27.2 Bestemmingsplan ‘Emmeloord, Rietstraat (noord)’.pdf
Tekst van het document
7.2.2
Inleidende regels (begripsbepalingen en wijze van meten); Bestemmingsregels; Algemene regels (o.a. afwijkingsregels); Overgangs- en slotregels.
Algemene regels
Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: •
Begrippen (Artikel 1)
In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd. •
Wijze van meten (Artikel 2)
Dit artikel geeft onder meer bepalingen waar mag worden gebouwd en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden. De op de verbeelding of in de regels aangegeven bouwhoogte wordt gemeten vanaf peil tot het hoogste punt (exclusief ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen).
7.2.3
Bestemmingsregels
Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn onderverdeeld in o.a.: •
Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan;
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
46
Bestemmingsplan “Emmeloord, Rietstraat (noord)” Vastgesteld • • •
7.2.4
Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (bebouwingshoogte, bebouwingspercentage, etc.); Specifieke gebruiksregels: omschrijving van gebruiksactiviteiten die niet zijn toegestaan. Afwijken van de gebruiksregels: onder welke voorwaarden kan worden afgeweken middels een omgevingsvergunning.
Algemene regels
Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit:
7.2.5
•
Anti-dubbeltelregel (Artikel 8) Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich met name voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage;
•
Algemene gebruiksregels (Artikel 9) Deze regel is opgenomen om aan te geven welk gebruik in elk geval strijdig is met de aan de grond gegeven bestemming;
•
Algemene afwijkingsregels (Artikel 10) Deze regel is opgenomen om aan te geven onder welke voorwaarden kan worden afgeweken van het bestemmingsplan. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken;
•
Algemene procedure regels (Artikel 11) In dit artikel zijn procedureregels opgenomen die te maken hebben met het stellen van een andere eis.
•
Overige regels (Artikel 12) In dit artikel is aangegeven dat de wettelijke regeling waarnaar in de regels van het plan wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan. Daarnaast zijn er regels opgenomen omtrent parkeren.
Overgangs- en slotregels
In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregels wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.
7.3
Verantwoording van de regels
Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. Hierbij zullen de bestemmingen in dezelfde volgorde als in de regels worden behandeld.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
47
Bestemmingsplan “Emmeloord, Rietstraat (noord)” Vastgesteld Groen (Artikel 3) De belangrijkste groenstructuren binnen het plangebied zijn voorzien van de bestemming ‘Groen’. De voor ‘Groen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor groenvoorzieningen, nutsvoorzieningen, evenementen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, parkeerplaatsen, speelvoorzieningen, water. Binnen deze bestemming mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd. Tuin (Artikel 4) In de meeste gevallen zijn de voor- en zijtuinen voorzien van de bestemming ‘Tuin’. De voor ‘Tuin’ aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen, behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen. Verkeer (Artikel 5) De belangrijkste wegen en paden binnen het plangebied zijn voorzien van de bestemming ‘Verkeer’. De voor ‘Verkeer’ aangewezen gronden zijn bestemd voor wegen, straten, voetpaden, rijwielpaden, kunstwerken, nutsvoorzieningen en evenementen. Binnen deze bestemming mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd. Wonen (Artikel 6) De woonpercelen, brandgangen en overige paden zijn voorzien van de bestemming ‘Wonen’. De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor het wonen in woningen. Als hoofdgebouwen mogen uitsluitend woningen worden gebouwd. Een hoofdgebouw dient binnen het bouwvlak te worden gebouwd.
Met de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’ is op de verbeelding per bouwvlak het maximum aantal wooneenheden vastgelegd. Woningen worden in een rij van niet minder dan 3 gebouwd, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding ‘twee-aaneen’ tevens twee aaneen gebouwde woningen zijn toegestaan. Met de aanduiding ‘maximum goothoogte (m)’ is op de verbeelding de maximum goothoogte van het hoofdgebouw vastgelegd. Verder mag de dakhelling niet minder dan 25° en niet meer dan 60° bedragen. Tot slot zijn regels opgenomen omtrent de minimale breedte van een woning. Waarde – Archeologische verwachtingswaarde WA8 (Artikel 7) De voor 'Waarde – Archeologische verwachtingswaarde WA8’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van de aldaar in of op de grond aanwezige archeologische verwachtingswaarden.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
48
Bestemmingsplan “Emmeloord, Rietstraat (noord)” Vastgesteld
HOOFDSTUK 8
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID
Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De gemeentelijke kosten zijn beperkt tot de ambtelijke kosten, welke worden verhaald middels de gemeentelijke legesverordening. Wel wordt met initiatiefnemer een anterieure overeenkomst gesloten waarin afspraken gemaakt worden over onder andere bouwrijp maken, planbegeleidingskosten, grondoverdracht, herinrichting openbare ruimte en planschadeverhaal.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
49
Bestemmingsplan “Emmeloord, Rietstraat (noord)” Vastgesteld
HOOFDSTUK 9 9.1
Vooroverleg
9.1.1
Het Rijk
VOOROVERLEG, INSPRAAK EN ZIENSWIJZEN
In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk.
9.1.2
Provincie Flevoland
In het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1. Bro is voorliggend bestemmingsplan voorgelegd aan de provincie Flevoland. De vooroverlegreactie van de provincie is opgenomen in bijlage 12 van deze toelichting. De provincie heeft geen opmerkingen op het plan.
9.1.3
Waterschap Zuiderzeeland
In het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1. Bro is voorliggend bestemmingsplan voorgelegd aan waterschap Zuiderzeeland. De vooroverlegreactie van het waterschap is opgenomen in bijlage 13 van deze toelichting. Het waterschap heeft een inhoudelijke reactie gegeven op de waterparagraaf. Na aanleiding van de reactie van de waterschap zijn tekstuele aanpassingen doorgevoerd. Het waterschap stemt in met de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.
9.2
Zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan heeft conform artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening vanaf 28 december gedurende zes weken tot en met 7 februari mei ter inzage gelegen. Tijdens de ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan zijn 30 zienswijzen ingediend. De zienswijzen zijn samengevat en beantwoord in een zienswijzenrapport. De zienswijzennota is opgenomen in bijlage 14 van deze plantoelichting. In het zienswijzenrapport is per onderdeel aangegeven of en welke aanpassingen zijn doorgevoerd in het bestemmingsplan. Omdat er op een aantal punten aanpassingen zijn doorgevoerd in de regels en verbeelding, is het bestemmingsplan gewijzigd vastgesteld.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
50
Bestemmingsplan “Emmeloord, Rietstraat (noord)” Vastgesteld
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING Bijlage 1
Beeldkwaliteitsplan
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
51
Rietstraat en Zeebiesstraat e.o. Emmeloord
d.d. 17-07-2024
Beeldkwaliteitplan Rietstraat en Zeebiesstraat e.o. Emmeloord
Beeldkwaliteitplan
Inleiding
Inleiding
p. 3
Historie en toekomst
p. 4
Deelgebied I: Te handhaven woningen - Criteria bij onderhoud of renovatie Nieuwe woningtypen A, A’ en B - Criteria Deelgebied II: Hofwoningen - Criteria Inspiratiebeelden ingebouwde voorzieningen
p. 8 p. 10
p. 16
p. 19
Duurzame woningen in historisch Emmeloord De Rietstraat en de Zeebiesstraat zijn de eerst bebouwde straten van Emmeloord. Ze maken onderdeel uit van de centraal gelegen Plantenbuurt, een woonbuurt met een duidelijke ruimtelijke begrenzing bestaand uit grotere, veelal groene structuren. De buurt heeft een zichtbare samenhang in het bebouwingsbeeld. Dit komt tot uitdrukking in de basis van rechte straten met lange, doorgaande lijnen en rechthoekige bouwblokken en in de kenmerkende, traditionele Delftse Schoolarchitectuur van vlak na de Tweede Wereldoorlog. In het Stedenbouwkundig plan Rietstraat en Zeebiesstraat e.o. Emmeloord, d.d. 18-07-2023, worden het ontstaan en de ontwikkeling van de Rietstraat, de Zeebiesstraat en hun directe omgeving beschreven, alvorens wordt ingegaan op de plannen voor renovatie van 8 woningen, sloop van 83 woningen en nieuwbouw van 88 woningen. Woonstichting Mercatus stelt zich ten doel daarmee te realiseren: “betaalbare, goede en duurzame woningen in een veilige en gezonde buurt die ontmoeting en contact ondersteunt van deze historisch belangrijke straten van Emmeloord”.
