23.1a Bestemmingsplan Landelijk gebied, Westermeerweg achter 35 te Espel.pdf
Tekst van het document
De voorwaarden en criteria die van belang zijn voor de belangenafweging, volgen onder meer uit het gemeentelijk beleid, de wetsgeschiedenis en de rechtspraak. Voor Energieopslag Westermeerdijk zal met een maatwerkvoorschrift een hogere geluidsnorm worden vast gesteld, welke zal gelden ter plaatse van de twee meest nabijgelegen woningen, Westermeerdijk 35 en Westermeerdijk 35A. Bij de twee woningen wordt niet voldaan aan de standaardsgeluidswaarde uit het Activiteitenbesluit milieubeheer en daarmee ook niet aan de streefwaarde van 50 dB(A). De op te leggen waarden in het maatwerkvoorschrift zullen 52dB(A) etmaalwaarde en 42 dB(A) nachtwaarde zijn.
1 Artikel 2.20, eerste lid, Activiteitenbesluit. 2 Artikel 2.20, tweede lid, Activiteitenbesluit.
Toelichting bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Westerm eerweg achter 35 te Espel’
Pagina 25 van 54
Er is gekeken naar de relevante criteria en voorwaarden voor de mogelijkheid om een hogere geluidsnorm toe te laten ten aanzien van de nabijgelegen woningen. Hieruit volgt dat een hogere geluidsnorm in onderhavig geval aanvaardbaar is. Daarbij spelen de volgende omstandigheden een rol: - De huidige norm levert een onevenredige beperking van de bedrijfsvoering op, een hogere norm is noodzakelijk voor de exploitatie en inpasbaarheid van het EOS in de omgeving; - De lokale situatie en het karakter van de omgeving laat een soepelere normstelling toe. Er bevinden zich meerdere windturbines in de omgeving, waardoor een hogere geluidsnorm van het EOS niet tot wezenlijk meer omgevingsgeluid zal leiden; - Een EOS is, gelet op de huidige maatschappelijke ontwikkelingen en het belang van het behalen van de klimaatdoelstellingen, noodzakelijk voor de energietransitie; - Ondanks de hogere geluidsnorm zal, binnen geluidsgevoelige ruimten dan wel verblijfsruimten van de nabij gelegen woningen, te allen tijde een etmaalwaarde van maximaal 35 dB(A) kunnen worden gewaarborgd; - Er kunnen geluidsmitigerende voorzieningen worden aangebracht. Gelet op de inrichting en bedrijfsvorm, zijn deze mogelijkheden echter beperkt.
Op grond van bovenstaande kan, gelet op de mate waarin wordt afgeweken van de norm, worden geconcludeerd dat een hogere geluidsnorm ter plaatse van de nabij gelegen woningen aanvaardbaar is. Gezien het voorgaande mag er in redelijkheid van uit worden gegaan dat deze maatwerkvoorschriften kunnen worden opgelegd. Hiermee is de uitvoerbaarheid van het project gewaarborgd. Handreiking Elektriciteit Opslag Systemen (2020) Indien het geluid ter plaatse van de gevoelige objecten als tonaal worden beoordeeld, dient een strafcorrectie van 3 dB in rekening te worden gebracht bij de toetsing op de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus. De norm wordt dus strenger. Op basis van door leveranciers van opslagsystemen aangeleverde octaafbanden kan worden aangenomen dat het geluid afkomstig van de componenten een tonaal karakter heeft. Of het geluid van het energieopslagsysteem ter plaatse van de gevoelige objecten daadwerkelijk als tonaal wordt herkend, hangt met name af van de geluidniveaus afkomstig van het energieopslagsysteem in relatie tot het ter plaatse aanwezige achtergrondgeluid. Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai (1999) Verder geldt dat op een gezoneerd industrieterrein geen rekening hoeft te worden gehouden met een tonale correctie.
Vanwege het nabijgelegen hoogspanningsstation zal - voor zover het geluid als tonaal wordt beoordeeld - in onderhavig geval dus niet op alle referentiepunten een straffactor worden toegepast, maar slechts ter plaatste van gevoelige objecten. Gecumuleerde geluidsbelasting Daarnaast is er voor Energieopslag Westermeerdijk een cumulatieve geluidsnorm opgenomen met het oog op een goede ruimtelijke ordening, om de cumulatieve geluidsbelasting vanwege meerdere inrichtingen binnen het bestemmingsvlak Energieopslag ook te beperken tot de geluidsnorm als opgenomen in het Activiteitenbesluit milieubeheer. Aangezien voor de woningen Westermeerdijk 35 en Westermeerdijk 35A een hogere geluidswaarde wordt opgelegd door middel van een maatwerkvoorschrift, is het voor deze woningen niet nodig te voldoen aan de eis van een gecumuleerde geluidsbelasting. Daarom worden deze twee woningen uitgesloten van de toepassing van de cumulatieve geluidsnorm.
Toelichting bestemmingsplan 'Landelijk gebied Westerm eerweg achter 35 te Espel’
Pagina 26 van 54
Geen geluidzone o.b.v. Wgh Het bestemmingsplan maakt geen ‘grote lawaaimaker’ mogelijk en hoeft dan ook geen geluidzone op grond van de Wet geluidhinder te bevatten. Dit betekent dat er geen geluidszone op basis van de Wet geluidshinder (Wgh) noodzakelijk is.
4.2.2 Onderzoek De geluidswaarden uit tabel 2.17a van het Activiteitenbesluit reguleren de geluidsproductie van één inrichting, waardoor iedere individuele inrichting op de dichtstbijzijnde gevel van een woning geluid mag produceren tot de in voornoemde tabel vermelde waarden. Door de rechtstreekse werking van de regels uit het Activiteitenbesluit en de -regeling is het niet nodig om in het bestemmingsplan een aanvullende norm op te nemen ter borging. Het Activiteitenbesluit reguleert echter alleen de individuele geluidsproductie van een inrichting en niet de cumulatieve geluidsproductie als er meerdere inrichtingen in de omgeving aanwezig zijn die geluid op dezelfde gevel produceren. Zijn er dus meerdere inrichtingen actief in de omgeving, dan zal dit in de praktijk ertoe leiden dat omwonenden in verhouding tot de gestelde geluidsnorm een hogere geluidsproductie op hun gevel zullen ondervinden, ondanks dat de inrichtingen allemaal conform de geluidsnormen handelen. In het geval van Energieopslag Westermeerdijk is het voor de bescherming van een goed woon- en leefklimaat van belang geacht dat omwonenden slechts geluidproductie ter hoogte van de in tabel 2.17a in het Activiteitenbesluit vermelde grenswaarden hoeven te ondervinden.
Qua geluid moet het voor omwonenden dus geen verschil maken of er binnen het bestemmingsvlak ‘Bedrijf Energieopslag’ één EOS aanwezig is, of dat er meerdere EOS aanwezig zijn. Dit is in de planregels geborgd door in artikel 3.3.1. een cumulatieve geluidsnorm op te nemen, op grond waarvan het in gebruik nemen en houden van een energieopslagsysteem slechts is toegestaan als dat energieopslagsysteem gezamenlijk met andere de energieopslagsystemen binnen het bestemmingsvlak met de bestemming 'Bedrijf - Energieopslag’ ter plaatse van een gevoelig object cumulatief voldoet aan de norm uit artikel 2.17 lid 1 Activiteitenbesluit milieubeheer. Voor de woningen Westermeerdijk 35 en Westermeerdijk 35A is hierop een uitzondering gemaakt, aangezien voor die woningen bij maatwerkvoorschrift een hogere waarde wordt opgelegd. Om vervolgens de exploitatiebelangen van Energieopslag Westermeerdijk te beschermen, is in Artikel 8 in de planregels en op de verbeelding tevens een zone opgenomen waarbinnen zich geen nieuwe gevoelige gebouwen (zoals woningen) mogen vestigen. De zone is hieronder weergeven in Figuur 17. Als grens van de zone is de kavelgrens gekozen. Zo wordt voorkomen dat dichter bij de inrichting nieuwe gevels van gevoelige gebouwen ontstaan die voortaan maatgevend worden voor de cumulatieve geluidsnorm uit het bestemmingsplan.
