoudingsdoelen hebben betrekking op een omvang en kwaliteit van het leefgebied met een draagkracht voor een populatie van een bepaald aantal broedparen Niet-broedvogels: instandhoudingsdoelen hebben betrekking op een omvang en kwaliteit van het leefgebied met een draagkracht voor een populatie van een bepaald aantal exemplaren. Het doel kan betrekking hebben op zowel een slaap- of rustfunctie als een foerageerfunctie van het gebied voor de soort

9/29

ŴTAUW Kenmerk

R006-1282567AI H-V05-kzo-NL

Een Natura 2000-gebied kan zijn aangewezen voor de Europese Habitatrichtlijn en/of Vogelrichtlijn. Binnen één Natura 2000-gebied kunnen delen alleen voor de Habitat- of Vogelrichtlijn zijn aangewezen maar ook voor beiden. De doelen voor habitattypen en habitatsoorten gelden alleen voor de delen aangewezen als Habitatrichtlijn. De doelen voor vogels gelden alleen in de Vogelrichtlijngebieden. 3.2.2

Vergunningplicht

Het is verboden om zonder vergunning van -in dit geval- de Gedeputeerde Staten van Flevoland om projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten die, gelet op de instandhoudingsdoelen voor een Natura 2000-gebied, de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. Passende beoordeling 3.2.3 Het opstellen van een passende beoordeling vloeit voort uit artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming. Een passende beoordeling is nodig wanneer niet op voorhand en met zekerheid kan worden uitgesloten dat een plan of een project significante gevolgen heeft voor één of meer Natura 2000-gebieden. ‘Significante gevolgen’ zijn in dit kader gevolgen voor instandhoudingsdoelstellingen. 3.2.4 Cumulatie Soms zijn de effecten van een plan of project zelfstandig niet significant maar in samenhang beschouwd met de effecten van andere plannen of projecten wél. Gesproken wordt dan van ‘cumulatieve effecten’. Waar één project, proces of handeling op zichzelf geen significant negatief effect hoeft te hebben, kunnen negatieve effecten in combinatie wel een significant negatief effect hebben.

Bij de beoordeling van cumulatie van effecten dient rekening te worden gehouden met de soorten, hun leefgebied en de habitattypen waarop het plan in samenhang met andere plannen of projecten mogelijk negatieve significante effecten heeft. Bij de cumulatie worden (alleen) goedgekeurde maar nog niet voltooide plannen en projecten betrokken. Goedgekeurd wil zeggen dat de plannen en projecten zijn vastgesteld. Al voltooide plannen en projecten worden dus niet meegenomen omdat de effecten hiervan worden geacht deel uit te maken van de achtergrondsituatie. Verder is het van belang dat de effecten van de cumulatieve projecten overeenkomen met de effecten van het ‘eigen’ project en dat het plan of project gelijktijdig met het eigen project of kort daarna wordt uitgevoerd.

10/29

ŴTAUW Kenmerk

R006-1282567AI H-V05-kzo-NL

3.2.5 Mitigatie In de Passende Beoordeling kunnen mitigerende maatregelen worden betrokken. Dit zijn maatregelen die een schadelijk effect op de natuurwaarden opheffen of kunnen verminderen. Uitgangspunt hierbij zijn de verstoring en verslechtering en de mogelijke gevolgen daarvan. Uit jurisprudentie blijkt dat formeel eerst de significantievraag dient te worden beantwoord, vervolgens kunnen mitigerende maatregelen worden betrokken en kan nogmaals op significantie worden getoetst. Als met zekerheid vaststaat dat door het plan of project inclusief de mitigerende maatregelen de natuurlijke kenmerken niet zullen worden aangetast, kan op grond daarvan toestemming worden verleend voor het plan of project. 3.2.6 ADC Als echter blijkt dat de natuurlijke kenmerken van de speciale beschermingszone al dan niet met inbegrip van mitigerende maatregelen tóch kunnen worden aangetast dient een extra afweging te worden gemaakt voordat het plan of het project kan worden gerealiseerd. Deze bestaat uit de onderstaande stappen, die vaak als de ADC-criteria (Alternatieven, Dwingende reden van groot openbaar belang en Compensatie) worden aangeduid. Nagegaan moet dan worden of er alternatieve oplossingen zijn voor het plan of project zonder of met minder effecten. Als die er zijn, mag geen toestemming worden gegeven voor het plan of project.