Gewenste uitstraling Gezien de grote cultuurhistorische waarde van de woonbuurt, waar de Rietstraat en Zeebiesstraat deel van uitmaken, is er het streven de sfeer en uitstraling van de oorspronkelijke situatie terug te brengen in de nieuwe en de gerenoveerde woningen. Daartoe zijn in dit beeldkwaliteitplan de criteria vastgelegd voor de vorm, materiaalkeuzen en detailleringen van de woningen en de bijbehorende buitenruimten. Voor een goed begrip van dit beeldkwaliteitplan wordt verwezen naar de onderliggende documenten: - Rietstraat en omgeving Emmeloord. Cultuurhistorische waardestelling, Het Oversticht (december 2021), - Stedenbouwkundig plan Rietstraat en Zeebiesstraat Emmeloord, HJK architecten en HKB Stedenbouwkundigen i.o.v. Mercatus en Gemeente Noordoostpolder (juli 2023). Het gemeentearchief van de Gemeente Noordoostpolder beschikt bovendien over een grote collectie ontwerp- en bouwtekeningen, beschrijvingen en foto’s van de oorspronkelijke woningen aan de Rietstraat en de Zeebiesstraat.
3
Beeldkwaliteitplan Rietstraat en Zeebiesstraat e.o. Emmeloord
Inhoud
Historie en toekomst
Rietstraat woningtype A: voorgevel (l) en achtergevel (r) tekeningen uit gemeentelijk archief Rietstraat woningtype B tekening uit het gemeentelijk archief
Beeldkwaliteitplan Rietstraat en Zeebiesstraat e.o. Emmeloord Situatie 1979, voorafgaand aan renovatie van de woningen. Veel originele onderdelen en details zijn dan nog aanwezig. Foto’s uit Gemeentearchief Noordoostpolder, met aanduiding van 3 typen: A, A’ en B. links boven: Rietstraat, woningtype A rechts boven: Zeebiesstraat, woningtype A’ links onder: Rietstraat, woningtype B
5
Historie en toekomst
e gebi deel
e gebi deel
dI
dI
Hof zuid
e gebi deel
e gebi deel
d II e gebi deel
d II
nieuwe woningen type A te handhaven woningen type A
Hof noord nieuwe woningen type B te handhaven woningen type B nieuwe woningen type A’
Stedenbouwkundig plan, 2023 situatie na sloop/nieuwbouw en renovatie
nieuwe hofwoningen nieuwe kopwoningen
dI
Waardestelling In opdracht van de Gemeente Noordoostpolder is in 2021 door Het Oversticht de rapportage Rietstraat en omgeving Emmeloord. Cultuurhistorische waardestelling gemaakt. De rapportage bevat een cultuurhistorische analyse gevolgd door een waardestelling, met als belangrijkste conclusie dat: “het gebied van Rietstraat en omgeving hoge cultuurhistorische waarden bezit”. In de waardestelling worden als belangrijkste waarden genoemd: - wijkje van Emmeloord met de eerste permanente woningen; - hiërarchische en planmatige stedenbouwkundige opzet met heldere principes, zoals: - brede straten (woonstraten noord-zuid en ontsluiting west-oost); - groene straatprofielen; - doorgaans strakke verkaveling, met soms verspringende rooilijnen; - voortuinen; - diepe achtertuinen; - kleinschalige woonblokken; - ruimte tussen woonblokken; - laagbouw in baksteen met kap; - planmatig ontwerp van verschillende woningtypes; - sober(e), zorgvuldig(e) materiaalgebruik en detaillering architectuur; - herkenbare tijdslagen in bebouwing; - dorpse sfeer.
Aanbevelingen Op basis van de analyse en de waardestelling adviseert Het Oversticht de vastgestelde waarden te laten meewegen in de te maken plannen voor renovatie en sloop/nieuwbouw. De belangrijkste aanbevelingen die Het Oversticht daarbij doet zijn: - behoud de waardevolle kenmerken van de wijk en versterk deze waar mogelijk; - herstel en versterk groene inrichting; - herstel bij renovatie de architectonische kwaliteit; - houd licht, lucht en ruimte in het wijkje; - behoud de dorpse sfeer; - behoud verschillende tijdslagen; - voeg met een eventuele nieuwe tijdlaag nieuwe kwaliteit toe; - houd rekening met de stedenbouwkundige opzet. Stedenbouwkundig plan Met het stedenbouwkundig plan, voor de situatie na sloop/nieuwbouw, is ingespeeld op de genoemde waarden en aanbevelingen. Dit beeldkwaliteitplan bouwt voort op het stedenbouwkundig plan en legt de basis voor de architectuur van de woningen.
stedenbouwkundig plan, 2023: schematische weergave uitgangspunten
Beeldkwaliteit in deelgebieden Voor de beschrijving van de criteria voor de beeldkwaliteit is het plangebied opgedeeld in twee deelgebieden. Deelgebied I. Rietstraat en Zeebiesstraat In deelgebied I staan de oorspronkelijke woningen die gehandhaafd, gerenoveerd dan wel gesloopt en nieuw gebouwd worden. De woningen zijn er in drie typen: - type A, woningen met een lage goot aan de oostkant van de Rietstraat; - type B, woningen met een hoge goot aan de westkant van de Rietstraat en - type A’, woningen met een hoge goot aan de Zeebiesstraat. Een verbijzondering zijn de vier woningen op de hoeken van de Rietstraat en de Moerasandijviestraat, dit zijn (voormalige) woon-/winkelpanden. Deze woningen zijn alle vier in particulier bezit en worden gehandhaafd. Deelgebied II. Hof noord en Hof zuid. Nieuwe invullingen in de stedenbouwkundige opzet zijn de twee binnenhoven met hofwoningen.
7
Beeldkwaliteitplan Rietstraat en Zeebiesstraat e.o. Emmeloord
Historie en toekomst
Deelgebied I
Te handhaven woningen De te handhaven woningen komen voor als type A en als type B aan, respectievelijk, de oostkant en de westkant van de Rietstraat. Bij onderhoudswerkzaamheden of renovatie van de woningen gelden de onderstaande criteria, met name aan de straatkant van de woningen. Algemene criteria - Behoud van de hiërarchie t.o.v. de woningen aan b.v. de Espelerlaan (zie: Rietstraat en omgeving Emmeloord. Cultuurhistorische waardestelling, p.13). Daarmee hangt samen: een eenvoudige hoofdvorm en detaillering. - Behoud dan wel herstel van het oorspronkelijke silhouet. Het aanbrengen van gevel- en dakisolatie vindt daarom plaats aan de binnenkant van de woningen. De hoofdvorm van de woningen blijft zo behouden, waarmee een passende aansluiting op de nieuwe woningen geborgd is. - Waar mogelijk wordt de oorspronkelijke vorm van, in de loop der tijd, gewijzigde onderdelen van de voorgevels hersteld, denk bijvoorbeeld aan: voordeuren, ramen, dakkapellen en goten. - Gerenoveerde woningen vormen een sterk samenhangend beeld met de nieuwe woningen aan de Rietstraat. De overige criteria voor onderhoud of renovatie zijn onderverdeeld in de volgende categorieën.