Toelichting bestemmingsplan ‘Landelijk gebied Westerm eerweg achter 35 te Espel’
Pagina 27 van 54
Figuur 1750 dB(A) geluidscontour
Uit de referentieniveaukaart in de geluidnota blijkt dat het plangebied van Energieopslag Westermeerdijk binnen de locatie “landelijk gebied met veel agrarische activiteiten” ligt. Op basis hiervan worden voor het bestemmingsvlak ‘Bedrijf - Energieopslag’ de richtwaarden 50 dB(A), 45 dB(A), en 40 dB(A) voor resp. dag-, avond- en nacht periode voorgeschreven. Paragraaf 6.9 van de geluidsnotitie licht toe dat op basis van de gebiedskenmerken van het plangebied sprake is van een landelijk gebied met veel agrarische activiteiten. Op basis van informatie uit de Atlas Leefomgeving kan worden opgemaakt dat de cumulatieve geluidbelasting (Lcum) bij woningen 51 à 55 dB bedraagt. De omgeving kan daarom niet worden gekarakteriseerd als landelijk gebied. Peutz heeft geluidsonderzoek uitgevoerd. De geluidsrapportage is bijgevoegd als Bijlage 2 bij deze toelichting. Peutz heeft onderzocht of het haalbaar is voor Energieopslag Westermeerdijk om zich te houden aan de cumulatieve geluidsnorm binnen het bestemmingsvlak ‘Bedrijf - Energieopslag’ uit artikel 3.3.1 van de planregels. Binnen een EOS-park kunnen de verschillende onderdelen geluid produceren als het systeem in bedrijf is. Voornamelijk de koeling middels ventilatoren wordt relevant geacht.
Uit de geluidsrapportage van Peutz blijkt dat aan deze geluidsnormen kan worden voldaan op de kavelgrens van de meest nabij gelegen woningen van derden (gevoelige gebouwen). In onderstaande Tabel 2 zijn de te verwachten geluidsniveaus per adres weergegeven. In Figuur 18 wordt aangegeven wat de etmaalwaardencontouren rondom het bestemmingsvlak ‘Bedrijf Energieopslag’ zijn.
Toelichting bestemmingsplan ‘Landelijk gebied Westerm eerweg achter 35 te Espel’
Pagina 28 van 54
Tabel 2 Berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus (uitgaande van de maximale invulling) (bron: Geluidsonderzoek Peutz)
ĽAr.LT in dB(A) op 1,5 menSm hoogte
Omschrijving (zie ook afbeelding 2.1)
Dag 7-19u
Avond 19-23u
Nacht23-7u
Etmaal waarde
í. Westerm eerweg 43 2. Westerm eerweg 41 3. Westerm eerweg 39aZbZt 4. Westerm eerweg 39 5. Westerm eerweg 37 ē. Westerm eerweg 35a 7. Westerm eerweg 35
38/41 39/42 44/46 45/47 46/48 50/52 49/52
34/36 34/37 39/41 40/42 41 /43 44/47 44/47
28/31 29/32 34/36 35/37 36/38 40/42 39/42
38/41 39/42 44/46 45/47 46/48 50/52 49/52
0. Westerm eerweg 31 9. Westerm eerweg 29
45/48 42/45
40/43 37/40
35/38 32/35
45/48 42/45
Figuur 18 Globale geluidcontouren op 5 m hoogte (bron: Geluidsonderzoek Peutz)
Specifiek voor laagfrequent geluid is er gekeken naar de toetswaarde bij 100 Hz, zijnde 39 dB op basis van de Vercammencurve. Peutz concludeert dat er verwacht mag worden dat wordt voldaan aan de Vercammencurve. Met de rechtstreeks werkende normen uit het Activiteitenbesluit en de -regeling en de aanvullende planregels ten aanzien van geluid is geborgd dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening en een aanvaardbaar woon- en leefklimaat optreedt.
Toelichting bestemmingsplan 'Landelijk gebied Westerm eerweg achter 35 te Espel’
Pagina 29 van 54
Het onderzoek naar de mogelijke naleving van voornoemde normen is uitgevoerd op basis van worst case aannames naar de mogelijk invulling van Energieopslag Westermeerdijk. Hiermee is inzichtelijk gemaakt dat er voldaan kan worden aan de geldende geluidsnormen. Daarmee is voor de omgeving duidelijk wat de potentiële geluidsbelasting kan zijn. Zoals uit het onderzoek van Peutz blijkt, is het mogelijk dat de werkelijke geluidsbelasting uiteindelijk lager is, op basis van de werkelijke invulling van het gebied. Initiatiefnemers worden middels de planregels verplicht om voor ingebruikname van een energieopslagsysteem aan te tonen dat aan de cumulatieve geluidsnormering wordt voldaan.
4.2.1 Conclusie Voor de twee meest nabijgelegen woningen, zijnde Westermeerweg 35 en Westermeerweg 35A, worden maatwerkvoorschriften verzocht van 52dB(A) etmaalwaarde en 42 dB(A) nachtwaarde. Hiermee wordt weliswaar afgeweken van de streefwaarde van 50 dB(A), maar dit is aanvaardbaar te achten gezien hetgeen is overwogen in het toetsingskader. Daarom blijft er hier ook aanvaardbare woon- en leefsituatie bestaan. Voor de twee woningen Westermeerweg 31 en Westermeerweg 37, waarop de maatgevende geluidswaarde van 50 dB(A) van toepassing is, geldt dat deze waarde kan worden nageleefd. Gelet hierop is er sprake van een aanvaardbare woon- en leefsituatie voor de omgeving. Ter borging hiervan is in de planregels een bepaling opgenomen voor beperking van de mogelijke cumulatieve geluidsbelasting.
4.3 Natuur 4.3.1 Toetsingskader Gebiedsbescherming Bescherming van Natura 2000-gebieden is vastgelegd in Hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming (Wnb). Conform artikel 1.12 van de Wnb dragen Gedeputeerde Staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van dit samenhangend landelijk ecologisch netwerk, het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Vanuit de Provinciale Structuurvisie zijn gebieden aangewezen die tot dit netwerk behoren. Voor alle Natura 2000-gebieden en bijzondere nationale natuurgebieden, dus ook de niet-beschermde gebieden, geldt de algemene zorgverplichting (artikel 1.11). Op Europees niveau worden gebieden beschermd vanuit de Vogel- en Habitatrichtlijn. Dit zijn de Natura 2000-gebieden. Het ondernemen van projecten, plannen of activiteiten in en om een Natura 2000-gebied kunnen mogelijk leiden tot negatieve effecten op de Natura 2000-gebieden. Als negatieve effecten mogelijkerwijs kunnen worden verwacht, kan door middel van een Voortoets worden bepaald wat de (negatieve) effecten op Natura 2000-gebieden zijn. Soortenbescherming De Wnb onderscheidt beschermingsregimes voor soorten op grond van internationale verdragen, aangevuld met soorten die vanuit een nationaal oogpunt beschermd worden.
Hierdoor zijn er in de Wnb drie verschillende verbodsartikelen per categorie soorten; - soorten van de Vogelrichtlijn (artikel 3.1); - soorten van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (artikel 3.5); - andere soorten (artikel 3.10).
Toelichting bestemmingsplan 'Landelijk gebied Westerm eerweg achter 35 te Espel’
Pagina 30 van 54
Per beschermingsregime is aangegeven welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing of vrijstelling kan worden verleend door het bevoegd gezag. Belangrijke voorwaarde is dat er geen andere bevredigende oplossing voor het project mag zijn. Verder kan een ontheffing alleen worden verleend wanneer is aangetoond dat er geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de betreffende soort. Daarnaast gelden er per soortencategorie verschillende aanvullende voorwaarden. Bij een eventuele ontheffingsaanvraag dient gebruik gemaakt te worden van de op dat moment beschikbare werkprotocollen. De Gedeputeerde Staten van de provincie zijn in principe het bevoegd gezag voor de toetsing van handelingen met mogelijke gevolgen voor beschermde dier- en plantensoorten.