Bestaan er geen alternatieve oplossingen, dan wordt de volgende stap gezet. Het plan of project kan slechts doorgang vinden wanneer sprake is van dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard. Daartoe is een onderbouwing noodzakelijk. Wanneer sprake is van een dwingende reden van groot openbaar belang, dan kan toestemming worden gegeven voor het plan of project, wanneer alle nodige compenserende maatregelen worden genomen die noodzakelijk zijn voor het waarborgen van de algehele samenhang van Natura 2000. De Europese Commissie dient dan op de hoogte te worden gesteld van de genomen compenserende maatregelen. In het geval dat er negatieve effecten optreden op een prioritair type natuurlijk habitat en/of een prioritaire soort, kunnen in beginsel alleen argumenten die verband houden met de menselijke gezondheid, de openbare veiligheid of voor het milieu wezenlijk gunstige effecten aan de orde zijn. Andere dwingende redenen van groot openbaar belang kunnen in dat geval slechts worden aangevoerd na het inwinnen van advies van de Europese Commissie.

11/29

ŴTAUW Kenmerk

R006-1282567AI H-V05-kzo-NL

4 Passende beoordeling Natura 2000-gebied Ijsselmeer aangevuld met NNN-analyse In dit hoofdstuk worden de effecten op de beschermde gebieden beschreven. In eerste instantie worden, in het kader van een Passende Beoordeling, de mogelijke effecten op het Natura 2000-gebied beschreven. Deze worden in paragraaf 4.11 aangevuld meteen analyse van de mogelijke effecten op de wezenlijke waarden van het NNN.

4.1

Gebiedsbeschrijving

Het Ijsselmeer in zijn huidige vorm is ontstaan door afsluiting van de voormalige Zuiderzee door de aanleg van Afsluitdijk, Houtribdijk en de IJsselmeerpolders. Na de aanleg van de Afsluitdijk verzoette het water snel en sindsdien ontbreekt een brakke overgangszone. Nu is er een zoetwatergemeenschap met twee cruciale soorten voor de voedselketen: Driehoeksmossel en Spiering. Het doorzicht wordt voor een groot deel bepaald door algen. Buitendijkse kweldergebieden hebben zilte milieus. In de natte terreindelen treedt moerasvorming op in de vorm van biezenstroken. Op de overgang van water en land en op de laagliggende delen van de oude platen komt rietland voor. Bij verdere successie verruigt rietland en vindt opslag van wilg plaats. Vooral op de hogere delen ontwikkelen zich struwelen en bos. De graslanden zijn soortenrijk, vooral op kalkrijk vochtig substraat. Het IJsselmeer vormt een belangrijk kerngebied voor broedende Aalscholvers en Visdieven. Verder is het van groot belang voor niet-broedvogels, zoals ganzen, duikeenden en sterns.

4.2

Relevante habitattypen IJsselmeer

Het IJsselmeer is aangewezen als Natura 2000-gebied vanwege de aanwezigheid van kwalificerende habitattypen. De instandhoudingsdoelstellingen staan in tabel 4.1. De instandhoudingsdoelstellingen voor de habitattypen gelden alleen in het deel dat is aangewezen voor de Habitatrichtlijn (zie figuur 4.1). Dit deel ligt op meer dan 20 kilometer afstand van de activiteiten. Het deel dat is aangewezen voor de Habitatrichtlijn ligt bovendien afgeschermd van de activiteiten door het vaste land van Friesland bij Stavoren. Gelet op de ligging en de afstand zijn effecten op habitattypen door verstoring maar ook door vertroebeling op voorhand uitgesloten. Effecten door stikstofdepositie zijn op grotere afstand mogelijk, echter de aanwezige habitattypen in het IJsselmeer zijn minder tot niet-gevoelig voor stikstofdepositie. Tenslotte is uit een AERIUS-berekening gebleken dat er voor de habitattypen in het IJsselmeer geen sprake is van een toename in stikstofdepositie voor gevoelige habitattypen. Gelet op het voorgaande zijn effecten op habitattypen uitgesloten. Deze blijven daarom verder buiten beschouwing.