Materialen en detaillering: - Waar mogelijk wordt een terugbrengen van de oorspronkelijke materialisering (hout) en detaillering gestimuleerd, denk aan: dakkapellen, goten, ramen en deuren. - Waar gevels opnieuw gevoegd worden, wordt de voegkleur lichtgrijs. - Nieuwe installatie-units en aan-/ afvoerpijpen worden aangebracht in of op de dakdelen die niet zichtbaar zijn vanaf de openbare weg. Waar mogelijk mag hiervoor ook de schoorsteen gebruikt worden. - Toepassing van ingebouwde voorzieningen voor vogels, vleermuizen en/of insecten wordt gestimuleerd, zie de voorbeelden op p. 19. Kleuren - Kozijnen en ramen: warm wit, RAL 1013. - Deuren: verzadigde, donkere kleuren rood, bruin of groen, aansluitend op wat binnen de architectuur van de Delftse School gebruikelijk was (zie: Rietstraat en omgeving Emmeloord. Cultuurhistorische waardestelling). Geen helle of schreeuwende kleuren. - Dakkapellen: warm wit, Ral 1013. - Goten: warm wit, RAL 1013. Zonnepanelen: - Eventuele zonnepanelen worden in een rustig ritme en een rechte belijning aangebracht, afgestemd op het ritme van panelen op aansluitende woningen.
- Glimmende panelen en zichtbare omrandingen zijn niet toegestaan. Ter inspiratie: gezien de historische waarde van het straatbeeld zijn zonnepanelen aan de straatkant niet passend. Zonnepanelen worden bij grote voorkeur aangebracht aan de achterkant van de woningen en/of op de bergingen. Bijgebouwen In het geval dat bergingen worden vervangen, gelden de volgende criteria: - Bergingen staan aan de achterkant van de woningen. - In vorm, afmetingen en detaillering zijn de bergingen duidelijk ondergeschikt aan de woning. - Bergingen worden uitgevoerd in baksteen, afgestemd op de baksteen van de woningen, in hout of als groene gevel. Erfafscheidingen In het geval dat erfafscheidingen worden vervangen, gelden de volgende criteria: - Erfafscheidingen aansluitend op het openbare gebied, langs voortuinen en aansluitend op de voorkant van de kopgevels, worden op eenduidige wijze vormgegeven, bij voorkeur met een lage haag. - Erfafscheidingen tussen onderlinge achtertuinen zijn vrij in te vullen.
eerste bewoners/sigarenwinkel Rietstraat 30
9 Beeldkwaliteitplan Rietstraat en Zeebiesstraat e.o. Emmeloord
Deelgebied I
Nieuwe woningtypen A, A’ en B De oorspronkelijke woningtypen A, A’ en B vormden met elkaar een sterk samenhangend beeld. Aangezien verspreid over de Rietstraat een aantal woningen gehandhaafd worden, is het van belang dit samenhangende beeld ook voor de toekomst te borgen. De te handhaven woningen vormen daarom de basis voor de nieuw te bouwen woningen. Algemene criteria - Behoud van het sterk samenhangende beeld van het geheel aan woningen. Daartoe vormen ook de nieuwe woningtypen A, A’ en B met elkaar een sterk samenhangend beeld, waarin dezelfde onderlinge verschillen in o.a. gevelindeling en goothoogte zijn opgenomen als bij de oorspronkelijke woningen. - De nieuwbouwontwerpen zijn een zodanige reconstructie van het oorspronkelijke gevelontwerp, dat de sfeer en de uitstraling van de oorspronkelijke woningen optimaal worden benaderd. - Behoud van de hiërarchie t.o.v. de woningen aan bv. de Espelerlaan (zie: Rietstraat en omgeving Emmeloord. Cultuurhistorische waardestelling, p.13). Daarmee hangt samen: een eenvoudige hoofdvorm en detaillering; - Woningen in rijen. Het ritme en de lengte van de rijen verschilt evenwel van de oorspronkelijke situatie. - Een sprekende, heldere, doch ingetogen architectuur, zoals in de oorspronkelijke
Woningtypen A (Rietstraat) en A’ (Ziebiesstraat), p. 20 uit: Rietstraat en omgeving Emmeloord. Cultuurhistorische waardestelling. Type A heeft dezelfde plattegrond en gevelindeling als type A’. Het verschil zit in de goothoogte.
De overige criteria voor de nieuwe woningen zijn onderverdeeld in de onderstaande categorieën. Plaatsing: - De paden tussen een aantal woningrijen zijn breder dan in de oorspronkelijke situatie. Hiermee worden, voor een aantal rijen, toegangen gecreëerd tot de parkeergelegenheid aan de achterkant van de woningen. Op andere posities ontstaan toegangen tot de nieuwe binnenhoven. - Alle nieuwe woningen aan de Rietstraat staan op dezelfde rooilijn als de oorspronkelijke woningen. - Alle nieuwe woningen aan de Zeebiesstraat komen op een nieuwe, rechte rooilijn, te staan. De nieuwe rooilijn ligt dichter bij de straat dan de rooilijn van de oorspronkelijke woningen.
Hoofdvorm: - Alle woningen bestaan uit één bouwlaag met een zadeldak. - De nokrichting van alle daken is parallel aan de straat. - De woningen hebben heldere, eenvoudige bouwvolumes. - De woningtypen A, A’ en B hebben een goothoogte, nokhoogte en dakhelling gelijk aan die van, respectievelijk, de oorspronkelijke woningtypen A, A’ en B. - Dakkapellen aan de straatkant zijn bescheiden in ontwerp en detaillering en duidelijk ondergeschikt t.o.v. het hoofdvolume. Per woningtype is er een eenheid in vorm en kleurstelling. - Dakramen aan de straatkant zijn uitgesloten. - Aan de achterkant van de woningen zijn, over meerdere woningen, doorlopende dakkapellen mogelijk. - Bij kopwoningen: tot 2 meter vanaf de kopgevel is, aan de achterkant van de woning, het dakvlak vrij van dakkapellen. - Elke woning heeft een eigen schoorsteen, met de uitstraling van een gemetselde schoorsteen, ook wanneer die een andere functie heeft dan de afvoer van rookgassen. Een functie als ventilatievoorziening of als verblijf voor b.v. vleermuizen is goed mogelijk.
Beeldkwaliteitplan Rietstraat en Zeebiesstraat e.o. Emmeloord
situatie. Het beeld van de woningen voegt zich daarmee prima in de bestaande omgeving. - Het toepassen van een ritme van voordeuren, dakkapellen en schoorstenen, zoals in de oorspronkelijke situatie, doch afgestemd op de nieuwe rijlengten. - Het hergebruiken van karakteristieke details van de oorspronkelijke woningen, zoals accenten in het metselwerk, details van kozijnen, ramen en deuren en details van goten. - Voorgevels die op de straat gericht zijn.
woningtype A: goothoogte, nokhoogte en dakhelling zijn gelijk aan de goothoogte, nokhoogte en dakhelling van het oorspronkelijke type A.
principedoorsnede kopwoning type A
principedoorsnede woningtype A
11
Deelgebied I Aanzichten: - Alle woningen zijn op de straat georiënteerd. Dit wil zeggen dat alle voordeuren in de straatgevels zijn opgenomen. - Naast de voordeur bevatten de voorgevels minimaal één raam. - Per rij worden de woningen in een gespiegeld ritme opgenomen, zoals in de oorspronkelijke situatie. - Een subtiele accentuering van de voordeuren is vereist, bijvoorbeeld in de vorm van een reliëf in het metselwerk of een verfijning in de vorm en detaillering van het bovenlicht. - De overgangen van gevel naar dakvlak worden, zowel bij de langs- als de kopgevels, eenvoudig gedetailleerd. Bij de langsgevels wordt, net als in de oorspronkelijke situatie, onder de bakgoten een accent in het metselverband toegepast (zie foto en detail op p. 14). - In de voor- en de kopgevels zijn verbijzonderingen/accenten mogelijk, bijvoorbeeld in vorm en/of detaillering van raam en/of raamomlijsting of de schoorsteen. - De kopgevels krijgen bij voorkeur één raam, tenzij de afstand tot de volgende woningrij daarvoor te klein is. - Ramen in de kopgevels zijn in grootte ondergeschikt aan ramen in de voorgevels. - In kopgevels t.p.v. toegangen tot de binnenhoven worden de ramen zodanig geplaatst dat een blik op de (toegang tot)
woningtype A’: goothoogte, nokhoogte en dakhelling zijn gelijk aan de goothoogte, nokhoogte en dakhelling van het oorspronkelijke type A’.
principedoorsnede kopwoning type A’
principedoorsnede woningtype A’
Materialen: - Alle toe te passen materialen zijn gelijk aan of passend bij de materialen die werden toegepast binnen de architectuur van de Delftse School. - Gevelmateriaal: baksteen in een rode of roodbruine kleur in klezorenverband. - Voegwerk: lichtgrijs. - Net als bij de oorspronkelijke woningen is enige mate van verfijnde detaillering en/of reliëf in het metselwerk wenselijk. Bijvoorbeeld boven of rond deuren, ter accentuering van ramen of schoorstenen of bij de aansluiting gevelhoek op dakrand (zie de aanduidingen op p. 15). - Kozijnen, ramen en deuren: uitvoeren in hout. - Het ontwerp voor de voordeuren sluit aan bij het ontwerp van de oorspronkelijke voordeuren: hoofdzakelijk gesloten met een klein kijkraam en een bovenlicht. In het geval de deurhoogte een bovenlicht onmogelijk maakt, is een raam in het bovenste deel van de deur mogelijk.