4.3.2 Onderzoek In het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) is een Quickscan Ecologie uitgevoerd door het deskundige onderzoeksbureau Viridis, zie voor het volledige onderzoek Bijlage 3. Omdat voor de realisatie van een EOS-park ter plaatse van het beoogde plangebied geen bomenkap zal plaatsvinden, is de bescherming van de houtopstanden hierna verder buiten beschouwing gelaten. Gebiedsbescherming Het bestemmingsvlak ‘Bedrijf - Energieopslag’ ligt niet binnen de grenzen van een Natura 2000gebied of een NNN-gebied. Het bestemmingsvlak ‘Bedrijf - Energieopslag’ en de omliggende omgeving maken ook geen onderdeel uit van een NNN-gebied. De dichtstbijzijnde NNN-locaties zijn het natuurgebied “Rotterdamse hoek” op 3,9 kilometer afstand en het “Urkerbos” op 4,6 kilometer afstand van het bestemmingsvlak ‘Bedrijf - Energieopslag’. Van een directe aantasting en afname van areaal aan beschermd natuurgebied is dus geen sprake. Het nabijgelegen Natura 2000-gebied, het IJsselmeer op minder dan 1 kilometer, ligt op voldoende afstand dat geen negatieve invloed wordt verwacht van factoren die slecht een korte reikwijdte hebben, zoals bodemtrillingen en lichtbelasting. Een EOS-park betreft gedurende de exploitatiefase een stationaire activiteit.
Er vindt geen emissie van (geur)stoffen naar de lucht plaats, er is geen sprake van lozingen in (grond)water en er is ook geen sprake van trillingen. De veiligheid voor de omgeving (dus ook het fysieke milieu) wordt zorgvuldig geborgd door middel van veiligheidsmaatregelen en in de normale bedrijfsvoering van een EOS-park zal dus geen sprake zijn van vervuiling of aantasting van de natuur. Er is wel sprake van geluidsproductie, maar ook hier wordt geen negatieve invloeden van verwacht. Het IJsselmeer is een N2000 gebied, maar is geen stikstofgevoelig gebied. Eventuele negatieve effecten van de aanleg en het gebruik van de opslag op deze Natura 2000-gebieden zijn op voorhand uitgesloten. Stikstof Om in kaart te brengen of de aanleg/realisatie van Energieopslag Westermeerdijk leidt tot stikstofdepositie op een stikstofgevoelig gebied, is een berekening met AERIUS Calculator versie 2023 uitgevoerd. Een rapportage van dit onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 4. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige N2000-gebied (Oudegaasterbrekken, Fluessen en omgeving, Friesland) bevindt zich op een afstand van circa 20 kilometer tot het bestemmingsvlak ‘Bedrijf - Energieopslag’. Uit de AERIUS-berekening blijkt dat er gedurende de realisatiefase geen stikstofdepositie plaatsvindt bij stikstofgevoelige N2000-gebieden (0,00 mol/ha/j). Het batterijsysteem zelf stoot geen stikstofverbindingen uit.
Gedurende de exploitatie van het systeem, is uitstoot van stikstofverbindingen beperkt tot vervoersbewegingen van onderhoudsbusjes. Uitstoot van stikstofverbindingen gedurende de exploitatiefase is zodoende verwaarloosbaar en wordt niet verder beschouwd. Daarmee is een negatief effect door de depositie van stikstof op Natura-2000 gebieden uitgesloten.
Toelichting bestemmingsplan ‘Landelijk gebied Westerm eerweg achter 35 te Espel’
Pagina 31 van 54
Soortenbescherming Uit de Quickscan Ecologie (Bijlage 3) blijkt dat ter plaatse van Energieopslag Westermeerdijk geen leefgebied voor wilde flora en faunasoorten is, omdat er geen geschikt habitat in en nabij de directe omgeving is (uitgezonderd van enkele door de provincie vrijgestelde soorten). Wel bestaat een risico dat in de transitiefase van agrarisch naar bouwgrond het terrein verruigd raakt en in deze fase broedvogels tot broeden komen. Te allen tijde geldt de algemene zorgplicht op grond van de Wnb (artikel 1.11). Dit artikel verplicht eenieder om tijdens het uitvoeren van werkzaamheden voldoende zorg in acht te nemen voor in het wild levende planten en dieren. Op basis van deze algemene zorgverplichting worden in de Quickscan (Bijlage 3) een aantal mitigerende maatregelen voorgesteld om te voorkomen dat er verbodsbepalingen worden overtreden gedurende het project. Zo wordt aangeraden om Energieopslag Westermeerdijk kort voor aanvang van de werkzaamheden door een ecologische deskundige vrij te geven, vanuit het midden van het bestemmingsvlak ‘Bedrijf - Energieopslag’ te werken of in één werkrichting om eventueel aanwezige dieren de mogelijkheid hebben om Energieopslag Westermeerdijk te verlaten, enkel verlichting te voeren wanneer dit functioneel noodzakelijk is en zoveel mogelijk gebruik te maken van bestaande wegen en paden.
Om vestiging van broedvogels te voorkomen wordt aangeraden om zover mogelijk buiten de broedperiode te werken en het Energieopslag Westermeerdijk voorafgaand aan het broedseizoen broedongeschikt te maken en te houden. Tevens wordt aangeraden eventuele gronddepots of andere grondwerken altijd met een talud van minimaal 1:1 af te werken om te voorkomen dat de oeverzwaluw tot broeden komt. De rugstreeppad komt mogelijk in de nabijheid van het Energieopslag Westermeerdijk voor. Als er grondwerkzaamheden worden verricht in de periode april tot en met augustus zullen er door regelmatige regenval ondiepe plassen ontstaan, waar de rugstreeppad binnen een dag zijn voortplantingsbiotoop van kan maken. Om te voorkomen dat de rugstreeppad zich gedurende de bouwfase vestigt ter plaatse van Energieopslag Westermeerdijk, dient bij grondwerkzaamheden in de periode april tot en met augustus het bouwgebied afgeschermd te worden met behulp van amfibieschermen, zodat de rugstreeppad het bouwgebied niet kan betreden. Met inachtneming van de voorgestelde mitigerende maatregelen in de Quickscan Ecologie worden negatieve effecten op beschermde soorten uitgesloten en zal er geen sprake zijn van een overtreding van de Wnb. Aanvullend onderzoek naar beschermde soorten is niet noodzakelijk.
4.3.3 Conclusie natuur Energieopslag Westermeerdijk ligt niet in een N2000^NN^SH-gebied en er zijn geen effecten de dichtstbijzijnde beschermde natuurgebieden te verwachten. Daarnaast worden er ook geen significante effecten door stikstofdepositie op een stikstofgevoelige gebieden verwacht. Door naleving van voorgestelde mitigerende maatregelingen zijn negatieve effecten op beschermde soorten uitgesloten. Vanuit het aspect natuur wordt voldaan aan een goede ruimtelijke ordening.
Toelichting bestemmingsplan ‘Landelijk gebied Westerm eerweg achter 35 te Espel’
Pagina 32 van 54
4.4 Archeologie en cultuurhistorie 4.4.1 Toetsingskader Het rijksbeleid met betrekking tot landschap en cultuurhistorie is opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (hierna: SVIR, zie paragraaf 3.1.9). Hierin staat vermeld dat landschappelijke en cultuurhistorische waarden een volwaardige plaats verdienen bij ruimtelijke afwegingen. Een aantal nationale ruimtelijke belangen uit de SVIR wordt juridisch geborgd via het Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening (hierna: Barro). Op grond van het artikel 3.1.6, vijfde lid, aanhef en onder a, Bro dient in een plan rekening gehouden te worden met cultuurhistorie. Cultuurhistorie heeft onder andere betrekking op de historische stedenbouwkundige en historisch geografische waarden in het gebied. In het plan moet beschreven worden hoe met de in het gebied aanwezige waarden en de aanwezige of te verwachten monumenten wordt omgegaan. De Erfgoedwet bevat voorts de wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Het is op basis hiervan verplicht om de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie mee te nemen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren.