12/29

ŴTAUW Kenmerk

R006-1282567AI H-V05-kzo-NL

Tabel 4.1 Instandhoudingsdoelstellingen habitattypen (aanwijzingsbesluit en ontwerp-wijzigingsbesluit Usselmeer) Habitattype

Oppervlak

Kwaliteit

H1330B Schorren en zilte graslanden (binnendijks)

Behoud

Behoud

H3140 Kranswierwateren

Behoud

Behoud

H3150 Meren met Krabbenscheer en fonteinkruiden

Behoud

Behoud

H6430A Ruigten en zomen (Moerasspirea)

Behoud

Behoud

H6430B Ruigten en zomen (Harig wilgenroosje)

Behoud

Behoud

H7140A Overgangs- en trilvenen (trilvenen)^

Behoud

Behoud

aard

t Figuur 4.1 Ligging deel aangewezen voor Habitatrichtlijn in groen. In blauw is alleen voorde vogelrichtlijn aangewezen, hier gelden alleen instandhoudingsdoelstellingen voor vogels

13/29

ŴTAUW Kenmerk

4.3

R006-1282567AI H-V05-kzo-NL

Relevante habitatsoorten Ijsselmeer

Het Ijsselmeer is aangewezen als Natura 2000-gebied vanwege de aanwezigheid van kwalificerende habitatsoorten. De instandhoudingsdoelstellingen staan in tabel 4.2. De instandhoudingsdoelstellingen voor de habitatsoorten gelden alleen in het deel dat is aangewezen voor de Habitatrichtlijn (zie figuur 4.1). De afstand tot dit gebied is meer dan 20 kilometer zodat effecten op voorhand zijn uitgesloten. De meervleermuis is tevens beschermd via de Wnb soortenbescherming, dit wordt in hoofdstuk 5 behandeld. Hieruit blijkt dat er geen effect is op de meervleermuis. Gelet op het voorgaande zijn effecten op instandhoudingsdoelstellingen van habitatsoorten op voorhand uitgesloten. Habitatsoorten blijven daarom verder buiten beschouwing. Tabel 4.2 Instandhoudingsdoelstellingen habitatsoorten (aanwijzingsbesluit en ontwerp-wijzigingsbesluit Usselmeer) Habitatsoort

Oppervlak

Kwaliteit

leefgebied

leefgebied

Rivierdonderpad

Behoud

Behoud

Behoud

Meervleermuis

Behoud

Behoud

Behoud

Populatie

Noordse woelmuis

Uitbreiding

Behoud

Uitbreiding

Groenknolorchis

Behoud

Behoud

Behoud

4.4

Relevante broedvogels Usselmeer

Het Usselmeer is aangewezen als Natura 2000-gebied vanwege de aanwezigheid van kwalificerende soorten broedvogels. De instandhoudingsdoelstellingen staan in tabel 4.3. De activiteit vindt plaats op het open water van het Usselmeer. Dit is geen geschikt broedbiotoop voor vogels. De aalscholver en de visdief gebruiken het open water echter wel als foerageergebied. Beiden gebruiken het open water om te foerageren op vissen. De effecten op aalscholver en visdief worden daarom nader onderzocht. De overige soorten zijn gebonden aan land met moerassen, graslanden en oevers. Dit type leefgebied is niet binnen de invloedsfeer van de activiteiten aanwezig. Effecten op overige soorten broedvogels zijn daarom op voorhand uitgesloten en blijven verder buiten beschouwing. Tabel 4.3 Instandhoudingsdoelstellingen broedvogels (aanwijzingsbesluit en ontwerp-wijzigingsbesluit Usselmeer) In zwart: relevante soorten voorde Passende beoordeling Broedvogel