- Raamindeling: toepassing van een onderraam plus bovenlicht. Een roedenverdeling is optioneel. - Dakbedekking: keramische pannen in een matte rode of rood/oranje kleur. - Goten: ranke bakgoten op klossen met toepassing van een zinken kraal (zie foto en detail op p. 14). - Dakkapellen aan de straatkant worden uitgevoerd in hout, of in kunststof of aluminium met een houtlook, en met een verfijnde detaillering die aansluit bij de architectuur van de Delftse School (zie voor ramen en dakkapellen de foto’s op de pagina’s 5, 9 en 15). - Installatie-units en aan-/afvoerpijpen worden aangebracht in of op de dakdelen die niet zichtbaar zijn vanaf de openbare weg. - Toepassing van ingebouwde voorzieningen voor vogels, vleermuizen en/of insecten wordt gestimuleerd, zie de voorbeelden op p. 19. - Bergingen worden uitgevoerd in een kwalitatief hoogwaardig materiaal. Zonnepanelen: - Per woningrij worden de panelen in een rustig ritme en een rechte belijning aangebracht; - Glimmende panelen en zichtbare omrandingen zijn niet toegestaan.
Beeldkwaliteitplan Rietstraat en Zeebiesstraat e.o. Emmeloord
de binnenhof mogelijk is. Het raam wordt daartoe in de achterste helft van de kopgevel geplaatst. - In de overige kopgevels waar ramen mogelijk zijn (bv. op de hoek Zeebiesstraat - Moerasandijviestraat), worden ramen zodanig geplaatst dat een blik op de straat mogelijk is. Het raam wordt daartoe in de voorste helft van de kopgevel geplaatst.
Ter inspiratie: gezien de historische waarde van het straatbeeld zijn zonnepanelen aan de straatkant niet passend. Zonnepanelen worden bij grote voorkeur aangebracht aan de achterkant van de woningen en/of op de bergingen.
woningtype B: goothoogte, nokhoogte en dakhelling zijn gelijk aan de goothoogte, nokhoogte en dakhelling van het oorspronkelijke type B.
principedoorsnede kopwoning type B
principedoorsnede woningtype B
13
Deelgebied I Kleuren: - Kozijnen en ramen: warm wit, RAL 1013. - Deuren: verzadigde, donkere kleuren rood, bruin of groen, aansluitend op wat binnen de architectuur van de Delftse School gebruikelijk was (zie: Rietstraat en omgeving Emmeloord. Cultuurhistorische waardestelling). Geen helle of schreeuwende kleuren. - Dakkapellen: warm wit, Ral 1013. - Goten: warm wit, RAL 1013.
samenhang woning, erfafscheiding en berging t.p.v. toegang tot hof
Bijgebouwen: - Bergingen staan aan de achterkant van de woningen. - Bergingen vormen, als het ware, de voorgevel van het achtergebied. Ze worden dan ook als een samenhangend geheel met de erfafscheidingen (langs de achterkant van de tuinen) ontworpen en uitgevoerd in een kwalitatief hoogwaardig materiaal in een terughoudende kleur. - Bergingen zijn, in vorm, afmetingen en detaillering, duidelijk ondergeschikt aan de woningen. - De bergingen t.p.v. de toegangen naar de binnenhoven zijn uitgevoerd in de materialen van de bijbehorende woning en in samenhang ontworpen met de erfafscheiding. - Per woningrij worden de bergingen als een doorgaand geheel onderling verbonden, bijvoorbeeld d.m.v. een pergola.
Erfafscheidingen: - Erfafscheidingen aansluitend op het openbare gebied (dus langs voortuinen en aansluitend op de voorkant van de kopgevels) worden op eenduidige wijze vormgegeven met een lage haag. - Bij tussenpaden zijn de erfafscheidingen (vanaf de achterkant van de woningen) uitgevoerd als haag of als begroeid scherm. - Bij de toegangen tot de binnenhoven zijn de erfafscheidingen (vanaf de achterkant van de woningen) in samenhang ontworpen met de bergingen. - Erfafscheidingen tussen onderlinge achtertuinen zijn vrij in te vullen. - Daar waar achter de woningen parkeerplaatsen zijn opgenomen, vormen de bergingen samen met de erfafscheidingen een ontworpen geheel.
oorspronkelijke bakgoot en ramen, let op accent in metselwerk
oorspronkelijk detail bakgoten met zinken kraal
accent in metselwerk rond voordeur en rond raam eenvoudige overgang van kopgevel naar dakvlak, met accent in metselwerk i.v.v. vlechtwerk
Beeldkwaliteitplan Rietstraat en Zeebiesstraat e.o. Emmeloord
hoekwoning Rietstraat - Moerasandijviestraat, huidige situatie
oorspronkelijk woningtype A
belangrijke kenmerken: - ranke bakgoot op klossen - ramen met onderraam en bovenlicht - deuren met kijkraam en bovenlicht - erfafscheiding i.v.v. een lage haag
15
Deelgebied II
Hofwoningen Algemene criteria - Voor de hofwoningen wordt uitgegaan van een nieuw, eigentijds ontwerp dat in hoofdvorm aansluit op het ontwerp van de woningen uit deelgebied I. De hofwoningen onderscheiden zich evenwel van de architectuur van de Delftse School. - De architectuur van de hofwoningen is sprekend en helder, doch ingetogen. De hofwoningen voegen zich daarmee prima in de bestaande omgeving en naar de oorspronkelijke en nieuwe woningtypen A, A’ en B. - Per hof worden de woningen als een samenhangend geheel ontworpen. - De woningen in beide hoven zijn gelijk in architectuurbeeld, materialen en kleur. - Ter bevordering van het contact met en het gezamenlijk gebruik van de hof zijn alle woningen op die ruimte georiënteerd. Dit wil zeggen dat de voorgevels op de hof zijn gericht en dat alle voordeuren in de voorgevels zijn opgenomen. Voorts hebben de voorgevels een open karakter richting de hof De overige criteria voor de hofwoningen zijn onderverdeeld in de volgende categorieën. Plaatsing: - De hofwoningen staan in rijen aan weerszijden van de hof en in een rechte rooilijn.