4.4.2 Onderzoek Het archeologisch beleid van de gemeente Noordoostpolder is neergelegd in het rapport “Erfgoed in de polder” (2018) van RAAP, waarvan ook een archeologische beleidsadvieskaart onderdeel is. Om uit te sluiten dat de komst van Energieopslag Westermeerdijk onaanvaardbare gevolgen heeft voor eventuele de in de bodem aanwezige archeologische waarden, is deze archeologische beleidskaart geraadpleegd. Ter plaatse van de locatie van Energieopslag Westermeerdijk is op de archeologische beleidsadvieskaart zichtbaar dat er voor het overgrote deel van het gebied geen archeologische waarden worden verwacht (zie witte zone) en voor een klein deel van het gebied sprake is van de beleidscategorie “WA-8”, zie Figuur 19. De beleidscategorie WA-8, het laatste advies in het getrapte systeem van beleidsadviezen, houdt in dat er een vrijstellingsgrens van archeologisch onderzoek onder een omvang van 10.000 m2 of diepte tot 100 cm geldt. Op de cultuurhistorische waardenkaart van de Provincie Flevoland blijkt dat er ter plaatse van het bestemmingsvlak ‘Bedrijf - Energieopslag’ geen sprake is van een terrein met archeologische waarden.
Figuur 19 uitsnede van de locatie van het Energieopslag Westermeerdijk uit Archeologische beleidsadvieskaart gemeente Noordoostpolder
Toelichting bestemmingsplan ‘Landelijk gebied Westerm eerweg achter 35 te Espel’
Pagina 33 van 54
Aangezien Energieopslag Westermeerdijk een ontwikkeling betreft met een omvang van méér dan 10.000 m2 is op basis van het archeologische onderzoek die voor de omliggende (energie)projecten zijn uitgevoerd beoordeeld of er aanleiding bestaat voor verder locatie specifiek archeologisch onderzoek. In 2011 is voor het kabeltracé van het onderstation van Ens (in het zuiden van de polder) en de Westermeerdijk (gelegen naast het beoogde bestemmingsvlak ‘Bedrijf - Energieopslag’) archeologisch onderzoek gedaan door het archeologische adviesbureau RAAP in opdracht van TenneT. In dit onderzoek kwam naar voren dat in het bestemmingsvlak ‘Bedrijf - Energieopslag’ met een buffer van 500 meter voor het onderstation van TenneT, een reële kans is op aanwezigheid van dekzand binnen 2,5 meter beneden maaiveld (-Mv). Bij dekzand moet er rekening gehouden worden met bewoningsresten uit de periode Laat Paleolithicum-Bronstijd. Het advies voor dit gebied, wat ook het bestemmingsvlak ‘Bedrijf - Energieopslag’ van onderhavig plan omvat, was om de diepteligging van de Pleistocene laag, hier dekzand, verder in kaart brengen. Vervolgens is ten behoeve van nabijgelegen Zonneweide Westermeerdijk op 18 augustus 2020 door Salisbury Archeologie B.V. in opdracht van BRO een bureauonderzoek naar de archeologische waarden en cultuurhistorie uitgevoerd (zie Bijlage 7).
In dit onderzoek is er een onderscheid gemaakt tussen het noordelijke als het zuidelijke gebied. Energieopslag Westermeerdijk bevindt zich in het noordelijke gebied, zie ook onderstaand Figuur 20 uit het onderzoek van Salisbury met Energieopslag Westermeerdijk rood gemarkeerd.
Figuur 20 Locatie Energieopslag Westermeerdijk(in rood) in het onderzoeksgebied van Salisbury Archeologie B.V. (2020)
Toelichting bestemmingsplan ‘Landelijk gebied Westerm eerweg achter 35 te Espel’
Pagina 34 van 54
In het rapport van Salisbury is vastgesteld dat de kans op het aantreffen van archeologische resten zeer klein is, vanwege de diepteligging van het archeologische relevante niveau, namelijk ca. 10-12 meter -mv. Op basis van deze bevindingen van deskundigenonderzoek kan ook voor dit bestemmingsplan worden geconcludeerd dat geen aanleiding bestaat voor verder onderzoek. Tevens is er zodoende geen aanleiding om planregels met betrekking tot archeologie op te nemen. Indien er bij de uitvoering van werkzaamheden onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet melding van de desbetreffende vondsten bij de minister van Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) verplicht.
4.4.3 Cultuurhistorisch onderzoek De gemeente Noordoostpolder hecht waarde aan de cultuurhistorische kernwaarden van het landschap, zoals ook omschreven in de Structuurvisie Noordoostpolder (2025) zichtbaar is. De divers genoemde dominante aspecten van het polderlandschap worden in overweging genomen bij de uitstraling van Energieopslag Westermeerdijk, zoals de openheid van het landschap en beleving van de horizon in de polder. Ook is het doel om de assenstructuur (richtingen) en de langgerekte openheid parallel aan de dijk intact te houden. Het plangebied ligt binnen de Dijkzone ligt van de Structuurvisie Noordoostpolder (2025). Daarom geldt het vertrekpunt dat de langgerekte openheid parallel aan dijk intact gehouden moet worden. Daarom wordt de hoogte van Energieopslag Westermeerdijk zodanig beperkt dat het zicht op de dijklijn vanaf de Westermeerweg niet onderbroken wordt. Daarnaast wordt er voor de groenstructuren rondom het EOS-park overeenstemming met projecten op dergelijke locaties langs de dijken van de Noordoostpolder, zodat deze uitgangspunten uit de Structuurvisie Noordoostpolder (2025) geborgd blijven.
In de directe omgeving van Energieopslag Westermeerdijk vormt zich een energielandschap, door de nabijheid van het windpark Westermeerdijk, het windpark NOP Agrowind, voorgenoemde bijbehorende transformatorstations, het windpark Zuidwester, het beoogde Zonneweide Westermeerdijk, maar ook door het aangrenzende onderstation van TenneT. Energieopslag Westermeerdijk zal thematisch dus ook goed aansluiten in dit (energie)landschap.
4.4.4 Conclusie Aan de hand van twee relevante archeologische onderzoeken is vastgesteld dat er een kleine kans is op het aantreffen van archeologische resten. Voor het cultuurhistorische aspect zal rekening gehouden worden met de kernwaarden van het landschap in de Noordoostpolder. Bovendien is er ook thematisch een verbinding met de bestaande functies van het Windpark Noordoostpolder, de beoogde zonneparken en het onderstation van TenneT. Het onderhavige plan heeft daardoor geen negatief effect op de archeologische waarden en de cultuurhistorische waarden. Er is sprake van een goede ruimtelijke ordening.
4.5 (Externe) veiligheid 4.5.1 Toetsingskader Op dit moment zijn lithium-ion energiedragers de meest gangbare techniek voor grootschalige energieopslag in batterijen. Gelet hierop staat het bestemmingsplan door de formulering van artikel 3.1 van het bestemmingsplan een project toe waarbij van deze specifieke energieopslagtechniek gebruik wordt gemaakt.
Toelichting bestemmingsplan 'Landelijk gebied Westerm eerweg achter 35 te Espel’
Pagina 35 van 54
Om toch voor te sorteren op nieuwe technische ontwikkelingen, worden de exploitanten van Energieopslag Westermeerdijk met artikel 6 ook de mogelijkheid geboden om af te wijken van de in artikel 3.1 voorgeschreven batterijtechnologie. Afwijking van de toepassing van lithium-ion batterijen als energiedrager in een energieopslagsysteem is mogelijk bij omgevingsvergunning, maar dit kan - kort gezegd - alleen als de alternatieve opslagmethode een niet leidt tot grotere of andere milieueffecten voor de omgeving, het woon- en leefklimaat van de omgeving niet onevenredig wordt aangetast en dat de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad. Gelet hierop wordt voor de analyse voor de ruimtelijke aanvaardbaarheid van het project uitgegaan van een EOS-park waarbij gebruik gemaakt wordt van lithium-ion batterijen. Eventueel vereist maatwerk in verband met de toepassing van een nieuwe opslagtechniek is geborgd via de mogelijkheid om vergunningvoorschriften aan de omgevingsvergunning te verbinden. Bevi/BRZO Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) is gericht op het verminderen en beheersen van risico’s van zware ongevallen bij het gebruik, productie, opslag en het transport van gevaarlijke stoffen.