Oppervlak

Kwaliteit

Draagkracht

leefgebied

leefgebied

broed paren

Aalscholver

Behoud

Behoud

8.000*

Roerdomp

Uitbreiding

Verbetering

7

Lepelaar

Behoud

Behoud

25

Bruine kiekendief

Behoud

Behoud

25

Porseleinhoen

Uitbreiding

Verbetering

18

Bontbekplevier

Uitbreiding

Verbetering

13

Kemphaan

Uitbreiding

Verbetering

20

Visdief

Behoud

Behoud

3.300

14/29

ŴTAUW Kenmerk

R006-1282567AI H-V05-kzo-NL

Broedvogel

Oppervlak

Kwaliteit

Draagkracht

leefgebied

leefgebied

broed paren

Snor

Behoud

Behoud

40

Rietzanger

Behoud

Behoud

990

* Voor aalscholver geldt een regionaal doel voor alle Natura 2000-gebieden in het IJsselmeergebied

4.5

Relevante niet-broedvogels Ijsselmeer

Het Ijsselmeer is aangewezen als Natura 2000-gebied vanwege de aanwezigheid van kwalificerende soorten niet-broedvogels. De activiteit vindt plaats op het open water van het IJsselmeer. Dit is geen geschikt leefgebied voor de soorten die gebonden zijn aan oevers, graslanden, ondiep water (zoals ganzen, verschillende eendensoorten, steltlopers, lepelaars). Dit type leefgebied is niet binnen de invloedzone aanwezig. Effecten op deze soorten zijn op voorhand uitgesloten en blijven verder buiten beschouwing. De soorten die wel gebruik maken van het open water zijn in tabel 4.4 in zwart aangegeven. Dit zijn soorten die op het open water jagen op vis of naar de bodem duiken op zoek naar bodemfauna zoals mosselen. Overige soorten broedvogels zijn daarom op voorhand uitgesloten en blijven verder buiten beschouwing. Tabel 4.4 Instandhoudingsdoelstellingen niet-broedvogels IJsselmeer In zwart: relevante soorten voorde Passende beoordeling Niet-broedvogel

Oppervlak

Kwaliteit

Draagkracht

Draagkracht

leefgebied

leefgebied

exemplaren foerageren

exemplaren slapen

>

>

2.200

Lepelaar

=

=

30

Kleine zwaan

=

=

20

1.600*

Toendrarietgans

=

=

Geen aantal genoemd

Geen aantal genoemd

Kleine rietgans

=

=

30

Idem als foerageren

Fuut Aalscholver

8.100

Idem als foerageren

Kolgans

=

=

4.400

19.000*

Grauwe gans

=

=

580

Idem als foerageren

Brandgans

=

=

1.500

26.200*

Bergeend

=

=

210

Smient

=

=

10.300

Krakeend

=

=

200

Wintertaling

=

=

280

Wilde eend

=

=

3.800

Pijlstaart

=

=

60

Slobeend

=

=

60

Tafeleend

310

Kuifeend

11.300

Topper Brilduiker

s

s

15.800 310

15/29

ŴTAUW Kenmerk

R006-1282567AI H-V05-kzo-NL

Niet-broedvogel

Oppervlak

Kwaliteit

Draagkracht

Draagkracht

leefgebied

leefgebied

exemplaren foerageren

exemplaren slapen

Nonnetje

>

>

180

Grote zaagbek

>

>

1.850

Meerkoet

=

=

3.600

Kluut

=

=

20

Goudplevier

=

=

9.700*

Idem als foerageren

Kemphaan

=

=

2.100*

17.300*

Grutto

=

=

290

2.200* 3.500

Wulp

=

=

310

Dwergmeeuw

>

>

85

Reuzenstem

=

=

40*

Zwarte stern

>

>

73.200*

40*

* Aantallen in seizoensmaximum alle overige aantallen zijn seizoensgemiddelden

4.6

Relevante effecten

Uit de voorgaande paragraaf blijkt dat alleen een effect kan optreden op soorten die het open water gebruiken. Doordat er geen fysieke aantasting zal zijn van het Natura 2000-gebied is een effect in de vorm van oppervlakteverlies of versnippering uitgesloten. De activiteiten leiden niet tot een toename in stikstofdepositie op daarvoor gevoelige habitattypen of leefgebieden van soorten. Effecten door stikstof blijven daarom buiten beschouwing. De mogelijke effecten zijn beperkt tot een tijdelijke verstoring tijdens de werkzaamheden en een mogelijke permanente of tijdelijk effect op voedselbeschikbaarheid. De relevante soorten foerageren op vis, mosselen en/of waterplanten. In de volgende paragrafen worden de effecten door verstoring en effecten op voedselbeschikbaarheid voor deze soorten behandeld. In tabel 4.5 staat aangegeven welk effect voor welke soort van belang is. Tabel 4.5 Mogelijke effecten op de relevante doelsoorten Verstoring:

Effecten op

Effecten op

Effecten op

licht, geluid optisch

vis

mosselen

waterplanten

Aalscholver

X

X

Visdief

X

X

-

-

Broedvogel

Niet-broedvogel Fuut

X

X

Aalscholver

X

X

-

-

Tafeleend

X

-

X

X

Kuifeend

X

-

X

-

Topper

X

-

X

-

Brilduiker

X

-

X

-

Nonnetje

X

X

-

-

16/29

ŴTAUW Kenmerk

R006-1282567AI H-V05-kzo-NL

Verstoring:

Effecten op

Effecten op

Effecten op

licht, geluid optisch

vis

mosselen

waterplanten

Grote zaagbek

X

X

-

-

Meerkoet

X

-

X

X

Dwergmeeuw

X

X

-

-

Reuzenstem

X

X

-

-

Zwarte stern

X

X

-

-

4.7

Verstoring

De beoogde activiteit kan op de volgende manieren vogels op het IJsselmeer verstoren: » Optische verstoring (aanwezigheid van schepen) » »

Verstoring door geluid Verstoring door licht

4.7.1

Optische verstoring

Optische verstoring vindt plaats door het gebruik van de schepen op het open water van het IJsselmeer. Leefgebieden en broedlocaties op land en aan oevers liggen buiten de invloedsfeer. Optische verstoring staat bovenaan in de rangorde van verstorende veroorzakende stimuli (Krijgsveld et al. 2008). Vogels zijn in het algemeen meer gevoelig voor verstoring als ze de verstoringsbron zien, in plaats van de storingsbron alleen te horen. De activiteit vindt echter plaats in de dagelijks drukbevaren vaarroute van Enkhuizen-Lemmer. Dit betekent dat de schepen voor de zandwinning geen aanvullende verstoring zullen veroorzaken. Een (cumulatief) negatief effect is daarmee op voorhand uitgesloten. Dit wordt hierna per relevante doelsoort toegelicht. Aalscholver (broedvogel en nlet-broedvogel), fuut (nlet-broedvogel) Uit onderzoek blijkt dat op het open water van de zee foeragerende aalscholvers ongeveer vanaf 300 tot 400 meter afstand kunnen opvliegen als zij door schepen worden benaderd (Fliessbach et. al., 2019). In hetzelfde onderzoek werden voor de fuut verschillende vluchtafstanden waargenomen van 50 tot 900 meter (gemiddeld 300 meter). Dit betekent dat deze soorten in de huidige situatie al op ongeveer 300 meter afstand van de vaarroute zal foerageren, of dat de soorten al aan deze reguliere vaarbewegingen zijn gewend en op kortere afstand aanwezig is.

In beide gevallen zal de activiteit (inclusief plaatselijk uitwijken van de reguliere scheepvaart tijdens de winning) niet voor een verstoring zorgen omdat de soorten alleen buiten de invloedsfeer van de verstoring foerageert of niet gevoelig is voor de aanwezige schepen en daardoor evenmin voor de schepen voor de zandwinning. Alle soorten hebben een instandhoudingsdoelstelling voor behoud van oppervlak en kwaliteit van het leefgebied. Gelet op het voorgaande zijn negatieve effecten op deze instandhoudingsdoelstellingen uitgesloten. Er is daarom ook geen sprake van een mogelijk cumulatief negatief effect.