Hoofdvorm: - Alle woningen bestaan uit één bouwlaag met een zadeldak. - De nokrichting van alle daken is parallel aan de rooilijn. - De woningen hebben heldere, eenvoudige bouwvolumes. Aanzichten: - Naast de voordeur bevatten de voorgevels voldoende raamoppervlak om de openheid naar de hof te realiseren. - De voor- en achtergevels krijgen een duidelijke visuele beëindiging van de eerste bouwlaag. - Aan zowel de voor- als de achterkant van de woningen mag, d.m.v. individuele dakkapellen of een over de woningrij doorlopende dakkapel, extra ruimte
hofwoning met: - stoepje aan voorgevel en - achtertuin met berging
principedoorsnede hofwoningen aan weerszijden van een de hof
hof
hofwoning met: - stoepje aan voorgevel en - achtertuin met berging
Beeldkwaliteitplan Rietstraat en Zeebiesstraat e.o. Emmeloord
impressie hofwoningen, gezien via de toegang vanaf de Rietstraat - het raam in de kopgevel van de woning aan de Rietstraat is op de binnenhof gericht
referentiebeeld: zorgvuldige overgang openbaar naar privé Bessemoerpark, Groningen, Inbo
impressie hofwoningen, Hof noord, gezien vanaf het speelveld - woningen van één bouwlaag + zadeldak, met een lage goot en eventueel (doorlopende) dakkapellen als onderdeel van het dak
17
Deelgebied II gecreëerd worden. De visuele verschijningsvorm van deze (doorgaande) dakkapel dient het beeld van woningen van één bouwlaag, met de goothoogte op deze eerste bouwlaag, te ondersteunen. De dakkapel is dus visueel onderdeel van het dak en zeker geen voortzetting van de gevel. - De kopgevels grenzend aan de speelplaats krijgen minimaal één raam. - Eventuele dakramen aan de voorkant van het dak zijn bescheiden in ontwerp en detaillering en duidelijk ondergeschikt t.o.v. het dakvlak. Materialen: - Alle toe te passen materialen zijn kwalitatief hoogwaardig. - Gevelmateriaal: baksteen in een middentoon kleur met nuancering. De kleur wijkt af van de rode of rood/oranje baksteen van de woningen in deelgebied I. Een donkerbruine, antraciete, witte of felgele baksteen is niet toegestaan. - Kozijnen, ramen en deuren: materiaalkeuze vrij. - Deuren in voor- en achtergevel zijn zoveel mogelijk beglaasd. - Dakbedekking: keramische pannen in mat antraciet. - Materiaal dakkapel: als onderdeel van het dak krijgt de dakkapel een materiaal dat past bij het dakmateriaal en dat anders in dan het gevelmateriaal.
- Installatie-units en aan-/afvoerpijpen worden aangebracht in of op de dakdelen die niet zichtbaar zijn vanaf de hof. - Toepassing van ingebouwde voorzieningen voor vogels, vleermuizen en/of insecten wordt gestimuleerd, zie de inspiratiebeelden op p. 19. Zonnepanelen: - Eventuele zonnepanelen kunnen zowel aan de voor- als aan de achterkant van de woningen worden aangebracht, plaatsing op de bergingen is ook mogelijk. - Per woningrij worden de panelen in een rustig ritme en een rechte belijning aangebracht. - De kleur van de panelen wordt afgestemd op de kleur van de dakbedekking. - Glimmende panelen en zichtbare omrandingen zijn niet toegestaan. Kleuren: - Kleuren van kozijnen, ramen en deuren zijn vrij. - Er is een duidelijk onderscheid tussen de kleur van de gevel en die van de dakkapel. - De kleur van de dakkapel sluit aan bij de kleur van de dakpannen. Bijgebouwen: - Bergingen staan aan de achterkant van de woningen. - Bergingen vormen, als het ware, de voorgevel van het achtergebied. Ze worden dan ook als een samenhangend geheel
met de erfafscheidingen (langs de achterkant van de tuinen) ontworpen en uitgevoerd in een kwalitatief hoogwaardig materiaal in een terughoudende kleur. - Bergingen zijn, in vorm, afmetingen en detaillering, duidelijk ondergeschikt aan de woningen. - Per woningrij worden de bergingen als een doorgaand geheel onderling verbonden, bijvoorbeeld d.m.v. een pergola. Erfafscheidingen: - De overgangen van openbaar naar privé worden met zorg vormgegeven en gedetailleerd, bijvoorbeeld met een gemetseld muurtje en/of een zitelement. - Elke woning heeft, over de volledige breedte van de voorgevel, een eigen stoepje. Deze stoepjes zijn een integraal onderdeel van het woningontwerp. - Op de woninggrenzen worden de stoepjes van elkaar gescheiden door een laag element, als onderdeel van het woningontwerp. - De erfafscheidingen langs de achterkant van de tuinen vormen samen met de bergingen een ontworpen geheel. - Erfafscheidingen tussen onderlinge achtertuinen zijn vrij in te vullen.
Beeldkwaliteitplan Rietstraat en Zeebiesstraat e.o. Emmeloord
Inspiratiebeelden: ingebouwde voorzieningen voor vleermuizen, vogels en insecten
19
Bestemmingsplan “Emmeloord, Rietstraat (noord)” Vastgesteld
Bijlage 2
Bomen effect analyse plataan
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
52
Bomen Effect Analyse Rietstraat Emmeloord
COLOFON Bomen Effect Analyse Rietstraat Emmeloord OPDRACHTNEMER
idverde Bomendienst Postbus 177 7300 AD Apeldoorn T 055 5 999 444 E bomendienst@idverde.nl
OPGESTELD DOOR VRIJGEGEVEN DOOR
Freerk Oldenburger | European Tree Technician Harmen van der Meulen | European Tree Technician
OPDRACHTGEVER
Mercatus Postbus 20 8300 AD Emmeloord
PROJECTNUMMER KENMERK
728240166 BD240X96
VERSIE DATUM
1 29 mei 2024
Copyright 2024 idverde. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van idverde. idverde is niet aansprakelijk voor eventuele schade ontstaan bij gebruik van gegevens uit dit rapport.
2
BD24096 BEA Rietstraat Emmeloord
INHOUDSOPGAVE COLOFON ........................................................................................................................................ 2 1.
INLEIDING ............................................................................................................................. 4 1.1 Uitgangspunten project 1.2 Voorgenomen werkzaamheden 1.3 Risico’s uitvoering
2.
WERKWIJZE .......................................................................................................................... 7 2.1 Werkwijze bovengrondse beoordeling 2.2 Werkwijze ondergronds onderzoek 2.3 Werkwijze bezonningsstudie
3.
7 8 9
RESULTATEN ....................................................................................................................... 10 3.1 Resultaten bovengrondse beoordeling 3.2 Resultaten ondergronds onderzoek 3.3 Resultaten bezonningsstudie
4.
4 6 6
10 10 11
CONCLUSIE EN ADVIES ........................................................................................................ 16 4.1 Eindoordeel effecten 4.2 Impact uitvoering 4.3 Randvoorwaarden boombescherming 4.4 Advies tot behoud van de boom
16 16 17 18
BIJLAGEN ....................................................................................................................................... 19 Bijlage 1 Bijlage 2
3
Bomenposter werken rond bomen Bodemprofielen
BD24096 BEA Rietstraat Emmeloord
19 20
1. Inleiding Aan de Rietstraat te Emmeloord staan de oudste woningen van Emmeloord. Deze woningen zijn aan vervanging toe. Hiertoe zal de gehele straat opnieuw ingericht gaan worden. Ook het speelveldje wat bij de kruising van de Rietstraat en de Meldestraat zal hierbij betrokken worden. Op dit speelveldje staat een plataan (Platanus x hispanica). Deze boom stamt nog uit de tijd dat de wijk is aangelegd en is zeer geliefd in de buurt. De omgeving van de boom dient dan ook bij te dragen aan de duurzame instandhouding van de boom. De woningbouwcorporatie Mercatus stelt derhalve als eis dat er voorafgaand aan de civiele werkzaamheden een Bomen Effect Analyse (BEA) wordt uitgevoerd. Tevens is gevraagd naar de schaduwwerking van de boom. Om dit te kunnen bepalen is een bezonningsstudie uitgevoerd. Bomen Effect Analyse (BEA) Een BEA beantwoordt de vraag of een boom in de huidige verschijningsvorm en huidige standplaats duurzaam behouden kan blijven in relatie tot de voorgenomen werkzaamheden en welke maatregelen en randvoorwaarden hiervoor nodig zijn.