Aan de hand van criteria worden op basis van de Bevi risiconiveaus vastgesteld voor de invloed van een risicobron, zowel in individueel verband (plaatsgebonden risico) als in groepsverband (groepsrisico). Het Bevi schrijft geen specifieke veiligheidsmaatregelen voor energieopslagsystemen voor. Niettemin is vooralsnog niet uitgesloten dat er mogelijk sprake is van een inrichting waarop het Besluit risico’s zware ongevallen 2015 (BRZO) van toepassing is, met als gevolg dat het Bevi wel van toepassing is op het energieopslagsysteem. Om die reden wordt in het bestemmingsplan daaraan getoetst. Ondanks dat een EOS niet onder een standaardcategorie in de Bevi valt, is er op basis van de overige categorie wel sprake van een mogelijk toxisch scenario. Zodoende is het gewenst om een (worstcase) (groeps-)risicocontour te definiëren. Binnen deze contour zijn nieuwe gevoelige objecten niet uitgesloten, maar dient nader onderzocht te worden of er voor bestaande en toekomstige gevoelige objecten sprake is van een veilige situatie. Ondanks dat het (groeps-)risico erg laag wordt geacht immers borgt de PGS 37-1 ook deze externe veiligheid - wordt, na consultatie met de brandweer, voorlopig uitgegaan van een indicatieve (worst-case) groepsrisicocontour van 300 meter rondom het projectgebied. PGS 37-1 Beleid voor grootschalige energieopslag in batterijen is in Nederland in ontwikkeling.
In dit kader heeft het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat in 2020 een circulaire over de risicobeheersing van lithium-ion energiedragers opgesteld. Vooruitlopend op regelgeving en in afwachting van de totstandkoming van de PGS-37 bevat deze circulaire adviezen om de veiligheid in de omgeving van de toepassingen van de lithium-ion energiedragers te verhogen. Inmiddels is met de publicatie van het document “Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen 37-1, Richtlijn voor de veilige opslag van elektriciteit in energieopslagsystemen” (hierna: PGS 37-1, versie van 2 juli 2023) een meer verdiepend maatregelenpakket beschikbaar geworden. Aan de hand van het document PGS 37-1, wordt voor dit bestemmingsplan beoordeeld of en hoe met het initiatief Energieopslag Westermeerdijk aan een goede ruimtelijke ordening wordt voldaan voor het aspect (externe) veiligheid.
Toelichting bestemmingsplan 'Landelijk gebied Westerm eerweg achter 35 te Espel’
Pagina 36 van 54
4.5.2 Onderzoek PGS 37-1 Naleving van de richtlijnen, voorschriften en maatregelen uit PGS 37-1 zijn voor dit initiatief geborgd in de planregels doordat in artikel 3.2.2 van de planregels is opgenomen dat bij de beoordeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen aan de hand van de maatregelen die PGS 37-1 voorschrijft wordt beoordeeld of sprake is van een aanvaardbare veiligheidssituatie en of voldoende voorzieningen en/of maatregelen zijn getroffen om een veilige situatie voor de omgeving te waarborgen. PGS 37-1 is namelijk nog niet als juridisch bindend document opgenomen in de regelgeving voor inrichtingen via de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of het Activiteitenbesluit milieubeheer (en overigens ook niet voor milieubelastende activiteiten onder de Omgevingswet en het Besluit activiteiten leefomgeving). Desondanks is het voor het waarborgen van een goede ruimtelijke ordening voor het aspect veiligheid wel van belang dat de voorgeschreven maatregelen wordt afgedwongen. Doordat in artikel 3.2.2 van de planregels een verwijzing naar PGS 37-1 is opgenomen, wordt naleving van PGS 37-1 daarom onderdeel van het toetsingskader voor de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen. PGS 37-1 geldt voor EOS’en met een capaciteit van 20 kWh tot 400 MWh en maximaal 1.000 V AC of maximaal 1.500 V DC.
Voor energieopslagsystemen die deze grenzen zullen overstijgen adviseert PGS 37-1 om met betrekking tot de beheers- en bestrijdbaarheid van branden een risicoanalyse uit te voeren, afstemming te zoeken met de veiligheidsregio en maatwerk toe te passen. Deze aanvullende risicoanalyse en mogelijkheid voor maatwerk is ook geborgd in artikel 3.2.2, sub b, van de planregels. Als gevolg van het bovenstaande, zal bij de beoordeling van de omgevingsvergunning voor bouwen zal bijvoorbeeld worden beoordeeld binnen welke EOS-categorie (‘typical’) het aangevraagde bouwplan valt, welke risico’s en specifieke veiligheidsmaatregelen daarbij horen en of de exploitanten van Energieopslag Westermeerdijk deze voorschriften naleven. Uiteraard is het ook mogelijk dat een alternatief voor een maatregel of risicoborging wordt voorgesteld en goedgekeurd, mits het alternatief aantoonbaar een vergelijkbaar beschermingsniveau verzekert. Op basis van de projectomschrijving in paragaaf 2.2 van deze toelichting, is het de verwachting dat Energieopslag Westermeerdijk stationair opgestelde EOS-parken zullen worden, waarbij sprake zal zijn van een speciaal voor het EOS bedoelde behuizing, de energiedragerruimtesZ-compartimenten niet-betreedbaar zullen zijn (waardoor bij een calamiteit geen mensen aanwezig kunnen zijn binnen de compartimenten/containers) en meerdere EOS’en gekoppeld zullen worden.
Daarmee zal Energieopslag Westermeerdijk waarschijnlijk worden gekenmerkt als ‘typical 3’ in de zin van PGS 37 1: een (groot) EOS-park met niet-betreedbare behuizing in de openlucht. Via artikel 3.2.2 van de planregels wordt verzekerd dat tijdens de vergunningverleningsfase wordt beoordeeld of wordt voldaan aan de voorschriften die in PGS 37-1 voor typical 3 relevant zijn verklaard. Tot deze beoordeling behoort onder andere of: ^ wordt voldaan aan de kwaliteitseisen voor geclusterde opstellingen (bijvoorbeeld door compartimentering van de EOS’en), zodat het risico op een thermal runaway geminimaliseerd en gemitigeerd wordt; ^ de interne en externe richtafstanden die in PGS 37-1 worden geadviseerd ook worden opgevolgd; ^ een veiligheidsplan is opgesteld waarin de potentiële risico’s en de beperkingsmaatregelen van het project worden toegelicht.
Toelichting bestemmingsplan ‘Landelijk gebied Westerm eerweg achter 35 te Espel’
Pagina 37 van 54
Daarnaast zal een uitgangspuntendocument brandveiligheid worden aangeleverd, waarin onder andere toelichting wordt gegeven op de wijze waarop aan weerzijden van het project een bluswatervoorziening van 90m3 gerealiseerd wordt. Dichtstbijzijnde windturbine (NOP Agrowind) Nabij Energieopslag Westermeerdijk staat een windturbine van het windpark NOP Agrowind en het onderstation van TenneT. Voor de windturbine geldt voor het overdraaigebied van de bladen een risicocontour van PR 10-5 voor kwetsbare objecten. Binnen dit risicocontour mogen zich geen kwetsbare objecten bevinden. Aangezien Energieopslag Westermeerdijk geen kwetsbaar object betreft en Energieopslag Westermeerdijk zich ook niet binnen het overdraaigebied van de windturbine bevindt, zal het gebruik van het bestemmingsvlak ‘Bedrijf - Energieopslag’ geen belemmering vormen voor het operationeel zijn van de windturbine van NOP Agrowind. De windturbine ter plaatse is uitgerust met een systeem dat ijsvorming op de bladen detecteert en de windturbine in een veilige positie stilzet bij risico op ijsafworp. Door deze maatregel is het risico van ijsafworp van de windturbine op het EOS-park uitgesloten. Onderstation TenneT Het plangebied van Energieopslag Westermeerdijk is direct tegen het hekwerk van het onderstation van TenneT gelegen.