17/29

ŴTAUW Kenmerk

R006-1282567AI H-V05-kzo-NL

Visdief (broedvogel), Dwergmeeuw (niet-broedvogel), Reuzenstem (niet-broedvogel), Zwarte stern (niet-broedvogel) Op open water foeragerende sterns en meeuwen zijn relatief ongevoelig voor verstoring door schepen. Deze soorten worden regelmatig vliegend nabij schepen aangetroffen. Dit is bevestigd in onderzoek van Fliessbach et.al. (2019) waaruit bleek dat foeragerende meeuwen en sterns weinig tot niet werden verstoord door de aanwezige schepen. Broedkolonies van sterns en meeuwen kunnen wel door schepen worden verstoord maar deze liggen buiten de invloedsfeer van de activiteiten. Negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van deze soorten zijn uitgesloten. Er is daarom ook geen sprake van een mogelijk cumulatief negatief effect. Tafeleend (niet-broedvogel), Kuifeend (niet-broedvogel), Topper (niet-broedvogel) Tafeleend, kuifeend en topper zijn eenden die overdag rusten en in de nacht naar hun voedselgebieden vliegen. Het voedsel bestaat uit bodemfauna, voornamelijk mosselen. Tafeleend foerageert daarnaast ook op waterplanten. Zandwinning bij daglicht heeft geen effect op deze soorten. De soorten bevinden zich dan op beschutte dagrustplaatsen aan de kust. De dagrustplaatsen liggen buiten de invloedsfeer van de activiteiten. Zandwinning na zonsondergang kan deze soorten wel verstoren. Deze verstoring duurt echter maximaal tot 22:00 uur.

Aangezien de soorten de hele nacht kunnen foerageren is er maar een tijdelijke overlap. De soorten zijn gevoelig voor scheepvaart, er zijn verstoringsafstanden tussen de 300 en 400 meter vastgesteld. Aangezien de zandwinning plaatsvindt in een drukbevaren vaarroute zullen de vogels al buiten de invloedsfeer van de activiteiten foerageren. Alle soorten hebben een instandhoudingsdoelstelling voor behoud van oppervlak en kwaliteit van het leefgebied. Gelet op het voorgaande zijn negatieve effecten op deze instandhoudingsdoelstellingen uitgesloten. Er is daarom ook geen sprake van een mogelijk cumulatief negatief effect. Brilduiker (niet-broedvogel) De brilduiker foerageert net als voorgenoemde soorten op bodemfauna, voornamelijk mosselen. In tegenstelling tot de vorige soorten is de brilduiker overdag actief in zijn voedselgebieden en rust in de nacht. Hierdoor is er een grotere overlap met de activiteiten en de aanwezigheid van deze soort op open water. De rustgebieden in de nacht liggen aan de oevers en buiten de invloedsfeer van de activiteiten. De brilduiker lijkt bovendien veel gevoeliger voor scheepvaart dan de vorige drie soorten. Verstoringafstanden van meer dan 500 meter zijn vastgesteld. Aangezien de zandwinning plaatsvindt in een drukbevaren vaarroute zullen de vogels al buiten de invloedsfeer van de activiteiten foerageren.

De brilduiker heeft een instandhoudingsdoelstelling voor behoud van oppervlak en kwaliteit van het leefgebied. Omdat de vogels niet binnen de invloedsfeer van aanwezig zijn (gelet op de reguliere dagelijkse scheepvaart op de vaarroute) zijn negatieve effecten op deze instandhoudingsdoelstelling uitgesloten. Er is daarom ook geen sprake van een mogelijk cumulatief negatief effect. Meerkoet (niet-broedvogel) De meerkoet foerageert overdag op bodemfauna en waterplanten. De meerkoet is relatief ongevoelig voor scheepvaart. De soort wordt dichtbij varende schepen aangetroffen. De zandwinning vindt plaats in een al drukbevaren vaarroute. De meerkoet heeft een