Hiervoor worden de volgende onderdelen nader uitgewerkt: Wat is de conditie en kwaliteit van de boom? Hoe is de bodemopbouw en bewortelingssituatie van de boom? Wat zijn de (mogelijke) negatieve effecten van de geplande werkzaamheden, zowel op korte als op lange termijn? Welke maatregelen zijn nodig om mogelijk negatieve effecten te voorkomen dan wel te beperken? Aanvullend heeft u ons gevraagd om een advies te leveren over: Welke maatregelen hebben een positief effect op de toekomstverwachting van de bomen? Wat is de schaduwwerking van de boom? Het onderzoek is op 5 april 2024 uitgevoerd door Lisa Smit, Boom Technisch Adviseur en Freerk Oldenburger, Boom Technisch Adviseur en European Tree Technician, beide werkzaam bij idverde Bomendienst B.V.
1.1 Uitgangspunten project Locatie Op onderstaande afbeelding 1.1 is de locatie van de boom weergegeven. Hierbij is de diameter van de kroon bij benadering weergegeven. De kroon heeft een diameter van 24 meter en de gehele boom is 28 meter hoog.
Afbeelding 1.1 Projectlocatie (bron ArcGIS ESRI Nederland)
4
BD24096 BEA Rietstraat Emmeloord
Projectfase Het project bevindt zich in de voorlopig ontwerpfase en er is inzicht in de voorgenomen werkzaamheden. Aan de hand van deze BEA is beoordeeld wat de invloed van de werkzaamheden op de boom zal zijn en welke maatregelen (indien nodig) getroffen moeten worden om de boom duurzaam te kunnen behouden. Op onderstaande afbeelding 1.2 staat het nieuwe ontwerp weergegeven.
Afbeelding 1.2 Ontwerp Beschikbare informatie Voor deze BEA zijn de volgende bronnen en uitgangspunten gebruikt: 2638 Emmeloord situatie.pdf 2638 Emmeloord onderlegger.dwg 2024-8216 Rapportage Bezonningsstudie.pdf Kenmerk KLIC 24G0244845
5
BD24096 BEA Rietstraat Emmeloord
1.2 Voorgenomen werkzaamheden In het plangebied gaan bovengrondse en ondergrondse herinrichtingen plaatsvinden. Op basis van de werkomschrijving zijn de gevolgen voor de boom in beeld gebracht. Het bovengrondse en ondergrondse onderzoek is erop gericht om deze knelpunten te onderzoeken. Op basis van de resultaten wordt een analyse gemaakt om het eindoordeel van de effecten te bepalen. Samenvatting De totale omgeving zal worden aangepast. De huidige woningen zullen voor een groot deel verdwijnen en plaats maken voor nieuwere woningen. Hiertoe zal ook de directe omgeving van bovengenoemde plataan aangepast gaan worden. Binnen de kwetsbare zone van de boom zal verharding aangelegd worden en zal een opslagruimte gebouwd gaan worden ten behoeve van de nieuwe woningen die hier gepland zijn. Aanleg verharding en bebouwing nabij de boom Bij de aanleg van verharding wordt er een cunet aangelegd en ook voor de aanleg van de fundering van het bouwwerk is er bovengronds voldoende ruimte nodig om deze werkzaamheden uit te voeren. Mogelijk dienen er snoeimaatregelen te worden uitgevoerd om werkruimte te creëren en kunnen machines met het draaibereik van de kraan schade toebrengen aan de boom. Voor het funderen van de weg dient een wegcunet te worden gegraven tot buiten de nieuwe verharding.
Bij de aanleg van deze fundering kan wortelverlies optreden waardoor opnamecapaciteit verloren gaat, invalspoorten ontstaan voor parasitaire houtaantasters en er kan (door inrotting) schade ontstaan aan de stabiliteitskluit. Deze schade kan leiden tot het afsterven danwel instabiliteit van de boom.
1.3 Risico’s uitvoering
Bij de uitvoering van de werkzaamheden ontstaan risico’s voortkomend uit het realiseren van de werkzaamheden. Bij het uitvoeren van werkzaamheden bestaat het risico op schade aan de bomen. Deze risico’s worden nader toegelicht in deze paragraaf. In paragraaf 4.2 worden adviezen gegeven om de Op basis van de resultaten wordt een analyse gemaakt om de impact van de voorgenomen werkzaamheden en het eindoordeel van de effecten te bepalen. Bronbemaling Bij de uitvoering van bovenstaande werkzaamheden kan het noodzakelijk zijn om de grondwaterstand te verlagen door middel van bronbemaling. Hierdoor kan de waterhuishouding van de bomen ernstig worden verstoord en kan door een langere periode zonder vocht onherstelbare schade ontstaan door het verdrogen van de boomwortels en de bladmassa. Bomen lopen dit risico in de periode maart - oktober bij een uitvoeringsduur van meer dan 1 week aaneengesloten. Transportbewegingen materieel en opslag onder de kroon Bij de uitvoering van de werkzaamheden wordt er mogelijk met materieel onder de boomkronen gereden en worden er mogelijk materialen of bouwketen onder de kroon opgeslagen. Dit heeft door het gewicht impact op de groeiplaats van de boom door druk op de ondergrond, dit kan ertoe leiden dat de ondergrond wordt verdicht. Door de verdichting is wortelgroei niet meer mogelijk en sterven haarwortels af waardoor opnamecapaciteit verloren gaat.
Deze processen zijn niet altijd direct zichtbaar en kunnen tot wel 5 jaar later leiden tot het afsterven van de boom. Draaibereik van materieel en hijsen van materialen Wanneer onder de boomkroon gewerkt wordt vanaf een wegcunet of op rijplaten kan de boom beschadigd raken door het draaien van de machine of bewegingen met de arm van een kraan. Tijdens het hijsen van materialen kan schade ontstaan aan de kroon van de boom. Door bast- en kroonschade kunnen invalspoorten ontstaan voor parasitaire houtaantasters en kan de sapstroom onderbroken worden. Bast- en kroonschade kan de dood van de boomt tot gevolg hebben of het langzaam afsterven van de boom inleiden.
6
BD24096 BEA Rietstraat Emmeloord
2. Werkwijze 2.1 Werkwijze bovengrondse beoordeling De boom is uitgebreid visueel beoordeeld op veiligheid, conditie, mechanische kwaliteit en toekomstverwachting bij ongewijzigde omstandigheden. Hierbij is gebruik gemaakt van de VTA-methode. Met de VTA-methode (Mattheck & Breloer, The Body Language Of Trees, 1995) worden de visueel zichtbare gebreken van de boom beoordeeld. Er wordt gekeken naar afwijkingen aan stam, kroon en wortelaanlopen. Sommige van deze afwijkingen geven een indicatie van verminderde stabiliteit (gevaar voor windworp of stambreuk). Andere afwijkingen, bijvoorbeeld zwaar dood hout in de kroon, hebben een verhoogd risico op takbreuk tot gevolg. Tevens wordt aandacht besteed aan de conditie van de bomen. Bepalend voor de conditie is scheutlengte in de winter en knopzetting en in de zomer bladzetting. Conditiebepaling De conditiebepaling geeft een oordeel over de gezondheidstoestand van een boom op een bepaald moment. Bij de conditie worden, afhankelijk van het seizoen, de volgende conditiekenmerken beoordeeld: Blad/ knopbezetting Bladgrootte Transparantie van de kroon Kroonstructuur Takscheutlengte Hoeveelheid dode takken/ twijgen Aanwezigheid van groeistrepen op de bast Afhankelijk van de boomsoort, de leeftijd en de beschikbare hoeveelheid licht rond de boomkroon kan de aanwezigheid van enig dood hout als normaal worden beoordeeld.