TenneT heeft aangegeven onder voorwaarden akkoord te zijn met deze positionering, mits de batterij-eenheden zelf niet direct aan het hekwerk grenzen. Met TenneT is overeengekomen dat een afstand van minimaal 6 meter wordt aangehouden tussen het hekwerk van het schakelstation en bouwwerken, uitgezonderd hekwerk, binnen de enkelbestemming 'Bedrijf - Energieopslag', daaronder mede begrepen niet verwijderbare verhardingen. Met het opnemen van artikel 3.3.5 van de planregels worden deze afstandsvereisten van het EOS-park tot het schakelstation geborgd. Aanvullend is met TenneT overeengekomen dat een minimale afstand van 25 meter als een vrijwaringszone tussen het hekwerk van het schakelstation en batterijkasten of -containers wordt gehanteerd is. In artikel 9 van de planregels en op de plankaart wordt deze vrijwaringszone van 25 meter rondom het hoogspanningsstation geborgd. Omgevingsveiligheid personen Bij een incident kan de veiligheid van personen in gevaar komen. Dit kan gebeuren als de persoon op een bepaalde korte afstand van het incident aanwezig is, dit is de effectafstand. Het RIVM heeft in zijn briefrapport “Onderzoek relevantie energieopslagsystemen voor omgevingsveiligheid” (RIVM-briefrapport 2024-0012) onderzoek gedaan naar de omgevingsveiligheid bij EOS. De mogelijke gevolgen bij een incident zijn onderverdeeld onder drie categorieën: brand, explosie of een rookwolk.
Gezien de beperkte brandeffecten wordt brand niet mee genomen in de risico beoordeling. Als veiligheidsmaatregelen in acht worden genomen volgens PGS 37-1, inclusief te hanteren veiligheidsafstanden en een noodplan, dan is er bij een calamiteit geen realistisch scenario denkbaar dat buiten de inrichting een dodelijk incident optreedt. Als er geen dodelijk effect aan de orde is, hoeft niet verder gerekend te worden om tot een veiligheidsafstand te komen. Desondanks wordt door het RIVM toch aanbevolen om rekening te houden met mogelijke effecten op de omgeving. Het RIVM noemt hiertoe in haar rapport explosieaandachtsgebieden en gifwolkaandachtsgebieden met afstanden tot 57 meter. In deze afstand tot relatie van het onderhavige plangebied zijn geen (beperkt) kwetsbare objecten gelegen en is nader onderzoek zodoende niet noodzakelijk.
Toelichting bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, Westerm eerweg achter 35 te Espel’
Pagina 38 van 54
Groepsrisicocontour Voor het mogelijk toxisch scenario wordt veiligheidshalve een ruime indicatieve groepsrisicocontour met een afstand van 300 meter rondom het projectgebied gehanteerd. De dichtstbijzijnde woning bevindt zich op minimaal 340 meter van het projectgebied en deze valt zodoende buiten de groepsrisicocontour. Bij opstelling van de risicoanalyse voor een nieuw te realiseren EOS-park binnen het plangebied wordt in een nadere beschouwing het groepsrisico nader beschouwd. Op deze manier is er sprake van een goede ruimtelijke ordening.
4.5.3 Conclusie (externe) veiligheid Door de regels uit PGS-37-1 toe te passen bij het ontwerp van een EOS-park binnen Energieopslag Westermeerdijk, wordt de externe en interne veiligheid van het systeem geborgd. Met toepassing van deze maatregelen is er sprake van een goede ruimtelijke ordening op het gebied van (Externe) veiligheid.
4.6 Waterhuishouding 4.6.1 Toetsingskader Sinds 1 november 2003 is de toepassing van de watertoets wettelijk verplicht door de verankering in het Besluit op de ruimtelijke ordening 1985. De watertoets heeft betrekking op alle grond- en oppervlaktewateren en behandelt alle van belang zijnde waterhuishoudkundige aspecten (naast veiligheid en wateroverlast ook bijvoorbeeld waterkwaliteit en verdroging). De watertoets is een belangrijk procesinstrument om het belang van water een evenwichtige plaats te geven in de ruimtelijke ordening. Uit de waterparagraaf blijkt de betrokkenheid van de waterbeheerder in het planproces en de wijze waarop het wateradvies van de waterbeheerder is meegenomen in de uitwerking van het plan. De watertoetsprocedure kan op drie manieren gevolgd worden: de procedure geen waterschapsbelang, de korte procedure en de normale procedure. Welke procedure gevolgd moet worden hangt af van de implicaties van het ruimtelijk plan voor de waterhuishouding. De procedure geen waterschapsbelang en de korte procedure zijn bedoeld voor ruimtelijke plannen met beperkte gevolgen voor de waterhuishouding. Bij deze twee procedures kan de watertoets volledig digitaal doorlopen worden. De normale procedure is gericht op ruimtelijke plannen met relatief vergaande consequenties voor de waterhuishouding.
Voor de ontwikkeling van Energieopslag Westermeerdijk is de normale procedure in het kader van de watertoets van toepassing. In dit geval is actieve betrokkenheid van Waterschap Zuiderzeeland nodig. Het Waterschap Zuiderzeeland heeft vergaand inzicht in de toepassing van duurzame watersystemen en veiligheid en daarom zijn zij bij uitstek een partner om gebied specifieke uitgangspunten te vertalen. Het Waterschap heeft als reactie op het principeverzoek en opvolgende gesprekken de volgende aandachtspunten naar voren gebracht. ^ Toelichting op toename van verharding en wijze van watercompensatie ^ Zie thema Wateroverlast in 4.6.2 ^ Vergunningsplicht bij leggen van kabels of realiseren van werken in Waterstaatswerken ^ Zie thema Waterkering in 4.6.2 ^ Als de transformatoren in aanraking kunnen komen met hemelwater is voor de lozing in oppervlaktewater een watervergunning nodig. Er dienen maatregelen te worden getroffen om lozing van vervuild hemelwater te voorkomen. ^ Zie Thema Schoon Water: (Kwel)Waterkwaliteit in 4.6.2
Toelichting bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Westerm eerweg achter 35 te Espel’
Pagina 39 van 54
^ ^ ^ ^
^
Het advies om geen uitlogende bouwmaterialen toe te passen ^ Wordt overgenomen Wijze van afvoer van mogelijk verontreinigd bluswater (indien brand) ^ Borging door ontwerpkeuzes conform PGS-37-1 (zie ook 4.5 - Externe Veiligheid) Regels voor bronbemaling gelden als er afgravingen of diepe fundaties worden gelegd ^ Bij aanvraag watervergunning Beheer en onderhoud door aangelanden aan weerzijden van de bestaande kavelsloten dient ongehinderd plaats te vinden. ^ Aan de zuidelijke watergang wordt een 5 meter onderhoudsstrook vrijgehouden Als sanitaire voorzieningen worden gerealiseerd moet de lozing hiervan in oppervlaktewater aan eisen voldoen uit het Activiteitenbesluit (o.a. voldoende zuiveringsvoorziening aanleggen en ook geldt een meldplicht in dit kader) ^ Sanitaire voorzieningen worden niet voorzien
Bij het ontwerp van een nieuw watersysteem moet rekening gehouden worden met de hoeveelheid kwel en de kwelwaterkwaliteit. Het bestemmingsvlak ‘Bedrijf - Energieopslag’ is (gedeeltelijk) gelegen in een gebied met kwel van matige tot slechte kwaliteit. Het waterschap is gedurende het gehele proces betrokken voor advies over het ontwerp van het nieuwe watersysteem. Deze aandachtspunten zijn in combinatie met de digitale watertoets verder uitgewerkt. Eerst worden de relevante wet- en regelgeving en beleid nader toegelicht.
Wet-, regelgeving en beleid KRW De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) is in 2000 ingevoerd en heeft als doelstelling het bereiken van een goede ecologische en chemische toestand voor alle oppervlaktewaterlichamen en het beschermen en herstellen van alle grondwaterlichamen (verbinding infiltratie- en kwelgebieden). Door de inrichting van watergangen af te stemmen op de ecologie kan de ecologische toestand verbeterd worden. De KRW heeft het streven om emissies naar oppervlakte en grondwater terug te dringen. Daarnaast zal de onttrekking van grondwater in evenwicht worden gebracht met de aanvulling van het grondwater. Waterbeleid voor de 21e eeuw De Commissie Waterbeheer 21ste eeuw heeft in augustus 2000 advies uitgebracht over het toekomstige waterbeleid in Nederland. Een andere aanpak in het licht van verwachte ontwikkelingen inzake zeespiegelstijging, toenemende neerslag en rivierwaterafvoer en verdergaande bodemdaling is noodzakelijk. De adviezen van de commissie staan in het rapport Anders omgaan met water, Waterbeleid voor de 21ste eeuw (WB21). De kern van het rapport WB21 is dat water de ruimte moet krijgen, voordat het die ruimte zelf neemt. In het Waterbeleid voor de 21e eeuw worden twee principes(drietrapsstrategieën) voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd: vasthouden, bergen en afvoeren schoonhouden, scheiden en zuiveren.