18/29

ŴTAUW Kenmerk

R006-1282567AI H-V05-kzo-NL

instandhoudingsdoelstelling voor behoud van oppervlak en kwaliteit van het leefgebied. Gelet hierop en de ongevoeligheid van de soort voor scheepvaart zijn negatieve effecten op deze instandhoudingsdoelstelling uitgesloten. Er is daarom ook geen sprake van een mogelijk cumulatief negatief effect. Nonnetje (niet-broedvogel), Grote zaagbek (niet-broedvogel) Nonnetje en grote zaagbek horen beiden tot de groep zaagbekken. Dit is een groep van visetende eenden. Zaagbekken zijn gevoelig voor scheepvaart. Uit onderzoek naar de op verwante middelste zaagbek is een verstoringsafstand tot schepen van 300 tot meer dan een kilometer waargenomen (Fliessbach et. al., 2019). Zowel nonnetje als grote zaagbek zijn overdag in hun voedselgebieden op open water en rusten in de nacht op meer beschutte plekken aan de kust. Aangezien de zandwinning plaatsvindt in een drukbevaren vaarroute zullen deze vogels al buiten de invloedsfeer van de activiteiten foerageren. Beide hebben een instandhoudingsdoelstelling voor behoud van oppervlak en kwaliteit van het leefgebied. Omdat de vogels niet binnen de invloedsfeer van aanwezig zijn (gelet op de reguliere dagelijkse scheepvaart op de vaarroute) zijn negatieve effecten op deze instandhoudingsdoelstellingen uitgesloten. Er is daarom ook geen sprake van een mogelijk cumulatief negatief effect. 4.7.2

Verstoring door geluid

Verstoring door geluid wordt veroorzaakt door onnatuurlijke geluidsbronnen. De mate van verstoring is afhankelijk van het achtergrondgeluid, duur, frequentie en sterkte van de geluidsbron zelf. Dit kan leiden tot stress, vluchtgedrag en uiteindelijk verlaten van leefgebied. In de meeste geluidsonderzoeken naar vogels wordt onderstreept dat vogels anders horen dan mensen en niet voor alle geluidsfrequenties gevoelig blijken te zijn. Het is daarom niet alleen de geluidssterkte (decibels) maar ook de geluidsfrequenties (Hertz) die samen bepalend zijn voor het effect. Volgens Beason (2004) zijn de meeste vogelsoorten het meest gevoelig voor geluiden tussen de 1 en 4 kHz, hoewel ze ook lagere en hogere frequenties kunnen horen. Ultrasoon geluid (boven de 20 kHz) kunnen de meeste vogels niet horen. De meeste soorten kunnen ook geen infrasoon geluid (onder de 20 kHz) horen, met uitzondering van duiven. Vogels kunnen in het algemeen ook binnen de 1 en 4 kHz maar half zo goed horen als mensen. Dat betekent niet dat vogels lagere of hogere frequenties niet kunnen horen, maar deze frequenties pas bij hogere geluidsterktes (meer decibel) waarnemen. Gelet op het voorgaande is de invloedsfeer van het geluid afhankelijk van de geluidsfrequenties die de activiteit produceert en de gevoeligheid van de vogels.

Echter zoals in voorgaande paragraaf staat toegelicht is optische verstoring een meer belangrijkere storingsfactor. De vogels reageren voornamelijk pas als ze de schepen zien, niet wanneer ze de schepen horen. Gelet hierop zal geluidsverstoring niet tot een aanvullend negatief effect zorgen ten opzichte van de optische verstoring. Negatieve (cumulatieve) effecten op de instandhoudingsdoelstellingen zijn daarom uitgesloten.

19/29

ŴTAUW Kenmerk

R006-1282567AI H-V05-kzo-NL

4.7.3 Verstoring door licht Uit verschillende onderzoeken blijkt dat permanente verlichting een effect kan veroorzaken bij vogels. Vogels kunnen bijvoorbeeld onder invloed van permanente verlichting eerder beginnen met zingen, eerder in het seizoen eieren leggen, hun jongen vaker voeden en permanente verlichting kan van invloed zijn op de keuze van nestlocatie. De effecten blijken afhankelijk te zijn van de lichtsterkte. De verlichting tijdens het zandwinnen vindt niet plaats in broedgebieden en is niet permanent aanwezig. De verlichting is bovendien zeer plaatselijk aangezien de lichtsterkte zeer snel over afstand afneemt (kwadratisch). De activiteiten hebben daarom voor een te tijdelijke en te plaatselijke invloed van licht om voorgenoemde (vaak door fysiologische processen aangestuurde) effecten te veroorzaken. Bovendien vindt de activiteit plaats in een gebied die door de reguliere scheepvaart al niet optimaal leefgebied is voor de vogels. Gelet op het voorgaande zorgt de lichtinvloed niet voor een negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen. Er is daarom ook geen kans op een cumulatief effect.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2138/documents/38037