De conditiebepaling is conform Stadsbomen Vademecum deel 3A opgesteld, hierbij is de volgende indeling gehanteerd: goed, redelijk, matig, slecht en zeer slecht/dood. Deze classificatie kan worden gerelateerd aan de visuele beoordeling van Andreas Roloff. (Baumkronen, 2001) Op basis van de conditiebepaling en aanwezigheid van eventuele gebreken wordt bepaald wat de toekomstverwachting van de boom is. Voor toekomstverwachting wordt de volgende indeling gehanteerd; meer dan 15 jaar, 10 tot 15 jaar, 5 tot 10 jaar, 1 tot 5 jaar en minder dan 1 jaar. Onderstaand worden de toekomstverwachting op basis van de conditie weergegeven. Op basis van aangetroffen gebreken kan deze toekomstverwachting negatief worden bijgesteld. Met toekomstverwachting wordt niet de levensverwachting bedoeld, dit is de theoretische eindleeftijd op basis van boomsoort en standplaats. De levensverwachting wordt voor een BEA niet bepaald. Bomen met een toekomstverwachting van meer dan 15 jaar kunnen in de praktijk vaak zonder belemmeringen hun theoretische eindleeftijd bereiken. Conditie
Omschrijving De boom vertoont het beeld dat van de soort verwacht mag worden Goed onder goede groeiomstandigheden en op een goede groeiplaats Niet-optimale groei, maar de minder optimale omstandigheden hebben nog geen duidelijk negatieve gevolgen voor de verdere Redelijk ontwikkeling van de boom Er is duidelijk sprake van negatieve gevolgen voor de verdere ontwikkeling van de boom, zoals beginnende scheutsterfte in de Matig buitenkroon. Het proces is echter nog omkeerbaar Duidelijk aftakelende boom, waarbij veelal sprake is van een ijle Slecht kroon met zware scheutsterfte resulterend in veel en soms zwaar dood hout de boom is op sterven na dood, danwel Stervende/dood de boom is reeds afgestorven
Klasse Roloff Toekomstverwachting 0 gezond
> 15 jaar
1 verzwakt
> 15 jaar
2 sterk verminderd
10 tot 15 jaar 5 tot 10 jaar
3 afstervend
< 5 jaar
-
< 1 jaar
Tabel 2.1. Classificatie conditie in relatie tot toekomstverwachting De conditiebeoordeling doet geen uitspraak over de vitaliteit van de boom. De vitaliteit is de gezondheidstoestand van de boom over langere termijn en bepaalt het vermogen van een boom om stresssituaties te overleven. Dit kunnen bijvoorbeeld perioden van droogte of ernstige wortelbeschadiging zijn. Om de vitaliteit van een boom te kunnen bepalen dienen in de loop der jaren meerdere conditiebepalingen te worden gedaan. Wanneer een boom een toekomstverwachting heeft van minder dan 10 jaar dan wordt geadviseerd de boom niet in te passen op basis van de kwaliteit.
7
BD24096 BEA Rietstraat Emmeloord
Gebreken bomen Naast de conditiebepaling zijn tevens de gebreken van de bomen beoordeeld. In de meeste gevallen is er geen relatie tussen gebreken en conditie. Gebreken kunnen wel invloed hebben op de toekomstverwachting van bomen met een goede conditie. Gebreken kunnen bijvoorbeeld zijn: Slechte takaanhechtingen (plakoksels) Parasitaire schimmelaantastingen Scheuren in stam en/ of takken Holtes Dode takken Mechanische gebreken kunnen van invloed zijn op de stabiliteit van de gehele boom of breukvastheid van de kroon, stam en/ of takken. Zo kan een boom die is aangetast door een parasitaire schimmel omvallen of afbreken. Wanneer gebreken invloed hebben op de stabiliteit en/ of breukvastheid dan worden beheermaatregelen geadviseerd. Wanneer visueel de veiligheidstoestand niet goed is vast te stellen dan wordt nader stabiliteitsonderzoek geadviseerd.
2.2 Werkwijze ondergronds onderzoek Naast de visuele boomcontrole is de bodemopbouw en het bewortelingspatroon van de boom onderzocht. Dit is gebeurd door het maken van proefsleuven en profielboringen ter plaatse van de knelpunten. Op basis van deze resultaten wordt de impact op de boom bepaald. Daarna wordt het eindoordeel van de effecten van de voorgenomen werkzaamheden bepaald. Groeiplaatsonderzoek Op basis van grondboringen of profielsleuven wordt het bodemprofiel beschreven. Aspecten die per bodemlaag worden beschreven zijn de mate van beworteling, het vochtgehalte, eventuele roestverschijnselen, het organisch stofgehalte, de textuur, leemgehalte en de verdichting. De waardes zijn bepaald op basis van visuele waarnemingen. Bij de bodembeschrijving wordt gebruik gemaakt een visuele classificatie van het organische stofgehalte en de zandmediaan conform de indeling van de Stiboka en een vaste classificatie van het vochtpercentage. Organische stof
Percentage organische stof
Zandfractie
M50 cijfer tussen
Humusarm
0 - 1,5 %
Uiterst fijn zand
50 en 105 µm
Licht humeus
1,5 - 2,5 %
Zeer fijn zand
105 en 150 µm
Matig humeus
2,5 - 5 %
Matig fijn zand
150 en 210 µm
Zeer humeus
5-8%
Matig grof zand
210 en 420 µm
Humusrijk
8 - 15 %
Zeer grof zand
420 en 2000 µm
Tabel 2.2. Classificatie organische stof
Tabel 2.3. Classificatie zandmediaan (Stiboka indeling)
Beworteling
Diameter beworteling
Bodemvocht
Beschrijving waarnemingen
Fijne beworteling
Minder dan 3 centimeter ø
Droog
Geen vocht waarneembaar
Dunne beworteling
3 tot 5 centimeter ø
Licht vochtig
Weinig vocht, grond valt nog uiteen (veldcapaciteit)
Zware beworteling
5 tot 8 centimeter ø
Vochtig
Vocht blijft in grond bij knijpen
Zeer zware beworteling
Meer dan 8 centimeter ø
Nat (grondwater)
Vocht komt uit de grond bij knijpen
Tabel 2.4. Classificatie beworteling Intensiteit beworteling Intensief Matig intensief Extensief Enkele
Beschrijving waarnemingen en samenhang Er bevindt zich ter plaatse van het profiel een grote concentratie beworteling. De beworteling draagt bij aan de samenhang van de grond. Er bevindt zich ter plaatse van het profiel een redelijke concentratie beworteling. De beworteling houdt in beperkte mate de grond bijeen. Er bevinden zich ter plaatse van het profiel meerdere wortels. De beworteling levert geen bijdrage aan de samenhang van de grond. Er bevinden zich ter plaatse van het profiel slechts enkele wortels. De beworteling levert geen bijdrage aan de samenhang van de grond.
Tabel 2.6. Intensiteit beworteling
8
Tabel 2.5. Classificatie bodemvocht
BD24096 BEA Rietstraat Emmeloord
2.3 Werkwijze bezonningsstudie Om een zo compleet mogelijk beeld te krijgen van de situatie is een bezonningsdiagram gebruikt. A.d.h.v. het bezonningsdiagram hebben we een aantal data en tijdstippen bepaald welke een beeld geven voor de situatie jaarrond. Deze bezonningsstudie wordt uitgevoerd met behulp van het 3D model computer programma Sketchup. De boom (geel), alsmede de directe omliggende bebouwing (wit) worden in 3D uitgetekend. De locatie is exact ingevoerd door middel van coördinaten beschikbaar uit google maps. Met onze software worden de schaduwen afkomstig van de boom (geel) visueel gemaakt. Daarbij wordt de schaduwval van de huidige situatie vergeleken met de schaduwval na realisatie van de bouwplannen. De volgende toetsingsdata worden meegenomen in deze studie: 22 december: de zon staat op haar laagste punt 21 juni: de zon staat op haar hoogste punt 21 maart: de dag dat de zon op 'half' staat, namelijk precies tussen de stand van 22 december en 21 juni 23 september: de dag dat de zon op 'half' staat, namelijk precies tussen de stand van 21 juni en 22 december
Afbeelding 2.1 Schematische weergave methode bezonningsdiagram De schaduwwerking is achtereenvolgens getoetst op de volgende tijdstippen: 08.00 uur 10.00 uur 12.00 uur 14.00 uur 16.00 uur 18.00 uur 20.00 uur In geval dat het al donker is wordt dat tijdstip niet meegenomen in bezonningsstudie overzicht. Naast de bovengenoemde data en tijdstippen waarvoor de bezonning gemodelleerd is, is er ook rekening gehouden met de geografische ligging en winter-(GMT+1) en zomertijd (GMT+2). Zonnestand Onderstaande grafiek 2.1 geeft de verschillende standen van de zon weer. Deze grafiek toont dat in de zomer de zon veel hoger staat dan in de winter. Dit verklaart waarom er in de winter meer schaduw valt dan in de zomer. Hoe lager de zon, hoe meer schaduw. Hoe hoger de zon, hoe minder schaduw. In de grafiek kunt u zien hoe de overige maanden zich verhouden t.o.v. de toetsingsdata.