Waterwet De Waterwet is op 22 december 2009 in werking getreden. Deze Waterwet bestaat uit een achttal wetten die zijn samengevoegd tot één wet. De Waterwet stelt integraal waterbeheer op basis van de ‘watersysteembenadering’ centraal. De verantwoordelijkheden in het oppervlaktewater- en grondwaterbeheer van Rijk, provincie, waterschappen en gemeenten zijn in de Waterwet helderder vastgelegd. De voornaamste veranderingen zijn de invoering van de watervergunning en een verbeterde doorwerking van water in andere beleidsterreinen, met name het ruimtelijke domein. Op grond van o.m. de Waterwet is voor gemeenten, naast het inzamelen en transporteren van vrijkomend stedelijk afvalwater een formele taak weggelegd voor het afvoeren van overtollig regenwater.
Toelichting bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, Westerm eerweg achter 35 te Espel’
Pagina 40 van 54
In zoverre het inzamelen en transporteren van relatief schoon regenwater buiten de afvalwaterstroom doelmatig kan worden uitgevoerd, vindt deze gescheiden van de afvoer van het stedelijk afvalwater plaats. Het ‘gebiedseigen water’ wordt op plaatsen waarvoor mogelijkheden aanwezig zijn, vastgehouden en geborgen in aanwezig stedelijk water en/of retentiestroken. Het bergen en vasthouden van regenwater op locatie mag niet leiden tot (water)overlast voor de woonomgeving. Tot slot heeft de gemeente een watertaak waterhuishoudkundige maatregelen te treffen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming(en) zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. In de Keur van het waterschap Zuiderzeeland, onderdeel uitmakend van de Waterwet, is aangegeven wat wel en niet mag bij waterkeringen en wateren (de zogenaamde waterstaatswerken). De waterschapsverordening vervangt de Keur bij inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Rijksbeleid Het Rijksbeleid op het gebied van het waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Water Programma 2022-2027. Dit document geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. Het belangrijkste uitgangspunt is het werken aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook is er aandacht voor de raakvlakken van water met andere sectoren. De doorwerking van de beleidsambities/uitgangspunten naar lagere overheden is geregeld in het Bestuursakkoord Water (2011) en de Waterwet (2009). In relatie tot de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) wordt de doorwerking geregeld in de Omgevingswet. Het programma geeft invulling aan de Europese richtlijnen waaronder de KRW, Richtlijn overstromingsrisico’s, de Kaderrichtlijn Mariene Strategie en de EU-richtlijn Marine Spatial Planning. Het programma geldt als structuurvisie voor de ruimtelijke aspecten. Watervisie en Waterbeheerprogramma Waterschap Zuiderzeeland De Watervisie verbindt waterthema’s en maatschappelijke opgaven. Voor een gezonde en duurzame ontwikkeling van het gebied is het nodig om het natuurlijke systeem (bodem en water) en de ruimtelijke en economische ontwikkelingen met elkaar te verbinden in een gezamenlijke aanpak. Niet met maakbaarheid als vertrekpunt, maar toekomstbestendigheid.
Het Waterbeheerprogramma 2022-2027 bevat de strategische en tactische doelen voor de komende planperiode en beschrijft op hoofdlijnen welke maatregelen het waterschap neemt om deze doelen te behalen. Het beheergebied wordt water robuust en klimaatbestendig ingericht met grote peilvlakken. Investeringen in het watersysteem zorgt dat er ook in de toekomst voldoende water is bij langdurige droogte én voldoende bescherming bij hoogwater.”
4.6.2 Onderzoek Ten behoeve van Energieopslag Westermeerdijk is een digitale watertoets op 19 juni 2024 uitgevoerd. Hierbij wordt aan de hand van een lijst met vragen over de beoogde locatie van het ruimtelijke plan getoetst of, en zo ja welke, belangen van het Waterschap, in dit geval het Waterschap Zuiderzeeland, met het project mogelijk geraakt worden. De resultaten van de watertoets zullen hieronder per thema worden toegelicht. De watertoets is opgenomen in Bijlage 6.
Toelichting bestemmingsplan ‘Landelijk gebied Westerm eerweg achter 35 te Espel’
Pagina 41 van 54
Thema Waterveiligheid De locatie van Energieopslag Westermeerdijk ligt niet in een beschermingszone van een primaire waterkering en niet buitendijks. Voor het onderdeel primaire waterkering en regionale waterkeringen zijn daarom geen uitgangspunten voor het thema veiligheid van toepassing. Thema Voldoende water: Wateroverlast Het waterschap streeft naar een robuust watersysteem dat de effecten van toekomstige klimaatveranderingen en bodemdaling kan opvangen. Een dergelijk systeem kan het water verwerken tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten. De beleidsregel ‘Compensatie toename verhard oppervlak en versnelde afvoer’ is begin 2013 door het waterschap vastgesteld. Vanaf het moment van vaststelling van de beleidsregel is de situatie van het beheergebied op dat moment het referentiekader geworden, oftewel de nulsituatie. De compensatieplicht geldt zodanig voor de netto toename van het verhard oppervlak voor een bouwvlak sinds begin 2013. Het verharden van grond met bebouwing leidt tot een versnelling van de afvoer van neerslag naar het watersysteem. Als het verharde oppervlakte bij een ruimtelijke ontwikkeling toeneemt, zijn compenserende maatregelen noodzakelijk om de piekafvoeren van het water te kunnen verwerken. Hierdoor kan de afwenteling op omliggende gebieden worden voorkomen en blijft de bergingsruimte in het watersysteem behouden.
De planontwikkeling is gelegen in een watersysteem dat op basis van de toetsing in 2012 voldoet aan de normering voor wateroverlast. In dit geval neemt het verharde oppervlak met meer dan 2.500 m2 toe. Vaststaat dus dat het realiseren van een nieuwe waterberging noodzakelijk is ter compensatie van het verharden van een deel van het bestemmingsvlak ‘Bedrijf - Energieopslag’. Uit het wateradvies blijkt dat voor de uitvoering van het plan op grond van de Keur Waterschap Zuiderzeeland 2017 een watervergunning van het waterschap is vereist. Aan deze vergunning zal een voorwaarde met betrekking tot de te compenseren waterberging worden verbonden en de exacte plaatsing van de wateren zal bij de procedure van de watervergunning betrokken worden. Er bestaat daarom geen aanleiding voor het opnemen van een voorwaardelijke verplichting in het plan om de aanleg van de waterberging te verzekeren. Toetsing Het beoogde bestemmingsvlak ‘Bedrijf - Energieopslag’ bedraagt ongeveer 4 hectare (40.000 m2). Binnen het projectgebied is de verwachting dat ongeveer 757o van het oppervlak verhard zal worden door de benodigde bouwwerken, gebouwen en overige verhardingen zoals wegen. Voor het overige oppervlak (tussenruimtes, bermen, e.d.) zal er een vorm van open verharding of geen verharding wordt toegepast.
Voorbeelden van open verharding zijn gravel, grasbeton of water passerende klinkers waarmee waterinfiltratie tot zekere hoogte mogelijk is. Uitgaande dat 757o van het totale oppervlak (40.000*0,75= 30.000 m2) verhard zal worden, kan met zekerheid gesteld worden dat er een grotere toename dan 2.500 m2 aan verharding zal plaatsvinden. De oppervlakte te realiseren waterberging is gerelateerd aan de maximaal toelaatbare peilstijging in het peilvak en de netto oppervlakte nieuw te realiseren verharding. Het bestemmingsvlak ‘Bedrijf - Energieopslag’ is gelegen in een peilgebied “Lage Afdeling” waarbij 5,507o van de netto toename aan verharding als open water moet worden gecompenseerd. Waterschap Zuiderzeeland heeft aangegeven dat reductie op de bergingsnorm mogelijk is bij het toepassen van flauwe taluds (0,57 bij een talud van 1:4 en 1,07 bij een talud van 1:5 of flauwer). Bij de hantering van de bergingsnorm (onderdeel van beleidsregel compensatie toename verharding en versnelde afvoer) gaat het om het benodigde oppervlak open water op de hoogte van het streefpeil.
Toelichting bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, Westerm eerweg achter 35 te Espel’
Pagina 42 van 54
Bij het maximale verharde gebied van 30.000 m2 zal er voor minimaal 1.650 m2 (0,165 ha) aan oppervlak voor waterbergend vermogen gerealiseerd moeten worden. Uit overleg met het Waterschap Zuiderzeeland volgt een voorkeur van watercompensatie in de vorm van open water in de nabijheid van het bestemmingsvlak ‘Bedrijf - Energieopslag’. Vooralsnog worden hiertoe twee alternatieven opengelaten. In een later stadium (en met aanvraag van de Watervergunning) wordt de watercompensatie nader uitgewerkt. - Aan de westzijde kan een waterpartij gerealiseerd worden ten noorden en ten zuiden van de bestaande windturbine van Windpark NOP Agrowind. Dit valt voor een groot gedeelte binnen de functieaanduiding “Verkeer”, waar volgens het Inpassingsplan windenergie langs de dijken van de Noordoosterpolder artikel 4.1 lid k watergangen en waterpartijen bestemd zijn. Op basis van artikel 6.4.1 sub f zal wel een omgevingsvergunning vereist zijn om deze waterpartij te realiseren. Het is zodoende niet nodig om deze locaties in onderliggend bestemmingsplan op te nemen. - Aan de oostzijde van het bestemmingsvlak ‘Bedrijf - Energieopslag’ kan in een strook een watergang worden gerealiseerd ten behoeve van de watercompensatie. Deze strook is circa 10 meter en heeft de lengte van het gehele bestemmingsvlak ‘Bedrijf - Energieopslag’, ongeveer 256 meter.
In onderliggend bestemmingsplan wordt hiertoe de bestemming “Water-landschappelijke inpassing” opgenomen. De watercompensatie wordt niet later gerealiseerd dan de uitvoering van de rest van het plan. In verband met een mogelijk gefaseerde realisatie van EOS-parken in het beoogde bestemmingsvlak ‘Bedrijf Energieopslag’, wordt er wel voor de bestemde waterstrook de mogelijkheid gegeven om de functie agrarisch te houden als er nog geen waterbergend vermogen en/of landschappelijke inpassing gerealiseerd is. In Figuur 21 zijn de mogelijke locaties voor realisatie van waterpartijen in kaart gebracht.
Toelichting bestemmingsplan ‘Landelijk gebied Westerm eerweg achter 35 te Espel’
Pagina 43 van 54
Figuur 21 Links: mogelijkheden voor toepassing watercompensatie buiten bestemmingsvlak ‘Bedrijf - Energieopslag’. Rechts: Nieuwe strook bestemd voor watercompensatie en landschappelijke inpassing
Goed functionerend watersysteem Streefbeeld Het watersysteem zorgt in normale situaties voor een goede doorstroming en afwatering in het beheergebied en maakt het realiseren van het (maatschappelijk) gewenste grond- en oppervlaktewaterwaterregime (GGOR) mogelijk. Waterschap Zuiderzeeland streeft er naar dat de feitelijke situatie van het watersysteem overeenkomt met de legger. Op die manier kan het waterschap weloverwogen anticiperen op en reageren in extreme situaties. Randvoorwaarden Het waterschap streeft naar een robuust en klimaatbestendig watersysteem met grote peilvakken. Versnippering van het watersysteem is een ongewenste situatie. Nieuwe ontwikkelingen sluiten aan op bestaande peilvakken en de inrichting wordt afgestemd op de functie van het water. In nieuwe watersystemen wordt gestreefd naar aaneengesloten waterelementen met een minimum aantal duikers en/of andere kunstwerken en zonder doodlopende einden. Het watersysteem wordt dusdanig ingericht dat het goed controleerbaar en beheersbaar is. Het nieuwe open water zal, onafhankelijk van de uiteindelijke locatie, aangesloten worden op het bestaande waterpeil. Ook zal er geen bestaand oppervlakte water gedempt worden.
Toelichting bestemmingsplan 'Landelijk gebied Westerm eerweg achter 35 te Espel’
Pagina 44 van 54
Advies nieuw open water Streefbeeld Het waterschap streeft naar goede leef, verblijf- en voortplantingsmogelijkheden voor de aquatische flora en fauna in het beheergebied. In het landelijk gebied worden oevers bij voorkeur duurzaam en indien passend bij de functie natuurvriendelijk ingericht. Hierbij wordt rekening gehouden met het Programma natuurvriendelijke en duurzame oevers 2012-2021. De basisinrichting van duurzame oevers, het accoladeprofiel, bestaat uit een plasberm van 2 meter breed en circa 40 cm diep, en een oever met een helling van 1:2. Bij het aanleggen van een nieuw wateroppervlak wordt uitgegaan van de realisatie van duurzame oevers. Voor de waterpartij zal er daarom uit worden gegaan van 0,25 ha in plaats van de benodigde 0,165 ha, om genoeg ruimte te houden voor het realiseren van duurzame oevers. De lozingsroutes voor afstromend hemelwater richting bergings- en/of infiltratievoorzieningen worden in het kader van de aanvraag watervergunning uitgewerkt, op basis van het nog op te stellen ontwerp en indeling van het EOS-park. Thema Schoon Water: (Kwel)Waterkwaliteit In dit bestemmingsvlak ‘Bedrijf - Energieopslag’ is de kwaliteit van het grondwater matig tot slecht. Daarom is er in een vroeg stadium overleg gehouden met het Waterschap over het watersysteem binnen het bestemmingsvlak ‘Bedrijf - Energieopslag’ eruit zal moeten zien.
Voor het vaststellen van de goede ruimtelijke ordening is er door het Back Milieu-advies en onderzoek een verkennend bodemonderzoek gedaan, waarbij ook gekeken is naar de kwaliteit van het kwelwater. Met het oog op het resultaat van de digitale watertoets dat de kwelkwaliteit slecht is, heeft Backmilieu extra parameters meegenomen voor de mogelijke verontreiniging van ijzer en chloride. Het onderzoek heeft vastgesteld dat het grondwater licht verontreinigd is met barium, zink, kwik, xylenen, naftaleen en minerale olie. De herkomst van deze aangetroffen verontreinigingen is onduidelijk. Deze resultaten geven geen aanleiding tot nader onderzoek en vormen vanuit milieu hygiënisch oogpunt geen belemmering voor de geplande (bouw)activiteiten. Oppervlaktewaterkwaliteit Streefbeeld Het grond- en oppervlaktewater biedt leef-, verblijf-, en voortplantingsmogelijkheden voor de (aquatische) flora en fauna in het beheergebied. De chemische toestand van deze wateren vormt hier geen belemmering voor. Uitgangspunten In het ontwerp van het watersysteem wordt uitgegaan van het principe 'schoon houden, scheiden, zuiveren'. Verontreinigingen worden voorkomen of aangepakt bij de bron.” Bij de ontwikkeling van het EOS wordt er conform de Nederlandse Richtlijn Bodembescherming gehandeld, waarbij een aanvaardbaar niveau van bodemrisico gegarandeerd moet worden.
Bij het EOS zijn olie gekoelde transformatoren aanwezig, die bij een calamiteit (lekkage) mogelijk negatieve effecten kunnen hebben op de grondkwaliteit. Hoewel de transformatoren een afgesloten systeem zijn, worden er betonnen opvangbakken met vloeistofkerende eigenschappen onder de transformatoren gerealiseerd. Deze bakken hebben voldoende capaciteit om alle olie van de transformatoren op te vangen in het geval van een lekkage, plus een extra buffer.