Grafiek 2.1 Zonnestand per maand in graden
9
BD24096 BEA Rietstraat Emmeloord
3. Resultaten Ten behoeve van het bepalen van de conclusie is een bovengrondse beoordeling en ondergronds onderzoek uitgevoerd conform de werkwijze in hoofdstuk 2. De resultaten van deze onderzoeken zijn weergegeven in onderstaande paragrafen.
3.1 Resultaten bovengrondse beoordeling In de hiernavolgende sub-paragrafen zijn de resultaten van de bovengrondse beoordeling weergegeven. De resultaten geven inzicht in de huidige situatie. Conditie, toekomstverwachtingen mechanische gebreken De boom verkeert in een redelijke conditie en de te verwachten levensduur is minimaal 15 jaar. De stamdiameter is op 130 centimeter hoogte 132 centimeter, de hoogte van de boom is 28 meter en de kroondiameter van de boom is 24 meter. Mechanische gebreken zijn bij de boom niet aangetroffen.
3.2 Resultaten ondergronds onderzoek Bij deze BEA is ondergronds onderzoek verricht naar de bodemopbouw en de beworteling. De uitgewerkte profielen zijn opgenomen in bijlage 2. Hieronder is in afbeelding 3.2 een overzicht opgenomen van de locaties van de boring en profielsleuven. Samenvatting ondergronds onderzoek Uit de resultaten blijkt dat op 2,5 meter uit de stamvoet zich zeer dikke wortels bevinden die niet verwijderd kunnen worden. Op 5 meter uit de stamvoet is dunne beworteling aangetroffen, welke ook van de onderbeplanting zou kunnen zijn. Deze beworteling kan verwijderd worden zonder nadelige gevolgen voor de boom. Tussen deze profielsleuven is een beplanting bestaande uit laurierkers aanwezig.
Afbeelding 3.1 Locatie profielsleuven (bron ArcGIS ESRI Nederland)
10
BD24096 BEA Rietstraat Emmeloord
3.3 Resultaten bezonningsstudie De omgeving van de boom zal behoorlijk worden aangepast. Zo zullen dicht bij de boom nieuwe woningen gerealiseerd gaan worden. De bewoners van deze woningen zouden overlast van de boom kunnen ervaren in de vorm van vallend blad en vruchten, maar ook van de schaduwwerking van de boom. Voor de beoordeling van de overlast bestaan geen wettelijke normen en eisen ten aanzien van bezonning. Daarom is er gekozen om de bezonningsstudie a.d.h.v. bezonningsmodellen van het bezonningsdiagram te doen. Deze modellen zijn in deze studie op basis van de werkwijze in paragraaf 2.3 weergegeven in paragraaf 3.3.1 t/m 3.3.4 en de afbeeldingen 4.1 t/m 4.24. Hieronder zijn de algemene en specifieke bevindingen voor de beoordeelde data opgenomen. 22 december (winter) De boom veroorzaakt aanzienlijke extra schaduw in de omliggende tuinen. Door de lage zonnestand in de winter valt de schaduw lang en diep in de tuinen. Specifieke Observaties: De vier woningen op de kruising tussen Meldestraat en Rietstraat ontvangen vanaf 13:30 extra schaduw door de boom. Overige woningen worden op deze dag niet benadeeld.
21 juni (zomer) De boom werpt een relatief korte schaduw door de hoge zonnestand. De extra schaduw is voornamelijk beperkt tot een klein gebied direct naast de boom. Specifieke Observaties: De woning op de kruising tussen Meldestraat en Rietstraat ontvangt vanaf 13:30 tot 17:00 extra schaduw in de tuin. De schaduw reikt niet ver genoeg om de achtergevel te raken. Blok 4, de vier woningen ten zuidoosten van de boom, ontvangt extra schaduw vanaf 12:00. Om 14:00 is de tuin van de woning het dichtst bij de boom voor de helft in schaduw, terwijl de verste woning nog geen schaduw ervaart. Om 16:00 liggen alle tuinen van blok 4 in schaduw en vanaf 16:30 wordt ook de gevel geraakt. 21 maart (lente) De schaduwwerking is matig, met extra schaduw in de ochtend en late middag. De zonnestand is hoger dan in de winter, maar lager dan in de zomer. Specifieke Observaties: De vier woningen op de kruising tussen Meldestraat en Rietstraat ervaren schaduw van 13:00 tot 17:00 in de tuinen.
11
BD24096 BEA Rietstraat Emmeloord
3.3.1
Schaduwwerking 22 december
Afbeelding 4.1 22 december 10.00 uur
Afbeelding 4.2 22 december 12.00 uur
Afbeelding 4.3 22 december 14.00 uur
Afbeelding 4.4 22 december 16.00 uur
12
BD24096 BEA Rietstraat Emmeloord
3.3.2
Schaduwwerking 21 juni
Afbeelding 4.5 21 juni 8.00 uur
Afbeelding 4.6 21 juni 10.00 uur
Afbeelding 4.7 21 juni 12.00 uur
Afbeelding 4.8 21 juni 14.00 uur
Afbeelding 4.9 21 juni 16.00 uur
Afbeelding 4.10 21 juni 18.00 uur
Afbeelding 4.11 21 juni 20.00 uur
13
BD24096 BEA Rietstraat Emmeloord
3.3.3
Schaduwwerking 21 maart
Afbeelding 4.12 21 maart 8.00 uur
Afbeelding 4.13 21 maart 10.00 uur
Afbeelding 4.14 21 maart 12.00 uur
Afbeelding 4.15 21 maart 14.00 uur
Afbeelding 4.17 21 maart 16.00 uur
Afbeelding 4.18 21 maart 18.00 uur
14
BD24096 BEA Rietstraat Emmeloord
3.3.4
Schaduwwerking 23 september
Afbeelding 4.19 23 september 8.00 uur
Afbeelding 4.20 23 september 10.00 uur
Afbeelding 4.21 23 september 12.00 uur
Afbeelding 4.22 23 september 14.00 uur
Afbeelding 4.23 23 september 16.00 uur
Afbeelding 4.24 23 september 18.00 uur
15
BD24096 BEA Rietstraat Emmeloord
4. Conclusie en Advies In het projectgebied gaan diverse werkzaamheden plaatsvinden die (mogelijk) invloed hebben op de boom. Per onderdeel geven wij randvoorwaarden voor ontwerp, uitvoering en boombescherming. Er worden indien mogelijk alternatieven geboden voor het behoud van de boom en een verbetering van de conditie en toekomstverwachting.
4.1 Eindoordeel effecten Op basis van de voorgenomen werkzaamheden en de toekomstverwachting zijn de effecten op de boom inzichtelijk gemaakt. De boom is (onder randvoorwaarden zoals genoemd in paragraaf 4.4) duurzaam in te passen in het ontwerp. Profielsleuf 2 is gegraven op 5 meter vanaf de stamvoet. Hier zijn geen wortels aangetroffen die bij verwijderen de stabiliteit of de duurzame instandhouding van de boom in gevaar brengen. Voor de uitgebreide bodemprofielen kunt u de bijlage raadplegen. Conclusie bezonningsstudie De boom veroorzaakt de meeste extra schaduw in de omliggende tuinen tijdens de wintermaanden, vooral op 22 december. In de lente en herfst is er een matige extra schaduwwerking merkbaar, met specifieke invloed op de tuinen van de vier woningen op de kruising tussen Meldestraat en Rietstraat en de woningen in blok 4. De impact van de boom in de zomer is minimaal, met uitzondering van de genoemde woningen waar de schaduw specifiek is geanalyseerd.